Spintransport in een lichtflits - Technische Universiteit Eindhoven

advertisement
Spintransport in een
lichtflits
In het hedendaagse onderzoek naar magnetische materialen en devices
staat een tweetal fascinerende scenario’s centraal. Enerzijds bieden femtoseconde lichtpulsen de mogelijkheid de ultieme grenzen van het magnetisch schakelen af te tasten. Anderzijds heeft zich met het injecteren van
‘spingepolariseerde’ elektrische stromen een efficiënte methode aangediend om magnetische nanodevices te manipuleren. In een proof-of-principle
experiment hebben we recentelijk deze twee benaderingen geïntegreerd.
Het bleek dat laserpulsen in speciaal geoptimaliseerde multilaagstructuren
kunnen leiden tot transport van spingepolariseerde elektronen en daarmee
tot beïnvloeding van de magnetische toestand op femtoseconde tijdschaal.
Bert Koopmans, Grégory Malinowski en Francesco Dalla Longa
324
A
ls een ferromagneet wordt opgewarmd daalt zijn magnetisatie (magnetisch moment per
volume). Thermische excitatie leidt tot
toenemende wanorde in het systeem
van uitgelijnde elektronspins. Boven
de zogenaamde Curietemperatuur
verdwijnt de magnetische ordening
in zijn geheel. Met de komst van de
gepulste lasers in de laatste decennia
van de voorgaande eeuw rees de vraag:
Bert
Koopmans
(1963)
studeerde
af en promoveerde
aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na
een driejarig verblijf
aan het Max-Planck
Institut für Festkörperforschung in Stuttgart is hij vanaf 1997
verbonden aan de Faculteit Technische
Natuurkunde van de Technische Universiteit Eindhoven. Sinds 2003 is hij hoogleraar en groepsleider van de onderzoeksgroep Fysica van Nanostructuren. Zijn
onderzoeksinteresses omvatten snelle
magnetische processen en spintronica,
ondermeer in organische materialen.
[email protected]
Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde
Wat is de ultieme tijdschaal waarop dit
proces plaatsvindt?
Gepulste laserexcitatie leidt tot een
zeer snelle opwarming van de elektronen in een metallische ferromagneet. Dit proces vindt plaats op een
tijdschaal van typisch 100 fs. Verwacht
werd dat de magnetische ordening
deze snelle temperatuurstijging niet
zou kunnen volgen. Onduidelijk was
echter of de tijdsvertraging een kwestie zou zijn van picoseconden, nanoseconden of zelfs meer.
Een bottleneck in de ‘demagnetisatie’ van de ferromagneet
wordt geleverd door de wet van
behoud van impulsmoment.
De ferromagnetische ordening
van een materiaal gaat gepaard
met een netto impulsmoment.
In het klassieke experiment van
Einstein en De Haas [1] (zie kader aan het eind van het artikel)
werd aangetoond dat het veranderen van het magnetische
moment gepaard gaat met de
overdracht van impulsmoment
tussen de elektronspins en het
atomaire rooster. Op macro-
september 2009
scopische schaal manifesteert deze
overdracht zich door een waarneembare rotatie van de ferromagneet als
geheel, wanneer deze in een rotatiebalans wordt opgehangen. Op microscopische schaal wordt de overdracht
beschreven door een interactie tussen
de elektronspins en roostertrillingen
(fononen). Deze relatief zwakke spinroosterwisselwerking vindt in het
algemeen plaats op tijdschalen van
100 ps of langer.
De onderzoekswereld heeft haar ver-
Grégory
Malinowski studeerde
natuurkunde
aan
de Université Henri
Poincaré te Nancy,
waar hij in 2004 promoveerde op het
gebied van exchangebias-koppeling en spinafhankelijk transport in magnetische tunneljuncties. Na
tweejarige postdocposities aan het Trinity College in Dublin en de Technische
Universiteit Eindhoven, is hij sinds kort
aangesteld als postdoc aan de Universiteit van Konstanz.
