HOEK 2

advertisement
1
Goedemorgen beste leerlingen van 2 MWc,
Vandaag gaan jullie iets doen wat jullie niet gewend zijn. Jullie gaan namelijk een
hoekenwerk doen. In dit hoekenwerk gaan jullie van alles leren over licht en geluid.
Wat gaan we nu juist doen?
In de klas kunnen jullie vier verschillende hoeken zien. Jullie worden onderverdeeld in
vier groepjes van zes/zeven leerlingen. Elk groepje krijgt een hoek toegewezen. In deze
hoek gaan jullie op onderzoek. Dit onderzoek zal altijd bestaan uit enkele proefjes.
Deze proefjes moeten jullie zelf op een rustige en ordelijke manier uitvoeren. Om de
hoek af te ronden krijgen jullie 15 minuutjes. Eens deze tijd om is, schuiven jullie door
naar een andere hoek (de volgende) om weer wat nieuws te ontdekken. Elke hoek is
onderverdeeld in verschillende puntjes. Bij elk puntje vinden jullie een emoticon. Deze
heeft volgende betekenis:
Dit puntje is verplicht. Binnen de 15 minuutjes moet dit puntje zeker
uitgevoerd zijn.
Dit is niet verplicht. Als je vroegtijdig klaar bent en alle vraagjes hebt
kunnen beantwoorden, mag je dit puntje uitvoeren.
Let op: Na het uitvoeren van de verplichte puntjes is het niet de bedoeling dat we met
onze vingertjes gaan draaien. We zorgen ervoor dat we steeds nuttig bezig zijn!  Niet
verplichte puntjes uitvoeren.
Verbetering
Tijdens het hoekenwerk zal je regelmatig een besluit moeten formuleren over wat je nu
net ontdekt hebt. Echte wetenschappers nemen echter nooit een algemeen besluit
vanuit één bepaalde opinie of waarneming. Er moet telkens overlegd worden met andere
wetenschappers! Vandaar dat we, eens elk groepje klaar is, klassikaal alle besluiten
zullen bespreken om vervolgens met z’n allen het leerwerkboek in te vullen.
Veiligheid en afspraken
Bij het uitvoeren van de proefjes is het de bedoeling dat we steeds goed nadenken over
wat we doen. Verder worden de proefjes ook maar eenmaal uitgevoerd. Hierbij dragen
we zorg voor het gebruikte materiaal en gedragen we ons volwassen.
2
HOEK 1: Hoe ontstaat geluid?
Welkom in de “hoe ontstaat geluid-hoek”!
Voor horende mensen is geluid vaak iets heel vanzelfsprekends. Pas als je minder goed
begint te horen merk je hoe belangrijk geluid is. Het belangrijk dat we weten hoe geluid
ontstaat. In deze hoek gaan we dat onderzoeken.
Bij een onderzoek horen altijd enkele proefjes. Belangrijk is dat je steeds de stapjes
bij de proefjes goed opvolgt! Een goed besluit mag vervolgens ook niet ontbreken.
Veel plezier!
Proef 1
Materiaal
- Lat van 50 cm.
Werkwijze
1) Leg een lat op de rand van een tafel en houd het uiteinde dat op de tafel ligt
stevig vast.
2) Geef een flinke tik tegen het andere uiteinde.
Waarneming
Wat doet de lat?
_________________________________________________________________
Hoe noemen we die beweging?
_________________________________________________________________
Blijft het verschijnsel duren?
_________________________________________________________________
3
Enkele voorbeelden van trillingen:
-
De beweging van de slinger van een klok
-
Het trillen van je stembanden
 Test dit zelf door met je vinger het strottenhoofd aan te raken
tijdens het praten.
Geef zelf nog vijf voorbeelden van trillingen:
(onderstaande prentjes kunnen helpen)
-
_______________________________________________
-
_______________________________________________
-
_______________________________________________
-
_______________________________________________
-
_______________________________________________
4
Proef 2
Materiaal
-
Pingpongballetje aan statief
-
Stemvork
-
Slagstokje
Werkwijze
1) Hang de pingpongbal in de buurt van de stemvork maar er nog niet tegen.
2) Klop tegen de stemvork
3) Breng de stemvork (door schuiven) tegen de pingpongbal.
Waarneming
Wat gebeurt er met het pingpongballetje na contact met de stemvork?
_________________________________________________________________
Proef 3
Materiaal
-
Breed bekerglas gevuld met water
-
Stemvork
-
Slagstokje
Werkwijze
1) Sla tegen de stemvork
2) Houdt vervolgens de stemvork tegen het water
Waarneming
Wat gebeurt er met het water?
_________________________________________________________________
Duurt het verschijnsel lang?
_________________________________________________________________
5
Je hebt na deze proefjes ongetwijfeld wat ‘ontdekt’. Schrijf hieronder in eigen
woorden een besluit.
_________________________________________________________________
_________________________________________________________________
_________________________________________________________________
_________________________________________________________________
In de omgeving vind je heel wat trillingsbronnen die geluid veroorzaken.
