lesbespeking lo-be - ICT voor het onderwijs Kaatje Op de Beeck

advertisement
LESONTWERP
ALGEMENE VAKKEN / VOEDING - VERZORGING
Campus Heverlee
Hertogstraat 178
3001 Heverlee
Tel. 016 375600
www.khleuven.be
Namen: Karlien Vervecken, Ellen Philippaerts, Kaatje Op de Beeck
Reeks en vakkencombinatie:
1SA2 Economie- biologie, economie- biologie, nederlands- biologie
School:
Heilig Hart Heverlee
Vak:
Natuurwetenschappen
Onderwijsvorm:
A-stroom
Onderwerp:
Uitscheiding
Vakmentor:
Mevr. …. of Mr. T’Jampens
Richting: …..
Lesuur:
Klas:
Aantal lln:
Datum:
Aantal PC’s:
Les gegeven door:
Beginsituatie
SITUERING IN DE LESSENREEKS
In voorgaande lessen werd al de inwendige bouw van gewervelde dieren en de samenhang tussen de organen
bestudeerd, oa de spijsvertering. Ook de ademhaling, dus de uitscheidingsfunctie van de longen is reeds geziene
leerstof, dit is dus herhalingsleerstof voor de lln.
De lln leerden tijdens de lessen over het bloed enkele eenvoudige herkenningsmiddelen kennen: albustix voor
eiwitten, clinistix voor glucose, kobaltchloridepapier voor water én zilvernitraatoplossing voor zouten. Het is niet
zeker dat ze al deze benamingen nog kunnen geven.
RELEVANTE VOORKENNIS
Werkelijke linkerzijde en rechterzijde van menselijk lichaam op de tekening is omgekeerd van hoe wij het zien.
Dit aspect kwam reeds in het 1ste trimester aan bod bij de studie van de inwendige bouw van het konijn: nl.
linkerlong en rechterlong, zie leerwerkboek Biogenie+ 1 p. 83 +84+212. In het 3 de trimester komt dit ook aan
bod bij de studie van het hart: vb. rechterkamer en linkerkamer van het hart in leerwerkboek p. 236, deze
leerstof is vermoedelijk nog niet in alle klassen aan bod gekomen.
De lln kennen de termen zweet en urine reeds uit het dagelijkse leven. Ze weten dat er verschillende
mogelijkheden van uitscheiding zijn (maar waarschijnlijk niet gekend met deze term).
KENNIS DIE NOG NIET AANWEZIG IS
Verschil tussen excretie en secretie. Bij excretie spreken we over stoffen die geen verdere functie/ nut meer
hebben voor het lichaam. Secretie is afgifte van stoffen die nog nuttig of bruikbaar kunnen zijn (vb nectar bij
insectenbloeiers). Secretie wordt wel pas besproken in de 2e graad.
Verschil tussen excretie en ontlasting (= defeacatie). Ontlasting via de anus is GEEN excretie aangezien de
stoffen in de ontlasting nooit in het lichaam zijn opgenomen maar enkel door het darmkanaal gepasseerd zijn.
De lln gaan ontlasting waarschijnlijk wel als voorbeeld van uitscheiding geven.
CO2 wordt vaak gezien als afvalstof, toch is deze stof noodzakelijk voor het lichaam.
BELEVINGS- EN ERVARINGSWERELD
De lln kunnen omschrijven wat er gebeurt als het heel warm is of als ze (intensief) aan het sporten zijn.
Eveneens merken ze op dat ze op bepaalde plaatsen (bijvoorbeeld onder de oksels) heftiger zweten dan op
andere plaatsen (bv. Voetzool).
Ze kunnen beschrijven wat honden doen als ze het warm hebben (ze beginnen te hijgen en hun tong hangt uit
hun bek).
-
Ze weten ook dat als ze heel veel (water) drinken, ze meer naar het toilet moeten.
VERANTWOORDING
Situering in de eindtermen
Vakgebonden eindtermen Natuurwetenschappen
2) De leerlingen kunnen systemen bij de mens de bouw, de werking en de onderlinge samenhang van het
spijsverteringsstelsel, het ademhalingsstelsel, het bloed, de bloedsomloop en het uitscheidingsstelsel beschrijven.
Situering in leerplan
Leerplan natuurwetenschappen 1ste graad A van het VVKSO, D/2010/7841/001 (p. …)
Leerlijn / leerstofthema
3. Organismen functioneren door energie en stoffen om te zetten en te transporteren
3.4 functie en samenhang van stelsels bij de mens
3.4.4 uitscheidingsstelsel (ca 2 lestijden)
Leerplandoelen en didactische wenken
B43) De noodzaak van het verwijderen van afvalstoffen en stoffen in overmaat uit het bloed weergeven.
Wenken
De organen die helpen bij de uitscheiding zijn: nieren, huid, longen.
Het verband kan gelegd worden tussen de rol van de cel in de stofomzetting en meer specifiek in de productie
van afvalstoffen en de functie van het uitscheidingsstelsel in het afvoeren van deze afvalstoffen.
Zonder deze uitscheiding kan het organisme niet functioneren en gaat het dood.
In B11 komt de inwendige bouw en de samenhang van de organen aan bod.
B44) Op model en beeldmateriaal de organen betrokken bij het afvoeren van afvalstoffen
herkennen en benoemen.
Wenken
De volgende organen spelen een rol in het verwijderen van afvalstoffen uit het organisme: long, huid, nieren
(nierschors, niermerg, nierbekken), urineleider, urineblaas, urinebuis.
Het is niet de bedoeling om al deze organen in detail te bespreken.
Via het gebruik van een 3D-model kan een geleidelijke overgang worden gemaakt naar animaties en (vlak)
beeldmateriaal. Op die manier leren leerlingen ruimtelijke waarnemingen te abstraheren en zich ook bij vlak
beeldmateriaal een ruimtelijke voorstelling te maken.
B45) De aanpassing van een orgaan betrokken bij uitscheiding in verband brengen
met de specifieke functie.
Wenken
Er kan een keuze gemaakt worden tussen long, huid, nieren. Als basis is het voldoende dat één orgaan
behandeld wordt en de algemene betekenis van het verwijderen van afvalstoffen aan bod komt.
Indien de tijd en de leerlingengroep het toelaat kan men meer verdiepend werken en meerdere organen die
een rol spelen in de uitscheiding behandelen.
De uitscheidingsfunctie van de long komt aan bod in B40.
De rol van de huid in thermoregulatie kan nu uitgebreid worden naar uitscheiding.
De dissectie van de nier behoort tot de mogelijkheden om macroscopisch waarneembare delen te benoemen
(zie ook punt 3.7 – wenk i.v.m. dissecties).
Zijn er verschillen tussen het leerplan en het leerwerkboek van de lln?
-
de term ‘longzakje’ moet volgens het leerplan niet worden aangebracht.
Opperhuid en lederhuid moeten dan weer wel gezien worden, deze staan in de samenvatting van het
leerwerkboek.
ALGEMEEN LESDOEL
De noodzaak van uitscheidingsorganen longen, zweetklieren en nieren bespreken
Schoolagenda (leerling):
Uitscheiding (p. 250-261)
Gebruikte bronnen bij het lesontwerp (door de student/stagiair):












