Voortbouwen op de kracht van winstgevende groei

advertisement
www.ing.com
2006
ING Groep
Jaarverslag
Jaarverslag 2006
222271
Voortbouwen op de kracht
van winstgevende groei
ING Groep
WW W.ING.COM
Het logo van de Forest Stewardship Council (FSC) geeft aan dat
het voor dit verslag gebruikte hout uit bossen komt die worden
beheerd volgens strikte milieu-, sociale en economische normen.
Inhoud
1.1 Ons profiel
2.1 Geconsolideerde jaarrekening
Management
2
Kerncijfers
3
ING in het kort
4
Bericht van de voorzitter
6
Aandeelhoudersinformatie
7
Strategie
10
1.2 Onze resultaten
Verslag van de Raad van Bestuur
Financiële hoofdpunten
Kapitaalbeheer
Risicobeheer
Insurance Europe
Insurance Americas
Insurance Asia/Pacific
Wholesale Banking
Retail Banking
ING Direct
Vermogensbeheer
Human resources
Merkpositionering
Verantwoord ondernemen
13
13
16
18
22
26
30
34
38
42
46
50
52
53
1.3 Onze governance
Geconsolideerde balans
Geconsolideerde winst- en verliesrekening
Geconsolideerd kasstroomoverzicht
Geconsolideerd mutatie-overzicht eigen vermogen
Grondslagen voor de geconsolideerde balans en
winst- en verliesrekening
Grondslagen voor het geconsolideerd kasstroomoverzicht
Toelichting op de geconsolideerde balans
Additionele informatie bij de geconsolideerde balans
Toelichting op de geconsolideerde winst- en
verliesrekening
Gesegmenteerde informatie
Toelichting op het geconsolideerd kasstroomoverzicht
Risicobeheer
88
89
90
91
92
109
110
141
163
179
186
187
2.2 Vennootschappelijke jaarrekening
Vennootschappelijke balans
Vennootschappelijke winst- en verliesrekening
Vennootschappelijk mutatie-overzicht eigen vermogen
Grondslagen voor de vennootschappelijke balans
en winst- en verliesrekening
Toelichting op de vennootschappelijke balans
212
213
214
215
216
2.3 Overige informatie
Accountantsverklaring
Voorstel voor winstbestemming
Bepalingen inzake uitgifte van aandelen
Bericht van de Raad van Commissarissen
56
2.4 Additionele financiële informatie
Corporate governance
59
Rapport Stichting ING Aandelen
69
Rapport Stichting Continuïteit ING
71
Artikel 404 Sarbanes-Oxley-wet
72
Remuneratierapport
74
Eigen vermogen en nettowinst op basis van
waarderingsgrondslagen in de Verenigde Staten
(US GAAP)
Toelichting op de verschillen tussen
IFRS-EU-grondslagen en US GAAP
RAROC performance
Embedded value
Credit ratings
Kapitalisatie en ratio’s
Financiële begrippenlijst
Ondernemingsraden
87
220
221
222
223
224
229
230
234
235
236
ING Groep Jaarverslag 2006
1
1.1 Ons profiel
Management
BESTUURSSAMENSTELLING
op 31 december 2006
RAAD VAN BESTUUR
M.J. Tilmant (54), voorzitter
drs.ing. C. Maas(1) (59), vicevoorzitter en chief financial officer
E.F. Boyer de la Giroday (54)
drs. D.H. Harryvan (53)
mr. E.P. Leenaars (45)
T.J. McInerney (50)
drs. H. van der Noordaa (45)
J. de Vaucleroy (45)
RAAD VAN COMMISSARISSEN
drs. C.A.J. Herkströter RA (69), voorzitter
E. Bourdais de Charbonnière (67), vicevoorzitter
mw. L. Gross Goldberg (69)
prof.mr. P.F. van der Heijden(1) (57)
dr. C.D. Hoffmann(2) (64)
drs. J.H.M. Hommen (63)
drs. P.C. Klaver (61)
W. Kok(2) (68)
G.J.A. van der Lugt (66)
ir. K. Vuursteen (65)
(1)
(2)
treedt af per 24 april 2007
voorgedragen voor herbenoeming per 24 april 2007
Hoofdpunten
• Het uitstekende resultaat van ING
weerspiegelt de sterke en gediversifieerde
winstcapaciteit van onze bedrijven
• ING beheert haar kapitaal actief door te
investeren in de vele groeimogelijkheden
binnen de Groep
• De sterke ontwikkeling van de groeipijlers zet
zich voort, gesteund door goede groei in
verschillende volwassen markten
• Uitvoering blijft van groot belang, waarbij
sterk de nadruk wordt gelegd op
kostenbeheersing en risicobeheer
Operationele/onderliggende
nettowinst in miljarden euro’s
Balanstotaal
in miljarden euro’s
1.200
10
1.000
8
800
Audit Committee
drs. J.H.M. Hommen, voorzitter
dr. C.D. Hoffmann
W. Kok (vanaf mei 2006)
G.J.A. van der Lugt
6
600
4
2
0
Remuneratie- en Nominatiecommissie
drs. C.A.J. Herkströter RA, voorzitter
E. Bourdais de Charbonnière
mw. L. Gross Goldberg
prof.mr. P.F. van der Heijden
Corporate Governance Committee
drs. C.A.J. Herkströter RA, voorzitter
E. Bourdais de Charbonnière
mw. L. Gross Goldberg
prof.mr. P.F. van der Heijden
De heren J.C.R. Hele en drs. J.V. Timmermans zijn voorgedragen voor benoeming in
de Raad van Bestuur per 24 april 2007. De heren drs. H.W. Breukink, mr. P.A.F.W.
Elverding en P. Hoogendoorn RA zijn voorgedragen voor benoeming in de Raad van
Commissarissen. De Aandeelhoudersvergadering beslist op 24 april 2007 over deze
voordrachten tot benoeming.
400
200
97 98 99 00 01 02 03 04 05 06
2
ING Groep Jaarverslag 2006
97 98 99 00 01 02 03 04 05 06
NL GAAP
IFRS
Beurswaarde
in miljarden euro’s
80
100
70
80
60
50
60
40
40
30
20
0
Medewerkers
fte’s per jaarultimo, in duizenden
120
90
20
10
Meer informatie over de leden van de Raad van Bestuur en de Raad van
Commissarissen evenals over de nieuw te benoemen leden vindt u op de pagina’s
63-64 en 66-67.
0
97 98 99 00 01 02 03 04 05 06
0
97 98 99 00 01 02 03 04 05 06
Kerncijfers
Vijf jaar kerncijfers
2006
2005
2004
2003(1)
2002(1)
Baten (in miljoenen euro’s)
Verzekeringsactiviteiten
Bankactiviteiten
Totale baten(2)
59.642
14.195
73.621
57.403
13.848
71.120
55.614
12.678
68.171
53.223
11.680
64.736
59.729
11.201
70.913
Bedrijfslasten (in miljoenen euro’s)
Verzekeringsactiviteiten
Bankactiviteiten(3)
Totale bedrijfslasten
5.275
9.087
14.362
5.195
8.844
14.039
4.746
8.795
13.541
4.897
8.184
13.081
5.203
8.298
13.501
114
99
487
1.288
2.099
Winst voor belastingen (in miljoenen euro’s)
Verzekeringsactiviteiten
Bankactiviteiten
Totale winst voor belastingen
Belastingen
Belangen van derden
Nettowinst
Desinvesteringen/bijzondere posten
Onderliggende nettowinst
4.935
5.005
9.940
1.907
341
7.692
–58
7.750
3.978
4.916
8.894
1.379
305
7.210
976
6.234
4.322
3.418
7.740
1.709
276
5.755
796
4.959
3.506
2.371
5.877
1.490
344
4.043
–10
4.053
4.453
1.468
5.921
1.089
332
4.500
1.067
3.433
Cijfers per gewoon aandeel (in euro’s)
Nettowinst
Uitkeerbare nettowinst
Dividend
Eigen vermogen (in moederbedrijf)
3,57
3,57
1,32
17,78
3,32
3,32
1,18
16,96
2,71
2,71
1,07
12,95
2,00
2,00
0,97
10,08
2,32
2,20
0,97
9,14
Balans (in miljarden euro’s)
Balanstotaal
Eigen vermogen
1.226
38
1.159
37
964
28
779
21
716
18
9,0%
274%
14,2%
7,63%
9,4%
255%
13,4%
7,32%
10,2%
204%
14,3%
6,92%
14,4%
180%
19,8%
7,59%
19,9%
169%
22,8%
7,31%
74
65
49
39
32
23,5%
7%
26,6%
25%
25,4%
n.v.t.
21,5%
–10%
17,4%
–2%
807
13,3%
91%
805
13,2%
95%
632
12,1%
94%
440
10,9%
98%
519
11,5%
102%
64,0%
19,7%
63,9%
22,6%
69,4%
14,5%
70,1%
74,1%
600
547
492
463
449
119.801
116.614
112.195
114.335
116.200
Voorziening voor debiteurenverliezen/
beleggingsverliezen (in miljoenen euro’s)
Kapitaalratio’s
Verhouding schuld/eigen vermogen ING Groep
Kapitaaldekkingsratio verzekeringsbedrijf
Verhouding schuld/eigen vermogen verzekeringsbedrijf
Tier 1-ratio bankbedrijf
Beurswaarde (in miljarden euro’s)
Key performance indicators
Rendement op eigen vermogen
Stijging nettowinst
Verzekeringsbedrijf
Waarde nieuwe levenproductie (in miljoenen euro’s)
Intern rendement (leven)
Combined ratio (schade)
Bankbedrijf
Kosten/batenverhouding (totaal)
RAROC na belastingen (totaal)
Beheerd vermogen (in miljarden euro’s)
Medewerkers (aantal fte’s per jaarultimo)
(1)
Cijfers volgens NL GAAP (Nederlandse grondslagen voor financiële verslaggeving).
(2)
Inclusief intercompany-eliminaties.
(3)
Inclusief overige bijzondere waardeverminderingen.
ING Groep Jaarverslag 2006
3
1.1 Ons profiel
ING in het kort
Onze missie
De klant staat centraal bij het aanbieden
van onze financiële producten en
diensten. Wij bieden uitstekende
dienstverlening, optimaal gemak en
concurrerende tarieven. Dit blijkt ook
uit onze missie: onze klanten een
toonaangevende dienstverlening bieden
bij hun financiële keuzes voor
de toekomst.
Ons profiel
Als een van de 15 grootste financiële
instellingen in de wereld (gemeten naar
beurswaarde), biedt ING een uitgebreid
productassortiment op het gebied van
verzekeren, bankieren en vermogensbeheer. We hebben meer dan 60 miljoen
klanten in Europa, de Verenigde Staten,
Canada, Latijns-Amerika, Azië en
Australië. We maken gebruik van onze
kennis en ervaring, onze uitstekende
dienstverlening en onze wereldwijde
omvang om tegemoet te komen aan
de wensen van onze brede klantengroep
van particulieren, bedrijven, instellingen
en overheden.
Onze strategie
De ambitie van ING is erop gericht waarde
te creëren voor haar aandeelhouders door
hen voor de langere termijn een hoger
totaalrendement te bieden dan het
gemiddelde van onze concurrenten. We
willen dit realiseren door onze bedrijfsvoering te richten op waardecreatie door
middel van groei en rendement en door
de uitvoering van onze basisprocessen
en -diensten voortdurend te verbeteren.
We willen uitblinken in wat wij doen,
onze klanten uitstekende dienstverlening
bieden en daarbij onze kosten, risico’s,
kapitaal en reputatie beheersen. We
investeren in groei en zorgen daarom dat
wij actief zijn daar waar zich goede groei-
VERZEKEREN – BANKIEREN – VERMOGENSBEHEER
ING is opgebouwd uit zes divisies. Een duidelijke klantgerichtheid en een logische
ordening van activiteiten vormen de kernelementen van deze structuur.
Insurance Europe
Hieronder vallen de verzekerings- en vermogensbeheeractiviteiten in Europa.
De belangrijkste verzekeringsactiviteiten bevinden zich in Nederland,
België, Spanje, Griekenland en Centraal-Europa. In deze landen biedt
ING levensverzekeringen aan, met bijzondere aandacht voor pensioenen.
In Nederland en België bieden wij ook schadeverzekeringen aan.
Insurance Americas
Dit onderdeel biedt producten en diensten op het gebied van verzekeren,
beleggen, pensioenen en vermogensbeheer. Gemeten naar omzet behoort
ING in de Verenigde Staten tot de top 10 van pensioenverstrekkers.
Op basis van brutopremies zijn we in Canada de grootste schadeverzekeraar.
Daarnaast zijn we actief in Mexico, Chili, Peru en Brazilië.
Insurance Asia/Pacific
Deze divisie is actief op het gebied van levensverzekerings- en vermogensbeheeractiviteiten. We hebben een goede marktpositie in Australië, Hongkong,
Japan, Maleisië, Nieuw-Zeeland, Taiwan en Zuid-Korea. Onze activiteiten in
China, India en Thailand zijn belangrijke toekomstige groeimarkten.
Onderliggende winst voor belastingen
Insurance Europe
2.328
2006
2005
2.021
in miljoenen euro’s
Onderliggende winst voor belastingen
Insurance Americas
2006
1.992
2005
1.979
in miljoenen euro’s
Onderliggende winst voor belastingen
Insurance Asia/Pacific
2006
2005
621
447
in miljoenen euro’s
4
ING Groep Jaarverslag 2006
mogelijkheden voor de lange termijn
voordoen. Pensioenen, ING Direct en
onze levensverzekeringsactiviteiten in
opkomende markten zijn daarvan goede
voorbeelden. Door ons te richten op
specifieke product- en klantsegmenten
doen wij het in de volwassen markten in
veel gevallen beter dan onze concurrenten.
Onze stakeholders
ING doet zaken op basis van duidelijk
vastgestelde business principles. Bij alles
wat wij doen, proberen wij zo goed
mogelijk rekening te houden met de
belangen van klanten, aandeelhouders,
medewerkers, zakenrelaties en de samenleving als geheel. ING streeft ernaar een
goede ‘corporate citizen’ te zijn.
Wholesale Banking
Deze divisie verzorgt wereldwijd bankdiensten voor de zakelijke markt. De
primaire focus ligt op Nederland en België, waar we een volledig scala aan
producten bieden aan bedrijven en instellingen. In andere landen hanteren
we een meer selectieve aanpak ten aanzien van klanten en producten.
ING Real Estate, de grootste vastgoedvermogensbeheerder in de wereld
gemeten naar beheerd vermogen, is ook onderdeel van Wholesale Banking.
Retail Banking
Hieronder vallen de bankdiensten voor particulieren in de volwassen markten
van Nederland en België en de opkomende markten van Polen, Roemenië,
India en China. Wij bieden private-bankingdiensten aan in Nederland, België,
Luxemburg, Zwitserland en in verschillende landen in Azië, Latijns-Amerika
en Centraal- en Oost-Europa.
ING Direct
Deze divisie houdt zich bezig met directbankieren voor klanten in Australië,
Canada, Duitsland en Oostenrijk, Frankrijk, Italië, Spanje, het Verenigd Koninkrijk
en de Verenigde Staten. De belangrijkste producten zijn spaar- en
hypotheekproducten
Verantwoord ondernemen
ING streeft ernaar de winstgevendheid
te vergroten op basis van een duidelijke
bedrijfsethiek en respect voor haar
stakeholders. Verantwoord ondernemen
is dan ook een belangrijk onderdeel
van onze strategie: wij nemen ethische,
maatschappelijke en milieutechnische
overwegingen mee in onze zakelijke
besluiten.
Onderliggende winst voor belastingen
Wholesale Banking
2.525
2006
2005
2.299
in miljoenen euro’s
Onderliggende winst voor belastingen
Retail Banking
2006
1.932
2005
1.815
in miljoenen euro’s
Onderliggende winst voor belastingen
ING Direct
2006
2005
717
617
in miljoenen euro’s
ING Groep Jaarverslag 2006
5
1.1 Ons profiel
Bericht van de voorzitter
Voortbouwen op de kracht van winstgevende groei
Beste stakeholder,
ING heeft het in 2006 uitstekend gedaan.
Ik ben vooral tevreden over de uitbreiding van
onze bedrijfsactiviteiten. We hebben meer
klanten kunnen aantrekken, onze klanten zijn
tevredener, we hebben veel nieuwe producten
op de markt gebracht en onze distributiecapaciteit is vergroot.
In 2006 waren de onderliggende bedrijfsprestaties opnieuw goed,
waardoor wij verder konden blijven groeien. De nettowinst is met
6,7% gestegen tot EUR 7.692 miljoen en we hebben een goed
rendement op het kapitaal gerealiseerd. De onderliggende
nettowinst – totale nettowinst exclusief desinvesteringen en
bijzondere posten – nam met 24,3% toe. Dit is gelukt onder steeds
uitdagender omstandigheden, waaronder heviger concurrentie en,
in de tweede helft van het jaar, een daling van de kapitaalmarktrente en aanzienlijk afvlakkende rentecurves. Tegelijkertijd hebben
we geprofiteerd van de gunstige marktomstandigheden, zoals van
de stijgende vastgoed- en aandelenmarkten.
ING is opnieuw in staat gebleken het aandeelhoudersrendement
te verhogen. Binnen onze referentiegroep van 20 wereldwijde
financiële instellingen nemen wij de tweede plaats in, gemeten
naar totaal aandeelhoudersrendement over de periode van
drie jaar sinds 2004. Hiermee overtreffen wij onze financiële
doelstelling om onze aandeelhouders voor de langere termijn
een hoger totaalrendement te bieden dan het gemiddelde van
onze concurrenten.
De resultaten over 2006 laten duidelijk zien dat onze mensen zeer
gemotiveerd en betrokken zijn om onze strategie tot een succes te
maken. Talentmanagement en ontwikkeling van onze toekomstige
leidinggevenden is van cruciaal belang voor de toekomst van ons
bedrijf. Daarom hebben wij een International Graduate Programme
opgestart – een ontwikkelingsprogramma voor getalenteerde,
recent aangenomen afgestudeerden met leiderschapskwaliteiten.
Om gedurende de gehele economische cyclus succesvol te
kunnen zijn, moet de uitvoering van onze kernactiviteiten goed
op orde zijn. In de afgelopen jaren hebben we moeilijke, maar
noodzakelijke maatregelen genomen om onze bedrijvenportefeuille
te herzien en de allocatie van kapitaal en de uitvoering van onze
activiteiten te verbeteren. ING onderscheidt zich doordat wij
het kapitaal dat wij genereren met onze volwassen bedrijven,
heralloceren naar bedrijfsonderdelen die de meeste waarde
creëren, waaronder onze groeipijlers. In lijn met de ondernemersgeest die ING kenmerkt, blijven wij investeren in nieuwe
groei-initiatieven, zowel in de volwassen markten als in de
opkomende markten waarin wij actief zijn.
6
ING Groep Jaarverslag 2006
Een belangrijke strategische pijler is het verbeteren van de
uitvoering van onze basisprocessen en -diensten. In 2006 hebben
we de efficiency van onze bedrijfsvoering verder verbeterd. Klanten
zijn de belangrijkste stuwende kracht achter onze activiteiten.
Alle ING-bedrijfsonderdelen meten de klanttevredenheid en
ontwikkelen concrete plannen om de klantgerichtheid te
verbeteren. De inspanningen op dit gebied beginnen hun vruchten
af te werpen. We hebben ons klantenbestand kunnen vergroten
en ons productaanbod uitgebreid. Daarnaast vergroten we onze
distributiecapaciteit door optimaal gebruik te maken van directe
distributiekanalen en de bancassurancemogelijkheden van ING.
Het merk ING staat voor kwaliteit in financiële dienstverlening.
Voor het derde achtereenvolgende jaar staat ING in de Interbrand
top 100 van wereldwijde merken. We zijn gestegen van 87 in
2005 tot 85 in 2006. Om het ING-merk te versterken en ervoor
te zorgen dat het merkbewustzijn onze wereldwijde marktpositie
weerspiegelt, hebben we besloten hierin meer te investeren.
De komende drie jaar is ING de officiële hoofdsponsor van het
ING Renault Formule 1-team. Dit geeft ons het beste platform
om de bekendheid van ons merk wereldwijd te vergroten.
We krijgen steeds meer te maken met compliance, toenemende
regelgeving en complexiteit van verslaggeving. Wij blijven ons
onverminderd inspannen om volledig te voldoen aan alle regels en
voorschriften in de jurisdicties waarin we actief zijn. Naleving van
wet- en regelgeving vormt de basis van ons bestaan. Dit is een
gedeelde verantwoordelijkheid van al onze medewerkers,
ongeacht hun functie. De regels kennen, begrijpen en ernaar
handelen moet voor elke medewerker vanzelfsprekend zijn. We
blijven ons inspannen om het bewustzijn ten aanzien van naleving
van de regels binnen de organisatie verder te verbeteren.
Tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op
24 april 2007 zullen we afscheid nemen van Cees Maas,
vicevoorzitter en chief financial officer van de Raad van Bestuur.
Als opvolgers worden voorgedragen John Hele als chief financial
officer en Koos Timmermans als chief risk officer. Paul van der
Heijden zal terugtreden uit de Raad van Commissarissen. Mede
namens mijn collega’s in de Raad van Bestuur wil ik
Cees Maas bedanken voor zijn geweldige bijdrage aan ING
en Paul van der Heijden voor zijn inspanningen als lid van de
Raad van Commissarissen. We zijn verheugd dat Cees Maas
aan ING verbonden blijft als adviseur van de Raad van Bestuur.
Michel Tilmant
voorzitter Raad van Bestuur
Aandeelhoudersinformatie
200
Koersverloop over driejaarsperiode certificaten van gewone aandelen ING
index 1 januari 2004 = 100
180
160
140
120
100
80
01/04
04/04
10/04
07/04
ING (EUR)
01/05
04/05
07/05
Amsterdam AEX-index (EUR)
10/05
01/06
04/06
07/06
10/06
01/07
New York Dow Jones-index (USD)
€ 33,59
Aandelenkoers ING ultimo 2006
€ 1,32
Voorgesteld dividend per aandeel +12%
109%
Totaal aandeelhoudersrendement 2004-2006
AA–
S&P-rating voor ING Groep
24 april 2007
KOERSONTWIKKELING
In 2006 steeg de koers van het aandeel ING met 14,6% tot
EUR 33,59 ultimo 2006. Gemeten over heel 2006 deed het
ING-aandeel het 1,2%-punt beter dan de AEX. Over de periode
2004-2006 steeg de koers van het aandeel ING met 79,1% en
presteerde 34,6%-punt beter dan de AEX.
DIVIDEND
Op 15 februari 2007 heeft ING Groep voorgesteld om over 2006
een dividend uit te keren van EUR 1,32 per (certificaat van een)
gewoon aandeel. Dit dividend, dat op 24 april 2007 moet worden
goedgekeurd door de jaarlijkse Algemene Vergadering van
Aandeelhouders, betekent een stijging van 12% ten opzichte van
EUR 1,18 over 2005. Rekening houdend met het interimdividend
van EUR 0,59 dat in augustus 2006 betaalbaar werd gesteld, zal
het slotdividend EUR 0,73 per (certificaat van een) gewoon aandeel
bedragen, dat volledig in contanten zal worden uitbetaald. De
notering op Euronext Amsterdam van het ING-aandeel ex-dividend
vindt plaats op 26 april 2007 en het slotdividend zal op 3 mei 2007
betaalbaar worden gesteld.
TOTAAL AANDEELHOUDERSRENDEMENT
ING’s financiële doelstelling is om onze aandeelhouders voor de
langere termijn een hoger totaalrendement te bieden dan het
gemiddelde van onze concurrenten. Binnen onze referentiegroep
van 20 wereldwijde financiële instellingen neemt ING de tweede
plaats in met een totaalrendement van 109% over de driejaarsperiode sinds 2004.
Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders
RATINGS
Creditratings, zoals toegekend door ratingbureaus, zijn indicatoren
voor de waarschijnlijkheid van tijdige en volledige terugbetaling
van rente en hoofdsom van vastrentende waarden.
Belangrijkste creditratings voor ING(1)
ING GROEP
ING VERZEKERINGEN
– kortlopend
– langlopend
ING BANK
– kortlopend
– langlopend
– financiële kracht
(1)
Standard
& Poor’s
Moody’s
AA–
Aa2
A–1+
AA–
P–1
Aa3
A–1+
AA
P–1
Aaa
B
Fitch
AA–
F1+
AA
De ratings van Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch hebben alle een ‘stable outlook’.
ING Groep Jaarverslag 2006
7
1.1 Ons profiel
Aandeelhoudersinformatie vervolg
RESERVERINGS- EN DIVIDENDBELEID
Dividendhistorie
Het reserverings- en dividendbeleid van ING Groep wordt bepaald
door enerzijds de behoefte aan interne financiering en groeimogelijkheden en anderzijds de dividendverwachtingen van beleggers.
Met betrekking tot de interne financieringsbehoefte spelen onder
andere de wettelijke solvabiliteitseisen en kapitaalratio’s een rol.
Het voldoen aan deze eisen is voor ING Groep een bestaansvoorwaarde. Even belangrijk voor ING Groep zijn de creditratings,
die rechtstreeks van invloed zijn op de financieringskosten en
dus op de winstgevendheid van ING Groep. De beleggers
verwachten van hun kant een dividend dat recht doet aan
de behaalde financiële resultaten en dat bovendien een zekere
mate van voorspelbaarheid heeft.
in euro’s
2006
2005
2004
Interimdividend
Slotdividend
Totaal
* Voorgesteld
0,59
0,73*
1,32*
0,54
0,64
1,18
0,49
0,58
1,07
2005
2004
Jaarlijks na publicatie van de financiële resultaten over de
eerste zes maanden van dat jaar, wordt – als voorschot op het
uiteindelijke dividend – een interimdividend beschikbaar gesteld.
Dit interimdividend is de helft van het totale dividend over het
voorgaande jaar.
In februari 2005 heeft ING haar dividendbeleid als volgt vastgesteld:
ING is voornemens dividend uit te keren op basis van de onderliggende langetermijnontwikkeling van de kasstromen, gegeven de
invoering van de International Financial Reporting Standards (IFRS)
die naar verwachting fluctuaties in de nettowinst teweeg zullen
brengen. Begin 2005 is verder besloten met ingang van het
slotdividend 2004 (betaald in mei 2005) het dividendbeleid
te wijzigen en over te gaan tot een dividend volledig in contanten.
Beleggers en analisten reageerden hier zeer positief op. ING heeft
geen plannen om het dividendbeleid te wijzigen.
BEURSNOTERINGEN
De certificaten van gewone aandelen ING Groep zijn genoteerd
aan de effectenbeurzen van Amsterdam, Brussel, Frankfurt, Parijs,
New York (NYSE) en de Zwitserse beurzen. De certificaten van
preferente aandelen en warrants B zijn genoteerd aan de Euronext
Amsterdam Stock Market. Warrants B zijn tevens genoteerd aan
de beurs van Brussel. Opties op (certificaten van) gewone aandelen
van ING Groep worden verhandeld op de Euronext Amsterdam
Derivative Markets en op de Chicago Board Options Exchange.
JAARLIJKSE ALGEMENE VERGADERING VAN
AANDEELHOUDERS
Op 24 april 2007 zal de jaarlijkse Algemene Vergadering van
Aandeelhouders plaatsvinden in Amsterdam, in de Theaterfabriek
aan de Czaar Peterstraat 213. De vergadering is ook te volgen via
webcast. De stukken voor de vergadering zijn vanaf 20 maart 2007
beschikbaar op de internetsite van ING Groep, www.ing.com.
Gedrukte exemplaren van de vergaderstukken kunnen vanaf
28 maart 2007 gratis worden verkregen bij ING Groep N.V.,
Amstelveenseweg 500, 1081 KL Amsterdam.
8
ING Groep Jaarverslag 2006
Koersen certificaten van gewone aandelen
Euronext Amsterdam
in euro’s
2006
Hoogste beurskoers
35,95
29,75
22,28
Laagste beurskoers
27,82
20,99
16,73
Koers ultimo
33,59
29,30
22,26
Koers/winstverhouding*
9,4
8,8
8,8
* Gebaseerd op de beurskoers ultimo december en de onderliggende nettowinst
per gewoon aandeel over het boekjaar.
Aantal uitstaande aandelen en warrants
in miljoenen
(Certificaten van) gewone aandelen
van nominaal EUR 0,24
(Certificaten van) preferente aandelen
van nominaal EUR 1,20
Warrants B
(Certificaten van) gewone aandelen
in eigen bezit
Ultimo
2006
Ultimo
2005
2.205,1
2.204,7
63,0
17,2
87,1
17,2
53,8
38,7
Ultimo
2006
Ultimo
2005
720
530
720
530
360
76
360
104
1.080
–
1.080
–
Maatschappelijk en geplaatst kapitaal
in miljoenen
Gewone aandelen
– maatschappelijk
– geplaatst
Preferente aandelen
– maatschappelijk
– geplaatst
Cumulatief preferente aandelen
– maatschappelijk
– geplaatst
GEOGRAFISCHE SPREIDING ING-AANDELEN*
in procenten
Verenigd Koninkrijk
Nederland
België
Verenigde Staten en Canada
Luxemburg
Zwitserland
Duitsland
Andere
Totaal
33
18
13
12
8
5
1
10
100
* Cijfers 2006, gebaseerd op opgave van verschillende grote depotbanken.
BELANGRIJKE DATA IN 2007 EN 2008*
Notering ING-aandeel ex-slotdividend 2006
maandag 23 april 2007 (NYSE)
Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders
dinsdag 24 april 2007, 10.30 uur
Registratiedatum voor recht op dividend
woensdag 25 april 2007 (NYSE)
Notering ING-aandeel ex-slotdividend 2006
donderdag 26 april 2007 (Euronext)
CERTIFICAATHOUDERS MET MINIMAAL 5%-BELANG
Op grond van de Wet melding zeggenschap waren ultimo 2006
twee certificaathouders bekend met een (potentieel) belang in
ING Groep tussen 5 en 10%. Dit waren ABN AMRO en Fortis.
Op 25 april 2006 heeft de Aandeelhoudersvergadering haar
goedkeuring gegeven aan de terugkoop van (certificaten van)
preferente aandelen A van Aegon, zoals reeds aangekondigd op
21 maart 2006. De Aandeelhoudersvergadering gaf tevens haar
goedkeuring aan een flexibeler aankoopbeleid van (certificaten van)
preferente aandelen A in het eigen vermogen van het bedrijf
alsmede de intrekking van alle door ING Groep N.V. gehouden
preferente aandelen A.
INVESTOR RELATIONS
Naast financiële persberichten geeft ING het magazine ING Shareholder
uit. Via onze Investor Relations-sectie op de website www.ing.com
kunt u zich op deze publicatie abonneren. Om op de hoogte te
blijven van de persberichten en ander ING-nieuws kunt u zich
eveneens via de Investor Relations-sectie op www.ing.com
opgeven voor de e-mailservice.
Beleggers en financiële analisten kunnen contact
opnemen met:
ING Groep,
Investor Relations (IH 07.430)
Postbus 810
1000 AV Amsterdam
Telefoon: 020 5415460
Fax: 020 5418551
E-mail: [email protected]
Betaalbaarstelling slotdividend 2006
donderdag 3 mei 2007 (Euronext)
donderdag 10 mei 2007 (NYSE)
Publicatie cijfers eerste kwartaal 2007
woensdag 16 mei 2007, 7.30 uur
Publicatie cijfers tweede kwartaal 2007
woensdag 8 augustus 2007, 7.30 uur
Notering ING-aandeel ex-interimdividend 2007
donderdag 9 augustus 2007 (Euronext en NYSE)
Betaalbaarstelling interimdividend 2007
donderdag 16 augustus 2007 (Euronext)
donderdag 23 augustus 2007 (NYSE)
Publicatie cijfers derde kwartaal 2007
woensdag 7 november 2007, 7.30 uur
Publicatie cijfers vierde kwartaal 2007/jaarcijfers 2007
woensdag 20 februari 2008, 7.30 uur
Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders
donderdag 24 april 2008, 10.30 uur
Notering ING-aandeel ex-slotdividend 2007
maandag 28 april 2008 (Euronext en NYSE)
Betaalbaarstelling slotdividend 2007
maandag 5 mei 2008 (Euronext)
maandag 12 mei 2008 (NYSE)
* Alle data zijn onder voorbehoud.
ING Groep Jaarverslag 2006
9
1.1 Ons profiel
Strategie
Consistente implementatie strategie werpt vruchten af
Kernpunten
• Solide stijging totaalrendement voor
aandeelhouders
• Diversificatie maakt actieve kapitaalallocatie
mogelijk en levert hoge groei en hoog
rendement op
• Winstgevende groei in alle ING-bedrijven
• Verbeterde uitvoering van basisprocessen
en -diensten
In 2006 heeft ING waarde gecreëerd door zich te richten
op winstgevende groei en een uitstekende uitvoering van
basisprocessen en -diensten, de hoekstenen van de strategie.
De consistente implementatie van de strategie heeft geleid
tot goede financiële resultaten en een aanzienlijk hoger
totaalrendement voor aandeelhouders over de afgelopen
drie jaar dan het gemiddelde van onze concurrenten.
Voor het creëren van aandeelhouderswaarde richt ING zich op
het vergroten van de economische winst door te sturen op het
bereiken van een rendement dat hoger ligt dan de kapitaalkosten.
Hiertoe hebben wij ING-breed een raamwerk voor waardecreatie
ingevoerd. Daarbij gaat het om het investeren in de vaardigheden
van onze managers en om het identificeren van elementen die
het meeste effect hebben op waardecreatie. Dankzij onze sterke
financiële positie – die voortvloeit uit onze heroriëntatie
op kernactiviteiten in de afgelopen drie jaar – zijn wij in staat
ons kapitaal toe te wijzen aan de bedrijfsonderdelen en
klantsegmenten die de hoogste groei en het hoogst mogelijke
rendement kunnen realiseren.
Onze sterke en gediversifieerde winstcapaciteit en bevredigende
rendementen in alle zes divisies laten zien dat de consistente
implementatie van onze strategie vruchten afwerpt. ING heeft
opnieuw een forse stijging weten te bereiken van het totale
rendement voor aandeelhouders. In de referentiegroep van 20
internationale financiële ondernemingen staat ING op een tweede
plaats met een totaal aandeelhoudersrendement van 109% in de
driejaarsperiode vanaf 2004. Daarmee overtreffen wij onze
financiële doelstelling om onze aandeelhouders op de langere termijn
een hoger totaalrendement op hun belegging te bieden dan het
gemiddelde van onze concurrenten.
VOORDELEN VAN GOED GESPREIDE ACTIVITEITEN
We zijn van mening dat ING goed gepositioneerd is in de financiële
sector, met activiteiten in bankieren, verzekeren en vermogensbeheer. Al deze activiteiten zijn stuk voor stuk sterk en succesvol.
Daarnaast benutten wij op twee manieren de mogelijkheden die
de combinatie van deze drie activiteiten biedt. Ten eerste convergeren
spaar- en pensioenproducten op het terrein van bankieren,
verzekeren en vermogensbeheer. Wij spelen daarop in met onze
productontwikkeling en brede verkoopexpertise. Wij richten ons
op de behoeften van onze klanten en bieden hen de producten
die zij voor een goede financiële toekomst nodig hebben.
Ten tweede zorgen we op Groepsniveau voor risicospreiding,
doordat risicobeheer op internationaal niveau plaatsvindt bij zowel
het bank- als het verzekeringsbedrijf. Een toenemende risicospreiding brengt kapitaalvoordelen met zich mee doordat het leidt
tot een lager vereist, op risico gebaseerd, solvabiliteitsvermogen,
wat zich vertaalt in een hoger rendement op het eigen vermogen.
Daarnaast heeft ING het kapitaalbeheer in 2006 gecentraliseerd,
waardoor een beter evenwicht is ontstaan tussen de eisen van
aandeelhouders, ratingbureaus en toezichthouders.
10
ING Groep Jaarverslag 2006
Gecentraliseerd risicobeheer en gecentraliseerd kapitaalbeheer
zijn van essentieel belang voor kapitaalallocatie op basis van
economische-winstcriteria. Dit geeft meer strategische armslag en
meer flexibiliteit om kapitaal daar te investeren waar het hoogste
rendement valt te behalen.
Een hoger rendement en winstgevende groei hangen behalve
met de bovengenoemde factoren vooral ook samen met een
goede uitvoering van basisprocessen en -diensten. Dit impliceert
niet alleen uitstekende dienstverlening, maar ook beheersing van
de kosten en de risico’s, bewaking van onze reputatie en
verankering van een prestatiegerichte cultuur binnen ING.
WINSTGEVENDE GROEI BIJ ING-BEDRIJVEN
UITSTEKENDE DIENSTVERLENING
Aan de financiële resultaten van ING liggen voortgaande sterke
onderliggende prestaties bij alle divisies ten grondslag. Zowel in de
volwassen als in de opkomende markten hebben wij ook in 2006
de winstgevende groei verder kunnen vergroten. Voorbeelden
van goede prestaties in volwassen markten zijn onze retailbankingactiviteiten in Nederland, waar sparen en hypotheekverstrekking sterk groeiden. Wholesale Banking deed het goed
in activiteiten als Structured Finance en Leasing en ook ING Real
Estate liet dit jaar weer een forse groei zien, zowel wat betreft
de winst als het beheerd vermogen.
ING heeft een goede uitgangspositie om te kunnen profiteren van
drie fundamentele ontwikkelingen die internationaal de financiële
dienstverlening en de concurrentie om het leiderschap in onze
bedrijfstak bepalen: de vergrijzing, de technologische vooruitgang
en de verschuiving van de economische macht van West naar Oost.
Deze ontwikkelingen bieden kansen voor verdere uitbreiding van
onze drie groeipijlers: pensioenen, ING Direct en onze levensverzekeringsactiviteiten in opkomende markten.
De resultaten voor 2006 laten zien dat onze groeipijlers een
stevig fundament hebben. Voor onze pensioenactiviteiten in
de Verenigde Staten was het een goed jaar, zoals blijkt uit onze
marktpositie: in de K-12 markt (pensioenen voor personeel in het
basis- en middelbaar onderwijs) bleef US Retirement Services
zowel naar omzet als naar het aantal deelnemers nummer één.
In de markt voor kleinere ondernemingen is de tweede
plaats gehandhaafd.
ING Direct kon ondanks een zeer lastig renteklimaat toch een
hogere winst behalen. De totale portefeuille woninghypotheken
bereikte een omvang van EUR 69 miljard en de hypotheekactiviteiten werden in 2006 nagenoeg kostendekkend. De
concurrentie is in sommige markten weliswaar toegenomen, maar
ING Direct trekt nog steeds veel nieuwe klanten. ING Direct is
inmiddels goed voor 7% van de totale onderliggende winst van
ING, vergeleken met 3% in 2003. Onze levensverzekeringsactiviteiten in de regio Azië/Pacific noteerden een toename van
13,2% in de waarde van nieuwe levenproductie. Dit bedrijfsonderdeel zorgt nu al een aantal jaren voor zo’n 50% van de totale
waarde van nieuwe levenproductie van de Groep – een duidelijk
teken van de verschuiving van de economische groei van West naar
Oost. In Centraal-Europa steeg de waarde van de nieuwe
levenproductie met 13,8%.
In iedere markt kan groei worden gerealiseerd zolang wij onze
klanten op de eerste plaats stellen, precies weten wat zij willen en
hoe wij hen het beste van dienst kunnen zijn. Wat ondernemingen
van elkaar onderscheidt is hoe goed zij hun kerntaken vervullen.
Tevreden klanten vormen een goede basis voor verdere uitbreiding
van het productaanbod en het aantrekken van nieuwe klanten. De
afgelopen twee jaar heeft ING een aantal initiatieven ontplooid ter
verbetering van de klantgerichtheid, met name in de volwassen
markten. Aan de hand van klanttevredenheidsmetingen houden
wij onze voortgang in de gaten.
In 2006 stond het verhogen van de naamsbekendheid centraal.
Na diepgaand onderzoek en op basis van een solide business case
heeft ING een sponsorcontract voor een periode van drie jaar met
het Formule 1-team van Renault afgesloten. De keuze voor Renault
is gebaseerd op zijn staat van dienst als een topteam dat sterke
prestaties levert. De samenwerking met Renault sluit goed aan op
ons streven naar een bedrijfscultuur gekenmerkt door prestaties,
samenwerking en voortdurende vooruitgang. Dit sponsorcontract
en de daarmee samenhangende allereerste wereldwijde reclamecampagne zullen naar verwachting de zichtbaarheid van ING en
daarmee onze naamsbekendheid verhogen.
Onze positionering is gebaseerd op het streven onze klanten
toonaangevende dienstverlening te bieden bij hun financiële
keuzes voor de toekomst. Een klant die overweegt met ING zaken
te doen moet precies weten wat hem te wachten staat, namelijk
dat ING het de klant gemakkelijk maakt, dat ING eerlijk met
klanten omgaat en dat ING doet wat ze belooft.
KOSTENBEHEERSING
Kostenbeheersing is vooral in de volwassen markten een
belangrijke voorwaarde voor een goede concurrentiepositie op
langere termijn. In 2006 hebben wij de kosten/batenverhouding
van het bankbedrijf verbeterd en de solide efficiencyratio’s bij het
verzekeringsbedrijf gehandhaafd. In Nederland en België ligt het
efficiëntieprogramma op schema: er zijn drie belangrijke
contracten afgesloten voor de outsourcing van een deel van
onze Operations & IT-organisatie.
Groei op de lange termijn betekent niet alleen dat wij de bestaande
activiteiten uitbreiden, wij spelen ook in op toekomstige autonome
groeimogelijkheden. Voorbeelden zijn de nieuwe levensverzekeringsactiviteiten in Bulgarije en Rusland in 2006.
ING Groep Jaarverslag 2006
11
1.1 Ons profiel
Strategie vervolg
RISICOBEHEER
CONCLUSIES EN AMBITIES
In 2006 is belangrijke voortgang geboekt bij de verbetering
van onze risicomodellen en methoden voor risicometing. Op
Groepsniveau ontwikkelen wij risicomaatstaven die het banken verzekeringsrisico in één oogopslag inzichtelijk maken. De
kwantificering van en het inzicht in het kredietrisico in ons bankbedrijf is aanzienlijk verbeterd, in lijn met Basel II. Bij het verzekeringsbedrijf is een op de markt geënt kader geïntroduceerd dat een
preciezere prijsstelling voor complexe producten mogelijk maakt.
ING is tevreden met de vooruitgang die is geboekt op de in
2004 ingeslagen strategische weg. Dankzij een consequente en
standvastige koers hebben wij voor onze aandeelhouders waarde
gecreëerd. Op alle fronten zijn in 2006 stappen in de juiste richting
gezet. Met onze bestaande activiteiten is verdere winstgevende
groei gerealiseerd, we zijn blijven investeren in nieuwe
groeimogelijkheden en de uitvoering van basisprocessen en
-diensten is verder verbeterd. ING onderscheidt zich met haar
vermogen om kapitaal dat wij genereren in volwassen markten,
te alloceren naar activiteiten binnen de onderneming die de
meeste waarde toevoegen, inclusief onze drie groeipijlers.
ING heeft in 2006 de risicobeheerorganisatie versterkt en de
risicofunctie gecentraliseerd door de functie van deputy chief
risk officer (CRO) in het leven te roepen. De deputy CRO is op
geconsolideerd niveau verantwoordelijk voor risicobeheersing
en -bewaking. Met deze verbeteringen raakt risicobeheer steeds
vollediger geïntegreerd in de dagelijkse activiteiten en de
strategische planning van ING (een aantal andere wijzigingen
wordt nader toegelicht in het hoofdstuk over Risicobeheer).
REPUTATIEMANAGEMENT
Reputatie en integriteit zijn twee belangrijke waarden voor
financiële dienstverleners. De afgelopen jaren is er meer weten regelgeving gekomen op dit gebied en wordt strenger toegezien
op de handhaving daarvan. Meer in het algemeen blijven de
kosten voor financiële dienstverleners steeds verder stijgen. Bij
ING hebben wij onze compliance-organisatie navenant versterkt.
Met een Groepsbreed compliancebeleid willen wij zorgen voor
eenduidige en consequente naleving. Naleving van de wet- en
regelgeving is essentieel voor ING, niet alleen vanwege de eisen
van de toezichthouders maar ook omdat de relatie van ING met
haar klanten is gebaseerd op integriteit en betrouwbaarheid.
Compliance is meer dan de naleving van regels, het geeft ook
aan hoe wij met onze klanten en aandeelhouders willen omgaan
– eerlijk en door uitstekende prestaties te leveren.
PRESTATIEGERICHTE CULTUUR
Hoe goed een strategie ook is, het wordt pas echt een succes met
de juiste houding en de juiste mensen. Investeren in mensen is
dan ook een belangrijke prioriteit bij ING om er voor te zorgen dat
medewerkers goed presteren en een gezamenlijke visie hebben.
Ook in 2006 hebben wij hard gewerkt aan de bevordering van een
prestatiegerichte cultuur op alle niveaus in de organisatie. Er is een
aantal projecten ontwikkeld om medewerkers in staat te stellen
hun werk goed uit te voeren, zowel top-down vanuit het
management als bottom-up vanaf de werkvloer.
12
ING Groep Jaarverslag 2006
In 2007 gaan wij op de ingeslagen strategische weg voort. Onze
eerste prioriteit is het voortbouwen op de kracht van winstgevende
groei. Wij blijven analyseren waar wij waarde creëren en waar wij
middelen moeten inzetten om groei en rendement te verbeteren.
Bij de bedrijfsonderdelen waar het rendement zich op een
bevredigend niveau bevindt, willen wij meer nadruk leggen op de
groei van de activiteiten. Daarnaast blijven wij investeren in
veelbelovende nieuwe mogelijkheden om zo de basis te leggen
voor verdere toekomstige groei.
In iedere markt kan groei worden gerealiseerd zolang wij erin
slagen de uitvoering van onze basisprocessen en -diensten te
blijven versterken. Dat willen wij doen door de klanttevredenheid
te verbeteren en de compliance op alle niveaus aan te scherpen.
Wij voeren een strak kostenbeleid en zien erop toe dat de risico’s
juist worden gemeten, beheerst en geprijsd. Uitvoering is een
continu proces. Door het elke dag weer beter te doen, willen
wij onze prestaties versterken.
ING blijft zich richten op waardecreatie en wil zo haar aandeelhouders belonen met een beter totaalrendement op hun belegging
dan het gemiddelde van onze concurrenten in de financiële sector
op de langere termijn.
Verslag van de Raad van Bestuur
1.2 Onze resultaten
Financiële hoofdpunten
Resultaat weerspiegelt sterke en gediversifieerde winstcapaciteit
In 2006 heeft ING wederom goede resultaten
behaald door een solide batengroei, verbeterde
rendementen, aanhoudend goede prestaties
van onze groeipijlers en een goed resultaat
in de volwassen markten waarin we actief zijn.
De kosten bleven onder controle. Daarnaast
investeerden we in nieuwe groeimogelijkheden. ING stelt voor het dividend met 12% te
verhogen tot EUR 1,32 per aandeel, dat volledig
in contanten zal worden uitbetaald.
GROEPSRESULTATEN
In 2006 boekte ING opnieuw een solide winststijging. De totale
nettowinst steeg met 6,7% tot EUR 7.692 miljoen. De onderliggende nettowinst (totale nettowinst, exclusief desinvesteringen
en bijzondere posten) steeg met 24,3% tot EUR 7.750 miljoen. Dit
is het derde achtereenvolgende jaar waarin de onderliggende
nettowinst met meer dan 20% is gestegen. De winst per aandeel
steeg van EUR 3,32 tot EUR 3,57.
Onderliggende nettowinst*
in miljoenen euro’s
8
6
4
2
0
4.053
4.959
6.234
7.750
2003**
2004
2005
2006
* Onderliggende nettowinst is de nettowinst
exclusief desinvesteringen en bijzondere posten.
** NL GAAP.
Groei
De drie groeipijlers van ING lieten aanhoudend sterke resultaten
zien, die gepaard gingen met winstgevende groei in de volwassen
markten waarin ING opereert. Het levenbedrijf in de opkomende
markten liet een goede omzet zien, wat tot uitdrukking kwam in
een stijging ten opzichte van 2005 van de waarde van de nieuwe
levenproductie met 14,4% en van de onderliggende winst voor
belastingen met 31,5%. In de VS steeg de verkoop van pensioenproducten en variabele lijfrentepolissen met respectievelijk 35,2%
en 9,8%, doordat de ING-onderdelen in de VS inspelen op de
behoeften van de ‘babyboomers’ die de pensioengerechtigde
leeftijd bereiken. De onderliggende winst voor belastingen van
ING Direct steeg met 16,2% tot EUR 717 miljoen. Ook werden
er goede operationele resultaten geboekt bij dit onderdeel. Er
werden bijna drie miljoen nieuwe klanten aangetrokken en de
totale hypotheekportefeuille en de toevertrouwde middelen stegen
met EUR 20 miljard respectievelijk EUR 14 miljard. Beide bedragen
zijn exclusief valuta-effecten en de desinvestering van Degussa
Bank. De groei in de volwassen markten blijkt uit onze retail-bankingactiviteiten, waar de onderliggende winst voor belasting steeg
met 6,4%, met name in Nederland en België, alsmede uit ING
Real Estate, waar de winst voor belastingen met 81% is gestegen.
Rendementen
De marges bleven sterk doordat ING zich richt op het vinden van
de juiste balans tussen groei en rendement om maximale waarde
te creëren. De aanhoudende aandacht voor kapitaalallocatie en
prijsstelling heeft tot een verdere toename van het rendement bij
het bankbedrijf geleid. Het onderliggende naar risico gewogen
rendement op kapitaal (RAROC) na belastingen verbeterde van
19,1% tot 20,4%, vooral dankzij een sterke verbetering bij
Wholesale Banking. Het onderliggende economisch kapitaal
ING Groep Jaarverslag 2006
13
1.2 Onze resultaten
Financiële hoofdpunten vervolg
steeg met EUR 1,0 miljard tot EUR 15,9 miljard dankzij modelaanpassingen en aanhoudende groei bij ING Direct en Retail
Banking. Het intern rendement van de nieuwe levenproductie
verbeterde licht tot 13,3%.
Uitvoering
Verbetering van de uitvoering van onze basisprocessen en
-diensten heeft binnen ING prioriteit. De bedrijfslasten bleven
onder controle, ondanks voortdurende investeringen in nieuwe
groeimogelijkheden. De terugkerende lasten voor de Groep stegen
in 2006 met 2,4%, exclusief eenmalige posten, valuta-effecten en
kosten bij de groeionderdelen ING Direct, ING Real Estate en
Insurance Asia/Pacific. De onderliggende kosten/batenverhouding
binnen het bankbedrijf verbeterde van 65,1% over 2005 naar
63,6%, een bewijs van goede kostenbeheersing. Bij de verzekeringsactiviteiten verbeterden de kosten als percentage van de levenpremies enigszins van 13,28% over 2005 tot 13,26%. De kosten
als percentage van het beheerd vermogen verbeterden van 0,82%
naar 0,75%.
Dividend
ING zal aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op
24 april 2007 voorstellen het dividend over 2006 vast te stellen op
EUR 1,32 per (certificaat van een) gewoon aandeel, een stijging
van 12% ten opzichte van EUR 1,18 per (certificaat van een)
gewoon aandeel over 2005. Rekening houdend met het
interimdividend van EUR 0,59 dat in augustus 2006 betaalbaar
werd gesteld, zal het slotdividend EUR 0,73 per (certificaat van een)
gewoon aandeel bedragen, dat volledig in contanten zal worden
uitbetaald. Op Euronext zal het ING-aandeel ex-dividend noteren
vanaf 26 april 2007 en het dividend zal op 3 mei 2007 betaalbaar
worden gesteld. Op de New York Stock Exchange zijn deze data
respectievelijk 23 april 2007 en 10 mei 2007.
Belastingen en nettowinst
De effectieve belastingdruk steeg van 15,5% in 2005 tot 19,2%.
In 2005 bevatte de totale winst enkele hoge belastingvrije winsten
uit de verkoop van ING-onderdelen. De effectieve belastingdruk van
de onderliggende winst daalde van 23,4% naar 18,8%.
Kapitaalratio’s
De verhouding schuld/eigen vermogen van ING Groep verbeterde
van 9,4% op 1 januari 2006 tot 9,0%, met name door groei
van het eigen vermogen. De kapitaaldekkingsratio van
ING Verzekeringen N.V. is ultimo december 2006 toegenomen
tot 274% van het door de EU wettelijk vereiste niveau, vergeleken
met 255% op 1 januari 2006. De Tier 1-ratio van ING Bank N.V.
steeg van 7,32% op 1 januari 2006 tot 7,63% ultimo 2006,
aangezien de groei van het kapitaal slechts deels teniet werd
gedaan door de groei van de naar risico gewogen activa. De
solvabiliteitsratio (BIS-ratio) van het bankbedrijf verbeterde van
10,86% op 1 januari 2006 tot 11,02% ultimo december 2006.
De totale naar risico gewogen activa van het bankbedrijf namen
toe met EUR 18,3 miljard, ofwel 5,7%, tot EUR 337,9 miljard ultimo
december 2006. Zie voor meer informatie het hoofdstuk
Kapitaalbeheer.
14
ING Groep Jaarverslag 2006
BIJDRAGE DIVISIES AAN ONDERLIGGENDE WINST
VOOR BELASTINGEN*
in procenten
Insurance Europe
Insurance Americas
Insurance Asia/Pacific
Wholesale Banking
Retail Banking
ING Direct
Totaal
23
20
6
25
19
7
100
* Exclusief de component ‘Overig’ bij het bank- en verzekeringsbedrijf.
Desinvesteringen en bijzondere posten
Desinvesteringen resulteerden in een verlies na belastingen
over 2006 van EUR 85 miljoen, vergeleken met een winst van
EUR 414 miljoen in 2005. De afgestoten onderdelen droegen in
2006 EUR 27 miljoen bij aan de winst na belastingen, een stijging
ten opzichte van het verlies van EUR 21 miljoen een jaar eerder.
De bijzondere posten in 2005 van EUR 583 miljoen bestonden uit
de vrijval van belastingvoorzieningen en latente belastingvorderingen. Exclusief de invloed van desinvesteringen en
bijzondere posten steeg de onderliggende nettowinst met 24,3%
tot EUR 7.750 miljoen.
VERZEKERINGSACTIVITEITEN
De verzekeringsactiviteiten van ING bleven profiteren van de
sterke groei in pensioenen en levensverzekeringen in opkomende
markten, hogere beleggingsresultaten en een gunstig schadeverloop bij het schadebedrijf. De onderliggende winst voor
belastingen van het verzekeringsbedrijf steeg met 22,9% tot
EUR 4.886 miljoen.
De onderliggende winst voor belastingen van het levenbedrijf
steeg met 23,0%. De levensverzekeringsactiviteiten in Nederland,
Latijns-Amerika en Azië lieten een sterke winstgroei zien dankzij
een gestegen omzet en door de groei van het beheerd vermogen
en de beleggingsopbrengsten. De onderliggende winst voor
belastingen van het schadebedrijf nam met 22,7% toe, vooral
dankzij betere resultaten in Nederland en gunstige verzekeringstechnische resultaten. De resultaten in Canada waren nog steeds
goed te noemen hoewel lager dan in 2005. Dit is toe te schrijven
aan minder gunstige ontwikkelingen in de verzekeringstechnische
voorzieningen van het voorgaande jaar en lagere verkoopwinsten
op beleggingen.
Het onderliggende premie-inkomen steeg met 2,5% tot
EUR 46.834 miljoen. De levenpremies van het totale
verzekeringsbedrijf stegen met 2,3%, of 3,3% exclusief valutaeffecten, vooral dankzij de sterke groei van de levenpremies in
Centraal- en Overig Europa, de VS, Latijns-Amerika en Australië.
In Nederland en België daalden de levenpremies, terwijl in Azië
de groei van de levenpremies in alle landen, met name in ZuidKorea en Taiwan, meer dan teniet werd gedaan door Japan, dat
een behoorlijke premiedaling liet zien. De schadepremies namen
met 3,8% toe, ofwel 1,1% exclusief valuta-effecten, doordat de
lagere premies in Nederland in ruime mate werden gecompenseerd
door hogere premies in alle andere regio’s, met name in Canada
en Latijns-Amerika.
De bedrijfslasten van het verzekeringsbedrijf namen met 2,0% toe
tot EUR 5.275 miljoen. De terugkerende lasten stegen met 6,1%
tot EUR 5.252 miljoen, aangezien in 2005 de eenmalige lasten
veel hoger waren (IT-kosten, reorganisatiekosten, invoering SOX
en overige projecten). De toename van de terugkerende lasten
werd grotendeels veroorzaakt door kosten als gevolg van de
aanhoudende groei van de activiteiten, vooral in Azië.
Embedded value en waarde nieuwe levenproductie
De embedded value van de levensverzekeringsactiviteiten van
ING nam in 2006 met 7,7% toe tot EUR 29.714 miljoen. Rekening
houdend met het nettodividend van EUR 1.996 miljoen dat aan
ING Groep werd betaald, bedroeg de embedded value ultimo
2006 EUR 27.718 miljoen. Het resultaat op embedded value, een
belangrijke maatstaf voor waardecreatie, daalde met 12,1% naar
EUR 1.981 miljoen, omdat een verbeterd financieel resultaat geheel
teniet werd gedaan door ongunstige afwijkingen in het operationele
resultaat en negatieve bijstellingen van aannames. De waarde van
de nieuwe levenproductie steeg slechts licht met 0,2% tot
EUR 807 miljoen, aangezien deze negatief werd beïnvloed door
een stijging van de disconteringsvoet als gevolg van hogere
rentetarieven.
De verzekeringsactiviteiten in Centraal- en Overig Europa en in
de regio Azië/Pacific boekten in 2006 sterke groei, een bewijs van
het sterke toekomstige inkomstenpotentieel van de activiteiten in
beide regio’s. Gemeten naar genormaliseerde premieproductie op
jaarbasis (‘annual premium equivalent’, APE) nam de nieuwe
levenproductie met 2,9% toe tot EUR 6.495 miljoen, terwijl het
intern rendement toenam van 13,2% in 2005 tot 13,3%. APE is de
som van de reguliere jaarlijkse premies van de nieuwe levenproductie plus 10% van de koopsompremies van de nieuwe
levenproductie in het desbetreffende jaar. Het intern rendement
in opkomende markten steeg van 17,4% tot 17,7% doordat de
bedrijfsonderdelen profiteerden van de toegenomen schaalgrootte.
De nieuwe levenproductie in opkomende markten steeg met 11,7%.
BANCAIRE ACTIVITEITEN
De bancaire activiteiten van ING lieten een aanhoudend sterke
groei zien in sparen en hypotheken, wat de invloed van de
afvlakkende rentecurves compenseerde. De bedrijfslasten waren
onder controle en de risicokosten bleven uiterst laag, alhoewel het
vierde kwartaal van 2006 een stijging liet zien door de afname in
de vrijval van oude voorzieningen. De onderliggende winst voor
belastingen steeg met 11,4% tot EUR 5.072 miljoen door een
toename van de baten met 7,3%, met name bij ING Real Estate
en ING Direct. De rentebaten namen met 2,6% toe; een sterke
volumegroei werd grotendeels tenietgedaan door de afvlakkende
rentecurves. De particuliere kredietverlening nam met EUR 34,7
miljard toe, ofwel 8,6%, tot EUR 437,8 miljard, ondanks de
desinvestering van Deutsche Hypothekenbank en Degussa Bank
in 2006. De groei is vooral te danken aan de toename van de
portefeuille woninghypotheken bij ING Direct en de retailbankingactiviteiten in Nederland. De totale rentemarge verkrapte
van 1,17% in 2005 naar 1,06%. De provisiebaten stegen met
15,5%, vooral dankzij hogere beheervergoedingen, met name bij
de investment-managementactiviteiten van ING Real Estate, en
gestegen vergoedingen uit het effectenbedrijf, bemiddeling- en
adviesdiensten en het assurantiebedrijf. De beleggingsopbrengsten
stegen met 4,1%, terwijl de overige baten met 26,8% toenamen,
met name dankzij een sterke stijging van de netto handelsbaten.
De onderliggende bedrijfslasten namen met 4,9% toe tot
EUR 9.032 miljoen, inclusief EUR 164 miljoen aan additionele
kosten in 2006 voor compliance. ING Direct nam 2,3%-punt van
de stijging van de lasten van de bancaire activiteiten voor haar
rekening. Hoewel de onderliggende toevoeging aan de
debiteurenvoorziening toenam van EUR 69 miljoen over 2005
tot EUR 100 miljoen, waren de risicokosten slechts drie basispunten
van de gemiddelde naar risico gewogen activa, ruim onder het
genormaliseerde niveau van 25-30 basispunten.
VERMOGENSBEHEER
Het beheerd vermogen steeg in 2006 met 9,6% tot EUR 600 miljard.
Vergeleken met 2005 werd de groei grotendeels tenietgedaan
door het negatieve effect van de valutakoersen van EUR 31,8 miljard,
terwijl de hogere beurskoersen EUR 33,7 miljard bijdroegen aan
de groei. De netto-instroom bedroeg EUR 43,8 miljard en werd
vooral gerealiseerd door Insurance Asia/Pacific (EUR 11,2 miljard),
ING Real Estate (EUR 13,5 miljard) en Insurance Americas
(EUR 6,8 miljard). De groei wordt grotendeels gerealiseerd met
voor klanten beheerd vermogen, dat met 14,7% toenam tot
EUR 404,5 miljard ultimo 2006. Het voor eigen rekening beheerd
vermogen nam toe met 0,4% tot EUR 195,5 miljard.
VOORUITBLIK
Onze forse winstgroei in 2006 geeft een goede indruk van het
potentieel van ING’s goed gespreide activiteiten. Terwijl het
renteklimaat in 2006 tegenzat, met name voor onze bancaire
activiteiten, hebben we kunnen profiteren van stijgende aandelenen vastgoedmarkten, een gunstig kredietverleningsklimaat,
gunstige verzekeringstechnische resultaten bij het schadebedrijf en
lagere belastingen. In de toekomst zullen de risicokosten en de
schadeclaims geleidelijk aan op meer genormaliseerde niveaus
uitkomen, maar we verwachten in de komende periode geen grote
verschuiving in de marktomstandigheden.
ING Groep Jaarverslag 2006
15
1.2 Onze resultaten
Kapitaalbeheer
Bijdragen aan efficiënte allocatie en distributie van kapitaal
De voornaamste taak van de kapitaalbeheerfunctie is het bewaken en beheren van de
kapitaalvereisten voor ING Bank, ING
Verzekeringen en ING Groep en het uitvoeren
van alle daarmee samenhangende kapitaalmarkttransacties. Voor ING Groep is het
voordeel dat een gecentraliseerd kapitaalbeheer het evenwicht bewaart tussen de
diverse eisen van de toezichthouders, ratingbureaus en aandeelhouders. Ook ontstaat
maximale financiële flexibiliteit voor het
realiseren van de strategische doelstellingen
en het opvangen van stressomstandigheden in
de financiële markten. Kapitaalbeheer draagt
bij aan een efficiënte allocatie en distributie
van het kapitaal binnen de Groep.
Vermogenspositie ING Groep N.V.
31 december 31 december
in miljoenen euro’s
Eigen vermogen (in moedermaatschappij)
+ Hybride kapitaal van ING Groep
+ Leverage van ING Groep (kernschuld)
Totaal kapitalisatie (bank- en verzekeringsbedrijf)
–/– Herwaarderingsreserves vastrentend & overig
–/– Leverage van ING Groep (kernschuld) (s)
Gecorrigeerd vermogen (v)
Verhouding schuld/eigen vermogen (s/(s+v))
2006
2005
38.266
7.606
4.210
50.082
3.352
4.210
42.520
9,01%
36.736
7.883
3.969
48.588
6.477
3.969
38.142
9,43%
STERKERE VERMOGENSPOSITIE
De vermogenspositie van ING is in 2006 verder verbeterd dankzij
de voortgaande sterke winstgevendheid. Op de markt is in de loop
van het jaar een beroep gedaan op verdere hybride Tier 1 en kernschuld voor ING Groep, lower Tier 2 voor ING Bank en kernschuld
voor ING Verzekeringen. Voor ING Groep geleende hybride Tier 1schulden worden aan ING Bank of ING Verzekeringen doorgeleend
tegen dezelfde voorwaarden als de originele instrumenten.
Kernschuld is schuld die als vermogen wordt doorgeleend aan
dochtermaatschappijen. ING is ruim binnen de belangrijkste
beoogde kapitaalratio’s gebleven: maximaal 10% kernschuld voor
ING Groep, maximaal 15% kernschuld bij ING Verzekeringen en
een Tier 1-ratio van ten minste 7,2% voor ING Bank. Voor ING
Bank geldt daarnaast een maximum hybride Tier 1-ratio van 25%
van het totale Tier 1-kapitaal. ING streeft naar een AA-rating voor
ING Groep, ING Bank en ING Verzekeringen. De huidige ratings
van ING staan in het hoofdstuk Aandeelhoudersinformatie.
NAAR RISICO GEWOGEN ACTIVA VERLAAGD DOOR
SECURITISATIE
De naar risico gewogen activa zijn binnen het bankbedrijf in 2006
gematigd toegenomen van EUR 320 miljard tot EUR 338 miljard
(5,7%). Deze gematigde groei werd mogelijk gemaakt door de
uitvoering van een ambitieus securitisatieplan waarmee in de loop
van het jaar EUR 8,1 miljard aan naar risico gewogen activa uit de
balans vrijviel. De onderliggende groei van de activa van het
bankbedrijf lag derhalve veel hoger.
IMPLEMENTATIE VAN BASEL II
Veel aandacht ging in 2006 uit naar de implementatie van Basel II
(het herziene Kapitaalakkoord). Het raamwerk van Basel II is
gebouwd op drie pijlers. Pijler 1 voorziet in de berekening van de
vereiste minimale solvabiliteit. Pijler 2 betreft de beoordeling van
de solvabiliteit door de toezichthoudende instantie. Pijler 3 richt
zich op de externe rapportage. Bij ING is Capital Management
verantwoordelijk voor Pijler 2.
Het belangrijkste onderdeel van het beoordelingsproces voor
de solvabiliteit van ING (Pijler 2 van Basel II) bestaat uit de
zogenoemde Capital Letter, die ING in juni 2006 voor het eerst
heeft opgesteld. Die brief bevat een analyse van de vermogensposities van ING Groep, ING Bank en ING Verzekeringen vanuit
verschillende invalshoeken: die van de toezichthoudende instantie,
de ratingbureaus en de interne economisch-kapitaalmethode.
16
ING Groep Jaarverslag 2006
Vermogenspositie ING Verzekeringen N.V.
Vermogenspositie ING Bank N.V.
31 december 31 december
in miljoenen euro’s
Gecorrigeerd vermogen (v)
Kernschuld (s)
Verhouding schuld/eigen vermogen (s/(s+v))
Beschikbaar wettelijk vereist kapitaal (b)
Door EU vereist wettelijk kapitaal (w)
Kapitaaldekkingsratio (b/w)
Buffer voor aandelen en vastgoed (av)
Intern kapitaaldekkingsratio (b/(w+av))
2006
2005
29.123
4.802
14,15%
25.505
9.296
274%
7.101
156%
27.044
4.170
13,36%
22.541
8.851
255%
5.304
159%
Geanalyseerd wordt of de solvabiliteitsdoelstellingen moeten
worden aangepast in verband met de economische omstandigheden, veranderende eisen van ratingbureaus of toezichthoudende
instanties, stresstesten en/of ontwikkelingen bij de concurrentie.
De brief gaat in op de beschikbare financiële instrumenten
voor kapitaalbeheer en bevat ook een plan voor onvoorziene
gebeurtenissen (positief en negatief) en de beste op dat moment
beschikbare prognose.
Ter versterking van de planning op de middellange termijn wordt
de Capital Letter in de toekomst ieder jaar in juni opgesteld.
In december verschijnt dan een geactualiseerde versie. Het
document is niet openbaar maar wordt wel aan de toezichthoudende
instantie overlegd als onderdeel van de toetsing van het interne
solvabiliteitsbeoordelingsproces van ING.
31 december 31 december
in miljoenen euro’s
Kern Tier 1
Hybride Tier 1
Totaal Tier 1-kapitaal
Overig kapitaal
BIS-kapitaal
Naar risico gewogen activa
Tier 1-ratio
BIS-ratio
2006
2005
20.058
5.726
25.784
11.445
37.229
337.926
7,63%
11,02%
17.643
5.764
23.407
11.318
34.725
319.653
7,32%
10,86%
Vastgelegd in dat beleid zijn het beoogde looptijdenprofiel en het
beoogde renteprofiel van de kernschuld, voor zowel ING Groep als
voor ING Verzekeringen.
Nog een aspect van goedlopend kapitaalbeheer en goede
bedrijfsvoering is de continue stroomlijning van de organisatie.
Die stroomlijning krijgt haar beslag in verbeteringen in de
bedrijfsstructuur en in desinvesteringen en acquisities. In het jaar
2006 was er op dit gebied weer sprake van volop activiteit, met
veel desinvesteringen (enkele zullen in 2007 formeel worden
afgerond): Piraeus, Williams de Broë, Deutsche Hypothekenbank,
Nationale Borg, Degussa Bank en ING Trust. Aangekocht zijn
daarnaast een beleggingsfondsenbeheerder in Taiwan en de
Nederlandse pensioenfondsenbeheerder AZL.
TRANSACTIES CAPITAL MANAGEMENT IN 2006
BEHEER VRIJE DEEL EIGEN VERMOGEN ING VERZEKERINGEN
Capital Management heeft in 2006 een aanzienlijke inspanning
geleverd om het beheer van het vrije vermogen bij ING
Verzekeringen te verbeteren. Vrij vermogen is een begrip in de
context van economisch kapitaal. Als vrij vermogen wordt dat deel
van de beschikbare financiële middelen (kapitaal) aangemerkt dat
het gebruikte economische kapitaal overtreft. Veel verzekeringsentiteiten zien zich door beperkingen van toezichthouders en/of
ratingbureaus gedwongen meer kapitaal aan te houden dan alleen
het economische kapitaal. Voor zover het vrije deel van het eigen
vermogen echter niet aan beperkingen is gebonden, kan het elders
worden ingezet ten bate van de autonome groei. Een belangrijk
uitgangspunt voor Capital Management is dan ook dat kapitaal
moet stromen, zowel naar boven (in de vorm van intern dividend)
als naar beneden (in de vorm van een kapitaalbijdrage aan
groeiende activiteiten).
In 2006 heeft Capital Management de volgende
financieringstransacties uitgevoerd:
Voor ING Groep N.V.
– GBP 600 miljoen hybride Tier 1-kapitaal in de Britse
institutionele markt;
– EUR 1,75 miljard 10-jaars senior obligaties 2016
met vaste en variabele rente;
– EUR 750 miljoen 5-jaars senior obligaties 2011
met een variabele rente.
Voor ING Bank N.V.
– EUR 1 miljard lower Tier 2-kapitaal;
– USD 1,25 miljard lower Tier 2-kapitaal in euro-dollarmarkt met
een variabele rente;
– CAD 320 miljoen lower Tier 2-kapitaal;
– EUR 1 miljard 5-jaars senior obligaties 2011.
GOEDE BEDRIJFSVOERING
Kapitaalbeheer is in belangrijke mate vergelijkbaar met een goede
bedrijfsvoering, waarin beleid, procedures en routine worden
vastgesteld. Aan het begin van ieder jaar worden een financieringsplan en een securitisatieplan opgesteld waarin alle financieringstransacties worden beschreven. In 2006 is de zogenoemde Delta
Hedge Policy voor personeelsopties herzien om veranderingen in
het toezicht en de fiscale omgeving in acht te nemen. Niet alleen
vanwege de naleving van wet- en regelgeving maar ook om de
interne processen voor de bedrijfsonderdelen transparanter en
efficiënter te maken zijn er behalve voor kapitaalbijdragen aan de
bedrijfsonderdelen tevens procedures opgesteld voor pensioenfondsen.
Voor ING Verzekeringen N.V.
– EUR 2 miljard 10-jaars senior obligaties 2016 met vaste en
variabele rente;
– USD 1 miljard 5-jaars en 1-maands verlengbare schuldbewijzen
met een variabele rente (FRN’s).
ING Groep Jaarverslag 2006
17
1.2 Onze resultaten
Risicobeheer
Naar een sterkere risico-organisatie, compliance en risicometing
In 2006 heeft ING het risicobeheer in alle
risicofuncties versterkt. De Raad van Bestuur
besloot tot de benoeming van een deputy
chief risk officer en heeft in verband hiermee
Groepsrisicobeheer anders ingericht. De
verandering onderstreept het belang dat wij
hechten aan risicobeheer en aan ons streven
naar een efficiënter risicobeheerproces.
Samenstelling economisch kapitaal per risicocategorie Bank
in miljarden euro’s
2006
2005
Kredietrisico (inclusief transferrisico)
Marktrisico
Operationeel risico
Bedrijfsrisico
Totaal activiteiten bankbedrijf(1)
7,6
4,8
1,7
1,8
15,9
7,0
3,9
1,7
2,3
14,9
REORGANISATIE GROEPSRISICOBEHEER
Het totale risicoprofiel van de Groep wordt op kwartaalbasis
gemeten en in de vorm van een ‘risk dashboard’ gerapporteerd
aan de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen. Dit
dashboard brengt de risico’s in alle bank- en verzekeringsonderdelen in kaart en geeft inzicht in earnings-at-risk (EaR) en
capital-at-risk (CaR). EaR en CaR meten het potentiële effect van
een gebeurtenis die zich éénmaal per tien jaar voordoet op
respectievelijk de winst (onder IFRS) en de economische waarde.
Deze geïntegreerde aanpak vormt een belangrijk bestanddeel van
de strategische planning en stelt de Raad van Bestuur in staat het
risico beter af te stemmen op de winst op korte termijn en op de
waardecreatiedoelstellingen op lange termijn. Het totale EaRrisicoprofiel van de Groep wordt gedomineerd door het bankbedrijf
en bestaat voornamelijk uit renterisico en kredietrisico. Het CaRprofiel is evenwichtiger verdeeld tussen het bank- en verzekeringsbedrijf en wordt gekenmerkt door renterisico en aandelenrisico.
Net zo belangrijk is een aangescherpt bewustzijn van de naleving
van wet- en regelgeving en andere eisen, zodat ING en haar klanten
voldoen aan de hoogste normen voor compliance en bedrijfsethiek.
(1)
Economisch kapitaal exclusief desinvesteringen en bijzondere posten.
NB: Cijfers zijn ontleend aan de modellen voor de berekening van economisch kapitaal
in 2006. Uit voorlopige berekeningen blijkt dat het in 2007 in te voeren verbeteringsprogramma kan leiden tot een toename van het economisch kapitaal tot 10%.
Alle risico’s zijn onderworpen aan een onafhankelijke controle; de gepresenteerde
cijfers voor economisch kapitaal zijn niet door de accountants gecontroleerd.
Risicoklassen bank- en verzekeringsportefeuilles*
2006
in % van de totaal
uitstaande bedragen
2005
Verzekerings-
Verzekerings-
Bankbedrijf
bedrijf
Bankbedrijf
bedrijf
13,6%
20,6%
10,9%
21,3%
27,6%
4,1%
1,9%
100%
25,1%
22,6%
22,0%
15,8%
10,3%
4,0%
0,2%
100%
13,8%
22,1%
9,5%
21,6%
27,6%
4,0%
1,4%
100%
26,3%
23,0%
32,8%
14,3%
2,5%
0,8%
0,3%
100%
1 (AAA)
2-4 (AA)
5-7 (A)
8-10 (BBB)
11-13 (BB)
14-17 (B)
18-22 (Probleemleningen)
* De tabel brengt tot uitdrukking wat de kans is dat leningen oninbaar worden.
Mogelijk onderpand wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.
Rentegevoeligheid en gevoeligheid aandelen ING Verzekeringen
Rentegevoeligheid
Effect op ING
Verzekeringen
2006
Eigen
Nettowinst vermogen
Renteverhoging met 1%
Renteverlaging met 1%
Effect op ING
Verzekeringen
2005
Eigen
Nettowinst vermogen
8
–1.600
–3.185
1.880
–68
–1.743
–2.814
1.255
120
–150
1.325
–1.347
59
–80
1.072
–1.094
Gevoeligheid aandelen
Stijging aandelenmarkt met 10%
Daling aandelenmarkt met 10%
18
ING Groep Jaarverslag 2006
In 2006 hebben wij met de reorganisatie van Groepsrisicobeheer
een belangrijke stap voorwaarts gezet in de integratie van ons
risicobeheer. Er is een deputy chief risk officer (CRO) benoemd
die verantwoordelijk is voor risicobeheer en de eindcontrole op
geconsolideerd niveau. Deze deputy CRO ressorteert onder de
chief financial officer (CFO), die binnen de Raad van Bestuur de
eerstverantwoordelijke is voor het Groepsrisicobeheer.
De intentie is dat de CRO in 2007 lid wordt van de Raad van
Bestuur. De Operationele, Informatie- en Beveiligingsrisicofuncties
zijn samengevoegd en het hoofd van deze nieuwe afdeling
rapporteert rechtstreeks aan de deputy CRO. Verder is Compliance
ter verbetering van de zichtbaarheid en effectiviteit overgeheveld
van Juridische Zaken naar Groepsrisicobeheer. Andere afdelingen
die onder de deputy CRO vallen zijn Corporate Credit Risk
Management (CCRM), Corporate Market Risk Management
(CMRM) en Corporate Insurance Risk Management (CIRM).
In 2006 is de Model Validation Unit in het leven geroepen.
Deze afdeling valideert risicomodellen. Het hoofd van deze
afdeling rapporteert rechtstreeks aan de deputy CRO.
CORPORATE COMPLIANCE
Financiële instellingen worden tegenwoordig nauwlettend gevolgd
om er op toe te zien dat zij voldoen aan wet- en regelgeving,
normen en verwachtingen. Bancaire toezichthouders alsmede
overige toezichthoudende instanties binnen de EU, de Verenigde
Staten en elders toetsen betalingsprocessen en overige onder
toezicht vallende transacties op onrechtmatigheden zoals
witwassen, verboden transacties met landen die sancties opgelegd
hebben gekregen, omkoperij en corruptie. Toezichthouders en
andere autoriteiten kunnen administratieve of gerechtelijke
procedures beginnen, wat onder andere zou kunnen resulteren
in het opschorten of intrekken van vergunningen van ING,
het opschorten of beëindigen van orders, (bestuurlijke) boetes,
strafmaatregelen of andere disciplinaire maatregelen, die een
belangrijke negatieve invloed kunnen hebben op ING’s resultaten
en financiële positie.
ING Bank N.V. is in gesprek met haar Nederlandse toezichthouder
De Nederlandsche Bank (DNB) aangaande transacties met personen
in landen die onderhevig zijn aan sancties opgelegd door de EU,
de Verenigde Staten en andere autoriteiten. Deze gesprekken
hebben ING Bank N.V. er toe aangezet om transacties met partijen
die onderhevig zijn aan deze sancties te evalueren. ING Bank N.V.
rapporteert in het kader van deze voortdurende evaluatie aan
DNB. Het is op dit moment niet mogelijk een voorspelling te doen
over de uitkomsten van deze evaluatie. ING Bank N.V. hecht er
grote waarde aan om bevindingen die uit deze evaluatie naar
voren komen, pro-actief aan te pakken.
van risicoprofielen van bestaande en nieuwe klanten. Er zijn
opleidingsprogramma’s voor operationele veranderingen ontwikkeld
en er vinden voortdurend implementatieprogramma’s plaats.
Compliance-kosten binnen Wholesale Banking bedroegen in 2006
EUR 79 miljoen. Het grootste deel van deze kosten was het gevolg
van investeringen in en verbeteringen van compliance-activiteiten
en klantenidentificatieprocessen en -systemen. Dit is inclusief
de voortdurende evaluatie die ING doet naar aanleiding van
gesprekken met DNB met betrekking tot transacties die gerelateerd
zijn aan landen die onderhevig zijn aan sancties.
DE RISICO’S GEKWANTIFICEERD
Op 28 juli 2006 heeft The Office of Foreign Asset Controls (OFAC)
van de U.S. Department of Treasury de Netherlands Carribean Bank
(NCB), een bank gevestigd op de Nederlandse Antillen die eigendom
is van ING en van twee Cubaanse entiteiten, toegevoegd aan de
lijst van ‘Specifically Designated Nationals’ als zijnde een entiteit
met de Cubaanse nationaliteit. Dit verbiedt Amerikaanse personen
en niet-Amerikaanse dochterondernemingen van Amerikaanse
bedrijven om zaken te doen met de NCB.
Een aandachtspunt in 2006 was de versterking van het
compliance-bewustzijn en de implementatie van het ING Groep
compliance-beleid. De invoering hiervan was het afgelopen jaar
een belangrijke doelstelling voor alle ING-managers. De verdere
inbedding van compliance-procedures en -processen in de gehele
organisatie heeft hoge prioriteit om in 2007 afgerond te worden.
Een ander initiatief dat ING in 2006 nam ter versterking van het
compliance-bewustzijn, was de toewijzing van 130 extra dagtaken
aan Compliance. Hiermee is het totale aantal medewerkers dat op
dit terrein werkzaam is, gestegen tot circa 700. Als onderdeel van
de governancestructuur van zowel Compliance als Operational Risk
Management wordt het Audit Committee regelmatig op de hoogte
gebracht van incidenten met een belangrijk financieel of
compliance-effect. Het proces van incidentrapportage levert tijdige
informatie op over incidenten van financiële of compliance-aard.
Tijdens interne conferenties en in interviews heeft de Raad van
Bestuur herhaaldelijk gewezen op het belang van compliance.
Overige initiatieven in 2006 op het gebied van Compliance waren
de verplichte intranet-compliance-cursus voor alle medewerkers
in Nederland, regionale conferenties over compliance en de
‘Compliance Awareness Week’ in de Verenigde Staten.
In 2006 heeft ING in het kader van veranderende wet- en
regelgeving en de toegenomen aandacht van toezichthouders
onder andere haar beleid met betrekking tot financieeleconomische criminaliteit herzien en afgestemd op de Derde AntiWitwas Richtlijn van de EU. Als gevolg hiervan is ING bezig alle
klantendossiers opnieuw te beoordelen om zo te voorkomen dat
ING en/of haar systemen worden gebruikt voor het witwassen van
geld of de financiering van terroristische activiteiten. Een
bijkomend voordeel is dat deze toegenomen kennis over klanten
ING in staat stelt diensten aan te bieden die beter op de behoeften
van de klant zijn toegesneden.
Binnen Retail Banking bedroegen de kosten voor compliance in
2006 EUR 85 miljoen. Om te voldoen aan juridische vereisten,
heeft Retail Banking Nederland EUR 50 miljoen van de totale
kosten uitgegeven aan het identificeren van (bestaande) klanten,
het verbeteren van klantenidentificatieprocessen en het vaststellen
Een van de belangrijkste risicomaatstaven binnen de organisatie
is economisch kapitaal. In die maatstaf komen onze interne
kapitaaleisen tot uitdrukking. Het economisch kapitaal betreft
het minimale kapitaal dat gezien onze nagestreefde creditrating
(AA) nodig is om in ernstige stress-situaties alle toekomstige
onverwachte verliezen op te vangen. Het economisch kapitaal
wordt tevens gebruikt bij de berekening van de Risk Adjusted
Return on Capital (naar risico gewogen rendement op kapitaal)
en de economische winst, op basis waarvan de bedrijfsresultaten
van het bankbedrijf worden beoordeeld.
Op dit moment maken we alleen het economisch kapitaal van
ING Bank bekend. Voor ING Verzekeringen hebben wij in 2005
intern economisch kapitaal als maatstaf geïntroduceerd voor alle
risico’s, inclusief het verzekeringstechnische risico. Tegelijkertijd zijn
er binnen het verzekeringsbedrijf limieten geïmplementeerd voor
‘market value at risk’ teneinde het markt- en kredietrisico van de
wereldwijde verzekeringsactiviteiten te beheersen. Daarnaast
hebben we een marktconforme prijsstelling geïntroduceerd.
In 2006 hebben wij met een verbeterings- en integratieprogramma
onze kapitaalmodellen verder verfijnd. Ondersteunend voor onze
interne modellen waren de invoering van de geavanceerde interne
ratingbenadering van Basel II en in een later stadium Solvabiliteit II.
Onze economisch-kapitaalmodellen zijn inmiddels geactualiseerd
met geavanceerde concentratiemodellen, onafhankelijke modelvalidatie en de ontwikkelingen in het klantengedrag. Deze aanpassingen zullen naar verwachting voor het bankbedrijf een
verhoging van het economisch kapitaal opleveren. Voorlopige
berekeningen van het effect wijzen op een potentiële stijging tot
10%. Daarbij dient te worden opgemerkt dat het verschil tussen
het beschikbare Tier 1-vermogen (EUR 25,8 miljard) en het vereiste
economisch kapitaal (EUR 15,9 miljard) meer dan voldoende is om
de voorziene stijging op te vangen. In 2007 wordt het verbeteringsen integratieprogramma afgerond.
In de samenstelling van het economisch kapitaal van ING Bank
(eerste tabel op pagina 18) zijn alle diversificatie-effecten
inbegrepen, inclusief de risicovermindering tussen de risicocategorieën onderling. Diversificatie-effecten die ontstaan door het
combineren van bancaire en verzekeringsactiviteiten blijven buiten
beschouwing. Kapitaal voor bedrijfsrisico wordt aangehouden om
onverwachte verliezen te dekken die kunnen voortvloeien uit
afwijkingen van volumes, marges en kosten. De toename van het
economisch kapitaal in 2006 werd voornamelijk ingegeven door
een stijging van het krediet- en marktrisico. Het hogere risico was
grotendeels het gevolg van de expansie van de activiteiten bij ING
Direct en Retail Banking. Daarnaast is een deel van het met
ING Groep Jaarverslag 2006
19
1.2 Onze resultaten
Risicobeheer vervolg
vastgoedactiviteiten samenhangende risico overgeheveld van
bedrijfsrisico naar marktrisico.
KREDIETRISICO
In 2006 heeft Corporate Credit Risk Management voor Wholesale
Banking een systeem van tekeningsbevoegdheid voor kredietaanvragen ingevoerd. Dit systeem vervangt de kredietencomités,
behalve het comité op het hoogste kredietniveau, het Group Credit
Committee. Het tweede halfjaar van 2006 stond in het teken van
de grootscheepse uitrol van en de communicatie over de
implementatie van Basel II en economisch kapitaal voor kredietrisico, inclusief instrumenten voor de prijsstelling.
Dankzij het werk aan Basel II en de herziene methode voor de
berekening van economisch kapitaal voor kredietrisico heeft ING
in 2006 aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het kwantificeren
van het kredietrisico in het bankbedrijf. Het plan is om een
vergelijkbare exercitie uit te voeren voor de beleggingsportefeuille
van het verzekeringsbedrijf.
Ons doel is een internationaal gediversifieerde krediet-, obligatieen beleggingsportefeuille aan te houden, waarbij grote kredietrisicoconcentraties worden vermeden. Dit uitgangspunt wordt
ondersteund door een systeem van risicolimieten die zijn afgestemd
op de risicotolerantie van de Raad van Bestuur. Limieten worden
bepaald voor landen, individuele leningnemers, emittenten, tegenpartijen, groepen leningnemers en herverzekeraars, en worden
door de hele organisatie van boven naar beneden doorgevoerd.
De tweede tabel op pagina 18 toont de samenstelling van onze
portefeuille op basis van kredietrisicoratings van Standard & Poor’s.
Vanwege de verschillende aard van de activiteiten in het bank- en
verzekeringsbedrijf is de kredietkwaliteit van de verzekeringsportefeuille over het algemeen beter dan die van de bank.
In 2006 hebben de bankbedrijfsonderdelen risicoratingmodellen
geïmplementeerd en verbeterd ter voorbereiding op nieuwe
regelgeving. Dit heeft geleid tot een verbetering van de
gerapporteerde gemiddelde kredietwaardigheid in alle divisies.
Alleen bij Retail Banking was er sprake van een geringe neerwaartse verschuiving van BBB naar BB als gevolg van de introductie
van verbeterde ratingmodellen in de Benelux. De daling in de
risicoratings binnen Insurance Europe was het gevolg van de
herwaardering van de Nederlandse hypothekenportefeuilles om de
ratingmethodologie gelijk te stellen aan die van het Nederlandse
bankbedrijf. De verschuivingen binnen zowel het bank- als
verzerkeringsbedrijf zijn dan ook voornamelijk het gevolg van een
herclassificatie tussen risicoklassen, het is geen verslechtering van
het onderliggende kredietrisicoprofiel.
MARKTRISICO BANKBEDRIJF
De totale marktrisicopositie van ING Bank wordt gekenmerkt door:
- een goed liquiditeitsprofiel: er wordt een omvangrijke
liquiditeitsbuffer aangehouden voor onverwachte negatieve
marktontwikkelingen;
- een bescheiden handelsrisicoprofiel in vergelijking met de totale
winst en de marktkapitalisatie;
- langeretermijnbelegging van spaar- en rekening-courantgelden
met inachtneming van klantgedrag en het rentekarakter van
deze middelen;
20
ING Groep Jaarverslag 2006
- een aanmerkelijke gevoeligheid voor rentewijzigingen in euro’s en
dollars als gevolg van de strategische rentemismatch in de niethandelsportefeuille en het basisrisico in de bankactiviteiten voor
particulieren.
Marktrisico vloeit voort uit zowel de handels- als de niet-handelsactiviteiten en wordt beheerd conform de risicotolerantie van de
Raad van Bestuur.
Marktrisico in de handelsportefeuille
Als primaire risicomaatstaf voor onze handelsactiviteiten hanteren
wij value-at-risk (VaR), waarop limieten zijn gebaseerd. VaR geeft,
met een eenzijdig betrouwbaarheidsniveau van ten minste 99%,
de maximale ééndagsverliezen die kunnen optreden ten gevolge
van veranderingen in risicofactoren als de posities binnen een dag
onveranderd blijven. De gemiddelde geconsolideerde VaR voor
Wholesale Banking was EUR 31 miljoen (2005: EUR 28 miljoen).
Handelsposities met renterisico leverden de grootste bijdrage aan
de handels-VaR en waren de belangrijkste reden van de toename
van EUR 3 miljoen.
Naast VaR past ING ‘stress testing’ toe voor het bewaken van het
marktrisico onder extreme marktomstandigheden. Dit risico wordt
wekelijks gemeten voor de handelsactiviteiten van Wholesale
Banking, waarbij de posities per risicoactiviteit en per risicocategorie
worden gemeten. Dit risico wordt begrensd door een limiet die het
management van ING vaststelt.
Marktrisico in de niet-handelsboeken
ING Bank kent een aanzienlijke gevoeligheid voor rentewijzigingen
in de euro en dollar. Dit hangt samen met zowel de strategische
rentemismatch in de niet-handelsportefeuille als met het basisrisico
– de onvolledige correlatie in de afstemming van verdiende en
betaalde rente – in de bankactiviteiten voor particulieren. ING Bank
meet het renterisico aan de hand van earnings-at-risk (EaR), net
present value-at-risk (NPV) en VaR.
EaR meet het verlies op de netto-renteopbrengsten over de
periode van een jaar, onder meer als gevolg van een onmiddellijke
stijging van 1% in de marktrente. De EaR voor 2006 was EUR –364
miljoen. Vergeleken met 2005 is ditmaal uitgegaan van een renteverschuiving van 1% (was 2%). Dit omdat het 1%-scenario bij de
huidige lage rente waarschijnlijker is dan een verandering van 2%.
Passen wij de onmiddellijke parallelle verschuiving van de marktrente van 2% toe op de resultaten per ultimo 2006, dan is de
uitkomst EUR –640 miljoen (2005: EUR –733 miljoen). Dat het
EaR-cijfer voor 2006 lager uitvalt, hangt met name samen met een
wijziging van de EaR-berekeningen (dit in verband met een betere
afstemming op de door IFRS vereiste verantwoording in de winsten verliesrekening). Daarnaast komt in de cijfers voor 2006 ook
de convexiteit tot uitdrukking die wordt veroorzaakt door de
ingebouwde mogelijkheid van vervroegde aflossing en renteopties in de omvangrijke Nederlandse hypothekenportefeuille.
De NPV-at-risk geeft de totale impact weer van veranderende
marktrentes. In 2006 was de NPV-at risk EUR –1.888 miljoen. In lijn
met de EaR-berekeningen is het renterisicoscenario voor de NPVat-Risk-berekeningen ook aangepast naar een renteverschuiving
van 1%. De NPV-at-risk onder het 2%-scenario is EUR –4.261
miljoen (2005: EUR –3.203 miljoen). De aanzienlijke toename
wordt voornamelijk veroorzaakt door ING Direct USA, waar de
convexe renterisicopositie is toegenomen. Verder zijn de
diversificatie-effecten tussen ING Direct Canada en de overige
portefeuilles afgenomen, wat de NPV-at-risk van ING Direct verder
doet toenemen. In de praktijk zal de portefeuille worden herzien in
het geval van een opwaartse rentebeweging, wat het NPV-verlies
significant doet afnemen.
Om het valutarisico in de niet-handelsboeken te kwantificeren
en te beheersen past ING de FX value-at-risk methodiek toe. De
gemiddelde geconsolideerde FX VaR voor 2006 was EUR 17 miljoen
(2005: EUR 7 miljoen). De FX VaR is voornamelijk het resultaat van
open posities in buitenlandse valuta die bewust worden ingenomen
om de Tier 1-ratio te beschermen. Dit gebeurt door een juiste
verhouding te bewerkstelligen tussen het non-EUR-kapitaal en de
non-EUR-activa naar het gewogen gemiddeld risico. De toename
van de gemiddelde FX VaR was het gevolg van de uitbreiding van
de activiteiten van ING Direct in Australië en Canada. In verband
hiermee worden tegenwoordig ook open posities ingenomen in
de Australische en Canadese dollar, om zo de Tier 1-ratio ook te
beschermen tegen fluctuaties in deze valuta.
Liquiditeitsrisico
Corporate Market Risk Management bewaakt en beheerst ook de
liquiditeitspositie van de bank, zodat ING op het gewenste moment
aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. De belangrijkste
doelstelling van de liquiditeitsstrategie van ING is het handhaven
van voldoende liquiditeit om activiteiten goed te laten verlopen. Dit
gebeurt onder andere door een goede spreiding van de dagelijkse
funding-eisen (aard, valuta en regio). Daarbij houden wij een
adequate mix van financieringsbronnen aan en een brede
portefeuille met goed verhandelbare activa die makkelijk kunnen
worden ingezet om verstoringen op te vangen. Een andere
belangrijke component van de liquiditeitsstrategie is het handhaven
van adequate en actuele financieringsplannen voor onvoorziene
gebeurtenissen in de hele organisatie.
VERZEKERINGSTECHNISCH RISICO
Het verzekeringsbedrijf heeft aanzienlijke vooruitgang geboekt in
de verbetering van de systemen en het rapportageproces. Hierdoor
kunnen we niet alleen het risicoprofiel op marktconforme basis
beoordelen maar kunnen we ook de kredietrisicomethoden en
-processen op het bankbedrijf afstemmen.
Actuarieel en verzekeringstechnisch risico
ING Verzekeringen is actief op het gebied van levens- en schadeverzekeringsproducten. Actuariële en verzekeringstechnische risico’s
vloeien voort uit de prijsstelling en acceptatie van verzekeringsovereenkomsten. Deze risico’s worden hoofdzakelijk beheerst met
standaardverzekeringspolissen, met productontwikkelingseisen die
door Insurance Risk Management worden gesteld, met onafhankelijke productevaluatieprocessen en met risicobeperkingen in de
polisvoorwaarden. De schommelingen in winst en verlies als gevolg
van nadelige claims worden beheerst aan de hand van risicotolerantieniveaus die elk jaar opnieuw door de Raad van Bestuur
worden geëvalueerd. Bij levensverzekeringsproducten betreft dit
onder meer het maximale verzekerde bedrag voor het sterfterisico.
Voor schadeverzekeringsactiviteiten wordt het risicotolerantieniveau
per bedrijfsonderdeel bepaald (maximaal verzekerd bedrag per
individueel risico) en bij brandverzekeringen ook op basis van
mogelijke maximale verliezen. Verliezen die worden meegewogen in
de bepaling van dit mogelijke maximale verlies, zijn toerekenbaar
aan specifieke gebeurtenissen (natuurrampen zoals storm,
aardbevingen en overstromingen). Mogelijke verliezen worden
vastgesteld op basis van gebeurtenissen met een terugkeerperiode
eenmaal in de 250 jaar voor Canada, Mexico en Nederland-België
samen. De totale risicopositie en -concentraties worden als
onderdeel van het kredietrisicobeleid van ING actief beheerd via
herverzekeringen bij zeer kredietwaardige herverzekeraars.
Marktrisico verzekeringsbedrijf
Veranderingen in de rente, aandelenkoersen, valutakoersen en
vastgoedprijzen kunnen de huidige en toekomstige nettowinst
en het eigen vermogen van ING Verzekeringen beïnvloeden.
De belangrijkste risico’s zijn daarbij het renterisico en het aandelenrisico. Het effect op de nettowinst wordt gemeten met de maatstaf earnings-at-risk (EaR). Het effect op het eigen vermogen wordt
gemeten in een scenario waarin een onmiddellijke stijging/daling
van de aandelenmarkten en de rente optreedt (zie derde tabel op
pagina 18). Deze risico’s worden beheerd met balansbeleid en
-procedures, op basis van een comitéstructuur op het niveau van
zowel divisies als bedrijfsonderdelen.
Het belangrijkste renterisico binnen de verzekeringsactiviteiten van
ING wordt gelopen in Taiwan, waar ING een aanzienlijk risico loopt
als gevolg van een aanhoudend laag renteniveau. Dit is toe te
schrijven aan de langlopende rentegaranties van 6 – 8% in levensverzekeringscontracten die tot 2001 door dit bedrijfsonderdeel
werden verkocht. De ING-bedrijfsonderdelen in Nederland, de
Verenigde Staten, Canada en België zijn het meest gevoelig voor
schommelingen op de aandelenmarkten.
OPERATIONEEL, INFORMATIE- EN BEVEILIGINGSRISICO
ING heeft een geavanceerd raamwerk ontwikkeld voor de
beoordeling, bewaking en beheersing van operationeel,
informatie- en beveiligingsrisico. Dit raamwerk is in 2006
aangescherpt met de verdere implementatie van beleid voor
operationeel, informatie- en beveiligingsrisico.
Operationeel risico vloeit voort uit directe of indirecte verliezen
als gevolg van inadequate of tekortschietende interne processen,
mensen en systemen, dan wel door externe gebeurtenissen. ING
heeft een geavanceerd model ontwikkeld waarmee het vereiste
operationele risicokapitaal voor ING Bank en ING Verzekeringen
kan worden berekend.
De kwaliteit van de risicobeheeractiviteiten wordt gemeten met
de scorecard-methode. Uit de scorecards komt de mate van
beheersing binnen de divisies naar voren. Het scorecard-totaal
vertoonde in 2006 goede vooruitgang. Ook het operationele,
informatie- en beveiligingsrisico, alsmede de compliance-eisen
zijn in de scorecard verwerkt.
Het raamwerk voor risicobeheer is verder verbeterd door een
groter bereik van de risicobeoordelingen in de bedrijfsonderdelen.
In 2006 is het beheerkader voor operationeel risico verder
uitgebreid en omvat nu alle onderdelen van ING. Daarnaast zijn
operationele risicobeheersystemen voor de follow-up van
openstaande acties, incidentbeheer en scorecard-bewijzen nu
uitgebreid naar alle bedrijfsonderdelen. Het Audit Committee is
actief betrokken bij het beoordelen van de risicorapportage en
ontvangt regelmatig rapportages over ING’s risicopositie en over
incidenten.
Voor verdere informatie zie het hoofdstuk Risicobeheer als
onderdeel van de jaarrekening op pagina 187 tot 210.
ING Groep Jaarverslag 2006
21
1.2 Onze resultaten
Insurance Europe
Verbeteren van efficiency en investeren in groei
Kernpunten
• Insurance Europe levert een solide bijdrage
aan de winst van ING Groep
• Efficiencyprogramma’s in Nederland
boeken voortgang
• Sterke waardecreatie in Centraal-Europa
• Investeren in groei via productontwikkeling
en opzetten van nieuwe activiteiten
Winst- en verliesrekening (onderliggend)
in miljoenen euro’s
Premie-inkomen
Bedrijfslasten
Onderliggende winst voor belastingen
Totale winst voor belastingen*
2006
2005
mutatie
10.552
1.805
2.328
2.362
10.702
1.869
2.021
2.031
–1,4%
–3,4%
15,2%
16,3%
* Totale winst voor belastingen is de winst voor belastingen inclusief
desinvesteringen en bijzondere posten.
Kerncijfers
2006
2005
Waarde nieuwe levenproductie (in miljoenen euro’s)
219
Intern rendement
14,9%
Embedded value levensverzekeringen
(in miljoenen euro’s)
16.103
226
14,6%
ONDERLIGGENDE WINST VOOR BELASTINGEN
in miljoenen euro’s
Insurance Europe
Overig ING
23%
77%
2.328
7.630
GEOGRAFISCHE SPREIDING PREMIE-INKOMEN
in miljoenen euro’s
Insurance Europe
Nederland
België
Centraal- en Overig
Europa*
Totaal
65%
17%
18%
6.836
1.763
1.953
100%
10.552
* Bulgarije, Griekenland, Hongarije, Polen, Roemenië, Rusland,
Slowakije, Spanje en Tsjechië.
22
ING Groep Jaarverslag 2006
14.929
Met een voortgezette winstgroei in 2006, met name dankzij
de resultaten in Nederland en Centraal-Europa, leverde
Insurance Europe wederom een solide bijdrage aan de winst
van ING Groep. In Nederland boeken de efficiencyprogramma’s
voortgang, terwijl de klant tevredenheid opnieuw is
toegenomen. Een hoge omzet in koopsomproducten heeft
geleid tot sterke waardecreatie in Centraal-Europa. Insurance
Europe gaat door met investeren in groei door nieuwe
producten te ontwikkelen en nieuwe activiteiten op te zetten.
FINANCIËLE ONTWIKKELINGEN
De onderliggende winst voor belastingen steeg in 2006 met
15,2% tot EUR 2.328 miljoen. Dit was vooral het gevolg van
gunstige resultaten van het leven- en schadebedrijf in Nederland,
gunstige resultaten van het schadebedrijf in België en een
aanhoudende sterke groei in Centraal- en Overig Europa. De
onderliggende winst voor belastingen uit levensverzekeringen
steeg met 7,1% tot EUR 1.710 miljoen, terwijl de resultaten bij het
schadebedrijf met 45,8% stegen tot EUR 618 miljoen. De totale
winst voor belastingen steeg met 16,3% tot EUR 2.362 miljoen.
Het onderliggende premie-inkomen daalde licht met 1,4% naar
EUR 10.552 miljoen. Het hogere premie-inkomen bij het levenbedrijf
in Centraal- en Overig Europa werd tenietgedaan door het lagere
premie-inkomen bij het levenbedrijf in België als gevolg van een
lagere verkoop van koopsombeleggingsproducten via het bankkanaal en lagere premies in Nederland. Dat laatste werd veroorzaakt
door een lager premie-inkomen bij het collectieve levenbedrijf en
lagere premies in het schadebedrijf na wetswijzigingen inzake
inkomens- en ongevallenverzekeringen.
De onderliggende bedrijfslasten daalden met 3,4% als gevolg
van een daling met 7% in Nederland door een hogere eenmalige
vrijval van personeelsvoorzieningen, lagere reorganisatiekosten en
minder personeel. De kosten in België en Centraal- en Overig Europa
stegen, in België door de vrijval van voorzieningen in 2005 en in
Centraal- en Overig Europa door investeringen ter ondersteuning
van nieuwe initiatieven.
De waarde van de nieuwe levenproductie daalde met 3,1% naar
EUR 219 miljoen. Dit werd veroorzaakt door dalingen in Nederland
(–21%) en België (–47%) als gevolg van druk op de marges, hogere
disconteringsvoeten en de nieuwe provisieovereenkomst met ING
Bank België. Deze daling werd grotendeels gecompenseerd door
sterke waardecreatie in Centraal- en Overig Europa (+32%) als
gevolg van hogere verkopen, in het bijzonder in Polen, Hongarije
en Spanje. Het intern rendement (IRR) steeg van 14,6% tot 14,9%,
hetgeen volledig voor rekening komt van Centraal- en Overig Europa
door hogere verkopen tegen aanzienlijk hogere interne rendementen.
De embedded value van de levensverzekeringsactiviteiten van
Insurance Europe steeg met 7,9% tot EUR 16.103 miljoen. Deze
stijging weerspiegelt het positieve effect van EUR 219 miljoen
aan nieuwe levenproductie, alsmede gunstige aandelenrendementen en pensioenfondsresultaten.
Ontwikkelingen per land
De onderliggende winst voor belastingen in Nederland steeg met
20% tot EUR 1.911 miljoen als gevolg van lagere kosten, gunstige
beleggingsresultaten in combinatie met een gunstig schadeverloop
bij het schadebedrijf en een hogere vrijval van voorzieningen.
Nederland: activiteiten op hoger niveau
Nationale-Nederlanden (NN) richtte zich in 2006 op de verbetering
van de klanttevredenheid, het terugdringen van de kosten, de
verkoop van meer winstgevende producten alsmede het verbeteren
van compliance en risicobeheer.
In België daalde de onderliggende winst voor belastingen met
21% naar EUR 137 miljoen. Dit kwam doordat de daling van de
resultaten bij het levenbedrijf (die hoofdzakelijk werd veroorzaakt
door de wijziging in de provisieregeling in België) groter was dan
de stijging van de resultaten bij het schadebedrijf.
Het onafhankelijke jaarlijkse prestatieonderzoek onder Nederlandse
verzekeringsbedrijven liet in 2006 een verbetering van de klanttevredenheid zien in elk segment waarin NN actief is. Na twee jaar
van aanzienlijke stijgingen was het groeipercentage in 2006
minder hoog. Dit kan worden toegeschreven aan de aanhoudende
behoefte om de operationele systemen van NN te vernieuwen. Een
belangrijke reden voor de verbetering was het terugdringen van
administratieve achterstanden (behalve voor pensioenen, waar
door veranderingen in regelgeving de polissen moeten worden
aangepast). Er werden tevens nieuwe functionaliteiten en producten
toegevoegd aan het extranet van NN voor intermediairs. Dit heeft
mede geleid tot een verdubbeling van het aantal onlinetransacties
ten opzichte van 2005.
De onderliggende winst voor belastingen van Centraal- en Overig
Europa steeg met 9% tot EUR 280 miljoen, hoofdzakelijk als
gevolg van een hoger beheerd vermogen in het Poolse pensioenfonds en sterke verkopen in Hongarije, Griekenland en Spanje. Dit
werd gedeeltelijk tenietgedaan door hogere kosten voor nieuwe
activiteiten in Bulgarije en Rusland.
HOOFDPUNTEN
ING Insurance Europe heeft circa 15.000 medewerkers in dienst
bij het leven- en schadebedrijf en bij de pensioenactiviteiten
in volwassen en opkomende markten in de gehele regio. De
marktposities zijn sterk. In Nederland is ING de grootste levensverzekeraar en de op twee na grootste schadeverzekeraar; in
België de op vijf respectievelijk acht na grootste (alle cijfers zijn
gebaseerd op het bruto premie-inkomen). In Centraal-Europa
is ING marktleider op het gebied van zowel pensioenen als
levensverzekeringen, op basis van bruto premie-inkomen en
instroom van pensioenpremies.
Insurance Europe richt zich op drie zaken. Ten eerste op een
aanhoudende winstgevende groei en een efficiënte allocatie van
kapitaal over alle bedrijfsonderdelen in de regio. Ten tweede op
vermogensbeheer en pensioenen om in de behoeften van een
steeds ouder wordende bevolking te voorzien. En ten slotte op
het blijven verbeteren van efficiency en risicobeheer.
Binnen deze algemene strategische richting zijn de specifieke
strategieën van de individuele verzekeringsmaatschappijen
toegesneden op de rijpheid van de markten waarin ze actief zijn.
Zo ligt de nadruk in volwassen markten met een gematigde groei,
zoals bijvoorbeeld Nederland, op het verbeteren van de efficiency
en het optimaliseren van distributiekanalen. Dit terwijl in de
snelgroeiende markten van Centraal-Europa de nadruk ligt op
het versnellen van de groei, door uitbreiding van bestaande
bedrijfsactiviteiten en door te investeren in toekomstige groei
door het opzetten van nieuwe activiteiten.
Op het gebied van kostenbesparingen liepen maatregelen om het
aantal medewerkers bij NN ultimo 2007 met 1.000 te verminderen
voor op schema. In vergelijking met ultimo 2004 was het aantal
medewerkers ultimo 2006 met 900 ingekrompen. Met de kostenbesparingen uit hoofde van dit programma wordt voortgang
geboekt. Er worden tegelijkertijd extra investeringen gedaan,
gedeeltelijk als gevolg van nieuwe regelgeving die in 2007 van
kracht werd. De reden van deze efficiencyprogramma’s is niet
alleen het besparen van kosten, maar ook het verbeteren van de
kwaliteit van onze dienstverlening door het inrichten van snellere
en meer geautomatiseerde processen.
Een essentieel element is het concept van Straight Through Processing
(STP) op grond waarvan een polisaanvraag door een tussenpersoon
automatisch en zonder persoonlijke tussenkomst onmiddellijk
wordt verwerkt. STP werd in 2005 geïntroduceerd voor de
nieuwe autoverzekering van NN en in juli 2006 uitgebreid naar
het Particuliere Verzekeringspakket met particuliere, schadeen ongevallenverzekeringen. Eind 2006 werd 82% van alle
polisverzoeken binnen het pakket automatisch verwerkt. De
resterende 18% werd nog steeds door werknemers afgehandeld,
maar zelfs hier waren de tijdbesparingen als gevolg van STP enorm.
NN bleef zich in 2006 toeleggen op de productwinstgevendheid.
Terwijl NN haar prijsstelling handhaafde en haar productassortiment
verder opschoonde, kwamen de marges door de toegenomen
concurrentie in bepaalde productsegmenten onder druk te staan.
NN maakt tevens in toenemende mate gebruik van bancassurancedistributie om de verkoop te stimuleren en in 2006 is de verkoop
van verzekeringsproducten via ING Bank geïntensiveerd. Ten slotte
heeft NN in 2006 de compliance-organisatie verder verbeterd. Het
aantal compliancemedewerkers is gestegen en het bewustzijn op
het gebied van compliance is in de gehele organisatie toegenomen.
ING Groep Jaarverslag 2006
23
1.2 Onze resultaten
Insurance Europe vervolg
Voor wat betreft de overige Nederlandse verzekeringsactiviteiten
is RVS erin geslaagd om waarde te creëren in een concurrerende
markt. Dit wordt weerspiegeld in een stijging van de waarde van
de nieuwe levenproductie en het intern rendement. Sterke
verkopen van zowel verzekeringen als hypotheken hebben geleid
tot een groter marktaandeel. Deze resultaten werden versterkt
door de modernisering van het RVS-logo, een nieuwe advertentiecampagne en verdere commerciële samenwerking met Postbank
en ING Bank. RVS is in 2006 tevens begonnen met het aanbieden
van persoonlijk financieel advies aan werknemers van zakelijke
klanten van NN en ING Bank. Dit concept biedt goede perspectieven.
Postbank Verzekeringen heeft solide financiële resultaten geboekt
en bereidt zich voor op verdere groei in de komende jaren door
uitbreiding van haar assortiment schadeproducten.
Binnen de Nederlandse levensverzekeringssector hebben polishouders klachten geuit over de kosten en transparantie van
beleggingsverzekeringen. Nadere details vindt u in de jaarrekening
op pagina 155.
België: focus op uitvoering
In 2006 daalden de winst, premies en waardecreatie bij ING
Insurance België, vooral als gevolg van eenmalige factoren. ING
Insurance België heeft, ook in vergelijking met haar concurrenten,
goede resultaten geboekt in de pensioenmarkt. Dit werd zichtbaar
in een groei met dubbele cijfers van de verkoop van pensioenen via
onafhankelijke tussenpersonen en directe distributie. ING Insurance
België bleef zich onverminderd richten op een goede uitvoering
van basisprocessen en -diensten. De terugkerende lasten zijn
gedurende drie achtereenvolgende jaren bijna gelijk gebleven.
Ondertussen is de kwaliteit van de dienstverlening gestegen,
hetgeen blijkt uit aanhoudende klanttevredenheidscijfers voor
alle belangrijke processen.
Initiatieven voor groei in Centraal-Europa
In Centraal-Europa heeft ING in 2006 aanzienlijke vooruitgang
geboekt door de bestaande activiteiten uit te bouwen en
tegelijkertijd nieuwe initiatieven te ontwikkelen. Het resultaat
werd zichtbaar in een sterke toename in de waarde van de
nieuwe productie en een groei met dubbele cijfers van het
premie-inkomen bij het levenbedrijf en de kapitaalinstroom bij
pensioenfondsen. In de gehele regio vindt op de verzekeringsmarkten een verschuiving plaats van producten met periodieke
premies naar koopsomproducten. ING heeft van deze groei in
de koopsombranche weten te profiteren.
24
ING Groep Jaarverslag 2006
ING heeft haar positie als grootste pensioenverstrekker in de regio
versterkt. Vooral het Poolse pensioenfonds – dat consistent goed
presteert met zijn beleggingsresultaten – heeft zijn klantenbestand
aanzienlijk vergroot. De gerichte overnames van pensioenfondsen
in Slowakije in 2005 werden in 2006 met succes in de INGorganisatie geïntegreerd. Pensioenen zijn een belangrijk
groeigebied omdat de landen van Centraal-Europa bezig zijn
met hervormingen van hun pensioenstelsels. De groei doet zich
vooral voor in de markt voor verplichte pensioenvoorzieningen.
Met haar goede prestaties op het gebied van vermogensbeheer
is ING hier goed gepositioneerd.
De verzekeringsbedrijven in Centraal- en Overig Europa hebben het
productassortiment en de distributiecapaciteit verder uitgebreid.
Het aantal nieuwe producten is meer dan verdrievoudigd, van
8 in 2005 tot 30 in 2006. In Tsjechië heeft samenwerking met
onafhankelijke tussenpersonen tot een grote stijging van de
productie geleid. Spanje heeft een franchiseconcept ontwikkeld
om de beste tussenpersonen aan te trekken en te behouden.
Dit concept zal ook door andere bedrijfsonderdelen in de regio
worden toegepast. In Griekenland heeft ING haar samenwerking
op bancassurancegebied met Piraeus Bank versterkt.
Een andere prioriteit in 2006 was het verhogen van de efficiency.
Bijna alle datacentra binnen Centraal-Europa werden samengevoegd
in Katowice, Polen, en er werden diverse projecten gestart om te
komen tot het standaardiseren van werkprocessen en -systemen.
In Bulgarije werd een nieuwe levensverzekeringsmaatschappij
opgericht, waarbij gebruik is gemaakt van de ervaring van haar
zusteronderneming ING Hongarije die expertise biedt op het
gebied van productontwikkeling, distributie, systemen en
administratieve ondersteuning.
ING Investment Management Europe
ING Investment Management Europe (ING IM) liet solide resultaten
zien, in het bijzonder als gevolg van de resultaten van haar
specialistische producten. Eind december behoorde volgens
Standard & Poor’s 61% van de beoordeelde fondsen bij ING IM
tot de bovenste helft in het vergelijkingsonderzoek met
concurrenten. Van het totale aantal beoordeelde fondsen van
ING IM kreeg 35% een vier- of vijfsterrenclassificatie van Standard
& Poor’s. Een nadere bespreking van ING IM treft u aan in het
hoofdstuk Vermogensbeheer op pagina 46.
CONCLUSIES EN AMBITIES
In 2006 behaalde ING Insurance Europe wederom solide resultaten
voor wat betreft winst en waardecreatie. In Nederland streeft NN
ernaar haar positie als de grootste financiële dienstverlener voor
het intermediair te bestendigen door zich in het bijzonder te
richten op het verbeteren van klanttevredenheid en het realiseren
van groei. Voorts zal NN zich richten op het verhogen van de
verkoop via de bankkanalen van ING. Het verhogen van de
efficiency door kostenbesparingen en het stroomlijnen van de
organisatie met vernieuwde systemen en producten zal worden
voortgezet. Door de aanhoudende veranderingen op het gebied
van regelgeving in de levensverzekerings- en pensioenmarkten zijn
extra investeringen noodzakelijk. Ook compliance blijft hierdoor de
nodige aandacht vergen. Maar er ontstaan tevens kansen voor NN,
omdat mensen zich door deze regels meer bewust worden van
hun financiële situatie na hun pensioen.
In België streeft ING ernaar om haar distributiecapaciteit verder
te versterken door middel van bancassurance. Na een strategische
evaluatie van de verzekeringsactiviteiten in België heeft ING in
januari 2007 besloten om haar levens- en schadebedrijf te
concentreren in twee nieuwe entiteiten. Deze zullen uitsluitend
distribueren via ING’s retail-bankkanalen in België. Als gevolg
hiervan is ING van plan haar niet-strategische verzekeringsactiviteiten af te stoten.
Hoofdthema voor de komende jaren is het versnellen van de groei
in Centraal-Europa. Van primair belang hiervoor is het
optimaliseren van het distributiekanaal van eigen verzekeringsadviseurs en tegelijkertijd het spreiden van de distributie over
verschillende kanalen. Ook zal ING zich meer richten op het
marktsegment van de middeninkomens. ING heeft een vergunning
aangevraagd voor een levensverzekeringsmaatschappij in Rusland
en verwacht de eerste producten tegen medio 2007 te verkopen.
Tevens zal ING actief worden op de vrijwillige pensioenmarkt in
Roemenië in 2007, als de markt naar verwachting opengaat.
In Centraal-Europa zal ING waakzaam blijven op kansen om te
participeren in pensioenhervormingen, om nieuwe activiteiten te
beginnen en op de mogelijkheden voor nieuwe gerichte
overnames en samenwerkingsverbanden.
ING Groep Jaarverslag 2006
25
1.2 Onze resultaten
Insurance Americas
Groei onder moeilijke omstandigheden
Kernpunten
• Voor vierde jaar op rij recordwinst
• Hogere onderliggende winst in de VS en
Latijns-Amerika; lagere winst in Canada door
lagere verzekeringstechnische resultaten
• Steeds meer klantgerichte initiatieven
• Inspelen op behoeften ouder wordende
‘babyboomers’ van belang voor groei op
lange termijn in de VS
Winst- en verliesrekening (onderliggend)
in miljoenen euro’s
Premie-inkomen
Bedrijfslasten
Onderliggende winst voor belastingen
Totale winst voor belastingen*
2006
2005
mutatie
24.118
2.490
1.992
1.992
22.693
2.380
1.979
1.941
6,3%
4,6%
0,7%
2,6%
* De totale winst voor belastingen is de winst voor belastingen inclusief
desinvesteringen en bijzondere posten.
Kerncijfers
2006
2005
Waarde nieuwe levenproductie (in miljoenen euro’s)
167
Intern rendement
10,3%
Embedded value levensverzekeringen
(in miljoenen euro’s)
10.272
207
11,1%
10.858
ONDERLIGGENDE WINST VOOR BELASTINGEN
in miljoenen euro’s
Insurance Americas
Overig ING
20%
80%
1.992
7.966
GEOGRAFISCHE SPREIDING PREMIE-INKOMEN
in miljoenen euro’s
Insurance Americas
Verenigde Staten
79%
Canada
12%
Latijns-Amerika
9%
– waarvan Mexico
– waarvan Zuid-Amerika*
Totaal
100%
19.130
2.806
2.182
1.503
679
24.118
* Betreft Chili en Peru; ING’s joint venture in Brazilië is een minderheidsbelang
en is daarom niet inbegrepen.
