Uitgebreide toelichting van het meetinstrument Patient Competency

advertisement
Uitgebreide toelichting van het meetinstrument
Patient Competency Rating Scale (PCRS)
Juni 2014
Review: 1) B Dijcks
2) J.B. Grondal
Invoer: E.v. Engelen
1
Algemene gegevens
Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën
Lichaamsregio Algemeen, overig, ongespecificeerd
Aandoening
(ICD)
Zenuwstelsel en zintuigen (CVA, Traumatisch hersenletsel)
Domein
‘Menselijk
functioneren’
(ICF)
Mentale functies

Korte beschrijving Het primaire doel van het instrument is het meten van iemands
zelfbewustzijn (mogelijkheid om tekortkomingen te herkennen) na traumatisch hersenletsel.
Het instrument bestaat uit drie delen die respectievelijk door de patiënt, een familielid en een
behandelaar die bekend is met de patiënt worden ingevuld. De score van de patiënt wordt
vergeleken met die van een significante ander (familielid/behandelaar) om inzicht te krijgen
in zelfbewustzijn. Discrepanties tussen de scores, in het bijzonder als de patiënt gunstiger
scoort, kunnen beschouwd worden als beperkingen in zelfbewustzijn. Het betreft een
zelfrapportage instrument waarmee de mate waarin de patiënt problemen ondervindt in de
uitvoering van een variëteit aan taken en functies wordt gescoord. Het gaat hierbij om
problemen bij uitvoeren van functionele activiteiten (algemene dagelijkse activiteiten),
interpersoonlijke vaardigheden/gedrag, emotioneel functioneren en cognitief functioneren.
Het betreft een inschatting van hoe de taakuitvoering zou zijn en geen oordeel op grond van
observatie van de daadwerkelijke uitvoering ervan.1

Doelgroep patiënten met traumatisch hersenletsel. Het instrument is ook gebruikt in
onderzoek bij mensen met een beroerte.2

Auteur:
 Oorspronkelijke versie G.P. Prigatano (1986)8
 Nederlandse versie H. Eilander (1998) (betreft geen vertaling via officiële forwardbackward procedure)14
1
2
Doel van het meetinstrument

3
Combinatie van  - Prognostisch
- Inventariserend
- Evaluatief/effectiviteit
Soort/ Vorm van het meetinstrument




4
Vragenlijst
Opbouw  De drie delen voor patiënt, familielid en behandelaar bevatten elk dertig
vergelijkbare items. In de Engelstalige versie bevatten de delen van familielid en behandelaar
tevens nog een vraag over hoe goed ze op de hoogte zijn van het gedrag van de patiënt. Aan
het familielid wordt daarnaast nog gevraagd naar het geslacht en naar zijn/haar relatie met tot
de patiënt. Er worden in principe geen subschalen onderscheiden, maar door diverse auteurs
zijn de items met behulp van statistische analyses geclusterd, bijvoorbeeld:
- activiteiten van het dagelijks leven (6 items) executief functioneren/geheugen (12 items) en
emotioneel functioneren/reguleren (12 items).3
- sociale competenties, functionele competenties en organisatorische competenties.4
Invulinstructie een korte instructie is in het instrument zelf opgenomen. Deze wordt
mondeling uitgelegd.
Meetniveau per item: de dertig items worden gescoord op een vijfpuntsschaal die loopt van
“cann’t do” (1) tot “can do with ease” (5). Het item uit de lijst voor familielid/behandelaar
m.b.t. hoe goed men bekend is met de patiënt wordt gescoord op een vijfpuntsschaal die
loopt van “hardly at all”(1) tot “very well” (5). Meetniveau is ordinaal.
Meetniveau totaalscore: deze wordt berekend door een somscore (of gemiddelde score) te
berekenen van de scores op de dertig items die in alle drie de delen worden bevraagd (range
somscore is 30-150), waarbij een hogere score betere competenties betekent. Er zijn drie
verschillende manieren om de discrepantie tussen patiënt en significante ander na te gaan:
1) vergelijken van totaalscore/gemiddelde score over alle items waarbij grotere verschillen
grotere beperkingen in zelfbewustzijn betekenen.
2) berekenen van aantal items waarop respectievelijk patiënt hoger scoort, significante ander
hoger scoort en beiden gelijk scoren. Patiënt wordt geclassificeerd op grond van welk van
deze drie aantallen het hoogste is.
3) grootte van het verschil berekenen in score tussen patiënt en significante ander op
specifieke items (cognitief, gedragsmatig, enzovoort). 14
Verkrijgbaarheid



