Quirinaal, Spaanse trappen en Trevi-fontein

advertisement
Rome 2015
zat 9 mei – do 14 mei
Reisgids voor ons bezoek aan de Eeuwige Stad
In generale
(Algemene wenken)
Op zaterdag 9 mei vertrekken we naar onze
bestemming:
Iedereen komt op eigen gelegenheid en op
eigen kosten naar luchthaven Schiphol.
Om 07.15 uur geven we de bagage af bij
de afgiftebalie voor bagage van easyJet.
Om 09.15 uur vindt het vertrek plaats van
de vlucht naar Rome Fiumicino (Vlucht
EZY4994), waar we om ongeveer 11.35
uur zullen aankomen. Nadat we de bagage
opgehaald hebben, gaan we met de bus
naar ons hotel.
Om ongeveer 13.00 uur komen we
vervolgens bij onze accommodatie aan.
Hotel in Rome
Hotel Acropoli
Via Principe Amedeo 63/65
Tel : 0039 06 483 726
Papieren
In de binnenzak van je kleding heb je de
juiste reispapieren gestoken. Het paspoort
mag niet verlopen zijn en als je met een
buitenlands paspoort een visum nodig hebt,
moet je dit natuurlijk ook bij je hebben. Bij
het inchecken wordt dit gecontroleerd en
zonder de juiste papieren kun je niet mee.
Medicijnen etc.
Als je medicijnen moet gebruiken of een
speciaal dieet, dan moet je dit even
doorgeven aan een van de begeleidende
docenten.
Kleding
Vanzelfsprekend voldoende kleding voor
vijf dagen. Hoewel we hopen dat het niet
nodig zal zijn, is het toch verstandig om
iets tegen de regen mee te nemen.
In Rome zullen we veel lopen, dus neem
goede wandelschoenen mee.
Geld
Italië is een
toeristisch land en
Rome is duur.
Alle pracht en
praal die daarbij
hoort kan niet
worden
losgekoppeld van
de ijver van de
Italianen om geld
te verdienen. Een
drankje in een bar of op een terras is heel
erg duur. Je kunt dat drankje dan ook beter
in een supermarkt halen. Wil je toch ergens
gaan zitten, vraag dan eerst duidelijk wat
het kost. Het achteraf te duur vinden van
een consumptie leidt alleen maar tot
narigheid.
Algemeen
Neem geen grote geluidsdragers mee. Een
I-pod of je mobiel is voldoende.
Roken is niet toegestaan op de
hotelkamers.
Een biertje of een glaasje wijn op een
terras mag als je daarover een afspraak met
je ouders hebt gemaakt. Drankmisbruik
kan absoluut niet. Ook zijn alcoholische
dranken op de hotelkamers niet toegestaan.
Alcoholgebruik mag nooit tot overlast
voor anderen leiden.
Het meenemen van drugs is in Italië streng
verboden en gevaarlijk.
Bij de wandelingen door de stad blijven de
groepen bij elkaar. Nooit mag iemand
alleen overblijven of ronddwalen.
Let op geldtrucs, bedelaars en afzetterij.
Het verkeer.
De verkeerssituatie in Rome is de laatste
jaren veel overzichtelijker geworden. Veel
gebieden zijn autovrij of
éénrichtingsverkeer. Toch moet je alert
blijven: vooral brommers en scooters
kunnen nog flink tekeer gaan. Deze
voertuigen worden niet zelden ingezet bij
het stelen van tassen.
Criminaliteit
Rome is een wereldstad en net als in alle
grote steden zijn er ook hier lieden die
loeren op de naïeve toerist. Laat je niet
afleiden door mensen die op je af komen
om iets te verkopen of te laten zien. Vaak
zijn dit afleidingsmanoeuvres, zodat een
ander iets kan stelen. Ga sowieso nooit
alleen de stad in, maar altijd in groepjes.
Latin lovers.
De Italiaanse man is gek op vrouwelijk
schoon, vooral als het uit het buitenland
komt. Hij laat dit dan ook enthousiast en
luidruchtig merken. We gaan naar Rome in
het voorjaar. Het is er dan meestal al
prachtig weer. De benen en buiken gaan
bloot. Ze zullen dit zeker opmerken. Wat
doet een Italiaanse vrouw die hier niet van
gediend is? NIETS. Geen aandacht geven,
ook niet naar ze lachen. Elke reactie wordt
opgevat als uitnodiging. Doe je niets, dan
zijn ze zo weg.
Kerken
In veel Romeinse kerken word je niet
toegelaten als je geen bedekte armen,
benen en bovenarmen hebt. Houd hier
rekening mee (ook jongens ). Neem een
shirt of shawl mee en trek een lange broek
aan bij deze gelegenheden.
Restaurants, cafés
De Italiaanse keuken staat bekend om de
pizza’s en pasta’s. Je kunt heerlijk eten
voor weinig geld, zolang je niet op de grote
pleinen (piazza’s) en bij toeristische
attracties een restaurant uitkiest. Ga een
zijstraat in of ga wat verderop. Controleer
ook altijd de prijslijst op de deur of op het
raam van tevoren. Op de rekening staat
vaak ook een extra bedrag. Dat is
gebruikelijk. Dit bedrag staat voor het
gebruik van: tafel, bestek, glazen enz.
Vraag altijd om acqua della fontana (
kraanwater ): dat hoef je namelijk niet te
betalen. Er staat ook altijd een gratis
mandje brood op tafel.
Als je alleen iets wilt drinken, dan is het
meestal goedkoper om aan de bar te blijven
staan. Als je gaat zitten, betaal je meer. Dit
kun je controleren door op de prijslijst te
kijken. Bij een dubbele prijslijst geldt het
hogere bedrag als je gaat zitten.
Als je een ijsje wilt kopen, wordt er
gevraagd hoeveel balletjes (palline) je wilt:
uno, due, trè.
Overheid
Er lopen door Rome veel mensen in
uniform . Vaak zijn dit agenten van de
gemeente. Als je door iemand in uniform
wordt aangesproken moet je altijd beleefd
blijven en proberen te begrijpen wat hij
zegt. Je kunt het je in Italië echt niet
permitteren om een agent een grote mond
te geven of bevelen niet op te volgen. Zo
beland je namelijk op het bureau en dat
moeten we voorkomen.
Terugreis
Op donderdag 14 mei vliegen we terug
naar Amsterdam.
De bus brengt ons naar de luchthaven.
We vliegen om 17.40 uur (Vlucht EZY
4995) en zullen om ongeveer 20.10 uur
landen op Schiphol.
De terugreis naar Hoorn geschiedt
wederom op eigen gelegenheid en voor
eigen rekening.
Tenslotte
Wij hopen dat iedereen er erg veel zin in
heeft om er een prachtige reis van te
maken.
