Kruising twee: Ebony x White eye

advertisement
Genetica van
fruitvliegjes
Naam: Eva Jakobs en Kiki van den Bercken
Klas: VW4A
Dagen practicum: 9/01/’15 t/m 10/02/’15
~1~
Inhoudsopgave
-
-
-
H1 Inleiding
 §1.1 Morfologie
 §1.2 Levenscyclus
 §1.3 Genotype en kruisingen
 §1.4 Fruitvliegje als proefdier
H2 Probleemstelling
H3 Hypothese
H4 Materiaal en Methode
H5 Resultaten
 §5.1 Kruising 1
 §5.2 Kruising 2
H6 Conclusie en discussie
H7 Literatuur
~2~
3
3
3
4
4
4
4
5
6
6
7
7
9
H1 Inleiding
§1.1 Morfologie
Het verschil tussen een mannetjes fruitvliegje
(Drosophila melanogaster) en een vrouwtje is groot.
Een mannetje is namelijk kleiner dan een vrouwtje, dit
kun je hier rechts in het plaatje zien. Nog een groter
verschil is het achterlijf, bij het vrouwtje is deze
helemaal gestreept. Bij het mannetje zijn deze strepen
vergroeid waardoor het uiteinde van hun achterlijf
Figuur 1: Links zie je een mannetjes vlieg
en rechts een vrouwtje.
helemaal zwart is. Beide hebben rode ogen, een
grijs/bruine lichaamskleur en normale vleugels. Als de
vlieg er inderdaad zo uitziet is het wildtype. Dit kan ook anders zijn, zo heb je de white eye,
ebony en vestigial. Bij white eye heeft het vliegje geen rode, maar witte ogen. Bij ebony is
het lijfje donkerder vergeleken met een wildtype. En bij vestigial z ijn de vleugels afwijkend,
een soort stompjes.
Dit kan ontstaan doordat je
kruisingen maakt van vliegjes
met verschillende
eigenschappen. Deze
Figuur 2: Je ziet hier vier verschillende soorten van het fruitvliegje en hun
nakomelingen worden
verschillen.
mutanten genoemd, dit
betekent dat het DNA is veranderd, en dit kan gebeuren door mutatie. Mutatie is dus het
veranderen van het DNA, dit kan door de natuur gebeuren en kan heel snel gaan door
kruisingen of heel lang duren door natuurlijke selectie. Echter kan de mens ook voor
verandering in het DNA zorgen, ook doormiddel van kruisingen of door dingen te veranderen
in het DNA, maar dat is nog een vrij nieuwe techniek.
§1.2 Levenscyclus
Een fruitvliegje doorloopt 4 stadia om van een eitje
een volwassen vlieg te worden. Als eerste legt een
volwassen vrouw een bevrucht eitje in organisch
materiaal. Deze kan alleen bevrucht zijn als het
mannetje en het vrouwtje hebben gepaard, en het
mannetje dus indruk heeft gemaakt op het vrouwtje
door te dansen en met zijn vleugels te schudden.
Het mannetje zal dan een paar honder
spermacellen aan het vrouwtje geven en telkens als
ze een eitje wil leggen zal ze deze eerst bevruchten
met een zaadcel. Het eitje zal naar ongeveer 24 uur
uitkomen en een larve zijn. Een larve doet niets
Figuur 3: De levenscyclus van een fruitvliegje.
anders dan eten, en veel dit zal hij 4 dagen lang
doen. Dit om veel energie te krijgen wat hij in de volgende stadia kan gebruiken, dit is
namelijk het verpoppen. De larve zal dan een droge plek zoeken en zijn vleugels en 6
~3~
pootjes gaan ontwikkelen. Als de larve dan klaar is met het ontwikkelen wat ook weer
ongeveer 4 dagen zal duren, zal hij zich gaan ontpoppen en is het een vliegje, deze zal naar
ongeveer 12uur volwassen zijn. Als het een vrouwtje is kan die zich dus weer opnieuw gaan
voortplanten. Ze kan ongeveer 5 eitjes per keer leggen en in totaal zal ze er zo’n 400 tot 800
leggen. Dit betekent dat er dus snel een plaag kan worden geboren. De ontwikkeling van een
vliegje wordt sterk beïnvloed door de temperatuur en de hoeveelheid vliegjes bij elkaar. Bij
29C is de ontwikkeling het snelste en de levensduur van een fruitvliegje ongeveer 30dagen.
Is het warmer of kouder zal de ontwikkeling langer duren.
