Back to the Future - Management Executive

advertisement
Verandermanagement
Organisatieverandering
Strategie en organisatie
Als een van de grootste hotelketens ter wereld, heeft Novotel een leidende positie in Europa met vestigingen over de hele wereld. Aan het begin van de jaren
negentig, verloor Novotel haar leidende positie. Dit was voor een deel te wijten
aan de economische recessie, de Golfoorlog en andere factoren waarop de hotelketen weinig grip had. Het succes van een nieuw hotelconcept, Formula One,
Roland Calori, Charles Baden-Fuller
en Brian Hunt
van dezelfde eigenaar als Novotel, maakte echter duidelijk dat Novotel niet op
Roland Calori is hoogleraar Business
haar lauweren kon rusten. Van 1992 tot 1995 onderging het bedrijf daarom een
Policy aan de Lyon Management
ingrijpend veranderings- en verjongingsproces. De naam van het proces, ‘Back to
School in Frankrijk. Charles Baden-
the future’, was veelbetekenend omdat het blijk gaf van een synergetische aan-
Fuller is sinds 1999 hoofdredacteur van
het tijdschrift Long Range Planning.
pak. Een grondige analyse van het hele proces leverde een aantal sleutelfactoren
Hij is tevens hoogleraar Strategie aan
op, die volgens de auteurs van dit artikel, van toepassing zijn op vrijwel alle
de City University Business School en
grote veranderingsprocessen. Zij werpen nieuw licht op een aantal oude discus-
parttime hoogleraar Management aan
de Rotterdam School of Management.
Brian Hunt is onderzoeksdirecteur bij
sies en reiken tastbare handvatten aan voor actie, zowel voor wetenschappers als
voor managers uit het bedrijfsleven.
het Mahidol College of Management
in Bangkok.
Long Range Planning, no 33 (2000)
Het ingrijpende veranderingsproces van Novotel
Back to the Future
Hoe het allemaal zo ver kwam
Novotel werd in 1967 opgericht door twee ondernemers, Paul Dubrule en Gérard Pélisson, die geen van
beiden ervaring hadden in de hotelbranche. In de jaren
zeventig breidde Novotel zich uit met een gemiddeld
tempo van één nieuw hotel per maand, en in de jaren
negentig was de keten uitgegroeid tot de marktleider in
Europa (in 1991 had Novotel 191 hotels in achttien
Europese landen). Het was bovendien een mondiaal
bedrijf, met ook nog vijftig hotels buiten Europa. In
totaal had Novotel meer dan 36.000 kamers en meer
dan 30.000 medewerkers.
In het Europa van de jaren zeventig en tachtig was de
strategische positionering van Novotel vooruitstrevend.
Novotel combineerde facetten van viersterren- en driesterrenhotels en legde de nadruk op standaardisatie. Zo
waren hun gestandaardiseerde hotelkamers van 24 vierkante meter groter dan gemiddeld voor die prijs. Het
gestandaardiseerde buffetontbijt was altijd beter dan
gemiddeld voor driesterren (en zelfs sommige viersterren) hotels. Maar de dienstverlening was inflexibel en
lag duidelijk op driesterrenniveau. Gasten moesten hun
eigen bagage vanaf de receptie naar hun kamers dragen.
Zakenreizigers, toeristen, jong en oud werden op
Drie delen
We behandelen het verandermanagementprogramma van Novotel in de jaren negentig in
drie delen.
Ten eerste geven we een samenvatting van de
acties die managers namen op het gebied van
strategie en organisatie.
Ten tweede kijken we naar de volgorde en de
timing van de gebeurtenissen, en hoe die leidden tot snelle transformatie in een organisatie
met meer dan 30.000 mensen.
Ten derde besteden we aandacht aan de dialectische aard van de veranderprocessen: een vaak
genegeerd element in de literatuur, waarin
zaken liever als of-of dan als en-en worden
gezien. Bij Novotel observeerden wij overleg
en experimentatie; integratie en differentiatie.
Ook waren we getuige van zowel behoud als
transformatie, wat tot uitdrukking komt in onze
ondertitel ‘Back to the future.’
We eindigen tot slot met een bespreking van de
manier waarop ons verhaal kan bijdragen tot
een betere benadering van verandering.
M a n a g e m e n t S e l e c t • mei/juni 2001
43
Onderzoek naar theorie en praktijk
Onderzoek naar organisatieveranderingen heeft
talloze verhalen en theoretische raamwerken opgeleverd, en toch lijken noch mensen uit de praktijk,
noch wetenschappers tevreden te zijn met de
bestaande kennis. Dat komt waarschijnlijk omdat
organisatieveranderingen complexe verschijnselen
zijn die vanuit verschillende en aanvullende perspectieven kunnen worden bekeken. Elk perspectief
leidt weer tot andere invalshoeken. In dit artikel
kijken we vanuit een longitudinaal proces-perspectief naar verandering.
Uit ons onderzoek komt een aantal waardevolle
lessen naar voren. Door uit te gaan van een longitudinaal perspectief dat vele bedrijfsniveaus
omvat en door tevens de concurrentieomgeving
bij ons onderzoek te betrekken, laten we zien dat
het waardevol is om verandering te beschouwen
als een holistisch verschijnsel. Echte verhalen
over verandering, bevatten veel onderling
gerelateerde facetten van activiteiten die theoretici vaak afzonderlijk van elkaar behandelen.
Rijke beschrijvingen voegen bovendien waarde
toe aan de heersende theorieën. De meeste
mana-gers laten zich leiden door hun ervaring,
en uit onze ervaring blijkt de waarde van dialectisch denken.
Stadia in het Novotel-onderzoek
‘Inductief.’ In het eerste stadium van ons
Novotel-onderzoek verzamelden wij gegevens
zonder dat we een bepaalde verandertheorie voor
ogen hadden; we luisterden naar de ervaringen
van Novotel-medewerkers en lazen de documentatie van het bedrijf. De resultaten van deze exercitie zijn elders gepubliceerd als een case study
waarin de nadruk lag op het chronologische
aspect van de gebeurtenissen.
dezelfde manier behandeld, en zelfs op de gerenommeerde locaties werden er weinig pogingen gedaan om
differentiatie aan te brengen. Deze combinatie van viersterren faciliteiten en driesterren dienstverlening voor
een driesterren prijs droeg in de jaren zeventig en tachtig bij tot een succesformule. Er waren ook nog andere
innovatieve aspecten. Zo waren de hotels gesitueerd
buiten de stadscentra in de buurt van snelwegen en
vliegvelden, waar de grond goedkoop was en er weinig
concurrentie was. Novotel werd geïmiteerd door andere
44
M a n a g e m e n t S e l e c t • mei/juni 2001
‘Theoretische raamwerken.’ In dit artikel interpreteren we het verhaal aan de hand van drie theoretische raamwerken, die a posteriori geschikt
blijken om het succes van Novotel mee te verklaren. Voordat we toekomen aan het verhaal van de
verandering die we bij Novotel hebben waargenomen, geven we een korte beschrijving van de
context en van de manier waarop we ons materiaal hebben verzameld.
‘Interpretatie van de bevindingen.’ Het verhaal
over de verandering interpreteren we aan de hand
van acht factoren die de strategische en organisationele dimensies van onze observaties in zich
verenigen. Ons inziens zijn deze acht factoren
zeer breed, en op sommige vlakken compleet.
Daarnaast bespreken we de timing en de volgorde van het verandertraject, aspecten die volgens
ons van cruciaal belang zijn. In dit geval leidde
een goede timing in combinatie met gunstige
omstandigheden tot een snelle transformatie.
‘Ontwikkeling van theorie en praktijk.’ We eindigen het artikel door aan te tonen dat de veranderprocessen bij Novotel zowel ambivalent als dialectisch waren. De titel van dit artikel –‘Back to
the future’ – was de naam van het veranderproject
dat Novotel in het leven riep. Die naam gaf blijk
van hun dialectische werkwijze; er werd zowel
voor- als achteruit gekeken. Het was ook een
naam die uit het veranderproces zelf opkwam. Hij
was niet van tevoren opgelegd door de top, maar
werd met algemene instemming aangenomen tijdens het veranderproces. Deze en veel andere
observaties die we in dit artikel zullen doen, laten
zien hoe het verhaal van Novotel een aanzet kan
geven tot de ontwikkeling van betere conceptuele
raamwerken die leiden tot een meer geïntegreerde
benadering en beter management.
hotelketens, zoals Choice International (de merken
Comfort, Quality Inn en Sleep Inn), Forte (met zijn
Travelodge in het Verenigd Koninkrijk en op het vasteland van Europa) en Holiday Inn.
Malaise in de hotelbranche
Aan het begin van de jaren negentig begon de unieke
propositie van Novotel haar kracht te verliezen. Het
waren slechte tijden voor hotels in Europa. De gevolgen
van een economische recessie begonnen zich te mani-
Back to the Future
Accor Group
Novotel, de internationale driesterren hotelketen, behoort tot de Franse Accor Group. Accor
bestaat al meer dan twintig jaar en heeft zich
voortdurend aan zijn veranderende omgeving
weten aan te passen. Het lanceerde nieuwe
concepten, zoals de Formula One hotelketen, en
verjongde zijn bestaande activiteiten, inclusief
de Novotelketen. Accors vernieuwingsstrategie,
het verjongingsaspect en het verhaal van
Novotel, laten zien hoe een oud bedrijf een
omslag kan maken. Ze tonen ook aan dat zo‘n
proces zich niet langzaam hoeft te voltrekken,
en dat bedrijven bovendien baat kunnen hebben
bij een dialectische aanpak. De verjonging van
Novotel was radicaal, en tegelijkertijd duidelijk
Europees in een mondiale branche.
festeren. Bedrijven die krap bij kas zaten, probeerden
op hun reisbudgetten te bezuinigen en er werden minder zakenreizen gemaakt. Het reizen werd nog verder
aan banden gelegd door de Iraakse bezetting van
Koeweit eind 1990 en door de Golfoorlog begin 1991,
in combinatie met de dreiging van terroristische activiteiten in Europese steden, en alle hotels kregen minder
gasten. Veel hotels reageerden hierop door hun kamertarieven te verlagen, en gasten konden vaak hun eigen
prijs noemen. Sommige hotels boden incentives aan
bestaande gasten om langere verblijven of meer bezoeken te stimuleren. Intussen brachten ook andere
gebeurtenissen de sector in beroering. Forte, de grootste
hotelgroep in het Verenigd Koninkrijk, was in een
agressieve overnamestrijd verwikkeld met Granada.