De begeleidende docenten:
mevr. Tofani
dhr. Hooijschuur
dhr. Lukken
Quirinaal
De Quirinaal is de hoogste van de zeven
heuvels van Rome. De heuvel werd
oorspronkelijk bewoond door Sabijnen, die
hun oorlogsgod de naam Quirinus hadden
gegeven. Oorspronkelijk was het een
landelijk gebied. Paus Gregorius XIII liet
op het Quirinaal een zomerpaleis bouwen.
Toen de pausen het in 1870 moesten
verlaten, werd het gebouw het domicilie
van de Italiaanse koningen. Toen de
Italianen zich in 1946 middels een
referendum uitspraken voor de republiek,
werd het paleis het presidentieel paleis. Tot
1978 hebben de Italiaanse presidenten er
daadwerkelijk gewoond. Sindsdien vervult
het louter een ceremoniële functie.
Op het plein voor het paleis, de Piazza del
Quirinale, staat een fontein met beelden
van Castor en Pollux.
Piazza di Spagna, vinden we een
majesteitelijke trap, aangelegd in 1723 om
toegang tot de Trinità dei Monti mogelijk
te maken. Deze Spaanse trap (of Spaanse
trappen) dankt zijn naam aan het Palazzo
di Spagna, de Spaanse ambassade bij de
Heilig Stoe, dat zich rechts op het plein
bevindt. De fontein aan de voet van de
trappen is van de vader van Bernini. Deze
fontein, de Fontana della Barcaccia, de
lelijke schuit, heeft de vorm van een half
ondergelopen boot.
Trevi-fontein
De wereldberoemde fontein heeft haar
naam te danken aan de drie straten, tre vie,
die hier op het kleine plein uitkomen. De
fontein bestaat uit een bassin met een
fonteingevel als achtergrond die sterk doet
denken aan een decorstuk van een klassiek
toneelstuk.
Spaanse trappen
In de zestiende eeuw bouwde men aan de
rand van de Pincioheuvel een kerk, gewijd
aan de Drieënheid, de Trinità dei Monti,
die uitziet over een veel lager gelegen
plein. Op dit vreemdsoortige plein, het
Centraal in de nis staat Oceanus, de god
van de zee, op een schelp, die wordt
voortgetrokken door zeepaarden. Het
rechter paard is rustig, terwijl het linker
ongedurig en wild oogt. Zo symboliseren
zij de kalme en de onstuimige zee. In het
bekken bruist dagelijks tachtig miljoen liter
water. Tussen de kolommen links en rechts
van Oceanus staan beelden van de
Overvloed en de Gezondheid. Mocht je je
willen verzekeren van een weerzien met
Rome, neem dan de volgende procedure in
acht: stel je ruggelings naar de fontein op
en werp een muntje over je schouder
zonder om te kijken. Op deze manier
belandt er jaarlijks voor ruim 90.000 euro
in de fontein.
Het Marsveld
We bezoeken vandaag de omgeving van
het Marsveld. Het Marsveld, gewijd aan
Mars, de oorlogsgod, was het gebied waar
de Romeinse legioenen in de tijd van de
Republiek oefenden. De Romeinse
bevolking woonde verspreid over de
heuvels in en om de stad. Toen er door het
verval van de aquaducten gebrek aan water
ontstond, trok de bevolking massaal naar
het Marsveld, waardoor dit het
dichtstbevolkte deel van Rome werd. In dit
gedeelte van de stad zijn altijd mensen
blijven wonen, zelfs toen de bevolking
tegen de negende eeuw geslonken was tot
vijfendertigduizend.
Sant’Agostino
We vervolgen onze weg naar een andere
kerk waar een werk van Caravaggio hangt,
de Sant´Agostino. Meteen rechts van de
ingang vinden we in een nis een beeld van
Jacopo Sansovino, de Madonna del Parto.
Deze Madonna van de Bevalling is zeer
populair bij zwangere vrouwen.
Indrukwekkend is de aanwezigheid van
roze en blauwe strikjes rechts van het
beeld, waarmee vrouwen hun dankbaarheid
betuigen voor een voorspoedig verlopen
bevalling.
Een tweede hoogtepunt van de kerk vinden
we links in de hoek.
Palazzo Madama
We beginnen ons programma vandaag bij
het Palazzo Madama aan de Corso del
Rinascimento. Dit paleis dankt zijn naam
aan de madame, Margaretha van
Oostenrijk, onwettig kind van Karel V,
ooit landvoogdes van de Nederlanden.
Tegenwoordig is het Palazzo Madama de
zetel van de Senaat, de Italiaanse Eerste
Kamer. Dat verklaart de erewacht voor de
ingang en de beveiliging in deze buurt.
San Luigi dei Francesi
Naast het paleis staat de kerk San Luigi dei
Francesi. Eén van de financiers van de
kerk was de Fransman Matteu Cointrel, die
tot kapelaan benoemd was. Omdat hij in
deze kerk begraven wilde worden, gaf hij
opdracht tot de bouw van een kapel, die
verlucht moest worden met taferelen uit
het leven van zijn naamgenoot, Mattheüs,
de evangelist. Uiteindelijk kreeg
Caravaggio de opdracht tot het schilderen
van de Roeping van Mattheüs, het
Martelaarschap van Mattheüs en drie jaar
later voor Mattheüs en de engel.
Het betreft de Madonna van Loreto, ook
wel de Madonna van de Pelgrims
genoemd. Op het schilderij zien we de
rijzige gestalte van Maria met een
Christuskind op de arm, geleund tegen een
deurpost. Het Christuskind maakt een
zegenend gebaar in de richting van twee
eenvoudige types met pelgrimstaf, een
oude man en vrouw, moe en vuil van de
reis.
We vervolgen onze wandeling en lopen
naar het Pantheon.
Het Pantheon
Het Pantheon is waarschijnlijk het best
bewaarde overblijfsel uit de Romeinse
Oudheid. Als we op het imposante
bouwwerk toelopen, wordt onze aandacht
onmiddellijk getrokken door de
raadselachtige tekst op het fries:
M.AGRIPPA.L.F.COS.TERTIUM.FECIT.
Te lezen valt dat Marcus Agrippa dit
gebouwd heeft in het derde jaar van zijn
consulaat (27 v. Chr.). Marcus Agrippa
was een schoonzoon van keizer Augustus.
We betreden de overweldigende
koepelruimte. De doorsnede en de hoogte
van de koepel zijn identiek, namelijk
43,30m. De dikte van de koepel is bij het
begin 5.90m en tegen de opening 1.50m.
Het beton rond de opening is van licht
vulkanisch gesteente, dat zo licht is dat het
zelfs in water blijft drijven.
De enige lichtbron wordt gevormd door de
opening in het dak. De oculus heeft een
doorsnede van negen meter. De met brons
afgezette opening symboliseert de zon,
waar de planeten omheen draaien. Het
regenwater wordt via gaten in de vloer
afgevoerd.
Zij stierf op 33-jarige leeftijd. Zij is
begraven zonder hoofd. Haar hoofd,
evenals haar vinger, bevindt zich in Siena.
