Handreiking Traineeship1 Karin Kleine, projectleider

advertisement
Handreiking Traineeship1
Karin Kleine, projectleider Ontwikkeling traineeship HBO-afgestudeerden
Marlous Beijer, projectsecretaris
Jeugdzorg Nederland
1
Dit document is geschreven in het kader van het Implementatieplan Professionalisering Jeugdzorg en is te downloaden via
www.professionaliseringjeugdzorg.nl. © Stichting Nederlands Jeugdinstituut (NJi), Utrecht
Handreiking traineeship, april 2012 1
Wat is het Traineeship?
Achtergrond
Het deelproject ‘Traineeship voor HBO-afgestudeerden’ maakt onderdeel uit van het project
‘Professionalisering Jeugdzorg: Verbetering entree sector’. Doel van het project is verbetering en
stroomlijning van de entree in de sector voor beginnend beroepsbeoefenaren. In het Actieplan
Professionalisering Jeugdzorg is in een eerder stadium het uitstroomprofiel Jeugdzorgwerker voor
het Hoger Sociaal Agogisch Onderwijs ontwikkeld. Door het volgen van dit uitstroomprofiel worden
studenten voorbereid op het werken in de jeugdzorg. Het werkveld heeft een actieve rol gespeeld bij
de totstandkoming van dit uitstroomprofiel, zodat de aansluiting met de praktijk geborgd is.
Daarnaast speelt het werkveld een belangrijke rol bij de uitvoering van het uitstroomprofiel bij de
verschillende hogescholen. Het uitstroomprofiel wordt een toegangseis tot het register van de
jeugdzorgwerker. Het traineeship is een leer- en ontwikkeltraject voor de startende
Jeugdzorgwerker, dat aansluit op het uitstroomprofiel en dat hij intern in zijn eigen organisatie
uitvoert. Met het traject ontwikkelt de Jeugdzorgwerker zich naar het niveau van de
Branchestandaard ‘Gevorderd professional’.
De term ‘Gevorderd professional’ is afkomstig uit de Branchestandaard Stadia Vakvolwassenheid
Jeugdzorgwerker. Deze branchestandaarden zijn gebaseerd op het Competentieprofiel
Jeugdzorgwerker (2009). Uitgangspunt is dat een Jeugdzorgwerker in zijn ontwikkeling naar
vakvolwassen beroepskracht meerdere stadia doorloopt:
Handreiking traineeship, april 2012 2
Bron: Liefhebber, S., D. Radema en C. van Arendsbergen. 2010. Werkervaring in welzijn en
jeugdhulpverlening. Utrecht: Movisie. www.movisie.nl/onderwerpen/beroepsontwikkeling.
De branchestandaard is voor drie stadia uitgewerkt. Elk stadium is uitgewerkt in een eigen standaard.
In de standaard wordt per competentie of taak beschreven welk specifiek gedrag er van de
professional wordt verwacht.
Er zijn drie standaarden:



Standaard ‘Gevorderd professional’
Standaard ‘Bekwame professional’
Standaard ‘Vakvolwassen professional’
De standaarden zijn oplopend in niveau en complexiteit. Hoe hoger de standaard, hoe meer er van
de professional verwacht wordt.
Het traineeship richt zich op de ontwikkeling van beginner (pas HBO-afgestudeerd met
uitstroomprofiel Jeugdzorgwerker) naar de Standaard van Gevorderd professional:
Handreiking traineeship, april 2012 3
De gevorderd professional
De gevorderd professional kenmerkt zich door taakgericht handelen en het inhoudelijk en technisch
goed uitvoeren van regelmatig voorkomende activiteiten waarin enige routine is opgebouwd. Het
gaat om concrete, eenduidige en begrensde handelingen waarbij de proceskant nog niet herkend
wordt.
De gevorderd professional wordt herkend op basis van de volgende punten:





Er is sprake van ongeveer 2 jaar werkervaring.
De beroepsbeoefenaar kan uitvoerende werkzaamheden verrichten als:
o Het verzamelen van relevante, feitelijke informatie binnen de eigen deskundigheid
waaruit gefragmenteerde situationele kennis ontstaat.
o Het direct stellen en beantwoorden van vragen en behoeften op basis van aanwezige
feiten.
Vele werkzaamheden worden na afstemming verricht, zijn veelal reactief van aard en gericht
op het hier en nu. Voor het zelfstandig inspelen op nieuwe, ingrijpende situaties, daarin
prioriteiten stellen en richtinggevende keuzen maken ontbreekt nog de benodigde
praktijkervaring.
De beroepsbeoefenaar herkent regelmatig voorkomende situaties, gaat variëren op routine
in het werk en kan uit de voeten met algemenere richtlijnen.
De beroepsbeoefenaar:
o Levert kwaliteit door het eigen werk te structureren binnen gegeven kaders.
o Toont zich bereid te investeren in de eigen professionele en persoonlijke
ontwikkeling.
o Neemt de verantwoordelijkheid voor gemaakte afspraken.
Korte omschrijving van het traineeship en de bijbehorende producten:
Het traineeship omvat een leer- en ontwikkeltraject van 1 tot 2 jaar, waarmee de startende
jeugdzorgwerker (vanaf nu: trainee) zich – al werkend en lerend binnen de eigen organisatie –
ontwikkelt. Het traineeship kan gezien worden als een samenhangend programma van
leeractiviteiten zoals inwerken, training, scholing en begeleiding, gericht op de ontwikkeling van de
trainee van starter naar ‘gevorderd professional’.
De criteria waaraan een gevorderd professional moet voldoen, zijn vastgelegd in de standaard
Jeugdzorgwerker ‘Gevorderd professional’. In de standaard is vastgelegd:


Welke competenties (20 in totaal) en taken (2 in totaal) de trainee aan het eind van het
traineeship moet kunnen aantonen.
Per competentie/taak: op welke beoordelingscriteria de trainee aan het eind van traineeship
wordt beoordeeld.
Het traineeship is een leer- en ontwikkeltraject dat door de organisatie zelf ingevuld kan worden.
Allereerst maakt de organisatie een inventarisatie van het eigen leer- en ontwikkelaanbod. De
organisatie brengt in kaart welke leer- en ontwikkelactiviteiten (scholing, training, begeleiding enz.)
ze al biedt aan startende jeugdzorgwerkers en welke competenties trainees met deze activiteiten
verwerven. Dit geeft inzicht in eventuele leemtes in het eigen leer- en ontwikkelaanbod; aan welke
Handreiking traineeship, april 2012 4
competenties wordt nog niet gewerkt door de trainee? Deze inventarisatie wordt gemaakt met
behulp van het instrument Raamwerk Traineeship.
Na de inventarisatie ontwikkelt de organisatie het eigen Traineeship. Het bestaande leer- en
ontwikkelaanbod wordt – indien nodig – aangescherpt of aangevuld met aanvullende leer- en
ontwikkelactiviteiten. Het traineeship kan bestaan uit groepsgewijze leeractiviteiten, maar ook uit
individuele leeractiviteiten die aansluiten bij de specifieke leerbehoeften van een individuele trainee.
Uitgangspunt van het traineeship is werkend leren; leren gebeurt in eerste instantie op de werkplek
(met activiteiten als coaching, intervisie, werkbegeleiding), daarnaast ook buiten de werkplek
(training, cursus)
Een vast onderdeel van het traineeship is het mentorschap. De mentor begeleidt de trainee bij zijn
leerproces. Er is een competentieprofiel voor de mentor en een mentorentraining ontwikkeld.
Hierin is aandacht voor het leren op de werkvloer en het begeleiden van trainees hierin. Een mentor
is iemand met ruime ervaring in het vak (een vakvolwassen Jeugdzorgwerker) en extra competenties
op het gebied van begeleiden en coachen van collega’s.
Uiteindelijk zal de trainee zich aan het eind van het traineeship moeten bewijzen als gevorderd
professional. Tijdens het traineeship verzamelt de starter bewijsmateriaal waarmee hij aantoont dat
hij zijn competenties heeft ontwikkeld. Dit bewijsmateriaal neemt hij op in een portfolio. Met het
portfolio toont hij aan dat hij voldoet aan de beoordelingscriteria zoals beschreven in de standaard
‘Gevorderd professional’.
Met zijn portfolio heeft de trainee twee opties. De eerste optie is om een proeve van bekwaamheid
te doen. De trainee laat dan zijn portfolio beoordelen door een beoordelaar van de eigen organisatie
of van een collega-organisatie. Na afloop van de pilot zal er een advies worden gegeven hoe
organisaties dit het beste zelf kunnen organiseren. Een proeve van bekwaamheid leidt niet tot een
erkend certificaat.
In het document proeve van bekwaamheid staat beschreven:



hoe de proeve in zijn werk gaat;
welke competenties met welk bewijsmateriaal moeten worden aangetoond;
hoe het portfolio beoordeeld zal worden.
De tweede optie is dat de trainee zich aanmeldt voor een EVC procedure. Het portfolio wordt
beoordeeld door een erkende EVC-aanbieder. De EVC-aanbieder hanteert hierbij de
beoordelingscriteria uit de standaard ‘Gevorderd professional’ (dezelfde beoordelingscriteria die in
de proeve van bekwaamheid worden gebruikt). Na beoordeling ontvangt de trainee een
ervaringscertificaat waarin beschreven staat welke competenties de trainee heeft aangetoond.
Wanneer de trainee alle competenties en beoordelingscriteria van de standaard ‘Gevorderd
Professional’ heeft aangetoond, kan hij zijn ervaringscertificaat bij FCB laten verzilveren in het
branchecertificaat Gevorderd Professional. Het branchecertificaat is een door de branche Jeugdzorg
erkend certificaat.
De EVC-aanbieder heeft een handboek waarin is omschreven hoe de EVC procedure zal worden
uitgevoerd en wat de kosten hiervan zijn.
Handreiking traineeship, april 2012 5
Voor vragen over het Traineeship kunt u terecht bij Karin Kleine: [email protected]
Handreiking traineeship, april 2012 6
Traineeship en producten
• Standaard 'Gevorderde
professional'.
• Raamwerk traineeship
• Aanscherpen en aanvullen
bestaand leer- en
ontwikkelaanbod (=traineeship)
•Mentorentraining
Voorbereiding
Traineeship
Handreiking traineeship, april 2012 7
Traineeship
• Traineeship
• Mentorbegeleiding
• Portfolio aanleggen
• Proeve van Bekwaamheid
• OF:
• EVC procedure die leidt tot
erkend Branchecertificaat
'Gevorderd Professional'.
Portfolio
beoordeling
Download