26
ING Groep Jaarverslag 2006
De winst voor belastingen van Insurance Americas steeg
licht, mede door een stijging met 6,4% van de totale
onderliggende baten. De totale winst werd gedrukt door
hogere rentetarieven. Pensioenen en lijfrentes leverden ook
dit jaar een belangrijke bijdrage aan het resultaat. De winst
in Latijns-Amerika steeg flink als gevolg van een sterke
toename van de levenpremies.
FINANCIËLE ONTWIKKELINGEN
De onderliggende winst voor belastingen van Insurance Americas
steeg met 0,7% tot EUR 1.992 miljoen. Stijgende rentetarieven
leidden tot beleggingsgerelateerde verliezen op vastrentende
beleggingen, aangezien obligaties werden verhandeld om de
portefeuille te herschikken. Exclusief die beleggingsgerelateerde
verliezen steeg de onderliggende winst voor belastingen van
Insurance Americas met 7,8% door de goede resultaten in de VS,
Mexico en Zuid-Amerika. De onderliggende winst voor belastingen
in Canada daalde met 10,0%. Het premie-inkomen steeg met
6,3% tot EUR 24.118 miljoen door een hoger premie-inkomen bij
zowel het leven- als het schadebedrijf in alle landen. De bedrijfslasten
stegen met 4,6% tot EUR 2.490 miljoen, voornamelijk door de
groei van het bedrijf en toename van het aantal agenten in de
competitieve pensioenmarkt in Mexico. Exclusief valuta-effecten
steeg het premie-inkomen met 6,0% en namen de bedrijfslasten
toe met 3,6%.
Het premie-inkomen van Insurance Americas kende in 2006 een
aanhoudende groei: het premie-inkomen van het levenbedrijf
steeg met 6,2% tot EUR 19.816 miljoen en dat van het
schadebedrijf met 6,5% tot EUR 4.302 miljoen. Het premieinkomen in de VS steeg met 5,8% door een hogere omzet aan
lijfrentepolissen met een vaste en variabele uitkering. Deze
toename werd deels tenietgedaan door een lager premie-inkomen
bij individuele levensverzekeringen. Het premie-inkomen van het
levenbedrijf in Latijns-Amerika steeg met 21,0% dankzij een groei
van de collectieve verzekeringen in Mexico en Chili. Deze stijging
werd deels tenietgedaan door een lagere omzet van lijfrentepolissen in Chili. Het premie-inkomen in Canada steeg met 8,5%,
vooral dankzij een sterkere Canadese dollar en een toename van
het aantal verzekerde risico’s. Dit werd deels tenietgedaan door
lagere gemiddelde premietarieven. Het premie-inkomen van het
schadebedrijf in Latijns-Amerika steeg met 2,9% dankzij een
hogere omzet van motorrijtuig- en zorgverzekeringen in Mexico
en een hoger premie-inkomen van zorgverzekeringen in Chili.
Levensverzekeringen
De onderliggende winst voor belastingen van het levenbedrijf
steeg met 5,9% tot EUR 1.332 miljoen, ofwel 6,5% exclusief
valuta-effecten. In de VS steeg de onderliggende winst voor
belastingen met EUR 57 miljoen, ofwel 5,0%, tot EUR 1.204
miljoen, ondanks beleggingsgerelateerde verliezen als gevolg van
stijgende rentetarieven. Exclusief deze beleggingsgerelateerde
verliezen steeg de onderliggende winst voor belastingen met
12,6% tot EUR 1.252 miljoen. Dit was het gevolg van hogere
provisiebaten dankzij groei van het beheerd vermogen, hogere
rentemarges en een lagere afschrijving op acquisitiekosten door
de gunstige ontwikkeling op de aandelenmarkten. De verkoop van
lijfrentepolissen steeg, evenals de verkoop van pensioenproducten
mede dankzij het afsluiten van een aantal grote pensioenovereenkomsten. Het premie-inkomen nam toe met 5,8% tot
EUR 19.130 miljoen. De bedrijfslasten vertoonden een nagenoeg
vlakke ontwikkeling ondanks een groei van zowel de omzet als
de portefeuille.
De onderliggende winst voor belastingen van het levenbedrijf
in Latijns-Amerika steeg met 16,8% tot EUR 118 miljoen dankzij
betere resultaten in Chili. Deze stijging werd deels tenietgedaan
door lagere resultaten in Mexico als gevolg van de aanhoudende
hevige concurrentie op de pensioenmarkt in 2006. Het premieinkomen steeg met 21,0% tot EUR 686 miljoen. De bedrijfslasten
van Latijns-Amerika stegen met 16,7% tot EUR 196 miljoen,
deels als gevolg van een toename van het aantal agenten en
hogere acquisitiekosten vanwege de sterke concurrentie op de
Mexicaanse pensioenmarkt.
De embedded value van de levenproductie van Insurance Americas
daalde in 2006 met 5,4% naar EUR 10.272 miljoen. Het resultaat
op de embedded value verdrievoudigde tot EUR 546 miljoen, een
stijging die voor een aanzienlijk deel is toe te schrijven aan goede
beleggingsprestaties als gevolg van gunstige ontwikkelingen op de
aandelenmarkt. De waarde van de nieuwe levenproductie daalde
met 19,3% tot EUR 167 miljoen. Dit was het gevolg van een
stijging van de disconteringsvoet en van gewijzigde aannames,
vooral in Mexico, vanwege de hevige concurrentie op de pensioenmarkt in 2006. De waarde van de nieuwe levenproductie werd ook
beïnvloed door de wettelijke eis tot het aanhouden van nieteconomische reserves bij het Amerikaanse individuele levenbedrijf.
Het intern rendement werd beïnvloed door het individuele
levenbedrijf in de VS en daalde naar 10,3% voor zowel Noorden Latijns-Amerika als de VS. Het intern rendement van de
Amerikaanse activiteiten was 12,0% (12,8% in Amerikaanse
dollars), exclusief de resultaten van de individuele levensverzekeringsactiviteiten.
Schadeverzekeringen
De onderliggende winst voor belastingen van het schadebedrijf
daalde in 2006 met 8,3% naar EUR 670 miljoen, ofwel 13,4%
exclusief valuta-effecten, waarbij de sterkere resultaten in Mexico
en Chili ruimschoots teniet werden gedaan door een daling van
de resultaten in Canada. In Canada bedroeg de onderliggende
winst voor belastingen EUR 604 miljoen, 10,0% lager dan het
recordniveau van 2005, door een lager resultaat op oude
schadejaren en door lagere beleggingsgerelateerde winsten. De
onderliggende winst voor belastingen in Latijns-Amerika steeg met
10,0% tot EUR 66 miljoen, vergeleken met EUR 60 miljoen over
2005 toen de resultaten werden beïnvloed door drie orkanen in
Mexico. Het premie-inkomen steeg met 6,5% tot EUR 4.302
miljoen, of 2,3% exclusief valuta-effecten. Dit was grotendeels te
danken aan een sterkere Canadese dollar en een stijging van het
aantal verzekerde risico’s, die deels weer teniet werden gedaan
door lagere gemiddelde premietarieven in Canada. De bedrijfslasten bedroegen EUR 812 miljoen, een stijging met 9%, vooral
vanwege hogere bemiddelingsprovisies, assurantiebelastingen,
advertentiekosten en salariskosten in Canada.
HOOFDPUNTEN
Ook in 2006 lag de nadruk bij Insurance Americas op waardecreatie
door groei van de baten en hogere winsten in een uiterst
competitieve markt. Er werd voortgebouwd op de groeimogelijkheden als gevolg van het toenemend aantal ‘babyboomers’ dat
behoefte heeft aan pensioenproducten en -diensten. Om
maximaal op deze kans te kunnen inspelen, is een belangrijke
strategische herstructurering van de activiteiten van US Financial
Services doorgevoerd. Deze werden gesplitst in twee onderdelen
met complementaire activiteiten: US Wealth Management en
US Insurance. US Wealth Management houdt zich bezig met
pensioen- en lijfrenteactiviteiten en doet zaken via een van de
grootste netwerken van onafhankelijke tussenpersonen in de VS.
US Insurance combineert individuele levensverzekeringen,
collectieve verzekeringen en herverzekeringen. Hierdoor ontstaan
mogelijkheden voor samenwerking op het gebied van onder
andere productontwikkeling en risicobeheer.
Pensioenen en lijfrentepolissen, de belangrijkste activiteiten van
US Wealth Management, zijn in 2006 sterk blijven groeien doordat
goed is ingespeeld op de pensioen- en inkomstenbehoeften van
Amerikanen, in het bijzonder van de 77 miljoen babyboomers in
het land. De onderliggende winst voor belastingen van deze twee
onderdelen exclusief beleggingsgerelateerde winsten en valutaeffecten, steeg met 23,8% tot EUR 744 miljoen. Een aantal andere
onderdelen van Insurance Americas werd in 2006 voor de nodige
uitdagingen gesteld. De concurrentie in de Mexicaanse
pensioenmarkt was aanhoudend fel. De winsten van de Canadese
activiteiten waren lager vergeleken met de sterke resultaten in
2005 vanwege een lager resultaat op oude schadejaren en
aanzienlijk lagere beleggingsgerelateerde winsten. In de VS hadden
een lagere omzet van individuele levensverzekeringen en de eis om
niet-economische wettelijke reserves langer aan te houden een
negatieve invloed op de totale winst en de waarde van de nieuwe
levenproductie. De activiteiten in de VS ondervinden de invloed van
intensievere regelgeving. Dit zal ook in de toekomst zo blijven.
Tegelijkertijd biedt de roep om grotere transparantie ook kansen.
ING kan zich onderscheiden met betere informatievoorziening
omdat het bedrijf bekend staat als een gemakkelijk toegankelijke
financiële dienstverlener. Om te kunnen inspelen op de financiële
behoeften van klanten zal Insurance Americas blijven werken aan
gezonde groeimogelijkheden op lange termijn.
Groei in de VS en Canada
De activiteiten in de VS, die in 2006 goed waren voor 61% van
de onderliggende winst voor belastingen van Insurance Americas,
boekten een beter resultaat door een solide omzet van pensioenproducten en lijfrentepolissen enerzijds en positieve ontwikkelingen
op de aandelenmarkten anderzijds. Hierdoor is het beheerd
vermogen toegenomen. US Wealth Management is in de VS een
van de tien grootste aanbieders van pensioenen en lijfrentepolissen.
De onderneming staat in de Amerikaanse top 10 voor lijfrentepolissen met vaste en variabele uitkering en in de top 5 voor
pensioenen. Met pensioenproducten richt het bedrijf zich vooral
op drie groeimarkten: het MKB, onderwijs (voornamelijk voor
docenten en medewerkers in het basisonderwijs en voortgezet
onderwijs) en de zogenaamde roll-overmarkt. Deze laatste wordt
ING Groep Jaarverslag 2006
27
1.2 Onze resultaten
Insurance Americas vervolg
steeds belangrijker naarmate de ouder wordende babyboomers
het accent verleggen van sparen naar het genereren en
beschermen van hun pensioenvermogen. Daarnaast is US Wealth
Management met pensioenen marktleider binnen het hoger
onderwijs, de zorgsector en de overheid en beschikt het over een
zeer ervaren managementteam met een uitstekende reputatie.
Deze aspecten zorgen voor een sterke concurrentiepositie.
Pensioenen vormden in 2006 een van de pijlers onder de groei en
waardecreatie in de VS. De omzet kende een sterke groei, mede
dankzij diverse omvangrijke collectieve pensioenplannen voor
bijvoorbeeld de staat Missouri, het Methodist Hospital in Houston
en de stad San José in Californië. Deze omzetstijging leidde ook tot
een flinke toename van het beheerd vermogen, dé motor achter
de winst. Ook op het gebied van lijfrentepolissen was sprake van
een solide omzetgroei dankzij nieuwe producten, sterke
aandelenmarkten en een toenemende voorkeur bij klanten voor
producten waarbij zij profiteren van koersstijgingen, maar
bescherming genieten tegen koersdalingen.
ING Canada is de grootste schade- en ongevallenverzekeraar van
Canada. Door haar schaalgrootte en kerncompetenties op het
gebied van prijsstelling, acceptatiebeleid en schadebeheer boekt
ING Canada, ondanks lagere gemiddelde premietarieven en een
bescheiden groei van de sector, aanhoudend solide verzekeringstechnische resultaten. In 2006 steeg het aantal door ING Canada
verzekerde risico’s dankzij het brede distributiemodel, waarmee via
alle kanalen meer klanten konden worden bereikt. De onderneming
bracht ook een aantal nieuwe producten op de markt, zoals een
verzekering met een nieuwe no-claimstructuur, een product
zonder eigen risico en een loyaliteitsprogramma met bonuspunten
voor vliegreizen.
ING Investment Management Americas
ING Investment Management boekte ook in 2006 weer hoge
beleggingsrendementen bij alle belangrijke vastrentende
beleggingsstrategieën in de VS, zoals Core, Core Plus en Stable
Value. Deze prestaties resulteerden in een bij institutionele en
retailklanten gegenereerde omzet van EUR 8,8 miljard. In 2006
vonden diverse succesvolle productintroducties plaats, zoals het
Diversified International Fund. Dit retailfonds, dat gebruik maakt
van de expertise van ING Investment Management op het gebied
van wereldwijd beleggen en portefeuillebeheer, had in het eerste
jaar een solide omzet van EUR 214 miljoen. De inleg van retailbeleggers in het ING Risk Managed Natural Resources Fund, een
door de markt goed ontvangen closed-end fund, bedroeg
EUR 400 miljoen. Dit unieke fonds is ontwikkeld door ING
Investment Management om in deze sector een totaalrendement
te realiseren met verminderde volatiliteit en een aantrekkelijke
‘distribution yield’.
28
ING Groep Jaarverslag 2006
ING heeft in de afgelopen anderhalf jaar een aanzienlijke en
onderscheidende naamsbekendheid opgebouwd met de
ontwikkeling van Senior Bank Loan-producten, waarmee over
2006 een omzet van EUR 2,7 miljard werd gegenereerd. Dit
beleggingsproduct, dat wordt gekenmerkt door hoge kwaliteit
en lage volatiliteit, is met succes toegevoegd aan Amerikaanse
retailfondsen, aan Europese fondsen voor particuliere klanten en
institutionele beleggers en in de Collateralized Loan Obligation
(CLO)-markt in de VS. Voor meer details over ING Investment
Management zie het hoofdstuk Vermogensbeheer op pagina 46.
Klantgerichtheid
De missie van ING is klanten een toonaangevende dienstverlening
te bieden bij hun financiële keuzes voor de toekomst. Begin 2006
presenteerde ING, na uitgebreid onderzoek onder Amerikaanse
klanten, de nieuwe slogan voor de Amerikaanse markt: “Your
future. Made easier.”. Uit onderzoek bleek dat Amerikanen veel
belang hechten aan gebruiksgemak bij de afhandeling van hun
financiële zaken. De klantgerichtheid heeft in 2006 gestalte
gekregen in diverse initiatieven. Zo verdubbelde bij US Retirement
Services het aantal adviseurs om werknemers bij te staan die met
pensioen gaan of vroegtijdig uittreden. Dit is een speciale service
voor werkgevers die de pensioenen van hun medewerkers bij ING
hebben ondergebracht. De adviseurs beantwoorden vragen over
pensioenopbouw en geven adviezen.
De lijfrenteportefeuille is verder gestroomlijnd. De producten
zijn doorzichtiger geworden en door een betere klantenservice
van US Mutual Funds is de tevredenheid over de distributie
drastisch verbeterd.
Uitvoering/operationele efficiency
2006 was het eerste volledige jaar waarin het efficiencyprogramma
Six Sigma in de VS werd toegepast om beter aan klantenwensen
te voldoen en de efficiency te verhogen. De projecten die werden
afgerond zorgden voor een stroomlijning van werkprocessen, een
aanzienlijke verkorting van doorlooptijden en betere prestaties.
Verder kwam er een nieuw ontwerp voor rekeningoverzichten van
Amerikaanse klanten en werd de toegankelijkheid en transparantie
van de gegevens verder vergroot. In Mexico werd in 2006
gestart met Six Sigma. De eerste resultaten zijn nu al zichtbaar
bij de schadeafhandeling.
CONCLUSIES EN AMBITIES
In 2006 werden de eerste babyboomers in de VS, de 77 miljoen
Amerikanen die zijn geboren tussen 1946 en 1964, 60 jaar.
Hiermee komt jaarlijks meer dan USD 1 biljoen (duizend miljard)
aan pensioengelden vrij. In 2020 zal ongeveer de helft van de
babyboomers zijn gepensioeneerd en samen tweederde van het
totale belegbare vermogen in de VS in handen hebben. Dat biedt
unieke kansen voor ondernemingen zoals ING. Wij beschikken over
de producten, diensten en deskundigheid om dat vermogen te
laten groeien en klanten een levenslang, gegarandeerd inkomen
uit te keren. Het is een markt met een gigantisch potentieel, maar
ook met felle concurrentie.
Om in deze markt aan de top te blijven, zal ING kapitaal toewijzen
aan activiteiten die het hoogste rendement genereren. We blijven
investeren in de distributie van vermogensbeheeractiviteiten door
extra tussenpersonen in te zetten om de omzet van lijfrentepolissen
en pensioenen nog verder te vergroten. We investeren in
Operations & IT om onze capaciteiten, efficiency en klantenservice
te verbeteren. In de VS gaan we bij de individuele levensverzekeringen
verder met de geslaagde herinvoering van de overlijdensrisicoverzekering. Die voorziet in een duidelijke behoefte in de markt
en vormt een stevige pijler onder onze groei.
De Pension Protection Act, die in 2006 in de VS is ingevoerd,
bevordert pensioensparen en biedt een richtlijn voor zowel
aanbieders van pensioenen als voor werkgevers en werknemers.
Wij zijn ervan overtuigd dat deze wetgeving ING op lange termijn
goede kansen biedt om mensen te helpen bij het waarborgen van
hun financiële toekomst na hun pensioen. ING is sterk op het
gebied van producten en diensten voor vermogensopbouw,
risicobeheer en vermogenbeheer. Dat betekent dat wij onze
klanten ook precies die producten en diensten kunnen bieden
die zij nodig hebben voor het maken van hun financiële keuzes
voor de toekomst. ING’s pensioen- en lijfrenteactiviteiten in
de VS blijven derhalve een belangrijke pijler onder onze groei
en waardecreatie.
ING Groep Jaarverslag 2006
29
1.2 Onze resultaten
Insurance Asia/Pacific
Groeien en voortbouwen op huidige kernactiviteiten
provides
Kernpunten
a good source of growth.
• Aanhoudend solide groeipijler voor ING
• Goed voor bijna de helft van de totale
waarde van ING’s nieuwe levenproductie
• Aanwezig in de juiste markten voor
winstgevende groei op lange termijn
• Blijvende nadruk op strategische prioriteiten
voor versnelde groei
Winst- en verliesrekening (onderliggend)
in miljoenen euro’s
2006
2005
Premie-inkomen
12.136
12.286
Bedrijfslasten
965
864
Onderliggende winst voor belastingen
621
447
Totale winst voor belastingen*
636
478
* De totale winst voor belastingen is de winst voor belastingen inclusief
mutatie
–1,2%
11,7%
38,9%
33,0%
desinvesteringen en bijzondere posten.
Kerncijfers
Waarde nieuwe levenproductie (in miljoenen euro’s)
Intern rendement
Embedded value levensverzekeringen
(in miljoenen euro’s)
2006
2005
421
16,8%
372
15,0%
1.343
1.799
ONDERLIGGENDE WINST VOOR BELASTINGEN
in miljoenen euro’s
Insurance Asia/Pacific boekte ook in 2006 weer goede
resultaten met een hogere winst en een stijging van het
beheerd vermogen. ING blijft streven naar winstgevende
groei in de markten waar ING nu actief is door versterking
van meervoudige distributiekanalen, invoering van nieuwe
en meer winstgevende producten, versterking van de
organisatie, vergroting van de operationele efficiency,
verbetering van de naamsbekendheid en schaalvergroting
bij de vermogensbeheeractiviteiten.
FINANCIËLE ONTWIKKELINGEN
De onderliggende winst voor belastingen van Insurance Asia/
Pacific steeg met 38,9% tot EUR 621 miljoen. Deze stijging is toe
te schrijven aan Zuid-Korea (+44,5%) en Japan (+110,8%). De
totale winst voor belastingen steeg met 33% tot EUR 636 miljoen.
Insurance Asia/Pacific is in 2006 blijven investeren in de nieuwe,
sterk groeiende markten van China, India en Thailand.
Aan de batenkant was er sprake van een lichte daling bij de totale
onderliggende premies naar EUR 12.136 miljoen. Hogere baten
in Australië, Zuid-Korea en Taiwan werden tenietgedaan door een
lagere omzet van beleggingskoopsommen (SPVA) in Japan. In de
meeste andere markten boekte Insurance Asia/Pacific een groei
met dubbele cijfers van het premie-inkomen in lokale valuta.
Het beheerd vermogen steeg met 21,2% en bedroeg ultimo 2006
EUR 84,2 miljard. De overname van de lokale vermogensbeheeractiviteiten van ABN AMRO in Taiwan werd in december afgerond.
Hiermee werd een totaal van EUR 2,6 miljard aan het beheerd
vermogen toegevoegd en werd ING de nummer één vermogensbeheerder in de lokale beleggingsfondssector.
De onderliggende bedrijfslasten stegen met 11,7% tot EUR 965
miljoen als gevolg van gestegen volumes, versterking van de
organisatiestructuur en investeringen in nieuwe activiteiten.
De waarde van de nieuwe levenproductie van Insurance Asia/
Pacific bedroeg EUR 421 miljoen, een stijging van 13,2% ten
opzichte van 2005 door hogere marges. De belangrijkste bijdragen
kwamen van Taiwan, Zuid-Korea, Japan en Australië. Het interne
rendement steeg van 15,0% in 2005 tot 16,8% in 2006, ondanks
fellere concurrentie.
Insurance Asia/Pacific
Overig ING
6%
94%
621
9.337
GEOGRAFISCHE SPREIDING PREMIE-INKOMEN
in miljoenen euro’s
Insurance Asia/Pacific
Japan
41%
Taiwan
24%
Zuid-Korea
27%
Australië/Nieuw-Zeeland 2%
Overig Azië*
6%
Totaal
100%
4.940
2.870
3.224
230
872
12.136
* India, China, Hongkong, Thailand en Maleisië
30
ING Groep Jaarverslag 2006
Ondanks merendeels gunstige ontwikkelingen in de waarde van
de nieuwe levenproductie en positieve financiële varianties daalde
de embedded value van de levensverzekeringsactiviteiten van
EUR 1.799 miljoen in 2005 naar EUR 1.343 miljoen ultimo 2006.
De belangrijkste oorzaak van deze daling was een wijziging van
de economische aannames in Taiwan, waar veronderstelde
toekomstige rentetarieven neerwaarts werden bijgesteld.
Ontwikkelingen per land
In Australië en Nieuw-Zeeland daalde de onderliggende winst voor
belastingen met 5,8% naar EUR 161 miljoen, vooral vanwege de
terugstorting van kapitaal dat lagere beleggingsopbrengsten op
leningen tot gevolg had. De groei van het premie-inkomen was toe
te schrijven aan het succes van ‘OneCare’, een nieuw product
dat in het vierde kwartaal van 2005 werd geïntroduceerd. De
bedrijfslasten daalden met 4,0%.
In Japan steeg de onderliggende winst voor belastingen met
110,8% tot EUR 156 miljoen, voornamelijk door baten uit
afdekkingen. Na een uitzonderlijk goed 2005 daalde de groei van
de omzet van beleggingskoopsommen (SPVA) in 2006 als gevolg
van een teruglopende markt en groeiende concurrentie op de
binnenlandse markt. Het beheerd vermogen bleef echter ook
in 2006 sterk stijgen, en wel met 12%. De groei van collectieve
levensverzekeringen (COLI) verliep trager. De omzet van collectieve
levensverzekeringen met een lager risicoprofiel is wel gestegen.
In Zuid-Korea steeg de onderliggende winst voor belastingen met
44,5% tot EUR 263 miljoen door een aanhoudend sterke omzet.
Het premie-inkomen steeg met 41,5% door de verkoop van
beleggingsverzekeringen en aanhoudend lage opzeggingen
van bestaande contracten.
In Taiwan realiseerde ING in 2006, evenals in 2005, een winst
van nul door verdere maatregelen ter versterking van de
verzekeringstechnische voorzieningen bij aanhoudend lage
rentetarieven. In totaal bedroeg de versterking van de
verzekeringstechnische voorzieningen in 2006 EUR 182 miljoen
ten opzichte van EUR 220 miljoen in 2005. Door de verkoop van
producten met een hogere marge steeg de waarde van de nieuwe
levenproductie met 44,9% van EUR 107 miljoen in 2005 tot
EUR 155 miljoen in 2006.
In de rest van Azië steeg de onderliggende winst voor belastingen
van EUR 20 miljoen in 2005 tot EUR 41 miljoen in 2006, vooral
dankzij Maleisië en Hongkong. De nieuwe activiteiten in China,
India en Thailand werden geconfronteerd met verliezen door
aanhoudende investeringen in toekomstige groei en winstgevendheid.
Toch presteerde Thailand boven verwachting in een vlakke markt.
In China ging ING’s joint venture ING Capital Life Insurance
Company van start met activiteiten in de provincie Shandong.
Ook werden verkoop- en marketingkantoren geopend in de
provincies Shandong en Liaoning. Verder kreeg de joint venture
toestemming van de Chinese toezichthouders voor het openen van
bijkantoren in de provincie Henan. In India werden in 2006 13 nieuwe
bijkantoren geopend. Het totale aantal kantoren kwam daarmee op 90.
HOOFDPUNTEN
Het tempo van de reële economische groei in Azië ligt nog steeds
hoger dan in de andere regio’s. Steeds meer mensen krijgen een
steeds groter vermogen. Ook de groei van levensverzekeringen zal
de komende 10 jaar in Azië naar verwachting hoger zijn dan in de
rest van de wereld. Tegelijkertijd staan alle markten in Azië/Pacific
voor de uitdaging de steeds ouder wordende bevolking zekerheid
over hun financiële toekomst te bieden. Hiertoe hebben nationale
overheden regelgeving opgesteld of zijn daar mee bezig. Deze
ontwikkelingen zorgen voor een snelle groei van pensioenspaargeld
en diversificatie van traditionele banktegoeden. ING neemt nu al
een leidende positie in in de huidige grote markten en staat er
goed voor in toekomstige grote markten. Daarmee is ING in Azië/
Pacific goed gepositioneerd om op lange termijn groei te realiseren.
ING is, gemeten naar genormaliseerde nieuwe premieproductie op
jaarbasis (‘annual premium equivalent’, APE), momenteel de op een
na grootste buitenlandse levensverzekeraar in Azië/Pacific. APE is
de som van de reguliere jaarlijkse premies van de nieuwe levenproductie plus 10% van de koopsompremies van de nieuwe
levenproductie in het desbetreffende jaar. Gemeten naar beheerd
vermogen is ING de derde grootste vermogensbeheerder voor
particulieren in Azië, exclusief Japan. Insurance Asia/Pacific heeft
de afgelopen jaren haar marktaandeel in de meeste markten
vergroot en levert de grootste bijdrage aan de waarde van de
nieuwe levenproductie van ING. Dit is het bewijs dat onze
strategie om in de juiste markten vertegenwoordigd te zijn
haar vruchten afwerpt.
Insurance Asia/Pacific is een van de belangrijkste groeipijlers van
ING Groep. De divisie heeft momenteel levensverzekeringsactiviteiten
in 10 markten en vermogensbeheeractiviteiten in 12 markten in
Azië/Pacific. ING heeft een toonaangevende positie in de grote,
volwassen markten van Australië, Nieuw-Zeeland, Japan, Hongkong,
Zuid-Korea en Taiwan en heeft tevens een goede uitgangspositie
voor toekomstige groei in de grote en middelgrote opkomende
markten van China, India, Maleisië en Thailand. Het vertrouwen
van ING in de regio blijkt uit de herinvestering van het in Azië/
Pacific gegenereerde vermogen in verdere groeimogelijkheden in
de regio zelf.
Insurance Asia/Pacific is gericht op het uitbreiden van en voortbouwen op de kernactiviteiten voor een versnelde groei. De
verschuiving in de markt van vastrentende producten naar
beleggingsproducten en de sterke groei van distributie via banken
bieden ING diverse nieuwe kansen. De strategische prioriteiten van
ING sluiten naadloos op deze ontwikkelingen aan en zijn gericht
op versterking van meervoudige distributiekanalen, invoering van
nieuwe, meer winstgevende producten, versterking van de
organisatie, vergroting van de operationele efficiency, verbetering
van de naamsbekendheid en schaalvergroting bij de vermogensbeheeractiviteiten.
ING Groep Jaarverslag 2006
31
1.2 Onze resultaten
Insurance Asia/Pacific vervolg
Versterking meervoudige distributiekanalen
De distributie van de levensverzekeringsproducten van ING in
Azië/Pacific verloopt via eigen adviseurs, banken, effectenhuizen
en alternatieve kanalen. De eigen adviseurs leveren de grootste
bijdrage aan de verkoop van levensverzekeringen. ING werkt
voortdurend aan verbreding van de distributiemethodes en
vergroting van de efficiency van de bestaande kanalen.
Invoering nieuwe, meer winstgevende producten
In de meeste markten is sprake van een verschuiving naar
beleggingsgerelateerde levensverzekeringsproducten. De Japanse
markt voor beleggingskoopsommen was de afgelopen jaren
gegroeid, maar ook de concurrentie op die markt is toegenomen.
Ook in Zuid-Korea en Taiwan groeide de omzet van beleggingsgerelateerde producten.
In Hongkong, Zuid-Korea, Maleisië en Taiwan verloopt de verkoop
van levensverzekeringen vooral via eigen adviseurs. Het op eigen
adviseurs gebaseerde distributiesysteem van ING Life Korea is het
toonaangevende model in de regio. Het succes van dit model is
gebaseerd op selectieve werving, het bieden van uitstekende
opleiding en ondersteuning en voortdurende bewaking van de
prestaties. Het Zuid-Koreaanse model wordt nu ook toegepast in
andere markten om de productiviteit te verhogen, eigen adviseurs
beter vast te kunnen houden en het aantal opzeggingen van
bestaande contracten te verlagen. Dat gebeurt bijvoorbeeld door
verschillende ‘pilots’ bij ING Capital Life in China. In India steeg het
aantal eigen adviseurs in 2006 met meer dan 40% tot 26.000.
Er is een verschuiving gaande naar eenvoudigere, specifiek
op de wensen van de klant afgestemde producten. Een goed
voorbeeld hiervan is het populaire ‘OneCare’ van ING Australië.
‘OneCare’ is een eenvoudig en flexibel maatproduct waarmee
klanten in één polis bepaalde risico’s voor gezinnen of bedrijven
kunnen dekken. Met dit product werd ING in 2006 in één klap
de nummer één van het land op dit terrein. Het succes van het
product leidde in 2006 tot een omzetstijging van 70%.
De distributie via banken is de afgelopen jaren sterk toegenomen
in vergelijking met andere kanalen. In een aantal markten waar
banken de belangrijkste distributiekanalen voor ING zijn, groeide
de waarde van de nieuwe levenproductie sterk. ING biedt
bankpartners een totaaloplossing, inclusief ondersteuning voor
marketing en organisatie. Een van onze sterkste punten is onze
grondige kennis van zowel de bank- als de verzekeringssector en
de manier waarop die twee elkaar kunnen aanvullen.
ING heeft in Azië/Pacific een aanzienlijk belang in twee banken:
Bank of Beijing in China en ING Vysya Bank in India. Verder zijn
joint ventures en samenwerkingsverbanden ontwikkeld met een
groot aantal andere banken en effectenhuizen in de regio, zoals
de succesvolle joint venture met de Kookmin Bank in Zuid-Korea en
het samenwerkingsverband met ANZ Bank in Australië en NieuwZeeland. In Japan, de op een na grootste levensverzekeringsmarkt
ter wereld, werkt ING samen met meer dan 30 banken en
effectenhuizen. Het aantal bankpartners van ING in de regio
steeg in 2006 tot ruim 125. Samen beschikken ze over een
distributienetwerk van meer dan 11.400 kantoren.
ING blijft voortdurend op zoek naar andere, innovatieve
distributiekanalen naast banken en eigen adviseurs. Zo is de
verkoop van verzekeringen via een home-shoppingzender op de
Zuid-Koreaanse tv een succes en biedt ook de onlineverkoop van
eenvoudige levensverzekeringsproducten in Australië perspectief.
32
ING Groep Jaarverslag 2006
Versterking organisatie
Uitbreiding en verbetering van de organisatie, met speciale nadruk
op werving, managementontwikkeling en opleiding, behoorden
in 2006 tot de topprioriteiten van ING. Mede door de sterke
economische groei in Azië is een enorme vraag ontstaan naar
nieuwe talenten. Ook is de ontwikkeling van eigen personeel
een prioriteit. ING investeert in de ontwikkeling van talentvolle
managers en in de verbetering en verbreding van langetermijnbonusregelingen om talenten vast te houden.
Vergroting operationele efficiency
Op operationeel niveau wil ING de vruchten plukken van schaalgrootte door middel van verdere standaardisering van de
belangrijkste processen en systemen. Inmiddels is gestart met de
regionale invoering van eenvoudige processen en een groot aantal
efficiencyprojecten. Insurance Asia/Pacific blijft, geheel in lijn met
het risico- en kostenbeheer van ING, werken aan de verbetering
van het operationele risico- en kostenbeheer. Ook de implementatie
en naleving van wet- en regelgeving staan hoog op de prioriteitenlijst.
Verbetering naamsbekendheid
ING is een van de grote internationale merken in diverse markten
in Azië/Pacific, vooral in Australië, Hongkong, Zuid-Korea, Maleisië,
Nieuw-Zeeland en Taiwan. In andere markten zijn extra inspanningen
voor marketing en merkpositionering nodig om de naamsbekendheid te vergroten. ING heeft voor de regio inmiddels een meer
consistente merkpositioneringsstrategie ontwikkeld die moet
leiden tot meer gecoördineerde uitgaven ter ondersteuning van de
verkoopkanalen. De sponsoring van zowel de AFC Asian Cup 2007
van de Aziatische voetbalbond als het ING Renault F1-team, met
onder andere reclameborden op de circuits in de regio, leiden naar
verwachting tot een vergroting van de naamsbekendheid van ING.
Schaalvergroting vermogensbeheeractiviteiten
ING is in Azië/Pacific een belangrijke speler op het gebied van
vermogensbeheer en beheert meer dan alleen haar eigen levensverzekeringsportefeuilles. De afgelopen twee jaar is het aandeel
van ING in de vermogensbeheermarkt in de regio sterker gestegen
dan dat van de grootste concurrenten. Die groei werd in 2006
versneld door de overname van de lokale vermogensbeheeractiviteiten van ABN AMRO in Taiwan. Gemeten naar activa
presteerde in het verslagjaar 56% van de beleggingsfondsen van
ING beter dan hun benchmarks. In het hoofdstuk Vermogensbeheer op pagina 46 in dit jaarverslag wordt dieper ingegaan op
de vermogensbeheeractiviteiten in Azië/Pacific.
CONCLUSIES EN AMBITIES
Insurance Asia/Pacific heeft in 2006 weer goede resultaten
geboekt met een stijging van de onderliggende winst voor
belastingen met 38,9% door positieve prestaties in Japan en ZuidKorea. De concurrentie in de regio neemt weliswaar toe, maar ING
wil de activiteiten van Insurance Asia/Pacific naar een hoger niveau
tillen door de bestaande kernactiviteiten uit te breiden en de
prioriteiten versneld uit te voeren. Het gaat hierbij om versterking
van meervoudige distributiekanalen, invoering van nieuwe, meer
winstgevende producten, versterking van de organisatie, vergroting
van de operationele efficiency, verbetering van de naamsbekendheid en schaalvergroting bij de vermogensbeheeractiviteiten.
We blijven werken aan het bevorderen van een prestatiegerichte
cultuur onder de medewerkers om de operationele efficiency
te verhogen en het risicobeheer te optimaliseren.
ING Groep Jaarverslag 2006
33
1.2 Onze resultaten
Wholesale Banking
Aanhoudende groei dankzij klantfocus
Kernpunten
Wholesale Banking heeft zich in 2006 in een moeilijk
bedrijfsklimaat goed ontwikkeld door meer nadruk te
leggen op de belangen van de klant, een goede benutting
van kansen voor cross-selling en door nog meer op
waardecreatie te sturen. De organisatie is selectief blijven
investeren in toekomstige groei door meer aandacht te
geven aan producten met een hogere toegevoegde waarde.
Dankzij een optimale allocatie van kapitaal en de verkoop
van Williams de Broë en Deutsche Hypothekenbank heeft
Wholesale Banking zich op kernactiviteiten kunnen richten.
Daarnaast is ingezet op mogelijkheden voor winstgevende
groei en zijn er belangrijke transacties gesloten die passen
binnen ING’s risicobeleid.
• Nadruk op de belangen van klanten,
cross-selling en meer waardecreatie
• Snelle groei van ING Real Estate
• Selectief investeren in groeikansen
• Spraakmakende transacties weerspiegelen
geografisch bereik
Winst- en verliesrekening* (onderliggend)
W
in miljoenen euro’s
2006
2005
mutatie
5.804
3.400
5.406
3.234
7,4%
5,1%
–121
2.525
2.481
–127
2.299
2.599
9,8%
–4,5%
FINANCIËLE ONTWIKKELINGEN
Totale baten
Bedrijfslasten
Toevoeging aan voorzieningen
voor debiteurenverliezen
Onderliggende winst voor belastingen
Totale winst voor belastingen**
* Inclusief ING Real Estate, dat onder Wholesale Banking valt. ING Real Estate wordt
nader besproken in het hoofdstuk Vermogensbeheer.
** Totale winst voor belastingen is de winst voor belastingen inclusief
desinvesteringen en bijzondere posten.
Kerncijfers
Onderliggende RAROC na belastingen
Onderliggend economisch kapitaal
(in miljarden euro’s)
2006
2005
20,6%
17,3%
8,1
8,3
ONDERLIGGENDE WINST VOOR BELASTINGEN
in miljoenen euro’s
Wholesale Banking
Overig ING
25%
75%
2.525
7.433
Samenstelling onderliggende winst voor belastingen
in miljoenen euro’s
Nederland
België
Rest van de wereld
Overig Wholesale Banking
ING Real Estate
Totaal
34
ING Groep Jaarverslag 2006
2006
760
553
607
–26
631
2.525
Wholesale Banking heeft in 2006 goede resultaten geboekt.
Activiteiten met toegevoegde waarde zorgden voor winstgevende
groei ondanks een moeilijk bedrijfsklimaat. De onderliggende winst
steeg doordat de hogere kosten meer dan gecompenseerd werden
door de hogere baten. ING bedient (mid-)corporates en financiële
instellingen vanuit zes onderdelen: General Lending, Payments and
Cash Management; Structured Finance; Leasing and Factoring;
Financial Markets; Overig Wholesale zoals Corporate Finance and
Equity Markets; en ING Real Estate.
De nadruk lag op het realiseren van groei bij Financial Markets,
Structured Finance, Payments and Cash Management en Leasing
and Factoring. Bij Financial Markets daalde de winst. Dit werd in
belangrijke mate veroorzaakt door de vlakke rentecurve, het lage
absolute renteniveau, de historisch lage marktvolatiliteit, de
moeilijke marktomstandigheden, met name in de opkomende
markten, alsmede door de lagere herwaardering van derivaten
waarop geen hedge-accounting wordt toegepast. General Lending
wordt nog steeds geconfronteerd met aanhoudende margedruk
op de kredietverlening door een over het geheel genomen te
hoge liquiditeit. ING Real Estate heeft ook in 2006 weer volop
kunnen profiteren van de sterke vraag van beleggers naar vastgoedfondsen. Voorts zijn de resultaten van de ontwikkelingsactiviteiten
sterk verbeterd.
De onderliggende winst voor belastingen van Wholesale Banking
steeg met 9,8% tot EUR 2.525 miljoen door hogere winsten bij
General Lending, Payments and Cash Management, Leasing and
Factoring, alsmede bij ING Real Estate. Ook Structured Finance
presteerde weer goed. Bij Financial Markets nam de onderliggende
winst voor belastingen af naar EUR 509 miljoen tegenover de zeer
hoge winst van EUR 665 miljoen in 2005. Ondanks deze winstdaling
leverde Financial Markets opnieuw een grote bijdrage aan de winst
van de divisie Wholesale Banking.
In 2006 heeft ING zich meer op de kernactiviteiten toegelegd
en zijn Williams de Broë en Deutsche Hypothekenbank verkocht.
Inclusief het effect van de desinvesteringen in 2005 en 2006
daalde de totale winst voor belastingen met 4,5% naar
EUR 2.481 miljoen.
De totale onderliggende baten stegen met 7,4% tot EUR 5.804
miljoen dankzij een toename van 40,2% bij ING Real Estate. De
onderliggende bedrijfslasten bleven onder controle en kwamen
5,1% hoger uit op EUR 3.400 miljoen door eenmalige kosten, zoals
compliancekosten. De onderliggende kosten/batenverhouding
verbeterde van 59,8% in 2005 naar 58,6% in 2006.
De netto-vrijval uit de voorzieningen voor debiteurenverliezen
lag in 2006 licht lager op EUR 121 miljoen ten opzichte van de
EUR 127 miljoen in 2005. De kwaliteit van de kredietportefeuille
is nog steeds goed, al was in het vierde kwartaal van 2006 sprake
van een netto toevoeging van EUR 20 miljoen na zeven kwartalen
van netto-vrijval op rij. Dit omdat de vrijval uit vroegere voorzieningen
afneemt. Per saldo was de netto-vrijval in 2006 gelijk aan zeven
basispunten van de gemiddelde naar kredietrisico gewogen activa,
gelijk aan 2005.
Het onderliggende naar risico gewogen rendement op kapitaal
(RAROC) van Wholesale Banking verbeterde van 17,3% in
2005 tot 20,6% in 2006. Dit dankzij hogere rendementen bij
ING Real Estate en een verlaging van het economische kapitaal
met EUR 184 miljoen naar EUR 8,1 miljard. De onderliggende
RAROC voor belastingen van de wholesale-bankingactiviteiten
in Nederland daalde naar 17,7% door een lager rendement bij
Financial Markets. In België was daarentegen sprake van een
rendementsverbetering tot 28,0%. De RAROC voor belastingen
in de rest van de wereld verbeterde van 14,5% tot 16,7%.
De waarde van de portefeuille van ING Real Estate, ‘s werelds
grootste vastgoedvermogensbeheerder gemeten naar beheerd
vermogen, steeg met 29,8% tot EUR 90,7 miljard. Dit is te danken
aan de sterke vraag van beleggers naar vastgoedfondsen en aan
de overname van Summit Real Estate Investment Trust in Canada.
De onderliggende winst voor belastingen van ING Real Estate
kwam 81% hoger uit op EUR 631 miljoen. Het onderdeel
Development noteerde een winst van EUR 112 miljoen na een
verlies van EUR 124 miljoen vorig jaar. De ommekeer hing voor
een deel samen met de verkoop van ontwikkelingsprojecten in
Nederland, de Verenigde Staten en Spanje. Winst voor belastingen
uit het onderdeel Investment Management lag 57,5% hoger op
EUR 137 miljoen. De RAROC voor belastingen van ING Real Estate
schoot omhoog van 27,5% in 2005 naar 58,6% in 2006. Voor
meer informatie over de activiteiten van ING Real Estate, zie het
hoofdstuk over Vermogensbeheer op pagina 46.
HOOFDPUNTEN
ING verzorgt wholesale-bankingdiensten via een netwerk dat ruim
40 landen omspant. In Nederland en België biedt ING bedrijven en
instellingen een compleet productenpakket, variërend van liquiditeitenbeheer tot overnamefinanciering. ING heeft verder een uitgebreid
klantenbestand in andere Europese landen, met name in Polen en
Roemenië. In de andere landen waarin Wholesale Banking actief is,
hanteert ING een selectievere klant- en productbenadering.
In 2006 is Wholesale Banking doorgegaan met het versterken van
de klantrelaties, het beheersen van de kosten en optimalisatie van
de kapitaalallocatie teneinde beter te renderen in een sterk
competitieve markt. De nadruk ligt op winstgevende groei uit
activiteiten met hoge toegevoegde waarde, zoals Structured
Finance, Financial Markets, Leasing and Factoring, Payments
and Cash Management, en ING Real Estate. De groei van risicogewogen activa werd daarentegen beperkt, met name bij
General Lending, waar de marges onder druk staan.
Intensiveren van klantrelaties
Het jaar 2006 werd gekenmerkt door verdere ontwikkelingen
in de twee jaar geleden ingezette verschuiving naar een meer
klantgerichte aanpak. De nadruk ligt op het aanbieden van
oplossingsgerichte producten, zoals Structured Finance en andere
producten met hoge toegevoegde waarde. Uit de verbeterde
uitkomsten van de jaarlijkse klanttevredenheidsonderzoeken blijkt
dat klanten de accentverschuiving positief beoordelen.
Het afgelopen jaar is de klantbenadering verder verbeterd en
vereenvoudigd waarbij de prioriteit is gelegd bij een aantal
belangrijke klanten. Hiertoe zijn extra middelen ingezet, waaronder
een team van zeer ervaren bankiers. Daarnaast is een internationaal
financieringsteam opgericht dat klanten adviseert en complexe
transacties coördineert. Middelgrote ondernemingen blijven
eveneens zeer belangrijk voor ING: wij onderhouden sterke banden
met hen via de netwerken die ING in Nederland en België, alsmede
in Roemenië en Polen heeft opgebouwd. Zo bedienen wij in
Roemenië, waar wij als eerste buitenlandse bank een full-service
kantoor hebben geopend, inmiddels driekwart van de multinationals die in dat land actief zijn.
Ter ondersteuning van het opzetten en verder ontwikkelen van
activiteiten heeft Wholesale Banking ook in 2006 weer een forse
stap gezet naar het opereren onder één merk met de belangrijke
merkwaarden leiderschap door kennis, fungeren als vertrouwde
adviseur en een vlekkeloze uitvoering. De wereldwijde uitrol van
één ING-merk is een andere belangrijke manier om sterke
klantrelaties op te bouwen en te onderhouden.
ING Groep Jaarverslag 2006
35
1.2 Onze resultaten
Wholesale Banking vervolg
Spraakmakende transacties
ING heeft in 2006 een aantal grote transacties afgerond die
een goede indruk geven van ons brede productaanbod en
geografische bereik. Zo adviseerde Wholesale Banking een
consortium van private-equitybeleggers en verzorgde de
financiering van hun bod op alle uitstaande aandelen van VNU,
een wereldwijd informatie- en mediaconcern. Samen met andere
financiële instellingen faciliteerde ING een termijnlening van
EUR 4,1 miljard, in combinatie met een doorlopende kredietfaciliteit van EUR 540 miljoen en obligaties ter waarde van
EUR 1,3 miljard die werden overtekend tijdens het syndicatieproces.
Met een totale waarde van circa EUR 9 miljard was de deal
daarmee de grootste ‘public to private’-transactie in Nederland.
ING adviseerde verder InBev SA, naar volume gemeten de grootste
bierproducent ter wereld, over de volledige overname van Fujian
Sedrin Brewery Company, een van de meest winstgevende
brouwerijen van China. De in het Belgische Leuven gevestigde
brouwerij nam ING in de arm als enige financiële adviseur voor
het bod ter waarde van RMB 5.886 miljoen (EUR 614 miljoen). De
transactie toont de kracht aan van ING als adviseur bij fusies en
overnames en bestendigt de toch al sterke relatie met InBev. Dit
was de vijfde transactie van InBev in China in drie jaar. In alle
gevallen verzorgde ING de advisering en de brugfinanciering.
ING fungeerde tevens als adviseur voor de private-equityfirma’s
Cinven en Warburg Pincus bij de oprichting van de grootste
kabelexploitant in Nederland. Niet alleen zorgde ING voor de
financiering van EUR 4,35 miljard maar heeft zij het consortium
tevens geholpen Casema en Essent Kabelcom te verwerven in een
vrijwel gelijktijdige verkoop bij opbod. In een andere transactie
stond ING een consortium bij onder leiding van de Telegraaf Media
Groep NV inzake de aankoop van Sky Radio Ltd., dat radiozenders
in Nederland en Duitsland exploiteert. Sky Radio werd uiteindelijk
voor EUR 190 miljoen overgenomen van News Corporation.
Behalve voor de advisering, zorgde ING ook voor de financiering
en fungeerde daarnaast als ‘sole underwriter’. De transacties zijn
een duidelijk bewijs van onze goede cross-sellingstrategie.
Investeren in groei
ING heeft een herallocatie van kapitaal doorgevoerd en volgt thans
een selectief investeringsbeleid teneinde de inkomstenbasis te
verstevigen en uit te bouwen. Bij een aantal bedrijfsonderdelen
met achterblijvende resultaten is kapitaal vrijgemaakt.
Wholesale Banking blijft daarnaast investeren in de bestaande
kernproducten en in nieuwe producten die aan de behoeften van
de klanten voldoen en bijdragen aan de toekomstige groei. Bij
Structured Finance is bijvoorbeeld een aantal initiatieven ontwikkeld
voor een betere positionering van de activiteiten die de meeste
waarde creëren. Wholesale Banking heeft alle activiteiten op het
gebied van documentair betalingsverkeer, kredieten, incasso en
handelsfaciliteiten samengevoegd in één internationale organisatie,
Trade Financial Services.
36
ING Groep Jaarverslag 2006
ING is tevens begonnen met de handel in secundaire leningen.
Deze activiteit is gericht op de handel in en het optreden als
marketmaker voor transacties die mede door ING naar de markt
zijn gebracht, via de syndicaatmarkt of in een gedeelde
verantwoordelijkheid met anderen. Verder waren wij ook in 2006
weer een toonaangevende speler in leveraged finance, waarmee
ondernemingen extra schulden op zich nemen, en gaan daar ook
in de toekomst mee door, waarbij we de risico’s goed bewaken.
Aan de vooravond van de invoering van de Single Euro Payments
Area (SEPA) per 1 januari 2008 blijft ING investeren in betalingsverkeer en liquiditeitsbeheer. SEPA zorgt voor één standaard voor
Europa en biedt nieuwe marktkansen. ING heeft belangrijke
investeringen gedaan in de standaardisering van de betalingsstructuur, de scholing van medewerkers en de vroegtijdige
informatievoorziening aan klanten. Ook in de Europese markt
voor betalingsverkeer willen wij een speler van formaat blijven.
ING Lease heeft haar Europese positie versterkt met de verwerving
van Appleyard Vehicle Contracts in het Verenigd Koninkrijk en met
Autoplan in Frankrijk. In autolease behoort ING hiermee tot de
Europese top vijf van aanbieders die niet gebonden zijn aan een
autofabrikant. Daarnaast is ING als onderdeel van de groeistrategie
voor Centraal-Europa gestart met factoring in Polen en Roemenië.
ING Real Estate
Voor ING Real Estate was ook 2006 weer een goed jaar. De snelle
groei was met name te danken aan de instroom van gelden van
externe klanten en de sterke verbetering van de ontwikkelingsactiviteiten. Voor het derde achtereenvolgende jaar stond de
organisatie bovenaan de internationale ranglijst van vermogensbeheerders in vastgoed. De grootste transactie van het jaar was de
overname van het Canadese Summit Real Estate Investment Trust,
waarmee het beheerd vermogen met EUR 2,4 miljard toenam.
Wholesale Banking en ING Real Estate hebben samen ING Real
Estate Capital Advisors opgericht met als doel met vastgoed
samenhangende bankdiensten te gaan verzorgen voor onze
institutionele en zakelijke klanten. Voor meer informatie, zie het
hoofdstuk Vermogensbeheer op pagina 46.
Wet- en regelgeving en compliance
ING speelt in op veranderingen in toezicht en wetgeving. Wholesale
Banking boekte binnen alle regio’s goede voortgang met de
implementatie van het nieuwe compliancebeleid.
De compliance-organisatie is verder versterkt om ervoor te zorgen
dat we kunnen blijven concurreren en om onze klanten te laten
zien dat wij ons aan de hoogst mogelijke compliancenormen
houden. De nadruk lag daarbij vooral op de voorbereidingen op
Basel II (het herziene Kapitaalakkoord) en op de als MiFID bekend
staande Europese richtlijn Markets in Financial Instruments
Directive. Ook aan de ‘due diligence’ van klanten hebben wij
uitgebreid aandacht besteed. Dit alles omdat wij in al onze
activiteiten willen voldoen aan de hoogste normen en onze
uitstekende reputatie willen behouden.
Een andere prioriteit was de integratie van financiële en
risicogegevens. Dankzij een gecombineerde inspanning van de
functies Risicobeheer, Financiën en Informatietechnologie hebben
wij een aanzienlijk bedrag aan economisch kapitaal kunnen
vrijmaken. Daarnaast is hard gewerkt aan kostenreductie door
efficiencyverbeteringen in de operationele en IT-activiteiten,
waaronder de succesvolle outsourcing van de Britse verrekeningsen afwikkelingsactiviteiten. Hierdoor zijn de kosten voor
ontwikkeling en beheer gedaald.
Maximale waardecreatie
ING wil voor haar aandeelhouders waarde creëren door zich te
richten op uitvoering en winstgevende groei. Met het ‘managing
for value’-initiatief richten alle divisies zich op het creëren en meten
van waarde. Binnen Wholesale Banking is in 2004 het Target
Operating Model (TOM) geïntroduceerd als een van de belangrijke
instrumenten voor waardecreatie. Met TOM worden doelstellingen
gepaard aan toekomstige groei, optimalisatie van kapitaal en
verbetering van de efficiëntie. Het model heeft gezorgd voor een
ommekeer van de prestaties van ons internationale netwerk van
activiteiten en voor een hernieuwde focus van veel bedrijfsonderdelen op meer winstgevende groei.
CONCLUSIES EN AMBITIES
Hoewel de omstandigheden in 2006 wederom niet makkelijk
waren, heeft Wholesale Banking het jaar toch opnieuw
winstgevend kunnen afsluiten. Dit goede resultaat was voor een
groot deel te danken aan onze scherpe klantfocus. Wij blijven
bouwen aan een bedrijf dat is gebaseerd op goede klantrelaties,
zijn alert op het benutten van cross-sellingkansen en blijven scherp
letten op de kosten. Hierdoor is de focus van de divisie verschoven
naar nieuwe, meer winstgevende prioriteiten. Dit heeft inmiddels
al goede financiële resultaten opgeleverd. ING Real Estate blijft
daarnaast profiteren van een snelle expansie.
Verder zijn prioriteiten in kaart gebracht die de ontwikkeling en groei
van ING ten goede komen en zorgen voor een voorsprong in een
markt die zich kenmerkt door een steeds heviger concurrentie.
De focus op klantrelaties zal nog verder worden aangescherpt om te
zorgen dat wij onze middelen en aandacht richten op de meest
kansrijke producten, diensten en transacties die de beste
rendementen opleveren. Met onze investeringen sturen wij
onverminderd op winstgevende groei, werken wij continu aan de
verbetering van onze ondersteunende functies, met name
compliance en risicobeheer, en streven wij naar nieuwe manieren
om waardecreatie te maximaliseren.
ING Groep Jaarverslag 2006
37
1.2 Onze resultaten
Retail Banking
Leidende positie handhaven
Kernpunten
• Nadruk op eenvoud, klanttevredenheid en
kostenbeheersing beloond
• Voldoen aan de behoeften van de klant met
nieuwe producten en diensten
• ING Private Banking bouwt voort op succes,
vooral in België en Azië
• Compliance-organisatie versterkt
Winst- en verliesrekening (onderliggend)
In 2006 heeft ING Retail Banking goede resultaten behaald,
ondanks afvlakkende rentecurves en lagere rentes. Dit is te
danken aan initiatieven op het gebied van productontwikkeling, directe distributie, kostenbeheersing en
procesverbetering. ING Retail Banking neemt in de Benelux
een vooraanstaande positie in op de aantrekkelijke markt
van vermogensopbouw en is goed gepositioneerd in de
belangrijkste opkomende markten van Centraal-Europa en
Azië. Daar zet zij haar vaardigheden en talenten in om de
investeringen in groei te ondersteunen. Het zwaartepunt
ligt vooral bij vereenvoudiging van producten en processen,
klanttevredenheid en kostenbeheersing, elementen die
onmisbaar zijn voor een duurzame, winstgevende groei.
FINANCIËLE ONTWIKKELINGEN
in miljoenen euro’s
Totale baten
Bedrijfslasten
Toevoeging aan voorzieningen
voor debiteurenverliezen
Onderliggende winst voor belastingen
Totale winst voor belastingen*
2006
2005
mutatie
6.002
3.930
5.734
3.829
4,7%
2,6%
140
1.932
1.932
90
1.815
1.877
6,4%
2,9%
* Totale winst voor belastingen is de winst voor belastingen inclusief
desinvesteringen en bijzondere posten.
Kerncijfers
Onderliggende RAROC na belastingen
Onderliggend economisch kapitaal
(in miljarden euro’s)
2006
2005
32,5%
34,1%
4,1
3,4
19%
81%
De toevoeging aan de voorziening voor debiteurenverliezen steeg
van EUR 90 miljoen in 2005 tot EUR 140 miljoen in 2006. Dit is toe
te schrijven aan de lagere vrijval buiten Nederland en een herijking
van de parameters voor voorzieningen voor debiteurenverliezen.
De toevoeging steeg van 11 basispunten in 2005 naar 15 basispunten
van de gemiddelde naar kredietrisico gewogen activa.
1.932
8.026
Samenstelling onderliggende winst voor belastingen
in miljoenen euro’s
2006
Nederland
1.410
België
478
Polen
49
Bedrijfsonderdelen in overige landen*
–5
Totaal
1.932
* Met name ING Vysya Bank, Private Banking overige landen en belang in Kookmin
Bank en Bank of Beijing.
38
ING Groep Jaarverslag 2006
De onderliggende baten waren 4,7% hoger dankzij sterke groei
van bijna alle producten, hogere vergoedingen bij vermogensbeheer
en een winst uit de verkoop van het belang in het Belgische Banksys.
Dit werd gedeeltelijk tenietgedaan door de afvlakkende rentecurves
en de aanhoudende lage rente, waardoor het rendement op
beleggingen onder druk kwam te staan, en door een herrubricering
van kosten van betalingsverkeer van bedrijfslasten naar provisielasten betalingsverkeer.
De kosten bleven in 2006 goed onder controle. De onderliggende
bedrijfslasten stegen met 2,6% tot EUR 3.930 miljoen ondanks
de uitgaven op het gebied van compliance, die uitkwamen op
EUR 85 miljoen, en verdere investeringen in Polen, India en
Roemenië. De onderliggende kosten/batenverhouding verbeterde
van 66,8% tot 65,5%.
ONDERLIGGENDE WINST VOOR BELASTINGEN
in miljoenen euro’s
Retail Banking
Overig ING
De onderliggende winst voor belastingen van Retail Banking steeg
met 6,4% tot EUR 1.932 miljoen, dankzij een sterke groei bij het
merendeel van de producten, hoewel het effect van de afvlakkende
rentecurves de winst weer deels afzwakte. De totale winst voor
belastingen steeg met 2,9%, omdat de totale winst in 2005 mede
bestond uit een bate van EUR 62 miljoen uit de verkoop van een
belang van 12,8% in ING Bank Slaski in Polen.
Het onderliggende naar risico gewogen rendement op kapitaal
(RAROC) na belastingen nam enigszins af, van 34,1% in 2005 naar
32,5% in 2006, vooral door een verfijning van de modellen. De
onderliggende RAROC-cijfers voor belastingen waren in Nederland
en België wederom sterk, respectievelijk 65,9% en 60,5%, terwijl
in Polen een sprong werd gemaakt van 6,7% naar 22,5% dankzij
een stijging van het economische resultaat. In de overige landen
namen de RAROC-cijfers voor belastingen af van 3,0% naar –2,3%.
Dit is toe te schrijven aan een voorziening voor juridische kwesties
en investeringen in uitbreiding bij ING Vysya Bank, in combinatie
met een stijging van het economisch kapitaal.
Ontwikkelingen per land
In Nederland steeg de onderliggende winst voor belastingen bij
Retail Banking met 1,7% tot EUR 1.410 miljoen. De volumegroei
die bij het merendeel van de producten werd gerealiseerd, werd
grotendeels tenietgedaan door de gevolgen van de afvlakkende
rentecurve en de hoge kosten die in 2006 gemoeid waren met
compliance. De portefeuille woninghypotheken in Nederland nam
met 8,5% toe tot EUR 99,3 miljard. De bedrijfslasten stegen met
1,3% doordat de kosten van compliance (EUR 85 miljoen) en de
vrijval uit de voorzieningen voor personeel in beide jaren voor een
belangrijk deel werden gecompenseerd door lagere pensioenlasten
en de herrubricering van kosten betalingsverkeer naar provisielasten.
De risicokosten daalden licht, van 18 basispunten van de naar
kredietrisico gewogen activa naar 17 basispunten.
In België steeg de onderliggende winst voor belastingen met
41,8% tot EUR 478 miljoen, vooral als gevolg van een stijging
van de baten met 9,7% en een daling van de lasten met 2,6%.
Dit werd deels tenietgedaan door een stijging van de risicokosten
met EUR 26 miljoen als gevolg van een lagere vrijval. Naast de
verkoopwinst van EUR 44 miljoen op Banksys is de batenstijging
vooral toe te schrijven aan hogere volumes en toegenomen
vergoedingen uit het effecten- en assurantiebedrijf en uit
vermogensbeheer, afgezwakt door de afvlakkende rentecurve en
hogere cliëntrentes op spaartegoeden. De bedrijfslasten daalden
met 2,6% dankzij de herrubricering van kosten betalingsverkeer en
enkele kleine desinvesteringen in 2005. De risicokosten stegen van
een netto-vrijval van 8 basispunten van de gemiddelde naar
kredietrisico gewogen activa in 2005 naar een netto-toevoeging
van 8 basispunten in 2006.
In 2006 behaalde ING Bank Slaski een groei, in lokale valuta,
bij hypotheken, spaartegoeden en rekeningen-courant. Verder
was er sprake van een sterke stijging van de verkoop van beleggingsfondsen. De totale onderliggende baten stegen met 20,4%. Dit
werd gedeeltelijk tenietgedaan door een lastenstijging van 12,7%,
onder andere wegens investeringen in het kantorennet en een
daling van de vrijval uit de voorzieningen voor debiteurenverliezen.
Op de overige retail-bankingactiviteiten werd een onderliggend
verlies voor belastingen gerapporteerd van EUR 5 miljoen,
tegenover een winst van EUR 50 miljoen in 2005. Dit was het
gevolg van de vorming van een voorziening voor juridische
kwesties, hogere aanloopverliezen in Roemenië en lagere
resultaten in India, maar werd gedeeltelijk gecompenseerd door
de hogere resultaten van ING Private Banking in Azië.
ING Private Banking maakte ook in 2006 weer een snelle groei
door en profiteerde van de wereldwijd groeiende vermogensopbouw door particulieren en de toenemende vraag naar diensten
op het gebied van private banking. Het beheerd vermogen groeide
met 16,8% tot EUR 59,2 miljard, terwijl de onderliggende winst
voor belastingen, die is opgenomen in de regionale resultaten, met
15,8% steeg tot EUR 242 miljoen. De sterke groei van 2006 werd
vooral gegenereerd door België en Azië.
HOOFDPUNTEN
De Benelux vormt voor ING een aantrekkelijke thuismarkt vanwege
de sterke vermogensopbouw. Hier richten wij ons op groei in
enkele specifieke marktsegmenten onder handhaving van hoge
rendementen en kostenbeheersing. Onze vooraanstaande positie
in deze regio op de markt voor financiële dienstverlening aan
particulieren – met een marktaandeel van 20% in spaarrekeningen, beleggingsfondsen en hypotheken samen – hebben
we bereikt door een combinatie van het vereenvoudigen van
producten en processen, klanttevredenheid en kostenbeheersing.
Vereenvoudiging van processen en voldoen aan de
behoeften van de klant op de thuismarkt
Nederland
In Nederland spande de Postbank zich in om processen te
vereenvoudigen en om aan de behoeften van de klant te voldoen.
Internetbankieren is daarvan een goed voorbeeld: met 2,7 miljoen
internetklanten en bijna een miljoen internetbezoekers per dag is
de Postbank de grootste internetbank van Nederland. De Postbanksite is de op drie na meest bezochte site in Nederland. In 2006
steeg de verkoop via internet met 30%, zodat nu bijna de helft van
de verkoop (exclusief hypotheken) van de Postbank via internet gaat.
Met de introductie van een aantal innovatieve producten werd de
dienstverlening aan de klant verder verbeterd. Een voorbeeld
hiervan is de Voordeelhypotheek. Dit is een vereenvoudigd
hypotheekproduct dat tegen zeer concurrerende tarieven wordt
aangeboden. Vooral dankzij dit product bleef de Postbank goede
rendementen halen en wist zij nieuwe klanten aan te trekken op
de zeer competitieve hypotheekmarkt.
De Postbank heeft de dienstverlening aan haar klanten eveneens
verbeterd met de start van een nieuwe formule: de Postbank
Winkel. De eerste winkel ging in november 2006 open. Hier
kunnen klanten persoonlijk advies en hulp krijgen en tevens
onlinebankieren. Voor de komende jaren zijn er plannen om
in de grotere steden meerdere Postbank Winkels op te zetten
met ruime openingstijden.
Een bij uitstek klantgericht initiatief is de introductie van het
loyaliteitsprogramma Rentepunten – een spaarsysteem voor
korting op artikelen uit de internetwinkel. Dit initiatief heeft
bijgedragen aan de stijging van het marktaandeel van de Postbank
in spaarrekeningen. Daarnaast is de Postbank een taxatie- en
makelaarsservice gestart. Hiermee kunnen klanten tegen de beste
prijs de aankoop van een woning volledig via één loket regelen. In
december 2006 introduceerde de Postbank een innovatief
beleggingsproduct, Samen Beleggen, waarmee klanten iedere
maand via internet professionele beleggingsadviezen kunnen krijgen.
ING Groep Jaarverslag 2006
39
1.2 Onze resultaten
Retail Banking vervolg
Al deze inspanningen hebben hun vruchten afgeworpen: de
Postbank scoorde op de Nederlandse markt wederom de hoogste
klanttevredenheid en uit een ander grootschalig onderzoek,
gehouden door TNS NIPO, een bureau voor marktonderzoek
in de Benelux, kwam de Postbank naar voren als de beste bank in
Nederland wat betreft betrouwbaarheid en kwaliteit. Tot de vele
toegekende prijzen behoren de prijs voor Nationale Thuiswinkel,
voor de tweede maal op rij, en een prijs voor de originele
reclamecampagnes van de Postbank.
Ook ING Bank heeft zich gericht op het verbeteren van de klanttevredenheid. Voorbeeld is onder meer de opening van een
callcenter voor private-bankingklanten voor persoonlijke financiële
adviezen. In 2006 heeft ING Bank haar kantorennet verder
uitgebreid met nieuwe franchisekantoren waar specialisten klanten
persoonlijke adviezen geven. Zij kunnen klanten ook thuis
bezoeken. We hebben verder onze klantgerichtheid in het middenen kleinbedrijf verbeterd met diensten als de Startersscan. Deze
omvat adviezen en producten voor het MKB die zijn toegesneden
op de ontwikkelingsfase waarin een bedrijf zich bevindt.
De verkoopcijfers zijn verbeterd door de invoering van ‘Small
Business Facilities’ (SBF), een vereenvoudigd systeem voor snelle
fiattering van kredietaanvragen waardoor de verkoop doelmatiger
verloopt. Ook de Postbank gebruikt dit model, dat eveneens in
België zal worden geïntroduceerd. Dankzij SBF zijn de leningen van
de Postbank aan kleine ondernemingen in de afgelopen drie jaar
verzesvoudigd en kwamen deze eind 2006 uit op een totaal van
EUR 765 miljoen.
ING Bank is erin geslaagd de klantenbinding te versterken via
het Plusprogramma, waarmee klanten worden beloond voor
de aanschaf van meerdere ING Bank-producten.
In 2006 is ING gestart met een onderzoek naar de strategische
positionering van ING Retail Banking in Nederland. Dit zal naar
verwachting in de loop van 2007 worden afgerond.
België
In België behoort ING met ING Belgium en Record Bank tot de
belangrijkste marktpartijen. In 2006 richtte Record Bank zich op
de verdere integratie van het in 2005 verworven Eural Bank.
Record Bank is thans de op twee na grootste spaarbank van
België. ING boekte ook in 2006 opnieuw veel succes met het
aantrekken van nieuwe klanten in België. Meer dan 50.000
nieuwe particuliere en zakelijke klanten werden aan het
klantenbestand van ING België toegevoegd.
Het aantal gebruikers van de elektronische Home’Bank steeg ook
weer fors. Op dit moment maakt 50% van de klanten in België
gebruik van deze internetbankservice. Het geautomatiseerde
kantorennet, Self’Bank, ging gestaag door met het installeren
van nieuwe geldautomaten. Hiermee kunnen eurobankbiljetten
worden gestort en geteld en onmiddellijk op de rekening
worden bijgeschreven.
De vereenvoudiging van de producten, processen en verkoop
levert kostenbesparingen op. Overige initiatieven gericht op
kostenbeheersing zijn de uitbreiding van het aantal kleine, flexibele
40
ING Groep Jaarverslag 2006
kantoren en het terugbrengen van het aantal kaskantoren. Evenals
in Nederland behoort het verbeteren van de klanttevredenheid tot
de prioriteiten. Klanttevredenheid wordt proactief gemeten en
opgevolgd door telefonische vragen over kwaliteit en dienstverlening.
Verbeteren van de kostenefficiëntie en kwaliteit
In 2006 werden met verschillende bedrijven drie belangrijke
contracten afgesloten voor de uitbesteding van activiteiten in
Nederland, België en Polen. Deze contracten vertegenwoordigen
een gezamenlijke waarde van EUR 1,3 miljard en hebben
betrekking op ongeveer 1.500 medewerkers. De uitbestede
activiteiten betreffen de levering van IT-onderhoudsdiensten en
testwerkzaamheden, het verwerken van bank- en verzekeringsdocumentatie en de levering, onderhoud en ondersteuning van
pc’s en telefoontoestellen voor personeel.
De uitbestedingscontracten maken deel uit van het efficiëntieprogramma van Operations & IT dat in november 2005 werd
aangekondigd. Naast de verbetering van kostenefficiëntie,
besteedt ING tevens activiteiten uit die op een kwalitatief hoger
peil kunnen worden uitgevoerd door andere bedrijven. Het
efficiëntieprogramma zal naar verwachting vanaf 2008 een
besparing van ongeveer EUR 230 miljoen per jaar opleveren,
vooral bij Retail Banking.
Compliance
Op grond van een overeenkomst met DNB omtrent het voldoen
aan de Wet Identificatie Dienstverlening was ING verplicht om voor
eind 2006 80% van de particuliere klanten van ING Bank en
Postbank te identificeren en te registreren. Bij dit project waren
ongeveer 7,8 miljoen particuliere klanten van ING Bank en Postbank
betrokken. Als speciale dienst voor bejaarde en invalide klanten
zette ING 25 ambulante teams in om klanten thuis bezoeken. Eind
2006 was respectievelijk 85% van de particuliere klanten van ING
Bank en 80% van de Postbank geregistreerd. Volmachthouders,
wettige vertegenwoordigers en een belangrijk deel van de
kleinzakelijke klanten worden in 2007 geregistreerd.
Goed gepositioneerd in opkomende markten
ING Retail Banking is actief in de belangrijkste markten in CentraalEuropa (Roemenië en Polen) en in Azië (China en India) en is daar
goed gepositioneerd om verder te kunnen groeien. We richten ons
op de genoemde markten omdat zij in de respectievelijke regio’s
de grootste zijn.
In Polen investeert ING Bank Slaski in groei door het opvoeren van
de marketinginspanningen en het uitbreiden en moderniseren van
het distributienetwerk. Zo werd in 2006 een aantal franchise
Self’Banks geopend. Dit zijn zelfbedieningskantoren waar klanten
al hun dagelijkse bankzaken kunnen regelen.
In 2006 had ING Bank Slaski een marktaandeel van 8,9% in
particuliere deposito’s, waarmee zij op de Poolse markt de derde
plaats inneemt, 1,9% in particuliere leningen, 5,7% in beleggingsfondsen en 10,6% in effecten. Het beperkte marktaandeel in
particuliere leningen is toe te schrijven aan ons terughoudende
beleid bij het verstrekken van hypotheken in buitenlandse valuta.
De klantgerichte aanpak van ING Bank Slaski kreeg een aantal
prijzen waaronder die van ‘Beste bank voor particuliere klanten’
van Forbes Magazine in Polen. De Gold VISA-card van ING Bank
Slaski werd door het dagblad Gazeta Wyborcza geprezen als de
meest prestigieuze creditcard van Polen. Daarnaast won ING Bank
Slaski prijzen voor reclame en marketing met haar creatieve ideeën
en reclamecampagnes.
De zelfbedieningsbank die in 2004 in Roemenië werd
geïntroduceerd, blijkt steeds succesvoller te zijn. Eind 2006 had
ING Roemenië een marktaandeel van 5% in particuliere deposito’s
en een kantorennet voor retailbanking van 110 Self’Banks,
waarmee 274.000 klanten worden bediend.
In India vormt ons belang van 44% in ING Vysya Bank een goede
uitgangspositie op een markt met een enorm groeipotentieel. Het
kantorennet van ING Vysya Bank is in 2006 uitgebreid met vijf
nieuwe kantoren, terwijl 16 kasbalies werden omgebouwd tot
volledige bankkantoren. Het totale particuliere klantenbestand
bereikte een omvang van 1,5 miljoen. ING Vysya Bank is als eerste
in India gestart met zelfbedieningsbanken en opende in 2006
11 Self’Banks als onderdeel van het nieuwe netwerk van
28 geldautomaten.
ING heeft een belang van 19,9% in Bank of Beijing (BoB), de op
een na grootste commerciële stadsbank van China. Als onderdeel
van deze strategische alliantie zal ING de BoB ondersteunen bij het
ontwikkelen van goed ondernemingsbestuur, risicobeheer en retailactiviteiten. De samenwerking wordt steeds hechter. Twee
bestuursleden van de BoB zijn afkomstig van ING en in december
2006 bracht een delegatie van de BoB onder leiding van haar
bestuursvoorzitter een bezoek aan ING in Amsterdam in het
kader van het delen van ‘best practices’ van bankactiviteiten.
ING PRIVATE BANKING
ING Private Banking maakte ook in 2006 weer een snelle groei
door. Zij kon profiteren van de aanhoudende groei van particuliere
vermogens wereldwijd en de daaruit voortvloeiende groeiende
behoefte aan diensten op het gebied van private banking.
Het beheerd vermogen groeide met 16,8% tot EUR 59,2 miljard,
terwijl de winst voor belastingen met 15,8% steeg tot
EUR 242 miljoen. De sterke groei in 2006 werd voornamelijk in
België en Azië gerealiseerd. Uit een recent door McKinsey
gehouden onderzoek naar private banking bleek dat, vergeleken
met de rest van Europa, de markt voor private banking in België
tussen 2003 en 2005 een sterke groei heeft doorgemaakt. In
België nam het beheerd vermogen van ING Private Banking met
EUR 1,5 miljard toe tot EUR 13,0 miljard. In Azië groeide het
beheerd vermogen met EUR 2,0 miljard tot EUR 10,1 miljard.
marktaandeel van concurrenten te winnen. De private-bankingactiviteiten van ING in Zwitserland bleken veerkrachtig te zijn en
konden uitgebreid worden naar Rusland, Centraal- en OostEuropa, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika, waar ze vooral
gericht zijn op Mexico en Brazilië. Het rendement op het vermogen
werd in Luxemburg verder verbeterd, evenals de winstgevendheid.
In de afgelopen vijf jaar groeide het beheerd vermogen van Private
Banking in Azië met 34% per jaar. ING Private Banking heeft in
Azië een sterke reputatie op het gebied van adviesdiensten en is
goed gepositioneerd om te kunnen profiteren van de kansen in
deze regio. Bij een onderzoek naar vermogensbeheer door
Asiamoney in 2006, kwam ING Asia Private Banking naar voren
als een van de vijf beste spelers op de markt voor vermogens van
USD 5 tot 10 miljoen.
CONCLUSIES EN AMBITIES
Belangrijke trends voor retailbanking zijn vereenvoudiging,
transparantie en een goede prijs/kwaliteitsverhouding. In 2006
heeft ING Retail Banking zeer goed op deze trends kunnen
inspelen en slaagde zij erin haar producten, diensten en kanalen
te vereenvoudigen, en tevens de kosten te verlagen. ING Retail
Banking heeft een zeer sterke positie in Nederland en is goed
gepositioneerd in België. In Oost-Europa is Retail Banking actief
in Polen en Roemenië; in Azië werkt Retail Banking aan de snelle
uitbreiding van haar franchisekantorennet, dankzij het belang in
ING Vysya Bank (India) en het belang in Bank of Beijing (China).
Onze strategie is in 2006 succesvol geweest en we zullen ons
blijven richten op vereenvoudiging, klantgerichtheid en kostenbeheersing binnen onze volwassen thuismarkten. De bedrijfsmodellen
waarmee we op de volwassen markten successen boeken, zullen
we in de opkomende landen toepassen.
Onze ambitie voor 2007 is om op de volwassen markten duurzaam
en winstgevend te blijven groeien en ons marktaandeel en de
winst in de opkomende landen uit te breiden.
Veel aandacht is besteed aan compliance. Niettemin zullen in 2007
verdere inspanningen nodig zijn om het nieuwe compliancebeleid
volledig in de organisatie te verankeren.
Het private-bankingnetwerk breidt zich sterk uit. ING Private
Banking wil in de komende drie jaar haar capaciteit uitbreiden
door wereldwijd 250 nieuwe klantenadviseurs te werven, met
name in nieuwe en opkomende markten. In India en China
gaat ING Private Banking in samenwerking met ING Vysya Bank
en Bank of Beijing lokale activiteiten opzetten.
Europa vormt voor ING nog steeds de grootste markt voor private
banking, waarbij het vermogen vooral geconcentreerd is in
Nederland, België, Luxemburg en Zwitserland. In zowel Nederland
als België kon ING Private Banking gebruik maken van de
bestaande distributiekanalen van ING voor particuliere en zakelijke
klanten. Hierdoor kon zij de mogelijkheden voor cross-selling
verbeteren en in deze volwassen markten een relatief sterke groei
realiseren. ING Private Banking is in België de op een na grootste
private bank. België slaagde erin tijdens de fiscale amnestie
ING Groep Jaarverslag 2006
41
1.2 Onze resultaten
ING Direct
Aan kop in vernieuwing van directbankieren
Kernpunten
In 2006 realiseerde ING Direct een verdere toename in
woninghypotheken, aantal klanten, toevertrouwde
middelen en winst. De klanttevredenheid bleef hoog en
de naamsbekendheid nam verder toe, twee belangrijke
factoren voor het succes van ING Direct. Deze resultaten
werden bereikt in een moeilijk klimaat van stijgende korte
rente, een afvlakkende rentecurve in iedere valutazone
waarin ING Direct actief is, en toegenomen concurrentie.
ING Direct bleef waarde voor haar klanten creëren door een
passend assortiment van eenvoudige en transparante
bankproducten te bieden, evenals uitstekende
dienstverlening via directe kanalen.
• Solide winst in moeilijk renteklimaat
• Bijna drie miljoen nieuwe klanten, totaal
17,5 miljoen klanten wereldwijd
• Record hypotheekproductie
van EUR 20 miljard
• Verdere toename naamsbekendheid
en klanttevredenheid
Winst- en verliesrekening* (onderliggend)
in miljoenen euro’s
Totale baten
Bedrijfslasten
Toevoegingen aan voorzieningen
voor debiteurenverliezen
Onderliggende winst voor belastingen
Totale winst voor belastingen**
FINANCIËLE ONTWIKKELINGEN
2006
2005
mutatie
2.396
1.598
2.119
1.396
13,1%
14,5%
81
717
694
106
617
617
16,2%
12,5%
* Inclusief ING Card.
** Totale winst voor belastingen is de winst voor belastingen inclusief
desinvesteringen en bijzondere posten.
Kerncijfers
Onderliggende RAROC na belastingen
Onderliggend economisch kapitaal
(in miljarden euro’s)
2006
2005
11,6%
14,9%
3,4
3,1
ONDERLIGGENDE WINST VOOR BELASTINGEN
in miljoenen euro’s
ING Direct
Overig ING
7%
93%
717
9.241
Onderliggende winst voor belastingen (inclusief ING Card)
in miljoenen euro’s
Canada (1997)
Spanje (1999)
Australië (1999)
Frankrijk (2000)
Verenigde Staten (2000)
Italië (2001)
Duitsland* (2002)
Verenigd Koninkrijk (2003)
Subtotaal ING Direct
ING Card
Totaal
* Inclusief Oostenrijk.
42
ING Groep Jaarverslag 2006
2006
2005
mutatie
62
55
86
34
85
43
339
19
723
–6
717
73
50
80
25
156
29
254
–34
633
–16
617
–15,1%
10,0%
7,5%
36,0%
–45,5%
48,3%
33,5%
14,2%
16,2%
ING Direct realiseerde in 2006 een sterke groei van de onderliggende
winst voor belastingen. Deze nam toe met 16,2% tot EUR 717
miljoen, vergeleken met EUR 617 miljoen in 2005. Ondanks de
uitdaging van rentestijgingen in alle landen en een afvlakkende
rentecurve, slaagde ING Direct erin een bevredigende rentemarge
te handhaven, terwijl de commerciële groei sterk bleef. In 2006
steeg de totale winst voor belastingen met 12,5% tot EUR 694
miljoen, inclusief het verlies van EUR 23 miljoen op de verkoop
van Degussa Bank eind 2006.
De onderliggende totale baten stegen in 2006 met 13,1% tot
EUR 2.396 miljoen, met name dankzij het 12,5% hogere renteresultaat als gevolg van de aanhoudend sterke groei van
toevertrouwde middelen en hypotheken. Per saldo daalde de
rentemarge in 2006 van 0,93% naar 0,89%. Dit is grotendeels te
wijten aan de afvlakkende rentecurve en het strategische besluit
om in alle markten concurrerende rentetarieven te handhaven.
De totale bedrijfslasten stegen met 14,5% tot EUR 1.598 miljoen.
Dit was het gevolg van investeringen in verband met waardecreatie
van de activiteiten op de lange termijn. De onderliggende kosten/
batenverhouding steeg van 65,9% in 2005 tot 66,7% in 2006.
Dit was hoofdzakelijk het gevolg van een lagere inkomstenmarge
en het extra personeel dat werd aangetrokken om gelijke tred te
houden met de commerciële groei, met name op het vlak van
hypotheken. De operationele kosten (exclusief marketingkosten)
bedroegen 0,41% van het balanstotaal, vergeleken met 0,40%
in 2005, vooral als gevolg van investeringen in hypotheken. Om
de sterke commerciële groei bij te kunnen houden, steeg het
aantal fulltime medewerkers van 6.964 in 2005 naar 7.638.
De marketinguitgaven bleven hoog en stegen met 16% teneinde
de sterke groei bij zowel sparen als hypotheken te ondersteunen.
De toevoeging aan de voorziening voor debiteurenverliezen daalde
naar EUR 81 miljoen, 23,6% minder dan in 2005. Dit was gelijk
aan 10 basispunten van de gemiddelde naar kredietrisico gewogen
activa, vergeleken met 17 basispunten in 2005.
Het onderliggende naar risico gewogen rendement op kapitaal
na belasting (RAROC) daalde van 14,9% in 2005 naar 11,6%.
Dit is deels te wijten aan hogere belastingen. Door de aanhoudend
sterke groei van de activiteiten steeg het totale economische
kapitaal van EUR 3,1 miljard in 2005 tot EUR 3,4 miljard. Met
uitzondering van ING Direct UK, ING Direct US en ING Card
voldeden alle bedrijfsonderdelen van ING Direct aan ING’s RAROCdoelstelling.
ING Card ontwikkelde zich in 2006 volgens verwachting. Sinds
1 januari 2007 maakt dit bedrijfsonderdeel deel uit van ING Retail
Banking voor een betere afstemming van activiteiten op de klanten.
Ontwikkelingen per land
De winstgroei van ING Direct is vooral toe te schrijven aan de
bedrijfsonderdelen in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk (dat in
het eerste kwartaal van 2006 voor het eerst winst rapporteerde),
Frankrijk, Italië en Spanje. De bijstelling van de cliëntrentes in het
merendeel van deze landen en de aanhoudend sterke commerciële
groei speelden een belangrijke rol. In het Verenigd Koninkrijk werd
ING Direct geconfronteerd met een langzamere groei in sparen,
nadat haar rentetarief tot onder het officiële renteniveau van de
Bank of England was gedaald. Eind 2006 verkocht ING-DiBa, het
Duitse bedrijfsonderdeel van ING Direct, Degussa Bank. Dit is in lijn
met de strategie om zich meer te richten op de kernactiviteit
directbankieren. In 2006 steeg de onderliggende winst van ING
DiBa voor belasting van EUR 254 miljoen in 2005 naar EUR 339
miljoen. Dit is exclusief het nettoverlies van EUR 23 miljoen als
gevolg van de desinvestering van Degussa Bank. In de Verenigde
Staten daalde de winst voor belasting van EUR 156 miljoen in 2005
naar EUR 85 miljoen en in Canada naar EUR 62 miljoen vergeleken
met EUR 73 miljoen over vorig jaar. In beide gevallen was dit toe te
schrijven aan een hogere rente voor de klanten, een omgekeerde
rentecurve en toegenomen concurrentie.
HOOFDPUNTEN
Sterke commerciële prestaties
ING Direct is niet alleen wereldwijd, maar ook in alle negen landen
waar zij opereert marktleider in directbankieren. Gemeten naar
toevertrouwde middelen door particulieren behoort zij, met
uitzondering van de Verenigde Staten, in acht van deze landen
ook nog tot de top 10 van banken. Hieruit blijkt dat directbankieren
het grote publiek heeft bereikt en dat de omvang nog steeds
toeneemt.
Door slechts enkele producten in een beperkt aantal productcategorieën aan te bieden, kan ING Direct van ieder product een
grote omzet behalen. Dit leidt tot operationele efficiency en
winstcapaciteit. Naast een beperkt productassortiment blijft het
kostenniveau laag dankzij toepassing van gestandaardiseerde,
geavanceerde IT-systemen en het ontbreken van een
kantorennetwerk.
Mijlpalen
ING Direct heeft in 2006 meerdere belangrijke mijlpalen bereikt.
In het Verenigd Koninkrijk werden hypotheken aan het productassortiment toegevoegd en in de Verenigde Staten breidden de
activiteiten zich uit naar Chicago en Atlanta. In de Verenigde
Staten werd een nieuwe betaalrekening ingevoerd. ING-DiBa werd
de grootste nieuwe hypotheekverschaffer in Duitsland. ING Direct
Spanje heeft in november het productassortiment uitgebreid met
vijf nieuwe pensioenproducten.
Groei gebaseerd op vier basisprincipes
ING Direct hanteert vier basisprincipes die bijdragen aan de sterke
resultaten waarmee zij zich van andere banken onderscheidt: de
dienstverlening, het gemak en de transparantie die klanten
geboden wordt, de lage kostprijs en het ‘bedrijvenvloot’-concept.
Dienstverlening
ING Direct streeft naar een uitstekende dienstverlening en hoge
klanttevredenheid. Onderzoek heeft aangetoond dat gemiddeld
94% van de klanten ING Direct bij anderen zou aanbevelen. Deze
bevindingen worden onderbouwd door de vele onderscheidingen
die ING Direct in 2006 voor haar uitstekende klantenservice
ontving. Aangezien klanttevredenheid een belangrijke vereiste is
voor toekomstige groei en waardecreatie, heeft ieder bedrijfsonderdeel de dienstverlening volledig in eigen beheer. Het contact
met de klant is de kern van de activiteiten van ING Direct. Zeer
toegewijde medewerkers, die een sleutelrol vervullen in het succes
van ING Direct, spelen snel in op de wensen van de klant. Tevreden
personeel is de basis voor het succes op het gebied van klanttevredenheid. Het merk ING Direct en haar merkwaarden vormen
de leidraad. Er zijn enorme marketinginspanningen verricht om de
merkpositie te versterken. Dit heeft tevens bijgedragen tot een
grotere naamsbekendheid van ING Groep. In alle landen bleef de
naamsbekendheid op hoog niveau.
In de 10 jaar dat ING Direct actief is, heeft zij voorop gelopen in
het proces van directbankieren naar een activiteit voor het grote
publiek en van een substantiële omvang. Sinds de oprichting in
1997 heeft ING Direct ieder jaar een uitstekende groei gekend
door een doeltreffende formule: de verkoop aan particuliere
klanten in negen grote landen van een beperkt aantal eenvoudige
bankproducten tegen zeer lage kosten (voornamelijk via internet,
telefoon en direct mail). De totale toevertrouwde middelen stegen
naar EUR 195,9 miljard (2005: EUR 188 miljard).
Gemak en transparantie
Gemak en transparantie gelden als basisprincipe voor het totale
productassortiment. De nadruk ligt op het ontwikkelen van
makkelijk toegankelijke, transparante producten. Na sparen en
hypotheken wordt dit principe nu geleidelijk aan op meer producten
toegepast om steeds beter in te spelen op de wensen van de klant.
Een voorbeeld hiervan is de invoering van een betaalrekening in
Spanje in 2005 en in 2006 in de Verenigde Staten.
De twee kernproducten zijn sparen en hypotheken. Het hypothekenbedrijf groeide enorm. Eind 2006 was 35% van de spaartegoeden
ingezet om woninghypotheken te financieren en de doelstelling
om eind 2008 40% van de spaartegoeden voor woninghypotheken
te gebruiken verloopt geheel volgens planning.
Lage kostprijs
Voor ING Direct is de lage kostprijs het belangrijkste blijvende
concurrentievoordeel. Dit wordt gerealiseerd door het accent
te leggen op een beperkt en eenvoudig productassortiment,
gestandaardiseerde, geavanceerde IT-systemen en het ontbreken
ING Groep Jaarverslag 2006
43
1.2 Onze resultaten
ING Direct vervolg
van een kantorennetwerk. Een toenemend aantal klanten
vertrouwt voor het uitvoeren van bancaire transacties op
technologie zoals internet en voice-responsesystemen. ING Direct
heeft een goede uitgangspositie om optimaal te profiteren van de
trend om steeds meer gebruik te maken van kostenbesparende
directe kanalen. In 2006 gingen in alle landen nog meer klanten
gebruik maken van geautomatiseerde kanalen. Meer dan 80% van
alle klanttransacties vond via geautomatiseerde kanalen plaats.
Bedrijvenvloot
ING Direct wil ‘mondiaal denken’ en ‘lokaal handelen’. Ieder bedrijf
mag op basis van zijn eigen specifieke marktomstandigheden zelf
de volgorde bepalen waarin het producten introduceert. De belangrijkste rol die het kleine hoofdkantoor hierin vervult, is de strategie
te bewaken, toe te zien op risicobeheer en synergie tussen de
bedrijfsonderdelen te bevorderen. In 2006 werd wederom op ieder
werkniveau personeel tussen de bedrijfsonderdelen uitgewisseld.
Aantal klanten, totaal toevertrouwde middelen, portefeuille hypothecaire leningen aan particulieren
Aantal klanten x duizend; toevertrouwde middelen en woninghypotheekportefeuille in miljarden euro’s, jaarultimo*
Canada
Spanje
Australië
Frankrijk
Verenigde Staten
Italië
Duitsland**
Verenigd Koninkrijk
Totaal
*
2006
Klanten
2005
2006
Toevertrouwde
middelen
2005
1.491
1.455
1.414
626
4.629
792
6.005
1.099
17.511
1.309
1.249
1.240
501
3.382
632
5.390
1.003
14.706
12,3
13,0
11,2
12,3
36,0
14,0
60,6
36,3
195,9
12,6
12,8
10,4
10,8
34,0
13,3
58,4
35,7
188,0
Woninghypotheekportefeuille
2006
2005
9,5
4,8
15,4
–
12,5
1,8
25,0
0,1
69,0
7,5
3,6
12,5
–
10,9
0,8
17,7
–
53,0
Marktpositie
2006***
7e
6e
6e
9e
21e
7e
6e
8e
De verkoop van Degussa Bank had een negatieve invloed van EUR 2,0 miljard op de toevertrouwde middelen, EUR 2,2 miljard op hypotheken en 141.000 op aantallen
klanten. Dit wordt weerspiegeld in de jaarultimo’s van Duitsland en Oostenrijk.
** Inclusief Oostenrijk.
*** Marktpositie in particuliere toevertrouwde middelen in lokale bancaire markt.
44
ING Groep Jaarverslag 2006
CONCLUSIES EN AMBITIES
Ondanks het feit dat 2006 een moeilijk jaar was, heeft ING Direct
goede resultaten bereikt, gestimuleerd door drie miljoen nieuwe
klanten, een toename van de toevertrouwde middelen en groei
bij hypotheken. ING Direct wil voorop blijven lopen in de
vernieuwing van directbankieren.
ING Direct zal waarde voor haar klanten blijven creëren door toe
te zien op vereenvoudiging van al haar producten, processen,
diensten en systemen. Daarmee is ING Direct goed gepositioneerd
om van verdere groei in de sector voor directbankieren te kunnen
profiteren. Toekomstige groei komt uit drie bronnen: ten eerste
een verdere stijging van de spaargelden in landen waar het bedrijf
al actief is, ten tweede geografische uitbreiding en ten derde door
in een bredere behoefte van klanten te voorzien. De vier basisprincipes van ING Direct zullen blijven worden toegepast, zodat
haar activiteiten op de lange termijn zullen bestaan uit een klein
assortiment eenvoudige producten binnen iedere productcategorie,
met voldoende schaalgrootte en met een hoge mate van efficiency
en winstgevendheid.
ING Groep Jaarverslag 2006
45
1.2 Onze resultaten
Vermogensbeheer
Expansie in producten en markten
Kernpunten
• Groei beheerd vermogen met 9,6%
tot EUR 600 miljard
• ING Investment Management profiteert
van groeiende samenwerking tussen regio’s
• Snelle expansie ING Real Estate
• ING Private Banking plukt vruchten van
gestegen vraag naar private-bankingdiensten
BEHEERD VERMOGEN PER DIVISIE
in miljarden euro’s
De vermogensbeheersector is in beweging. Nieuwe
groeibronnen dienen zich aan: de herstructurering van
pensioenstelsels, de vergrijzing en nieuwe klantbehoeften
leiden tot een sterkere vraag naar opbrengstgeoriënteerde
producten – producten die specifiek op de behoeften van
de klant zijn afgestemd. Investeringen in marketing,
dienstverlening en het merk zullen naar verwachting grote
invloed hebben op de netto-instroom. De vermogensbeheerders van ING spelen goed in op deze ontwikkelingen.
ING Investment Management heeft de kwaliteit van het
productaanbod verbeterd en met de Life Cycle Funds
geprofiteerd van kansen op pensioengebied. ING Real Estate
trekt dankzij de grotere interesse in vastgoed meer
beleggers en ING Private Banking plukt de vruchten van
de toenemende vraag naar private-bankingdiensten.
FINANCIËLE ONTWIKKELINGEN
Insurance Europe
Insurance Americas
Insurance Asia/Pacific
Wholesale Banking
Retail Banking
ING Direct
Totaal
26%
34%
14%
10%
15%
1%
100%
157,9
202,5
84,2
60,8
87,5
7,1
600,0
BEHEERD VERMOGEN PER KLANTCATEGORIE
in miljarden euro’s
Het beheerd vermogen nam in 2006 toe met 9,6% tot
EUR 600,0 miljard. Vergeleken met 2005 werd de groei deels
tenietgedaan door negatieve valuta-effecten van EUR 31,8 miljard,
terwijl de ontwikkelingen op de effectenmarkten voor een
positieve bijdrage van EUR 33,7 miljard zorgden. De nettoinstroom van EUR 43,8 miljard kwam hoofdzakelijk voor rekening
van Insurance Asia/Pacific (EUR 11,2 miljard), ING Real Estate (EUR
13,5 miljard) en Insurance Americas (EUR 6,8 miljard). Het
leeuwendeel van de groei werd behaald met voor externe klanten
beheerd vermogen, dat met 14,7% steeg naar EUR 404,5 miljard
per jaarultimo. Het voor interne klanten beheerde vermogen steeg
met 0,4% naar EUR 195,5 miljard.
ING INVESTMENT MANAGEMENT
Verzekeringspolishouders 21%
Institutionele klanten
20%
Particuliere klanten
17%
Private-bankingklanten 10%
Interne klanten
32%
Totaal
100%
127,1
118,3
99,9
59,2
195,5
600,0
ING Investment Management (ING IM) is de belangrijkste vermogensbeheerder van ING Groep en behoort met een beheerd vermogen
van EUR 369 miljard per 31 december 2006 tot de internationale
top 25 van vermogensbeheerders. In 2006 heeft ING IM een solide
beleggingsresultaat behaald. Gemeten over een periode van drie
jaar vertoonde 67% van de door ING IM beheerde fondsen een
betere beleggingsperformance dan de benchmark. Ten opzichte
van vergelijkbare fondsen eindigde 63% van het beheerde
vermogen in het hoogste of op een na hoogste kwartiel van de
markt (op basis van een periode van drie jaar). Ratingbureaus
hebben aan 13 beleggingsfondsen de hoogste waardering, vijf sterren,
toegekend. Daarnaast kregen 28 fondsen een waardering van vier
sterren. Bij elkaar vertegenwoordigen deze fondsen EUR 18,4
miljard, oftewel 31% van de gewaardeerde portefeuille. Diverse
benchmark-onderzoeken wijzen uit dat ING IM kostenefficiënt
opereert.
ING IM’s wereldwijde strategie is gericht op het regionaal inzetten
van de sterke internationale beleggingscapaciteiten om zo per
regio kansen te creëren voor klantgerichte producten en diensten.
De kracht van deze internationale strategie blijkt onder meer uit de
goede verkoop van Amerikaanse ‘Senior Bank Loans’ ter waarde
van EUR 1,1 miljard. Dankzij het opzetten van een regio-organisatie
gericht op een nauwere relatie met lokale klanten, heeft ING IM
een goed productaanbod ontwikkeld dat beter op de behoeften
van de klant is afgestemd. Tegelijkertijd profiteert ING IM van een
intensieve samenwerking tussen de drie regio’s – Noord- en
Latijns-Amerika, Europa en Azië/Pacific – met name ten behoeve
46
ING Groep Jaarverslag 2006
van de productontwikkeling en de beleggingsperformance. Elke
regio is een expertise-centrum op beleggingsgebied dat ernaar
streeft de wereldwijde distributiekracht van ING optimaal
te benutten.
ING IM profiteerde in 2006 van de sterke internationale beheeractiviteiten voor eigen rekening, die schaalgrootte en kansen
bieden voor de expansie van beheeractiviteiten voor derden. De
ontwikkeling richting een ‘open architectuur’ heeft geleid tot meer
kansen: ING IM is voor de distributie van producten over de hele
wereld een groeiend aantal strategische samenwerkingsverbanden
aangegaan met andere financiële instellingen.
ING IM werkt gestaag door aan de ontwikkeling van de
‘Alternative Assets’-activiteiten. Het krijgt veel waardering voor de
private-equityactiviteiten en bouwt voort aan de hedgefunds- en
funds-of-hedgefundsactiviteiten, waarvan onlangs het beheerd
vermogen de EUR 1,1 miljard oversteeg. Daarnaast werkt ING IM
met ING Real Estate samen om vastgoedproducten op te nemen
als onderdeel van een volledig aanbod van alternatieve producten.
ING maakt in de Verenigde Staten gebruik van de alternatieve
vermogensbeheerfaciliteiten (onder meer private equity en fundsof-hedgefunds) voor eigen rekening. Via Pomona Capital beheert
ING IM bijna EUR 3,0 miljard aan ingelegde private-equitygelden.
De primaire funds-of-fundsactiviteiten van Pomona lieten in 2006
een aanhoudende groei zien met de toevoeging van de
beleggingsprogramma’s voor ING IM US en ING IM Asia/Pacific.
Europa
De strategie van ING IM Europe is drieledig: blijven fungeren als
een ‘portal’ voor vermogensbeheer voor klanten, uitbreiding van
de verkoop van beleggingsfondsen via derden en slagvaardigheid
blijven tonen in institutionele activiteiten. Dit bereiken wij door ons
te richten op de beleggingsperformance, op een bredere distributie
buiten gelieerde afzetkanalen, op eersteklas producten en diensten
en op een grotere, wereldwijde zichtbaarheid. Dankzij deze focus
en onze toegenomen inspanningen met en voor derden is ons
internationale aanbod van in Luxemburg gevestigde beleggingsfondsen in 2006 fors gegroeid. In Europa is onze sterke positie in
aandelenbeleggingen met name zichtbaar in gespecialiseerde
producten. Goed voorbeeld hiervan is de wereldwijde distributie
van onze hoogdividendstrategieën. Het sterker aanhalen van de
banden met ING Direct Italië leverde in dat land een duidelijk
verkoopsucces van deze producten op.
Onze performance op het gebied van vastrentende producten
was goed, met name producten zoals Emerging Market Debtstrategieën (strategieën en producten van ING IM Europa die
betrekking hebben op schulden van opkomende landen). Deze
waren goed voor een sterke instroom van EUR 1,5 miljard. Het
distributienetwerk is verder uitgebreid met een vestiging in
Frankfurt om beleggingsproducten en -diensten van ING IM op
de Duitse markt aan te bieden. ING IM is vooral ook sterk gericht
op de positie in Centraal-Europa en heeft kantoren in Warschau,
Praag en Boedapest. Deze intensieve samenwerking heeft
geresulteerd in een goede omzetgroei in de regio. Polen tekende
in 2006 voor een afzet van ING IM-producten ter waarde van
EUR 1,2 miljard. Het leeuwendeel hiervan komt op het conto van
de distributie van fondsen voor particuliere beleggers via gelieerde
kanalen als ING Bank Slaski. Behalve de sterke resultaten van onze
eigen vestigingen in Centraal-Europa is de afzet via derden in de
regio eveneens verhoogd. In de Nederlandse institutionele markt
is het aanbod uitgebreid met fiduciaire beleggingen en diensten.
Dit is een ‘one-stop shop’ met een volledig aanbod van op maat
gesneden diensten en producten voor institutionele klanten.
Om in te spelen op kansen in de pensioenmarkt heeft ING IM
met succes het internetplatform mijnpensioen.ingim.nl geïntroduceerd, waarop onder andere de levensloopfondsen van ING
worden aangeboden.
Noord- en Latijns-Amerika
De strategie van ING IM Americas is gericht op het optimaal
benutten van onze expertise in traditionele producten, waarbij
de klantgerichte ‘Structures & Solutions’-producten steeds
meer nadruk krijgen. Deze ‘Structures & Solutions’-producten
omvatten meerdere beleggingsstrategieën. De producten worden
afgezet via diverse kanalen naar gelang de behoefte van de klant
en leveren goede beleggings-, klant- en bedrijfsresultaten op.
De prioriteiten liggen bij een sterke en duurzame beleggingsperformance, uitbreiding van vermogensbeheer, distributie van
particuliere beleggingsfondsen en optimale benutting van de
internationale toegang tot klanten van ING.
In de Verenigde Staten deden vooral de vastrentende strategieën
het goed. Er werd in 2006 voor EUR 8,8 miljard verkocht via zowel
het institutionele als het particuliere kanaal. De Amerikaanse
institutionele verkooporganisatie is opnieuw opgebouwd
– dit maal met de nadruk op derivaten en onze expertise in de
kapitaalmarkten – zodat ING kan concurreren in de steeds
complexere Amerikaanse pensioenmarkt.
ING Solution Portfolios, een palet van levensloopfondsen, heeft
inmiddels een omvang van EUR 953 miljoen, een toename van
218% sinds 2005. Ongeveer 70% van de bedrijven die bij ING’s US
Retirement Services een nieuw 401K-pensioencontract afsluit, kiest
ervoor levensloopfondsen op te nemen waarbij de deelnemers
kunnen kiezen uit de beleggingsmogelijkheden. 30% van de totale
pensioenbeleggingen van deze bedrijven komt terecht in levensloopfondsen, hetgeen aantoont dat ze goed worden benut.
Azië/Pacific
In Azië ligt de nadruk op het vergroten van de positie van ING in
de markten waarin we actief zijn, waaronder ook de snel groeiende
markten van China en India. ING IM wil hier groeien door productuitbreiding (onder andere alternatieve beleggingen en vergelijkbare
producten met een hoge marge), door het intensiveren van de
bestaande relaties op distributiegebied en door het ontwikkelen
van alternatieve kanalen. ING IM Asia/Pacific noteerde in 2006 een
sterke lokale beleggingsperformance in alle beleggingscategorieën.
Internationale en regionale strategieën en producten werden
ingezet voor de uitrol en distributie in meerdere landen.
Voorbeelden waren onder andere de Asia High Dividend-strategie
in Taiwan, die een instroom van EUR 381 miljoen opleverde, de
oprichting van het op de Kaaimaneilanden gevestigde ING China
‘A-Share’ Fund dat via Aziatische banken wordt gedistribueerd en
waarmee ruim EUR 200 miljoen werd binnengehaald, en de
introductie van het Global Real Estate Fund in Maleisië, dat goed
was voor een instroom van ruim EUR 50 miljoen.
ING Groep Jaarverslag 2006
47
1.2 Onze resultaten
Vermogensbeheer vervolg
Belangrijke nieuwe activiteiten werden ontplooid in de institutionele
markten van Japan, Taiwan, Zuid-Korea, Thailand, de Filippijnen en
Singapore. Zo heeft ING IM in Zuid-Korea, naast het bestaande
belang van 20% in KB Asset Management, een eigen vermogensbeheermaatschappij opgericht. In Taiwan zijn de lokale activiteiten
op het gebied van beleggingsfondsen van ABN AMRO overgenomen
(beheerd vermogen: EUR 2,4 miljard). Gemeten naar beheerd
vermogen en vermogensomvang van de beleggingsfondsen is ING
IM daarmee doorgestoten naar de top van de vermogensbeheersector in Taiwan. In Australië blijft ING Australia, de joint venture
van ING en ANZ Banking Groep voor particuliere beleggingsfondsen, de kern van de distributiestrategie vormen. Daarnaast
heeft ING IM inmiddels ook de juridische status en de vereiste
goedkeuring van de toezichthouder om onafhankelijke
beleggingsfondsen te ontwikkelen die via andere tussenpersonen
in Australië kunnen worden geïntroduceerd.
Succesvolle introducties
Het Diversified International Fund, dat met gebruikmaking van de
internationale deskundigheid op het gebied van beleggingen en
assetallocatie van ING IM in de Verenigde Staten is geïntroduceerd,
heeft in het eerste jaar een solide instroom van EUR 214 miljoen
geboekt. Tot de instroom van ‘Senior Bank Loans’ behoorde onder
meer EUR 0,9 miljard aan drie CLO (Collateralized Loan Obligation)transacties, een duidelijk voorbeeld van de gestructureerde
oplossingen die wij onze klanten bieden. Het in 2006 met veel
succes gelanceerde ING Risk Managed Natural Resources Fund,
een ‘closed-end fund’, heeft EUR 400 miljoen opgeleverd. Dit
unieke energie- en grondstoffenfonds is opgezet door ING IM
met als doel een goed rendement te behalen met een beperkte
volatiliteit.
Ook voor ING Real Estate was 2006 weer een goed jaar. De totale
portefeuille, inclusief die van ING Real Estate Finance, groeide met
29,8% tot EUR 90,7 miljard, voornamelijk dankzij de sterke
instroom van gelden van derden. De winst voor belastingen steeg
met 80,8% naar EUR 631 miljoen. Voor het derde achtereenvolgende
jaar stond ING Real Estate boven aan de lijst van internationale
vastgoedvermogensbeheerders. In Stockholm, Tokio en Los Angeles
zijn nieuwe vestigingen geopend, waardoor de activiteiten nog
verder kunnen worden uitgebreid en de unieke internationale
positie van de onderneming kan worden versterkt.
ING Real Estate Investment Management
Het streven van dit onderdeel is het (blijven) realiseren van een
sterke beleggingsperformance en het verder uitbreiden van het
beheerd vermogen en tegelijkertijd inspelen op groeimogelijkheden in Azië en Europa.
Het onderdeel profiteerde het afgelopen jaar van de aanhoudende
vraag van beleggers naar vastgoedfondsen. Dankzij haar internationale
positie kan Investment Management goed inspelen op de
groeiende vraag naar grensoverschrijdende producten. Het
beheerd vermogen van de internationale vastgoedfondsactiviteiten
verdubbelde van EUR 7,5 miljard naar EUR 15 miljard.
In 2006 nam ING IM Europa de meest succesvolle fondsintroductie
in Nederland voor haar rekening met het ING (L) Opportunity
Obligatie Fonds (EUR 305 miljoen). De lancering vormde het bewijs
van de distributiekracht binnen de gelieerde kanalen (ING Bank) en
de succesvolle strategische samenwerkingsverbanden met derden.
In Azië waren de introductie van het Asia High Dividend Fund en
van het China A-Share Fund zeer succesvol. De gecombineerde
instroom bedroeg EUR 581 miljoen.
De fusie- en overnameactiviteit neemt snel toe in de vastgoedwereld.
ING Real Estate heeft daarin een belangrijke rol gespeeld met het
overnamebod op Summit Real Estate Investment Trust, de grootste
beursgenoteerde eigenaar van bedrijfsruimtes in Canada. Met deze
acquisitie is EUR 2,3 miljard aan het beheerd vermogen toegevoegd.
In Europa zijn diverse nieuwe, op de institutionele markt gerichte
beleggingsfondsen geïntroduceerd, met een totaal beleggingsvolume van EUR 4,3 miljard. De introductie van het ING Real Estate
China Opportunity Fund trok zowel institutionele beleggers als
vermogende particulieren vanuit de Verenigde Staten, Europa en
Azië. In de Verenigde Staten is als reactie op de aantrekkende
hotelsector een speciaal op hotels gericht beleggingsteam opgezet.
Dit nieuwe team heeft in december het beheer van een portefeuille ter waarde van EUR 1,4 miljard overgenomen.
ING IM ontving diverse onderscheidingen en prijzen. Het Euro High
Dividend Fund werd door ratingbureau Lipper uitgeroepen tot het
‘Best Fund over Five Years 2006-Equity Eurozone’. In Nederland
kreeg ING IM van S&P/Cash Readers het predikaat ‘Best provider
of investments funds year 2006’.
ING Real Estate Investment Management en Corporate Finance van
ING Wholesale Banking hebben onder de naam ING Real Estate
Capital Advisors een joint venture opgericht waarmee zij willen
inspelen op de groeiende vraag naar gespecialiseerde bankdiensten
op vastgoedgebied.
Ambities
Onze ambitie is om tot de top van internationale vermogensbeheerders te behoren, waarbij wij onze sterke regionale ontwikkelcapaciteiten wereldwijd in al onze distributiekanalen inzetten.
Onze initiatieven in 2007 richten zich met name op een
voortgaande duurzame beleggingsperformance, een verdere
verbetering van de distributiekracht en de introductie van
innovatieve producten en diensten die tegemoetkomen aan
de behoeften van onze klanten.
48
ING REAL ESTATE
ING Groep Jaarverslag 2006
ING Real Estate Finance
Doelstelling van dit onderdeel is verdere groei en diversificatie
zowel naar producten als naar regio’s.
ING Real Estate Finance heeft goede vooruitgang geboekt met
de internationale diversificatiestrategie en heeft daarbij het
marktleiderschap in thuismarkt Nederland weten te handhaven.
De kredietverlening buiten Nederland steeg van 30% tot 35%.
Het onderdeel maakte een sterke entree op de securitisatiemarkt
en breidde in samenwerking met Wholesale Banking de
activiteiten op de markt voor syndicaatsleningen verder uit. ING
Real Estate Finance heeft daarnaast de eerste krediettransacties
in Azië afgesloten.
ING Real Estate Development
De grootste prioriteit voor ING Real Estate Development is gestage
groei in Europa, voortbouwend op de sterke positie als multidisciplinaire ontwikkelaar met goede herontwikkelcapaciteiten.
ING PRIVATE BANKING
Ondanks de hevige concurrentie heeft de snelle groei bij ING
Private Banking zich in 2006 doorgezet. Het onderdeel profiteerde
van de voortgaande vermogensopbouw door particulieren over de
hele wereld en de daarmee samenhangende toename van de vraag
naar private-bankingdiensten. Het beheerd vermogen steeg met
16,8% tot EUR 59,2 miljard en de winst voor belastingen met
15,8% tot EUR 242 miljoen.
Gemeten naar beheerd vermogen staat ING Private Banking op
dit moment in de top 40 en het streven is om tot de top 20 te
behoren. De groei zal naar verwachting afkomstig zijn van
investeringen in nieuwe regio’s, de introductie van innovatieve
producten en het opleiden, ontwikkelen en aantrekken van
getalenteerde medewerkers.
Voor meer informatie over Private Banking, zie het hoofdstuk over
Retail Banking op pagina 38.
Dat dit onderdeel in 2006 weer winst maakte, was te danken aan
een reeks verkochte projecten. Hiervan was de 52 verdiepingen
tellende New York Times Tower in New York de grootste. In
Spanje, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk werd de ontwikkeling
van diverse winkelcentra afgerond. Het onderdeel Development
ontving meerdere prestigieuze sectoronderscheidingen, waaronder
die voor ‘European Retail Developer of the Year’.
Ambities
ING Real Estate ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet.
Zoals blijkt uit de grensoverschrijdende investeringen, wordt de
vastgoedmarkt steeds internationaler. Net als lokale beleggers
worden ook onze internationale beleggingsklanten bijgestaan
door sterke en ervaren teams in alle belangrijke markten. Niet
alleen stellen wij de portefeuilles van onze klanten samen en
voeren wij het beheer daarover, samen met hen ontwikkelen
wij ook beleggingsproducten.
ING Groep Jaarverslag 2006
49
1.2 Onze resultaten
Human resources
Initiatieven op schema, met goede resultaten
Kernpunten
Sinds de invoering van de nieuwe strategie in 2004 zijn er
in de gehele organisatie vele initiatieven op het gebied van
human resources opgestart. Deze initiatieven zijn in 2006
verder uitgewerkt met tot dusverre positieve resultaten. ING
blijft investeren in haar medewerkers om hun potentieel
ten volle te benutten en de resultaten van de onderneming
te verbeteren. Om succesvol te blijven, moeten we voor onze
klanten en aandeelhouders waarde blijven creëren. De inzet
en betrokkenheid van onze medewerkers is daarbij cruciaal.
• Voorzitter in dialoog met medewerkers
over de hele wereld
• Introductie ING Global Employer Brand
• Eerste ING International Graduate
Programme
• Meer internationale mobiliteit
GEZAMENLIJKE RICHTING
Aantal medewerkers per divisie
Aantal fte’s per jaarultimo
Insurance Europe
Insurance Americas
Insurance Asia/Pacific
Wholesale Banking
Retail Banking
ING Direct
Overig
Totaal
2006
15.126
28.778
10.487
20.605
37.113
7.638
54
119.801
13%
24%
9%
17%
31%
6%
100%
Een gezamenlijke richting ontstaat wanneer medewerkers een
duidelijk beeld hebben van de doelstellingen van ING. Communicatie
speelt hierin een belangrijke rol. Er is veel aandacht besteed aan
de dialoog met medewerkers. Tijdens een reeks bijeenkomsten
was er rechtstreeks contact tussen de bestuursvoorzitter, seniorleidinggevenden en medewerkers. Daarnaast werd een speciale
intranetsite gelanceerd – een extra platform voor dialoog tussen
de medewerkers en de bestuursvoorzitter. Op de site worden de
belangrijkste strategische doelstellingen van ING toegelicht en is
een vraag- en antwoordforum voor medewerkers opgezet. De
meeste vragen gaan over de strategie, het personeelsbeleid,
de secundaire arbeidsvoorwaarden en de prestatiecultuur. De
voorzitter heeft zijn driemaandelijkse e-mailbericht aan alle
medewerkers, over de resultaten van ING en speciale onderwerpen,
voortgezet. Wederom werd een aantal bijeenkomsten gehouden
tussen de leden van de Raad van Bestuur en een selecte groep
talentvolle medewerkers. Live ING, een interactief programma
waarin de strategische prioriteiten en de organisatiestructuur
worden toegelicht, is voortgezet. Vanaf 2007 maakt het deel
uit van de introductieprogramma’s van de zes ING-divisies.
PRESTATIECULTUUR
Medewerkers worden steeds beter toegerust om de prestaties
te verbeteren. Verder hebben we de human-resourcesagenda
afgestemd op de bedrijfsvoering van de verschillende onderdelen.
Daarnaast zijn de divisies verantwoordelijk voor het invoeren van
een personeelsbeleid dat bijdraagt aan het behalen van de
bedrijfsdoelstellingen. De afdeling Human Resources speelt een
belangrijke rol bij het meten van de prestaties en de betrokkenheid
van de medewerkers binnen het bedrijf. Deze afdeling helpt de
bedrijfsonderdelen invulling te geven aan de verschillende
verander- en verbeterprogramma’s.
In alle bedrijfsonderdelen en regio’s wordt onderscheid gemaakt
tussen goed en minder goed presterende medewerkers. Op basis
van ‘best practices’ die binnen een aantal divisies worden gehanteerd,
zijn uitgangspunten voor wereldwijd performance-management
ontwikkeld. Met deze uitgangspunten kunnen we onze prestatiedoelen beter vaststellen en meten en daarop reageren. Bovendien
wordt het mogelijk nadruk te leggen op de variabele beloning van
leidinggevenden, via langetermijn- en kortetermijnbonussen.
Terwijl ons beloningspakket marktconform blijft, kunnen we met
deze uitgangspunten de koppeling tussen prestatie en beloning
flexibeler en transparanter maken.
Om onze concurrentiepositie te behouden, zowel lokaal als
wereldwijd, richtten we ons ook in 2006 op efficiency en
dienstverlening. Specifieke efficiencyprogramma’s hebben geleid
50
ING Groep Jaarverslag 2006
Human resources vervolg
tot een inkrimping van het personeelsbestand door stroomlijning
van onze activiteiten (960 fte’s sinds 2005) en door outsourcing
(1.480 medewerkers in 2006). Het totale aantal medewerkers is
gestegen tot 119.801 door de toenemende groei van ons bedrijf.
ING is er alles aan gelegen diegenen die met de efficiencyprogramma’s te maken krijgen te begeleiden. In de onderhavige
gevallen zijn regelingen voor ontslagvergoedingen of CAO’s van
toepassing alsmede de plaatselijke wet- en regelgeving. Bij
outsourcing, zoals in de Benelux-landen, zorgt ING ervoor dat de
overgang van ING-medewerkers naar het ontvangende bedrijf
soepel verloopt.
INVESTEREN IN MEDEWERKERS
Werving en selectie
In 2006 heeft ING de Global Employer Brand geïntroduceerd en
uitgerold. Hiermee beogen we de naamsbekendheid van het
bedrijf op de internationale markt voor talent te vergroten. Ook
maken we hiermee duidelijk welk type leidinggevenden we in de
toekomst nodig hebben en welke voordelen een loopbaan bij ING
biedt. Verder hebben we onze wervingsstrategieën voor academici
verbeterd, waarbij de contacten met universiteiten en jonge
academici wereldwijd zijn geïntensiveerd. In dit verband richt
ING zich voor de korte termijn vooral op India, de VS, Polen,
België en Nederland.
Talentmanagement
Versterking van het management en ontwikkeling van goede
leidinggevenden op alle niveaus is voor ING een uiterst belangrijk
aandachtspunt. We hebben ons management verbeterd door
hogere eisen te stellen aan de naleving van wet- en regelgeving
(compliance) en aan het criterium of leidinggevenden kunnen
inspireren, beslissen en uitvoeren. Dit zijn criteria waarop we ons
topmanagement selecteren en beoordelen.
verankerd in de resultaatafspraken met de hoogste managers van
de ING-divisies. In de workshop Lean/Six Sigma wordt de aandacht
gevestigd op klantgerichtheid, een van onze hoofddoelstellingen.