Opvraagbaar bij www.meetinstrumentenzorg.nl
Geschatte kosten gratis te downloaden
Copyright nee
2
5
Methodologische kwaliteit
Gegevens over de methodologische kwaliteit voor de PCRS staat in de volgende
systematische review, echter zijn de resultaten over de methodologische kwaliteit van de
PCRS niet objectief (in cijfers) beschreven, maar met een weging voorzien.
- Smeets SM, Ponds RW, Verhey FR, van Heugten CM. Psychometric properties and
feasibility of instruments used to assess awareness of deficits after acquired brain injury:
a systematic review. J Head Trauma Rehabil. 2012 Nov-Dec;27(6):433-4215
Daarom zijn de gegevens van de methodologische kwaliteit alsnog uitgewerkt. De gegevens
hieronder hebben geen betrekking op de Nederlandse versie van het instrument. Er zijn geen
recente nieuwe onderzoeken uitgevoerd.
Barskova & Wilz (2006)2 hebben een gemodificeerde versie van de PCRS gebruikt in
hun onderzoek (item 6, 7, 23 en 26 van de oorspronkelijke versie zijn niet meegenomen).

Interne consistentie
 Gehele lijst:
Cronbach’s α
Patiëntendeel:
0.91
0.88
0.89
0.92/0.94
Familiedeel:
0.93
0.95/0.96
N
populatie
55
97
192
151
patiënten met ernstig herseletsel5
patiënten met matig tot ernstig hersenletsel6
studenten7
patiënten met een beroerte 2
50
151
familieleden van patiënten met ernstig hersenletsel5
partners van patiënten met een beroerte2
 Subcategorie lijst:
Cronbach’s α van indeling gebruikt door Nolte (1999):
- executief functioneren/geheugen: 0.79
- emotioneel functioneren/reguleren: 0.83
- activiteiten van het dagelijks leven: 0.77
N=97, populatie patiënten met matig tot ernstig hersenletsel6
Cronbach’s α van de door McColl et al. gemaakte indeling in drie
clusters:
- sociale competenties: 0.89
- functionele competenties: 0.76
- organisatorische competenties: 0.804
Cronbach’s α van indeling gebruikt door Barskova & Wilz (2006)
patiëntendeel - familiedeel:
- ADL: 0.89/0.94 - 0.93/0.94
- cognitief gebied: 0.88/0.90 - 0.91/0.93
- emotioneel gebied: 0.81/0.85 - 0.84/0.88
- interpersoonlijk gebied: 0.82/0.87 - 0.83/0.90
N=151, populatie patiënten met een beroerte - partners2
3

Reproduceerbaarheid
 Betrouwbaarheid (reliability) 
 Gehele lijst:
Test-hertest betrouwbaarheid patiëntendeel:
correlatie: 0.97, N=17, populatie patiënten met traumatisch
hersenletsel8
ICC: 0.85 (periode van 1 week), N=20, populatie patiënten met
ernstig hersenletsel5
Test-hertest betrouwbaarheid (periode van één week): 0.82,
populatie groep studenten zonder letsel9
Test-hertest betrouwbaarheid familiedeel:
correlatie: 0.92, N=17, populatie relatives van patiënten met
traumatisch hersenletsel8
 Subcategorie lijst:
 Overeenkomst (agreement) 
Spearman correlatie:
- score familielid/significante ander en score behandelaar: 0.36
- verschilscore patiënt-familielid/significante ander en verschilscore patiënt-behandelaar:
0.64
N=129, populatie patiënten met traumatisch hersenletsel10
Correlatie score “patiënt”/familielid-significante ander: 0.92
N=131, populatie studenten en gezonde populatie11

