Schoolbezoeken Stockholm Week 46 Manon Jellinek SPH Hanzehogeschool Groningen 21 november 2010 Manon Jellinek Stockholm Inhoudsopgave Inleiding .................................................................................................................................................. 3 Schoolsysteem ...................................................................................................................................... 4 Forskola.................................................................................................................................................. 4 Grundskola ........................................................................................................................................ 4 Gymnasium........................................................................................................................................ 5 Universiteit ......................................................................................................................................... 6 Including ............................................................................................................................................. 6 Fritids .................................................................................................................................................. 6 Kosteloos ........................................................................................................................................... 7 Schoolbezoeken ................................................................................................................................... 7 Maandag ............................................................................................................................................ 7 Dinsdag .............................................................................................................................................. 7 Woensdag .......................................................................................................................................... 8 Donderdag ......................................................................................................................................... 8 Vrijdag ................................................................................................................................................ 8 Oudercontacten..................................................................................................................................... 9 Visie op schoolsysteem ..................................................................................................................... 10 Zelfstandigheid ................................................................................................................................ 10 Fritids ................................................................................................................................................ 11 Leerlingvolgsysteem....................................................................................................................... 11 Doelen Zweeds onderwijssysteem .............................................................................................. 12 Aandacht wereldoriëntatie ............................................................................................................. 13 Effectiviteit........................................................................................................................................ 13 Bijlagen: verslagen schoolbezoeken ............................................................................................... 14 2 Manon Jellinek Stockholm Inleiding Ik ben Manon Jellinek, vierdejaars SPH studente en doe op dit moment de vraaggestuurde specialisatie. De vraaggestuurde specialisatie houdt in dat je eigen ontwikkelwensen vast mag stellen. Deze ontwikkelwensen mag je aan de hand van je eigen excellentieplan gaan ontwikkelen. Ik heb ervoor gekozen om tijdens deze specialisatie aan de volgende ontwikkelwensen te werken: 1. Ik wil leren een bepaalde werkwijze of methode binnen een instelling kritisch te bekijken en van feedback te voorzien. 2. Ik wil een programma ontwikkelen waardoor intensiever contact is tussen ouders en school, zodat er meer profijt kan worden gehaald uit het RENN4- onderwijs. Ik ben tijdens deze specialisatie op onderzoek uitgegaan hoe er op dit moment op de Professor Bladergroenschool wordt samengewerkt tussen leerkrachten en ouders. Ook heb ik verschillende activiteiten bedacht die deze samenwerking vergroten. Als onderdeel van deze specialisatie ben ik in week 46 naar Stockholm geweest om te zien hoe het Zweedse onderwijssysteem in elkaar zit en hoe hier samengewerkt wordt met ouders. Ik heb deze week één ‘gymnasium’, één ‘forskola’ en drie ‘grundskola’ bezocht en veel gesproken met de directeuren en leerkrachten op deze scholen. Ik heb veel informatie gekregen over het Zweedse schoolsysteem en te horen gekregen hoe leerkrachten met ouders werken. Van tevoren was ik vooral benieuwd hoe het intensief het contact tussen leerkrachten en ouders was, omdat ik in de literatuur gelezen had dat kinderen vaak lange dagen op school zijn door de ‘fritids’ die er voor de kinderen is in Zweden. De ‘fritids’ is te vergelijken met de voor- en naschoolse opvang in Nederland, maar dan binnen school. Ik heb deze week heel veel kennis opgedaan over het Zweedse schoolsysteem en heb veel gesprekken gevoerd over de voor- en nadelen van zowel het Nederlandse als het Zweedse schoolsysteem. Ik heb op deze manier heel veel gewerkt aan mijn eerste ontwikkelwens. Ik heb de hele week kritisch gekeken naar het Zweedse systeem en mijn ideeen veelvuldig besproken. In dit verslag beschrijf ik eerst hoe het Zweedse schoolsysteem in elkaar zit. Hierna geef ik een kort verslag van de scholen die ik gezien heb en tot slot geef ik mijn visie op het Zweedse schoolsysteem. Als bijlage heb ik mijn logboeken van mijn dagen in Stockholm toegevoegd. Deze logboeken heb ik op dezelfde dag van mijn schoolbezoeken geschreven, zodat ik mijn eerste indrukken niet zou vergeten. Aan de hand van deze logboeken heb ik het verslag geschreven. Om het verslag meer kleur te geven en om de lezers een indruk te geven van mijn schoolbezoeken heb ik de foto’s die ik gemaakt heb tijdens mijn schoolbezoeken toegevoegd in het verslag. Dit verslag met foto’s zal onderdeel zijn van mijn eindpresentatie van de specialisatie. Ik vond het erg leuk en vooral superleerzaam om alleen een bezoek te brengen aan Stockholm. Ik heb in een week een erg goed beeld gekregen van het systeem en vond het vooral leuk om te praten over de voor- en nadelen van het Nederlandse en Zweedse onderwijssysteem. Dit bezoek heeft mijn kennis over onderwijs zeker vergroot en hier ben ik erg blij om! Manon Jellinek 3 Manon Jellinek Stockholm Schoolsysteem Het Zweedse schoolsysteem is anders opgebouwd dan het Nederlandse. De kinderen in Zweden gaan eerst naar de ‘forskola’. Dit is een school voor kinderen van 1-5 jaar oud. Na de ‘forskola’ komt de ‘grundskola’. Hier gaan kinderen van 6 tot ongeveer 15 naar toe. Het vervolg van de ‘grundskola’ is het ‘gymnasium’. Het ‘gymnasium’ bestaat uit drie jaar en is bedoeld voor kinderen van 16 tot en met 19. Forskola De ´forskola´ kan je vertalen als voorschool. De ´forskola´ is niet verplicht voor de Zweedse kinderen, maar bijna alle kinderen gaan hier wel naar toe. Vanaf één jaar ben je welkom op de ´forskola´. Op de meeste ´forskola´ zijn de kinderen in groepen van hun eigen leeftijd ingedeeld. Zo had je op de ´forskola´ die ik heb gezien een groep voor kinderen geboren in 2009, 2008, 2007, 2006 en 2005. Elke groep bestaat uit ongeveer 15-20 kinderen. Per groep zijn er drie juffen aanwezig. Deze juffen zijn verbonden aan de groep voor de hele ‘forskolaloopbaan’ van de kinderen. Je hebt dus voor vijf jaar normaal gesproken dezelfde juf. De kinderen gaan elke dag van de week naar de ´forskola´ toe. Op de meeste ´forskola´ wordt je verwacht rond half 9 en stopt het vaste programma om half 3. De kinderen waarvan de ouders niet werken zijn alleen deze uren aanwezig op de Forskola. De kinderen waarvan ouders werken kunnen vanaf 6.30 uur worden gebracht en tot 17.30 uur blijven. De dagen op de ´forskola´ zien er meestal ongeveer hetzelfde uit. Er zijn vaste eet en drinkmomenten. Ook hebben ze (in elk geval in de jongste groepen) vaste slaaptijden. Het slapen gebeurt in de rustruimte van de groep. Hier worden matjes op de grond gelegd en gaan de kinderen slapen. Naast het eten, drinken en slapen zijn de kinderen bezig met ontwikkeltaakjes, spelen, het ontdekken van materiaal, buiten spelen, zingen en worden ze voorgelezen. Op de ‘forskola’ waar ik was werkten ze in elke groep aan een bepaald thema. Dit thema komt terug in de opdrachten die gemaakt worden en de activiteiten in de groep. Zo had één groep bijvoorbeeld geluid, een andere water en weer een andere vogels. Na de ‘forskola’ ga je naar de ‘grundskola’. Deze zit normaal gesproken in een ander gebouw. Grundskola De ´grundskola´ bestaat uit tien klassen. De eerste groep heet de ´forskola-classe’. Hierna kom je in grade 1 en dit gaat door tot grade 9. De ‘forskola-classe’ is voor kinderen van zes jaar. Dit is te vergelijken met groep twee bij ons. Grade 1 t/m 6 zijn te vergelijken met groep 3 t/m 8 in Nederland en grade 7 t/m 9 is te zien als de onderbouw van de middelbare school in Nederland. Niet elke school heeft alle grades in huis. Vaak zie je dat een school of alle grades heeft of tot en met grade 5 of vanaf grade 6. Dit heeft te maken met het Zweedse curriculum en de lerarenopleiding in Zweden. Dit is verdeeld in tot en met grade 5 en vanaf grade 6. Deze verdeling zal volgend jaar veranderen. Dan komt er een driedeling: forskolaclasse tot en met grade 3, grade 4 tot en met grade 6 en grade 7 tot en met grade 9. In Zweden heb je de vrije scholen (kommunal) en de onafhankelijke scholen (friståenda). De vrije scholen zijn de scholen die bij de gemeentes horen. Ieder kind wordt aan een kommunale school (in de buurt) verbonden. Ouders hebben de keuzes om voor een andere school te kiezen. Dit kan dan een friståenda school zijn. De friståenda school heeft dezelfde doelstellingen als een kommunale school, maar kan een eigen profiel hebben zoals montessori of waldorf. Van de forskola-class tot en met 3 heb je de hele dag dezelfde leerkracht voor de groep. Meestal krijg je deze leerkracht de hele ‘onderbouw’, dus in het totaal vier jaar. Dit verschilt wel per school. De juf of meester van deze groepen geven alle lessen behalve gym aan de kinderen. De vakken die