Boden en tegenboden volgden elkaar op en de gebeurtenissen werden steeds grimmiger en persoonlijker toen
Sir Rocco Forte en Gerry Robinson van Granada wederzijds expliciete beschuldigingen gingen uiten in de
media. Granada (die het nieuwe vertegenwoordigde)
won uiteindelijk.
Een teken aan de wand
In Frankrijk boekte de eigenaar van Novotel, Accor,
succes met een nieuw concept, het Formula One budget hotel. Formula One, dat gelanceerd werd in 1985,
was een goedkoper comfortabel hotelconcept zonder
franje dat een ander marktsegment bediende dan
Novotel. Het was moderner. In de jaren negentig was
het onmiskenbaar uitgegroeid tot een succes en haalde
het klandizie weg bij andere budgethotels. Achteraf
gezien wezen het succes van Formula One, al opereerde
het in een ander marktsegment, de veranderingen in de
vraag en de komst van nieuwe concurrenten er al op
dat traditionele bedrijven als Novotel niet op hun lauweren konden rusten en dat ze de vraag naar meer
maatwerk in de markt moesten onderkennen. Dit signaal werd intern opgepikt. In 1992 beseften de co-presidents van Accor, de Novotel-eigenaren Dubrule en
Pélisson, dat er actie moest worden ondernomen. Ze
benoemden Gilles Pélisson (de neef van Gérard) en
Philippe Brizon tot de nieuwe co-presidents van
Novotel. Ze vervingen Claude Moscheni, die tien jaar
lang aan het hoofd van Novotel had gestaan. Hij stapte
over naar Pullman Hotels, een andere divisie van Accor.
In het kader op pagina 46 is de geschiedenis van
Novotel kort samengevat tot aan het einde van het grote
veranderprogramma in 1995.
Het verzamelen van gegevens en het interpreteren
van het verhaal
De meeste gegevens verzamelden we in 1994, toen de
grote veranderingen bij Novotel in volle gang waren.
We verzamelden een grote hoeveelheid documenten
over Novotel en de sector, zowel van binnen als van
buiten het bedrijf, en namen meer dan zestig diepteinterviews af. Onder de documenten bevonden zich
enkele interne memoranda die geschreven waren door
senior managers, beschrijvingen van kwaliteitsborgingsystemen, een videoband van een grote managementconferentie en ander relevant materiaal. Ons interviewprogramma was uitgebreid en veelomvattend en werd
uitgevoerd volgens traditionele onderzoeksmethodes.
Alle interviews werden op band opgenomen en zorgvuldig geanalyseerd door twee of drie onderzoekers. We
interviewden onder andere een van de co-presidenten
van het hotel, de meeste leden van het topmanagementteam, veel senior managers van het hoofdkantoor van
Novotel in Evry en general managers en hun personeel
in zeven verschillende hotels. Drie van deze hotels
lagen in Frankrijk, twee in Duitsland en twee in het
Verenigd Koninkrijk. Daarnaast observeerden we mensen tijdens hun werk.
Het onderzoek besloeg alle niveaus van het bedrijf en
verschillende landen. Het ging bovendien dieper in op
percepties en op operationele details en er was ruimte
voor enkele observaties van veranderprocessen en hun
resultaten. De resultaten werden chronologisch opgeschreven in een feitelijke stijl waaruit de perspectieven
van de auteurs duidelijk naar voren kwamen en die
weinig ter interpretatie overlieten. Het geheel werd vóór
publicatie gecontroleerd door de participanten om er
M a n a g e m e n t S e l e c t • mei/juni 2001
45
Chronologische samenvatting van de belangrijkste gebeurtenissen en acties
1967
Oprichting van Novotel door Paul Dubrule
management en commercie. Het kwaliteits-
en Gérard Pélisson
borgingsysteem wordt afgeschaft. Er wordt
1967-1983 Het ondernemende tijdperk. Novotel wordt
een nieuw profiel opgesteld voor general
een belangrijke speler in de hotelbranche
managers van de hotels en er worden nieu-
1983-1992 Oprichting van de Accor Group. Novotel is
we prestatie-indicatoren gedefinieerd. Het
samen met Sofitel, Mercure en Ibis een van
nieuwe managementsysteem wordt gefor-
de belangrijkste divisies
muleerd in de ‘war room’ in het hoofdkan-
1985
1991
1992
1992
Formula One, een nieuw hotelconcept,
toor in Evry
wordt gelanceerd
Maart-april Elke operationele directeur orga-
De Golfoorlog, de hele branche wordt
niseert een driedaagse conventie met zijn
getroffen. Novotel haalt recordwinsten in
hotelmanagers en de twee co-presidents om
december, hoewel de bezettingsgraad in alle
de details van het project nader in te vullen
hotelgroepen daalt
Mei-juni Selectie van hotelmanagers en ver-
April ‘Open space’ bijeenkomst van hotel-
wijdering van één laag uit de management-
managers in Fontainebleau. Managers zeg-
structuur in de hotels
gen dat ze vrijheid willen om beslissingen te
Zomer De general managers van de hotels
nemen en nieuwe ideeën uit te proberen. De
worden getest in het nieuwe assessment
bezettingsgraad in de branche blijft de hele
centre en er worden persoonlijke ontwikke-
zomer dalen
lingsplannen opgesteld. Er worden nieuwe
December Philippe Brizon en Gilles Pélisson
marketing-initiatieven genomen
komen met een levensvatbaar projectont-
Herfst De driedaagse conventie wordt
werp voor Novotel en worden benoemd tot
gehouden (met meer dan driehonderd deel-
co-presidents. Claude Moscheni, die tien jaar
nemers). Er wordt begonnen met de per-
lang president van Novotel is geweest, wordt
soonlijke ontwikkelingsplannen. Het restaure-
binnen de Accor Group benoemd tot presi-
ren van de hotels gaat van start. De ‘voort-
dent van Pullman International
1993
Januari De co-presidents kiezen de achttien
Eerste kwartaal ‘Progrès Novotel’ wordt
leden van het nieuwe top managementteam
gelanceerd, de competenties van alle mede-
en verwijderen twee lagen van de topstruc-
werkers worden beoordeeld. Er worden nieu-
tuur
we marketinginitiatieven genomen.
Februari Het nieuwe top managementteam
Voorstellen van de voortgangsgroepen en
begint samen te werken, en neemt twee
antropologen (adviseurs) in de arm. Ze definiëren drie werksystemen: communicatie,
zeker van te zijn dat de gegevens juist waren en er geen
sprake was van vooroordelen. Nu, enkele jaren later,
zijn de gegevens opnieuw bekeken en is er informatie
over de meer recente vorderingen van Novotel aan toegevoegd.
Top-down en bottom-up
Het veranderproces dat wij observeerden raakte zowel
het centrum van het bedrijf als de periferie. Er werden
een nieuw imago, nieuwe procedures en een nieuwe
prijsstelling ontwikkeld en er vonden veranderingen
plaats in bijna elk facet van het bedrijf. De meeste veranderingen raakten het hart van het oude standaardisa46
gangsgroepen’ en ‘clubs’ worden gelanceerd
1994
M a n a g e m e n t S e l e c t • mei/juni 2001
clubs worden geïmplementeerd
1994-1995 ‘Progrès Novotel’, ontwikkelen van competenties, verdere implementatie
tieconcept. Zij moesten de flexibiliteit verhogen en tegelijkertijd de kosten drukken en de aantrekkelijkheid
vergroten. De schaal van de veranderingen was gigantisch: vergeleken met de rest van de sector daalden de
kosten bijna direct met meer dan 10 procent als gevolg
van de verhoogde differentiatie en flexibiliteit. De bezettingsgraad bij Novotel, die begin 1993, aan de start van
het programma, een dieptepunt had bereikt, begon
daarna weer te stijgen.
Hoog rendement. De prestaties van Novotel zouden
natuurlijk het best kunnen worden afgezet tegen die
van de concurrentie, maar daarvan zijn geen gegevens
beschikbaar. We kunnen de omvang van Novotels suc-
Back to the Future
ces echter wel aangeven door de vorderingen van het
bedrijf te vergelijken met die van andere onderdelen
van de Accor Group. Formula One, een goed gedocumenteerd mondiaal succesverhaal, legt de lat hoog.
Novotel kon Formula One niet helemaal bijbenen (het
rendement van netto geïnvesteerd vermogen (RONA)
lag tussen de 13 en de 14,3 procent), maar het haalde
wel een sterk rendement in 1997, 1998 en 1999 van
meer dan 11,4 procent. RONA wordt door de groep
beschouwd als een belangrijke managementtool en
wordt volgens de gebruikelijke methode berekend:
bruto bedrijfsresultaat (EBIT) gedeeld door vaste activa
plus werkkapitaal.
Een systemisch inzicht en een reeks acties
Er zijn heel veel onderzoeken uitgevoerd naar bedrijven
in overgangsfasen, en de meeste komen uit op een
gemeenschappelijke reeks factoren die van invloed zijn
bij veranderprocessen. Hieronder bespreken we acht strategische en organisationele sleutelfactoren die in het geval
van Novotel van invloed waren op de veranderingen. Zij
worden samengevat in de tabel op pagina 49. Sommige
van deze acht factoren lijken misschien vanzelfsprekend,
zoals het belang van relaties met externe stakeholders,
andere zijn complexer en minder logisch, zoals verandering in de vorm van een project gieten. Wat wij willen
aangeven, is dat al deze stappen noodzakelijk waren. Als
Novotel een van deze aspecten achterwege had gelaten,
dan zou het veranderproces bijna zeker op een mislukking zijn uitgelopen. Andere organisaties in andere
omstandigheden hebben misschien andere stappen
nodig, maar de door ons genoemde stappen blijken heel
vaak van toepassing bij vernieuwingsprocessen.