Validiteit
 Content validity 
 Criterion validity 
 Construct validity
 Gehele lijst
Spearman correlatie met drie delen en twee verschilscores van
Awareness Questionnaire:
- Patiëntendeel: 0.50
- Familiedeel: 0.62
- Behandelaarsdeel: 0.69
- Verschilscore patiënt-familielid: 0.50
- Verschilscore patiënt-behandelaar: 0.61
N=129, populatie patiënten met traumatisch hersenletsel10
Pearson correlatie patiëntendeel met:
- Functional Assessment Measure (FAM) employment: 0.73
- Disability Rating Scale (DRS) employability: -0.71
- Revised Craig Handicap Assessment and Reporting Technique
(R-Chart) cognition: 0.84
- Neurobehavioral Functioning Inventory (NFI) depression: -0.72
4
- NFI memory: -0.83
- NFI communication: -0.75
- NFI motor: -0.75
N=48, populatie patiënten met traumatisch hersenletsel12
Pearson correlatie voor patiëntendeel en familiedeel schalen PCRS:
- PCRS-ADL met Barthel Index: 0.52/0.56 - 0.49/0.57
- PCRS-ADL met WHOQoL-physical: 0.65/0.74 - 0.60/0.71
- PCRS-Cognitief met WHOQoL-psychological: 0.54/0.59 - 0.47/0.58
- PCRS-Emotioneel met WHOQoL-psychological: 0.54/0.61 - 0.55/0.49
- PCRS-Interpersoonlijk met WHOQoL-social relationships: 0.36/0.38 0.39 / 0.16
N=151, populatie patiënten met een beroerte - partners2
The Center for Outcome Measurement in Brain Injury noemt dat de
PCRS discrepantie scores in sommige studies significant correleren met
indexen voor ernst van het letsel, maar in andere niet. Pogingen om de
PCRS te correleren aan specifieke neuropsychologische bevindingen
hebben i.h.a. negatieve of twijfelachtige resultaten opgeleverd. In
diverse studies correleerden PCRS discrepantie scores negatief met
maten voor depressie of emotioneel leed, hetgeen het idee ondersteunt
dat emotionele reacties op beperkingen het begin van tekortkomingen in
zelfbewustzijn volgen.1
Discriminante validiteit
Pearson correlatie voor patiëntendeel - familiedeel schalen PCRS:
- PCRS-ADL met WHOQoL-social relationships: 0.27/0.25 - 0.24/0.24
- PCRS-Cognitief met Barthel Index: 0.06/0.22 - 0.20/0.19
- PCRS-Emotioneel met Barthel Index: 0.03/0.23 - 0.12/0.26
- PCRS-Interpersoonlijk met Barthel Index: 0.10/0.19 - 0.23/0.27
N=151, populatie patiënten met een beroerte - partners2

6
Responsiviteit / longitudinale validiteit
Hanteerbaarheid/ Feasibility





Taal Origineel Engels, vertaling Nederlands
Benodigdheden invulformulier
Randvoorwaarden de onderzoeker moet eerst nagaan of het begrip van de patiënt goed
genoeg is om valide antwoorden te geven. De items kunnen voorgelezen worden en/of
geherformuleerd worden voor patiënten die een beter auditief begrip hebben dan leesbegrip.
Indien nodig, dan kan de patiënt de items op de schaal aanwijzen in plaats van hardop lezen.1
Benodigde tijd minimaal 5 minuten
Gebruikershandleiding  Ja, een beperkte handleiding van de engelstalige versie1
5
7
Normgegevens

