De waarde van het Oude Testament volgens HF

advertisement
De waarde van het Oude Testament volgens HF Kohlbrugge ~
In de leerschool van onze hoogste Profeet en Leraar
Dr. AH Bogaards
Uit “Die Kerkblad “ [GKSA] April 2004
In een populair commentaar [Bijbel in Praktijk] wordt gesteld: wij moeten niet in de
Messiaanse Psalmen [zo als Psalmen 2 en 110] dadelijk een voorspelling van Christus zien,
maar weten dat deze een latere interpretaties zijn van de eerste Christenen.
Er is niets nieuws onder de zon. In de 19de eeuw waren er al geleerden die dezelfde
beschouwing als in Bijbel in Praktijk hadden. Zij leerden: de schrijvers van het Oude
Testament hebben volstrek niet aan Christus gedacht. In tegendeel, de schrijvers van het
Nieuwe Testament hebben vele plaatsen in het Oude Testament zo verdraaid en vertolkt, dat
het op Christus moest passen, terwijl het toch op David en anderen zag. We zullen moeten
beseffen hoe verreikend beschouwingen zo als deze zijn`. Hiermee wordt het Oude Testament
naar zijn gezag en inhoud aangetast.
Tegen deze opvattingen heeft Hermann Friedrich Kohlbrugge reeds in 1855 een boek getiteld
Waartoe het Oude testament? geschreven. Zijn bedoeling hiermee was om te laten zien dat
het Nieuwe Testament ons het Oude Testament leert waarderen en verstaan als het gezagvolle
Woord van God met Christus als inhoud.
Christus alleen leert ons het Oude Testament verstaan en waarderen.
De hele theologie van Kohlbrugge kunnen we samen vatten in één frase: de mens een nul,
Christus alles. Hiermee bedoelt hij in de eerste plaats: onze zaligheid is uitsluitend het werk
van Christus.
Maar deze frase, de mens een nul, Christus alles, is bij Kohlbrugge eveneens van toepassing
wanneer wij het Oude Testament moeten uitleggen. Naar zijn natuur is de mens niet bekwaam
om de Schrift te verklaren. Wij zijn een grote nul wanneer we de Schrift moeten uitleggen.
Christus alleen leert ons het Oude Testament recht te verstaan en waarderen. Daarom moet de
hulpeloze mens naar het Nieuwe Testament toe gaan, want daar ontmoeten we onze hoogste
Profeet en Leraar.
In zijn proefschrift schrijft Kohlbrugge: een mens moet les ontvangen van de beste
Leermeester, Jezus Christus, en zijn apostelen. Dit wil zeggen in het Nieuwe Testament, les
ontvangen in het uitleggen van de Schrift. Daar wordt ons de sleutel gegeven tot het verstaan
van het Oude Testament. Met deze sleutel kunnen we de heilige deur openen om tot de
geheimen van de Schriften van het Oude verbond. In het klaslokaal van het Nieuwe
Testament leren we Oude Testament kennen als het gezagvolle woord van God, welke
Christus aan ons verkondigt.
Het is duidelijk: Kohlbrugge laat zich in zijn verstaan en waarderen van het Oude Testament
niet leiden door buitenbijbelse bronnen en door socio - historisch schrift verklaringsmethode,
maar aan de hand van Jezus, dit wil zeggen aan de hand van het Nieuwe Testament, gaat hij
naar het Oude Testament.
Hierin is Kohlbrugge door en door Bijbels. Hij houdt zich streng aan het gereformeerde
beginsel: de Schrift legt zich zelf uit [Sacra Scriptura sui ipsius interpres = De Heilige
Schrift is zijn eigen verklaarder]. Wie het Nieuwe Testament niet wil gebruiken in het
verklaren van het Oude Testament [en andersom: de Oude in het verklaren van het Nieuwe]
verlaat de leerschool van Jezus.
In de leerschool van onze Here Jezus Christus
Kohlbrugge bewijst in zijn Waartoe het Oude Testament? dat onder anderen de ongelovigen
Joden [zo als de Farizeeën], gelovigen Joodse tijdgenoten van Jezus [zo als Simeon], Jezus
zelf en de Bijbelschrijvers het Oude Testament zagen als


het gezagvolle Woord van God,
welke de Messias als inhoud heeft.
Ik kies één aangrijpend voorbeeld uit velen die Kohlbrugge opnoemt: Simeon.
In Lucas 2:25 staat er van hem geschreven dat hij de “ vertroosting van Israël verwachtte”
[vgl. Jes. 40:1; 49:13; 51:12; 54:11; Hagg. 2:8].
Met deze uitdrukking geeft de evangelist duidelijk te kennen dat Simeon de boeken van
Mozes en de Profeten als het betrouwbare, gezagvolle Woord van God heeft beschouwd, want
hij heeft de vervulling van de belofte er in als zeer nabij beschouwd. Simeon was zo vol van
dit geloof, verklaart Kohlbrugge, dat hij niet kon ophouden bidden dat hij de vervulling van
deze belofte aangaande de vertroosting zou beleven. En zegt Kohlbrugge, iemand die zo bid,
bewijst daarmee dat hij de woorden van Mozes en de Profeten als waarachtige woorden van
God beschouwd.