Novotel onderkende de behoeften van de klant
Veel succesvolle bedrijven raken in moeilijkheden
omdat ze veranderingen in hun omgeving niet opmerken en er niet op inspelen. Bij Novotel zagen de twee
co-presidents de noodzaak tot verandering van de organisatie in omdat de klanten niet tevreden waren. Dat
inzicht lag niet zo maar voor de hand, omdat drie traditionele topmanagement-indicatoren niet in die richting
wezen. Ten eerste daalde de winst niet maar groeide zij,
en was zij op dat moment nog nooit zo hoog geweest in
de geschiedenis van Novotel. Het topmanagement zag
in dat de piek in de winst werd veroorzaakt door prijsverhogingen boven het prijsniveau van de concurrent en
niet zozeer door verbeterde productperformance. Een
tweede indicator, die van kwaliteitsborging, wees ook in
de richting van goede resultaten. Het hotel gebruikte
een programma waarmee 95 factoren (‘les 95 boulons‘)
werden gecontroleerd om de kwaliteit te beoordelen.
Hieruit kwam een hoog performanceniveau naar voren.
Dalende bezettingsgraad. In plaats van op basis van die
positieve signalen te concluderen dat de zaken goed
gingen, schonk het management aandacht aan de risicosignalen waarvan zij dachten dat ze echt van belang
waren. Een van die signalen was de dalende bezettingsgraad, die zich tegengesteld ontwikkelde aan gegevens
over winst en kwaliteitsborging. De bezettingsgraad was
gestaag aan het dalen van een hoogtepunt van gemiddeld 68 procent in december 1990 tot 62 procent in
juni 1992. Deze daling van 6 procent verschilde niet
veel van de daling waarmee andere onderdelen van de
groep (en andere branchepartijen) geconfronteerd werden. Mercure kende in diezelfde periode een daling van
64 procent naar 58 procent. De ster van de groep,
Het veranderproces was zowel top-down als
bottom-up, het raakte zowel het hart als de
periferie van het bedrijf, kortom: elk facet van de
bedrijfsvoering was onderhevig aan verandering
Sofitel, presteerde niet beter: in het jaar van december
1990 tot december 1991 werd dit onderdeel geconfronteerd met een daling van 67 naar 60 procent. De dalende bezettingsgraad in deze periode werd toegeschreven
aan een mini-recessie in Europa en aan de Golfoorlog.
Het feit dat de winst groeide terwijl de bezettingsgraad
daalde, werd toegeschreven aan een veranderd klantenbestand dat nu gemiddeld hogere prijzen betaalde.
Niet erg klantvriendelijk. Nog belangrijker dan bezettingsgegevens vond het topmanagement het oordeel van
lagere managers dat klanten niet goed werden bediend,
en het oordeel van de frontlinemedewerkers dat veel
klanten weinig waarde voor hun geld kregen. Een
receptiemedewerker schetste een levendig beeld van het
algemene gebrek aan flexibiliteit en klantgerichtheid dat
het gevolg was van een te rigide naleving van de procedures. Als er een klant om tien uur ’s avonds binnenkomt en vraagt hoeveel een overnachting kost, wat doe
je dan als je hem het volle tarief opgeeft en hij zegt:
‘Dat is te duur voor mij, kunt u die prijs niet wat laten
zakken?’ Ik moest zeggen ‘Nee, het spijt me mijnheer,
ik mag niet onderhandelen over prijzen.’
Novotel formeerde een nieuw topteam dat actie
ondernam
Individuen kunnen weinig doen in een organisatie,
maar collectief kunnen ze bergen verzetten. In veel
M a n a g e m e n t S e l e c t • mei/juni 2001
47
organisaties is het vormen van een gemotiveerd team
van centraal belang bij het managen van strategische
verandering. Binnen dat team moet onderling vertrouwen heersen, het moet voldoende bevoegdheden hebben en samengesteld zijn uit individuen die elkaar aanvullen in termen van cognitieve en gezagsstijlen. In het
geval van Novotel was de benoeming van twee nieuwe
co-presidents een belangrijke stap. Het is erg nuttig om
twee personen aan het hoofd te hebben van een ambitieus project: dat zorgt voor wederzijdse stimulering, vermindert het risico op individuele vooroordelen en verhoogt de interactiecapaciteit met de andere leden van
de organisatie. En wat het allerbelangrijkst was:
Philippe Brizon en Gilles Pélisson hadden verschillende,
complementaire capaciteiten en stijlen. Een aantal senior
managers beschreef Brizon als ‘een intellectueel met een
artistieke geest’, ‘zeer goed met cijfers’, ‘marketinggericht’ en ‘visionair’. Volgens Jungs typologie van cognitieve stijlen was hij ‘intuïtief’ en een ‘denker’. Pélisson
werd gezien als ‘zeer operationeel ingesteld’, ‘dicht bij de
werkvloer en de mensen’ en ‘een effectieve implementeerder van strategieën’. Volgens Jungs typologie van cognitieve stijlen was hij een ‘voeler’ en een ‘sensor’. Samen
bezaten zij de noodzakelijke kwaliteiten om innovatie te
stimuleren en aan te sturen: verbeeldingskracht, motivatie, planning en ervaring. De volgende belangrijke stap
was de transformatie van het topmanagementteam.
Een groot, maar innovatief team. Terwijl veel organisaties
hun teams juist verkleinen wanneer ze zich in een crisis
bevinden, koos Novotel voor de tegenovergestelde strategie. Het vorige team van acht leden werd vervangen
door een team van achttien mensen, waarvan twaalf
operationele directeuren. Het was dus een zeer operationeel georiënteerd managementteam. Om het gevaar
weg te nemen dat een grotere omvang de effectiviteit
zou ondermijnen, stelden Brizon en Pélisson razendsnel
hun kern managementteam samen. Daarin plaatsten zij
mensen die ze konden vertrouwen en die al eerder te
kennen hadden gegeven dat ze graag wilden innoveren.
Het team aan de top heeft meestal de formele bevoegdheid om beslissingen te nemen op het gebied van de
vier dimensies van verandering: strategievorming, het
ontwikkelen van middelen, reorganiseren en het verspreiden van nieuwe gedragsnormen. Als ze slim zijn,
realiseren ze zich dat ze de co-auteurs kunnen zijn van
de nieuwe strategie en dat ze de belichaming zijn van
de nieuwe gedragsnormen. De leden van het managementteam brengen, bedoeld of onbedoeld, duidelijk
symbolen van innovatie over. In het geval van Novotel
greep het koppel jonge nieuwe co-presidents terug naar
48
M a n a g e m e n t S e l e c t • mei/juni 2001
25 jaar geleden, naar het succesvolle ondernemende
initiatiefrijke tijdperk van de oprichters van het bedrijf.
Het duo geloofde niet in de mythe van de machtige,
charismatische visionaire leider die het bedrijf en de
mensen behoedt voor gevaar. Ze geloofden in een capabel, gemotiveerd topteam met complementaire stijlen
en voorbeeldgedrag.
Novotel beschouwde verandering als een project
Verandering kan worden geformuleerd als een strategisch project dat geïnitieerd wordt door het topteam en
verfijnd en geactualiseerd wordt door de operationele
units. In dat geval neemt het veranderproces een hybride vorm aan tussen twee extreme manieren van strategievorming: visie-missie aan de ene kant en langetermijnplanning aan de andere.
Het ‘strategische project’ bestaat uit drie delen:
• een grotendeels kwalitatief langetermijn-scenario op
corporate niveau en op het niveau van elke vestiging;
• een reeks gerichte projecten voor een paar belangrijke
strategische activiteiten en zeer concrete kortetermijn
(één jaar) actieplannen;
• een gedecentraliseerd scanningssysteem voor het snel
actualiseren van strategische opties.
Zo’n systeem werd in 1993 bij Novotel opgezet. Het
project bestond uit een paar pagina’s met een uitleg over
de nieuwe identiteit van het bedrijf in termen van concurrentievoordeel, belangrijke middelen, organisatieformule en gedragsnormen. Vervolgens werd er een eenvoudig raamwerk opgesteld dat bestond uit drie onderdelen: klanten, administratie (kosten) en mensen (de
‘driepoot’). Dit raamwerk moest als richtlijn dienen voor
de strategieformulering op zowel corporate als hotelniveau. Deze drie onderdelen weerspiegelden het zakelijke
belang van het herstellen van de winst en de groei.
‘War room’. Novotel ging nog verder en formuleerde
eenvoudige maatstaven om de voortgang te meten,
energie op te wekken en medewerkers tot resultaten te
prikkelen. De muren van de ‘war room’ in Evry hingen
vol met grafieken die steeds de situatie van één
Novotel-vestiging in kaart brachten en die per regio
gegroepeerd waren. Elke grafiek bevatte een paar eenvoudige prestatie-indicatoren (onder de noemers klanten, kosten en mensen). Plaksterren duidden op verbeterprogramma‘s en de vorderingen bij de implementatie
van actieplannen. Bijeenkomsten op regionaal niveau en
‘open space’ bijeenkomsten tussen hotelmanagers en
het topmanagement werden benut als gelegenheden om
de omgeving te scannen.