Het management krijgt instrumenten aangereikt om de kwaliteit
en de dienstverlening te verbeteren. Na een pilot in de eerste
helft van 2006, is dit eveneens een vast onderdeel van het
curriculum geworden.
Om tegemoet te komen aan de opleidingsbehoeften van
specialisten bij verschillende bedrijfsonderdelen heeft de IBS een
speciaal programma ontwikkeld. Hiermee onderstrepen wij het
belang dat wij aan deze mensen hechten bij de uitvoering van
onze strategie van waardecreatie. Dit programma wordt vervolgd.
Alle medewerkers in Nederland hebben een verplichte e-learning
cursus over compliance gevolgd, een formule die nu eveneens in
Polen, Rusland en India wordt gehanteerd.
Diversiteit
ING heeft wereldwijd een breed klantenbestand. Om de behoeften
van de klant te begrijpen, moeten wij een afspiegeling zijn van
hun diversiteit. Het bevorderen van diversiteit is niet alleen onze
maatschappelijke verantwoordelijkheid, het is op lange termijn
ook van zakelijk belang.
Het ‘Diversity Mentoring Programme’, dat in 2007 wordt uitgebreid
tot 100 mentoren, is een programma waarmee talentvolle
medewerkers begeleiding krijgen van leden van de Raad van
Bestuur en de top 200 die een andere achtergrond hebben dan
degenen die zij als mentor begeleiden. Interne minderheidsnetwerken onder het personeel zijn steeds actiever en effectiever
bij het bevorderen van de werving en ontwikkeling van mensen
met verschillende achtergronden. Daarnaast is ING met andere
bedrijven betrokken bij een aantal uitwisselingsprogramma’s voor
personeel. Jonge academici van gerenommeerde Indiase
universiteiten zullen eveneens deelnemen aan een speciaal
talentenprogramma bij ING.
ING heeft haar eerste International Graduate Programme gelanceerd.
Dit programma is gericht op het ontwikkelen van het talent van
jonge, pas aangenomen academici met leidinggevend potentieel.
De bedoeling is hiermee een netwerk van toekomstige leidinggevenden op te bouwen. Dit netwerk wordt onderhouden, begeleid
en ondersteund met het ING-programma ‘Leadership Pipeline’ van
de ING Business School (IBS), waarmee wereldwijd het leiderschap
verder wordt ontwikkeld. Daarnaast worden talenten opgenomen
in ‘Action Learning Groups’. Dit zijn werkgroepen die zich bezighouden
met concrete projecten en praktische oplossingen aandragen.
Het diversiteitsbeleid van ING begint zijn vruchten af te werpen.
In Nederland kreeg ING de Diversity Award 2006 toegekend
dankzij haar pioniersrol, haar doorzettingsvermogen en haar
consistente beleid op dit gebied.
Talentmanagement is een van de cruciale methoden om ‘de juiste
mensen, op het juiste moment, op de juiste plek’ te krijgen.
Wederom hebben we onze jaarlijkse cyclus voor talentbeoordeling
gehouden en voor de top 200-posities een opvolgingsplanning
doorgevoerd. Leidinggevenden worden regelmatig door de Raad van
Bestuur beoordeeld. Steeds vaker worden leidinggevenden op
verschillende plekken binnen de gehele organisatie ingezet, met
als gevolg een steeds bredere toepassing en verspreiding van
‘best practices’.
CONCLUSIES EN AMBITIES
Groei en waardecreatie zijn belangrijke elementen van ING’s
strategie. De IBS organiseerde opnieuw de workshop ‘Managing
for Value’, die ook in 2007 onderdeel van het curriculum blijft.
Gestreefd wordt naar maximale waardecreatie en groei op de
langere termijn in plaats van winst op korte termijn. Dit is ook
We streven ernaar de internationale mobiliteit van onze medewerkers
te verhogen. We hebben nu een plaatsingsbeleid dat beter aansluit
bij de behoeften van het bedrijf en van de medewerkers. Ook
drukt het de kosten, bijvoorbeeld door meer gebruik te maken van
kortlopende overplaatsingen. Dit is vooral effectief gebleken bij
Insurance Asia/Pacific en in Centraal-Europa.
ING is initiatieven blijven ontwikkelen om de prestaties van
medewerkers te verbeteren, met positief resultaat. We zullen deze
initiatieven blijven uitbreiden en versterken en ons nog nadrukkelijker richten op goed presteren. Alle initiatieven moeten nauw
aansluiten op de behoeften van het bedrijf en alle resultaten die op
korte termijn worden behaald dienen bij te dragen aan de strategie
op lange termijn. De kwaliteit van onze medewerkers is de sleutel
tot verdere versterking van de prestatiecultuur.
ING Groep Jaarverslag 2006
51
1.2 Onze resultaten
Merkpositionering
Naamsbekendheid vergroten, merkwaarden communiceren, voldoen aan merkpercepties
Kernpunten
• Merkwaarden verankerd in lokale
bedrijfsonderdelen; prestaties worden
gemeten
• Verdere stappen op weg naar één
merknaam, één logo
• Eerste wereldwijde merkcampagne
met sponsoring van Formule 1
De naamsbekendheid en de vertrouwdheid met de
merkwaarden van ING nemen nog steeds toe. ING is nu echt
een wereldmerk. Dit blijkt uit onze 85e plaats in de top 100
van wereldwijde merken van Interbrand. ING streeft naar
een merkpositionering die recht doet aan ons profiel van
naar grootte 13e onderneming ter wereld (Fortune 500,
2006), met 60 miljoen klanten in meer dan 50 landen. Dit
was een van de redenen waarom ING heeft besloten fors in
de merknaam te gaan investeren door drie jaar lang het
Renault Formule 1-team te sponsoren.
MERKPOSITIONERING VERSTERKT CONCURRENTIEKRACHT
Naarmate de naamsbekendheid van ING toeneemt, nemen ook de
merkverwachtingen onder klanten en andere stakeholders toe.
Daarom is het belangrijk dat, naast vergroting van de naamsbekendheid, ook de resultaten van de bedrijfsonderdelen, afgezet
tegen de klantgerichte aanpak van ING, verder verbeteren. Het is
van groot belang dat verschillen tussen de merkbeloften en de
concrete ervaringen van de klant beperkt blijven. Daarom is vanaf
2006 merkpositionering in de beleidsplannen van ING opgenomen.
De Raad van Bestuur en alle divisies beoordelen eerst aan de hand
van de merkwaarden hun resultaten van het voorgaande jaar en
ontwikkelen vervolgens hun eigen klantgerichte actieplan. Dit is
gericht op aanpassing van bedrijfsprocessen om de resultaten in
het komende jaar te verbeteren. Om de voortgang te bewaken,
worden nu van alle divisies de resultaten ten opzichte van de
belangrijkste merkwaarden via onafhankelijk marktonderzoek
centraal gevolgd.
OP NAAR ÉÉN MERK
Het stroomlijnen van de merkpositionering, waarbij alle
verschillende ING-bedrijven wereldwijd steeds meer onder één
ING-merknaam en -logo worden samengebracht, is al enige jaren
geleden gestart. De afzonderlijke divisies blijven op lokaal niveau
hun marketing- en advertentiecampagnes ontwikkelen en
aanvullend start ING haar eerste wereldwijde marketingcampagne.
De bedrijfsonderdelen zullen een meer consistente visuele identiteit
krijgen, waarbij het logo ING in combinatie met de leeuw centraal
staat. De campagnes zijn niet alleen gericht op het vergroten van
de naamsbekendheid, maar ook om het publiek meer vertrouwd te
maken met wat ING doet en waar de ING-merknaam voor staat.
FORMULE 1: BELANGRIJK BIJ MERKPOSITIONERING
Uitgebreid onderzoek heeft aangetoond dat Formule 1 voor ING
het beste instrument is voor een wereldwijde merkpositioneringscampagne. Formule 1-races hebben een enorm bereik en hoge
kijkcijfers: per jaar kijken zeker 850 miljoen mensen live via
televisie. De races worden in 17 landen verreden, waarvan ING er
in 15 actief is. Met deze campagne zet ING de volgende stap in de
ontwikkeling van haar wereldwijde merk. Ook vormt de campagne
een belangrijk element bij het steeds verder onder één merknaam
brengen van ING’s activiteiten en de continue inspanningen om de
naamsbekendheid en het vertrouwen in ons merk te vergroten.
Sponsoring van de Formule 1 zal ING’s aanwezigheid in belangrijke
markten versterken en de weg effenen naar nieuwe markten.
52
ING Groep Jaarverslag 2006
Verantwoord ondernemen
Verantwoordelijkheid verankeren in de bedrijfsvoering
Kernpunten
•
•
•
•
Mensenrechtenverklaring opgesteld door ING
Introductie van herziene Equator Principles
ING wordt CO2-neutraal
ING Chances for Children verhoogt
doelstelling
ING wil winst maken op basis van een gezonde bedrijfsethiek en met respect voor alle stakeholders. Verantwoord
ondernemen is daarom een wezenlijk onderdeel van de
strategie van ING. Ethische, maatschappelijke en milieufactoren vormen een integraal onderdeel van onze zakelijke
beslissingen. Onze stakeholders, onder wie onze medewerkers, verwachten dat ING zich ethisch verantwoord
gedraagt. Daarom heeft ING de dialoog met alle stakeholders – waaronder niet-gouvernementele organisaties
(NGO’s) en deskundigen op het gebied van verantwoord
ondernemen – gecontinueerd met het doel de principes
van verantwoord ondernemen steviger in de dagelijkse
bedrijfsvoering te verankeren.
Naar aanleiding van deze dialoog met onze stakeholders heeft ING
de vereisten uit de kernverdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) overgenomen. ING heeft de uitgangspunten van
de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948
inmiddels opgenomen in haar Business Principles. Daarop voortbordurend heeft ING een mensenrechtenverklaring opgesteld die
een verdere uitwerking is van het bestaande ‘principle’ over
arbeidsrechten voor onze werknemers. De ING Business Principles
vormen de richtlijn bij alles wat wij doen.
In december 2006 heeft ING zich gecommitteerd aan het naleven
van de tien Global Compact-beginselen van de VN. Dit is een
initiatief waarin bedrijven en VN-organisaties, werknemersorganisaties en maatschappelijke organisaties gezamenlijk hun steun
betuigen aan wereldwijde principes op milieu- en sociaal gebied.
ING wil een duurzame relatie met haar klanten opbouwen.
Vanwege het langlopende karakter van veel financiële relaties
willen wij onze klanten zorgvuldig informeren over hun financiële
keuzes op het gebied van verzekeren, bankieren en vermogensbeheer. Verantwoord ondernemen wordt steeds verder verankerd
in onze dagelijkse activiteiten, zoals hieronder wordt uiteengezet.
VERANTWOORD VERZEKEREN
Het vertrouwen van klanten vormt het bestaansrecht van ING.
Veel van onze financiële producten en diensten, zoals hypotheken
en levensverzekeringen, hebben een lange looptijd. Om dat
vertrouwen te winnen en te behouden, moet onze informatie
gedegen, nauwkeurig en duidelijk zijn.
Wij streven ernaar onze klanten van juiste informatie te voorzien
en we nemen onze verantwoordelijkheid wanneer we fouten
maken. Binnen de Nederlandse levensverzekeringssector hebben
polishouders klachten geuit over de kosten en transparantie van
beleggingsverzekeringen. Nadere details vindt u in de jaarrekening
op pagina 155.
Een goed voorbeeld van hoe wij gebruikersvriendelijke informatie
verschaffen is ‘Pick Ur Advisor’ – een website die klanten in India
de mogelijkheid biedt hun favoriete adviseur te kiezen. Klanten
kunnen ook met hun adviseur communiceren door middel van hun
eigen ‘blog’ (weblog). Zo proberen wij de financiële kennis onder
onze klanten te verbeteren. Dit is met name van belang met
ING Groep Jaarverslag 2006
53
1.2 Onze resultaten
Verantwoord ondernemen vervolg
het oog op de verbeterde toegankelijkheid van onze producten
in ontwikkelingslanden.
een dochteronderneming van de Postbank, die zich richt
op milieuvriendelijke spaar- en beleggingsproducten.
Verzekeringsmaatschappij RVS organiseert pensioenbijeenkomsten
bij vrouwen thuis. Veel Nederlandse vrouwen hebben geen behoorlijke
pensioenvoorziening. Zij zijn afhankelijk van hun partner en
onderschatten het effect van een parttimedienstverband of een
echtscheiding op hun financiële toekomst. Tijdens de bijeenkomst
geeft de RVS-adviseur een spoedcursus over pensioenen.
ING neemt de bescherming van klantengegevens heel serieus
en blijft beveiligingsmaatregelen voor alle activiteiten aanscherpen.
Zo hebben onze activiteiten in de Verenigde Staten een
geavanceerde veiligheidscodering op alle draagbare apparatuur
geïnstalleerd. Bovendien wordt bij onze directbank, ING Direct,
voortdurend de beveiliging van technische systemen verbeterd om
aan de wens van de klanten tegemoet te komen. Zij vertrouwen
immers voor hun bankzaken steeds vaker op de technologie.
ING spant zich ook in om te zoeken naar duurzame pensioenoplossingen; een punt van toenemend wereldwijd belang. Wij
adviseren diverse overheden over pensioenhervorming en helpen
hen hun eigen pensioenstelsels te ontwikkelen. Bovendien gaan
wij binnen de financiële sector samenwerkingsverbanden aan om
kennis en ervaring uit te wisselen en initiatieven voor particuliere
pensioenvoorzieningen te bevorderen. Een voorbeeld is onze
samenwerking met de Wereldbank en de OESO op het gebied van
onderzoek naar geprivatiseerde pensioenstelsels voor opkomende
economieën of economieën die zich in een overgangsfase
bevinden. De uitkomst van het eerste samenwerkingsproject
‘Financiële resultaten van particuliere pensioenfondsen’ wordt
naar verwachting eind 2007 gepubliceerd.
VERANTWOORD BANKIEREN
Financiële dienstverleners worden steeds vaker verantwoordelijk
gesteld voor het handelen van hun zakelijke klanten. Onze
wholesale-bankingactiviteiten hanteren een beleid inzake milieuen sociale risico’s (voorheen richtlijnen voor maatschappelijk
verantwoord ondernemen). Op basis van dit beleid toetsen wij of
ondernemingen die kredietaanvragen indienen, betrokken zijn bij
activiteiten die in strijd zijn met de normen en waarden die ING
hanteert op milieu-, sociaal en ethisch gebied.
Zo toetst ING kredietvoorstellen om erop toe te zien dat de
financiering niet in strijd is met onze Business Principles. De
herziene Equator Principles, een norm voor de financiële sector
ter beheersing van milieu- en sociale risico’s bij projectfinanciering,
vormen een essentieel onderdeel van ons beleid. De Equator
Principles zijn nu van toepassing op alle projectfinancieringen van
USD 10 miljoen of meer (vorige drempel was USD 50 miljoen).
De divisie Wholesale Banking stimuleert milieuvriendelijke
projecten. ING heeft een contract afgesloten ter financiering van
de bouw en exploitatie van een netwerk, waarbij kooldioxideemissies van een raffinaderij worden gedistribueerd naar de kassen
in het Westland, waarmee een totale investering van EUR 70
miljoen gemoeid is. De glastuinbouw heeft kooldioxide (CO2)
nodig om gewassen te laten groeien en de raffinaderij kan
hiermee de CO2-uitstoot met 170.000 ton reduceren.
De afdeling Groenfinancieringen van ING heeft een zonneenergieproject gefinancierd in Mali waarbij 40.000 mensen
van elektriciteit worden voorzien, alsmede een project in de
Dominicaanse Republiek waarbij bussen op duurzame wijze
worden vervangen. Groenfinancieringen sluit per jaar
EUR 100 miljoen aan zakelijke leningen af voor Postbank Groen,
54
ING Groep Jaarverslag 2006
Ons bankbedrijf maakt zich sterk om de voorlichting aan klanten
te verbeteren. In de Verenigde Staten heeft ING Direct de Planet
Orange-website geïntroduceerd, waarop kinderen, ouders en
docenten informatie kunnen vinden over elementaire financiële
onderwerpen zoals geld verdienen en sparen.
ING wil de toegang tot financiële producten en diensten voor
kleine bedrijven en particulieren verbeteren en voelt daarbij een
specifieke verantwoordelijkheid voor mensen in ontwikkelingslanden. Microfinanciering biedt mensen de mogelijkheid een
bedrijf te starten, waardoor zij beter voor hun gezin kunnen
zorgen. ING beschikt over de benodigde expertise in het
ontwikkelen en op de markt brengen van financiële en
verzekeringsproducten en wil die graag met anderen delen.
Microfinancieringsinstellingen kunnen via onze partners een
beroep op ons doen voor steun op het gebied van techniek en
beheer. Daarnaast biedt microfinanciering nieuwe marktkansen
voor beleggingsproducten, wholesale-banking- en retailbankingactiviteiten. ING Groenfinanciering verstrekt leningen
aan microfinancieringsinstellingen. In India biedt ING Vysya via
plattelandskantoren leningen en spaarproducten aan vrouwen
en verstrekt daarnaast zakelijke kredieten aan microfinancieringsinstellingen. Eind 2006 hadden 112.000 personen een lening
ontvangen met een totale waarde van EUR 56,6 miljoen.
VERANTWOORD VERMOGENSBEHEER
ING heeft EUR 600 miljard aan beheerd vermogen dat wereldwijd
wordt belegd, waarvan EUR 195,5 miljard aan vermogen voor
eigen rekening. Het is onze plicht dit vermogen op verantwoorde
wijze te beleggen. We willen ervoor zorgen dat we in de toekomst
aan onze verplichtingen tegenover polishouders kunnen voldoen,
maar we willen tevens voorkomen dat eigen vermogen wordt
belegd in ondernemingen met activiteiten die onverenigbaar zijn
met onze Business Principles of ons beleid met betrekking tot
de defensie-industrie.
Het wereldwijde stembeleid van ING regelt hoe wij ons stemrecht
tijdens aandeelhoudersvergaderingen uitoefenen voor zowel
vermogen dat wij wereldwijd voor externe klanten beheren als
voor vermogen dat wij voor eigen rekening beheren. Het beleid
beschrijft de belangrijkste uitgangspunten en biedt een algemeen
kader voor de afzonderlijke vermogensbeheeronderdelen van ING.
Binnen dit kader kunnen zij zelf meer gedetailleerde stemprocedures uitwerken, die in lijn zijn met de heersende regelgeving
en de normen van de landen waarin zij actief zijn.
Op basis van het beleid van ING Investment Management (ING IM)
uit 2005 aangaande de defensie-industrie, vond in 2006 wederom
de jaarlijkse toetsing plaats van ondernemingen die zich bezighouden met de productie van controversiële wapens. Dit heeft
ertoe geleid dat diverse bedrijven uit de beleggingsportefeuille
voor eigen rekening van ING IM zijn verwijderd.
ING biedt beleggers in verschillende landen duurzame beleggingsproducten aan en voorziet in gerichte informatie over de resultaten
van bedrijven op milieu-, sociaal en ethisch gebied. Klanten kunnen
activiteiten en gedrag dat niet overeenkomt met vooraf vastgestelde duurzame criteria, zoals de tabaksindustrie of kinderarbeid, uitsluiten van hun portefeuille.
GEMEENSCHAPSONTWIKKELING
ING Chances for Children is een ING-breed programma dat zich tot
doel stelt kinderen in Brazilië, Ethiopië en India toegang te geven
tot basisonderwijs. In 2006 heeft ING voldoende geld bijeengebracht om zo’n 52.000 kinderen een jaar lang onderwijs te
geven. Wegens het grote succes van dit programma heeft ING
besloten de doelstelling te verhogen naar 115.000 kinderen aan
het eind van 2007 en stimuleert medewerkers om kinderen
financieel te steunen.
ING is van mening dat het goed is voor het verbeteren van de
bedrijfscultuur en de prestaties om haar medewerkers te betrekken
bij de ontwikkeling van de lokale gemeenschap. Verschillende bedrijfsonderdelen hebben stichtingen opgezet waarbij medewerkers
participeren in lokale projecten. Zo heeft personeel van Wholesale
Banking op de Filippijnen geholpen bij het bouwen van een
speciaal ING-dorp in het centrum van Manilla. De medewerkers
financierden zelf 140 huizen, waarin plaats is voor 700 bewoners,
en hebben de huizen samen met Habitat for Humanity gebouwd.
MILIEU
ING richt zich op drie aandachtsgebieden die de meeste invloed op
het milieu hebben: energieverbruik, papierverbruik en dienstreizen.
Bedrijfsonderdelen worden aangemoedigd op lokaal niveau op dit
punt hun verantwoordelijkheid te nemen. Zo zal ING Nederland
vanaf 2007 helemaal op groene stroom overgaan.
In 2007 wil ING CO2-neutraal worden, ofwel een tot nul
gereduceerde netto-emissie van kooldioxide bereiken. Dit houdt
in dat alle CO2-uitstoot wordt gecompenseerd door op groene
elektriciteit over te gaan en door het huidige compensatieprogramma verder uit te breiden Dit programma steunt de
herbeplanting en het herstel van 300 hectare tropisch regenwoud
in Maleisië. In 2006 heeft ING haar doelstelling gerealiseerd door
de CO2-uitstoot met 30% ten opzichte van 2005 terug te brengen.
Bij de Nederlandse bedrijfsonderdelen moeten nieuwe lease-auto’s
energiezuinig zijn (energiecategorie A, B of C). ING Car Lease biedt
klanten een soortgelijk energielabelprogramma met drie
categorieën voor bedrijfswagenparken.
ING stimuleert bedrijfsonderdelen ongebleekt papier te gebruiken
dat uit duurzame bronnen is verkregen. Een aantal bedrijfsonderdelen heeft een eigen milieuprogramma. Andere onderdelen,
zoals ING Maleisië, werken aan het terugdringen van het papierverbruik met 20%. Dit maakt deel uit van een groencampagne
binnen ING in 2007.
ING kreeg wederom het predicaat ‘best in class’ toegekend in de
Climate Leadership Index van het Carbon Disclosure Project (zie
voor meer informatie www.cdproject.net). Daarnaast blijft ING lid
van de rondetafelconferentie ‘Global Roundtable on Climate Change’.
CONCLUSIES EN AMBITIES
In Chili lanceerden werknemers een speciaal project dat
financiële ondersteuning biedt aan kinderen uit gezinnen
met een laag inkomen alsmede aan een tehuis voor geestelijk
gehandicapte weesmeisjes.
Kunst is een verrijking voor de samenleving. Het brengt mensen
samen en weerspiegelt de waarden en ambities die een samenleving heeft. ING steunt de kunst via sponsoringprogramma’s en
samenwerkingsverbanden.
De ING-kunstcollectie is een bijzonder onderdeel van het kunsten cultuurprogramma. In 2006 heeft ING een nieuwe catalogus
uitgebracht onder de titel Art in the Office, met een selectie uit
de ING-collectie van 20.000 kunstwerken die wereldwijd op 1.200
kantoren te zien zijn. ING acht het ook van belang sociale en
culturele betrokkenheid te tonen door middel van tentoonstellingen
in nationale en internationale musea. In 2006 organiseerde ING
een internationale tentoonstelling in Polen. Voor 2007 en 2008
zijn tentoonstellingen in België, Nederland, Italië, Frankrijk en de
Filippijnen gepland.
ING wil de strategie inzake verantwoord ondernemen verder
bevorderen, bijvoorbeeld door middel van gerichte presentaties
op de ING Business School en het introductieprogramma van
Wholesale Banking voor nieuwe medewerkers. In 2007 zal tevens
de interne communicatie worden uitgebreid. We gaan een
internationaal netwerk van collega’s opzetten die zich bezighouden
met verantwoord ondernemen of met gemeenschapsontwikkeling.
Verantwoorde bedrijfsvoering, het bevorderen van verantwoord
ondernemen binnen onze bedrijfsonderdelen en het effect van
onze bedrijfsactiviteiten op het milieu blijven belangrijke aandachtspunten voor ING. We zullen de initiatieven op het gebied van
geavanceerde gemeenschapsontwikkelingsprogramma’s stimuleren
en de betrokkenheid bij onze stakeholders verder vergroten.
Amsterdam, 12 maart 2007
De Raad van Bestuur
ING Groep Jaarverslag 2006
55
1.3 Onze governance
Bericht van de Raad van Commissarissen
In 2006 hebben de Raad van Commissarissen
en de Raad van Bestuur wederom intensief
contact gehad door middel van periodieke
vergaderingen. In de vergaderingen van de
Raad van Commissarissen werden in de loop
van het jaar alle belangrijke zaken besproken.
De commissies van de Raad van Commissarissen
bespraken een aantal onderwerpen waarover
zij de voltallige Raad van Commissarissen
adviseerden, waaronder de kwartaalcijfers,
human resources en governance.
ALGEMEEN
De Raad van Commissarissen kwam in de loop van het jaar acht maal
bijeen. Alle leden woonden ten minste zeven van de acht
vergaderingen bij; de meesten van hen woonden alle vergaderingen
bij. De commissievergaderingen werden in dezelfde hoge mate
bijgewoond. Het Audit Committee vergaderde zes keer, de
Remuneratie- en Nominatiecommissie drie keer en het Corporate
Governance Committee twee keer.
In januari werd de eerste ING Kennisdag gehouden, een dag gevuld
met presentaties en discussies over voor ING belangrijke
onderwerpen. Het doel van de dag was leden van de Raad van
Commissarissen achtergrondinformatie te verstrekken over de divisies
en over zaken met betrekking tot regelgeving, risico’s, compliance,
enz. Er werd een uitgebreide presentatie gegeven door Risk
Management, waardecreatie werd besproken en ING Direct
presenteerde haar bedrijfsmodel.
Vergaderingen Raad van Commissarissen
De Raad van Commissarissen is het jaar begonnen met zijn jaarlijkse
vergadering in januari over de strategie en het middellangetermijnplan van ING. Tijdens deze vergadering van een volledige dag werd
tevens feedback verstrekt over de wijze waarop institutionele
beleggers en analisten tegen ING aankijken. Het middellangetermijnplan is in detail besproken en goedgekeurd door de Raad van
Commissarissen. Hierin worden de plannen van de divisies en de
financiële doelstellingen voor elk daarvan en voor de Groep als
geheel behandeld. De Raad van Commissarissen heeft de ambitie van
ING een sterke wereldwijde financiële instelling te zijn besproken,
alsmede hoe deze positie kan worden behouden in een continu
veranderende omgeving. De discussie spitste zich toe op het belang
van autonome groei, maar ook op de noodzaak om alert te zijn op
ontwikkelingen in de sector die van invloed zouden kunnen zijn op
de positie van ING op de wereldmarkt.
In februari werden de jaarcijfers besproken, waaronder de
desbetreffende rapporten van de externe accountants.
Wholesale Banking gaf een presentatie over haar positionering
en activiteiten op de financiële markten. De conceptagenda
van de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders
werd besproken en goedgekeurd.
In mei kwamen de cijfers over het eerste kwartaal aan de orde.
Leadership Development werd besproken naar aanleiding van een
rapport van Group Human Resources. Er wordt veel aandacht
besteed aan leiderschapsontwikkeling, van jonge talenten tot
potentiële kandidaten voor de Raad van Bestuur. ING Real Estate gaf
een presentatie over haar succesvolle activiteiten, waarbij tevens werd
ingegaan op de grootste uitdagingen. De Aandeelhoudersvergadering werd geëvalueerd. De Raad van Commissarissen wil het
niveau van de discussies verbeteren door zich te richten op de
belangrijke thema’s voor ING, zoals strategie, de resultaten,
risicobeheer, corporate governance en verantwoord ondernemen.
In de vergadering van augustus werden de halfjaarcijfers besproken,
net zoals in elke vergadering mede naar aanleiding van het
mondelinge verslag van de besprekingen in het voorafgaande Audit
Committee. Het managementteam van US Financial Services gaf een
presentatie over ontwikkelingen op het gebied van levensverzekeringen en pensioenen in de VS, een van de belangrijkste
56
ING Groep Jaarverslag 2006
markten voor ING. Ook werden ontwikkelingen in de regelgeving in
de VS besproken. De vergadering van oktober werd aangewend voor
presentaties en discussies over Operations/IT en Private Banking,
terwijl in november de negenmaandscijfers werden besproken en
verder werd ingegaan op de strategie. De reglementen van de Raad
van Bestuur en de Raad van Commissarissen en hun commissies
werden beoordeeld en waar nodig geactualiseerd. In oktober bracht
de Raad van Commissarissen een bezoek aan India om zich te
informeren over de positie van ING in deze zich snel ontwikkelende
markt.
In alle vergaderingen gedurende het jaar heeft de Raad van
Bestuur de Raad van Commissarissen geïnformeerd over actuele
kwesties, zoals overnames en nieuwe bedrijfsinitiatieven. Tijdens
interne vergaderingen heeft de Raad van Commissarissen de
kandidatuur voor nieuwe leden van de Raad van Bestuur en de
Raad van Commissarissen vastgesteld, alsmede de beloningsvoorstellen en het nieuwe pensioenbeleid voor leden van de Raad
van Bestuur.
Tijdens de jaarlijkse interne vergadering van de Raad van Commissarissen werd het functioneren van de Raad van Commissarissen, zijn commissies en zijn individuele leden besproken, mede in
het licht van het profiel van de Raad van Commissarissen. Voorts
werd het functioneren van de Raad van Bestuur en de individuele
leden van de Raad van Bestuur besproken.
Vergaderingen Audit Committee
Tijdens vier vergaderingen besprak het Audit Committee de jaaren kwartaalresultaten en tijdens twee de halfjaar- en jaarresultaten
op basis van de Amerikaanse waarderingsgrondslagen. Belangrijk
in 2006 was de aanpassing per 31 december 2006 van de interne
controle van ING en de onderliggende documentatie ten einde te
voldoen aan de verplichtingen volgens de Amerikaanse SarbanesOxley-wet. Andere onderwerpen waren risicobeheer, vermogensbeheer en compliance. De management letters van de interne en
externe accountants inzake de interne controle werden besproken,
alsmede de herstructurering van Corporate Audit Services en van
de risicobeheerafdellingen. Er werden presentaties gegeven door
Corporate Audit Services over de nieuwe werkwijze en de
aangepaste structuur, door Nationale-Nederlanden over de
administratieve processen, en door Corporate Operational en
Information Services over IT-risicobeheer. De onafhankelijkheid en
de kwaliteit van de dienstverlening van de externe accountants
werden geëvalueerd. Het Audit Committee kwam tot de conclusie
dat het efficiënter zou zijn als de financiële controle van ING Groep
N.V. en haar dochterondernemingen werden opgedragen aan één
accountantskantoor in plaats van aan twee. Derhalve zullen zowel
Ernst & Young als KPMG in 2007 worden uitgenodigd tot het
indienen van een offerte voor de financiële controle van ING Groep
N.V. en al haar dochterondernemingen. Het is de bedoeling om in
2008 over te stappen op één externe accountant, die in 2008 door
de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders zal
worden benoemd.
Vergaderingen Remuneratie- en Nominatiecommissie
In de Remuneratie- en Nominatiecommissie werd de toekomstige
samenstelling van de Raad van Commissarissen besproken, met
het oog op toekomstige vacatures. Aan de hand van een lijst van
kandidaten werden drie nieuwe kandidaten voor benoeming
tot de Raad van Commissarissen geselecteerd.
Met het oog op de pensionering op 60-jarige leeftijd van de heer
Maas als vicevoorzitter en CFO van de Raad van Bestuur na de AVA
van 2007 is een voorstel voor zijn opvolging besproken. Begin
2006 werd de voordracht van vier nieuwe leden van de Raad van
Bestuur bevestigd. Hun beloningspakket werd besproken en ter
goedkeuring aan de Raad van Commissarissen voorgelegd.
De prestaties over 2005 van de leden van de Raad van Bestuur
werden aan de hand van de prestatiecriteria voor de Groeps- en
individuele doelstellingen besproken. Het voorstel aan de Raad van
Commissarissen inzake de variabele beloning over 2005 werd
goedgekeurd. Ook de beloningsstructuur van de Raad van Bestuur
over 2006 is besproken. In lijn met de voorgenomen geleidelijke
overgang naar een meer marktconform beloningsniveau zijn de
variabele componenten verhoogd van 75% tot 100% van het
basissalaris indien de doelstellingen worden bereikt. Het nieuwe
pensioenbeleid voor leden van de Raad van Bestuur werd
besproken in het licht van nieuwe wetgeving. Het voorstel om over
te stappen van een systeem op basis van vaste toezeggingen
(defined-benefit system) naar een pensioenregeling op basis van
vaste premies (defined-contribution system) werd door de Raad
van Commissarissen binnen het door de AVA goedgekeurde kader
ondersteund en vastgesteld.
Vergaderingen Corporate Governance Committee
In het Corporate Governance Committee is de agenda voor de
jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders besproken.
Het Committee heeft een herziene versie van de ING Insidersregeling besproken alsmede de herziene versies van het Reglement
van de Raad van Bestuur en het Reglement van de Raad van
Commissarissen, inclusief de herziene reglementen van de
commissies van de Raad van Commissarissen. Er waren slechts
kleine wijzigingen nodig om de reglementen te laten aansluiten bij
internationale wet- en regelgeving. De herziene reglementen zijn
gepubliceerd op de website van ING. Het Committee heeft tevens
een rapport besproken van de Autoriteit Financiële Markten (AFM)
over de compliancecultuur van ING in Nederland en onderschrijft
de conclusies van de Raad van Bestuur inzake verdere verbetering.
Samenstelling Raad van Bestuur
In april 2006 zijn Fred Hubbell, Alexander Rinnooy Kan en
Hans Verkoren afgetreden als lid van de Raad van Bestuur.
De nieuw benoemde leden zijn Dick Harryvan, Tom McInerney,
Hans van der Noordaa en Jacques de Vaucleroy. Van deze
veranderingen in de Raad van Bestuur is melding gemaakt in
het jaarverslag 2005. In 2007 zal Cees Maas – vicevoorzitter en
chief financial officer – de contractuele pensioenleeftijd van
60 jaar bereiken. In zijn rol als CFO was hij mede verantwoordelijk
voor de financiële en risicobeheerfuncties. In het licht van
de sterke ontwikkeling op deze gebieden wordt aan de AVA
van 2007 voorgesteld om een nieuwe CFO te benoemen, die
verantwoordelijk is voor de financieringsfunctie, alsmede een CRO,
chief risk officer, die verantwoordelijk is voor het risicobeheer.
In verband hiermee wordt voorgesteld om John Hele (Canadees,
1958) en Koos Timmermans (Nederlander, 1960) te benoemen
tot respectievelijk CFO en CRO. De heer Hele is op 1 mei 2006
benoemd tot plaatsvervangend CFO. Hij kwam in 2003 in dienst
van ING. De heer Timmermans werkt sinds 1996 bij ING. Hij is
eveneens per 1 mei 2006 benoemd tot plaatsvervangend CRO.
ING Groep Jaarverslag 2006
57
1.3 Onze governance
Bericht van de Raad van Commissarissen vervolg
Gegevens inzake de leden van de Raad van Bestuur en de
voorgedragen leden treft u aan op pagina 63-64.
Pensionering van Cees Maas
Na de Algemene Vergadering van Aandeelhouders zal Cees Maas
terugtreden uit de Raad van Bestuur in verband met het bereiken
van de leeftijd van 60 jaar in 2007. De heer Maas werd in 1992 lid
van de Raad van Bestuur van ING Groep, een jaar na de fusie
tussen Nationale-Nederlanden en NMB Postbank Groep. Hij
speelde al bij het fusieproces een rol als een betrokken lid van de
Raad van Commissarissen van NMB Postbank Groep. In 1996 werd
hij benoemd tot chief financial officer en in 2004 werd hij vicevoorzitter. In de 15 jaar dat hij lid was van de Raad van Bestuur
heeft de heer Maas een geweldige bijdrage geleverd aan de
ontwikkeling van ING, waarbij hij een belangrijke rol speelde tijdens
de grote acquisities die in die periode plaatsvonden. Als verantwoordelijke voor de financiële en risicobeheerfunctie en als eerste
CFO binnen ING, heeft hij de financiële functie alsmede het
risicobeheer binnen ING naar een hoger niveau gebracht. Beide
worden nu tot de beste in de financiële sector gerekend. De heer
Maas is een zeer energieke persoonlijkheid die met veel verve het
verhaal van ING vertelt, zowel vanuit een financieel oogpunt als in
het licht van de strategie van ING. Gedurende zijn ING-jaren en
tijdens zijn voorgaande positie als thesaurier-generaal bij het
Ministerie van Financiën heeft hij een wereldwijd netwerk aan
zakelijke contacten opgebouwd. ING heeft in hoge mate kunnen
profiteren van dit netwerk en van zijn communicatietalent. Gezien
zijn kennis van en ervaring met zowel het bank- als het verzekeringsbedrijf, zijn wij zeer verheugd dat hij als adviseur van de Raad van
Bestuur aan ING verbonden zal blijven.
Samenstelling Raad van Commissarissen
Aad Jacobs en Paul de Meester zijn na de Algemene Vergadering
van Aandeelhouders in april 2006 afgetreden. In diezelfde
vergadering zijn Cor Herkströter en Karel Vuursteen herbenoemd
als lid van de Raad van Commissarissen en werd Piet Klaver
benoemd als nieuw lid. Van deze veranderingen is reeds melding
gemaakt in het jaarverslag over 2005. De heer Jacobs was
voorzitter van het Audit Committee. Zijn opvolger is Jan Hommen,
die reeds lid was van het Audit Committee. Wim Kok is benoemd
tot nieuw lid van het Audit Committee. Godfried van der Lugt was
al in november 2005 de heer De Meester opgevolgd als lid van het
Audit Committee.
Paul van der Heijden zal tijdens de Aandeelhoudersvergadering
op 24 april 2007 aftreden, aangezien de maximumperiode van
drie termijnen van vier jaar is verstreken. Cor Herkströter en
Luella Gross Goldberg zouden eveneens in 2007 aftreden als lid
van de Raad van Commissarissen vanwege het bereiken van de
leeftijd van 70 jaar. Beiden hebben er mee ingestemd nog een jaar
aan te blijven om een evenwichtige samenstelling van de Raad van
Commissarissen zeker te stellen. De heren Claus Dieter Hoffmann
en Wim Kok worden beiden voor herbenoeming voorgedragen.
De Raad van Commissarissen zal drie kandidaten voordragen voor
benoeming: Henk Breukink (1950, Nederlandse nationaliteit, per
24 april 2007), Peter Elverding (1948, Nederlandse nationaliteit,
58
ING Groep Jaarverslag 2006
per 1 augustus 2007) en Piet Hoogendoorn (1945, Nederlandse
nationaliteit, per 1 juni 2007). Deze voorgenomen benoemingen
zijn goedgekeurd door De Nederlandsche Bank.
Gegevens inzake de leden van de Raad van Commissarissen
en de voorgedragen leden treft u aan op pagina 66-67.
Er zijn momenteel geen commissarissen die zich kwalificeren als
‘niet-onafhankelijk’ zoals gedefinieerd in best-practicebepaling
III.2.2. van de Nederlandse Corporate Governance Code. Van de
kandidaten die voor benoeming zijn voorgedragen wordt de heer
Hoogendoorn niet als onafhankelijk beschouwd gezien zijn positie
bij Deloitte Touche Tohmatsu tot 1 juni 2007 en de belangrijke
relatie van dit bedrijf met ING. Na de benoeming van de heer
Hoogendoorn voldoet ING nog steeds aan best-practicebepaling
III.2.1.
Aftreden Paul van der Heijden als commissaris
Paul van der Heijden werd in 1995 benoemd op voordracht van
de Nederlandse Centrale Ondernemingsraad. Als hoogleraar
arbeidsrecht heeft hij specifieke kennis ingebracht in de Raad van
Commissarissen. Hij was een belangrijke schakel met de Centrale
Ondernemingsraad. Hij nam in de Remuneratie- en Nominatiecommissie een kritische maar evenwichtige houding aan, waarbij
hij de commentaren in de Nederlandse markt over de hoogte van
de beloningen van leden van de Raad van Bestuur goed
aanvoelde. Hij had een belangrijke inbreng in de besprekingen
met de Centrale Ondernemingsraad over de beloning van de Raad
van Bestuur. Zowel de Raad van Commissarissen als de Raad van
Bestuur wil de heer Van der Heijden bedanken voor zijn inzet in de
afgelopen 12 jaren voor ING en de wijze waarop hij zijn rol in de
Raad van Commissarissen heeft ingevuld.
Jaarrekening en dividend
De Raad van Bestuur heeft de jaarrekening opgesteld en deze met
de Raad van Commissarissen besproken. De jaarrekening zal als
onderdeel van het jaarverslag ter goedkeuring worden voorgelegd
aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Het voorgestelde dividend over 2006 bedraagt EUR 1,32 per (certificaat van
een) gewoon aandeel. Rekening houdend met het interimdividend
van EUR 0,59 bedraagt het slotdividend dan EUR 0,73, uit te keren
in contanten.
Waardering voor de Raad van Bestuur en de medewerkers
Ten slotte bedankt de Raad van Commissarissen de Raad van
Bestuur voor de wijze waarop de Raad de onderneming heeft
geleid tijdens een jaar met wederom goede resultaten, terwijl in de
tweede helft van het jaar de economische omstandigheden een
extra uitdaging vormden. Met vier nieuwe leden van de acht is de
Raad van Bestuur zich blijven richten op groei en winst, kostenbesparingen en portefeuillebeheer. De Raad van Commissarissen
bedankt tevens de 120.000 werknemers die zich dagelijks voor
ING inzetten, uiteindelijk altijd in het belang van de klanten,
aandeelhouders en overige stakeholders.
Amsterdam, 12 maart 2007
De Raad van Commissarissen
1.3 Onze governance
Corporate governance
Dit hoofdstuk behandelt de wijze waarop de
Nederlandse Corporate Governance Code
(‘code-Tabaksblat’) binnen ING Groep N.V.
(ING Groep) wordt toegepast en geeft
informatie over kapitaal en zeggenschap,
de Raad van Bestuur, de Raad van
Commissarissen en de externe accountants.
RECENTE ONTWIKKELINGEN
Nieuwe wetgeving
ING heeft in 2006 als gevolg van wetswijzigingen nieuwe
voorzieningen getroffen waardoor het voor beleggers gemakkelijker
wordt aan aandeelhoudersvergaderingen deel te nemen. Deze
nieuwe wetgeving maakt het mogelijk om de registratiedatum
voor de aandeelhoudersvergadering vast te stellen op dertig
dagen voor de vergadering (voorheen was dat zeven dagen).
Ondernemingen kunnen zich hierdoor beter voorbereiden op
de vergadering en aandeelhouders hebben eerder duidelijkheid
over het aantal aandelen waarmee zij kunnen stemmen. ING
zal de nieuwe regeling toepassen met ingang van de Algemene
Vergadering van Aandeelhouders van 2007.
Daarnaast maakt de nieuwe wetgeving het voor aandeelhouders
mogelijk om via videoconferentie aan de vergadering deel te
nemen. De aandeelhoudersvergaderingen worden hierdoor
toegankelijker, met name voor institutionele beleggers in het
buitenland die toegang hebben tot faciliteiten voor videoconferentie. Verder mogen ondernemingen hun aandeelhouders
via hun website of e-mail in plaats van via advertenties in kranten
op de hoogte stellen van vergaderingen. Beide veranderingen
vereisen een wijziging van de statuten. Een dergelijke statutenwijziging wordt voorgesteld aan de Aandeelhoudersvergadering
in 2007.
Dialoog met aandeelhouders
ING Groep wil beleggers in staat stellen vragen te stellen over
agendapunten voor de Algemene Vergadering van Aandeelhouders
van 2007. Aandeelhouders en certificaathouders kunnen hun
vragen indienen via de website van ING Groep (www.ing.com).
Deze vragen zullen voor de vergadering op www.ing.com worden
beantwoord.
CORPORATE-GOVERNANCECODES
Naleving van de code-Tabaksblat
ING Groep neemt voor haar corporate-governancestructuur de
code-Tabaksblat als uitgangspunt. De corporate-governancestructuur van ING Groep, zoals beschreven in het boekje ‘De
Nederlandse Corporate Governance Code – de implementatie door
ING van de code-Tabaksblat voor deugdelijk ondernemingsbestuur’,
is op 26 april 2005 goedgekeurd door de Algemene Vergadering
van Aandeelhouders. Dit betekent dat ING wordt geacht de code
volledig na te leven, hoewel dit niet voor alle best-practicebepalingen
van de code-Tabaksblat volledig geldt. Dit boekje is beschikbaar
op de website van ING Groep (www.ing.com) en is aangevuld met
een update van de wijze waarom ING de code-Tabaksblat sinds
2005 heeft toegepast.
Voor 2006 gelden de volgende afwijkingen van de code-Tabaksblat:
– niet in het jaarverslag 2005, maar in het jaarverslag 2006
rapporteert ING voor de eerste keer volgens de SOX 404bepalingen voor interne risicobeheersings- en controlesystemen
in verband met de financiële verslaggeving; voor andere risico’s
wordt een beschrijving gemaakt van de risicobeheersings- en
controlesystemen en eventuele materiële tekortkomingen die
zijn ontdekt, inclusief de (geplande) verbeteringen (best-practicebepaling II.1.4);
ING Groep Jaarverslag 2006
59
1.3 Onze governance
Corporate governance vervolg
– de twee leden van de Raad van Bestuur die voor 1 januari 2004
zijn benoemd, blijven voor onbepaalde tijd benoemd en
behouden de met hen overeengekomen vertrekregeling, die de
hoogte van een jaarsalaris overschrijdt (best-practicebepaling
II.1.1 en II.2.7), aangezien bestaande contractuele overeenkomsten niet eenzijdig kunnen worden gewijzigd;
– bij leden van de Raad van Bestuur die al voor hun benoeming
tot de Raad van Bestuur in dienst waren van ING wordt rekening
gehouden met bestaande rechten ten aanzien van ontslagvergoedingen. Hun vertrekregeling kan derhalve hoger zijn
dan het in de code-Tabaksblat vastgelegde maximum
(best-practicebepaling II.2.7);
– leden van de Raad van Bestuur mogen aandelen, die zonder
financiële overweging aan hen zijn toegekend, binnen de
vastgestelde periode van vijf jaar verkopen teneinde de belasting
over het gevestigde recht te betalen (best-practicebepaling II.2.3)
om zo te voorkomen dat het salaris in die maand geheel benodigd
is voor de belastingbetaling;
– informatie over de prestatiecriteria voor het variabele deel van
de beloning van leden van de Raad van Bestuur wordt alleen
openbaar gemaakt voor zover niet koers- of concurrentiegevoelig
(best-practicebepaling II.2.3, II.2.10 en II.2.11);
– leden van de Raad van Bestuur mogen in hun normale
bedrijfsuitoefening en onder dezelfde voorwaarden als voor alle
andere medewerkers van ING Groep gebruikmaken van de
bank- en verzekeringsdiensten van dochtermaatschappijen van
ING Groep. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om diensten waarbij
het aspect van kredietverlening minder nadrukkelijk speelt, zoals
bij creditcards en debetstanden in rekening-courant (bestpracticebepaling II.2.8, II.3.2 en II.3.3). Deze uitzonderingen
zijn toegestaan vanwege hun geringe materiële belang;
– indien een lid van de Raad van Commissarissen niet aan de
onafhankelijkheidscriteria van de code-Tabaksblat zou voldoen,
mag de Raad van Commissarissen onder bepaalde omstandigheden toch een beargumenteerd besluit nemen om dat lid als
onafhankelijk te betitelen. Het kan hierbij gaan om bijvoorbeeld
de duur, intensiteit of geografische afstand van een persoonlijke
of zakelijke relatie (best-practicebepaling III.2.2), waardoor een
bepaalde niet-onafhankelijkheid wordt toegestaan die niet van
materieel belang is;
– de wettelijk vereiste tweede kandidaat bij een bindende
voordracht voor benoeming tot de Raad van Commissarissen
hoeft noch aan de onafhankelijkheidscriteria van de codeTabaksblat noch aan de profielschets voor de Raad van
Commissarissen te voldoen (best-practicebepaling III.2.2
en II.3.1) in verband met de verwachte afschaffing van
deze wettelijke eis;
– de heer J.H.M. Hommen, die tijdens de Algemene Vergadering
van Aandeelhouders in 2005 is benoemd tot lid van de Raad
van Commissarissen, heeft commissariaten bij beursgenoteerde
ondernemingen die volgens de code-Tabaksblat voor meer dan
vijf tellen (best-practicebepaling III.3.4). In mei 2007 trekt hij zich
terug als lid van de Raad van Commissarissen van Ahold N.V.,
waarna hij wel voldoet aan de code-Tabaksblat;
– de Raad van Commissarissen mag onder speciale omstandigheden
afwijken van de algemene regel dat een commissaris niet
langer dan twee opeenvolgende termijnen van vier jaar
zitting mag hebben in de Raad van Commissarissen (bestpracticebepaling III.3.5);
60
ING Groep Jaarverslag 2006
– ING Groep heeft een gecombineerde Remuneratie- en
Nominatiecommissie in plaats van een afzonderlijke remuneratiecommissie en nominatiecommissie (best-practicebepaling III.5.1);
– de Remuneratie- en Nominatiecommissie staat onder voorzitterschap van de voorzitter van de Raad van Commissarissen
(best-practicebepaling III.5.11), zodat hij direct en in een vroeg
stadium is betrokken bij dit belangrijke onderwerp;
– de Raad van Commissarissen is bevoegd om bij transacties
met een familielid waarbij volgens de code-Tabaksblat een
tegenstrijdig belang kan ontstaan, toch te besluiten dat er geen
sprake is van belangenverstrengeling. Dat geldt wanneer de
relatie is gebaseerd op een huwelijk waarbij, bijvoorbeeld in geval
van een scheiding (best-practicebepaling III.6.1), situaties kunnen
ontstaan waarin de familierelatie (niet langer) van belang is;
– transacties met commissarissen of natuurlijke of rechtspersonen
met minimaal 10% van de aandelen van ING Groep waarbij
sprake is van aanzienlijke tegenstrijdige belangen, worden
gepubliceerd in het jaarverslag, tenzij (i) dit in strijd is met de
wet, (ii) publicatie niet mogelijk is vanwege het vertrouwelijke,
koersgevoelige of concurrentiegevoelige karakter van de
transactie en/of (iii) de informatie zo concurrentiegevoelig is dat
publicatie schadelijk zou kunnen zijn voor de concurrentiepositie
van ING Groep (best-practicebepaling III.6.3 en 6.4);
– leden van de Raad van Commissarissen mogen gebruikmaken
van de bank- en verzekeringsdiensten van dochtermaatschappijen
van ING Groep volgens de normale dienstverlening en
voorwaarden. Daaronder vallen ook diensten waarbij het aspect
van kredietverlening minder nadrukkelijk speelt, zoals bij
creditcards en debetstanden in rekening-courant (bestpracticebepaling III.7.4). Deze uitzonderingen zijn toegestaan
vanwege hun geringe materiële belang;
– het stemrecht op de preferente aandelen A is gebaseerd op
hun nominale waarde (best-practicebepaling IV.1.2), aangezien
dit stemrecht niet eenzijdig kan worden veranderd;
– indien van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders een
notarieel verslag wordt opgesteld, krijgen aandeelhouders niet
de gelegenheid op het verslag van de vergadering te reageren
(best-practicebepaling IV.3.8), aangezien dit in strijd is met de
wetgeving aangaande een dergelijk notarieel verslag.
Afwijkingen van de code-Tabaksblat door de Stichting ING
Aandelen worden gerapporteerd in hun eigen jaarverslag
(zie pagina 69-70).
Voorschriften NYSE
Volgens de beursvoorschriften van de New York Stock Exchange
(‘NYSE’) is ING Groep als buitenlandse beursgenoteerde
onderneming verplicht aan te geven op welke belangrijke punten
haar eigen praktijken inzake corporate governance afwijken van
de NYSE-voorschriften die door Amerikaanse beursgenoteerde
ondernemingen worden gehanteerd. Een overzicht van wat
naar onze mening de belangrijkste verschillen zijn tussen onze
corporate-governancepraktijken en de voor Amerikaanse
ondernemende geldende corporate-governanceregels van NYSE
is beschikbaar op de website van ING Groep (www.ing.com).
KAPITAAL EN AANDELEN
Kapitaalstructuur, aandelen
Het maatschappelijk kapitaal van ING Groep bestaat uit gewone
aandelen, preferente aandelen A, preferente aandelen B in vijf
series en cumulatief preferente aandelen. Wanneer hierna verwezen
wordt naar aandelen, worden daarmee zowel gewone aandelen
als preferente aandelen bedoeld, tenzij anders aangegeven.
Momenteel zijn alleen gewone aandelen en preferente aandelen A
geplaatst. Een recht tot het nemen van cumulatief preferente
aandelen is verleend aan de Stichting Continuïteit ING (zie pagina
71). Van het totale geplaatste kapitaal bestaat 97% uit gewone
aandelen en 3% uit preferente aandelen A.
De cumulatief preferente aandelen dienen ter bescherming van de
zelfstandigheid, de continuïteit en de identiteit van de vennootschap
tegen de overname van zeggenschap door derden, bijvoorbeeld in
geval van vijandige overnames. De gewone aandelen en de
preferente aandelen worden uitsluitend gebruikt voor de
financiering van de vennootschap. Alle aandelen luiden op naam
en zijn niet beursgenoteerd.
Certificaten van aandelen
Ruim 99% van de geplaatste gewone en preferente aandelen is in
handen van de Stichting ING Aandelen (‘de Stichting’). Tegenover
deze aandelen geeft de Stichting certificaten aan toonder uit. Deze
certificaten zijn beursgenoteerd (zie pagina 8 voor een overzicht
van de effectenbeurzen). Een certificaat kan zonder enige
beperking worden omgewisseld voor het onderliggende aandeel.
Hiervoor kunnen administratiekosten in rekening worden gebracht.
Het bestuur van de Stichting bestaat uit vijf leden die allen
onafhankelijk zijn van ING Groep. In het bestuur zitten geen
medewerkers van ING Groep of leden van de Raad van
Commissarissen. Het bestuur benoemt zijn eigen leden,
zonder dat daarvoor de goedkeuring van ING Groep is vereist.
Het bestuur van de Stichting rapporteert over de eigen activiteiten
door middel van een jaarverslag, dat is opgenomen op pagina
69-70 van dit jaarverslag.
Uitgifte van aandelen
Het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap vormt het
statutaire maximum voor het geplaatste kapitaal. Voordat nieuwe
aandelen boven dit maximum kunnen worden uitgegeven, dient
het maatschappelijk kapitaal eerst te worden verhoogd door
middel van een statutenwijziging. Omwille van de flexibiliteit (een
statutenwijziging treedt pas in werking na het verlijden van een
notariële akte van statutenwijziging en een voorafgaande
verklaring van geen bezwaar van de minister van Justitie) is het
maatschappelijk kapitaal in de statuten van ING Groep op het
wettelijk toegestane maximum gesteld.
De uitgifte van aandelen dient te worden goedgekeurd door
de Algemene Vergadering van Aandeelhouders, die deze
bevoegdheid kan delegeren. Elk jaar wordt de Aandeelhoudersvergadering gevraagd de bevoegdheid voor het uitgeven van
nieuwe aandelen of voor het verlenen van rechten tot het nemen
van nieuwe aandelen, al dan niet met voorkeursrecht, te delegeren
aan de Raad van Bestuur. De aan de Raad van Bestuur gedelegeerde bevoegdheid is als volgt beperkt:
– in tijd: de bevoegdheid geldt voor een periode van 18 maanden;
– in soort aandelen: alleen gewone aandelen en preferente
aandelen B mogen worden geplaatst;
– in aantal: (1) voor gewone aandelen maximaal 10% van het
geplaatste kapitaal, of 20% bij een fusie of overname;
(2) preferente aandelen B mogen worden geplaatst tot een
maximum dat gelijk staat aan het maximale aantal preferente
aandelen B dat nodig is om alle uitstaande, in 2004 uitgegeven
ING Perpetual Securities III ten bedrage van EUR 1 miljard (en
vergelijkbare instrumenten die zijn of worden uitgegeven) te
converteren in preferente aandelen indien dat noodzakelijk
mocht zijn volgens de daarvoor geldende voorwaarden;
– in uitgiftekoers van de preferente aandelen B: de uitgiftekoers
van preferente aandelen B moet minimaal gelijk zijn aan de
koers van gewone aandelen op Euronext Amsterdam;
– in zeggenschap: besluiten van de Raad van Bestuur voor de
uitgifte van nieuwe aandelen dienen te worden goedgekeurd
door de Raad van Commissarissen.
Elke overschrijding van bovengenoemde beperkingen voor de
uitgifte van aandelen dient vooraf te worden goedgekeurd door
de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Overdracht van aandelen en certificaten
De overdracht van aandelen tussen een verkopende en kopende
partij dient steeds bij notariële akte plaats te vinden. Elke overdracht
dient altijd eerst door ING Groep te worden goedgekeurd, tenzij
ING Groep zelf partij is bij de overdracht. Volgens de statuten zijn
er geen beperkingen ten aanzien van de overdracht van gewone
aandelen, preferente aandelen A en preferente aandelen B. De
overdracht van cumulatieve preferente aandelen dient wel vooraf
te worden goedgekeurd door de Raad van Bestuur.
In de statuten en administratievoorwaarden zijn geen beperkingen
opgenomen voor de overdracht van certificaten.
ING Groep is niet op de hoogte van het bestaan van enige
overeenkomst tot beperking van de overdracht van gewone
aandelen, preferente aandelen A of certificaten.
Terugkopen van aandelen
De onderneming kan uitstaande aandelen en certificaten weer
terugkopen. De bevoegdheid hiervoor ligt weliswaar bij de Raad
van Bestuur na goedkeuring door de Raad van Commissarissen,
maar terugkoop is pas mogelijk na voorafgaande autorisatie door
de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Volgens de
Nederlandse wet is deze autorisatie geldig voor een periode van
18 maanden.
De Algemene Vergadering van Aandeelhouders krijgt elk jaar het
verzoek goedkeuring te verlenen aan het terugkopen van aandelen
door de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur dient zich bij het
terugkopen van aandelen te houden aan de in de autorisatie
vastgelegde koersmarges:
– voor gewone aandelen: niet lager dan één eurocent en niet
hoger dan de hoogste koers op Euronext Amsterdam op de
datum van de terugkoopovereenkomst of de voorafgaande
dag waarop deze beurs open is;
– voor preferente aandelen A: niet lager dan één eurocent en niet
hoger dan 130% van de koers die voor het aandeel wordt
betaald (inclusief premie) of 130% van de hoogste koers op
Euronext Amsterdam op de datum van de terugkoopovereenkomst of de voorafgaande dag waarop deze beurs open is.
ING Groep Jaarverslag 2006
61
1.3 Onze governance
Corporate governance vervolg
Structuur aandeelhouders
Op pagina 8 staat een overzicht van de beleggers die op grond van
de Wet op het financieel toezicht (of de voorloper van deze wet)
hun belang in ING Groep hebben gemeld. Dochtermaatschappijen
van ING Groep hadden per 31 december 2006 een belang van
11,55% in ABN AMRO, voornamelijk in preferente aandelen. Het
belang in Fortis was kleiner dan 1%. Deze belangen worden
aangehouden als belegging. Tussen ING Groep en ABN AMRO of
Fortis bestaan geen aandeelhoudersovereenkomsten of andere
afspraken ten aanzien van de uitoefening van stemrecht. ING
Groep is niet op de hoogte van het bestaan van beleggers met een
belang van 10% of meer in ING Groep.
STEMRECHT OP AANDELEN EN CERTIFICATEN
Stemrecht op aandelen
Aan elk aandeel is het recht verbonden een stem uit te brengen
tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Overeenkomstig de Nederlandse wet is het stemrecht proportioneel aan
de nominale waarde van de aandelen. Dat betekent dat elk
gewoon aandeel (en, indien geplaatst, elk preferent aandeel B)
dat een nominale waarde heeft van EUR 0,24, wettelijk recht
geeft op één stem en elk preferent aandeel A (en, indien geplaatst,
elk cumulatief preferent aandeel) dat een nominale waarde heeft
van EUR 1,20, op vijf stemmen. Aan de andere kant lijkt de codeTabaksblat (best-practicebepaling IV.1.4) aan te geven dat,
wanneer dergelijke aandelen worden geplaatst, het stemrecht op
voor financieringsdoeleinden geplaatste preferente aandelen
proportioneel zouden moeten zijn aan de koers. Per ultimo 2006
waren de beurskoersen van gewone aandelen en preferente
aandelen A respectievelijk EUR 33,59 en EUR 3,26. ING Groep
verkeert niet in de positie het stemrecht op preferente aandelen A
eenzijdig te verlagen en is in afwachting van nieuwe wetgeving. In
de statuten zijn geen beperkingen geformuleerd ten aanzien van
het stemrecht op welk type aandeel van ING Groep dan ook. ING
Groep is niet op de hoogte van het bestaan van overeenkomsten
waarin het stemrecht op welk type aandeel dan ook is beperkt.
Stemrecht op certificaten
Hoewel aan de certificaten formeel geen stemrecht is verbonden,
hebben certificaathouders in de praktijk hetzelfde stemrecht als
aandeelhouders. De Stichting ING Aandelen zal, onder bepaalde
voorwaarden, een stemvolmacht toekennen aan een houder van
certificaten van gewone aandelen respectievelijk preferente
aandelen, zodat de certificaathouder, namens de Stichting, het
stemrecht kan uitoefenen verbonden aan het aantal aandelen van
de desbetreffende soort dat overeenkomt met het aantal
certificaten van aandelen van die soort die door de desbetreffende
certificaathouder worden gehouden. Certificaathouders kunnen
dit stemrecht geheel naar eigen inzicht uitoefenen.
Certificaathouders die niet aan de aandeelhoudersvergadering
deelnemen, kunnen de Stichting een bindende steminstructie
geven. De Stichting heeft het uitbrengen van een stem
vereenvoudigd door stemmen op afstand en stemmen via internet
mogelijk te maken.
De Stichting kent onder de volgende voorwaarden een stemvolmacht toe aan houders van certificaten aan toonder:
– De desbetreffende certificaathouder moet hebben aangegeven
dat hij of zij voornemens is de Algemene Vergadering van
Aandeelhouders bij te wonen, met inachtneming van de
62
ING Groep Jaarverslag 2006
bepalingen van de statuten van ING Groep.
– Het is de desbetreffende certificaathouder toegestaan de aan
hem of haar toegekende bevoegdheden door middel van een
stemvolmacht over te dragen, mits de desbetreffende
certificaathouder de Stichting hiervan op de hoogte heeft
gesteld met inachtneming van de daarvoor geldende door de
Stichting vast te stellen termijn voorafgaande aan de aanvang
van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Voor aandelen waarvoor de Stichting geen stemvolmacht aan
certificaathouders heeft verleend en waarvoor zij ook geen
steminstructies heeft ontvangen, bepaalt de Stichting zelf hoe
wordt gestemd. De Stichting is statutair verplicht bij het uitbrengen
van haar stem de belangen van alle certificaathouders te
behartigen, ongeacht of zij wel of niet bij de Aandeelhoudersvergadering aanwezig zijn, en daarbij rekening te houden met
de belangen van ING Groep, de bedrijfsonderdelen van ING Groep
en haar groepsmaatschappijen en alle overige stakeholders van
ING Groep en wel op zodanige wijze dat al deze belangen zo
goed mogelijk worden gewogen en gewaarborgd.
De hierboven beschreven certificering en rol van de Stichting dient
te voorkomen dat tijdens de Aandeelhoudersvergadering een
kleine minderheid van aanwezige certificaathouders, die vanwege
de afwezigheid van andere partijen toevalligerwijs de meerderheid
vormt, beslissingen kan nemen die uitsluitend in hun eigen belang
zijn.
Voornemen tot opheffing van Stichting ING Aandelen
De Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen zijn voornemens de Stichting op te heffen en de uitgifte van certificaten
van aandelen af te schaffen zodra het aantal stemmen op gewone
aandelen en certificaten van gewone aandelen, inclusief de
volmachten tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders,
gedurende drie opeenvolgende jaren minimaal 35% is van het
totale aantal stemmen dat kan worden uitgebracht. In 2005 werd
26% van het totale aantal stemmen uitgebracht en in 2006 was
dat 28%. De Raad van Bestuur maakt zich sterk de doelstelling
van 35% te halen en nodigt certificaathouders, met name
institutionele beleggers, uitdrukkelijk uit hun stemrecht in de
Algemene Vergadering van Aandeelhouders uit te oefenen.
Bijzondere rechten
Aan geen enkel aandeel kunnen, in het kader van artikel 10 van
de EU-richtlijn over het openbaar overnamebod, bijzondere rechten
worden ontleend.
Voorstellen van aandeelhouders/certificaathouders
In verband met de omvang en beurswaarde van ING Groep
kunnen voorstellen voor agendapunten voor de Aandeelhoudersvergadering alleen worden ingediend door aandeelhouders en
certificaathouders die een gezamenlijk belang van 0,1% van het
geplaatste kapitaal vertegenwoordigen of die samen, op basis van
de koersen op Euronext Amsterdam, een aandelenbelang van
minstens EUR 50 miljoen vertegenwoordigen. In verband met de
voor stemmen op afstand geldende termijnen dienen voorstellen
voor agendapunten uiterlijk 50 dagen voor de dag van de
vergadering schriftelijk te worden ingediend. Correct ingediende
voorstellen worden opgenomen op de agenda van de Algemene
Vergadering van Aandeelhouders.
RAAD VAN BESTUUR
Benoeming en ontslag
Leden van de Raad van Bestuur worden gekozen uit een door de
Raad van Commissarissen op te stellen bindende kandidatenlijst en
benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Op deze kandidatenlijst dienen voor elke vacature de namen van
minimaal twee kandidaten te staan. Als dat niet het geval is, is de
lijst niet-bindend. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders
is bevoegd de lijst bij meerderheid van stemmen en ondersteund
door minimaal een derde van het geplaatste kapitaal tot nietbindend te verklaren.
Kandidaten voor benoeming in de Raad van Bestuur moeten
voldoen aan de deskundigheids- en betrouwbaarheidseisen zoals
vastgelegd in de Wet op het financieel toezicht.
Leden van de Raad van Bestuur kunnen op elk moment worden
geschorst of ontslagen door middel van een meerderheidsbesluit
van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Een besluit
tot schorsing of ontslag van leden van de Raad van Bestuur dat
niet door de Raad van Commissarissen is voorgesteld, dient door
minimaal een derde van het geplaatste kapitaal te worden gesteund.
Taak Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het dagelijkse
bestuur van de vennootschap en haar divisies (Insurance Europe,
Insurance Americas, Insurance Asia/Pacific, Wholesale Banking,
Retail Banking en ING Direct). De organisatie, bevoegdheden en
werkwijze van de Raad van Bestuur zijn vastgelegd in een door de
Raad van Commissarissen goedgekeurd reglement. Dit reglement
is beschikbaar op de website van ING Groep (www.ing.com).
Profielschets Raad van Bestuur
De Raad van Commissarissen heeft een profielschets opgesteld
die als basis dient voor het selecteren van leden van de Raad van
Bestuur. De profielschets is in 2005 besproken tijdens de Algemene
Vergadering van Aandeelhouders. Het document is beschikbaar op
het hoofdkantoor van ING Groep en op de website van ING Groep
(www.ing.com).
Remuneratie en effectenbezit
De gegevens over de remuneratie van de leden van de Raad van
Bestuur inclusief aan hen toegekende aandelen en/of optierechten,
alsmede nadere informatie daarover, zijn opgenomen vanaf pagina
74. Het is leden van de Raad van Bestuur toegestaan (certificaten
van) aandelen in de vennootschap in bezit te hebben als langetermijnbelegging. Op transacties in deze aandelen is de Insiderregeling van ING Groep van toepassing. Deze regeling is
beschikbaar op de website van ING Groep (www.ing.com).
Nevenfuncties/belangenverstrengeling
Ter voorkoming van mogelijke belangenverstrengeling hanteert
ING Groep het beleid dat leden van de Raad van Bestuur geen
commissariaten bij beursgenoteerde ondernemingen buiten ING
accepteren. De enige uitzondering hierop op dit moment
is een commissariaat van de heer J. de Vaucleroy bij Delhaize
Groep in België. Hij vervulde deze functie al voor zijn benoeming
tot de Raad van Bestuur van ING Groep.
Transacties met (mogelijke) belangenverstrengeling
Gegevens over relaties die de leden van de Raad van Bestuur als
particuliere klanten met dochtermaatschappijen van ING Groep
hebben, worden niet openbaar gemaakt, met uitzondering van
informatie over aan hen verstrekte leningen (zie pagina 82).
In al deze gevallen handelt ING Groep overeenkomstig de
best-practicebepalingen van de code-Tabaksblat.
GEGEVENS LEDEN RAAD VAN BESTUUR
M.J. Tilmant, voorzitter
(1952 – Belgische nationaliteit, man, benoemd in 1998, gaat in
2012 met pensioen)
De heer Tilmant heeft een diploma Bedrijfskunde van de
Universiteit van Leuven. Hij heeft ook een diploma Europese Studie
van de Universiteit van Leuven. De heer Tilmant begon zijn carrière
bij Morgan Guaranty Trust Company in New York. In 1992 trad hij
in dienst van Bank Brussel Lambert (BBL), waar hij in 1997 werd
benoemd tot voorzitter van het Directiecomité. Na de overname
van BBL door ING in 1998 werd hij in mei 2000 benoemd tot vicevoorzitter van de Raad van Bestuur van ING Groep en in april 2004
tot voorzitter. Vier stafafdelingen rapporteren direct aan de heer
Tilmant: Corporate Human Resources, Corporate Development,
Corporate Communications & Affairs en Corporate Audit Services.
Drs.ing. C. Maas, vicevoorzitter en CFO
(1947 – Nederlandse nationaliteit, man, benoemd in 1992, gaat in
2007 na de Algemene Vergadering van Aandeelhouders met
pensioen)
Na de afronding van zijn studie toegepaste natuurkunde en
economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam in 1976 trad de
heer Maas in dienst van het Nederlandse ministerie van Financiën.
Van 1986 tot 1992 had hij daar de functie van thesaurier-generaal.
In juli 1992 trad hij in dienst van ING Groep als lid van de Raad van
Bestuur. In juli 1996 werd hij benoemd tot chief financial officer en
in april 2004 tot vicevoorzitter van de Raad van Bestuur. De
volgende afdelingen rapporteren direct of indirect aan de heer
Maas: Corporate Control & Finance, Capital Management,
Corporate Tax, Investor Relations, Risk Management en Corporate
Legal. Tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders in
2007 zal hij terugtreden uit de Raad van Bestuur in verband met
het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van 60 jaar.
E.F. Boyer de la Giroday
(1952 – Belgische nationaliteit, man, benoemd in 2004,
benoemingstermijn eindigt in 2008)
Na het behalen van zijn diploma commercieel ingenieur aan
de Vrije Universiteit van Brussel en een Master’s in Business
Administration aan de Wharton School, University of Pennsylvania,
begon de heer Boyer zijn carrière in 1978 bij Citibank. In 1984
trad hij in dienst van Bank Brussel Lambert, die in 1998 werd
overgenomen door ING Groep. Hij bekleedde verschillende
managementfuncties op het gebied van kapitaalmarkten, treasury
en corporate & investment banking. In april 2004 werd hij
benoemd tot lid van de Raad van Bestuur van ING Groep. Hij is
verantwoordelijk voor Wholesale Banking en ING Real Estate.
ING Groep Jaarverslag 2006
63
1.3 Onze governance
Corporate governance vervolg
Drs. D.H. Harryvan
(1953 – Nederlandse nationaliteit, man, benoemd in 2006,
benoemingstermijn eindigt in 2010)
De heer Harryvan behaalde zijn doctoraal economie aan de
Erasmus Universiteit Rotterdam, met als hoofdvak financiën.
In 1979 trad hij in dienst van ING als management trainee bij
Nationale-Nederlanden in Rotterdam. Voor zijn benoeming tot
lid van de Raad van Bestuur van ING Groep in 2006 bekleedde
hij diverse managementfuncties in de Verenigde Staten, Canada
en Nederland en was hij chief financial officer/chief risk officer en
lid van het Global Management Team van ING Direct. De heer
Harryvan is verantwoordelijk voor ING Direct.
Mr. C.P. Leenaars
(1961 – Nederlandse nationaliteit, man, benoemd in 2004,
benoemingstermijn eindigt in 2008)
De heer Leenaars studeerde civiel recht aan de Katholieke
Universiteit Nijmegen, heeft een LLM van het European University
Institute in Florence (Italië) en studeerde aan de Harvard Business
School in Boston. Na een stageperiode bij ABN AMRO trad hij in
1991 in dienst van ING. Hij vervulde diverse managementfuncties,
waaronder die van voorzitter van ING Polen en ING LatijnsAmerika. In april 2004 werd hij benoemd tot lid van de Raad van
Bestuur van ING Groep. Hij is verantwoordelijk voor Retail Banking
en Private Banking, alsmede voor Operations/IT
en Corporate Operations & Information Services.
T.J. McInerney
(1956 – Amerikaanse nationaliteit, man, benoemd in 2006,
benoemingstermijn eindigt in 2010)
De heer McInerney behaalde zijn bachelor’s degree aan Colgate
University (Hamilton, New York) en zijn master’s degree in business
administration aan de Tuck School of Business, Dartmouth College
(Hanover, New Hampshire). Hij begon zijn carrière in 1978 bij Aetna
Financial Services, dat in 2000 door ING werd overgenomen. Voor
zijn benoeming tot lid van de Raad van Bestuur in 2006 was hij
chief executive officer van de verzekeringsactiviteiten van ING in
de Verenigde Staten. In die hoedanigheid was hij tevens verantwoordelijk voor ING Mexico. De heer McInerney is nu
verantwoordelijk voor Insurance Americas, ING Investment
Management Americas en de wereldwijde coördinatie van
ING Investment Management.
Drs. H. van der Noordaa
(1961 – Nederlandse nationaliteit, man, benoemd in 2006,
benoemingstermijn eindigt in 2010)
De heer Van der Noordaa behaalde zijn doctoraal bestuurskunde
aan de Universiteit Twente. Na een carrière in retail banking bij
ABN AMRO, trad hij in 1991 in dienst van ING waar hij diverse
managementfuncties bekleedde. Voordat hij in 2006 werd
benoemd tot lid van de Raad van Bestuur was hij chief executive
officer van de Retail-divisie van ING Nederland, verantwoordelijk
voor Postbank, ING Bank en RVS. Hij is nu verantwoordelijk voor
Insurance Asia/Pacific en ING Investment Management Asia/Pacific.
64
ING Groep Jaarverslag 2006
J.M. de Vaucleroy
(1961 – Belgische nationaliteit, man, benoemd in 2006,
benoemingstermijn eindigt in 2010)
De heer De Vaucleroy studeerde rechten aan de Katholieke
Universiteit Leuven en behaalde zijn master’s degree in business
law aan de Vrije Universiteit van Brussel. In 1986 trad hij in dienst
van Bank Brussel Lambert (BBL), die in 1998 door ING werd
overgenomen. Voor zijn benoeming tot lid van de Raad van
Bestuur in 2006 was hij Group president van ING Retail bij US
Financial Services. Hij is nu verantwoordelijk voor Insurance
Europe en ING Investment Management Europe.
Wijzigingen in samenstelling Raad van Bestuur
De heer Maas gaat na de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 24 april 2007 met pensioen.
De Raad van Commissarissen zal twee nieuwe leden voordragen
voor benoeming tot lid van de Raad van Bestuur met ingang van
de Aandeelhoudersvergadering op 24 april 2007:
De heer J.C.R. (John) Hele (1958, Canadese nationaliteit) trad in
2003 in dienst van ING. Sinds 2003 is hij plaatsvervangend chief
financial officer van ING Groep. Daarvoor was hij als directeur en
chief insurance risk officer verantwoordelijk voor het beheer van de
wereldwijde verzekeringsrisico’s en was hij tevens de
Groepsactuaris.
De heer J.V. (Koos) Timmermans (1960, Nederlandse nationaliteit)
kwam in 1996 bij ING. Hij is sinds maart 2006 plaatsvervangend
chief risk officer van ING Groep en als zodanig verantwoordelijk
voor risicobeheer, waaronder de krediet-, verzekerings-, markt- en
operationele risico’s. Daarvoor was hij hoofd Corporate Market Risk
Management bij ING en verantwoordelijk voor het beheer van de
marktrisico’s van het bankbedrijf.
RAAD VAN COMMISSARISSEN
Benoeming en ontslag
Leden van de Raad van Commissarissen worden gekozen uit
een door de Raad van Commissarissen op te stellen bindende
kandidatenlijst en benoemd door de Algemene Vergadering van
Aandeelhouders. Op de kandidatenlijst dienen voor elke vacature
de namen van minimaal twee kandidaten te staan. Als dat niet het
geval is, is de lijst niet-bindend. De lijst kan ook tot niet-bindend
worden verklaard door een besluit van de Algemene Vergadering
van Aandeelhouders, mits dat besluit is aangenomen door een
absolute meerderheid van de uitgebrachte stemmen die samen
meer dan een derde van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.
Kandidaten voor benoeming tot de Raad van Commissarissen
moeten voldoen aan de deskundigheids- en betrouwbaarheidseisen zoals vastgelegd in de Wet op het financieel toezicht.
Leden van de Raad van Commissarissen kunnen op elk moment
door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders worden
geschorst of ontslagen. Een besluit tot schorsing of ontslag van
leden van de Raad van Commissarissen dat niet door de Raad
van Commissarissen zelf is voorgelegd, mag uitsluitend door de
Algemene Vergadering van Aandeelhouders worden aangenomen
indien er sprake is van een absolute meerderheid van de uit-
gebrachte stemmen die samen meer dan een derde van
het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.
Taak Raad van Commissarissen en zijn commissies
De Raad van Commissarissen heeft tot taak toezicht te houden op
het beleid van de Raad van Bestuur en op de algemene gang van
zaken bij de vennootschap en haar ondernemingen en de Raad
van Bestuur te adviseren. De Raad van Commissarissen telt drie
vaste commissies: het Audit Committee, de Remuneratie- en
Nominatiecommissie en het Corporate Governance Committee.
De organisatie, bevoegdheden en werkwijze van de Raad van
Commissarissen zijn vastgelegd in een reglement. Daarnaast zijn
afzonderlijke reglementen opgesteld voor het Audit Committee,
de Remuneratie- en Nominatiecommissie en het Corporate
Governance Committee. Deze reglementen zijn beschikbaar
op de website van ING Groep (www.ing.com). Hieronder volgt
een korte beschrijving van de drie commissies.
Het Audit Committee ondersteunt de Raad van Commissarissen
bij de toetsing van de betrouwbaarheid van de financiële verslaggeving van ING Groep N.V., ING Verzekeringen N.V. en ING
Bank N.V., dat wordt voldaan aan alle vereisten op het gebied
van wet- en regelgeving, en bij toetsing van de onafhankelijkheid
en prestaties van de interne en externe accountants van ING.
De Remuneratie- en Nominatiecommissie adviseert de Raad van
Commissarissen onder andere over de samenstelling van de Raad
van Commissarissen en de Raad van Bestuur, over de beloning
van de leden van de Raad van Bestuur en de aandelen- en
aandelenoptieplannen voor het topmanagement, inclusief de
Raad van Bestuur.
Het Corporate Governance Committee ondersteunt de Raad
van Commissarissen bij het toezicht op en de evaluatie van de
corporate governance van ING en de rapportage daarover in het
jaarverslag en aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders
en adviseert de Raad van Commissarissen over verbeteringen.
Profielschets Raad van Commissarissen
De Raad van Commissarissen heeft een profielschets opgesteld
die wordt gebruikt als toetssteen voor haar eigen samenstelling.
De profielschets werd in 2005 besproken tijdens de Algemene
Vergadering van Aandeelhouders. Het document is beschikbaar
op het hoofdkantoor van ING Groep en op de website van
ING Groep (www.ing.com).
Gezien de ervaring van oud-leden van de Raad van Bestuur en
de waardevolle bijdrage die zij kunnen leveren aan de Raad van
Commissarissen is, mede in het licht van de omvang van de Raad
van Commissarissen en het brede scala aan activiteiten van ING,
besloten dat oud-bestuurders kunnen worden benoemd tot lid van
de Raad van Commissarissen van ING. Daarbij geldt de beperking
dat per zes commissarissen niet meer dan één oud-bestuurder van
ING lid van de Raad van Commissarissen mag zijn. Bovendien dient
hierbij een wachtperiode van minimaal één jaar na terugtreding uit
de Raad van Bestuur in acht te worden genomen voordat men tot
lid van de Raad van Commissarissen kan worden benoemd. Een
voormalig lid van de Raad van Bestuur kan niet tot voorzitter van
de Raad van Commissarissen worden benoemd. Een voormalig lid
van de Raad van Bestuur kan na benoeming tot commissaris ook
worden benoemd tot lid van een van de commissies van de Raad
van Commissarissen. Een benoeming tot voorzitter van een
commissie is echter uitsluitend mogelijk minimaal vier jaar na
aftreden als lid van de Raad van Bestuur.
Herbenoeming commissarissen
Leden van de Raad van Commissarissen treden af tijdens de eerste
Algemene Vergadering van Aandeelhouders die volgt op het
verstrijken van een zittingsperiode van vier jaar. Doorgaans treedt
men bovendien af, zonder dat herbenoeming mogelijk is, tijdens
de Aandeelhoudersvergadering die wordt gehouden in het jaar
dat men zeventig wordt. Het rooster van aftreden staat op de
website van ING Groep (www.ing.com). Leden van de Raad
van Commissarissen kunnen doorgaans twee keer worden
herbenoemd voor een periode van vier jaar. Dit gebeurt op
basis van een voorstel van de Raad van Commissarissen aan
de Aandeelhoudersvergadering.
Nevenfuncties/belangenverstrengeling
Leden van de Raad van Commissarissen wordt gevraagd een
overzicht te geven van alle andere commissariaten en bezoldigde
(neven)functies die zij vervullen. Deze (neven)functies mogen niet
strijdig zijn met de belangen van ING Groep. Het is de verantwoordelijkheid van de individuele leden van de Raad van Commissarissen
en van het Corporate Governance Committee om ervoor te zorgen
dat de verplichtingen als commissaris naar behoren worden vervuld
en dat deze niet worden beïnvloed door eventuele andere functies
die de betrokkene buiten de Groep vervult.
Transacties met (mogelijke) belangenverstrengeling
Gegevens over relaties die de leden van de Raad van Commissarissen
als particuliere klanten met dochtermaatschappijen van ING Groep
hebben, worden niet openbaar gemaakt, met uitzondering van
informatie over aan hen verstrekte leningen (zie pagina 86).
Onafhankelijkheid
Jaarlijks wordt de leden van de Raad van Commissarissen gevraagd
na te gaan of de afhankelijkheidscriteria van de code-Tabaksblat
niet van toepassing zijn en dit schriftelijk te bevestigen. Op basis van
deze criteria kunnen alle leden van de Raad van Commissarissen per
31 december 2006 als onafhankelijk worden beschouwd. Leden
van de Raad van Commissarissen op wie de afhankelijkheidscriteria
van de code-Tabaksblat niet van toepassing zijn en leden van de
Raad van Commissarissen voor wie wel een of meer van
die criteria van toepassing zijn maar kunnen motiveren waarom
dit geen aantasting vormt van hun onafhankelijkheid, worden
als onafhankelijk beschouwd.
Remuneratie en effectenbezit
De remuneratie van de leden van de Raad van Commissarissen
wordt vastgesteld door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en is onafhankelijk van de resultaten van de vennootschap.
Vanaf pagina 85 wordt meer informatie gegeven over de remuneratie.
Het is leden van de Raad van Commissarissen toegestaan
(certificaten van) aandelen in de vennootschap in bezit te hebben
ING Groep Jaarverslag 2006
65
1.3 Onze governance
Corporate governance vervolg
als langetermijnbelegging. Zie pagina 86 voor een overzicht.
Op alle transacties in (certificaten van) aandelen ING Groep en
optierechten ING Groep door leden van de Raad van
Commissarissen is de ING Insiderregeling van toepassing.
Deze regeling is beschikbaar op de website van ING Groep
(www.ing.com).
GEGEVENS LEDEN RAAD VAN COMMISSARISSEN
Drs. C.A.J. Herkströter RA, voorzitter
(1937 – Nederlandse nationaliteit, man, benoemd in 1998,
laatste zittingsperiode eindigt in 2009)
Voorzitter van de Remuneratie- en Nominatiecommissie
en het Corporate Governance Committee. Voormalig
president-directeur van de N.V. Koninklijke Nederlandsche
Petroleum Maatschappij en voorzitter van het Comité van
Directeuren van de Koninklijke/Shell Groep.
Overige functies: voorzitter Raad van Commissarissen Koninklijke
DSM N.V. (beursgenoteerde onderneming), lid Raad van Advies
Robert Bosch GmbH; voorzitter Maatschappelijke Raad van
Advies Tinbergen Instituut; emeritus hoogleraar Internationaal
Management, Universiteit van Amsterdam; voorzitter Raad van
Advies Koninklijke NIVRA; lid Comité Capital Market, Autoriteit
Financiële Markten, Amsterdam.
E. Bourdais de Charbonnière, vicevoorzitter
(1939 – Franse nationaliteit, man, benoemd in 2004,
zittingsperiode eindigt in 2008)
Lid van de Remuneratie- en Nominatiecommissie en het Corporate
Governance Committee. Voormalig directeur van JPMorgan
en chief financial officer van Michelin.
Overige functies: voorzitter Raad van Commissarissen Michelin
en lid Raad van Commissarissen Thomson (beursgenoteerde
ondernemingen).
Mw. L. Gross Goldberg
(1937 – Amerikaanse nationaliteit, vrouw, benoemd in 2001,
laatste zittingsperiode eindigt in 2009)
Lid van de Remuneratie- en Nominatiecommissie en het
Corporate Governance Committee. Voormalig lid van de
Raad van Commissarissen van ReliaStar Financial Corp.
Overige functies: lid Raad van Commissarissen van TCF Financial
Corporation, Hormel Foods Corporation en Communications
Systems Inc (beursgenoteerde ondernemingen).
Lid Raad van Advies Carlson School of Management, Universiteit
van Minnesota; bestuurslid Minnesota Orchestra; lid (emerita)
College van Bestuur Wellesley College; lid College van Bestuur
University of Minnesota Foundation.
66
ING Groep Jaarverslag 2006
Prof.mr. P.F. van der Heijden
(1949 – Nederlandse nationaliteit, man, benoemd in 1995,
laatste zittingsperiode eindigt in 2007)
Benoemd mede op aanbeveling van de Centrale Ondernemingsraad. Lid van de Remuneratie- en Nominatiecommissie en het
Corporate Governance Committee. Rector magnificus en president
van het College van Bestuur Universiteit Leiden en hoogleraar
internationaal recht.
Overige functies: lid Raad van Commissarissen NUON N.V. en
Buhrmann Nederland B.V.; kroonlid Sociaal-Economische Raad;
president ILO Governing Body, Committee on Freedom of
Association (Verenigde Naties).
Dr. C.D. Hoffmann
(1942 – Duitse nationaliteit, man, benoemd in 2003,
zittingsperiode eindigt in 2007)
Lid van het Audit Committee. Voormalig chief financial officer
van Robert Bosch GmbH.
Overige functies: managing partner H+H Senior Advisors,
Stuttgart; voorzitter Raad van Commissarissen EnBW AG
(beursgenoteerde onderneming). Lid Raad van Commissarissen
van Bauerfeind AG en Jowat AG; voorzitter Charlottenklinik
Foundation (ziekenhuis); voorzitter Vereinigung der Freunde
Universiteit van Stuttgart.
Drs. J.H.M. Hommen
(1943 – Nederlandse nationaliteit, man, benoemd in 2005,
zittingsperiode eindigt in 2009)
Lid van het Audit Committee. Voormalig vicevoorzitter Raad van
Bestuur en chief financial officer van Koninklijke Philips
Electronics N.V.
Overige functies: voorzitter Raad van Commissarissen Reed Elsevier
en TNT N.V.; lid Raad van Commissarissen Koninklijke Ahold N.V. (tot
mei 2007) (beursgenoteerde ondernemingen). Voorzitter Raad van
Commissarissen Academisch Ziekenhuis Maastricht en TiasNimbas
Business School; lid Raad van Commissarissen Campina B.V.
Drs. P.C. Klaver
(1945 – Nederlandse nationaliteit, man, benoemd in 2006,
zittingsperiode eindigt in 2010)
Voormalig voorzitter van de Raad van Bestuur van SHV Holdings N.V.
Overige functies: lid Raad van Commissarissen SHV Holdings N.V.;
lid Raad van Toezicht Jaarbeurs Holding B.V.; bestuurslid Stichting
Maatschappij en Onderneming (SMO); voorzitter African Parks
Foundation; voorzitter Raad van Toezicht Hogeschool voor
de Kunsten Utrecht.
W. Kok
(1938 – Nederlandse nationaliteit, man, benoemd in 2003,
zittingsperiode eindigt in 2007)
Lid van het Audit Committee. Voormalig minister van Financiën
en minister-president van Nederland.
Overige functies: lid Raad van Commissarissen Royal Dutch Shell plc,
Stork N.V. en TNT N.V. (beursgenoteerde ondernemingen).
Lid Raad van Commissarissen KLM N.V.; voorzitter Raad van
Commissarissen Anne Frank Stichting; voorzitter Raad van
Commissarissen Het Nationaal Ballet; lid Raad van Commissarissen
Het Muziektheater, Amsterdam; lid Raad van Commissarissen
Rijksmuseum Amsterdam; voorzitter Raad van Commissarissen
Nederlands Kanker Instituut – Antoni van Leeuwenhoek
Ziekenhuis; lid bestuur Stichting Start.
G.J.A. van der Lugt
(1940 – Nederlandse nationaliteit, man, benoemd in 2001,
zittingsperiode eindigt in 2009)
Lid van het Audit Committee. Voormalig voorzitter van de
Raad van Bestuur van ING Groep N.V. (tot zijn pensionering
in mei 2000).
Overige functies: voorzitter Raad van Commissarissen
Siemens Nederland N.V. en Stadsherstel Amsterdam N.V.;
vicevoorzitter Raad van Commissarissen Universitair Medisch
Centrum Groningen; penningmeester Vereniging Natuurmonumenten; lid Raad van Commissarissen Siemens
Pensioenfonds, München.
Ir. K. Vuursteen
(1941 – Nederlandse nationaliteit, man, benoemd in 2002,
zittingsperiode eindigt in 2010)
Voormalig voorzitter van de Raad van Bestuur van Heineken N.V.
Overige functies: lid Raad van Commissarissen Akzo Nobel N.V.
en Henkel KGaA (beursgenoteerde ondernemingen). Lid Raad
van Beheer Heineken Holding N.V., lid Raad van Advies CVC
Capital Partners, voorzitter Wereld Natuurfonds Nederland,
voorzitter Stichting Concertgebouwfonds.
Samenstelling Raad van Commissarissen
De heer prof.mr. P.F. van der Heijden zal aftreden na de
Aandeelhoudersvergadering van 2007, omdat hij het einde van zijn
derde en laatste termijn van vier jaar heeft bereikt. Tijdens de
Aandeelhoudersvergadering van 24 april 2007 zullen de heren
dr. C.D. Hoffmann en W. Kok aan het einde van hun eerste termijn
van vier jaar worden voorgedragen voor herbenoeming tot lid van
de Raad van Commissarissen. De heer Kok zal in 2008 de 70-jarige
leeftijd bereiken.
Tijdens de Aandeelhoudersvergadering van 2007 zullen drie
nieuwe kandidaten worden voorgedragen voor benoeming: De
heer drs. H.W. (Henk) Breukink (1950, Nederlandse nationaliteit,
man), de heer mr. P.A.F.W. (Peter) Elverding (1948, Nederlandse
nationaliteit, man) en de heer P. (Piet) Hoogendoorn RA (1945,
Nederlandse nationaliteit, man).
De voorgestelde benoeming van de heer Breukink per 24 april 2007
is gebaseerd op zijn brede internationale ervaring met zowel
financiën als human resources.
De voorgestelde benoeming van de heer Elverding per
1 augustus 2007 is gebaseerd op zijn brede ervaring als voorzitter
van een internationale, beursgenoteerde onderneming en zijn
uitgebreide kennis van human resources.
De voorgestelde benoeming van de heer Hoogendoorn per
1 juni 2007 is gebaseerd op zijn brede internationale ervaring
en kennis van accountantscontrole, fiscale zaken, consultancy
en financiële advisering.
Van de kandidaten die voor benoeming worden voorgedragen,
wordt de heer Hoogendoorn als niet onafhankelijk beschouwd,
gezien zijn positie bij Deloitte Touche Tohmatsu tot 1 juni 2007
en de belangrijke relatie van dit bedrijf met ING.
De heer Herkströter en mevrouw Gross Goldberg zouden in 2007
terugtreden uit de Raad van Commissarissen gezien het bereiken
van de leeftijd van 70. Beiden hebben ermee ingestemd nog een
jaar aan te blijven om een evenwichtige samenstelling van de Raad
van Commissarissen te waarborgen.
WIJZIGINGEN IN ZEGGENSCHAP
Wettelijke vereisten
Ingevolge de Wet op het financieel toezicht (Wft) zijn verklaringen
van geen bezwaar van de minister van Financiën vereist voor het
verwerven en houden van een deelneming van 10% of meer in
ING Groep en voor het uitoefenen van de aan die deelneming
verbonden zeggenschap in ING Groep. Op basis van wetgeving
betreffende indirecte wijziging van zeggenschap in de verschillende
jurisdicties waarin dochtermaatschappijen van ING Groep
opereren, kan toestemming van of kennisgeving aan de lokale
wetgevende autoriteiten zijn vereist voor de verkrijging van een
aanmerkelijk belang in ING Groep.
Wijziging van zeggenschapclausules in belangrijke
overeenkomsten
ING Groep is op generlei wijze betrokken bij enige materiële
overeenkomst die in werking treedt, of momenteel wordt
gewijzigd of beëindigd, overeenkomstig de voorwaarde voor
wijziging van zeggenschap in ING Groep zoals vastgelegd in de
regels voor openbare biedingen op effecten in artikel 5:70 van
de Wet op het financieel toezicht.
Dochterondernemingen van ING Groep N.V. hebben de
gebruikelijke regelingen ten aanzien van zeggenschapclausules
opgenomen in contracten die verband houden met de verschillende bedrijfsactiviteiten, zoals joint-ventureovereenkomsten,
kredietbrieven en andere kredietfaciliteiten, herverzekeringscontracten alsmede future- en optiecontracten. Na wijziging van
zeggenschap bij ING Groep N.V. (al dan niet als gevolg van een
openbare bieding) kunnen dergelijke contracten worden aangepast
of beëindigd, resulterend in bijvoorbeeld een verplichte overheveling van het belang in de joint venture, vervroegde terugbetaling van verschuldigde bedragen, verlies van kredietfaciliteiten
of herverzekeringsdekking en liquidatie van uitstaande future- of
optieposities.
Afvloeiingsregelingen leden Raad van Bestuur
De arbeidsovereenkomsten met de leden van de Raad van Bestuur
voorzien in een afvloeiingsregeling die in werking treedt op het
moment dat de overeenkomst wordt beëindigd in verband met
een openbare bieding zoals omschreven in artikel 5:70 van de Wet
op het financieel toezicht. De hoogte van de vergoeding staat los
van het feit of de beëindiging van de overeenkomst verband houdt
met een openbare bieding.
ING Groep Jaarverslag 2006
67
1.3 Onze governance
WIJZIGING VAN DE STATUTEN
De statuten van ING Groep N.V. kunnen worden gewijzigd op
grond van een besluit van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders mits aangenomen met een meerderheid van twee derde
van de uitgebrachte stemmen tijdens een vergadering waarbij
tweederde van het geplaatste kapitaal aanwezig of vertegenwoordigd is. Het besluit van de Algemene Vergadering van
Aandeelhouders dient te volgen op een voorstel van de Raad van
Bestuur dienaangaande en dient vooraf te worden goedgekeurd
door de Raad van Commissarissen.
de voor de controle van de audits verantwoordelijke partner van
het externe accountantskantoor vervangen door andere partners
van het desbetreffende externe accountantskantoor. Het Audit
Committee doet in dezen aanbevelingen aan de Raad van
Commissarissen, onder andere op basis van een jaarlijkse
evaluatie van de geleverde diensten. In lijn hiermee werd de
eerstverantwoordelijke partner van KPMG in 2005 vervangen en
wordt de eerstverantwoordelijke partner van Ernst & Young na
de eindejaarscontrole 2006 vervangen. De rotatie van andere bij
de accountantscontrole van de jaarrekeningen van ING betrokken
partners van Ernst & Young en KPMG is afhankelijk van de
toepasselijke wetgeving omtrent onafhankelijkheid.
EXTERNE ACCOUNTANTS
Ernst & Young Accountants (Ernst & Young) en KPMG Accountants
N.V. (KPMG) zijn benoemd tot externe accountants van ING Groep.
Ernst & Young is verantwoordelijk voor de controle van de
jaarrekeningen van ING Groep N.V. en ING Verzekeringen N.V.;
KPMG is verantwoordelijk voor de controle van de jaarrekening van
ING Bank N.V. De externe accountants, Ernst & Young en KPMG,
nemen deel aan de vergaderingen van het Audit Committee.
Tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van
27 april 2004 is aan Ernst & Young de opdracht verleend om de
financiële gegevens van ING Groep N.V. over de boekjaren 2004
tot en met 2007 te controleren, hierover aan de Raad van Bestuur
en de Raad van Commissarissen te rapporteren en een verklaring
af te geven over de juistheid en getrouwheid van de jaarrekening
van ING Groep N.V. Verder dient Ernst & Young met ingang van
31 december 2006 de beoordeling van het management van de
vennootschap inzake de effectiviteit van de interne controle op de
financiële verslaggeving te controleren en daarover te rapporteren.
Aan de hand van de bevindingen van de Raad van Bestuur en het
Audit Committee beoordeelt de Raad van Commissarissen elk jaar
de prestaties van de externe accountants, vooral ten aanzien van
hun onafhankelijkheid. In aanvulling op de jaarlijkse beoordeling
zullen het Audit Committee en de Raad van Commissarissen in
2007 tevens het functioneren van de accountants toetsen alvorens
een voorstel aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders
in 2008 wordt gedaan voor de volgende benoemingstermijn.
In dit voorstel zullen de belangrijkste conclusies inzake de
beoordeling van het functioneren van de externe accountants
worden meegenomen.
De Raad van Commissarissen en de Raad van Bestuur zijn in 2006
tot de conclusie gekomen dat het efficiënter is om de controle van
de jaarrekeningen van ING Groep N.V. en haar dochtermaatschappijen onder te brengen bij één accountantskantoor in plaats
van bij twee. Als gevolg daarvan zal zowel Ernst & Young als
KPMG in 2007 worden uitgenodigd tot het indienen van een
offerte voor de controle van de jaarrekeningen van ING Groep N.V.
en al haar dochtermaatschappijen. Het is de bedoeling om vanaf
2008 te werken met slechts één accountantskantoor, dat zal
worden benoemd door de Algemene Vergadering van
Aandeelhouders in 2008.
Na een periode van maximaal vijf jaar van accountantscontrole van
de jaarrekeningen van ING Groep N.V., ING Verzekeringen N.V. dan
wel ING Bank N.V. worden de eerstverantwoordelijke partner en
68
ING Groep Jaarverslag 2006
Aan de externe accountants kunnen tijdens de Algemene
Vergadering van Aandeelhouders vragen worden gesteld over
hun verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekeningen.
De externe accountants zullen derhalve bij die vergadering
aanwezig zijn en mogen de aandeelhouders toespreken.
Ernst & Young en KPMG mogen alleen met toestemming van het
Audit Committee audit- en niet-audit-gerelateerde diensten aan
ING Groep en haar dochtermaatschappijen aanbieden. Het Audit
Committee verleent jaarlijks vooraf algemene goedkeuring voor
bepaalde soorten auditdiensten, audit-gerelateerde diensten en
niet-audit-gerelateerde diensten van de externe accountants van
ING. De externe accountant mag geen diensten verlenen waarvoor
niet vooraf algemene goedkeuring is gegeven door het Audit
Committee, tenzij die uitdrukkelijk, op aanbeveling van het lokale
management, door het Audit Committee zijn goedgekeurd. Het
Audit Committee stelt tevens het maximale jaarlijkse bedrag vast
dat voor dergelijke vooraf goedgekeurde diensten mag worden
uitgegeven. De besteding van de vooraf goedgekeurde bedragen
wordt gedurende het hele jaar bewaakt door de externe accountantskantoren en de afdeling Corporate Audit Services. De externe
accountants geven het Audit Committee een volledig en gedetailleerd
overzicht van alle aan ING geleverde diensten, inclusief alle
bijbehorende vergoedingen. Dit overzicht wordt periodiek in
de loop van het jaar door het Audit Committee geëvalueerd.
Meer informatie over het beleid van ING ten aanzien van de
onafhankelijkheid van de externe accountants is te vinden op
de website van ING Groep (www.ing.com).
In 2006 en 2005 zijn voor audit- en (niet-)audit-gerelateerde
diensten van Ernst & Young Accountants en KPMG
Accountants N.V. vergoedingen betaald zoals vermeld in de tabel.
Vergoedingen Ernst & Young en KPMG
in miljoenen euro’s
Audit-vergoedingen
Audit-gerelateerde vergoedingen
Vergoedingen voor belastingadviezen
Overige vergoedingen
Totaal
2006
2005
63
4
4
3
74
43
13
3
3
62
Rapport Stichting ING Aandelen
Het onderstaande rapport is opgesteld
overeenkomstig het bepaalde in artikel 15
van de Administratievoorwaarden voor
aandelen op naam van ING Groep N.V.
Ingevolge haar statuten heeft de Stichting ING Aandelen tot doel:
a. het behartigen van de belangen van de houders van (certificaten
van) aandelen in het kapitaal van ING Groep N.V., mede met het
oog op (i) de belangen van de vennootschap zelf, (ii) die van de
ondernemingen die door de vennootschap en de met de
vennootschap in een groep verbonden vennootschappen in
stand worden gehouden en (iii) alle overige bij de vennootschap
betrokkenen, op zodanige wijze dat deze belangen zo goed
mogelijk worden gewogen en gewaarborgd;
b. het verwerven en administreren van op naam luidende gewone
en preferente aandelen waarvoor certificaten aan toonder zijn
uitgegeven;
c. het bevorderen van de informatie-uitwisseling tussen de
vennootschap enerzijds en de certificaathouders en
aandeelhouders van de vennootschap anderzijds;
d. het bevorderen en organiseren van de werving van
stemvolmachten van andere aandeelhouders dan de Stichting
zelf alsmede gerichte stemvolmachten en/of steminstructies van
certificaathouders.
Het bestuur heeft in het verslagjaar 2006 vier keer vergaderd.
Op 3 april 2006 kwam het bestuur bijeen ter bespreking van het
jaarverslag 2005 en ter voorbereiding van de jaarlijkse Algemene
Vergadering van Aandeelhouders van 25 april 2006. Voorafgaand
aan deze bestuursvergadering besprak de Stichting met de Raad
van Bestuur en de Raad van Commissarissen van ING Groep N.V.
de activiteiten en prestaties van de vennootschap over het jaar
2005, op basis van het persbericht d.d. 16 februari 2006 omtrent
de jaarcijfers 2005.
Kort voor de Aandeelhoudersvergadering op 25 april 2006 kwam
het bestuur bijeen ter bespreking van de resultaten van de
stemvolmachten en om een voorlopig standpunt te bepalen ten
aanzien van de onderwerpen op de agenda. Een derde
vergadering werd gehouden op 26 oktober 2006. Belangrijke
agendapunten waren de samenstelling van het bestuur, het
voorstel om de remuneratie van het bestuur te toetsen en de
periodieke beoordeling van het profiel van de bestuursleden.
De laatste vergadering werd gehouden op 4 december 2006. Er
werd opnieuw aandacht besteed aan de samenstelling van het
bestuur en de stand van zaken met betrekking tot stemmen op
afstand (proxy voting), inclusief het werven van stemmen door
ING. Voorts werd aandacht besteed aan nieuwe ontwikkelingen
op het gebied van corporate governance. Ook werd het verloop
van de Aandeelhoudersvergadering besproken.
Voorafgaand aan haar vergadering op 4 december 2006 besprak
de Stichting met de Raad van Bestuur en de Raad van
Commissarissen van ING de activiteiten en prestaties van de
vennootschap over de eerste negen maanden van 2006, zoals
gepubliceerd op 9 november 2006.
De Stichting organiseert de werving van stemvolmachten van
aandeelhouders anders dan van de Stichting zelf en van specifieke
stemvolmachten en/of steminstructies van certificaathouders. Het
bestuur acht het van belang dat zo veel mogelijk certificaathouders
en aandeelhouders hun stem uitbrengen. Houders van certificaten
ING Groep Jaarverslag 2006
69
1.3 Onze governance
in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten
kunnen gebruik maken van stemmen op afstand.
Tijdens de Aandeelhoudersvergadering van 2006 was 39% van het
totaal geplaatste kapitaal vertegenwoordigd (28% exclusief prefs).
De Stichting stemde voor de resterende certificaten van aandelen.
De Stichting stelt zich op het standpunt dat het afschaffen van
certificering zal worden overwogen zodra de vertegenwoordiging
van gewone aandeelhouders en certificaathouders ten minste
35% is van het totale aantal op gewone aandelen uit te brengen
stemmen (exclusief meervoudig stemrecht op preferente aandelen)
gedurende drie opeenvolgende jaren.
Volgens haar statuten dient de Stichting te stemmen in het belang
van alle certificaathouders. Dat wil zeggen ook in het belang van
de meerderheid van de certificaathouders die geen steminstructies
hebben gegeven en rekening houdend met de belangen van ING
en de andere stakeholders. Hierdoor bevordert de Stichting dat op
een transparante wijze het stemrecht op alle aandelen wordt
uitgeoefend en voorkomt zij tevens dat een minderheid van
aandeelhouders een toevallige meerderheid van de stemmen op
een algemene vergadering zou kunnen inzetten ten nadele van de
belangen van de op dat moment niet aanwezige of
vertegenwoordigde beleggers. Zoals gebruikelijk was het bestuur
op de Aandeelhoudersvergadering aanwezig en beantwoordde
diverse vragen. De Stichting stemde ook op die aandelen waarvoor
geen steminstructie was ontvangen voor alle agendapunten.
Per 31 december 2006 vertegenwoordigden de in administratie
genomen gewone aandelen een nominaal bedrag van
EUR 529.056.076,56. Daartegenover zijn 2.204.400.319
certificaten van EUR 0,24 uitgegeven. Gedurende het verslagjaar
zijn per saldo 312.293 certificaten van gewone aandelen uitgegeven.
De vermeerdering kwam als volgt tot stand:
Bij:
uitoefening warrants
omzetting aandelen in certificaten
Af:
omzetting certificaten in aandelen
63.326
289.667
40.700
Per 31 december 2006 zijn voor een nominaal bedrag van
EUR 75.632.449,20 preferente aandelen A in administratie
genomen, waartegenover 63.027.041 certificaten van nominaal
EUR 1,20 zijn uitgegeven. De preferente aandelen A die
oorspronkelijk door Aegon werden gehouden, zijn in juli 2006
ingetrokken.
Op 10 april 2006 zijn de statuten van de Stichting aangepast.
Als gevolg hiervan kunnen bestuursleden voor een periode van
vier jaar worden benoemd. Zij zijn direct herkiesbaar, maar
herbenoeming is slechts twee keer mogelijk.
Mr. H.J. Blaisse is met ingang van 1 september 2006 herbenoemd
als bestuurslid. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, lid 8 van
de statuten werden de voorgenomen herbenoemingen
aangekondigd in NRC Handelsblad en de Officiële Prijscourant.
De heer ir. J.J. Veraart en de heer dr. P. Frentrop treden in 2007
volgens rooster af. Beiden zijn herbenoembaar. Het voornemen
hen opnieuw te benoemen zal tijdig worden gepubliceerd.
In december 2006 trad de heer drs. A.H.J. Risseeuw af als
bestuurslid en als voorzitter vanwege het bereiken van de
statutaire leeftijdsgrens. Hij werd als voorzitter opgevolgd door
de heer Veraart. Sinds het aftreden van de heer Risseeuw bestaat
het bestuur uit vier personen. Het bestuur is voornemens de
heer C.J. van den Driest te benoemen als bestuurder. De heer
Van den Driest bekleedt verschillende commissariaten en
is oud-bestuursvoorzitter van Koninklijke Vopak N.V. Hij brengt
waardevolle expertise in het bestuur van de Stichting ING
Aandelen.
Overeenkomstig de statuten zal het bestuur deze voorgenomen
benoeming publiceren en certificaathouders uitnodigen hierop
te reageren.
De samenstelling van het bestuur van de Stichting is momenteel
als volgt:
– ir. J.J.M. Veraart (voormalig voorzitter Raad van Bestuur HBG,
diverse commissariaten en andere nevenfuncties);
– mr. H.J. Blaisse (advocaat en vennoot bij Blaisse, diverse
adviserende nevenfuncties);
– dr. P. Frentrop (directeur Deminor Nederland B.V., in die
hoedanigheid tevens adviseur corporate governance van
Nederlandse en buitenlandse institutionele beleggers);
– ir. T. Regtuijt (voormalig lid Raad van Bestuur Nederlandse
Spoorwegen, diverse commissariaten en andere nevenfuncties);
Op de website van de Stichting (www.stichtingingaandelen.nl)
staat een overzicht van alle relevante nevenfuncties van de
bestuursleden.
De jaarlijkse vergoeding bedraagt voor alle bestuursleden van
de Stichting EUR 7.800. Met ingang van 1 januari 2007 bedraagt
de jaarlijkse vergoeding voor de voorzitter EUR 25.000 en
EUR 20.000 voor de overige bestuursleden. De volgende
overwegingen liggen ten grondslag aan dit besluit:
(i) er worden hogere eisen gesteld aan de bestuursleden als gevolg
van de ontwikkelingen op het gebied van corporate governance en
(ii) de beloning moet concurrerend zijn teneinde bestuursleden met
relevante ervaring aan te kunnen trekken.
De kosten voor proxy voting bedroegen in het verslagjaar
EUR 104.741,80.
De Stichting heeft de mogelijkheid certificaathouders te
raadplegen in een aparte vergadering. Hiervan werd in het
verslagjaar geen gebruik gemaakt. Dit heeft mede te maken met
het feit dat certificaathouders zelf de Aandeelhoudersvergadering
kunnen bijwonen en daar het woord kunnen voeren.
De werkzaamheden verbonden aan de administratie van de
aandelen worden verricht door het Administratiekantoor van het
Algemeen Administratie- en Trustkantoor BV te Amsterdam.
De contactgegevens van de Stichting ING Aandelen zijn:
Mw. mr. J.C.M. van Hulten MBA
Tel.: 020 541 88 64
E-mail: [email protected]
Amsterdam, 12 maart 2007
Bestuur Stichting ING Aandelen
70
ING Groep Jaarverslag 2006
Rapport Stichting Continuïteit ING
De Stichting Continuïteit ING werd opgericht
op 22 januari 1991 en is gevestigd te
Amsterdam. Op 23 juni 2003 is de voormalige
naam Stichting Cumulatief Preferente Aandelen
ING Groep statutair gewijzigd in Stichting
Continuïteit ING.
Tussen de Stichting Continuïteit ING en ING Groep N.V. is een
call-optie-overeenkomst gesloten die de Stichting het recht geeft
cumulatief preferente aandelen ING Groep N.V. te verwerven tot
een maximum van 900 miljoen cumulatief preferente aandelen.
Voor het verwerven van cumulatief preferente aandelen door de
Stichting geldt de beperking dat het totale geplaatste kapitaal
van ING Groep N.V., onmiddellijk na plaatsing van cumulatief
preferente aandelen, voor niet meer dan een derde uit cumulatief
preferente aandelen bestaat. Indien vervolgens nieuwe, andere
dan cumulatieve preferente, aandelen worden uitgegeven, kan
de Stichting weer gebruikmaken van bovengenoemd recht met
inachtneming van de in de vorige zin genoemde beperking. Bij
het nemen van cumulatief preferente aandelen dient ten minste
25% van de nominale waarde van die aandelen te worden gestort.
Het bestuur van de Stichting kwam in 2006 drie keer in
vergadering bijeen: op 30 januari, 3 april en 4 december 2006.
De samenstelling van het bestuur is momenteel als volgt:
mr. A.P. Timmermans (voorzitter), mr. A.C. Metzelaar,
prof. mr. S.C.J.J. Kortmann en dr. ir. W. van Vonno (herbenoemd
per 1 juli 2006).
Amsterdam, 12 maart 2007
Bestuur Stichting Continuïteit ING
Onafhankelijkheidsverklaring
Het bestuur van de Stichting Continuïteit ING en de Raad van
Bestuur van ING Groep N.V. verklaren hiermede dat naar hun
gezamenlijk oordeel is voldaan aan de ten aanzien van de
onafhankelijkheid van de bestuurders van de Stichting Continuïteit
ING gestelde eisen als bedoeld in bijlage X van het Fondsenreglement van Euronext Amsterdam N.V. te Amsterdam.
Bestuur Stichting Continuïteit ING
Raad van Bestuur ING Groep N.V.
ING Groep Jaarverslag 2006
71
1.3 Onze governance
Artikel 404 Sarbarnes-Oxley-wet
DOELMATIGE INTERNE BEHEERSING
VAN DE FINANCIËLE VERSLAGGEVING
Vanwege de beursnotering van ING aan de New
York Stock Exchange is zij verplicht te voldoen
aan de regels van de Securities & Exchange
Commission (SEC, de Amerikaanse Commissie
van Toezicht op het effecten- en beurswezen),
zoals vastgelegd in artikel 404 van de SarbanesOxley-wet, ofwel SOX 404. Op grond van deze
regels dienen de CEO (de voorzitter van de Raad
van Bestuur) en CFO van ING Groep jaarlijks,
met ingang van het jaarverslag over 2006,
verslag uit te brengen en een verklaring af te
leggen over de doelmatigheid van de interne
beheersing binnen ING Groep van de financiële
verslaggeving. Daarnaast dienen de externe
accountants een verklaring af te leggen bij de
verklaring van de Raad van Bestuur.
Interne beheersing van de financiële verslaglegging vond reeds
plaats vóór de invoering van SOX 404. Op grond van de SOX 404regels dient het management echter de doelmatigheid daarvan
aan te tonen. Dit vereist een meer geformaliseerde aanpak van de
uitvoering van onze taken. ING Groep hanteert al langere tijd
business principles en strakke principes voor bedrijfsprocessen,
waaraan alle medewerkers zich dienen te houden. SOX 404activiteiten worden conform de bestuursstructuur georganiseerd
en vereisen de betrokkenheid van het hoger kader binnen de
gehele onderneming.
Op basis van de SOX 404-aanpak is ING nu in staat een
ongekwalificeerde verklaring af te geven, waarin vastligt dat de
interne beheersing van de financiële verslaggeving doelmatig is per
31 december 2006. De SOX 404-verklaring van de Raad van
Bestuur is hieronder opgenomen, gevolgd door de verklaring van
de externe accountant.
Verklaring van de Raad van Bestuur over de interne beheersing van de financiële verslaggeving
De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor de inrichting en handhaving van een adequate interne beheersing van de financiële
verslaggeving. De interne beheersing binnen ING Groep van financiële verslaggeving krijgt haar beslag in een proces dat onder toezicht
staat van onze voornaamste uitvoerende en financiële functionarissen. Dit proces verschaft een redelijke mate van zekerheid over de
betrouwbaarheid van de financiële verslaggeving en de opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met algemeen aanvaarde
grondslagen voor de financiële verslaggeving.
Onze interne beheersing van de financiële verslaggeving is gebaseerd op beleid en procedures die:
– betrekking hebben op het voeren van een administratie die in redelijk detail een juist en getrouw beeld geeft van de transacties en
beschikking over de activa van ING;
– een redelijke mate van zekerheid verschaffen dat transacties worden vastgelegd op zodanige wijze als noodzakelijk is voor de opstelling
van de jaarrekening conform algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving, en dat onze ontvangsten en uitgaven
alleen geschieden met de goedkeuring van onze managers en directeuren; en
– een redelijke mate van zekerheid verschaffen over het voorkomen of tijdig opsporen van ongeautoriseerde verwerving en gebruik van
of beschikking over onze activa die een materieel effect op onze jaarrekening zouden kunnen hebben.
Door de inherente beperkingen van de interne beheersing van de financiële verslaggeving kunnen onjuistheden niet altijd worden
voorkomen of opgespoord. Daarnaast lopen inschattingen van de verwachte doelmatigheid voor de toekomst het risico dat de beheersing
door veranderende omstandigheden ontoereikend wordt, of dat de mate van naleving van het beleid of de procedures verslechtert.
De Raad van Bestuur heeft de doelmatigheid van de interne beheersing van de financiële verslaggeving per 31 december 2006
beoordeeld. De Raad van Bestuur heeft bij die beoordeling gebruik gemaakt van toetsingen op basis van de criteria van de Committee
of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission: Internal Control – Integrated Framework. Op basis van de beoordeling van de
Raad van Bestuur en die criteria is de Raad van Bestuur tot de slotsom gekomen dat de interne beheersing van de financiële verslaggeving
per 31 december 2006 doelmatig was.
Onze externe accountant heeft een accountantscontrole gedaan van de beoordeling door de Raad van Bestuur van de interne
beheersing van de financiële verslaggeving en heeft dienaangaande een rapport uitgebracht, wat hierna is opgenomen en dat een
ongekwalificeerde verklaring is omtrent de beoordeling door de Raad van Bestuur van de interne beheersing van de financiële
verslaggeving per 31 december 2006.
Amsterdam, 12 maart 2007
Michel Tilmant,
Voorzitter Raad van Bestuur
72
ING Groep Jaarverslag 2006
Cees Maas,
Chief Financial Officer
Rapport van de externe accountant
Aan de Aandeelhouders, de Raad van Commissarissen en de Raad van Bestuur van ING Groep N.V.
Wij hebben de beoordeling van het bestuur, zoals opgenomen in bijgaande “Verklaring van de Raad van Bestuur over de interne
beheersing van de financiële verslaggeving”, dat bij ING Groep N.V. per 31 december 2006 sprake was van een effectieve interne
beheersing van de financiële verslaggeving op basis van de criteria zoals die zijn vastgesteld in “Internal Control – Integrated Framework”,
uitgegeven door de Committee of Sponsoring Organisations of the Treadway Commission (de COSO-criteria) gecontroleerd. Het is de
verantwoordelijkheid van het bestuur van ING Groep N.V. te zorgen voor een effectieve interne beheersing van de financiële
verslaggeving en voor de beoordeling van de effectiviteit van de interne beheersing van de financiële verslaggeving. Onze
verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de beoordeling van het bestuur en over de effectiviteit van de interne beheersing
van de financiële verslaggeving van de onderneming op basis van onze controle.
Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met de standaarden van de Public Company Accounting Oversight Board (United
Sates). Dienovereenkomstig zijn wij verplicht de controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt
verkregen dat er in alle materiële opzichten sprake is geweest van effectieve interne beheersing van de financiële verslaggeving. Onze
controle omvatte onder meer het verwerven van inzicht in de interne beheersing van de financiële verslaggeving, een evaluatie van de
beoordeling door het bestuur, het testen en evalueren van opzet en werking van het interne beheerssysteem en het verrichten van alle
overige werkzaamheden die wij gezien de omstandigheden noodzakelijk achtten. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen
controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
De interne beheersing van de financiële verslaggeving van een onderneming is een proces dat is gericht op het verkrijgen van een
redelijke mate van zekerheid omtrent de betrouwbaarheid van de financiële verslaggeving en de opstelling van de externe jaarrekening
overeenkomstig algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving. De interne beheersing van de financiële verslaggeving
van een onderneming heeft betrekking op haar beleid en procedures die (1) relevant zijn voor het voeren van een administratie die, met
een redelijke mate van detaillering, een juist en getrouw beeld geeft van de transacties en de beschikking over de activa van de
onderneming; (2) een redelijke mate van zekerheid bieden dat transacties zodanig worden vastgelegd dat de jaarrekening kan worden
opgesteld in overeenstemming met algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en dat de ontvangsten en uitgaven
van de onderneming uitsluitend worden verricht met goedkeuring van het bestuur van die onderneming; en (3) een redelijke mate van
zekerheid bieden dat ongeoorloofde verwerving en aanwending van, dan wel beschikking over activa van de onderneming die van
materiële invloed zou kunnen zijn op de jaarrekening, wordt voorkomen dan wel tijdig wordt gesignaleerd.