Op het plein voor de kerk, de Piazza della
Minerva, staat een beeld van een leerling
van Bernini naar een ontwerp van de
meester zelf, dat gemeenzaam aangeduid
wordt als het Olifantje van Bernini. Op
een beeld van een olifant rust een antieke,
drie meterhoge obelisk (zesde eeuw v.
Chr.), de kleinste van Rome. Op het beeld
staat te lezen:
‘Het vereist een krachtige geest om de last
der wijsheid te dragen.’
Santa Maria Sopra Minerva
Deze kerk mag dan wel een
renaissancistische voorgevel hebben, het
betreft wel degelijk een gotische kerk, en
wel de enige in heel Rome. ‘Sopra’
betekent ‘boven’.Uit de naam van deze
kerk kunnen we dus afleiden, dat hij
gebouwd is op de ruïnes van wat
vermoedelijk een tempel was, gewijd aan
Minerva, de godin van de wijsheid.
Onder het hoofdaltaar ligt Catharina van
Siena begraven, een veertiende-eeuwse
dominicaner non, sinds 1939 samen met
Franciscus van Assisi beschermheilige
van Italië. Catharina is bekend geworden,
omdat zij er in geslaagd is de pausen terug
te laten keren van Avignon naar Rome.
Het olifantje heette in de volksmond
oneerbiedig ‘il pulcin della Minerva’, het
kuikentje van Minerva.
Piazza Navona
We wandelen een stukje terug in de
richting van de Tiber naar het bekendste
plein van Rome, het Piazza Navona. De
vorm is opvallend. Het ontleent die vorm
aan het stadion van Domitianus. Het
stadion werd met name gebruikt voor
atletiekwedstrijden. Het bood plaats aan
dertigduizend mensen. Het stadion verviel
en in de middeleeuwen werden op de
restanten huizen gebouwd.
Kenmerkend voor dit plein zijn de drie
fonteinen. De eerste is de fontein van de
Moor, in het midden de Fontana dei Fiumi
en aan het eind de fontein van Neptunus.
De meeste bewondering oogst de fontein
in het midden, de Vierstromenfontein van
Bernini.
Op een rotspartij zijn vier figuren te zien
die rivieren voorstellen uit de in de
zeventiende eeuw bekende werelddelen.
Europa wordt vertegenwoordigd door de
Donau, Azië door de Ganges, Afrika door
de Nijl en Zuid-Amerika door de Rio de la
Plata. De Nijl is afgebeeld met een doek
over het hoofd, wat zou duiden op het feit,
dat de bronnen van de Nijl destijds nog
niet ontdekt waren. De Ganges is getooid
door een lauwerkrans en een stok
(peddel?). De Donau draagt het wapen
van de paus. De Rio de la Plata is een
primitief wezen, wat zou duiden op de pas
begonnen kerstening van dit werelddeel.
Tegenover de fontein staat de Sant’Agnese
in Agone, een kerk die gewijd is aan SintAgnes. De gevel van deze kerk is van de
grote tegenstrever van Bernini, Francesco
Borromini. In een kapel links van het koor
wordt de schedel van Agnes, de ‘Sacra
Testa’, bewaard in een kostbare
reliekschrijn.
Links van deze kerk zien we het Palazzo
Pamphili, waarin tegenwoordig de
Braziliaanse ambassade gevestigd is. We
lopen het straatje links van dit Palazzo
Pamphili in en komen uit bij het Piazza
Pasquino. Tegen de muur van het Palazzo
Braschi staat een zwaar beschadigde torso
van een oud Grieks beeld. Dat is Pasquino.
Het betreft hier een zogenaamd ‘sprekend
beeld’. Rome telt een aantal van dergelijke
beelden, waarvan Pasquino de bekendste
is. Aan sprekende beelden werden
pamfletten bevestigd waarin fors
uitgehaald werd naar politieke of
pauselijke toestanden. De naam is ontleend
aan een kleermaker die hier in deze buurt
woonde en werkte en die bekend stond om
zijn kritische opmerkingen.
Piazza Colonna met de zuil van Marcus
Aurelius
Op dit plein staat de 42m hoge zuil van
Marcus Aurelius, de hoogste van Rome,
opgericht door zijn zoon Commodus na
zijn dood. De zuil heeft een doorsnede van
2.70m en bevat spiraalsgewijs in twintig
omwentelingen de geschiedenis van
Marcus Aurelius’ overwinningen in de
vorm van een soort stripverhaal. Binnenin
lopen 201 treden naar de top. We wandelen
terug naar de Via del Corso.
Via del Corso
De Via del Corso is één van de drukste
winkelstraten van Rome. De straat is
vijftienhonderd meter lang. Tijdens
carnaval werden hier vroeger wedstrijden
voor paarden, ezels, buffels, maar ook
mensen (bejaarden, vrouwen, kreupelen,
joden, gebochelden) georganiseerd (Corso
betekent “koers”).
Sant’Ignazio
We vervolgen onze route en slaan rechtsaf
naar het Piazza di Sant’Ignazio. Na de Il
Gesu is dit de voornaamste kerk van de
Jezuïeten. Het was een uit Spaans
Baskenland afkomstige soldaat die de
jezuïetenorde stichtte. Deze Ignatius van
Loyola gaf zijn naam aan de kerk. De
geplande koepel is er nooit gekomen. In
plaats daarvan realiseerde Andrea Pozzo
een perspectiefschildering van een koepel.
Het doek heeft een doorsnede van
zeventien meter en een oppervlakte van
227m2. Als je de kerk binnengaat, kun je
het beste op de porfieren schijf in het
middenschip onder het doek gaan staan. De
illusie van de koepel werkt hier het best. Je
ziet niet dat de koepel geschilderd is en
volkomen vlak is. We verlaten de kerk en
wandelen de Via Lata in.
In de Via Lata bevindt zich een kleine
fontein. We zien het borstbeeld van een
man met een baret en een tonnetje waaruit
water stroomt. Het betreft hier wederom
één van de sprekende beelden, de Fontana
del Facchino (fontein van de sjouwerman).
Largo di Torre Argentina
Benito Mussolini liet in de twintiger jaren
enorme infrastructurele werken uitvoeren,
waaraan ook middeleeuwse gebouwen op
dit plein ten prooi vielen. Het sloopwerk
leverde ook iets op: men ontdekte de ruïnes
van vier tempels en een deel van het
theater van Pompeius. Ze behoren tot de
oudste Romeinse bouwwerken uit de stad.
Deze archeologische plek heet ‘Area Sacra
di Largo Argentina’.
We komen uit op de Piazza Venezia. We
werpen een blik op het monument van
Victor Emanuel II, dat we later zullen
bezoeken. We verlaten de Via del Corso en
slaan rechtsaf en lopen langs het Palazzo
Bonaparte.
Il Gesù (vanaf 1568)
We wandelen naar de kerk die voluit de
Santissimo Nome di Gesù, de allerheiligste
naam van Jezus. Deze kerk, gelegen aan
het Piazza del Gesù, staat bekend als de
eerste kerk van de Barok, een belangrijk
wapen in de strijd tegen de Reformatie.