Back to the Future
Acties en processen tijdens het veranderprogramma van Novotel
Acties van Novotel
Inhoud van Novotels veranderprogramma
Erkennen van de
• Onderkende dat de dalende bezettingsgraad belangrijker was dan de groeiende winst
• Onderkende dat klantgegevens uit de eerste hand belangrijk waren
behoeften van de klant
van een nieuw topteam
• Benoemde twee co-presidents met verschillende capaciteiten en stijlen
• Vormde een sterk operationeel gericht team dat gecommitteerd was aan verandering
Verandering als een
• Veranderproces geleid door twee co-presidents, met het topmanagementteam als de
Formeren en motiveren
project
belangrijkste werkgroep
• Alle andere belangrijke veranderprojecten gecoördineerd in één projectkamer in het
hoofdkantoor (de ‘war room’)
Ontwikkelen van nieuwe
competenties en
• Definieerde competenties primair in termen van mensen, bijvoorbeeld frontline
medewerkers moeten multi-inzetbaar en flexibel zijn en managers moeten leiders zijn
capaciteiten
• Stemde incentives af op de ontwikkeling van competenties
• Investeerde in de ontwikkeling van nieuwe routines zoals het schoonmaken van kamers
Verkrijgen van steun van
• Kreeg vooraf groen licht van het hoofdbestuur voor grootschalige verandering en de
externe stakeholders
financiële kosten ervan
Herverdelen van de macht • Vergrootte de reikwijdte van bevoegdheden en verwijderde managementlagen om de
en veranderen van de
structuren
frontlinie meer macht te geven
• Betrok middelmanagement en frontlinie bij het veranderproces en gaf hen macht om de
resultaten te beïnvloeden
• Nam de door een frontline manager bedachte naam ‘Back to the future’ aan als de titel
voor het overkoepelende veranderprogramma
• Schafte het formele TQM-systeem af, waardoor frontline medewerkers meer beslissingsbevoegdheid kregen
Opstellen van de
communicatiestrategie
• Verwijderde veel hiërarchische lagen, zodat elk hotel direct rapporteert aan het
topmanagementteam. Dit geeft de frontlinie een stem en zorgt ervoor dat de
boodschappen van de top hen makkelijker bereiken
• Organiseerde twaalf driedaagse conventies met hotelmanagers, richtte voortgangsgroepen en clubs op en organiseerde vele andere bijeenkomsten
Bevorderen van nieuw
gedrag
• Wierf nieuwe mensen en verwijderde topmanagers die niet achter de veranderingen
stonden
• Liet alle middelmanagers deelnemen aan collectieve symbolische activiteiten (bijvoorbeeld
samen een schilderij maken)
• Publiceerde belangrijke individuele acties op lokaal niveau die symbool staan voor de
nieuwe werkwijzen
• Organiseerde specifiek lokale activiteiten in hotels om het evenwicht tussen standaardisatie en individualiteit te herstellen
M a n a g e m e n t S e l e c t • mei/juni 2001
49
Het succes van deze methode was niet te danken aan de
inzet van externe adviseurs. Novotel nam geen groot
adviesbureau in de arm, en de adviseurs waren antropologen (niet afkomstig van een business school!). Deze
keuze had een gegronde reden; het management wilde
graag het beste behouden uit het verleden, dat als platform zou moeten fungeren voor de toekomst.
Novotel ontwikkelde nieuwe competenties en
capaciteiten
De op middelen gebaseerde visie van het Novotel benadrukt dat bedrijven hun richting niet kunnen veranderen zonder nieuwe competenties en capaciteiten te ontwikkelen. Daar is tijd voor nodig. Nieuwe mensen aannemen en hard werken kan het proces versnellen, maar
in een grote organisatie moet de meerderheid van de
mensen meestal een geleidelijk leerproces doormaken
(zowel via cursussen als on-the-job). Organisaties moe-
Het is erg nuttig om twee personen aan het hoofd
te hebben van een ambitieus project: dat zorgt
voor wederzijdse stimulering, vermindert het
risico op individuele vooroordelen en verhoogt
de interactiecapaciteit met de andere leden van
de organisatie
ten zich concentreren op groepen sleutelfiguren, de
mensen die betrokken zijn bij de meest cruciale werkzaamheden en interfaces. Voor de meeste strategische
veranderingen is dit soort zeer grote, niet-tastbare
investeringen nodig.
In 1993 concentreerde het topmanagement van Novotel
zich op de persoonlijke ontwikkeling van de 280 general managers van de hotels; zij waren duidelijk de sleutelfiguren bij de verjonging van Novotel. Nadat het
nieuwe profiel en de nieuwe rol van de hotelmanagers
zorgvuldig waren vastgesteld en nadat de mensen waren
geselecteerd die het potentieel hadden om ‘Maîtres de
Maison’ te worden, werd er een assessment centre opgezet. Alle hotelmanagers ondergingen een assessment,
zodat er persoonlijke ontwikkelingsplannen konden
worden opgesteld, en kon er worden gestart met trainingsprogramma‘s op maat. Dit was de eerste stap van
‘Progrès Novotel’, het ambitieuze plan voor de ontwikkeling van human resources. In het kader van dit plan
werden de competenties van alle medewerkers beoordeeld, en vanaf 1994 werden er grootschalige trainingsprogramma’s geïmplementeerd door de ‘Accor Academy’.
Op deze manier werd de taak om te veranderen verlegd
van de grote organisatie van meer dan 33.000 mensen
50
M a n a g e m e n t S e l e c t • mei/juni 2001
naar de 280 units, die ieder gemiddeld 120 mensen
hadden. Dankzij dit delegeerproces konden de units
ook sneller handelen dan de organisatie als geheel.
Bovendien kon elke unit zijn response afstemmen op
zijn eigen unieke capaciteiten en op zijn eigen lokale
situatie. Dankzij deze structuur konden de units ook de
nieuwe boodschap benadrukken dat standaardisatie
niet langer het sleutelwoord was, en wijzen op de
noodzaak tot grotere flexibiliteit en klantgerichtheid. Zo
veranderden alle frontline medewerkers in multi-inzetbare arbeidskrachten die beter in staat waren om de
klant te plezieren en tevreden te stellen.
Novotel kreeg de steun van externe stakeholders
Het succes van ambitieuze projecten is vaak afhankelijk
van de inzet van externe middelen. Zulke projecten
moeten zich tenminste verzekerd weten van de steun of
de neutraliteit van machtige externe stakeholders. Bij
nieuwe zakelijke avonturen kan het mobiliseren en
inzetten van middelen en de steun van stakeholders
(klanten, leveranciers, beleggers etc.) van cruciaal
belang zijn. Het kan ook van cruciaal belang zijn om
radicale verandering te bevorderen in volwassen organisaties. Initiatieven als de balanced scorecard zijn gebaseerd op deze principes.
Novotel verzekerde zich in 1993 van de steun van de
stakeholders binnen de Accor Group, in de personen
van de co-presidenten van Accor. Op basis van hun
projectbeschrijving en hun eerste resultaten vroegen en
kregen Brizon en Pélisson de steun van het corporate
niveau en de financiële middelen om de hotels te restaureren en niet-tastbare investeringen te doen. In dit
geval ging het om aanzienlijke bedragen van meer dan
een miljard Franse francs. Het grootste deel hiervan was
nodig om de herplaatsing van overtollige medewerkers
te bekostigen, het merk opnieuw te lanceren en het
fysieke kapitaal te upgraden. Ook werden er financiële
middelen ingezet om het bestaande personeel te behouden en om specialistische projecten te bekostigen voor
het oplossen van specifieke problemen.
Herverdeling van de macht en verandering van de
structuren
Op het politieke speelveld van radicale verandering
bevinden zich zowel externe stakeholders als coalities,
groepen en individuen binnen de organisatie. Bij radicale veranderingen worden meestal vraagtekens geplaatst
bij de bestaande formele en informele machtsstructuur
en is er een nieuwe verdeling van de macht nodig. Het
topmanagementteam heeft per definitie de bevoegdheid
en de verantwoordelijkheid om die macht te herverde-
Back to the Future
len. Wil de verandering effect hebben, dan moeten er
voor een dergelijke herverdeling twee basisregels in
acht worden genomen: a) geef meer macht aan de middelmanagers en de lagere echelons en b) verleen meer
bevoegdheden aan de individuele medewerkers en de
organisationele eenheden die de leiding hebben over
cruciale activiteiten en die positief staan tegenover het
project. Deze twee regels klinken misschien simplistisch
voor mensen die de complexiteiten van herstructurering
of re-engineering zelf aan den lijve hebben ondervonden, maar in het geval van Novotel resulteerden ze in
een aantal precieze toepassingen.
Zo besloten Brizon en Pélisson om de 280 general
managers van de hotels meer bevoegdheden te geven
(althans, degenen die bereid en in staat waren om de
nieuwe rol van ‘Maître de Maison’ te vervullen). Ze verwijderden twee hiërarchische lagen uit de topstructuur
van het management (het hoofdkantoor) zodat elke
hotelmanager direct rapporteerde aan een lid van het top
managementteam (een van de twaalf operationele directeuren) en zij maar één stap verwijderd waren van de copresidents. Dankzij deze structuur kregen de vestigingen
meer macht. De twaalf operationele directeuren werden
geselecteerd uit de groep vroegere regiodirecteuren.
Hotelmanagers en de rest van het personeel kregen ook
meer bevoegdheden doordat er andere systemen werden afgeschaft die flexibiliteit en klantgerichtheid in de
weg stonden. Het opvallendste van die systemen was
het kwaliteitsborgingsysteem (‘les 95 boulons’), dat
onjuiste signalen afgaf over de gezondheid van de organisatie en dat een belemmering vormde voor plaatselijke en individuele initiatieven. Door dit systeem snel af
te schaffen, zorgde het topmanagement ervoor dat er
energie vrijkwam en dat de frontline medewerkers meer
macht kregen. Daarnaast moesten alle hotels minstens
één laag van hun interne structuren verwijderden. De
meesten verwijderden er zelfs meer, waardoor het
belang van de frontlinie verder toenam.
Novotel regisseerde de communicatie
Informatie is niet alleen macht; als zij effectief wordt
ingezet, kan zij ook percepties beïnvloeden en gedrag
helpen veranderen. In tijden van radicale verandering
kunnen communicatie van strategische prioriteiten en
discussies over strategische kwesties verschillende functies hebben: ze kunnen de inspanningen focussen,
gepercipieerde onzekerheden wegnemen, de massa
steeds meer voor zich winnen, bijdragen aan persoonlijke ontwikkeling, creativiteit stimuleren en algemene
ideeën in concrete projecten vertalen. Communicatiestromen moeten echter wel selectief zijn en zorgvuldig
worden geregisseerd om verlies van effectiviteit en tijdverspilling te voorkomen.
Twee richtlijnen zouden leidend moeten zijn bij de
vormgeving van het communicatienetwerk.
Ten eerste moeten de hogere echelons gemakkelijk toegankelijk zijn (niet alleen maar ‘one-minute management’) en moeten leden van het top managementteam
gaan praten met personeel op plekken waar zich veranderingen voltrekken. Met andere woorden: persoonlijke
communicatie is noodzakelijk.