leerlingen moeten leren zijn te vergelijken met het Nederlandse onderwijs. De aandacht gaat uit naar taal, rekenen en spelling. Verder is er erg veel 4 Manon Jellinek Stockholm aandacht voor wereldoriëntatie (hoe ziet je omgeving eruit, wie ben je?) en voor creatieve vakken (drama, muziek, handvaardigheid. Van grade 4 tot en met 6 heb je op de meeste scholen als klas één vaste leerkracht. Deze leerkracht geeft de klas wereldoriëntatie (geschiedenis, aardrijkskunde, maatschappijleer, biologie enz). De vakken als rekenen, geschiedenis, zweeds en engels worden meestal gegeven door verschillende leerkrachten. Wanneer de leerkracht in grade 4 bijvoorbeeld goed geschiedenis kan geven, geeft zij geschiedenis in grade 4 t/m 6. In grade 5 zit bijvoorbeeld een goede rekenleerkracht en die geeft dit dan aan alle leerlingen. Zo heeft elke leerkracht zijn specialiteit en geeft hij of zij wereldoriëntatie. Grade 7 tot en met 9 is te vergelijken met de onderbouw van de middelbare school. Voor elk vak heb je een andere leerkracht en leerlingen krijgen meer vakken zoals: scheikunde, Spaans, Frans, wiskunde enz. De leerlingen wisselen ook net als bij ons na elk vak van lokaal. Alle leerlingen zitten bij elkaar in de klas. Er is dus geen verdeling op niveau binnen de groepen. Een verschil met de onderbouw van de middelbare school in Nederland is dat de leerlingen nauwelijks huiswerk hebben. De opdrachten worden in de lessen gemaakt. Soms moeten leerlingen nog even wat woordjes of iets dergelijks mee naar huis om te leren. De leerlingen gaan na grade 9 van de ‘grundskola’ af. Ze zijn dan ongeveer 15 jaar. Op de ‘grundskola’ wordt nauwelijks getoetst. In Zweden houden ze niet zo van toetsen. Er worden wel eens tests gegeven, maar hier krijgen de leerlingen geen cijfer op. Alleen aan het eind van grade 3, 6 en 9 krijgen de leerlingen een nationale proef. Ook hieruit komt geen score. Het enige dat je na de nationale proef te zien krijgt is of je binnen de bandbreedte valt vergeleken met de rest van de leerlingen in Zweden. Gymnasium Na de ‘grundskola’ ga je naar het ‘gymnasium’. Het ‘gymnasium’ is niet zoals bij ons het hoogste niveau van het middelbaar onderwijs, maar alle leerlingen gaan naar het ‘gymnasium’. Van 16 tot en met 19 jaar zitten de Zweedse kinderen op het ‘gymnasium’. Het ‘gymnasium’ is verplicht voor Zweedse kinderen. Het ‘gymnasium’ is te vergelijken met de bovenbouw van de middelbare school in Nederland. Een verschil met de ‘grundskola’ is dat de leerlingen die naar het gymnasium gaan zelf mogen kiezen voor een school. Bij de ‘grundskola’ wordt je zoals eerder gezegd geplaatst bij een school en kan je veranderen, maar voor het ‘gymnasium’ ligt de keuze helemaal open. Dit heeft voor een ‘gymnasium’ in Stockholm als gevolg dat kinderen van zo ongeveer honderd verschillende ‘grundskola’ komen. Om een ‘gymnasium’ te kiezen die bij je past zijn er voor de leerlingen drie manieren. De eerste manier is om te kijken naar de punten die je behaald hebt in grade 9. In grade 9 krijg je op de ‘grundskola’ punten (- = geen cijfer, IG = niet goed = 0 punten, G = voldoende = 10 punten, VG = ruim voldoende = 15 punten en MVG = heel goed = 20 punten) op verschillende vakken. Deze punten zorgen voor een uiteindelijke score tussen de 200 en 300 punten. Elk ‘gymnasium’ is gericht op leerlingen met een bepaald aantal punten. Zo zijn er ‘gymnasia’ die vooral leerlingen met ongeveer 200 punten aannemen, maar ook die ongeveer 250 punten hebben of 300. De volgende manier om een school te kiezen is het bezoeken van een studiebeurs of van de open dagen in het voorjaar. De laatste manier is dat leerlingen de vrijheid hebben om aan het begin van het schooljaar nog te wisselen van ‘gymnasium’. Er zijn hierdoor veel leerlingen die in de eerste vier weken van het schooljaar gaan meedraaien op verschillende ‘gymnasia’ en hierna pas een keuze maken. Dit zorgt voor chaotische eerste schoolweken. Wanneer je eenmaal op een ‘gymnasium’ zit mag je kiezen tussen verschillende profielen. Alle leerlingen hebben een aantal vaste vakken (Zweeds, Engels en Wiskunde), hiernaast hebben ze een aantal vakken die horen bij het profiel dat ze kiezen. Er zijn drie soorten profielen waarvan twee beroepsvoorbereidend en één beroepsgericht is. Naast de vaste en profielvakken moeten de leerlingen ook nog een aantal keuzevakken uitkiezen. Dit zorgt ervoor dat iedere leerling een totaal verschillend pakket heeft. Alle vakken die leerlingen volgen staan voor een bepaald aantal punten. Per 5 Manon Jellinek Stockholm jaar kunnen de leerlingen ongeveer 800 punten halen. Wanneer ze 2500 punten hebben, kunnen ze na het ‘gymnasium’ naar de universiteit. Deze punten behalen de leerlingen door de vakken te volgen. Belangrijk is dat je op het ‘gymnasium’ meedoet aan testen (hoe je het maakt is niet erg belangrijk) en voornamelijk de vaardigheden als discussiëren en vragen stellen worden ook als zeer belangrijk gezien. Het spijbelpercentage van leerlingen op het ‘gymnasium’ ligt hoog. De leerlingen mogen ongestraft 20% van de lessen missen. Spijbel je meer dan 20%, dan krijg je een waarschuwing en moet je verbetering laten zien. Komt er geen verbetering, dan kan de school contact opnemen zodat je schoolbeurs wordt verminderd. Leerlingen worden tot 20% (1 dag per week!) afwezigheid ook niet gekort op hun punten van een les. Zolang je je best doet tijdens deze les wanneer je er wel bent, haal je gewoon de volle punten van een vak. Universiteit Over de universiteit kan ik niet heel veel vertellen. Ik ben hier namelijk niet wezen kijken. Leerlingen in Zweden kunnen na het ‘gymnasium’ naar de universiteit wanneer ze voldaan hebben aan de 2500 punten. Heb je binnen het ´gymnasium´ niet de 2500 punten gehaald, dan kan je deze laatste punten nog bijhalen op het volwassenenonderwijs. Dit zorgt echter wel sowieso tot uitsluiting van een aantal richtingen binnen de universiteit. Je kan dan bijvoorbeeld geen dokter meer worden. De universiteit lijkt op het HBO en de universiteit samen in Nederland. Je hebt net als hier verschillende richtingen in Zweden. In Zweden gaan de leerlingen over het algemeen na het ´gymnasium´ eerst een paar jaar werken of naar het buitenland. Na ongeveer twee jaar keren ze dan terug in Zweden en kiezen dan voor een universitaire opleiding. Naar Zweedse begrippen is het eigenlijk ook vreemd dat ik volgend jaar al een HBO-diploma heb. Including Het Zweedse onderwijssysteem staat bekend om de ‘including’. Including houdt in dat alle leerlingen welkom zijn binnen de reguliere school. Over het algemeen is dit ook zo, maar voor een aantal zeer bijzondere leerlingen is er wel een school voor speciaal onderwijs. Het viel mij op dat er niet wordt gesproken over kinderen met ‘problemen’ of ‘achterstanden’. De leerlingen met een ontwikkelingsstoornis, handicap of leerprobleem worden kinderen met ‘special needs’ genoemd. Hieruit blijkt dat het ‘probleem’ niet bij het kind wordt gelegd, maar dat de leerkrachten hun best moeten doen om ze in hun speciale benodigdheden te voorzien. Tijdens de schoolbezoeken die ik heb gedaan viel mij op dat alle leerlingen elkaar respecteren. Alle kinderen zijn uniek en iedereen heeft zijn sterke en zwakke kanten. Dit is de maatstaf die zowel leerkrachten als leerlingen heel erg aanhouden en op deze manier worden kinderen ook behandeld. Ik ben tijdens mijn schoolbezoeken binnen het reguliere onderwijs kinderen met leerproblemen, kinderen met gedragsproblemen, een bijna blinde leerling en leerlingen in rolstoelen tegengekomen. Als school krijg je niet voor elk kind met ‘special needs’ extra geld om het te voorzien in behoeften. Sommige kinderen zoals bijvoorbeeld het jongetje die bijna niks ziet en een jongen in een rolstoel hebben wel een extra ‘rugzakje’. Scholen kunnen dan bijvoorbeeld een eigen persoonlijk begeleider voor het kind aanstellen of eigen materialen van dit geld aanschaffen. Scholen kunnen wel voor een groepje leerlingen met ‘special needs’ een extra bedrag van de overheid krijgen. Dit kan worden gestoken in extra hulp en materiaal voor deze leerlingen. Fritids Een ander bekend onderdeel van het Zweedse schoolsysteem is de ‘fritids’. De ‘fritids’ is binnen elke school aanwezig om kinderen zowel voor als na schooltijd (meestal binnen het schoolgebouw) op te vangen. De kinderen zijn op de meeste scholen van 6.30 uur tot 17.30 uur op school welkom. De ‘fritids’ is te vergelijken met de VSO/BSO/NSO in Nederland, maar is in Zweden per school geregeld. De kinderen zijn dus altijd samen met de kinderen van hun 6 Manon Jellinek Stockholm eigen klas en blijven over het algemeen in hetzelfde gebouw. Heel soms moeten de kinderen naar een gebouw dichtbij de school, omdat het niet binnen het schoolgebouw past. Vooral kinderen van de ‘forskola-classe’ tot en met grade 3 maken hier gebruik van. Kinderen waarvan een ouder thuis is (bijvoorbeeld een moeder met een jonger broertje of zusje) mogen soms niet gebruik maken van de ‘fritids’. Deze regels zijn per school verschillend. Bij de ‘fritids’ mogen de kinderen zelf weten wat ze gaan doen. Er zijn verschillende plekken in de school waar de kinderen mogen spelen. Vaak is er in elk geval de mogelijkheid om iets te knutselen, buiten te spelen, te spelen met lego, tafelvoetbal enz. Aan elke klas van de onderbouw is een ‘fritidser’ verbonden. Deze komt soms tijdens de lesuren in de klas om te helpen met activiteiten of kleine groepjes extra te begeleiden buiten de groep. De mensen van de ‘fritids’ zijn allemaal HBO-geschoold (in vergelijking met Nederland). Kosteloos Een opvallende zaak in het Zweedse onderwijs is dat zowel het onderwijs als de ‘fritids’ bijna kosteloos is. Voor het onderwijs hoeft zowel op de ‘grundskola’ als het gymnasium als de universiteit geen lesgeld betaald te worden. Het onderwijs wordt volledig door de overheid betaald. Deze overheid betaalt deze kosten natuurlijk wel uit de belastinggelden van de inwoners van Zweden, maar er worden geen individuele bedragen naar scholen overgemaakt. De ‘fritids’ en ‘forskola’ zijn ook nagenoeg kosteloos. Hiervoor geldt dat ouders meestal ongeveer 2% van hun inkomen betalen met een maximaal bedrag van ongeveer 50 euro per maand. Als je nagaat dat de kinderen hier ook eten en drinken krijgen, is dit natuurlijk bijna geen geld. Van de ‘forskola’ tot aan het ‘gymnasium’ krijgen de kinderen tussen de middag op school een warme lunch. De kinderen die na school blijven op de ‘fritids’ krijgen om 14.30 uur ook nog sandwiches en fruit. Schoolbezoeken In dit hoofdstuk beschrijf ik in het kort op welke scholen ik in week 46 ben geweest en wie ik daar heb gesproken. Maandag Op maandag heb ik het Frans Schartaus Gymnasium bezocht. Dit gymnasium lag in