Het is de hoofdkerk van de Jezuïeten. De
voorgevel is van Giacomo della Porta, een
gevel die tot voorbeeld voor veel latere
kerken diende. Op de voorgevel vinden we
de letters IHS, letters die ook vaak op
kerkelijke voorwerpen en gewaden
voorkomen. Ze staan voor “In Hoc Signo
(Vinces): In dit teken (zult gij
overwinnen)”. Dit is afgeleid van de
goddelijke boodschap die Constantijn, de
latere Christenkeizer van het Romeinse
Rijk, ontving in 312 aan de vooravond van
de veldslag tegen zijn rivaal Maxentius. De
kerk bevat een rijk geornamenteerd
grafmonument voor de stichter van de orde
der Jezuïeten, Ignatius van Loyola.
Het Largo di Torre Argentina wordt ook
wel het Kattenforum genoemd. In Rome
lopen duizenden straatkatten rond. In het
Largo is een speciaal opvangcentrum voor
katten gevestigd, dat is aangewezen op de
hulp van talloze vrijwilligers. Momenteel
lopen er zo’n paar honderd rond, die overal
op en tussen de ruïnes te zien zijn.
Piazza di Campo de’Fiori
Dit plein is dagelijks het toneel van een
groentemarkt. Het assortiment is inmiddels
uitgebreid met tal van andere producten.
Ondanks de kleurrijke omgeving kent dit
plein een duister verleden: eeuwenlang was
dit plein de executieplaats van de stad. Een
zijstraatje, de Via della Corda, herinnert
nog aan de galg die hier ooit stond
opgesteld. Op het plein staat het standbeeld
van één van de slachtoffers, Giordano
Bruno. Hij voelde zich aangetrokken tot de
ideeën van Erasmus, die in zijn geschriften
de misstanden in de kerk op satirische
wijze naar voren bracht. Hij verkondigde
de ideeën van Copernicus en kwam als
eerste met het idee van een oneindig
heelal. Het is dus niet verwonderlijk dat hij
de aandacht van de kerkelijke autoriteiten
trok. Hij werd opgepakt en zat zeven jaar
gevangen. Omdat hij weigerde afstand te
doen van zijn denkbeelden werd hij
uiteindelijk veroordeeld tot de brandstapel,
een gruwelijke dood die voltrokken werd
op het Campo de’Fiori.
Raphaël, ‘Brand in de Borgio’ dat in het
Vaticaan te bewonderen is.
Fontana della Tartarughe
Op de Piazza Mattei staan vijf paleizen die
alle toebehoren aan de familie Mattei. We
komen echter voor de Fontana della
Tartarughe, ook wel de
Schildpaddenfontein (1584). Het ontwerp
van dit, volgens sommigen, mooiste
fonteintje van Rome is van Giaomo della
Porta. De fontein bestaat uit een marmeren
bekken. Vier naakte jongens, die allemaal
de staart van een dolfijn vasthouden,
proberen schilpadden over de rand van het
bekken te tillen.
Museo e Galleria Borghese
We zullen voornamelijk de beelden van
Gianlorenzo Bernini bekijken, maar
natuurlijk ook enkele schilderijen. De
familie Borghese had naast veel geld ook
nog een goede smaak. Als je de beelden
van Bernini of de schilderijen van onder
meer Caravaggio (zes werken waaronder
een zelfportret).
Op de begane grond is een beeld uit 1619
te zien dat Gianlorenzo samen met zijn
vader gemaakt heeft in opdracht van
kardinaal Scipione Borghese. Het was de
eerste grote opdracht voor Gianlorenzo.
Het stelt Aeneas voor die zijn vader
Anchises draagt. Zijn zoon Ascanius is ook
te zien hij draagt de olielamp.
Het beeld stond eerst onder een schilderij
met als onderwerp: de val van Troje.
Aeneas is na de val van Troje met zijn
vader en zoon gevlucht naar Italië. De
compositie is gebaseerd op een fresco van
Op de begane grond zijn drie beroemde
beelden te zien die Gianlorenzo Bernini in
opdracht van Scipione Borghese maakte.
De eerste twee beelden zijn gebaseerd op
de mythologische verhalen van Ovidus het
zijn:
Pluto ontvoert Proserpina (1621- 1622)
Het beeld van Pluto en Proserpina maakte
grote indruk omdat Bernini hier een effect
heeft bereikt dat voor onmogelijk werd
gehouden. De tranen van Proserpina en de
hand van Pluto die de huid van zijn
‘geliefde buit’ bij haar bovenbeen indrukt
zijn technisch ongekende hoogstandjes.
Pluto pakt haar net vast, terwijl zij zich aan
zijn omklemming probeert te ontworstelen.
Als je de gezichtsuitdrukkingen van de
beide figuren met elkaar vergelijkt, zie je
dat er sprake is van een enorme
tegenstelling. Haar gezicht is vertrokken
van angst terwijl hij juist triomfantelijk
kijkt. De driekoppige hellehond Cerberus
markeert precies de plek waar de God van
de onderwereld haar naar toe zal brengen.
Apollo en Daphne (1623-1624). Ook dit
beeld is gebaseerd op Ovidius. Cupido, dat
leuke engeltje met die pijlen, neemt wraak
op Apollo en raakt hem met zijn gouden
pijl. Hierdoor wordt hij verliefd op
Daphne. Tegelijkertijd treft een andere pijl
van Cupido Daphne waardoor haar liefde
gedoofd wordt. Als Apollo het voorwerp
van zijn grote liefde ziet dan volgt hij haar
direct en Hij rent uit liefde en zij uit angst.
Bernini beeldt net het moment af waar de
smeekbede van Daphne aan de riviergod
verhoord wordt. Als je het gezicht van
Apollo bekijkt, kun je zien dat hij nog niet
door heeft, dat zijn geliefde bezig is te
veranderen in een boom. Sterker nog hij
kijkt alsof hij het grote geluk in zijn
handen houdt. Als je voor het beeld staat,
zie je hoe knap Gianlorenzo deze
tegenstelling heeft uitgewerkt. De handen,
de afwerende gebaren, de geopende lippen
van Daphne die het wel lijken uit te
schreeuwen zonder een geluid te
produceren of de zielsgelukkige
uitdrukking op het gezicht van Apollo, die
denkt dat hij net het ultieme geluk heeft
gevonden. Hij heeft nog niet door dat
beiden slachtoffer zijn geworden van de
zoete wraak van Cupido.
David: De wijze waarop de David hier
wordt weergegeven, is volkomen nieuw in
de lange traditie van de beeldhouwkunst.
Hoewel het effect, oog in oog te staan als
kijker met de David, door de huidige
opstelling van het beeld in het museum
helaas deels weer teniet wordt gedaan. In
de 17e eeuw stond het beeld gewoon op de
grond zonder de huidige hoge sokkel.