Ten tweede moet de reeks bijeenkomsten (commissies,
projectgroepen, taskforces etc.) in evenwicht zijn: sommige projecten moeten ontstaan vanuit de top (topdown) en andere moeten van de werkvloer komen (bottom-up), sommige moeten specifiek gericht zijn op een
unit en sommige moeten unit-overschrijdend (functioneel of regionaal) zijn, de meeste zijn tijdelijk (totdat
het doel bereikt is) en sommige zullen worden gecontinueerd als ze de hiërarchische structuur op een nuttige
manier aanvullen.
Conventies, voortgangsgroepen en clubs. Novotel hanteerde
deze richtlijnen vanaf het begin. Het strategische project
‘Back to the future’ werd in de lente van 1993 tijdens
twaalf driedaagse conventies verder uitgewerkt en verspreid. De bijeenkomsten werden georganiseerd door
elke operationele directeur met zijn of haar 25 hotelma-
Terwijl veel organisaties hun teams juist
verkleinen wanneer ze zich in een crisis bevinden,
koos Novotel voor de tegenovergestelde strategie
nagers en werden bijgewoond door de co-presidents. Er
werd ook een tweede categorie top-down workshops
georganiseerd – de ‘voortgangsgroepen’. Deze groepen
overschreden geografische en soms ook functionele
grenzen en waren opgericht om de dienstverlening te
verbeteren en/of de kosten te verlagen en/of het
management te verbeteren. Er werden bottom-up
‘denktanks’ opgericht voor verbeteringen binnen een
bepaald hotel, en er werden hotel-overschrijdende bottom-up ‘clubs’ georganiseerd door managers die dezelfde problemen hadden en oplossingen konden uitwisselen. Op een algemener niveau bleef Novotel jaarlijkse
open-space bijeenkomsten organiseren, en de algemene
oktoberconventie van 1993 vormde een gelegenheid tot
grootschalige persoonlijke communicatie.
Novotel gaf de aanzet tot nieuw gedrag
De bovenstaande acties zorgden gezamenlijk voor de
ontwikkeling van nieuwe gedragsnormen bij Novotel.
M a n a g e m e n t S e l e c t • mei/juni 2001
51
Timing en stappen voor verjonging
De conceptuele stap en de timing
De activiteiten van Novotel in deze periode
van Novotel
Het interpreteren van de signalen:
Signalen van recordwinsten en positieve resultaten van TQM werden genegeerd
april 1992 tot december 1992
De focus lag op de ontevredenheid van klanten en medewerkers lager in de organisatie
Het galvaniseren van het topteam:
Er werden nieuwe mensen aangenomen die achter de veranderingen stonden
januari 1993 tot maart 1993
Zij werden benoemd tot trekkers van de veranderingen
Het vereenvoudigen van de agenda:
Het aantal hiërarchische niveaus werd teruggebracht
januari 1993 tot juni 1993
Kostbare, inflexibele beheersystemen werden overboord gegooid
Rapporten werden vereenvoudigd tot vijf items
Het ontwikkelen van nieuwe capaciteiten:
mei 1993 tot december 1993
New Spirit
Nieuwe definitie van de rol van managers als leiders
Junior personeel werd flexibel en multi-inzetbaar
Er werd een nieuw imago opgebouwd
Introductie van een nieuw inkoopsysteem
Introductie van nieuwe operationele systemen
Het optimaal benutten van de voordelen
Alle prestaties moesten worden gecommuniceerd
van de verandering: vanaf eind 1993
Er werden multifunctionele, multigeografische en multihiërarchische teams geformeerd
om problemen en gezamenlijke successen te communiceren
De druk om te veranderen bleef hoog, zelfs na het verschijnen van goede resultaten
Vooral leden van topmanagementteams kunnen rolmodellen worden voor het personeel en sommige van hun
daden kunnen een symbolische betekenis krijgen. Elke
tegenstrijdigheid op dit gebied kan het effect van andere acties teniet doen. Wanneer het gedrag van het topmanagementteam eenmaal consistent is, luidt de volgende vraag: ‘Hoe moet het topmanagement de ontwikkeling van nieuwe gedragsnormen beïnvloeden?’Als het
de bedoeling is dat het topmanagement de nieuwe normen formaliseert, opschrijft en communiceert, dan
moet het ook duidelijk maken hoe die nieuwe normen
vertaald worden in heel concrete en alledaagse werkwijzen (die het respect voor de norm illustreren en bewijzen). Gebeurt dat niet, dan zal er waarschijnlijk verwarring ontstaan. Vervolgens moeten eventuele nieuwe
mensen worden geworven op basis van hun persoonlijke gedrag en moeten individuen worden geholpen hun
gedrag te veranderen door middel van persoonlijke ontwikkelingsprogramma‘s. Ten derde moet men via de
beoordelings- en beloningssystemen niet alleen presta52
M a n a g e m e n t S e l e c t • mei/juni 2001
ties en competenties, maar ook bepaald gedrag bevorderen.
De co-presidents en de nieuwe operationele directeuren
zorgden ervoor dat ze in de ogen van hun personeel
zelf het gewenste gedrag vertoonden. Soms gebruikten
ze symbolische effecten om hun boodschap kracht bij
te zetten. Tijdens de oktoberconventie maakten de deelnemers bijvoorbeeld gezamenlijk een gigantisch schilderij waarmee zij ‘Back to the future’ visualiseerden. Dit
schilderij liet ruimte voor individuele expressie, maar
benadrukte tegelijkertijd de eenheid van het geheel. Het
werd in 280 stukken geknipt en elke manager op die
bijeenkomst nam zijn of haar stuk mee naar huis. Er
werden ook formelere boodschappen verspreid.
Sommige nieuwe gedragsnormen werden vastgelegd in
een wijdverspreid document en herhaaldelijk gecommuniceerd, onder andere tijdens de oktoberconventie,
wanneer er nieuwe mensen werden aangenomen en
wanneer er persoonlijke ontwikkelingsplannen werden
besproken.
Back to the Future
Systemisch effect. Bij Novotel waren er voor radicale verandering op alle acht bovengenoemde gebieden inspanningen geleverd. Zou er één zijn overgeslagen, dan zou
het proces waarschijnlijk in gevaar zijn gekomen of zijn
vertraagd. In combinatie zorgden ze voor een systemisch effect dat noodzakelijk was om inertie of blokkades te overwinnen. Zoals we al eerder benadrukten,
kwamen sommige acties tegemoet aan de politieke
eisen van verandering, andere aan de cognitieve eisen
en weer andere aan de normatief-symbolische eisen. En
die politieke, cognitieve en symbolische facetten zijn
niet van elkaar te scheiden.
De juiste timing
Men gaat er meestal vanuit dat er voor snelle verandering andere acties nodig zijn dan voor evolutionaire verandering. In het geval van Novotel ontdekten we dat
dat niet het geval was. In plaats van te proberen kort
door de bocht te gaan, leek het management gewoon de
basale activiteiten sneller uit te voeren dan gewoonlijk.
Tijd en ritme lijken een belangrijke rol te spelen bij het
managen van verandering; dingen moeten in een
bepaalde volgorde worden gedaan, zelfs als men ruimte
laat voor een bepaalde mate van wanorde. Bij volwassen
bedrijven die veranderprocessen in gang zetten, kan
verjonging volgens Baden-Fuller en Stopford het best
worden gerealiseerd in vier opeenvolgende stadia: galvaniseren, vereenvoudigen, opbouwen en optimaal
benutten. Vóór die tijd moet iemand (uit het top
managementteam of een lokale unit, of een aandeelhouder) de signalen interpreteren die de aanleiding vormen
voor de verandering.
In het kader ‘Timing en stappen voor verjonging’ zijn
deze vier hoofdstadia verwerkt en gekoppeld aan de
timing van de stappen van het Novotel-management. Er
zijn steeds overeenkomsten, die we hieronder nader
zullen belichten.
Wat de eerste categorie betreft, ‘galvaniseren’, is het
meestal het topmanagement dat de noodzaak tot verandering moet signaleren. Sommige (externe en/of interne)
druk is noodzakelijk om de wens tot verandering te stimuleren, maar die druk moet niet te groot zijn, anders
vermindert zij het vermogen om te reageren (onvoldoende middelen en/of geringe mate van vrijheid). Anders
gezegd: er is een gelegenheid om actie te ondernemen,
en vóór die tijd kan het te vroeg zijn, na die tijd te laat.
Sommige signalen zijn niet duidelijk en/of stroken niet
met de cognitieve structuren van besluitvormers.
Daarom zijn vrijheid van meningsuiting en openstaan
voor ontevredenheid of twijfels binnen de organisatie
randvoorwaarden om te kunnen reflecteren en reageren.
Tijdens grootschalige ‘open space’ bijeenkomsten bij
Novotel kwamen prille signalen naar voren van de
noodzaak tot verandering: hotelmanagers voelden dat
er dingen fout gingen en zeiden al in april 1992 dat ze
meer autonomie wilden. Zoals al eerder gezegd lijkt het
erop dat het topmanagement van de Accor Group deze
signalen adequaat oppikte, ondanks het goede nieuws
van de recordwinst in december 1991. Het topmanagement van Accor kreeg ook signalen van concurrerende
divisies. In tegenstelling tot de jaren daarvoor schenen
maar weinig mensen van andere divisies overgeplaatst
te willen worden naar Novotel. Dit droeg verder bij aan
het gevoel dat niet alles in kannen en kruiken was.
Vereenvoudigen en afbreken
Een belangrijk vroeg stadium van het crescendomodel
is het vereenvoudigen van de organisatie. Dit verlaagt
de kosten, concentreert middelen op een kleiner aantal
activiteiten en vergroot daardoor de kans op effectieve
resultaten. Vereenvoudiging is bovendien een signaal
dat er iets positiefs gebeurt. Zoals blijkt uit het kader op
Het management bleek in staat de basale taken
sneller uit te voeren dan gewoonlijk
pagina 52 verminderde Novotel, net als veel andere
bedrijven, het aantal hiërarchische niveaus. Dit resulteerde in lagere kosten. In het geval van Novotel werden er geen hotels gesloten, maar werd er speciale aandacht besteed aan de tien slechtst presterende hotels
(ongeveer vijf procent van het totaal).
