ALGEMEEN rn3EHEERS(ÇOMITE

advertisement
!ALGEMEEN rn3EHEERS(ÇOMITE
VOOR HET SOCIAAL STATUUT
DER ZELFSTANDIGEN
Opgericht bij de wet van 30 december 1992
Jan Jacobsplein, 6
1000 Brussel
Tei.:02 54643 40
Fax :02 546 21 53
Brussel, 19 september 2011
ABC ADVIES 2011/04
ADVIES 2011/04
Gezinsbijslag -Voorstellen uit de basisnota van de Formateur van 4 juli
2011 betreffende de overheveling van de bevoegdheden inzake
gezinsbijslag
Het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen heeft kennis
genomen van de voorstellen betreffende de overheveling van de bevoegdheden
inzake gezinsbijslag uit de basisnota van Formateur Elio Di Rupo van 4 juli 2011
"Een efficiêntere federale staat en een grotere autonomie voor de deelstaten" en de
eerste grondige analyse van deze voorstellen door de RKW.
Op basis hiervan en conform de artikelen 109 en 11 0 van de wet van 30 december
1992 houdende sociale en diverse bepalingen, heeft het Algemeen Beheerscomité
voor het sociaal statuut der zelfstandigen op eigen initiatief het hierna volgend advies
uitgebracht betreffende de overheveling van de bevoegdheden inzake gezinsbijslag.
1. Voorstellen betreffende de overheveling van de bevoegdheden
inzake de gezinsbijslag uit de basisnota van de Formateur van 4
juli 2011 - Analyse door de RKW
In zijn nota van 4 juli 2011 stelt de Formateur het volgende voor:
een "communautarisering" van de kinderbijslag, waarbij in Brussel de
volledige
bevoegdheid
naar
de.
Gemeenschappelijke
gemeenschapscommissie gaat (GGC);
vóór de overheveling wordt het verschil tussen loontrekkenden en
zelfstandigen inzake kinderbijslag weggewerkt.
een verdeling van de middelen op basis van de huidige uitgaven van
elke deelstaat. De enveloppes zullen nadien evolueren op basis van
de consumptieprijzenindex en de bevolkingsgroei van 0 tot 18 jaar van
de deelstaat;
het recht op kinderbijslag wordt vastgelegd in de Grondwet.
De RKW heeft de concrete gevolgen van de voorstellen van de Formateur
geanalyseerd. Daaruit blijkt dat voor de voorgestelde hervorming drie fasen
onderscheiden worden:
op federaal niveau worden financiële middelen vrijgemaakt om de
bedragen in de regeling voor zelfstandigen geleidelijk gelijk te
schakelen met die in de werknemersregeling. De Rijksdienst raamt de
meerkost van de gelijkschakeling van de bedragen in de regeling voor
zelfstandi~en met die in de werknemersregeling op 21 miljoen
euro/jaar . De RKW meent dat dit bedrag moet gefinancierd worden
door de sociale bijdragen in de regeling voor zelfstandigen aan te
passen;
de financiële middelen worden op basis van hun behoeften
overgeheveld naar de Gemeenschappen en naar de CGC. De nota
van de Formateur preciseert de oorsprong van de federale financiële
middelen niet. Maar men kan veronderstellen dat die afkomstig zullen
zijn van de globale beheren. In deze fase is er op het nationale niveau
geen band meer tussen de professionele activiteit en de toekenning
van kinderbijslag. Het kader van de sociale zekerheid wordt dan
verlaten en vanaf dan gaat het om de ondersteuning van personen;
de federale middelen zouden ten slotte evolueren in functie van de
index en de bevolking tussen 0-18 jaar
De uitgaven op het vlak van gezinsbijslag worden geraamd op 5.822,5 mie € voor
2011 waarvan 4.380, 2 mie € voor het werknemersstelsel en de gewaarborgde
uitkeringen en 441,1 mie € voor het stelsel der zelfstandigen (met inbegrip van het
hierboven vermelde bedrag van 21 mie €).
2. Standpunt van het ABC
De artikels 109 et 11 0 van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en
diverse bepalingen preciseren:
"Art.109. § 1. Het Algemeen Beheerscomité heeft een algemene bevoegdheid inzake het
formuleren van voorstellen, adviesverlening, het uitvoeren of laten uitvoeren van studies en
het verlenen van aanbevelingen inzake alle aangelegenheden die betrekking hebben op het
sociaal statuut der zelfstandigen.
§ 2. Het Algemeen Beheerscomité kan zijn bevoegdheden uitoefenen op eigen initiatief of
op de vraag van de Minister die het sociaal statuut der zelfstandigen onder zijn bevoegdheid
heeft, of, voor de materies die hen aanbelangen, op de vraag van de Minister van
Pensioenen of van de Minister van Sociale Zaken.