Q
Q
Q
Q
Figuur 1 Meting van het relatieve magnetische moment van een dunne nikkellaag (symbolen en rode lijn) als functie van tijd sinds de
aankomst van een femtoseconde verhittingspuls (blauwe profiel). De magnetische respons wordt gemeten met een magnetooptische pomp-meettechniek (rechts), waarin de rotatie θ van lineair gepolariseerd licht gebruikt wordt als maat voor de
magnetisatie. Voor aankomst van de verhittingspuls wordt een maximale magnetisatie gemeten (1). Absorptie van de laserpuls
op t = 0 verhit het elektronensysteem (2). Na ongeveer 0,2 ps bereikt de wanorde in het spinsysteem, en daarmee het verlies aan
magnetisch moment, zijn maximum (3). Uiteindelijk koelt de elektronenzee af door overdracht van energie aan roostervibraties.
Daarbij neemt de magnetisatie weer toe (4).
wachting sindsdien op drastische
wijze moeten bijstellen. Verrassenderwijs bleek het wel degelijk mogelijk
magnetisme op femtoseconde tijdschaal te beïnvloeden [2]. Dit heeft
geleid tot een nieuw en fascinerend
onderzoeksterrein. Daarin is behoud
en overdracht van impulsmoment een
centrale rol blijven spelen (zie kader
aan het eind van het artikel). Dit geldt
in het bijzonder voor het in dit artikel
beschreven spel tussen elekronenspins en lichtflitsen op een speelterrein bestaande uit speciaal ontworpen
nanostructuren.
Magnetisme op femtosecondeschaal
De demagnetisatietijd na laserverhitting van een ferromagneet kan
eenvoudig worden bepaald in een
‘pomp-meetexperiment’. Een eerste
pomp-laserpuls wordt geabsorbeerd
door een dunne ferromagnetische
film en warmt deze op ultrasnelle
Francesco
Dalla
Longa (1978) is afgestudeerd in de
natuurkunde
aan
de
Universiteit
van Padova (Italië). In juni 2008
promoveerde
hij
aan de Technische Universiteit Eindhoven op een proefschrift over lasergeïnduceerde spindynamica, gesponsord
door het Europese onderzoeksnetwerk
ULTRASWITCH. Sinds april 2008 werkt
hij als onderzoeker bij Shell International
E&P in Rijswijk.
wijze op. Een tweede, tijdsvertraagde
meet-laserpuls wordt gebruikt om
het verloop van de magnetisatie als
functie van de tijd in kaart te brengen.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van
het zogenaamde magneto-optische
Kerreffect, waarbij de polarisatie van
lineair gepolariseerd licht bij reflectie
aan een magnetisch oppervlak draait
(figuur 1). Een nauwkeurige meting
van de geringe draaiing van de polarisatie van lineair gepolariseerd licht,
wanneer dit reflecteert aan een ferromagneet, stelt ons in staat de grootte
en richting van de magnetisatie te reconstrueren.
Een dergelijk experiment werd in 1996
voor het eerst met sub-100 fs pulsen
uitgevoerd door Eric Beaurepaire en
medewerkers in Straatsburg [2]. Het
gebruik van deze korte pulsen stelde
de onderzoekers in staat het demagnetisatieproces op deze tijdschaal in
een sterk niet-evenwichtsregime waar
te nemen. Na het afvuren van de laserpulsen op een dunne nikkelfilm bleek
tot ieders verbazing dat de magnetisatie verdwijnt ruim binnen de
eerste picoseconde na verhitting.
Dat resultaat was drie grootteordes sneller dan de meest gedurfde
voorspelling!
Sindsdien hebben wereldwijd diverse groepen zich gestort op nieuwe experimenten om de onderliggende mechanismen te begrijpen
en te beheersen. Naast verfijndere
optische experimenten zal gebruik
van femtosecondetechnieken met
nieuwe generatie synchrotrons
kunnen bijdragen aan dieper in-
zicht. In dit kader is het recentelijk
mogelijk gebleken circulair gepolariseerde röntgenpulsen te gebruiken
voor het separaat volgen van de spinen orbitale impulsmomenten na laserverhitting met 100 fs tijdsoplossing
[3]. Dergelijke experimenten lijken
een interpretatie in termen van een
ultrasnelle impulsmomentoverdracht
tussen de elektronspins en het kristalrooster te bevestigen. Daarbij speelt
de eindige kans dat een elektronspin
van ‘up’ naar ‘down’ switcht onder invloed van de interactie met een fonon
een cruciale rol [4].