Vanwege haar inherente beperkingen zal de interne beheersing van de financiële verslaggeving niet alle onjuistheden kunnen voorkomen
of signaleren. Daarnaast zijn schattingen omtrent de effectiviteit van de beheersingsmaatregelen in de toekomst onderhevig aan het
risico dat die maatregelen ontoereikend worden als gevolg van veranderde omstandigheden, of de mate waarin voldaan wordt aan het
beleid en de procedures verslechtert.
Naar ons oordeel is de beoordeling van het bestuur dat per 31 december 2006 de interne beheersing door ING Groep N.V. van de
financiële verslaggeving effectief is op basis van de COSO-criteria, in alle materiële opzichten juist. Daarnaast was naar ons oordeel de
interne beheersing van de financiële verslaggeving van ING Groep N.V. per 31 december 2006 op basis van de COSO-criteria in alle
materiële opzichten effectief.
Tevens hebben wij in overeenstemming met de standaarden van de Public Company Accounting Oversight Board (United States) de
geconsolideerde balans per 31 december 2006 en de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerde kasstroomoverzicht
en het geconsolideerde mutatieoverzicht eigen vermogen over 2006 van ING Groep N.V. gecontroleerd. Op 12 maart 2007 hebben wij
daarbij een goedkeurende accountantsverklaring verstrekt.
Amsterdam, 12 maart 2007
Ernst & Young Accountants
ING Groep Jaarverslag 2006
73
1.3 Onze governance
Remuneratierapport
Dit hoofdstuk behandelt de remuneratie van
de Raad van Bestuur en de Raad van
Commissarissen. Het remuneratiebeleid werd
op 27 april 2004 goedgekeurd door de
Algemene Vergadering van Aandeelhouders
(AVA). In 2006 is de pensioenregeling van de
Raad van Bestuur gewijzigd in lijn met de
door de AVA goedgekeurde wijziging van
het remuneratiebeleid. De herziene
pensioenregeling voor de Raad van Bestuur
staat beschreven vanaf pagina 76. Er waren in
2006 geen verdere wijzigingen op dit beleid,
waardoor de goedkeuring van de AVA nog
steeds van toepassing is. Dit hoofdstuk begint
met een beschrijving van het algemene
remuneratiebeleid voor het topkader, gevolgd
door de remuneratie voor de Raad van Bestuur
over 2006 en de beloningsstructuur voor 2007.
Daarnaast is informatie opgenomen over
leningen en voorschotten aan de leden
van de Raad van Bestuur en de Raad van
Commissarissen alsmede over certificaten van
aandelen ING Groep die door de leden van
deze twee raden worden gehouden.
ALGEMEEN REMUNERATIEBELEID VOOR TOPKADER
Achtergrond
De belangrijkste doelstelling van het remuneratiebeleid is de
onderneming in staat te stellen gekwalificeerde en ervaren
managers aan te trekken en te behouden. Het beloningspakket
bevordert een prestatiegerichte cultuur die zowel de doelstellingen
van ING als van haar stakeholders ondersteunt. ING beloont
prestaties op basis van vooraf vastgestelde, uitdagende, meetbare
en beïnvloedbare doelstellingen voor de korte en de lange termijn.
Het remuneratiebeleid van ING is gebaseerd op vijf belangrijke
principes die binnen het gehele bedrijf gelden. Deze principes zijn:
– Het totale beloningsniveau wordt vergeleken met de beloning in
relevante markten waarin ING talent aantrekt in concurrentie
met andere bedrijven.
– ING streeft naar een totale beloning op het mediaanniveau van
de relevante markten, waarbij alleen in geval van uitzonderlijke
prestaties boven het mediaanniveau zal worden beloond.
– Het beloningspakket bestaat o.a. uit variabele componenten
(kortetermijn- en langetermijnbonussen) om ervoor te zorgen
dat de remuneratie van het topkader is gekoppeld aan de
bedrijfsprestaties van ING op korte en lange termijn.
– Om de effectiviteit van het kortetermijnbonusplan te bevorderen
worden aan het begin van ieder jaar duidelijke, meetbare en
uitdagende doelstellingen vastgesteld.
– Met de langetermijnbonus wordt de aandacht gevestigd op
strategische doelstellingen voor de langere termijn en op het op
één lijn brengen van de belangen van het management en van
de aandeelhouders. Een groot aantal managers van ING neemt
aan het langetermijnbonusplan deel om de gemeenschappelijke
focus op het totaalresultaat van ING te waarborgen.
Beloningsstructuur
De beloningsstructuur van ING bestaat uit drie basiscomponenten:
– vast of basissalaris, dat de gegarandeerde jaarlijkse beloning
vertegenwoordigt;
– een kortetermijnbonus in geld, gerelateerd aan de prestaties
in het afgelopen jaar;
– een langetermijnbonus in de vorm van opties en/of
prestatieaandelen, gerelateerd aan de prestaties over
verscheidene jaren en toekomstgericht.
Naast het basissalaris en participatie in het bonusplan genieten
de leden van de Raad van Bestuur dezelfde aanvullende
arbeidsvoorwaarden als de meeste medewerkers van ING Groep,
zoals korting op een zorgverzekering, het gebruik van een
bedrijfsauto en, indien van toepassing, vergoedingen voor expatriates.
Basissalaris
Het basissalaris van de leden van de Raad van Bestuur moet
toereikend zijn om hooggekwalificeerde managers, die nodig zijn
om de bedrijfsdoelstellingen te realiseren, te kunnen aantrekken en
behouden. Bij de besluitvorming over de hoogte van basissalarissen
kijkt de Raad van Commissarissen naar ervaring, achtergrond,
verantwoordelijkheden, prestaties en leidinggevende capaciteiten
van de voorzitter, de CFO en de overige leden van de Raad van
Bestuur.
74
ING Groep Jaarverslag 2006
Om te waarborgen dat het niveau van het basissalaris in lijn is met
de relevante markten waarin ING talent zoekt, toetst de Raad van
Commissarissen jaarlijks het basissalaris van de leden van de Raad
van Bestuur.
Kortetermijnbonusplan
Het kortetermijnbonusplan vormt een belangrijk onderdeel van
ING’s prestatiegerichte cultuur. De kortetermijnbonus wordt
uitgekeerd in geld. De bonus die kan worden behaald bij een
prestatie conform de doelstelling wordt uitgekeerd als een
percentage van het basissalaris. Dit percentage is gebaseerd op
een vergelijkingsonderzoek naar gangbare niveaus in de externe
markten waarin ING opereert alsmede op interne doelstellingen. In
2006 zijn ten aanzien van het kortetermijnbonusplan voor de leden
van de Raad van Bestuur en het topmanagement (de top 200) drie
financiële parameters gebruikt om de resultaten op Groepsniveau
vast te stellen. Deze financiële parameters zijn: operationele
nettowinst, totale bedrijfslasten en het rendement op het
economisch kapitaal. De kwantitatieve elementen van deze
doelstellingen worden als koers- en concurrentiegevoelige
informatie beschouwd en worden
derhalve niet openbaar gemaakt.
Door de financiële parameters te combineren ontstaat een goed
beeld van de totale prestaties van ING. Elke component weegt
even zwaar bij het vaststellen van de uiteindelijke bonus. De drie
prestatiedoelstellingen worden door de Raad van Commissarissen
aan het begin van iedere beoordelingsperiode vastgesteld.
Wat de kortetermijnbonus betreft geldt dat de feitelijke
uitbetaling in een willekeurig jaar kan variëren van 0 tot 200%
van het doelstellingsniveau.
Behalve op financiële doelstellingen is de kortetermijnbonus deels
gebaseerd op individuele prestaties, gerelateerd aan voor iedere
manager vooraf vastgestelde meetbare doelstellingen. Deze
doelstellingen hangen samen met de specifieke verantwoordelijkheden van de verschillende leden van de Raad van Bestuur
en worden vastgesteld en beoordeeld door de Raad van
Commissarissen. De Raad van Bestuur stelt de doelstellingen vast
voor het topmanagement. Voor deze bestuurslaag, die direct aan
de Raad van Bestuur rapporteert, ligt de nadruk op individuele
prestaties aangezien hun verantwoordelijkheid primair bij de
bedrijfsonderdelen ligt.
Kortetermijnbonus: relatieve belang van het Groepsresultaat
en het individueel resultaat
Groepsresultaat
Raad van Bestuur
Topmanagement
Individueel resultaat
70% van totale bonus 30% van totale bonus
15% van totale bonus 85% van totale bonus
Langetermijnbonusplan
Het langetermijnbonusplan van ING bestaat uit zowel aandelenopties als prestatieaandelen. Langetermijnbonussen worden
toegekend om de belangen van het topmanagement gelijk te
schakelen met die van de aandeelhouders en het topmanagement
voor een langere periode aan ING te binden. De langetermijnbonus
wordt toegekend op basis van een evenredige verdeling naar
marktwaarde over opties en prestatieaandelen. Het langetermijnbonusplan is op 27 april 2004 tijdens de Algemene Vergadering
van Aandeelhouders besproken en goedgekeurd.
De aandelenopties van ING hebben een totale looptijd van tien
jaar en een wachttijd van drie jaar. Na drie jaar mogen de opties
worden uitgeoefend, mits de optiehouder nog in dienst van
ING (of gepensioneerd) is. De uitoefenprijs van de opties is
gelijk aan de openingskoers op Euronext Amsterdam op een
bepaalde dag in de eerste open periode na de Algemene
Vergadering van Aandeelhouders.
Prestatieaandelen worden voorwaardelijk toegekend. Het aantal
aandelen dat aan het einde van een beoordelingsperiode van
drie jaar onvoorwaardelijk wordt, is afhankelijk van het totale
aandeelhoudersrendement van ING (koerswinsten op aandelen
en opnieuw geïnvesteerde dividenden die aandeelhouders in
die periode ontvangen), gerelateerd aan het totale
aandeelhoudersrendement van een vooraf gedefinieerde
referentiegroep van vergelijkbare ondernemingen. De criteria die
worden gehanteerd voor het samenstellen van deze referentiegroep zijn: a) vergelijkbaar en relevant geacht door de Raad van
Commissarissen, b) vergelijkbaar met ING’s huidige portefeuille
(bankieren, verzekeren en vermogensbeheer) en ING’s
geografische spreiding, c) wereldwijd actief, d) beursgenoteerd
en een substantieel aantal vrij verhandelbare aandelen.
Op basis van deze criteria bestaat de referentiegroep uit de
volgende bedrijven:
– Citigroup, Fortis, Lloyds TSB (bank/verzekeringsbedrijven);
– ABN Amro, Bank of America, BNP Paribas, BSCH, Credit Suisse,
Deutsche Bank, HSBC (banken);
– Aegon, AIG, Allianz, Aviva, AXA, Hartford Financial Services,
Munich Re, Prudential (verzekeringsbedrijven);
– Amvescap PLC (vermogensbeheerder).
De plaats van ING binnen deze groep bedrijven op basis van
het totale rendement voor aandeelhouders is bepalend voor
het uiteindelijke aantal aandelen dat aan het einde van de
beoordelingsperiode van drie jaar vrijkomt. Het aantal
prestatieaandelen dat aan het begin van elke periode van drie
jaar in eerste instantie wordt toegekend is gebaseerd op een
middenpositie voor ING. Dit aantal stijgt of daalt (lineair) op basis
van de positie van ING’s totale rendement voor aandeelhouders
na de beoordelingsperiode van drie jaar, zoals weergegeven in de
navolgende tabel.
ING Groep Jaarverslag 2006
75
1.3 Onze governance
Remuneratierapport vervolg
Aantal aandelen toegekend na elke beoordelingsperiode van
drie jaar, gerelateerd aan referentiegroep
Positie ING
1–3
4–8
9 – 11
12 – 17
18 – 20
Aantal aandelen
200%
Tussen 200% and 100%
100%
Tussen 100% and 0%
0%
Vóór aanvang van iedere nieuwe beoordelingsperiode van drie
jaar wordt de referentiegroep door de Raad van Commissarissen
heroverwogen. De beoordeling zelf aan het einde van iedere
periode van drie jaar wordt door een onafhankelijke derde partij
uitgevoerd.
Het is de leden van de Raad van Bestuur niet toegestaan om opties
en prestatieaandelen te verkopen binnen een periode van vijf jaar
na toekenning. Het is de deelnemers slechts toegestaan een deel
van hun certificaten van aandelen te verkopen op het moment van
onvoorwaardelijke verkrijging teneinde de belasting over het
gevestigde recht te betalen. Certificaten van aandelen verkregen
uit de uitoefening van opties mogen alleen binnen een periode van
vijf jaar na toekenning van de opties worden verkocht teneinde de
belasting over het gevestigde recht te betalen.
Beloningsniveaus
Ieder jaar vindt er een analyse van beloningsniveaus plaats op basis
van een referentiegroep van ondernemingen. Deze groep werd
in 2003 samengesteld en is een mix van Europese financiële
instellingen en in Nederland gevestigde multinationals. De
referentiegroep is een afspiegeling van het type bedrijf en het
bedrijfsklimaat waarin ING opereert. ING concurreert met deze
bedrijven om toptalent. De volgende bedrijven maken deel uit van
deze groep: ABN Amro, Aegon, Ahold, AXA, BNP Paribas, Credit
Suisse, Fortis, KPN, Royal Bank of Scotland en Société Générale.
In overeenstemming met het algemene beloningsbeleid van ING
heeft de Raad van Commissarissen zich gericht op een toename
van variabele (prestatiegerichte) beloningscomponenten, waardoor
de salarissen van de leden van de Raad van Bestuur geleidelijk over
een periode van vier jaar zijn opgetrokken naar het mediane niveau
van de Europese/Nederlandse referentiegroep. Dit is gerealiseerd
door de targetbonusniveaus op zowel de korte als de lange termijn
te verhogen. Op deze manier is de toekomstige beloning directer
gekoppeld aan de prestaties op de korte en de lange termijn.
Als gevolg hiervan is de samenstelling van het beloningspakket
bij het behalen van de doelstellingen evenredig verdeeld over
de componenten (1/3 basissalaris, 1/3 kortetermijnbonus en 1/3
langetermijnbonus). De evenredige verdeling van de variabele
beloning zorgt ervoor dat de focus zowel op de korte als op
de lange termijn gericht is.
Pensioenen leden Raad van Bestuur
Tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 25 april
2006 is besloten tot een wijziging van het remuneratiebeleid van
de Raad van Bestuur met betrekking tot de pensioenregeling. De
76
ING Groep Jaarverslag 2006
herziene pensioenregeling zal gelden voor alle leden van de
Raad van Bestuur ongeacht het moment van benoeming, met
uitzondering van de heren Maas en McInerney. De herziene
pensioenregeling is niet van toepassing op de heer Maas,
aangezien hij geboren is voor 1 januari 1950 en derhalve blijft
deelnemen aan de vorige pensioenregeling voor de Raad van
Bestuur dat gebaseerd is op vaste toezeggingen (‘defined
benefit plan’). Aangezien de heer McInerney deelneemt aan een
Amerikaanse pensioenregeling is de herziene pensioenregeling
ook op hem niet van toepassing. De pensioenen van de Nederlandse
leden van de Raad van Bestuur zijn nu gebaseerd op vaste
premies (‘defined contribution plan’), die door middel van
een contract bij Nationale-Nederlanden Levensverzekering
Maatschappij N.V. zijn verzekerd. Met ingang van 2006 zijn de leden
van de Raad van Bestuur verplicht een deel van hun pensioenpremie
te betalen. De arbeidsovereenkomst wordt in geval van pensionering
van rechtswege beëindigd per 1 juni van het jaar waarin de
betrokkene de leeftijd van 65 bereikt (‘standaardpensionering’).
De pensioengerechtigde leeftijd is veranderd ten opzichte van
voorgaande jaren (leeftijd was 60) naar 65 jaar als gevolg van een
wijziging in het Nederlandse belastingstelsel.
Arbeidsovereenkomst voor nieuw benoemde bestuursleden
De arbeidsovereenkomst voor leden van de Raad van Bestuur
benoemd na 1 januari 2004 bepaalt dat zij worden benoemd
voor een periode van vier jaar (de benoemingsperiode) en biedt
de mogelijkheid tot herbenoeming door de Algemene
Vergadering van Aandeelhouders.
In het geval van een onvrijwillige beëindiging van hun dienstverband
hebben leden van de Raad van Bestuur recht op een veelvoud van
hun basissalaris als lid van de Raad van Bestuur, met behoud van
hun bestaande rechten. Deze rechten overschrijden in geringe
mate de vertrekregeling volgens de Nederlandse Corporate
Governance Code, dat wil zeggen niet meer dan twee keer het
basissalaris (eerste benoemingstermijn) of één keer het basissalaris
(in alle overige situaties).
Aangezien bestaande contracten niet eenzijdig kunnen worden
aangepast, blijven leden van de Raad van Bestuur die vóór 2004
zijn benoemd voor onbepaalde tijd aan en geldt er voor hen in
geval van onvrijwillige beëindiging van het dienstverband een
vertrekregeling van drie jaar basissalaris.
De opzegtermijn van leden van de Raad van Bestuur is drie
maanden voor de werknemer en zes maanden voor de werkgever.
REMUNERATIE RAAD VAN BESTUUR 2006
Basissalaris Raad van Bestuur 2006
Het basissalaris voor de leden van de Raad van Bestuur is voor
2006 bevroren, net zoals in 2004 en 2005 het geval was. In 2003
werd het basissalaris van de leden van de Raad van Bestuur met
7,5% verhoogd, nadat het sinds 1999 op hetzelfde niveau was
gebleven. Het basissalaris van de heren Tilmant en Maas werd met
ingang van 28 april 2004 met 10% verhoogd vanwege hun
benoeming tot respectievelijk voorzitter en vicevoorzitter van de
Raad van Bestuur.
Kortetermijnbonusplan Raad van Bestuur 2006
Voor 2006 werd de kortetermijnbonus bij het behalen van de
doelstellingen vastgesteld op 100% van het individuele basissalaris
van de leden van de Raad van Bestuur. De uiteindelijk uit te keren
bonus is afhankelijk van het realiseren van een aantal gezamenlijke
financiële doelstellingen van de Groep en van specifieke individuele
kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen voor de afzonderlijke
leden van de Raad van Bestuur. De totale kortetermijnbonus is
voor 70% gebaseerd op de operationele nettowinst, de totale
bedrijfslasten en het rendement op het economisch kapitaal van
de Groep, en voor 30% op individuele doelstellingen die aan het
begin van het jaar door de voorzitter van de Raad van Bestuur
ter goedkeuring zijn voorgelegd aan de Remuneratie- en
Nominatiecommissie van de Raad van Commissarissen.
Begin 2007 heeft de Remuneratie- en Nominatiecommissie de
feitelijke resultaten van ING beoordeeld ten opzichte van de
doelstellingen voor 2006. Over 2006 heeft ING gemiddeld de drie
financiële doelstellingen van de Groep overtroffen, wat resulteerde
in een score van 169% van de doelstelling voor deze component.
De score voor de individuele prestaties van de leden van de Raad
van Bestuur was gemiddeld 171%. De externe accountant van ING
heeft beoordeeld in welke mate de doelstellingen, zowel voor de
Groep als individueel, zijn gerealiseerd. Het Audit Committee
was betrokken bij de beoordeling van de onderliggende
financiële gegevens.
Langetermijnbonusplan Raad van Bestuur 2006
Voor het langetermijnbonusplan van de Raad van Bestuur wordt
gebruik gemaakt van twee instrumenten: aandelenopties en
prestatieaandelen. Zoals eerder aangegeven, heeft de Raad van
Bestuur een identiek plan aangenomen voor het gehele topkader
van ING. Dit betekent dat meer dan 7.000 managers aan een
soortgelijk plan deelnemen.
De langetermijnbonus 2006 was voor elk lid van de Raad van
Bestuur vastgesteld op 100% van het basissalaris bij het behalen
van de doelstellingen. De uiteindelijke bonus hangt af van het
kortetermijnbonusplan van de Groep en varieert van 50% van
de doelstelling (wanneer de kortetermijnbonus 0% is) tot 150%
(wanneer de kortetermijnbonus 200% is).
De heer McInerney krijgt voorwaardelijke aandelen toegekend op
hetzelfde moment waarop de overige leden van de Raad van
Bestuur de langetermijnbonus krijgen toegekend. Deze voorwaardelijke aandelen worden vier jaar na toekenning 100%
onvoorwaardelijk onder de voorwaarde dat er op dat moment nog
steeds sprake is van een actief dienstverband. Deze toekenning
vormt onderdeel van het arbeidscontract van de heer McInerney
teneinde zijn totale beloning af te stemmen op de markt voor
topmanagers in de Verenigde Staten. Het aantal toegekende
voorwaardelijke aandelen is opgenomen in de tabel betreffende de
langetermijnbonus op pagina 80.
De uitoefenprijs van de opties is gelijk aan de openingskoers van
het aandeel ING Groep op 17 mei 2007 op de Euronext Amsterdam
aandelenbeurs. De prestatieaandelen zijn begin 2007 voorwaardelijk
toegekend; het definitieve aantal zal afhangen van de positie
binnen de referentiegroep na afloop van de periode van drie jaar
(2007 – 2009), gebaseerd op de prestatie/bonus-schaal zoals
hiervoor aangegeven.
De prestatieaandelen die in 2004 zijn toegekend, worden in 2007
onvoorwaardelijk, na een beoordelingsperiode die liep van 2004
tot 2006. Het uiteindelijke resultaat van 200% is gebaseerd op
de tweede plaats die ING op basis van het totale aandeelhoudersrendement inneemt in de referentiegroep. Dit resultaat is
vastgesteld door een onafhankelijke derde partij. De externe
accountant van ING heeft de betreffende berekening getoetst.
Voor de leden van de Raad van Bestuur die in 2004 prestatieaandelen toegekend hebben gekregen, zal in mei 2007 het
definitieve aantal prestatieaandelen worden vastgesteld. Voor
de overige topmanagers aan wie voor de periode 2004-2007
prestatieaandelen zijn toegekend, geldt dat deze aandelen in
maart 2007 onvoorwaardelijk worden.
Pensioenlasten
De eerste tabel op pagina 82 geeft de pensioenlasten weer van
de individuele leden van de Raad van Bestuur.
Aangezien de kortetermijnbonus over 2006 met betrekking tot
de Groepsdoelstellingen uitkwam op 169%, is de toegekende
langetermijnbonus 134,5% van de doelstelling. Het aantal opties
en prestatieaandelen wordt vastgesteld op basis van de referentiekoers vastgesteld aan het eind van 2006 (EUR 33,83) en een
berekening van de marktwaarde van opties en prestatieaandelen
(gebaseerd op een optiewaarderingsmodel).
Het aantal opties, het maximaal aantal prestatieaandelen en het
aantal voorwaardelijke aandelen die aan de Raad van Bestuur
worden toegekend op basis van het langetermijnbonusplan 2006,
zijn onderhevig aan goedkeuring door de aandeelhouders. De
toekenning van opties, prestatieaandelen en voorwaardelijke
aandelen aan de individuele leden van de Raad van Bestuur is
opgenomen in de tabel betreffende de langetermijnbonus op
pagina 80-81.
ING Groep Jaarverslag 2006
77
1.3 Onze governance
Remuneratierapport vervolg
Remuneratie in contanten van de leden van de Raad van Bestuur
Bedragen in duizenden euro’s
78
2006
2005
2004
MICHEL TILMANT (1)
Basissalaris
Kortetermijnbonus
Totale beloning in contanten
1.289
2.299
3.588
1.289
1.520
2.809
1.250
866
2.116
CEES MAAS (1)
Basissalaris
Kortetermijnbonus
Totale beloning in contanten
697
1.244
1.941
697
806
1.503
677
530
1.207
ERIC BOYER DE LA GIRODAY (2)
Basissalaris
Kortetermijnbonus
Totale beloning in contanten
850
1.477
2.327
850
945
1.795
574
445
1.019
DICK HARRYVAN (3)
Basissalaris
Kortetermijnbonus
Totale beloning in contanten
423
710
1.133
ELI LEENAARS (2)
Basissalaris
Kortetermijnbonus
Totale beloning in contanten
634
1.102
1.736
634
705
1.339
428
321
749
TOM MCINERNEY (3) (4)
Basissalaris
Kortetermijnbonus
Totale beloning in contanten
690
1.157
1.847
HANS VAN DER NOORDAA (3)
Basissalaris
Kortetermijnbonus
Totale beloning in contanten
423
710
1.133
JACQUES DE VAUCLEROY (3)
Basissalaris
Kortetermijnbonus
Totale beloning in contanten
423
710
1.133
FRED HUBBELL (4) (5)
Basissalaris
Kortetermijnbonus
Totale beloning in contanten
556
908
1.464
1.120
1.270
2.390
1.121
855
1.976
ING Groep Jaarverslag 2006
Remuneratie in contanten van de leden van de Raad van Bestuur (vervolg)
Bedragen in duizenden euro’s
2006
2005
2004
ALEXANDER RINNOOY KAN (5)
Basissalaris
Kortetermijnbonus
Totale beloning in contanten
370
604
974
634
705
1.339
634
493
1.127
HANS VERKOREN (2) (5)
Basissalaris
Kortetermijnbonus
Totale beloning in contanten
370
604
974
634
705
1.339
428
335
763
(1)
(2)
(3)
(4)
(5)
De heren Tilmant en Maas ontvingen een salarisverhoging van 10% nadat zij in april 2004 tot respectievelijk voorzitter en vicevoorzitter van de Raad van Bestuur werden
benoemd.
De heren Boyer de la Giroday, Leenaars en Verkoren werden met ingang van 28 april 2004 benoemd tot lid van de Raad van Bestuur. De bedragen voor deze leden geven de
beloning weer die zij in hun hoedanigheid van lid van de Raad van Bestuur hebben ontvangen. De cijfers voor 2004 geven dus een gedeeltelijk jaar als lid van de Raad van
Bestuur weer.
De heren Harryvan, McInerney, Van der Noordaa en De Vaucleroy zijn met ingang van 25 april 2006 benoemd tot lid van de Raad van Bestuur. De bedragen voor deze leden
geven de beloning weer die zij in hun hoedanigheid van lid van de Raad van Bestuur hebben ontvangen. De cijfers voor 2006 geven dus een gedeeltelijk jaar als lid van de
Raad van Bestuur weer.
De heren McInerney en Hubbell ontvangen hun salaris in US-dollars. Het jaarsalaris in dollars wordt omgerekend in euro’s tegen de gemiddelde koers in dat jaar.
Met ingang van 25 april 2006 zijn de heren Hubbell en Verkoren gepensioneerd en is de heer Rinnooy Kan teruggetreden uit de Raad van Bestuur. De bedragen voor deze
leden geven de beloning weer die zij in hun hoedanigheid van lid van de Raad van Bestuur hebben ontvangen. De cijfers voor 2006 geven dus een gedeeltelijk jaar als lid van
de Raad van Bestuur weer.
De beloning in contanten van voormalige leden van de Raad van Bestuur was in 2006 en 2005 nihil en bedroeg in 2004 EUR 681.000.
ING Groep Jaarverslag 2006
79
1.3 Onze governance
Remuneratierapport vervolg
Langetermijnbonus van de leden van de Raad van Bestuur (1)
Bedragen in duizenden euro’s
80
2006
2005
2004
MICHEL TILMANT
Aantal opties
Aantal prestatieaandelen
Marktwaarde langetermijnbonus (2)
132.163
27.650
1.734
108.200
19.300
1.160
82.600
15.000
661
CEES MAAS (3)
Aantal opties
Aantal prestatieaandelen
Marktwaarde langetermijnbonus (2)
0
0
938
58.600
10.500
628
51.200
9.300
410
ERIC BOYER DE LA GIRODAY (4)
Aantal opties
Aantal prestatieaandelen
Marktwaarde langetermijnbonus (2))
87.138
18.230
1.143
71.400
12.800
765
43.400
7.900
347
DICK HARRYVAN (5)
Aantal opties
Aantal prestatieaandelen
Marktwaarde langetermijnbonus (2)
43.347
9.069
569
ELI LEENAARS (4)
Aantal opties
Aantal prestatieaandelen
Marktwaarde langetermijnbonus (2)
65.021
13.603
853
53.200
9.500
571
32.400
5.900
259
TOM MCINERNEY (5) (6)
Aantal opties
Aantal prestatieaandelen
Aantal voorwaardelijke aandelen
Marktwaarde langetermijnbonus (2)
70.695
14.790
37.633
2.201
HANS VAN DER NOORDAA (5)
Aantal opties
Aantal prestatieaandelen
Marktwaarde langetermijnbonus (2)
43.347
9.069
569
JACQUES DE VAUCLEROY (5)
Aantal opties
Aantal prestatieaandelen
Marktwaarde langetermijnbonus (2)
43.347
9.069
569
FRED HUBBELL (7)
Aantal opties
Aantal prestatieaandelen
Marktwaarde langetermijnbonus (2)
0
0
1.008
84.700
15.400
678
ALEXANDER RINNOOY KAN (7)
Aantal opties
Aantal prestatieaandelen
Marktwaarde langetermijnbonus (2)
0
0
571
48.000
8.700
384
HANS VERKOREN (4) (7)
Aantal opties
Aantal prestatieaandelen
Marktwaarde langetermijnbonus (2)
0
0
571
32.400
5.900
259
ING Groep Jaarverslag 2006
(1)
Langetermijnbonussen worden toegekend in het jaar volgend op het verslagjaar. Het plan voorziet in een combinatie van opties en voorwaardelijke prestatieaandelen
gebaseerd op een 50/50-verdeling van de waarde. De verhouding tussen opties en prestatieaandelen varieert ieder jaar als gevolg van de marktwaardeberekening en de
50/50-verdeling in waarde. Op basis van de berekening van de marktwaarde voor het prestatiejaar 2006 is de verhouding tussen opties en prestatieaandelen 4,78 : 1 (2005:
5.6 : 1; 2004: 5.5 : 1). Het aantal opties, het maximum aantal prestatieaandelen en het aantal voorwaardelijke aandelen toe te kennen aan de leden van de Raad van Bestuur
zal ter goedkeuring aan de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders worden voorgelegd. De wachttijd voor de prestatieaandelen is drie jaar. De kosten
verbonden aan de prestatieaandelen worden pro rata verdeeld over de driejaarsperiode.
(2)
De marktwaarde van de langetermijnbonus geeft de geschatte marktwaarde weer op de datum van toekenning, op basis van een marktwaardeberekening.
De waardeberekening van aan de Raad van Bestuur toegekende opties en prestatieaandelen geschiedt jaarlijks.
(3)
Aangezien de heer Maas in 2007 met pensioen gaat, ontvangt hij zijn langetermijnbonus in contanten in plaats van in opties en prestatieaandelen.
(4)
De heren Boyer de la Giroday, Leenaars en Verkoren werden met ingang van 28 april 2004 benoemd tot lid van de Raad van Bestuur. De bedragen van deze leden geven de
beloning weer die zij in hun hoedanigheid van lid van de Raad van Bestuur hebben ontvangen.
(5)
De heren Harryvan, McInerney, Van der Noordaa en De Vaucleroy zijn met ingang van 25 april 2006 benoemd tot lid van de Raad van Bestuur. De bedragen voor deze leden
geven de beloning weer die zij in hun hoedanigheid van lid van de Raad van Bestuur hebben ontvangen.
(6)
De heer McInerney ontvangt voorwaardelijke aandelen op dezelfde datum van toekenning als de andere langetermijnbonussen. Deze voorwaardelijke aandelen worden vier
jaar na toekenning 100% onvoorwaardelijk onder de voorwaarde dat er op dat moment nog steeds sprake is van een actief dienstverband. Deze toekenning vormt
onderdeel van het arbeidscontract van de heer McInerney teneinde zijn totale beloning af te stemmen op de markt voor topmanagers in de Verenigde Staten.
(7)
Als gevolg van hun pensionering c.q. terugtreding uit de Raad van Bestuur in 2006, hebben de heren Hubbell, Rinnooy Kan en Verkoren hun langetermijnbonus over 2005
in contanten ontvangen in plaats van in opties en prestatieaandelen.
De marktwaarde van de langetermijnbonussen van voormalige leden van de Raad van Bestuur was in 2006, 2005 en 2004 nihil.
ING Groep Jaarverslag 2006
81
1.3 Onze governance
Remuneratierapport vervolg
Pensioenlasten van de leden van de Raad van Bestuur (1)
Bedragen in duizenden euro’s
Michel Tilmant
Cees Maas
Eric Boyer de la Giroday (2)
Dick Harryvan (3)
Eli Leenaars (2)
Tom McInerney (3) (5)
Hans van der Noordaa (3)
Jacques de Vaucleroy (3)
Fred Hubbell (4) (5) (6)
Alexander Rinnooy Kan (4) (7)
Hans Verkoren (2) (4)
(1)
(2)
(3)
(4)
(5)
(6)
(7)
2006
2005
2004
689
448
439
206
270
297
170
170
2.282
2.105
119
685
482
482
467
345
260
255
102
395
483
306
462
346
109
Ter wille van de vergelijkbaarheid zijn de pensioenlasten herberekend volgens IAS 19, waarbij voor de jaren 2004-2006 van algemene aannames is uitgegaan.
De heren Boyer de la Giroday, Leenaars en Verkoren zijn met ingang van 28 april 2004 benoemd tot lid van de Raad van Bestuur. De bedragen voor deze leden geven de
pensioenlasten weer in hun hoedanigheid van lid van de Raad van Bestuur.
De heren Harryvan, McInerney, Van der Noordaa en De Vaucleroy zijn met ingang van 25 april 2006 benoemd tot lid van de Raad van Bestuur. De bedragen van deze leden
geven de pensioenlasten weer in hun hoedanigheid van lid van de Raad van Bestuur.
Met ingang van 25 april 2006 zijn de heren Hubbell en Verkoren gepensioneerd en is de heer Rinnooy Kan teruggetreden als lid van de Raad van Bestuur. De bedragen van
deze leden geven dus de pensioenlasten weer van een gedeeltelijk jaar als lid van de Raad van Bestuur.
De pensioenlasten van de heren McInerney en Hubbell zijn omgerekend van US-dollars in euro’s tegen de gemiddelde koers van dat jaar.
De jaarlijkse pensioenwaardering van de heer Hubbell werd gebaseerd op de standaardaanname van een pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar. Het pensioenplan in de VS
biedt de mogelijkheid van een vervroegd pensioen op de leeftijd van 55 jaar na een dienstverband van ten minste vijf jaar. De in de tabel opgenomen pensioenlasten
betreffen de additionele IFRS-kosten verband houdend met de financiering van de pensioenrechten in geval van vervroegd pensioen, die volledig moeten worden betaald
door de vennootschap in het jaar van pensionering.
De pensioenuitkering in verband met vervroegd pensioen is volgestort tot de leeftijd van 65 jaar en gedurende de periode van vervroegd pensioen voorziet het pensioenplan
in additionele pensioenrechten tot het moment dat de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar is bereikt. De in de tabel opgenomen pensioenlasten betreffen de additionele
invloed van IFRS en de kosten in verband met de financiering van de pensioenrechten van de heer Rinnooy Kan opgebouwd gedurende de periode van vervroegd pensioen,
die volledig moeten worden betaald door de vennootschap in het jaar van terugtreden.
De pensioenlasten van voormalige leden van de Raad van Bestuur waren in 2006 en 2005 nihil en bedroegen in 2004 EUR 887.000.
Leningen en voorschotten aan leden van de Raad van Bestuur
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de leningen en voorschotten verstrekt aan leden van de Raad van Bestuur. Deze leningen
zijn verstrekt onder de normale bedrijfsuitoefening en onder dezelfde voorwaarden die gelden voor alle personeelsleden. De Raad van
Commissarissen heeft de leningen goedgekeurd.
Leningen en voorschotten aan leden van de Raad van Bestuur
Bedragen in duizenden euro’s
Cees Maas
Eric Boyer de la Giroday
Dick Harryvan
Hans van der Noordaa
Jacques de Vaucleroy
Openstaand
per Gemiddelde
31 december rentevoet
Aflossingen
2006
446
28
427
930
192
2.023
4,0%
4,3%
3,9%
4,4%
5,5%
4,3%
Openstaand
per Gemiddelde
31 december rentevoet
Aflossingen
2005
Openstaand
per Gemiddelde
31 december rentevoet
Aflossingen
2004
3
446
31
4,0%
4,3%
3
446
34
4,0%
4,3%
3
17
20
477
4,0%
3
480
4,0%
3
(Certificaten van) aandelen ING Groep gehouden door leden van de Raad van Bestuur
Leden van de Raad van Bestuur zijn gerechtigd (certificaten van) aandelen ING Groep te houden als langetermijnbelegging.
De onderstaande tabel toont het bezit aan certificaten van ING-aandelen van leden van de Raad van Bestuur. De tabel op de volgende
pagina’s geeft informatie over door de leden van de Raad van Bestuur gehouden opties.
(Certificaten van) aandelen ING Groep gehouden door leden van de Raad van Bestuur
Michel Tilmant
Cees Maas
Tom McInerney (1)
1)
82
2006
2005
7.764
7.764
64.527
7.764
7.764
De heer McInerney heeft tevens 940 aandelen in een zogenaamd Leverage Stock Fund.
ING Groep Jaarverslag 2006
2004
Informatie over de opties en het verloop gedurende het boekjaar van door de leden van de Raad van Bestuur gehouden
opties per 31 december 2006
Aantal opties
Michel Tilmant
Niet
Openstaand
geaccepteerd
per 31 Toegekend Uitgeoefend of verlopen
december 2005
in 2006
in 2006
in 2006 (1)
Openstaand
per 31
december 2006
Uitoefenprijs
in euro’s
30.000
20.000
0
0
21.000
14.000
21.000
14.000
41.250
82.600
108.200
35,26
35,80
29,39
29,50
12,65
12,55
17,69
21,67
32,75
15 mrt 2006
15 mrt 2006
11 mrt 2012
11 mrt 2012
3 mrt 2013
3 mrt 2013
14 mei 2014
13 mei 2015
12 mei 2016
50.000
58.600
0
35.000
35.000
41.250
51.200
58.600
35,26
29,39
12,65
17,69
21,67
32,75
15 mrt 2006
11 mrt 2012
3 mrt 2013
14 mei 2014
13 mei 2015
12 mei 2016
71.400
2.000
10.000
4.000
3.000
4.000
17.800
53.400
71.400
26,10
28,30
35,80
28,60
12,55
17,69
21,67
32,75
28 mei 2009
3 apr 2010
15 mrt 2011
27 mei 2012
3 mrt 2013
14 mei 2014
13 mei 2015
12 mei 2016
13.060
0
13.125
12.250
6.000
8.800
13.060
35,26
29,39
12,65
18,71
23,28
32,77
15 mrt 2006
11 mrt 2012
03 mrt 2013
15 mrt 2014
30 mrt 2015
23 mrt 2016
25,25
53.200
3.300
10.000
22.400
31.000
7.850
9.654
6.436
41.700
53.200
213.325
40.000
91.400
125.200
153.550
260.425
213.325
18,71
23,28
32,77
15 mrt 2011
11 mrt 2012
3 mrt 2013
15 mrt 2014
15 mrt 2015
23 mrt 2016
0
13.125
8.900
6.000
15.000
11.195
35,26
29,39
12,65
18,71
23,28
32,77
15 mrt 2006
11 mrt 2012
3 mrt 2013
15 mrt 2014
30 mrt 2015
23 mrt 2016
30.000
20.000
21.000
14.000
21.000
14.000
41.250
82.600
108.200
Cees Maas
Eric Boyer de la Giroday
Dick Harryvan
Eli Leenaars
Tom McInerney
Hans van der Noordaa
50.000
35.000
35.000
41.250
51.200
2.000
10.000
4.000
3.000
4.000
17.800
53.400
10.000
13.125
12.250
6.000
8.800
10.000
3.300
10.000
22.400
31.000
7.850
9.654
6.436
41.700
40.000
91.400
125.200
153.550
260.425
14.000
13.125
8.900
6.000
15.000
14.000
11.195
Uitoefenprijs
in US dollars
27,28
31,96
25,72
12,55
18,75
18,71
21,67
32,75
31,96
25,72
13,70
Expiratiedatum
1 apr 2009
3 apr 2010
15 mrt 2011
11 mrt 2012
3 mrt 2013
15 mrt 2014
15 mrt 2014
13 mei 2015
12 mei 2016
ING Groep Jaarverslag 2006
83
1.3 Onze governance
Remuneratierapport vervolg
Informatie over de opties en het verloop gedurende het boekjaar van door de leden van de Raad van Bestuur gehouden
opties per 31 december 2006 (vervolg)
Aantal opties
Jacques de Vaucleroy
Niet
Openstaand
geaccepteerd
per 31 Toegekend Uitgeoefend of verlopen
december 2005
in 2006
in 2006
in 2006 (1)
7.000
20.000
7.634
61.110
114.950
100.352
Openstaand
per 31
december 2006
Uitoefenprijs
in euro’s
Uitoefenprijs
in US dollars
Expiratiedatum
7.000
20.000
7.634
61.110
114.950
100.352
26,10
28,30
18,71
23,28
32,77
28 mei 2009
3 apr 2010
3 mrt 2013
15 mrt 2014
30 mrt 2015
23 mrt 2016
13,70
Fred Hubbell
50.000
35.000
35.000
41.250
84.700
50.000
0
35.000
35.000
41.250
84.700
35,26
29,39
12,65
17,69
21,67
15 mrt 2006
11 mrt 2012
3 mrt 2013
14 mei 2014
13 mei 2015
Alexander Rinnooy Kan
50.000
35.000
35.000
41.250
48.000
50.000
0
35.000
35.000
41.250
48.000
35,26
29,39
12,65
17,69
21,67
15 mrt 2006
11 mrt 2012
3 mrt 2013
14 mei 2014
13 mei 2015
Hans Verkoren
20.000
23.000
30.000
17.800
42.800
20.000
0
23.000
12.000
17.800
42.800
35,26
29,39
12,65
18,71
21,67
15 mrt 2006
11 mrt 2012
3 mrt 2013
15 mrt 2014
13 mei 2015
(1)
18.000
Niet geaccepteerd op datum toekenning of verlopen per expiratiedatum.
REMUNERATIESTRUCTUUR RAAD VAN BESTUUR 2007
Beleid voor 2007
Ten aanzien van het remuneratiebeleid voor 2007 bouwt de Raad van Commissarissen voort op het beleid dat in 2003 werd ingevoerd,
waarbij de ontwikkeling naar een meer prestatiegerichte bedrijfscultuur wordt bevorderd. De afgelopen vijf jaar is het totale beloningspakket van de Raad van Bestuur geleidelijk naar de gangbare beloningsniveaus binnen Europa toegegroeid door een verhoging van de
doelstellingsniveaus (als percentage van het basissalaris) van zowel de kortetermijnbonus als de langetermijnbonus. Uit een analyse van
de marktconcurrentie blijkt dat er over het algemeen sprake is van een stijgende tendens, wat kan leiden tot druk op de beloningsniveaus.
Basissalaris Raad van Bestuur 2007
Het basissalaris zal in 2007 niet worden verhoogd. Er wordt jaarlijks een marktanalyse uitgevoerd om aansluiting met de concurrentie
te behouden.
Kortetermijnbonus Raad van Bestuur 2007
Het doelniveau van de kortetermijnbonus van 100% van het basissalaris blijft voor 2007 gehandhaafd. De feitelijke uitbetaling kan
variëren van 0% tot 200% van de doelbonus, wat overeenkomt met 0% tot 200% van het basissalaris.
De samenstelling van de kortetermijnbonus is voor 2007 gelijk aan die voor 2006: 70% wordt bepaald aan de hand van vooraf
opgestelde financiële prestatiemaatstaven voor ING Groep en 30% op basis van de individuele prestatiedoelstellingen die voor ieder
lid van de Raad van Bestuur zijn opgesteld en goedgekeurd door de Raad van Commissarissen.
De Raad van Commissarissen heeft besloten dat voor 2007 de criteria voor de kortetermijnbonus voor de leden van de Raad van Bestuur
wat betreft het Groepsresultaat enigszins veranderen. Het rendement op het economisch kapitaal wordt vervangen door economische
winst/embedded-valuewinst. De drie financiële criteria die voor 2007 zullen worden gehanteerd zijn: operationele nettowinst, totale
bedrijfslasten en economische winst/embedded-valuewinst. Deze verschuiving van rendement op economisch kapitaal naar economische
winst/embedded-valuewinst is in lijn met de publicatie van de economische winst/embedded-valuewinst vanaf 2007.
84
ING Groep Jaarverslag 2006
Langetermijnbonus Raad van Bestuur 2007
De Raad van Commissarissen zal het percentage van de nominale langetermijnbonus bij het behalen van de doelstellingen handhaven op
100% van het basissalaris (hetzelfde doelstellingspercentage als de kortetermijnbonus). Dit percentage kan variëren van 50% tot 150%
van de doelstelling (tussen 50% en 150% van het basissalaris). De structuur voor de langetermijnbonus voor 2007 blijft gelijk aan die voor
2003 (de totale toegekende nominale waarde zal worden verdeeld over opties en prestatieaandelen).
Net zoals in 2006 zal de Raad van Commissarissen eind 2007 het totale aantal aan de leden van de Raad van Bestuur toe te kennen opties
en prestatieaandelen gerelateerd aan de langetermijnbonus vaststellen, op basis van het behalen van de drie vooraf vastgestelde financiële
doelstellingen die in het kortetermijnbonusplan van 2007 zijn gedefinieerd.
REMUNERATIE RAAD VAN COMMISSARISSEN
Remuneratie
Met ingang van juli 2006 is de remuneratie van de Raad van Commissarissen als volgt verhoogd: voorzitter EUR 75.000 (was EUR 61.260),
vicevoorzitter EUR 65.000 (was EUR 61.260), overige leden EUR 45.000 (was EUR 36.300). Naast de remuneratie ontvangen de leden van
de Raad van Commissarissen een onkostenvergoeding. Voor de voorzitter en vicevoorzitter is dit een jaarlijks bedrag van EUR 6.800; voor
de overige leden is dit EUR 2.270.
Voor de commissies is de remuneratie als volgt verhoogd: voorzitter van het Audit Committee EUR 8.000 (was EUR 1.360), leden van het
Audit Committee EUR 6.000 (was EUR 1.360), voorzitters van de overige commissies van de Raad van Commissarissen EUR 7.500 (was
EUR 1.360), leden van de overige commissies van de Raad van Commissarissen EUR 5.000 (was EUR 1.360). Naast deze vaste vergoeding
ontvangen de commissieleden een vergoeding voor elke vergadering die zij bijwonen. Voor de voorzitter van het Audit Committee is deze
vergoeding EUR 2.000 per vergadering en voor de leden EUR 1.500. Voor de voorzitters en leden van de overige commissies bedraagt
deze vergoeding EUR 450 per vergadering. De remuneratie en vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie
wordt niet uitgekeerd aan de voorzitter en vicevoorzitter van de Raad van Commissarissen indien zij van een van de commissies lid zijn.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de remuneratie en onkostenvergoeding per lid van de Raad van Commissarissen voor 2006
en voorgaande jaren. De vergoedingen van voormalige leden van de Raad van Commissarissen die aftraden voor 2006 bedroegen
EUR 29.000 in 2005 en EUR 54.000 in 2004.
Vergoedingen van de (voormalige) leden van de Raad van Commissarissen
Bedragen in duizenden euro’s
LEDEN VAN DE
RAAD VAN COMMISSARISSEN
Cor Herkströter
Eric Bourdais de Charbonnière(1)
Luella Gross Goldberg
Paul van der Heijden
Claus Dieter Hoffmann
Jan Hommen(2)
Piet Klaver (3)
Wim Kok
Godfried van der Lugt
Karel Vuursteen
VOORMALIGE LEDEN VAN DE
RAAD VAN COMMISSARISSEN
Aad Jacobs(4)
Paul Baron de Meester (5)
(1)
(2)
(3)
(4)
(5)
2006
2005
2004
75
70
52
52
56
57
33
51
56
43
545
68
65
44
43
49
24
68
29
44
44
46
39
40
39
411
39
39
39
348
17
16
33
51
58
109
49
57
106
578
520
454
Lid vanaf april 2004; vicevoorzitter vanaf februari 2005.
Lid vanaf juni 2005.
Lid vanaf april 2006.
Gepensioneerd vanaf april 2006.
Gepensioneerd vanaf april 2006. Vergoeding is inclusief aanvullend bedrag om in overeenstemming te komen met zijn voormalige beloning als
lid van de Raad van Commissarissen van BBL.
ING Groep Jaarverslag 2006
85
1.3 Onze governance
Remuneratierapport vervolg
Leningen en voorschotten aan leden van de Raad van Commissarissen
Per 31 december 2006 stonden er geen leningen en voorschotten aan leden van de Raad van Commissarissen open. Per 31 december
2005 en 2004 bedroeg het totaal aan openstaande leningen en voorschotten aan de Raad van Commissarissen EUR 1,6 miljoen, met een
gemiddelde rente van 4,7%. Dit bedrag betrof een lening aan de heer A.G. Jacobs.
(Certificaten van) aandelen en opties ING Groep gehouden door leden van de Raad van Commissarissen
Leden van de Raad van Commissarissen is het toegestaan (certificaten van) aandelen ING Groep als langetermijnbelegging te houden.
De onderstaande tabel toont de certificaten van aandelen gehouden door de leden van de Raad van Commissarissen. Leden van de Raad
van Commissarissen bezaten geeen ING-opties aan het einde van 2006, uitgezonderd de heer Klaver zoals aangegeven in voetnoot 2.
Certificaten van aandelen ING Groep gehouden door leden van de Raad van Commissarissen (1)
2006
Cor Herkströter
Luella Gross Goldberg
Paul van der Heijden
Piet Klaver(2)
Karel Vuursteen
(1)
(2)
86
2005
2004
1.616
1.616
1.616
6.814
6.814
6.701
0
0
1.716
5.430
0
0
1.510
1.510
1.510
15.370
9.940
11.543
inclusief certificaten van aandelen ING Groep gehouden door naaste familieleden. Leden van de Raad van Commissarissen
(inclusief naaste familieleden) die niet in deze tabel worden genoemd bezaten geen aandelen ING Groep.
Piet Klaver heeft tevens 20 callopties (uitoefenprijs EUR 15,00; uitoefendatum: december 2008).
ING Groep Jaarverslag 2006
1.3 Onze governance
ONDERNEMINGSRADEN
Centrale Ondernemingsraad
per 1 januari 2007
Josine Sips, voorzitter
Paul de Widt, secretaris
Wim Evers, plv. voorzitter
Gerard Dekkers, plv. secretaris
Goof Bode, Hans de Boer, Hans van den Brink, Hans de Bruin,
Petra Delhez, Wim Dijkhuizen, Jeffrey Dinsbach, Rob Eijt,
Bas Hofstee, Alex Hoogendoorn, Aad Kant, Ben van Kessel,
Jan Kuijper, René van der Linden, Ans Nijman, Anja Rozendaal,
André Schat, Frans Veld, Bernard Wempe, Paul Zoet
Europese Ondernemingsraad
per 1 januari 2007
Mathieu Blondeel, voorzitter, België
Mirjam Busse, secretaris, Nederland
Adriana Dumitrescu, plv. voorzitter, Roemenië
Marcel Koopman, plv. secretaris, Nederland
Jean-Claude Van Den Abeele, Freddy Dekerf, Jean Pierre Lambert,
Dirk Verstrepen, België
Evetta Mircheva, Bulgarije
Norbert Lucas, Thomas Meder, Duitsland
Sebastien Barthe, Hervé Laurent, Frankrijk
Maria Tapini Orianou, Griekenland
Laszlo Szabo, Hongarije
Alan Maher, Ierland
Nicola Cerruti, Salvatore Pecoraro, Italië
Arsène Kihm, Denis Richard, Luxemburg
Hans van den Brink, Wim Evers, Bas Hofstee, Gerlinde Korterink,
Maarten Kramer, André Schat, Michel Tromp, Paul Zoet, Nederland
Mieczyslaw Bielawski, Mariusz Cieslik, Jaroslaw Szczesny, Polen
Miriam Rosenbergová, Slowakije
Gregorio Tejedor Mingo, Spanje
Marie Martinkova, Tsjechië
Courtney Ruesch, Mike Sharman, Verenigd Koninkrijk
Thomas Wipf, Zwitserland
ING Groep Jaarverslag 2006
87
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Geconsolideerde balans van ING Groep per 31 december
voor winstbestemming
bedragen in miljoenen euro’s
ACTIVA
Liquide middelen 1
Bankiers 2
Financiële activa tegen reële waarde
met waardemutaties door het resultaat 3
– activa voor handelsdoeleinden
– beleggingen voor risico van polishouders
– niet-handelsderivaten
– geclassificeerd als activa tegen reële waarde met
waardemutaties door het resultaat
Beleggingen 4
– beschikbaar-voor-verkoop
– tot einde looptijd aangehouden
Kredieten 5
Herverzekeringscontracten 17
Deelnemingen 6
Beleggingen in onroerend goed 7
Gebouwen en bedrijfsmiddelen 8
Immateriële vaste activa 9
Overlopende acquisitiekosten 10
Overige activa 11
Totaal activa
EIGEN VERMOGEN
Eigen vermogen (moedermaatschappij) 12
Minderheidsbelangen
Totaal eigen vermogen
2006
2005
14.326
39.868
13.084
47.466
193.977
110.547
6.521
149.187
100.961
7.766
6.425
10.230
293.921
17.660
474.437
6.529
4.343
6.974
6.031
3.522
10.163
31.063
1.226.307
305.707
18.937
439.181
8.285
3.622
5.031
5.757
3.661
9.604
30.160
1.158.639
38.266
2.949
41.215
36.736
1.689
38.425
215
6.014
78.133
29.639
268.683
120.839
496.680
296
6.096
81.262
32.252
263.487
122.234
465.712
VREEMD VERMOGEN
Preferente aandelen 13
Achtergestelde leningen 14
Uitgegeven schuldbewijzen 15
Overige leningen 16
Verzekerings- en beleggingscontracten 17
Bankiers 18
Toevertrouwde middelen 19
Financiële verplichtingen tegen reële waarde
met waardemutaties door het resultaat 20
– verplichtingen voor handelsdoeleinden
– niet-handelsderivaten
– geclassificeerd als verplichtingen tegen reële waarde
met waardemutaties door het resultaat
Overige schulden 21
Totaal vreemd vermogen
127.975
4.934
92.058
6.248
13.702
38.278
1.185.092
11.562
39.007
1.120.214
Totaal eigen en vreemd vermogen
1.226.307
1.158.639
De bij de rubrieken vermelde nummers verwijzen naar de toelichting, beginnend op pagina 110, die onderdeel uitmaakt van
de jaarrekening.
88
ING Groep Jaarverslag 2006
Geconsolideerde winst- en verliesrekening van ING Groep
voor de jaren eindigend op 31 december
bedragen in miljoenen euro’s
Rentebaten uit de bancaire activiteiten
Rentelasten uit de bancaire activiteiten
Renteresultaat uit de bancaire activiteiten 35
Bruto premie-inkomen 36
Opbrengst beleggingen 37
Opbrengst uit verkoop van groepsmaatschappijen
Bruto provisiebaten
Provisielasten
Provisie-inkomen 38
Herwaarderingsresultaat niet-handelsderivaten 39
Netto handelsresultaat 40
Resultaat deelnemingen 6
Overige baten 41
Totaal baten
Bruto verzekeringstechnische lasten
Verzekeringstechnische lasten gerelateerd
aan risico voor polishouders
Herverzekeringsdeel
Verzekeringstechnische lasten 42
Mutatie voorziening dubieuze debiteuren 5
Overige bijzondere waardeverminderingen 43
Personeelskosten 44
Overige rentelasten 45
Overige bedrijfslasten 46
Totale lasten
2006
2006
59.170
–49.978
2005
2005
48.176
–39.109
9.192
46.835
10.907
1
6.867
–2.551
2004
25.448
–16.707
9.067
45.758
10.434
390
5.845
–2.098
4.316
89
1.172
638
471
73.621
2004
8.741
43.617
10.054
337
5.659
–1.880
3.747
47
426
541
710
71.120
3.779
888
229
526
68.171
53.065
54.594
48.925
–2.702
–2.175
–5.074
–2.400
–2.309
–1.232
48.188
103
27
7.918
1.016
6.429
63.681
47.120
88
76
7.646
969
6.327
62.226
45.384
465
22
7.667
1.019
5.874
60.431
Winst voor belastingen
9.940
8.894
7.740
Belastingen 47
Winst voor de periode (voor minderheidsbelangen)
1.907
8.033
1.379
7.515
1.709
6.031
7.692
341
8.033
7.210
305
7.515
5.755
276
6.031
Verdeling:
Aandeelhouders van de moedermaatschappij
Minderheidsbelangen
bedragen in euro’s
2006
2005
2004
Winst per gewoon aandeel toe te schrijven aan
aandeelhouders van de moedermaatschappij 48
Verwaterde winst per gewoon aandeel 48
Dividend per gewoon aandeel 49
3,57
3,53
1,32
3,32
3,32
1,18
2,71
2,71
1,07
De bij de rubrieken vermelde nummers verwijzen naar de toelichting, beginnend op pagina 163, die onderdeel uitmaakt van de jaarrekening.
ING Groep Jaarverslag 2006
89
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Geconsolideerd kasstroomoverzicht van ING Groep
voor de jaren eindigend op 31 december
bedragen in miljoenen euro’s
2006
2005
2004
9.940
1.298
–1.317
8.894
1.278
–1.141
7.740
563
–858
17.689
103
–4.778
–1.739
3.117
–48.168
–179
21.250
88
–1.282
–1.398
–720
–29.925
2.596
13.244
465
4.467
–1.163
–1.206
–4.417
3.930
–59.800
1.218
1.925
47.521
38.821
–2.193
–62.709
–7.551
19.405
62.089
13.442
–14
–34.737
336
21.986
64.555
2.405
–2.236
9.750
8.398
3.475
33.996
–2.358
–449
–295.086
–1.588
–568
–1.164
–44.116
–250
490
459
271.983
1.343
1.294
292
402
37.945
51
–31.320
–250
–858
–260.769
–1.030
–1.156
–540
–991
–41.781
–164
703
1.058
218.847
245
1.030
483
391
34.464
13
–50.305
Uitgifte achtergestelde leningen
Aflossing achtergestelde leningen
Leningen en schuldbewijzen 53
Depots van herverzekeraars
Uitgifte van gewone aandelen
Inkoop eigen aandelen
Uitgifte eigen aandelen
Uitgekeerd dividend
Netto kasstroom uit financieringsactiviteiten
865
–600
20.500
–180
5
–1.422
373
–2.716
16.825
1.901
–177
7.842
93
114
–303
55
–2.461
7.064
1.000
–410
26
309
1.037
Netto kasstroom 54
–4.745
–9.245
3.916
3.335
11.588
692
300
3.335
7.715
Winst voor belastingen
Aanpassingen voor
– afschrijvingen
– overlopende acquisitiekosten en VOBA
– vermeerdering verzekeringstechnische voorzieningen
en beleggingscontracten
– mutatie voorziening dubieuze debiteuren
– overige
Betaalde belastingen
Mutaties in
– bankiers. niet terstond opeisbaar (te vorderen)
– activa voor handelsdoeleinden
– niet-handelsderivaten
– overige financiële activa tegen reële waarde
met waardemutaties door het resultaat
– kredieten
– overige activa
– bankiers. niet ter stond opeisbaar (verschuldigd)
– toevertrouwde middelen
– verplichtingen voor handelsdoeleinden
– overige financiële verplichtingen tegen reële
waarde met waardemutaties door het resultaat
– overige schulden
Netto kasstroom uit operationele activiteiten
Investeringen en verstrekkingen – groepsmaatschappijen
– deelnemingen
– voor-verkoop-beschikbare beleggingen
– tot einde looptijd aangehouden beleggingen
– beleggingen in onroerend goed
– gebouwen en bedrijfsmiddelen
– activa uit operationele lease-overeenkomsten
– beleggingen voor risico van polishouders
– overige beleggingen
Desinvesteringen en aflossingen – groepsmaatschappijen
– deelnemingen
– voor-verkoop-beschikbare beleggingen
– tot einde looptijd aangehouden beleggingen
– beleggingen in onroerend goed
– gebouwen en bedrijfsmiddelen
– activa uit operationele lease-overeenkomsten
– beleggingen voor risico van polishouders
– overige beleggingen
Netto kasstroom uit investeringsactiviteiten 52
Liquiditeiten begin van het jaar
Implementatie IAS 32/39
Koersverschillen vreemde valuta
Liquiditeiten eind van het jaar 55
–385
–1.795
4.141
75.102
–2.643
–262.293
–1.169
–380
–950
–34.467
–103
1.520
197.070
1.123
192
388
29.382
65
–72.265
–883
1.079
–43
11.588
De bij de rubrieken vermelde nummers verwijzen naar de toelichting, beginnend op pagina 186, die onderdeel uitmaakt van de jaarrekening.
90
ING Groep Jaarverslag 2006
Geconsolideerd mutatie-overzicht eigen vermogen van ING Groep
voor de jaren eindigend op 31 december
bedragen in miljoenen euro’s
Aandelenkapitaal
Agioreserve
Reserves
Eigen
vermogen
(moedermaatschappij)
Balans per 1 januari 2004
612
8.064
10.664
19.340
3.513
22.853
717
–587
–756
717
–587
–756
29
–103
746
–587
–859
–626
–626
–74
–700
5.755
5.129
5.755
5.129
276
202
6.031
5.331
–234
–883
3.481
–234
–2.094
1.694
27.550
Ongerealiseerde herwaardering na belastingen
Overgeheveld naar winst of verlies (gerealiseerd)
Koersverschillen vreemde valuta
Bedragen rechtstreeks verantwoord
in het eigen vermogen
Winst (aandeelhouders van de moedermaatschappij)
Veranderingen in de samenstelling van de groep
Dividend (1)
Inkoop/uitgifte eigen aandelen
Balans per 31 december 2004
Implementatie IAS 32/39 en IFRS 4
–1.227
1.688
8.525
14.910
–2.094
1.694
24.069
–104
–191
4.398
4.103
–1.386
2.717
2.514
–663
764
2.514
–663
764
–32
2.482
–663
764
–89
63
1.217
–89
63
1.217
17
14
–72
63
1.231
3.806
3.806
–1
3.805
7.210
11.016
7.210
11.016
305
304
7.515
11.320
–710
–2.461
27.863
–2.461
9
36.736
–710
–2.461
9
38.425
–1.096
–759
–696
–1.096
–759
–696
–8
–1
–1.104
–760
–696
820
100
–1.335
820
100
–1.335
–3
2
–70
817
102
–1.405
–2.966
–2.966
–80
–3.046
7.692
4.726
7.692
4.726
341
261
8.033
4.987
–2.681
–520
–2.681
–520
5
38.266
1.034
–35
1.034
–2.716
–520
5
41.215
Winst (aandeelhouders van de moedermaatschappij)
530
9
8.343
Ongerealiseerde herwaardering na belastingen
Overgeheveld naar winst of verlies (gerealiseerd)
Mutatie kasstroomhedge reserve
Overgeheveld naar verzekeringsverplichtingen
en overlopende acquisitiekosten
Aandelengerelateerde beloningen
Koersverschillen vreemde valuta
Bedragen rechtstreeks verantwoord
in het eigen vermogen
Winst (aandeelhouders van de moedermaatschappij)
Veranderingen in de samenstelling van de Groep
Dividend (3)
Inkoop/uitgifte eigen aandelen
Uitoefening van warrants en opties
Balans per 31 december 2006
(1)
(2)
(3)
Totaal
16
6
634
Ongerealiseerde herwaardering na belastingen
Overgeheveld naar winst of verlies (gerealiseerd)
Mutatie kasstroomhedge reserve
Overgeheveld naar verzekeringsverplichtingen
en overlopende acquisitiekosten
Aandelengerelateerde beloningen
Koersverschillen vreemde valuta
Bedragen rechtstreeks verantwoord
in het eigen vermogen
Veranderingen in de samenstelling van de groep
Dividend (2)
Uitoefening van warrants en opties
Balans per 31 december 2005
Minderheidsbelangen
530
5
8.348
29.388
1.689
2.949
2003 slotdividend van EUR 0,49 per gewoon aandeel en 2004 interimdividend van EUR 0,49 per gewoon aandeel.
2004 slotdividend van EUR 0,58 per gewoon aandeel en 2005 interimdividend van EUR 0,54 per gewoon aandeel.
2005 slotdividend van EUR 0,64 per gewoon aandeel en 2006 interimdividend van EUR 0,59 per gewoon aandeel.
In 2006 bedroegen de latente belastingen over ongerealiseerde herwaarderingen geboekt in 2006 EUR 1.339 miljoen (2005: EUR 363 miljoen).
Voor verdere informatie over latente belastingen wordt verwezen naar toelichting 21 Overige schulden.
De reserves betreffen de herwaarderingsreserve van EUR 9.453 miljoen (2005: EUR 11.206 miljoen), de reserve koersverschillen vreemde
valuta van EUR –473 miljoen (2005: EUR 668 miljoen) en overige reserves van EUR 20.408 miljoen (2005: EUR 15.989 miljoen). De mutaties
van deze reserves worden toegelicht in toelichting 12 Eigen Vermogen.
Voor informatie over de implementatie van IAS 32/39 en IFRS 4 wordt verwezen naar de paragraaf Veranderingen in de waarderingsgrondslagen.
ING Groep Jaarverslag 2006
91
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Grondslagen voor de geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening van ING Groep
VASTSTELLING JAARREKENING
De geconsolideerde jaarrekening van ING Groep N.V. (ING Groep) voor het jaar eindigend op 31 december 2006 is vastgesteld door de
Raad van Bestuur op 12 maart 2007. ING Groep N.V. is opgericht en gevestigd in Amsterdam. De primaire activiteiten van ING Groep
worden beschreven in hoofdstuk 1.1 ‘ING in het kort’.
ALGEMENE GRONDSLAGEN
ING Groep past de International Financial Reporting Standards toe zoals aanvaard binnen de Europese Unie (‘EU’).
Bepaalde wijzigingen in IAS 19 ‘Employee benefits’ zijn sinds 1 januari 2006 van kracht. Ook zijn gedurende het jaar verschillende IFRIC
interpretaties van kracht geworden: IFRIC 4 ‘Determining whether an arrangement contains a lease’, IFRIC 8 ‘Scope of IFRS 2’ en IFRIC 9
‘Reassessment of embedded derivatives’. Geen van deze recente wijzigingen en interpretaties hebben een materieel effect gehad op
eigen vermogen of resultaat. Recentelijk uitgebrachte standaarden die na 1 januari 2007 van kracht zijn, zullen naar verwachting geen
materieel effect hebben op eigen vermogen of resultaat. ING Groep heeft geen enkele International Financial Reporting Standard
vervroegd toegepast.
IFRS-EU bevat een aantal keuzes voor het bepalen van de grondslagen voor financiële verslaggeving. De grondslagen zoals ING ze
toepast, inclusief de keuzes die daarbij zijn gemaakt, zijn beschreven in de paragraaf ‘Grondslagen waardering en resultaatbepaling’.
In dit document wordt de term ‘IFRS-EU’ gebruikt om te verwijzen naar International Financial Reporting Standards zoals aanvaard
binnen de EU inclusief de keuzes die ING Groep heeft gemaakt met betrekking tot de opties toegestaan onder International Financial
Reporting Standards zoals aanvaard binnen de EU.
Zoals toegestaan onder IFRS-EU past ING Groep IAS 32, IAS 39 en IFRS 4 toe vanaf het boekjaar beginnend op 1 januari 2005. Daardoor
is de winst- en verliesrekening voor 2004 niet direct vergelijkbaar. Voor de waarderingsgrondslagen toegepast in 2004 wordt verwezen
naar de paragraaf Veranderingen in de waarderingsgrondslagen aan het eind van de paragraaf Grondslagen voor de geconsolideerde
balans en winst- en verliesrekening van ING Groep.
VERANDERINGEN IN PRESENTATIE
De presentatie van en sommige begrippen gebruikt in de balans, de winst- en verliesrekeningen, kasstroomoverzicht, mutatie-overzicht
eigen vermogen en bepaalde toelichtingen zijn in 2006 gewijzigd om additionele en relevantere informatie te verstrekken. Bepaalde
vergelijkende cijfers zijn aangepast aan de huidige presentatie. De wijzigingen zijn niet significant.
Tot en met 2005 werden verzekeringen voor ziekte en invaliditeit conform Nederlandse toezichtregels begrepen onder ‘Schade’. In
overeenstemming met internationale praktijk is in 2006 de presentatie van deze verzekeringen gewijzigd in ‘Leven’ voor zover het in aard
levensverzekeringen betreft. Deze wijziging is toegelicht in noot 17 ‘Verzekerings- en beleggingscontracten’.
BELANGRIJKSTE WAARDERINGSGRONDSLAGEN
ING Groep heeft bepaald welke waarderingsgrondslagen het belangrijkst zijn voor haar bedrijfsactiviteiten en de interpretatie van haar
resultaten. Bij het toepassen van deze belangrijkste waarderingsgrondslagen dienen complexe of subjectieve keuzes en inschattingen te
worden gemaakt. Het betreft de regels voor het vaststellen van de verzekeringstechnische voorzieningen en overlopende acquisitiekosten,
het vaststellen van de voorziening voor dubieuze debiteuren, het bepalen van reële waardes van financiële activa en passiva en de
personeelsbeloningen. Deze onderwerpen zijn van fundamenteel belang voor het bepalen van de vermogenspositie en de bedrijfsresultaten van ING Groep. Hierbij worden situaties beoordeeld, gebaseerd op financiële gegevens en informatie die in de tijd aan verandering
onderhevig zijn. Het gebruik van andere aannames of financiële gegevens kan tot significant andere uitkomsten leiden. Voor een nadere
beschouwing van deze waarderingsgrondslagen wordt verwezen naar de betreffende toelichting op de geconsolideerde jaarrekening
en naar de onderstaande informatie.
VERZEKERINGSTECHNISCHE VOORZIENINGEN, OVERLOPENDE ACQUISITIEKOSTEN (DAC) EN VALUE OF BUSINESS
ACQUIRED (VOBA)
Het vormen van de verzekeringstechnische voorzieningen, overlopende acquisitiekosten en VOBA is een proces dat van nature is
omgeven met onzekerheden. In dit proces worden aannames gedaan met betrekking tot factoren zoals rechterlijke uitspraken,
wetswijzigingen, sociale, economische en demografische trends, inflatie, beleggingsrendementen, gedrag van polishouders en
andere factoren, en, voor levensverzekeringen, aannames met betrekking tot de ontwikkeling van sterfte en invaliditeit. Significante
aannames met betrekking tot genoemde factoren zoals de ontwikkeling van rente, sterfte en invaliditeit, claims schadeverzekeringen,
beleggingsrendementen op aandelen en vastgoed, vreemde valuta en aannames voor de toereikendheid zoals voorzieningen voor
levensverzekeringsverplichtingen kunnen een materieel effect hebben op het resultaat.
92
ING Groep Jaarverslag 2006
088-142_NL.indd
92
22-03-2007
08:06:45
Het gebruik van andere aannames voor deze factoren zou een materieel effect kunnen hebben op de verzekeringstechnische
voorzieningen en verzekeringstechnische lasten. Veranderingen in aannames kunnen op den duur leiden tot veranderingen in
de verzekeringstechnische voorzieningen. Daarbij kunnen sommige van deze aannames op korte termijn fluctueren.
Daarnaast worden de voorzieningen voor levensverzekeringsverplichtingen verminderd met de overlopende acquisitiekosten en VOBA
regelmatig op toereikendheid getoetst. In de test wordt de bestaande voorziening vergeleken met de beste op dat moment beschikbare
inschatting van factoren zoals rechterlijke uitspraken, wetswijzigingen, sociale, economische en demografische trends, inflatie, beleggingsrendementen, gedrag van polishouders en andere factoren en ontwikkelingen met betrekking tot sterfte en invaliditeit. Het gebruik van
andere aannames in de test kan leiden tot een andere uitkomst.
De verzekeringstechnische voorzieningen bevatten ook het effect van afgegeven minimale garanties begrepen in bepaalde
levensverzekeringen. Dit effect is afhankelijk van het verschil tussen de potentiële minimale uitkeringen en het totale opgebouwde
bedrag, verwachte sterfte en het percentage van afkopen. Bij het bepalen van de potentiële minimale uitkeringen wordt ook gebruik
gemaakt van aannames met betrekking tot factoren zoals inflatie, beleggingsrendementen, gedrag van polishouders, ontwikkeling van
sterfte en invaliditeit en andere factoren. Het gebruik van andere aannames voor deze factoren zou een materieel effect kunnen hebben
op de verzekeringstechnische voorzieningen en verzekeringstechnische lasten.
Zie de paragraaf ‘Risicobeheer’ voor een gevoeligheidsanalyse van verzekeringstechnische posten, rente, aandelen, vreemde valuta en
vastgoed op netto winst en eigen vermogen. Deze gevoeligheidsanalyses zijn gebaseerd op veranderingen in veronderstellingen die het
management op balansdatum redelijk acht.
VOORZIENING VOOR DUBIEUZE DEBITEUREN
Voorzieningen voor dubieuze debiteuren worden bepaald op basis van een ‘incurred loss model’. Voor het bepalen van de hoogte van
de voorziening voor dubieuze debiteuren (bijzondere waardevermindering) wordt gebruik gemaakt van de nodige schattingen gebaseerd
op beoordelingen van het management van het risico in de portefeuille, huidige economische omstandigheden, geleden verliezen in de
laatste jaren en trends in krediet, bedrijfstak en geografische concentraties. Veranderingen in dit soort schattingen en analyses kunnen
leiden tot wijzigingen in de voorzieningen voor dubieuze debiteuren over de perioden.
Het vaststellen van een bijzondere waardevermindering en het bepalen van de realiseerbare waarde is een van nature met onzekerheden
omgeven proces waarbij gebruik wordt gemaakt van diverse aannames en omstandigheden, zoals de kredietwaardigheid van de
tegenpartij, de verwachte toekomstige kasstromen, beurskoersen en verwachte verkoopprijzen.
Toekomstige kasstromen in een portefeuille van financiële activa die op portefeuilleniveau wordt beoordeeld op bijzondere waardevermindering, worden op basis van de contractueel overeengekomen kasstromen en historische ervaringen met kredietverliezen op activa
met gelijkwaardige kredietkenmerken geschat. De historische ervaringen worden aangepast voor recent waargenomen ontwikkelingen
om de effecten van de huidige marktomstandigheden weer te geven die nog niet in de historische ervaring tot uitdrukking zijn gekomen
en om effecten van omstandigheden die niet langer actueel zijn te elimineren. De recent waargenomen ontwikkelingen kunnen
veranderingen bevatten met betrekking tot werkloosheidcijfers, prijzen van vastgoed en handelsgoederen. De methodologie en
aannames voor het schatten van toekomstige kasstromen worden regelmatig herzien om mogelijke verschillen tussen geschatte en
werkelijke verliezen te beperken.
REËLE WAARDEN VAN FINANCIËLE ACTIVA EN PASSIVA
De reële waarden van financiële activa en passiva wordt bepaald aan de hand van beurskoersen. Marktprijzen worden verkregen van
beurshandelaren, effectenmakelaars en onafhankelijke handelaren/marktpartijen. Over het algemeen worden financiële activa gewaardeerd
tegen de biedprijs en financiële passiva tegen de laatprijs. In het geval dat posities tegen middenkoers worden gewaardeerd, wordt een
correctie op de reële waarde berekend. Aanvullende correcties kunnen nodig zijn vanwege beperkte liquiditeit of verouderde data omdat
bepaalde financiële instrumenten niet frequent worden verhandeld.
Voor bepaalde financiële activa en passiva, inclusief niet-gestandaardiseerde derivaten, is geen beurskoers beschikbaar. Voor deze
financiële activa en passiva wordt de reële waarde bepaald met behulp van waarderingstechnieken. Deze waarderingstechnieken houden
onder andere rekening met contractuele prijzen en marktprijzen, correlaties, tijdwaarde van geld, kredietwaardigheid, yield-curve
volatiliteit en/of vroegtijdige aflossingsfaciliteiten van de onderliggende posities. Gegevens die in deze waarderingstechnieken worden
gebruikt worden dagelijks gevalideerd. Alle gebruikte waarderingstechnieken zijn goedgekeurd door het management.
Waarderingstechnieken zijn van nature subjectief, het vaststellen van de reële waarde van financiële activa en passiva is dan ook in
belangrijke mate afhankelijk van inschattingen. Waarderingstechnieken bevatten diverse veronderstellingen met betrekking tot
onderliggende prijzen, yield-curve, correlaties en vele andere factoren. Het gebruik van andere waarderingtechnieken en aannames
zou tot schattingen van reële waarden kunnen leiden die materieel afwijken.
ING Groep Jaarverslag 2006
93
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Grondslagen voor de geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening van ING Groep
vervolg
Prijstesten worden uitgevoerd om vast te stellen of het waarderingsproces heeft geleid tot de juiste reële waarde van de positie en of
deze waarderingen correct tot uitdrukking zijn gekomen in de winst- en verliesrekening. Het doel van deze prijstesten is het minimaliseren
van het mogelijke risico op economische verliezen veroorzaakt door materieel onjuiste of verkeerd gebruikte modellen, die van toepassing
zijn op zowel beursverhandelde posities als niet-gestandaardiseerde posities.
Zie toelichting 33 ‘Reële waarde van financiële activa en passiva’ voor de wijze waarop reële waarden van financiële instrumenten
worden bepaald.
PERSONEELSBELONINGEN
Groepsmaatschappijen zijn met een groot deel van hun binnenlandse en Internationale medewerkers verschillende ‘defined benefit’
pensioenregelingen (toegezegde pensioenregelingen) overeengekomen.
De voorziening voor ‘defined benefit plans’ is de contante waarde van de pensioenverplichtingen op balansdatum verminderd met de
reële waarde van de beleggingen, aangepast voor niet-verantwoorde resultaten en kosten met betrekking tot verstreken dienstjaren.
De voorziening voor ‘defined benefit plans’ wordt bepaald aan de hand van interne en externe actuariële modellen en berekeningen.
De pensioenverplichtingen worden berekend in overeenstemming met de ‘projected unit credit method’. Inherent aan deze actuariële
modellen is het gebruik van aannames met betrekking tot disconteringsvoeten, stijgingspercentage van toekomstige salarissen en
beloningsniveaus, sterftecijfers, trends in kosten voor gezondheidszorg, consumenten prijsindex en verwacht beleggingsrendement. De
aannames worden jaarlijks geactualiseerd en zijn gebaseerd op beschikbare marktinformatie en beleggingsrendementen uit het verleden.
De actuariële aannames kunnen aanmerkelijk verschillen met de werkelijke resultaten vanwege veranderingen in marktomstandigheden,
economische en sterftetrends en andere aannames. Iedere verandering in deze aannames kan een aanzienlijke invloed hebben op de
hoogte van de voorziening voor ‘defined benefit plans’ en de toekomstige pensioenlasten. Verschillen tussen het verwachte en werkelijke
rendement op beleggingen door veranderingen in actuariële aannames en aanpassingen van ervaringscijfers worden niet in de winst- en
verliesrekening verantwoord, tenzij het totaal van de cumulatieve wijzigingen buiten een bandbreedte van 10% van de grootste van de
verplichting uit hoofde van de regeling óf de reële waarde van de bijhorende beleggingen valt. Het deel dat buiten de bandbreedte valt,
wordt ten gunste of ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht over het verwachte gemiddeld resterend aantal dienstjaren van
de deelnemers. Zie toelichting 21 ‘Overige schulden’ voor de gewogen gemiddelden van de belangrijkste actuariële veronderstellingen
met betrekking tot de pensioenverplichtingen en overige personeelsverplichtingen.
GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING
GRONDSLAGEN VOOR CONSOLIDATIE
ING Groep (‘ING’, ‘de Groep’) omvat ING Groep N.V., ING Verzekeringen N.V., ING Bank N.V. en alle andere groepsmaatschappijen.
De geconsolideerde jaarrekening van ING Groep omvat de jaarrekeningen van ING Groep N.V. en alle maatschappijen waarin ING Groep
of direct of indirect een overheersende zeggenschap heeft, danwel waarin ING Groep zeggenschap heeft om het operationele en
financiële beleid te sturen, via onder andere de volgende situaties:
– macht om de meerderheid van de bestuurders te benoemen of te ontslaan;
– op grond van de statuten of een overeenkomst zeggenschap verkrijgt over het operationele en financiële beleid; en
– krachtens een overeenkomst met andere investeerders zeggenschap verkrijgt over meer dan de helft van de stemrechten.
Toelichting 28 ‘Belangrijkste dochterondernemingen en aankoop en verkoop van groepsmaatschappijen’ bevat een lijst met de
belangrijkste dochterondernemingen.
Het bestaan van potentiële stemrechten die direct uitoefenbaar of converteerbaar zijn worden in overweging genomen bij de beoordeling
of een onderneming beschikkingsmacht heeft over een andere onderneming. Voor belangen in beleggingsfondsen wordt bij het
bepalen of ING overheersende zeggenschap heeft rekening gehouden met ING’s financiële belang voor eigen rekening en de rol
van ING als fondsbeheerder.
Alle intercompany transacties, saldi en ongerealiseerde winsten of verliezen op groepstransacties worden geëlimineerd. Waarderingsgrondslagen van groepsmaatschappijen worden waar nodig aangepast om ze in overeenstemming te brengen met die van de Groep.
De rapportagedata van groepsmaatschappijen zijn in het algemeen hetzelfde als die van ING Groep N.V. Er zijn geen materiële restricties
voor het uitkeren van gelden van groepsmaatschappijen naar ING Groep N.V.
ING Groep past proportionele consolidatie toe op haar aandeel in joint ventures. Bij de proportionele consolidatie worden activa en
passiva, baten en lasten en kasstromen naar evenredigheid van het belang opgenomen. Resultaten op transacties met joint ventures
worden in de winst- en verliesrekening verantwoord voor het belang van andere deelnemers in de joint venture. Als ING Groep activa van
de joint venture koopt, wordt het aandeel van ING Groep in de winst van de joint venture op die verkoop pas verantwoord als de activa
zijn (door)verkocht aan een derde. Verliezen op vlottende activa of bijzondere waardevermindering van vaste activa worden direct
verantwoord in de winst- en verliesrekening.
94
ING Groep Jaarverslag 2006
GEBRUIK VAN SCHATTINGEN EN AANNAMES
Bij het opstellen van een jaarrekening is het gebruik van schattingen en veronderstellingen noodzakelijk. Deze schattingen en
veronderstellingen zijn van invloed op de gerapporteerde omvang van de activa en het vreemd vermogen, de omvang van de
voorwaardelijke verplichtingen per balansdatum en de gerapporteerde baten en lasten over het boekjaar. De werkelijke uitkomsten
kunnen afwijken van deze schattingen.
Het proces van vaststellen van aannames is omgeven door interne controle procedures en autorisaties en daarbij wordt gebruik gemaakt
van interne en externe onderzoeken, statistieken met betrekking tot de bedrijfstak, omgevingsfactoren en trends en toezichtsvereisten.
GESEGMENTEERDE INFORMATIE
Een bedrijfssegment is een onderdeel van de Groep dat goederen voortbrengt of diensten verleent met een rendement- en risicoprofiel
dat afwijkt van die van andere bedrijfssegmenten. Een geografisch segment is een onderdeel van de Groep dat producten verkoopt of
diensten verleent in een geografisch gebied dat een van andere geografische gebieden afwijkend rendement- en risicoprofiel heeft. De
geografische analyses zijn gebaseerd op de locatie van het kantoor waar de transacties zijn geïnitieerd. De bedrijfssegmenten zijn de
primaire segmentatiebasis van ING Groep, de geografische segmenten vormen de secundaire segmentatiebasis.
ANALYSE VAN HET VERZEKERINGSBEDRIJF
Wanneer bedragen in verband met het verzekeringsbedrijf worden gesplitst in ‘leven’ en ‘schade’, dan worden de verzekeringen voor
ziekte en invaliditeit begrepen onder ‘leven’ als deze in wezen levensverzekeringen zijn.
VREEMDE VALUTA
Functionele valuta en rapporteringsvaluta
Balansposten van elke groepsmaatschappij worden gewaardeerd in de valuta van de economische omgeving waarin de entiteit
voornamelijk haar bedrijfsactiviteiten uitoefent (de functionele valuta). De geconsolideerde jaarrekening luidt in euro, de functionele
valuta en rapporteringsvaluta van ING Groep N.V.
Transacties en balansposten
Transacties in vreemde valuta worden bij de eerste verwerking omgerekend naar de functionele valuta tegen de koers die geldt op de
transactiedatum. Koersverschillen die optreden bij de afwikkeling van deze transacties dan wel bij de omrekening van monetaire posten
in vreemde valuta worden verantwoord in de winst- en verliesrekening, behalve als deze onderdeel uitmaken van een kasstroomhedge of
een hedge van een netto-investering in buitenlandse bedrijfsonderdelen waarbij koersverschillen worden verantwoord in het eigen vermogen.
Voor niet-monetaire posten die worden gewaardeerd tegen reële waarde waarbij de waardemutaties in het resultaat worden
verantwoord, worden koersverschillen verantwoord als onderdeel van deze waardemutaties. Omrekening naar rapporteringsvaluta
gebeurt voor deze posten gelijktijdig met de bepaling van de reële waarde. Voor niet-monetaire posten waarbij waardemutaties in het
eigen vermogen worden verantwoord worden koersverschillen in de herwaarderingsreserve in het eigen vermogen verwerkt.
Groepsmaatschappijen
De activa, passiva, baten en lasten van groepsmaatschappijen met een andere functionele valuta dan de rapporteringsvaluta worden
als volgt omgerekend:
– Activa en passiva worden omgerekend tegen de slotkoers per balansdatum;
– Baten en lasten worden omgerekend tegen gemiddelde koersen. Indien dit gemiddelde geen redelijke benadering is van verwerking
tegen de koersen op transactiedatum, worden baten en lasten omgerekend tegen de koersen op transactiedatum;
– Het resulterende omrekeningsverschil wordt in een aparte reserve in het eigen vermogen verwerkt.
Bij consolidatie worden valutakoersverschillen op monetaire posten die onderdeel uitmaken van een netto-investering in buitenlandse
bedrijfsonderdelen verantwoord in het eigen vermogen. Tevens worden van schulden en andere posten die zijn aangemerkt als
afdekkingsinstrumenten van een dergelijke investering de koersverschillen in het eigen vermogen verwerkt. Bij verkoop van een
buitenlands bedrijfsonderdeel wordt het aan dit bedrijfsonderdeel gerelateerde deel van de reserve valutakoersverschillen in het resultaat
verantwoord als onderdeel van het resultaat op verkoop.
Aanpassingen aan reële waarde die het gevolg zijn van acquisities van buitenlandse entiteiten en goodwill worden gezien als activa en
passiva van het buitenlandse bedrijfsonderdeel en verwerkt tegen de slotkoers per balansdatum.
REËLE WAARDEN FINANCIËLE ACTIVA EN PASSIVA
De reële waarden van financiële instrumenten die worden verhandeld op actieve markten, zoals verhandelbare derivaten, effecten in de
handelsportefeuille en effecten beschikbaar voor verkoop, zijn gebaseerd op beurskoersen per balansdatum. Voor financiële activa wordt
de biedprijs gehanteerd, voor financiële passiva is dat de laatprijs.
ING Groep Jaarverslag 2006
95
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Grondslagen voor de geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening van ING Groep
vervolg
De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op actieve markten (zoals niet-gestandaardiseerde derivaten)
wordt bepaald met behulp van waarderingstechnieken. De Groep gebruikt hiervoor verschillende methoden en hanteert
veronderstellingen gebaseerd op de marktomstandigheden per balansdatum.
DERIVATEN EN HEDGE ACCOUNTING
Derivaten worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde op het moment van het aangaan van het contract. Na
eerste verwerking wordt het derivaat gewaardeerd tegen reële waarde. Reële waarden worden gebaseerd op beurskoersen of op
waarderingtechnieken waarbij gebruik wordt gemaakt van kasstroommodellen en optiewaarderingsmodellen. Derivaten met een
positieve marktwaarde worden als activa gepresenteerd, derivaten met een negatieve marktwaarde als passiva.
Bepaalde contracten die dienen om bescherming van kredieten tegen kredietrisico te kopen of te verkopen, zoals ‘credit default swaps’
zijn juridisch gezien derivaten, maar worden verantwoord als financiële garanties.
Als het derivaat onderdeel uitmaakt van een afdekkingsrelatie worden de waardemutaties anders verantwoord dan wanneer dit niet het
geval is. Daarnaast is ook de soort afdekking van invloed op de verwerking. Derivaten kunnen door de Groep worden aangemerkt als
afdekking van de reële waarde van een actief of verplichting of van een vastgesteld deel daarvan (reëlewaardehedge), afdekking van
toekomstige kasstromen die toe te rekenen zijn aan een actief of verplichting of een verwachte transactie (kasstroomhedge), of
afdekking van een netto-investering in buitenlandse bedrijfsonderdelen. Alleen indien aan bepaalde criteria is voldaan wordt hedge
accounting voor deze afdekkingstransacties toegepast.
Bij het afsluiten van afdekkingstransacties documenteert ING Groep de relatie tussen het afdekkingsinstrument en het afgedekte
instrument, de doelstellingen ten aanzien van risicobeheer en de strategie bij het aangaan van de afdekkingstransactie, alsook de
gebruikte methode ter beoordeling van de effectiviteit van de afdekkingstransactie. De Groep documenteert ook de beoordeling of de
afdekking bij zowel het aangaan van de transactie als gedurende de transactie effectief is in het bereiken van compensatie van aan het
afgedekte risico toe te rekenen veranderingen in reële waarde of kasstromen.
Een in een contract besloten derivaat wordt gewaardeerd als een apart derivaat als er geen nauw verband bestaat tussen de economische
kenmerken en risico’s van het in een contract besloten derivaat en die van het basiscontract, als het basiscontract niet tegen reële waarde
met waardemutaties door het resultaat is gewaardeerd en als een afzonderlijk instrument met dezelfde kenmerken zou voldoen aan de
definitie van een derivaat. Deze in een ander contract besloten derivaten worden gewaardeerd tegen reële waarde waarbij
waardemutaties in het resultaat worden verwerkt.
Reëlewaardehedges
Samen met de waardemutaties van het afgedekte instrument die zijn toe te rekenen aan het afgedekte risico, worden de waardemutaties
van een derivaat dat onderdeel uitmaakt van een reëlewaardehedge verantwoord in de winst- en verliesrekening. Als de afdekkingsrelatie
niet langer voldoet aan de criteria voor hedge accounting, wordt de cumulatieve aanpassing van het afgedekte instrument in het geval
van rentedragende waardepapieren geamortiseerd over de resterende looptijd van de afdekkingsrelatie of direct verantwoord zodra het
afgedekte instrument niet langer in de balans wordt opgenomen. Voor instrumenten anders dan rentedragende waardepapieren wordt
de cumulatieve aanpassing van het afgedekte instrument verwerkt pas in het resultaat op het moment dat het afdekkingsinstrument niet
langer in de balans is verwerkt.
Kasstroomhedges
Het effectieve deel van de waardemutaties van een derivaat dat onderdeel uitmaakt van een kasstroomhedge wordt verwerkt in het
eigen vermogen. Het ineffectieve deel van de waardemutaties wordt onmiddellijk verantwoord in het resultaat. Het in het eigen
vermogen opgebouwde deel van de waardemutaties wordt gelijktijdig met de resultaatverantwoording van het afgedekte instrument in
het resultaat verantwoord. Als een afdekkingsinstrument afloopt of wordt verkocht, of als de afdekkingstransactie niet langer voldoet
aan de criteria voor hedge accounting, blijft het cumulatieve deel van de waardemutaties in het eigen vermogen opgenomen. Pas als de
verwachte transactie in het resultaat wordt verwerkt, worden de waardemutaties uit het eigen vermogen gehaald en in het resultaat
verwerkt. Als een verwachte transactie niet langer waarschijnlijk is, wordt het cumulatieve deel van de waardemutaties meteen uit het
eigen vermogen gehaald en verantwoord in het resultaat.
Hedge van een netto-investering in buitenlandse bedrijfsonderdelen
Hedges van een netto-investering in een buitenlands bedrijfsonderdeel worden op dezelfde wijze verwerkt als kasstroomhedges. Dat
deel van de waardemutaties dat gerelateerd is aan het effectieve deel van de hedge wordt verantwoord in het eigen vermogen. Het
ineffectieve deel wordt verantwoord in het resultaat. Als het buitenlandse bedrijfsonderdeel wordt verkocht, worden de in het eigen
vermogen opgebouwde waardemutaties in het resultaat verwerkt.
96
ING Groep Jaarverslag 2006
Niet-handelsderivaten die niet voldoen aan de criteria voor hedge accounting
Derivaten die wel worden gebruikt als onderdeel van het risicobeheer van de Groep maar die niet voldoen aan de criteria voor hedge
accounting worden verantwoord als niet handelsderivaten. Niet-handelsderivaten worden gewaardeerd tegen reële waarde met
waardemutaties door het resultaat.
FINANCIËLE ACTIVA
In de balans opnemen van financiële activa
De aankoop of verkoop van financiële activa tegen reële waarde met waardemutaties door het resultaat, geclassificeerd als aangehouden
tot einde looptijd of financiële active beschikbaar voor verkoop die volgens standaard marktconventies worden afgewikkeld worden
verwerkt op de datum waarop de Groep zich verbindt om het actief te kopen of te verkopen. Leningen en vorderingen worden verwerkt
op de afwikkeldatum, dit is de datum dat de Groep het actief ontvangt of levert.
Niet langer in de balans opnemen van financiële activa
Financiële activa worden niet langer in de balans opgenomen als de Groep niet langer recht heeft op de kasstromen van het actief of
wanneer de Groep nagenoeg alle risico’s en voordelen verbonden aan het actief heeft overgedragen. Als de Groep noch nagenoeg
alle risico’s en voordelen heeft overgedragen, noch heeft behouden, wordt een financieel actief niet langer in de balans verantwoord
als de Groep de beschikkingsmacht over het actief heeft verloren. Bij overdracht van een financieel actief waar de Groep nog wel de
beschikkingsmacht over het actief heeft behouden, wordt het actief op de balans opgenomen in overeenstemming met de mate waarin
de Groep onderhevig is aan veranderingen in de waarde van het actief.
Financiële activa tegen reële waarde met waardemutaties door het resultaat
Financiële activa tegen reële waarde met waardemutaties door het resultaat bestaan uit twee categorieën: financiële activa in de
handelsportefeuille en andere financiële activa die door het management zijn aangewezen en zijn geclassificeerd als financiële activa
tegen reële waarde met waardemutaties door het resultaat, waaronder beleggingen voor risico van de polishouders. Financiële activa
worden geclassificeerd als reële waarde met waardemutaties door het resultaat als deze worden aangehouden voor handelsdoeleinden
of als deze activa als zodanig zijn geclassificeerd door de Groep. Classificatie door de groep vindt alleen plaats als dit een asymmetrie in
de waardering vermindert, of als de gerelateerde activa en verplichtingen op basis van hun reële waarde worden beheerd. Beleggingen
voor risico van de polishouders zijn beleggingen waarvoor alle waardemutaties worden gecompenseerd door aanpassingen van de
verzekeringstechnische voorzieningen. De transactiekosten worden bij de eerste verwerking verantwoord in de winst- en verliesrekening.
Beleggingen in effecten
Beleggingen (inclusief leningen die genoteerd zijn op een actieve markt) worden geclassificeerd als aangehouden tot einde looptijd of
beschikbaar voor verkoop en worden bij de eerste verwerking tegen reële waarde verantwoord vermeerderd met de transactiekosten.
Effecten en leningen die genoteerd zijn op een actieve markt die een vaste looptijd hebben worden geclassificeerd als aangehouden tot
einde looptijd als de Groep de intentie en de mogelijkheid heeft om de effecten aan te houden tot het einde van de looptijd. Effecten in
de beleggingsportefeuille en verhandelbare leningen die worden aangehouden voor een onbepaalde tijd en kunnen worden verkocht als
gevolg van liquiditeitsbehoefte, veranderingen in de rente, valutakoersen en aandelenkoersen, worden geclassificeerd als beschikbaar
voor verkoop.
Financiële activa beschikbaar voor verkoop
Financiële activa die beschikbaar zijn voor verkoop worden bij eerste verwerking tegen reële waarde verantwoord, vermeerderd met
de transactiekosten. Voor schuldbewijzen die beschikbaar zijn voor verkoop wordt het verschil tussen kostprijs en nominale waarde
geamortiseerd over de resterende looptijd. Rentebaten worden verantwoord gebruikmakend van de effectieverentemethode. Voor
verkoop beschikbare financiële activa worden verantwoord tegen reële waarde. Ongerealiseerde waardemutaties worden verantwoord in
het eigen vermogen. Bij verkoop van de stukken wordt de cumulatieve waardemutatie in het resultaat verantwoord onder Opbrengst op
beleggingen. Voor bijzondere waardeverminderingen van financiële activa beschikbaar voor verkoop wordt verwezen naar de paragraaf
Bijzondere waardeverminderingen. Beleggingen in schuldbewijzen gevoelig voor vooruitbetalingen, zoals ‘Interest-Only’ en ‘PrincipalOnly’ coupons, worden over het algemeen geclassificeerd als beschikbaar voor verkoop.
Tot einde looptijd aangehouden beleggingen
Financiële activa, niet zijnde derivaten, met vaste of bepaalde vergoedingen en vaste looptijd waarvoor de Groep de intentie en
mogelijkheid heeft om deze tot het einde van de looptijd aan te houden en die zijn geclassificeerd als tot einde looptijd aangehouden
beleggingen worden bij eerste verwerking verantwoord tegen reële waarde vermeerderd met de transactiekosten. Na eerste
verwerking worden deze verantwoord tegen geamortiseerde kostprijs gebruikmakend van de effectieverentemethode, verminderd
met bijzondere waardeverminderingen.
ING Groep Jaarverslag 2006
97
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Grondslagen voor de geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening van ING Groep
vervolg
Kredieten
Leningen en voorschotten aan klanten zijn financiële activa, niet zijnde derivaten, met vaste of bepaalde vergoedingen die niet genoteerd
staan op een actieve financiële markt. Deze worden bij de eerste verwerking tegen reële waarde verantwoord vermeerderd met de
transactiekosten. Na eerste verwerking worden deze gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs gebruikmakend van de effectieverentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingen.
Gerealiseerde resultaten op beleggingen
Gerealiseerde resultaten op beleggingen worden bepaald als het verschil tussen de verkoopopbrengst en de (geamortiseerde) kostprijs.
Voor aandelen wordt de kostprijs bepaald door middel van een gewogen gemiddelde per portefeuille. Voor schuldbewijzen wordt de
kostprijs bepaald op individueel niveau.
SALDERING FINANCIËLE ACTIVA EN FINANCIËLE VERPLICHTINGEN
Financiële activa en verplichtingen worden gesaldeerd en in de balans gepresenteerd voor het nettobedrag als de Groep het juridisch
afdwingbare recht tot gesaldeerde en simultane afwikkeling heeft en de intentie heeft het actief en de verplichting gesaldeerd of
simultaan af te rekenen.
LENEN EN UITLENEN VAN EFFECTEN
Verkochte effecten met een overeenkomst tot wederinkoop (‘repos’) blijven in de balans opgenomen. De gerelateerde verplichting is
begrepen in de balanspost Bankiers, Overige leningen of Toevertrouwde middelen.
Effecten gekocht met een overeenkomst tot wederverkoop (‘reverse repos’) worden gepresenteerd onder de balanspost Bankiers of
Kredieten. Het verschil tussen de verkoopprijs en de prijs waartegen zal worden ingekocht wordt verantwoord als interest over de looptijd
van de overeenkomst met behulp van de effectieverentemethode.
VOORZIENING VOOR DUBIEUZE DEBITEUREN
De Groep beoordeelt regelmatig en op elke balansdatum of er voor een financieel actief of een portefeuille van financiële activa objectief
bewijs is dat er sprake is van een bijzondere waardevermindering. Er is sprake van een bijzondere waardevermindering die als verlies
wordt verantwoord indien en voor zover er objectieve indicatoren van bijzondere waardevermindering zijn als gevolg van een of
meerdere gebeurtenissen na de verkrijging van het actief, maar voor balansdatum, die een betrouwbaar te schatten invloed hebben
op de verwachte toekomstige kasstromen van het financieel actief of de portefeuille van financiële activa.
De volgende omstandigheden, onder andere, worden beschouwd als objectieve indicatoren van bijzondere waardevermindering voor
een financieel actief of een portefeuille van financiële activa:
– De debiteur is failliet verklaard, heeft hier aanvraag toe gedaan of is in vergelijkbare bescherming gesteld waardoor het terugbetalen
onmogelijk wordt of wordt vertraagd;
– De debiteur heeft al bepaalde tijd een betalingsachterstand voor het terugbetalen van de hoofdsom, rente of provisies;
– De debiteur verkeert in significante financiële moeilijkheden en deze omstandigheden hebben een negatieve invloed op toekomstige
kasstromen van de vordering;
– De vordering is geherstructureerd om andere dan commerciële redenen. ING heeft in verband met de financiële moeilijkheden
concessies gedaan om economische of juridische redenen en dit resulteert in een daling van de verwachte toekomstige kasstromen;
– Historische ervaring, aangepast voor recent waargenomen ontwikkelingen, is een indicator dat er sprake is van een bijzondere
waardevermindering voor een deel van een portefeuille van activa, ondanks dat samenhangende omstandigheden die fungeren als
indicatoren voor bijzondere waardeverminderingen nog niet zijn opgepikt door de kredietrisicosystemen van de Groep.
De Groep beschouwt mogelijke in de toekomst verwachte gebeurtenissen niet als een objectieve indicator en dit wordt dan ook niet
gebruikt voor de bepaling of er sprake is van een bijzondere waardevermindering van een financieel actief of een portefeuille van
financiële activa. Bij de bepaling van de bijzondere waardevermindering, worden de toekomstig verwachte kasstromen geschat op
basis van de contractueel overeengekomen kasstromen en de historische ervaring ten aanzien van kredietverliezen op activa met
gelijkwaardige kredietkenmerken. De historische ervaring wordt aangepast voor recent waargenomen ontwikkelingen om de effecten
van de huidige marktomstandigheden weer te geven die nog niet in de historische ervaring tot uitdrukking zijn gekomen en om effecten
van omstandigheden die niet langer actueel zijn te elimineren. Verliezen verwacht op basis van toekomstige gebeurtenissen, ongeacht
de waarschijnlijkheid, worden niet verantwoord.
De Groep beoordeelt eerst of er sprake is van bijzondere waardevermindering op individueel niveau voor individueel significante financiële
activa en dan op individueel of portefeuille niveau voor financiële activa die niet individueel significant zijn. Als er geen sprake is van een
bijzondere waardevermindering op individueel niveau wordt het betreffende actief opgenomen in een portefeuille van financiële activa
met een overeenkomstig kredietrisico en wordt op portefeuille niveau beoordeeld of er sprake is van bijzondere waardevermindering.
Activa waarvoor op individueel niveau een bijzondere waardevermindering bestaat worden niet in een beoordeling op portefeuille
niveau betrokken.
98
ING Groep Jaarverslag 2006
Als voor een financieel actief gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs een bijzondere waardevermindering is vastgesteld, wordt deze
bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen (exclusief
toekomstige kredietverliezen die nog niet zijn opgetreden), gedisconteerd tegen het oorspronkelijk effectieve rendement van het actief.
De boekwaarde van het actief wordt verlaagd door middel van een voorziening (Voorziening voor dubieuze debiteuren) die ten laste van
het resultaat wordt gevormd onder Mutatie voorziening dubieuze debiteuren. Voor activa met een variabele rentevoet is de
disconteringsfactor gelijk aan het huidige effectieve rendement op het actief.
Voor de (collectieve) beoordeling van eventuele bijzondere waardeverminderingen op portefeuille niveau worden financiële activa
gegroepeerd op basis van overeenkomstige kredietrisico’s. Deze factoren zijn relevant voor de inschatting van verwachte toekomstige
kasstromen voor portefeuilles van activa omdat deze indicatief zijn voor de mogelijkheid van de debiteur om alle voor de desbetreffende
activa contractueel overeengekomen bedragen te voldoen. De collectieve beoordeling van bijzondere waardeverminderingen bevat de
toepassing van een ‘loss confirmation period’ met betrekking tot de waarschijnlijkheidsberekening op wanbetaling. De ‘loss confirmation
period’ is een concept dat rekening houdt met het feit dat er een bepaalde periode zit tussen het moment dat indicatoren voor
bijzondere waardeverminderingen zich voor doen en het moment dat deze worden meegenomen in de kredietrisicosystemen van de
Groep. Dienovereenkomstig zorgt de toepassing van de ‘loss confirmation period’ ervoor dat bijzondere waardeverminderingen die zich
al wel hebben voorgedaan maar nog niet als dusdanig zijn geïdentificeerd, in voldoende mate worden meegenomen in de Voorziening
voor dubieuze debiteuren van de Groep. Hoewel het concept ‘loss confirmation periods’ inherent onzekerheid in zich heeft, maakt de
Groep gebruik van schattingen op basis van sub-portefeuilles (bijvoorbeeld grote, middelgrote en kleine ondernemingen en detailhandel
portefeuilles). Hierbij wordt rekening gehouden met factoren als de frequentie waarmee klanten, deeluitmakend van de sub-portefeuille,
kredietrisico gevoelige informatie toelichten en de frequentie waarmee ze worden beoordeeld door de account managers van de Groep.
Over het algemeen stijgt de frequentie naar mate de klant groter is. ‘Loss confirmation periods’ zijn gebaseerd op historische ervaring en
worden gevalideerd, en aangepast waar nodig, door regelmatige back-testing opdat recente ervaringen en actuele gebeurtenissen in
deze worden meegenomen.
Als een vordering definitief niet meer geïncasseerd kan worden, wordt deze afgeboekt ten laste van de gerelateerde dubieuze debiteuren
voorziening. Vorderingen worden afgeboekt nadat aan alle noodzakelijk procedures is voldaan en het definitieve kredietverlies is bepaald.
Bedragen die alsnog worden geïncasseerd nadat een vordering is afgeboekt worden in mindering gebracht op de voorziening voor
dubieuze debiteuren in de winst- en verliesrekening.
Indien in een toekomstige periode het bedrag van de bijzondere waardevermindering afneemt en die afname gerelateerd is aan
gebeurtenissen die zijn opgetreden nadat de bijzondere waardevermindering werd verantwoord (zoals een verbetering in de
kredietwaardigheid van de debiteur), wordt de waardevermindering teruggeboekt ten gunste van de winst- en verliesrekening.
BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN OVERIGE FINANCIËLE ACTIVA
De Groep beoordeelt op elke balansdatum of er voor een financieel actief of een portefeuille van financiële activa objectief bewijs is dat
er sprake is van een bijzondere waardevermindering. In het specifieke geval van aandelenbeleggingen geclassificeerd als beschikbaar voor
verkoop wordt een significante of langdurige daling van de marktwaarde onder de kostprijs in de beoordeling meegenomen als indicator
voor een mogelijke bijzondere waardevermindering. Indien er sprake is van bijzondere waardevermindering voor activa geclassificeerd als
beschikbaar voor verkoop wordt het cumulatieve verlies bepaald als het verschil tussen kostprijs en de huidige reële waarde, verminderd
met eventueel eerder verantwoorde bijzondere waardeverminderingen overgeboekt van de herwaarderingsreserve in het eigen
vermogen naar de winst- en verliesrekening. Bijzondere waardeverminderingen op aandelenbeleggingen kunnen niet worden
teruggeboekt via de winst- en verliesrekening. Bijzondere waardeverminderingen op vastrentende waarden worden teruggeboekt via
de winst- en verliesrekening indien de waardevermindering is afgenomen als gevolg van gebeurtenissen die zijn opgetreden nadat de
bijzondere waardevermindering werd verantwoord.
DEELNEMINGEN
Deelnemingen zijn entiteiten waarin ING Groep invloed van betekenis heeft, maar geen overheersende zeggenschap. In het algemeen is
er sprake van invloed van betekenis bij een aandelenbezit tussen de 20 en 50% van de stemrechten, maar ook als de Groep invloed kan
uitoefenen op het operationele en financiële beleid, via onder andere de volgende situaties:
– vertegenwoordiging in de raad van bestuur;
– betrokkenheid bij het besluitvormingsproces; en
– gemeenschappelijk managementpersoneel.
Deelnemingen worden bij eerste verwerking verantwoord tegen kostprijs en daarna volgens de vermogensmutatiemethode.
In de post deelnemingen, verminderd met eventuele bijzondere waardeverminderingen, is ook de bij acquisitie betaalde goodwill
begrepen. Onder de vermogensmutatiemethode worden de resultaten van de deelneming na verkrijging verantwoord in de winst- en
verliesrekening van ING Groep. Wijzigingen in de reserves van de deelneming na het moment van verkrijging worden verwerkt in de
reserves van ING Groep. De verkrijgingsprijs van de deelneming wordt aangepast voor deze resultaten en wijzigingen in reserves. Indien
de waardering van de deelneming nihil is geworden, worden geen verdere verliezen meer verantwoord, tenzij de Groep verplichtingen is
aangegaan of al betalingen voor de deelnemingen heeft verricht.
ING Groep Jaarverslag 2006
99
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Grondslagen voor de geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening van ING Groep
vervolg
Ongerealiseerde winsten op transacties tussen de Groep en deelnemingen worden geëlimineerd voor het belang van de Groep in die
deelneming. Ongerealiseerde verliezen worden ook geëlimineerd, behalve als deze het gevolg zijn van verliezen op vlottende activa of
bijzondere waardeverminderingen van vaste activa. Waarderingsgrondslagen van deelnemingen worden waar nodig aangepast om ze
in overeenstemming te brengen met die van de Groep.
Voor belangen in beleggingsfondsen wordt bij het bepalen of ING significante invloed heeft rekening gehouden met ING’s financiële
belang voor eigen rekening en de rol van ING als fondsbeheerder.
BELEGGINGEN IN ONROEREND GOED
Beleggingen in onroerend goed worden gewaardeerd tegen reële waarde waarbij waardemutaties in de winst- en verliesrekening
worden verwerkt. Bij verkoop wordt het verschil tussen de verkoopopbrengst en de boekwaarde in het resultaat verantwoord.
De reële waarden van beleggingen in onroerend goed zijn gebaseerd op recente taxaties uitgevoerd door onafhankelijke gekwalificeerde
taxateurs. Elk jaar wordt voor ieder onroerend goed een taxatierapport opgesteld, door een onafhankelijk externe taxateur of intern. Bij
interne waardebeoordeling wordt gebruik gemaakt van indexatie. De index is gebaseerd op de resultaten van externe taxaties uitgevoerd
in die periode. Markt transacties en verkopen van onroerend goed door de Groep, worden gebruikt als onderdeel van de procedure ter
toetsing van de indexatie methodologie. Al het onroerend goed wordt minimaal eens in de 5 jaar onafhankelijk getaxeerd.
GEBOUWEN EN BEDRIJFSMIDDELEN
Onroerend goed voor eigen gebruik
Onroerend goed voor eigen gebruik wordt gewaardeerd tegen reële waarde. Stijgingen in reële waarde boven de kostprijs worden
verantwoord in de herwaarderingsreserve in het eigen vermogen. Dalingen in reële waarde worden verantwoord in het eigen vermogen
voor zover hiermee eerdere stijgingen ongedaan worden gemaakt. Alle andere dalingen in reële waarde worden in de winst- en
verliesrekening verantwoord. Stijgingen die een eerdere daling verantwoord in het resultaat ongedaan maken, worden ook in het
resultaat verantwoord. Afschrijvingen worden gebaseerd op de reële waarde en de geschatte economische levensduur (meestal 20 tot
50 jaar). Afschrijvingen worden op lineaire basis berekend. Bij verkoop wordt het deel van de herwaardering dat gerelateerd is aan het
verkochte onroerend goed overgeheveld naar de winstreserve.
De reële waarde van gebouwen en terreinen is gebaseerd op recente taxaties door onafhankelijke gekwalificeerde taxateurs. Uitgaven na
de eerste verwerking van het onroerend goed worden geactiveerd als het waarschijnlijk is dat de toekomstige voordelen aan de Groep
zullen toevloeien en de kosten op betrouwbare manier kunnen worden bepaald.
Onroerend goed in ontwikkeling
Onroerend goed in ontwikkeling (inclusief beleggingen in onroerend goed) worden gewaardeerd tegen de tot en met balansdatum
gemaakte directe kosten vermeerderd met de rente en de ontwikkelings- en begeleidingskosten van de Groep, verminderd met eventuele
bijzondere waardeverminderingen.
Onroerend goed aangehouden voor verkoop
Onroerend goed aangehouden voor verkoop bestaat uit onroerend goed verkregen uit faillissementen en ontwikkeld onroerend goed
waarvoor geen specifieke overeenkomst met een derde partij is afgesloten. Onroerend goed aangehouden voor verkoop wordt
gewaardeerd tegen kostprijs of lagere realiseerbare waarde. In de kostprijs zijn rentekosten begrepen. De realiseerbare waarde is de
geschatte verkoopprijs onder normale voorwaarden, verminderd met de relevante variabele verkoopkosten. Als de realiseerbare waarde
lager is dan de boekwaarde wordt een bijzondere waardevermindering in het resultaat verantwoord.
Onroerend goed in ontwikkeling ten behoeve van derden
Onroerend goed in ontwikkeling ten behoeve van derden wordt gewaardeerd tegen de tot en met balansdatum gemaakte directe kosten
vermeerderd met de bouwrente en de ontwikkelings- en begeleidingskosten van de Groep, verminderd met eventuele bijzondere
waardeverminderingen. Winst wordt verantwoord op basis van de ‘completed contract’ methode (op de datum van voltooiing van het
onroerend goed).
Bij onroerend goed in ontwikkeling ten behoeve van derden waar een specifiek contract met een derde is afgesloten, wordt de winst
verantwoord naar rato van de verrichte prestaties bij de uitvoering van het werk (‘percentage of completion’ methode).
Bedrijfsmiddelen
Bedrijfsmiddelen worden gewaardeerd tegen kostprijs minus cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De
kostprijs wordt lineair afgeschreven over de economische levensduur van het actief. In het algemeen is de economische levensduur voor
computers is 2 tot 5 jaar, en voor inventaris 4 tot 10 jaar. Onderhoudskosten worden verantwoord in de winst- en verliesrekening.
Waardeverhogende uitgaven worden geactiveerd en afgeschreven.
100 ING Groep Jaarverslag 2006
Activa onder operationele lease-overeenkomsten
Activa onder operationele lease-overeenkomsten waarbij ING optreedt als lessor worden gewaardeerd tegen kostprijs minus cumulatieve
afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs van de activa wordt lineair afgeschreven over de looptijd van de leaseovereenkomst. Zie ook sectie Lease-overeenkomsten.
Verkopen
Bij verkoop van gebouwen en bedrijfsmiddelen, inclusief activa onder operationele lease-overeenkomsten wordt het verschil tussen de
verkoopopbrengst en de boekwaarde verantwoord in de winst- en verliesrekening.
Rentelasten
Rentelasten met betrekking tot de financiering van de vervaardiging van een kwalificerend actief worden geactiveerd voor de periode
die benodigd is om het actief te vervaardigen en gereed te maken voor gebruik.
LEASE-OVEREENKOMSTEN
De Groep als huurder (lessee)
De lease-overeenkomsten die ING Groep afsluit zijn voornamelijk operationele leases. Het totaal van de onder de lease-overeenkomsten
betaalde bedragen worden lineair in het resultaat verantwoord over de looptijd van de overeenkomst.
Als er betalingen aan de verhuurder (lessor) worden verricht in verband met het voortijdig beëindigen van de lease-overeenkomst,
worden deze onmiddellijk als last in de winst- en verliesrekening verantwoord.
De Groep als verhuurder (lessor)
Voor activa onder een financiële lease-overeenkomst wordt de contante waarde van de leasetermijnen in de balans opgenomen onder
Kredieten. Het verschil tussen de nominale waarde van de vordering en de contante waarde wordt verantwoord in de winst- en
verliesrekening. De lease-inkomsten worden zodanig in het resultaat verwerkt dat een constant perioderendement ontstaat, berekend
over de resterende netto-investering. Voor activa onder een operationele lease-overeenkomst worden de activa gepresenteerd als Activa
onder operationele lease-overeenkomsten.
ACQUISITIE VAN GROEPSMAATSCHAPPIJEN, GOODWILL EN OVERIGE IMMATERIËLE VASTE ACTIVA
Goodwill
Acquisities van ING Groep worden verantwoord volgens de ‘purchase’ methode, waarbij de kostprijs van de acquisities wordt
toegerekend aan de reële waarde van de verkregen activa, verplichtingen en niet in de balans opgenomen verplichtingen. Goodwill,
zijnde het verschil tussen de kostprijs van de acquisitie (inclusief overgenomen schulden) en het aandeel van ING Groep in de reële
waarde van de verkregen activa, verplichtingen en niet in de balans opgenomen verplichtingen op de acquisitiedatum, wordt geactiveerd
als immaterieel vast actief. De resultaten van de overgenomen vennootschappen worden vanaf de datum waarop zeggenschap is verkregen.
Goodwill wordt alleen geactiveerd voor acquisities die na de implementatiedatum van IFRS-EU (1 januari 2004) hebben plaatsgevonden.
In overeenstemming met de overgangsbepalingen van IFRS worden acquisities van voor die datum niet aangepast. Goodwill en intern
gegenereerde immateriële vaste activa gerelateerd aan deze acquisities zijn ten laste van het eigen vermogen gebracht. Voor de
beoordeling of er bijzondere waardeverminderingen zijn opgetreden wordt goodwill toegerekend aan kasstroomgenererende eenheden.
Deze kasstroomgenererende eenheden stellen het laagste niveau voor waarop goodwill intern wordt beheerst. De beoordeling wordt
jaarlijks uitgevoerd, of zoveel vaker als er aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen. Bij de beoordeling wordt de
boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid (inclusief goodwill) vergeleken met de realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde
is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde.
Correcties in de reële waarde van overgenomen activa en passiva op de overnamedatum die worden geconstateerd voor het einde van
het eerste verslagjaar na de overname leiden tot een aanpassing van de goodwill. Correcties die op een later moment worden
geconstateerd worden verwerkt als een bate of een last. Echter, het in de balans opnemen van actieve belastinglatenties na acquisitiedatum
wordt ook na het einde van het eerste verslagjaar na de overname verantwoord als een aanpassing op de goodwill. Bij verkoop van
groepsmaatschappijen wordt het verschil tussen de verkoopopbrengst en de kostprijs (inclusief goodwill) en het bedrag aan reserve voor
koersverschillen vreemde valuta dat hiervoor is opgenomen in het eigen vermogen verantwoord in de winst- en verliesrekening.
Software
Gekochte of intern gegenereerde software voor eigen gebruik wordt gewaardeerd tegen kostprijs minus cumulatieve afschrijvingen en
eventuele bijzondere waardeverminderingen. De software wordt lineair afgeschreven over de economische levensduur, normaal
gesproken niet meer dan drie jaar. De afschrijvingslast wordt gepresenteerd als overige kosten.