Daardoor stond je als kijker oog in oog met
het levensgrote marmeren beeld. Wat nu
nog direct opvalt, is de blik vanuit de
samengeknepen ogen die niet gericht is op
de kijker, maar op een andere figuur die
zich in de ruimte moet bevinden: Dit nu is
natuurlijk Goliath die David in het vizier
heeft. Zoals je kunt zien staat hij net op het
punt de steen naar Goliath te slingeren. Als
je ter plekke voor het beeld staat, kun je
prachtig zien hoe gespannen en tot het
uiterste geconcentreerd David is voor de
beslissende strijd op leven en dood. Al zijn
spieren zijn gespannen voor de
krachtexplosie die straks zal volgen als hij
de steen gaat slingeren die beslist raak
moet zijn, want anders loopt het fout met
hem af. Aan zijn hele lichaamshouding
zoals de stand van de benen en de draaiing
van zijn bovenlichaam kun je zien dat
David zoveel mogelijk kracht probeert te
We zullen nog enkele beelden bekijken
waaronder een werk van de beroemde
Italiaanse beeldhouwer: Antonio Canova.
Deze beeldhouwer heeft de zus van
Napoleon, Pauline Borghese, in marmer
vereeuwigd: Zij ligt grotendeels naakt als
een Venus op een sofa (achterzijde). Op de
vraag of zij het niet pijnlijk vond om zo
voor de beeldhouwer model te zitten
schijnt ze geantwoord te hebben dat dit
beslist niet het geval was. Het atelier was
immers goed verwarmd. Als je dit beeld
goed bekijkt, kun je zien dat niet alleen
Bernini in staat was tot technische
hoogstandjes met marmer.
Als we nog tijd over hebben, zullen we
enkele schilderijen bekijken met name van
Caravaggio. De schilder die vooral in
programma drie aan de orde komt.
Caravaggio heeft trouwens Bernini
diepgaand beïnvloed vooral door de wijze
waarop hij geschrokken, pratende of
lachende figuren met vaak tintelende ogen
schilderde
Caravaggio
In Zaal VIII hangen zes schilderijen van
Carvaggio:
Hiëronymus
Madonna dei Palafrenieri en David met
het hoofd van Goliath
Jongen met fruitmand, Johannes de Doper
…….. en ten slotte de zieke Bacchus.
’s Avonds wandelen we naar Trastevere
via
Tibereiland
Als een enorm schip ligt het Tibereiland
midden in de Tevere.
Het eiland wordt al sinds de oudheid in
verband gebracht met de geneeskunde.
Ook nu bevindt zich nog een ziekenhuis op
het eiland, het Fatebenefratelli (1584). In
de zeventiende eeuw werden pestleiders op
het eiland ondergebracht, zodat ze geen
besmettingsgevaar konden opleveren.
Het ziekenhuis werd en wordt nog steeds
gerund door de broeders van Sint-Jan. Er
zijn twee bruggen die het eiland met de
stad verbinden: de Ponte Fabricio (62
v.Chr.) en de Ponte Cestio (46 v. Chr.). De
brug die het eiland verbindt met Trastevere
werd in de negentiende eeuw volledig
herbouwd. Vanaf de brug hebben we een
goed zicht op een fragment van de oudste
Romeinse brug, de Pons Aemilius.
Santa Maria in Trastevere
Trastevere is het gebied ten westen van de
Tiber. Deze aparte wijk wordt van
oorsprong bewoond door mensen van
verschillende herkomst: slaven, zeelieden,
Syrische en joods immigranten. Deze
laatste groep verhuisde naar de overkant,
van de Tiber, naar het joodse getto, waar
de synagoge was.
In deze bijzondere wijk ligt een van de
oudste Maria-kerken van Rome, de Santa
Maria in Trastevere. Volgens de
Trasteverini was dit de eerste plek waar de
christenen in het geheim samenkwamen
om hun vieringen te houden.
San Francesco a Ripa
Op de plaats van de Naumachie van
Augustus, waar zeeslagen werden
nagespeeld, staat nu aan de Piazza di San
Francesco d’Assisi de San Francesco a
Ripa. Franciscus van Assisi is hier
tweemaal geweest in 1219. We gaan de
aan hem gewijde kapel bezoeken. In de
vierde kapel links vinden we de
zogenaamde Altieri-kapel. We herkennen
in ‘De extase van de Gelukzalige Ludovica
Albertoni’ , een werk van Bernini dat wel
heel veel weg heeft van ‘De Extase van de
Heilige Theresia’.
Het Colosseum
De begane grond telt tachtig
boogconstructies met Dorische halfzuilen,
op de volgende twee verdiepingen Ionische
en Korinthische.
Gladiatorengevechten zijn onlosmakelijk
verbonden met de Romeinse tijd. In de
eerste twee eeuwen van onze jaartelling
werden met regelmaat in grote en
middelgrote steden in het rijk
gladiatorenshows opgevoerd
Vanaf de middeleeuwen is dit gebouw
bekend geworden als het Colosseum, naar
het enorme bronzen beeld van Nero, de
Colossus Neronis, dat een plek had
gekregen in zijn monumentale paleis, de
domus aurea (het gouden huis). In de
tuinen die bij het voormalige paleis van
Nero hoorden, lag een vijver die door
Vespasianus gekozen was als locatie voor
het verrijzen van een nieuw amfitheater.
De bouwmeesters van Vespacianus
slaagden er in het meer droog te leggen.
Dertigduizend ton aarde moest daarvoor
worden afgevoerd. Tienduizend joodse
krijgsgevangenen zijn hierbij ingezet. De
bouw nam tien jaar in beslag. Het theater is
tachtig bij vierenvijftig meter en heeft een
oppervlakte van zesendertighonderd
vierkante meter. Een muur van bijna vier
meter hoog moest de toeschouwers op de
tribunes beschermen. Het ingewikkelde
gangenstelsel is van later datum. Dit is in
81 aangelegd door Domitianus, die zijn
broer was opgevolgd. De ruimte onder de
arena, het hypogeum, was in vier
compartimenten verdeeld. In de
buitenmuur waren de kooien waar de wilde
dieren werden ondergebracht in afwachting
van hun eenmalig optreden. Ze werden
middels een ingenieus liftstelsel de arena
in geleid. De buitengevel heeft een hoogte
van bijna tweeënvijftig meter en telt vier
verdiepingen.
De bovenste verdieping bestaat uit een
dichte muur die vensters bevat met
verzonken Korinthische zuilen. Grote
zonneschermen moesten het publiek
beschermen tegen de verzengende zon.
Voor de decoratie van de buitenmuren
werd gebruik gemaakt van marmeren
platen. De platen werden verbonden door
ijzeren krammen. De marmeren platen zijn
later hergebruikt op tal van plaatsen in
Rome, zoals bij de bekleding van de
Sant’Agostino. Ook de krammen zijn er
door de jaren heen uitgesloopt.