DE SCHEEMAEKER, K., VAN NEVEL, C. en VAN WYNSBERGHE, H., NW voor Jou 1- ontdekeditie, katern C’, Uitg.
Van In, Wommelgem, 2010. (p. ….)
DE SCHEEMAEKER, K., VAN NEVEL, C. en VAN WYNSBERGHE, H., NW voor Jou 1- onderzoekeditie, katern 4’,
Uitg. Van In, Wommelgem, 2010. (p. ….)
VANOPRE, B., ea., BIOgenie+1 – leerwerkboek, Uitg. De Boeck, Antwerpen, 2010, 300 pagina’s (p 250-261)
WALKER, R., Hét boek over het menselijk lichaam: een fotografische reis door je eigen lijf, uitg. Gottmer,
Haarlem, 2001, 64 pagina’s.
DISCART, C., ea., Naturalis 1 leerwerkboek, uitg. Plantyn, Mechelen, x, 222 pagina’s (p.206- 215)
DISCART, C., ea., Naturalis 1 leerboek, uitg. Plantyn, Mechelen, x, 180 pagina’s (p.171-178)
Papillon,’Ureum, wat doet het voor je huid ?’, internet, 2009-01-15, (http://mens-engezondheid.infonu.nl/aandoeningen/30155-ureum-wat-doet-het-voor-je-huid.html)
Provincie Oost- Vlaanderen, ‘studiehoekje’, internet, 2011-04-04, (http://www.pmgent.be/Leren/bio/bio1_stelsels.htm)
CAMPBELL, ea., ‘ Biology, een samenvatting, H22: Ademhaling/ gaswisseling’, internet, 2011-04-04,
(http://www.fontys.nl/lerarenopleiding/tilburg/biologie/cd%20amsterdam/bCMR/deel5/H22/02pagH22.htm)
X, bedpan, internet, 2011-04-04, (http://www.bouwinfo.be/forum/viewtopic.php?f=20&t=17289&start=225)
Amy Henry, ‘Why teen boys don’t stink’, internet, 2010-08-19, (http://www.youthbeat.com/blog/?Tag=Axe)
Schoolbieb.nl, ‘Broeikaseffect’, internet, 2011-04-04,
(http://www.schoolbieb.nl/voortgezet_onderwijs_doelgroep/3_44_4_vmbo_%28onderwijsniveau%29/natuurkun
2