Parallel aan de zoektocht naar de
fundamentele beschrijving hebben
nieuwe activiteiten zich gericht op
alternatieve wijzen om magnetisme
langs directere dan thermische wijze
te beïnvloeden. Een eerste intrigerende mogelijkheid is directe manipulatie van de magnetisatie door gebruik
te maken van de circulaire polarisatie
van de laserpulsen en het effectieve
veld dat zij in de ferromagneet ten tijde
van de licht-materie-interactie genereren [5]. In dit scenario kan het licht
gezien worden als een katalysator die
de overdracht van impulsmoment van
het rooster naar de elektronen actief
aanstuurt.
In een tweede scenario draagt de laserpuls zorg voor transport van elektronspins tussen afzonderlijke nanogebieden in een composietstructuur.
We zullen op dit mechanisme gebaseerde experimenten beschrijven na
eerst de principes van schakelen middels ‘spin-impulsmomentoverdracht’
te hebben toegelicht.
september 2009
Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde
325
W
V
Higddb
GdiVi^Z
Figuur 2 a) Schematische weergave van het stroomgestuurde schakelen van een ferromagnetische laag. De
structuur is opgebouwd uit twee ferromagnetische lagen (linker weergave als staafmagneten, rechter
weergave als groenblauwe laag waarin de richting van het magnetisch moment is weergegeven met een
pijl), gescheiden door een geleidende tussenlaag (oranje). Een sterke stroom door deze structuur raakt
‘gepolariseerd’ als het de onderste laag passeert en injecteert vervolgens ‘spingepolariseerde’ elektronen
in de bovenste lagen. Deze elektronen dragen hun impulsmoment over en leiden tot een verdraaiing van
de magnetisatie. b) Schematische weergave van het experiment zoals beschreven in [8]. Wederom is de
structuur opgebouwd uit twee ferromagnetische lagen waarbij de linkerweergave als staafmagneten en de
rechter weergave als blauwe en groene multilaagstructuren. Een korte laserpuls (~ 100 fs) exciteert hete
elektronen die door passeren van de geleidende tussenlaag hun impulsmoment wederzijds overdragen.
Dit geeft aanleiding tot een versneld verlies van magnetisch moment op femtoseconde tijdschaal.
Schakelen met stroom
326
In de hedendaagse nano-elektronica
gaat een groeiende aandacht uit naar
de spin-vrijheidsgraad. Elektronica
waarin naast de elektronlading expliciet gebruik wordt gemaakt van
elektronspin wordt aangeduid met
spintronica. Voor toepassingen van
spintronica in (magnetische) recording en geheugens is het van belang
om op efficiënte en snelle wijze magnetische gebieden (bits) te schakelen.
De klassieke manier om de magnetisatie te schakelen berust op het lokaal
aanleggen van een sterk magneetveld.
In bestaande spintronische vaste-stof
geheugenconcepten, zoals de magnetische random access memory (MRAM),
geschiedt dit nog door de elektrische
stroom door een nabijgelegen geleider.
Voor devices op nanometerschaal
blijkt een alternatief mechanisme
zoals onafhankelijk door Berger en
Slonczewski voorgesteld [6] efficiënter. In een ferromagneet dragen
spin-up en spin-down elektronen
niet in dezelfde mate bij aan de elektrische stroom. We spreken van een
‘spin-gepolariseerde’ stroom. Als nu
een stroom vanuit een magnetisch
reservoir naar een ander nabijgelegen
reservoir loopt, kunnen de spin-gepolariseerde elektronen impulsmoment
overdragen (figuur 2a). Indien de
stroom sterk genoeg is en het tweede
Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde
reservoir beperkt van omvang kan
daarmee een meetbare, c.q. bruikbare
verandering van de magnetisatie van
het ontvangende reservoir worden bewerkstelligd. Een eenvoudige afleiding
laat zien dat effecten pas relevant worden bij stroomsterktes van ~1011 A/m2.
Deze waardes zijn in de praktijk alleen
realiseerbaar in nanodevices.