Op de zesenzeventig voor het publiek
bestemde entrees stond met een cijfer
aangegeven welke ingang het betrof. Ieder
plaatsbewijs gaf aan in welk vak, op welke
rij en op welke plaats iemand zat. Zo
konden de toeschouwers snel hun plaats
vinden.
Toeschouwers kregen een plek in het
amfitheater toegewezen waar zij op grond
van hun maatschappelijke status recht op
hadden. Op de onderste rij zaten de meest
aanzienlijke toeschouwers. De keizer had
recht op de meest voortreffelijke plaats. Hij
had een privé-toegang en zat in een soort
loge. Recht tegenover hem zaten in een
loge de keizerin, magistraten en de
Vestaalse maagden. De overige zetels in de
Colosseum en Forum Romanum
onderste rij werden bezet door senatoren.
Op de volgende rijen zaten de ridders en
bestuurders van steden in de provincie.
Hoe verder naar boven, hoe minder
maatschappelijk de positie van de
toeschouwers. Bovenin zaten dus de
armere burgers, de vrijgelatenen en de
vreemdelingen. In de nok zaten de
vrouwen van senatoren, ridders en
welgestelde burgers.
Het programma in het Colosseum kende
een vaste opbouw. ’s Morgens werden
dierengevechten opgevoerd, gevolgd door
de jacht op dieren door zogenaamde
venationes. De meest uiteenlopende
diersoorten werden hiervoor ingezet:
leeuwen, tijgers, beren wilde zwijnen,
olifanten, maar ook antilopen, buffels,
bizons, nijlpaarden en neushorens en zelfs
giraffen, krokodillen, elanden en
struisvogels.
Tijdens de middaguren waren er executies
van misdadigers en weggelopen slaven.
Romeinse burgers werden door het zwaard
gedood, anderen werden veroordeeld tot de
dood aan het kruis, door het vuur, of door
wilde dieren.
worden in het Romeinse Rijk, maar moest
daartoe afrekenen met zijn tegenstrever
Maxentius. Dat resulteerde in een
beslissende veldslag bij de Milvische Brug,
iets ten noorden van Rome (312).
Constantijn won dankzij hemels ingrijpen:
hij zou een visioen hebben gehad. Een
kruis zou aan hem zijn verschenen en God
zou hem gezegd hebben dat hij in dat teken
zou overwinnen. Een jaar later zou hij met
het Edict van Milaan het verbod op de
christelijke godsdienst opheffen.
De voorstellingen tonen het vertrek van
Constantijn uit Milaan (westkant), twee
krijgstonelen (zuidkant), namelijk het
beleg van Verona en de slag bij de
Milvische brug, Constantijns
triomfantelijke intocht in Rome na zijn
overwinning op Maxentius (oostkant) en
zijn toespraak op het Forum van Caesar
(noordkant).
Van het Colosseum lopen we naar het
Forum.
De ‘hoofdact’ bestond uit
gladiatorengevechten in de middaguren.
Na een plechtige optocht, werden de
deelnemers aan het publiek voorgesteld. In
schijngevechten met houten zwaarden
werden de spieren losgemaakt. Daarna
barstten de felle gevechten met echte
wapens los.
Boog van Constantijn
Over Constantijn heb je hier al vaak
kunnen lezen. Hij wilde alleenheerser
Het Forum, eens een moerasvlakte, later
het antieke stadshart van Rome waarin
godsdienst, handel, rechtspraak en de
politiek vertegenwoordigd waren in de
vorm van heiligdommen voor goden en
keizers, winkels en een beursgebouw,
rechtbanken, spreekpodia,
vergaderplaatsen en gedenktekens.
Wie vandaag de dag voor de eerste keer
geconfronteerd wordt met het Forum, zal
niet onmiddellijk geïmponeerd zijn door de
aanblik die de hoeveelheden ruïnes biedt.
plein gelegen, het Comitium, waar de
Volksvergadering bijeenkwam.
Volksvergadering en Senaat regeerden
gezamenlijk over het Romeinse Rijk. Op
deze plek zijn dan ook talloze beslissingen
genomen die gevolgen hebben gehad voor
de rest van de Antieke Wereld.
We beginnen onze verkenning bij de
ingang aan de Via dei Fori Imperiali. We
verdelen het bezoek aan het Forum in
etappes. De eerste etappe begint bij de
Basilica Aemilia, de tweede bij de
triomfboog van Septimius Severus, de
derde etappe toont de
bezienswaardigheden op en rond het plein,
te beginnen bij de Lacus Curtius en de
laatste etappe begint bij de tempel van
Antoninus Pius en zijn vrouw Faustina.
Etappe I: langs de Via Sacra naar het
Capitool
Basilica Aemilia – Curia – Comitium –
Lapis Niger – Rostra
Basilica Aemilia: Deze drieschepige
basiliek, gelegen aan de Via Sacra, de
Heilige Weg naar de Jupitertempel op het
Capitool, was in gebruik als beursgebouw.
De basiliek maakte het mogelijk om
handelsactiviteiten doorgang te laten
vinden, ook als de weersomstandigheden
dat in de open lucht onmogelijk maakten.
In 410 n.Chr. is het gebouw geplunderd
door de Goten onder aanvoering van
Alarik. Het gebouw is daarbij in vlammen
opgegaan. De bezoekers hebben de
basiliek in allerijl moeten verlaten getuige
de gesmolten munten, waarschijnlijk van
geldwisselaars, op de resten van de
marmeren vloer.
Curia: Naast de restanten van de Basilica
Aemilia staat de Curia, de vergaderzaal
van de Senaat. Voor de Curia was een
Op het Comitium werden de
Volksvergaderingen gehouden. Een trapje
in het Comitium leidt naar een
ondergrondse ruimte, afgedekt met een
Zwarte Steen, (in het Latijn Lapis Niger),
naar het vermeende graf van Romulus, die
wordt aangemerkt als de stichter van
Rome. Het graf is afgeschermd door witte
rechtopstaande marmeren platen. Dit
heiligdom is pas in 1899 ontdekt. Recent
onderzoek heeft uitgewezen dat het niet het
graf van Romulus, maar waarschijnlijk een
tempel voor de god Vulcanus betrof, de
Romeinse god van het vuur
Rostra: Dit sprekerspodium lag eerst
tegenover de oude Curia, zodat een
redenaar zich zowel kon richten tot het
Comitium, als tot het Forumplein. Het was
de plaats waar politici hun redevoeringen
afstaken. Dit podium werd ten tijde van de
werkzaamheden aan het Comitium
afgebroken en door Julius Caesar
vervangen door een nieuwe Rostra, nu
naast de triomfboog van Septimius
Severus.
De oude Rostra is het toneel geweest van
enkele gruwelijke taferelen. Zo zijn hoofd
en handen van Cicero, fameus redenaar,
daar na zijn gruwelijke dood
tentoongesteld. Hij had het bestaan Marcus
Antonius in veertien redevoeringen een
publieke vijand te noemen en moest dat
met zijn leven bekopen.