de__38__scheikunde_%28vak%29/gevolgen_van_energieverbruik_gr/broeikaseffect_gr)
http://www.vsvapor.net/blog/e-cigarette/sustain-your-breathing-fitness-and-keep-your-lungshealthy%E2%80%93-use-e-cigarette/
http://gezondheidsweb.blogspot.com/2010/04/huid.html
http://www.urolog.nl/urolog/php/patients.php?doc=nier&lng=nl
http://www.nierdialyse.nl/content/dialyse/nierdialyse.asp
Handboek en/of werkbladen van de lln
VANOPRÉ, B., D’HAENINCK, L., DEKEERSMAEKER, L. en CELEP, H., BIOgenie+ 1 – leerwerkboek, Uitg. De Boeck,
Antwerpen, 2010, 300 pagina’s (p. 250-261)
GEBRUIKTE ONDERWIJS- EN LEERMEDIA
a) Aanwezig in het leslokaal
Biolokaal DLO
 overheadprojector
 model menselijke romp
 (skelet mens)
 wandplaat huid
 model huid
Biolokalen 2de graad S.O. (NW 1ste verdieping, Bio 2de verdieping en Aa/Bio 4de verdieping)
 overheadprojector
 model menselijke romp?
 skelet mens?
b) Aanwezig in materiaaldoosje
zes druppeltellerflesjes met ontsmettingsalcohol of ether
c) Zelf mee te brengen
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Transparantstift
Absorberend papier (keukenrol)
nier
bordkrijt
ballon
koffiefilter
d) Transparanten
A)
B)
C)
D)
E)
F)
G)
H)
I)
J)
K)
instap: bedpan, deodorant en koolstofdioxideuitstoot (bovenaan)+ zweet (onderaan)
longen macroscopisch en microscopisch
de huid macro- en microscopisch
de huid schematische tekeningen WB
Figuur ligging nieren tov ribben
Fig. nieren in leerwerkboek p. 257
Samenvatting leerwerkboek p. 261
Fig. drinken + medicijn Phenacetine
Fig. nierstenen + nierdyalise
Fig. risicofactoren
oa driedimensionaal model’ van de huid op transparant: geen Engelse benamingen, bovenaanzicht groeven en poriën
moeten zichtbaar zijn om een meerwaarde te bieden tov de figuur in het leerwerkboek.
3
Werkbladen invullen met visuele ondersteuning voor de lln
Samen met de lln de werkbladen invullen tijdens de les is didactisch het beste, maar vaak verloopt dit moeizaam
(vb. onduidelijk geschrift, vraagt veel tijd zodat men minder aandacht heeft voor de klasgroep, …). In deze eerste
stageles doe je dit daarom beter niet. Alle wb worden dus vooraf thuis ingevuld met een blauwe transparantstift.
Tijdens de les wordt een ‘schuifsysteem’ gebruikt. (Voor benamingen naast tekeningen werkt een schuifsysteem
niet, dus deze worden best tijdens de les in een duidelijk handschrift geschreven.)
4
5
Didactisch lesontwerp
Leerdoelen
De lln kunnen …
Lesfasen
& timing Onderwijs- en leeractiviteiten
Instap
motivatie
4’
KRACHTIGE LEEROMGEVING
Lkr stelt zich voor. Lln moeten hun schoolagenda,
leerwerkboek en schrijfgerief klaar leggen op de bank.
DEMONSTRATIE - transparant
 Wat zien we op de foto’s?
 Waarvoor gebruiken we een bedpan?
 Wanneer gebruiken we deodorant?
 Welke stof wordt er uitgestoten bij verbranding?
 Wat hebben deze stoffen (urine, zweet en
koolstofdioxide) nu met elkaar te maken?
 Wat is een synoniem voor uitscheiding?
aankondigen lesonderwerp + invullen agenda
“Vandaag gaan we dus de uitscheiding, ook wel
excretie genoemd, bespreken.”
De term uitscheiding
en de noodzaak ervan
verklaren (C3)
Lesfase 1:
Ontdekking
sfase
6’
Leerinhoud
(Blanco naamkaartjes liggen
reeds op lln-tafels)
Transparant A
(bovenaan):
Bedpan, deo en
koolstofdioxide
uitstoot
DEMONSTRATIE - transparant
ONDERWIJSGESPREK
Wat is deze persoon aan het doen?
Wat heb je nodig om te kunnen sporten?
Waar in het lichaam gebeurde de stofwisseling (=
energieproductie) ook alweer?