Het aldus verkregen principe van
spin-impulsmomentoverdracht wordt
momenteel wereldwijd intensief bestudeerd. Dit in het bijzonder met
het oog op een breed spectrum van
potentiële applicaties. Naast het
stroomgestuurd schakelen biedt het
de mogelijkheid van radiofrequente
oscillatoren. Tevens kunnen stromen
worden gebruikt om magnetische domeinwanden voort te drijven in ferromagnetische nanodraden. De laatste
eigenschap wordt momenteel gezien
als bron voor een futuristisch driedimensionaal geheugenconcept, het
magnetische racebaangeheugen [7].
Modelsysteem voor spin-uitwisseling
In de inleiding van dit artikel is toegelicht hoe behoud van impulsmoment
een remmende factor is in het proces
van laser-geïnduceerde demagnetisatie. Geïnspireerd door de in het voorafgaande beschreven ontwikkelingen
binnen de spintronica, hebben we getracht het fenomeen spin-impulsmo-
september 2009
mentoverdracht toe te passen in het
ultrasnelle, niet-evenwichtsdomein.
Behoud van impulsmoment bij snelle
demagnetisatie zou dan kunnen worden omzeild door het gebruik van
twee magnetische reservoirs (figuur
2b). Elk reservoir is ferromagnetisch
geordend, maar het totale magnetisch
moment kan ‘uitgeschakeld’ worden
door een antiparallelle oriëntatie van
de twee gebieden te kiezen. Als vervolgens een korte laserpuls een ultrasnelle uitwisseling van elektronspins tussen de twee reservoirs zou induceren,
zou dat leiden tot een demagnetisatie
van de beide componenten terwijl het
totale impulsmoment (gelijk aan nul)
behouden blijft.
Als testsysteem is gekozen voor een
systeem bestaande uit diverse subnanometer dunne (magnetische) lagen (figuur 3a). Meer specifiek worden de twee reservoirs ieder gevormd
door een aantal afwisselende kobalten platinalagen [Co/Pt]n. In dit systeem kan een anti-ferromagnetische
koppeling tussen de twee multilagen
verkregen worden voor zowel een
nikkeloxide (NiO) als een ruthenium
(Ru) tussenlaag van de juiste dikte.
Deze koppeling stelt ons in staat door
variatie van het externe magnetische
veld te schakelen tussen de antiparallelle oriëntatie (de laagste energietoestand bij nul veld) en de parallelle
oriëntatie (die energetisch voordelig
V
EaVi^cV
@dWVai
X
Gj
Gji]Zc^jb
d[
C^``Zadm^YZ
W
Y
Gji]Zc^jb
C^``Zadm^YZ
Gj
Figuur 3 a) Schematische opbouw van de lagenstructuur; twee Co/Pt-composietlagen
(blauw/groen) worden gescheiden door een nanometerdunne ruthenium- of
nikkeloxidelaag (oranje of rood). De pijlen geven de parallelle (P) en antiparallelle (AP) magnetische oriëntatie weer. b) Onder invloed van een korte laserpuls
worden in het geval van de metallische tussenlaag (Ru) spins met tegengestelde
oriëntatie uitgewisseld. Hiermee wordt een additioneel kanaal voor snelle demagnetisatie geopend. In het geval van de isolerende tussenlaag (NiO) is dit niet het
geval. c) Het magneto-optische Kerrsignaal als functie van aangelegd magneetveld
laat zien hoe de magnetische oriëntatie van P bij hoog veld schakelt naar AP bij
laag veld, ten gevolge van de antiferromagnetische koppeling. d) Overeenkomstige tijdsopgeloste metingen voor beide tussenlagen en wederzijdse magnetische
oriëntatie. In het geval van de metallische tussenlaag (Ru) geschiedt het verlies
aan magnetisch moment efficiënter (horizontale gestreepte lijnen) en sneller
(verticale gestreepte lijnen) in de AP-oriëntatie (zwart) in vergelijking met de Poriëntatie (rood). Dit verschil treedt niet op voor de isolerende tussenlaag (NiO).
is bij grote velden), zoals weergegeven in figuur 3c. Daarmee kan naar
believen het kanaal voor demagnetisatie via interlaag-spinuitwisseling
worden geopend en gesloten. Voor
de huidige studie is het van essentieel belang dat NiO een isolator en
Ru een metallische tussenlaag vormt.