ING Groep Jaarverslag 2006 101
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Grondslagen voor de geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening van ING Groep
vervolg
Value of business acquired (VOBA)
De actiefpost VOBA bestaat uit de contante waarde van de toekomstige kasstromen begrepen in de verzekeringscontracten van een
overgenomen bedrijf en vertegenwoordigt het verschil tussen de reële waarde van de verzekeringsverplichtingen en de boekwaarde.
VOBA wordt op een soort gelijke wijze afgeschreven als overlopende acquisitiekosten zoals beschreven in de paragraaf Overlopende
acquisitiekosten.
Overige Immateriële vaste activa
Overige immateriële vaste activa worden geactiveerd en geamortiseerd over de economische levensduur, over het algemeen tussen
de drie en tien jaar. Immateriële vaste activa met een eeuwige levensduur worden niet geamortiseerd.
OVERLOPENDE ACQUISITIEKOSTEN
De actiefpost overlopende acquisitiekosten bestaat uit de verwervingskosten van verzekeringscontracten en beleggingsverzekeringen die
worden geactiveerd en afgeschreven. De geactiveerde kosten, die samenhangen met de productie van nieuwe verzekeringscontracten en
prolongaties, bestaan voornamelijk uit provisies, polisuitgiftekosten en andere afsluitkosten. Overlopende acquisitiekosten worden
afgeschreven over de looptijd van de onderliggende contracten.
Voor traditionele levensverzekeringscontracten, bepaalde typen flexibele levensverzekeringscontracten en schadeverzekeringscontracten
worden de overlopende acquisitiekosten afgeschreven over de premiebetalingsperiode, op dezelfde wijze waarop premieverantwoording
plaatsvindt.
Voor andere typen beleggingsverzekeringen worden de overlopende acquisitiekosten afgeschreven over de looptijd van de polis,
gebaseerd op de verwachte toekomstige resultaten. De afschrijving en de overlopende actiefpost worden gecorrigeerd wanneer de
veronderstellingen omtrent verwachte huidige en toekomstige winsten worden bijgesteld. De veronderstellingen worden aan het eind
van iedere verslagperiode herzien. Ten aanzien van de overlopende acquisitiekosten inzake beleggingsverzekeringen veronderstelt ING
een fondsgroei, die voor de korte en de lange termijn gelijk is. Een opwaartse/neerwaartse bijstelling van de resultaatverwachting –
bijvoorbeeld als gevolg van een verbeterd/verslechterd beleggingsklimaat en een mutatie in het beheerd vermogen – kan resulteren in
een lagere/hogere afschrijving van de overlopende acquisitiekosten om de afschrijving met betrekking tot het verleden en de toekomstige
jaren te corrigeren. Dit wordt aangeduid als ‘DAC unlocking’. De resultaten uit hoofde van ‘DAC unlocking’ worden in de winst- en
verliesrekening verantwoord in de periode waarin de unlocking plaatsvindt.
Van overlopende acquisitiekosten worden bij activering beoordeeld of ze realiseerbaar zijn. Daarna worden overlopende acquisitiekosten
samen met verzekeringtechnische voorzieningen en VOBA getest. De toereikendheidstoets wordt beschreven onder Verzekerings-,
herverzekerings- en beleggingscontracten.
Voor bepaalde producten worden de overlopende acquisitiekosten via het eigen vermogen aangepast voor de impact van de
ongerealiseerde resultaten op gerelateerde beleggingen.
BELASTINGEN
Winstbelasting bestaat uit latente en acute belastingen. Winstbelastingen worden in de winst- en verliesrekening verantwoord tenzij
de belasting betrekking heeft op posten die direct in het vermogen worden verantwoord. In dit laatste geval wordt ook de belasting
in het vermogen verantwoord.
Belastinglatenties
Belastinglatenties worden opgenomen voor alle tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de fiscale waarde, waarbij wordt uitgegaan
van belastingtarieven die zijn vastgesteld per balansdatum en die naar verwachting zullen gelden in de periode waarin de actieve
belastinglatenties worden gerealiseerd of passieve belastinglatenties worden afgewikkeld. Actieve en passieve belastinglatenties worden
niet verdisconteerd.
Actieve belastinglatenties worden alleen opgenomen indien het waarschijnlijk is dat in de nabije toekomst fiscale winsten zullen worden
gerealiseerd ter compensatie van deze tijdelijke verschillen. Voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en fiscale waarde van
investeringen in groepsmaatschappijen en deelnemingen worden belastinglatenties opgenomen, behalve als de Groep het tijdstip kan
bepalen waarop deze tijdelijke verschillen aflopen en als het waarschijnlijk is dat deze verschillen niet zullen aflopen in de nabije
toekomst. In de toekomst verrekenbare fiscale verliezen worden alleen opgenomen indien verwacht wordt dat in de nabije toekomst
fiscale winsten zullen worden gerealiseerd ter compensatie van deze verliezen. Waardemutaties van beleggingen geclassificeerd als
beschikbaar voor verkoop en waardemutaties van derivaten die onderdeel zijn van een kasstroomhedge worden onder aftrek van latente
belastingen in het eigen vermogen verantwoord. Bij realisatie wordt de waardemutatie tegelijkertijd met de actieve of passieve
belastinglatentie verantwoord in het resultaat.
102 ING Groep Jaarverslag 2006
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN
Preferente aandelen met een vast dividend of met een door de aandeelhouder afdwingbare mogelijkheid tot aflossing worden
geclassificeerd als financiële verplichtingen. Dividenden op preferente aandelen worden als rentelasten in de winst- en verliesrekening
verantwoord gebruik makend van de effectieverentemethode.
Leningen worden bij eerste verwerking tegen de reële waarde verantwoord na aftrek van transactiekosten. Na eerste verwerking
worden leningen tegen geamortiseerde kostprijs verantwoord; ieder verschil tussen opbrengst na aftrek van transactiekosten en de
aflossingswaarde wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening over de looptijd van de lening op basis van de effectieverentemethode.
Bij inkoop van eigen schuldbewijzen door de Groep, worden deze in de balans gesaldeerd met de verplichting. Het verschil tussen
de boekwaarde van de verplichting en het betaalde aankoopbedrag wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening.
Financiële passiva tegen reële waarde met waardemutaties door het resultaat bestaan uit twee categorieën: financiële passiva in de
handelsportefeuille en andere financiële passiva die door het management zijn aangewezen en geclassificeerd als financiële passiva tegen
reële waarde met waardemutaties door het resultaat. Aanwijzing door het management zal alleen voorkomen als dit een inconsistentie
in waarderingsgrondslagen wegneemt of als samenhangende activa en passiva worden beheerd op basis van reële waarde.
Financiële garantie contracten zijn contracten die vereisen dat de uitgever de houder voor een bepaald bedrag schadeloos stelt voor een
verlies dat zich heeft voorgedaan omdat een specifieke debiteur niet aan zijn verplichtingen voldoet, conform de voorwaarden van een
schuldbewijs. Zulke financiële garanties worden bij eerste verwerking tegen reële waarde verantwoord en vervolgens gewaardeerde
tegen de waarde van de verdisconteerde verplichting onder de garantie of hogere waarde bij eerste verwerking verminderd met het
bedrag van het reeds verantwoorde resultaat onder de garantie.
VERZEKERINGS-, HERVERZEKERINGS- EN BELEGGINGSCONTRACTEN
Verzekeringstechnische voorzieningen
Verzekeringspolissen met een significant verzekeringsrisico worden als verzekeringscontracten gepresenteerd. Verzekeringstechnische
voorzieningen geven de verwachte toekomstige uitbetalingen weer uit hoofde van aanspraken op leven- en schadeverzekeringsuitkeringen, inclusief de kosten die verband houden met deze uitkeringen.
Voorziening voor levensverzekeringen
De technische voorziening voor levensverzekeringen wordt berekend op basis van een prudente prospectieve actuariële methode,
rekening houdend met de voor de lopende verzekeringsovereenkomsten gestelde voorwaarden. Methodologieën van verschillende
business units kunnen verschillen door lokale toezichtsvereisten en lokale gebruiken.
Om de verzekeringstechnische voorzieningen voor levensverzekeringen te bepalen worden diverse aannames gedaan, ondermeer inzake
sterfte, arbeidsongeschiktheid, kosten, beleggingsrendement en afkopen. De gebruikte aannames in verband met levensverzekeringen,
inclusief overlijdensrisicoverzekeringen, zijn gebaseerd op zo goed mogelijke inschattingen, rekening houdend met marges voor nadelige
afwijkingen. Deze aannames worden gedaan op de ingangsdatum van de polis en blijven constant gedurende de looptijd van de polis,
behalve in geval van gebleken ontoereikendheid.
Verzekeringstechnische voorzieningen voor ‘universal life’ producten, ‘unit-linked’ producten en overige beleggingsverzekeringen worden
gewaardeerd tegen de fondswaarde. Bepaalde beleggingsverzekeringen bevatten een gegarandeerde minimumuitkering bij overlijden
en/of op de einddatum. Bij het berekenen van de verzekeringstechnische voorziening worden deze gegarandeerde minimumuitkeringen
in overweging genomen, rekening houdend met het verschil tussen de potentiële minimumuitkering en de fondswaarde, het verwachte
overlijdensrisico en afkoop.
De nog niet geamortiseerde rentekortingen op ‘periodieke premies’ contracten en ‘premie ineens’ contracten worden in mindering
gebracht op de Voorziening levensverzekeringsverplichtingen. Rentekortingen verleend gedurende het jaar worden geactiveerd en
daarna afgeschreven in lijn met het verwachte ‘inbaarheids’- patroon. Deze afschrijvingen worden verantwoord in de winst- en
verliesrekening.
Voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico’s
De voorziening wordt berekend naar evenredigheid van de nog niet verstreken risicotermijnen. Voor verzekeringen met een stijgend risico
met leeftijdsonafhankelijke premietarieven wordt bij vaststelling van de voorziening rekening gehouden met dit risico. Ter dekking van
schaden in verband met lopende verzekeringsovereenkomsten die hoger kunnen zijn dan de niet-verdiende premies en de nog te
ontvangen premies met betrekking tot deze overeenkomsten, worden eveneens voorzieningen gevormd.
ING Groep Jaarverslag 2006 103
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Grondslagen voor de geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening van ING Groep
vervolg
Voorziening voor te betalen schaden
De voorzieningen voor te betalen schaden worden op individuele basis of op basis van ervaringgegevens. Er zijn ook voorzieningen
gevormd voor schades die zich wel reeds hebben voorgedaan maar die nog niet zijn gemeld en voor de kosten van afhandeling van
toekomstige schades. De voorziening voor te betalen schade wordt ieder jaar op toereikendheid getoetst met gebruikmaking van
standaard actuariële technieken. Bovendien worden zogenaamde ‘IBNR’ (Incurred But Not Reported) voorzieningen aangehouden
om de kosten te dekken van schades die zich wel reeds hebben voorgedaan maar die nog niet zijn gemeld aan ING.
Latente winstdelingsverplichtingen
Voor verzekeringsproducten met discretionaire winstdeling wordt een latente winstdelingsverplichting opgenomen voor het volledige
bedrag van ongerealiseerde resultaten op de daaraan gerelateerde beleggingen. Bij realisatie wordt de latente winstdelingsverplichting
voor ongerealiseerde resultaten tegengeboekt en wordt een latente winstdelingsverplichting gevormd voor het deel van de gerealiseerde
resultaten op de daaraan gerelateerde beleggingen op basis van de verwachte winstdeling aan polishouders. De latente winstdeling
wordt verminderd met de werkelijke winstdeling die wordt toegerekend aan polishouders.
Technische voorziening voor levensverzekeringen voor risico polishouders
De Technische voorzieningen voor levensverzekeringen voor risico polishouders zijn voor gesepareerde beleggingsdepots berekend
overeenkomstig de voorziening voor levensverzekeringsverplichtingen. Voor verzekeringen voor risico polishouders worden de technische
voorzieningen in het algemeen gewaardeerd op de boekwaarde van de daarmee samenhangende beleggingen.
Herverzekeringscontracten
Herverzekeringspremies, provisies, schade-uitkeringen, alsmede voorzieningen die betrekking hebben op herverzekering worden op
dezelfde wijze verantwoord als de oorspronkelijke contracten waarvoor ze zijn afgesloten. De Groep blijft aansprakelijk jegens haar
polishouders voor het herverzekeringsgedeelte waarvoor de herverzekeraars niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen.
Dientengevolge worden voorzieningen opgenomen voor als oninbaar beschouwde herverzekeringsontvangsten.
Toereikendheidstoets
De voorziening voor levensverzekeringsverplichtingen verminderd met niet geamortiseerde rentekortingen, de overlopende
acquisitiekosten en VOBA wordt regelmatig door elke business unit op toereikendheid getoetst. De toets houdt rekening met huidige
schattingen van alle contractuele en gerelateerde kasstromen, en met toekomstige ontwikkelingen. Opbrengsten van beleggingen
worden meegenomen overeenkomstig de verantwoording in het resultaat.
Als op basis van een zo goed mogelijke inschatting met een betrouwbaarheidsniveau van 50% is vastgesteld dat er een tekort is bij een
business unit, wordt dit onmiddellijk verwerkt in de winst- en verliesrekening.
Als bij een business unit de voorzieningen niet toereikend zijn bij toepassing van een voorzichtig betrouwbaarheidsniveau van 90%, maar
er zijn compenserende bedragen bij andere ING Groep business units, dan is het de business unit toegestaan om maatregelen te treffen
ter versterking van de voorzieningen over een periode van maximaal de verwachte resterende duur van de polissen. Indien er geen
compenserende bedragen zijn bij andere ING Groep business units, dan wordt ieder tekort bepaald met een betrouwbaarheidsniveau
van 90% onmiddellijk verantwoord in de winst- en verliesrekening.
Als de voorzieningen adequaat zijn met een betrouwbaarheidsniveau van boven de 90%, wordt geen vermindering van de
voorziening verantwoord.
Beleggingscontracten
Verzekeringscontracten zonder discretionaire winstdeling die geen significant verzekeringsrisico dragen onder de grondslagen van de
Groep worden gepresenteerd in de balans als Beleggingscontracten. Voorzieningen voor verplichtingen voor beleggingscontracten zijn
gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode (inclusief bepaalde initiële acquisitiekosten) of reële
waarde.
OVERIGE VERPLICHTINGEN
Personeelsbeloningen - pensioenverplichtingen
Groepsmaatschappijen zijn met hun medewerkers verschillende pensioenregelingen overeengekomen. De regelingen zijn in het
algemeen gefinancierd door premies aan verzekeringsmaatschappijen of fondsen op basis van periodieke actuariële berekeningen. De
groep heeft pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen (‘defined benefit plans’) en pensioenregelingen waarbij het pensioen
is gebaseerd op de door groepsmaatschappijen gestorte bedragen (‘defined contribution plans’).
Een ‘defined benefit plan’ is een regeling waarbij de uitkering aan de gepensioneerde werknemer vastgelegd wordt, rekeninghoudend
met factoren zoals leeftijd, dienstjaren, en salaris. De voorziening voor ‘defined benefit plans’ is de contante waarde van de
pensioenverplichtingen op balansdatum verminderd met de reële waarde van de beleggingen, aangepast voor niet-verantwoorde
resultaten en kosten met betrekking tot verstreken dienstjaren. De pensioenverplichtingen worden jaarlijkse berekend door interne en
externe actuarissen in overeenstemming met de ‘projected unit credit method’.
104 ING Groep Jaarverslag 2006
De verwachte waarde van de activa in de pensioenverplichting wordt berekend met gebruik van het verwachte rendement op
beleggingen. Verschillen tussen het verwachte en het werkelijk rendement op de beleggingen alsmede actuariële wijzigingen worden
niet in de winst- en verliesrekening verantwoord, tenzij het totaal van deze cumulatieve verschillen en wijzigingen buiten een bandbreedte
van 10% van de grootste van de verplichting uit hoofde van de regeling óf de reële waarde van de bijbehorende beleggingen valt. Het
deel dat buiten de bandbreedte valt, wordt ten gunste of ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht over de resterende
arbeidsjaren van de deelnemers. In overeenstemming met de overgangsbepalingen van IFRS, is op de implementatiedatum van IFRS-EU
(1 Januari 2004) de bandbreedte op nul gezet.
Onder ‘defined contribution plans’ betaalt de Groep premies aan gemeenschappelijke of particuliere pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen op een verplichte, contractuele of vrijwillige basis. De Groep heeft geen verplichting om verdere betalingen te verrichten
nadat de premies zijn betaald. De premies worden verantwoord als personeelskosten waneer ze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde
premies worden in de balans als actiefpost opgenomen voor zover sprake is van terugbetaling door het fonds of van verrekening met
in de toekomst verschuldigde premies.
Verplichtingen uit hoofde van vergoedingen na uitdiensttreding
Sommige groepsmaatschappijen verstrekken vergoedingen aan gepensioneerden met betrekking tot medische verzorging. Het recht op
deze vergoedingen is vaak onder de voorwaarde dat de werknemer in dienst blijft tot aan de pensioengerechtigde leeftijd en onder de
voorwaarde dat een minimum aantal dienstjaren zijn verstreken. De verwachte kosten van deze regelingen worden verantwoord over de
periode dat de werknemer in dienst is met gebruikmaking van dezelfde methodologie als bij ‘defined benefit plans’.
Overige voorzieningen
Een voorziening is een verplichting waarvan de omvang of het moment van afwikkeling onzeker is. Een voorziening wordt in de balans
opgenomen als de Groep een uit het verleden voortvloeiende verplichting heeft, het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling ervan een
uitstroom van middelen noodzakelijk is en er een betrouwbare schatting van kan worden gemaakt. Voorzieningen worden verdisconteerd
wanneer de tijdswaarde van het geld een materieel effect heeft bij gebruikmaking van een bruto disconteringsvoet. Het bepalen van de
hoogte van de voorziening is van nature omgeven door onzekerheden waarbij inschattingen met betrekking tot de omvang en het
tijdstip van toekomstige kasstromen worden gemaakt.
Reorganisatievoorzieningen bevatten vergoedingen voor het uitdienst treden van personeel als de Groep concrete voornemens heeft om
conform een gedetailleerd formeel plan bestaande dienstverbanden te beëindigen zonder dat er nog een redelijke mogelijkheid bestaat
dit terug te draaien. Daarnaast bevat de voorziening vergoedingen als gevolg van regelingen voor vrijwillige uitdiensttreding.
VERWERKING VAN OPBRENGSTEN
Bruto premie-inkomen
Premies uit hoofde van levensverzekeringsproducten worden als inkomsten verantwoord wanneer deze verschuldigd zijn door de
polishouder. Bruto premie-inkomen uit hoofde van schadeverzekeringen wordt naar rato verantwoord gedurende de periode van de
polisdekking. Ontvangsten uit hoofde van beleggingscontracten worden niet verantwoord als bruto premie-inkomen.
Rente
Rentebaten en rentelasten worden in de winst- en verliesrekening verantwoord gebruikmakend van de effectieverentemethode. De
effectieverentemethode is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs van een financieel actief of financiële
verplichting en van de allocatie van rentebaten en rentelasten over de relevante periode. De rentevoet waarbij de contante waarde van de
verwachte kasstromen over de looptijd van het financieel instrument, of waar van toepassing een kortere periode, precies gelijk is aan de
boekwaarde van het financieel actief of financiële verplichting, is de effectieve rente. Bij de berekening van de effectieve rente houdt de
Groep rekening met alle contractuele bepalingen van het financiële instrument (zoals bijvoorbeeld vervroegde aflossing), maar niet met
toekomstige verliezen als gevolg van oninbaarheid. In de berekening worden alle provisies en andere contractuele kasstromen
meegenomen die onderdeel uitmaken van de effectieverentemethode evenals transactiekosten, agio en disagio. Als een financieel actief
of een groep van financiële activa is afgeschreven als gevolg van een bijzondere waardevermindering, worden rentebaten verantwoord
met behulp van de rentevoet die is gebruikt om de hoogte van de bijzondere waardevermindering te berekenen. Alle rentebaten en
rentelasten van handelsposities en niet-handelsderivaten worden verantwoord in de winst- en verliesrekening. Mutaties in de ‘clean’ fair
value’ worden verantwoord onder Netto handelsresultaat.
Commissies en provisies
Commissies en provisies worden in de winst- en verliesrekening verantwoord in de periode waarin de diensten zijn geleverd. Bereidstellingsprovisie op leningen waarvan wordt verwacht dat de leningsovereenkomst tot stand komt wordt, samen met andere direct
gerelateerde kosten, geactiveerd en behandeld als een aanpassing van de effectieve rente. Consortiumprovisie wordt verantwoord in
het resultaat wanneer de syndicaatvorming is voltooid en de Groep geen deel van de leningen zelf heeft genomen, dan wel leningen
heeft die dezelfde effectieve rente hebben als de andere consortiumleden. Commissies en provisies uit hoofde van het voeren van
onderhandelingen ten behoeve van een transactie van een derde partij zoals de koop van aandelen of andere effecten of de (ver)koop
van een bedrijfsonderdeel, worden in het resultaat verantwoord als de transactie tot stand is gekomen. Vergoedingen voor het beheren
van portefeuilles worden verantwoord in de periode waarin de diensten zijn geleverd, gebaseerd op het onderliggende contract.
ING Groep Jaarverslag 2006 105
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Grondslagen voor de geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening van ING Groep
vervolg
Vergoedingen voor vermogensbeheer die samenhangen met beleggingsfondsen worden verantwoord in de periode waarin de diensten
zijn geleverd. Hetzelfde principe wordt gehanteerd voor continue over de perioden heen verleende diensten zoals vermogensbeheer,
financiële planning en bewaring. Ontvangen- en betaalde provisies tussen banken voor betalingsverkeer worden geclassificeerd als
provisiebaten en -lasten.
Lease-inkomsten
De opbrengsten uit operationele lease-overeenkomsten worden gelijkmatig verantwoord over de looptijd van de lease-overeenkomst.
Leasetermijnen ontvangen uit hoofde van finance lease-overeenkomsten waar ING de lessor is worden opgedeeld in een rentedeel
(verantwoord in het resultaat) en een aflossingsdeel.
VERWERKING VAN LASTEN
Lasten worden in de winst- en verliesrekening verwerkt wanneer deze zicht voordoen of bij een vermindering van het economisch
potentieel, verband houdend met een vermindering van een actief of een vermindering van vreemd vermogen, heeft plaatsgevonden
waarvan de omvang op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld.
Aandelengerelateerde beloningen
Kosten voor aandelengerelateerde beloningen worden verantwoord gedurende de levering van de prestaties van de werknemers.
Een overeenkomstige toename in eigen vermogen wordt verantwoord bij een aandelengerelateerde beloning die afgerekend wordt in
aandelen. Een verplichting wordt opgenomen bij een aandelengerelateerde beloning afgerekend in contanten. De aan deze transactie
gerelateerde kosten worden geclassificeerd als personeelskosten. ING Groep stelt over het algemeen aandelengerelateerde beloningen
vast die afgerekend worden in aandelen. De reële waarde van aandelengerelateerde beloningen afgerekend in aandelen wordt op de
datum van verstrekking bepaald. De reële waarde van aandelengerelateerde beloningen afgerekend in contanten wordt op elke
balansdatum bepaald.
NETTOWINST PER GEWOON AANDEEL
De nettowinst per gewoon aandeel wordt berekend op basis van het gewogen gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen. Bij de
berekening van het gewogen gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen worden de volgende overwegingen in aanmerking genomen:
– het totaal aantal uitgegeven gewone aandelen wordt verminderd met de eigen aandelen die door groepsmaatschappijen worden
aangehouden;
– de berekening is gebaseerd op gemiddelden per dag;
– warrants worden in aanmerking genomen vanaf de dag waarop deze worden uitgeoefend.
De verwaterde nettowinst per aandeel wordt berekend alsof de aan het eind van het boekjaar uitstaande opties en warrants aan het
begin van het boekjaar zijn uitgeoefend. Tevens wordt verondersteld dat de na uitoefening van de opties en warrants ontvangen
opbrengsten door ING Groep worden gebruikt om eigen aandelen tegen de gemiddelde beurskoers gedurende het boekjaar in te kopen.
De toename van het aantal aandelen als gevolg van de uitoefening van warrants en opties wordt opgeteld bij het gemiddeld aantal
aandelen dat wordt gebruikt bij de berekening van de nettowinst per aandeel.
Opties uit aandelengerelateerde beloningen worden voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel als gewone opties
meegenomen hoewel deze nog voorwaardelijk zijn. De opties worden meegenomen vanaf de datum van verstrekking. Opties uit
aandelengerelateerde beloningen die prestatieafhankelijk zijn, worden als voorwaardelijke aandelen meegenomen omdat de uitgifte van
deze aandelen niet alleen afhangt van het verstrijken van de tijd.
FIDUCIAIRE ACTIVITEITEN
De Groep houdt of plaatst namens individuele personen, trusts, pensioenmaatschappijen en andere instellingen activa in haar rol van
trustee. Deze activa zijn niet opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening omdat dit geen activa zijn van de Groep.
VERANDERINGEN IN DE WAARDERINGSGRONDSLAGEN
Vanaf 2005 past ING Groep de door de EU goedgekeurde IFRS standaarden (‘IFRS-EU’) toe. De vergelijkende cijfers over 2004 zijn
aangepast zodat deze voldoen aan IFRS-EU. ING Groep heeft echter gebruik gemaakt van de in IFRS 1 geboden optie om de
vergelijkende cijfers niet aan te passen voor IAS 32, IAS 39 en IFRS 4. Hierdoor zijn financiële instrumenten en verzekeringscontracten in
de vergelijkende cijfers over 2004 verwerkt conform de in voorgaande jaren toegepaste grondslagen (Dutch GAAP).
106 ING Groep Jaarverslag 2006
De belangrijkste verschillen tussen de onder Dutch GAAP toegepaste grondslagen en IFRS-EU zoals toegepast vanaf 1 januari 2005 voor
financiële instrumenten en verzekeringscontracten zijn hieronder weergegeven.
Effect van IAS 32/39 en IFRS 4
bedragen in miljoenen euro’s
Voor-verkoop-beschikbare schuldbewijzen
Verzekeringstechnische voorzieningen
Derivaten/hedge accounting/reële waarde optie
Kredieten
Voorziening voor dubieuze debiteuren
Participaties (venture capital)
Overig
Belastingen
Rubricering eigen vermogen instrumenten – eigen vermogen
IFRS-EU effect of resultaat en eigen vermogen
9.922
–3.126
–977
465
623
90
–35
–2.460
–399
4.103
Rubricering eigen vermogen instrumenten – belang van derden
Belang van derden in het eigen vermogen
Totaal effect
–1.442
56
2.717
Voor-verkoop-beschikbare schuldbewijzen
Onder IFRS-EU worden beursgenoteerde schuldbewijzen die geen deel uitmaken van de handelsportefeuille en ook niet worden
aangehouden tot het einde van de looptijd gewaardeerd tegen reële waarde. De waardemutaties worden ten laste dan wel ten gunste
van de herwaarderingsreserve in het eigen vermogen gebracht, terwijl gerealiseerde resultaten in het resultaat worden verantwoord.
Onder Dutch GAAP werden deze instrumenten tegen geamortiseerde kostprijs verantwoord. Gerealiseerde resultaten werden
geamortiseerd over de resterende looptijd.
Verzekeringstechnische voorzieningen
Onder IFRS-EU worden bepaalde contracten die geen significant verzekeringsrisico bevatten verantwoord als beleggingscontracten
die worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs of reële waarde.
Voor verzekeringscontracten met discretionaire winstdeling wordt een latente winstdelingsverplichting aan polishouders opgenomen
onder IFRS-EU voor het volledige bedrag van ongerealiseerde resultaten van de aan het contract gerelateerde beleggingen. Bovendien
wordt een latente winstdelingsverplichting aan polishouders opgenomen voor andere verschillen tussen Dutch GAAP en IFRS-EU op
1 januari 2005.
Daar waar de amortisatie van overlopende acquisitiekosten over de looptijd van de polissen gebaseerd is op de verwachte toekomstige
resultaten, wordt de amortisatie onder IFRS-EU via het vermogen aangepast om het effect weer te geven dat realisatie van
ongerealiseerde beleggingsopbrengsten zou hebben gehad.
Derivaten
Onder IFRS-EU worden alle derivaten gewaardeerd tegen reële waarde, inclusief de derivaten die besloten zijn in andere contracten.
Onder Dutch GAAP werden derivaten aangehouden ter dekking van eigen posities gewaardeerd conform het afgedekte instrument,
hetgeen meestal waardering tegen kostprijs inhield. Gerealiseerde resultaten werden over de resterende looptijd afgeschreven.
Hedge accounting
Onder IFRS-EU worden voor derivaten die onderdeel uitmaken van een kasstroomhedge of van een hedge van een netto-investering in
buitenlandse bedrijfsonderdelen de waardemutaties in het vermogen verantwoord. Verantwoording in de winst- en verliesrekening van
deze waardemutaties vindt plaats in dezelfde periode als waarin het afgedekte instrument in het resultaat wordt verantwoord. Voor
reëlewaardehedges wordt het afgedekte instrument op reële waarde gewaardeerd voor zover dit het afgedekte risico betreft. De
waardemutaties worden verantwoord in het resultaat. Deze waardemutaties compenseren (deels) de waardemutaties opgenomen in
de winst- en verliesrekening van het derivaat dat als afdekkingsinstrument dient. Onder Dutch GAAP werden derivaten aangehouden
ter dekking van eigen posities gewaardeerd conform het afgedekte instrument, hetgeen meestal waardering tegen kostprijs inhield.
Reële waarde optie
Als alternatief voor hedge accounting, kunnen financiële activa en passiva worden gewaardeerd tegen reële waarde waarbij alle
waardemutaties in de winst- en verliesrekening worden verantwoord. De reële waarde optie wordt ook toegepast op bepaalde
financiële passiva die worden gebruikt voor market-making activiteiten.
ING Groep Jaarverslag 2006 107
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Grondslagen voor de geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening van ING Groep
vervolg
Kredieten
Zowel onder IFRS-EU als onder Dutch GAAP worden kredieten gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Onder IFRS EU worden
bepaalde kosten en provisies geactiveerd en geamortiseerd terwijl deze onder Dutch GAAP direct in het resultaat werden verantwoord
(bijvoorbeeld afsluitprovisies op hypotheken). De amortisatie van agio en disagio is onder IFRS-EU gebaseerd op de effectieverentemethode terwijl deze onder Dutch GAAP lineair werden geamortiseerd. Gerealiseerde resultaten worden onder IFRS-EU in het resultaat
verantwoord. Onder Dutch GAAP werden deze geamortiseerd over de resterende looptijd (bijvoorbeeld bepaalde boeterente op
hypotheken).
Voorziening dubieuze debiteuren
Onder IFRS-EU wordt de voorziening dubieuze debiteuren bepaald aan de hand van een nieuwe methodologie die gebaseerd is op een
strikte interpretatie van een ‘incurred loss model’. De toepassing van de IFRS-EU methodologie heeft ervoor gezorgd dat het bedrag van
algemene voorzieningen voor dubieuze debiteuren is gedaald. Deze voorzieningen waren gevormd vanwege bepaalde subjectieve
aspecten en schattingen in het kredietbeoordelingsproces die niet in de voorzieningen voor individuele posten tot uitdrukking komen.
Participaties (venture capital)
Onder Dutch GAAP werden participaties gewaardeerd tegen kostprijs of lagere marktwaarde. Onder IFRS-EU worden participaties
gewaardeerd op reële waarde.
Aandelen
Onder Dutch GAAP werden negatieve herwaarderingen alleen in het resultaat verantwoord als dit een bijzondere waardevermindering
was als gevolg van een verslechtering van de financiële positie van de uitgevende instantie. Onder IFRS-EU worden bijzondere waardeverminderingen ook veroorzaakt door een belangrijke of duurzame waardedaling onder de kostprijs. Dit had geen effect op het
groepsvermogen op de datum van transitie naar IFRS-EU.
Rubricering eigen vermogen instrumenten
Onder Dutch GAAP werden preferente aandelen en zogenaamde ‘trust preferred securities’ gerubriceerd als eigen vermogen in
overeenstemming met hun juridische vorm. Onder IFRS-EU moeten deze instrumenten als verplichtingen worden verantwoord.
Belastingen
De latente belastingen zijn aangepast naar aanleiding van de bovenstaande verschillen tussen Dutch GAAP en IFRS-EU.
108 ING Groep Jaarverslag 2006
Grondslagen voor het geconsolideerd kasstroomoverzicht van ING Groep
Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen kasstromen uit
operationele, investerings- en financieringsactiviteiten. Bij de netto kasstroom uit operationele activiteiten wordt de winst voor belasting
gecorrigeerd voor posten in de winst- en verliesrekening en mutaties in balansposten die niet daadwerkelijk leiden tot kasstromen
in het boekjaar.
Ten behoeve van het kasstroomoverzicht zijn onder liquide middelen posten begrepen die op het moment van verkrijgen een looptijd
hebben korter dan drie maanden. Daaronder zijn begrepen tegoeden bij centrale banken die ter vrije beschikking staan, leningen en
voorschotten aan banken, kortlopende overheidspapier en schulden aan banken. Beleggingen kwalificeren als liquide middelen als
deze zonder beperkingen kunnen worden gerealiseerd voor een vaststaand bedrag en niet onderhevig zijn aan materiële risico’s van
waardevermindering.
Kasstromen luidend in vreemde valuta worden omgerekend naar de functionele valuta door middel van de valutakoers op de dag dat
de kasstroom plaatsvindt.
De netto kasstroom met betrekking tot kredieten heeft slechts betrekking op transacties die voortvloeien uit daadwerkelijke betalingen
en ontvangsten. De toevoegingen aan de voorziening voor dubieuze debiteuren welke in mindering is gebracht op de balanspost
Kredieten is gecorrigeerd op de winst voor belasting en is separaat opgenomen in het kasstroomoverzicht.
Het verschil tussen de in het kasstroomoverzicht opgenomen netto kasstroom en de mutatie van de in de balans opgenomen Liquide
middelen is het gevolg van valutakoersverschillen en is afzonderlijk opgenomen als onderdeel van de aansluiting tussen de netto
kasstroom en de balansmutatie van de liquiditeiten.
ING Groep Jaarverslag 2006 109
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde balans van ING Groep
bedragen in miljoenen euro’s, tenzij anders aangegeven
ACTIVA
1 LIQUIDE MIDDELEN
Liquide middelen
Tegoeden bij centrale banken
Kasgelden en banktegoeden
Daggeldleningen van het verzekeringsbedrijf
2006
2005
10.511
3.563
252
14.326
9.479
3.498
107
13.084
2006
Nederland
2005
2006
Internationaal
2005
2006
Totaal
2005
4.660
285
4.945
2.805
2.174
4.979
31.751
3.176
34.927
24.072
18.422
42.494
36.411
3.461
39.872
26.877
20.596
47.473
4.945
4.979
–4
34.923
–7
42.487
–4
39.868
–7
47.466
2 BANKIERS
Bankiers
Leningen en voorschotten aan banken
Liquide middelen, rekening-courant
Voorziening voor dubieuze debiteuren
Onder Bankiers zijn per 31 december 2006 mede opgenomen vorderingen in verband met effecten die zijn verkregen met een
overeenkomst tot wederverkoop uit hoofde van bancaire activiteiten ten bedrage van EUR 2.249 miljoen (2005: EUR 7.738 miljoen).
De niet-achtergestelde vorderingen bedragen per 31 december 2006 EUR 39.774 miljoen (2005: EUR 47.406 miljoen) en de
achtergestelde vorderingen EUR 94 miljoen (2005: EUR 60 miljoen). In de balanswaarde per 31 december 2006 is EUR 277 miljoen
(2005: EUR 225 miljoen) begrepen aan activa die worden aangehouden uit hoofde van finance-leasecontracten.
Er zijn geen vorderingen op bankiers waarvan de voorwaarden een materieel effect zouden kunnen hebben op de omvang, timing en
zekerheid van de geconsolideerde kasstromen van ING Groep. Voor concentraties wordt verwezen naar de paragraaf ‘Risicobeheer’.
3 FINANCIËLE ACTIVA TEGEN REËLE WAARDE MET WAARDEMUTATIES DOOR HET RESULTAAT
Financiële activa tegen reële waarde met waardemutaties door het resultaat
Activa voor handelsdoeleinden
Beleggingen voor risico van polishouders
Niet-handelsderivaten
Geclassificeerd als activa tegen reële waarde
met waardemutaties door het resultaat
2006
2005
193.977
110.547
6.521
149.187
100.961
7.766
6.425
317.470
10.230
268.144
Het merendeel van de activa geclassificeerd als tegen reële waarde met waardemutaties door het resultaat bestaat uit schuldbewijzen. In
2006 waren de wijzigingen in reële waarde van schuldbewijzen geclassificeerd als activa tegen reële waarde met waardemutaties door
het resultaat die het gevolg waren van veranderingen in het kredietrisico niet significant.
Activa voor handelsdoeleinden per soort
Aandelen
Schuldbewijzen
Derivaten
Leningen en vorderingen
110 ING Groep Jaarverslag 2006
2006
2005
14.717
38.287
22.514
118.459
193.977
10.107
38.299
20.254
80.527
149.187
In de balanswaarde per 31 december 2006 zijn aandelen begrepen die zijn uitgeleend of verkocht met overeenkomst tot wederinkoop
ten bedrage van respectievelijk EUR 13 miljoen (2005: nihil) en nihil (2005: nihil). In de balanswaarde per 31 december 2006 zijn
schuldbewijzen begrepen die zijn uitgeleend of verkocht met overeenkomst tot wederinkoop ten bedrage van respectievelijk EUR 42 miljoen
(2005: EUR 67 miljoen) en EUR 4.303 miljoen (2005: EUR 1.653 miljoen).
Beleggingen voor risico van polishouders per soort
Aandelen
Schuldbewijzen
Overige beleggingen
2006
2005
87.213
7.241
16.093
110.547
79.290
7.140
14.531
100.961
De verkrijgingsprijs van de beleggingen voor risico van polishouders bedraagt per 31 december 2006 EUR 98.863 miljoen
(2005: EUR 88.748 miljoen).
Beleggingen in beleggingsfondsen met als onderliggende beleggingen aandelen, obligaties, derivaten en onroerend goed,
zijn begrepen in aandelen.
Niet-handelsderivaten
Derivaten aangehouden voor:
– kasstroomhedges
– reële waardehedges
– een hedge van een netto-investering in
buitenlandse bedrijfsonderdelen
Overige niet-handelsderivaten
2006
2005
3.617
1.080
3.729
1.178
3
1.821
6.521
32
2.827
7.766
2006
2005
18.225
275.696
293.921
16.466
289.241
305.707
17.660
17.660
18.937
18.937
311.581
324.644
4 BELEGGINGEN
Beleggingen per soort
Beschikbaar-voor-verkoop
Aandelen
Schuldbewijzen
Tot einde looptijd aangehouden
Schuldbewijzen
De reële waarde van de tot einde looptijd aangehouden beleggingen bedraagt per 31 december 2006 EUR 17.494 miljoen
(2005: EUR 19.466 miljoen).
ING Groep Jaarverslag 2006 111
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
Verloop in beleggingen – beschikbaar-voor-verkoop en aangehouden tot einde looptijd
Schuldbewijzen
beschikbaarvoor-verkoop
2006
2005
Aandelen beschikbaarvoor-verkoop
2006
2005
Balanswaarde begin van het jaar
Implementatie IAS 32/39
Investeringen
Overhevelingen
Wijzigingen in de samenstelling
van de groep
Ongerealiseerde herwaarderingen
(Terugboeking van) bijzondere
waardeverminderingen
Desinvesteringen en aflossingen
Koersverschillen vreemde valuta
Balanswaarde eind van het jaar
16.466
289.241
6.395
–294
11.449
928
9.015
233
281.452
–249
264.882
–25.716
251.027
–4.817
–26
1.956
–380
3.097
–9.653
–5.486
–1.458
–630
–42
–5.782
–448
18.225
–91
36
34
–8.390 –266.200 –210.629
605 –13.445
16.548
16.466 275.696 289.241
Tot einde looptijd
aangehouden
2006
2005
18.937
110
–1.342
–45
17.660
2006
324.644
14.059
1.030
4.010
Totaal
2005
287.847
–433
276.331
–10.729
261.072
–574
–9.679
–3.530
–1.838
2.467
–6
–57
–245 –273.324 –219.264
83 –13.938
17.236
18.937 311.581 324.644
Aandelen beschikbaar-voor-verkoop naar verzekerings- en bancaire activiteiten
Ter beurze genoteerd
2006
2005
Verzekeringsactiviteiten
Bancaire activiteiten
14.376
1.093
15.469
12.311
1.238
13.549
Niet ter beurze genoteerd
2006
2005
2006
Totaal
2005
2.008
909
2.917
16.327
1.898
18.225
14.319
2.147
16.466
Tot einde looptijd aangehouden
2006
2005
2006
Totaal
2005
124.163
169.193
293.356
130.189
177.989
308.178
1.951
805
2.756
Schuldbewijzen naar verzekerings- en bancaire activiteiten
Beschikbaar-voor-verkoop
2006
2005
Verzekeringsactiviteiten
Bancaire activiteiten
124.163
151.533
275.696
130.189
159.052
289.241
Herwaardering van aandelen beschikbaar-voor-verkoop
Kostprijs
Herwaardering – bruto ongerealiseerde winsten
– bruto ongerealiseerde verliezen
2006
2005
12.067
6.257
99
18.225
11.422
5.134
90
16.466
Herwaardering van schuldbewijzen beschikbaar-voor-verkoop
Kostprijs
Herwaardering – bruto ongerealiseerde winsten
– bruto ongerealiseerde verliezen
112 ING Groep Jaarverslag 2006
2006
2005
272.699
5.361
2.364
275.696
280.649
10.401
1.809
289.241
17.660
17.660
18.937
18.937
In de balanswaarde per 31 december 2006 zijn aandelen begrepen die zijn uitgeleend of verkocht met overeenkomst tot wederinkoop
ten bedrage van respectievelijk EUR 20 miljoen (2005: nihil) en nihil (2005: EUR 3 miljoen). In de balanswaarde per 31 december 2006
zijn schuldbewijzen begrepen die zijn uitgeleend of verkocht met overeenkomst tot wederinkoop ten bedrage van respectievelijk
EUR 2.119 miljoen (2005: EUR 708 miljoen) en EUR 37.804 miljoen (2005: EUR 37.181 miljoen).
Geleende aandelen worden niet in de balans opgenomen en bedragen per 31 december 2006 nihil (2005: nihil).
Geleende schuldbewijzen worden niet in de balans opgenomen en bedragen per 31 december 2006 EUR 460 miljoen
(2005: EUR 3.295 miljoen).
Beleggingen in verband met de verzekeringsactiviteiten met een gecombineerde boekwaarde van EUR 43 miljoen (2005: EUR 3 miljoen)
genereerden geen inkomen gedurende het jaar.
5 KREDIETEN
Kredieten naar verzekerings- en bancaire activiteiten
2006
2005
37.606
440.375
477.981
3.544
474.437
38.467
404.511
442.978
3.797
439.181
2006
Nederland
2005
2006
Internationaal
2005
2006
Totaal
2005
Polisbeleningen
Leningen met hypothecaire zekerheid
Particuliere leningen
Overig
55
18.335
3.736
507
22.633
55
17.438
3.836
836
22.165
3.511
9.539
913
1.047
15.010
3.481
10.638
2.125
105
16.349
3.566
27.874
4.649
1.554
37.643
3.536
28.076
5.961
941
38.514
Voorziening voor dubieuze debiteuren
–12
22.621
–16
22.149
–25
14.985
–31
16.318
–37
37.606
–47
38.467
2006
Nederland
2005
2006
Internationaal
2005
2006
Totaal
2005
Leningen aan of gegarandeerd door de overheid
Leningen met hypothecaire zekerheid
Leningen gegarandeerd door kredietinstellingen
Overige particuliere leningen
Overige zakelijke leningen
16.450
120.753
2.088
6.484
93.988
239.763
13.907
111.257
1.448
9.942
81.946
218.500
9.503
87.458
320
16.422
89.547
203.250
17.535
69.855
378
15.200
86.349
189.317
25.953
208.211
2.408
22.906
183.535
443.013
31.442
181.112
1.826
25.142
168.295
407.817
Voorziening voor dubieuze debiteuren
–733
239.030
–916
217.584
–1.905
201.345
–2.390
186.927
–2.638
440.375
–3.306
404.511
Verzekeringsactiviteiten
Bancaire activiteiten
Eliminaties
Kredieten per soort – verzekeringsactiviteiten
Kredieten per soort – bancaire activiteiten
ING Groep Jaarverslag 2006 113
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
Kredieten naar niet-achtergestelde en achtergestelde vorderingen – bancaire activiteiten
Niet-achtergestelde vorderingen
Achtergestelde vorderingen
2006
2005
439.850
525
440.375
402.747
1.764
404.511
Onder Kredieten zijn per 31 december 2006 mede opgenomen vorderingen in verband met effecten die zijn verkregen met een
overeenkomst tot wederverkoop uit hoofde van bancaire activiteiten ten bedrage van EUR 1.554 miljoen (2005: EUR 6.684 miljoen).
Geen van de leningen heeft voorwaarden die een materieel effect zouden kunnen hebben op de omvang, timing en zekerheid van
de geconsolideerde kasstromen van ING Groep.
Vorderingen uit hoofde van financiële lease-overeenkomsten die opgenomen zijn onder Kredieten en Bankiers, kunnen als volgt
worden geanalyseerd:
Vorderingen uit hoofde van financiële lease-overeenkomsten
Looptijd van bruto investeringen uit hoofde van
financiële lease-overeenkomsten
– korter dan 1 jaar
– langer dan 1 jaar en korter dan 5 jaar
– langer dan 5 jaar
Onverdiend inkomen uit hoofde van financiële
lease-overeenkomsten
Netto investeringen in financiële lease-overeenkomsten
Looptijd van netto investeringen in financiële
lease-overeenkomsten
– korter dan 1 jaar
– langer dan 1 jaar en korter dan 5 jaar
– langer dan 5 jaar
Inbegrepen in Bankiers
Inbegrepen in Kredieten
2006
2005
4.641
8.061
3.346
16.048
4.230
7.355
2.654
14.239
–2.684
13.364
–2.022
12.217
3.943
6.813
2.608
13.364
3.727
6.163
2.327
12.217
277
13.087
13.364
225
11.992
12.217
In de voorziening voor dubieuze debiteuren is per 31 december 2006 EUR 47 miljoen (2005: EUR 45 miljoen) opgenomen als voorziening
voor oninbare vorderingen uit hoofde van financiële lease-overeenkomsten.
Geen van de financiële lease-overeenkomsten heeft een materieel effect op de omvang, timing en zekerheid van de geconsolideerde
kasstromen van ING Groep.
Voorziening voor dubieuze debiteuren naar zekerheid – bancaire activiteiten
Leningen gegarandeerd door de overheid
Leningen met hypothecaire zekerheid
Leningen gegarandeerd door kredietinstellingen
Overige particuliere leningen
Overige zakelijke leningen
114 ING Groep Jaarverslag 2006
2006
Nederland
2005
96
1
93
357
280
733
230
592
916
2006
Internationaal
2005
2006
Totaal
2005
2
177
6
408
1.316
1.909
2
273
13
408
1.701
2.397
2
273
6
765
1.596
2.642
3
366
13
638
2.293
3.313
Verloop van de voorziening voor dubieuze debiteuren – bancaire activiteiten
Balanswaarde begin van het jaar
Implementatie IAS 32/39
Wijzigingen in de samenstelling van de groep
Afboekingen
Ontvangen op reeds afgeboekte kredieten
Toename van voorzieningen
dubieuze debiteuren
Koersverschillen vreemde valuta
Overige mutaties
Balanswaarde eind van het jaar
De balanswaarde eind van het jaar is inbegrepen in
– Bankiers
– Kredieten
2006
2005
3.313
–101
–691
86
4.456
–592
–4
–842
61
103
–67
–1
2.642
88
115
31
3.313
4
2.638
2.642
7
3.306
3.313
6 DEELNEMINGEN
Deelnemingen
2006
Vesteda
Lionbrook Property Partnership
ING Winkels Basisfonds
ING Woningen Basisfonds
Property Fund Iberica
Lion Properties Fund
Lion Industrial Fund
ING PF Brittanica
ING Industrial Fund Australia
ING Global Fund
Gables RE Trust – Permanent/Bridge equity
ING Retail Property Fund Australia
Q-Park N.V.
B.V. Petroleum Maatschappij ‘Moeara Enim’
ING Korea Property Investments
ING Vastgoed Winkels C.V.
ING Office Fund Australia
ING Logistic Property C.V.
ING Convent Garden
Retail Property Fund France Belgium (RPFFB)
ING Vastgoed Woningen C.V.
Overige deelnemingen met invloed van betekenis
Reële
waarde
beursgePercentage noteerde
deelneming
deel(%) nemingen
25
30
25
25
30
5
10
20
12
10
6
29
19
33
15
10
6
25
32
15
10
157
62
Balanswaarde
810
355
311
227
186
144
142
115
165
56
45
124
166
141
32
80
60
74
59
63
54
934
4.343
Totaal
Totaal
vreemd
activa vermogen
4.610
1.276
1.326
990
1.792
3.904
2.495
1.093
1.685
600
1.646
744
1.995
2.901
458
803
1.548
552
318
1.096
541
1.371
106
80
84
1.160
1.049
1.080
522
617
40
805
321
1.120
2.475
248
4
627
255
130
678
Totaal
baten
Totaal
lasten
362
214
212
93
319
567
327
162
250
179
279
66
95
52
30
146
272
90
76
142
71
51
20
9
8
175
155
100
59
53
4
147
21
86
6
31
11
69
29
9
60
9
De cumulatieve bijzondere waardeverminderingen bedragen EUR 4 miljoen (2005: EUR 4 miljoen).
Voor de bovenstaande deelnemingen met een aandelenbezit van minder dan 20% van de stemrechten is sprake van invloed van
betekenis door de combinatie van ING’s financiële belang voor eigen rekening en de rol van ING als fondsbeheerder.
ING Groep Jaarverslag 2006 115
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
Deelnemingen
2005
Vesteda
Lionbrook Property Partnership
ING Winkels Basisfonds
ING Woningen Basisfonds
Property Fund Iberica
Lion Properties Fund
Lion Industrial Fund
ING PF Brittanica
ING Industrial Fund Australia
Gables RE Trust – Permanent/Bridge equity
ING Retail Property Fund Australia
Q-Park N.V.
ING Korea Property Investments
ING Vastgoed Winkels C.V.
ING Office Fund Australia
ING Logistic Property C.V.
ING Convent Garden
Retail Property Fund France Belgium (RPFFB)
ING Vastgoed Woningen C.V.
Overige deelnemingen met invloed van betekenis
Percentage
deelneming
(%)
25
33
25
25
30
8
12
33
13
18
30
19
51
10
7
25
44
15
10
Reële
waarde
beursgenoteerde
deelnemingen
152
62
Verloop van deelnemingen
Balanswaarde begin van het jaar
Investeringen
Wijzigingen in de samenstelling van de groep
Overheveling van/naar beleggingen
Herwaarderingen
Resultaat deelnemingen
Ontvangen dividend
Desinvesteringen
Bijzondere waardeverminderingen
Koersverschillen vreemde valuta
Balanswaarde eind van het jaar
116 ING Groep Jaarverslag 2006
2006
2005
3.622
449
108
241
41
638
–174
–511
–3
–68
4.343
2.663
776
–452
964
125
541
–170
–923
98
3.622
Balanswaarde
Totaal
activa
731
308
275
205
165
147
144
135
133
131
122
105
89
72
61
62
53
52
51
581
3.622
4.333
988
1.177
925
1.472
2.427
2.583
768
1.192
2.539
724
1.277
368
727
1.300
477
247
863
515
Totaal
vreemd
vermogen
1.409
62
75
54
911
590
1.231
361
349
1.750
312
721
223
8
538
230
125
520
Totaal
baten
Totaal
lasten
390
42
134
144
241
245
281
48
119
190
50
32
23
107
115
48
12
101
95
121
14
12
45
152
48
98
28
24
51
22
29
6
15
28
23
4
48
35
7 BELEGGINGEN IN ONROEREND GOED
Verloop van beleggingen in onroerend goed
Balanswaarde begin van het jaar
Investeringen
Wijzigingen in de samenstelling van de groep
Overheveling van/naar onroerend goed in eigen gebruik
Reële waarde-aanpassingen winst/(verlies)
Desinvesteringen
Koersverschillen vreemde valuta
Balanswaarde eind van het jaar
2006
2005
5.031
1.588
1.497
44
175
–1.293
–68
6.974
7.151
1.156
–2.619
–2
171
–879
53
5.031
Beleggingen in onroerend goed naar verzekerings- en bancaire activiteiten
Verzekeringsactiviteiten
Bancaire activiteiten
2006
2005
3.310
3.664
6.974
3.310
1.721
5.031
Het totale bedrag aan huurinkomsten dat verantwoord is in de winst- en verliesrekening voor het jaar 2006 was EUR 434 miljoen
(2005: EUR 372 miljoen). Het totale bedrag aan voorwaardelijke leasebetalingen die verantwoord zijn in de winst- en verliesrekening
voor het jaar 2006 was EUR 14 miljoen (2005: EUR 6 miljoen).
Het totale bedrag aan directe bedrijfskosten (inclusief kosten van reparatie en onderhoud) met betrekking tot beleggingen in onroerend
goed die over 2006 huurinkomsten genereerden was EUR 168 miljoen (2005: EUR 105 miljoen). Het totale bedrag aan directe
bedrijfskosten (inclusief kosten van reparatie en onderhoud) met betrekking tot beleggingen in onroerend goed die over 2006 geen
huurinkomsten genereerden was EUR 32 miljoen (2005: EUR 38 miljoen).
Taxatie van beleggingen in onroerend goed gedurende de laatste vijf jaar, getaxeerd door professioneel gekwalificeerde
taxateurs (in percentages)
taxatiejaar
2006
2005
2004
2003
2002
91
7
1
1
0
100
8 GEBOUWEN EN BEDRIJFSMIDDELEN
Gebouwen en bedrijfsmiddelen per soort
Onroerend goed in eigen gebruik
Bedrijfsmiddelen
Activa uit operationele lease-overeenkomsten
2006
2005
2,034
1,312
2,685
6,031
2,271
1,316
2,170
5,757
ING Groep Jaarverslag 2006 117
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
Onroerend goed in eigen gebruik naar verzekerings- en bancaire activiteiten
Verzekeringsactiviteiten
Bancaire activiteiten
2006
2005
694
1.340
2.034
788
1.483
2.271
2006
2005
2.271
68
–14
2.409
73
3
–44
–4
–64
76
2.034
2
–25
–68
216
–13
27
–421
62
6
2.271
2.883
–669
3.095
–635
–180
2.034
–189
2.271
612
82
–1
693
361
251
Verloop in onroerend goed in eigen gebruik
Balanswaarde begin van het jaar
Investeringen
Wijzigingen in de samenstelling van de groep
Herrubricering van/naar Beleggingen
in onroerend goed
Herrubricering van/naar andere activa
Afschrijvingen
Herwaarderingen
Bijzondere waardeverminderingen
Terugboeken van bijzondere waardeverminderingen
Desinvesteringen
Koersverschillen vreemde valuta
Overige mutaties
Balanswaarde eind van het jaar
Bruto boekwaarde per 31 december
Cumulatieve afschrijvingen per 31 december
Cumulatieve bijzondere waardeverminderingen
per 31 december
Netto boekwaarde
Herwaarderingsreserve
Balanswaarde begin van het jaar
Waardeverandering gedurende het jaar
Vrijval gedurende het jaar
Balanswaarde eind van het jaar
4
–221
–38
612
De verkrijgingsprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen is EUR 1.341 miljoen (2005: EUR 1.659 miljoen).
Taxatie van onroerend goed in eigen gebruik gedurende de laatste vijf jaar door professionele gekwalificeerde
taxateurs (in percentages)
taxatiejaar
2006
2005
2004
2003
2002
118 ING Groep Jaarverslag 2006
39
30
11
9
11
100
Verloop van bedrijfsmiddelen
Informatieverwerkende Inrichting, installaties en andere
apparatuur
bedrijfsmiddelen
2006
2005
2006
2005
Balanswaarde begin van het jaar
Investeringen
Wijzigingen in de samenstelling van de groep
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijzondere waardeverminderingen
Koersverschillen vreemde valuta
Overige mutaties
Balanswaarde eind van het jaar
333
183
–8
–8
–198
314
1.002
343
–1
–63
–222
–1
–26
–3
1.029
–6
11
283
12
1.499
–1.216
1.454
–1.140
283
940
297
–12
–41
–223
Totaal
2005
1.273
480
–20
–49
–421
1.002
1.316
500
–8
–72
–399
–1
–32
8
1.312
2.729
–1.699
2.523
–1.521
4.228
–2.915
3.977
–2.661
314
–1
1.029
1.002
–1
1.312
1.316
2006
Auto’s
2005
2006
Overig
2005
2006
Totaal
2005
Balanswaarde begin van het jaar
Investeringen
Wijzigingen in de samenstelling van de groep
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Koersverschillen vreemde valuta
Balanswaarde eind van het jaar
2.116
1.146
417
–400
–617
9
2.671
2.060
990
3
–392
–549
4
2.116
54
18
–46
–2
–10
22
14
54
2.170
1.164
371
–402
–627
9
2.685
2.101
990
25
–392
–558
4
2.170
Bruto boekwaarde per 31 december
Cumulatieve afschrijvingen per 31 december
Netto boekwaarde
3.938
–1.267
2.671
3.070
–954
2.116
39
–25
14
98
–44
54
3.977
–1.292
2.685
3.168
–998
2.170
Bruto boekwaarde per 31 december
Cumulatieve afschrijvingen per 31 december
Cumulatieve bijzondere waardeverminderingen
per 31 december
Netto boekwaarde
314
157
–7
–9
–177
2006
41
53
1.316
Verloop van activa uit operationele lease-overeenkomsten
41
–9
Afschrijvingen van activa uit operationele lease-overeenkomsten worden verantwoord in de winst- en verliesrekening onder Overige
baten en zijn in mindering gebracht op de baten uit operationele lease-overeenkomsten.
Geen van de operationele lease-overeenkomsten zou een materieel effect kunnen hebben op de omvang, timing en zekerheid van de
geconsolideerde kasstromen van ING Groep.
ING Groep Jaarverslag 2006 119
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
De Groep verhuurt activa aan derden uit operationele lease-overeenkomsten. De minimaal te ontvangen toekomstige leasebetalingen uit
hoofde van onherroepelijke operationele lease-overeenkomsten bedragen:
Minimale te ontvangen toekomstige leasebetalingen naar looptijd
Korter dan 1 jaar
Langer dan 1 jaar en korter dan 5 jaar
Langer dan 5 jaar
2006
2005
926
1.754
5
2.685
664
1.505
1
2.170
9 IMMATERIËLE VASTE ACTIVA
Verloop van immateriële vaste activa
Value of business
acquired
2006
2005
Balanswaarde begin
van het jaar
Herrubricering van
overlopende acquisitiekosten
Investeringen en activeringen
Afschrijvingen
Bijzondere
waardeverminderingen
Effect van ongerealiseerde
herwaarderingen in het
eigen vermogen
Wijzigingen in de samenstelling
van de groep
Koersverschillen vreemde valuta
Verkoop van portefeuilles
Balanswaarde eind van het jaar
Bruto boekwaarde
per 31 december
Cumulatieve afschrijvingen
per 31 december
Cumulatieve bijzondere
waardeverminderingen
per 31 december
Netto boekwaarde
2.986
107
–175
2.693
101
–241
18
157
–5
–290
63
213
2.641
2006
Goodwill
2005
2006
Software
2005
2006
Overig
2005
2006
Totaal
2005
173
139
408
423
94
32
3.661
594
169
70
194
–200
212
–215
59
–8
15
–5
529
–383
2.693
398
–461
–10
–20
–1
–10
–21
18
157
43
258
3.661
–60
24
–6
–9
–5
13
61
–7
45
8
2.986
–21
–10
–6
305
173
377
408
199
94
29
–316
–6
3.522
3.057
3.227
305
173
1.049
871
224
111
4.635
4.382
–416
–241
–657
–457
–25
–17
–1.098
–715
2.641
2.986
–15
377
–6
408
199
94
–15
3.522
–6
3.661
305
173
Amortisatie van software en overige immateriële vaste activa is inbegrepen in de winst- en verliesrekening in de post Overige
bedrijfslasten. Amortisatie van value of business acquired is inbegrepen in Verzekeringstechnische lasten.
120 ING Groep Jaarverslag 2006
10 OVERLOPENDE ACQUISITIEKOSTEN
Verloop van overlopende acquisitiekosten
Beleggingscontracten
2006
2005
Balanswaarde begin van het jaar
Implementatie IFRS 4
Geactiveerd
Afschrijvingen
‘Unlocking’
Effect van ongerealiseerde herwaarderingen
in het eigen vermogen
Herrubricering naar ‘value of
business acquired’
Wijzigingen in de samenstelling van de groep
Koersverschillen vreemde valuta
Verkoop van portefeuilles
Balanswaarde eind van het jaar
71
Levensverzekeringen
2006
2005
9.043
110
23
–10
25
–11
2.544
–1.178
–11
9.999
–742
2.422
–1.150
4
43
239
–812
16
9.645
–2.574
–138
1.062
–79
9.043
–119
–2
10
57
71
83
Schadeverzekeringen
2006
2005
2006
Totaal
2005
490
429
9.604
259
–255
311
–315
2.828
–1.444
–11
10.428
–632
2.756
–1.475
4
43
239
–2
67
–857
490
10.163
–2.693
–140
1.139
–22
9.604
–43
–16
435
Voor beleggingsverzekeringen bedraagt de groeiveronderstelling voor het berekenen van de afschrijving van de Overlopende
acquisitiekosten voor 2006 7,6% bruto en 6,1% na aftrek van vergoedingen voor vermogensbeheer (2005: 7,9% bruto en 6,9%
na aftrek van vergoedingen voor vermogensbeheer).
11 OVERIGE ACTIVA
Overige activa per soort
Herverzekeringen en vorderingen uit verzekeringen
Latente belastingvorderingen
Onroerend goed aangehouden voor verkoop
Onroerend goed in ontwikkeling voor derden
Terug te vorderen vennootschapsbelasting
Overlopende rente en huren
Overige overlopende activa
Pensioenactiva
Overige vorderingen
2006
2005
4.105
1.872
2.243
96
1.222
14.535
1.167
251
5.572
31.063
3.144
2.118
1.891
71
580
13.776
1.112
7.468
30.160
Toelichting op latente belastingvorderingen en pensioenactiva is begrepen in de toelichting 21 op de latente belastingverplichtingen.
In 2006 is voor EUR 2 miljoen aan rentelasten geactiveerd met betrekking tot onroerend goed in ontwikkeling voor derden (2005: nihil).
Herverzekeringen en vorderingen uit verzekeringen
Vorderingen uit directe verzekeringen op
– polishouders
– tussenpersonen
Vorderingen uit herverzekeringen
2006
2005
2.390
239
1.476
4.105
2.212
213
719
3.144
ING Groep Jaarverslag 2006 121
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
Onroerend goed aangehouden voor verkoop
Voor verkoop aangehouden onroerend goed
Overige:
– Onroerend goed verkregen uit faillissementen
– Onroerend goed ontwikkeld voor verkoop
Bruto boekwaarde per 31 december
Cumulatieve bijzondere waardeverminderingen
per 31 december
Netto boekwaarde
122 ING Groep Jaarverslag 2006
2006
2005
367
482
58
1.818
2.243
50
1.359
1.891
2.328
1.960
–85
2.243
–69
1.891
EIGEN VERMOGEN
12 EIGEN VERMOGEN
Eigen vermogen (moedermaatschappij)
Aandelenkapitaal
Agioreserve
Herwaarderingsreserve
Reserve voor koersverschillen vreemde valuta
Overige reserves
Eigen vermogen (moedermaatschappij)
2006
2005
2004
530
8.348
9.453
–473
20.408
38.266
530
8.343
11.206
668
15.989
36.736
634
8.525
1.257
–184
13.837
24.069
De herwaarderingsreserve, de reserve deelnemingen (opgenomen in Overige reserves) en de reserve voor koersverschillen vreemde valuta
zijn niet vrij uitkeerbaar.
De Overige reserves bevatten op 31 december 2006 een bedrag van EUR 566 miljoen aan kapitaal en reserves van de Stichting
Regio Bank dat niet vrij uitkeerbaar is (2005: EUR 583 miljoen). De daling betreft het verlies over 2006.
Aandelenkapitaal
Gewone aandelen (nominale waarde EUR 0,24)
Aantal X1.000
Bedrag
2006
2005
2006
2005
Nominaal aandelenkapitaal
Aandelenkapitaal in portefeuille
Geplaatst aandelenkapitaal
3.000.000 3.000.000
794.907 795.066
2.205.093 2.204.934
720
190
530
720
190
530
Verloop in geplaatst aandelenkapitaal
Gewone aandelen
(nominale waarde EUR 0,24)
Aantal
X1.000
Bedrag
Geplaatst aandelenkapitaal per 1 januari 2004
Uit slotdividend 2003
Uit interimdividend 2004
Uitgifte van aandelen
Geplaatst aandelenkapitaal per 31 december 2004
Uitgifte van aandelen
Geplaatst aandelenkapitaal per 31 december 2005
2.115.901
31.731
31.699
25.389
2.204.720
214
2.204.934
Uitgifte van aandelen
Uitoefening Warrants B
Geplaatst aandelenkapitaal per 31 december 2006
96
63
2.205.093
508
8
8
6
530
530
530
Gewone aandelen
Alle aandelen staan op naam. Er zijn geen aandeelbewijzen uitgegeven. Aandelen kunnen worden overgedragen door middel van
een akte van overdracht na goedkeuring door de Raad van Bestuur van ING Groep. De nominale waarde van de gewone aandelen is
EUR 0,24. Het maatschappelijk kapitaal van ING Groep bedraagt 3.000 miljoen aandelen, waarvan er per 31 december 2006 2.205
miljoen zijn uitgegeven en volgestort.
Certificaten van gewone aandelen en preferente aandelen
Meer dan 99% van de gewone aandelen en preferente aandelen is in bezit van de Stichting ING Aandelen. In ruil voor deze aandelen
heeft de Stichting certificaten aan toonder uitgegeven van gewone aandelen, respectievelijk preferente aandelen. De certificaten zijn
genoteerd aan verschillende aandelenbeurzen. Certificaten kunnen zonder beperking worden omgewisseld in (niet-genoteerde) aandelen
van de betreffende categorie.
ING Groep Jaarverslag 2006 123
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
De certificaathouder heeft het recht op de dividendbetalingen en uitkeringen die corresponderen met de dividenden en uitkeringen
die zijn ontvangen door de Stichting voor een aandeel uit de betreffende categorie.
Daarnaast is de certificaathouder gerechtigd om de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ING Groep bij te wonen en daar het
woord te voeren, zowel in persoon als bij volmacht. Een certificaathouder die de Algemene Vergadering van Aandeelhouders bijwoont is
gerechtigd om namens de Stichting stemrecht uit te oefenen, naar eigen inzicht, voor het aantal aandelen dat correspondeert met het
aantal gehouden certificaten van de betreffende categorie.
Een certificaathouder die de Algemene Vergadering van Aandeelhouder niet bijwoont, in persoon of bij volmacht, heeft het recht om een
bindende stemaanwijzing te geven aan de Stichting voor het aantal aandelen dat correspondeert met het aantal gehouden certificaten van
de betreffende categorie.
Concentratie van houders van certificaten van aandelen
ABN AMRO Holding en Fortis hebben elk per 31 december 2006 tussen de 5% en 10% van de certificaten (van gewone aandelen of van
preferente aandelen) van ING Groep N.V. in bezit.
Certificaten van gewone aandelen gehouden door ING Groep
Per 31 december 2006 hielden ING Groep of haar dochtermaatschappijen 53,8 miljoen (2005: 38,7 miljoen) certificaten van gewone
aandelen ING Groep N.V. met een nominale waarde van EUR 0,24. Deze zijn ingekocht om het risico in verband met de aan de leden
van de Raad van Bestuur en de overige werknemers toegekende optierechten af te dekken.
Beperkingen uitkering dividend
ING Groep N.V. en haar Nederlandse groepsmaatschappijen zijn gebonden aan wettelijke beperkingen ten aanzien van het dividend dat
aan de aandeelhouders mag worden uitgekeerd. In het Burgerlijk Wetboek is de beperking opgenomen dat dividend alleen mag worden
uitgekeerd voor zover het eigen vermogen van de onderneming groter is dan de som van (i) het bedrag van het gestorte en opgevraagde
deel van het aandelenkapitaal en (ii) de reserves die krachtens de wet moeten worden aangehouden. Aanvullend zijn enkele groepsmaatschappijen gebonden aan de beperkingen ten aanzien van de omvang van de uitkeringen die in de vorm van dividend of op een
andere wijze aan de moedermaatschappij mogen plaatsvinden.
Voorts bestaan in bepaalde landen, in aanvulling op de beperkingen met betrekking tot minimum kapitaal en solvabiliteitsvereisten van
regelgevende instanties in het land waarin de groepsmaatschappijen actief zijn, andere beperkingen.
Warrants B
In 1998 heeft ING Groep N.V. de uitgifte van maximaal 17.317.132 warrants B goedgekeurd, waarvan 17.220.200 warrants zijn uitgegeven.
Op 31 december 2006 stonden 17.157.891 warrants B uit (2005: 17.189.554). Houders van warrants B hebben het recht om certificaten
van gewone aandelen ING Groep N.V. te verkrijgen tegen een van tevoren vastgestelde prijs: 1 warrant B geeft recht op 2 certificaten van
aandelen. Houders van warrants B mogen hun recht naar eigen inzicht uitoefenen maar niet later dan 5 januari 2008. Op 31 december 2006
werden geen warrants B (2005: nihil) gehouden door groepsmaatschappijen van ING Groep.
De huidige uitoefenprijs van warrants B is EUR 49,92 voor 2 certificaten van aandelen. De uitoefenprijs van warrants B zal door ING Groep
worden aangepast als een of meer van onderstaande omstandigheden zich voordoet:
1. Uitgifte van gewone aandelen van ING Groep N.V., met het recht van voorkeur voor bestaande aandeelhouders, beneden de
gemiddelde prijs over de 20 handelsdagen voorafgaande aan de desbetreffende aankondiging van de middenprijs tussen de hoogste
en de laagste koers van de certificaten van nominaal EUR 0,24 zoals vermeld in de Officiële Prijscourant van Euronext Amsterdam N.V.;
2. Uitgifte van gewone aandelen door ING Groep N.V. aan bestaande aandeelhouders ten laste van enige reserve tegen een prijs beneden
de gemiddelde prijs over de 20 handelsdagen voorafgaande aan de desbetreffende aankondiging van de middenprijs tussen de hoogste
en de laagste koers van de certificaten van nominaal EUR 0,24 zoals vermeld in de Officiële Prijscourant van Euronext Amsterdam N.V.;
3. Uitgifte van aandelen door ING Groep N.V. aan bestaande aandeelhouders bij wijze van dividendbetaling tegen een prijs beneden de
gemiddelde prijs over de 20 handelsdagen voorafgaande aan de desbetreffende aankondiging van de middenprijs tussen de hoogste
en de laagste koers van de certificaten van nominaal EUR 0,24 zoals vermeld in de Officiële Prijscourant van Euronext Amsterdam N.V.;
4. ING Groep N.V. verleent aan houders van gewone aandelen het recht tot inschrijving op andere effecten dan gewone aandelen;
5. Het verlenen door enige maatschappij aan houders van gewone aandelen van een recht tot inschrijving op effecten welke geconverteerd
of omgeruild kunnen worden in respectievelijk tegen gewone aandelen ING Groep N.V., indien de (initiële) prijs waartegen zodanige
gewone aandelen ING Groep N.V. alsdan verkregen kunnen worden lager is dan de op dat moment geldende uitoefenprijs;
6. Het doen van een uitkering in contanten door ING Groep N.V. uit de agioreserve aan de houders van gewone aandelen.
124 ING Groep Jaarverslag 2006
In geval van splitsing of samenvoeging van de uitstaande aandelen van ING Groep N.V., zal een warranthouder gerechtigd blijven tot
eenzelfde nominaal bedrag aan aandelen als waartoe de warranthouder was gerechtigd voor de splitsing respectievelijk samenvoeging
van de aandelen.
In geval van herstructurering van het aandelenkapitaal van ING Groep N.V. of in geval van samengaan van ING Groep met enige andere
maatschappij of in geval van overdracht van de activa van ING Groep (of een substantieel deel ervan) aan enige andere maatschappij zal
er geen wijziging in de uitoefenprijs van warrants B plaatsvinden. In dat geval zal een warranthouder gerechtigd zijn om het soort en
aantal effecten te verkrijgen waartoe de houder van een gewoon aandeel gerechtigd zou zijn als de warrants B vlak voor deze
gebeurtenis zouden zijn omgeruild tegen gewone aandelen.
Herwaarderingsreserve
HerHer- waarderingswaarderingsreserve
reserve beleggingen
onroerend beschikbaargoed voor-verkoop
Balanswaarde begin van het jaar
Ongerealiseerde herwaarderingen
Overgeheveld naar winst of verlies (gerealiseerd)
Balanswaarde eind van het jaar
460
8
Kasstroomhedge
reserve
468
8.700
–267
–804
7.629
2.046
–696
6
1.356
Herwaarderingsreserve
onroerend
goed
Herwaarderingsreserve
beleggingen
beschikbaarvoor-verkoop
Kasstroomhedge
reserve
Totaal
2006
11.206
–955
–798
9.453
Herwaarderingsreserve
Balanswaarde begin van het jaar
Implementatie IAS 32/39 en IFRS 4
Ongerealiseerde herwaarderingen
Overgeheveld naar winst of verlies (gerealiseerd)
Overige
Balanswaarde eind van het jaar
382
25
460
875
6.256
2.006
–663
226
8.700
2.046
2006
2005
2004
668
–184
–556
489
919
668
–184
–184
53
1.282
764
Totaal
2005
Totaal
2004
1.257
7.538
2.823
–663
251
11.206
1.199
795
–737
1.257
Reserve voor koersverschillen vreemde valuta
Balanswaarde begin van het jaar
Implementatie IAS 32/39 en IFRS 4
Ongerealiseerde herwaarderingen
Valutakoersverschillen
Balanswaarde eind van het jaar
194
–1.335
–473
ING Groep Jaarverslag 2006 125
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
Overige reserves
Balanswaarde begin van het jaar
Winst voor de periode
Ongerealiseerde herwaarderingen
Mutatie eigen aandelen
Dividend
Overige
Balanswaarde eind van het jaar
Reserve
ingehouden
winsten
Reserve
deelnemingen
16.262
6.972
608
720
Eigen
aandelen
Overige
reserves
–868
–13
–124
–520
–2.534
–147
20.700
1.181
–48
–1.436
100
–37
Reserve
ingehouden
winsten
Reserve
deelnemingen
Eigen
aandelen
Overige
reserves
13.792
–2.584
7.210
608
–563
Totaal
2006
15.989
7.692
–124
–520
–2.681
52
20.408
Overige reserves
Balanswaarde begin van het jaar
Implementatie IAS 32/39 en IFRS 4
Winst voor de periode
Ongerealiseerde herwaarderingen
Overgeboekt naar winst of verlies (gerealiseerd)
Mutatie eigen aandelen
Dividend
Overige
Balanswaarde eind van het jaar
–305
–2.461
305
16.262
608
–868
–13
–13
2006
Bedrag
2005
2006
Aantal
2005
868
1.030
462
563
381
76
38.722.934
30.858.427
15.722.126
1.436
868
53.859.235
Verloop in eigen aandelen
Balanswaarde begin van het jaar
Gekocht
Aandelengerelateerde beloningen
Overige
Balanswaarde eind van het jaar
29.787.165
13.013.029
3.203.303
873.957
38.722.934
Preferente aandelen worden gepresenteerd onder het vreemd vermogen. Zie noot 13 ‘Preferente aandelen’.
126 ING Groep Jaarverslag 2006
Totaal
2005
Totaal
2004
13.837
–2.584
7.210
9.465
–305
–2.461
292
15.989
5.755
–78
150
–883
–572
13.837
VREEMD VERMOGEN
13 PREFERENTE AANDELEN
ING Groep preferente aandelen
Preferente aandelen zijn onderverdeeld in 2 categorieën: preferente aandelen ‘A’ en preferente aandelen ‘B’. Het maatschappelijk kapitaal
preferente aandelen van ING Groep N.V. bedraagt 100 miljoen preferente aandelen ‘A’, met een nominale waarde van EUR 1,20 waarvan
er per 31 december 2006 63.028.961 zijn uitgegeven, en 1.000 miljoen preferente aandelen ‘B’ met een nominale waarde van EUR 0,24,
die niet zijn uitgegeven. De enige mutatie in uitstaande preferente aandelen wordt hieronder besproken onder Inkoop preferente aandelen.
Preferente aandelen mogen alleen tegen tenminste de nominale waarde worden uitgegeven.
Preferente aandelen gaan voor gewone aandelen voor wat betreft de rechten op dividend en verdeling bij liquidatie van ING Groep N.V.,
maar zijn achtergesteld ten opzichte van de cumulatief preferente aandelen. Houders van preferente aandelen ‘A’ en ‘B’ hebben gelijke
rechten. Als de winst of het bedrag dat beschikbaar is voor uitkering aan de houders van preferente aandelen niet toereikend is voor een
volledige uitkering, dan ontvangen deze houders een uitkering evenredig aan het bedrag dat zij zouden hebben ontvangen bij een
volledige uitkering. De preferente aandelen ‘A’ en ‘B’ zijn niet cumulatief en de houders daarvan zullen in volgende jaren niet
gecompenseerd worden voor een tekort in een vorig jaar.
Volgens de statuten van ING Groep N.V. kunnen preferente aandelen worden ingetrokken.
Preferente aandelen ‘A’
Het dividend op preferente aandelen ‘A’ is gelijk aan een percentage, berekend over het bedrag (inclusief agio) waarvoor de preferente
aandelen ‘A’ oorspronkelijk waren uitgegeven.
Dit percentage wordt berekend aan de hand van het rekenkundig gemiddelde van het gemiddelde effectieve rendement van de
5 langstlopende Nederlandse staatsleningen, zoals berekend door een door de Raad van Bestuur aangewezen ‘Calculating Agent’
voor de laatste 20 handelsdagen voorafgaand aan de dag waarop de eerste preferente aandelen ‘A’ zijn uitgegeven, of als dat het geval
zou zijn, voorafgaand aan de dag waarop het dividendpercentage is aangepast. Het aldus vastgestelde percentage kan met maximaal
een 0,5 procentpunt worden verhoogd of verlaagd, afhankelijk van de marktomstandigheden op dat moment, al naar gelang de Raad
van Bestuur met goedkeuring van de Raad van Commissarissen beslist.
Het dividend op preferente aandelen ‘A’ is voor de periode tot 1 januari 2014 vastgesteld op EUR 0,1582 per jaar. Daarna zal het
dividendpercentage opnieuw worden aangepast (en daarna elke 10 jaar) aan het gemiddelde effectieve rendement van de 5
langstlopende Nederlandse staatsleningen op dat moment.
Preferente aandelen ‘A’ mogen alleen worden ingetrokken als per preferent aandeel ‘A’ het bedrag (inclusief agio) waarvoor de preferente
aandelen ‘A’ oorspronkelijk waren uitgegeven verminderd met de nominale waarde van de aandelen kan worden uitgekeerd. Bij liquidatie
van ING Groep zal, indien mogelijk, het bedrag (inclusief agio) waarvoor de preferente aandelen ‘A’ oorspronkelijk waren uitgegeven op
ieder preferent aandeel ‘A’ worden uitgekeerd.
Inkoop preferente aandelen
In 2006 heeft ING 24.051.039 (certificaten van) preferente aandelen ‘A’ ingekocht tegen EUR 3,72 per aandeel (totaalbedrag
EUR 89,5 miljoen). Alle ingekochte preferente aandelen ‘A’ zijn ingetrokken.
Cumulatief preferente aandelen
De nominale waarde van de cumulatief preferente aandelen is EUR 1,20. Het maatschappelijk kapitaal cumulatief preferente aandelen
van ING Groep N.V. bedraagt 900 miljoen cumulatief preferente aandelen. Deze zijn niet uitgegeven.
De cumulatief preferente aandelen gaan voor de preferente aandelen betreffende de rechten op dividend en verdeling bij liquidatie
van ING Groep N.V.
ING Groep Jaarverslag 2006 127
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
Het dividend op cumulatief preferente aandelen zal gelijk zijn aan het percentage berekend over het verplicht gestorte of nog te storten
bedrag. Dit percentage is gelijk aan het gemiddelde van de Euro OverNight Index Average (EONIA), berekend door de Europese Centrale
Bank. Dit percentage wordt gedurende het boekjaar waarover de uitkering geschiedt gewogen naar het aantal dagen waarvoor deze van
toepassing was, verhoogd met 2,5 procentpunt.
Voor zover de uit te keren winst niet toereikend is om het hierboven genoemde dividend volledig uit te keren, zal het tekort indien
mogelijk worden onttrokken aan de reserves. Voor zover het uit te keren dividend niet aan de reserves kan worden onttrokken, zullen
de winsten van de volgende jaren eerst worden gebruikt om het tekort te compenseren voordat er een uitkering voor aandelen uit een
andere categorie mag plaatsvinden.
Volgens de statuten van ING Groep N.V. kunnen cumulatief preferente aandelen worden ingetrokken. Bij het intrekken van de cumulatief
preferente aandelen en bij liquidatie van ING Groep N.V. zal het op de cumulatief preferente aandelen gestorte bedrag worden terugbetaald
samen met het tekort aan dividend van voorgaande jaren, voor zover dit tekort niet reeds is gecompenseerd.
14 ACHTERGESTELDE LENINGEN
Achtergestelde leningen
Interest
Uitgiftepercentages
jaar
Vervaldag
Nominaal
bedrag in
originele
valuta
2006
5,140%
5,775%
6,125%
4,176%
Variabel
6,200%
Variabel
7,200%
7,050%
6,500%
2006
2005
2005
2005
2004
2003
2003
2002
2002
2001
Eeuwigdurend
Eeuwigdurend
Eeuwigdurend
Eeuwigdurend
Eeuwigdurend
Eeuwigdurend
Eeuwigdurend
Eeuwigdurend
Eeuwigdurend
Eeuwigdurend
GBP 600
USD 1.000
USD 700
EUR 500
EUR 1.000
USD 500
EUR 750
USD 1.100
USD 800
EUR 600
885
752
515
497
926
368
669
811
591
6.014
Balanswaarde
2005
838
574
496
934
410
692
904
659
589
6.096
Achtergestelde leningen bestaat uit eeuwigdurende achtergestelde obligatieleningen uitgegeven door ING Groep N.V. Deze
obligatieleningen zijn uitgegeven om hybride kapitaal voor ING Verzekeringen N.V. en Tier-1 vermogen voor ING Bank N.V. te verwerven.
Onder IFRS-EU worden deze leningen geclassificeerd als verplichtingen, voor wettelijke vereisten met betrekking tot solvabiliteit worden
deze beschouwd als kapitaal.
Deze leningen zijn door ING Groep N.V. doorgeleend als achtergestelde lening aan ING Bank N.V. en ING Verzekeringen N.V. op dezelfde
voorwaarden als de oorspronkelijke obligatielening.
Het aantal achtergestelde leningen dat op 31 december 2006 door groepsmaatschappijen werd gehouden bedraagt nihil en had een
balanswaarde van nihil (2005: nihil).
15 UITGEGEVEN SCHULDBEWIJZEN
De uitgegeven schuldbewijzen betreffen obligaties en andere geëmitteerde schuldbewijzen met een vaste of van de rentestand
afhankelijke rente, zoals depositocertificaten en accepten uitgegeven door de groep, voor zover niet achtergesteld. De uitgegeven
schuldbewijzen zijn exclusief de schuldbewijzen die gepresenteerd worden als Financiële verplichtingen tegen reële waarde met
waardemutaties door het resultaat. ING Groep heeft geen schuldbewijzen uitgegeven onder andere voorwaarden dan zoals van
toepassing in de normale bedrijfsuitoefening. De looptijden van de uitgegeven schuldbewijzen is als volgt:
128 ING Groep Jaarverslag 2006
Uitgegeven schuldbewijzen
2006
2005
Schuldbewijzen met een vaste rente
Korter dan 1 jaar
Langer dan 1 jaar en korter dan 2 jaar
Langer dan 2 jaar en korter dan 3 jaar
Langer dan 3 jaar en korter dan 4 jaar
Langer dan 4 jaar en korter dan 5 jaar
Langer dan 5 jaar
Totaal schuldbewijzen met een vaste rente
49.692
1.475
2.914
1.824
3.140
5.155
64.200
39.978
3.816
1.741
3.863
10.350
9.718
69.466
Schuldbewijzen met een variabele rente
Korter dan 1 jaar
Langer dan 1 jaar en korter dan 2 jaar
Langer dan 2 jaar en korter dan 3 jaar
Langer dan 3 jaar en korter dan 4 jaar
Langer dan 4 jaar en korter dan 5 jaar
Langer dan 5 jaar
Totaal schuldbewijzen met een variabele rente
4.637
238
413
1.086
2.611
4.948
13.933
5.074
872
144
494
1.064
4.148
11.796
Totaal uitgegeven schuldbewijzen
78.133
81.262
Per 31 december 2006 had ING Groep voor een bedrag van EUR 29.335 miljoen (2005: EUR 22.588 miljoen) aan ongebruikte
kredietfaciliteiten beschikbaar, inclusief ‘commercial paper borrowings’ met betrekking tot Uitgegeven schuldbewijzen.
16 OVERIGE LENINGEN
Overige leningen naar resterende looptijd
2006
Achtergestelde leningen van
groepsmaatschappijen
Preferente aandelen van
groepsmaatschappijen
Leningen o/g
Leningen van kredietinstellingen
2007
2008
2009
2010
2011
Daarna
Totaal
34
200
366
1.227
2.276
9.488
13.591
4.927
3.749
8.710
489
1.103
1.792
304
357
1.027
1.188
280
2.695
1.138
164
3.578
1.132
854
363
11.837
1.132
8.900
6.016
29.639
2006
2007
2008
2009
2010
Daarna
Totaal
1.011
1.435
735
713
1.492
8.924
14.310
6.082
4.443
11.536
508
642
2.585
533
951
2.219
404
83
1.200
518
276
2.286
1.261
1.666
575
12.426
1.261
9.711
6.970
32.252
Overige leningen naar resterende looptijd
2005
Achtergestelde leningen van
groepsmaatschappijen
Preferente aandelen van
groepsmaatschappijen
Leningen o/g
Leningen van kredietinstellingen
De achtergestelde leningen van groepsmaatschappijen betreffen kapitaalobligaties en onderhandse leningen die zijn achtergesteld
bij alle lopende en toekomstige verplichtingen van ING Bank N.V. of Postbank N.V.
ING Groep Jaarverslag 2006 129
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
Preferente aandelen van groepsmaatschappijen bestaan uit ‘non-cumulative Trust Preffered Securities’, die zijn uitgegeven door
100%-dochterdeelnemingen van ING Groep N.V. Deze effecten kennen een prioriteitsrecht bij liquidatie van een bepaald bedrag
plus opgelopen interest en onbetaald dividend. Dividenden met betrekking tot deze effecten worden verantwoord in de winst- en
verliesrekening als rentelasten. Deze effecten hebben geen stemrecht.
17 VERZEKERINGS-, HERVERZEKERINGS- EN BELEGGINGSCONTRACTEN
Verzekerings-, herverzekerings- en beleggingscontracten
2006
Eigen rekening
2005
Voorziening levensverzekeringen zonder winstdeling
Voorziening levensverzekeringen met winstdeling
Voorziening voor (uitgestelde) winstdeling en kortingen
Voorziening voor verzekeringen voor risico polishouders
Voorziening levensverzekeringen
78.772
52.914
2.956
97.304
231.946
79.759
51.866
4.195
89.531
225.351
4.930
187
5
651
5.773
Voorziening niet-verdiende premies en lopende risico’s
2.631
2.835
Voorziening gemelde schades
Voorgedane schades, nog niet gemeld (IBNR)
Voorziening voor te betalen schaden
5.503
1.148
6.651
6.371
1.831
8.202
176
241.404
181
236.569
7.505
13.245
20.750
7.223
11.410
18.633
262.154
255.202
Overige technische voorzieningen
Totaal technische voorzieningen
Beleggingscontracten
Beleggingscontracten voor risico polishouders
Verplichtingen aangaande beleggingscontracten
Verzekerings- en beleggingscontracten
Herverzekeringsdeel
2006
2005
2006
Bruto
2005
1.197
6.638
83.702
53.101
2.961
97.955
237.719
85.000
52.066
4.195
90.728
231.989
156
258
2.787
3.093
600
600
1.277
112
1.389
6.103
1.148
7.251
7.648
1.943
9.591
6.529
8.285
176
247.933
181
244.854
7.505
13.245
20.750
7.223
11.410
18.633
8.285
268.683
263.487
Herverzekeringsdeel
2006
2005
2006
Bruto
2005
6.529
5.241
200
Verloop in voorzieningen voor levensverzekeringen
2006
Balanswaarde begin van het jaar
Implementatie IFRS 4
Wijzigingen in de samenstelling van de groep
6.638
83
225.434
200.158
–14.308
44
185.894
Voorzieningen lopend boekjaar (premies)
28.863
18.643
Mutatie in latente winstdelingsverplichting
–1.241
508
–13.166
4.791
2.702
–366
18
–21
–5.694
–10.498
4.089
5.074
2
861
–472
–15.874
458
231.946
17.075
3.703
225.351
Voorziening voorgaande boekjaren:
– uitkeringen aan polishouders
– rente-aanwas
– herwaarderingen voor risico polishouders
– effect van veranderingen van de disconteringsvoet
– effect van veranderingen in andere aannames
Koersverschillen vreemde valuta
Overige mutaties
Balanswaarde eind van het jaar
225.351
Eigen rekening
2005
23
6.661
5.256
–7
–44
5.205
231.989
205.414
–14.315
106
232.095
191.099
1.525
806
30.388
19.449
–1.241
508
–431
–32
–13.532
4.809
2.702
–348
306
–157
–21
–6.042
–10.929
4.057
5.074
2
1.167
–629
–535
–1.530
5.773
616
168
6.638
–16.409
–1.072
237.719
17.691
3.871
231.989
Indien de voorziening voor levensverzekeringen wordt verdisconteerd, ligt de disconteringsvoet tussen 2,9% en 6,8% (2005: 3,0%
en 6,0%). De disconteringsvoet is gebaseerd op gewogen gemiddelden.
130 ING Groep Jaarverslag 2006
Voor zover herverzekeraars niet aan hun verplichtingen uit hoofde van deze contracten kunnen voldoen, blijft ING Groep aansprakelijk
ten opzichte van polishouders voor het herverzekerde deel. Er worden dan ook voorzieningen gevormd voor vorderingen uit hoofde
van herverzekeringen waarvan de ontvangst niet waarschijnlijk wordt geacht. De markt voor herverzekering van levensverzekeringen
is in hoge mate geconcentreerd, hetgeen het spreiden van risico’s bemoeilijkt. Om het risico op aanzienlijke verliezen uit hoofde van
insolvabele herverzekeraars te minimaliseren, evalueert ING Groep de financiële positie van haar herverzekeraars en bewaakt de concentratie
van risico’s uit hoofde van gemeenschappelijke geografische gebieden, activiteiten of economische kenmerken van de herverzekeraar.
Per 31 december 2006 bedroegen de netto vorderingen op herverzekeraars EUR 1.476 miljoen (2005: EUR 719 miljoen), dit is na het
treffen van de voorziening voor oninbare bedragen van EUR 6 miljoen (2005: EUR 6 miljoen).
Verloop in voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico’s
Balanswaarde begin van het jaar
Wijzigingen in de samenstelling van de groep
Geboekte premies
Verdiende premies gedurende het jaar
Koersverschillen vreemde valuta
Overige mutaties
Balanswaarde eind van het jaar
2006
Eigen rekening
2005
Herverzekeringsdeel
2006
2005
2006
Bruto
2005
2.835
–9
2.826
2.509
–15
2.494
258
258
354
–26
328
3.093
–9
3.084
2.863
–41
2.822
5.994
–5.929
–245
–15
2.631
6.087
–6.133
380
7
2.835
339
–377
–22
–42
156
526
–636
44
–4
258
6.333
–6.306
–267
–57
2.787
6.613
–6.769
424
3
3.093
2006
Eigen rekening
2005
Herverzekeringsdeel
2006
2005
2006
Bruto
2005
Verloop in voorziening voor te betalen schaden
Balanswaarde begin van het jaar
Implementatie IFRS 4
Wijzigingen in de samenstelling van de groep
Toevoegingen
– lopend boekjaar
– vorige boekjaren
– rente-aanwas voorzieningen
Betaalde schaden en schadebehandelingskosten
– lopend boekjaar
– vorige boekjaren
Koersverschillen vreemde valuta
Overige mutaties
Balanswaarde eind van het jaar
8.202
–4
8.198
7.378
19
27
7.424
1.389
3.261
–525
54
2.790
3.797
–592
72
3.277
106
891
–22
20
889
1.569
1.458
3.027
1.747
1.673
3.420
33
388
421
295
536
831
1.602
1.846
3.448
2.042
2.209
4.251
–381
–929
6.651
747
174
8.202
–93
–381
600
164
40
1.389
–474
–1.310
7.251
911
214
9.591
1.389
124
–18
1.134
20
–27
1.127
9.591
8.512
39
–4
9.587
8.551
3.385
–543
54
2.896
4.688
–614
92
4.166
ING Groep heeft per 31 december 2006 een voorziening van EUR 66 miljoen (2005: EUR 68 miljoen) opgenomen voor op milieu- en
asbestclaims uit het verzekeringsbedrijf. Bij het vormen van de voorziening voor te betalen schaden en lasten voor schade aanpassing
voor asbest gerelateerde ziekte en het opruimen van giftig afval neemt de Groep de huidige bekende feiten en de huidige status van de
desbetreffende wet in beschouwing. Voorzieningen zijn gevormd voor IBNR schaden en voor bekende schaden (inclusief kosten van de
gerelateerde rechtzaken) als genoeg informatie beschikbaar is om een specifieke verzekeringspolis aan te wijzen en de Groep de voorziening
redelijk kan schatten. Bovendien worden de voorzieningen regelmatig herzien.
ING Groep Jaarverslag 2006 131
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
Overige mutaties hebben voornamelijk betrekking op de herrubricering van verzekeringen voor ziekte en invaliditeit van ‘Schade’ naar
‘Leven’ zoals beschreven in de paragraaf ‘Veranderingen in presentatie’.
De vrijval van voorzieningen van voorgaande jaren in 2006 en 2005 zijn veroorzaakt door positieve verzekeringsresultaten in verschillende
business units, voornamelijk in Nederland vanwege veranderingen in wettelijke bepalingen voor invaliditeit. Canada profiteerde van een
gunstige schadeontwikkeling bij motorverzekeringen.
Indien de voorziening voor levensverzekeringen wordt verdisconteerd, ligt de disconteringsvoet tussen 3,0% en 4,0% (2005: 3,0%
en 4,0%).
Verloop in verplichtingen uit hoofde van beleggingscontracten
2006
Balanswaarde begin van het jaar
Implementatie IFRS 4
Wijzigingen in de samenstelling van de groep
Voorzieningen lopend boekjaar
Voorzieningen voorgaand boekjaar
– betalingen aan contracthouders
– rente-aanwas
– waardeveranderingen van beleggingen
Koersverschillen vreemde valuta
Overige mutaties
Balanswaarde eind van het jaar
2005
18.633
16.860
–42
18.591
16.860
8.432
5.553
–6.667
344
948
–5.375
–7.051
276
1.060
–5.715
–1.021
123
20.750
1.659
276
18.633
Tekenjaar
2004
Tekenjaar
2005
Tekenjaar
2006
2.988
2.619
2.417
2.417
3.265
3.109
3.110
3.109
3.110
8.636
–1.643
774
–69
705
–1.873
1.236
–94
1.142
–1.171
1.939
–137
1.802
–4.687
3.949
–300
3.649
Bruto schade-ontwikkeling
Schatting van cumulatieve schades:
Aan het einde van het tekenjaar
Een jaar later
Twee jaar later
Schatting van de cumulatieve schades
Cumulatieve betalingen
Discontering
Opgenomen verplichtingen
Verplichtingen opgenomen voor voorgaande
tekenjaren
Totaal bedrag opgenomen in de balans
Totaal
3.602
7.251
ING Groep maakt gebruik van de uitzondering in IFRS-EU om de bruto schade-ontwikkeling te presenteren
vanaf de overgang op IFRS-EU omdat het praktisch niet haalbaar is deze informatie te verkrijgen.
132 ING Groep Jaarverslag 2006
18 BANKIERS
Bankiers betreft niet-achtergestelde schulden aan banken, voor zover niet in de vorm van schuldbewijzen. Per 31 december 2006 zijn
onder Bankiers verplichtingen opgenomen uit hoofde van tijdelijk verkochte effecten met een overeenkomst tot wederinkoop ten
bedrage van EUR 23.627 miljoen (2005: EUR 23.857 miljoen).
Bankiers naar soort
Niet rentedragend
Rentedragend
2006
Nederland
2005
2006
Internationaal
2005
2006
Totaal
2005
2.696
52.817
55.513
2.535
33.714
36.249
1.035
64.291
65.326
1.934
84.051
85.985
3.731
117.108
120.839
4.469
117.765
122.234
2006
2005
283.147
147.695
62.628
3.210
496.680
269.389
127.469
57.655
11.199
465.712
2006
Nederland
2005
2006
Internationaal
2005
2006
Totaal
2005
13.734
181.976
195.710
13.754
158.252
172.006
2.704
298.266
300.970
1.359
292.347
293.706
16.438
480.242
496.680
15.113
450.599
465.712
19 TOEVERTROUWDE MIDDELEN
Toevertrouwde middelen
Spaargelden
Creditsaldi van rekeninghouders
Zakelijke deposito’s
Overig
Toevertrouwde middelen naar soort
Niet rentedragend
Rentedragend
Cliënten hebben ING Groep geen middelen toevertrouwd onder andere voorwaarden dan zoals van toepassing in de normale
bedrijfsuitoefening. Per 31 december 2005 zijn onder Toevertrouwde middelen tevens verplichtingen opgenomen uit hoofde van tijdelijk
verkochte effecten met een overeenkomst tot wederinkoop ten bedrage van EUR 870 miljoen (2005: EUR 2.104 miljoen).
Spaargelden betreffen de saldi van spaarrekeningen, spaarboekjes, spaardeposito’s en termijndeposito’s van particulieren. De te betalen
rente op spaargelden, voor zover contractueel is overeengekomen dat deze op de spaarrekening wordt bijgeschreven, is eveneens onder
deze balanspost opgenomen.
ING Groep Jaarverslag 2006 133
088-142_NL.indd
133
22-03-2007
08:07:46
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
20 FINANCIËLE VERPLICHTINGEN TEGEN REËLE WAARDE MET WAARDEMUTATIES DOOR HET RESULTAAT
Financiële verplichtingen tegen reële waarde met waardemutaties door het resultaat
Verplichtingen voor handelsdoeleinden
Niet-handelsderivaten
Geclassificeerd als activa tegen reële waarde
met waardemutaties door het resultaat
2006
2005
127.975
4.934
92.058
6.248
13.702
146.611
11.562
109.868
De nominale waarde van financiële verplichtingen geclassificeerd als tegen reële waarde met waardemutaties door het resultaat
benadert de reële waarde.
Financiële verplichtingen geclassificeerd als tegen reële waarde met waardemutaties door het resultaat bestaan uit uitgegeven
schuldpapier, toevertrouwde middelen en ‘structured products’.
Voor 2006 zijn de veranderingen in de reële waarde voor financiële passiva met waardemutaties door het resultaat als gevolg
van veranderingen in het kredietrisico van ING Groep niet significant.
Verplichtingen voor handelsdoeleinden per soort
Aandelen
Schuldbewijzen
Toevertrouwde middelen
Derivaten
2006
2005
20.732
9.045
77.245
20.953
127.975
10.206
7.264
54.264
20.324
92.058
2006
2005
1.696
606
992
1.336
7
2.625
4.934
91
3.829
6.248
Niet-handelsderivaten
Derivaten aangehouden voor kasstroomhedges
Derivaten aangehouden voor reële waardehedges
Derivaten aangehouden voor hedges van een
investering in buitenlandse bedrijfsonderdelen
Overige niet-handelsderivaten
134 ING Groep Jaarverslag 2006
21 OVERIGE SCHULDEN
Overige schulden per soort
Latente belastingverplichtingen
Te betalen vennootschapsbelasting
Pensioenverplichtingen en overige
personeelsverplichtingen
Overige belastingen en premies sociale verzekeringen
Depots van herverzekeraars
Opgelopen rente
2.1 Geconsolideerde jaarNog te betalen kosten
rekening
Nog te betalen bedragen
aan effectenmakelaars
Nog te betalen bedragen aan polishouders
Overige voorzieningen
Overige
2006
2005
4.042
923
5.128
1.184
1.455
1.147
462
10.556
2.353
238
3.105
1.055
12.942
38.278
1.998
633
642
10.699
2.443
100
3.260
1.181
11.739
39.007
Latente belastingverplichtingen en vorderingen worden berekend voor alle tijdelijke verschillen volgens de periode-toerekeningsmethode,
met gebruik van de op de groep van toepassing zijnde belastingpercentages in de landen waarin de groep belastingplichtig is.
Latente belastingen naar oorsprong
Beleggingen
Financiële activa en verplichtingen tegen
reële waarde met waardemutaties door het resultaat
Overlopende acquisitiekosten en VOBA
Fiscale egalisatiereserve
Afschrijvingen
Verzekeringstechnische voorzieningen
Overige voorzieningen
Vorderingen
Kredieten
Fiscaal compensabele verliezen
Overige
Opbouw:
– latente belastingverplichtingen
– latente belastingvorderingen
2006
2005
1.375
2.911
119
3.201
3
28
–1.490
–1.081
196
102
–909
626
2.170
37
4.075
–6
65
–2.222
–862
167
–105
–1.243
193
3.010
4.042
1.872
2.170
5.128
2.118
3.010
2006
2005
3.010
68
468
–1.339
–36
–1
2.170
2.583
25
136
–363
88
541
3.010
Verloop van latente belastingen
Balanswaarde begin van het jaar
Wijzigingen in de samenstelling van de groep
Mutaties verantwoord in het resultaat
Mutaties verantwoord in het eigen vermogen
Koersverschillen vreemde valuta
Overige mutaties
Balanswaarde eind van het jaar
ING Groep Jaarverslag 2006 135
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
De mutaties van latente belastingen verantwoord in het eigen vermogen bevat een latente belastingschuld van EUR -1.583 miljoen met
betrekking tot ongerealiseerde herwaarderingen, EUR -242 miljoen gerelateerd aan kasstroomhedge reserve, EUR 486 mijoen gerelateerd
aan verzekeringscontracten en overlopende acquisitiekosten en nihil gerelateerd aan aandelengerelateerde beloningen. Deze posten zijn
opgenomen in de tabel Latente belastingen naar oorsprong onder Beleggingen, respectievelijk Verzekeringstechnische voorzieningen.
Overige mutaties zijn verantwoord in de winst- en verliesrekening.
In overige mutaties in 2005 is een bedrag van EUR 2.460 miljoen begrepen met betrekking tot de implementatie van IAS 32/39 en IFRS 4.
Latente belastingen met betrekking tot fiscaal compensabele verliezen
2006
2005
3.977
5.340
Totaal fiscaal compensabele verliezen
Fiscaal compensabele verliezen niet aangemerkt
als een latente belastingvordering
Fiscaal compensabele verliezen aangemerkt
als een latente belastingvordering
953
1.304
3.024
4.036
Gemiddeld belastingpercentage
Latente belastingvordering
30,1%
909
30,8%
1.243
Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor voorwaartse verliescompensatie en fiscale verrekeningsmogelijkheden voor zover
realisatie waarschijnlijk wordt geacht. Bij het bepalen van de hoogte van de latente belastingvordering is rekening gehouden met de
onzekerheid omtrent realisatie. De looptijd van de fiscaal compensabele verliezen is als volgt:
Totaal fiscaal compensabele verliezen naar expiratiedatum
Niet aangemerkt als
latente belastingvordering
2006
2005
Tot een jaar
Vanaf een jaar tot vijf jaar
Vanaf vijf jaar tot tien jaar
Vanaf tien jaar tot twintig jaar
Onbeperkt
16
156
47
247
487
953
27
74
Aangemerkt als
latente belastingvordering
2006
2005
585
618
1.304
30
424
347
1.045
1.178
3.024
24
372
480
1.366
1.794
4.036
Reorganisaties en
bedrijfsverplaatsingen
2006
2005
2006
Overige
2005
356
–6
96
3
–49
–174
–1
110
335
825
4
269
4
–36
–238
–15
–93
720
Verloop van overige voorzieningen
Balanswaarde begin van het jaar
Wijzigingen in de samenstelling van de groep
Toevoegingen
Rentelast
Vrijval
Onttrekkingen
Koersverschillen vreemde valuta
Overige mutaties
Balanswaarde eind van het jaar
258
–7
127
–3
–81
6
56
356
685
53
347
–8
–291
35
4
825
2006
1.181
–2
365
7
–85
–412
–16
17
1.055
Totaal
2005
943
46
474
–11
–372
41
60
1.181
De toevoegingen aan de voorziening voor reorganisaties en bedrijfsverplaatsingen bevat EUR 89 miljoen (2005: EUR 109 miljoen) met
betrekking tot het kostenbesparingsprogramma voor de Nederlandse verzekeringsactiviteiten en het efficiëntieprogramma voor
Operations en IT in de Benelux, met name gerelateerd aan de bancaire activiteiten van ING.
In het algemeen hebben de voorzieningen voor reorganisaties en bedrijfsverplaatsingen een korte looptijd.
De bedragen begrepen onder overige voorzieningen zijn gebaseerd op de beste schattingen omtrent omvang en tijdstip van
de verwachte toekomstige kasstromen benodigd om de verplichting af te wikkelen.
136 ING Groep Jaarverslag 2006
Pensioenverplichtingen en overige personeelsverplichtingen
ING Groep is in de belangrijkste landen waar zij actief is, met haar medewerkers pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen
(‘defined benefit plans’) overeengekomen. Deze regelingen hebben veelal betrekking op alle medewerkers en leiden tot vergoedingen die
gebaseerd zijn op het loon en het aantal dienstjaren van medewerkers op hun pensioengerechtigde leeftijd. Sommige plannen kennen
een vorm van indexatie. Voor een aantal plannen wordt indexatie toegewezen door het management, voor andere plannen hangt dit af
van de toereikendheid van de activa.
Jaarlijks wordt zoveel premie aan de fondsen afgedragen als nodig is ter financiering van de bestaande verplichtingen die in overeenstemming met de locale wettelijke vereisten zijn berekend. Pensioenregelingen in andere landen zijn in overeenstemming met de
relevante lokale regelgeving met betrekking tot beleggingen en de mate van financiering.
ING Groep verstrekt overige vergoedingen aan bepaalde niet-actieve en gepensioneerde medewerkers. Deze vergoedingen hebben
voornamelijk betrekking op ziektekosten van gepensioneerde medewerkers en kortingen op ING producten voor medewerkers en
voormalige medewerkers.
Enkele groepsmaatschappijen hebben een pensioenregeling waarbij het pensioen is gebaseerd op de door deze groepsmaatschappijen
gestorte bedragen (‘defined contribution plans’). Deze pensioenregelingen leiden niet tot de opname van een voorziening, maar tot
opname van een kortlopende schuld in het geval er een verschil bestaat tussen het tijdstip van betaling en afrekening. Het over 2006
verantwoorde bedrag was EUR 45 miljoen (2005: EUR 76 miljoen).
Samenvatting van pensioenverplichtingen en overige personeelsverplichtingen
Pensioenvergoedingen
2006
2005
Verplichtingen uit hoofde van
‘defined benefit plans’
Reële waarde van de
beleggingen
Niet-verantwoorde kosten
verstreken dienstjaren
Niet-verantwoorde actuariële
winsten/(verliezen)
Verantwoord als:
– overige schulden
– overige activa
Uitkeringen na
dienstverband
anders dan
pensioenen
2006
2005
2006
Overige
2005
2006
Totaal
2005
15.758
15.782
239
441
246
898
16.243
17.121
14.361
1.397
12.937
2.845
239
441
246
375
523
14.361
1.882
13.312
3.809
10
–6
10
–6
–688
1.204
–1.805
1.998
1.455
251
1.204
1.998
-687
710
–1.778
1.067
–2
247
–27
408
1
247
523
961
251
710
1.067
247
408
247
523
1.067
247
408
247
523
1.998
Actuariële winsten en verliezen voor pensioenverplichtingen bevatten per 31 december 2006 een bedrag van EUR –180 miljoen aan
ervaringsaanpassingen op activa (2005: EUR 873 miljoen) en een bedrag van EUR –163 miljoen aan ervaringsaanpassingen op de
verplichtingen (2005: EUR 116 miljoen).
In 2006 zijn een aantal plannen geherrubriceerd van Overige naar Pensioenvergoedingen. Deze herrubricering heeft geen effect op de
totale pensioenverplichting. De herrubricering is in de onderstaande tabel begrepen in Wijzigingen in de samenstelling van de groep en
overige wijzigingen.
ING Groep Jaarverslag 2006 137
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
Verloop van defined benefit pensioenverplichtingen
Pensioenvergoedingen
2006
2005
Balanswaarde begin van het jaar
Jaarlast
Rentelast
Werkgeversbijdrage
Werknemersbijdrage
Uitkeringen
Actuariële winsten en verliezen
Kosten met betrekking tot verstreken dienstjaren
Wijzigingen in de samenstelling van de groep
en overige wijzigingen
Effect van inkrimping of afrekeningen
Koersverschillen vreemde valuta
Balanswaarde eind van het jaar
Bestaand uit:
– Gedekt door onderliggende beleggingen
– Niet gedekt door onderliggende beleggingen
15.782
417
703
12.925
477
643
–22
–493
–1.199
18
Uitkeringen na
dienstverband anders
dan pensioenen
2006
2005
8
–416
1.680
192
441
13
11
1
5
–44
–25
–5
726
42
40
70
6
–28
143
727
–6
–169
15.758
67
–12
218
15.782
4
–147
–15
239
–1
–569
12
441
15.675
83
15.758
15.658
124
15.782
239
239
441
441
Voor 2007 bedragen de geschatte afschrijvingen van nog niet in de winst- en verliesrekening verantwoorde kosten met betrekking tot
verstreken dienstjaren en actuariële winsten en verliezen respectievelijk nihil en nihil.
Verloop van reële waarde beleggingen van pensioenregelingen
Pensioenvergoedingen
2006
2005
Balanswaarde begin van het jaar
Verwachte rendement op activa
Werkgeversbijdrage
Werknemersbijdrage
Uitkeringen
Actuariële winsten en verliezen
Wijzigingen in de samenstelling van de groep
Koersverschillen vreemde valuta
Balanswaarde eind van het jaar
12.937
820
776
5
–476
–180
597
–118
14.361
10.498
710
1.002
7
–416
873
98
165
12.937
De werkelijke opbrengsten van de beleggingen bedragen EUR 613 miljoen (2005: EUR 1.583 miljoen; 2004: EUR 871 miljoen).
Uitbetaling van als activa verantwoorde vorderingen aan ING Groep wordt niet in 2007 verwacht.
138 ING Groep Jaarverslag 2006
Beleggingsbeleid pensioenen
De voornaamste financiële doelstelling van het ING Employee Benefit Plan (het plan) is het veiligstellen van de pensioenuitkeringen van
de deelnemers. De belangrijkste doelstelling van het financiële management van het plan is daarom het bevorderen van stabiliteit en,
voor zover van toepassing, verbetering van de dekkingsgraad (d.w.z. de ratio tussen de marktwaarde van de beleggingen en de
verplichtingen). Met het beleggingsbeleid voor de beleggingsportefeuille van het plan (het fonds) wordt een evenwicht gezocht tussen
de eis om rendement te behalen en de noodzaak de risico’s te beheersen. De samenstelling van de beleggingen wordt gezien als het
belangrijkste mechanisme om de opbrengst en risico structuur van het fonds te optimaliseren teneinde de financieringsdoelstellingen van
het fonds te behalen. Voor de verschillende categorieën van activa wordt de gewenste samenstelling bepaald. Binnen deze categorieën
wordt bijzondere aandacht gegeven aan een evenwichtige verdeling tussen industrieën, geografische spreiding, rentegevoeligheid,
afhankelijkheid van economische groei, valuta en andere factoren die het rendement bepalen. De beleggingen worden beheerd door
professionele vermogensbeheerders. De vermogensbeheerders zijn gebonden aan strikte mandaten en worden aan de hand van
bepaalde criteria beoordeeld. Door de beheerders wordt onder andere aandacht gegeven aan het beperken van concentraties in
beleggingen, de beleggingstijl en de afhankelijkheid van bepaalde actieve beleggingsstrategieën. ING beoordeelt regelmatig de
samenstelling van de beleggingen. In het algemeen zal ING de samenstelling van de beleggingen aanpassen aan de voorgenomen
samenstelling als individuele portefeuilles hun minimum of maximum bereiken.
Fondsbeleggingen naar type
Doelstelling
allocatie
2007
Aandelen
Schuldbewijzen
Overige
37
52
11
100
Percentage van
fondsbeleggingen
2006
2005
37
52
11
100
36
53
11
100
Gewogen
gemiddelde verwachte
lange termijn rendement
2006
2005
8,1
5,2
7,1
6,5
8,1
4,7
6,6
6,2
Per 31 december 2006 zijn onder aandelen voor EUR 14 miljoen (0,1% van de fondsbeleggingen) aandelen ING Groep begrepen (2005:
EUR 15 miljoen, 0,1% van de fondsbeleggingen). Overige bevat voor een bedrag van nihil ( 0,0% van de activa) onroerend goed dat op
31 december 2006 in gebruik is was door ING Groep.
Vaststelling van de Verwachte Return on Assets
Een belangrijk onderdeel van de financiële planning is de veronderstelling voor beleggingsrendement (Return On Assets, ROA). De
ROA wordt minstens een maal per jaar vastgesteld, hierbij rekening houdend met de samenstelling van de beleggingsmix, historische
rendementen op de diverse beleggingscategorieën van het fonds, en de huidige economische situatie. Op grond van deze factoren wordt
aangenomen dat de beleggingen van het fonds een gemiddeld rendement voor de lange termijn zullen behalen. Deze schatting is
gebaseerd op een gewogen gemiddeld rendement, na aftrek voor administratiekosten en externe beleggingskosten. Voor schattingsdoeleinden wordt verondersteld dat op de lange termijn de samenstelling van de beleggingen consistent zal zijn met de huidige
samenstelling. Veranderingen in de samenstelling van de beleggingen kunnen van invloed zijn op de gerapporteerde pensioenlasten,
de dekkingsgraad van het Plan en de noodzaak voor toekomstige stortingen.
ING Groep Jaarverslag 2006 139
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
Gewogen gemiddelden van belangrijkste actuariële veronderstellingen in % per jaar per 31 december
Disconteringsfactor
Verwachte salarisontwikkeling
(exclusief verhogingen uit hoofde van promoties)
Trendmatige ontwikkeling van medische kosten
Consumentenprijsinflatie
Pensioenvergoedingen
2006
2005
Uitkeringen na
dienstverband anders
dan pensioenen
2006
2005
4,80
4,25
5,40
4,25
2,75
2,50
2,00
1,75
3,50
6,10
2,25
2,50
4,25
1,75
Deze veronderstellingen zijn gewogen gemiddelden naar grootte van de pensioenverplichtingen. De veronderstellingen met betrekking
tot de salarisontwikkeling, rentedisconteringsfactoren en andere pensioenaanpassingen geven de specifieke omstandigheden in het
desbetreffende land weer.
Een stijging van 1% van de veronderstelde trendmatige ontwikkeling van medische kosten voor toekomstige jaren zou op 31 december
2006 hebben geresulteerd in een additionele verplichting van EUR 2 miljoen (2005: EUR 84 miljoen) en geen stijging van de lasten voor
het jaar (2005: EUR 7 miljoen). Een daling van 1% van de trendmatige ontwikkeling van medische kosten voor toekomstige jaren zou op
31 december 2006 hebben geresulteerd in een vrijval van de verplichtingen van EUR 2 miljoen (2005: EUR 66 miljoen) en geen daling van
de lasten voor het jaar (2005: EUR 5 miljoen).
Toekomstige kasstromen
Voor 2007 is de verwachte afdracht voor de pensioenregelingen EUR 904 miljoen.
De toekomstige uitkeringen, in lijn met de toekomstige diensttijden, zijn als volgt:
Uitkeringen
Pensioen
verplichtingen
2007
2008
2009
2010
2011
Jaren 2012 – 2016
140 ING Groep Jaarverslag 2006
224
226
229
229
229
1.394
Uitkeringen na
dienstverband
anders dan pensioenen
21
22
22
22
22
118
Additionele informatie bij de geconsolideerde balans van ING Groep
bedragen in miljoenen euro’s, tenzij anders aangegeven
22 ACTIVA EN PASSIVA NAAR CONTRACTUELE LOOPTIJD
Activa en passiva naar contractuele looptijd
2006
ACTIVA
Liquide middelen
Bankiers
Financiële activa tegen reële waarde met
waardemutaties door het resultaat
– activa voor handelsdoeleinden (2)
– niet-handelsderivaten
– geclassificeerd als activa tegen reële
waarde met waardemutaties door
het resultaat
Beleggingen
– beschikbaar-voor-verkoop
– tot einde looptijd aangehouden
Kredieten
Herverzekeringscontracten
Immateriële vaste activa
Overlopende acquisitiekosten
Overige activa
Activa zonder vaste looptijd (1)
Totaal activa
VREEMD VERMOGEN
Preferente aandelen
Achtergestelde leningen
Uitgegeven schuldbewijzen
Overige leningen
Verzekerings- en beleggingscontracten
Bankiers
Toevertrouwde middelen
Financiële verplichtingen tegen reële
waarde met waardemutaties door het
resultaat
– verplichtingen voor handelsdoeleinden (2)
– niet-handelsderivaten
– geclassificeerd als verplichtingen tegen
reële waarde met waardemutaties
door het resultaat
Overige schulden
Totaal vreemd vermogen
(1)
(2)
Einde
Langer
looptijd
dan
niet van
5 jaar toepassing
Minder
dan een
maand
1-3
maanden
3-12
maanden
1-5
jaren
14.326
19.742
5.441
2.619
7.277
4.789
140
126
314
2.263
3.672
187
420
1.435
874
3.509
6.399
87
107.295
23
7.522
154
13.919
60
11.626
563
23.795
440
71
76.959
7.683
84.601
571
143
148.254
9.173
241.539
2.281
9.365
1.801
10.167
8.309
922
157.564
29.443
51.030
188.680
414.139
14.326
39.868
193.977
6
26.946
4.475
3.556
15.094
15.374
9.803
1.837
11.677
10.879
16.690
13.701
9.987
34.003
4.077
12.197
10.103
10.704
103.524
539
4.595
93
95
331
1.786
2.591
617
8.562
569.889
581
714
66.835
2.081
5.117
58.415
6.285
6.300
88.336
4.138
1.229
137.423
193.977
6.521
6.425
43.161
3.288
3.154
3.308
10.163
499
127.895
385.451
215
6.014
17.580
2.636
2.327
90.250
447.824
Totaal
113.596
127.975
38
293.921
17.660
474.437
6.529
3.522
10.163
31.063
127.895
1.226.307
215
6.014
78.133
29.639
268.683
120.839
496.680
127.975
4.934
13.702
16.356
38.278
264.194 1.185.092
In activa zonder vaste looptijd zijn begrepen:
– gebouwen en bedrijfsmiddelen
– beleggingen in onroerend goed
– beleggingen voor risico van polishouders
– deelnemingen.