Als je zelf een half uurtje intensief aan het sporten
bent, wat gebeurt er dan met je ademhaling?
Met welke organen nemen wij (zoogdieren) zuurstof
op?
Tijdens het sporten krijg je het ook heel warm, hoe
merk je dat aan je lichaam?
Door de uitputting ga je ook heel dorstig worden,
wat gebeurt er door heel veel te drinken?
Welke organen
“deze organen, namelijk de huid, longen en nieren, zijn
delen van het uitscheidingsstelsel”
Uitscheiding = excretie
ONDERZOEKSVRAAG:
‘ Welke organen zorgen voor de uitscheiding van
stoffen?’
agenda
Bord: UITSCHEIDING (LWB p. 250-261)
“ Excretie is een moeilijk woord, wat verstaan we hier
nu onder?”



Voorbeelden van
overtollige stoffen en
afvalstoffen geven
(C2)
Media
1. NOODZAAK VAN EXCRETIE
Transparant A
(onderaan):
‘zweet’
1.1 WAT IS UITSCHEIDING?
Excretie = uitscheiding= verwijderen (buiten het lichaam
brengen) van afvalstoffen en overtollige stoffen
A Afvalstoffen:
stofwisseling.
onbruikbare
eindproducten
van
de
- Vb van afvalstoffen: afbraakstoffen van eiwitten
B Overtollige stoffen: stoffen die nog nuttig kunnen
zijn voor het lichaam maar toch worden afgescheiden
wanneer ze in overvloed aanwezig zijn.
- Vb. van overtollige stoffen: water, zouten,
koolstofdioxide, …
6
“ Nu is er een onderscheid tussen de stoffen die door
het lichaam worden uitgescheiden.”