Dan laat Kohlbrugge zien wat voor Simeon de inhoud van het Oude Testament was: Simeon
had begeerd om de gezalfde van de Here met zijn eigen ogen te aanschouwen. Dit bewijst dat
hij het Oude Testament, onder andere Jesaja 33:17 [“ Uw ogen zullen den Koning in zijn
schoonheid zien”], Messiaans van Jezus heeft verstaan. In Lucas 2:30 jubelt Simeon het uit
dat zijn ogen nu inderdaad het heil van God hebben gezien. Uit deze woorden van vers 30 is
het voor Kohlbrugge duidelijk dat Simeon ook Jesaja 52:10 [“De Here heeft zijn heiligen arm
ontbloot voor de ogen van alle volken en alle einde van de aarde zullen zien het heil van onze
God”] gekend en Messiaans heeft verklaart: in Lucas 2:28 staat dat Simeon het kind Jezus in
zijn armen nam en God geloofd heeft.
Het is zeer aangrijpend wat Kohlbrugge over van deze daad van Simeon schreef. Simeon zegt
daarmee: de boeken van Mozes zijn voor hem in vlees en bloed overgegaan. Simeon staat met
het vervulde Oude Testament, met de inhoud van het Oude Testament, in zijn armen. Voor
zijn ogen ziet hij in vlees en bloed dat Gods Woord waarachtig en betrouwbaar is.
En hij erkent dit door God te prijzen met alle teksten die hij aanhaalt – Oudtestamentische
teksten welke hij vervuld ziet in het vleesgeworden Woord in zijn armen. Simeon ziet met
zijn ogen het gezag van het Oude Testament en aanschouwt met zijn ogen de inhoud van het
Oude Testament.
Hoe kan het zijn dat theologen in onze tijd de Messias niet meer zien in het Oude Testament?
Hoe ziet de oude Simeon Christus wel in de Schriften, ook, ja ook – let wel – toen Christus er
nog niet eens was of in zijn armen lag? Waar komt hij aan zijn Messiasverwachting, zijn
verwachting van de Vertroosting van Israël?
Dit zegt Kohlbrugge in zijn preek over Lucas 2:25: het was uit de Heilige Geest. De Heilige
Geest was op Simeon. Het was God de Vader welke Simeon vanuit zijn genadetroon door de
Heilige Geest aangespoord heeft en in zijn zondeverlorenheid naar de profetische Geschriften
van het Oude Testament gedreven heeft. En daar - in het Oude Testament - heeft Simeon
gelezen van de heerlijkheid van Christus en van de machtige vertroosting van zijn onderwijs.
Door deze profetische Schriften heeft de Vader Simeon aangespoord om de dag van de komst
van zijn Zoon in het vlees te begeren. Als iemand wil weten hoe de lezers in die tijd de
Messiaanse gedeelten toen hebben verstaan, hier kunnen zij het lezen – in het geïnspireerde
Nieuwe Testament.
Ik ga een beetje weg van Kohlbrugge, maar ik denk wel dat het volgende in de geest van
Kohlbrugge is. Waarom hebben de Joden niet geloofd dat Jezus de Messias van de Schriften
was? Stéphanus legt zijn vinger op de wond, wanneer hij in Handelingen 7: 51 zegt:
hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, u verzet u altijd tegen de Heiligen Geest.
En dan verteld Lucas verder: Stéphanus sloeg zijn ogen naar de hemel en zag de heerlijkheid
van God en Jezus staan aan de rechterhand van God’ [vv.55-56].
We kunnen zeggen: Stéphanus keek in de hemel in en – hij zag de Oudtestamentische Psalm
110. Met zijn ogen aanschouwde hij de vervulling van deze Messiaanse Psalm: Jezus aan de
rechterhand van God. Hoe ziet hij dat? Lucas onthult het geheim, wanneer hij zegt: Stéphanus
was vol van de Heilige Geest en heeft gezien.
Simeon ziet en Stéphanus ziet. Beiden van hen zien op dezelfde manier: alleen door de
Heilige Geest. Beide zien hetzelfde: zij zien het Oude Testament in zijn betrouwbaarheid en
in zijn vervulling, naar zijn inhoud: Christus. Simeon houdt de beloofde Christus in zijn
handen [Luc 2:28] en Stéphanus geeft hemzelf over in de handen van de Vorst van de
Oudtestamentische Psalm 110 {Hand 7:59].
Hier is geen sprake van interpretatie of aanpassing maar – zien. Mijn ogen hebben uw heil
gezien [Luc 2:30]. Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven [Joh 20:29].
Simeon heeft niet geïnterpreteerd, maar geloofd en gezien door de Heilige Geest.
Hier is geen sprake van interpretatie maar van inspiratie. Wij zijn onbekwaam tot enig goed –
ook tot uitleggen [zien] van het Oude Testament – tenzij wij door de Heilige Geest
wedergeboren worden [HC 3:8].*
Download