het zuiden van de stad Stockholm. Het Frans Schartaus Gymnasium was vroeger een school voor kinderen van de elite uit Stockholm. Sinds de komst van particuliere gymnasia is dit veranderd. De kinderen van de elite gaan nu meer naar de particuliere scholen en de kinderen uit de buitenwijken van Stockholm. De gemiddelde score waar de leerlingen mee binnenkomen uit grade 9 is 200. Op het Frans Schartaus Gymnasium heb ik gesproken met Harke Steenbergen. Dit is een Nederlander die zes jaar geleden naar Zweden is verhuisd. Hij is onderdirecteur op dit gymnasium. Hij heeft mij van alles verteld over het Zweedse onderwijssysteem in grote lijnen. Verder heeft hij veel verteld over de werking van het ‘gymnasium’ in Zweden. Hij vertelde ook over de problemen die ze kennen zoals het hoge spijbelpercentage. Ik heb van Harke een rondleiding gekregen door het hele gebouw en zo een beeld gekregen van een ‘gymnasium’ in Zweden. Dinsdag Dinsdag heb ik een bezoek gebracht aan de Kringlaskolan in Södertälje. Södertälje is een stadje dat ten zuiden van Stockholm ligt. Dit is ongeveer 40 minuten vanaf het Centraal Station van Stockholm met de trein. De Kringlaskolan is een ‘friståenda grundskola’. De ouders en leerlingen van deze school waren dus eigenlijk aan een andere ‘kommunale grundskola’ toegewezen en hebben bewust voor deze school gekozen. Er zitten ook 7 Manon Jellinek Stockholm leerlingen op deze school die gestart zijn op een andere basisschool, maar zijn veranderd tijdens hun schoolloopbaan doordat ze ontevreden waren over de (sfeer op de) andere school. Op de Kringlaskolan hebben ze de vanaf de ‘forskola-class’ tot en met grade 9. Vanaf de ‘forskola-class’ tot grade 6 hebben ze per klas één groep. Deze zitten op de bovenverdieping van de school en van grade 7 tot en met grade 9 hebben ze per klas twee groepen. Deze zitten op de onderverdieping van de school. Mijn contactpersoon op deze school was Sirkka Persson. Zij is de directeur van de school. Ik heb met haar zowel ’s ochtends toen ik kwam als ’s middags gesproken. Verder heb ik ’s ochtends in verschillende klassen tot en met grade 6 gekeken en ’s middags bij klassen vanaf grade 7. ’s Avonds was er op de Kringlaskolan een open avond voor ouders van huidige en ouders van nieuwe leerlingen. Hier ben ik ook geweest en heb ik alle verschillende groepen gezien. Woensdag Woensdag heb ik een bezoek gebracht aan de Gröndalsskolan. Dit is een school net buiten het centrum van de stad. De Gröndalsskolan bestaat uit twee wings. Beide vleugels hebben een eigen teamleider met een eigen team. Allebei de vleugels hebben vanaf de ‘forskolaclass’ tot en met grade 5. De Gröndalsskolan is een kommunale school. Mijn contactpersoon op deze school was Arnoul van Vugt. Arnoul is van Nederland naar Zweden verhuisd en woont nu net buiten Stockholm met zijn Finse vrouw en kinderen. Arnoul geeft Engels en gymnastiek op de Gröndalsskolan. Ik heb deze dag bij lessen van Arnoul gekeken, maar ook in andere klassen. Tussen de middag heb ik een lange tijd gesproken met de teamleiders van beide wings. We hebben over de school en het Zweedse en Nederlandse schoolsysteem gesproken. Donderdag Donderdag heb ik een bezoek gebracht aan een echte stadsschool: Lilla Adolf Fredriks Skola. Deze school ligt midden in het centrum van de stad. De L.A.F.S is een kommunale school en heeft vanaf de ‘forskola-class’ tot en met grade 5 binnen de school. De school ligt in een rijke buurt en er komen dan ook veel kinderen uit de elite van Stockholm naar deze school. Doordat er steeds meer nieuwe huizen in dit deel van Stockholm worden gebouwd wordt het nieuwe leerlingenaantal per jaar steeds groter. Grade 2 tot en met 5 heeft van elke groep twee klassen, maar de ‘forskola-class’ en grade 1 hebben al drie klassen per groep. Doordat het gebouw te klein is om al deze nieuwe leerlingen een plek te kunnen geven is de ‘fritids’ van een aantal klassen nu verplaatst. Op termijn zal alle ‘fritids’ naar een ander gebouw in de buurt gaan. Dit vindt de directeur zelf niet ideaal. Hij heeft de ‘fritids’ liever binnen het schoolgebouw, maar hier is geen ruimte meer voor. Ik had op deze school de directeur: Janne Lindelow als contactpersoon, maar hier loopt ook nog een Nederlandse studente, Veronique, voor tien week stage. Ik heb met haar ook van tevoren en in Stockholm contact gehad. Ik heb een Engelse les van Veronique meegedaan, heb verschillende klassen bekeken en had aan het eind van de middag een gesprek met Janne Lindelow. Janne heeft met zijn team in mei twee scholen in Amsterdam bezocht. We hebben het in dit gesprek veel over de sterke en zwakke punten van zowel het Nederlandse als het Zweedse onderwijssysteem gehad. Vrijdag Mijn laatste dag om een school te bezoeken was vrijdag. Ik ben op vrijdag naar de Forskolan Stormhatten geweest. Deze ‘forskola’ ligt ten noorden van de stad Stockholm in de wijk Tensta. In deze wijk wonen veel immigranten. Deze ‘forskola’ heeft groepen voor 1 jarige kinderen tot en met 5 jarige kinderen. De 1 en 2 jarigen zitten in de bovenverdieping van het gebouw, de 3 en 4 jarigen beneden en de 5jarigen in een bijgebouw aan de overkant van de weg. Op Stormhatten wordt volgens de Reggio Emilia visie gewerkt. Reggio Emilia gaat uit 8 Manon Jellinek Stockholm van het luisteren naar het kind. Ze proberen zo goed mogelijk aan te sluiten bij de kinderen en kinderen mogen zich op verschillende manieren met allerlei materialen uiten. Er wordt op vele verschillende manieren aan de ontwikkeling gewerkt. Op Stormhatten werken ze veel aan de hand van thema’s. Ik heb op Stormhatten een lange tijd gesproken met Karin Danielsson, de directrice en met Christina, de ‘orthopedagoog’. Ze hebben me van alles verteld over de gang van zaken op een ‘forskola’ en manier waarop zij werken. Ook heeft Christina me rondgeleid door de verschillende groepen, zodat ik een goed beeld kreeg van de verschillen en overeenkomsten per groep. Deze ‘forskola’ deed me denken aan het MKD (waar ik vorig jaar heb stage gelopen). Het grote verschil met het MKD is dat op het MKD alleen kinderen komen met ‘special needs’ en hier alle kinderen tussen de 1 en 5 jaar. Oudercontacten Het onderzoek dat ik in Nederland doe is gericht op de samenwerking tussen ouders en leerkrachten binnen de school. Tijdens mijn schoolbezoeken in Stockholm heb ik daarom ook op elke school gesproken over het contact met ouders. Voor mij kwam tijdens deze gesprekken naar voren dat de samenwerking met in Zweden erg lijkt op de samenwerking met ouders in Nederland. Natuurlijk zijn er tussen de scholen verschillen, maar over het algemeen is het beeld hetzelfde. Op de ‘forskola’ en van de ‘forskola-class’ tot en met grade 3 is er in ieder geval veel contact tussen ouders en leerkrachten bij het halen en brengen van kinderen. Veel kinderen uit deze klassen komen een aantal dagen van de week eerder dan de schooldag begint naar de ‘fritids’. Deze dagen hebben de ouders contact met de ‘fritids’ in plaats van de leerkrachten. Op de dagen dat kinderen wel komen wanneer de schooldag start (8.30) of worden opgehaald als de schooldag afgelopen is (14.00/14.30) dan hebben de leerkrachten eigenlijk altijd wel even informeel contact met ouders. Op de ‘forskola’ is dit contact nog intensiever en wordt zoveel mogelijk geprobeerd op deze momenten ook kort te praten over de ontwikkeling van het kind die ouders en leerkrachten zien. Vanaf de ‘forskola-class’ tot aan grade 3 hebben de kinderen op de meeste scholen een ‘schooldiary’. Op sommige scholen gaan ze hier tot en met grade 6 mee door. Alle scholen en klassen werken hier op verschillende manieren mee, maar de algemene lijn is hetzelfde. Dit schooldagboek nemen de kinderen aan het begin van de week op maandag mee naar school. Hier schrijven de kinderen dan het schoolrooster van die week in. Er komen bijzonderheden over de week die gaat komen in te staan. Op vrijdag schrijft de leerkracht aan de ouders een weekbrief. Deze bevat algemene informatie over de week en wordt in het schooldagboek geplakt. In de laagste klassen schrijven de leerkrachten ook een korte, persoonlijke mededeling naar ouders. Hier staat bijvoorbeeld: ‘Goed je best gedaan met gym’ of ‘wat heb jij een mooi beeldje gemaakt met handvaardigheid’. Ouders moeten dit bericht ondertekenen zodat leerkrachten kunnen zien dat ze het gelezen hebben en ouders mogen wat terugschrijven in het schooldagboek. Vanaf grade 3 worden kinderen vaak ook gevraagd iets over de week (hoe het ging) in het schooldagboek te schrijven. In Zweden zijn er op alle scholen twee keer per jaar gesprekken van een half uur met ouders en kinderen. Op de ‘grundskola’ zijn deze gesprekken voor ouders verplicht, op het gymnasium niet meer. Bij deze gesprekken zijn de leerlingen ook altijd zelf aanwezig. Er wordt gesproken over hoe het gaat in de klas. Hierbij wordt er gesproken over de kennis en ontwikkeling van de leerling, maar vaak ook over de vaardigheden die de leerling in de klas laat zien. Op sommige scholen moeten de leerlingen met ouders voorafgaand aan het gesprek een vragenlijst invullen. Deze wordt dan als soort agenda gebruikt voor het gesprek. Naast de gesprekken die twee keer per jaar met de ouder worden gevoerd hebben de leerkrachten ook telefonisch of contact per e-mail om zaken te bespreken. Wanneer er iets bijzonders op school of thuis is gebeurd kan er op deze manier altijd contact worden gezocht 9 Manon Jellinek Stockholm met elkaar. Met ouders van kinderen met ‘special needs’ is vaker contact en worden ook meestal in ieder geval vier gesprekken per jaar gevoerd. Tot slot is het in Zweden gebruikelijk dat ouders op elk moment welkom zijn in de klas van hun kind. Ouders mogen altijd een bezoekje brengen om te zien hoe het gaat in de klas en hoe hun kind het doet. Er wordt van deze mogelijkheid niet heel veel gebruik gemaakt, maar sommige ouders vinden het leuk om soms even een kijkje te nemen. Naast deze klassenbezoeken zijn er op de meeste scholen een aantal keer per jaar (soms zelfs elke maand of elke twee week) een optreden van de kinderen of een tentoonstelling. Ouders en andere belangstellenden zijn ook hierbij altijd welkom. Visie op schoolsysteem Tot slot wil ik mijn visie geven die ik heb gekregen over het schoolsysteem in Zweden. Over het algemeen lijken de scholen in Zweden op de scholen in Nederland. De nummering van de klassen is iets anders dan die van Nederland, maar de groepen die te vergelijken zijn lijken wel duidelijk op elkaar. Toch zijn me een aantal zaken tijdens mijn schoolbezoeken wel echt opgevallen waarover ik in dit hoofdstuk mijn mening wil geven. Zelfstandigheid Op alle scholen is me opgevallen dat de kinderen erg zelfstandig (kunnen) werken. Het is