8
Overige gegevens


9
Interpretatie:
- Score patiënt minus score behandelaar:
< 28 geen of milde beperkingen in zelfbewustzijn
28-51 matige beperkingen in zelfbewustzijn
> 51 ernstige beperkingen in zelfbewustzijn10
Deze scores moeten niet gebruikt worden voor het nemen van klinische beslissingen
voordat ze verder gevalideerd zijn.
Borgora en Prigatano (2003) hebben voor gebruik bij patiënten met hersenletsel in een
neurorevalidatie unit een kortere versie van 19 items ontwikkeld waarbinnen drie factoren
konden worden onderscheiden. De interne consistentie hiervan en van de totaalscore bleek
acceptabel.13
De interpretatie van de PCRS gaat uit van de veronderstelling dat het oordeel van familielid
of behandelaar een waarheidsgetrouwe maat is voor competentie van de patiënt, ten opzichte
waarvan het zelfbewustzijn van de patiënt kan worden vastgesteld. De ontwikkelaars van het
instrument geven aan dat deze veronderstelling verder moet worden gevalideerd.1
Literatuurlijst
1. Hart T. (2000). The Patient Competency Rating Scale. The Center for Outcome Measurement
in Brain Injury. http://www.tbims.org/combi/pcrs
2. Barskova T, Wilz G. Psychosocial functioning after stroke: psychometric properties of the
patient competency rating scale Brain Injury 2006; 20 (13&14): 1431-1437.
3. Ezrachi O, Kay T, Cavallo MM (1993). The Patient Competency Rating Scale: Factor
structure and functional correlates in head injury. Paper presented at the 101st American
Psychological Association Convention, Toronto, ON.
4. McColl MA, Carlson P, Johnston J, Minnes P, Shue K, Willer B (1997). Process and
outcomes of community reintegration for adults with acquired brain injuries: Final report to
the Ontario Ministry of Health.
5. Fleming JM, Strong J, Ashton R. Cluster analysis of self-awareness levels in adults with
traumatic brain injury and relationship to outcome. Journal of Head Trauma Rehabilitation
1998; 13(5): 39-51.
6. Nolte ML. Disablement, Context and Quality of Life After Brain Injury: Measuring What
Matters. Queens’s University Kingston, Ontario, Canada, 1999.
7. Maneckshana P. Development of Clinical Subscales for Problem Checklist and Patient
Competency Rating Scale. University of Southern Queensland, 2003.
8. Prigatano GP, Altman IM, O'Brien, KP. Behavioral limitations that brain injured patients
tend to underestimate. Clinical Neuropsychologist 1990; 4(2): 163-176.
9. Heilbronner. Heilbronner RL, Millsaps C, Azrin R, Mittenberg W. Psychometric properties
of the Patient Competency Rating Scale (PCRS). Journal of Clinical and Experimental
Neuropsychology 1993; 15: 67-68.
10. Sherer M, Hart T, Nick TG. Measurement of Impaired Self-awareness after Traumatic Brain
Injury: A Comparison of the Patient Competency Rating Scale and the Awareness
Questionnaire. Brain Injury 2003; 17(1): 25-37.
11. Leathem JM, Murphy LJ, Flett RA. Self- and informant-ratings on the patient competency
6
12.
13.
14.
15.
rating scale in patients with traumatic brain injury. Journal of Clinical and Experimental
Neuropsychology 1998; 20(5): 694-705.
Hall KM, Bushnik T, Lakisic-Kazazic B, Wright J, Cantagallo A. Assessing traumatic brain
injury outcome measures for long-term follow-up of community-based individuals. Archives
of physical medicine and rehabilitation 2001; 82(3): 367-374.
Borgaro SR, Prigatano GP. Modification of the Patient Competency Rating Scale for use on
an acute neurorehabilitation unit: the PCRS-NR.. Brain Injury 2003; 17(10): 847-853.
Riemsma RP, Forbes CA, Glanville JM, Eastwood AJ, Kleijnen J. General health status
measures for people with cognitive impairment: learning disability and acquired brain injury.
Health Technology Assessment 2001; Vol. 5: No. 6
Smeets SM, Ponds RW, Verhey FR, van Heugten CM. Psychometric properties and
feasibility of instruments used to assess awareness of deficits after acquired brain injury: a
systematic review. J Head Trauma Rehabil. 2012 Nov-Dec;27(6):433-42.
7
Download