Activa en passiva voor handelsdoeleinden worden in bovenstaande tabel gepresenteeerd als Einde looptijd niet van toepassing omdat deze worden aangehouden voor
speculatieve doeleinden op korte termijn. De contractuele looptijd is in het algemeen meer dan 5 jaar.
Een toelichting op het renterisico dat ING Groep loopt is begrepen in de paragraaf Risicobeheer. In deze paragraaf is een
gevoeligheidsanalyse opgenomen voor renterisico in plaats van een toelichting op renteherzieningsdata en effectieve rentevoeten
omdat deze gevoeligheidsanalyse beter aansluit bij de wijze waarop ING Groep het renterisico beheerst.
ING Groep Jaarverslag 2006 141
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Additionele informatie bij de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
Activa en passiva naar contractuele looptijd
2005
ACTIVA
Liquide middelen
Bankiers
Financiële activa tegen reële waarde met
waardemutaties door het resultaat
– activa voor handelsdoeleinden (2)
– niet-handelsderivaten
– geclassificeerd als activa tegen reële
waarde met waardemutaties door
het resultaat
Beleggingen
– beschikbaar-voor-verkoop
– tot einde looptijd aangehouden
Kredieten
Herverzekeringscontracten
Immateriële vaste activa
Overlopende acquisitiekosten
Overige activa
Activa zonder vaste looptijd (1)
Totaal activa
VREEMD VERMOGEN
Preferente aandelen
Achtergestelde leningen
Uitgegeven schuldbewijzen
Overige leningen
Verzekerings- en beleggingscontracten
Bankiers
Toevertrouwde middelen
Financiële verplichtingen tegen reële
waarde met waardemutaties door
het resultaat
– verplichtingen voor handelsdoeleinden (2)
– niet-handelsderivaten
– geclassificeerd als verplichtingen tegen
reële waarde met waardemutaties door
het resultaat
Overige schulden
Totaal vreemd vermogen
(1)
(2)
Einde
looptijd
niet van
toepassing
Minder
dan een
maand
1-3
maanden
3-12
maanden
1-5
jaren
Langer
dan
5 jaar
13.084
20.790
5.964
5.138
9.949
5.625
170
177
254
1.822
5.421
149.187
–78
149.187
7.766
107
309
1.184
2.909
4.963
758
10.230
5.332
456
89.382
39
4.249
77
14.276
57
12.036
875
29.258
895
71
80.195
6.548
81.778
437
143
163.769
10.980
224.221
1.206
9.255
1.721
9.109
5.626
993
138.615
26.830
58.820
189.407
417.178
Totaal
13.084
47.466
40.126 305.707
1
18.937
266
439.181
5.651
8.285
3.447
3.661
9.604
9.604
3.456
30.160
115.371
115.371
327.789 1.158.639
296
6.096
296
6.096
81.262
32.252
263.487
122.234
465.712
18.933
9.396
1.896
78.827
394.141
15.581
4.743
2.709
21.883
47.310
10.543
3.506
8.962
15.623
9.446
22.360
11.216
20.120
4.317
5.752
13.845
3.360
94.974
1.584
9.063
76
200
1.708
1.452
2.812
92.058
6.248
112
7.966
511.347
510
3.272
96.208
1.538
14.955
66.281
5.072
5.610
75.899
4.330
3.992
133.960
11.562
3.212
39.007
236.519 1.120.214
31
134.826
92.058
In activa zonder vaste looptijd zijn begrepen:
– gebouwen en bedrijfsmiddelen
– beleggingen in onroerend goed
– beleggingen voor risico van polishouders
– deelnemingen.
Activa en passiva voor handelsdoeleinden worden in bovenstaande tabel gepresenteeerd als Einde looptijd niet van toepassing omdat deze worden aangehouden voor
speculatieve doeleinden op korte termijn. De contractuele looptijd is in het algemeen meer dan 5 jaar.
142 ING Groep Jaarverslag 2006
23 DERIVATEN EN HEDGE ACCOUNTING
Gebruik derivaten en hedge accounting
Zoals ook beschreven in de paragraaf Risicobeheer, maakt ING Groep gebruik van derivaten (met name renteswaps en ‘cross currency
interest rate swaps’) om economisch gezien risico’s af te dekken. Deze hedges maken onderdeel uit van de beheersing van verschillende
portefeuilles van activa en passiva en van de beheersing van structurele posities. Doelstelling is om het totale risicoprofiel terug te
brengen door posities in te nemen met een risicoprofiel tegengesteld aan dat van een oorspronkelijke positie. Met het afdekken van
risico’s wordt beoogd de kosten die gepaard gaan met het verkrijgen van vreemd vermogen te reduceren en marktrisico’s te beperken
als gevolg van structurele risicoposities in rentegevoeligheid en andere risico’s. Daarnaast worden risico’s afgedekt die samenhangen
met uitstaande hypotheekoffertes in de retailmarkt en rentemarges tussen bestaande activa en passiva.
De verwerking van deze transacties in de jaarrekening hangt af van de activa en passiva waarvan de risico’s worden afgedekt en van het
wel of niet voldoen aan de hedge accounting criteria onder IFRS-EU. De verwerking van derivaten die voldoen aan de hedge accounting
criteria onder IFRS-EU is afhankelijk van de afgedekte activa of passiva en van het toegepaste hedge accounting model. Onder IFRS-EU
zijn drie hedge accounting modellen mogelijk: reële waarde hedges, kasstroomhedges en hedges van netto-investeringen in buitenlandse
bedrijfsonderdelen. Deze worden hieronder besproken. De waarderingsgrondslagen voor de hedge accounting modellen worden
besproken in de paragraaf Grondslagen voor de geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening van ING Groep.
Om voor hedge accounting onder IFRS-EU in aanmerking te komen, moet aan bepaalde strikte criteria worden voldaan. Bepaalde hedges
die vanuit het oogpunt van risicobeheer effectief zijn, kwalificeren niet voor hedge accounting onder IFRS-EU. De waardemutaties van
derivaten die niet in aanmerking komen voor hedge accounting worden in de winst- en verliesrekening verantwoord. De hieruit
voortvloeiende schommelingen in het resultaat worden soms tegengegaan door de afgedekte activa en passiva te classificeren als
activa of passiva tegen reële waarde met waardemutaties door het resultaat. Zowel gedurende de hedge als bij aanvang kan worden
geconcludeerd dat de hedge niet (langer) aan de IFRS-EU vereisten voldoet. Hierdoor kunnen deze hedges resultaatschommelingen
veroorzaken die vanuit een economisch gezichtspunt niet verwacht zouden worden.
Voor de rente- en valutaderivaten geven de nominale of contractuele bedragen alleen de nominale waarde van het contract weer.
Het nominale bedrag is geen indicatie van het werkelijke risico dat per 31 december wordt gelopen.
Om het kredietrisico te beheren gebruikt ING Groep kredietderivaten, waaronder ‘credit default swaps’ en ‘total return swaps’ om
bescherming te kopen of te verkopen tegen kredietrisico’s in lening-, beleggings- of handelsportefeuilles. Met betrekking tot
kredietderivaten wordt nauwelijks hedge accounting toegepast. Deze kredietderivaten hebben op 31 december 2005 en
31 december 2006 niet geleid tot een significante daling van het kredietrisico waaraan ING is blootgesteld.
Reële waarde hedges
Reële waarde hedges binnen ING Groep bestaan voornamelijk uit renteswaps en ‘cross currency interest rate swaps’ die voor
vastrentende instrumenten bescherming bieden tegen wijzigingen in reële waarde als gevolg van wijzigingen in de rentestand.
Waardemutaties van derivaten onder reële waarde hedges worden verantwoord in de winst- en verliesrekening. Het deel van de
waardemutaties van het afgedekte instrument dat betrekking heeft op het afgedekte risico worden tevens in de winst- en verliesrekening
verantwoord. Hierdoor wordt per saldo alleen het ineffectieve deel van de hedge in de winst- en verliesrekening verantwoord.
In 2006 heeft ING Groep een bedrag van EUR 41 miljoen verantwoord als veranderingen in reële waarde van derivaten in reële waarde
hedges. Dit bedrag wordt deels gecompenseerd door een bedrag van EUR 8 miljoen verantwoord als wijziging in reële waarde van activa
en passiva die deel uitmaken van reële waarde hedges. Dit heeft geresulteerd in een resultaat van EUR 49 miljoen verantwoord
als het ineffectieve deel van reële waarde hedges. Op 31 december 2006 bedroegen de derivaten die onderdeel uitmaken van reële
waarde hedges EUR 474 miljoen (2005: EUR –158 miljoen). Dit bedrag wordt in de balans gepresenteerd als EUR 1.080 miljoen (2005:
EUR 1.178 miljoen) aan positieve reële waarden onder de activa en EUR 606 miljoen (2005: EUR 1.336 miljoen) aan negatieve reële
waarden onder de passiva.
Bij het afdekken van renterisico’s maakt ING Groep gebruik van de EU ‘carve-out’ van IFRS door reële waarde hedges toe te passen op
portefeuilleniveau. De EU ‘carve-out’ maakt het mogelijk om een groep van derivaten (gedeeltelijk) onderdeel uit te laten maken van een
hedge. Verder maakt de EU ‘carve-out’ bepaalde beperkingen met betrekking tot het hedgen van deposito’s en het niet geheel hedgen
van risico’s (onder-hedgen) ongedaan. Door gebruik te maken van de EU ‘carve-out’ kunnen deposito’s onderdeel worden gemaakt van
een hedgerelatie en is er alleen sprake van ineffectiviteit als het geschatte bedrag aan kasstromen in een bepaalde periode onder het in
de hedgerelatie aangewezen bedrag valt.
ING Groep Jaarverslag 2006 143
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Additionele informatie bij de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
Kasstroomhedges
Kasstroomhedges bestaan voornamelijk uit (forward) renteswaps en ‘cross currency interest rate swaps’ die worden gebruikt om ING
Groep te beschermen tegen fluctuaties in kasstromen uit hoofde van rente van niet-handelsportefeuilles die variabel rentend zijn of die
in de toekomst worden geherfinancierd of worden herbelegd. De bedragen en timing van de kasstromen worden voor elke portefeuille
van activa en passiva geschat op basis van contractuele voorwaarden en andere relevante factoren waaronder vervroegde aflossingen
en wanbetaling. Deze kasstromen betreffen zowel rente als aflossing. Het totaal van deze kasstromen vormt de basis voor het bepalen
van het nominale bedrag dat onderhevig is aan renterisico en deel uit maakt van de kasstroomhedge.
Winsten en verliezen op het effectieve deel van de derivaten die onderdeel zijn van kasstroomhedges worden verantwoord in het eigen
vermogen. De rentestromen van de derivaten worden in dezelfde periode in de winst- en verliesrekening als rente verantwoord als de
rente van de afgedekte positie. Winsten en verliezen op het ineffectieve deel van de derivaten wordt verantwoord in het resultaat.
In 2006 heeft ING Groep een bedrag van EUR –690 miljoen (na belasting) in het eigen vermogen verantwoord als veranderingen in reële
waarde van derivaten in kasstroomhedges. Daardoor bedroeg de kasstroomhedge reserve in het eigen vermogen per 31 december 2006
EUR 1.819 miljoen (2005: EUR 2.974 miljoen) bruto en EUR 1.356 miljoen (2005: EUR 2.046 miljoen) na latente belastingen. Dit bedrag
fluctueert met de reële waarde van de derivaten in de kasstroomhedges en wordt in het resultaat verantwoord over de looptijd van de
afgedekte posities als rentebaten of rentelasten. De kasstroomhedgereserve heeft betrekking op een groot aantal derivaten en afgedekte
posities met verschillende looptijden. Voor verzekeringen lopen deze tot 40 jaren en voor de bank tot 21 jaren, met de grootste
concentraties voor verzekeringen van 20 jaar tot 25 jaar en voor de bank van 5 jaar tot 10 jaar. Het ineffectieve deel van de winsten
en verliezen op derivaten in kasstroomhedges verantwoord in het resultaat bedroeg in 2006 EUR –7 miljoen (2005: EUR –1 miljoen).
Op 31 december 2006 bedroegen de derivaten die onderdeel uitmaken van kasstroomhedges EUR 1.921 miljoen (2005:
EUR 2.737 miljoen). Dit bedrag wordt in de balans gepresenteerd als EUR 3.617 miljoen (2005:EUR 3.729 miljoen) aan positieve
reële waarden onder de activa en EUR 1.696 miljoen (2005: EUR 992 miljoen) aan negatieve reële waarden onder de passiva.
Hedges van netto-investeringen in buitenlandse bedrijfsonderdelen
Hedges van netto-investeringen in buitenlandse bedrijfsonderdelen bestaan uit derivaten (valuta forwards en swaps) en andere financiële
instrumenten zoals leningen in vreemde valuta die worden gebruikt om bescherming te bieden tegen valutarisico gerelateerd aan
buitenlandse deelnemingen.
Winsten en verliezen op het effectieve deel van de derivaten die onderdeel zijn van hedges van netto-investeringen in buitenlandse
bedrijfsonderdelen worden verantwoord in het eigen vermogen. Als de deelneming wordt verkocht, valt het gerelateerde deel van de
reserve vrij in het resultaat. Winsten en verliezen op het ineffectieve deel van de derivaten worden verantwoord in het resultaat.
Op 31 december 2006 bedroegen de derivaten die onderdeel uitmaken van hedges van netto-investeringen in buitenlandse
bedrijfsonderdelen EUR –4 miljoen (2005: EUR –59 miljoen). Dit bedrag wordt in de balans gepresenteerd als EUR 3 miljoen (2005:
EUR 32 miljoen) aan positieve reële waarden onder de activa en EUR 7 miljoen (2005: EUR 91 miljoen) aan negatieve reële waarden
onder de passiva.
Het ineffectieve deel van hedges van netto-investeringen in buitenlandse bedrijfsonderdelen verantwoord in het resultaat bedroeg in
2006 EUR –12 miljoen (2005: EUR –16 miljoen).
144 ING Groep Jaarverslag 2006
24 MAXIMALE KREDIETRISICO
Het maximale kredietrisico voor ING Groep per 31 december 2006 en 2005 is als volgt:
Maximale kredietrisico
2006
2005
14.326
13.084
36.411
26.877
3.461
20.596
38.287
118.459
22.514
6.521
38.299
80.527
20.254
7.766
Liquide middelen
Bankiers
– leningen en voorschotten aan banken
– liquide middelen, rekening courant
en overige tegoeden
Activa voor handelsdoeleinden
– schuldbewijzen
– leningen en schuldbewijzen
– derivaten
Niet-handelsderivaten
Geclassificeerd als activa tegen reële waarde
met waardemutaties door het resultaat
Schuldbewijzen beschikbaar-voor-verkoop
Schuldbewijzen tot einde looptijd aangehouden
Kredieten
– polis beleningen
– leningen aan of gegarandeerd door de overheid
– leningen met hypothecaire zekerheid
– leningen gegarandeerd door kredietinstellingen
– persoonlijke leningen
– overige particuliere leningen
– overige zakelijke leningen
– overige
Herverzekeringscontracten
Herverzekering en verzekeringsvorderingen
Overige
Maximale kredietrisico uit de balans blijkend
6.425
275.696
17.660
10.230
289.241
18.937
3.566
25.951
235.812
2.402
4.649
22.141
181.939
1.517
6.529
4.105
5.572
1.033.943
3.536
31.442
209.188
1.826
5.961
25.142
168.295
941
8.285
3.144
7.468
991.039
Niet uit de balans blijkende krediet verplichtingen:
– verplichtingen – Verzekeringen
– garanties – Verzekeringen
– verdisconteerde wissels – Bank
– garanties – Bank
– onherroeplijke acreditieven – Bank
– overige – Bank
– onherroepelijke faciliteiten
Maximale kredietrisico niet uit de balans blijkend
4.636
319
3
17.297
8.456
623
90.384
121.718
4.049
237
5
15.933
7.436
396
85.098
113.154
1.155.661
1.104.193
Maximale kredietrisico
Het maximale kredietrisico voor de verschillende balansposten is de betreffende balanswaarde. Voor niet uit de balans blijkende
verplichtingen is dit het maximale bedrag dat uitbetaald zou kunnen worden. Ontvangen zekerheden zijn hierbij niet in
beschouwing genomen.
ING Groep Jaarverslag 2006 145
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Additionele informatie bij de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
25 ACTIVA NIET TER VRIJE BESCHIKKING
Niet ter vrije beschikking staande activa bestaan voornamelijk uit rentedragende waardepapieren die tot meerdere zekerheid dienen
voor bij De Nederlandsche Bank en andere banken opgenomen gelden en worden voorst aangehouden in verband met marginaccountverplichtingen en overige wettelijke vereisten.
Activa niet ter vrije beschikking kunnen als volgt worden onderverdeeld naar zekerheidsstelling:
Activa niet ter vrije beschikking
Toevertrouwde
middelen en uitgegeven
schuldbewijzen
2006
2005
Beleggingen
Kredieten
Bankiers
Overige activa
2.686
548
8
3.700
6.942
3.533
1.101
328
1.712
6.674
2006
Bankiers
2005
4.483
2
1.100
1.016
6.601
4.245
1
899
912
6.057
Zekerheidsstellingen
van niet uit de balans
blijkende verplichtingen
2006
2005
96
7
532
635
116
375
328
819
Overige
voorwaardelijke
verplichtingen
2006
2005
590
840
590
84
924
2006
Totaal
2005
7.759
646
1.115
5.248
14.768
8.618
1.218
1.602
3.036
14.474
Naast de in de tabel genoemde bedragen had ING Bank N.V. op 31 december 2006 de verplichting om een reserve bij De Nederlandsche
Bank (DNB) aan te houden met een maandsgemiddelde van EUR 5.295 miljoen (2005: EUR 3.747 miljoen). Op 31 december 2006
bedroeg deze reserve EUR 4.706 miljoen (2005: 4.054 miljoen).
De activa niet ter vrije beschikking hebben geen significante voorwaarden anders dan de zekerheidsstelling.
26 VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN EN TOEZEGGINGEN
ING Groep is betrokken bij activiteiten waar risico’s aan zijn verbonden die niet of niet volledig in de geconsolideerde balans tot
uitdrukking komen. Om in de behoefte van haar klanten te voorzien, biedt ING Groep kredietgerelateerde financiële producten aan.
Dit betreft ook de traditionele kredietgerelateerde ‘off-balance sheet’ instrumenten.
Voorwaardelijke verplichtingen en toezeggingen
Verzekeringsactiviteiten
Verplichtingen
Garanties
Bancaire activiteiten
Voorwaardelijke verplichtingen van
– verdisconteerde wissels
– garanties
– onherroepelijke accreditieven
Overige
Onherroepelijke faciliteiten
2006
2005
4.636
319
4.955
4.049
237
4.286
3
17.297
8.456
623
26.379
5
15.933
7.436
396
23.770
90.384
121.718
85.098
113.154
Garanties betreffen zowel kredietvervangende als niet-kredietvervangende garanties. Kredietvervangende garanties zijn door ING Groep
verstrekte garanties met betrekking tot door derden aan klanten verleende kredieten. Naar verwachting zullen de meeste garanties
aflopen zonder dat daarop aanspraak wordt gemaakt en zullen dientengevolge geen toekomstige kasstromen veroorzaken. De garanties
zijn over het algemeen kortlopend van karakter. Behalve de garanties die begrepen zijn in de voorwaardelijke verplichtingen, heeft ING
Groep ook garanties afgegeven als deelnemer in collectieve garantieregelingen die zijn opgezet op initiatief van landelijke
bedrijfstakorganisaties, of die verplicht zijn voorgeschreven door de overheid in bepaalde landen.
146 ING Groep Jaarverslag 2006
Onherroepelijke accreditieven garanderen hoofdzakelijk betalingen aan derden voor binnenlandse en buitenlandse handelstransacties
in het kader van de financiering van goederenzendingen. Het kredietrisico dat ING Groep loopt is beperkt aangezien de verzonden
goederen bij deze transacties als onderpand dienen en de transacties kortstondig van duur zijn.
Overige voorwaardelijke verplichtingen betreffen hoofdzakelijk geaccepteerde wissels en hebben een korte looptijd.
Onherroepelijke faciliteiten bestaan voornamelijk uit onherroepelijke kredietfaciliteiten die zijn toegezegd aan zakelijke klanten, maar
waarop nog geen beroep is gedaan. Veel van deze faciliteiten zijn toegezegd voor een vastgestelde tijdsduur en tegen een variabel
rentepercentage. Het kredietrisico en renterisico dat ING Groep loopt bij deze transacties is beperkt. Voor het merendeel van de
onherroepelijke kredietfaciliteiten waarop geen beroep is gedaan, is zekerheid gesteld in de vorm van onderpand of contra-garanties van
de overheid en vrijgestelde organen onder de solvabiliteitsrichtlijnen. Onder onherroepelijke faciliteiten worden tevens de toezeggingen
tot het aankopen van nog door overheden en private instellingen uit te geven effecten opgenomen. Geen van de activa dienend als
onderpand hebben voorwaarden of condities die materieël zijn.
Toekomstige huurverplichtingen uit hoofde van operationele leasecontracten
2007
2008
2009
2010
2011
Boekjaren na 2011
198
198
185
171
163
332
27 SPECIAL PURPOSE ENTITIES (SPE’S) EN SECURITISATIES
Securitisaties
ING als originator
Om het kredietrisico op eigen activa te verlagen maakt ING gebruik van synthetische securitisaties. Bij synthetische securitisaties sluit ING
een kredietderivaat af met een ‘Special Purpose Entity’ (SPE). Onder dit contract koopt ING bescherming tegen kredietrisico op bepaalde
(hypothecaire) leningen en leningen verstrekt aan het midden- en kleinbedrijf. De SPE dekt dit kredietrisico vervolgens af door ‘credit
linked notes’ uit te geven. Als gevolg van deze transacties heeft ING een groot deel van het kredietrisico op deze portefeuilles
afgewenteld op investeerders. In het algemeen hebben deze investeerders alleen verhaalsrecht op de activa van de SPE en niet op
de activa van ING Groep.
Na securitisatie blijven deze activa opgenomen op de balans van ING Groep onder Kredieten.
Gesecuritiseerde eigen activa
Leningen aan het midden- en kleinbedrijf
Asset backed securities
Zakelijke leningen
Leningen met hypothecaire zekerheid
Totaal
2006
2005
8.859
7.126
4.851
7.978
28.814
4.491
7.433
5.594
4.397
21.915
ING als sponsor van een ‘multi-seller conduit’
In het kader van haar normale werkzaamheden, ondersteunt ING Groep haar relaties bij het verkrijgen van financieringsmiddelen door
het opzetten van transacties waarbij vorderingen van deze relaties of andere financiële activa worden verkocht aan een SPE. Om deze
aankopen te financieren geeft de SPE in de markt ‘asset-backed commercial paper’ uit. ING Groep als administrateur, ondersteunt deze
transactie door deze te structureren, door het verlenen van administratieve en operationele diensten en door het verstrekken van
financieringsfaciliteiten.
ING Groep Jaarverslag 2006 147
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Additionele informatie bij de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
ING Groep ondersteunt de commercial paper uitgiftes door de SPE’s korte termijn liquiditeitsfaciliteiten te verschaffen. Deze faciliteiten
zijn bedoeld om tijdelijke verschillen tussen vraag en aanbod in de markt voor commercial paper op te vangen. Zodra deze
liquiditeitsfaciliteit door de SPE gebruikt wordt, loopt ING Groep het normale kredietrisico. In een aantal gevallen verstrekt ING Groep
naast de gewone liquiditeitsfaciliteiten tevens aanvullende liquiditeitsfaciliteiten, waarbij ING Groep tot op zekere hoogte het kredietrisico
dat aan de commercial paper uitgifte verbonden is, overneemt. Hieruit kunnen kredietverliezen voortvloeien. Verder garandeert ING
Groep tot een beperkt bedrag, in geval van een Program Wide Credit Enhancement, aan de investeerders in het commercial paper alle
overblijvende verliezen binnen de SPE. Deze verschillende faciliteiten hebben elk een eigen risicoprofiel. Zij worden slechts aan de SPE
verstrekt nadat de bij ING Groep gebruikelijke beoordeling heeft plaatsgevonden ten aanzien van kredietrisico en liquiditeitsrisico. Voor
het verlenen van deze diensten en het ter beschikking stellen van faciliteiten worden marktconforme commissies in rekening gebracht.
De verstrekte reguliere korte termijn liquiditeitsfaciliteiten en de aanvullende liquiditeitsfaciliteiten zijn verantwoord onder de
onherroepelijke faciliteiten.
Collateralised debt obligations (CDO)-transacties
Ten behoeve van CDO-transacties gebruikt ING Groep SPE’s. Bij een standaard CDO-transactie wordt een SPE gebruikt om een samenstel
van effecten met een rating uit te geven, welke worden gedekt door overdraagbare schuldinstrumenten. Bij deze transacties vervult ING
vaak meerdere rollen:
– ING Groep arrangeert de transactie, zet de SPE op, verwerft de activa die aan de SPE worden verkocht en verkoopt de CDO aan
investeerders;
– ING Groep is verantwoordelijk voor het beheer van de activa in de SPE waarbij het beheer geschiedt op basis van strikte voorwaarden
zoals verwoord in de statuten van de SPE;
– ING Groep is investeerder.
ING Groep ontvangt een marktgerelateerde vergoeding voor het opzetten en verkopen van CDO’s aan investeerders.
ING als investeerder
ING investeert in schuldpapier uitgegeven door securitisatie SPE’s als onderdeel van haar beleggingsactiviteiten. Voor sommige
securitisatieprogramma’s houdt ING beperkte posities aan in de rol van market maker.
Daarnaast investeert ING door kredietbescherming te verkopen door middel van kredietderivaten.
Andere entiteiten
ING Groep is ook betrokken bij SPE’s die worden gebruikt in bijvoorbeeld structured finance en lease transacties.
Beleggingsfondsen
ING als fondsbeheerder en belegger
ING lanceert nieuwe beleggingsfondsen waarin ING bij oprichting optreedt als fondsmanager en enige investeerder. Daarna worden
derden gezocht die willen investeren in het fonds waardoor het aandeel van ING wordt teruggebracht. In het algemeen houdt ING
een bescheiden aandeel in het fonds aan.
ING als fondsbeheerder
ING treedt als fondsbeheerder op voor verschillende fondsen. Beheerprovisies die hiervoor in rekening worden gebracht zijn marktconform.
ING treedt voor deze fondsen op in een fiduciaire rol en neemt daarom deze fondsen niet op in de geconsolideerde jaarrekening.
148 ING Groep Jaarverslag 2006
28 BELANGRIJKSTE DOCHTERONDERNEMINGEN EN AANKOOP EN VERKOOP VAN GROEPSMAATSCHAPPIJEN
De belangrijkste dochterondernemingen van ING Groep zijn als volgt:
Dochterondernemingen onderdeel van het verzekeringsbedrijf
ING Verzekeringen N.V.
ING Verzekeringen Nederland N.V.
ING Vastgoed Belegging B.V.
Nationale-Nederlanden Levensverzekering Maatschappij N.V.
Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V.
Parcom Ventures B.V.
Postbank Levensverzekering N.V.
Postbank Schadeverzekering N.V.
RVS Levensverzekering N.V.
RVS Schadeverzekering N.V.
Movir N.V.
ING Insurance N.V.
ING Zivotna Poistovna a.s.
ING Nationale-Nederlanden Polska S.A.
ING Nationale-Nederlanden Polska Powszechne Towarzystwo Emerytaine S.A.
ING Asigurari de Viata S.A.
ING Greek Life Insurance Company S.A.
ING Greek General Insurance Company S.A.
ING Nationale-Nederlanden Magyarorszagi Biztosito Rt.
Nationale Nederlanden Vida, Compañia de Seguros y Reaseguros S.A.
Nationale Nederlanden Generales, Compañia de Seguros y Reaseguros S.A.
ING Canada Inc.
Belair Insurance Company Inc.
ING Insurance Company of Canada
ING Novex Insurance Company of Canada
ING America Insurance Holdings, Inc.
ING International Insurance Holdings, Inc.
ING Life Insurance and Annuity Company
ING North America Insurance Corporation
Lion Connecticut Holdings Inc.
ReliaStar Life Insurance Company
ReliaStar Life Insurance Company of New York
Security Life of Denver Insurance Company
ING USA Annuity and Life Insurance Company
ING Seguros de Vida S.A.
ING Afore S.A. de C.V.
Seguros Comercial America S.A. de C.V.
ING Life Insurance Company (Japan) Limited
ING Life Insurance Company (Korea) Limited
ING Life Insurance Company of America
ING Australia Holdings Limited
ING Australia Pty Limited
ING Re (Nederland) N.V.
Nederland
Nederland
Nederland
Nederland
Nederland
Nederland
Nederland
Nederland
Nederland
Nederland
Nederland
België
Slowakije
Polen
Polen
Roemenië
Griekenland
Griekenland
Hongarije
Spanje
Spanje
Canada
Canada
Canada
Canada
Verenigde Staten
Verenigde Staten
Verenigde Staten
Verenigde Staten
Verenigde Staten
Verenigde Staten
Verenigde Staten
Verenigde Staten
Verenigde Staten
Chili
Mexico
Mexico
Japan
Zuid Korea
Verenigde Staten
Australië
Australië
Nederland
ING Groep Jaarverslag 2006 149
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Additionele informatie bij de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
Dochterondernemingen onderdeel van de bancaire activiteiten
ING Bank N.V.
ING Bank Nederland N.V.
Bank Mendes Gans N.V.
ING Lease Top Holding B.V.
ING Corporate Investments B.V.
ING Trust (Nederland) B.V.
ING Vastgoed Management Holding B.V.
InterAdvies N.V.
Nationale-Nederlanden Financiële Diensten B.V.
ING Commercial Finance B.V.
Postbank N.V.
Postbank Groen N.V.
Stichting Regio Bank
Westland Utrecht Hypotheekbank N.V.
ING België N.V.
ING Bank Slaski S.A. Katowicach
ING Bank Deutschland A.G.
ING Financial Holdings Corporation
ING Trust (Antilles) N.V.
ING Middenbank Curaçao N.V.
ING Vysya Bank Ltd.
ING Direct N.V.
150 ING Groep Jaarverslag 2006
Nederland
Nederland
Nederland
Nederland
Nederland
Nederland
Nederland
Nederland
Nederland
Nederland
Nederland
Nederland
Nederland
Nederland
België
Polen
Duitsland
Verenigde Staten
Nederlandse Antillen
Nederlandse Antillen
India
Canada, Duitsland, Spanje, Australië, Frankrijk,
Verenigde Staten, Italië, Verenigd Koninkrijk
Aankoop van groepsmaatschappijen in 2006
bedragen in miljoenen euro’s
ABN AMRO
Asset
Management
Taiwan, Ltd
Appleyard
Summit REIT
Totaal
aankopen
Algemeen
Belangrijkste branche
Verzekeringen
Bank
Bank
Datum van acquisitie
27 oktober
2006
1 juli
2006
5 oktober
2006
100%
100%
56%
Aankoopprijs
Aankoopprijs
Aankoopprijs in contanten
65
65
110
110
2.132
2.132
2.307
2.307
Overgenomen liquiditeiten
Kasstroom bij koop
19
46
110
2.132
19
2.288
Percentage verkregen stemrecht
Activa
Liquiditeiten
Beleggingen
Bankiers
Financiële activa tegen reële waarde met
waardemutaties door het resultaat
Diverse overige activa
23
2
1
2
332
Vreemd vermogen
Bankiers
Diverse overige passiva
Eigen vermogen
Belangen van derden
Verkregen netto activa
4
24
238
52
42
24
42
Geactiveerde goodwill (1)
41
54
Winst sinds datum van acquisitie
Baten als acquisitie begin van het jaar zou zijn geweest
–1
2
1
33
(1)
2.132
23
2.134
1
793
34
795
366
73
2.886
754
2.132
238
129
2.952
754
2.198
95
8
131
8
166
Goodwill verantwoord op kleine acquisities bedraagt EUR 74 miljoen waardoor het totale bedrag aan goodwill EUR 169 miljoen bedraagt. Zie ook noot 9
‘Immateriële vaste activa’.
In juli 2006 heeft ING 100% van Appleyard Vehicles Contracts, een autoleasebedrijf in Groot Brittannië, gekocht. De kostprijs bedroeg
EUR 110 miljoen.
In oktober 2006 heeft ING 56% van Summit Real Estate Investment Trust (Summit REIT) gekocht voor een bedrag van EUR 2.132 miljoen.
Summit REIT bezit een portefeuille van industrieel onroerend goed van hoge kwaliteit verspreid over de belangrijkste markten van Canada.
In oktober 2006 kocht ING voor EUR 65 miljoen 100% van de geregistreerde beleggingsinstelling ABN Amro Asset Management
(Taiwan) Ltd. De aankoop versterkt de bestaande positie van ING als grootste vermogensbeheerder in Taiwan.
ING Groep Jaarverslag 2006 151
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Additionele informatie bij de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
Verkoop van groepsmaatschappijen in 2006
Williams
de Broë
Deutsche
Hypothekenbank AG
Degussa
Bank
Bank
Bank
Bank
Verkoop opbrengst
Verkoop opbrengst
Opbrengst in contanten
19
19
275
275
195
195
489
489
Liquiditeiten in verkochte groepsmaatschappij
Kasstroom bij verkoop
19
11
264
27
168
38
451
27
228
14
11
9.556
16.884
5.928
2.334
187
38
9.556
19.446
6.129
5
27
3.280
747
162
163
3.447
937
64
2.439
8.984
24.541
442
84%
370
198
2.184
286
205
100%
205
2.701
11.168
25.025
659
bedragen in miljoenen euro’s
Algemeen
Belangrijkste branche
Activa
Liquiditeiten
Beleggingen
Kredieten
Bankiers
Financiële activa tegen reële waarde met
waardemutaties door het resultaat
Diverse overige activa
Vreemd vermogen
Bankiers
Toevertrouwde middelen
Diverse overige passiva
Eigen vermogen
% verkocht
Netto activa verkocht
198
12
100%
12
Totaal
verkopen
587
In juni 2006 verkocht ING haar effectenmakelaarskantoor in Groot Brittannië Williams de Broë Plc voor EUR 22 miljoen. De verkoop is
onderdeel van de strategie van ING om zich op kernactiviteiten te richten. Het resultaat van de verkoop is nog onderhevig aan aanpassingen.
In september 2006 verkocht ING haar 87,5% belang in Deutsche Hypothekenbank AG, een beursgenoteerde hypothekenbank in
Duitsland. De verkoop is onderdeel van de strategie van ING om zich op kernactiviteiten te richten. De verkoop resulteerde in een verlies
van EUR 83 miljoen.
In december 2006 verkocht ING haar belang in Degussa Bank, een onderdeel van ING Diba gespecialiseerd in het MKB. De verkoop
resulteerde in een verlies van EUR 23 miljoen.
152 ING Groep Jaarverslag 2006
Aankoop en verkoop van groepsmaatschappijen in 2005
Algemeen
Belangrijkste branche
Aankoopprijs
Aankoopprijs
Liquide middelen in verkregen/verkochte entiteit
Kasstroom bij koop/verkoop
Activa
Beleggingen
Kredieten
Bankiers
Diverse overige activa
Vreemd vermogen
Verzekerings- en beleggingscontracten
Bankiers
Toevertrouwde middelen
Diverse overige passiva
Eigen vermogen
Belang van derden
Verkregen/verkocht aandeel in eigen vermogen
Verkoop van
Baring Asset
Management
Verkoop van
Life of
Georgia
Bank
Verzekeringen
181
663
98
181
663
235
118
353
898
118
1.016
1.809
151
1.535
819
286
216
2.196
1.419
696
1.809
2.196
1.419
696
1.503
7
1.384
1.231
83
151
7
1.384
1.231
234
68
2.470
910
863
306
1.503
68
2.470
910
1.169
83
151
234
863
306
1.169
Acquisitie
van Eural
Acquisitie van
New Zealand
Bank
Verzekeringen
83
98
83
1.535
819
286
65
Totaal
acquisities
Totaal
verkopen
In februari 2005 heeft ING Groep internet service provider Freeler verkocht aan KPN. Het resultaat behaald met de verkoop bedroeg
EUR 10 miljoen.
In maart 2005 heeft ING Groep zijn aandeel in ING Bank Slaski teruggebracht van 87,77% naar 75% door aandelen op de beurs te
verkopen. Met het verminderen van het aandeel in ING Bank Slaski voldoet ING Groep aan de vereisten zoals in 2001 gesteld door de
Poolse toezichthouder. ING Groep heeft niet de intentie om het aandeel van 75% in ING Bank Slaski verder te verminderen.
In maart 2005 heeft ING Groep een belang van 19,9% in Bank of Beijing verworven. De waarde van de transactie bedroeg
EUR 166 miljoen. Bank of Beijing is de op een na grootste ‘city commercial bank’ in China en de op twee na grootste bank in Beijing.
In maart 2005 heeft ING Groep de verkoop afgerond van Barings Asset Management aan MassMutual Financial Group en
Northern Trust Corp. Het resultaat behaald met de verkoop bedroeg EUR 254 miljoen.
In mei 2005 heeft ING Groep Life Insurance Company of Georgia verkocht aan een dochter van Prudential PLC’s, Jackson National Life
Insurance Company. Het verlies op deze transactie bedroeg EUR 32 miljoen na belasting.
In juni 2005 vormde ING Groep een private equity joint venture ter verwerving van Gables Residential Trust, een in de Verenigde Staten
gevestigde vastgoed beleggingstrust. Gables Residential Trust is ontwikkelaar, aannemer, eigenaar en manager van hoogwaardige
woningen. ING zal USD 400 miljoen inbrengen in het vermogen ter financiering van de transactie. De onderneming wordt beheerd
door ING Clarion, een 100% deelneming van ING Groep.
In juni 2005 heeft ING Groep het 50% belang van Commercial Finance in NMB-Heller’s Nederlandse en Belgische factoring activiteiten
verworven. De factoring activiteiten zijn ondergebracht in een nieuwe onderneming die opereert onder de naam ING Commercial
Finance. GE Commercial Finance heeft ING’s 50% belang in het Duitse onderdeel van NMB-Heller, Heller GmbH, verworven. Beide
transacties waren met terugwerkende kracht per 1 januari 2005 effectief.
In augustus 2005 heeft ING Groep een portefeuille van onroerend goed in de UK overgenomen van Abbey National. De aankoopprijs
bedroeg EUR 1,7 miljard. De portefeuille is verdeeld tussen verschillende beleggingsrekeningen.
In oktober 2005 heeft ING Groep Eural NV gekocht van Dexia Bank Belgium. Gedurende 2006 zal Eural fuseren met Record Bank,
onderdeel van ING België.
In november 2005 heeft ING Groep zijn aandeel in Austbrokers Holding verkocht door de aandelen naar de beurs te brengen.
Austbrokers is een van de meest vooraanstaande assurantiemakelaars in Australië. Het besluit tot verkoop van deze activiteiten is een
gevolg van de verkoop van ING’s 50% belang in de verzekeraar QBE Mercantile Mutual aan QBE in 2004.
In December 2005 heeft ING Groep Arenda Holding BV verkocht aan ZGB, een Nederlandse particuliere investeringsmaatschappij.
Arenda is een aanbieder van consumptieve kredieten.
ING Groep Jaarverslag 2006 153
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Additionele informatie bij de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
Aankoop en verkoop van groepsmaatschappijen in 2004
Algemeen
Belangrijkste branche
Aankoopprijs
Aankoopprijs
Liquide middelen in verkregen/verkochte entiteit
Kasstroom bij koop/verkoop
Activa
Beleggingen
Kredieten
Bankiers
Diverse overige activa
Vreemd vermogen
Verzekerings- en beleggingscontracten
Bankiers
Toevertrouwde middelen
Diverse overige passiva
Eigen vermogen
Belang van derden
Verkregen/verkocht aandeel in eigen vermogen
Acquisitie
van Allianz
Canada
Overige
Verzekeringen
Bank
283
532
–249
1.896
Totaal
acquisities
Verkoop
van BHF
Overige
Totaal
verkopen
Bank
Bank/Verz
362
970
1.332
1.896
2.179
532
1.647
362
970
1.332
4.822
596
4.822
596
7.451
3.165
10.616
944
2.196
3.140
4.000
4.374
313
1.752
4.313
6.126
1.006
–62
3.759
63
3.792
3.759
1.069
3.730
5.041
8.228
1.622
934
274
2.748
–144
2.352
5.315
10.976
1.478
3.286
–62
3.792
3.730
934
2.352
3.286
In 2004 heeft ING Groep het grootste deel van de Duitse activiteiten van ING Bank-BHF verkocht. In de transactie zijn begrepen asset
management, private banking, financial markets en een deel van de bancaire activiteiten voor zakelijke klanten. De waarde van de
transactie bedroeg EUR 600 miljoen.
In 2004 heeft ING Groep Allianz’ schade- en ongevallenverzekeringsactiviteiten in Canada verworven. De goodwill bedroeg
EUR 48 miljoen.
In 2004 heeft ING Groep zijn aandeel in ING Canada Inc. teruggebracht van 100% naar 72,9% door 34.880.000 aandelen van
ING Canada Inc. naar de beurs te brengen. De bruto opbrengsten hiervan bedroegen EUR 552 miljoen.
In 2005 heeft het syndicaat van banken zijn optie uitgeoefend om 5.232.000 additionele aandelen te verwerven. Hiermee werd
het belang van ING Groep teruggebracht naar 70%.
In 2004 heeft ING Groep een medeverzekeringsovereenkomst met Scottish Re getekend, betreffende zijn individuele
levensverzekeringsactiviteiten in de Verenigde Staten. Onder deze overeenkomst zullen alle activa gerelateerd aan deze activiteiten naar
Scottish Re worden overgeheveld, terwijl de gerelateerde passiva door Scottish Re zullen worden herverzekerd. Overeenkomstig de
overeenkomst heeft ING Groep een herverzekeringsprovisie ten bedrage van EUR 450 miljoen betaald.
In 2004 heeft ING Groep het Nederlandse vastgoedfonds Rodamco Asia verworven. Als gevolg hiervan is het fonds verwijderd van
Euronext in Amsterdam en de Frankfurt Stock Exchange. De goodwill bedroeg EUR 22 miljoen.
In 2004 heeft ING Groep haar 100% deelneming CenE Bankiers verkocht aan Van Lanschot. CenE Bankiers is gespecialiseerd in private
banking in Nederland. De waarde van de transactie bedroeg EUR 250 miljoen.
In 2004 heeft ING Groep de Belgische middelgrote spaarbank Mercator verworven. Het bedrag aan negatieve goodwill bedraagt
EUR 26 miljoen en is in de resultatenrekening verantwoord.
In 2004 heeft ING Groep haar Aziatische cash equity activiteiten aan Macquarie Bank verkocht. De cash equity activiteiten bevatten
verkoop, handel, research en effectenactiviteiten.
In 2004 heeft ING Groep haar schadeverzekeringsbedrijf in Australië verkocht aan QBE Insurance Group. De waarde van de transactie
bedroeg EUR 431 miljoen.
154 ING Groep Jaarverslag 2006
29 JURIDISCHE PROCEDURES
Vennootschappen behorende tot ING Groep zijn betrokken bij rechtszaken en arbitrageprocedures, zowel in Nederland als in een
aantal andere landen, die betrekking hebben op claims door en tegen deze vennootschappen die voortkomen uit de normale
bedrijfsuitoefening, inclusief de activiteiten als verzekeraar, kredietverschaffer, werkgever, belegger en belastingplichtige. In een aantal
van deze procedures worden grote of onbepaalde bedragen geëist. Hoewel het niet mogelijk is de uitkomst van lopende of dreigende
juridische procedures te voorspellen of te bepalen, is de Raad van Bestuur van mening dat het onwaarschijnlijk is dat de uitkomst hiervan
materiële nadelige gevolgen zal hebben voor de financiële positie of bedrijfsresultaten van ING Groep.
Een van de juridische procedures betreft een schadeclaim van de Mexicaanse kunstmestfabrikant Fertinal tegen ING Comercial América
(nu genaamd Seguros ING S.A. de C.V., hierna Seguros), een 100% dochter van ING Groep. Fertinal eist een bedrag van EUR 228 miljoen
(USD 300 miljoen), de maximale dekking onder de verzekeringpolis voor Fertinal’s mijnbouwactiviteiten. Een rechter in Mexico heeft in
het voordeel van Fertinal besloten. Tegen deze beslissing is beroep aangetekend bij het Hof in Mexico, dat de veroordeling heeft verlaagd
naar een bedrag van EUR 71 miljoen (USD 94 miljoen) plus rente. Tegen deze beslissing is beroep aangetekend door alle betrokken
partijen. Fertinal deed ook aangifte wegens fraude tegen een aantal huidige en oud-werknemers van Seguros. Naast de schadeclaim van
Fertinal is Seguros ook betrokken in een aantal klachten en rechtszaken met betrekking tot de resultaten van een aantal rentegevoelige
levensverzekering- producten. Seguros voert zowel in de Fertinal zaak als in deze verweer; momenteel kunnen we echter de definitieve
uitkomst niet voorspellen.
Onlangs kreeg de kwestie rondom, onder andere, de kostentransparantie in de verzekeringsbranche met betrekking tot beleggingsverzekeringen, beleggingspolissen en beleggingshypotheken de aandacht van de Nederlandse media, de Nederlandse toezichthouder en
consumentenorganisaties. De Nederlandse verzekeringsbranche (waaronder dochterondernemingen van ING Groep N.V., voornamelijk
Nationale-Nederlanden) verkocht deze producten direct danwel via tussenpersonen aan klanten. Het bezwaar dat wordt geuit met
betrekking tot deze producten heeft betrekking op het niet voldoende transparant zijn van de kosten die aan de klanten werden
doorberekend en dat deze kosten onredelijk hoog zouden zijn. Als in de toekomst juridische procedures zouden worden aangespannen,
individueel of collectief, zouden dergelijke juridische procedures ook kunnen worden aangespannen tegen Nationale-Nederlanden of
andere betrokken dochterondernemingen van ING Groep N.V. Op dit moment zijn gesprekken gaande tussen de verzekeringsbranche
en de consumentenorganisaties.
Net als vele andere bedrijven, fondsen voor gemene rekening, effectenbemiddelaars, aanbieders van effectenproducten en
verzekeringsbedrijven, hebben verschillende onderdelen van ING informele en formele verzoeken om informatie ontvangen van
verschillende overheidsinstanties en zelf-regulerende organisaties in verband met onderzoeken naar transacties in beleggingsfondsen,
beloning, belangenconflicten, mededingingsbeperkende activiteiten, overdracht van verzekeringsrisico en verkooppraktijken. ING
beantwoordt deze verzoeken en werkt aan het oplossen van deze kwesties met de toezichthouders. We menen dat de kwesties die
tot nu toe zijn geïdentificeerd niet duiden op een structureel probleem in de betrokken ING ondernemingen en dat de uitkomst van
de onderzoeken niet materieel zullen zijn voor ING Groep.
30 BEPERKINGEN DIVIDENDUITKERING
Naast beperkingen met betrekking tot eisen voor minimaal kapitaal en andere solvabiliteitseisen die worden opgelegd door de
toezichthouders van de landen waar deelnemingen actief zijn, gelden voor sommige landen ook andere beperkingen. De belangrijkste
beperkingen voor ING Groep hebben betrekking op de verzekeringsactiviteiten in de Verenigde Staten. Deze activiteiten hebben te
maken met beperkingen op uitkeringen van dividenden naar de moedermaatschappij opgelegd door de lokale ‘Insurance Commissioner’.
Voor deelnemingen die levens-, ongevallenverzekeringen en verzekeringen voor ziekte en invaliditeit verkopen is het uit te keren dividend
meestal beperkt tot het hoogste van 10% van het statutaire vermogensoverschot of the statutaire bedrijfswinst. Voor deelnemingen in
het schadeverzekeringsbedrijf is het uit te keren dividend beperkt tot een bepaald percentage van het eigen vermogen van vorig jaar of
de netto winst op beleggingen, variërend van staat tot staat. Dividenden uitgekeerd boven deze grenzen moeten worden goedgekeurd
door de lokale ‘Insurance Commissioner’.
Het management van ING Groep is van mening dat deze beperkingen de mogelijkheid tot uitkeren van dividend aan aandeelhouders
in de toekomst niet zal beperken.
ING Groep Jaarverslag 2006 155
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Additionele informatie bij de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
31 JOINT VENTURES
Joint ventures worden als volgt proportioneel geconsolideerd in de geconsolideerde jaarrekening:
Belangrijkste joint ventures
2006
ING Australia Ltd
Postkantoren B.V.
KB Life
JV New Zealand Business
Pacific-Aetna Life Insurance/Shanghai Branch
Totaal
Eigendom
(%)
51
50
49
51
50
Activa
Passiva
Baten
Lasten
8.617
168
292
132
136
9.345
8.266
137
279
28
106
8.816
402
219
167
38
37
863
295
220
166
29
36
746
Activa
Passiva
Baten
Lasten
7.932
169
160
151
114
8.526
7.527
132
148
48
96
7.951
357
241
97
10
38
743
257
238
96
6
39
636
Belangrijkste joint ventures
2005
ING Australia Ltd
Postkantoren B.V.
KB Life
JV New Zealand Business
Pacific-Aetna Life Insurance/Shanghai Branch
Totaal
Eigendom
(%)
51
50
49
51
50
ING Groep en ANZ, één van de grootste banken van Australië, hebben op het gebied van fondsbeheer en levensverzekeringen een
joint venture gevormd. Het bedrijf, ING Australia Ltd, is voor 51% in handen van ING en voor 49% in handen van ANZ.
32 VERBONDEN PARTIJEN
Bij het uitoefenen van haar bedrijfsactiviteiten gaat ING Groep transacties aan met verbonden partijen. Partijen worden als verbonden
beschouwd wanneer één partij de mogelijkheid heeft om invloed van betekenis uit te oefenen bij het nemen van financiële of
operationele beslissingen door de andere partij. Transacties hebben plaatsgevonden op marktconforme voorwaarden.
Transacties met joint ventures en deelnemingen
Vorderingen
Schulden
Garanties uitgegeven ten behoeve van derden
2006
Joint ventures
2005
267
85
344
99
Deelnemingen met
invloed van betekenis
2006
2005
846
57
4
413
35
3
Baten ontvangen van en lasten betaald aan joint ventures bedroegen EUR 14 miljoen respectievelijk EUR 64 miljoen (2005:
EUR 25 miljoen respectievelijk EUR 71 miljoen) en baten ontvangen van en lasten betaald aan deelnemingen met invloed van
betekenis bedroegen EUR 154 miljoen respectievelijk EUR 1 miljoen (2005: EUR 91 miljoen respectievelijk EUR 1 miljoen).
156 ING Groep Jaarverslag 2006
Transacties met ING Verzekeringen N.V. en ING Bank N.V.
ING Verzekeringen N.V.
2006
2005
Vorderingen
Schulden
Garanties uitgegeven ten behoeve van derden
Kosten betaald
Opbrengsten ontvangen
2006
ING Bank N.V.
2005
2.604
35
1.908
35
6.190
121
6.257
496
3
5
120
2
43
33
367
97
72
Transacties met bestuurders (Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen) en pensioenfondsen zijn transacties met verbonden partijen.
Deze transacties worden verder toegelicht in het Remuneratierapport in het jaarverslag en in toelichting 21 Overige schulden.
Beloning bestuurders en commissarissen
bedragen in duizenden euro’s
Basissalaris en kortetermijnbonus
Pensioenlasten
Marktwaarde van de langetermijnbonus
Totale beloning
Raad van Bestuur
2006
2005
18.250
7.195
8.576
34.021
12.514
3.088
5.274
20.876
Raad van Commissarissen
2006
2005
2006
Totaal
2005
13.063
3.088
5.274
21.425
578
549
578
549
18.828
7.195
8.576
34.599
2006
Gemiddelde
rentevoet
2005
2006
Aflossingen
2005
20
74
20
74
Leningen aan bestuurders en commissarissen
bedragen in duizenden euro’s
Raad van Bestuur
Raad van Commissarissen
Totaal
Openstaand per
31 december
2006
2005
2.023
2.023
699
1.588
2.287
4,3%
4,2%
4,7%
Het totaal aantal opties op ING Groep N.V. aandelen die worden gehouden door de leden van de Raad van Bestuur bedraagt op
31 december 2006 2.176.641 (2005: 1.271.640). De leden van de Raad van Bestuur hielden op 31 december 2006 80.055 aandelen
ING Groep (2005: 1.125.023). Een deel van deze aandelen worden gehouden in een trust. De leden van de Raad van Commissarissen
hielden per 31 december 2006 15.370 aandelen ING Groep N.V. (2005: 15.490).
33 REËLE WAARDEN VAN FINANCIËLE ACTIVA EN PASSIVA
De volgende tabel geeft inzicht in de geschatte reële waarde van de financiële activa en passiva van ING Groep. Een aantal
balansposten is niet in deze tabel opgenomen, omdat zij niet voldoet aan de definitie van een financieel actief of passief. Het
totaal van de hieronder weergegeven reële waarden geeft niet de onderliggende waarde van ING Groep weer en moet derhalve
niet als zodanig worden geïnterpreteerd.
ING Groep Jaarverslag 2006 157
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Additionele informatie bij de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
Reële waarde van financiële activa en passiva
Geschatte reële waarde
2006
2005
FINANCIËLE ACTIVA
Liquide middelen
Bankiers (1)
Financiële activa tegen reële waarde met
waardemutaties door het resultaat
– activa voor handelsdoeleinden
– beleggingen voor risico van polishouders
– niet-handelsderivaten
– geclassificeerd als activa tegen reële waarde
met waardemutaties door het resultaat
Beleggingen
– beschikbaar-voor-verkoop
– tot einde looptijd aangehouden
Kredieten (1)
Overige activa (2)
FINANCIËLE PASSIVA
Preferente aandelen
Achtergestelde leningen
Uitgegeven schuldbewijzen
Overige leningen
Beleggingscontracten
Beleggingscontracten voor risico polishouders
Bankiers
Toevertrouwde middelen
Financiële verplichtingen tegen reële waarde met
waardemutaties door het resultaat
– verplichtingen voor handelsdoeleinden
– niet-handelsderivaten
– geclassificeerd als activa tegen reële waarde
met waardemutaties door het resultaat
Overige schulden (3)
(1)
(2)
(3)
2006
Balanswaarde
2005
14.326
39.861
13.084
48.250
14.326
39.591
13.084
47.466
193.977
110.547
6.521
149.187
100.961
7.766
193.977
110.547
6.521
149.187
100.961
7.766
6.425
10.230
6.425
10.230
293.921
17.494
461.835
27.969
1.172.876
305.707
19.466
434.829
27.462
1.116.942
293.921
17.660
461.350
27.969
1.172.287
305.707
18.937
427.189
27.462
1.107.989
215
6.439
78.265
31.052
7.505
13.245
121.680
496.077
296
7.779
81.757
32.259
7.223
11.410
122.064
466.982
215
6.014
78.133
29.639
7.505
13.245
120.839
496.680
296
6.096
81.262
32.252
7.223
11.410
122.234
465.712
127.975
4.934
92.058
6.248
127.975
4.934
92.058
6.248
13.702
30.496
931.585
11.562
29.285
868.923
13.702
30.496
929.377
11.562
29.285
865.638
Bankiers en Kredieten bevatten geen vorderingen uit hoofde van financiële lease-overeenkomsten
Overige activa bevatten geen actieve belastinglatenties
Overige schulden bevatten geen passieve belastinglatenties, pensioenvoorzieningen, verzekeringstechnische en andere voorzieningen.
De geschatte reële waarden vertegenwoordigen de bedragen waarvoor de financiële instrumenten op balansdatum op een reële
economische basis tussen goed geïnformeerde en bereidwillige partijen hadden kunnen worden verhandeld (‘at arm’s length’). De reële
waarde van financiële activa en passiva is gebaseerd op marktprijzen, voor zover deze beschikbaar zijn. Daar waar geen markten zijn
waar actief wordt gehandeld in deze financiële instrumenten, zijn er diverse technieken ontwikkeld om de reële waarde van deze
instrumenten te benaderen. Deze technieken zijn subjectief van aard en maken gebruik van diverse veronderstellingen met betrekking tot
de disconteringsvoet, het tijdstip en de omvang van de verwachte toekomstige kasstromen. Veranderingen in deze veronderstellingen
kunnen de geschatte reële waarden significant beïnvloeden. Dit kan tot gevolg hebben dat de weergegeven reële waarden geen goede
benadering zijn van de directe opbrengstwaarde. Daarnaast is de berekening van de geschatte reële waarde gebaseerd op de
marktomstandigheden op een bepaald moment en is daarom mogelijk geen goede benadering van de toekomstige reële waarden.
Als de geschatte reële waarde lager is dan de boekwaarde, wordt beoordeeld of de boekwaarde in de toekomst kan worden gerealiseerd.
De volgende methoden en veronderstellingen zijn door ING Groep gebruikt om de geschatte reële waarde van de financiële
instrumenten te bepalen.
158 ING Groep Jaarverslag 2006
FINANCIËLE ACTIVA
Liquide middelen
De boekwaarde van de liquide middelen wordt geacht een redelijke benadering te zijn van de reële waarde.
Bankiers
De reële waarden van de vorderingen op banken zijn geschat op basis van de contante waarde van de verwachte toekomstige
geldstromen, gebruik makend van de interestvoet die op de markt geldt voor vorderingen met dezelfde karakteristieken.
Niet-handelsderivaten
De reële waarde van de niet-handelsderivaten zijn gebaseerd op prijzen afgegeven door effectenmakelaars/handelaren of op interne
waarderingsmodellen waarbij gebruik wordt gemaakt van het verdisconteren van toekomstige kasstromen. In deze modellen zijn
veronderstellingen begrepen met betrekking tot kasstromen en de kredietwaardigheid van de tegenpartijen. De reële waarde van niethandelsderivaten is het geschatte bedrag dat ING Groep zou ontvangen of betalen als het contract op de balansdatum zou worden
beëindigd.
Financiële activa tegen reële waarde met waardemutaties door het resultaat
De reële waarde van financiële activa tegen reële waarde met waardemutaties door het resultaat is gebaseerd op beurskoersen. Voor
activa waarvoor geen beurskoers beschikbaar is, wordt gebruik gemaakt van interne waarderingsmodellen waarbij gebruik wordt
gemaakt van het verdisconteren van toekomstige kasstromen. In deze modellen zijn veronderstellingen begrepen met betrekking tot
kasstromen en de kredietwaardigheid van de tegenpartijen.
Beleggingen
De reële waarde van aandelen zijn gebaseerd op beurskoersen of, indien niet genoteerd, op geschatte marktwaarden door gebruik te
maken van beurskoersen van soortgelijke effecten. De reële waarden van schuldbewijzen zijn gebaseerd op de beurskoersen, voorzover
deze beschikbaar zijn. De reële waarden van effecten waarin niet actief gehandeld wordt zijn geschat door gebruik te maken van
waarden die zijn verkregen van private rating-bedrijven dan wel door de contante waarde te bepalen van de verwachte toekomstige
geldstromen, gebruik makend van de huidige marktrente zoals deze van toepassing is gezien het rendement, de kredietwaardigheid en
de looptijd van de belegging.
Kredieten
De boekwaarde van kredieten waarvan de waarde regelmatig wordt herzien en het kredietrisico niet in belangrijke mate is gewijzigd,
wordt geacht een redelijke benadering te zijn van de reële waarde. De reële waarden van de overige leningen zijn geschat op basis van
de contante waarde van de verwachte toekomstige geldstromen, gebruik makend van de interestvoet die op dit moment geldt voor
leningen aan leners met eenzelfde risicoprofiel. De reële waarden van kredieten waarop geen interest wordt ontvangen, zijn geschat op
basis van de contante waarde van de verwachte toekomstige ontvangsten op de reeds afgeboekte kredieten.
De reële waarden van hypothecaire leningen zijn geschat door het bepalen van de contante waarde van de toekomstige geldstromen,
gebruik makend van de interestvoet die op dat moment geldt voor soortgelijke leningen aan leners met eenzelfde risicoprofiel. De reële
waarden van de polisbeleggingen met een vaste rente zijn geschat door het bepalen van de contante waarde van de geldstromen,
gebruik makend van de interestvoet die geldt voor op dit moment uitgegeven polisbeleningen inzake soortgelijke polissen. Ten behoeve
van de berekening worden leningen met dezelfde karakteristieken bij elkaar opgeteld. De reële waarden van polisbeleningen met een
variabele rente is bij benadering gelijk aan de boekwaarde.
Overige activa
De boekwaarde van de overige activa balans wijkt niet materieel af van de reële waarde.
FINANCIËLE PASSIVA
Achtergestelde leningen
De reële waarde van achtergestelde leningen is geschat op basis van de contante waarde van de geldstromen, gebruikmakend van
de interestvoet die geldt voor soortgelijke instrumenten.
Beleggingscontracten
De reële waarden die gerelateerd zijn aan de beleggingscontracten, zijn geschat door de contante waarde van de geldstromen te
bepalen, gebruik makend van de interestvoet die op dit moment van toepassing is op soortgelijke contracten met een resterende
looptijd die overeenkomt met die van de betreffende contracten.
Bankiers
De reële waarden van de schulden aan banken zijn geschat op basis van de contante waarde van de toekomstige geldstromen,
gebruik makend van de interestvoet die op dit moment van toepassing is op schulden aan banken met vergelijkbare voorwaarden.
ING Groep Jaarverslag 2006 159
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Additionele informatie bij de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
Toevertrouwde middelen
De boekwaarden van de deposito’s van klanten en overige deposito’s zonder overeengekomen looptijden worden geacht een redelijke
benadering te zijn van de reële waarde. De reële waarde van de overige deposito’s met overeengekomen looptijden zijn geschat op basis
van de contante waarde van de toekomstig geldstromen, gebruik makend van de interestvoet die op dit moment van toepassing is op
deposito’s met eenzelfde resterende looptijd.
Financiële verplichtingen tegen reële waarde met waardemutaties door het resultaat
De reële waarde van financiële verplichtingen tegen reële waarde met waardemutaties door het resultaat is gebaseerd op beurskoersen.
Voor verplichtingen waarvoor geen beurskoers beschikbaar is, wordt gebruik gemaakt van interne waarderingsmodellen waarbij gebruik
wordt gemaakt van het verdisconteren van toekomstige kasstromen. In deze modellen zijn veronderstellingen begrepen met betrekking
tot kasstromen en de kredietwaardigheid van de tegenpartijen.
Uitgegeven schuldbewijzen en overige leningen
De reële waarde van uitgegeven schuldbewijzen en overige leningen is geschat op basis van de contante waarde van de toekomstige
kasstromen, gebruik makend van de interestvoet die op dit moment van toepassing is op deze instrumenten.
Overige schulden
De boekwaarde van de overige schulden wijkt niet materieel af van de reële waarde.
De reële waarden van financiële instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde zijn als volgt bepaald:
Toegepaste methoden voor bepaling reële waarden van financiële activa en passiva
2006
ACTIVA
Activa voor handelsdoeleinden
Beleggingen voor risico polishouders
Niet-handelsderivaten
Financiële activa tegen reële waarde met
waardemutaties door het resultaat
Beleggingen beschikbaar-voor-verkoop
VREEMD VERMOGEN
Verplichtingen voor handelsdoeleinden
Niet-handelsderivaten
Financiële verplichtingen tegen reële waarde met
waardemutaties door het resultaat
Beleggingscontracten
(voor contracten op reële waarde)
Beurskoersen
Waarderingsmethode op
basis van markt
Informatie
Waarderingsmethode niet op
basis van markt
informatie
Totaal
113.758
109.465
2.611
42.718
813
2.671
37.501
269
1.239
193.977
110.547
6.521
4.343
219.967
450.144
1.036
73.230
120.468
1.046
724
40.779
6.425
293.921
611.391
87.374
1.833
40.601
2.672
429
127.975
4.934
10.914
2.788
13.235
113.356
46.061
13.702
10
439
13.245
159.856
Het totale bedrag van veranderingen in reële waarde verantwoord in het resultaat dat is geschat met behulp van waarderingsmethoden
is voor 2006 EUR 307 miljoen voor methoden op basis van marktinformatie en EUR 19 miljoen voor methoden niet op basis van
marktinformatie.
Gevoeligheid van reële waarden
Indien de gebruikte veronderstellingen in de waarderingsmethoden die niet gebaseerd zijn op recente transacties in de markt zouden
worden vervangen door redelijke alternatieven, zou dit geen significante impact hebben op de reële waarden of op het resultaat.
160 ING Groep Jaarverslag 2006
34 WETTELIJK VEREISTEN MET BETREKKING TOT SOLVABILITEIT
ING Bank
Kapitaalvereisten en het gebruik van vereist kapitaal zijn gebaseerd op richtlijnen die zijn ontwikkeld door het ‘Basel Committee on
Banking Supervision’ (het Bazels comité) en de Richtlijnen van de Europese Unie in verband met het toezicht die zijn overgenomen door
De Nederlandsche Bank (DNB). De Tier-1 ratio dient minimaal 4% te bedragen. De kapitaalratio (aangeduid als de ‘BIS ratio’) dient
minimaal 8% te bedragen van alle naar risico gewogen activa, inclusief off-balance sheet posten en het marktrisico verbonden aan
de handelsportefeuille.
Vereist kapitaal met betrekking tot ING Bank
2006
2005
Eigen vermogen (moedermaatschappij)
Belangen van derden
Achtergestelde leningen aangemerkt
als Tier-1 kapitaal (1)
Goodwill
Minderheidsbelang Record Bank
Herwaarderingsreserve (2)
Kernkapitaal – Tier-1
21.298
1.204
21.331
482
5.726
–136
162
–2.470
25.784
5.764
–77
170
–4.262
23.408
Aanvullend kapitaal – Tier-2
Beschikbaar Tier-3 vermogen
Aftrekposten
Toetsingsvermogen
12.367
329
–1.251
37.229
11.605
363
–650
34.726
Naar risico gewogen activa
337.926
319.653
Tier-1
BIS ratio
7,63%
11,02%
7,32%
10,86%
(1)
(2)
achtergestelde leningen aangemerkt als Tier-1 kapitaal zijn door ING Groep N.V. bij ING Bank N.V. geplaatst
de herwaarderingsreserve wordt in mindering gebracht omdat dit geen onderdeel van het Tier-1 kapitaal is (is begrepen in Tier-2).
Deze aftrekpost bevat ook de cumulatieve herwaardering op beleggingen in onroerend goed.
ING Verzekeringen
Europese richtlijnen vereisen dat verzekeringsmaatschappijen gevestigd in een van de lidstaten van de Europese Unie een minimale
solvabiliteitsmarge aanhouden. De solvabiliteitsmarge van ING Verzekeringen is bepaald in overeenstemming met deze EU richtlijn.
Vermogenspositie ING Verzekeringen
Totaal ING
Verzekeringen N.V.
2006
2005
Aanwezig kapitaal
Vereist kapitaal
Surpluskapitaal
Ratio aanwezig versus vereist kapitaal
25.505
9.296
16.209
22.541
8.851
13.690
274%
255%
Niet-verzekeringsbedrijven kernschuld &
overige eliminaties
2006
2005
–2.696
–2.579
Verzekeringsmaatschappijen
2006
2005
28.201
9.296
18.905
25.120
8.851
16.269
303%
284%
In overeenstemming met de definitieve rapportage aan DNB is de splitsing tussen Niet-verzekeringsbedrijven kernschuld & overige
eliminaties en Verzekeringsmaatschappijen aangepast. Dit heeft geen effect op Totaal ING Verzekeringen N.V.
ING Groep Jaarverslag 2006 161
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Additionele informatie bij de geconsolideerde balans van ING Groep vervolg
ING Groep
De Nederlandsche Bank en de voormalige Pensioen- en Verzekeringskamer hebben afspraken gemaakt over de wijze waarop toezicht
wordt uitgeoefend op de financiële conglomeraten. Deze afspraken zijn vastgelegd in het ‘Protocol’. Op basis van het ‘Protocol’ is
ING Groep verplicht een bedrag aan minimum kapitaal, reserves en achtergestelde leningen te hebben dat minstens gelijk is aan:
– het vereist kapitaal van de bankactiviteiten; plus
– het vereist kapitaal van de verzekeringsactiviteiten.
Voor toezichtdoeleinden worden bepaalde (extern) aangetrokken achtergestelde leningen van ING Bank N.V. en ING Verzekeringen N.V.
meegeteld in het totaal aanwezige kapitaal. Het ‘protocol’ is per 1 januari 2007 zonder noemenswaardige wijzigingen opgenomen in
de Nederlandse wet.
Vermogen ING Groep vereist voor toezichtsdoeleinden
2006
2005
Eigen vermogen (moedermaatschappij)
Exclusief: herwaarderingsreserve
Preferente aandelen
Preferente aandelen van groepsmaatschappijen
Goodwill
Achtergestelde leningen
Kapitalisatie ING Groep
38.266
–3.066
215
1.138
–286
6.253
42.520
36.736
–6.304
296
1.269
–173
6.318
38.142
Achtergestelde leningen ING Bank N.V.
(begrepen in Tier-2)
Achtergestelde leningen ING Verzekeringen N.V.
Kapitalisatie inclusief achtergestelde leningen
11.110
2.250
55.880
10.304
4.052
52.498
Vereist kapitaal bancaire activiteiten
Vereist kapitaal verzekeringsactiviteiten
Surpluskapitaal
27.034
9.296
19.550
25.572
8.851
18.075
162 ING Groep Jaarverslag 2006
Toelichting op de geconsolideerde winst- en verliesrekening van ING Groep
bedragen in miljoenen euro’s, tenzij anders aangegeven
35 RENTERESULTAAT UIT DE BANCAIRE ACTIVITEITEN
Renteresultaat bancaire activiteiten
Rentebaten op leningen
Rentebaten op leningen waarbij sprake is van
een bijzondere waardevermindering
Totale rentebaten op leningen
Rentebaten op beleggingen beschikbaar
voor verkoop
Rentebaten op tot einde looptijd aangehouden
beleggingen
Rentebaten op handelsportefeuille
Rentebaten niet-handelsderivaten
Overige rentebaten
Rentebaten uit de bancaire activiteiten
Rentelasten op deposito’s bij banken
Rentelasten op toevertrouwde middelen
Rentelasten op uitgegeven schuldbewijzen
Rentelasten op achtergestelde leningen
Rentelasten op verplichtingen voor
handelsdoeleinden
Rentelasten op niet-handelsderivaten
Overige rentelasten
Rentelasten uit de bancaire activiteiten
Renteresultaat uit de bancaire activiteiten
2006
2005
2004
21.970
18.912
15.846
13
21.983
–23
18.889
–84
15.762
6.989
5.989
6.175
755
21.414
5.231
2.798
59.170
639
15.237
5.658
1.764
48.176
2.628
25.448
3.559
15.107
3.173
1.132
2.371
11.960
2.911
1.126
1.351
9.440
2.688
892
18.821
5.159
3.027
49.978
13.369
5.821
1.551
39.109
2.336
16.707
9.192
9.067
8.741
883
De presentatie van rentebaten en rentelasten is gewijzigd in 2005 als gevolg van de implementatie van IAS 32 en 39. In 2004 werden
de rentebaten en lasten voor bepaalde handelsderivaten verantwoord onder het Netto handelsresultaat. Vanaf 2005 worden deze
rentebaten en rentelasten verantwoord onder het Renteresultaat bancaire activiteiten. Deze herrubricering resulteert voor 2005 in een
toename van rentebaten en rentelasten van ongeveer EUR 12 miljard. Voor bepaalde niet-handelsderivaten werden gedurende 2004
de rentebaten en lasten netto gepresenteerd die vanaf 2005 bruto worden gepresenteerd. Als gevolg van dit presentatieverschil zijn
de rentebaten voor 2005 EUR 5 miljard hoger ten opzichte van 2004.
Rentemarge
in percentages
2006
2005
2004
Rentemarge
1,06
1,16
1,22
In 2006 heeft de toename van het gemiddeld balanstotaal geresulteerd in een groei van het renteresultaat met EUR 1.040 miljoen (2005:
EUR 1.214 miljoen; 2004: EUR 1.183 miljoen). De verkrapping van de rentemarge met 10 basispunten heeft in 2006 geresulteerd in een
afname van het renteresultaat met EUR 867 miljoen. In 2005 heeft een verkrapping van de marge van 6 basispunten geresulteerd in een
afname van EUR 345 miljoen van het renteresultaat. In 2004 heeft een verkrapping van de marge van 9 basispunten geresulteerd in een
afname van EUR 453 miljoen van het renteresultaat.
36 BRUTO PREMIE-INKOMEN
Premie-inkomen uit verzekeringsactiviteiten
Bruto premie-inkomen levensverzekeringen
Bruto premie-inkomen schadeverzekeringen
2006
2005
2004
40.502
6.333
46.835
39.145
6.613
45.758
36.975
6.642
43.617
ING Groep Jaarverslag 2006 163
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde winst- en verliesrekening van ING Groep vervolg
Het bruto premie-inkomen is opgenomen vóór aftrek van afgegeven herverzekerings- en retrocessiepremies. Onder premie-inkomen zijn
geen ontvangen premies voor beleggingscontracten opgenomen, hiervoor wordt ‘deposit accounting’ toegepast.
Effect van herverzekering op geboekte premies
Geboekte bruto premies
Geboekte bruto ontvangen
herverzekeringspremies
Totaal geboekte bruto premies
Afgegeven herverzekeringspremies
2006
2005
Schade
2004
2006
2005
Leven
2004
2006
2005
Totaal
2004
6.279
6.556
6.592
38.838
37.644
35.532
45.117
44.200
42.124
54
6.333
57
6.613
50
6.642
1.664
40.502
1.501
39.145
1.443
36.975
1.718
46.835
1.558
45.758
1.493
43.617
339
5.994
526
6.087
756
5.886
2.004
38.498
2.031
37.114
1.619
35.356
2.343
44.492
2.557
43.201
2.375
41.242
Herverzekeringsdeel
2005
2004
2006
2005
Bruto
2004
Effect van herverzekering op verdiende schade-premies
2006
2005
2004
Geboekte bruto premies
Geboekte bruto ontvangen herverzekeringspremies
Totaal geboekte bruto premies
6.248
58
6.306
6.712
57
6.769
6.492
50
6.542
Afgegeven herverzekeringspremies
377
5.929
636
6.133
729
5.813
Bruto premie-inkomen levensverzekeringsbedrijf
2006
Eigen rekening
2005
2004
2006
Verzekeringen voor risico verzekeraar
Verzekeringen voor risico polishouder
Totaal direct bedrijf
19.563
18.180
37.743
19.086
17.691
36.777
18.336
16.360
34.696
944
151
1.095
808
59
867
783
53
836
20.507
18.331
38.838
19.894
17.750
37.644
19.119
16.413
35.532
Indirect bedrijf
755
38.498
337
37.114
660
35.356
1.020
2.115
2.016
2.883
1.430
2.266
1.775
40.613
2.353
39.997
2.090
37.622
38.498
37.114
35.356
111
2.004
852
2.031
647
1.619
111
40.502
852
39.145
647
36.975
Eliminaties
164 ING Groep Jaarverslag 2006
Geboekte premies direct bedrijf levensverzekering
2006
Periodieke premies
Individueel
– zonder winstdeling
– met winstdeling
Collectief
– zonder winstdeling
– met winstdeling
Totaal periodieke premies
Premies ineens
Individueel
– zonder winstdeling
– met winstdeling
Collectief
– zonder winstdeling
– met winstdeling
Totaal premies ineens
Totaal premies levensverzekeringsbedrjif
Verzekeringen voor risico verzekeraar
Eigen
Herverzerekening
keringsdeel
Bruto
7.231
2.396
9.627
1.747
106
1.853
8.978
2.502
11.480
3.787
662
4.449
–926
13
–913
2.861
675
3.536
14.076
940
2.048
2.326
4.374
1
Verzekeringen voor risico polishouder
Eigen
Herverzerekening
keringsdeel
Bruto
4.804
11
4.815
4.804
11
4.815
6.709
16
6.725
6.709
16
6.725
15.016
11.513
27
11.540
4.427
113
4.540
1
2.049
2.326
4.375
4.427
113
4.540
753
360
1.113
753
363
1.116
2.240
11
2.251
3
3
2.240
11
2.251
5.487
4
5.491
6.667
124
6.791
19.563
944
20.507
18.180
151
18.331
In het Totaal premies ineens is EUR 313 miljoen in 2006 (2005: EUR 520 miljoen; 2004: EUR 457 miljoen) begrepen aan winstdeling.
ING Groep Jaarverslag 2006 165
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde winst- en verliesrekening van ING Groep vervolg
Geboekte premies direct bedrijf levensverzekering
2005
Periodieke premies
Individueel
– zonder winstdeling
– met winstdeling
Collectief
– zonder winstdeling
– met winstdeling
Totaal periodieke premies
Premies ineens
Individueel
– zonder winstdeling
– met winstdeling
Collectief
– zonder winstdeling
– met winstdeling
Totaal premies ineens
Totaal premies levensverzekeringsbedrjif
166 ING Groep Jaarverslag 2006
Verzekeringen voor risico verzekeraar
Eigen
Herverzerekening
keringsdeel
Bruto
Verzekeringen voor risico polishouder
Eigen
Herverzerekening
keringsdeel
Bruto
8.689
2.389
11.078
679
49
728
9.368
2.438
11.806
3.841
2
3.843
3.841
2
3.843
2.364
680
3.044
66
10
76
2.430
690
3.120
6.234
24
6.258
6.234
24
6.258
14.122
804
14.926
10.075
26
10.101
903
2.965
3.868
1
5.663
22
5.685
1
904
2.965
3.869
5.663
22
5.685
563
533
1.096
563
536
1.099
1.953
11
1.964
3
3
1.953
11
1.964
4.964
4
4.968
7.616
33
7.649
19.086
808
19.894
17.691
59
17.750
Geboekte premies direct bedrijf levensverzekering
Verzekeringen voor risico verzekeraar
Eigen
Herverzerekening
keringsdeel
Bruto
2004
Periodieke premies
Individueel
– zonder winstdeling
– met winstdeling
Collectief
– zonder winstdeling
– met winstdeling
Totaal periodieke premies
Premies ineens
Individueel
– zonder winstdeling
– met winstdeling
Collectief
– zonder winstdeling
– met winstdeling
Totaal premies ineens
Totaal premies levensverzekeringsbedrjif
5.973
4.139
10.112
632
74
706
6.605
4.213
10.818
2.165
788
2.953
58
14
72
13.065
1.475
2.716
4.191
Verzekeringen voor risico polishouder
Eigen
Herverzerekening
keringsdeel
Bruto
3.565
1
3.566
3.565
1
3.566
2.223
802
3.025
6.616
37
6.653
6.616
37
6.653
778
13.843
10.181
38
10.219
1
4.010
1
4.011
1
1.476
2.716
4.192
4.010
1
4.011
677
403
1.080
677
407
1.084
2.169
14
2.183
4
4
2.169
14
2.183
5.271
5
5.276
6.179
15
6.194
18.336
783
19.119
16.360
53
16.413
Schadeverzekeringsbedrijf naar schadebranche
2006
Ziekte
Ongevallen (1)
Wettelijke aansprakelijkheid motor
Motor overig
Zee-, transport en luchtvaartverzekering
Brand en andere schade aan zaken
Algemene aansprakelijkheid
Krediet en borgtocht
Rechtsbijstand
Diverse geldelijke verliezen
Indirect bedrijf
(1)
(2)
(3)
Geboekte
bruto
premies
687
765
995
1.550
81
1.589
420
56
30
106
54
6.333
Verdiende
bruto
Bruto
premies(2) schadelast
654
772
1.006
1.507
90
1.580
423
59
32
125
58
6.306
488
326
548
838
34
830
174
3
9
60
17
3.327
Acquisitie
kosten en
overige
Saldo
verzekerings- herverzekeBedrijfstechnische ringsbaten/
kosten
lasten(3)
lasten
62
92
126
55
11
155
52
9
8
16
3
589
100
129
228
297
18
445
119
11
8
21
15
1.391
–4
–5
–10
8
–17
–51
–18
–11
–3
–10
–121
Operationeel
resultaat
20
389
256
378
14
155
156
27
8
56
32
1.491
inclusief arbeidsongeschiktheid
exclusief herverzekering
inclusief overige technische lasten.
ING Groep Jaarverslag 2006 167
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde winst- en verliesrekening van ING Groep vervolg
Schadeverzekeringsbedrijf naar schadebranche
2005
Ziekte
Ongevallen (1)
Wettelijke aansprakelijkheid motor
Motor overig
Zee-, transport en luchtvaartverzekering
Brand en andere schade aan zaken
Algemene aansprakelijkheid
Krediet en borgtocht
Rechtsbijstand
Diverse geldelijke verliezen
Indirect bedrijf
(1)
(2)
(3)
Geboekte
bruto
premies
Verdiende
bruto
premies (2)
Bruto
schadelast
Bedrijfskosten
1.154
780
927
1.442
109
1.503
406
61
40
134
57
6.613
1.118
803
946
1.467
127
1.551
408
64
40
188
57
6.769
915
470
544
723
56
1.287
156
24
22
158
44
4.399
144
128
132
170
17
242
88
13
13
25
6
978
Acquisitie
kosten en
overige
Saldo
verzekerings- herverzeketechnische ringsbaten/
lasten (3)
lasten
122
98
118
240
17
324
85
10
6
24
15
1.059
Operationeel
resultaat
32
–7
–10
12
–26
365
–16
–11
92
268
272
379
11
101
137
10
1
12
352
17
22
1.309
inclusief arbeidsongeschiktheid
exclusief herverzekering
inclusief overige technische lasten.
Schadeverzekeringsbedrijf naar schadebranche
2004
Ziekte
Ongevallen (1)
Wettelijke aansprakelijkheid motor
Motor overig
Zee-, transport en luchtvaartverzekering
Brand en andere schade aan zaken
Algemene aansprakelijkheid
Krediet en borgtocht
Rechtsbijstand
Diverse geldelijke verliezen
Indirect bedrijf
(1)
(2)
(3)
inclusief arbeidsongeschiktheid
exclusief herverzekering
inclusief overige technische lasten.
168 ING Groep Jaarverslag 2006
Geboekte
bruto
premies
Verdiende
bruto
premies (2)
Bruto
schadelast
Bedrijfskosten
1.097
872
840
1.335
141
1.489
438
57
35
288
50
6.642
1.078
857
839
1.344
142
1.495
430
54
35
217
51
6.542
785
507
556
663
55
681
228
3
25
109
24
3.636
127
125
106
161
18
228
69
10
13
22
4
883
Acquisitie
kosten en
overige
Saldo
verzekerings- herverzeketechnische ringsbaten/
lasten (3)
lasten
169
111
94
204
22
306
89
10
6
28
–49
990
–50
5
–10
–5
–38
–135
–46
–14
–49
–5
–347
Operationeel
resultaat
77
271
94
362
9
156
20
20
–8
509
99
1.609
37 OPBRENGST BELEGGINGEN
Opbrengst beleggingen naar verzekerings- en bancaire activiteiten
2006
Opbrengst uit beleggingen in
onroerend goed
Dividenden
Verzekeringsactiviteiten
2005
2004
2006
248
151
399
2005
Totaal
2004
318
688
1.006
400
550
950
535
576
1.111
206
479
685
287
425
712
6.359
5.757
5.302
6.359
5.757
5.302
200
1.640
212
345
259
1.695
223
406
332
1.664
171
626
18
12
200
1.640
212
363
259
1.695
223
418
332
1.664
171
626
8.756
8.340
8.095
18
12
8.774
8.352
8.095
Resultaat op verkoop schuldbewijzen
Bijzondere waardeverminderingen op
schuldbewijzen beschikbaar-voor-verkoop
Resultaat en bijzondere
waardeverminderingen op schuldbewijzen
–56
245
93
60
37
305
36
34
36
34
–20
279
Resultaat op verkoop van aandelen
(Terugboeking van) bijzondere
waardeverminderingen op aandelen
beschikbaar-voor-verkoop
Resultaat en bijzondere
waardeverminderingen op aandelen
772
511
–25
–46
747
465
108
10.379
143
9.912
Veranderingen in reële waarde van
beleggingen in onroerend goed
Opbrengst beleggingen
194
71
265
2006
184
604
788
Opbrengst uit beleggingen
in schuldbewijzen
Opbrengst uit leningen
– particuliere leningen
– leningen met hypothecaire zekerheid
– polisbeleningen
– overig
Opbrengst uit beleggingen in
schuldbewijzen en leningen
134
84
218
Bancaire activiteiten
2005
2004
93
60
73
339
149
171
921
682
604
–17
–45
45
–42
–91
45
604
132
126
45
879
591
649
137
9.548
67
528
59
522
62
506
175
10.907
202
10.434
199
10.054
Verzekeringsactiviteiten
2005
2004
2006
Bancaire activiteiten
2005
2004
2006
2005
Totaal
2004
704
1.064
1.163
2.667
295
974
6.867
645
905
1.005
2.207
319
764
5.845
620
946
272
2.025
140
1.656
5.659
604
38 PROVISIE-INKOMEN
Bruto provisiebaten
2006
Betalingsverkeer
Effectenbedrijf
Assurantiebedrijf
Beheervergoeding
Makelaarscourtage en advieskosten
Overig
992
1.723
88
270
3.073
890
1.420
167
119
2.596
136
1.156
1.032
2.324
704
1.064
171
944
207
704
3.794
645
905
115
787
152
645
3.249
620
946
136
869
140
624
3.335
ING Groep Jaarverslag 2006 169
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde winst- en verliesrekening van ING Groep vervolg
Provisielasten
2006
Betalingsverkeer
Effectenbedrijf
Assurantiebedrijf
Beheervergoeding
Makelaarscourtage en advieskosten
Overig
551
805
7
75
1.438
Verzekeringsactiviteiten
2005
2004
500
686
10
54
1.250
19
686
419
1.124
2006
Bancaire activiteiten
2005
2004
2006
2005
Totaal
2004
56
264
500
825
16
437
2.098
45
281
19
789
1
745
1.880
Totaal
2004
140
347
56
264
45
281
204
2
420
1.113
139
6
383
848
103
1
326
756
140
347
551
1.009
9
495
2.551
Bancaire activiteiten
2005
2004
2006
2005
39 HERWAARDERINGSRESULTAAT NIET-HANDELSDERIVATEN
Herwaarderingsresultaat niet-handelsderivaten
2006
Veranderingen in reële waarde derivaten:
– reële waarde hedges
– kasstroomhedges (ineffectieve deel)
– hedges van netto investeringen in
buitenlandse bedrijfsonderdelen
(ineffectieve deel)
- overige niet-handelsderivaten
Netto resultaat op niet-handelsderivaten
Verandering in reële waarde van activa en
passiva (afgedekte instrumenten)
Herwaarderingen op activa en
verplichtingen geclassificeerd als
tegen reële waarde met
waardemutaties door het resultaat
(exclusief handelsportefeuille)
Netto herwaarderingsresultaat
Verzekeringsactiviteiten
2005
2004
–162
87
–12
–85
–259
2006
203
–7
–425
–1
41
–7
–338
–1
–16
–152
–81
391
587
296
–130
–12
306
328
–16
144
–211
211
–98
–203
467
8
369
–48
–179
–247
137
–111
226
–247
89
–111
47
Er zijn geen vergelijkende cijfers voor 2004 omdat IAS 39 vanaf 1 januari 2005 wordt toegepast.
170 ING Groep Jaarverslag 2006
40 NETTO HANDELSRESULTAAT
Netto handelsresultaat
2006
Resultaat uit handelsportefeuille effecten
Valutaresultaat
Overige
159
120
–7
272
Verzekeringsactiviteiten
2005
2004
84
–87
9
6
2006
323
–72
12
263
–804
282
1.422
900
Bancaire activiteiten
2005
2004
660
378
–618
420
365
566
–306
625
2006
2005
Totaal
2004
–645
402
1.415
1.172
744
291
–609
426
688
494
–294
888
Valutaresultaten bevatten resultaten uit contante transacties en termijntransacties, opties, futures en resultaten uit de omrekening van
activa en verplichtingen luidende in vreemde valuta. Resultaat uit handelsportefeuille effecten bevat de resultaten uit ‘market making’
voor effecten zoals overheidspapier, aandelen, obligaties uitgegeven door bedrijven, geldmarktproducten en rentederivaten zoals swaps,
opties, futures en termijncontracten.
Het deel van het netto handelsresultaat voor het jaar 2006 dat betrekking heeft op effecten uit de handelsportefeuille die op
31 december nog op de balans stonden bedraagt EUR –121 miljoen (2005: EUR 7 miljoen; 2004: EUR 154 miljoen).
De meerderheid van de risico’s uit valuta- en effectenhandel is economisch afgedekt door diveraten. Het resultaat uit effectenhandel
wordt deels gecompenseerd door deze derivaten. Het resultaat uit deze derivaten bedraagt EUR 1.662 miljoen en is begrepen in Overige.
41 OVERIGE BATEN
Overige baten
2006
Baten uit operationele
lease-overeenkomsten
Negatieve goodwill
Overige
–5
–5
Verzekeringsactiviteiten
2005
2004
149
149
2006
150
150
Bancaire activiteiten
2005
2004
66
72
410
476
489
561
112
26
238
376
2006
2005
66
72
405
471
638
710
Totaal
2004
112
26
388
526
42 VERZEKERINGSTECHNISCHE LASTEN
Verzekeringstechnische lasten
Bruto verzekeringstechnische lasten
Beleggingsbaten voor risico polishouders
Herverzekeringsdeel
Verzekeringstechnische lasten
2006
2005
2004
53.065
–2.702
–2.175
48.188
54.594
–5.074
–2.400
47.120
48.925
–2.309
–1.232
45.384
ING Groep Jaarverslag 2006 171
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde winst- en verliesrekening van ING Groep vervolg
Verzekeringstechnische lasten naar soort
Levensverzekeringslasten
Herverzekering en retrocessiepremies
Uitkeringen voor eigen rekening
Herverzekeringsdeel
Mutatie in overige technische voorzieningen
voor eigen rekening
Acquisitiekosten inzake verzekeringsactiviteiten
Overige verzekeringstechnische lasten
Winstdeling en kortingen
Schadeverzekeringslasten
Herverzekering en retrocessiepremies
Schaden voor eigen rekening
Herverzekeringsdeel
Mutatie in de voorziening voor
niet-verdiende premies
Mutatie in de voorziening voor te betalen schaden
Acquisitiekosten inzake verzekeringsactiviteiten
Overige verzekeringstechnische lasten
Lasten uit beleggingscontracten
Acquisitiekosten inzake beleggingscontracten
Winstdeling en kortingen
Overige wijzigingen in de verplichting
voor beleggingscontracten
2006
2005
2004
2.004
26.234
–1.705
2.031
22.129
–1.625
1.619
25.774
–929
13.420
1.083
439
801
42.276
14.650
1.060
364
2.214
40.823
11.098
1.324
713
684
40.283
339
3.848
–470
526
4.343
–775
756
3.598
–303
65
–209
1.043
–71
4.545
–46
–49
1.012
–52
4.959
73
58
951
–32
5.101
31
64
53
17
1.272
1.367
1.268
1.338
48.188
47.120
45.384
2006
2005
2004
458
369
–26
801
1.824
379
11
2.214
313
371
Winstdeling en kortingen
Uitkeringen uit hoofde van rente of technisch resultaat
Winsttoekenningen in de vorm van bijschrijvingen
Lasten uit latente winstdeling
684
In de Verzekeringstechnische lasten is in 2006 EUR 4.141 miljoen begrepen aan betaalde en verschuldigde provisies (2005: EUR 3.956 miljoen;
2004: EUR 4.258 miljoen) met betrekking tot verzekeringsactiviteiten. De afschrijvingskosten van de overlopende acquisitiekosten
bedroegen in 2006 EUR 1.444 miljoen (2005: EUR 1.475 miljoen; 2004: EUR 2.031 miljoen).
De Verzekeringstechnische lasten over 2006 bevatten een bedrag van EUR 181 miljoen (2005: EUR 220 miljoen; 2004: EUR 100 miljoen)
met betrekking tot het versterken van de reserves in de divisie Insurance Asia/Pacific zoals beschreven onder Gesegmenteerde informatie.
Beleggingsbaten en herwaarderingen op beleggingen voor risico polishouders van EUR 2.702 miljoen (2005: EUR 5.074 miljoen;
2004: EUR 2.309 miljoen) worden niet verantwoord onder Opbrengst beleggingen en herwaarderingen op activa en verplichtingen
geclassificeerd als tegen reële waarde met waardemutaties door het resultaat, maar zijn begrepen onder Verzekeringstechnische lasten
tezamen met een gelijk bedrag aan verandering van de voorziening voor verzekeringen voor risico polishouders.
In 2004 heeft ING door middel van een medeverzekeringsovereenkomst een deel van de levensverzekeringsactiviteiten aan Scottish Re
overgedragen. ING heeft voor deze transactie in 2004 een verlies verantwoord in de Verzekeringstechnische lasten voor een bedrag van
EUR 160 miljoen. Dit verlies geeft de vermindering weer van de hieraan gerelateerde overlopende acquisitiekosten. Daarnaast zal een
172 ING Groep Jaarverslag 2006
bedrag van EUR 240 miljoen worden afgeschreven over de looptijd van de onderliggende contracten, te beginnen in 2005 en geleidelijk
afnemend naar mate de contracten aflopen. Het bedrag aan afschrijving bedroeg in 2006 EUR 32 miljoen (2005: EUR 34 miljoen).
De cumulatieve afschrijvingen bedroegen EUR 66 miljoen (2005: EUR 34 miljoen).
43 OVERIGE BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN
Overige bijzondere waardeverminderingen en terugboekingen daarvan verantwoord in het resultaat
Bijzondere waardeverminderingen
2006
2005
2004
Gebouwen en bedrijfsmiddelen
Onroerend goed in ontwikkeling
ten behoeve van derden
Deelnemingen
Overige immateriële
vaste activa
–1
82
22
Terugboekingen van
bijzondere waardeverminderingen
2006
2005
2004
–4
–27
19
3
2006
2005
Totaal
2004
–5
55
22
21
76
22
19
3
10
31
21
103
22
–4
10
27
–27
Bijzondere waardeverminderingen op kredieten worden verantwoord onder Mutatie voorziening dubieuze debiteuren. Bijzondere
waardeverminderingen op beleggingen worden verantwoord onder Opbrengst beleggingen.
44 PERSONEELSKOSTEN
Personeelskosten
2006
Salarissen
Lasten met betrekking tot
pensioenen en andere
personeelsverplichtingen
Sociale lasten
Aandelengerelateerde
beloningen
Overige personeelskosten
Verzekeringsactiviteiten
2005
2004
2006
Bancaire activiteiten
2005
2004
2006
2005
Totaal
2004
2.012
2.038
1.928
3.480
3.286
3.308
5.492
5.324
5.236
79
196
143
214
144
191
206
444
256
444
484
426
285
640
399
658
628
617
54
457
2.798
36
470
2.901
19
404
2.686
58
932
5.120
33
726
4.745
57
706
4.981
112
1.389
7.918
69
1.196
7.646
76
1.110
7.667
Pensioenlasten en andere personeelsvergoedingen
2006
Kosten huidige dienstjaar
Kosten verstreken dienstjaren
Rentelasten
Verwachte opbrengsten
op beleggingen
Amortisatie van
ongerealiseerde
kosten verstreken dienstjaren
Amortisatie van
ongerealiseerde
actuariële resultaten
Effect van inkrimping
of afrekening
Defined benefit postemployment plans
Defined contribution plans
Pensioenen
2005
2004
417
18
703
477
192
643
434
–820
–710
–686
699
Uitkeringen na dienstverband
anders dan pensioenen
2006
2005
2004
13
–1
11
42
31
40
35
2006
2005
23
1
7
32
5
35
–22
Overige
2004
Totaal
2004
2006
2005
14
453
18
721
551
197
718
748
–11
–820
–732
–697
–149
–411
–3
240
323
519
45
285
76
399
109
628
6
–5
471
–5
22
22
–6
–12
–3
–147
–396
334
590
444
–129
–314
66
4
–3
35
47
9
ING Groep Jaarverslag 2006 173
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde winst- en verliesrekening van ING Groep vervolg
Remuneratie topkader
De informatie aangaande aandelen gerelateerde beloningsregelingen en de beloning van leden van de Raad van Bestuur en leden van de
Raad van Commissarissen is opgenomen in het remuneratierapport in het jaarverslag (pagina 74 tot en met 86). Deze informatie maakt
onderdeel uit van de gecontroleerde jaarrekening.
Optie- en aandelenregeling
ING Groep heeft optierechten op aandelen ING en voorwaardelijke rechten op certificaten van aandelen optierechten toegekend aan
een aantal leidinggevende functionarissen (leden van de Raad van Bestuur, alsmede directeuren en overige door de Raad van Bestuur
aangewezen functionarissen), aan alle medewerkers van ING Groep in Nederland en aan een aanzienlijk aantal medewerkers in het
buitenland. Het doel van de optie- en aandelenregeling is, naast het bevorderen van een duurzame groei van ING Groep, het aantrekken,
behouden en motiveren van leidinggevende functionarissen en medewerkers.
ING Groep koopt eigen aandelen in op het moment dat de opties worden toegekend om aan haar verplichtingen die uit de bestaande
optieregeling voortvloeien te voldoen en om het positierisico met betrekking tot de betreffende opties af te dekken (een zogenaamde
delta hedge). Per 31 december 2006 worden 52.722.755 eigen aandelen (2005: 38.722.934; 2004: 29.427.538) gehouden in verband
met de optieregeling tegenover 74.175.909 uitstaande opties (2005: 85.128.950; 2004: 81.010.410). Hiermee zijn de toegekende
optierechten afgedekt (delta hedged), rekening houdend met de volgende factoren: uitoefenprijs, beurskoers, de zero-coupon rentevoet, dividendrendement, verwachte volatiliteit en gedrag van medewerkers. Op vooraf vastgestelde tijdstippen wordt bekeken of het
afdekken nog voldoende effectief is.
Verplichtingen uit hoofde van aandelenregelingen worden niet afgedekt. De verplichtingen uit hoofde van deze regelingen zullen worden
voldaan door middel van uitgifte van aandelen. Op 15 maart 2007 zijn 6,5 miljoen aandelen uitgegeven met betrekking tot het onvoorwaardelijk worden van aandelenregelingen.
Optierechten hebben een looptijd van vijf of tien jaar. Optierechten die niet binnen deze periode worden uitgeoefend, komen te vervallen. Toegekende optierechten zullen geldig blijven (tot uitoefendatum), zelfs na beëindiging van de optieregeling. Aan de optierechten
zijn bepaalde voorwaarden verbonden, waaronder een dienstverband gedurende een bepaalde aaneengesloten periode. De uitoefenprijzen van de opties zijn gelijk aan de beurskoers van het aandeel ING Groep op de dag dat de opties worden toegekend.
Aan het recht op certificaten van aandelen zijn bepaalde voorwaarden verbonden. Als de deelnemer vanaf de datum van ontvangst van
het recht drie jaar onafgebroken in dienst blijft bij ING, wordt het recht onvoorwaardelijk. In 2006 zijn 52.100 rechten op certificaten van
aandelen verstrekt (2005: 73.500) aan de leden van de Raad van Bestuur en 2.432.686 rechten op certificaten van aandelen verstrekt
(2005: 2.907.101) aan leidinggevende functionarissen en overig personeel.
De Raad van Bestuur van ING Groep zal ieder jaar vaststellen of, en in welke mate, de optie- en aandelenregeling zal worden voortgezet.
Mutaties in de openstaande optierechten
2006
Balanswaarde begin van het jaar
Verstrekt
Uitgeoefend
Vervallen
Verlopen
Balanswaarde eind van het jaar
85.128.950
13.872.880
17.213.518
1.338.877
6.273.526
74.175.909
Aantal uitstaande opties
2005
2004
81.010.410
15.734.031
2.820.253
298.315
8.496.923
85.128.950
83.187.633
13.568.410
918.566
940.054
13.887.013
81.010.410
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs
2006
2005
2004
24,42
32,78
20,64
25,78
25,99
25,99
24,97
23,28
21,15
23,60
30,26
24,42
26,39
18,71
16,96
20,05
29,45
24,97
De gewogen gemiddelde aandelenkoers op de datum van uitoefening in 2006 was EUR 32,02.
Mutaties in de voorwaardelijke optierechten
2006
Balanswaarde begin van het jaar
Verstrekt
Onvoorwaardelijk geworden
Vervallen
Balanswaarde eind van het jaar
174 ING Groep Jaarverslag 2006
41.407.132
13.872.880
15.390.327
1.337.764
38.551.921
Voorwaardelijke opties
2005
2004
48.317.040
15.734.031
22.394.188
249.751
41.407.132
51.392.079
11.435.785
14.085.603
425.221
48.317.040
2006
3,65
6,49
4,65
3.85
4,57
Gewogen gemiddelde
reële waarde bij verstrekking
2005
2004
4,85
3,49
6,11
3,54
3,65
6,21
3,55
8,80
3,64
4,85
Uitstaande en uitoefenbare optierechten
Uitoefenprijs in euro’s
0,00 – 15,00
15,00 – 20,00
20,00 – 25,00
25,00 – 30,00
30,00 – 35,00
35,00 – 40,00
Aantal
uitstaande
opties per
31 december
2006
Gewogen
gemiddelde
resterende
uitoefenperiode
7.953.108
10.162.164
14.820.967
19.937.148
13.696.046
7.606.476
74.175.909
6,18
7,20
8,24
4,44
9,20
4,09
Uitoefenbare
Gewogen
opties per
gemiddelde 31 december
uitoefenprijs
2006
12,72
18,69
23,25
28,73
32,78
35,58
7.953.108
121.471
44.875
19.796.024
102.034
7.606.476
35.623.988
Gewogen
gemiddelde
resterende
uitoefenperiode
Gewogen
gemiddelde
uitoefenprijs
6,19
6,66
5,65
4,43
4,59
4,16
12,72
18,49
23,12
28,74
32,93
35,58
Gewogen
gemiddelde
resterende
uitoefenperiode
Gewogen
gemiddelde
uitoefenprijs
7,20
7,97
8,11
5,21
2,86
3,48
12,89
18,70
23,21
28,57
33,15
35,47
Uitstaande en uitoefenbare optierechten
Uitoefenprijs in euro’s
0,00 – 15,00
15,00 – 20,00
20,00 – 25,00
25,00 – 30,00
30,00 – 35,00
35,00 – 40,00
Aantal
uitstaande
opties per
31 december
2005
Gewogen
gemiddelde
resterende
uitoefenperiode
Gewogen
gemiddelde
uitoefenprijs
16.872.752
10.797.877
15.423.891
27.110.926
361.530
14.561.974
85.128.950
7,18
8,20
9,23
5,28
2,86
3,48
12,71
18,69
23,25
28,59
33,15
35,47
Uitoefenbare
opties per
31 december
2005
2.423.643
301.461
172.095
25.901.115
361.530
14.561.974
43.721.818
De geaggregeerde intrinsieke waarde van uitstaande en uitoefenbare opties was op 31 december 2006 EUR 579 miljoen en
EUR 264 miljoen.
De totale niet-verantwoorde kosten met betrekking tot opties bedraagt per 31 december 2006 EUR 90 miljoen (2005: EUR 50 miljoen;
2004: EUR 24 miljoen). Van deze kosten wordt verwacht dat ze worden verantwoord over een gemiddelde periode van 1,9 jaar (2005:
2,0 jaar; 2004: 1,8 jaar). De liquide middelen ontvangen bij het uitoefenen van aandelenopties bedroeg over 2006 EUR 355 miljoen
(2005: nihil; 2004: nihil).
De reële waarde van de toegekende opties wordt over de periode waarin de opties onvoorwaardelijk worden onder de personeelskosten
verantwoord als last. De reële waarden worden bepaald aan de hand van een Monte Carlo simulatie. In dit model wordt de risicovrije
interestvoet (tussen 3,55% en 4,04%) in de berekening meegenomen, evenals de verwachte looptijd van de toegekende opties (0,5
tot 6,5 jaar), de uitoefenprijs, de huidige prijs van een aandeel (EUR 32,77 – EUR 33,92), de verwachte volatiliteit van de certificaten
van ING Groep aandelen (23% - 41%) en verwachte dividenden tussen 3,57% en 3,69%.
Door verschillen in het tijdstip van het toekennen van de optierechten en de inkoop van eigen aandelen om deze optiepositie af te
dekken kunnen resultaten ontstaan indien aandelen worden ingekocht tegen een andere prijs dan de uitoefenprijs van de opties. Deze
resultaten worden in het Eigen Vermogen verantwoord. ING Groep is echter niet voornemens dergelijke posities te creëren en indien
posities ontstaan, worden deze zo spoedig mogelijk afgedekt. Indien optierechten vervallen wordt het resultaat op (de verkoop van)
de aandelen die waren gekocht om de optierechten af te dekken ten gunste dan wel ten laste van het Eigen vermogen gebracht.
ING Groep Jaarverslag 2006 175
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde winst- en verliesrekening van ING Groep vervolg
Verloop in aandelenregeling
Balanswaarde begin van het jaar
Verstrekt
Onvoorwaardelijk geworden
Vervallen
Balanswaarde eind van het jaar
2006
2005
6.499.469
2.484.786
155.522
455.587
8.373.146
3.715.896
2.980.601
152.006
45.022
6.499.469
Aandelen
2004
3.792.509
76.613
3.715.896
2006
22,92
29,62
22,48
23,10
24,90
Gewogen gemiddelde reële
waarde bij verstrekking
2005
2004
19,38
27,50
20,26
24,71
22,92
19,38
19,37
19,38
De reële waarde van de toegekende aandelen wordt over de periode dat de toegekende aandelen onvoorwaardelijk worden als last
in de winst- en verliesrekening verwerkt. De reële waarden zijn bepaald aan de hand van een Monte Carlo Simulatie waarderingsmodel.
Dit model houdt rekening met de risicovrije rente. Voor de ‘performance’ aandelen wordt ook rekening gehouden met huidige aandelenkoersen, verwachte volatiliteit en de huidige dividenden van de referentiegroep die wordt gebruikt om de plaats van ING te
bepalen op basis van het totale rendement voor aandeelhouders.
De totale niet-verantwoorde kosten met betrekking tot aandelen bedragen per 31 december 2006 EUR 88 miljoen (2005: EUR 81 miljoen;
2004: EUR 51 miljoen). Van deze kosten wordt verwacht dat ze worden verantwoord over een gemiddelde periode van 1,8 jaar (2005:
1,9 jaar; 2004: 2,2 jaar).
45 OVERIGE RENTELASTEN
Overige rentelasten bestaan voor het grootste deel uit rente in verband met verzekeringsactiviteiten, inclusief rente op de uitgegeven
eeuwigdurende achtergestelde leningen.
Onder de Overige rentelasten zijn voor EUR 10 miljoen en EUR 101 miljoen betaald dividend op preferente aandelen en trust preferred
securities begrepen (2005: EUR 14 miljoen en EUR 111 miljoen; 2004: nihil en EUR 136 miljoen).
Het totaal aan rentebaten en -lasten voor instrumenten niet gewaardeerd tegen reële waarde met waarde mutaties door het resultaat
voor 2006 waren respectievelijk EUR 41.281 miljoen (2005: EUR 35.632 miljoen) en EUR 27.014 miljoen (2005: EUR 20.888 miljoen).
Het Totaal netto renteresultaat van EUR 16.932 miljoen wordt gepresenteerd in en bestaat uit de volgende toelichtingen op de
winst- en verliesrekening.
Totaal netto renteresultaat
Rente resultaat – bank 35
Opbrengst uit beleggingen – verzekeringen 37
Overige rentelasten
176 ING Groep Jaarverslag 2006
2006
2005
2004
9.192
8.756
1.016
16.932
9.067
8.340
969
16.438
8.741
8.095
1.019
15.817
46 OVERIGE BEDRIJFSLASTEN
Overige bedrijfslasten
2006
Afschrijvingen op gebouwen
en bedrijfsmiddelen
Automatiseringskosten
Huisvestingskosten
Reis- en verblijfskosten
Reclame en public relations
Kosten externe adviseurs
Overige
Toevoeging/vrijval van voorzieningen voor
reorganisaties en bedrijfsverplaatsingen
Verzekeringsactiviteiten
2005
2004
2006
Bancaire activiteiten
2005
2004
2006
2005
Totaal
2004
102
331
629
102
177
581
572
2.494
113
319
595
104
150
505
470
2.256
114
211
633
91
128
435
419
2.031
361
705
634
139
722
449
878
3.888
376
669
622
133
619
356
1.172
3.947
311
663
646
115
566
274
1.157
3.732
463
1.036
1.263
241
899
1.030
1.450
6.382
489
988
1.217
237
769
861
1.642
6.203
425
874
1.279
206
694
709
1.576
5.763
–16
2.478
38
2.294
29
2.060
63
3.951
86
4.033
82
3.814
47
6.429
124
6.327
111
5.874
In de overige bedrijfslasten zijn de huurbetalingen inbegrepen van EUR 3 miljoen (2005: nihil, 2004: nihil) in verband met operationele
lease-overeenkomsten waarin ING de huurder is.
47 BELASTINGEN
Belastingen naar soort
Acute belastingen
Latente belastingen
2006
2005
Nederland
2004
2006
469
95
564
855
–2
853
1.025
212
1.237
970
373
1.343
Internationaal
2005
2004
388
138
526
315
157
472
2006
2005
Totaal
2004
1.439
468
1.907
1.243
136
1.379
1.340
369
1.709
Aansluiting tussen het wettelijke en het effectieve belastingpercentage van ING Groep
Resultaat voor belastingen
Wettelijk belastingpercentage
Wettelijk belastingbedrag
Deelnemingsvrijstelling
Andere vrijgestelde inkomsten
Niet-aftrekbare kosten
Afwijking veroorzaakt door andere
belastingpercentages
Aanpassingen voorgaande boekjaren
Wijzigingen in belastingpercentages
Latente belastingbate gerelateerd aan
niet eerder verantwoorde bedragen
Acute belastingbate gerelateerd aan
niet eerder verantwoorde bedragen
Afboeking/terugdraaiing van latente
belastingvoordelen
Overige
Effectief belastingbedrag
Effectief belastingpercentage
2006
2005
2004
9.940
29,6%
2.942
8.894
31,5%
2.802
7.740
34,5%
2.670
–255
–336
121
–386
–222
37
–460
–10
1
–78
–41
–170
29
–77
–2
–120
–30
–413
–278
–418
–6
38
1.907
2
27
1.379
–372
1.709
19,2%
15,5%
22,1%
ING Groep Jaarverslag 2006 177
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op de geconsolideerde winst- en verliesrekening van ING Groep vervolg
Het effect van de verandering in het belastingpercentage wordt veroorzaakt door een daling van het belastingpercentage in Nederland
van 29,6% naar 25,5%.
In de regel Acute belastingbate gerelateerd aan niet eerder verantwoorde bedragen zijn voor 2006 definitieve aanslagen begrepen die
resulteerden in een vrijval van te betalen belastingen.
48 WINST PER GEWOON AANDEEL
Winst per gewoon aandeel
2006
Nettowinst
7.692
Nettowinst
(in miljoenen euro’s)
2005
2004
7.210
5.755
Verwateringseffect:
Warrants
Optie- en aandelenregeling
Verwaterde winst
Gewogen gemiddeld aantal
uitstaande gewone aandelen
tijdens het boekjaar
(in miljoenen euro’s)
2006
2005
2004
2.155,0
2006
Nettowinst per gewoon
aandeel (in euro’s)
2005
2004
2.169,5
2.125,3
3,57
3,32
2,71
2.169,5
2.125,3
3,53
3,32
2,71
7,6
14,4
22,0
7.692
7.210
5.755
2.177,0
De verwaterde nettowinst per aandeel wordt berekend alsof de aan het eind van het boekjaar uitstaande opties en warrants aan het
begin van het boekjaar zijn uitgeoefend. Tevens wordt verondersteld dat de na uitoefening van de opties en warrants ontvangen
opbrengsten door ING Groep worden gebruikt om eigen aandelen tegen de gemiddelde beurskoers gedurende het boekjaar in te kopen.
De toename van het aantal aandelen als gevolg van de uitoefening van warrants en opties wordt opgeteld bij het gemiddeld aantal
aandelen dat wordt gebruikt bij de berekening van de nettowinst per aandeel.
49 DIVIDEND PER GEWOON AANDEEL
Dividend per gewoon aandeel
2006 (1)
Dividend per gewoon aandeel (in euro’s)
Totaal uitbetaald dividend (in miljoenen euro’s)
(1)
1,32
2.865
2005
2004
1,18
2.588
1,07
2.359
de Raad van Bestuur heeft, met goedkeuring van de Raad van Commissarissen, een dividendvoorstel voor het jaar 2006 gedaan van EUR 1,32 per aandeel, dat zal
worden voorgesteld aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Na het besluit van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders met betrekking tot de
uitkering wordt het slotdividend betaalbaar gesteld op 3 mei 2007.
178 ING Groep Jaarverslag 2006
Gesegmenteerde informatie
bedragen in miljoenen euro’s, tenzij anders aangegeven
50 PRIMAIRE SEGMENTATIE – BEDRIJFSSEGMENTEN
De bedrijfssegmenten van ING Groep hebben betrekking op de indeling van de interne bedrijfsvoering naar divisies. De divisies zijn
Insurance Europe, Insurance Americas, Insurance Asia/Pacific, Wholesale Banking, Retail Banking en ING Direct. Onder Overige zijn
hoofdzakelijk activiteiten opgenomen die niet direct toe te rekenen zijn aan de divisies.
Elke divisie wordt aangestuurd door een lid van de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur bepaalt de prestatiedoelstellingen en
autoriseert en bewaakt de budgetten die zijn voorbereid door de divisies. Het management van de divisies bepaalt, in overeenstemming
met de strategie en prestatiedoelstellingen zoals geformuleerd door de Raad van Bestuur, het strategische, commerciële en financiële
beleid van de divisies.
Voor een bedrijfssegment worden dezelfde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling gehanteerd als beschreven in Grondslagen
voor de geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening van ING Groep. Als verrekenprijzen voor transacties tussen divisies worden
de prijzen gehanteerd die zouden ontstaan onder marktomstandigheden (‘at arm’s length’). Overheadkosten van het hoofdkantoor
worden aan de divisies toegerekend op basis van de tijdsbesteding van het personeel op het hoofdkantoor, op basis van het relatieve
aantal personeelsleden, of op basis van de baten en/of de activa van het bedrijfssegment. Over de aandelenportefeuille wordt een vast
rendement van 3% gealloceerd aan de Insurance divisies. Het verschil met de werkelijke gerealiseerde winsten op de portefeuille is
verantwoord onder Overige.
ING Groep beoordeelt de resultaten van haar divisies gebruikmakend van de onderliggende winst voor belastingen als prestatiemaatstaf.
Onderliggende winst voor belastingen wordt gedefinieerd als winst voor belastingen exclusief desinvesteringen en bijzondere posten.
Bedrijfssegmenten
2006
Baten
– Extern
– Segmenten onderling
Totaal baten
Insurance
Europe
Insurance Insurance Wholesale
Americas Asia/Pacific
Banking
Retail
Banking
ING
Direct
Totaal
Overige segmenten
Eliminaties
Totaal
15.893
278
16.171
29.775
4
29.779
13.310
68
13.378
7.215
–1.397
5.818
6.028
–26
6.002
2.314
59
2.373
–914
2.375
1.461
73.621
1.361
74.982
2.362
–34
1.992
636
–15
2.481
44
1.932
694
23
–157
9.940
18
9.940
18
2.328
1.992
621
2.525
1.932
717
–157
9.958
9.958
117.106
102.827
162.229
152.599
54.454
50.204
764.882
756.645
313.566
309.516
253.785
250.354
205.236 1.871.258
159.635 1.781.780
–644.951 1.226.307
–596.688 1.185.092
Afschrijvingen en amortisatie
Bijzondere waardeverminderingen
Terugboeking van bijzondere
waardeverminderingen
287
1
915
627
10
171
16
216
4
74
2.290
31
2.290
31
4
4
Resultaat deelnemingen
Boekwaarde deelnemingen
Gemaakte kosten in 2006 voor
aankoop van gebouwen,
bedrijfsmiddelen en immateriële
vaste activa
447
2.981
8
14
2
176
1.141
11
57
–4
148
638
4.343
638
4.343
1.322
243
90
226
182
3
2.210
2.210
Segment winst voor belastingen
Desinvesteringen
Onderliggende winst
voor belastingen
Segment activa
Segment vreemd vermogen
4
144
73.621
–1.361
–1.361
73.621
Het bedrijfssegment Insurance Asia/Pacific heeft bij een conservatief betrouwbaarheidsniveau van 90% ontoereikende voorzieningen
voor verzekeringsverplichtingen. In overeenstemming met het beleid van de Groep, neemt dit bedrijfssegment maatregelen om de
toereikendheid van de reserves in dat gebied te verbeteren. Tegenover deze ontoereikendheid staan reserves in andere bedrijfssegmenten
die wel toereikend zijn, waardoor op Groepsniveau de reserves toereikend zijn bij een conservatief betrouwbaarheidsniveau van 90%.
ING Groep Jaarverslag 2006 179
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Gesegmenteerde informatie vervolg
Bedrijfssegmenten
2005
Baten
– Extern
– Segmenten onderling
Totaal baten
Insurance
Europe
Insurance
Insurance
Americas Asia/Pacific
Wholesale
Banking
Retail
Banking
ING
Direct
Overige
Totaal
segmenten
Eliminaties
Totaal
15.832
201
16.033
28.030
4
28.034
13.161
31
13.192
6.808
–851
5.957
5.611
185
5.796
1.830
289
2.119
–152
641
489
71.120
500
71.620
2.031
–10
1.941
38
478
–31
2.599
–300
1.877
–62
617
–649
8.894
–365
8.894
–365
2.021
1.979
447
2.299
1.815
617
–649
8.529
8.529
113.900
101.855
165.719
158.330
48.326
44.697
677.869
669.352
311.382
307.990
233.412
230.346
27.856 1.578.464
21.018 1.533.588
–419.825 1.158.639
–413.374 1.120.214
Afschrijvingen en amortisatie
Bijzondere waardeverminderingen
Terugboeking van bijzondere
waardeverminderingen
405
29
934
15
613
19
181
75
229
6
63
2.425
144
2.425
144
41
1
15
12
69
69
Resultaat deelnemingen
Boekwaarde deelnemingen
Gemaakte kosten in 2005 voor
aankoop van gebouwen,
bedrijfsmiddelen en immateriële
vaste activa
346
2.421
12
15
34
1
134
1.114
6
45
2
9
24
541
3.622
541
3.622
1.081
142
46
214
236
103
8
1.830
1.830
Segment winst voor belastingen
Desinvesteringen
Onderliggende winst
voor belastingen
Segment activa
Segment vreemd vermogen
180 ING Groep Jaarverslag 2006
71.120
–500
–500
71.120
Bedrijfssegmenten
2004
Baten
– Extern
– Segmenten onderling
Totaal baten
Segment winst voor belastingen
Desinvesteringen
Bijzondere posten
Onderliggende winst
voor belastingen
Insurance
Europe
Insurance
Insurance
Americas Asia/Pacific
Wholesale
Banking
Retail
Banking
ING
Direct
Overige
Totaal
segmenten
Eliminaties
Totaal
16.014
30
16.044
28.085
4
28.089
10.473
21
10.494
7.251
–1.380
5.871
4.454
608
5.062
1.177
532
1.709
717
535
1.252
68.171
350
68.521
1.623
1.692
–91
756
–281
1.945
71
41
1.175
–7
435
114
–375
7.740
–308
–345
7.740
–308
–345
–261
7.087
7.087
–11
68.171
–350
–350
68.171
1.612
1.601
475
2.057
1.168
435
100.258
90.947
132.101
126.156
31.622
28.998
474.948
465.700
252.450
249.949
170.001
167.731
Afschrijvingen en amortisatie
Bijzondere waardeverminderingen
348
14
1.427
52
440
3
220
52
220
31
49
12
2.716
152
2.716
152
Resultaat deelnemingen
Boekwaarde deelnemingen
Gemaakte kosten in 2004 voor
aankoop van gebouwen,
bedrijfsmiddelen en immateriële
vaste activa
147
1.311
35
14
10
33
28
791
–6
41
10
15
463
229
2.663
229
2.663
1.065
68
45
167
178
135
18
1.676
1.676
Segment activa
Segment vreemd vermogen
35.808 1.197.188
20.144 1.149.625
–320.797
–300.784
876.391
848.841
De bijzondere posten in 2004 hadden betrekking op het afdekken van valutarisico’s, reorganisatievoorzieningen voor Wholesale Banking
en een winst op oude herverzekeringsactiviteiten.