Veel bedrijven zien niet in hoe belangrijk het is om
dure systemen overboord te gooien wanneer zij zich in
een crisis bevinden. Ze zijn geneigd te denken dat ze
meer informatie nodig hebben. In werkelijkheid ligt het
probleem vaak in het feit dat de systemen verkeerde
signalen afgeven. De mensen zullen eerder het juiste
doen als ze meer vrijheid krijgen. Dit was zeker het
geval bij Novotel, waar de Total Quality (TQM) systemen symbool stonden voor de oude organisationele
geboden en niet zozeer voor de veranderende klantbehoeften. Novotel schrapte de bureaucratische kwaliteitsborgingsystemen met hun foutieve boodschappen en
zette een eenvoudig operationeel planningsysteem op in
de ‘war room’. Alle rapportagelijnen werden verkort om
de communicatie te versnellen en de effectiviteit te verhogen. Al deze acties, en nog veel meer, werden genomen in de eerste zes maanden van 1993. Hierdoor kon
de organisatie zich ontdoen van mensen en kostbare
procedures die geen waarde toevoegden.
M a n a g e m e n t S e l e c t • mei/juni 2001
53
Theoretische beschouwing: overleg en experimentatie, integratie en differentiatie, behoud en
Ambivalent strategieproces
variatie’. In de retentiefase wordt de strategie die is opge-
Baden-Fuller en Stopford merkten op dat bij succesvolle
steld door managers (een reeks keuzes met beperkingen)
gevallen van verjonging ‘de algemene doelstelling, uitge-
opgelegd aan de hele organisatie. Door middel van selec-
drukt in termen van visies en de richting die het bedrijf op
tie behouden en stimuleren managers de opkomende ini-
wil, meestal wordt verwoord in simpele termen die ieder-
tiatieven die stroken met hun algemene doelstellingen.
een kan begrijpen. Om vooruitgang te boeken op het
Van daar uit beweegt de organisatie zich naar een toe-
gekozen pad, moeten managers experimenteren en ont-
stand van evenwicht. Vervolgens zijn variatie, individuele
dekken wat er werkt en wat niet.’ Deze ambivalentie van
en lokale autonomie en creativiteit noodzakelijk om nieu-
het strategieproces vormt een belangrijk thema bij organi-
we veranderbewegingen te stimuleren.
satie-onderzoeken, waarbij verschillende auteurs verschil-
De experminentatiemethode correspondeert op zijn beurt
lende standpunten innemen. Strategisch ‘overleg’ is over-
met Burgelmans beschrijving van creatieve evolutie als
wegend een ‘top-down’ methode. Informatie en invloed
een proces van ‘variatie-selectie-retentie’. In de variatiefa-
kunnen afkomstig zijn uit alle onderdelen van de organi-
se worden individuele lokale initiatieven gestimuleerd en
satie (en daarbuiten), maar de hogere echelons zijn ver-
komen zij op. Vervolgens worden er in de selectiefase
antwoordelijk voor het opstellen van de corporate (mon-
enkele van deze initiatieven vastgehouden. In de retentie-
diale) en business (lokale) strategie, en die strategie
fase worden zij geconsolideerd en krijgen ze de status en
wordt, wanneer zij eenmaal is geformuleerd, gecommuni-
de reikwijdte van organisatiestrategieën. Burgelman con-
ceerd naar de lagere echelons om lokaal te worden aan-
cludeerde dat de twee processen in effectieve organisaties
gepast en geïmplementeerd. Voor experimentatie zijn
vaak naast elkaar bestaan. Vandangeon-Derumez be-
activiteiten nodig, en die worden ondernomen door de
streed de concepten ‘voorgeschreven verandering’ versus
middelste en lagere echelons en op lokaal niveau.
‘geconstrueerde verandering’. Hij toonde aan dat bedrij-
Strategische ideeën die gebaseerd zijn op experimentatie,
ven die de eerste methode hanteren, zich concentreren op
komen dus van onderaf.
het definiëren van de inhoud van de strategie, terwijl
bedrijven die kiezen voor de tweede methode de organi-
Aanvullende methoden
sationele processen definiëren waaruit strategieën voort-
Bower analyseerde de twee processen, top-down van
komen. Ook hier worden de twee methodes als aanvul-
mondiaal naar lokaal en bottom-up van lokaal naar mon-
lend gezien.
diaal, en concludeerde dat ze voor effectieve strategievorming gecombineerd moesten worden. Mintzberg en
Eenheid en diversiteit
Waters belichtten een ander facet van de ambivalentie
De dialectiek van eenheid en diversiteit en de bewegingen
tussen overleg en experimentatie, namelijk dat de ‘gere-
in de richting van deze tegengestelde toestanden – inte-
aliseerde’ strategie op twee gedachten gebaseerd is:
gratie en differentiatie – is een ander belangrijk thema in
‘doelbewuste’ plannen – voluntaristische normatieve ver-
organisatie-onderzoeken. Meestal worden de niveaus van
wachtingen - en ‘spontaan groeiende’ patronen – patro-
organisationele integratie en differentiatie bekeken in rela-
nen die aangeleerd worden door te doen.
tie met omgevingskenmerken, en dan vooral met de
De overlegmethode correspondeert ook met wat
internationale structuur en de dynamiek van de branche.
Burgelman beschreef als een proces van ‘retentie-selectie-
Wij nemen afstand van deze raamwerken en stellen dat
Opbouwen
In vergelijking met signaleren, galvaniseren en afbreken
is opbouwen veel moeilijker. In dit stadium onderscheiden de acties van Novotel zich duidelijk van die van
andere bedrijven:
• New Spirit voor de groep.
• Nieuwe definitie van de rol van general managers
(Maîtres de Maison).
• Nieuw beoordelings- en beloningssysteem.
• Maak het personeel flexibel in hun werkzaamheden
(‘polyvalentie’).
• Creëer een nieuw imago.
• Zet een nieuw, vereenvoudigd intern communicatiesysteem op.
• Voer nieuwe inkoopsystemen in.
• Voer nieuwe operationele systemen in voor zaken als
schoonmaak.
54
M a n a g e m e n t S e l e c t • mei/juni 2001
Begin 1993, tijdens de vereenvoudigingsfase, nam het
topmanagementteam de eerste stappen voor het opbouwen van de nieuwe organisatie. In de lente gingen ook
de hotelmanagers steeds meer activiteiten ontplooien in
Back to the Future
transformatie
elke organisatie zowel een zekere eenheid als een zekere
Bergson. Volgens hem duurt alles dat leeft voort (inclusief
diversiteit moet behouden om verandering te kunnen sti-
organisaties die bestaan uit mensen): het verleden wordt
muleren. Als de spanning tussen gelijktijdige tegenstellin-
geprolongeerd in het heden, tijd is duur en duur is een
gen in organisaties niet aanwezig is, ontstaat er volgens
bron van creatie. Met andere woorden: het verleden kan
Bateson een cyclus van ‘schismogenese’, een degeneratief
en mag niet worden ontkend. Onze identiteit die het
syndroom waarbij een eigenschap in de organisatie zich-
resultaat is van onze vroegere ervaringen moet, in ieder
zelf oneindig herhaalt totdat die extreem en daardoor dis-
geval gedeeltelijk, worden behouden. Voor Bergson komt
functioneel wordt. In plaats van te proberen alles te maxi-
creatie ook voort uit een vitale impuls die ons naar de
maliseren, moet een organisatie ervoor zorgen dat zij ten-
toekomst drijft. Onze identiteit wordt getransformeerd
minste een minimale hoeveelheid wenselijke eigenschap-
door de impuls die uitgaat van de door ons gewenste toe-
pen behoudt, bijvoorbeeld een minimale mate van con-
komst, en die de motor is achter onze creatieve daden.
sensus, maar niet zo veel dat het meningsverschillen, de
Het interpreteren en leren van deze ervaringen wordt
levensader van de organisatie, in de kiem smoort. De
onderdeel van onze vernieuwde identiteit. Op deze
overkoepelende mondiale identiteit van het bedrijf moet
manier kan de tegenstelling tussen identiteit en verande-
enige ruimte laten voor differentiatie- (of diversificatie-)
ring worden weggenomen en kan zij uitgroeien tot een
processen die leiden tot verschillende lokale identiteiten.
constructieve spanning.
Andersom kunnen sommige lokale identiteiten worden
overgenomen door de rest van de organisatie en onder-
De leden van een organisatie kunnen de stress en onze-
deel worden van de overkoepelende mondiale identiteit.
kerheid van veranderprogramma’s enige tijd verduren,
maar niet te lang. Aan de ene kant leidt ‘er direct voor
Verleden, heden en toekomst
gaan’, oftewel stadia overslaan en direct van de galvani-
Volberda benadrukt de paradoxale aard van flexibiliteit,
sering van het topteam overstappen naar de optimale
en de spanningen tussen de beheerscapaciteit van het
benuttingsfase, meestal tot mislukking. Aan de andere
management en de beheersbaarheid van de organisatie.
kant leidt een te trage voortgang vaak tot gevoelens van
Hij stelt dat een organisatie weer op het natuurlijke pad
onverschilligheid, frustratie en wantrouwen bij de gemoti-
kan belanden - van het geplande terug naar het flexibele
veerde leden van de organisatie. De opvatting van tijd als
- als zij een meer organische structuur en een meer hete-
‘duur’ is kenmerkend voor Bergsons ideeën over ‘creatie-
rogene, open en extern georiënteerde cultuur ontwikkelt.
ve evolutie’. Eenvoudig gezegd gaat iemand die tijd opvat
Als zij er echter niet in slaagt enige stabiliteit te behou-
als ‘duur’ ervan uit dat het verleden, het heden en de toe-
den, dan wordt de organisatie chaotisch.
komst allemaal even belangrijk en onderling met elkaar
verweven zijn. Het verleden en zijn positieve en negatieve
Ook Weick merkt op dat flexibiliteit zonder stabiliteit uit-
invloed op het heden en de toekomst worden niet ont-
mondt in chaos. Stabiliteit is afhankelijk van het behoud
kend, en wat we in het heden doen, is ingebed in een
van een aantal bestaande eigenschappen, waar bovenop
voortdurende stroom van acties van verleden tot toe-
weer nieuwe eigenschappen worden ontwikkeld. Deze
komst.
opvatting komt voort uit het concept van ‘creatieve evolutie’ dat gedefinieerd werd door de Franse filosoof Henri
het kader van die opbouw. De opbouwfase bereikte zijn
hoogtepunt in de zomer van 1993 en duurde daarna
nog ongeveer een jaar. Er werd langzaam een begin
gemaakt met het leerproces. Gaandeweg stak de organisatie tijd en geld in het verdiepen van bestaande en het
verwerven van nieuwe capaciteiten en in het ontwikkelen van nieuwe systemen. Teamwork werd in eerste
instantie op kleine schaal ontwikkeld om essentiële
taken uit te voeren, maar verspreidde zich vervolgens
door de hele organisatie.