-
Tijdens het praten trillen je stembanden
-
Als je de radio in de auto keiluid zet, voel je de luidsprekers trillen.
-
Bij stormachtig weer zingen de draden van een hoogspanningsleiding.
-
…
Geef zelf nog vijf andere voorbeelden van trillingen die geluid veroorzaken.
-
____________________________________________________________
-
____________________________________________________________
-
____________________________________________________________
-
____________________________________________________________
-
____________________________________________________________
6
Proef 4
Materiaal
-
Een stemvork
-
Een slagstokje
-
Een houten kistje (=klankkast)
Werkwijze
1) Geef met het slagstokje een korte tik tegen één van de benen van de stemvork,
die je hebt losgemaakt van de klankkast.
2) Zet de trillende stemvork daarna weer op de klankkast en sla er vervolgens
nogmaals tegen.
Waarneming
Wat hoor je bij de eerste stap?
_________________________________________________________________
Wat hoor je eens je de stemvork op de klankkast hebt geplaats?
_________________________________________________________________
Kruiswoordraadsel
Op de laatste pagina van het bundeltje kan je een kruiswoordraadsel vinden. Tracht dit
rustig in te vullen zonder gebruik te maken van hulpmiddeltjes. Je mag wel overleggen
met je groepsleden.
7
HOEK 2: Hoe ontstaat licht?
Welkom in de “hoe ontstaat licht-hoek”!
Voor de meeste mensen is licht vaak iets heel vanzelfsprekends. Pas als je minder goed
kan zien merk je hoe belangrijk licht is. Het belangrijk dat we weten hoe licht ontstaat.
In deze hoek gaan we dat onderzoeken. Bij een onderzoek horen altijd enkele proefjes.
Belangrijk is dat je steeds de stapjes bij de proefjes goed opvolgt! Een goed besluit
mag vervolgens ook niet ontbreken.
Veel plezier!
Opmerking: Hieronder volgen enkele proefjes die te maken hebben met vuur. Het is
belangrijk dat je hier enorm veilig te werk gaat! Weest steeds voorzichtig bij het
uitvoeren van de proeven! (DENK ALVORENS TE DOEN)
Proef 1
Materiaal
-
Lucifers
Werkwijze
-
Steek een lucifer (voorzichtig) aan.
-
Voel met je andere hand rond de brandende lucifer.
OPGELET: Raak de vlam niet aan met je vinger!!!!
-
Doe de gebruikte/gedoofde lucifer in het voorziene potje!
Waarneming
Wat voel je rond de lucifer?
____________________________________________________________
Zou je de lucifer kunnen gebruiken in een donkere grot?
____________________________________________________________
8
Proef 2
Materiaal
-
Vuurwerkstokjes
-
Lucifers
Werkwijze
-
Neem vuurwerkstokje in één hand
-
Steek een lucifer aan en houdt deze een tijdje tegen het vuurwerk
-
Voel voorzichtig met je hand rond het vuurwerk!
OPGELET: We raken het vuurwerk niet aan!!!
Waarneming
Hoe voelt het vuurwerk aan?
_________________________________________________________________
Proef 3 (deze proef voert de leerkracht uit)
We houden een ijzeren lepel in de vlam van een bunsenbrander. We halen hem
regelmatig uit de vlam om hem aandachtig te bestuderen. Vervolgens laten we een
druppeltje water op de lepel vallen.
Waarneming
Wat voel je meteen als je met je hand in de buurt van de lepel komt?
_________________________________________________________________
Hoe verandert de kleur van de lepel naarmate hij langer verwarmd wordt?
_________________________________________________________________
Hoe ziet de lepel er uiteindelijk uit na lang verwarmen?
_________________________________________________________________
Wat zie je aan de waterdruppel?
_________________________________________________________________
9
Straalt de lepel licht uit?
_________________________________________________________________
Je hebt na deze proefjes ongetwijfeld wat ‘ontdekt’. Schrijf hieronder in eigen
woorden een besluit.
_________________________________________________________________
_________________________________________________________________
_________________________________________________________________
_________________________________________________________________
De leraar vertelt je iets bijzonders over atomen en licht
10
HOEK 3: Licht is energie
Welkom in de “licht is energie-hoek”! Je hebt ongetwijfeld al wel gehoord van zonneenergie. Zonne-energie is eigenlijk hetzelfde als lichtenergie. De vraag is enkel in welke
soorten energie we deze lichtenergie kunnen omzetten. In deze hoek zal je zeker en
vast meer te weten komen over licht en energie.
Veel plezier!
Proef 1
Materiaal
-
Zonnecellen
-
Een motor
-
Projector
-
snoeren
Werkwijze
1) Sluit de klemmen van de zonnecellen aan op de klemmen van de motor.
2) Houd de zonnecellen in het fel licht van de beamer.
3) Houd de zonnecellen onder een andere hoek zodat het licht onder een andere
hoek invalt op de zonnecellen.
4) Herhaal stap 3.
Waarneming
Wat zie je bij stap 3?
_________________________________________________________________
Wat zie je bij stap 4?
_________________________________________________________________
Naar welke windrichting en onder welke hoek worden zonnepanelen het best geplaatst?