Rentebaten (extern) en rentelasten (extern) per divisie
2006
Rentebaten
Rentelasten
Insurance
Europe
3.307
25
3.282
Insurance Insurance Wholesale
Americas Asia/Pacific
Banking
4.604
466
4.138
911
4
907
Retail
Banking
ING
Direct
Overige
Totaal
37.873
31.648
6.225
10.334
8.085
2.249
10.491
8.309
2.182
669
2.458
–1.789
68.189
50.995
17.194
Wholesale
Banking
Retail
Banking
ING
Direct
Overige
Totaal
30.092
25.326
4.766
10.200
7.067
3.133
8.154
6.528
1.626
–289
769
–1.058
57.163
40.150
17.013
Rentebaten (extern) en rentelasten (extern) per divisie
2005
Rentebaten
Rentelasten
Insurance
Europe
3.658
115
3.543
Insurance
Insurance
Americas Asia/Pacific
4.492
341
4.151
856
4
852
ING Groep Jaarverslag 2006 181
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Gesegmenteerde informatie vervolg
Rentebaten (extern) en rentelasten (extern) per divisie
2004
Rentebaten
Rentelasten
Insurance
Europe
3.341
124
3.217
Insurance
Insurance
Americas Asia/Pacific
4.332
320
4.012
671
5
666
Wholesale
Banking
Retail
Banking
ING
Direct
Overige
Totaal
12.988
8.637
4.351
6.328
2.848
3.480
6.141
5.077
1.064
–5
777
–782
33.796
17.788
16.008
51 SECUNDAIRE SEGMENTATIE – GEOGRAFISCHE SEGMENTEN
De zes divisies van ING Groep zijn actief in zeven belangrijke geografische gebieden: Nederland, België, Overig Europa, Noord-Amerika,
Latijns Amerika, Azië en Australië. De bijdragen aan de baten van de geografische gebieden zijn gebaseerd op herkomst van inkomsten.
Geografische segmenten
2006
Baten
– Extern
– Segmenten onderling
Totaal baten
Segment winst voor
belastingen
Segment activa
Gemaakte kosten in 2006
voor aankoop van gebouwen,
bedrijfsmiddelen en
immateriële vaste activa
Nederland
België
Overig
Europa
Noord
Amerika
Latijns
Amerika
Azië
Australië
Overige
Eliminaties
16.079
765
16.844
5.358
–436
4.922
5.920
586
6.506
29.472
–1.039
28.433
2.712
355
3.067
13.155
117
13.272
841
11
852
84
1.002
1.086
–1.361
–1.361
3.585
1.115
1.785
2.315
318
583
340
–101
9.940
608.949
180.694
339.683
319.233
21.567
72.515
33.373
44.459
–394.166 1.226.307
1.506
62
253
228
40
75
46
Nederland
België
Overig
Europa
Noord
Amerika
Latijns
Amerika
Azië
Australië
Overige
16.779
217
16.996
5.142
–358
4.784
5.586
460
6.046
26.871
–161
26.710
2.771
55
2.826
12.996
89
13.085
783
21
804
324
–455
–131
71.252
–132
71.120
3.566
1.383
1.123
2.434
168
361
336
–477
8.894
271.096
165.590
329.198
275.661
19.653
64.176
26.832
6.433
1.158.639
1.271
138
173
135
41
51
21
Totaal
73.621
73.621
2.210
Geografische segmenten
2005
Baten
– Extern
– Segmenten onderling
Totaal baten
Segment winst voor
belastingen
Segment activa
Gemaakte kosten in 2005
voor aankoop van gebouwen,
bedrijfsmiddelen en
immateriële vaste activa
182 ING Groep Jaarverslag 2006
Eliminaties
Totaal
1.830
Geografische segmenten
2004
Baten
– Extern
– Segmenten onderling
Totaal baten
Nederland
België
Overig
Europa
Noord
Amerika
Latijns
Amerika
Azië
Australië
Overige
16.769
–223
16.546
5.403
–236
5.167
4.667
453
5.120
26.578
–29
26.549
2.740
23
2.763
8.895
63
8.958
1.980
24
2.004
1.260
–196
1.064
68.292
–121
68.171
2.881
808
506
1.732
237
283
541
752
7.740
195.646
136.318
258.479
204.663
12.646
44.851
21.271
2.516
876.390
1.183
97
175
108
31
34
30
18
1.676
Segment winst voor
belastingen
Segment activa
Gemaakte kosten in 2004
voor aankoop van gebouwen,
bedrijfsmiddelen en
immateriële vaste activa
Eliminaties
Totaal
Baten naar geografisch gebied
Verzekeringsactiviteiten
2006
2005
2004
Nederland
België
Overig Europa
Noord-Amerika
Latijns Amerika
Azië
Australië
Overige
Totaal
11.545
2.377
2.538
27.005
2.850
12.822
564
1.086
60.787
11.497
2.518
2.157
25.406
2.675
12.647
537
844
58.281
11.236
2.878
1.814
25.397
2.648
8.648
1.814
1.678
56.113
Baten tussen geografische
gebieden (1)
Totaal
–1.144
59.643
–878
57.403
–499
55.614
(1)
2006
5.299
2.545
3.968
1.428
217
450
288
Bancaire activiteiten
2005
2004
14.195
5.532
2.266
3.891
1.302
151
438
267
2
13.849
5.310
2.289
3.306
1.152
115
310
190
6
12.678
14.195
13.849
12.678
2006
2005
Eliminaties
2004
33
33
217
217
99
132
121
121
2006
2005
Totaal
2004
16.844
4.922
6.506
28.433
3.067
13.272
852
1.086
74.982
16.996
4.784
6.048
26.708
2.826
13.085
804
846
72.097
16.546
5.167
5.120
26.549
2.763
8.958
2.004
1.684
68.791
–1.361
73.621
–977
71.120
–620
68.171
2006
2005
Totaal
2004
betreft voornamelijk herverzekeringspremies tussen groepsmaatschappijen in verschillende geografische gebieden.
Baten van de verzekeringsactiviteiten naar geografisch gebied
Geboekte premies leven
2006
2005
2004
Nederland
België
Overig Europa
Noord-Amerika
Latijns Amerika
Azië
Australië
Overige
Baten tussen geografische
gebieden (2)
Totaal
(1)
(2)
Geboekte premies schade
2006
2005
2004
5.229
1.442
1.906
19.130
686
11.864
230
19
40.506
5.449
1.630
1.617
17.624
567
12.064
181
15
39.147
5.822
2.115
1.367
17.923
506
8.009
1.223
13
36.978
1.607
321
47
2.806
1.496
43
1.642
318
46
3.099
1.454
41
99
6.419
–4
40.502
–2
39.145
–3
36.975
–86
6.333
Opbrengst beleggingen (1)
2006
2005
2004
133
6.733
1.693
324
48
2.741
1.591
37
200
142
6.776
4.709
614
585
5.069
668
915
334
968
13.862
4.418
570
494
4.685
654
543
362
675
12.401
3.720
438
398
4.733
546
598
391
1.535
12.359
11.545
2.377
2.538
27.005
2.850
12.822
564
1.086
60.787
11.509
2.518
2.157
25.408
2.675
12.648
543
823
58.281
11.235
2.877
1.813
25.397
2.643
8.644
1.814
1.690
56.113
–120
6.613
–134
6.642
–1.054
12.808
–756
11.645
–362
11.997
–1.144
59.643
–878
57.403
–499
55.614
inclusief provisies en overige baten
betreft voornamelijk herverzekeringspremies tussen groepsmaatschappijen in verschillende geografische gebieden.
ING Groep Jaarverslag 2006 183
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Gesegmenteerde informatie vervolg
Winst voor belastingen naar geografisch gebied
2006
Nederland
België
Overig Europa
Noord-Amerika
Latijns Amerika
Azië
Australië
Overige
Totaal
2.182
160
309
1.564
178
468
176
–101
4.936
Verzekeringsactiviteiten
2005
2004
1.714
192
263
1.443
152
275
195
–256
3.978
1.201
128
179
1.142
197
287
436
752
4.322
2006
1.403
955
1.476
751
140
115
164
5.004
Bancaire activiteiten
2005
2004
1.693
790
1.317
705
78
170
162
1
4.916
2006
2005
Totaal
2004
3.418
3.585
1.115
1.785
2.315
318
583
340
–101
9.940
3.407
982
1.580
2.148
230
445
357
–255
8.894
2.881
808
506
1.732
237
283
541
752
7.740
Schade
2004
2006
2005
Totaal
2004
267
17
11
780
98
3
274
225
1.675
2.182
160
309
1.564
178
468
176
–101
4.936
1.714
192
263
1.443
152
275
195
–256
3.978
1.201
128
179
1.142
197
287
436
752
4.322
1.680
680
327
590
40
–4
105
Winst voor belastingen van de verzekeringsactiviteiten naar geografisch gebied
Nederland
België
Overig Europa
Noord-Amerika
Latijns Amerika
Azië
Australië
Overige
Totaal
2006
2005
Leven
2004
2006
2005
1.589
98
297
891
116
462
161
–178
3.436
1.324
139
256
623
98
269
195
–238
2.666
934
111
168
362
99
284
162
527
2.647
593
62
12
673
62
6
15
77
1.500
390
53
7
820
54
6
–18
1.312
Geografische analyse van schaderatio, kostenratio en gecombineerde ratio van schadeverzekeringen
Nederland
België
Overig Europa
Noord-Amerika
Latijns Amerika
Azië
Australië
Overige
Totaal
2006
2005
44,7
65,0
46,8
59,2
74,2
50,2
56,0
66,8
51,5
59,7
75,8
52,5
60,1
58,6
119,7
62,7
Schaderatio
2004
60,6
71,1
46,1
61,0
71,8
56,6
46,3
62,8
63,0
2006
2005
40,3
33,7
41,3
29,9
26,8
40,7
39,0
34,1
41,8
29,4
28,4
40,3
–36,4
31,8
14,6
31,9
Kostenratio
2004
36,8
36,7
35,8
27,6
27,6
40,9
28,0
16,4
30,6
2006
Gecombineerde ratio
2005
2004
85,0
98,7
88,1
89,1
101,0
90,9
95,0
100,9
93,3
89,1
104,2
92,8
23,7
90,4
134,3
94,6
97,4
107,8
81,9
88,6
99,4
97,5
74,3
79,2
93,6
De schaderatio betreft schaden, inclusief de schadebehandelingskosten, uitgedrukt als percentage van de netto verdiende premie. De
kostenratio betreft de kosten uitgedrukt als percentage van de netto geboekte premie. De schaderatio en de kostenratio vormen samen
de gecombineerde ratio. Een gecombineerde ratio van meer dan 100% betekent niet noodzakelijkerwijs dat er sprake is van een verlies
op schadeverzekeringen, omdat aan het resultaat ook opbrengsten uit beleggingen worden toegerekend.
184 ING Groep Jaarverslag 2006
Overlopende acquisitiekosten van de verzekeringsactiviteiten naar geografisch gebied
Beleggingscontracten
2006
2005
Nederland
België
Overig Europa
Noord-Amerika
Latijns Amerika
Azië
Australië
Totaal
83
83
71
71
Levensverzekeringen
2006
2005
Schadeverzekeringen
2006
2005
489
45
251
4.971
94
3.795
460
43
221
4.863
97
3.359
52
17
4
254
106
2
61
16
4
292
115
2
9.645
9.043
435
490
2006
Totaal
2005
541
62
255
5.225
200
3.797
83
10.163
521
59
225
5.155
212
3.361
71
9.604
2006
Overige
2005
Verzekeringstechnische voorzieningen voor eigen rekening naar geografisch gebied
Voorziening
voor levensverzekeringsverplichtingen
voor eigen risico
2006
2005
Nederland
België
Overig Europa
Noord-Amerika
Latijns Amerika
Azië
Australië
Overige
Totaal
41.650
8.739
5.745
48.646
2.895
23.954
66
–9
131.686
39.564
7.731
5.272
53.411
3.021
22.534
96
–4
131.625
Voorziening
voor levensverzekeringsverplichtingen
voor risico
polishouders
2006
2005
Schadevoorzieningen
2006
2005
17.103
285
2.573
63.970
75
13.277
21
17.065
175
1.808
59.956
54
10.473
3.026
557
30
2.326
268
26
3.224
540
28
3.538
301
26
97.304
89.531
418
6.651
545
8.202
1.381
458
349
1.546
676
1.351
1
1
5.763
2.778
893
484
1.763
692
495
106
7.211
2006
Totaal
2005
63.160
10.039
8.697
116.488
3.914
38.608
88
410
241.404
62.631
9.339
7.592
118.668
4.068
33.528
96
647
236.569
ING Groep Jaarverslag 2006 185
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting op het geconsolideerd kasstroomoverzicht van ING Groep
bedragen in miljoenen euro’s, tenzij anders aangegeven
52 NETTO KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN
Informatie over verkochte en gekochte ondernemingen is opgenomen in de toelichting 28 Belangrijkste dochterondernemingen en
aankoop en verkoop van groepsmaatschappijen.
53 LENINGEN EN SCHULDBEWIJZEN
De kasstroom uit Leningen en schuldbewijzen van EUR 20.500 miljoen (2005: EUR 7.842 miljoen) bevat ontvangsten voor een bedrag van
EUR 304.228 miljoen (2005: EUR 237.340 miljoen) en aflossingen voor een bedrag van EUR 283.728 miljoen (2005: EUR 229.498 miljoen).
Deze hoge volumes worden veroorzaakt door uitgifte, terugbetalingen en vernieuwingen van kortlopend schuldpapier.
54 RENTE EN DIVIDEND BEGREPEN IN NETTO KASSTROOM
Ontvangen en betaalde rente en dividend
Ontvangen rente
Betaalde rente
Ontvangen dividend
Betaald dividend
2006
2005
2004
66.471
52.369
14.102
53.015
33.379
19.636
33.767
17.848
15.919
715
2.716
522
2.461
443
883
2006
2005
2004
4.333
–20.454
14.326
–1.795
11.572
–21.321
13.084
3.335
12.382
–9.907
9.113
11.588
2006
2005
2004
1.286
8.878
8.730
3.047
4.333
2.694
11.572
3.652
12.382
2006
2005
2004
–26.498
6.044
–20.454
–25.441
4.120
–21.321
–15.207
5.300
–9.907
–94.341
33.824
–60.517
–96.793
43.346
–53.447
–80.671
39.784
–40.887
–120.839
39.868
–80.971
–122.234
47.466
–74.768
–95.878
45.084
–50.794
55 LIQUIDITEITEN
Liquiditeiten
Kortlopend overheidspapier
Bankiers
Liquide middelen
Liquiditeiten eind van het jaar
Kort lopend overheidspapier begrepen in liquiditeiten
Kortlopend overheidspapier begrepen in activa
voor handelsdoeleinden
Kortlopend overheidspapier begrepen in
voor-verkoop-beschikbare beleggingen
Bankiers
Verantwoord in liquide middelen
– bedragen te betalen aan bankiers
– bedragen te vorderen van bankiers
Niet verantwoord in liquide middelen
– bedragen te betalen aan bankiers
– bedragen te vorderen van bankiers
Verantwoord in de balans
– bedragen te betalen aan bankiers
– bedragen te vorderen van bankiers
Onder liquide middelen zijn bedragen te betalen/te vorderen begrepen die op het moment van verkrijgen en looptijd hebben korter
dan drie maanden.
186 ING Groep Jaarverslag 2006
Risicobeheer
bedragen in miljoenen euro’s, tenzij anders aangegeven
INLEIDING
De risicobeheerfunctie van ING Groep heeft als doel het creëren van duurzaam concurrentievoordeel door het volledig integreren van
risicobeheer in de dagelijkse bedrijfsactiviteiten en de strategische planning.
Aan deze doelstelling liggen de volgende uitgangspunten ten grondslag:
1. producten en portefeuilles worden op de juiste manier gestructureerd, geaccepteerd, geprijsd, goedgekeurd en beheerd en interne
en externe richtlijnen worden nageleefd;
2. het risicoprofiel van ING Groep is transparant, levert geen verrassingen op en is in overeenstemming met gedelegeerde bevoegdheden;
3. gedelegeerde bevoegdheden komen overeen met de algehele strategie en risicotolerantie van de Groep;
4. over risicobeheer en waardecreatie wordt open gecommuniceerd naar zowel interne als externe stakeholders.
Risico nemen is inherent aan de bedrijfsactiviteiten van ING Groep. Dankzij een uitgebreid raamwerk voor risicobeheer worden risico’s
in de hele organisatie weloverwogen genomen. De risico’s worden hiermee op alle niveaus van de organisatie op de juiste manier
gesignaleerd, gemeten en beheerst, zodat de financiële positie gewaarborgd is. ING Groep legt sterk de nadruk op groepsbreed
risicobeheer om zo een duidelijk inzicht te verkrijgen in het risicoprofiel van de Groep en om de Raad van Bestuur in staat te stellen
de risicotolerante vast te stellen op Groep niveau.
RISICOBOUWWERK
Het raamwerk voor risicobeheer van ING Groep omvat duidelijke reglementen en mandaten voor de beheersing van de risico’s. Op het
hoogste niveau houden de bestuurscomités toezicht op de te nemen risico’s. De uiteindelijke goedkeuringsbevoegdheid ligt hier. Een
niveau lager richten diverse risico-comités zich op specifieke soorten risico’s. Deze comités adviseren de Raad van Bestuur. In 2006 heeft
ING het hierna beschreven concept van de ‘drie verdedigingslinies’ ingevoerd.
Risicotoezicht bestuur
ING Groep heeft een ‘two-tier’ bestuursstructuur die bestaat uit de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen. Beide spelen een
belangrijke rol in het beheren en bewaken van het risicobeheerkader.
– De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor de beheersing van de risico’s die voortvloeien uit de activiteiten van ING Groep. De Raad
van Bestuur ziet onder meer toe op de effectiviteit van de interne risicobeheer- en controlesystemen en de naleving van de van
toepassing zijnde wet- en regelgeving door ING Groep. De Raad van Bestuur brengt regelmatig verslag uit over deze aangelegenheden
en overlegt over de interne risicobeheer- en controlesystemen met de Raad van Commissarissen. Daarnaast bespreekt de Raad van
Bestuur ieder kwartaal het risicoprofiel van de Groep met het Audit Committee en licht eventuele wijzigingen in dat risicoprofiel toe.
– Het Audit Committee is een subcomité van de Raad van Commissarissen. Dit subcomité staat de Raad van Commissarissen bij in de
evaluatie en beoordeling van de belangrijkste risicoposities en de werking van de interne risicobeheer- en controlesystemen. Het Audit
Committee is samengesteld op basis van specifieke bedrijfskennis en expertise over de activiteiten van ING. In principe worden de
vergaderingen van het Audit Committee bijgewoond door de Chief Financial Officer (CFO) en/of de Deputy Chief Risk Officer.
Risicobeheerorganisatie – ‘drie verdedigingslinies’
ING hanteert het concept van de ‘drie verdediginglinies’ om zo een effectief risicoraamwerk met duidelijk omschreven verantwoordelijkheden te creëren. Het concept voorziet in een duidelijke verdeling van de verantwoordelijkheden naar ‘eigendom’ en beheer van risico,
waardoor overlappingen en/of gaten in het risicobouwwerk worden vermeden. Het Management van de divisies en managers op lokaal
en regioniveau hebben de primaire verantwoordelijkheid voor de beheersing van de dagelijkse risico’s. Tezamen verzorgen zij de eerste
verdedigingslinie. De tweede verdedigingslinie wordt op lokaal, regio- en groepsniveau gevormd door Risicobeheer. Alle risicobeheerders
binnen de divisies hebben een functionele rapportagelijn naar de Corporate Risk Managers. De interne Audit afdeling verzorgt een
onafhankelijke en objectieve waarborging van de effectiviteit van het algehele systeem van interne controle, financieel, operationeel,
compliance en risicobeheer en vormt de derde verdedigingslinie.
Risico-comités op groepsniveau
De hieronder beschreven risico-comités op groepsniveau maken deel uit van de tweede verdedigingslinie. Zij functioneren binnen de
grenzen van het risicobeleid en de door de Raad van Bestuur gedelegeerde bevoegdheden. De risico-comités hebben een adviesrol
richting de CFO en waarborgen een nauwe aansluiting tussen de divisies en risicobeheer op groepsniveau door vertegenwoordiging
van de divisiehoofden en de Corporate Risk Managers in elk comité.
ING Groep Jaarverslag 2006 187
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Risicobeheer vervolg
– ING Groep Krediet Comité – Beleid (GKCB): Adviseert met betrekking tot beleid, methoden en procedures ten behoeve van krediet,
verzekeringstechnische, markt en operationele risico’s binnen ING Groep. Het GKCB komt maandelijks bijeen.
– ING Groep Krediet Comité – Transactie Goedkeuring (GKCTG): Adviseert inzake transacties voor het aangaan van kredietrisico (inclusief
het kredietrisico met betrekking tot de beleggingsportefeuille). Het GKCTG komt tweemaal per week bijeen.
– ING Provisioning Committee (IPC): Adviseert over de hoogte van de specifieke en collectieve voorzieningen voor dubieuze debiteuren
binnen ING Groep. Het IPC komt ieder kwartaal bijeen.
– Asset & Liability Committee ING Bank (ALCO Bank): Adviseert over het totale risicoprofiel van alle niet-handelsgerelateerde marktrisico’s
van Wholesale Banking, Retail Banking en ING Direct. Het ALCO Bank bepaalt het beleid ten aanzien van de financiering, liquiditeit,
rentemismatch en solvabiliteit van ING Bank. Het ALCO Bank komt maandelijks bijeen.
– Asset & Liability Committee ING Insurance (ALCO Insurance): Adviseert over alle risico’s binnen de verzekeringsactiviteiten van ING,
waaronder volatiliteit (dat gevolgen heeft voor de baten en waardering), financiële risico’s (vereist kapitaal en marktrisico) en
verzekeringstechnische risico’s. Het ALCO Insurance komt zes keer per jaar bijeen.
Groepsrisicobeheer
Functionele rapportagelijnen
De risicobeheerfunctie is verankerd in alle niveaus van de organisatie. ING Groep streeft naar ‘best practice’ groepsbreed risicobeheer en
heeft daartoe in 2006 de risicobeheerorganisatie geherstructureerd en de onderlinge samenhang tussen de risicofuncties versterkt. Om
de rol en het belang van risicobeheer te onderstrepen is er een Deputy Chief Risk Officer (CRO) benoemd die verantwoordelijk is voor
risicobeheer en de eindcontrole op geconsolideerd niveau. Deze Deputy CRO ressorteert onder de Chief Financial Officer (CFO) die lid is
van de Raad van Bestuur en eerstverantwoordelijke blijft voor het Groepsrisicobeheer (De intentie is dat de CRO in 2007 een volwaardig lid
wordt van de Raad van Bestuur).
In de volgende grafiek worden de functionele rapportagelijnen binnen de groepsrisicobeheerorganisatie weergegeven
CFO
Deputy CRO
Corporate Credit Risk
Management
(Bank & Verzekeringen)
Corporate Market Risk
Management
(Bank)
Corporate Insurance
Risk Management
(Verzekeringen)
Corporate Operational
Information & Security
Risk Management
(Bank & Verzekeringen)
Corporate
Compliance
(Bank & Verzekeringen)
Groepsrisicobeheer functioneert onafhankelijk van de divisies en is onderverdeeld in vijf afdelingen:
– Corporate Credit Risk Management (CCRM) is verantwoordelijk voor het kredietrisicobeheer van ING Bank en ING Verzekeringen.
– Corporate Market Risk Management (CMRM) is verantwoordelijk voor het marktrisicobeheer van ING Bank.
– Corporate Insurance Risk Management (CIRM) is verantwoordelijk voor het verzekerings- en marktrisicobeheer van ING Verzekeringen.
– Corporate Operational Information & Security Risk Management is verantwoordelijk voor het beheer van de operationele, informatieen beveiligingsrisico’s binnen ING Bank en ING Verzekeringen.
– Corporate Compliance helpt, ondersteunt en adviseert het management bij het voldoen aan de compliance-verantwoordelijkheden,
adviseert medewerkers over (persoonlijke) compliance-verantwoordelijkheden en bewaakt de verankering van het compliance-beleid
bij zowel ING Bank als ING Verzekeringen.
De hoofden van deze afdelingen (Corporate Risk Managers) rapporteren aan de Deputy CRO en dragen directe verantwoordelijkheid voor
(het verkleinen van) risico’s en risicobeheersing. De Corporate Risk Managers en de Deputy CRO brengen advies uit aan de CFO en zijn
verantwoordelijk voor de harmonisering en standaardisering van het risicobeheer. Behalve dat zij de CFO bijstaan bij de formulering van
de risicotolerantie, het beleid en de limietstructuren voor het risicobeheer, stellen zij objectieve kritische vragen en verzorgen toezicht en
ondersteuning van de risicobeheeractiviteiten.
Daarnaast heeft Groepsrisicobeheer een onafhankelijke Model Validatie Eenheid. Deze afdeling is verantwoordelijk voor het beheer van
modelrisico, het risico dat het gevolg is van ING’s afhankelijkheid van haar eigen risicoprojecties. De hoeksteen van de modelgovernance
is modelvalidatie: de officiële vaststelling door een onafhankelijk persoon dat een model acceptabel is voor een gesteld doel. De afdeling
voert periodiek validaties uit op alle door ING gebruikte risicomodellen. Het hoofd van deze afdeling rapporteert aan de Deputy CRO.
188 ING Groep Jaarverslag 2006
Groepsrisicobeleid
De diverse risicobeheerfuncties hebben ieder afzonderlijk een raamwerk van risicobeheerbeleid en -procedures ontwikkeld en
gepubliceerd. Dit raamwerk is de handleiding voor divisies voor het beheren van risico’s. Beleid en procedures worden regelmatig
door de betreffende risico-comités geëvalueerd en herzien.
GROEPSRISICOTOLERANTIE EN STRATEGIE
De risicotolerantie van ING Groep wordt vastgesteld door de Raad van Bestuur die in overleg met de Raad van Commissarissen streeft
naar een goede balans tussen risico, rendement en kapitaal. Het proces is zodanig ingericht dat de Raad van Bestuur tenminste éénmaal
per jaar een Strategisch Plan formuleert en de met dat plan samenhangende risico’s ter goedkeuring voorlegt aan de Raad van
Commissarissen. Onderdeel van dit proces is een expliciete discussie en planning van de strategische limieten. Omdat ING Groep het
risicobeheer groepsbreed benadert, worden de risico’s van bankieren en verzekeren geïntegreerd inzichtelijk gemaakt, waardoor het
risico dat op groepsniveau wordt genomen is afgestemd op de risicotolerantie van de Groep. De strategische risicotolerantie wordt op
diverse manieren uitgedrukt en expliciet gedefinieerd in belangrijke maatstaven, namelijk:
– het maximaal potentiële effect op de winst onder IFRS bij ‘normale’ stressscenario’s (dat wil zeggen 1 op de 10);
– het maximaal potentiële effect op de waarde (de economische balans) bij zowel ‘normale’ (dat wil zeggen 1 op de 10) als ‘extreme’
(dat wil zeggen 1 op de 2000: economisch kapitaal) stressscenario’s.
Deze risicomaatstaven bevinden zich nog in een ontwikkelingsfase en zullen worden bekendgemaakt zodra zij volledig worden
toegepast.
Uit deze algehele risicotolerantieniveaus worden weer operationele limieten afgeleid, o.a.
– kredietrisicolimieten voor het bank- en verzekeringsbedrijf;
– limieten op de Market Value at Risk voor het verzekeringsbedrijf;
– limieten voor ALM/Value at Risk voor de bankactiviteiten.
BEREKENING GROEPSRISICO
De belangrijkste risicocategorieën die gepaard gaan met de omvang van en verscheidenheid aan door ING Groep gebruikte financiële
instrumenten zijn kredietrisico, marktrisico (inclusief liquiditeitsrisico), verzekeringstechnisch risico, operationeel, informatie- en
beveiligingsrisico en het compliance-risico. In de navolgende secties worden de risicobeheeractiviteiten van ING Groep met betrekking tot
de diverse risico-afdelingen nader beschreven. Voor iedere risico-afdeling wordt vermeld welke soorten risico’s er worden beheerd en
welke risicoberekeningsmethoden ING gebruikt. Een kwantificering van de risico’s wordt eveneens gegeven. ING Verzekeringen beheert
behalve de verzekeringstechnische risico’s ook de eigen markt- en liquiditeitsrisico’s. Die risico’s komen derhalve ook aan de orde onder
‘ING Verzekeringen’.
ING GROEP KREDIETRISICO
Algemeen
Het kredietbeleid van ING is gericht op het aanhouden van een internationaal gediversifieerde kredietportefeuille, waarbij grote
risicoconcentraties worden vermeden. Het accent ligt op het beheren van de activiteiten binnen de divisies door middel van ‘topdown’
concentratielimieten voor landen, individuele leningnemers en groepen van leningnemers. De doelstelling binnen de bancaire sector is de
bancaire relatiebeheeractiviteiten uit te breiden, waarbij strikte interne risico- en rendementsrichtlijnen zullen worden gehandhaafd. De
doelstelling binnen het verzekeringsbedrijf is een laag risico en goed gediversifieerde portefeuille aan te houden, die marktconforme
maatstaven haalt of overtreft.
Implementatie van alle risico-ratingmodellen en modellen ter bepaling van het percentage van de lening dat oninbaar wordt in het geval
van betalingsproblemen is voltooid binnen het bankbedrijf. Dit was vooruitlopend op de geplande invoering van nieuwe, wereldwijde
kapitaaleisen, die zijn opgesteld door het Basel Comité voor banken (Basel II). Tevens zijn de procedures en systemen die worden gebruikt
bij het bewaken van het kredietrisico verder versterkt om te voldoen aan Basel II eisen, compliance vereisten en meer stringente SOX-404
regelgeving.
Berekeningen
Kredietrisico
Kredietrisico is het risico van een verlies door het in gebreke blijven van een debiteur (inclusief emittenten van obligaties) of tegenpartij.
Kredietrisico’s ontstaan bij de lening-, pre-settlement- en beleggingsactiviteiten alsmede bij de handelsactiviteiten van ING.
Kredietrisicobeheer wordt ondersteund door speciaal daarvoor ingerichte kredietrisico informatiesystemen en interne ratingmethoden
voor debiteuren en tegenpartijen.
ING Groep Jaarverslag 2006 189
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Risicobeheer vervolg
Kredietanalyse is gericht op risico en rendement, waarbij het niveau van de kredietanalyse een functie is van de omvang van het bedrag,
de looptijd, de structuur (zoals ontvangen zakelijke zekerheden) van de faciliteit en de risico’s die worden aangegaan. ING gebruikt de
RAROC methodologie, om op consistente wijze de prestaties van de diverse activiteiten te meten en te vertalen naar
aandeelhouderswaarde. Het gebruik van RAROC verscherpt de focus op risico versus rendement in het besluitvormingsproces en
bevordert derhalve een effectief gebruik van schaars kapitaal. Meer verfijnde RAROC instrumenten worden intern gebruikt om te zorgen
voor een evenwichtige verhouding tussen risico en rendement binnen de portefeuille- en de concentratieparameters. De kredietanalisten
van ING maken gebruik van openbare informatie in combinatie met interne analyses die gebaseerd zijn op informatie die de klant
verstrekt, vergelijkingen met andere financiële instellingen, vergelijkingen binnen de bedrijfstak en andere kwantitatieve instrumenten.
Settlement-risico
Settlement-risico ontstaat wanneer waarden worden uitgewisseld (fondsen, instrumenten of goederen en grondstoffen) voor dezelfde of
verschillende valutadata en de ontvangst niet wordt geverifieerd of verwacht voordat ING haar eigen deel van de transactie heeft voldaan
of geleverd. Het risico is dat ING levert, maar geen leverantie ontvangt van de tegenpartij. Settlement-risico kan gewoonlijk worden
beperkt en verkleind door transacties met een ‘delivery versus payment’ (DVP) regeling, zoals gebruikelijk is bij de meeste clearingbanken,
of middels een settlement-netting overeenkomst.
Voor die transacties waarbij een DVP-regeling niet mogelijk is, stelt ING settlement-limieten vast via het kredietfiatteringsproces. Het
settlement-risico wordt dan bewaakt en beheerd door de kredietrisicobeheerafdelingen. Het risico wordt verder beperkt via operationele
procedures waarbij transactiebevestigingen met alle transactiedetails aan de tegenpartijen vereist zijn. Hierbij kan gebruik worden
gemaakt van internationaal aanvaarde documentatie, zoals ‘Master Agreements’ van de ‘International Swaps and Derivates Association’
(ISDA) voor derivatentransacties. Bovendien neemt ING regelmatig deel aan projecten met andere banken om nieuwe clearingsystemen
en -mechanismen te verbeteren en te ontwikkelen om het niveau van het settlement-risico nog verder te verlagen.
Landenrisico
Landenrisico is het risico dat ING loopt dat specifiek is toe te schrijven aan gebeurtenissen in een bepaald land (of groep landen). Bij het
landenrisico wordt onderscheid gemaakt tussen kredietactiviteiten (zakelijk en ‘counterparty’) en handels- en beleggingsactiviteiten. Alle
transacties en handelsposities die ING genereert dragen een landenrisico. Het landenrisico is verder onderverdeeld in economisch risico en
transferrisico. Economisch risico is het concentratierisico dat in verband staat met een bepaalde gebeurtenis in het risicoland dat van
invloed kan zijn op transacties en andere risico’s in dat land, ongeacht de valuta. Transferrisico is het risico dat wordt gelopen door het
onvermogen van ING of haar tegenpartijen om te voldoen aan hun respectievelijke verplichtingen in vreemde valuta ten gevolge van een
specifieke gebeurtenis in het betreffende land.
In landen waar ING actief is, wordt het relevante landenrisicoprofiel regelmatig geëvalueerd op basis waarvan een landenrating wordt
toegekend. Gebaseerd op deze rating en de risicotolerantie van ING worden risicolimieten per land bepaald. Aan de hand van deze
risicolimieten per land worden risico’s dagelijks gemeten en gerapporteerd. Ook voor transferrisico worden per land risicolimieten
toegekend, doorgaans alleen in opkomende markten.
Verpanding
Zoals alle financiële instellingen, en dat geldt met name voor banken, neemt ING kredietrisico op zich. Daarom evalueert ING continu de
kredietwaardigheid van haar klanten, handelspartners en investeringen om na te gaan in hoeverre zij aan de financiële verplichtingen ten
aanzien van ING kunnen voldoen. Tijdens het beoordelingsproces voor het aangaan van nieuwe leningen, handelslimieten of investeringen,
alsook het beoordelen van bestaande leningen, handelsposities en investeringen, bepaalt ING het bedrag en type onderpand indien
vereist, dat een klant zou moeten belenen. In het algemeen geldt dat hoe lager de waarneembare kredietwaardigheid van de kredietnemer of financiële tegenpartij, hoe hoger het bedrag dat de klant of tegenpartij in onderpand moet geven. Als onderdeel van de
handelsactiviteiten, sluit ING diverse juridische overeenkomsten af waarbij ING en/of de tegenpartij onderpand verleent om marktfluctuaties
van hun onderlinge posities af te dekken. Wetten in de verschillende rechtsgebieden hebben invloed op het type en bedrag aan
onderpand dat ING kan ontvangen of verlenen. In bepaalde gevallen zal ING krediet derivaten, of een ander soortgelijke transactie
aangaan, om het kredietrisico van een bepaalde kredietnemer of portefeuille te verminderen. Het type onderpand dat als zekerheid voor
een lening wordt aangehouden wordt bepaald door de structuur van de lening. Vanwege het gediversifieerde karakter van ING’s
portefeuille is er ook een grote verscheidenheid in het type onderpand, waardoor geen enkel soort onderpand is oververtegenwoordigd.
Probleemleningen
Herstructurering
In sommige gevallen zal ING samenwerken met de debiteur en eventueel andere crediteuren om de onderneming van de debiteur en
haar financiële verplichtingen te herstructureren om de financiële verliezen te minimaliseren van alle crediteuren als geheel en van ING in
het bijzonder. Dit kan worden bereikt op verschillende manieren die de crediteuren ter beschikking hebben. De meest gebruikelijk zijn (a)
verlengen van de aflossingsperiode, (b) verkoop van activa, (c) verkoop van bedrijfsonderdelen van de debiteur, (d) kwijtschelding van een
gedeelte van de financiële verplichting, of (e) combinatie van het voornoemde. Het besluit tot herstructurering wordt pas genomen na
zorgvuldige interne beoordeling en goedkeuring van het daartoe (interne) bevoegde orgaan. Zodra de herstructurering is voltooid, valt de
debiteur weer onder de normale procedures voor toezicht met betrekking tot kredietrisico.
190 ING Groep Jaarverslag 2006
Achterstallige betalingsverplichtingen
ING volgt voortdurend de betalingsachterstanden in haar portfolio. Met name de retail portefeuilles worden maandelijks nauwlettend
gevolgd om vast te stellen of er significante wijzigingen in het niveau van betalingsachterstanden optreden. In het algemeen wordt een
verplichting beschouwd als achterstallig indien een betaling van rente of aflossing meer dan 1 dag te laat is. In de praktijk worden de
eerste 5-7 dagen nadat een betalingsverplichting achterstallig wordt, beschouwd als operationeel risico. Na deze periode zal een brief
aan de debiteur worden verzonden ter herinnering aan de (achterstallige) betalingsverplichtingen. Als de betalingsachterstand na 90
dagen nog steeds bestaat, wordt de verplichting in het algemeen beschouwd als bijzondere waardevermindering en wordt deze
gewoonlijk overgedragen aan de afdeling ‘probleemleningen’. Om het aantal betalingsachterstanden te verminderen, moedigen de
meeste ING bedrijfsonderdelen hun debiteuren aan automatisch te betalen zodat betalingen tijdig ontvangen worden.
Er is geen significante concentratie van een specifiek leningtype in de ‘watch-list’, in de achterstallige leningen of in de portefeuille van
leningen met bijzondere waardeverminderingen.
Alle leningen met achterstallige betalingsverplichtingen van meer dan 90 dagen worden over het algemeen automatisch geclassificeerd
als lening met bijzondere waardevermindering. Er kunnen echter ook andere redenen zijn om een lening, voor het verstrijken van de
termijn van 90 dagen, als bijzondere waardevermindering aan te merken. Zoals onder andere ING’s inschatting dat een klant niet aan zijn
financiële verplichtingen zal kunnen voldoen, of dat een klant faillissement of surseance van betaling aanvraagt. In sommige gevallen zal
een materiële breuk in financiële overeenkomsten (contractbreuk) ook aanleiding zijn om een lening te kwalificeren als lening met
bijzondere waardevermindering.
Procedure voor inbeslagname
Het beleid van ING is er niet op gericht om activa van failliete debiteuren in beslag te nemen. ING probeert eerder het actief te verkopen
vanuit de rechtspersoon die de activa in onderpand heeft gegeven, in overeenstemming met de overeenkomsten tot verpanding zoals
ondertekend door de debiteur. In die gevallen dat ING wel het onderpand opeist, zal ING over het algemeen zo snel mogelijk het actief
proberen te verkopen aan een gegadigde. Op basis van interne beoordelingen wat het snelst het hoogste resultaat zal opleveren voor
ING, kan de gehele onderneming verkocht worden (of tenminste alle activa), of de activa kunnen stuksgewijs worden verkocht.
ING BANK KREDIETRISICO
Het kredietrisico van ING Bank heeft voornamelijk betrekking op de traditionele kredietverlening aan bedrijven en
particulieren, gevolgd door investeringen in obligaties en overige gesecuritiseerde activa. Leningen aan particulieren betreffen
hoofdzakelijk hypotheken met onroerend goed als zekerheid. Kredieten (inclusief uitgegeven garanties) aan bedrijven zijn veelal gedekt,
maar kunnen ook ongedekt worden verstrekt op basis van een interne analyse van de kredietwaardigheid van de kredietnemer.
Obligaties in de beleggingsportefeuille zijn doorgaans ongedekt. Securitisaties, zoals ‘Mortgage Backed Securities’(MBS) en ‘Asset Backed
Securities’ (ABS), zijn gedekt door het pro rata deel van de onderliggende (groep van) activa, die aangehouden worden door de emittent
van de securitisatie. Het laatste belangrijke onderdeel van kredietrisico betreft pre-settlement kredietrisico, dat voortvloeit uit
handelsactiviteiten, inclusief derivaten en ‘repo’-transacties, het lenen en uitlenen van effecten en vreemde valuta transacties.
ING maakt binnen het bankbedrijf gebruik van verschillende markttarieven en berekeningstechnieken om de omvang van het
kredietrisico op pre-settlement-activiteiten te bepalen. Op basis van deze technieken maakt ING een schatting van het mogelijke
toekomstige risico op individuele transacties en handelsportefeuilles. Er worden regelmatig raamovereenkomsten en zekerheidsstellingen
afgesloten om deze kredietrisico’s te beperken.
Risicoklassen zijn bepaald op basis van de kwaliteit van de uitstaande bedragen op basis van kredietwaardigheid, variërend van
beleggingsklasse tot probleemklasse uitgedrukt in Standard & Poor’s equivalenten.
Risicoklassen: ING Bank portefeuille in % van de totaal uitstaande bedragen (1)
in percentages
1
2-4
5-7
8-10
11-13
14-17
18-22
(AAA)
(AA)
(A)
(BBB)
(BB)
(B)
(Probleemleningen)
Wholesale Banking
2006
2005
5,5
26,3
13,8
19,7
27,7
4,9
2,1
100,0
5,4
29,0
12,9
18,4
26,7
4,8
2,8
100,0
Retail Banking
2006
2005
0,4
5,6
2,7
31,5
48,6
7,4
3,8
100,0
0,2
1,5
2,0
52,7
36,8
2,6
4,2
100,0
2006
ING Direct
2005
32,4
24,6
13,3
15,8
12,6
0,8
0,5
100,0
27,2
31,7
10,5
9,3
19,8
1,2
0,3
100,0
Totaal ING Bank
2006
2005
13,6
20,6
10,9
21,3
27,6
4,1
1,9
100,0
13,8
22,1
9,5
21,6
27,6
4,0
1,4
100,0
(1)
gebasseerd op kredietverlening (zakelijk en particulier), pre-settlement en beleggingsactiviteiten.
De tabel brengt tot uitdrukking wat de kans is dat leningen oninbaar worden. Mogelijk onderpand wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.
ING Groep Jaarverslag 2006 191
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Risicobeheer vervolg
De ING bankbedrijfsonderdelen hebben ook in 2006 risico-ratingmodellen geïmplementeerd en verbeterd als voorbereiding op nieuwe
regelgeving. Dit heeft geleid tot verbetering van de gemiddelde kredietwaardigheid bij alle divisies. Binnen Retail Banking was er een
kleine verschuiving van BBB naar BB, als gevolg van de introductie van verbeterde rating-modellen in de Benelux. De verschuiving is dan
ook voornamelijk het gevolg van een reclassificatie tussen risicoklassen, het is geen verslechtering van het onderliggende kredietrisicoprofiel.
Verloop van de voorziening voor dubieuze debiteuren: bancaire activiteiten
Balanswaarde begin van het jaar
Implementatie IAS 32/39
Wijzigingen in de samenstelling van de groep
Afboekingen
Ontvangen op reeds afgeboekte kredieten
Toename/(afname) voorziening dubieuze debiteuren
Koersverschillen vreemde valuta
Overige mutaties
Balanswaarde einde van het jaar
Wholesale
Banking
Retail
Banking
ING Direct
Totaal ING
Bank
2006
Totaal ING
Bank
2005
2.294
725
294
3.313
–78
–404
31
–118
–55
–60
1.610
–236
44
140
–7
75
741
–23
–51
11
81
–5
–16
291
–101
–691
86
103
–67
–1
2.642
4.456
–592
–4
–842
61
88
115
31
3.313
De kredietportefeuille wordt doorlopend geëvalueerd. Ieder kwartaal vindt een formele analyse plaats om de voorzieningen voor
mogelijke dubieuze debiteuren vast te stellen volgens een ‘bottom-up’ benadering. Conclusies worden besproken in het IPC, dat
adviseert aan de Raad van Bestuur over het niveau van de specifieke debiteurenvoorzieningen. ING Bank beschouwt leningen als zijnde
in gebreke indien het, op basis van actuele informatie en gebeurtenissen, waarschijnlijk is dat de contractueel verschuldigde hoofdsom
en rentebedragen niet conform de contractbepalingen zullen worden ontvangen.
De risicokosten van ING Bank bleven laag in 2006 door een laag aantal nieuwe probleemleningen en voortgaande verbetering van het
gemiddelde risicoprofiel van onze kredietportefeuille. Dit weerspiegelt zowel de sterkte van de economie in onze belangrijkste markten
als de behoudende en voorzichtige groeistrategie van Retail Banking en ING Direct.
Risico concentratie: portefeuille ING Bank per economische sector
in percentages
Bouw, infrastructuur &
onroerend goed
Financiële instellingen
Privé personen
Overheid en semi-overheid
Dienstensector
Overig
Wholesale Banking
2006
2005
12,3
39,0
0,3
11,2
4,6
32,6
100,0
11,6
39,8
1,6
11,9
4,1
31,0
100,0
Retail Banking
2006
2005
2,0
3,3
81,8
1,8
1,6
9,5
100,0
0,8
1,5
93,2
0,5
0,5
3,5
100,0
2006
ING Direct
2005
0,8
59,0
31,4
7,5
0,0
1,3
100,0
0,2
61,2
27,0
10,7
0,0
0,9
100,0
Totaal ING Bank
2006
2005
5,8
37,0
31,3
7,6
2,3
16,0
100,0
5,7
39,4
28,1
9,2
2,1
15,5
100,0
Er waren in 2006 op ING Bank niveau geen significante veranderingen in risicoconcentraties per economische sector. Binnen ING Direct
was er echter een verschuiving naar meer Privé personen als gevolg van groei in de ING Direct retail portefeuille, die ten koste ging van
lagere groei in de (obligatie) beleggingsportefeuilles. Dit werd gecompenseerd door een daling van het aandeel Privé personen binnen
Retail Banking, veroorzaakt door groei in de sectoren Midden en Klein bedrijf (MKB) en eenmansbedrijven.
192 ING Groep Jaarverslag 2006
Grootste economische risico’s: portefeuille ING Bank per land (1)
bedragen in miljarden euro’s
Wholesale Banking
2006
2005
Nederland
Verenigde Staten
België
Duitsland
Spanje
Verenigd Koninkrijk
Australië
Italië
Frankrijk
Canada
62,0
25,8
36,2
10,3
11,0
17,1
2,4
10,9
16,2
1,5
(1)
56,5
22,1
40,7
35,4
8,9
21,5
1,5
9,2
12,7
2,1
Retail Banking
2006
2005
122,1
0,2
26,2
0,3
0,4
0,1
0,0
0,6
0,6
0,0
117,4
0,1
14,4
0,2
0,0
0,2
0,0
0,1
0,2
0,0
2006
ING Direct
2005
1,8
52,1
1,6
45,3
36,0
18,5
22,0
9,7
3,2
15,1
2,9
47,6
1,4
32,3
33,3
17,5
17,3
9,8
3,8
15,2
Totaal ING Bank
2006
2005
185,9
78,1
64,0
55,9
47,4
35,7
24,4
21,2
20,0
16,6
176,8
69,8
56,5
67,9
42,2
39,2
18,8
19,1
16,7
17,3
heeft uitsluitend betrekking op risico’s > EUR 10 miljard, inclusief intercompany risico’s met ING Verzekeringen.
De grote daling in Duitsland binnen Wholesale Banking is het resultaat van de verkoop van DHB. Dit werd ten dele gecompenseerd door
autonome groei van DiBa binnen ING Direct. Alle belangrijke landen groeiden in 2006, met uitzondering van kleine dalingen in Canada
en het Verenigd Koninkrijk.
De methodiek voor het berekenen van risicokapitaal is nauw verbonden met de risicodefinities om te bepalen waar het landenrisico
optreedt. Voor landen in de opkomende markten met een laag tot gemiddeld risico, die nog niet in gebreke zijn gebleven, is een
voorziening voor transferrisico niet vereist. In plaats van voorzieningen wordt additioneel kapitaal gealloceerd voor transacties waarbij
landenrisico wordt gelopen. Het bedrag is hierbij een functie van het risico van het land alsmede van het risico van de transactie zelf. Dit
wordt transferrisico kapitaal genoemd, en is een schatting van het maximale transfer verlies (boven het niveau van verwacht transfer
verlies) binnen een bepaalde periode, voor een bepaalde portefeuille, gegeven een bepaald betrouwbaarheidsniveau.
ING VERZEKERINGEN KREDIETRISICO
ING Verzekeringen loopt kredietrisico door het beleggen van verzekeringspremies in activa die gevoelig zijn voor kredietrisico, voornamelijk
investeringen in ongedekte obligaties. ING Verzekeringen streeft naar een hoge kredietwaardigheid van de beleggingsportefeuille, maar
heeft ook een deel van de portefeuille belegd in particuliere hypotheken en in Structured Finance producten. Kredietrisico vloeit ook
voort uit derivaten, ‘repo-‘ en ‘reverse repo’-transacties, het lenen en uitlenen van effecten en uit herverzekeringscontracten voor het
afdekken van de portefeuille. Derivatentransacties worden doorgaans uitgevoerd met het oogmerk de portefeuille af te dekken.
ALCO Verzekeringen bepaalt de kredietrisicolimieten op basis van rating-niveau en kredietkwaliteit van de kredietnemer.
Investeringslimieten worden vastgesteld op basis van de rating van de debiteur. Deze limieten worden beheerd in de regio waar de
moedermaatschappij is gevestigd. Daarnaast heeft elk verzekeringsbedrijf één of meer beleggingsmandaten waarbij de
kredietrisicotolerantie wordt gespecificeerd naar emittent, soort en kwaliteit.
Risicoklassen worden bepaald aan de hand van de kwaliteit van de kredietrisico’s in termen van kredietwaardigheid, uiteenlopend van
beleggingsklasse tot probleemleningen, uitgedrukt in S&P classificatie.
Risicoklassen: ING Verzekeringen portefeuille in % van de totaal uitstaande bedragen(1)
in percentages
1
2-4
5-7
8-10
11-13
14-17
18-22
(AAA)
(AA)
(A)
(BBB)
(BB)
(B)
(Probleemleningen)
Insurance Americas
2006
2005
26,9
21,8
20,0
19,7
7,0
4,6
0,0
100,0
28,3
15,0
30,4
22,5
2,5
0,7
0,6
100,0
Insurance Europe
2006
2005
27,8
19,8
20,5
14,6
15,7
1,2
0,4
100,0
27,3
21,8
43,2
5,8
0,8
1,0
0,1
100,0
Insurance Asia/Pacific Totaal ING Verzekeringen
2006
2005
2006
2005
12,1
33,4
32,4
7,9
4,1
10,1
0,0
100,0
13,5
59,0
15,1
9,9
2,1
0,2
0,2
100,0
25,1
22,6
22,0
15,8
10,3
4,0
0,2
100,0
26,3
23,0
32,8
14,3
2,5
0,8
0,3
100,0
(1)
De 2005 cijfers zijn exclusief de particuliere hypotheek portefeuilles in Noord en Latijns Amerika en Azië/Pacific.
De tabel brengt tot uitdrukking wat de kans is dat leningen oninbaar worden. Mogelijk onderpand wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.
ING Groep Jaarverslag 2006 193
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Risicobeheer vervolg
De daling in de risico-ratings binnen ING Verzekeringen Europa is het gevolg van een herziening van de ratingmethodologie van de
Nederlandse hypotheekportefeuille, met als doel deze gelijk te stellen aan de ratingmethodologie die wordt gebruikt binnen het
Nederlandse bankbedrijf. In de nieuwe methodologie zijn de ratings verdeeld over de risicoklassen 8-17. Een soortgelijke verschuiving
is te zien in Noord en Latijns Amerika en Azië/Pacific, omdat particuliere hypotheken in 2006 voor het eerst zijn opgenomen in de
cijfers. De verschuiving is dan ook voornamelijk het gevolg van een reclassificatie tussen risicoklassen, het is geen verslechtering van het
onderliggende krediet risicoprofiel.
Risico concentratie: portefeuille ING Verzekeringen per economische sector (1)
in percentages
Bouw, infrastructuur
& onroerend goed
Financiële instellingen
Privé personen
Overheid en semi-overheid
Dienstensector
Overig
(1)
Insurance Americas
2006
2005
9,9
61,0
3,4
3,4
4,0
18,3
100,0
14,2
51,6
0,0
5,5
5,0
23,7
100,0
Insurance Europe
2006
2005
2,4
25,4
22,1
33,4
1,7
15,0
100,0
1,7
21,2
25,0
39,3
2,4
10,4
100,0
Insurance Asia/Pacific Totaal ING Verzekeringen
2006
2005
2006
2005
2,2
29,9
9,1
40,0
3,0
15,8
100,0
10,3
24,2
0,0
49,4
4,1
12,0
100,0
5,6
41,3
12,1
21,4
2,9
16,7
100,0
8,7
36,3
10,1
24,0
3,8
17,1
100,0
De 2005 cijfers zijn exclusief particuliere hypotheken in Noord en Latijns Amerika en Azië/Pacific. Deze zijn opgenomen onder Privé personen.
De methode in het verzekeringsbedrijf om de economische sector te bepalen is in 2006 gelijkgesteld aan het bankbedrijf. Volgens de
nieuwe methodologie worden alle investeringen in gestructureerde vastrentende instrumenten, zoals securitisaties, gegroepeerd onder
Financiële instellingen.
Grootste economische risico’s: portefeuille ING Verzekeringen per land (1)
bedragen in miljarden euro’s
Verenigde Staten
Nederland
Italië
Duitsland
Taiwan
Canada
Frankrijk
Verenigd Koninkrijk
Zuid Korea
Spanje
(1)
Insurance Americas
2006
2005
57,4
0,7
0,3
0,2
0,0
6,3
0,4
1,6
0,0
0,3
61,5
0,8
0,5
0,4
0,0
5,9
0,5
1,9
0,0
0,3
Insurance Europe
2006
2005
2,0
34,2
7,5
6,6
0,0
0,3
5,6
3,6
0,0
4,5
3,2
25,8
7,7
6,8
0,0
0,1
5,3
3,2
0,0
3,9
Insurance Asia/Pacific Totaal ING Verzekeringen
2006
2005
2006
2005
2,3
0,5
0,1
0,3
6,9
0,0
0,5
0,3
5,4
0,4
1,9
0,1
0,0
0,4
7,4
0,0
0,9
0,2
3,9
0,0
61,7
35,4
7,9
7,1
6,9
6,6
6,5
5,5
5,4
5,2
66,6
26,7
8,2
7,6
7,4
6,0
6,7
5,3
3,9
4,2
Heeft uitsluitend betrekking op risico’s > EUR 5 miljard, inclusief intercompany risico’s met ING Bank.
De landenconcentratie van de verzekeringsportefeuille is niet significant veranderd ten opzicht van 2006. De groei in de meeste landen
is het gevolg van de groei van de beleggingsportefeuilles van het verzekeringsbedrijf in die landen. De groei in Italië, Duitsland, Frankrijk
en het Verenigd Koninkrijk is het resultaat van groei in de portefeuilles met staatsleningen, gehouden door de verzekeringsbedrijven in
Nederland en België.
194 ING Groep Jaarverslag 2006
ING BANK MARKTRISICO
MARKTRISICO IN HANDELSPORTEFEUILLES
Organisatie
Corporate Market Risk Management (CMRM) Trading richt zich op het beheer van de marktrisico’s in de handelsportefeuilles van
Wholesale Banking. CMRM Trading is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en implementatie van beleid met betrekking tot marktrisico
en methodieken voor risicometing, rapportage en controle van handelsrisicoposities ten opzichte van goedgekeurde handelslimieten en
de validatie van waarderingsmodellen. Verder beoordeelt CMRM mandaten en limieten voor handelsactiviteiten en bewaakt CMRM het
proces met betrekking tot het introduceren van nieuwe producten voor handelsactiviteiten. Het beheer van de marktrisico’s in de
handelsportefeuilles wordt op diverse organisatorische niveaus uitgevoerd, van geconsolideerd niveau (CMRM Trading) tot op het niveau
van specifieke handelsactiviteiten en locaties.
Het Financial Markets Risk Committee (FMRC) is een marktrisico commissie die, binnen de door de Raad van Bestuur vastgestelde
richtlijnen, marktrisicolimieten vaststelt op zowel geaggregeerd niveau als per handelsportefeuille, en nieuwe producten goedkeurt.
CMRM adviseert de Raad van Bestuur over de risicotolerantie van de Wholesale Banking activiteiten.
Risicometing
ING Wholesale Banking past de Value-at-Risk (VaR) methodiek toe als de belangrijkste risicomaatstaf. VaR voor marktrisico geeft, met
een eenzijdig betrouwbaarheidsniveau van tenminste 99%, de maximale ééndagsverliezen die kunnen optreden ten gevolge van
veranderingen in risicofactoren (zoals rentetarieven, vreemde valutakoersen, aandelenkoersen, kredietwaardigheid, impliciete
volatiliteiten) als de posities onveranderd blijven binnen een tijdsinterval van een dag. Het effect van de historische marktbewegingen op
de huidige portefeuille wordt geschat op basis van het gelijk gewogen gemiddelde van de waargenomen marktbewegingen in de
voorgaande 250 werkdagen. VaR fungeert ook als basis voor de berekening van het wettelijk vereiste kapitaal en als basis voor de
berekening van het economisch kapitaal dat ING dient aan te houden om mogelijke verliezen uit hoofde van handelsactiviteiten te
kunnen opvangen.
Marktrisico voor de rente- en aandelenmarkten is gesplitst in twee componenten: algemeen marktrisico en specifiek marktrisico. Het
algemene marktrisico geeft een schatting van de VaR die voortvloeit uit algemene waardefluctuaties in de markt (bijvoorbeeld
rentefluctuaties). Het specifieke marktrisico geeft een schatting van de VaR die voortvloeit uit waardefluctuaties in de markt die
betrekking hebben op de emittent van waardepapieren.
De VaR voor lineaire portefeuilles wordt berekend door middel van een variantie – covariantie methode. Het marktrisico van alle
belangrijke optieportefeuilles binnen ING wordt gemeten door middel van Monte Carlo en historische simulatiemethodes.
Beperkingen
VaR als risicomaatstaf heeft enige beperkingen. VaR kwantificeert het potentiële risico alleen onder de veronderstelling van normale
marktomstandigheden. Deze veronderstelling is in de praktijk niet altijd juist, in het bijzonder gedurende extreme gebeurtenissen. Dit zou
daardoor kunnen leiden tot een onderschatting van het potentiële verlies. VaR maakt verder gebruik van historische gegevens om het
gedrag van toekomstige prijsfluctuaties te voorspellen. Toekomstige prijsfluctuaties kunnen substantieel afwijken van in het verleden
waargenomen fluctuaties. Daarnaast veronderstelt het gebruik van een ééndagshorizon (of tien dagen voor wettelijke berekeningen) dat
alle posities in de portefeuille in één dag kunnen worden geliquideerd of afgedekt. Gedurende periodes van illiquiditeit of extreme
gebeurtenissen in de markt kan deze veronderstelling onjuist blijken te zijn. Tevens geeft het gebruik van een 99%
betrouwbaarheidsniveau aan dat VaR geen verliezen meeneemt die buiten dit betrouwbaarheidsniveau vallen.
Backtesting
Hoewel met VaR-modellen de potentieel toekomstige resultaten worden ingeschat, zijn de schattingen gebaseerd op historische
marktgegevens. ING bewaakt voortdurend de aannemelijkheid en effectiviteit van het toegepaste VaR-model. De toegepaste techniek
staat algemeen bekend als ‘backtesting’. Hierbij wordt het feitelijke resultaat van een dag vergeleken met de dagelijkse VaR. Naast het
gebruik van feitelijke resultaten voor backtesting, gebruikt ING ook hypothetische resultaten waarbij het resultaat bepaald wordt waarbij
het effect van daghandel (intraday trading), honoraria (fee) en provisies wordt uitgesloten. Wanneer het feitelijke of hypothetische verlies
de VaR overstijgt, is er sprake van een ‘occurrence’. Gebaseerd op het eenzijdige betrouwbaarheidsniveau (ten minste 99%) van ING Bank
zal een ‘occurrence’ naar verwachting ten hoogste één keer in de 100 handelsdagen voorkomen. In 2006 is het niet voorgekomen (2005:
geen overschrijdingen) dat een ééndaags handelsverlies de ééndaags geconsolideerde VaR van ING Wholesale Banking heeft
overschreden.
ING Groep Jaarverslag 2006 195
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Risicobeheer vervolg
Stress testing
Aangezien VaR in het algemeen geen schatting geeft van de potentiële verliezen die kunnen voortvloeien uit extreme fluctuaties in de
markt, past ING gestructureerde ‘stress testing’ toe voor het bewaken van het marktrisico onder extreme marktomstandigheden. Stressscenario’s zijn gebaseerd op historische en hypothetische extreme gebeurtenissen. Het resultaat van deze stress testing is een ‘Event Risk’
getal. Dit is een schatting van winst en verlies als gevolg van een mogelijke extreme gebeurtenis en het wereldwijde effect daarvan op
ING Wholesale Banking. Het ‘Event Risk’ getal voor de handelsactiviteiten van ING Wholesale Banking wordt op weekbasis berekend. Het
beleid met betrekking tot ‘Event Risk’ (en de technische implementatie daarvan) is ING-specifiek, aangezien er voor ‘Event Risk’ geen
door andere banken en toezichthouders algemeen aanvaarde berekeningsmethode bestaat (zoals voor het VaR-model). Het ‘Event Risk’model bestaat voornamelijk uit stress-parameters per land en per markt (vastrentende waarden, aandelen, vreemde valuta en
gerelateerde derivaten). De scenario’s en stress-parameters worden achteraf vergeleken met extreme marktbewegingen die zich
daadwerkelijk in die markten hebben voorgedaan.
Ontwikkeling marktrisico in handelsportefeuilles
Onderstaande grafiek toont de ontwikkeling van de ééndaags VaR voor de handelsportefeuilles van ING Wholesale Banking gedurende
2005 en 2006 die onder toezicht staan van CMRM Trading. Verscheidene niet-handels boeken worden intern beheerd via het
handelsrisico-proces. Deze boeken zijn daarom uitgesloten van de niet-handelsrisico tabel en inbegrepen in de onderstaande
handelsrisico grafiek en tabel.
Geconsolideerde Trading VaR ING Wholesale Banking 2005 – 2006
in miljoenen euro’s
70
60
50
40
30
20
10
0
Jan 05
Apr 05
Jul 05
Jan 06
Okt 05
Apr 06
Jul 06
Okt 06
Jan 07
Datum
Value at Risk
VaR Limit
Gedurende 2005 en 2006 is de ééndaags VaR voor de ING Wholesale Banking handelsportefeuille voortdurend binnen de bandbreedte
van EUR 21 - 37 miljoen geweest.
Het gemiddelde risico was in 2006 hoger dan in 2005 (gemiddelde VaR 2006: EUR 31 miljoen en gemiddelde VaR 2005: EUR 28 miljoen).
De VaR bleef ruim binnen de handelslimiet voor ING Wholesale Banking. Handelsposities met renterisico namen het grootste deel van de
VaR voor hun rekening.
In onderstaande tabel staat een verdere opsplitsing van de VaR van de handelsportefeuille van ING Wholesale Banking voor 2006 en 2005.
VaR handelsportefeuille: ING Wholesale Banking, per portefeuille
Vreemde valuta
Aandelen
Rente
Diversificatie (1)
Totaal VaR
(1)
2006
Laag
2005
2006
Hoog
2005
1
7
20
1
7
14
7
11
30
5
13
30
2006
Gemiddeld
2005
2006
Ultimo
2005
3
9
25
–6
31
3
10
21
–6
28
2
8
27
–4
33
2
9
22
–6
27
De totale VaR voor de kolommen Hoog en Laag kan niet worden bepaald als de som van de individuele componenten omdat de gegevens van zowel individuele
markten als voor de totale VaR afkomstig kunnen zijn van verschillende data.
Opmerking: de termen hierboven zijn ontleend aan de terminologie die intern wordt gebruikt voor risicobeheer en zijn geen directe verwijzing naar balansposten.
196 ING Groep Jaarverslag 2006
MARKT RISICO IN NIET-HANDELSBOEKEN
Organisatie
Binnen ING Bank worden posities aangeduid als handels- of niet-handelsposities. De banking boeken worden hierbij gedefinieerd als
de niet-handelsboeken. Het belangrijkste aspect voor het onderscheiden van de niet-handelsboeken van de handelsboeken is de intentie
achter de posities die worden aangehouden in deze boeken. Cruciaal hierbij is dat de posities in de niet-handelsboeken worden
aangehouden voor de lange termijn (of tot einde looptijd) of voor het doel om andere posities in het niet-handelsboek af te dekken.
Binnen ING Bank is het beheren van renterisico in het niet-handelsboek de verantwoordelijkheid van de ALCO functie met ALCO Bank
als hoogste goedkeuringsautoriteit. ALCO Bank bepaalt de totale risicotolerantie voor het renterisico in het niet-handelsboek. De ALCO
functie is regionaal georganiseerd met uitzondering van ING Direct, dat een eigen ALCO heeft. De divisies Retail Banking en Wholesale
Banking zijn vertegenwoordigd binnen de respectievelijke regionale en lokale ALCO’s. De ALCO structuur binnen ING Bank maakt het
mogelijk om top-down risicobeheer, limiet bepaling, controle en toezicht uit te voeren op het renterisico in het niet-handelsboek. Dit
verzekert een correcte implementatie van de totale risicotolerantie op ING Bank niveau. Als aangewezen onafhankelijke afdeling is CMRM
verantwoordelijk voor het ontwerp en de uitvoering van de renterisicobeheer functies van de bank ter ondersteuning van de ALCO
functie. CMRM is daarom verantwoordelijk voor het bepalen van adequate beleidslijnen en procedures voor het beheren van renterisico
in de niet-handelsboeken en voor het toezicht houden op de naleving van deze richtlijnen. CMRM onderhoudt een adequaat limietenstelsel in lijn met de totale risicotolerantie van de bank. De CMRM structuur onderkent dat risicobeheer voor een groot gedeelte op
regionaal/lokaal niveau plaatsvindt. Bottom-up rapporteren stelt het management in staat om het renterisico op alle relevante niveaus
volledig te overzien. Het is de verantwoordelijkheid van de divisies om zich aan de door ALCO Bank goedgekeurde limieten te houden.
Limietoverschrijdingen worden tijdig aan het senior management gerapporteerd en de divisies zijn verplicht om de benodigde acties te
ondernemen om de risicopositie te reduceren.
Renterisico in de niet-handelsboeken
Om een duidelijke toewijzing van verantwoordelijkheden voor risico en resultaat mogelijk te maken binnen de niet-handelsboekstructuur
is een splitsing in twee types van activiteiten gemaakt: Asset & Liability Management (ALM) en commerciële activiteiten. Binnen ING
Bank wordt gebruik gemaakt van het risicotransfer principe. Onder dit principe wordt de rentepositie die voortvloeit uit de rentetypische
mismatch tussen activa en passiva gecentraliseerd in de ALM boeken. Deze open rentepositie komt voort uit (i) de investering van de
eigen fondsen van de bank (eigen vermogen) en (ii) het feit dat de bezittingen en schulden die door de bank worden aangegaan over
het algemeen een verschillende rentetypische looptijd en daardoor een verschil in rentegevoeligheid hebben.
Binnen ING Bank worden de eigen fondsen en de investeringen van deze eigen fondsen geïsoleerd onder de ING Bank Corporate line.
ALCO Bank bepaalt het looptijdprofiel waar de investering van de eigen fondsen aan moet voldoen. Dit looptijdprofiel geeft het lange
termijn karakter weer van de rendementseis van de investeerders en streeft naar een maximalisatie en stabilisatie van de resultaten. ALCO
Bank beschouwt een goed gebalanceerde portefeuille van vastrentende beleggingen met een lange looptijd als de risico neutrale positie.
De risicocijfers die worden gepresenteerd in de volgende markt risico tabellen zijn weergegeven vanuit het perspectief van de toezichthouder op de eigen fondsen. De cijfers reflecteren het risico dat direct voortkomt uit de investeringen aannemend dat de eigen fondsen
van ING Bank niet gevoelig zijn voor rentebewegingen.
De open renterisicopositie die voorkomt uit de rentetypische mismatch van de door de bank aangegane bezittingen en schulden wordt
vanuit de commerciële niet-handelsboeken getransfereerd naar de ALM boeken. Deze ALM boeken worden beheerd binnen de ING
Wholesale Banking divisie en bevatten de strategische rentepositie van de bank. Binnen deze boeken is de belangrijkste doelstelling om
de economische waarde te maximaliseren en om adequate en stabiele jaarlijkse resultaten te genereren. Dit wordt bereikt door middel
van het afdekken van het risico dat voorkomt uit de commerciële activiteiten van de bank en het aanhouden van de gewenste
strategische rentepositie binnen de risicotolerantie van de bank.
Het renterisico dat in de commerciële boeken achterblijft na het transfereren van de open rentepositie naar de ALM boeken, wordt
veroorzaakt door basisrisico en optionaliteiten. De commerciële bedrijfsonderdelen dragen de verantwoordelijkheid voor dit overgebleven
renterisico dat voortvloeit vanuit bancaire producten waarvan de toekomstige kasstromen afhankelijk zijn van klantgedrag (bv. optionaliteiten
in hypotheken) en van bancaire producten waarvan de klantrente niet perfect correleert met de veranderende marktrente (basisrisico).
Rekeningen courant, spaargelden en hypotheken zijn voorbeelden van producten waar deze risico’s uit voortvloeien. Binnen ING Direct
worden het renterisico dat voortvloeit uit de ALM boeken en uit de commerciële boeken op een geïntegreerd niveau beheerd en gemeten.
Binnen CMRM wordt op continue basis onderzoek gedaan om het modelleren van het klantgedrag te optimaliseren. Hiervoor worden
verschillende methoden gebruikt om het renterisico te repliceren waarbij de contractuele en gedragsafhankelijke karakteristieken van
rekeningen courant, spaargelden en hypotheken in ogenschouw worden genomen. De werking van de gebruikte modellen en
veronderstellingen wordt op regelmatige basis geanalyseerd door middel van back-tests. De resultaten van deze back-tests worden
gepresenteerd aan de respectievelijke ALCO’s.
ING Groep Jaarverslag 2006 197
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Risicobeheer vervolg
Om de rentegevoeligheid van spaargelden en rekeningen courant te bepalen, zijn verschillende methoden ontwikkeld. Voorbeeld hiervan
zijn historische simulatie, Earnings-at-Risk analyse en waarderingsmodellen. Prijsstrategieën, uitstaande volumes en het niveau en de vorm
van de yield curve worden in deze modellen in acht genomen. Op basis van deze analyses zijn de investeringsregels voor de verschillende
portefeuilles vastgesteld.
Het afdekken van de opties om vervroegd af te lossen binnen de hypotheken portefeuilles, is gebaseerd op modellen waarin het
vervroegd aflossingsgedrag wordt voorspeld. Deze modellen houden rekening met de stimulans voor klanten om vervroegd af te lossen.
De parameters van deze modellen zijn gebaseerd op historische data en worden regelmatig herzien. De rentegevoeligheid van de
optionaliteit die ontstaat door de uitstaande hypotheekoffertes wordt ook bepaald en er is een afdekkingproces om het resulterende
renterisico te minimaliseren.
In de volgende tabellen worden de risicocijfers voor renterisico in het niet-handelsboek gepresenteerd. ING Bank gebruikt verschillende
maatstaven om renterisico te controleren zowel vanuit een resultaten- als een waardeperspectief. De belangrijkste maatstaven zijn
Earnings-at-Risk (EaR) en Net Present Value (NPV)-at-Risk.
EaR meet de impact op IFRS resultaten van veranderende marktrentes over de periode van een jaar. Veranderingen in balansdynamiek en
management interventies zijn niet meegenomen in deze berekeningen. De EaR cijfers in de onderstaande tabel zijn bepaald op basis van
een onmiddellijke opwaartse verandering van de marktrente van 1%. Voor de ALM boeken meet de EaR het potentiële verlies dat
veroorzaakt wordt door de structurele rentetypische mismatch in de aangehouden posities. De berekeningen voor de ALM boeken geven
de EaR weer van de huidige posities. Voor de commerciële boeken, geeft de EaR het basisrisico voortkomend uit de rekeningen courant,
spaargelden en de meest belangrijke hypotheken portefeuilles weer. Bij de EaR berekeningen voor de rekeningen courant en de
spaargelden is de impact van nieuwe activiteiten wel meegenomen omdat dit het meest relevant is voor deze portefeuilles.
Earnings-at-Risk (1% onmiddellijke opwaartse verandering van de marktrentes)
2006
Per divisie
ING Wholesale Banking
ING Retail Banking
ING Direct
ING Bank Corporate Line
ING Bank Totaal
–19
–107
–260
22
–364
Per valuta
Euro
US dollar
Engelse pond
Overig
Totaal
–232
–80
–4
–48
–364
Vergeleken met de EaR calculaties die zijn gepresenteerd in het jaarverslag van 2005 is de gebruikte verandering van de marktrente
gereduceerd van 2% naar 1%. Dit is gedaan omdat het meer waarschijnlijk wordt geacht dat het 1% scenario zich zal voordoen in het
huidige lage rente klimaat dan het 2% scenario. Het toepassen van de 2% onmiddellijke opwaartse parallelle verandering van de yield
curve op de jaareinde 2006 cijfers resulteert in een EaR cijfer van EUR –640 miljoen, vergeleken met de EUR –733 miljoen die is
gepresenteerd in 2005. De reductie van het EaR cijfer in 2006 wordt voornamelijk veroorzaakt door het feit dat de EaR calculaties dit jaar
zijn veranderd om beter aan te sluiten met de IFRS resultaten. De EaR berekeningen van dit jaar bevatten verder de convexiteit die
voortkomt uit de optionaliteiten in de grote Nederlandse hypotheken portefeuilles.
De NPV-at-Risk cijfers geven de volledige impact op de waarde (inclusief convexiteit) weer van de niet-handelsboeken die het resultaat
zijn van veranderende marktrentes. Deze volledige waarde impact kan niet worden gerelateerd aan de balans of de resultaten omdat
de waardemutaties in de niet-handelsboeken maar voor een klein deel direct in de resultaten of het eigen vermogen worden geboekt.
Het grootste gedeelte, namelijk de waardemutaties van de posities die tegen geamortiseerde kostprijs worden verantwoord, worden
niet direct meegenomen in de balans of in de resultaten. De NPV-at-Risk cijfers in de onderstaande tabel zijn vastgesteld op basis van
een onmiddellijke opwaartse verandering van de marktrente van 1% in lijn met de EaR calculaties. Voor de ALM boeken bevatten de
NPV-at-Risk cijfers de potentiële waardeverandering als gevolg van een structurele mismatch in de renteposities. Voor de commerciële
niet-handelsboeken bevatten de NPV-at-Risk calculaties de convexiteit die resulteert uit de optionaliteiten van de meest belangrijke
hypotheken portefeuilles. In deze calculaties wordt aangenomen dat de spaargelden en de rekeningen courant perfect worden
weergegeven door de replicerende methoden en daarom volledig zijn afgedekt.
198 ING Groep Jaarverslag 2006
NPV-at-Risk (1% onmiddellijke opwaartse verandering van de marktrentes)
2006
Per divisie
ING Wholesale Banking
ING Retail Banking
ING Direct
ING Bank Corporate Line
ING Bank Totaal
–559
–134
–377
–818
–1.888
Per valuta
Euro
US dollar
Engelse pond
Overig
Totaal
–1.465
–402
–58
37
–1.888
In lijn met de EaR berekeningen is het renterisico scenario ook veranderd voor de NPV-at-Risk berekeningen. Om een vergelijking mogelijk
te maken, zijn de 2006 NPV-at-Risk cijfers ook berekend voor het 2% scenario. De NPV-at-Risk onder dit scenario is EUR –4.261 miljoen.
Vergeleken met het jaareinde 2005 NPV-at-Risk cijfer van EUR –3.203 miljoen laat de NPV-at-Risk dit jaar een grote toename zien. De
toegenomen NPV-at-Risk cijfers worden voornamelijk veroorzaakt door ING Direct USA waar de convexe renterisico positie is toegenomen.
Verder zijn de diversificatie effecten tussen ING Direct Canada en de overige portefeuilles afgenomen, wat de NPV-at-Risk van ING Direct
verder doet toenemen. In de praktijk zal de portefeuille worden herzien in het geval van een opwaartse rentebeweging, wat het NPV
verlies significant doet afnemen.
Valutarisico in niet-handelsboeken
Valutarisico (oftewel FX risico) in niet-handelsboeken is het gevolg van commerciële niet-handelsgerelateerde activiteiten door ING
bedrijfsonderdelen in valuta’s anders dan hun eigen lokale valuta, gerealiseerde niet-euro winsten en translatie risico in niet-euro
investeringen. Het beleid met betrekking tot deze risico’s wordt hieronder kort beschreven.
Commerciële niet-handelsgerelateerde activiteiten
Elk bedrijfsonderdeel dekt het valutarisico van haar eigen commerciële activiteiten af in de lokale valuta. Zowel voor de activa als de
passiva bestaat er dan geen valutarisico.
Gerealiseerde Winsten
Elk bedrijfsonderdeel dekt haar eigen gerealiseerde winsten af door deze om te zetten naar de lokale valuta. Het valuta risico van de nietEuro bedrijfsonderdelen wordt maandelijks centraal beheerd door de afdeling Capital Management. ING dekt geprognosticeerde
toekomstige niet-Euro valuta winsten niet af in Euro tegenwaarde.
Valuta Translatie Winsten
De strategie van ING is het beschermen van haar Tier-1 ratio tegen ongunstige wisselkoersfluctuaties. De bescherming hiervan is
grotendeels gerealiseerd door het uitgeven van Tier-1 papier in zowel Amerikaanse dollar als Britse pond en het structureel innemen van
posities in buitenlandse valuta. Het bewust innemen van posities in buitenlandse valuta is in het belang om het Tier-1 ratio te beschermen
door een juiste verhouding te bewerkstelligen tussen het niet-Euro kapitaal en de niet-Euro activa naar het gewogen gemiddeld risico.
De Amerikaanse dollar, Britse pond, Poolse zloty, Australische dollar en Canadese dollar zijn de voornaamste valuta’s die de Tier-1 ratio
beïnvloeden. De strategie voor de overige valuta’s is gericht om het valuta risico van deze munteenheden in zijn geheel af te dekken.
ING Groep Jaarverslag 2006 199
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Risicobeheer vervolg
Eendagsrisico ING Bank voor de belangrijkste valuta in de niet-handelsboeken 2006
Geïnvesteerd
kapitaal
2006
Amerikaanse dollar
Britse pond
Poolse zloty
Australische dollar
Canadese dollar
Overige valuta
Totaal
5.338
–1.044
938
1.048
974
2.504
9.758
Tier-1
–2.883
–894
–3.777
Totale
risico
Hedges
Netto positie
2.455
–1.938
938
1.048
974
2.504
5.981
–1.460
1.930
–523
–123
–704
–2.422
–3.302
995
–8
415
925
270
82
2.679
Totale
risico
Hedges
Netto positie
1.348
–1.247
809
1.047
1.300
3.257
–701
1.252
–489
–955
–1.192
–2.085
647
5
320
92
108
1.172
Eendagsrisico ING Bank voor de belangrijkste valuta in de niet-handelsboeken 2005
Geïnvesteerd
kapitaal
2005
Amerikaanse dollar
Britse pond
Poolse zloty
Zuidkoreaanse won
Overige valuta
Totaal
4.562
–1.247
809
1.047
1.300
6.471
Tier-1
–3.214
–3.214
De hierboven genoemde tabellen laten zien dat de netto posities in buitenlandse valuta in de niet-handelsboeken zijn toegenomen in
vergelijking met 2005. Deze netto posities zijn bewust ingenomen om de Tier-1 ratio te beschermen tegen ongunstige wisselkoers
fluctuaties.
De activa in Amerikaanse dollar naar het gewogen gemiddeld risico is aanzienlijk toegenomen in 2006. In het belang om de Tier-1 ratio
te beschermen is de netto positie in de Amerikaanse dollar dienovereenkomstig toegenomen.
In 2006 is Tier-1 papier in Britse ponden uitgegeven om de Tier-1 ratio beter te beschermen tegen EUR/GBP wisselkoers fluctuaties.
ING Direct heeft haar activiteiten uitgebreid in Australië en Canada. Hierdoor zijn de Australische dollar en Canadese dollar in 2006
toegevoegd als valuta’s die de Tier-1 ratio aanmerkelijk kunnen beïnvloeden.
Om het valuta risico in de niet-handelsboeken te kwantificeren en te beheersen past ING dezelfde (Value-at-Risk) methodiek toe die ook
voor de handelsboeken worden gebruikt.
Geconsolideerde niet-handelsboeken FX VaR ING Bank
FX VaR
2006
Laag
2005
2006
Hoog
2005
2006
Gemiddeld
2005
2006
Ultimo
2005
7
2
22
11
17
7
21
11
AANDELEN PRIJSRISICO IN DE NIET-HANDELSBOEKEN
Aandelen prijsrisico komt voort uit de mogelijkheid dat aandeelkoersen kunnen fluctueren. Dit heeft invloed op de waarde van
de aandelen en andere instrumenten waarvan de prijs net zo beweegt als een bepaald aandeel, een mandje met aandelen of een
aandelenindex. ING Bank houdt een substantiële aandelenpositie in de niet-handelsboeken aan. Deze bestaat voornamelijk uit de
deelnemingen van EUR 1.223 miljoen (2005: EUR 1.188 miljoen) en de aandelen aangehouden in de Beschikbaar-voor-Verkoop
portefeuille van EUR 1.898 miljoen (2005: EUR 2.147 miljoen). De waarde van de aandelen die worden aangehouden in de
Beschikbaar-voor-Verkoop portefeuille is direct verbonden aan de aandeelkoersen. De deelnemingen worden gewaardeerd
volgens de nettovermogenswaarde en de balanswaarde is daardoor niet direct verbonden aan de aandeelkoersen.
200 ING Groep Jaarverslag 2006
LIQUIDITEITSRISICO
Liquiditeitsrisico is het risico dat ING Bank of een van haar dochterondernemingen niet op het gewenste moment tegen redelijke kosten
aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Binnen ING Bank is het ALCO Bank verantwoordelijk voor de strategie met betrekking tot
liquiditeitsrisico. Het ALCO Bank heeft het dagelijkse liquiditeitsbeheer gedelegeerd aan Treasury Amsterdam, die verantwoordelijk is voor
het beheer van de totale liquiditeitsrisicopositie van ING Bank, terwijl regionale en lokale treasuryafdelingen verantwoordelijk zijn voor het
beheer van de liquiditeit in hun eigen regio’s.
De belangrijkste doelstelling van ING’s liquiditeitsstrategie is het handhaven van voldoende liquiditeit om activiteiten goed te laten
verlopen. De liquiditeitsstrategie van ING Bank kent vier belangrijke componenten.
De eerste betreft de dagelijkse funding. Het beleid van ING is erop gericht te zorgen voor een goede spreiding van de dagelijkse
fundingeisen. De Treasury-afdeling bewaakt alle vervallende kasstromen, samen met verwachte veranderingen in de fundingseisen voor
de kernactiviteiten. Dit omvat eveneens het aanvullen van bestaande fondsen op de vervaldatum, verwachte opnames uit particuliere
rekeningen-courant, spaartegoeden en additionele leningen. Daarbij wordt de toegang tot de professionele markt actief beheerd door
het regelmatig emitteren van schuldpapier en het onderhouden van relaties met investeerders.
De tweede component betreft het aanhouden van een adequate mix van financieringsbronnen. ING streeft naar een goed gediversifieerde
fundingmix als het gaat om financiële producten, tegenpartijen, geografische markten en valuta. Liquiditeitsbronnen zijn binnen de
gehele ING Bank ruim aanwezig. ING Bank heeft een brede basis van retail funding, die voornamelijk bestaat uit rekeningen courant,
spaartegoeden en particuliere deposito’s. Ondanks het feit dat deze rekeningen op korte termijn of per direct opvraagbaar zijn, worden
deze rekeningen gezien de brede klantenbasis als een stabiele bron van funding beschouwd. Hoewel de retail funding vanuit
geografische gezichtspunt bekeken breed gespreid is, vindt de meeste funding plaats in de eurozone.
De derde component in de liquiditeitsstrategie van ING is het handhaven van een brede portefeuille met goed verhandelbare activa die
eenvoudig kunnen worden ingezet om verstoringen in het kasstroomprofiel op te vangen. ING heeft relatief grote portefeuilles met
onbezwaarde, verhandelbare activa, die voor liquiditeit kunnen zorgen door middel van repo-overeenkomsten of door verkoop. Het
merendeel van de verhandelbare activa van ING bevindt zich in de eurozone.
De vierde component in ING’s liquiditeitsstrategie is het handhaven van adequate en actuele financieringsplannen voor onvoorziene
gebeurtenissen verspreid over de gehele organisatie. Financieringsplannen voor onvoorziene gebeurtenissen worden opgesteld om
tijdelijke en langdurige verstoringen in liquiditeit op te vangen die worden veroorzaakt door algemene marktomstandigheden of door
specifieke omstandigheden binnen ING. Op basis van deze plannen zijn alle taken en verantwoordelijkheden duidelijk gedefinieerd
en is alle benodigde managementinformatie beschikbaar. Het belangrijkste doel van ING’s financieringsplannen voor onvoorziene
gebeurtenissen is om het topmanagement in staat te stellen om op een effectieve en efficiënte manier te reageren op crises.
Het accent van het meten van het liquiditeitsrisico ligt op de week- en maandperiode. De intern gebruikte liquiditeitscijfers worden
berekend op basis van de rapportagerichtlijnen voor liquiditeitsrisico van De Nederlandsche Bank. Voor dit doel worden posities
uitgesplitst naar type product en tegenpartij. Alle posities met een bekende vervaldatum worden opgenomen in de vervalkalender op
basis van de contractuele vervaldatum. Posities met een onbekende vervaldatum en verhandelbare activa worden opgenomen als posten
met een directe liquiditeitswaarde. Standby-faciliteiten, niet-getrokken onherroepelijke kredietfaciliteiten, garanties en andere latente
verplichtingen zijn ook opgenomen. De posities in de week- en maandperiode worden gewogen op basis van een scenario dat een mix
is tussen een gebeurtenis in de markt en een ING specifieke gebeurtenis. De totaal beschikbare liquiditeit is gecorrigeerd voor het
aanwezige liquiditeitssurplus op lokaties waar kapitaaloverdracht gelimiteerd is en in niet-omwisselbare valuta. Deze posities bevinden
zich voornamelijk buiten de eurozone. De richtlijnen voor toezicht vereisen dat banken tenminste positieve liquiditeits bedragen
rapporteren. Daarnaast is binnen ING Bank een raamwerk geïmplementeerd dat limieten stelt voor wekelijkse en maandelijkse
liquiditeitsrisicoposities om zo voldoende liquiditeitsbuffers te garanderen.
ING VERZEKERINGEN
Algemeen
ING is actief op het gebied van leven- en schadeverzekeringsproducten. Binnen het risicobeheer vallen onder de categorie levensverzekeringsproducten een ruim assortiment traditionele levensverzekeringen, beleggingsverzekeringen, lijfrentes, universal life,
collectieve- en pensioenverzekeringen alsmede (gegarandeerde) beleggings contracten. Onder de schadeverzekeringsproducten vallen
alle verzekeringen die niet onder de levensverzekeringsproducten vallen, zoals brand-, auto-, ongevallen- en zorgverzekeringen alsmede
aansprakelijkheids- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. In overige delen van het jaarverslag zijn zorgverzekeringen en
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen inbegrepen onder de categorie levensverzekeringen.
ING Groep Jaarverslag 2006 201
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Risicobeheer vervolg
De risico’s die voortvloeien uit deze verzekeringsproducten hebben betrekking op de toereikendheid van de verzekeringspremies
en de voorzieningen met betrekking tot verzekeringsverplichtingen en vermogenspositie alsmede de onzekerheid met betrekking
tot het toekomstig rendement op investeringen van de verzekeringspremies. Risico’s worden als volgt onderverdeeld: actuarieelen verzekeringstechnische risico’s, marktrisico’s, kredietrisico’s (zoals hiervoor beschreven) en operationele risico’s.
ING bewaakt regelmatig het solvabiliteitsniveau op een prudente basis voor de totale verzekeringsactiviteiten. ING Corporate Insurance
Risk Management (CIRM) houdt toezicht op en vaardigt instructies uit aan alle ING bedrijfsonderdelen teneinde zeker te stellen dat de
verzekeringsvoorzieningen (reserves en kapitaal) worden getoetst op toereikendheid inclusief premieniveau’s en toekomstige beleggingen.
Dit gebeurt inclusief de waardering van de verzekeringsverplichtingen op basis van de huidige actuariële ‘best estimate’ aannames plus
een risico marge. Kortom, de voorzieningen worden getoetst op hun toereikendheid gebaseerd op de huidige aannames. ING is van
mening dat haar solvabiliteitsniveau voldoende is.
Waar de amortisatie van de overlopende acquisitiekosten afhankelijk is van de verwachte bruto winsten, bevatten de
gevoeligheidsanalyses hieronder het effect van de amortisatie van de overlopende acquisitiekosten als gevolg van veranderingen
in verwachte bruto winsten.
Toereikendheid van voorzieningen – Taiwan
De toereikendheid van de voorzieningen voor de (levens-)verzekeringsverplichtingen (netto van DAC en VOBA) wordt regelmatig
geëvalueerd. Het beleid van ING ten aanzien van de toereikendheidstesten is beschreven in ‘Grondslagen voor de geconsolideerde
balans en winst- en verliesrekening van ING Group’.
In totaal waren op 31 december 2006 (en 31 december 2005) de voorzieningen voor levensverzekeringen van ING toereikend op
basis van het 90% betrouwbaarheidsniveau. Ook voor elk van de divisies, op basis van zelfstandigheid, waren de voorzieningen
voor levensverzekeringen toereikend op basis van het 90% betrouwbaarheidsniveau, behalve voor de divisies Insurance Asia/Pacific.
De ontoereikendheid van de voorzieningen van Insurance Asia/Pacific komt volledig door Taiwan.
Op 31 december 2006 is de mate van ontoereikendheid voor Taiwan EUR 2,4 miljard op basis van het 90% betrouwbaarheidsniveau op
een totaal voorzieningenniveau (exclusief overlopende acquisitiekosten en VOBA) van EUR 10 miljard. Deze ontoereikendheid vloeit voort
uit een aanzienlijk risico in Taiwan als gevolg van aanhoudend lage renteniveau’s in combinatie met langlopende rentegaranties van 6 –
8% in levens- en zorgverzekeringscontracten die tot 2001 door dit bedrijfsonderdeel werden verkocht. Deze langlopende rentegaranties
en toekomstige premiebetalingen (met een contante waarde van ongeveer EUR 19 miljard) (2005: EUR 20 miljard) creëren een
verplichting met een effectieve duratie van ongeveer 30 vergeleken met een duratie van ongeveer 10 van de beleggingen. ING is gestopt
met de verkoop van dergelijke garanties in haar Taiwanese levensverzekeringsproducten sinds 2002. De voorzieningen voor de contracten
van na 2001 is toereikend op basis van een 90% betrouwbaarheidsniveau die gedeeltelijk de ontoereikende voorzieningen van de
contracten tot 2001 compenseren. Verder heeft ING de voorzieningen versterkt tot EUR 682 miljoen (2005: EUR 420 miljoen) voor dit
risico en de interne kapitaal allocatie verhoogd.
Het resultaat van toereikendheidstests voor Taiwan is van nature onzeker als gevolg van de verscheidene veronderstellingen die eraan
ten grondslag liggen en het lange-termijn karakter van de verplichtingen. Het resultaat kan alleen betrouwbaar worden weergegeven in
‘ranges’ die substantieel verschillen per periode. Het resultaat van deze test voor Taiwan is specifiek gevoelig voor veranderingen in de
rente(-veronderstellingen). De toereikendheidstest op 31 december 2006 was gebaseerd op een huidige 10-jaars swap rente in Taiwan
per 31 december 2006 van 2,21% (2005: 2,35%) met de veronderstelling dat op lange termijn deze rente omhoog zal gaan naar 5,75%
(2005: 5,75%).
De beste inschatting van het management, gebaseerd op een 50% betrouwbaarheidsniveau, is dat Taiwan een marginale toereikendheid
heeft van EUR 298 miljoen (2005: EUR 165 miljoen) wat overeenkomt met een 57% betrouwbaarheidsniveau (2005: 53%) per
31 december 2006. Als gevolg van het accounting beleid van de Groep moet iedere ontoereikendheid onder het 50%
betrouwbaarheidsniveau onmiddellijk aangezuiverd worden via de winst- en verliesrekening.
De gevoeligheid voor renteveranderingen is hieronder weergegeven onder ‘ING Verzekeringen’ – Rentegevoeligheid. Indien de rente
per 31 december 2006 1% lager was geweest, waren de voorzieningen in Taiwan ontoereikend geweest gebaseerd op een 50%
betrouwbaarheidsniveau. Als gevolg hiervan zou een verlies van EUR 1,5 miljard na belastingen (2005: EUR 1,7 miljard) in de winsten verliesrekening opgenomen worden om de voorzieningen toereikend te laten zijn op basis van het 50% betrouwbaarheidsniveau.
In het geval de rente per 31 december 2006 en 31 december 2005 1% hoger was geweest waren de voorzieningen in Taiwan
toereikend op basis van het 50% betrouwbaarheidsniveau maar ze zouden nog steeds ontoereikend zijn op basis van het 90%
betrouwbaarheidsniveau. Wel zou in dit geval waarschijnlijk de last in de winst- en verliesrekening gereduceerd kunnen worden. De
toezichthouder in Taiwan staat momenteel toe om verliezen als gevolg van de lage rente te compenseren met het resultaat op sterfte
waardoor geen winstdeling aan de polishouders wordt uitgekeerd. Dit is verwerkt in de toereikendheidstest.
202 ING Groep Jaarverslag 2006
ING VERZEKERINGEN ACTUARIEEL EN VERZEKERINGSTECHNISCH RISICO
Algemeen
Actuariële en verzekeringstechnische risico’s zijn risico’s die voortkomen uit de prijstelling en acceptatie van de verzekeringscontracten.
Deze risico’s worden beheerd door standaard verzekeringsacceptatie, productontwikkelingseisen zoals opgesteld door de ING Insurance
Risk Management functie, onafhankelijke goedkeuringsprocedures van nieuwe producten en risicobeperkingen met betrekking tot
de voorwaarden in de verzekeringspolissen overeengekomen met de klanten. Actuariële risico’s worden beheerd door middel van
procedures met betrekking tot prijsvaststelling en worden meegenomen in de toereikendheidsanalyse van de voorziening voor
verplichtingen uit verzekerings- en beleggingscontracten. Verzekeringstechnische risico’s worden beheerd tijdens de beoordeling van
aanvragen voor verzekeringsdekkingen. Het maximale verzekeringstechnische risico wordt beperkt door uitsluiting, dekkingslimieten
en herverzekering.
Berekening
Opbrengsten en kosten als gevolg van verzekeringsclaims in de ING verzekeringsportefeuilles worden beheerd door
verzekeringstechnische risicotoleranties die worden vastgesteld door de Raad van Bestuur. ING Groep heeft actuariële en
verzekeringstechnische risicotoleranties vastgesteld voor specifieke terreinen van haar verzekeringsactiviteiten.
Voor de schadeverzekeringen worden de risicotoleranties vastgesteld per verzekeringstype (in termen van maximale verzekeringsbedragen per individueel risico) en voor brandverzekeringen ook in termen van maximaal aanvaardbare verliezen. De verliezen die worden
meegenomen om deze maximaal aanvaardbare verliezen te berekenen zijn het gevolg van catastrofes (bijvoorbeeld natuurgeweld zoals
stormen, aardbevingen, en overstromingen). Voor de belangrijkste schadebedrijven (in Nederland, België, Canada en Mexico) is de
risicotolerantie vastgesteld op 2,5% van het resultaat ING Groep na belastingen. Voor 2006 komt dit overeen met een norm van
EUR 190 miljoen (2005: EUR 170 miljoen) vóór belastingen voor Mexico en Nederland–België gecombineerd. Voor Canada is een norm
van EUR 169 miljoen (2005: EUR 149 miljoen) vóór belastingen vastgesteld (deze is afgeleid van de eerder genoemde EUR 190 miljoen
maar gecorrigeerd voor minderheidsbelangen). De risicotoleranties hebben betrekking op het maximaal aanvaardbare verlies als gevolg
van catastrofes. Voor deze schadeproducten worden mogelijke verliezen vastgesteld op basis van gebeurtenissen met een terugkeerperiode van 250 jaar voor Canada, Mexico en Nederland-België gecombineerd wat overeenkomt met de praktijken in de bedrijfstak.
Voor brandverzekeringen wordt daarbij gebruik gemaakt van in de bedrijfstak geaccepteerde modellen voor het beoordelen van de
risico’s. Voor de kleinere schadebedrijven van ING was voor 2006 de risicotolerantie per gebeurtenis per bedrijfsonderdeel vastgesteld op
EUR 5 miljoen (2005: EUR 5 miljoen) vóór belastingen. Voor motor- en autoschadeverzekeringen was de risicotolerantie vóór belastingen
voor 2006 vastgesteld op EUR 7,5 miljoen (2005: EUR 5 miljoen) per bedrijfsonderdeel.
Met betrekking tot levensverzekeringsbedrijven is de risicotolerantie van ING Groep vastgesteld op EUR 22 miljoen (2005: EUR 22 miljoen)
per verzekerd leven. Een portefeuille van levensverzekeringsrisico’s is van nature gediversifieerd omdat elk leven een apart risico vormt.
Collectieve contracten kunnen echter resulteren in een grote risicoconcentratie. Op basis van beoordeling van de levensverzekeringscontracten voor gebeurtenissen waarbij meerdere levens betrokken zijn, is ING tot de conclusie gekomen dat mogelijke verliezen ten
gevolge van een gebeurtenis onder normale omstandigheden niet hoger zullen zijn dan de risicotolerantie voor 2006 van EUR 750
miljoen (2005: EUR 750 miljoen) vóór belastingen. Een dergelijk bedrag zou ook het resultaat kunnen zijn van een wereldwijde epidemie
zoals de Spaanse Griep epidemie uit 1918, zonder rekening te houden met de medische ontwikkelingen sindsdien. ING modelleert de
mogelijke gevolgen van epidemieën gebaseerd op onderzoek van internationale instanties.
Het totaal van verzekeringsrisico’s en concentraties daarin wordt actief beheerd met behulp van herverzekering door externe kredietwaardige herverzekeraars die voldoen aan de kredieteisen van ING Group. In het geval de portefeuille verzekeringsproducten risico’s
bevat die groter zijn dan zoals hierboven gedefinieerd, zijn adequate procedures ontwikkeld waaronder herverzekeringsdekking bij
derden. Met name voor de schadeverzekeringsportefeuilles koopt ING bescherming waardoor het risico door natuurlijke rampen
aanzienlijk wordt verkleind. ING is van mening dat de door haar gelopen kredietrisico’s voortvloeiende uit herverzekeringscontracten
minimaal zijn.
Met betrekking tot extreme verliezen als gevolg van gebeurtenissen als terrorisme, stelt ING zich op het standpunt dat het niet mogelijk
is een bedrijfsmodel te maken waarbij met deze extreem hoge verliezen rekening wordt gehouden. Voor onze schadebedrijven geldt dat
deze verliezen niet zijn gedekt, tenzij wettelijk vereist. In sommige landen worden de risico’s van terrorisme voor de individuele
verzekeraars verkleind door middel van pooling binnen de bedrijfstak. In die gevallen participeert ING in de pool.
ING Groep Jaarverslag 2006 203
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Risicobeheer vervolg
Met behulp van scenario-analyses heeft ING Verzekeringen de potentiële veranderingen gemeten in de resultaten na belasting van de
verzekeringsactiviteiten als gevolg van een stijging of daling van de verzekeringsrisicofactoren gedurende het jaar 2006. De veranderingen
in de resultaten kunnen betrekking hebben op gerealiseerde claims of enige andere resultaatposten die worden beïnvloed door de
verandering van deze factoren. Daarnaast heeft ING een schatting gemaakt van de invloed op het eigen vermogen van ING
Verzekeringen NV per 31 december 2006 van een dergelijke verandering van de verzekeringsrisicofactoren. De uitsplitsing van de
gevoeligheden voor en na risico vermindering is typisch het gevolg van herverzekering. ING gaat er niet vanuit dat al deze veranderingen
in risicofactoren gelijktijdig plaatsvinden in alle bedrijfsonderdelen.
Verzekeringstechnische en actuariële gevoeligheid
Voor
risico
vermindering
Sterfte
Effect op ING Verzekeringen
Nettowinst
Eigen vermogen
Na
Voor
Na
risico
risico
risico
verminverminvermindering
dering
dering
2006
Voor
risico
vermindering
Effect op ING Verzekeringen
Nettowinst
Eigen vermogen
Na
Voor
Na
risico
risico
risico
verminverminvermindering
dering
dering
2005
+10%
–10%
–91
80
–70
70
–87
78
–67
67
–82
80
–61
61
–85
83
–63
64
Invaliditeit +10%
–10%
–114
114
–106
105
–111
111
–103
102
–70
70
–66
66
–70
71
–67
67
Schade
–196
196
–185
185
–188
188
–178
178
–125
125
–98
98
–130
130
–101
101
+10%
–10%
De gevoeligheden zijn gebaseerd op een eenmalige stijging of daling van de gerealiseerde claims van schadeverzekeringen en
zorgverzekeringen en een stijging of daling van de sterftekansen gedurende 2006.
ING VERZEKERINGEN MARKTRISICO
Algemeen
Marktrisico’s ontstaan wanneer de verandering van de marktwaarde van activa en passiva niet gelijk loopt bij verandering van de
financiële markten. Veranderingen van rentes, aandelenkoersen, valutakoersen en prijzen van vastgoed kunnen van invloed zijn op de
huidige en toekomstige resultaten en het eigen vermogen van de ING Verzekeringsbedrijven.
ING heeft limieten geïmplementeerd voor Market Value at Risk (MVaR) om zo het markt- en kredietrisico van de wereldwijde verzekeringsactiviteiten te beheersen. ALCO Verzekeringen heeft een MVaR limiet gesteld voor ING Group Insurance en voor iedere divisie die
gerelateerd is aan het economisch kapitaal voor ING Groep Verzekeringen. Dit economisch kapitaal is gebaseerd op marktwaarden.
De MVaR is gebaseerd op een 99,95% betrouwbaarheidsniveau met een éénjarige tijdshorizon.
Deze limieten worden gealloceerd aan de bedrijfsonderdelen van ING Verzekeringen via MVaR sublimieten. Deze limieten worden
beheerd door de ALCO Verzekeringen organisatie op de respectievelijke organisatieniveaus. Limiet overschrijdingen door de divisies
worden gerapporteerd aan ALCO van ING Groep en binnen het volgende kwartaal verholpen volgens ING Groep beleid.
Corporate Insurance Risk Management (CIRM) consolideert en houdt toezicht op de MVaR omvang van de divisies inclusief de
diversificatie-effecten op kwartaal basis. In 2006 waren er geen limietoverschrijdingen (2005: ook geen limietoverschrijdingen) van
de MVaR limiet van ING Verzekeringen.
Berekening
Op ING Groep niveau is CIRM verantwoordelijk voor het implementeren en de bewaking van de Asset en Liability Management (ALM)
praktijken en voor de consistentie van de wereldwijde MVaR berekeningsmethoden.
Het marktrisico van ING Verzekeringen bestaat primair uit rente- en aandelenrisico maar het bestaat ook uit vreemde valuta- en
vastgoedrisico. De tekst hieronder verschaft een analyse van de omvang van de verschillende soorten marktrisico’s.
204 ING Groep Jaarverslag 2006
ALM risico - renterisico
De verzekeringsactiviteiten van ING zijn onderhevig aan rentebewegingen met betrekking tot gegarandeerde rentetarieven op de
verzekerings- en beleggingscontractverplichtingen. De verzekeringsactiviteiten van ING zijn ook onderhevig aan rentebewegingen met
betrekking tot inkomsten uit beleggingen. De huidige productportefeuille bestaat tevens uit producten met renterisico’s die geheel of
gedeeltelijk voor rekening van de polishouder komen, waardoor het risico van ING als gevolg van rentebewegingen wordt verkleind.
Met behulp van scenario-analyses heeft ING Verzekeringen de potentiële veranderingen gemeten in de resultaten van de verzekeringsactiviteiten als gevolg van een onmiddellijke stijging of daling van 100 basispunten van het renteniveau. De veranderingen in de resultaten
kunnen betrekking hebben op zowel activa als passiva en betreffen beleggingsrendementen, uitbetaalde rente aan polishouders,
toereikendheid van voorzieningen voor verplichtingen, marktwaarde aanpassingen, afschrijving van geactiveerde acquisitiekosten of
enig ander netto inkomstenbestanddeel dat onderhevig is aan rentewijzigingen. Het effect van rentewijzigingen verschilt per divisie
en per product. Daarnaast heeft ING een schatting gemaakt van de invloed op het eigen vermogen van ING Verzekeringen N.V. per
31 december 2006 van een dergelijke onmiddellijke verandering van het renteniveau.
Rentegevoeligheid
Effect op ING Verzekeringen
Eigen
Nettowinst
vermogen
2006
Renteverhoging met 1%
Renteverlaging met 1%
8
–1.600
–3.185
1.880
Effect op ING Verzekeringen
Eigen
Nettowinst
vermogen
2005
–68
–1.743
–2.814
1.255
De gevoeligheden zijn gebaseerd op een onmiddellijke stijging of daling van het renteniveau per 31 december 2006. De gevoeligheid
van de nettowinst weerspiegelt het onmiddellijke effect van de renteveranderingen op de nettowinst voor het jaar 2006 als rentes
100 basispunten hoger (of lager) blijven voor tenminste 12 maanden. De gevoeligheden zijn inclusief de embedded derivaten van de
verzekeringscontracten.
Het belangrijkste renterisico binnen de verzekeringsactiviteiten van ING wordt gelopen in Taiwan, waar ING een aanzienlijk risico loopt als
gevolg van een aanhoudend laag renteklimaat. Dit is toe te schrijven aan de langlopende rentegaranties van 6 – 8% in levensverzekeringscontracten die tot 2001 door dit bedrijfsonderdeel werden verkocht. Sinds 2002 heeft ING haar levensverzekeringsproducten in Taiwan
aangepast, de reserves versterkt en de interne kapitaalallocatie verhoogd.
De invloed op de nettowinst als gevolg van een renteverandering van 100 basispunten is a-symmetrisch doordat in Taiwan de reserves
aangevuld zouden moeten worden als de rente 100 basispunten lager zou zijn. De invloed op de IFRS winst in Taiwan van een rente die
100 basispunten lager ligt op 31 december 2006 is EUR 1,5 miljard (2005: EUR 1,7 miljard). Dit is het bedrag dat nodig is bij deze
renteverandering om de voorzieningen terug te brengen op het niveau van ‘best estimate’ in geval van 50% betrouwbaarheidsniveau.
Er is geen corresponderende winst in het geval van rentestijgingen in 2006 aangezien de extra baten als gevolg van een rentestijging
niet worden meegenomen in de winst door aanpassing van voorzieningen.
Het eigen vermogen wordt ook beïnvloed door het gebruik van marktwaarden voor de waardering van ‘Beschikbaar-voor-Verkoop’
effecten, gecompenseerd door ‘shadow accounting’ en de afschrijving van acquisitiekosten waar mogelijk.
ALM-risico – aandelenrisico
De verzekeringsactiviteiten zijn op twee manieren onderhevig aan koersveranderingen in de aandelenmarkten: 1) die bedrijfsonderdelen
die voor eigen rekening en risico aandelen aanhouden; en 2) die producten waarbij de opbrengst van het verzekeringsbedrijf afhankelijk
is van de waarde van de aandelenfondsen, omdat die van invloed is op het niveau van de in rekening gebrachte kosten voor beleggings
en variabele verzekeringen.
Met behulp van scenario-analyses heeft ING Verzekeringen de potentiële veranderingen gemeten in de resultaten van de verzekeringactiviteiten als gevolg van een onmiddellijke stijging of daling van 10% van de prijzen op de aandelenmarkten. De veranderingen in de
resultaten kunnen betrekking hebben op provisies, niet-gerealiseerde of gerealiseerde verkoopwinsten en -verliezen, afschrijving van
geactiveerde acquisitiekosten of enig ander netto inkomstenbestanddeel dat onderhevig is aan een substantiële verandering op de
aandelenmarkten. Het effect van veranderingen op de aandelenmarkten verschilt per divisie en per product. Daarnaast heeft ING een
schatting gemaakt van de invloed op het eigen vermogen van ING Verzekeringen NV per 31 december 2006 van een dergelijke
verandering op de prijzen op de aandelenmarkten.
ING Groep Jaarverslag 2006 205
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Risicobeheer vervolg
Gevoeligheid aandelen
Effect op ING Verzekeringen
Eigen
Nettowinst
vermogen
2006
Stijging van aandelen met 10%
Daling van aandelen met 10%
120
–150
1.325
–1.347
Effect op ING Verzekeringen
Eigen
Nettowinst
vermogen
2005
59
–80
1.072
–1.094
De gevoeligheden zijn gebaseerd op een onmiddellijke stijging of daling van de prijzen op de aandelenmarkten per 31 december 2006.
De gevoeligheid van de nettowinst weerspiegelt het onmiddellijke effect van de veranderingen op de aandelenmarkten op de nettowinst
voor het jaar 2006 als de aandelenmarkten 10% hoger (of lager) blijven voor tenminste 12 maanden. De gevoeligheden zijn inclusief de
embedded derivaten die begrepen zijn in de verzekeringscontracten. De grootste gevoeligheden voor veranderingen in de
aandelenmarkten zijn aanwezig in de ING bedrijfsonderdelen in Nederland, Verenigde Staten, Canada en België.
ALM-risico – valutarisico
Valutarisico’s uit hoofde van de beleggingen die verzekerings- en beleggingscontractverplichtingen afdekken, is geregeld in het
beleggingsmanagement proces van elk bedrijfsonderdeel. Een immaterieel deel van de beleggingsportefeuille die verzekeringsverplichtingen afdekken is belegd in activa luidend in andere valuta dan de passiva.
Een ander type valutarisico is het translatierisico. Lokaal vereiste kapitaalniveaus worden belegd in lokale valuta om te voldoen aan de
eisen van toezichthoudende instanties en dienen tevens ter ondersteuning van de lokale verzekeringsactiviteiten, ongeacht valutafluctuaties.
Deze kapitaalniveaus kunnen van invloed zijn op de geconsolideerde balans indien deze vertaald of uitgedrukt wordt in euro’s.
Afhankelijk van afdekkingskosten en het kapitaalrisico wordt het vermogen boven het lokaal vereiste kapitaal afgedekt.
Met behulp van scenario-analyses heeft ING Verzekeringen de potentiële veranderingen gemeten in de resultaten van de verzekeringactiviteiten als gevolg van een onmiddellijke stijging of daling op 31 december 2006 van 10% van de euro ten opzichte van vreemde
valuta. Daarnaast heeft ING een schatting gemaakt van de invloed op het eigen vermogen van ING Verzekeringen NV per
31 december 2006 van een dergelijke verandering van de Euro ten opzichte van de vreemde valuta.
Gevoeligheid vreemde valuta
Effect op ING Verzekeringen
Eigen
Nettowinst
vermogen
2006
10% Stijging van euro tov vreemde valuta
10% Daling van euro tov vreemde valuta
–26
29
–1.014
1.031
Effect op ING Verzekeringen
Eigen
Nettowinst
vermogen
2005
–81
87
–950
1.041
De gevoeligheden zijn gebaseerd op een onmiddellijke stijging of daling van de euro ten opzichte van vreemde valuta per
31 december 2006. De gevoeligheid van de nettowinst weerspiegelt het onmiddellijke effect op de nettowinst voor het jaar 2006
van de verandering van de euro van 10% omhoog (of omlaag) ten opzichte van vreemde valuta voor tenminste 12 maanden.
De gevoeligheden zijn inclusief de embedded derivaten begrepen in de verzekeringscontracten.
De belangrijkste vreemde valuta risico’s van ING Verzekeringen betreft het translatierisico van de nettowinst en eigen vermogen van de
bedrijfsonderdelen in Verenigde Staten, Canada en bepaalde Zuid-Amerikaanse landen. Voor de nettowinst is de invloed beperkt door
het gebruik van gemiddelde jaarlijkse valutakoersen. Gedurende 2006 is de waarde van de euro gestegen ten opzichte van de meeste
andere landen waarin ING bedrijven heeft.
ALM-risico – vastgoedrisico
Een aantal beleggingsportefeuilles van ING Verzekeringen kent een vastgoedrisico, met name in Nederland. ING Verzekeringen loopt
het risico van dalende vastgoedprijzen voor zover dit niet kan worden gedeeld met de contracthouders van de deelnemende
verzekeringscontracten.
206 ING Groep Jaarverslag 2006
Met behulp van scenario-analyses heeft ING Verzekeringen de potentiële veranderingen gemeten in de resultaten van de verzekeringactiviteiten als gevolg van een onmiddellijke stijging of daling van 10% van de prijzen op de vastgoedmarkt. Daarnaast heeft ING een
schatting gemaakt van de invloed op het eigen vermogen van ING Verzekeringen N.V. per 31 december 2006 van een dergelijke
verandering op de vastgoedmarkten.
Gevoeligheid vastgoed
Effect op ING Verzekeringen
Eigen
Nettowinst
vermogen
2006
Stijging van vastgoedprijzen met 10%
Daling van vastgoedprijzen met 10%
480
–480
490
–490
Effect op ING Verzekeringen
Eigen
Nettowinst
vermogen
2005
509
–513
525
–525
De gevoeligheden zijn gebaseerd op een onmiddellijke stijging of daling van de prijzen op de vastgoedmarkten per 31 december 2006.
De gevoeligheid van de nettowinst weerspiegelt het onmiddellijke effect op de nettowinst voor het jaar 2006 van een verandering van
de prijzen op de vastgoedmarkten van 10% voor tenminste 12 maanden.
De voornaamste vastgoedrisico’s bestaan binnen de beleggingsportefeuille van ING Real Estate in Nederland.
LIQUIDITEITSRISICO
Liquiditeitsproblemen ontstaan als de verzekeringsonderdelen niet voldoende contanten of liquide activa hebben om aan hun contante
verplichtingen te voldoen. Aan de behoefte aan liquiditeiten kan doorgaans worden voldaan via de dagelijkse activiteiten, premieontvangsten,
de verkoop van activa of door externe financiering. Een onverwachte behoefte aan liquiditeit kan worden veroorzaakt door een neerwaartse
kredietbeoordeling, negatieve publiciteit, een verslechtering van de economie, melding van problemen bij bedrijven in dezelfde of
soortgelijke bedrijfstakken, aanzienlijke onverwachte polisclaims, of een andere onverwachte behoefte aan contanten bij polishouders.
Het liquiditeitsrisico wordt kleiner als het tijdpad om liquide middelen te genereren langer wordt. Door een langer tijdpad kunnen meer
activa liquide worden en wordt de kans vergroot een koper te vinden voor een aantal illiquide of minder liquide activa, of externe
financiering te regelen. Verwachte liquiditeitsbehoeften binnen ING Verzekeringen worden beheerd door een combinatie van richtlijnen
voor treasury, beleggingen en Asset & Liability Management, die voortdurend worden bewaakt. Onverwachte liquiditeitsbehoeften
worden beheerd door een combinatie van productontwerp, diversificatielimieten ten aanzien van passiva, beleggingsstrategie, systematische
bewaking en uitgebreide voorzieningen voor onverwachte gebeurtenissen. CIRM heeft formele richtlijnen opgesteld, waarbij alle
verzekeringsonderdelen hun liquiditeitsrisicopositie regulier moeten beoordelen en bewaken en daarover verslag uitbrengen. De
richtlijnen schrijven een analyse van de passiva voor die het liquiditeitsrisico vergroten alsmede een beoordeling van de beleggingsportefeuille om voldoende liquiditeit te waarborgen. Tevens wordt een analyse voorgeschreven van de verwachte kasstromen
voortvloeiende uit activa en passiva om inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden van het bedrijf om aan onverwachte verzoeken
aan liquide middelen te voldoen.
Afkopen hetzij als gevolg van normale operaties, hetzij als gevolg van ingrijpende ontwikkelingen in de (financiële) markten, zijn
begrepen in de marktrisico gevoeligheden. Specifieke liquiditeitsstress scenario’s worden niet gerapporteerd.
ING GROEP OPERATIONEEL, INFORMATIE- EN BEVEILIGINGSRISICO
Algemeen
De afdelingen Operational Information & Security Risk Management op groeps- en lokaal niveau ondersteunen het Management van de
divisies (eerste verdedigingslinie) die de eindverantwoordelijkheid hebben voor het beheren van de operationele, informatie- en beveiligingsrisico’s (hierna operationeel risico genoemd). Dat gebeurt door het vergroten van het bewustzijn en het inzicht in operationele risico’s, de
verbetering van de transparantie van operationele risico’s en verliezen, het verbeteren van vroegtijdige waarschuwingen, het benoemen
van een eigenaar van het risico en het toewijzen van verantwoordelijkheden. Een en ander draagt bij aan een stabieler bedrijfsproces en
lagere operationele kosten. Bovendien heeft de implementatie van een operationele risicobeheerfunctie het risicobeheer effectiever
gemaakt en ING voorbereid op de Basel II-richtlijnen die met ingang van 31 december 2007 van toepassing zullen zijn. Datzelfde geldt
tevens voor de toekomstige vereisten onder Solvency II.
ING Groep Jaarverslag 2006 207
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Risicobeheer vervolg
Beheer
ING heeft een allesomvattend raamwerk ontwikkeld voor het proces van signalering, meting en bewaking van operationele risico’s.
Risicobeheerprocessen
Voorbeelden beheerinstrumenten
Risicosignalering
• risico & ‘control self assessments’
• risicobewustzijnsprogramma’s
• opsporing fraude
Risicometing
• rapportage en analyses incidenten
• RAROC
• kwaliteit van risico scorecard
Risicobewaking
• operationeel risico-comité
• opvolging openstaande bevindingen accountants
• rapportage key risk indicators
• dashboard operationeel risico
Risicovermindering
• proces goedkeuring nieuwe producten
• planning en implementatie (informatie)beveiliging
• crisisbeheer en bedrijfs continuiteits planning
ING stimuleert het effectieve beheer van operationeel risico door van bedrijfsonderdelen te verlangen dat zij bewijzen dat de juiste
stappen zijn gezet voor de beheersing van operationeel risico. ING maakt hiervoor gebruik van scorecards. Het doel van deze halfjaarlijkse
scorecards is het meten van de kwaliteit van het proces van operationeel risicobeheer (ORM) binnen een divisie. Scores hangen samen
met de aantoonbare aanwezigheid van de vereiste risicobeheerprocessen in de bedrijfsonderdelen (risicobouwwerk, signalering, meting,
bewaking en vermindering). Uit de scorecards blijkt de mate waarin de bedrijfsonderdelen het risico onder controle hebben. De uitkomst
is een daling of toename van het risicokapitaal, afhankelijk van de geïmplementeerde ORM en de genomen maatregelen.