Daarmee vormt NiO een significante
blokkade voor optisch geëxciteerde
elektronen terwijl Ru daarvoor vrijwel volledig transparant is (figuur
3b). Deze hypothese is in [8] in meer
detail geverifieerd. Op basis hiervan
zou het mechanisme van de interlaag
spin-uitwisseling niet van belang zijn
voor de het systeem met de NiO-tussenlaag, terwijl het in het geval van
Ru alleen zou bijdragen voor de anti-
parallel georiënteerde sublagen, maar
niet voor de parallelle toestand.
Proof-of-principle
Preparaten met Ru- en NiO-tussenlagen met variabele dikte zijn gegroeid
met de magnetron-sputtertechniek.
Het is bekend dat de koppeling tussen
de twee lagen op oscillerende wijze
afhangt van de tussenlaagdikte. Onze
experimenten hebben zich geconcentreerd op die waardes van de laagdikte
waarbij de antiferromagnetische koppeling optimaal is. Door de loodrechte anisotropie van de Co/Pt-lagen
is de magnetisatie in alle gevallen
loodrecht op het filmoppervlak georiënteerd. Daardoor kan een uiterst efficiënte – en eenvoudig te interpreteren
– magneto-optische meting worden
gedaan bij loodrechte inval van de laserbundels.
Op de hiervoor beschreven preparaten
is een groot aantal pomp-meetexperimenten uitgevoerd [8]. Een typisch
voorbeeld van de experimentele resultaten is weergegeven in figuur 3.
Daarin wordt het procentuele verlies
van het magnetische signaal na opwarming door de korte pomppuls getoond voor beide soorten tussenlagen
en voor beide relatieve magnetische
oriëntaties. In alle gevallen nemen we
een ultrasnel verlies in magnetisch
signaal waar dat een minimum bereikt
na ongeveer 0,2 picoseconde. Na afkoeling relaxeert het signaal weer naar
de uitgangswaarde binnen een aantal
picoseconden. In grote lijnen komt
dit gedrag overeen met de eerder beschreven experimenten uitgevoerd op
dunne ferromagnetische nikkelfilms.
Nadere inspectie laat echter spectaculaire en voorheen onopgemerkte verschillen zien.
In het geval van een niet-transparante
tussenlaag (figuur 3d, NiO) is de magnetische respons geheel identiek voor
beide relatieve oriëntaties. In de situatie met een transparante tussenlaag
(figuur 3d, Ru) treedt echter een significant verschil op tussen het gedrag
in de complementaire oriëntaties.
Het blijkt dat in dit geval het verlies
aan magnetisch signaal significant
sneller en sterker is, waarbij een contrast van ongeveer 25% is waargenomen. De aldus optredende verschillen
stemmen volledig overeen met onze
voorspellingen. Immers, in het geval
van de metallische tussenlaag en antiparallelle oriëntatie wordt een extra
kanaal voor demagnetisatie geopend.
Daarbij spelen niet langer alleen lokale processen een rol, maar doet ook
lasergeïnduceerde spin-uitwisseling
zijn intrede. Tot slot merken we op
dat het verschil in respons al na een
halve picoseconde weer verdwenen
is. Deze observatie bevestigt het expliciete niet-evenwichtskarakter van het
additionele effect.
Toekomstperspectieven
Eenmaal vertrouwd met dit ‘spintransport in een lichtflits’ dienen zich
een aantal interessante uitdagingen
aan. Allereerst hopen we door verdere
optimalisatie van de modelsystemen
en verdere fysische modellering een
dieper kwantitatief inzicht in de effec-
september 2009
Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde
327
Behoud en overdracht van impulsmoment
Essentieel voor het begrip van snelle magnetische processen is behoud en overdracht van impulsmoment.