Opslag van afvalstoffen in cellen:
 cellen functioneren niet normaal
 aantasting van weefsels
 organisme wordt ziek en sterft
Uitscheiding wil dus zeggen, verwijderen uit het
lichaam. Welke (vloeibare) stof wordt er verwijderd
bij de spijsvertering?
Zou deze urine nog nuttig kunnen zijn voor het
lichaam?
In urine zitten afbraakstoffen
afvalstoffen voor het lichaam.

2.2 WAAROM IS UITSCHEIDING ZO BELANGRIJK?
van
eiwitten,
deze
Teveel aan overtollige stoffen:
 kunnen schade toebrengen aan weefsels
zijn
Tijdens het ademhalen, welke stof wordt er da
verwijderd uit het lichaam?
We hebben ook al gezien dat we gaan zweten door
de huid, waaruit bestaat dit zweet?
Heeft ons lichaam nood aan oa. water, zout en
koolstofdioxide?
Deze stoffen classeren we onder overtollige stoffen. Ze
kunnen nuttig zijn, maar wanneer ze in overvloed voorkomen
worden ze verwijderd uit het lichaam.

Stel nu dat je deze stoffen niet zou uitscheiden, zou Leerwerkboek p.
je dan nog optimaal kunnen functioneren?
252 bovenaan
Lln duiden de te kennen leerstof aan en vullen
voorbeelden overtollige stoffen en afvalstoffen aan
De gasuitwisseling van Lesfase 2:
Herhaling
het longblaasje
aantonen en de gassen
koolstofdioxide,
waterdamp en
zuurstofgas
benoemen. (C2)
“ Het verwijderen van de afvalstoffen en overtollige
stoffen gebeurt niet zomaar, hiervoor hebben we
speciale organen nodig, welke organen zijn dit?”
2. UITSCHEIDINGSORGANEN
2.1. UITSCHEIDING VIA DE LONGEN
ONDERWIJSGESPREK
We beginnen met de longen

De ademhaling hebben jullie al eens besproken,
wat zijn weer de 2 hoofdredenen waarom we
moeten ademhalen?
(1 Zuurstof opnemen, 2 koolstofdioxide afgeven)

Waar in ons lichaam bevinden zich de longen?
Lln wijzen op zichzelf de longen aan
DEMONSTRATIE – romp
2.1.1 LIGGING VAN DE LONGEN
De longen bevinden zich in de borststreek, boven het
hart en worden beschermd door de ribben
Model
menselijke romp
De longen vullen zich met zuurstof wanneer
inademen.
 wordt opgenomen door het bloed
 het bloedt geeft koolstofdioxide + water af
we
7
DEMONSTRATIE - transparant


Transparant B:
‘longen
macroscopisch
en
microscopisch’
Wat ademen we ook alweer in?
En uit?
Koolstofdioxide EN waterdamp
Wanneer we uitademen verwijderen we de overtollige
koolstofdioxide en water uit ons lichaam.
Lln passen termen aan:
Longtrechtertje  longzakje
Oxidatie schrappen
Vb wanneer we uitademen op een (koude) spiegel vormt er
condens.
DUOWERK
Lln maken adhv. de korte herhaling opdracht 1, WB 253
KLASSIKALE VERBETERING
opdracht 1
KLASSIKAAL OPLOSSEN
opdracht 2
 Wat gebeurde er ook weer wanneer we uitademen
op een koude spiegel?
lln pasen term aan (puntje 2):
afvalstoffen  overtollige stoffen

Wat gebeurt er in
afvalstoffen creëren?
de
cellen
waardoor
2.1.1 AANPASSING LONGEN AAN DE UITSCHEIDING
Energieproductie (= vorming afvalstoffen en overtollige
stoffen) : in de cellen
we
Energieproductie
Lkr blaast in de ballon, nadien in het filterzakje