De scorecard bestaat uit vijf elkaar aanvullende onderdelen:
Risicobeheerproces
Aandachtsgebied
Risicobouwwerk
Duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden
Risicosignalering
Vroege signalering en vermindering van belangrijke risico’s
Risicometing
Transparantie risicokosten en risicobewustzijn
Risicobewaking
Voortgaande informatie voor aansturing
Risicovermindering
Responsiviteit van het Management
Het scorecard totaal werd in 2006 gekenmerkt door goede vooruitgang in alle divisies. Ook de operationele, informatie- en
beveiligingsrisico’s alsmede de compliance-vereisten zijn in 2006 in de scorecard geïntegreerd.
Opsporen en meten
Het operationele risico (OR) wordt uitgedrukt als de hoeveelheid operationeel risicokapitaal die een divisie volgens de berekeningen van
het OR-kapitaalmodel nodig heeft. Voor deze berekening wordt gebruik gemaakt van interne en externe verliesgegevens (hoger dan
EUR 1 miljoen) in een actuarieel model. Het model wordt gecorrigeerd voor de uitkomsten van de scorecard, waarbij rekening wordt
gehouden met de specifieke kwaliteit van de interne controle van een divisie. Deze aanpak stimuleert de leiding van de
bedrijfsonderdelen om het operationele risico beter te beheersen. De uitkomsten worden van tijd tot tijd nader onderzocht en naast een
benchmark gelegd. Het kapitaalberekeningsmodel voldoet aan de gangbare normen in de bedrijfstak. ING is lid van de Operational Risk
Data Exchange Association (ORX), een internationale groep van toonaangevende financiële dienstverleners die operationele
verliesgegevens uitwisselen. Om ING te beschermen tegen de financiële consequenties van onzekere operationele gebeurtenissen zijn
verzekeringen met een wereldwijde dekking afgesloten bij derden voor (computer)criminaliteit, beroepsaansprakelijkheid,
bestuurdersaansprakelijkheid, aansprakelijkheid uit employment practices alsmede fiduciaire aansprakelijkheid. Overeenkomstig de
praktijken in de bedrijfstak behoudt ING een deel van deze risico’s zelf.
208 ING Groep Jaarverslag 2006
Ontwikkelingen in 2006
In Nederland draait een COSO ERM (raamwerk voor enterprise risk management van de ‘Committee of Sponsoring Organisation of the
Treadway Commission’ in de Verenigde Staten) proefproject op de afdeling Intermediaries. Daarnaast is het proces voor de goedkeuring
van nieuwe en gewijzigde producten inmiddels in alle bedrijfsonderdelen stevig verankerd. In 2006 zijn ook de operationele risicobeheersystemen voor de opvolging van openstaande bevindingen, incidentbeheer en scorecard-bewijzen in alle bedrijfsonderdelen van ING van
toepassing geworden.
Basel II
ING Bank bereidt zich met het Basel II-groepsprogramma (inclusief het Basel II-project voor operationeel risico) voor op de implementatie
van Basel II. ING Bank wil in aanmerking komen voor de meest geavanceerde methode, de ‘Advanced Measurement Approach’, voor de
berekening van operationeel risicokapitaal op geconsolideerd niveau en bevindt zich in een goede uitgangspositie om op tijd te kunnen
voldoen aan de operationele risicovereisten van Basel II.
COMPLIANCE
Financiële instellingen worden in de maatschappij nauwlettend gevolgd om er op toe te zien dat zij voldoen aan de wet- en regelgeving,
normen en verwachtingen. Bancaire toezichthouders alsmede overige toezichthoudende instanties binnen de EU, de Verenigde Staten
en elders toetsen betalingsprocessen en overige onder toezicht vallende transacties op onrechtmatigheden zoals witwassen, verboden
transacties met landen die sancties opgelegd hebben gekregen, omkoperij en corruptie. Toezichthouders en andere autoriteiten kunnen
administratieve of gerechtelijke procedures opstarten wat onder andere zou kunnen resulteren in het opschorten of intrekken van ING’s
vergunning, het opschorten of beëindigen van orders, (bestuurlijke) boetes, strafmaatregelen of andere disciplinaire maatregelen, die een
belangrijke negatieve invloed kunnen hebben op ING’s resultaten en financiële positie.
Zoals veel andere grote financiële instellingen, doet ING momenteel in beperkte mate zaken (en heeft in het verleden zaken gedaan) met
tegenpartijen, inclusief overheids en overheidsgerelateerde tegenpartijen, in landen als Cuba, Iran en Syrië. Landen die zijn aangemerkt als
staatsponsors van terrorisme door de ‘US State department’ en die onderhevig zijn aan sancties door diverse overheidsinstellingen. ING is
van mening dat haar opbrengsten in deze landen op dit moment en in het verleden niet materieel zijn of zijn geweest in verhouding tot
haar totale activiteiten. In het kader van de toegenomen aandacht van Amerikaanse en niet Amerikaanse toezichthoudende instanties,
investeerders en de media voor transacties die gerelateerd zijn aan deze landen en van initiatieven door diverse andere instanties om
wetten of regels in te voeren dan wel tot uitvoer te brengen die transacties met deze entiteiten verbieden, of die desinvesteringen vereisen
met betrekking tot bedrijven die zaken doen met dit soort landen heeft de ING haar compliance functie aanzienlijk versterkt en zal deze
blijven versterken, net zoals zij in 2006 heeft gedaan.
ING Bank N.V. is in gesprek met haar Nederlandse toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) aangaande transacties met personen
in landen die onderhevig zijn aan sancties opgelegd door de EU, de Verenigde Staten en andere autoriteiten. Deze gesprekken hebben
ING Bank N.V. er toe aangezet om transacties met partijen die onderhevig zijn aan deze santies te evalueren. ING Bank N.V. rapporteert
in het kader van deze voortdurende evaluatie aan DNB. Het is op dit moment niet mogelijk een voorspelling te doen over de uitkomsten van
deze evaluatie. ING Bank N.V. hecht er grote waarde aan om bevindingen die uit deze evaluatie naar voren komen pro-actief aan te pakken.
Op 28 juli 2006 heeft ‘The Office of Foreign Asset Controls (‘OFAC’) van de ‘U.S. Department of Treasury’ de Netherlands Carribean Bank
(‘NCB’), een bank gevestigd op de Nederlandse Antillen die in eigendom is van de ING en van twee entiteiten die de Cubaanse nationaliteit
hebben, toegevoegd aan de lijst van ‘Specifically Designated Nationals’ als zijnde een entiteit met de Cubaanse nationaliteit. Dit verbiedt
Amerikaanse personen en niet Amerikaanse dochterondernemingen van Amerikaanse bedrijven om zaken te doen met de NCB.
Een aandachtspunt voor ING in 2006 was de versterking van het groepsbrede compliance-bewustzijn en de implementatie van het
compliance-beleid van ING Groep. De invoering van het compliance-beleid was het afgelopen jaar een belangrijke doelstelling voor alle
managers van ING Groep. Het top Management ontving de laatste informatie over compliance-aangelegenheden en over de geboekte
voortgang in de implementatie van het beleid. De verdere inbedding van compliance-procedures en processen in de gehele organisatie
heeft een hoge prioriteit en dient in 2007 afgerond te worden.
Een ander initiatief dat de ING Groep in 2006 nam ter versterking van het compliance-bewustzijn was de toewijzing van 130 extra FTE’s
aan Compliance, waarmee het totale aantal medewerkers dat zich specifiek op dit terrein toelegt is gestegen tot circa 700. Als onderdeel
van de vaste corporate-governancestructuur van zowel Compliance als Operational Risk Management wordt het Audit Committee
regelmatig op de hoogte gebracht van eventuele incidenten met een belangrijk financieel of compliance-effect. Het proces van incidentrapportage levert tijdige informatie op over incidenten van financiële of compliance-aard. Bij interne conferenties en in interviews heeft de
Raad van Bestuur herhaaldelijk gewezen op het belang van compliance. Overige initiatieven in 2006 op het gebied van Compliance waren
de verplichte elektronische compliance cursus voor alle Nederlandse medewerkers, regionale conferenties over compliance en het
‘Compliance Awareness Week’ programma in de Verenigde Staten.
ING Groep Jaarverslag 2006 209
2.1
Geconsolideerde jaarrekening
Risicobeheer vervolg
In het kader van veranderende wetgeving, regels en de toegenomen aandacht van toezichthouders heeft de ING Groep onder andere
haar beleid voor financieel-economische criminaliteit herzien en afgestemd op Derde Anti-Witwas Richtlijn van de EU en op andere van
toepassing zijnde wetten en regelgeving. Als gevolg van de herziening van haar beleid voor financieel-economische criminaliteit is ING
bezig alle klantendossiers opnieuw te beoordelen om zo te voorkomen dat ING en/of haar systemen worden gebruikt voor het witwassen
van geld of de financiering van terroristische activiteiten. Een bijkomend voordeel is dat deze toegenomen kennis over klanten de ING
Groep in staat stelt diensten aan te bieden die beter op de behoeften van de klant zijn toegesneden.
Binnen het Retail Banking segment bedroegen de kosten voor compliance in 2006 EUR 85 miljoen. Om te voldoen aan juridische
vereisten, heeft alleen al het Nederlandse onderdeel van Retail Banking EUR 50 miljoen van de totale kosten uitgegeven aan
het identificeren van (bestaande) klanten, het verbeteren van klantenidentificatieprocessen en het vaststellen van risicoprofielen van
bestaande en nieuwe klanten. Tevens zijn er opleidingsprogramma’s voor operationele veranderingen ontwikkeld en vinden er
voortdurend implementatie programma’s plaats.
De kosten binnen het Wholesale Banking segment bedroegen in 2006 EUR 79 miljoen. Het grootste deel van deze kosten waren het
gevolg van investeringen in en verbeteringen van compliance activiteiten en klantenidentificatieprocessen en –systemen. Dit is inclusief de
voortdurende evaluatie die ING doet naar aanleiding van gesprekken met DNB met betrekking tot transacties die gerelateerd zijn aan
landen die onderhevig zijn aan sancties.
210 ING Groep Jaarverslag 2006
VASTSTELLING VAN DE JAARREKENING
Amsterdam, 12 maart 2007
DE RAAD VAN COMMISSARISSEN
DE RAAD VAN BESTUUR
Cor A.J. Herkströter, Voorzitter
Eric Bourdais de Charbonnière, Vice-voorzitter
Luella Gross Goldberg
Paul F. van der Heijden
Claus Dieter Hoffmann
Jan H.M. Hommen
Piet C. Klaver
Wim Kok
Godfried J.A. van der Lugt
Karel Vuursteen
Michel J. Tilmant, Voorzitter
Cees Maas, Vice-voorzitter en CFO
Eric F. Boyer de la Giroday
Dick H. Harryvan
Eli P. Leenaars
Tom J. McInerney
Hans van der Noordaa
Jacques M. de Vaucleroy
ING Groep Jaarverslag 2006 211
2.2
Vennootschappelijke jaarrekening
Vennootschappelijke balans van ING Groep per 31 december
voor winstbestemming
bedragen in miljoenen euro’s
ACTIVA
Beleggingen in 100% deelnemingen 1
Overige activa 2
Totaal activa
EIGEN VERMOGEN 3
Aandelenkapitaal
Agioreserve
Reserve deelnemingen
Reserve koersverschillen vreemde valuta
Overige reserves
Nettowinst
VREEMD VERMOGEN
Preferente aandelen 4
Achtergestelde leningen 5
Financiële verplichtingen tegen reële waarde
met waardemutaties door het resultaat
Overige schulden 6
Totaal vreemd vermogen en eigen vermogen
2006
2005
42.607
8.898
51.505
41.488
8.131
49.619
530
8.348
11.528
–950
11.118
7.692
38.266
530
8.343
14.143
–692
7.202
7.210
36.736
215
7.146
296
7.355
120
5.758
51.505
92
5.140
49.619
De bij de rubrieken vermelde nummers verwijzen naar de toelichting, beginnend op pagina 216, die onderdeel uitmaakt
van de jaarrekening.
212 ING Groep Jaarverslag 2006
Vennootschappelijke winst- en verliesrekening van ING Groep
voor het jaar eindigend op 31 december
bedragen in miljoenen euro’s
Resultaat van groepsmaatschappijen na belastingen
Overige resultaten na belastingen
Nettowinst
2006
2005
7.704
–12
7.692
7.194
16
7.210
ING Groep Jaarverslag 2006 213
2.2
Vennootschappelijke jaarrekening
Vennootschappelijk mutatie-overzicht eigen vermogen van ING Groep
voor de jaren eindigend op 31 december
bedragen in miljoenen euro’s
Balans per 31 december 2004
Implementatie IAS 32/39 en IFRS 4
Aandelenkapitaal
Agioreserve
Reserve
deelnemingen
Reserve
koersverschillen
vreemde
valuta
634
8.525
3.219
–690
12.381
24.069
–104
–191
7.538
–556
–2.584
4.103
2.269
–663
489
61
2.819
–663
Ongerealiseerde herwaarderingen na belastingen
Overgeheveld naar winst of verlies (gerealiseerd)
Overgeheveld naar verzekeringsverplichtingen
en overlopende acquisitiekosten
Mutatie kasstroomhedge reserve
Aandelengerelateerde beloningen
Koersverschillen vreemde valuta
Bedragen rechtstreeks verantwoord in het vermogen
–89
764
530
9
8.343
Ongerealiseerde herwaarderingen na belastingen
Overgeheveld naar winst of verlies (gerealiseerd)
Overgeheveld naar verzekeringsverplichtingen
en overlopende acquisitiekosten
Mutatie kasstroomhedge reserve
Mutatie in hedge van een netto investering
in buitenlandse bedrijfsonderdelen
Aandelengerelateerde beloningen
Koersverschillen vreemde valuta
Overige
Bedragen rechtstreeks verantwoord in het vermogen
1.105
3.386
65
554
63
47
171
3.386
554
7.210
7.381
7.210
11.321
–2.461
–305
–2.461
–305
9
36.736
Dividend
Inkoop en uitgifte eigen aandelen
Uitoefening van warrants en opties
Balans per 31 december 2006
(1)
–692
14.412
428
820
–696
–883
–452
–3.188
–258
–48
480
194
100
–1.335
–48
–2.966
720
–2.468
–258
6.972
7.452
7.692
4.726
–2.534
–520
–2.681
–520
5
38.266
100
–147
530
5
8.348
–1.203
–798
820
–696
194
Overige reserves bevatten de reserve ingehouden winsten, eigen aandelen en de overige reserves.
214 ING Groep Jaarverslag 2006
14.143
–1.631
–798
Nettowinst
Totaal
–89
764
63
1.217
4.111
Nettowinst
Dividend
Inkoop en uitgifte eigen aandelen
Uitoefening van warrants en opties
Balans per 31 december 2005
Overige
reserves (1)
11.528
–950
18.810
Grondslagen voor de vennootschappelijke balans
en winst- en verliesrekening van ING Groep
ALGEMENE GRONDSLAGEN
De vennootschappelijke jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor
financiële verslaggeving zoals opgenomen in Titel 9 Boek 2 BW. De grondslagen voor presentatie en toelichting zijn in overeenstemming
met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving zoals opgenomen in Titel 9 Boek 2 BW. De grondslagen
voor waardering en resultaatbepaling, zoals beschreven bij de geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening, zijn eveneens van
toepassing op de vennootschappelijke balans en winst- en verliesrekening met uitzondering van de deelnemingen. Deelnemingen in
groepsmaatschappijen en andere deelnemingen worden initieel tegen kostprijs opgenomen en daarna gewaardeerd tegen
nettovermogenswaarde.
De vennootschappelijke winst- en verliesrekening is opgesteld in overeenstemming met artikel 402 Boek 2 BW.
Een lijst met de informatie conform artikel 379 lid 1 Boek 2 BW is gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Amsterdam conform
artikel 379 lid 5 Boek 2 BW.
Wijzigingen in de balanswaarde als gevolg van mutaties in de herwaarderingsreserve van de deelnemingen worden in de Reserve
deelnemingen verantwoord, welke is begrepen in het Eigen vermogen. Wijzigingen in de balanswaarde uit hoofde van overeenkomstig
de grondslagen van ING Groep verantwoorde resultaten van de Deelnemingen worden in de winst- en verliesrekening verantwoord.
Andere wijzigingen in de balanswaarde van de Deelnemingen, voorzover niet het gevolg van wijzigingen van het aandelenkapitaal,
worden verantwoord onder Reserve deelnemingen, welke is begrepen in het Eigen vermogen.
Er wordt een wettelijke reserve aangehouden ter hoogte van het aandeel in de resultaten uit de Deelnemingen sinds de eerste
waardering tegen nettovermogenswaarde, verminderd met de uitkeringen waarop aanspraak kan worden gemaakt. Uitkeringen
waarvan zonder beperking ontvangst in Nederland kan worden bewerkstelligd, worden eveneens in mindering gebracht op de
Reserve deelnemingen.
VERANDERINGEN IN PRESENTATIE
De presentatie van en sommige begrippen gebruikt in de balans, de winst- en verliesrekeningen, kasstroomoverzicht, mutatie-overzicht
eigen vermogen en bepaalde toelichtingen zijn in 2006 gewijzigd om additionele en relevantere informatie te verstrekken. Bepaalde
vergelijkende cijfers zijn aangepast aan de huidige presentatie. De wijzigingen zijn niet significant.
ING Groep Jaarverslag 2006 215
2.2
Vennootschappelijke jaarrekening
Toelichting op de vennootschappelijke balans van ING Groep
bedragen in miljoenen euro’s, tenzij anders aangegeven
ACTIVA
1 BELEGGINGEN IN 100% DEELNEMINGEN
Beleggingen in 100% deelnemingen
Naam van de deelneming
ING Bank N.V.
ING Verzekeringen N.V.
Overige
2006
Balanswaarde
2005
20.868
21.902
–163
42.607
20.490
20.607
391
41.488
Overige bevat intercompany eliminaties tussen ING Bank N.V. en ING Verzekeringen N.V.
Verloop in beleggingen in 100% deelnemingen
Balanswaarde begin van het jaar
Verandering in waarderingsgrondslagen
Terugbetalingen van/aan groepsmaatschappijen
Verkoop van groepsmaatschappijen
Herwaarderingen
Resultaat van groepsmaatschappijen
Dividend
Mutaties in door groepsmaatschappijen
gehouden aandelen ING Groep N.V.
Balanswaarde eind van het jaar
2006
2005
41.488
28.062
4.510
24
–587
–2.994
7.704
–3.450
42.185
4.205
7.194
–2.296
41.675
422
42.607
–187
41.488
2006
2005
8.827
8.094
71
8.898
37
8.131
2006
2005
530
8.348
11.528
–950
18.810
38.266
530
8.343
14.143
–692
14.412
36.736
2 OVERIGE ACTIVA
Overige activa
Vorderingen op groepsmaatschappijen
Overige vorderingen, vooruitbetalingen
en overlopende activa
3 EIGEN VERMOGEN
Eigen vermogen
Aandelenkapitaal
Agioreserve
Reserve deelnemingen
Reserve koersverschillen vreemde valuta
Overige reserves
Eigen vermogen
216 ING Groep Jaarverslag 2006
Aandelenkapitaal
2006
Nominaal aandelenkapitaal
Aandelenkapitaal in portefeuille
Geplaatst aandelenkapitaal
3.000.000
794.907
2.205.093
Gewone aandelen (nominale waarde EUR 0,24)
Aantal X1.000
Bedrag
2005
2006
2005
3.000.000
795.066
2.204.934
720
190
530
720
190
530
Totaal
Verloop in geplaatst aandelenkapitaal
Gewone aandelen
(nominale waarde EUR 0,24)
Aantal
X1.000
Bedrag
Geplaatst aandelenkapitaal per 31 december 2004
Uitgifte van aandelen
Geplaatst aandelenkapitaal per 31 december 2005
2.204.720
214
2.204.934
530
530
Uitgifte van aandelen
Uitoefening warrants B
Geplaatst aandelenkapitaal per 31 december 2006
96
63
2.205.093
530
Reserve
ingehouden
winsten
Eigen
aandelen
Overige
reserves
–868
–13
Overige reserves
2006
Balanswaarde begin van het jaar
Winst voor de periode
Ongerealiseerde herwaarderingen
Inkoop eigen aandelen
Dividend
Overhevelingen naar reserve deelnemingen
Overige
Balanswaarde eind van het jaar
15.293
7.692
552
20.283
–48
–1.436
100
–37
14.412
7.692
428
–520
–2.681
–573
52
18.810
Reserve
ingehouden
winsten
Eigen
aandelen
Overige
reserves
Totaal
–13
–13
12.381
–2.584
7.210
108
–305
–2.461
63
14.412
–124
–520
–2.681
–573
Overige reserves
2005
Balanswaarde begin van het jaar
Implementatie IAS 32/39 en IFRS 4
Winst voor de periode
Ongerealiseerde herwaarderingen
Inkoop eigen aandelen
Dividend
Overige
Balanswaarde eind van het jaar
12.944
–2.584
7.210
108
–563
–305
–2.461
76
15.293
–868
Per 31 december bevatte de Reserve deelnemingen een bedrag van EUR 566 miljoen (2005: EUR 583 miljoen) met betrekking tot
Stichting Regio Bank dat niet vrij uitkeerbaar is. De daling betreft het verlies over 2006.
ING Groep Jaarverslag 2006 217
2.2
Vennootschappelijke jaarrekening
Toelichting op de vennootschappelijke balans van ING Groep vervolg
De reserve deelnemingen en reserve koersverschillen vreemde valuta zijn niet vrij uitkeerbaar. De reserve voor kasstroomhedges is in de
reserve deelnemingen opgenomen als een nettobedrag. De reserve ingehouden winsten zijn vrij uitkeerbaar. Ongerealiseerde
winsten en verliezen op derivaten die geen onderdeel uitmaken van kasstroomhedges worden verantwoord in het resultaat en zijn
daarmee onderdeel van de reserve ingehouden winsten.
Het totale eigen vermogen in de venootschappelijke jaarrekening is gelijk aan het eigen vermogen (moedermaatschappij) in de
geconsolideerde jaarrekening. Een aantal componenten verschillen echter als gevolg van de volgende presentatieverschillen tussen de
geconsolideerde en vennootschappelijke jaarrekening:
– ongerealiseerde herwaarderingen van geconsolideerde deelnemingen die in de geconsolideerde jaarrekening zijn begrepen in de
herwaarderingsreserve, worden in de vennootschappelijke jaarrekening gepresenteerd als reserve deelnemingen;
– vreemde valuta translatie van geconsolideerde deelnemingen die in de geconsolideerde jaarrekening zijn begrepen in de reserve
koersverschillen vreemde valuta, worden in de vennootschappelijke jaarrekening gepresenteerd als reserve deelnemingen;
– herwaarderingen op beleggingen in onroerend goed opgenomen in de winst- en verliesrekening en vervolgens in de reserve
ingehouden winsten in de geconsolideerde jaarrekening, worden in de vennootschappelijke jaarrekening gepresenteerd als
reserve deelnemingen.
Het totaalbedrag van niet-uitkeerbare reserves bedraagt EUR 12.478 miljoen (2005: EUR 14.835 miljoen).
Voor meer informatie wordt verwezen naar toelichting 12 in de geconsolideerde jaarrekening.
Verloop eigen aandelen
Balanswaarde begin van het jaar
Gekocht
Aandelen gerelateerde beloningen
Overige
Balanswaarde eind van het jaar
2006
Bedrag
2005
2006
868
1.030
462
563
381
76
38.722.934
30.858.427
15.722.126
1.436
868
53.859.235
4 PREFERENTE AANDELEN
Zie toelichting 13 Preferente aandelen van de geconsolideerde jaarrekening.
5 ACHTERGESTELDE LENINGEN
Achtergestelde leningen
Interest
percentages
Uitgiftejaar
Nominaal
bedrag in
originele
valuta
Vervaldag
2006
5,140%
5,775%
6,125%
4,176%
Variabel
6,200%
Variabel
7,200%
7,050%
6,500%
8,439%
2006
2005
2005
2005
2004
2003
2003
2002
2002
2001
2000
218 ING Groep Jaarverslag 2006
Eeuwigdurend
Eeuwigdurend
Eeuwigdurend
Eeuwigdurend
Eeuwigdurend
Eeuwigdurend
Eeuwigdurend
Eeuwigdurend
Eeuwigdurend
Eeuwigdurend
30 december 2030
GBP
USD
USD
EUR
EUR
USD
EUR
USD
USD
EUR
USD
600
1.000
700
500
1.000
500
750
1.100
800
600
1.500
885
752
515
497
926
368
669
811
591
1.132
7.146
Balanswaarde
2005
838
574
496
934
410
692
904
659
589
1.259
7.355
Aantal
2005
29.787.165
13.013.029
3.203.303
873.957
38.722.934
6 OVERIGE SCHULDEN
Overige schulden naar soort
Obligatieleningen
Schulden aan groepsmaatschappijen
Overige schulden en overlopende passiva
2006
2005
5.230
35
493
5.758
3.740
991
409
5.140
2006
Balanswaarde
2005
Obligatieleningen
Interest
percentages
Variabel
Variabel
4,125%
5,000%
6,125%
6,000%
5,500%
Uitgiftejaar
2006
2006
2006
2001
2000
2000
1999
Vervaldag
28 juni 2011
11 april 2016
11 april 2016
3 mei 2006
4 januari 2011
1 augustus 2007
14 september 2009
746
995
746
997
750
996
5.230
999
996
750
995
3.740
Het aantal door groepsmaatschappijen gehouden obligaties bedraagt per 31 december 2006 29.288 met een balanswaarde van
EUR 29 miljoen (2005: 2.519 met een balanswaarde van EUR 3 miljoen).
Schulden aan groepsmaatschappijen naar resterende looptijd
Tot en met een jaar
Vanaf een jaar tot en met vijf jaar
2006
2005
33
2
35
956
35
991
REMUNERATIE
De informatie aangaande aandelen gerelateerde beloningsregelingen en de beloning van leden van de Raad van Bestuur en leden van
de Raad van Commissarissen is opgenomen in het remuneratierapport in het jaarverslag (pagina 74 tot en met 86). Deze informatie
maakt onderdeel uit van de gecontroleerde jaarrekening.
Amsterdam, 12 maart 2007
DE RAAD VAN COMMISSARISSEN
DE RAAD VAN BESTUUR
Cor A.J. Herkströter, Voorzitter
Eric Bourdais de Charbonnière, Vice-voorzitter
Luella Gross Goldberg
Paul F. van der Heijden
Claus Dieter Hoffmann
Jan H.M. Hommen
Piet C. Klaver
Wim Kok
Godfried J.A. van der Lugt
Karel Vuursteen
Michel J. Tilmant, Voorzitter
Cees Maas, Vice-voorzitter en CFO
Eric F. Boyer de la Giroday
Dick H. Harryvan
Eli P. Leenaars
Tom J. McInerney
Hans van der Noordaa
Jacques M. de Vaucleroy
ING Groep Jaarverslag 2006 219
2.3
Overige informatie
Accountantsverklaring
Aan de Aandeelhouders, de Raad van Commissarissen en de Raad van Bestuur van ING Groep N.V.
VERKLARING BETREFFENDE DE JAARREKENING
Wij hebben de in dit jaarverslag op pagina 88 tot en met 219 opgenomen jaarrekening 2006 van ING Groep N.V. te Amsterdam
gecontroleerd. De jaarrekening omvat de geconsolideerde en de vennootschappelijke jaarrekening. De geconsolideerde jaarrekening
bestaat uit de geconsolideerde balans per 31 december 2006, winst- en verliesrekening, mutatieoverzicht eigen vermogen en
kasstroomoverzicht over 2006 alsmede uit een overzicht van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving en overige
toelichtingen. De vennootschappelijke jaarrekening bestaat uit de vennootschappelijke balans per 31 december 2006 en de
vennootschappelijke winst- en verliesrekening over 2006 met de toelichting.
Verantwoordelijkheid van het bestuur
Het bestuur van de vennootschap is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw
dient weer te geven in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie en met
Titel 9 Boek 2 BW, alsmede voor het opstellen van het verslag van de Raad van Bestuur in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW. Deze
verantwoordelijkheid omvat onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor
het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel
belang als gevolg van fraude of fouten bevat, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en
het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
Verantwoordelijkheid van de accountant
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle
verricht in overeenstemming met Nederlands recht en met de standaarden van de Public Company Accounting Oversight Board (United
States). Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle
zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van
materieel belang bevat.
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in
de jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant,
waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die
beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en
resultaat relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die
onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de
toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het bestuur van de vennootschap heeft
gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Oordeel betreffende de geconsolideerde jaarrekening
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van
ING Groep N.V. per 31 december 2006 en van het resultaat en de kasstromen over 2006 in overeenstemming met International Financial
Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie en met Titel 9 Boek 2 BW.
Oordeel betreffende de vennootschappelijke jaarrekening
Naar ons oordeel geeft de vennootschappelijke jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen
van ING Groep N.V. per 31 december 2006 en van het resultaat over 2006 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.
VERKLARING BETREFFENDE ANDERE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder e BW melden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat
kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391 lid 4 BW.
Amsterdam, 12 maart 2007
Ernst & Young Accountants
namens deze
w.g. drs. Jan J. Nooitgedagt RA
220 ING Groep Jaarverslag 2006
Voorstel voor winstbestemming
bedragen in miljoenen euro’s, behalve bedragen per aandeel
VOORSTEL VOOR WINSTBESTEMMING
De winstbestemming vindt plaats overeenkomstig artikel 38 van de statuten van ING Groep N.V. Daarin wordt, voorzover hier van
belang, bepaald dat het gedeelte van de winst dat resteert nadat de Raad van Bestuur met goedkeuring van de Raad van Commissarissen
heeft bepaald welk gedeelte van de winst wordt gereserveerd, ter beschikking staat van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Voorgesteld wordt het dividend vast te stellen op EUR 1,32 per gewoon aandeel van EUR 0,24.
Op 17 augustus 2006 werd een interim-dividend van EUR 0,59 per gewoon aandeel van EUR 0,24 betaalbaar gesteld. Het interimdividend werd uitgekeerd in contanten. Als slotdividend resteert derhalve EUR 0,73. Het slotdividend zal geheel in contanten worden
uitgekeerd en wordt op 3 mei 2007 betaalbaar gesteld.
Voorgestelde winstbestemming
bedragen in miljoenen euro’s
Nettowinst
Toevoeging aan reserves, krachtens artikel 38,
lid 5 van de statuten
Verlies van Stichting Regio Bank
Krachtens artikel 38, lid 6 van de statuten ter
beschikking van de Algemene Vergadering
van Aandeelhouders
7.692
4.844
17
2.865
Dividend van EUR 1,32 per gewoon aandeel
ING Groep Jaarverslag 2006 221
2.3 Overige informatie
Bepalingen inzake uitgifte van aandelen
BEPALINGEN INZAKE UITGIFTE VAN AANDELEN
Overeenkomstig artikel 13 van de statuten is de Raad van Bestuur aangewezen als bevoegd orgaan om, onder goedkeuring van de
Raad van Commissarissen, te besluiten tot uitgifte van aandelen, tot het verlenen van rechten tot het nemen van aandelen en tot het
beperken of uitsluiten van voorkeursrechten van houders van aandelen.
De bevoegdheid geldt voor een periode eindigend op 25 oktober 2007 (behoudens verlening door de Algemene Vergadering van
Aandeelhouders):
1. i) voor een totaal van 220.000.000 gewone aandelen;
plus
ii) voor een totaal van 220.000.000 gewone aandelen, echter uitsluitend indien de aandelen worden uitgegeven in verband
de overname van een onderneming of vennootschap;
2. voor 10.000.000 preferente aandelen B.
222 ING Groep Jaarverslag 2006
2.4
Additionele financiële informatie
Eigen vermogen en nettowinst op basis van waarderingsgrondslagen in de
Verenigde Staten (US GAAP) bedragen in miljoenen euro’s, behalve bedragen per aandeel
Het volgende overzicht geeft de aansluiting weer tussen het eigen vermogen en de nettowinst op basis van IFRS-EU-grondslagen en op
basis van US GAAP.
Aansluiting tussen eigen vermogen en nettowinst op basis van IFRS-EU-grondslagen en op basis van US GAAP
2006
Eigen vermogen
2005
2006
2005
Nettowinst
2004
38.266
36.736
7.692
7.210
5.755
3.641
–2.004
328
3.837
–1.899
397
–62
–12
208
–445
–76
–405
237
107
272
81
1.427
1.711
215
93
–1.717
590
155
–687
277
2.691
593
296
119
–1.115
–1.074
–37
454
–161
–29
–153
9
–19
–447
–6
4.385
5.254
7
–1.316
794
29
–329
151
11
–120
14
60
–424
623
–28
–145
–189
316
206
148
425
1
1.111
434
493
–464
188
204
233
4.184
122
4.883
–13
–865
99
–234
26
933
Bedragen volgens US GAAP-grondslagen (exclusief
het effect van wijzigingen in grondslagen)
Cumulatief effect van wijzigingen in grondslagen
Bedragen volgens US GAAP-grondslagen
42.450
–1.803
40.647
41.619
6.827
6.976
41.619
6.827
6.976
6.688
–91
6.597
Verwaterd per aandeel (in euro’s) volgens US GAAP
18,86
19,21
3,17
3,22
3,10
Bedragen volgens IFRS-EU-grondslagen
Aanpassingen in verband met:
Goodwill
Onroerend goed
Schuldbewijzen
Waardering van aandelen
Derivaten en hedge accounting
Reële waarde optie
Overlopende acquisitiekosten
Voorziening voor levensverzekeringsverplichtingen
Latente winstdeling
Personeelsbeloningen
Eigen vermogen instrumenten
Voorziening voor reorganisatie
Deelnemingen en andere aandelenbelangen
Voorziening voor dubieuze debiteuren
Overige
Belastingeffect over de aanpassingen
Minderheidsbelang in de aanpassingen
(na belastingen)
Totaal aanpassingen na belasting
–79
282
–64
60
5
ING Groep Jaarverslag 2006 223
2.4
Additionele financiële informatie
Toelichting op de verschillen tussen IFRS-EU-grondslagen en US GAAP
Vanaf 2005 past ING Groep IFRS-EU toe. De vergelijkende cijfers over 2004 zijn aangepast zodat deze voldoen aan IFRS-EU. ING Groep
heeft echter gebruik gemaakt van de in IFRS 1 geboden optie om de vergelijkende cijfers niet aan te passen voor IAS 32, IAS 39 en
IFRS 4. Hierdoor zijn de vergelijkende cijfers over 2004 voor financiële instrumenten en verzekeringscontracten verwerkt conform de
in voorgaande jaren toegepaste grondslagen.
Het overzicht op pagina 223 geeft de aansluiting weer tussen IFRS-EU (inclusief IAS 32, IAS 39 en IFRS 4) en US GAAP voor de 2006
en 2005 kolommen. De 2004 kolom geeft de aansluiting weer tussen IFRS-EU (exclusief IAS 32, IAS 39 en IFRS 4) en US GAAP. De
toepassing van IAS 32, IAS 39 en IFRS 4 vanaf januari 2005 heeft in een aantal gevallen geleid tot andere verschillen tussen IFRS-EU
en US GAAP in vergelijking tot 2004. De toelichting op de verschillen tussen IFRS-EU en US GAAP zoals hieronder weergegeven,
verwijst naar IFRS-EU zoals toegepast vanaf 2005, tenzij specifiek vermeld is dat het verschil betrekking heeft op 2004.
Een toelichting op de verschillen tussen IFRS-EU (zoals toegepast vanaf 2005) en IFRS-EU exclusief IAS 32, IAS 39 en IFRS 4 (zoals
toegepast in 2004) is opgenomen in paragraaf ‘Veranderingen in de waarderingsgrondslagen’ op pagina 106.
VERSCHILLEN IN WAARDERING EN RESULTAATBEPALING TUSSEN IFRS-EU EN US GAAP
Goodwill
Onder IFRS-EU wordt goodwill op acquisities gedaan na 1 januari 2004 geactiveerd; goodwill op acquisities voor 1 januari 2004
werd rechtstreeks ten laste van het vermogen gebracht. Onder US GAAP is goodwill voor alle acquisities geactiveerd. Als een
bedrijfsonderdeel zal worden verkocht, dan wordt de goodwill gerelateerd aan dat bedrijfsonderdeel toegevoegd aan de boekwaarde
van het bedrijfsonderdeel voor het bepalen van het resultaat bij verkoop. Het verschil door overgang op IFRS-EU per 1 januari 2004
kan daarom leiden tot verschillen in het verkoopresultaat in toekomstige perioden. Daarbij kan het verschil door overgang leiden tot
verschillen in bijzondere waardeverminderingen in toekomstige jaren. Het bedrag aan overgangsverschil verandert onder invloed
van koersverschillen.
Het tijdstip van verantwoording van bepaalde aspecten van goodwill kan onder IFRS-EU en US GAAP verschillend zijn. IFRS-EU vereist dat
voorwaardelijke betalingen worden verantwoord op de datum van de acquisitie, waarbij het bedrag aan goodwill wordt aangepast voor
aanpassingen op voorwaardelijke betalingen na de datum van de acquisitie. Onder US GAAP worden voorwaardelijke betalingen pas
verantwoord wanneer deze definitief zijn geworden en het bedrag betaalbaar is gesteld.
Deze post omvat immateriële activa en daaraan gerelateerde afschrijving behorend bij aankopen van voor 1 januari 2004, die onder
IFRS-EU direct ten laste van het vermogen werden gebracht als onderdeel van de goodwill.
Onroerend goed
Beleggingen in onroerend goed
Onder IFRS-EU worden beleggingen in onroerend goed opgenomen tegen reële waarde, waarbij wijzigingen in de reële waarde in
de winst- en verliesrekening worden verantwoord. Op beleggingen in onroerend goed wordt onder IFRS-EU niet afgeschreven.
Onder US GAAP worden beleggingen in onroerend goed opgenomen tegen kostprijs onder aftrek van afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingen. Afschrijvingen worden ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht. Gerealiseerde resultaten bij verkoop
worden verantwoord in de winst- en verliesrekening.
Onroerend goed in eigen gebruik
Onder IFRS-EU wordt onroerend goed in eigen gebruik opgenomen tegen reële waarde waarbij de wijzigingen in de reële waarde in het
eigen vermogen worden verantwoord. Negatieve herwaarderingsreserves (bepaald per individueel onroerend goed) worden ten laste van
de winst- en verliesrekening gebracht. Indien deze daarna ongedaan worden gemaakt door waardestijgingen worden deze eveneens in
het resultaat verantwoord. Afschrijvingen over de reële waarde worden in het resultaat verantwoord. Bij verkoop blijft de aanwezige
herwaarderingsreserve binnen het vermogen en verschillen tussen de boekwaarde en de verkoopprijs van het onroerend goed worden
verantwoord in de winst- en verlies rekening. Onder US GAAP wordt onroerend goed in eigen gebruik opgenomen tegen kostprijs onder
aftrek van afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Afschrijvingen over de kostprijs worden in het resultaat verantwoord.
Gerealiseerde resultaten op verkopen worden verantwoord in de winst- en verliesrekening. Bijzondere waardeverminderingen zijn een
aanpassing op de kostprijs die niet terug gedraaid wordt indien die bijzondere waardeverminderingen ongedaan worden gemaakt door
waardestijgingen.
‘Sale and leaseback’ transactie
Onder IFRS-EU wordt het resultaat op een, tegen reële waarde afgesloten, ‘sale and operating lease back’ transactie onmiddellijk verantwoord.
Onder US GAAP wordt alle winst op een ‘sale and operating lease back’ transactie geamortiseerd over de toekomstige huurperiode.
Schuldbewijzen
Tot einde looptijd aangehouden beleggingen
Activa geclassificeerd als ‘tot einde looptijd aangehouden’ zijn op de datum van de implementatie van IFRS-EU (1 januari 2005)
verantwoord tegen de geamortiseerde kostprijs op dat moment.
224 ING Groep Jaarverslag 2006
Onder US GAAP werden deze activa beschikbaar voor verkoop geclassificeerd als tot einde looptijd aangehouden en verantwoord
tegen de reële waarde op 1 januari 2005. Het verschil tussen de reële waarde en geamortiseerde kostprijs op 1 januari 2005 wordt
geamortiseerd over de resterende looptijd.
Voor activa die na 1 januari 2005 worden geclassificeerd als tot einde looptijd aangehouden is er geen verschil tussen IFRS-EU en US GAAP.
Effectieve interest op activa die vervroegd kunnen worden afgelost
Onder IFRS-EU wordt bij toepassing van de effectieverentemethode, voor bepaling van de geamortiseerde kostprijs van activa die
vervroegd kunnen worden afgelost, de originele effectieve rentevoet toegepast. Voor een correctie op de amortisatie, gebaseerd op
de toekomstige kasstromen, wordt de boekwaarde van de activa aangepast (‘cumulative catch-up’ methode). Voor belangen gehouden
in gesecuritiseerde activa met een verhoogd kredietrisico wordt onder US GAAP een prospectieve methode gebruikt waarbij de effectieve
rente wordt aangepast gebaseerd op de huidige kasstromen en de verwachte toekomstige kasstromen van die activa. Voor andere
activa die vervroegd afgelost kunnen worden, is een aanpassing van de effectieve rente en een retrospectieve correctie vereist.
Omrekening vreemde valuta
Onder IFRS-EU worden koersverschillen ontstaan bij het omrekenen van de geamortiseerde kostprijs van schuldbewijzen beschikbaar
voor verkoop verantwoord in het resultaat. Het verschil tussen de reële waarde en de geamortiseerde kostprijs zoals omgerekend naar de
functionele valuta wordt verantwoord in de herwaarderingsreserve in het eigen vermogen.
Onder US GAAP worden alle koersverschillen met betrekking tot schuldbewijzen beschikbaar voor verkoop verantwoord in het eigen
vermogen toe te schrijven aan aandeelhouders van de vennootschap als onderdeel van de herwaardering.
Bijzondere waardevermindering
Onder IFRS-EU worden rente gerelateerde ongerealiseerde verliezen op schuldbewijzen beschikbaar voor verkoop, die volledig worden
veroorzaakt door fluctuaties in de risicovrije rentevoet, niet verantwoord als een bijzondere waardevermindering. Onder US GAAP
worden rente gerelateerde bijzondere waardeverminderingen verantwoord op basis van bepaalde factoren waaronder of ING de intentie
en de mogelijkheid heeft om een lange termijn beleggingstrategie te volgen.
Terugnemen van bijzondere waardeverminderingen
Onder IFRS-EU kunnen terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen op schuldbewijzen worden verantwoord in het resultaat
als er sprake is van een stijging in de reële waarde als gevolg van een nieuwe gebeurtenis. Onder US GAAP kunnen bijzondere
waardeverminderingen op schuldbewijzen niet worden teruggeboekt door het resultaat.
Schuldbewijzen (2004)
Waardering van nominale waarden
Onder IFRS-EU exclusief IAS 39 (2004) worden beleggingen in nominale waarden gewaardeerd tegen de aflossingswaarde. Het verschil
tussen de aflossingswaarde en de verkrijgingprijs wordt gedurende de resterende looptijd van de desbetreffende belegging geamortiseerd
ten gunste dan wel ten laste van de winst- en verliesrekening. Effecten die beschikbaar zijn voor verkoop, worden onder US GAAP tegen
reële waarde gewaardeerd. Ongerealiseerde waardeveranderingen worden in het eigen vermogen toe te schrijven aan aandeelhouders
van de vennootschap verantwoord. Gerealiseerde verkoopresultaten worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord.
Gerealiseerde resultaten bij verkoop op beleggingen in nominale waarden
Het verkoop resultaat op beleggingen in nominale waarden, zijnde het verschil tussen de opbrengst bij vervreemding en de boekwaarde,
wordt onder IFRS-EU exclusief IAS 39 (2004) als rendementsverschil verantwoord. Rekening houdend met de gemiddelde resterende
gewogen looptijd van de beleggingsportefeuille, worden deze rendementsverschillen in de winst- en verliesrekening verantwoord. Onder
US GAAP wordt het verkoopresultaat direct in de winst- en verliesrekening verantwoord.
Waardering van aandelen (2004)
Onder IFRS-EU exclusief IAS 39 (2004) en US GAAP worden ongerealiseerde waardeverminderingen op aandelenbeleggingen
opgenomen in de herwaarderingsreserve, tenzij zich een bijzondere waardevermindering heeft voorgedaan. Bijzondere
waardeverminderingen worden ten last van de winst- en verliesrekening gebracht. Om na te gaan of zich een bijzondere
waardevermindering heeft voorgedaan worden verschillende aannames en veronderstellingen gedaan, ondermeer ten aanzien van de
omvang en duur van de ongerealiseerde waardeverminderingen, algemene marktomstandigheden. De bijzondere waardevermindering
is voornamelijk gebaseerd op de financiële gezondheid van de betreffende onderneming op de lange termijn. ING heeft de intentie en
de mogelijkheid om een lange termijn beleggingsstrategie te volgen. US GAAP vereist dat ongerealiseerde herwaarderingen die ‘niet
tijdelijk’ zijn ten laste van de winst- en verliesrekening worden gebracht. Het bepalen van ‘niet tijdelijk’ is voornamelijk gebaseerd op
de mate waarin de marktwaarde voor wat betreft omvang en duur beneden de kostprijs ligt.
ING Groep Jaarverslag 2006 225
2.4
Additionele financiële informatie
Toelichting op de verschillen tussen IFRS-EU-grondslagen en US GAAP vervolg
Derivaten en hedge accounting
Onder IFRS-EU wordt hedge accounting toegepast waar mogelijk. Voor derivaten die onderdeel uitmaken van kasstroomhedges worden
de mutaties in reële waarde in het eigen vermogen verantwoord. Voor afgedekte instrumenten die onderdeel uitmaken van reële waarde
hedges wordt de boekwaarde aangepast voor mutaties in de reële waarde. ING heeft er voor gekozen om geen hedge accounting toe te
passen onder US GAAP, met uitzondering van posten die voor US GAAP specifiek als hedge zijn aangewezen (waaronder sommige hedges
van netto-investeringen in buitenlandse bedrijfsonderdelen). Als gevolg hiervan worden waardemutaties van alle derivaten die geen
onderdeel uitmaken van hedges van netto-investeringen in buitenlandse bedrijfsonderdelen verantwoord in het resultaat. De boekwaarde
van afgedekte instrumenten wordt niet aangepast voor mutaties in de reële waarde.
Derivaten en hedge accounting (2004)
Onder IFRS-EU exclusief IAS 39 (2004) worden derivaten die gebruikt worden om renterisico te beheersen, meestal interest-swap
contracten, verantwoord als off-balance transacties. De bijhorende rentebaten en -lasten worden verantwoord in overeenstemming met
de afgedekte post, meestal op accrual basis. Transacties worden als hedge aangemerkt indien zij als zodanig worden aangewezen en
er een tegengesteld verband bestaat tussen de resultaten van het dekkingsinstrument en die van de afgedekte positie. Onder US GAAP
worden derivaten op reële waarde gewaardeerd, waarbij mutaties in de reële waarde in de winst- en verliesrekening worden verantwoord,
tenzij wordt voldaan aan specifieke criteria voor hedge accounting. ING heeft er voor gekozen om geen hedge accounting toe te passen
onder US GAAP, met uitzondering van posten die voor US GAAP specifiek als hedge zijn aangewezen (waaronder sommige hedges van
netto-investeringen in buitenlandse bedrijfsonderdelen). Als gevolg hiervan worden waardemutaties van alle derivaten die geen onderdeel
uitmaken van hedges van netto-investeringen in buitenlandse bedrijfsonderdelen verantwoord in het resultaat. De boekwaarde van
afgedekte instrumenten wordt niet aangepast voor mutaties in de reële waarde.
Reële waarde optie
Onder IFRS-EU worden bepaalde financiële instrumenten aangewezen als ‘financiële activa tegen reële waarde met waardemutaties
door het resultaat’. Voor US GAAP worden deze financiële instrumenten gerapporteerd of als ‘activa beschikbaar voor verkoop’ waarbij
de reële waarde mutaties worden verantwoord in het eigen vermogen toe te schrijven aan aandeelhouders van de vennootschap, of als
‘kredieten’ die op geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd.
Overlopende acquisitiekosten
Onder IFRS-EU worden overlopende acquisitiekosten van bepaalde levensverzekeringen waarbij regelmatig premies worden ontvangen
geactiveerd en gelijktijdig met de toekomstige premies geamortiseerd. Onder US GAAP worden overlopende acquisitiekosten van
traditionele verzekeringscontracten op eenzelfde manier geamortiseerd. Voor ‘universal life’ contracten, beleggingscontracten en
individuele levensverzekeringen met winstdeling worden de overlopende acquisitiekosten geamortiseerd aan de hand van een constant
percentage gebaseerd op de contante waarde van de geschatte bruto winstmarge die wordt verwacht over de looptijd van de contracten.
Voor veranderingen in de schatting van de bruto winsten wordt aanpassing met terugwerkende kracht geboekt in de periode dat de
schatting wijzigt. Zowel onder IFRS-EU als onder US GAAP worden overlopende acquisitiekosten indien van toepassing aangepast voor
de wijziging die nodig zou zijn geweest als de ongerealiseerde resultaten van voor verkoop beschikbare effecten waren gerealiseerd.
Deze aanpassing aan overlopende acquisitiekosten wordt verantwoord in het eigen vermogen. Deze bedragen kunnen onder US GAAP
verschillen van die onder IFRS-EU doordat de onderliggende waarderingsgrondslagen anders zijn.
Voorziening voor verzekeringsverplichtingen
Zowel onder IFRS-EU als onder US GAAP wordt de voorziening voor levensverzekeringsverplichtingen berekend op basis van een
prudente prospectieve actuariële methode, rekening houdend met de voorwaarden van de lopende verzekeringscontracten. Het verschil
tussen IFRS-EU en US GAAP heeft betrekking op de toereikendheid van de voorzieningen voor verzekeringsverplichtingen en, de
behandeling van de eerste kosten en de veronderstellingen welke worden gemaakt voor het berekenen van de voorzieningen met
betrekking tot de opbrengst op de beleggingen.
Toereikendheid van de voorziening voor verzekeringsverplichtingen
De toereikendheidstoets op de voorziening voor levensverzekeringen na aftrek van overlopende acquisitiekosten en ‘value of business
acquired’ wordt onder IFRS-EU en US GAAP op een vergelijkbare wijze uitgevoerd. Een ontoereikendheid (onder US GAAP: een ‘premium
deficiency’) bestaat indien de voorziening voor levensverzekeringen plus de contante waarde van de toekomstige verwachte bruto
premies onvoldoende zijn om te voorzien in de verwachte toekomstige uitkeringen en kosten en om de nog niet geamortiseerde
overlopende acquisitiekosten en VOBA te compenseren. Onder IFRS-EU worden versterkingen verantwoord als extra voorziening voor
levensverzekeringsverplichtingen. Onder US GAAP worden ‘Premium deficiencies’ afgeboekt tegen de nog niet geamortiseerde
actiefpost VOBA of de overlopende acquisitiekosten, indien van toepassing, en daarna verantwoord als toename in de voorziening voor
levensverzekeringsverplichtingen. Vanwege de verschillen in de levensverzekeringsverplichtingen onder IFRS-EU en US GAAP en de
verschillende betrouwbaarheidsintervallen gebruikt voor het testen van de toereikendheid van de voorziening voor
verzekeringsverplichtingen, kan het zijn dat een ‘premium deficiency’ anders wordt verantwoord onder US GAAP.
226 ING Groep Jaarverslag 2006
Een ‘shadow premium deficiency’ kan voorkomen onder US GAAP wanneer ongerealiseerde winsten met betrekking tot beleggingen
beschikbaar voor verkoop worden meegenomen in de US GAAP toereikendheidstoets alsof deze winsten gerealiseerd waren. Deze
methode leidt tot een aanpassing van het eigen vermogen voor de berekende ‘shadow premium deficiency’ en tot aanpassing van
de ‘value of business acquired’, overlopende acquisitiekosten of voorziening voor levensverzekeringsverplichtingen zoals hierboven
beschreven. Deze correctie wordt verantwoord onder US GAAP maar niet onder IFRS-EU.
Behandeling eerste kosten en veronderstellingen met betrekking tot de opbrengst op de beleggingen
Er bestaan diverse verschillen tussen IFRS-EU en US GAAP voor de behandeling van de eerste kosten en de veronderstellingen welke
worden gemaakt voor het berekenen van de voorzieningen met betrekking tot de opbrengst op de beleggingen. De belangrijkste zijn
de volgende:
– bepaalde bedrijfsonderdelen gebruiken een lokaal voorgeschreven actuariële rekenrente voor de berekening van de
verzekeringsverplichtingen onder IFRS-EU terwijl onder US GAAP een beste schatting van de opbrengst van de beleggingen onder
aftrek van een risico marge wordt gebruikt; en
– bepaalde bedrijfsonderdelen activeren en amortiseren onder IFRS-EU een lager of hoger bedrag voor de eerste kosten dan onder US
GAAP; dit resulteert ook in een gedeeltelijk compenserend verschil tussen IFRS-EU en US GAAP voor overlopende acquisitiekosten.
Beleggingscontracten
Onder IFRS-EU worden bepaalde contracten die geen significante verzekeringsrisico’s bevatten gewaardeerd en gepresenteerd
als financiële instrumenten en niet als verzekeringscontracten. Onder US GAAP worden deze contracten gewaardeerd en gepresenteerd
als verzekeringscontracten.
Latente winstdeling
Onder IFRS-EU wordt een latente winstdelingsverplichting verantwoord voor de (on)gerealiseerde beleggingsresultaten die zijn toegewezen
aan polissen met latente winstdeling of aan verzekeringscontracten met een wettelijke of feitelijke verplichting om de beleggingsresultaten
te delen met de polishouders. Onder US GAAP worden dergelijke verplichtingen alleen verantwoord voor wettelijke verplichtingen.
Personeelsbeloningen (2006)
Niet-verantwoorde actuariële resultaten
Onder IFRS-EU zijn alle voorheen niet-verantwoorde actuariële winsten en verliezen verwerkt in het vermogen per 1 januari 2004.
Onder US GAAP zijn de actuariële winsten en verliezen niet op nul gezet per 1 januari 2004.
Gedekt door onderliggende beleggingen
Onder US GAAP wordt de dekking door onderliggende beleggingen voor ‘defined benefit’ pensioenplannen volledig verantwoord
in de balans. Dit bedrag wordt bepaald door het verschil tussen de reële waarde van de beleggingen van pensioenregelingen en de
geprojecteerde uitkeringsverplichting. Actuariële winsten en verliezen en kosten of opbrengsten met betrekking tot verstreken dienstjaren
die nog niet zijn verantwoord in het resultaat als periodieke pensioenkosten worden verantwoord in het vermogen tot deze worden
geamortiseerd. IFRS-EU vereist niet dat alle winsten en verliezen worden verantwoord in de balans.
Personeelsbeloningen (2004 en 2005)
Niet-verantwoorde actuariële resultaten
Onder IFRS-EU zijn alle voorheen niet-verantwoorde actuariële winsten en verliezen verwerkt in het vermogen per 1 januari 2004.
Onder US GAAP zijn de actuariële winsten en verliezen niet op nul gezet per 1 januari 2004.
Opgebouwde pensioenaanspraken die uitstijgen boven de reële waarde van de beleggingen.
Onder US GAAP wordt een additionele verplichting verantwoord in een situatie waarin de gecumuleerde uitkeringsverplichting de reële
waarde van de activa te boven gaat en hoger is dan het bedrag van de verantwoorde ongedekte opgebouwde pensioenkosten. De
gecumuleerde uitkeringsverplichting verschilt van de geprojecteerde uitkeringsverplichting doordat er geen rekening is gehouden met
toekomstige salarisstijgingen. Onder IFRS-EU worden deze additionele verplichtingen niet verantwoord.
Eigen vermogen instrumenten
Onder IFRS-EU worden instrumenten met een wettelijke vorm van vermogen maar met vastgestelde terugbetalingen of vastgestelde
dividenden gepresenteerd als verplichting. Onder US GAAP worden deze instrumenten ingedeeld conform hun wettelijke vorm als vermogen.
Voorziening voor reorganisatie
Onder IFRS-EU worden bepaalde reorganisatiekosten in relatie tot ontslag van medewerkers verantwoord wanneer een reorganisatieplan
is aangekondigd. Onder US GAAP worden verplichtingen in relatie tot ontslaguitkeringen verantwoord zodra deze zich voordoen. Kosten
in verband met ontslag van medewerkers worden over het algemeen beschouwd als zich voorgedaan hebbend op het moment dat
bepaalde criteria zijn gehaald en het plan is gecommuniceerd met de medewerkers (communicatie datum). Verplichtingen worden
verantwoord op de communicatiedatum tenzij het resterende dienstverband de normale ontslagperiode overstijgt in welk geval kosten
worden verantwoord over deze periode.
ING Groep Jaarverslag 2006 227
2.4
Additionele financiële informatie
Toelichting op de verschillen tussen IFRS-EU-grondslagen en US GAAP vervolg
Deelnemingen en andere aandelenbelangen
Voor deelnemingen waarvoor de vermogensmutatiemethode wordt toegepast treden er verschillen op tussen US GAAP en IFRS -EU
vanwege de onderliggende verschillen in het vermogen en het resultaat van de deelneming. Deze hebben meestal te maken met
onroerend goed.
Deelnemingen en andere aandelenbelangen (2004)
Voor deelnemingen waarvoor de vermogensmutatiemethode wordt toegepast treden er verschillen op tussen US GAAP en IFRS-EU
vanwege de onderliggende verschillen in het vermogen en het resultaat van de deelneming. Deze hebben meestal te maken met
onroerend goed.
Onder IFRS-EU exclusief IAS 39 (2004) worden participaties gewaardeerd tegen of de ‘kostprijs of lagere marktwaarde’ of volgens de
vermogensmutatiemethode. Ontvangen dividenden op aandelen alsmede gerealiseerde resultaten bij verkoop worden in de winsten verliesrekening verantwoord. Volgens US GAAP worden dergelijke aandelenbelangen gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij
ongerealiseerde waardeveranderingen direct ten gunste danwel ten laste van het eigen vermogen worden verantwoord, of tegen de
vermogensmutatiemethode indien invloed van betekenis kan worden uitgeoefend.
De criteria voor verantwoording van winsten en verliezen bij verkoop van bepaalde aandelenbelangen zijn onder US GAAP stringenter.
Als gevolg hiervan wordt het resultaat bij verkoop niet altijd in dezelfde verslagperiode verantwoord.
Voorziening voor dubieuze debiteuren
Onder IFRS-EU wordt de voorziening voor dubieuze debiteuren bepaald door middel van een herziene methodologie die is gebaseerd
op een ‘incurred loss model’. Door een strikte toepassing van de IFRS-EU methodologie is het bedrag aan niet specifiek toegewezen
voorzieningen voor dubieuze debiteuren afgenomen. Dit bedrag had ING Groep in voorgaande jaren voorzien om rekening te houden
met verscheidene subjectieve en schattingsgevoelige aspecten van de kredietrisico beoordeling die niet in aanmerking worden genomen
op individuele debiteurenposities. Dienovereenkomstig heeft het in lijn brengen van de US GAAP verslaggeving met deze wijziging in het
schatting proces bij de implementatie van IFRS-EU in 2005 geleid tot een vrijval van EUR 623 miljoen (voor belastingen) van de
voorziening verantwoord in de US GAAP winst- en verliesrekening 2005.
Belastingen
Veranderingen in belastingtarieven omvatten tariefswijzigingen binnen een bepaalde regio en het effect van veranderingen in de
organisatiestructuur waardoor enititeiten onder een ander tarief vallen. Deze wijzigingen hebben effect op de latente belastingverplichtingen. Wanneer de latente belastingverplichting is gerelateerd aan het vermogen, wordt onder IFRS-EU ook het effect van een
tariefswijziging geboekt via het eigen vermogen. US GAAP vereist dat dit effect wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening.
Er ontstaat een verschil in belastingen tussen IFRS-EU en US GAAP door het belastingeffect op de aanvullende boekingen om van
IFRS-EU tot US GAAP te komen.
Overige
Overige bevat het effect van bepaalde andere verschillen tussen IFRS-EU en US GAAP, die zowel individueel als gezamenlijk geen
significante uitwerking hebben op het eigen vermogen toe te schrijven aan aandeelhouders van de vennootschap en de nettowinst
voor de periode.
Cumulatief effect van wijzigingen in grondslagen
in 2006 heeft ING FAS 158 geïmplementeerd, onder welke standaard alle actuariële winsten en verliezen in de balans worden verwerkt
(via het vermogen). De invoering van FAS 158 op 31 december 2006 resulteerde in een aanvullende last in het Eigen vermogen van
EUR 1.803 miljoen (na aftrek van latente belasting).
De Securities Exchange Commission (SEC) heeft als onderdeel van doorlopende toezichtstaken met betrekking tot verslaggeving de Form
20-F van ING Groep beoordeeld. In de Form 20-F is onder andere de jaarrekening van ING Groep opgenomen. ING verleent volledige
medewerking aan deze beoordeling. Op de datum van de jaarrekening was deze beoordeling nog niet afgerond.
228 ING Groep Jaarverslag 2006
RAROC performance
ING Bank past het RAROC-concept toe. RAROC is de afkorting voor Risk-Adjusted Return on Capital (naar risico gewogen rendement op
kapitaal). Deze methodiek meet de performance van de verschillende activiteiten op een consistente wijze die aansluit bij de creatie van
aandeelhouderswaarde. RAROC ondersteunt het besluitvormingsproces door een consequente afweging tussen verwachte opbrengsten
en aanwezige risico’s, met als doel een zo efficiënt mogelijk aanwending van het aanwezige kapitaal. Vergelijkbare, risico/rendement,
performance instrumenten worden gebruikt ter ondersteuning van de prijsstelling op transactieniveau en in het kredietfiatteringsproces.
RAROC wordt berekend door het naar risico gewogen rendement te delen door het economisch kapitaal. Het naar risico gewogen
rendement is gebaseerd op dezelfde waarderingsgrondslagen als in de jaarrekening, met twee belangrijke uitzonderingen. De feitelijke
risico kosten voor kredietrisico worden vervangen door de te verwachten verliezen op basis van statistisch berekende gemiddelde
kredietverliezen over de gehele economische cyclus. Bovendien wordt de winst- en verliesrekening gecorrigeerd voor het verschil tussen
het aanwezige boekkapitaal en het economische kapitaal. Het economisch kapitaal is gedefinieerd als het kapitaal dat nodig is om
economische risico’s uit hoofde van de ontplooide activiteiten op te kunnen vangen tot het door de instelling gewenste niveau. Het
economische kapitaal is gebaseerd op gedetailleerde berekeningen voor krediet-, transfer-, markt-, operationele en bedrijfsrisico’s en
houdt rekening met de diversificatievoordelen binnen de bank. ING past een eenzijdig betrouwbaarheidsinterval toe van 99,95% dat
in overeenstemming is met de nagestreefde krediet rating (AA/Aa2 long term) en een tijdshorizon van 1 jaar. ING Groep is in een
continu proces om de modellen waarop de RAROC-berekeningen zijn gebaseerd te ontwikkelen en te verbeteren, wat kan resulteren
in veranderingen en herzieningen.
Onderliggende RAROC voor bancaire activiteiten
RAROC
(voor belastingen)
2006
2005
Nederland
België
Overig wereldwijd
Overig Wholesale
Subtotaal Wholesale Banking
Economisch kapitaal
(in miljarden euro’s)
2006
2005
17,7%
28,0%
16,7%
–17,6%
19,2%
25,8%
25,1%
14,5%
–26,7%
20,3%
2,9
1,7
2,3
0,2
7,1
2,5
1,9
2,5
0,2
7,1
ING Real Estate
Totaal Wholesale Banking
58,6%
24,3%
27,5%
21,4%
1,0
8,1
1,2
8,3
Nederland
België
Polen
Overig Retail
Totaal Retail Banking
65,9%
60,5%
22,7%
–2,3%
45,0%
70,4%
51,1%
6,7%
3,0%
50,6%
2,1
0,7
0,1
1,2
4,1
2,0
0,6
0,1
0,7
3,4
Totaal ING Direct
19,1%
20,9%
3,4
3,1
–115,4%
26,2%
–445,1%
25,6%
0,3
15,9
0,1
14,9
25,5%
27,7%
16,0
15,0
Corporate Line
Totaal bancaire activiteiten
Totaal bancaire activiteiten inclusief
desinvesteringen en bijzondere posten
Noot: De onderliggende cijfers zijn exclusief desinvesteringen en bijzondere posten.
In het Jaarverslag 2005 werden RAROC en economisch kapitaal gerapporteerd inclusief desinvesteringen en bijzondere posten. In dit
Jaarverslag worden RAROC en economisch kapitaal op onderliggende basis gerapporteerd, dus exclusief desinvesteringen en bijzondere
posten. De onderliggende RAROC na belastingen van de totale bancaire activiteiten steeg naar 20,4% (19,1% in 2005). De Raad van
Bestuur hanteert als centrale doelstelling een RAROC van 12% na belastingen. De onderliggende RAROC na belastingen van Wholesale
Banking verbeterde duidelijk van 17,3% in 2005 naar 20,6%. Vooral Real Estate verhoogde de onderliggende RAROC na belastingen
naar 40,1% tegen 16,3% vorig jaar. Bij Retail Banking daalde de onderliggende RAROC na belastingen licht naar 32,5% (2005: 34,1%).
Bij ING Direct zorgde de uitbreiding van activiteiten en daarmee de groei van economisch kapitaal in een onderliggende RAROC na
belastingen van 11,6%, vergeleken met 14,9% in 2005.
ING Groep Jaarverslag 2006 229
2.4
Additionele financiële informatie
Embedded value
bedragen in miljoenen euro’s, tenzij anders aangegeven
Embedded value geeft inzicht in het creëren van economische waarde door de verkoop en het beheer van langetermijncontracten zoals
levensverzekeringen, lijfrenten en pensioenen. Embedded value wordt gedefinieerd als de som van het nettovermogen en de waarde van
de bestaande portefeuille. Het nettovermogen is gelijk aan het vrije vermogen en het vereiste kapitaal. De waarde van de bestaande
portefeuille wordt gedefinieerd als de huidige waarde van toekomstige boekwinst na belastingen zoals gerapporteerd aan de lokale
toezichthouder, die naar verwachting zal voortvloeien uit de lopende verzekeringen, inclusief de nieuwe productie geschreven gedurende
de rapportageperiode, minus de kosten voor het aanhouden van vereist kapitaal. De waarde van nieuwe productie is de embedded value
toegevoegd door de verkopen gedurende het jaar, en biedt derhalve inzicht in de te verwachten winstgevendheid van de verkopen in
2006. Toekomstige winsten worden met actuariële methodes geschat en een zo goed mogelijke schatting door ING voor wat betreft
in de toekomst te verwachten realisaties, met uitzondering van economische aannames die meer zijn afgestemd op de waargenomen
marktrentes in 2006.
In mei 2004 werden de Europese Embedded Value (EEV) Principles geïntroduceerd door het CFO-forum, een commissie bestaande uit
chief financial officers (CFO’s) van de grote Europese verzekeringsbedrijven. Deze richtlijnen en de bijbehorende toelichting bieden een
kader voor de berekening van en rapportage over aanvullende informatie op het gebied van embedded value. De resultaten over 2006,
2005 en 2004 worden gerapporteerd op basis van deze EEV-Principles. In dit rapport wordt ook rekening gehouden met de Aanvullende
Richtlijn inzake de EEV-rapportage die met ingang van 31 december 2006 in werking is getreden.
Ultimo 2006 bedroeg de totale embedded value van de levensverzekeringsactiviteiten van ING EUR 27.718 miljoen vergeleken met
EUR 27.586 miljoen ultimo 2005. Dit is na kapitaalinjecties en dividenden aan de Groep van EUR 1.995 miljoen. Wanneer deze
kapitaalinjecties en dividenden buiten beschouwing worden gelaten stijgt de embedded value met EUR 2.128 miljoen. De cijfers
over 2005 en 2006 zijn voor aftrek van het pensioentekort. In 2006 was dit tekort EUR 513 miljoen, een daling ten opzichte van
EUR 1.273 miljoen in 2005.
Het embedded-value resultaat is toegenomen door een stijging van de waarde van nieuwe productie, gunstige financiële varianties en
rente op het vrije vermogen. Wijzigingen in de economische aannames, met name in Azië/Pacific, en valutakoersfluctuaties hadden een
negatieve invloed op de embedded value, evenals een dividendbetaling uit de levenbedrijven.
Waarde nieuwe productie
Nederland
België & Luxemburg
Centraal-Europa & Spanje
Verenigde Staten
Latijns-Amerika
Azië/Pacific
ING Groep
(1)
(2)
Periodieke
premie
Koopsommen
154
49
314
1.495
322
1.621
3.955
1.495
961
711
16.418
210
5.609
25.404
IR (1)
12,8%
12,3%
18,1%
10,3%
10,5%
16,8%
13,3%
Waarde
nieuwe
productie
76
19
124
145
22
421
807
WNP/CW Periodieke
Premies (2)
premie
2006
2,8%
1,4%
4,0%
0,7%
3,8%
3,1%
1,9%
168
49
260
1.379
215
1.687
3.757
Koopsommen
IR (1)
Waarde
nieuwe
productie
1.413
1.361
370
15.659
216
6.527
25.545
13,2%
16,9%
15,6%
11,0%
12,6%
15,0%
13,2%
95
36
95
172
35
372
805
WNP/CW
Premies (2)
2005
3,6%
2,1%
3,8%
0,9%
6,0%
2,7%
2,0%
IR = intern rendement aangepast voor verwachte fluctuaties in valutakoersen ten opzichte van de euro.
WNP/CW Premies = waarde van de nieuwe levenproductie gedeeld door de contante waarde van de premies uit hoofde van nieuwe levenproductie.
De waarde van de nieuwe productie (WNP) in 2006 bedroeg EUR 807 miljoen, vrijwel gelijk met 2005. De waarde van nieuwe productie
in de opkomende markten van Insurance Asia/Pacific en Centraal-Europa groeide wederom sterk; tezamen was de stijging van de WNP
16,7%. Exclusief USFS Life Insurance liet ook de WNP van de VS een sterke groei zien van 15,8% ten opzichte van 2005. De volwassen
markten in België, Nederland en Luxemburg zorgden tezamen voor een daling van de WNP met 27,5%, van EUR 131 miljoen in 2005
naar EUR 95 miljoen. Bij de levensverzekeringsactiviteiten in de VS en de activiteiten in Mexico was eveneens sprake een grote daling
van de WNP. Bij USFS Life daalde de WNP van EUR 1 miljoen in 2005 naar EUR 53 miljoen negatief en de WNP uit Mexico daalde van
EUR 21 miljoen in 2005 naar EUR 1 miljoen in 2006. De WNP uit Zuid-Amerika nam toe van EUR 13 miljoen in 2005 tot EUR 21 miljoen
in 2006. In 2006 investeerde ING EUR 1.831 miljoen in de productie van nieuwe levensverzekeringscontracten. Het verwachte totale
rendement op deze investering is 13,3%, vergeleken met 13,2% in 2005. Het verwachte interne rendement in opkomende markten in 17,7%.
In de waarde van de nieuwe productie zijn alle acquisitiekosten opgenomen. Dit betreft die acquisitiekosten die het niveau van de kosten,
waarmee rekening wordt gehouden bij de prijsstelling van producten, overschrijden. Dergelijke overschrijdingen kunnen ontstaan
wanneer nieuwe activiteiten nog onvoldoende schaalgrootte hebben, wanneer verschillende bedrijfsonderdelen worden samengevoegd
of indien in een jaar de verkopen lager zijn dan verwacht. In 2006 bedroegen deze overschrijdingen EUR 87 miljoen na belastingen,
vergeleken met EUR 103 miljoen in 2005.
230 ING Groep Jaarverslag 2006
Embedded value van de levenbedrijven
2006
2005
Vrije deel van het eigen vermogen
Vereist kapitaal
Netto vermogen
3.781
13.873
17.654
2.274
13.691
15.964
Huidige waarde toekomstige boekwinst
Kosten voor aanhouden vereist kapitaal
Waarde lopende verzekeringen
15.382
–5. 318
10.064
16.431
–4.810
11.622
27.718
27.586
2006
2005
Nederland
België & Luxemburg
Centraal-Europa & Spanje
Insurance Europe
12.032
1.111
2.961
16.103
11.300
1.077
2.552
14.929
Verenigde Staten
Latijns-Amerika
Insurance Americas
9.376
896
10.272
9.911
947
10.858
Insurance Asia/Pacific
ING Groep
1.343
27.718
1.799
27.586
Embedded value
Embedded value per divisie – levenbedrijf
Verandering in de embedded value van het levenbedrijf
Gerapporteerde embedded value 2005
27.586
Toevoeging portefeuilles/(desinvesteringen)
Valuta-invloeden
Modelwijzigingen
Herziene embedded value
407
–1.164
92
26.921
Waarde nieuwe productie
Financiële variaties
Operationele variaties
Aannamewijzigingen
Winst op embedded value
Vereist rendement
Beleggingsrendement vrije deel eigen vermogen
Wijziging disconteringsvoet
Wijziging in economische aannames
Embedded value van geacquireerde activiteiten
(Dividenden in contanten en) kapitaalsuitbreiding
Embedded value ultimo 2006
807
1.240
–33
–33
1.981
1.716
968
–338
–1.534
–1.995
27.718
ING Groep Jaarverslag 2006 231
2.4
Additionele financiële informatie
Embedded value vervolg
De belangrijkste oorzaken van de veranderingen in de embedded value 2006 zijn:
– Ongunstige valutakoersbewegingen: hierdoor daalde de embedded value met EUR 1.164 miljoen (vergeleken met een positieve
invloed van EUR 1.575 miljoen in 2005), vooral door de sterke positie van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar en de
meeste andere valuta.
– De netto-invloed van wijzigingen in de economische aannames (EUR 1.534 miljoen negatief) en de bijbehorende wijzigingen
in de disconteringsvoet (EUR 338 miljoen) was EUR 1.872 miljoen negatief, vooral door de neerwaarts bijgestelde risicovrije
kapitaalmarktrente in Taiwan van 5,75% naar 3,93%.
– Financiële varianties: deze zorgden voor een stijging van de embedded value met EUR 1.240 miljoen, met name door de
beleggingsperformance in Nederland, Polen en Zuid-Korea en lagere kredietverliezen in de VS.
– Veranderingen in de operationele aannames: met name als gevolg van de negatieve invloed van hogere doorlopende kosten
in Nederland daalde de embedded value met EUR 33 miljoen.
– Waarde nieuwe productie van EUR 807 miljoen: dit is een kleine verbetering vergeleken met 2005. Met name in de groeimarkten
in Azië/Pacific en Centraal-Europa was sprake van een aanzienlijke stijging van 16,7%. Deze werd echter tenietgedaan door dalingen
in de meer ontwikkelde markten van het levenbedrijf in de VS, Nederland en België alsmede Mexico.
– Het vereiste rendement op de beginwaarde van de lopende activiteiten (afwikkeling op basis van de disconteringsvoet) van
EUR 1.716 miljoen.
– Overige posten: met name beleggingsrendement op het vrije vermogen (door hogere aandelenkoersen) en netto dividenden/
kapitaalinjecties van EUR 1.995 miljoen verklaren de overige veranderingen ten opzichte van de totale embedded value voor 2005
(in totaal EUR 562 miljoen negatief).
Gevoeligheid embedded value voor economische aannames
Onderstaande tabel vertoont de uitkomst van een gevoeligheidsanalyse van de embedded value op 31 december 2006 voor:
– Een stijging of daling van de rente op nieuwe beleggingen met 1%.
– Een stijging of daling van de disconteringsvoet met 1%.
– Rente op nieuwe beleggingen gebaseerd op ‘implied market forward rate’ afgeleid van de ‘swap rate’ per 31 oktober 2006. De
disconteringsvoet is daarop aangepast.
– 10 basispunten lagere kortetermijnrente voor de periode 2007-2016: gebaseerd op een parallelle verschuiving van de rentecurve voor
deze periode. De disconteringsvoet is overeenkomstig aangepast.
– Een daling met 1% in het aangenomen beleggingsrendement van aandelen- en vastgoedbeleggingen.
– 10 procent daling in de marktwaarde van aandelen- en vastgoedbeleggingen.
– Lokale wettelijke vereiste minimale solvabiliteit.
Bij elke gevoeligheidsberekening blijven alle overige aannames onveranderd, behalve
– wanneer deze direct beïnvloed worden door herziene economische omstandigheden. Bijvoorbeeld: toekomstige overrentedeling wordt
automatisch aangepast om veranderingen in toekomstige beleggingsrendementen weer te geven;
– wanneer wordt aangegeven dat de disconteringsvoet overeenkomstig is aangepast. In dat geval blijft de risicomarge onveranderd.
Gevoeligheid embedded value voor economische aannames
Gerapporteerde embedded value (na belastingen)
1% daling van rente op nieuwe beleggingen
1% stijging van rente op nieuwe beleggingen
1% daling van disconteringsvoet
1% stijging van disconteringsvoet
Implied market forward rates (31 oktober 2006)
Daling kortetermijnrente met 10 basispunten
Daling rendement op aandelen en vastgoed met 1%
Daling in de marktwaarde van aandelen- en
vastgoedbeleggingen met 10%
Lokaal wettelijk vereiste minimale solvabiliteit
Netto invloed van: (1)
1% daling van rente op nieuwe beleggingen
en 1% daling in de disconteringsvoet
1% stijging van rente op nieuwe beleggingen
en 1% stijging in de disconteringsvoet
(1)
Insurance
Europe
Insurance
Americas
Insurance
Asia/Pacific
Totaal
16.103
–913
551
897
–757
–211
–82
–537
10.272
–566
46
525
–473
–7
–13
–192
1.343
–1.764
1.565
535
–470
–243
–70
–168
27.718
–3.242
2.162
1.957
–1.700
–461
–166
–896
–862
38
–440
285
–339
2.466
–1.640
2.789
–16
–41
–1.228
–1.285
–206
–427
1.095
463
De hier weergegeven netto-invloed is de som van de individuele gevoeligheden zoals hierboven gerapporteerd. Deze kan afwijken
van een exacte berekening van de verandering in beide parameters.
232 ING Groep Jaarverslag 2006
Bij bovenvermelde resultaten hebben wij de volgende opmerkingen:
– De netto-invloed van de daling van het renteniveau met 1% (een neerwaartse parallelle verschuiving van 1%) en de disconteringsvoeten is EUR 1.285 miljoen negatief vergeleken met de gevoeligheid met 1% (EUR 463 miljoen) waar de effecten elkaar enigszins
opheffen. Dit is toe te schrijven aan rentegarantie, als gevolg waarvan de rentemarges afnemen als de rente daalt.
– Het gebruik van lokale wettelijke vereisten in plaats van het ING-kapitaalmodel had een positieve invloed van EUR 2.789 miljoen. Dit is
vooral toe te schrijven aan Taiwan waar ING aanzienlijk meer kapitaal heeft gealloceerd dan volgens de lokale wettelijke vereisten vereist is.
Waarde nieuwe productie opkomende markten (1)
Periodieke
premie
Koop
sommen
IR
232
322
1.228
1.782
451
210
668
1.329
18,6%
10,4%
19,7%
17,7%
Centraal-Europa
Noord- en Latijns-Amerika
Azië/Pacific
ING Groep
(1)
Waarde
nieuwe
productie
2006
periodieke
premie
Koop
sommen
IR
88
21
320
429
191
216
1.224
1.631
178
216
432
826
16,6%
12,6%
19,3%
17,4%
Waarde
nieuwe
productie
2005
68
35
272
375
De landen die tot de opkomende markten worden gerekend zijn:
– Centraal-Europa: Bulgarije, Hongarije, Polen, Roemenië, Rusland, Slowakije, Tsjechië;
– Noord- en Latijns-Amerika: Chili, Mexico, Peru;
– Azië/Pacific: China, Hongkong, India, Korea, Maleisië, Taiwan, Thailand.
De waarde van nieuwe productie in opkomende markten steeg ten opzichte van 2005 met 14,4% tot EUR 429 miljoen, met name door
Centraal-Europa en Azië/Pacific.
ONAFHANKELIJK OORDEEL
Watson Wyatt Limited (‘Watson Wyatt’), een internationale actuariële adviesorganisatie, heeft de Embedded value methodologie en
aannames van ING per 31 december 2006 en de Waarde van nieuwe productie over 2006 beoordeeld. Alle belangrijke
bedrijfsonderdelen zijn in deze beoordeling meegenomen. Van deze bedrijfsonderdelen zijn alle levensverzekeringen en overige
langetermijncontracten inbegrepen.
Naast een beoordeling van de gehanteerde methodologie en aannames, is Watson Wyatt gevraagd een beperkte globale beoordeling te
geven van de uitkomsten van de berekening, maar niet om een uitvoerige controle uit te voeren op de toegepaste modellen en in
gebruik zijnde procedures.
Watson Wyatt is tot de conclusie gekomen dat de gehanteerde methodologie en gehanteerde aannames in lijn zijn met de Europese
Embedded Value Principles and Guidance.
ING Groep Jaarverslag 2006 233
2.4
Additionele financiële informatie
Credit ratings
Credit ratings, zoals toegekend door ratingbureaus, zijn indicatoren voor de waarschijnlijkheid van tijdige en volledige terugbetaling van
rente en hoofdsom van vastrentende waarden.
Belangrijkste credit ratings voor ING (1)
ING GROEP
ING VERZEKERINGEN
– kortlopend
– langlopend
ING BANK
– kortlopend
– langlopend
– financiële kracht
(1)
Standard
& Poor’s
Moody’s
AA-
Aa2
A-1+
AA-
P-1
Aa3
A-1+
AA
P-1
AAA
B
Fitch
AA-
F1+
AA
zowel de Standard & Poor’s ratings, de Moody’s ratings en de Fitch ratings hebben een ‘stable outlook’.
234 ING Groep Jaarverslag 2006
Kapitalisatie en ratio’s
INTRODUCTIE
ING meet kapitaaltoereikendheid op drie geconsolideerde niveas: ING Groep, ING Bank en ING Verzekeringen omdat voor al deze niveaus
een aparte kredietbeoordeling wordt afgegeven (allen AA/Aa2). Naast de wettelijke kapitaalvereisten zoals toegelicht in toelichting 34
van de geconsolideerde jaarrekening meet ING daarom additionele kapitaalratio’s. In onderstaande tabel worden deze, door de Raad van
Bestuur goedgekeurde, ratio’s besproken.
Kapitalisatie en ratio’s
Eigen vermogen (moedermaatschappij)
Hybride kapitaal (1)
Kernschuld (2)
Totaal kapitalisatie
Aanpassingen op het vermogen
– herwaarderingsreserves obligaties en overig (3)
– herwaarderingsreserve geen onderdeel van Tier-1 (4)
– hybride kapitaal verzekeringen (5)
– belangen van derden
Beschikbaar kapitaal voor toezichtdoeleinden
Overig kwalificerend kapitaal (6)
Overlopende acquisitiekosten /
Value in Force aanpassing (50%) (7)
Kernschuld (2)
Aangepast kapitaal
Ratio’s
Kernkapitaal
Vreemd vermogen / eigen vermogen ratio (8)
(1)
(2)
(3)
(4)
(5)
(6)
(7)
(8)
2006
Verzekeringen
2005
2006
Bank
2005
21.917
1.665
20.627
1.823
21.298
5.726
21.331
5.764
23.582
22.450
27.024
27.095
–2.097
–3.365
–1.350
–1.257
–3.211
–1.128
2.250
1.770
25.505
2.229
1.227
22.541
1.367
25.784
652
23.408
11.445
11.318
37.229
34.726
3.618
4.503
29.123
27.044
4.802
14,15%
4.170
13,35%
2006
Groep
2005
38.266
7.606
4.210
50.082
36.736
7.883
3.969
48.588
–3.352
–6.477
–4.210
42.520
–3.969
38.142
4.210
9,01%
3.969
9,43%
Hybride kapitaal betreft Tier-1 instrumenten uitgegeven door de Groep zoals eeuwigdurend schuldpapier en preferente aandelen tegen nominale waarde. De hybride
instrumenten anders dan preferente aandelen zijn doorgeleend aan ING Bank en ING Verzekeringen als achtergestelde schulden.
De kernschuld betreft de netto schuldpositie van de houdstermaatschappij van de Groep, gelijk aan de deelnemingen minus het eigen vermogen (inclusief hybride
kapitaal). Deze netto schuld is vervolgens in ING Verzekeringen en ING Bank geïnvesteerd als eigen vermogen.
Bevat EUR 1.709 miljoen (2005: EUR 4.116 miljoen) aan herwaarderingen van schuldpapier (gecompenseerd door ‘shadow accounting’), EUR 1.357 miljoen (2005:
EUR 2.188 miljoen) aan kasstroomhedge reserve en EUR 286 miljoen (2005: EUR 173 miljoen) aan goodwill. De Nederlandse toezichthouder vereist dat deze bedragen
van het Tier-1 vermogen worden afgetrokken. ING past deze voorzichtige methode voor Bank, Verzekeringen en Groep toe.
Bevat EUR 579 miljoen (2005: EUR 507 miljoen) in participaties (waaronder Kookmin en Bank of Beijing). EUR 386 miljoen (2005: EUR 361 miljoen) in onroerend
goed voor eigen gebruik en EUR 116 miljoen (2005: EUR 149 miljoen) in beleggingen van ING Bank. De Nederlandse toezichthouder schrijft voor dat deze worden
afgetrokken van Tier-1 en worden toegevoegd aan Tier-2.
Hybride kapitaal Verzekeringen betreft hybride instrumenten uitgegeven door ING Verzekeringen zoals eeuwigdurend schuldpapier tegen nominale waarde.
Bevat EUR 12.362 miljoen (2005: EUR 11.605 miljoen) Tier-2 en EUR 330 miljoen (2005: EUR 363 miljoen) Tier-3, verminderd met EUR 1.251 miljoen (2005: EUR 650 miljoen)
aan deelnemingen en eigen risico posities om gesecuritiseerde activa.
Deze aanpassing betreft 50% van de contante waarde van toekomstige winsten van huidige polissen (2006: EUR 7.701 miljoen; 2005: EUR 8.216 miljoen), verminderd
met 50% van de overlopende acquisitiekosten buiten Nederland (2006: EUR 4.183 miljoen; 2005: EUR 3.813 miljoen).
Voor de ratio vreemd vermogen/eigen vermogen is voor Verzekeringen de doelstelling maximaal 15% voor Groep is dit maximaal 10%.
ING Groep Jaarverslag 2006 235
2.4
Additionele financiële informatie
Financiële begrippenlijst
ACTUARIEEL EN VERZEKERINGSTECHNISCH RISICO
Actuariële en verzekeringstechnische risico’s vloeien voort uit de
prijsstelling en acceptatie van verzekeringscontracten. Actuarissen
spelen een belangrijke rol in het bepalen van het niveau van de
verzekeringspremies en het zekerstellen dat
verzekeringsmaatschappijen voldoende voorzieningen treffen om
(schade)vergoedingen uit te keren. Het actuariële risico betreft het
risico dat de modelveronderstellingen van actuarissen voor de
bepaling van het niveau van de premies en de voorzieningen in
enige mate onjuist blijken te zijn. Het verzekeringstechnisch risico
betreft het risico dat een (schade)claim uit hoofde van een
verzekeringspolis wordt ontvangen. Het maximale
verzekeringstechnische risico wordt beperkt door uitsluitingen,
dekkingslimieten en herverzekering.
AFKOOP
De beëindiging van een levensverzekerings- of
pensioenovereenkomst op verzoek van de polishouder, waarbij de
polishouder, indien van toepassing, de afkoopwaarde van de
overeenkomst ontvangt.
AFLOSSINGSWAARDE
Het bedrag dat met betrekking tot beleggingen in nominale
waarden op vervaldatum moet worden terugbetaald.
ASSET & LIABILITY COMMITTEE (ALCO)
Het Asset & Liability Committee (ALCO) beheert de balans van
ING, met name met betrekking tot het strategische niethandelsrisico. Het niet-handelsrisico bestaat onder meer uit
renterisico, aandelenrisico, vastgoedrisico, liquiditeitsrisico en
schommelingen in solvabiliteit en valuta’s.
ASSET LIABILITY MANAGEMENT (ALM)
Asset Liability Management is een wijze van bedrijfsvoering waarbij
beslissingen over activa en passiva op elkaar worden afgestemd.
ALM is een voortdurend proces van het formuleren,
implementeren, bewaken en herzien van strategieën die
betrekking hebben op de activa en passiva.
ASSET BACKED SECURITIES (ABS)
Asset-backed securities zijn obligaties of andere schuldeffecten die
een portefeuille van activa als onderpand hebben, of de
kasstromen die gegenereerd worden uit een nader gespecificeerde
portefeuille van activa.
BASISRISICO
Het basisrisico vloeit voort uit een onvolledige correlatie in de
afstemming tussen verdiende en betaalde rente op verschillende
financiële instrumenten. Dit risico is onder andere inherent aan
betaaltegoeden, spaarrekeningen en hypotheken met de
mogelijkheid van vervroegde aflossing.
236 ING Groep Jaarverslag 2006
BELEGGINGEN INZAKE PENSIOENVERPLICHTINGEN
Beleggingen inzake pensioenverplichtingen betreffen
fondsbeleggingen die bestaan uit de netto activa gerelateerd aan
pensioenverplichtingen gehouden door een fonds of entiteit of die
gehouden worden in relatie tot kwalificerende
verzekeringspolissen. Bij fondsbeleggingen gehouden door een
fonds of entiteit geldt dat:
– het fonds of de entiteit formeel juridisch afgescheiden moet zijn
van de rechtspersoon en alleen bestaat om aanspraken van
(voormalig) personeel en hun nabestaanden uit te keren of te
financieren;
– de fondsbeleggingen alleen beschikbaar zijn voor de nakoming
van de aanspraken van (voormalig) personeel en hun
nabestaanden, geen verhaalsobject zijn voor de schuldeisers van
de rechtspersoon (zelfs niet bij faillissement) en niet kunnen
terugvloeien naar de rechtspersoon, tenzij er sprake is van een
overschot of wanneer de fondsbeleggingen terugvloeien naar de
rechtspersoon ter compensatie van reeds uitgekeerde
aanspraken.
Een kwalificerende verzekeringspolis is een verzekeringspolis die is
uitgegeven door een verzekeringsmaatschappij, niet zijnde een aan
de groep verbonden partij, waarvan de opbrengst:
– alleen gebruikt kan worden ter financiering van de employee
benefits onder een defined contribution plan; en
– niet beschikbaar is voor de schuldeisers van de rechtspersoon
(zelfs niet bij faillissement) en niet aan de rechtspersoon kan
worden uitgekeerd, tenzij de opbrengst een overschot
vertegenwoordigt dat niet noodzakelijk is om aan de
verplichtingen onder de polis te voldoen of de opbrengst een
compensatie is voor reeds uitgekeerde aanspraken.
BELEGGINGSPORTEFEUILLE
De beleggingsportefeuille bevat die activa die worden
aangehouden met betrekking tot duurzame activiteiten en als
zodanig zijn aangewezen. Deze beleggingen dienen ter dekking
van de verplichtingen uit hoofde van verzekeringstechnische
voorzieningen en om het rente-, solvabiliteits- en liquiditeitsrisico
te beheersen.
BIS
De Bank for International Settlements (BIS) is een internationale
organisatie die internationale monetaire en financiële
samenwerking aanmoedigt en dienst doet als een bank voor
centrale banken. BIS heeft een minimum bepaald voor de
solvabiliteitsratio, die de verhouding weergeeft tussen kapitaal en
risico gewogen activa. Deze ratio moet minimaal 8% zijn.
BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN
Van een bijzondere waardevermindering is sprake indien de
opbrengstwaarde duurzaam lager is dan de boekwaarde van het
actief. In dit geval is een afwaardering van het actief noodzakelijk.
CAPITAL-AT-RISK (CaR)
De capital-at-risk is het maximale negatieve effect op de
economische waarde van ING Groep onder normale
marktomstandigheden op basis van een tijdshorizon van één jaar.
CaR wordt berekend op basis van een betrouwbaarheidsniveau
van 90%.
CERTIFICAAT VAN AANDELEN
Certificaten van gewone en van preferente aandelen, uitgegeven
door de Stichting, in ruil voor gewone en preferente aandelen
uitgegeven door ING Groep N.V.
COMPLIANCE-RISICO
Het compliance-risico wordt gedefinieerd als het risico dat de
integriteit van ING Groep wordt aangetast, wat kan leiden tot
schade aan de reputatie van ING, tot juridische of door de
toezichthouder opgelegde sancties, of tot financiële schade als
gevolg van het (gezien worden als) niet naleven van toepasselijke
wet- en regelgeving en standaarden.
CONCENTRATIES
Er is sprake van een concentratie van kredietrisico wanneer een
verandering in economische, industriële en geografische factoren
op soortgelijke wijze groepen van tegenpartijen, wiens
gezamenlijke obligo ten opzichte van het totale obligo van ING
Groep materieel is, beïnvloedt.
CONVERTEERBARE OBLIGATIES
Converteerbare obligaties zijn obligaties die in combinatie met een
optierecht worden uitgegeven door ondernemingen. De houder
heeft het recht om op een bepaald moment in de toekomst tegen
een bepaalde koers een converteerbare obligatie om te wisselen
voor aandelen in de uitgevende onderneming. De converteerbare
obligatie is vaak opeisbaar. Dit betekent dat deze op een bepaald
moment in de toekomst tegen een bepaalde prijs kan worden
teruggekocht door de uitgevende onderneming. Zodra de
obligaties worden opgeëist heeft de houder de mogelijkheid om
de obligaties te converteren voor het moment van terugkoop.
CONVEXITEIT
De niet-lineaire relatie tussen wijzigingen in de rente enerzijds en in
obligatiekoersen/netto contante waarde anderzijds. Convexiteit is
een zeer belangrijke maatstaf bij portefeuilles met al dan niet
expliciete optierechten (‘embedded options’).
DEELNEMING
Deelnemingen zijn entiteiten waarin ING Groep in het algemeen
tussen de 20% en 50% zeggenschap heeft, of waarop de Groep
op andere wijze significante invloed kan uitoefenen, maar waarin
de Groep geen overheersende zeggenschap heeft.
DEFINED BENEFIT PLAN
Een ‘defined benefit plan’ betreft een pensioenregeling, anders
dan een ‘defined contribution plan’.
DEFINED CONTRIBUTION PLAN
Een ‘defined contribution plan’ betreft een pensioenregeling
waarbij de onderneming een vaste bijdrage betaalt aan een aparte
entiteit (een fonds). De onderneming heeft geen wettelijke of
feitelijke verplichtingen om aanvullende bijdragen te betalen als het
fonds niet voldoende middelen heeft om aan alle huidige en
toekomstige employee benefits te voldoen.
DELTA HEDGE
De delta hedge minimaliseert het risico dat voortvloeit uit optie- en
aandelenregelingen door een bepaald aantal (certificaten van)
aandelen aan te houden. Het risico wordt elk kwartaal beoordeeld
en waar nodig worden aandelen gekocht in de markt of van
werknemers.
DEPOSITOCERTIFICATEN
Verhandelbare schuldbewijzen aan toonder met een korte looptijd
uitgegeven door banken.
DERIVATEN
Derivaten zijn financiële instrumenten en bestaan met name uit
termijncontracten, futures, opties en swaps, waarvan de waarde is
gebaseerd op een onderliggende waarde, index of referentiekoers.
ING Groep Jaarverslag 2006 237
2.4
Additionele financiële informatie
Financiële begrippenlijst vervolg
DOCHTERMAATSCHAPPIJ
Een maatschappij:
– waarin de rechtspersoon of een of meer van zijn
dochtermaatschappijen, al dan niet krachtens overeenkomst met
andere stemgerechtigden, meer dan de helft van de stemrechten
in de algemene vergadering kunnen uitoefenen; of
– waarvan de rechtspersoon of een of meer van zijn
dochtermaatschappijen lid of aandeelhouder zijn en, al dan niet
krachtens overeenkomst met andere stemgerechtigden, alleen of
samen meer dan de helft van de bestuurders of van de
commissarissen kunnen benoemen of ontslaan.
EFFECTIEVE RENTEMETHODE
Een methode om de geamortiseerde kostprijs van een financieel
actief of passief te bepalen en de rentebaten of rentelasten toe te
rekenen aan de relevante periode.
FINANCIEEL ACTIEF
Elk actief dat bestaat uit:
– een overeengekomen recht om liquide middelen of een ander
financieel actief van een andere onderneming te ontvangen;
– een contractueel overeengekomen recht om financiële
instrumenten met een andere onderneming te ruilen onder
voorwaarden die potentieel voordelig zijn; of
– een eigen vermogensinstrument van een andere onderneming.
FINANCIËLE ACTIVA BESCHIKBAAR VOOR VERKOOP
Die financiële activa, niet zijnde derivaten, die zijn aangewezen als
beschikbaar voor verkoop of die niet worden gerubriceerd als (a)
kredieten, (b) tot einde looptijd aangehouden beleggingen, of (c)
financiële activa tegen reële waarde met waardemutaties door het
resultaat.
EARNINGS-AT-RISK (EaR)
EaR meet het effect van veranderingen in de marktrente op de
winst onder IFRS, op basis van een periode van één jaar.
FINANCIËLE INSTRUMENTEN
Financiële instrumenten zijn overeenkomsten die leiden tot een
financieel actief bij een onderneming en een financiële verplichting
of een eigen-vermogens-instrument bij een andere onderneming.
ECONOMISCH KAPITAAL
Economisch kapitaal is het minimale kapitaal dat benodigd is om
onverwachte verliezen op te vangen in ernstige stresssituaties.
Vanwege de beoogde kredietrating AA voor ING Groep wordt
voor het vereiste economische kapitaal gerekend met een
betrouwbaarheidsniveau van 99,95%.
FINANCIËLE VERPLICHTING
Elk contractueel overeengekomen verplichting om:
– liquide middelen of een ander financieel actief aan een andere
onderneming over te dragen; of
– financiële instrumenten te ruilen met een andere onderneming
onder voorwaarden die potentieel nadelig zijn.
EIGEN AANDELEN
Aandelen ingekocht door de uitgevende instelling of een van de
groepsmaatschappijen.
FUTURES
Futures zijn verplichtingen om valuta of andere financiële
instrumenten te kopen of te verkopen op een van te voren
vastgesteld toekomstig tijdstip. Beursen treden op als intermediairs
en vereisen dagelijkse afrekeningen in contanten en storting van
zekerheden.
ELIMINATIE
Eliminatie is een proces waarbij de transacties tussen
groepsmaatschappijen onderling met elkaar worden afgestemd en
gesaldeerd, waardoor zowel activa, passiva, baten als lasten niet te
hoog worden voorgesteld.
EMPLOYEE BENEFITS
Iedere vorm van beloning die door een onderneming in ruil voor
bewezen diensten van (voormalige) werknemers wordt gegeven.
FINANCE LEASE
Een leasecontract waarbij feitelijk alle risico’s en beloningen die
samenhangen met het eigendom van een activum aan de lessee
zijn overgedragen. Het is hierbij mogelijk dat het eigendom
uiteindelijk wordt overgedragen.
238 ING Groep Jaarverslag 2006
GEAMORTISEERDE KOSTPRIJS
Het bedrag waarvoor financiële activa of verplichtingen bij eerste
verwerking worden gewaardeerd minus aflossingen, plus of minus
de cumulatieve afschrijving gebruikmakend van de
effectieverentemethode voor het verschil tussen het
oorspronkelijke bedrag en het bedrag op de vervaldatum, en minus
bijzondere waardeverminderingen of niet ontvangen bedragen.
GEBOEKTE BRUTO PREMIES
Het totaal van geboekte premies (al dan niet verdiend) in een
bepaalde periode voor verzekerings- en herverzekeringscontracten
(met inbegrip van deposito’s voor beleggingscontracten met een
beperkt of geen levensverzekeringskarakter) met inbegrip van de
afgegeven herverzekeringspremies.
GEBOEKTE NETTO PREMIES
De geboekte bruto premies verminderd met de afgegeven
herverzekeringspremies in een bepaalde periode.
GECOMBINEERDE RATIO
De som van de schaderatio en de kostenratio van een schade- of
herverzekeringsmaatschappij. Een gecombineerde ratio van meer
dan 100% betekent niet noodzakelijkerwijs dat er sprake is van
een verlies met betrekking tot schadeverzekeringen, omdat aan het
resultaat ook opbrengsten uit beleggingen worden toegerekend.
GEWOON AANDEEL
Een eigen vermogen instrument dat achtergesteld is ten opzichte
van alle andere eigen vermogen instrumenten. Gewone aandelen
delen pas in de nettowinst van het verslagjaar na alle andere
soorten aandelen, zoals preferente aandelen.
HANDELSPORTEFEUILLE
In de handelsportefeuille worden financiële instrumenten
opgenomen die worden aangehouden om op korte termijn
transactieresultaten te behalen, om transacties voor rekening van
cliënten te vergemakkelijken of om andere posities in de
handelsportefeuille af te dekken.
HERVERZEKERING
De praktijk, waarbij de ene partij, de herverzekeraar, er in toestemt
om in ruil voor een premie een andere partij, de verzekeraar of
cederende onderneming, schadeloos te stellen voor een gedeelte
of de gehele verplichting met betrekking tot een of meerdere
verzekeringscontracten uitgegeven door de verzekeraar. De
verzekeraar wordt ook de oorspronkelijke of primaire verzekeraar
genoemd, de ‘direct writing company’ of de cederende
onderneming.
IN THE MONEY
Een call optie is ‘in the money’ indien de uitoefenprijs lager is dan
de prijs van de onderliggende waarde; een put optie is ‘in the
money’ indien de uitoefenprijs hoger is dan de prijs van de
onderliggende waarde.
INVLOED VAN BETEKENIS
Invloed van betekenis is de macht om deel te nemen aan de
financiële en operationele beleidsbeslissingen van de deelneming,
maar houdt geen overheersende zeggenschap in over het
betreffende beleid. Invloed van betekenis kan worden verkregen
door aandeelhouderschap of andere statutaire en/of contractuele
bepalingen.
JOINT VENTURE
Een contractuele overeenkomst waarbij twee of meer partijen een
economische activiteit ondernemen en waarbij er sprake is van
gedeelde zeggenschap.
KOSTENRATIO
Verzekeringstechnische kosten uitgedrukt als percentage van de
netto geboekte premie.
KREDIETINSTELLINGEN
Kredietinstellingen zijn alle instellingen die onderhevig zijn aan
bancair toezicht door centrale banken. Onder toezicht vallen ook
hypotheekbanken, kapitaalmarktinstellingen, multilaterale
ontwikkelingsbanken en het Internationaal Monetair Fonds (IMF).
KREDIETRISICO
Kredietrisico is het risico van een verlies door het in gebreke blijven
van een debiteur (inclusief obligatie-emittenten) of een tegenpartij.
Kredietrisico’s ontstaan bij de lening, pre-settlement en
beleggingsactiviteiten alsmede bij de handelsactiviteiten van ING.
Kredietrisicobeheer wordt ondersteund door speciaal daarvoor
ingerichte kredietrisico-informatiesystemen en interne
ratingmethoden voor debiteuren en tegenpartijen.
KWALIFICEREND ACTIEF (IN DE ZIN VAN RENTELASTEN)
Een kwalificerend actief is een actief waarvoor noodzakelijkerwijs
een aanzienlijke periode benodigd is om het actief gereed te
maken voor gebruik of verkoop.
LANDENRISICO
Het risico dat een buitenlandse overheid om financiële redenen
(transfer risico) dan wel andere redenen (politiek risico) niet aan
haar verplichtingen voldoet of de betalingsopdrachten van
debiteuren blokkeert.
LATENTE BELASTINGVERPLICHTINGEN
De in de toekomst te betalen belastingsbedragen in verband met
tijdelijke waarderingsverschillen tussen de boekwaarde van activa
en vreemd vermogen volgens de jaarrekening en de fiscale
boekwaarde, waarbij belastingtarieven worden gehanteerd die
naar verwachting van toepassing zijn in de periode waarin de
activa en het vreemde vermogen worden gerealiseerd of
afgewikkeld.
ING Groep Jaarverslag 2006 239
2.4
Additionele financiële informatie
Financiële begrippenlijst vervolg
LIQUIDITEITSRISICO
Liquiditeitsrisico is het risico dat ING Groep of een van haar
dochterondernemingen niet op het gewenste moment tegen
redelijke kosten aan haar financiële verplichtingen kan voldoen.
MARKET VALUE AT RISK (MVaR)
Met de berekeningsmethode market-value-at-risk wordt gemeten
hoeveel de marktwaarde van de balans daalt door financiële
marktbewegingen, bij een betrouwbaarheidsinterval van 99,95%
en een tijdshorizon van één jaar.
MARKTRISICO
Marktrisico betreft de verliezen (in winst of waarde) die kunnen
ontstaan door nadelige bewegingen in marktrentes en -koersen,
inclusief aandelenkoersen, de rentestand en wisselkoersen.
MINDERHEIDSBELANGEN
Het deel van de nettowinst en het netto vermogen van een
dochtermaatschappij dat betrekking heeft op een belang dat niet
direct dan wel indirect in handen van de moedermaatschappij is.
MONETAIRE ACTIVA EN PASSIVA
Monetaire activa en passiva zijn activa en passiva die, uit hoofde
van een contract of op een andere wijze, een vast aantal
valutaeenheden representeren. Voorbeelden zijn liquide middelen,
en kort- en langlopende rekeningen en schuldpapier te ontvangen
of te betalen in liquiditeiten.
MONTE CARLO-SIMULATIE
Een Monte Carlo-simulatie is een simulatietechniek waarbij gebruik
wordt gemaakt van willekeurige getallen en waarschijnlijkheidscijfers
om toekomstige processen te simuleren (zoals rentebewegingen).
MORTGAGE BACKED SECURITIES (MBS)
Gebundelde hypotheekleningen of ‘Mortage-Backed Securities’
zijn effecten waarvan de kasstromen worden gedekt door de
hoofdsom en/of de rentebetalingen van een verzameling
hypotheken.
240 ING Groep Jaarverslag 2006
NET PRESENT VALUE (NPV)-AT-RISK
Met de (NPV)-at-risk (netto contante waarde) wordt de
verandering in de waarde van de toekomstige kasstromen als
gevolg van rentewijzigingen uitgedrukt in een huidige monetaire
waarde.
NETTOVERMOGENSWAARDE
De nettovermogenswaarde is een vorm van de
vermogensmutatiemethode. De initiële nettovermogenswaarde
van het kapitaalbelang wordt bepaald op basis van de reële
waarde van de verkregen activa en passiva. Na de initiële
waardering van de activa en passiva tegen de reële waarde,
worden de activa en passiva van het kapitaalbelang op basis van
de grondslagen van de moedermaatschappij gewaardeerd. In de
winst- en verliesrekening van de moedermaatschappij wordt het
aandeel in het resultaat van de deelneming opgenomen.
NOTIONAL AMOUNTS
De notional amounts geven de rekeneenheden weer die met
betrekking tot derivaten de verhouding weergeven met de
onderliggende waarden van de activa. Deze notional amounts
geven echter niet de kredietrisico’s als gevolg van
derivatentransacties aan.
ONDERHANDSE LENING
Onderhandse leningen aan overheden, andere publieke organen,
openbare nutsbedrijven, ondernemingen, overige instellingen of
individuen met een leningovereenkomst als enig eigendomsrecht.
ONDERHANDSE PLAATSING
Een emissie, waarbij de nieuw uitgegeven aandelen of obligaties in
bezit komen van een gelimiteerd aantal inschrijvers die de nieuwe
effecten willen kopen.
ONHERROEPELIJKE ACCREDITIEVEN
Een onherroepelijk accreditief betreft een verplichting om ten
behoeve van cliënten onder bepaalde voorwaarden betalingen te
verrichten bij ontvangst van een bepaald document of een wissel.
Een onherroepelijk accreditief kan niet door de bank worden
opgezegd of aangepast gedurende de looptijd van de
overeenkomst tenzij alle betrokkenen hiermee instemmen.
ONHERROEPELIJKE FACILITEITEN
Onherroepelijke faciliteiten bestaan voornamelijk uit faciliteiten die
zijn toegezegd aan zakelijke klanten, maar waarop nog geen
beroep is gedaan en toezeggingen tot het aankopen van nog door
overheden en private instellingen uit te geven effecten.
OPERATING LEASE
Een leasecontract welke niet voldoet aan de definitie van een
finance lease.
OPERATIONEEL RISICO
Operationeel risico vloeit voort uit directe of indirecte verliezen als
gevolg van inadequate of tekortschietende interne processen,
mensen en systemen, of door externe gebeurtenissen.
OPTIECONTRACTEN
Optiecontracten geven de koper, na betaling van een premie, het
recht, maar niet de verplichting, om een financieel instrument of
valuta te kopen of te verkopen binnen een vooraf
overeengekomen termijn tegen een contractprijs, die kan worden
verrekend in contanten. Bij geschreven opties is ING Groep
onderhevig aan marktrisico, maar niet aan kredietrisico, omdat de
tegenpartij al aan haar verplichtingen heeft voldaan door het
betalen van een premie.
OUT OF THE MONEY
Een call optie is ‘out of the money’ indien de uitoefenprijs hoger is
dan de prijs van de onderliggende waarde. Een put optie is ‘out of
the money’ indien de uitoefenprijs lager is dan de prijs van de
onderliggende waarde.
OVERHEERSENDE ZEGGENSCHAP (‘CONTROL’)
Overheersende zeggenschap (‘control’) is de macht om het
financiële en operationele beleid van een onderneming te sturen
teneinde voordelen uit haar activiteiten te verwerven.
OVER-THE-COUNTER INSTRUMENT
Niet-gestandaardiseerd financieel instrument die niet op een beurs
wordt verhandeld, maar rechtstreeks tussen marktpartijen.
POST-EMPLOYMENT BENEFIT PLANS (VERGOEDINGEN NA
UITDIENSTTREDING)
Formele of informele overeenkomsten waarbij een onderneming
aan één of meerdere werknemers na uitdiensttreding
vergoedingen versterkt. Vergoedingen na uitdiensttreding
betreffen ‘employee benefits’, met uitzondering van
ontslaguitkeringen, die verschuldigd zijn na beëindiging van het
dienstverband.
PREFERENTE AANDELEN
Een preferent aandeel is soortgelijk aan een gewoon aandeel,
maar heeft bepaalde voorkeursrechten. Deze rechten hebben
veelal betrekking op een gegarandeerd vast (cumulatief) dividend
of een gegarandeerd rendement op de investering van de
aandeelhouder.
PROJECTED UNIT CREDIT METHOD
Een actuariële waarderingsmethode, waarbij ieder dienstjaar recht
geeft op een afzonderlijke aanspraak en iedere aanspraak in
aanmerking wordt genomen bij het bepalen van de uiteindelijke
verplichting.
REALISEERBARE WAARDE
De netto verkoopprijs van een actief of de hogere gebruikswaarde
REËLE WAARDE
Het bedrag waarvoor een actief of passief op balansdatum op een
reële economische basis tussen goed geïnformeerde en
bereidwillige partijen kan worden verhandeld (‘at arm’s length’).
RENTEDRAGENDE INSTRUMENTEN
Een rentedragend instrument is een financieel actief of passief
waarvoor een tijdsafhankelijke vergoeding wordt betaald, in
verhouding tot een bepaalde nominale waarde.
RENTEKORTING
Winstdeling bij levensverzekeringen. Een aan de polishouder
verleende korting, die gebaseerd is op de contante waarde van het
verschil tussen de rekenrente gebruikt voor het berekenen van de
premie en het verwachte rendement op beleggingen. De
winstdeling wordt verstrekt in de vorm van een lagere premie,
welke gerelateerd is aan het rendement op overheidspapier.
RISK ADJUSTED RETURN ON CAPITAL (RAROC)
Het naar risico gewogen rendement op kapitaal of RAROC is een
geavanceerd instrument voor prestatiemeting dat het management
in staat stelt de opbrengsten te beoordelen in de context van de
risico’s die genomen moesten worden om die opbrengsten te
realiseren. RAROC wordt berekend door het naar risico gewogen
rendement te delen door het economisch kapitaal.
ING Groep Jaarverslag 2006 241
SCHADE
Een verzoek om uitkering op een polis naar aanleiding van een
verzekerde gebeurtenis, zoals overlijden of invaliditeit van de
verzekerde, de afloop van een levensverzekering, ziektekosten,
vernietiging of beschadiging van eigendommen en daaraan
gerelateerde ongevallen of overlijden, gebreken aan, pandrechten
of aanspraken op de eigendomstitel van onroerend goed of een
borgverlies.
SCHADERATIO
De schaderatio betreft de schaden, inclusief de
schadebehandelingskosten, uitgedrukt als percentage van de netto
verdiende premie.
SCHATKISTPAPIER
In het algemeen korte termijn schuldbewijzen uitgegeven door een
centrale overheid. Certificaten van Nederlands schatkistpapier
worden beschouwd als Nederlands schatkistpapier.
SETTLEMENT-RISICO
Settlement-risico ontstaat wanneer waarden (fondsen,
instrumenten of goederen en grondstoffen) worden uitgewisseld
op dezelfde of verschillende valutadata en de ontvangst niet wordt
geverifieerd of verwacht voordat ING haar eigen deel van de
transactie heeft voldaan of geleverd. Het risico bestaat derhalve
dat ING levert, maar geen leverantie van de tegenpartij ontvangt.
SWAPCONTRACTEN
Swap-contracten zijn verplichtingen om contanten op een van te
voren vastgesteld toekomstig tijdstip te verrekenen, gebaseerd op
verschillen tussen specifieke financiële indices met betrekking tot
de nominale hoofdsommen. In het algemeen vindt op
contractdatum geen verrekening van contanten plaats en worden
door geen van beide partijen hoofdsommen uitgewisseld.
TERMIJNCONTRACTEN
Termijncontracten zijn verplichtingen om valuta of andere
financiële instrumenten te kopen of verkopen op een van te voren
vastgesteld toekomstig tijdstip.
242 ING Groep Jaarverslag 2006
TIER-1 KAPITAAL
Het Tier-1 kapitaal wordt ook wel aangeduid als kernkapitaal van
ING Bank. Het bevat het volgestorte aandelenkapitaal, alle reserves
uitgezonderd de herwaarderingsreserve, het fonds voor algemene
bankrisico’s, ingehouden winsten en het belang van derden.
TIER-1 RATIO
De Tier-1 ratio geeft het Tier-1 kapitaal van ING Bank weer als
percentage van zijn totale risico gewogen activa. De
Nederlandsche Bank heeft bepaald dat dit minimaal 4% moet zijn.
TOT EINDE LOOPTIJD AANGEHOUDEN BELEGGINGEN
Financiële activa, niet zijnde derivaten, met vaste of vooraf
bepaalde betalingen en een vastgelegde vervaldatum waarvoor de
Groep de intentie en mogelijkheid heeft om deze tot het einde van
de looptijd aan te houden anders dan die activa: (a) die bij eerste
verwerking zijn aangewezen als financiële activa tegen reële
waarde met waardemutaties door het resultaat, (b) die zijn
aangewezen als beschikbaar voor verkoop (c) die voldoen aan de
definitie van kredieten.
VALUE-AT-RISK (VaR)
De value-at-risk maatstaf geeft, met een eenzijdige
betrouwbaarheidsniveau van tenminste 99%, de maximale
ééndagsverliezen in de netto contante waarde die kunnen
optreden ten gevolge van veranderingen in risicofactoren (zoals
rentetarieven, vreemde valutakoersen, aandelenkoersen,
creditspreads, impliciete volatiliteit) als de posities één dag
onveranderd blijven.
VERDIENDE PREMIES
Het gedeelte van de geboekte nettopremies in de huidige en
voorgaande perioden, welke betrekking heeft op het verstreken
deel van de looptijd van de polis, berekend door de mutaties in de
voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico’s in
mindering te brengen op de nettopremies.
VERDISCONTEERDE WISSELS
Wissels die onder aftrek van interest zijn verkocht en de eigenaar
het recht geven om op een bepaalde datum een bepaald
geldbedrag te ontvangen.
VERWERKING
Het proces van opname in de balans en winst- en verliesrekening
van een post die aan de definitie van een element en aan de
volgende criteria voldoet:
– het is waarschijnlijk dat enig aan die post verbonden toekomstig
economisch voordeel aan de onderneming zal toevloeien of
gepaard zal gaan met een uitstroom; en
– de post heeft een kostprijs of waarde waarvan de omvang op
betrouwbare wijze kan worden vastgesteld.
VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN
Voorwaardelijke verplichtingen betreft toezeggingen of risico’s,
waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze resulteren in een
uitstroom uit ING Groep van middelen. De onderliggende waarde
van deze verplichtingen is niet als vreemd vermogen in de balans
verantwoord. Voor deze producten, vertegenwoordigt de
onderliggende waarde het maximaal potentiële kredietrisico
voor ING Groep, verondersteld dat al haar tegenpartijen hun
contractuele verplichtingen niet meer zouden nakomen en
alle bestaande zekerheden geen waarde zouden hebben.
WARRANT
Een financieel instrument dat de houder ervan het recht geeft
gewone aandelen te kopen.
ING Groep Jaarverslag 2006 243
Algemene informatie
ING-publicaties
– Jaaroverzicht, in het Nederlands en Engels;
– Jaarverslag, in het Nederlands en Engels;
– Maatschappelijk Verslag, in het Nederlands en Engels;
– Annual Report on Form 20-F, in het Engels
(volgens SEC-richtlijnen)
Alle publicaties zijn beschikbaar op internet: www.ing.com.
De publicaties kunnen worden aangevraagd op internet:
www.ing.com onder Bestel ING-publicaties,
per fax: 0411 652125 of
per post: Postbus 258, 5280 AG Boxtel.
Dit Jaarverslag is een vertaling van het Engelstalige Annual
Report. In geval van strijdigheid tussen de Engelstalige en de
Nederlandstalige versie is het Engelstalige Annual Report leidend.
ING Groep N.V.
Amstelveenseweg 500,
1081 KL Amsterdam
Postbus 810, 1000 AV Amsterdam
Telefoon: 020 541 54 11
Fax: 020 541 54 44
Internet: www.ing.com
Handelsregister Amsterdam,
nr. 33231073
REDACTIE EN PRODUCTIE
ING Groep N.V.,
Corporate Communications, Amsterdam
ONTWERP EN PRODUCTIE
Addison Corporate Marketing, London
DRUKWERK
PlantijnCasparie Capelle a/d IJssel
244 ING Groep Jaarverslag 2006
Juridische Kennisgeving
In dit jaaroverzicht zijn verwachtingen omtrent toekomstige
gebeurtenissen opgenomen. Deze verwachtingen zijn gebaseerd
op de huidige inzichten en veronderstellingen van het
management met betrekking tot bekende en onbekende risico’s
en onzekerheden. De feitelijke resultaten, prestaties of andere
omstandigheden kunnen in meer dan geringe mate afwijken van
de uitgesproken verwachtingen als gevolg van wijzigingen in onder
meer (i) de algemene economische omstandigheden, met name
in voor ING belangrijke markten, (ii) de omstandigheden op de
financiële markten en/of in opkomende economieën, (iii) de
frequentie en ernst van verzekerde schadegevallen, (iv) de sterfte-,
invaliditeits- en ziektecijfers en ontwikkelingen hierin, (v) het
verval in portefeuilles,(vi) het rentepeil, (vii) valutakoersen, (viii)
concurrentieverhoudingen, (ix) wet- en regelgeving en (x) het
beleid van overheden en/of regelgevende toezichthouders.
ING acht zich niet verplicht de in dit document opgenomen
toekomstverwachtingen op enig moment te actualiseren.
Het logo van de Forest Stewardship Council (FSC) geeft aan dat
het voor dit verslag gebruikte hout uit bossen komt die worden
beheerd volgens strikte milieu-, sociale en economische normen.
www.ing.com
2006
ING Groep
Jaarverslag
Jaarverslag 2006
222271
Voortbouwen op de kracht
van winstgevende groei
ING Groep
WW W.ING.COM
Download