Etappe II: aan de voet van het Capitool
Triomfboog van Septimius Severus –
Tabularium – Tempel van Concordia –
Tempel van Vespasianus en Titus –
Umbiculus Urbis en Miliarum Aureum –
Tempel van Saturnus
Triomfboog van Septimius Severus:
Deze triomfboog is opgericht ter
gelegenheid van het tienjarig keizerschap
van Septimius Severus (203 n.Chr.),
waarmee tevens zijn overwinning op
Parthië (het huidige Irak), de Arabieren en
de volkeren van Mesopotamië herdacht
werd. Als een veldheer een belangrijke
overwinning had behaald mocht hij van de
Senaat een triomftocht houden: de
overwinnaar voerde daarin de
overwonnenen en de buit aan van het
Marsveld, over de Via Sacra naar de
tempel van Jupiter op het Capitool.
De inscriptie boven aan de Capitoolzijde
maakt duidelijk waarom de boog is
geplaatst. Lucius (voornaam) Septimius
(de familienaam) Severus (zijn bijnaam) en
Marcus Aurelius (Caracalla) en Publius
Septimius (Geta) hebben de orde in het rijk
hersteld (193) en het uitgebreid tot
ongekende omvang door hun overwinning
op de Parthen (199) en daarom wordt hun
deze triomfboog geschonken door de
Senaat en het volk van Rome (SPQR).
Tabularium: Het Tabularium is tegen de
helling van de Capitolijnse heuvel
gebouwd en fungeerde als archiefruimte
waar documenten en bronzen tabletten
bewaard werden. De arcaden zijn in de
middeleeuwen grotendeels dichtgemetseld.
De bovenste arcade heeft in de zestiende
eeuw plaats moeten maken voor de
achtergevel van het huidige Palazzo
Senatorio, zodat de onderste arcade
daarvan het fundament vormt.
Tempel van de Eendracht (Concordia):
Alleen een betonnen podium getuigt nog
van het bestaan van de Tempel van de
Eendracht.
Dit heiligdom was in de jaren zestig van de
vierde eeuw v. Chr. gebouwd om
uitdrukking te geven aan de opluchting als
gevolg van het einde van een slepend
conflict tussen patriciërs en plebejers.
Patriciërs, Romeinse aristocraten, hadden
het alleenrecht op consulaat en Senaat. Uit
de groep senatoren werden jaarlijks twee
consuls gekozen, één die het land
bestuurde en één die het leger aanvoerde.
De rest van de bevolking (het plebs)
bestond niet alleen uit armen, maar ook uit
ambitieuze welvarende burgers, die wel
belasting moesten betalen, maar geen
inspraak hadden in de besteding van die
gelden. Het volk werd in de Senaat
vertegenwoordigd door volkstribunen. De
volkstribunen wilden meer zeggenschap,
waaronder de mogelijkheid consul te
worden. In 367 v. Chr. kregen zij hun zin:
één van de consuls zou van plebejische
afkomst zijn. Hiermee was het conflict
tussen patriciërs en plebejers opgelost. Ter
herinnering aan de goede afloop is de
tempel van Eendracht opgericht.
Tempel van Vespasianus en Titus: De
drie Korinthische zuilen die een kleine
hoek vormen links van de resten van de
tempel van de Eenheid behoren tot de
tempel van Vespasianus en Titus. Keizer
Vespasianus, bouwer van het Colosseum,
stierf in 79 n.Chr. De Korinthische zuilen
dragen een prachtig entablement, waarvan
met name het fries opvalt. Het is prachtig
gedecoreerd met ossenkoppen,
afweermiddel tegen het kwaad, en
offervoorwerpen als een helm, bijl, vaas,
schaal en mes.
Umbiculus Urbis: Twee ‘middelpunten’
zijn vlakbij elkaar gesitueerd. Tegenover
de Tempel van de Eendracht bevindt zich
de Umbilicus Urbis, de navel van de stad.
het is gebouwd in de zelfde tijd als de boog
van Septimius Severus.
Het bestaat uit een bakstenen cilinder.
Daarop stond ooit een steen in de vorm van
een bijenkorf. Volgens de mythologische
geschiedenis is een dergelijke steen ook te
zien geweest in het Griekse Delfi. Het
verhaal gaat dat ooit twee vogels
losgelaten waren aan de randen van de
aarde, en elkaar ontmoet hadden boven het
Griekse heiligdom. Dus moest dat wel het
middelpunt van de aarde zijn, de navel van
de wereld. Dat de Romeinen 200 jaar
n.Chr. ook een dergelijk monument
bouwden, kan alleen maar uitgelegd
worden als een hatelijkheid in de richting
van de Grieken. Rome is het (symbolische)
centrum van de wereld.
Milliarium Aureum: Een milliarium is
een mijlpaal. De Romeinse wegenbouwers
markeerden de aangelegde routes met
palen die duizend passen (mille passuum)
van elkaar lagen. Een inscriptie gaf
informatie over de afstand tot een plaats.
De bekendste mijlpaal stond in Rome. De
Milliarium Aureum was een met goud
beklede zuil die door Augustus was
opgericht en die het knooppunt markeerde
van alle wegen die het Romeinse Rijk
ingingen. Alle afstanden binnen het rijk
waren gerelateerd aan dat punt. De zuil
vermeldde belangrijke plaatsen binnen het
rijk en de afstand daar naartoe. Alleen de
sokkel is nog op het Forum te vinden
tegenover de Tempel van Saturnus.
Tempel van Saturnus: Dit heiligdom is
gewijd aan Saturnus, de god van de
landbouw, die traditioneel met een sikkel
wordt afgebeeld.
In de voorhal van de tempel werd het goud
en zilver van het rijk bewaard in het
zogenaamde Aerarium.
Etappe III:
Lacus Curtius – Zuil van Phocas – Tempel
van Castor en Pollux – Tempel van Julius
Caesar - Regia – Tempel van Vesta
Lacus Curtius: Het Forum Romanum is
ook rijk aan enkele vreemdsoortige
monumenten. Het Curtische meer, Lacus
Curtius, behoort zonder twijfel tot deze
categorie. Er zijn verschillende verhalen
met verschillende verklaringen voor de
herkomst van de naam. Een bekend verhaal
vertelt dat een deel van het Forum op een
dag verzakte en een peilloos gat liet zien.
Hoeveel aarde de bevolking ook aandroeg,
het gat was niet te dichten. Een orakel
antwoordde dat als men wilde dat het
Romeinse Rijk eeuwig zou blijven
voortbestaan, men de kloof moest dichten
met het meest kostbare dat Rome bezat.
Wat men ook aan kostbaarheden in het gat
wierp, niets had effect. Een Romeins
ridder, Marcus Curtius, meende te weten
wat het orakel bedoelde. Volgens hem
doelde het orakel op wapens en
soldatenmoed en volledig gewapend wierp
hij zich te paard in de spleet, die zich
daarna dichtte.