Art. 110. § 1. De Minister die het sociaal statuut der zelfstandigen onder zijn bevoegdheid
heeft, de Minister van Pensioenen en de Minister van Sociale Zaken, kunnen met betrekking
tot alle materies die behoren tot dit sociaal statuut en die hen aanbelangen, het advies van
het Algemeen Beheerscomité inwinnen.
Zij zijn er nochtans toe gehouden, behoudens in spoedeisende gevallen, het advies van dit
Algemeen Beheerscomité in te winnen over:
1o de krachtlijnen van het te voeren beleid;
2° alle voorontwerpen van wet met betrekking tot het sociaal statuut van de zelfstandigen;"
Het Comité is, rekening houdend met deze bepalingen, van oordeel dat het een
eerste advies over de nota van de Formateur en de analyse van de RKW moet
uitbrengen en vervolgens ook moet geraadpleegd worden bij de verschillende
stappen binnen het proces van de "communautarisering" van de gezinsbijslag.
In dit kader wenst het Comité de volgende bemerkingen te formuleren bij de nota van
de Formateur en de analyse van de RKW:
1
6,9 miljoen voor gelijke bedragen voor het kind in rang 1 en 14,1 miljoen voor de toekenning van
dezelfde leeftijdstoeslagen
2
a) Budgettair aspect- Verhoging van de sociale bijdragen
De RKW becijfert de meerkost van de gelijkschakeling van de kinderbijslag van de
zelfstandigen op het niveau van de "werknemers" op 21 miljoen euro~aar en is van
mening dat dit moet gefinancierd worden via een aanpassing van de sociale
bijdragen van de zelfstandigen. De cel actuariaat van de DG Zelfstandigen heeft
echter berekend dat de gelijkschakeling van de kinderbijslag voor de zelfstandig met
deze van de werknemers 502 duizend euro zou opleveren voor het stelsel der
zelfstandigen (zie bijlage 1).
Het Comité wenst vooreerst te preciseren dat een volledige becijfering van de
harmonisering van de regelingen slechts kan gebeuren als de modaliteiten van die
harmonisering zullen zijn vastgelegd (cf. punt 2.b).
Het Comité benadrukt bovendien dat volgens de ramingen van de cel actuariaat van
de DG Zelfstandigen, de gelijkschakeling van de kinderbijslag niet voor een meerkost
zorgt in het stelsel van de zelfstandigen. Als daarnaast de volledige harmonisatie van
de systemen van gezinsbijslag een meerkost zouden betekenen voor het stelsel van
de zelfstandigen, is het niet aan de RKW om zich uit te spreken over de wijze waarop
het sociaal statuut van de zelfstandigen eventuele kosten daarvan zou moeten
financieren.
Het betreft hier materies waarover het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal
statuut der zelfstandigen de wettelijke adviesbevoegdheid heeft.
Het Comité wenst er tevens aan te herinneren dat het sociaal statuut der
zelfstandigen financieel gezond is en dat het onder meer beschikt over het Fonds
voor het welzijn der zelfstandigen dat nu ongeveer 980 miljoen euro bevat.
Het herinnert er eveneens aan dat inzake alternatieve financiering, de verdeelsleutel
tussen de regeling van de werknemers en die van de zelfstandigen momenteel 90%10% bedraagt, terwijl de representativiteit van de zelfstandigen in hoofdberoep
16,5% bedraagt. Dit verschil is op dit ogenblik te verklaren door het lage niveau van
de ontvangsten uit sociale bijdragen in de regeling der zelfstandigen. Een verhoging
van de bijdragen zou de verdeelsleutel 90/10 opnieuw ter discussie stellen.
Bovendien is de regeling der zelfstandigen de regeling met het hoogste niveau van
solidariteit tussen de b~drageplichtigen, zoals werd benadrukt in de studie van
professor Bea Cantillon . Dit wordt verklaard door het forfaitair karakter van de
uitkeringen
(arbeidsongeschiktheidsen
invaliditeitsuitkering,
moederschapsuitkeringen, sociale verzekering in geval van faillissement) en de lage
evenredigheid van de pensioenuitkeringen.
Om die reden zouden eventuele verhogingen van de sociale bijdragen slechts
aanvaardbaar zijn indien de uitkeringen proportioneel worden gemaakt, zoals dit het
geval is in de regeling der werknemers, en het aandeel van de zelfstandigen in de
alternatieve financiering herzien wordt op grond van hun werkelijk aandeel in de
actieve beroepsbevolking.
b) Harmonisering van de systemen voor gezinsbijslag
De analyse van de RKW gaat uit van het principe dat de gezinsbijslag van de
zelfstandigen die van de werknemers als voorbeeld moet nemen.
2
Voorstellen tot hervormingen in het pensioenregime van de zelfstandigen. Tweede verslag van de
werkgroep 'Cantillon'.