Longblaasjes:
dunne wand zodat gassen makkelijk worden uitgewisseld
Wat zie je?
Hoe komt het dat alle lucht in de ballon gevangen
blijft en in het filterzakje niet?
Zijn de ‘wanden’ allebei even dik?
Als je het filterzakje vergelijkt met de wand van de
longblaasjes, wat zou dan het nut van hun bouw
kunnen zijn?
aanduiden volledig p.253 + besluit p. 254
toepassing 2: niet
Lln leest besluit p 254 Ballon en
koffiefilter
Een zweetklier op een
schematische tekening
aanduiden en twee
functies van het zweet
bespreken (C3)
Lesfase 3: “Hoe komt het dat we niet oververhit raken?”
Onderzoek
en
verwerkin
g
DEMONSTRATIE - transparant
OLG
Transparant C: 2.2 UITSCHEIDING VIA DE HUID
De huid macroen microscopisch 2.2.1 LIGGING VAN DE HUID
1) ligging huid
De huid bedekt gans ons lichaam
8










Welk orgaan heeft een oppervlakte van ongeveer
1,5m2 en heeft een massa die ca 15% van het Transparant D:
Schematische
lichaamsgewicht bedraagt?
tekeningen WB
Kijk eens goed naar jullie huid, wat zien jullie?
Welke kliertjes zorgen ervoor dat we stoffen via de
huid kunnen uitscheiden?
Over welke stof hebben we het?
Hoe smaakt zweet?
Waaruit zou zweet dan kunnen bestaan?
In welk deel van de huid bevinden deze
zweetkliertjes zich?
Kijk
eens
naar
een
zweetkliertje
op
de
microscopische foto, hoe zien ze eruit?
Wat zit er rond?
Wat zou het nut kunnen zijn van het
haarvatennetwerk rond het kluwen?
Lln vullen tegelijkertijd hun WB p 254 aan


Het zweet wordt gevormd in het kluwen, langs
welke weg wordt het uit het lichaam verwijderd? ether
Denk aan een toilet (afvoerbuis)
Waar eindigt de weg van het zweet?
luidop lezen tekstje onderaan p.254
zelfstandig maken van opdracht 4 p.255
klassikale verbetering opdracht 4
“ Een eerste functie van de zweetklieren is dus het
uitscheiden van stoffen via de huid, welke is er nu
nog?”
DEMONSTRATIE – proef + onmiddellijk noteren op
wb 255
Druppeltje ether op hand van lln doen




Blijft de ether lang op je hand?
Wat gebeurt ermee?
Hoe voelt het aan?
Welke functie kunnen we nu nog afleiden uit dit
proefje?
Macroscopisch: groeven en haren
 hoe jonger je bent, hoe fijner en dunner de haartjes
2) ligging zweetklieren in de huid
-
verspreid over gans het lichaam
in de lederhuid (soepel)
2.2.2 UITZICHT ZWEETKLIEREN
kronkelende buisjes, opgerold tot een kluwen en
omgeven door haarvatennetwerk
3) zweet
Bestaat uit water, minerale zouten en afvalstoffen
kluwen  afvoerbuis  porie
2.2.3 FUNCTIE VAN ZWETEN
1) aanpassing kluwen aan de uitscheiding
-
dunne wand voor opname uitscheidingsproducten uit
het bloed (haarvatennetwerk)
groot oppervlak zodat veel zweet kan gevormd
worden
2) afkoelend effect
-
de verdamping van zweet onttrekt warmte aan de
huid
9
In eigen woorden
uitleggen hoe het komt
dat we rood worden in
een warme omgeving en
bleker in een koude
omgeving. (C3)
Lesfase 4:
ontdekkin
gsfase
4’
“Waarom worden we rood als we het heel warm Transparant E:
hebben?”
Regeling
2.2.4 VERNAUWEN EN UITZETTEN BLOEDVATEN
lichaamstempera
tuur
DEMONSTRATIE- TRANSPARANT
 bekijk fig 13.4 in jullie WB, wat is het verschil in de
linkse en rechtse prent?
 Wat gebeurt er met de bloedvaten in de lederhuid
wanneer we ons in een warme omgeving bevinden?
 En in een koude omgeving?
Verklaren vernauwen en uitzetten bloedvaten
1) warme omgeving
Bloedvaten zetten uit  bloed koelt af  meer zweet 
afkoeling versterkt  rode kleur
2) koude omgeving
Bloedvaten vernauwen  beperkte afkoeling  minder
zweet  blekere kleur
Leerlingen kunnen de
nieren op een tekening
en bij hun eigen lichaam
situeren. (C3)
Lesfase 5:
‘Als het bloed doorheen het lichaam stroomt, breng het
niet enkel voedingsstoffen en zuurstofgas naar alle
cellen, maar neemt het ook afvalstoffen op. Een deel
van deze afvalstoffen wordt uit het lichaam verwijderd
door de nieren.’
2.3. UITSCHEIDING VIA DE NIEREN
Transparant F:
Ligging nieren
OPDRACHT (lln staan recht) + DEMONSTRATIEtransparant ligging nieren
 Ga allemaal eens rechtstaan en zet je handen op de
aangegeven plaats.
 Welk uitscheidingsorgaan ligt er op de plaats waar
(model
je handen staan?
menselijke
romp)
DEMONSTRATIE - model menselijke romp
Lkr duidt middenrif aan op het model.