Einstein en De Haas lieten in 1915 experimenteel zien
dat de elektronspins een zeker impulsmoment vertegenwoordigen. Verandering van de magnetisatie van een
vrij roteerbare ferromagnetische cilinder zal daardoor
gecompenseerd worden door een meetbare macroscopische rotatie. Het linkerdiagram toont een schets van
de experimentele opstelling. In een experiment waarin
de magnetisatie van een voorwerp plotseling gereduceerd wordt door verhitting met een korte laserpuls,
moet aan dezelfde behoudswet worden voldaan. Het
rechterdiagram toont de binnenkomende laserpuls en
het ferromagnetische systeem waarin alle elektronspins
oorspronkelijk uitgelijnd zijn. Als na interactie met de laserpuls de ordening van de spins veranderd is, dient het
overeenkomstige verlies in impulsmoment elders in het
systeem gecompenseerd te worden. Dit kan in principe
plaatsvinden door (i) overdracht naar ‘orbitale’ beweging
van de elektronen, (ii) overdracht naar het omvattende
kristalrooster, of (iii) overdracht naar het elektromagnetische veld. Het in kaart brengen van deze overdracht is
één van de leidende thema’s in het onderzoek naar snelle
magnetische processen.
DkZgYgVX]icVVgZaZ`igdcZc
@g^hiVagddhiZg
:aZ`igdcZc
AVhZgejah
DkZgYgVX]icVVg`g^hiVagddhiZg
328
DkZgYgVX]icVVgZaZ`igdbV\cZi^hX]kZaY
ten te verwerven. In een eerste verkennende vervolgstudie is gekeken naar
de afstand waarover de spininformatie door de metallische tussenlaag
getransporteerd kon worden, door de
dikte ervan te variëren [8].
Verdere optimalisatie van de effecten
en mogelijk zelfs het schakelen van
één van de laagjes in de totale structuur zou bereikt kunnen worden
door te kiezen voor geheel nieuwe
configuraties en materialen. Een ander intrigerend experiment ontstaat
door magnetische componenten te
kiezen met een niet-collineaire onderlinge oriëntatie. Magnetische fabricagetechnieken stellen ons in staat
systemen te prepareren waarbij in één
laag de magnetisatie georiënteerd in
het vlak van de dunne film is gericht,
maar in de andere laag daar loodrecht
op staat. In een dergelijk systeem zou
de lasergeïnduceerde overdracht van
Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde
spinimpulsmoment moeten leiden tot
een magnetisch krachtmoment op de
andere laag, en daarmee tot een controleerbare draaiing van de magnetisatie op femtoseconde tijdschaal.
Tenslotte zou een geheel complementaire benadering gekozen kunnen
worden, waarbij directe laserexcitatie
van de ferromagneet volledig achterwege kan blijven. Hiermee wordt een
brug geslagen naar daadwerkelijke
spintronische applicaties. Vooralsnog
zouden laserpulsen gebruikt kunnen
worden om door middel van fotogeleidende switches op picoseconde
tijdschaal elektrische stromen te genereren. Door deze gepulste stromen
door het landschap van magnetische
lagen te geleiden, wordt het principe
van elektrisch gedreven spinimpulsmomenttransfer naar het extreme
niet-evenwichtsdomein
gedreven.
Voor dit regime ontbreekt momenteel
september 2009
nog elk theoretisch kader, maar het
zal ongetwijfeld wederom leiden tot
nieuwe verrassingen en fascinerende
fysica.
Referenties
1. Ad Maas, Einsteins onzichtbare handen,
NTvN 11, maart 2008.
2. E. Beaurepaire, J.-C. Merle, A. Daunois,
J.-Y. Bigot, Phys. Rev. Lett. 76, 4250 (1996).
3. C. Stamm et al., Nature Mater. 6, 743
(2007); B. Koopmans, ibid., p. 715.
4. B. Koopmans, J. J. M. Ruigrok, F. Dalla
Longa, W. J. M. de Jonge, Phys. Rev. Lett.
95, 267207 (2005).
5. C.D. Stanciu, et al., Phys. Rev. Lett. 99,
047601 (2007).; D. Stanciu, A. Kimel,
A. Kirilyuk en Th. Rasing, NTvN 74, 172
(2008).
6. C. Slonczewski, J. Magn. Magn. Mat. 159,
L1 (1996) ; L. Berger, Phys. Rev. B 54, 9353
(1996).
7. S.S.P. Parkin, Scientific American, June
2009, p. 76.
8. G. Malinowski et al., Nature Physics 4, 855
(2008).
Download