afwisselend per vakken, maar natuurlijk ook per leerkracht of de kinderen zelfstandig werken. Over het algemeen werden vakken als: geschiedenis, aardrijkskunde en maatschappijleer klassikaal gegeven. In deze lessen vertelde de leerkracht meestal eerst over het onderwerp. Hierna kregen de kinderen soms wel een opdracht in groepjes, maar dit was vaak een discussievraag. Klassikaal werd deze opdracht dan vaak nagesproken. De talen en rekenen zijn vakken die de kinderen voornamelijk individueel doen. Alle kinderen hebben een boek en moeten opdrachten maken, maar werken voor zichzelf. Er is weinig klassikale uitleg. Wanneer kinderen een vraag hebben mogen ze deze stellen en komt de juf of meester dit uitleggen. In de aanleerfase (grade 1) wordt wel meer gezamenlijk gedaan, maar vanaf de hogere grades werken kinderen zelf uit het boek. Dit heeft als gevolg dat de leerlingen allemaal op verschillende plekken in het boek zitten. Iedereen mag op zijn eigen tempo werken. Er wordt in het Zweedse systeem voor verschillende vakken nog wel extra geoefend in kleine groepjes. Dit doen de leerlingen vaak met de ‘fritids’. Het voordeel van zelfstandig en op eigen tempo werken, is dat er geen eisen aan de leerling worden gesteld. Je gaat ervan uit dat iedereen zijn best doet en sluit aan bij het kunnen van de leerling. Ook zorgt dit ervoor dat zowel zeer slimme als leerlingen die een bepaald vak erg moeilijk vinden tegelijk aan hetzelfde vak kunnen werken en hulp kunnen krijgen wanneer dit nodig is. Een nadeel van zoveel zelfstandig werken is dat leerlingen weinig reflectie krijgen op hun stof. De kinderen kijken vaak zelf hun opdrachten na, maar er wordt weinig gesproken over de manier waarop je iets doet en waarom iets misschien fout is. Leerlingen worden veel meer zelf verantwoordelijk gemaakt voor het leren. Wanneer je hard doorwerkt en vraagt wanneer je iets niet snapt kan je veel leren, wanneer je dit niet doet leer je misschien minder. Doordat er bij rekenen en taal minder klassikale les is, zul je de hele groep minder bedienen. Bij wereldoriëntatie vakken wordt wel heel veel klassikaal gedaan en worden de leerlingen uitgedaagd om te discussiëren, vragen te stellen, mee te denken en verbanden te leggen. Het Zweedse onderwijs is er erg opgericht om dit soort vaardigheden te oefenen en minder op het gezamenlijk leren van rekenen en talen. Verder was opvallend dat de kinderen ook een erg grote verantwoordelijkheid tonen. Op meerdere scholen is me opgevallen dat wanneer de leerkracht even uit de klas is, de kinderen gewoon rustig blijven zitten zonder te gaan praten oid. Ook in de jongere klassen waar de kinderen bijvoorbeeld aan het begin van de dag een half uurtje lezen, wordt nauwelijks gepraat of gefluisterd. Het is interessant te kijken waar deze 10 Manon Jellinek Stockholm ‘verantwoordelijkheid’ vandaan komt. Ik heb het idee dat in Zweden over het algemeen (ook in het verkeer of in de rij van de kassa) de fatsoensnormen veel belangrijker zijn dan gestelde regels. Op scholen zijn regels waar de kinderen zich aan moeten houden vaak niet zichtbaar. Soms heeft een klas regels van omgang met elkaar opgesteld, maar deze zijn vaak niet in elke klas hetzelfde. De leerlingen op de scholen die ik gezien heb worden veel beloond, maar ik heb niet echt gezien dat ergens een negatieve consequentie aanhangt. Leerlingen weten wat gebruikelijk is en gedragen zich hiernaar. Naar mijn gevoel is het grote verschil met Nederland dat hier veel in het dagelijks leven geregeld is met regels. Wanneer er geen regels zijn, zullen Nederlanders hier vaak ook snel misbruik van maken. In Zweden heb je veel minder deze regels, maar gedraagt iedereen zich veel meer naar de sociale normen. Voor elk zebrapad stopt bijvoorbeeld al het verkeer en in de klas zijn de leerlingen stil, of de juf nou wel of niet aanwezig is. Dit verantwoordelijke gedrag van kinderen is aan de ene kant heel mooi en fijn om te zien. Je zou kunnen zeggen dat kinderen in een zeer goed leerklimaat zitten, maar soms had ik ook wel het gevoel dat de leerlingen ook wel wat vrijer mochten zijn. Gewoon omdat ze kind zijn… Fritids Voordat ik naar Zweden ging heb ik verschillende dingen over het Zweedse schoolsysteem gelezen. Ik vond het bijzonder dat kinderen wanneer ouders dit willen de hele dag op school kunnen zitten. Wanneer nodig kunnen kinderen van 6.30 uur tot 17.30 uur op school zijn. Ze hebben dan les en gaan buiten de lessen om naar de ‘fritids’. Ik vroeg me af of er van deze regeling geen misbruik wordt gemaakt door ouders. Ik kan me voorstellen dat wanneer het nagenoeg kosteloos is om opvang voor je kinderen te regelen, er in Nederland veel misbruik van deze regeling zou worden gemaakt. Dit zou resulteren in dat kinderen hele dagen op de ‘fritids’ zouden zijn en dat er erg weinig contact met ouders is. Ik heb hierover gesproken met verschillende mensen uit het Zweedse onderwijs en hier werd mij verteld dat dit nauwelijks gebeurd. Natuurlijk is het lastig om hier zicht op te krijgen, maar eigenlijk kon niemand zich voorstellen dat ouders hun kinderen expres langer op de ‘fritids’ laten zitten. De meeste ouders zorgen er samen wel voor dat kinderen niet de hele week lange dagen op de fritids zijn, maar bijvoorbeeld twee dagen lang moeten blijven en de rest maar kort. Een regeling die ervoor zorgt dat ouders kinderen niet ‘voor niets’ op de ‘fritids’ houden, is dat kinderen waarvan de ouders thuis zijn vaak niet op de ‘fritids’ mogen komen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de moeder nog thuis is met een babybroertje of zusje. Deze regels kunnen scholen zelf bepalen en verschillen dus per school. Daarnaast is de ‘fritids’ absoluut niet iets waar kinderen tegenop zien. Alle leerlingen gaan in elk geval in de jongste klassen naar de ‘fritids’. Wanneer jij niet gaat, omdat bijvoorbeeld je moeder of vader thuis is met een jonger broertje of zusje, wordt dat vaak als saai ervaren, omdat alle vriendjes en vriendinnetjes wel naar de ‘fritids’ gaan. De ‘fritids’ is iets dat erbij hoort. Na school ga je daarheen en wanneer je papa of mama vrij is word je opgehaald en ga je naar huis. Kinderen zijn dit gewend en weten niet anders. Volgens leerkrachten zorgen ouders er over het algemeen ook voor dat de tijd die ze vrij zijn wordt besteed aan de kinderen. Het werk gebeurt wanneer de kinderen op school en bij de ‘fritids’ zijn en na schooltijd en in de weekenden doen gezinnen veel samen. Dit is natuurlijk voor mij lastig te beoordelen, omdat ik niet in een gezin aanwezig ben geweest. Leerlingvolgsysteem Tijdens mijn schoolbezoeken is me direct opgevallen dat er nauwelijks wordt getoetst in het Zweeds onderwijs. De meningen van het niet toetsen zijn verdeeld tussen de Zweedse leerkrachten, maar over het algemeen wordt er gezegd: ‘Wij zijn bang om te toetsen.’ Doordat er niet getoetst wordt is het zicht op de ontwikkeling van een leerling vaak erg subjectief. Er wordt veel gekeken naar de vaardigheden die een leerling laat zien en soms ook naar bepaalde opdrachten die een leerling maakt. Toch worden aan deze opdrachten en 11 Manon Jellinek Stockholm tests bijna nooit een score toegekend. Natuurlijk weten leerkrachten wel of een leerling goed is in taal of rekenen, maar hier is geen vaste maatstaf voor. Het lastige hieraan is dat er hierdoor ook niet echt een leerlingvolgsysteem is. Leerkrachten schrijven plannen voor de kinderen en evalueren deze tijdens bijvoorbeeld oudergesprekken. Er is echter geen grafiek of scorelijst waarop te zien is hoe een kind zich ontwikkelt en hoe dit ligt ten opzichte van de gemiddelde ontwikkeling. Hier is steeds meer vraag naar van ouders en ook van een aantal leerkrachten in het Zweedse onderwijs, dus ze zijn in Zweden aan het kijken hoe ze hier meer structuur in kunnen krijgen. Het grote nadeel van het ontbreken van een leerlingvolgsysteem is dat je nooit een objectief beeld krijgt van het kunnen van een leerling. Dit is in Zweden dan ook niet echt nodig, omdat leerlingen pas heel laat op niveau worden gegroepeerd. Dit heeft echter wel tot gevolg dat je leerlingen minder snel extra hulp zal bieden waar dat nodig is en minder snel extra zal uitdagen waar dat kan. Dit maakt dat de leerlingen allemaal op hun eigen tempo zich blijven ontwikkelen naar eigen verantwoordelijkheid! Gelijke ontwikkeling Zoals in het vorige hoofdstuk al gezegd is, wordt er binnen het Zweedse onderwijs nauwelijks gegroepeerd op niveau. Alle leerlingen werken op hun eigen tempo aan de eigen stof, maar leerlingen die achterlopen worden niet zoveel mogelijk aangespoord bij te komen. Hetzelfde geldt voor erg slimme kinderen. Deze leerlingen worden nauwelijks uitgedaagd om meer te leren of extra stof te oefenen. Ik heb dan ook ‘slimmere’ leerlingen gesproken uit grade 5, die zich erg vervelen op school, omdat het allemaal zo makkelijk is. Dit is erg jammer. Ik heb het idee gekregen dat in het in Zweden niet erg nodig is om je te onderscheiden. Alle leerlingen doen mee met de groep en werken op hun eigen tempo. Er is veel ruimte voor het individu, maar wel binnen de mogelijkheden van de groep. Dit is al te zien vanaf de ‘forskola’. Het is niet verplicht om naar de ‘forskola’ te gaan, maar bijna alle kinderen in Zweden starten hier. Dit heeft als gevolg dat je vanaf 1 jarige leeftijd allemaal op ongeveer dezelfde manier wordt gestimuleerd om je te ontwikkelen. In Nederland is dit veel meer afhankelijk van je thuissituatie. Heb je een ontwikkelrijke omgeving, dan zal je snel ontwikkelen. Heb je dit niet thuis, dan gaat het allemaal veel langzamer en kan je zelfs achter gaan lopen in je ontwikkeling. In Zweden wordt dit al vanaf hele jonge leeftijd bij alle kinderen gestimuleerd in de ‘forskola’. Dit zorgt ervoor dat kinderen al vanaf vroege leeftijd ‘op hetzelfde niveau’ zitten en dat dit minder afhankelijk is van je thuissituatie zoals in Nederland. Ook hieruit blijkt dat ‘gelijkheid’ een belangrijke waarde is in de Zweedse cultuur. ‘Iedereen heeft recht op dezelfde stimulans in de ontwikkeling en we maken geen onderscheid tussen kinderen hierin.’ Doelen Zweeds onderwijssysteem Het curriculum van het Zweedse onderwijs is op dit moment in ontwikkeling. In de huidige situatie is het nog zo dat er doelen zijn gesteld voor eind grade 5 en doelen zijn gesteld voor eind grade 9. Deze doelen zijn vaak erg ruim en groot. Dit houdt in dat scholen veel ruimte hebben om deze doelen in te vullen. Er wordt dan ook per school gekeken wat een team belangrijk vindt. Binnen een team zijn vaak ook verschillen qua lesgeven. Ik heb een directeur gesproken die deze ruime doelen het beste vindt van het Zweedse onderwijs. Op deze manier kan je je eigen draai geven als school aan de doelen en heb je de vrijheid om te kiezen wat jij belangrijk vindt. Uiteindelijk leren de kinderen toch allemaal hetzelfde, maar de manier waarop is dan een keuze van de school. Ik heb ook leerkrachten gesproken in Stockholm die het niet prettig vinden dat het curriculum zo vrij is. Volgens hen gaat dit vaak ten koste aan de kwaliteit van het onderwijs. Ik denk dat het aan de ene kant mooi is dat je als school je eigen visie en methode kan gebruiken. Dit zorgt ervoor dat je creatief bent en je probeert te onderscheiden als school, maar belangrijker vind ik het resultaat van het onderwijs. Ik denk dat het erg belangrijk is dat er duidelijke richtlijnen zijn per schooljaar, 12 Manon Jellinek Stockholm zodat het als leerling niet uitmaakt op welke school je zit. Je leert overal hetzelfde. Natuurlijk is de manier waarop altijd een invulling van de leerkracht, maar ook hierin vind ik dat er wel een lijn moet zitten, omdat alle leerlingen dezelfde kwaliteit van onderwijs verdienen. Aandacht wereldoriëntatie Tijdens mijn schoolbezoeken is me opgevallen dat er binnen het Zweeds onderwijs veel belang wordt gehecht aan wereldoriëntatie, maar ook aan vakken als handvaardigheid, drama en muziek. De vorming van jezelf is erg belangrijk. Bij wereldoriëntatie is bijvoorbeeld geschiedenis, aardrijkskunde en biologie erg belangrijk, maar ook maatschappijleer wordt al van jongs af aan gegeven. In de laagste klassen wordt er veel gepraat over jezelf, je omgeving en je gezin. Dit breidt zich steeds meer uit. Een voorbeeld dat past bij de vorming van jezelf is bijvoorbeeld ook de klassenvergadering die in sommige scholen standaard worden gehouden. Hier krijgen kinderen ook de mogelijkheid zichzelf te ontplooien. Ik vind het erg mooi en goed dat er zoveel aandacht is voor de ontplooiing van een kind, maar zie wel dat dit soms ten koste van het rekenen en taalonderwijs gaat. Leerlingen in Zweden weten veel over hun omgeving en zichzelf en leren zich op hun eigen manier te presenteren en hun mening te vertellen. Ook hierbij valt op dat het Zweeds onderwijs toch behoorlijk is gericht op vaardigheden en je ontwikkeling als mens en wat minder op ´harde kennis´ als taal en rekenen. Effectiviteit Ik denk dat het grote verschil tussen het Nederlands en het Zweedse onderwijs de effectiviteit is. In Nederland zijn er duidelijke doelen die in het onderwijs per jaar behaald moeten worden. Dit controleert de inspectie ook jaarlijks. Het is in Nederland vastgesteld hoeveel uur reken- en taalonderwijs je per dag krijgt. Daarnaast is de stof die je leert eigenlijk vanaf de basisschool al opgedeeld in blokken. Je leert iets over taal, rekenen, aardrijkskunde of geschiedenis, herhaalt dit en krijgt er een toets over. Er wordt hard gewerkt aan de kennis van de kinderen en dit wordt constant getest. Hierdoor hebben leerkrachten van elke leerlingen een duidelijk beeld van de ontwikkeling. In Zweden is veel meer aandacht voor de persoonlijke ontwikkeling. In Zweden is natuurlijk ook een curriculum, maar de doelen zijn hierin veel breder. In Zweden heb je ook een inspectie, maar die controleert natuurlijk op de Zweedse doelen. In Zweden leren de kinderen ook stof, maar wordt er niet na elk hoofdstuk een toets afgenomen om te kijken wat een leerling nu werkelijk weet. In Zweden is er enorm veel aandacht voor de vakken op het gebied van wereldoriëntatie en de vakken als handvaardigheid en muziek. De vaardigheden die de leerlingen in de klas laten zien worden als zeer belangrijk gezien. Ik denk dat het voordeel van het Zweedse systeem is dat de kinderen erg goed leren hun mening geven, vragen te stellen en na te denken over de maatschappij, maar dat dit vaak ten koste gaat van de kennis over bepaalde zaken. In Nederland wordt een duidelijke kennis per jaar aangeboden en wordt ook al gauw gemerkt wanneer je hierop uitvalt of wanneer je hier boven uit steekt. Leerlingen die uitvallen, kunnen snel extra hulp krijgen en leerlingen die het makkelijk doen krijgen uitgebreid werk. Doordat alle leerlingen in Zweden tot en met grade 9 bij elkaar in de klas blijven en niet op niveau gescheiden worden, zal het gemiddelde niveau van de klas ook lager blijven. Het verschil is dus duidelijk, wat het beste is…..? Ik denk de gulden middenweg….. Efficiënt leren en tegelijkertijd aandacht hebben voor de zelfontplooiing van kinderen. 13 Manon Jellinek Stockholm Bijlagen: verslagen schoolbezoeken In week 46 heb ik vijf verschillende scholen bezocht in Stockholm en omgeving. Ik na elke dag na mijn bezoek mijn indrukken uitgewerkt en beschreven wat ik gedaan en gezien heb. Deze verslagen zijn hieronder te lezen. Maandag 15 november: Frans Schartaus Gymnasium Vandaag ben ik naar het Frans Schartaus Gymnasium in Sodermalm geweest. Eén van de conrectoren op de school is Harke Steenbergen. Harke is een Nederlander die zes jaar geleden naar Stockholm is verhuisd. Met hem ik heb deze middag gesproken. Het gymnasium is een school voor leerlingen van 16-19 jaar. Het gymnasium is een vervolg van de grundskolan en is voor de leerlingen verplicht. Alle leerlingen mogen zelf kiezen naar welk gymnasium ze gaan. In het negende en laatste jaar van de grundskolan halen de leerlingen bepaalde punten. Deze punten halen ze door op verschillende vakken een score te halen (- = geen cijfer, IG = niet goed = 0 punten, G = voldoende = 10 punten, VG = ruim voldoende = 15 punten en MVG = heel goed = 20 punten). Leerlingen halen dit jaar meestal tussen de 200 en 300 punten. Een bepaald gymnasium is vaak gericht op leerlingen met een bepaald aantal punten. Het Frans Schartaus Gymnasium is gericht op leerlingen die rond de 200 punten score. Vroeger was het Frans Schartaus Gymnasium een school voor de leerlingen uit de elite gezinnen. Dit is veranderd sinds er particuliere scholen zijn gekomen. Het Frans Schartaus Gymnasium is een school van de overheid en heeft nu veel leerlingen uit de buitenwijken van Stockholm. Dit gymnasium krijgt per jaar leerlingen van ongeveer honderd verschillende basisscholen! Op het Frans Schartaus Gymnasium zitten ongeveer 800 leerlingen. Het eerste jaar heeft minder leerlingen doordat er een grote terugloop is in het totaal aantal leerlingen in Stockholm. Het is daardoor steeds meer vechten (op open dagen en beurzen) om leerlingen tussen de verschillende Gymnasia. Het totale leerlingenaantal in Stockholm zal de komende zes jaar naar waarschijnlijkheid alleen nog maar verder afnemen. Binnen de school zitten alle verschillende kinderen. De leerlingen mogen zelf kiezen naar welke school ze gaan. Dit kan aan het begin van het schooljaar nog veranderen. Er zijn veel leerlingen die in de eerste weken na de zomervakantie ‘proef gaan draaien’ op scholen. De eerste vier weken kennen dan ook erg veel wisselingen en verlopen chaotisch. Leerlingen hoeven geen geld voor school te betalen. Ook kinderen met dyslexie of bijvoorbeeld asperger zitten op dezelfde school. Het gymnasium heeft klas 1 tot en met 3. Elke leerling heeft een basispakket en mag daarnaast een profiel kiezen. Dit is handel en toerisme, maatschappijleer of economie. Hierbij horen ook weer bepaalde vakken. Hiernaast mogen de leerlingen nog keuzevakken volgen. Per jaar moeten de leerlingen rond de 800 punten halen. Dit zorgt voor een puntenaantal van minimaal 2500 punten aan het eind van het gymnasium. Zonder deze punten kan een leerling niet verder doorstromen naar de universiteit. Aan het eind van de drie jaar krijgen de leerlingen een soort diploma. Hiervoor hoeven ze geen examens te maken, maar dit gaat aan de hand van de punten die ze in de loop van het jaar kunnen halen. De punten die ze scoren kunnen ze halen door proefwerken, maar ook door hun vaardigheden die ze in de klas tonen. Leraren beoordelen bijvoorbeeld ook op het deelnemen aan discussies in de klas of het stellen van vragen. Elke klas bestaat uit 32 leerlingen. Een klas heeft twee mentoren die de ‘basisklas’ sturen. Naast de leraren zijn er op dit gymnasium twee decanen, twee maatschappelijk werkers, twee verpleegkundigen, twee ‘volwassenen/vrienden’, twee conciërges en gastvrouwen. Op het Gymnasium wordt veel gespijbeld. Hier zijn nauwelijks consequenties tegen. Alle leerlingen kunnen sowieso 20% van de tijd afwezig zijn. Wanneer je meer dan 20% van de tijd afwezig bent, krijg je een waarschuwing en moet je verbetering laten zien. Wanneer er geen verbetering is kan je schoolbeurs stop worden gezet. Bij het score van leerlingen wordt 14 Manon Jellinek Stockholm niet gekeken naar de hoeveelheid van de tijd dat een leerling afwezig was, maar naar de vaardigheden die hij/zij liet zien als die wel aanwezig was. Op het Gymnasium is nauwelijks oudercontact. Aan het begin van de schoolloopbaan is er een bijeenkomst voor ouders, maar verder is er weinig contact. De ouders krijgen wel twee keer per jaar een uitnodiging om op gesprek te komen op school, maar hier wordt nauwelijks gebruik van gemaakt. Zodra de leerlingen achttien zijn neemt de school helemaal geen contact meer op met ouders. Bij de diplomering komen ouders normaal wel op school voor de ‘utspring’. Dit is een feest waarbij de leerlingen de school uitspringen en de ouders buiten staan met babyfoto’s van de kinderen om hun behaalde diploma te vieren. Er is op school geen ouderraad of iets dergelijks. Dinsdag 16 november: Kringlaskolan Sodertalje Op dinsdag heb ik de Kringlaskolan in Sodertalje bezocht. Dit ligt ongeveer veertig minuten buiten Stockholm stad met de trein. Ik moest hier om 8 uur ’s ochtends zijn, dus de wekker ging op tijd! Mijn programma zag er deze dag als volgt uit: 8.00: Briefing met alle leerkrachten van de school 8.30 Grade 3: opening en lezen 9.00: Met een speciaal jongetje uit grade 3 individueel met leerkracht van grade 1 lezen 9.30: Grade 1: letters leren 10.15: Grade 6: geschiedens/religie 11.30: Grade 6: lunchen en pauze 12.30: Grade 7: engels 13.45: Grade 7: scheikunde 15.00: Leerlingen naar huis ïƒ voorbereiden open huis 17.30: Open huis voor ouders en belangstellenden 19.30: Einde bezoek Al met al een lange dag met veel indrukken. De school begint om 8.30 uur, maar de kinderen zijn welkom in de Fritids van 6.30 tot 17.30. Dit is ook op school en bedoeld voor de jongste kinderen in voornamelijk grade 1 t/m 3. Wanneer je ouders thuis zijn (bijvoorbeeld als ze een jonger zusjes of broertje hebben) mag je niet naar de Fritids. Uit de laagste klassen zijn er echter veel kinderen die eerder komen of langer blijven. De opbouw van de Zweedse school lijkt qua inhoud op elkaar, maar is iets anders genummerd. De Forskola is te vergelijken met groep 2 in Nederland, grade 1 tot en met grade 6 lijken op groep 3 t/m 8 en grade 7 t/m 9 lijken samen met het gymnasium op de middelbare school bij ons. Je kan