Wat is de functie van het middenrif?

Zien jullie een verschil op het model tussen de
rechter - en de linkernier?
Wat zou de oorzaak zijn van dat verschil in hoogte
tussen de linker – en de rechternier?

2.3.1. LIGGING VAN DE NIEREN
1) ligging nieren
 De twee nieren liggen tegen de achterwand van de
buikholte, ter hoogte van de lenden. Ze liggen links
en rechts van de wervelkolom en worden beschermd
door een laag vetweefsel.
-
-
De rechternier ligt lager dan de linkernier
(Verklaring: de lever ligt aan de rechterzijde en drukt
de rechternier naar beneden.)
Aandachtspunt: werkelijke linkerzijde en rechterzijde
op de tekening is omgekeerd van hoe wij het zien
(cfr. linkerkamer en rechterkamer op tekeningen van
het hart, deze leerstof is vermoedelijk nog niet in alle
klassen aan bod gekomen)
10

Leerlingen kunnen de
verschillende delen die
bijdragen tot de
uitscheiding via de nieren
benoemen en aanduiden
op een tekening. (C3)
Wat is de linker - en de rechternier op het model?
DEMONSTRATIE – invullen p. 257
Lkr gebruikt transparant
2) urineleiders
Functie: voert urine (afvalstoffen en overtollige stoffen)
af naar de urineblaas
Transparant G:
Wb. p. 257
Lln. maken individueel opdracht 5 in wb p.257
Klassikale verbetering opdracht 5
Nummer 1 is de linkernier en nummer 2 is de
rechternier. Dit kan je vergelijken met het hart. De
linkerkamer en de rechterkamer is ook omgekeerd op
de tekening dan je zou vermoeden.
3) urineblaas
Functie urineblaas: …
Inhoud urineblaas:urine
4) urinebuis
Urine wordt hier tijdelijk opgeslagen.
Nummer 3 is de urineleider.
 Wat zou de functie van de urineleider kunnen zijn?
Nummer 4 is de urineblaas
Nummer 5 is de urinebuis.

Integratie
Kan er iemand nog eens herhalen welke weg de
urine aflegt?
Urine ontstaat in de nieren. Via de urineleiders komt de
urine in de urinebuis terecht. Via de urinebuis verlaat ze
het lichaam.
Weg van de urine: nieren -> urineleiders ->urineblaas
->urinebuis
‘Laten we even alles herhalen’