_________________________________________________________________
In deze proef wordt lichtenergie omgezet in een andere energievorm. Welke?
_________________________________________________________________
11
Proef 2
Materiaal
-
Radiometer van Crookes (1875)
-
Projector
Werkwijze
1) Houd de lichtmolen in het licht van de projector.
Waarneming
Wat gebeurt er?
_________________________________________________________________
In deze proef wordt lichtenergie omgezet in een andere energievorm. Welke?
_________________________________________________________________
Proef 3
Materiaal
-
Regelbare spanningsbron
-
Snoeren
-
Lampje met lampenhouder
Werkwijze
1) Maak een serieschakeling met de twee lampjes.
2) Verbind de serieschakeling met de polen van de spanningsbron.
3) Laat je schakeling controleren door je leerkracht.
4) Laat de spanning variëren tussen 0 V tot 5 V.
Waarneming
Bij welke spanning lichten de lampjes op?
_________________________________________________________________
De proef toont aan dat elektrische energie op zijn beurt kan omgezet worden in een
andere energievorm. Welke?
_________________________________________________________________
12
Je hebt na deze proefjes ongetwijfeld wat ‘ontdekt’. Schrijf hieronder in eigen
woorden een besluit.
_________________________________________________________________
_________________________________________________________________
_________________________________________________________________
_________________________________________________________________
Vraagjes rond energie
1) Noem een vijftal toepassingen waarbij zonnepanelen gebruikt worden. Geef ook
telkens aan in welke andere energievorm het licht omgezet wordt.
toepassing
energievorm
13
HOEK 4: Licht zien
Welkom in de “licht zien-hoek”! Dankzij het licht kunnen we voorwerpen zien. Soms is er
echter licht zonder dat we daar iets van merken.
Aan de hand van een aantal proefjes wil ik jullie duidelijk maken wanneer we nu juist iets
zien.
Proef 1
Materiaal
-
Papieren & kartonnen koker
-
Een zaklamp
-
Een waterstuiver
-
Handdoek
Werkwijze
1) Schuif de zaklamp in de koker.
2) Zet de zaklamp aan en laat één leerling de lamp verticaal (naar beneden
schijnend) vasthouden.
3) Kijk (zijwaarts) vanop een afstand naar de lamp.
4) Houd de koker met lamp nu 20 cm boven de tafel waarop het zwart papier ligt.
5) Gebruik de waterstuiver om waterdruppels onder de koker te spuiten.
OPGELET: Maak er geen natte boel van! Gebruik de handdoek!!
6) Neem de zaklamp nu vast en verwijder de koker.
7) Schijn vervolgens met de zaklamp vanop een afstand van 30 cm in je oog.
8) Breng nu je hand voor je oog.
14
Waarneming
Zie je bij stap 3 het licht van de zaklamp branden?
_________________________________________________________________
Wat zie je op het vel zwart papier bij stap 4?
_________________________________________________________________
Wat wordt er zichtbaar nadat je de waterdruppels onder de lamp hebt gespoten?
_________________________________________________________________
Wat zie je bij stap 9?
_________________________________________________________________
Probeer zelf hieronder in eigen woorden de voorlaatste waarneming te verklaren.
_________________________________________________________________
_________________________________________________________________
_________________________________________________________________
Je hebt na deze proefjes ongetwijfeld wat ‘ontdekt’. Schrijf hieronder in eigen
woorden een besluit.
_________________________________________________________________
_________________________________________________________________
_________________________________________________________________
_________________________________________________________________
15
Proef 2
Materiaal
-
Kommetje
-
2 euro
-
Water
Werkwijze
-
Leg het 2 euro muntstuk in het midden van het kommetje.
-
Kijk vervolgens schuin naar het 2 euromuntstuk zoals hieronder op de tekening.
-
Ga nu een klein beetje naar beneden met je oog zodanig dat je het muntje net
niet meer kunt zien.
-
Een andere leerling giet nu (rustig) het kommetje vol met water.
Waarneming
Wat stel je vast?
_________________________________________________________________
_________________________________________________________________
Geef hieronder in eigen woorden een verklaring voor je vaststelling.
_________________________________________________________________
_________________________________________________________________
_________________________________________________________________
Kruiswoordraadsel
Op de laatste pagina van het bundeltje kan je een kruiswoordraadsel vinden. Tracht dit
rustig in te vullen zonder gebruik te maken van hulpmiddeltjes. Je mag wel overleggen
met je groepsleden.
16
Verticaal
1) Een stijgende of dalende opeenvolging van toonhoogten noemen we een … .
2) Waardoor vliegt nevenstaand vliegtuig?
5) Nevenstaand verschijnsel 
Horizontaal
3) Een lichaam dat enkel kan gezien worden
als er licht op invalt noemen we een… .
4) De afstand die het licht in één jaar aflegt
noemen we een … .
6) Wanneer we naar een fuif of festival gaan kunnen we best … in doen om gehoorschade te
voorkomen.
7) De uitvinder van de gloeilamp
8) Het snelste wat er op onze aarde bestaat
17
Download