zeggen dat de basisschool en de onderbouw van de middelbare school in hetzelfde gebouw zitten. Op de Kringlaskolan is van elke groep tot en met grade 6 één groep van 28 leerlingen en van grade 7-9 twee groepen met elk 28 leerlingen. Vanaf de forskola t/m grade 3 hebben de kinderen één leerkracht. Deze leerkracht geeft alle lessen behalve gymnastiek. Normaal gesproken komt de Fritids ook overdag in de klas om te helpen en individuele kinderen of groepjes te begeleiden. Vandaag was dit niet het geval. Van grade 4 t/m 6 is er voor elke grade één vaste leerkracht, maar deze leerkrachten wisselen wel tussen de klassen. De leerkrachten geven de vakken waar ze goed in zijn, dus zo geeft één leerkracht in alle klassen geschiedenis en een ander juist wiskunde. Op de drie klassen in grade 3 t/m 6 zijn 4 leerkrachten. Eén leerkracht is ‘over’ voor drama, muziek, handvaardigheid en het begeleiden van groepjes. Grade 7 t/m 9 lijkt op onze middelbare school. Eén klas heeft twee mentoren die verantwoordelijk zijn voor de helft van de klas. Verder wisselen de leerlingen per vak van lokaal en leerkracht. De vakken die op deze school aan elke leerlingen gegeven worden zijn: Zweeds, Engels, Spaans, Frans, wiskunde, scheikunde, natuurkunde, aardrijkskunde, geschiedenis, maatschappijleer, 15 Manon Jellinek Stockholm biologie en gym. De leerlingen hebben tussendoor toetsen en in grade 3, 6 en 9 nationale proeven. Deze zijn alleen bedoeld om de leerlingen in te kunnen schalen en voor zowel ouders als leerkrachten duidelijkheid te geven over hun kunnen. Wanneer de kinderen om 8.30 binnenkomen hangen ze hun winterkleren (jassen, broeken, mutsen, sjaals enz) op en doen ze hun schoenen uit. Niemand draagt binnen schoenen of laarzen. De leerkrachten hebben slippers of crocs en de meeste kinderen lopen op sokken. De kinderen wachten in een rij bij de deur van hun klas en de juf gaat bij de deur staan. De juf (of meester) geeft iedereen omstebeurt bij binnenkomst een hand en zegt: goedemorgen. De kinderen leggen hun tas bij hun tafel en komen voorin de klas op een kleed zitten. Er staat zachte muziek aan en de juf opent de dag met het checken van de namen en het doen van mededelingen. Dit gaat in elk geval in grade 1-3 zo. In de klas viel verder op dat de kinderen sommige vakken (als rekenen en spelling) heel zelfstandig doen, maar een ander vak als geschiedenis gaat bijvoorbeeld weer heel klassikaal. De leerlingen eten tussen de middag warm op school. Ze gaan met drie grades tegelijk lunchen en krijgen elke dag een andere warme maaltijd. De totale middagpauze is minimaal vijftig minuten. Na het eten gaan alle kinderen buitenspelen. Het oudercontact met leerkrachten gaat van de forskola tot en met grade 6 met een schooldagboek. De kinderen nemen die boekje mee naar school op maandag en het gaat mee naar huis op vrijdag. Elke week beslaat twee pagina’s in het dagboek. In het dagboek schrijven de kinderen op maandag de bijzonderheden van de week (weekrooster). Dit rooster staat ook de hele week op het bord. De kinderen moeten aan het eind van de week een stukje schrijven over hoe het ging in de klas. Leerkrachten schrijven op vrijdag een algemene brief naar alle ouders met informatie over de week. Deze wordt in het schooldagboek geplakt. Ook schrijft de leerkracht (vooral in grade 1 t/m 3) een persoonlijk stukje over de week in elk dagboek. De ouders kunnen terug schrijven, maar moeten het in elk geval ondertekenen als gelezen. Twee keer per jaar is het voor ouders verplicht om op school te praten over hun kind met de leerkracht. Tussendoor hebben leerkrachten per telefoon of mail contact met ouders. De frequentie verschilt per kind. Sommige ouders spreken leerkrachten elke dag, anderen minder. De Kringlaskolan is een particuliere school. Dit betekent dat ouders speciaal voor de school moeten kiezen. Hun kind zou eigenlijk worden toegewezen naar een andere school. Op de Kringlaskolan zitten hierdoor meer speciale en buitenlandse kinderen. Ook zijn er meerdere kinderen die bijvoorbeeld met problemen bij een andere school zijn binnengekomen. Er zijn echter ook ouders die graag willen dat hun kind op de Kringlaskolan komt en hier speciaal voor kiezen. De Kringlaskolan staat goed bekend. De sfeer is hier (zoals ik in één dag heb gemerkt) ook zeer vriendelijk en respectvol. Eén keer per jaar (toevallig vandaag) is er op deze school een open huis. De kinderen zijn verplicht op te komen deze avond en krijgen twee lessen. Ouders en belangstellenden mogen komen. Ook nieuwe ouders (van nieuwe kinderen) zijn op deze avond van harte welkom om de school te bekijken. Verder viel op dat veel oud-leerlingen op deze avond komen. De leerkrachten draaien een programma met hun eigen klas en iedereen is verder vrij om overal te kijken. Ouders die hun kind op de Kringlaskolan willen hebben moeten zich snel inschrijven. In de eerste zes grades is van elke klas maar één en er geldt: vol = vol. Wie het eerst komt die het eerst maalt. Om tegemoet te komen aan de bijzondere kinderen staat er op het schoolbord altijd het weekrooster (bijzonderheden die week) en een dagrooster. Hierdoor weten alle kinderen wat er van hen verwacht wordt en wanneer wat plaatsvindt. Dit is voor alle kinderen (en leerkrachten) prettig. Verder hebben grade 1-3 en grade 4-6 een extra ruimte om in te werken. Hier kunnen de fritids of andere leerkrachten in kleine groepjes of individueel werken met kinderen. In grade 3 zit ook een jongetje (met ADHD) die bijvoorbeeld alleen halve dagen naar school gaat. Hij gaat na de lunch naar huis, omdat de dagen anders te lang voor 16 Manon Jellinek Stockholm hem (en de klas) zijn. Het is wel de bedoeling dat dit opgebouwd wordt naar een normaal schoolschema. Al met al een superleuke dag met veel indrukken van alle verschillende grades! Woensdag 17 november: Grondalskolan Vandaag heb ik de Grondalskolan in Stockholm bezocht. De Grondalskolan bestaat uit twee delen. In beide delen heb je twee forskolan en van grade 1-5 één groep. Op de Grondalskolan werkt Arnoul van Vugt als Engels leraar en gymmeester. Arnoul komt uit Nederland. Ik heb deze dag het volgende gedaan: 8.00: Kennismaken met team 8.15: Naar grade 1-2 (Monica): lezen, opening, spelletjes, muziek 9.30: Gesprek met teamleider 10.00: Grade 4: Engels 11.00: Lunch + gesprek met teamleider, andere medewerkers 12.00: Gesprek met andere teamleider en rondleiding ander gebouw 13.00: Grade 4: gymnastiek De Grondalskolan ligt op een mooie plek in Stockholm. De school ligt wat hoger waardoor je over de stad heen kan kijken. Verder is het gebouw van binnen erg gezellig aangekleed. ’s Ochtends heb ik kennisgemaakt met de leerkrachten van de ene vleugel. Ik mocht eerst met Monica van grade 1 en 2 mee. Monica heeft vaste assistentie in de groep, omdat er een jongetje in de groep zit die maar voor 16% kan zien. Dit jongetje heeft ook extra hulpmiddelen (als een uitvergrootcamera) in de klas. De school ontvangt voor hem en voor een jongen in een rolstoel extra geld. Grade 1 en 2 krijgen sommige vakken gezamenlijk en andere vakken gesplitst. Wanneer Monica de ene helft lesgeeft, moet het andere deel zelfstandig werken of heeft gym. Vanochtend begonnen de kinderen met lezen. Het was heel erg rustig in de klas en iedereen was voor zichzelf aan het lezen. Na een kwartiertje mochten de kinderen in de kring komen zitten op het kleed voorin de klas. Monica ging eerst de namen bij langs. De kinderen moesten antwoorden met hun achternaam. Hierna gingen de kinderen een namenliedje zingen, zodat ik alle namen mooi kon horen. Dit was heel leuk. Na de namen herhaalden de kinderen in de klas de woorden die ze deze afgelopen tijd geleerd hadden. Dit ging aan de hand van een boekje. Het ging om woorden die hetzelfde klinken, maar die je anders schrijft en die wat anders betekenen. Na het herhalen van de woorden deden we een bewegingsspelletje. Dit doet Monica expres soms tussendoor zodat de beweeglijke kinderen niet steeds stil hoeven te zitten. Na het spelletje pakten de kinderen hun stoelen en kwamen ze weer in de kring zitten. Nu moesten de kinderen dingen uitbeelden die Monica op een kaartje had staan. Dit mochten de andere kinderen raden. Na het raadspel werd er nog twintig minuten gezongen. In de klas staat een piano waarop Monica ging spelen. De kinderen zongen alle liedjes bijna uit hun hoofd mee! Er werd voornamelijk gezongen over Sint Lucia. Dit is een Zweeds feest over een meisje met vier kaarsen op haar hoofd voor kerstmis. Mijn tweede bezoek gaf ik aan de Engelse klas van Arnoul. Arnoul had op dit moment grade 4. In deze klas was een Zweedse stagiaire die de les gaf. Eerst gingen de kinderen luisteren naar een stukje op de cd en daarna mochten ze dit zelf oefenen in tweetallen. De kinderen waren erg in me geïnteresseerd en we hebben ook een tijdje in het Engels gepraat. Na de oefeningen ging de klas een Engelse film kijken. Ook op deze school wordt aan grade 3-5 door verschillende leraren lesgegeven. De basisleraar geeft de wereldoriëntatie vakken en de andere vakken worden gegeven door de leraar die goed is in een bepaald vak. Om elf uur was het lunchtijd. Dit was in het gebouw naast het schoolgebouw. De kinderen hadden een soort lopend buffet waar ze sla, aardappels, vissticks en groente konden 17 Manon Jellinek Stockholm pakken. Alle klassen hadden een kwartier om te eten (om de beurt) en mochten hierna naar buiten om te spelen. Ook hier was er een lunchpauze van één uur. Tijdens de lunch heb ik met de teamleiders van beide wings gesproken. In het gesprek kwam naar voren dat ze op deze school vooral willen kijken naar de goede punten en niet de nadruk leggen op de slechte zaken. Ze willen van het positieve uitgang en zoeken naar kansen. Eén van de teamleiders heeft ook twee jaar in Nederland gewoond. Hij vertelde dat hij vooral raar vond van de Nederlandse scholen dat je maar tien minuten had voor de gesprekjes met de leerkracht als ouder. Op deze school hebben ze twee keer per jaar een gesprek van een half uur, wat vaak ook nog uitloopt naar een uur. De teamleider gaf aan dat hij de vrijheid in het Zweedse onderwijssysteem heel erg goed vindt. In het Zweedse onderwijssysteem heb je wel een aantal doelen die naar gestreefd worden, maar die niet echt verplicht zijn. Daarnaast is het ook zo dat iedereen zelf mag weten hoe je aan deze doelen werkt. Tussen scholen kunnen hier dus verschillen in zijn, maar ook binnen de school kunnen leraren veel zelf bepalen hoe ze werken. Na het gesprek met de teamleiders heeft de teamleider van de andere wing me meegenomen om me daar voor te stellen aan het team en de lokalen te laten zien. In deze wing werken ze erg veel met thema´s. Er wordt een bepaalde periode aan een