§1.3 Genotype en kruisingen
De lichaamskleur grijs/bruin is een dominant allel, dus het allel voor ebony (lichaamskleur
zwart) is recessief. Dit wil zeggen dat grijs/bruin altijd tot uiting komt behalve als het gen
twee allelen voor ebony bevat. Normale vleugels is dominant over dat van afwijkende
vleugels. Het gen voor rode of witte ogen ligt op het X-chromosomaal dit houdt in dat bij een
mannetje maar een allel bepaalt of hij rode of witte ogen heeft. Het allel voor rode ogen is
hierbij wel dominant over dat van witte ogen.
Als je een kruising hebt tussen een vrouwtje met witte ogen en een mannetje met een
donker lichaam zullen de vrouwtjes nakomelingen wildetypes zijn en de vrouwtjes white eye.
En als je een kruising hebt tussen een mannetje met witte ogen en een vrouwtje met donker
lichaam zullen de vrouwtjes nakomelingen weer wildtypes zijn, maar de mannetjes van deze
kruising zullen ook wildtypes zijn.
§1.4 Fruitvliegje als proefdier
De Drosophila melanogaster is een goed fruitvliegje om als proefdier te gebruiken voor
erfelijkheid. Ze hebben namelijk een korte levenscyclus, maar een snelle
voorplantingscyclus, daardoor heb je in een korte tijd veel vliegjes gekregen. Je kunt dus in
een korte tijd veel kruisingen uitvoeren, en deze vliegjes hebben hier geen harde legboor
voor nodig, maar een gewoon normaal stuk fruit waar ze in kunnen boren voor eten.
H2 Probleemstelling
Wat zijn de dominante en recessieve eigenschappen in het fenotype en genotype van een
fruitvliegje en zijn deze X-chromosomaal?
H3 Hypothese
Kruising 1: Ebony (man.) x White eye (vrouw.)
Uit de F1 ontstaan mannelijke vliegjes met witte ogen en een lichte of een donkere huid, de
vrouwtjes hebben rode ogen een lichte of donkere huid. Als je deze vliegjes verder gaat
kruisen ontstaan er vliegjes met rode of witte ogen en een lichte of donkere huid.
Kruising 2: White eye (man.) x Ebony (vrouw.)
Uit de F1 ontstaan vrouwtjes vliegen met rode of witte ogen en een lichte of donkere huid, de
mannetjes vliegen zullen rode of witte ogen hebben en een lichte of donkere huid. Als je
~4~
deze vliegjes verder gaat kruisen ontstaan er vrouwelijke vliegjes met rode of witte ogen en
met een lichte en donkere huid. Bij de mannelijke vliegjes ontstaan vliegjes met rode of witte
ogen en met lichte of donkere huid.
H4 Methode en materiaal
Benodigde materialen:
 Cultuurbuizen met voedingsbodem
 Loepje en penseel
 Wit vel papier
 Kruisings etiketten
 Glazen potje en trechter met ethanol
 Ebony fruitvliegjes, mannelijk en vrouwelijk en White eye fruitvliegjes, ook mannelijk
en vrouwelijk.
Methode:
Per duo worden twee kruisingen ingezet.
Kruising één: ♀ White eye x ♂ Ebony
Kruising twee: ♀ Ebony x ♂ White eye
1. Stop vijf ebony mannetjes/vrouwtjes in een cultuurbuisje, doe dit ook bij de white eye
vliegjes. Of je mannetjes of vrouwtjes van een soort moet gebruiken ligt aan je
kruising. Op dit cultuurbuisje plak je een kruisingsetiket. De buisjes worden nu in de
broedstoof bij een temperatuur van ongeveer 27C weggezet.
2. Een week later bekijk je het cultuurbuisje goed en de vliegen die je er eerder in hebt
gezet moeten nu worden verwijderd. Narcotiseer de vliegen door ze in de trechter
met ethanol te doen. Nu de ‘parents’ eruit zijn gehaald worden ze weer in de
broedstoof weggezet.
3. Weer een week later. Narcotiseer alle vliegen zodat ze buiten bewust zijn raken en
daarna kun je de vliegen analyseren en tellen. Je gaat letten op oogkleur, huidkleur
en of ze vrouwelijk of mannelijk zijn. Nu kun je ze dan ook gaan tellen. Vervolgens
neem je vijf vrouwelijke en vijf mannelijke nakomelingen en deze zet je vervolgens in
een nieuw cultuurbuisje met voedingsbodem. Deze gaat dan weer in de broedstoof.