Optimaal benutten
Het laatste stadium in het crescendomodel draait om de
optimale benutting van de voordelen van de verandering en om het in stand houden van het momentum.
Dit houdt twee dingen in: de hele organisatie, inclusief
de lagere hiërarchische niveaus, gaat aan de slag met de
ontwikkeling van competenties en capaciteiten, en de
lokale experimenten die vruchten afwerpen worden ook
toegepast in de rest van het bedrijf.
Het in stand houden van het momentum is een andere
moeilijke opgave. Na een jaar of langer kan het zijn dat
M a n a g e m e n t S e l e c t • mei/juni 2001
55
de trekkers van de verandering de behoefte voelen om
uit te rusten en de reeds aangebrachte veranderingen verder uit te werken. Tot op zekere hoogte is dit een normale reactie, en de mensen die het voortouw hebben genomen, moeten inderdaad enige ruimte krijgen om achterover te leunen. Teveel rust kan echter uitmonden in
diepe slaap, terwijl concurrenten intussen de beste strategieën imiteren en de afstand verkleinen, een verschijnsel
dat Miller de ‘Icarus paradox’ noemde. De uitdaging is
dan om een voortdurende stroom van innovaties te stimuleren, en verandering (en niet evenwicht) als een
van de grondslagen van het leven te beschouwen.
Novotel begon in 1994 in het kader van het ‘Progrès
Novotel’ programma met de competentieontwikkeling
van het gehele personeelsbestand. De experimenten die
waren uitgevoerd door de clubs en voortgangsgroepen,
werden ook in andere hotels toegepast. Zeer capabele
personeelsleden werd gevraagd om als consultant of
adviseur te fungeren bij de andere units. In essentie
De meeste door Novotel ontwikkelde innovaties
werden geboren in de werkgroepen
werd het momentum in stand gehouden door de
oprichting van vele teams die functionele, hiërarchische
en regionale grenzen overschreden. In het stadium van
de optimale benutting werden de Novotel-hotels op
andere continenten actiever. De stroom innovaties hield
enige tijd stand maar nam af in 1995, precies op het
moment dat de eerste tekenen van succes (interne functieroulatie, verkoopomzet en winst) zichtbaar werden.
Ambivalenties en dialectiek; proces en inhoud
Het beschrijven van veranderprocessen is gemakkelijk.
Het verwezenlijken ervan is echter iets heel anders,
vooral voor managers in grote, complexe organisaties.
Eén van de cruciale succesfactoren voor Novotel was de
los-vast combinatie die ook vaak door andere managementauteurs wordt genoemd in studies van succesvolle
processen. De processen en de inhoud van Novotels
veranderingen werden op drie gebieden gekenmerkt
door los-vaste ambivalentie en hyperdialectiek. Dat
waren:
• overleg en experimentatie;
• integratie en differentiatie;
• behoud en transformatie.
Overleg en experimentatie
Novotel was een voorbeeld van een ambivalent veranderproces waarin overleg en experimentatie met elkaar
verweven waren. Open-space bijeenkomsten, zoals die
56
M a n a g e m e n t S e l e c t • mei/juni 2001
in Fontainebleau (april 1992) waar hotelmanagers hun
wens kenbaar maakten om autonomer te opereren,
waren belangrijke elementen van een bottom-up proces
om variaties naar boven te halen. In december 1992
schetsten de twee nieuwe co-presidents de hoofdlijnen
van hun strategie om ‘Novotel te re-Novoteliseren’.
Deze strategie werd uitgedrukt in een paar eenvoudige
concepten: de driepoot voor verbeteringen (klanten,
kosten, mensen) en de nieuwe rol van hotelmanagers.
Ze maakten hun denkbeelden openbaar en vulden ze
verder aan in samenwerking met de zestien andere
leden van het nieuwe topmanagementteam en de adviseurs (eerste kwartaal van 1993). Vervolgens zette het
topmanagement de processen in gang waardoor bottom-up initiatieven naar boven konden komen: de
twaalf conventies die georganiseerd werden door de
operationele directeuren, in samenwerking met de copresidents en de hotelmanagers binnen hun gebied.
Deze bijeenkomsten gaven het topmanagementteam
meteen de gelegenheid om de nieuwe richtlijnen aan de
managementlaag onder hen te communiceren.
Ook voortgangsgroepen, die georganiseerd werden door
het topmanagement (dat de onderwerpen en de deelnemers selecteerde), droegen bij aan de verdere invulling
van het project. Aan de andere kant droegen de ‘clubs’
binnen hotels en van hotelmanagers onderling bij aan
variaties, die eerst werden uitgeprobeerd op lokaal
niveau en vervolgens vaak werden overgenomen door
de hele organisatie. In feite werden de meeste innovaties die door Novotel werden ontwikkeld in het kader
van ‘Back to the future’ geboren in de vele werkgroepen
die waren opgezet of gestimuleerd door het topmanagementteam. Voorbeelden daarvan zijn de nieuwe communicatie, de Dolphi Club, de nieuwe organisatie van
de huishoudelijke werkzaamheden en de badkamer van
het jaar 2000.
Integratie en differentiatie
In de eerste jaren van het bestaan van Novotel was er
sprake van extreme standaardisatie van bepaalde aspecten van de dienstverlening – kamers, maaltijden, stijl.
Er heerste echter ook een ondernemende sfeer met
betrekking tot de omgang met klanten, uitbreiding en
nieuwe ideeën en in de directe relaties tussen hotelmanagers en de presidents. Als gevolg van groei en
bureaucratisering in de jaren tachtig nam dit ondernemerschap af, bijvoorbeeld door het ‘95 boulons’ kwaliteitborgingsysteem. ‘Back to the future’ hield vast aan
het basisprincipe van standaardisatie maar schepte ook
ruimte voor lokale initiatieven en differentiatie. De ‘95
boulons’ werden afgeschaft en vervangen door algeme-
Back to the Future
ne gedragsnormen: vertrouwen, gezond verstand, luisteren naar anderen, nauwkeurigheid, solidariteit, moed
en humor. Individuele initiatieven werden op verschillende gebieden gestimuleerd: de aankleding van de
hotels, menu’s, vormen van vermaak etc. Vervolgens
werd een aantal succesvolle innovaties overgenomen
door andere hotels en andere regio’s. Sommige personen die zeer competent waren in hun werk (bijvoorbeeld in het managen van een bar of in direct marketing voor corporate klanten) werd gevraagd om hun
kennis aan anderen te communiceren, waardoor ze
‘pilots’ werden bij het veralgemeniseren van best practice. De (multi-hotel) clubs die waren georganiseerd door
hotelmanagers, hadden dezelfde functie. Kortom, vanaf
1993 zorgde Novotel weer voor de noodzakelijke ambivalentie, de creatieve dialectische spanning tussen eenheid en diversiteit.
Behoud en transformatie
Novotel putte de ondernemende, innovatieve geest die
nodig was om de uitdaging van 1992 en later aan te
gaan, uit zijn beginjaren. Het project communiceerde
een gevoel van identiteit dat tegelijkertijd werd behouden en getransformeerd. Dit was een van de vele ambivalenties van het innovatieproces bij Novotel. Aan het
begin van de jaren negentig, toen de differentiatie van
Novotel was afgebrokkeld en het werd geconfronteerd
met steeds grotere druk van de concurrentie, werden
de Novotel-managers voortgestuwd door hun vitale
impuls en werden zij gedreven tot nieuwe creatieve
daden. Hun verleden ontkenden ze echter niet. Integendeel: ze keken naar hun verleden om sporen te
vinden van hun identiteit, waarop ze hun toekomstige
innovaties konden bouwen. De titel van het project,
‘Back to the future’, gaf de geest van het veranderproces
weer. Ze namen de ondernemende en innovatieve
aspecten van het beginstadium over, en in die zin bleef
de oorspronkelijke identiteit van Novotel bij de transformatie behouden doordat er sprake was van een letterlijke verjonging (het hervinden van de kracht van de
jeugd). De antropologische adviseurs hielpen de
managers terug te gaan in de geschiedenis van hun
organisatie en het noodzakelijke vertrouwen te vinden
om aan een transformatie te beginnen. De verzoening
tussen verleden en toekomst werd gesymboliseerd door
het koppel nieuwe co-presidents, Philippe Brizon en
Gilles Pélisson, die ook een weerspiegeling waren van
het koppel Pélisson senior en Dubrule, de oprichters
van Novotel.
Discussie: inspiratie voor het ontwikkelen van
theorieën en het verbeteren van managementwerkwijzen
Het verhaal van de verjonging van Novotel vormt wellicht een inspiratiebron voor theoretici en voor mensen
uit de praktijk. Eén enkele case study kan niet als toets
fungeren voor een theorie, maar kan haar wel (enigszins) helpen ontwikkelen. Wij denken dat het verhaal
van Novotel een bevestiging vormt van een aantal
bestaande raamwerken voor het managen van radicale
strategische verandering, een aantal belangrijke parameters aanreikt die bepalend zijn voor de relatie tussen
managementacties en succes, en de zoektocht stimuleert
naar een integrale en dialectische theorie.
De ontwikkeling van theorieën
Allereerst bestaat er een hele reeks boeken waarin het
veelomvattende systemische proces van verandering
wordt beschreven. Three stranded rope van Tichy
behandelt de technische, politieke en culturele aspecten
van veranderprocessen, en G. Johnson komt in
Strategic change and the management proces zelfs nog
dichter in de buurt van onze drie elementen cognitie,
politiek en symboliek.