bepaald thema in grade 1-3 en grade 4-5 gewerkt en dit wordt aan het eind afgesloten met een voorstelling of iets dergelijks. Het vorige thema was voor de onderbouw je omgeving en de seizoenen. In grade 4 en 5 ging het over insecten. Vandaag werd met de onderbouw gestart aan het nieuwe thema: geloof. Ze gingen hiervoor ’s middags naar de kerk om het thema te openen. In deze wing waren twee jongens binnen tijdens de pauze. Eén van hen zat in een rolstoel en de ander hield hem gezelschap. De jongens zitten in grade 5 en hadden afgelopen periode zelf een animatiefilmpje gemaakt. Dit was voor een wedstrijd in de klas en beide hadden ze een prijs gewonnen. De jongens hebben mij het filmpje laten zien en hierna ben ik weer terug naar onze eigen wing gegaan. ’s Middags ben ik bij gym gaan kijken. De school heeft een eigen gymlokaal op het terrein. Hier wordt door beide wings gebruik van gemaakt. De gymlessen worden door Arnoul gegeven aan beide wings. Tijdens de gymles deden de kinderen lijntikkertje, een hindernisbaan en een spel in het donker. Tijdens gym ligt in Zweden vooral de nadruk op het plezier. Arnoul had het idee dat er in het Zweedse gymonderwijs minder competitie zit dan tijdens de Nederlandse gymlessen. Het gaat er vooral om dat kinderen kennismaken met de verschillende bewegingsvormen. Een vast onderdeel van gym in een jaar is ook het oriënteren. Dit houdt in het zoeken van de weg met een kaart en een kompas. Arnoul begint hier bij grade 1 en 2 mee door in de gymzaal te navigeren. Grade 3 en 4 leren zich oriënteren op het plein en rond de school en met grade 5 gaat Arnoul het bos in. Normaal gesproken hebben de kinderen één keer in de week spel en één keer in de week bewegingsoefeningen (turnen). Na de gymles moeten alle kinderen douchen. Wanneer in een klas een bijzondere (drukke) leerling zit komt een begeleider of meester/juf mee om tijdens de gymles hem te helpen wanneer het misgaat. Na de gymles ben ik terug naar school gegaan. De kinderen waren inmiddels vrij. De kinderen die gewone lessen hadden waren om 14.00 uur vrij en gingen naar de fritids. De kinderen die als laatst gym hebben gaan door tot half 3. Na school kunnen de kinderen eerst nog sandwiches, fruit en knäckebröd eten. Ik heb even bij de fritids gekeken. Alle kinderen mochten spelen waar ze zelf wilden. Er is een plek om te spelen met lego, een tafelvoetbaltafel, een handvaardigheid ruimte waar geknutseld, gezaagd en gebouwd kan worden, de kinderen kunnen buiten spelen en de kinderen mogen ook in de klas spelen. De fritids loopt rond om de kinderen te helpen en in te gaten te houden. Wanneer de ouders vrij zijn halen ze hun kinderen op en nemen ze mee naar huis. Over het algemeen proberen ouders zo snel mogelijk uit hun werk te komen om de kinderen op te halen. Op de Grondalskolan werken ze net als op de Kringlaskolan in de laagste groepen (tot en met grade 3) met een schooldagboek. Ook hier schrijven de kinderen aan het begin van de week het weekrooster in en aan het eind van de week schrijft de juf kort hoe het is gegaan. Verder houden de leerkrachten via de telefoon of per mail contact. De meeste ouders van de 18 Manon Jellinek Stockholm jonge kinderen brengen hun kinderen zelf naar school en komen even in de klas om een praatje te maken met de leerkracht. Op deze manier wordt het contact steeds onderhouden. Verder is er in elke grade twee keer per jaar een gesprek met ouders, kind en leerkracht. Hierin worden de ontwikkelingen van het kind besproken. Deze gesprekken duren minstens een half uur en vaak wat langer. Naast deze gesprekken zijn er op de Grondalskolan regelmatig momenten waarop ouders langs kunnen komen om de werkzaamheden van hun kinderen te bekijken. Dit kan tijdens tentoonstellingen van een project, maar bijvoorbeeld ook bij een optreden van de kinderen. Ook deze dag was weer erg interessant!Een gezellige school met een vriendelijke uitstraling! Donderdag 18 november: Lilla Adolf Frederiks Skolan Vandaag heb ik de Lilla Adolf Frederiks Skolan bezocht. Dit is een echte stadsschool in het centrum van Stockholm. Op deze school zitten voornamelijk kinderen van ouders met een hoge opleiding. In de buurt van de school komen steeds meer gezinnen met kinderen wonen waardoor de school groeit. De Lilla Adolf Frederiks Skolan heeft de forskola tot en met grade 5. De forskola en grade 1 hebben drie klassen en de rest twee klassen. Doordat het aantal groepen groeit moet er uitgebreid worden. Dit is lastig doordat de school midden in de stad ligt. Op deze school zijn ze nu bezig om de fritids steeds meer in een gebouw buiten de school te houden en de klassen in eigen gebouw les te geven. Op deze school loopt Veronique uit Nederland stage. Zij is hier twee dagen in de week om Engelse les in kleine groepjes te geven. Mijn dag zag er als volgt uit: 8.30: Kennismaken directeur Janne Lindelow 9.00: Engelse les Veronique (vier kinderen grade 5) 10.00: Grade 5 (wiskunde en engels) 11.30: Lunchen 12.30: Grade 1 (taken en wiskunde) 13.15: Grade 3 (klassenvergadering) 13.45: Gesprek Janne Lindelow Veronique geeft aan vier groepjes Engelse les. Dit is vooral om te praten in het Engels en hierdoor de uitspraak van de kinderen te verbeteren. Drie groepjes zijn om extra Engels te oefenen, omdat deze kinderen het vrij lastig vinden. Eén groepje is bij Veronique, omdat ze al zo goed Engels kunnen. Tijdens de les waar ik bij was waren twee jongens (één kwam wat later) en twee meisjes. De kinderen moesten zinnetjes zeggen met I can, I have of I like. Hier hebben we verschillende spelletjes over gedaan. Na de spelletjes hebben we nog een tijdje gepraat over de hobby’s van de kinderen en over wat ze van de school vinden. De kinderen vinden school leuk en houden het meest van wiskunde. Wel gaven twee aan dat ze het soms een beetje saai vinden op school. Ze willen liever meer leren en vinden het wel leuk dat ze na de vakantie naar een andere school gaan. Na de Engelse les ben ik gaan kijken in grade 5. In deze grade 5 zitten de kinderen twee aan twee aan een tafel. Er zit geen vak in de tafel, dus ze hebben een soort koffer naast hun tafel waar alle boeken, schriften en potloden inzitten. De juf van grade 5 heeft Lena. De juf ging even weg en de kinderen zaten rustig aan hun tafel. Er werd niet gelopen, niet gepraat en zelfs niet gefluisterd. Iedereen zat keurig stil aan hun tafeltje tot de juf terug was. De kinderen begonnen met wiskunde. Iedereen werkt met wiskunde voor zichzelf uit een boek. Dit was duidelijk te zien doordat de ene op pagina 110 was en de andere al op bladzijde 140. De kinderen werken zelfstandig en mogen vragen stellen. Na wiskunde ging de klas verder met Engels. Dit begon wel klassikaal. De grammatica van de afgelopen week werd met vragen herhaald en de kinderen moesten hier antwoord opgegeven. Na de uitleg gingen de kinderen de vragen uit hun boek zelfstandig maken. Ik heb samen met een meisje de vragen 19 Manon Jellinek Stockholm gemaakt. Zij vertelde mij in het Engels wat ze moest doen en dan zochten we samen het antwoord. Toen de Engelse les afgelopen was, gingen de kinderen lunchen. Ik ging samen met Veronique met deze groep mee. Vandaag stond soep met brood en salade op het programma. Het buffet zag er mooi uit en er was veel keus in soorten salade. Na de lunch ben ik in de First grade wezen kijken. In klas 1C is één juf en een meester die helpt. Hij is er niet altijd, maar was vandaag wel in de klas om te helpen. In deze klas waren de kinderen voor zichzelf aan het werken. Ze mochten schrijven, Engels doen of een tekening maken over Skanssen. Bij het schrijven viel op dat de kinderen alleen blokletters leren schrijven. Deze gebruiken ze in de klas. Na de taakjes mocht de helft van de klas naar fritids. In de eerste grade gaat één keer in de week de ene helft van de klas eerder naar frititds en de andere dag de andere helft van de klas. Op deze momenten kunnen de juf en meester de helft van de klas extra aandacht geven en nieuwe dingen leren. De meester ging met de helft van de klas een nieuw getal leren. De kinderen hadden de getallen 1 t/m 9 geleerd en kregen vandaag het cijfer 0. De meester deed een paar spelletjes over het cijfer nul en ging de kinderen hierna een liedje leren. Dit liedje was een soort rijmpje met een aantal vaste bewegingen. Het aanleren van het cijfer nul ging allemaal op het kleed voorin de klas. Na de spelletjes en het zingen mochten de kinderen aan hun tafel gaan zitten en moesten ze het cijfer 0 in hun boek opschrijven. Ook werd het versje hierbij opgeschreven. Ik ben hierna naar de volgende klas gegaan. Mijn laatste bezoek was aan grade 3. In grade drie waren ze bezig met de klassenvergadering. Alle kinderen zaten aan hun tafel te kleuren en tegelijk werd er een vergadering gehouden. Hierbij was de juf en de fritids. Eén van de kinderen zat voorin de klas en was de voorzitter. Zij gaf aan de hand van de agenda aan welk onderwerp werd besproken en gaf de kinderen de beurt. Een andere leerling was de secretaris en schreef de belangrijkste dingen die besproken werden op. De juf hielp haar hierbij. De klassenvergadering is één keer in de week. Hierin worden verschillende dingen zoals: activiteiten, gym, muziek, rooster, dingen in de klas en ingekomen stukken (via de brievenbus in de klas) besproken. Elke week schuift de secretaris door naar de functie voorzitter en komt er een nieuwe secretaris. In de klas zitten twee vertegenwoordigers die één keer in de maand met de andere klassenvertegenwoordigers een vergadering hebben. De juf van grade 3 vertelde dat ze één keer in de week een brief naar de ouders schrijft. Dit gaat per mail en hierin staan de dingen die spelen in de klas. Ook schrijven twee leerlingen omstebeurt een stukje in deze weekbrief over de afgelopen week. Verder vertelde de juf van deze groep dat normaal gesproken de kinderen in grade 1-3 en de kinderen van grade 4 en 5 dezelfde juf hebben. Dit betekent dat ze de kinderen die ze nu heeft voor het derde jaar in haar klas zitten en dat ze volgend jaar weer begint met een nieuwe groep in grade 1. Dit gaat niet altijd zo, maar is wel de bedoeling binnen deze school. Na mijn bezoekje aan de klassenvergadering van grade 3 ben ik bij Janne geweest om met hem over een aantal dingen te praten. Hij heeft me uitgelegd hoe het komt dat het leerlingenaantal zo groeit en waarom er binnen veel scholen grade 5 het hoogste is. Mij lijkt het logischer als grade 6 (groep 8) het hoogste is. Dit komt doordat vroeger de onderwijsdoelen gemaakt zijn voor eind grade 5 en eind grade 9. Hier was de lerarenopleiding ook op gericht. Je leerde of tot en met grade 5 les te geven of vanaf grade 6. Dit jaar gaat dit waarschijnlijk veranderen. De overheid wil zowel