4. Weer een week later herhaal je stap 2.
5. Weer een week later worden de vliegen weer genarcotiseerd, ze worden lang in het
potje gehouden waardoor ze overlijden. Vervolgens op oogkleur, kleur van het lijfje
en mannelijk of vrouwelijk gesorteerd en geteld.
~5~
H5 Resultaten
§5.1 Kruising 1
Tabel 1: Kruising 1 in de F1 white vrouwtje ♀ met ebony mannetje ♂.
P
F1
Naam
Totaal
Gemiddeld
Perc. %
Rood
Licht
592
34,8
49,8
White (vrouwtje ♀)
Vrouwtje ♀
Wit
Rood
Wit
Licht
Donker Donker
1
16
0
0,06
0,94
0
0,1
1,4
0
Ebony (mannetje ♂)
Mannetje ♂
Wit
Rood
Wit
Licht
Donker Donker
505
3
9
29,7
0,2
0,5
42,5
0,3
0,8
Rood
Licht
63
3,7
5,3
Tabel 2: Kruising 1 in de F2 wild type vrouwtje♀ met white eye mannetje ♂.
P
F2
Naam
Totaal
Gemiddeld
Perc. %
Nakomeling F1(wild type vrouwtje ♀)
Vrouwtje ♀
Rood
Wit
Rood
Wit
Licht
Licht
Donker Donker
349
279
102
64
18,4
14,7
5,4
3,4
23,5
18,8
8,9
4,3
Nakomeling F1(white eye mannetje ♂)
Mannetje ♂
Rood
Wit
Rood
Wit
Licht
Licht
Donker Donker
278
235
103
74
14,7
12,4
5,4
3,9
18,7
15,8
6,9
5,0
W = rode oogkleur
w = witte oogkleur
E = lichte huid
e = donkere huid
Vergelijking 1: Kruisingsschema kruising 1
XwXwEE
XwE
P:
Geslachtscellen:
F1:
w
X E
F2:
XWE
XWe
XwE
Xwe
XwE
XWXwEE
XWXwEe
XwXwEE
XwXwEe
X
XWYee
XWe of Ye
XWe
XWXwEe
Xwe
XWXwEe
XWXwee
XwXwEe
XwXwee
~6~
Ye
XwYEe
YE
XWYEE
XWYEe
XwYEE
XwYEe
Ye
XWYEe
XWYee
XwYEe
XwYee
§5.2 Kruiskruising 2
Tabel 3: Kruising 2 in de F1 ebony vrouwtje ♀ met white mannetje♂.
P
F1
naam
Rood
Licht
Totaal
748
Gemiddeld
41,6
Perc. %
53,6
Ebony (vrouwtje ♀)
Vrouwtje ♀
Wit
Rood
Wit
Rood
White (mannetje ♂)
Mannetje ♂
Wit
Rood
Wit
Licht
1
0,05
0,1
Licht
633
35,2
45,4
Licht
10
0,6
0,7
Donker
3
0,17
0,2
Donker
0
0
0
Donker
0
0
0
Donker
0
0
0
Tabel 4: Kruising 2 in de F2 wild type vrouwtje♀met wild type mannetje ♂.
P
F2
Naam
Nakomeling F1(wild type vrouwtje ♀)
Vrouwtje ♀
Rood
Wit
Rood
Wit
Totaal
Gemiddeld
Perc. %
Licht
664
31,6
80,2
Licht
12
0,57
1,4
Donker
150
7,14
18,1
Nakomeling F1(wild type mannetje ♂)
Mannetje ♂
Rood
Wit
Rood
Wit
Donker
2
0,1
0,3
Licht
313
14,9
43,3
Licht
291
13,9
40,2
Donker
67
3,2
9,3
Donker
52
2,5
7,2
Vergelijking 2: Kruisingsschema kruising 2
P:
Geslachtscellen:
F1:
W
X e
F2:
XWE
XWe
XwE
Xwe
XWXWee
XWe
X
XwYEE
XwE of YE
XwE
XWXwEe
YE
XWYEe
XWE
XWXWEE
XWXWEe
XWXwEE
XWXwEe
XWe
XWXWEe
XWXWee
XWXwEe
XWXwee
YE
XWYEE
XWYEe
XwYEE
XwYEe
Ye
XWYEe
XWYee
XwYEe
XwYee
H7 Conclusie en discussie
Het practicum is bij ons vrij goed verlopen en we hebben het practicum succesvol kunnen
afsluiten. Toch waren er wel wat dingen die we beter hadden kunnen doen en we anders
hadden kunnen aanpakken als we dit practicum opnieuw zouden moeten doen. Toen we
voor de eerste keer moesten gaan tellen, stap 3 van de werkwijze, hadden we de vliegen
genarcotiseerd, alleen niet lang genoeg. De vliegen begonnen daardoor alweer te bewegen
~7~
voordat we ze goed konden tellen, wat het heel ingewikkeld maakte. Gelukkig konden de
vliegen nog niet vliegen dus was het wel mogelijk om ze te tellen. Een tweede punt dat beter
had gekund was dat het cultuurbuisje op de grond was gevallen. Gelukkig zaten hier geen
vliegen meer in en heeft dit geen meetfouten opgeleverd.