Kan er iemand nog eens even herhalen wat excretie Transparant H:
Wb. 261
of uitscheiding is?
Samenvatting
Som nog eens de verschillende
uitscheidingsorganen op.
Wat ademen we in?
Wat ademen we uit of wat scheiden we uit?
Waar worden die gassen uitgewisseld?
Wat was het voordeel van het longblaasje? Waarom
verloopt dit vlot?
Wat scheiden we uit wanneer we lang gesport
hebben? Welk orgaan zorgt hiervoor?
Lln. passen term aan. gekronkeld buisje
->afvoerbuis
 Wat is het laatste uitscheidingsorgaan dat in
jullie samenvatting staat?
SAMENVATTING
Uitscheiding of excretie is het verwijderen van afvalstoffen
en overtollige stoffen uit het bloed en uit het lichaam.
De uitscheidingsorganen zijn longen, huid en nieren.
We ademen zuurstofgas in en ademen koolstofdioxide +
waterdamp uit.
De gassen worden uitgewisseld in het longblaasje.
Het longblaasje heeft een dunne wand.
We scheiden zweet uit via de zweetklieren in onze huid.
De nieren
11
Lln. schrappen uitleg bij nieren en lkr. dicteert het
juiste.
De nieren vormen urine. Deze urine wordt
opgeslagen in de urineblaas en tenslotte geloosd
via de urinebuis.
Leerlingen kunnen de
oorzaken en remedies
van een aantal
nieraandoeningen
benoemen. (C3)
Slot












Wat is uitermate belangrijk voor een goede
urineproductie?
Waarom is drinken zo belangrijk?
Wat zou schadelijk kunnen zijn voor de nieren?
Een voorbeeld van een medicijn dat schade kan
toebrengen aan de nieren Phenacetine. Het is een
pijnstiller, die het nierweefsel kan aantasten.
Kan er iemand een voorbeeld geven van een
aandoening aan de nieren?
Hoe zouden bijvoorbeeld nierstenen kunnen
ontstaan?
Wat zou de oorzaak kunnen zijn van de vorming
van nierstenen?
Transparant I:
Drinken +
Phenacetine
Gezondheidseducatie
Voldoende drinken is heel belangrijk voor een goede
nierwerking.
Sommige medicijnen kunnen schadelijk zijn voor de nieren
of kunnen de nierwerking beletten.
Transparant J:
Nierstenen,
nierdyalise
Waarom kan heel snel vermageren slecht zijn voor
de nieren?
Nieraandoeningen
Een niersteen is een klein steentje dat wordt gevormd door
de samenklontering van onoplosbare kristallen in de urine.
De voornaamste oorzaak van nierstenen is een
onvoldoende vochtopname. Hoe minder we drinken,
hoe geconcentreerder onze urine is en hoe makkelijker
zich nierstenen vormen.
Weinig drinken en veel zweten zorgt voor een snelle
gewichtsafname. Maar als je te weinig drinkt komt de
werking van de nieren in het gedrang.
Kan er mij iemand vertellen waarom een nierdialyse
wordt uitgevoerd?
Transparant K:
Wat gebeurt er tijdens een nierdyalise?
Risicofactoren
Wat is de laatste stap wanneer de nieren niet meer
functioneren?
Wat zijn mogelijke risicofactoren die de nierfunctie
verminderen?
Als de nieren onvoldoende werken, wordt het bloed niet
voldoende gezuiverd. Het lichaam wordt dan stilaan vergiftigd.
Bij nierdialyse wordt de functie van de nieren gedeeltelijk
overgenomen. De nieren zuiveren het bloed van allerlei
afvalstoffen. Als de nieren heel slecht werken, wordt het bloed
niet goed gezuiverd. Het bloed moet dan kunstmatig gezuiverd
worden. Dat kunstmatige zuiveren wordt nierdialyse genoemd.
Men gaat de nieren transplanteren.
- diabetes
- hoge bloeddruk
- hart – en vaataandoeningen
- familiale voorgeschiedenis
- roken
12
13
Biolokaal DLO
B
O
R
D
S
C
H
E
M
A
PROJECTIE TRANSPARANTEN
ACHTERZIJDE LINKERBORD
RECHTERHELFT MIDDENBORD
RECHTERBORD
Uitscheiding
(p. 250-261)
Biolokaal S.O. (2de verdieping)
B
O
R
D
S
C
H
E
M
A
L
O
K
A
A
L
KRIJTBORD
Uitscheiding
(p. 250-261)
SMART-BORD
PROJECTIE TRANSPARANTEN
14
Download