de onderwijsdoelen als de opleiding richten op de volgende blokjes: 1-3, 4-6 en 7-9. Het kan goed zijn dat er binnen de school dan ook een grade 6 komt. Het personeel van de Lilla Skola is in mei naar Nederland geweest om drie scholen te bezoeken. Janne gaf toen aan dat hij het opvallend vond hoe goed de band tussen leerkrachten en leerlingen was. Ook vond hij het bijzonder hoe veel de kinderen stil op hun stoel zaten. In Nederland heeft het team ook een brede school bekeken met drie scholen hierin. Dit vond Janne een erg vreemde constructie. Ik heb hem verteld dat dit eigenlijk naar Zweeds voorbeeld is. Hier moest hij wel om lachen. Janne vertelde verder dat ze in Zweden nu proberen meer zoals in Nederland strengere eisen aan 20 Manon Jellinek Stockholm het onderwijs te krijgen. Ze willen de kwaliteit van het onderwijs omhoog brengen en meer maatstaven creëren voor de leerlingen. Op dit moment wordt de ontwikkeling van de leerlingen wel twee keer per jaar bekeken door de leerkrachten. Dit gaat echter subjectief. Er wordt gekeken hoe de leerlingen zich ontwikkelen op de verschillende leergebieden. Wanneer ze op een bepaald vak achterlopen wordt gekeken hoe dit komt en wat hieraan gedaan kan worden. Deze ‘reflectiemomenten’ zijn vlak voor de gesprekken met ouders. Een gesprek met een ouder duurt rond een half uur, maar is in Zweden altijd met het kind erbij. Ouders en kind vullen voorafgaand aan het gesprek een lijst in over de afgelopen tijd. Hier staan allerlei vragen op over het kind en het onderwijs. Deze lijst wordt ook besproken in het gesprek. Al met al was ook vandaag weer een zeer interessante dag. Leuk te zien dat de leerlingen ook hier erg zelfstandig zijn en veel verantwoordelijkheid hebben. Ze werken voor zichzelf en hebben geen echte regels nodig om zich aan te houden. Echter ook hier bleek dat er geen echt leerlingvolgsysteem is en dat dit in de toekomst wel gewenst is in Zweden door verschillende mensen. Vrijdag 19 november: Forskolan Stormhatten Mijn laatste bezoek van mijn schoolreis was aan de forskolan in Stormhatten. De forskolan wordt ook wel de preschool genoemd. Hier komen kinderen van 1 tot en met 5 jaar. Wanneer de kinderen zes worden gaan ze naar de forskolan-classe. Ik heb op Stormhatten gesproken met de directrice en de orthopedagoog. Op Stormhatten zijn vijf verschillende groepen (geboren in 2009, 2008, 2007, 2006 en 2005). Op elke groep staan drie juffen en de groepen bestaan uit ongeveer 15 tot 20 leerlingen. De jongste groepen zijn kleiner dan de oudste groepen. In het totaal bestaat de school uit 88 kinderen. Alle groepen zitten in hetzelfde gebouw, alleen de vijfjarigen zitten in een gebouw aan de overkant van een weggetje. Stormhatten werkt volgens de visie van Reggio Emilia. Dit komt uit een stadje in het noorden van Italie. Het belangrijkste van deze visie is dat de leerkrachten aansluiten bij de belevingswereld en vragen van de kinderen. Verder werken de leerkrachten op Stormhatten volgens de visie van Vygotski. De preskolan is niet een verplichting voor ouders, maar eigenlijk gaat zo goed als elk kind naar de preskolan. De kosten van de preskolan zijn niet hoog. Het komt neer op ongeveer 2% van je inkomen en het maximumbedrag ligt rond de 500 kroon per maand. Dit is ongeveer 50 euro en hiervoor krijgen de kinderen ook elke dag eten. De kinderen zijn op de preskolan van maandag tot en met vrijdag. De preskolan is open van 6.30 tot 18.00 uur voor de kinderen van werkende ouders. Ouders die thuis zijn mogen hun kinderen van 8.30-15.00 uur op de preskolan hebben. De breng en haaltijden mogen daarbuiten zelf bepaald worden, maar de ouders worden wel strikt verzocht de kinderen om 8.30 te brengen. Dit zodat de kinderen het belangrijkste van de dag meekrijgen. De kinderen mogen naar de preskolan zodra ze 1 jaar worden. De meeste starten in september tegelijk. Sommigen gaan daarom iets eerder naar school. Andere kinderen stromen tijdens het jaar nog in. De start van de preskolan is samen met de ouders van de kinderen. De eerste drie dagen op de preskolan komt een ouder met zijn/haar kind van 8.3015.00 uur op de preskolan. Dit is bedoeld zodat de kinderen en de ouders kunnen wennen. De ouders doen de meeste dingen met de kinderen. Op deze manier kunnen de juffen zien hoe de ouders met hun kinderen omgaan. Ook zijn deze drie dagen bedoeld zodat de ouders kunnen zien hoe het gaat op de preskolan en om contact te maken met de andere ouders. Na deze drie dagen gaan de kinderen alleen naar de preskolan. De overheid heeft een aantal doelen voor de preskolan vastgesteld. Deze doelen zijn niet erg strikt en kan je op je eigen manier invullen. Wat een aantal doelen zijn voor de preskolan zijn± zelfstandig worden, keuzes kunnen maken, communiceren, omgaan met emoties, 21 Manon Jellinek Stockholm samenwerken, leren te leren, kennis van je eigen omgeving en de beginnende ontwikkeling van taal en rekenen. Op Stormhatten werken de leerkrachten met thema´s. Dit jaar heeft elke groep een thema dat iets te maken heeft met het verklaren van wetenschappelijke of natuurlijke verschijnselen. Dit is iets wat kinderen altijd interesseert en waar kinderen leuke dingen over kunnen vertellen en leren. Op Stormhatten werd per groep gekeken welk thema paste bij de interesse van die groep. De kinderen bepaalden dus eigenlijk het thema. Het thema wordt een jaar vastgehouden en hier wordt op allerlei manieren meegewerkt. De jongste groep heeft bijvoorbeeld geluid, een andere water (drijven, zinken, regen) en de oudste groep vogels. Bij vogels ging het bijvoorbeeld eerst over waarom vogels kunnen vliegen en hoe ze eruit zien. Nu gaat het over de trekvogels en gaan de kinderen ook met kaarten van de omgeving werken. Zo wordt het thema altijd erg breed gebruikt. Een andere manier van leren op Stormhatten zijn de stations buiten. Eén keer in de week in de lente, zomer en begin herfst gaan de kinderen naar buiten. Ze worden dan opgedeeld in groepjes en gaan een station langs. Bij deze stations kunnen de kinderen verschillende dingen ontwikkelen. Zo heb je meestal een station over water, een station met houtbewerking, een station met verven en een station met het zoeken naar kleine beestjes. Dit is om kinderen met allerlei dingen bekend te laten maken en buiten te laten zijn. Nu in de winter worden deze stations niet gebruikt. De groep speelt wel gewoon elke dag buiten, maar ze gaan buiten niet meer van deze taken doen. Soms gaan ze wel met de groep de omgeving verkenning door in de buurt te gaan lopen of met de oudere kinderen ergens heen te gaan met de metro. Op Stormhatten hebben alle groepen reflectiontime. Dit is een overleg van 1,5 uur per week. Hier hebben de groepsleiders het met elkaar over de groep, hoe de afgelopen week was, wat ze de komende week gaan doen, hoe ze verder gaan met het thema en andere dingen die belangrijk zijn. Eens in de twee weken zit de orthopedagoog bij deze reflectiontime en bespreken ze samen hoe het gaat. Zij kan soms met bepaalde problemen of vragen helpen. Ik heb deze middag ook een rondleiding gekregen over de verschillende groepen. Dit was erg leuk om te zien. De twee jongste groepen zitten boven. De derde en vierde groep beneden en de laatste groep zit in het gebouw buiten. Dit is expres gedaan, zodat de leerlingen van de oudste groep bijvoorbeeld leren dat je niet zomaar de weg over kan steken, maar dat je moet uitkijken als je naar het speelplein gaat. In de groepen zijn verschillende ruimtes. Elke groep heeft een ruimte met allerlei ‘bouwmateriaal en knutselmateriaal’. Hier zijn de kinderen vrij om te knutselen en materialen te ontdekken. Ook is er in elke groep een leeshoek. In de leeshoek hangen van alle kinderen vanaf hun tweede jaar een verhaaltje aan de muur. Dit verhaal moeten ze zelf vertellen en dit schrijven de leerkrachten dan op. Aan de hand van de verhaaltjes die de kinderen elk jaar bedenken kunnen de leerkrachten de taalontwikkeling zien (bijvoorbeeld woordenschat). Verder is er in de groepen een rustruimte. Hier kunnen ze met kussens en dergelijke spelen, maar door de jongste kinderen wordt hier ook geslapen. Tijdens slaaptijd worden er matrasjes op de grond gelegd en een deken gepakt. De kinderen liggen dan allemaal bij elkaar. Ook was er in de meeste groepen een water- en een zandbak. En natuurlijk had elke groep een hoek waar het thema was terug te vinden, maar dit kwam eigenlijk ook in de hele groep terug. Op Stormhatten hebben ouders eigenlijk elke dag contact met de leerkrachten. Ze brengen en halen de kinderen zelf. Leerkrachten proberen altijd even een praatje te maken met ouders. Ze wisselen dan uit hoe het thuis en op de forskola gaat. Sommige ouders spreken ze meer dan anderen, maar de meeste nemen wel even tijd om te praten. Veel ouders (en kinderen) komen uit een ander land en hebben een andere moedertaal. Er zijn daarom binnen de school een aantal leerkrachten die een bepaalde taal (bijvoorbeeld Somalisch, Arabisch, Turks en Fins) spreken. Dit om zowel beter contact met de ouders als het kind te maken. Wat verder het oudercontact stimuleert is dat de kinderen zoveel mogelijk hun hele 22 Manon Jellinek Stockholm Stormhatten loopbaan dezelfde leerkracht hebben. Deze leerkracht gaat met hen mee van 1 tot en met 5 jaar. In elk geval twee leerkrachten op elke groep zijn voor de kinderen en ouders bekend. Dit zorgt ervoor dat leerkrachten alles over de thuissituatie weten en dat ouders de leerkrachten beter kennen en misschien meer vertrouwen. Naast de informele contacten zijn er twee momenten in het jaar waarop leerkrachten en ouders een officieel gesprek hebben. In dit gesprek wordt de map waar alles van een kindje in wordt verzameld (werkjes ed) erbij gepakt en aan de hand hiervan wordt de ontwikkeling besproken. Tijdens deze gesprekken wordt er zowel over thuis als over de forskola gepraat. Naast deze gesprekken is er nog een soort medezeggenschapraad met ouders op school. Zij praten mee over het beleid en de activiteiten van de school. Eén keer per jaar is er een soort ouderavond waarop ouders kunnen komen. Hierbij is meestal een gezamenlijke start en daarna wordt de groep ouders opgedeeld en gaan ze in verschillende klassen in thema’s verder. De ene keer worden ouders opgedeeld per klas, de andere keer op bijvoorbeeld afkomst en taal. Ik vond het erg leuk om deze forskola te zien. Ik heb een heel goed beeld gekregen van de forskola en vind het bijzonder te zien dat de kinderen allemaal naar de forskola gaan. Dit is een groot verschil met Nederland. Wat nog een verschil is denk ik, is dat de kinderen gaan voornamelijk gaan om zich te ontwikkelen en niet zo zeer dat de forskola is bedoeld als ‘oppasplaats.’ Een leuke en interessante dag! 23