Bij het beschrijven van de praktijk van veranderprocessen is het ons inziens belangrijk om rekening te houden
met onze drie dimensies. De meeste managementacties
hebben een multidimensionaal karakter. Wanneer een
organisatie bijvoorbeeld een complementair en gemoti-
Personen die zeer competent waren in hun werk,
werd gevraagd om hun kennis aan anderen te
communiceren
veerd topteam formeert, zullen hun acties cognitieve,
politieke en symbolische implicaties en effecten hebben.
Ons voorbeeld toont aan hoe de drie dimensies keer op
keer opduiken.
Volgorde, timing en ritme
Ten tweede illustreert het verhaal van Novotel het
belang van timing bij het opstellen van theorieën over
strategische verandering. We wezen al eerder op theoretische raamwerken waarin tijd een rol speelt als moderator van effectiviteit; we merkten op dat te trage verandering de concurrentie vrij spel geeft, en te snelle verandering vaak leidt tot instabiliteit. We wijzen ook op
de raamwerken die pleiten voor een bepaalde volgorde
van de acties, waarin vereenvoudiging bijvoorbeeld
vooraf moet gaan aan het opbouwen van nieuwe dingen. Zulke standpunten komen tot uiting in het cresM a n a g e m e n t S e l e c t • mei/juni 2001
57
cendo-model van Baden-Fuller en Stopford, waarin
zowel volgorde als ritme een rol speelt.
Timing kan afhankelijk zijn van een combinatie van
interne en externe factoren die gedeeltelijk binnen en
gedeeltelijk buiten de invloedssfeer van topmanagers
liggen. Een zorgvuldige analyse van het Novotel-scenario levert vier parameters op die de specifieke omstandigheden definiëren aan het begin van het veranderproces:
• de interne politieke krachten waren de veranderingen
gunstig gezind;
• als onderdeel van de grote Accor groep, genoot
Novotel van grote flexibiliteit in termen van middelen. Aan het eind van 1992 vroeg de meerderheid van
de general managers van de hotels om meer autonomie en vrijheid om te innoveren, en kon er met het
corporate niveau worden onderhandeld over financiële en menselijke middelen (functieroulatie);
Novotel putte de ondernemende, innovatieve
geest die nodig was om de uitdaging van 1992 en
later aan te gaan, uit zijn beginjaren
• het top management ontwikkelde vervolgens een
gevoel van urgentie (dalende resultaten en meer concurrentie) om de bereidheid tot veranderen te stimuleren;
• Novotel had nog voldoende middelen om te zorgen
dat het initiatief van het topmanagement offensief
was. Met offensief bedoelen we het vermogen om de
concurrentievoorsprong en het leiderschap terug te
winnen in plaats van defensief te handelen en achter
de brancheleiders aan te lopen. Bij een offensieve
strategie hoort een andere timing dan bij een defensieve strategie; de een kan leiden, terwijl de ander
gewoonlijk volgt.
Al met al waren de omstandigheden gunstig voor het
soort strategische keuzes waarover John Child het heeft
(‘Organizational structure, environment and performance: the role of strategic choice’, Sociology 6, 1972),
waarbij partijen binnen de organisatie een soort
‘begrensde’ autonomie hebben: ze kunnen initiatieven
nemen zonder dat zij volledig worden beperkt door de
omgeving waarin ze werken. Deze gunstige omstandigheden vormen wellicht de verklaring voor de snelheid
waarmee de verjonging en de radicale veranderprocessen zich bij Novotel voltrokken. De kans op snelle verandering kan aanzienlijk kleiner worden als sommige of
alle parameters worden omgekeerd. Zo zouden er waarschijnlijk andere resultaten worden geboekt als er een
sterke politieke weerstand tegen de veranderingen
58
M a n a g e m e n t S e l e c t • mei/juni 2001
bestond, en/of als de interne middelen weinig flexibel
waren, en/of als een ernstig tekort was aan capaciteiten
waardoor het bedrijf een achterstand had op de concurrentie. En de afwezigheid van een grote externe crisis
zou managers wel meer bewegingsvrijheid geven, maar
de stimulans om tot actie over te gaan zou dan minder
groot zijn.
Spanning stimuleert
Als derde en belangrijkste punt geloven wij dat ons verhaal inzicht verschaft in een dialectisch raamwerk voor
verandering. Dialectische processen van organisatieverandering worden vaak beschreven als een conflict tussen twee (of meer) entiteiten die tegenovergestelde
meningen hebben en dat wordt opgelost door middel
van een synthese. Bij Novotel werd het veranderproces
gestimuleerd door de spanning tussen hotelmanagers
die meer autonomie wilden en het topmanagement.
Later stimuleerden spanningen tussen het verleden en
de toekomst en tussen mondiale standaardisatie en
lokale differentiatie de zoektocht naar creatieve oplossingen. In het geval van Novotel was de dialectische
beweging niet destructief (de ene entiteit werd niet door
de andere verslagen); zij werd gekenmerkt door het
behoud van oorspronkelijke concepten (of krachten)
die werden verenigd binnen één enkele complexe
gedachte. Dit proces doet denken aan de dynamiek van
verandering die door Charles Hampden-Turner beschreven werd als de oplossing van dilemma’s. Het is belangrijk om te zien dat de spanningen tussen de tegengestelde krachten in het geval van Novotel ook na de synthese aanwezig bleven. Met andere woorden: de spanningen houden nooit op, en de synthese betekent niet
het einde ervan.
Het is niet onze bedoeling om hier een theorie te ontwikkelen over dialectische beweging, maar Merleau
Ponty’s concept van ‘hyperdialectiek’ zou de aard van de
creatieve spanningen bij Novotel kunnen helpen verklaren. Hyperdialectiek benadrukt de creatieve spanningen
tussen tegenpolen (in dit geval organisationele eigenschappen), en het naast elkaar bestaan van die tegenpolen. In dit geval is het ‘ambivalentie’ dat de verjonging van
Novotel leek te karakteriseren.
Inspiratie voor de praktijk
Praktijk vergt niet alleen een goede theorie, maar ook
concrete voorbeelden met methodes en resultaten. Het
verhaal van Novotel laat zien dat iedere persoon of
organisatie die geïnteresseerd is in een kritisch identiteitsonderzoek iets kan leren van adviserende etnografen, vooral als men de verandering wil gebruiken om
Back to the Future
terug te gaan naar de toekomst. Het verhaal vertelt ons
ook dat het managen van verandering in een koppel,
zoals Pélisson en Brizon deden, een heel sterk concept
kan zijn dat ook elders kan worden toegepast. Het
regelmatig organiseren van open-space bijeenkomsten
die op een constructieve manier helpen ontevredenheid
van onderaf naar de oppervlakte te krijgen, kan zeer
effectief zijn om gelijkmatige revoluties te stimuleren.
Deze en veel andere ideeën uit het verhaal van Novotel
kunnen ook in andere plaatsen en omstandigheden
worden toegepast.
Wat raamwerken betreft, kunnen degenen die een veranderproces moeten regisseren wellicht inspiratie putten uit de volgende richtlijnen die uit deze case study
zijn gedestilleerd.
• Kijk naar de vier parameters die invloed hebben op
de snelheid van verandering en de politiek van het
project. Zijn de interne politieke krachten de verandering gunstig gezind? Kunnen er middelen worden
vrijgemaakt? Zal de omgeving vrijheid van handelen
toestaan binnen de gekozen koers?
• Kan de organisatie offensief zijn, of moet zij defensief
zijn? Als deze factoren gunstig zijn, kan snelle verandering gemakkelijker tot stand komen.
• Zorg voor een systemische reeks van acties die cognitie, politiek en symboliek in één raamwerk verenigen.
De acties van Novotel die beschreven werden in het
kader ‘Timing en stappen voor verjonging’ zijn duidelijk toegespitst op de Novotel-situatie, maar kunnen
een nuttig uitgangspunt vormen.
• Regisseer en beheers de dynamiek van het veranderproces over de tijd heen. Het crescendomodel van
Baden-Fuller en Stopford kan hierbij goed van pas
komen: galvaniseren, vereenvoudigen, opbouwen en
optimaal benutten. Of het project nu langzaam of
snel verloopt, we kennen verschillende voorbeelden
van organisaties die faalden omdat de volgorde en het
ritme van destructie (vereenvoudiging) en creatie
(opbouwen) niet toereikend was. Concreter gezegd
hebben we gevallen meegemaakt waarin uitdunnen
en snoeien niet voldoende werden gevolgd door
enten en opkweken.
• Beschouw verandering als een dialectisch proces en
hanteer dialectische in plaats van binaire logica. Dit is
niet gemakkelijk, omdat het de cognitieve structuren
van veranderleiders raakt en betrekking heeft op hun
vermogen om overleg te accepteren in plaats van
tweedracht op te leggen door middel van traditionele
retorica. Het is niet gemakkelijk omdat het betekent
Een offensieve strategie heeft een andere timing
dan een defensieve strategie
dat het proces zowel doelbewust als spontaan, zowel
geregisseerd als geïmproviseerd moet zijn.
Nogmaals: theorie en praktijk
Hoewel we de tekst hebben onderverdeeld in een theoretisch en een praktisch gedeelte, vertonen deze praktische richtlijnen in feite heel veel overeenkomsten met
de eerder besproken theorie. Het enige verschil is dat
ze met andere woorden en in een andere stijl zijn uitgedrukt. Samengevat zou men kunnen zeggen dat
wetenschappers naar aanleiding van het Novotel-verhaal de waarde kunnen inzien van organische theorieën
die synthetisch en integraal zijn in plaats van mechanistisch. Mensen uit het bedrijfsleven kunnen er ook
een raamwerk uit destilleren waarin de complexiteit
van het managen van verandering tot uiting komt,
maar dat de taak om richting te geven aan acties vereenvoudigt.
Translated and reprinted by permission of Long Range
Planning. This article was originally published under the
English title ‘Managing Change at Novotel: Back tot the
Future’, by Roland Calori, Charles Baden-Fuller and Brian
Hunt, in Long Range Planning 33 (2000), pp. 779 - 804.
Vertaling: Valja Walsmit
* Een lijst met noten en literatuur is op te vragen bij de redactie (fax 0570-614795).
M a n a g e m e n t S e l e c t • mei/juni 2001
59
Download