3
Het Comité wijst er vooreerst op dat niet alleen de RKW bevoegd is om de
modaliteiten te bepalen van een harmonisering van de kinderbijslagregelingen.
Het Comité is van mening dat de situatie complexer is dan op het eerste zicht zou
kunnen lijken. Bovendien dient een harmonisering van de kinderbijslag volgens het
Comité ook rekening te houden met het budgettair kader en doelstellingen inzake
administratieve vereenvoudiging.
Gelet op het voorgaande is het Comité van mening dat een overleg/reflectie tussen
de diverse betrokken partijen (de sector van de werknemers, de zelfstandigen 3 en de
openbare sector) moet plaats vinden om tot een samenhangend en vereenvoudigd
systeem te komen.
Het ABC is van mening dat dit overleg rekening moet houden met de actuele
financiële context (eerder een afname van de uitgaven dan een verhoging ervan) en
minstens volgende punten moet behandelen:
een vereenvoudiging van de barema's en de invoering van een uniek
barema (zonder dat dit noodzakelijkerwijs overeenstemt met het huidige
barema van de werknemers).
de harmonisering van de barema's zou niet noodzakelijk tot verhogingen
van de uitgaven inzake gezinsbijslag mogen leiden, in tegenstelling tot het
spoor dat door de RKW wordt voorgesteld. Het ABC herinnert eraan dat
ook in het verleden reeds maatregelen werden genomen om de uitgaven
inzake gezinsbijslag te verminderen (cf. het Globaal plan).
de harmonisering van de leeftijdsbijslagen.
Tot slot herinnert het Comité eraan dat de prioriteiten van de zelfstandigen zich op
het niveau van de vervangingsinkomens en niet op dat van de kinderbijslag
bevinden.
c) Principe van begratingsneutraliteit
In de mate waarin de harmonisering van de diverse kinderbijslagregelingen tot
wijzigingen in de toekenningsregels en bijgevolg eventueel tot lastenverschuivingen
tussen de verschillende stelsels leidt, moeten die verschuivingen voor elk van de
betrokken stelsels begratingsneutraal worden uitgevoerd.
d) Instellingen die bevoegd zijn inzake gezinsbijslag
De "communautarisering" van de gezinsbijslag zal reflecties vergen alsook
hervormingen van de instellingen die bevoegd zijn inzake gezinsbijslag.
Het Comité herinnert eraan dat de kinderbijslagfondsen een jarenlange en degelijke
expertise hebben opgebouwd en dat hun werking excellent en performant is mede
door de kwaliteitscontroles waaraan zij voortdurend worden onderworpen. Dit alles
wordt bovendien aangeboden aan een zo laag mogelijke administratieve kostprijs.
De vernietiging van deze know-how en expertise zal bovendien niet alleen een
enorm sociaal passief (wie zal hier de financiële verantwoordelijkheid voor dragen?)
tot gevolg hebben maar betekent meteen ook het einde van afspraken en kaders die
door de sociale partners werden afgesloten.
Het ABC is tevens van mening dat voor het welslagen van de "communautarisering"
van de kinderbijslag een soepele overgang moet voorzien worden voor alle
betrokken partijen (ouders, bijslagtrekkenden en rechtgevende kinderen) en dat dit
3
Bovendien, als een specifieke werkgroep wordt opgericht, moeten er 1 of 2 vertegenwoordigers van
het ABC zetelen.
4
het best kan gerealiseerd worden door hen niet bloot te stellen aan WIJZigingen
(uitbetalingsinstelling, ontvangen van kindergeld, rekeningen waarop gestort
wordt. .. ).
In dat kader is het Comité van mening dat de instellingen die op dit ogenblik bevoegd
zijn inzake kinderbijslag ook na de "communautarisering" hun rol ter zake zullen
moeten blijven spelen.
3. Conclusies
Het Comité wenst nu reeds in het huidig advies elementen te onderstrepen die voor
het Comité van essentieel belang zijn in het kader van de harmonisering (inzake dit
punt dringt het Comité aan op begrotingsneutraliteit) en van de
"communautarisering" van de gezinsbijslag en de daaruit voortvloeiende discussies.
Het Comité herinnert eraan dat de overdracht van bevoegdheden inzake
gezinsbijslag een uitdaging is waarbij alle betrokken sectoren, waaronder de sector
"zelfstandigen", dienen betrokken te worden en dat het Comité terzake een wettelijke
adviesbevoegdheid heeft.
Tot slot wenst het Comité de nadruk te leggen op het belang van het goede verloop
van dit proces.
Dit advies werd via elektronische weg goedgekeurd op 19 september 2011 en zal
worden bevestigd tijdens de eerstvolgende plenaire vergadering .
Namens het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen, op
19 september 2011:
u.-~
Muriel GALERIN,
Secretaris
CAM
.c·
Anne VANDERSTAPPEN,
Voorzitter
5
Download