Kruising 1: Ebony (man.) x White eye (vrouw.)
Uit de F1 ontstaan mannelijke vliegjes met witte ogen en een lichte of een donkere huid, de
vrouwtjes hebben rode ogen een lichte of donkere huid. Als je deze vliegjes gaat verder
kruisen ontstaan er vliegjes met rode of witte ogen en een lichte of donkere huid.
Kruising 2: White eye (man.) x Ebony (vrouw.)
Uit de F1 ontstaan vrouwtjes vliegen met rode of witte ogen en een lichte of donkere huid, de
mannetjes vliegen zullen rode of witte ogen hebben en een lichte of donkere huid. Als je
deze vliegjes verder gaat kruisen ontstaan er vrouwelijke vliegjes met rode of witte ogen en
met een lichte en donkere huid. Bij de mannelijke vliegjes ontstaan vliegjes met rode of witte
ogen en met lichte of donkere huid.
De hypothese klopte niet helemaal met wat er uit de resultaten is gekomen. Dit komt omdat
voor ons nog niet bekend was welke genen dominant waren en welke recessief en dat we
nog niet wisten dat het gen voor de oogkleur X-chromosomaal is. We wisten ook nog niet
welke genotypes de ouders zouden hebben. Met de resultaten en de informatie die we
hebben gevonden konden we voor ons practicum kruisingschema’s maken. Door middel van
deze kruisingschema’s konden we terug redeneren wat dan de genen van de ouders moeten
zijn geweest. Hieruit hebben we kunnen constateren dat het vrouwtje van kruising 1 dit
genotype moet hebben gehad: XwXwEE en het mannetje moet dit hebben gehad: XWYee. Bij
kruising 2 heeft het vrouwtje dit genotype moeten hebben gehad: XWXWee en het mannetje
dit genotype: XwYEE.
In tabel één, twee, drie en vier kun je de resultaten van ons practicum zien. Het ‘totaal’ geeft
aan hoeveel vliegjes van deze ‘soort’ er waren ontstaan van twee klassen samen. Hieronder
zie je ‘gemiddeld.’ In deze tabel kun je zien hoeveel elke leerling gemiddeld aan vliegjes had.
En de laatste rij ‘percentages’. Hierin zie je in procenten tegenover elkaar hoeveel vliegjes
van ‘één soort’ zijn gekruist. Deze laatste rij is het belangrijkst, want hierin kun je het beste
zien wat de resultaten inhouden en is het mogelijk om deze resultaten te vergelijken met
andere resultaten. Onder de tabellen zie je nog een aantal kruisschema’s, in deze
kruisschema’s kun je zien wat er praktisch uit het practicum is gekomen. De kruisschema’s
en de tabellen kloppen bij elkaar.
In tabel 1 zie je bij ‘vrouwtje, wit oogkleur en lichte huid’ een percentage staan van 0,1
procent. Dit zet je al aan het denken omdat dit heel erg weinig is. De kans dat dit klopt is
daarom ook al minder waarschijnlijk want als dit een mogelijke uitkomst zou zijn geweest
zouden er meerdere nakomelingen met deze eigenschap zijn ontstaan. Als je dan naar het
kruisingschema kijkt zie je dan ook dat deze nakomeling er helemaal niet hoort te zijn. Dit
kan meerder mogelijkheden hebben:
 Er kan een fout zijn gemaakt met het controleren en het tellen van de F1.
 Er zou in plaats van een white eye vrouwtje een mannetje zijn in gestopt of in plaats
van een ebony mannetje een vrouwtje.
 Er is iets misgegaan in de genen van de vlieg, heeft een mutatie opgetreden.
De percentages onder de 1% zijn dus hoogst waarschijnlijk fouten.
~8~
H8 Literatuur
1. http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/frames_verslagen.php?verslag_id=9136&site
2. http://www.exploratorium.edu/imagingstation/activities/classroom/wild_mutant/ca_wild_mutant.php
3. http://www.fruitvliegjes.net/levenscyclus-fruitvlieg/
4. Practicum blad genitica
~9~
Download