De plek waar Marcus Curtius zich in de
kloof stortte is te herkennen aan het basreliëf waarop de sprong is afgebeeld. Het
betreft hier een kopie. Het oorspronkelijke
werk staat in het Capitolijns museum.
Zuil van Phocas:
De belangrijkste toegangsweg tot het
Forum was het Argiletum.
Toen in de vierde eeuw een erezuil werd
opgericht, werd deze zo geplaatst dat die
goed zichtbaar was vanaf het Argiletum. In
608 werd op die zuil een gouden
standbeeld geplaatst van Phocas, die een
aantal jaren keizer van het Oost-Romeinse
Rijk is geweest.
Over zijn persoon heeft de geschiedenis
niet altijd positief geoordeeld. Zijn beeld is
dan ook verdwenen. Waarschijnlijk heeft
zijn opvolger Heraclius het laten
verwijderen.
Tempel van Julius Caesar:
Toen er twee jaar later lijkspelen ter ere
van Caesar werden gehouden, verscheen er
een komeet aan de hemel die zeven dagen
zichtbaar bleef. Men zag daarin de
verschijning van de vergoddelijkte Caesar.
Op de plaats waar zijn lijk gecremeerd
was, richtte men een altaar op.
Daartegenaan liet men een tempel
verrijzen. Vanaf het podium werden voor
leden van de keizerlijke families grafredes
gehouden. In het midden van het
sprekerspodium is onder een afdakje een
cilinder te zien die waarschijnlijk de plaats
markeert waar het lijk van Caesar
opgebaard lag.
Tempel van Vesta: Ten zuiden van de
Regia stond de tempel van Vesta. Vesta
was de godin van het haardvuur. Vestaalse
Maagden onderhielden in haar heiligdom
een brandend vuur, een eeuwenoud
gebruik, waarschijnlijk ouder dan de stad
Rome zelf. De Vestaalse Maagden
woonden naast de tempel. Zij werden op
jonge leeftijd gerekruteerd uit adellijke
families. Zij waren absolute
gehoorzaamheid schuldig aan de
opperpriester. Als het vuur doofde, werd
de daarvoor verantwoordelijke priesteres
door de opperpriester afgeranseld. Als ze
hun maagdelijkheid verloren werden ze
levend begraven. Ze werden aangesteld
voor een periode van dertig jaar. Daarna
mochten ze alsnog trouwen. In ruil voor
hun toewijding leidden ze een uiterst
comfortabel leven.
Het ronde heiligdom had een gat in het
kegelvormige dak, waardoor de rook kon
ontsnappen. Het heiligdom is talloze malen
door brand verwoest.
Etappe IV: de oostelijke Via Sacra naar
de Velia
Tempel van Antoninus en Faustina Tempel van Romulus – Basilica Nova –
Santa Francesca Romana – Tempel van
Venus en Roma – Triomfboog van Titus
Tempel van Antoninus en Faustina:
Deze tempel (141) is een van de best
bewaarde tempels op het Forum. Die
kwaliteit is het gevolg van het feit dat al
voor het jaar duizend in de tempel een kerk
is ingebouwd, de San Lorenzo in Miranda.
De tempel heeft zijn bestaan te danken aan
een besluit van de Senaat om voor de
overleden vrouw van keizer Antoninus een
tempel te bouwen, opdat zij als de
goddelijke Faustina vereerd zou kunnen
worden. Hiervan getuigt het opschrift
Divae Faustinae ex S(enatus) C(onsulto)
Toen haar echtgenoot in 161 overleed werd
een regel aan het bestaande opschrift
toegevoegd:
Divo Antonino et
De barokke gevel achter de zuilen dateert
van de vroege zeventiende eeuw.
Dat de entree inmiddels veel te hoog ligt is
het gevolg van de afgravingen uit de
negentiende eeuw.
Tempel van Romulus: Het ronde
bouwwerkje naast de tempel wordt ten
onrechte aangeduid als de tempel van
Romulus. Dit is niet de Romulus die de
stad gesticht zou hebben, maar de zoon van
keizer Maxentius. Het kind is op jonge
leeftijd gestorven en onmiddellijk
vergoddelijkt. De bronzen deuren zijn
ouder dan het gebouw. Zelfs de sloten
schijnen nog te werken.
Basilica Nova:
We gaan links langs de gevel van de
barokke kerk de basilica in. Het gebouw
doet met z’n tongewelven denken aan een
enorme zaal. Deze gewelfbouw was
mogelijk door de ontwikkeling van de
bouwkunst, met name dankzij de
vergevorderde betontechniek. De ingang
lag oorspronkelijk aan de kant van het
Colosseum
Santa Francesca Romana en Tempel van
Venus en Roma:
De kerk Francesca Romana staat op een
stuk van een podium van wat eens de
grootste tempel van Rome was, namelijk
de Venus- en Romatempel. Deze kerk
dateert van de negende eeuw en is in de
dertiende eeuw herbouwd. De huidige kerk
dateert van de vroege zeventiende eeuw.
Oorspronkelijk heette de kerk Santa Maria
Nova.
Triomfboog van Titus:
Titus, zoon en opvolger van keizer
Vespasianus onderdrukte in 70 n.Chr.
hardhandig de Joodse opstand in Judea,
waarbij de stad Jeruzalem volledig werd
verwoest. De buit uit de tempel werd naar
Rome verscheept. Een belangrijk deel van
de buit stak Vespasianus in de bouw van
het Colosseum. In het daaropvolgende jaar
hielden Vespasianus en Titus een
triomftocht. De Colosseumzijde is nog het
meest intact. Boven de doorgang beelden
kleine reliëfs delen van de triomftocht uit.
De doorgang zelf bevat hiervan grote
reliëfs. Deze reliëfs tonen eveneens
afbeeldingen van de buit die uit de tempel
in Jeruzalem geroofd werd.
Let hier vooral op de menora, de
zevenarmige kandelaar, die zo typisch is
voor het Joodse volk.
We vervolgen onze weg naar het een
bijzondere kerk, San Clemente.
San Clemente
De hoofdingang ligt aan de Piazza San
Clemente. Deze kerk maakt duidelijk dat
vele vroegchristelijke kerken gebouwd zijn
op restanten van oudere bouwwerken.
Deze kerk is bijzonder, omdat hij een
doorsnede geeft van de
ontwikkelingsgeschiedenis van het
Christendom. De kerk stelt ons in staat drie
tijdvakken in drie niveaus te bezoeken: de
huidige twaalfde-eeuwse kerk, de resten
van een vijfde-eeuwse basiliek en een
Mithrasheiligdom uit de eerste eeuw.
Het mozaïek van de apsis dateert van de
twaalfde eeuw.
Op de apsiswand treffen we van links naar
rechts aan een leeuw, een engel/mens, een
adelaar en een rund, die staan, zoals we
weten, voor de vier evangelisten,
respectievelijk Marcus, Mattheus,
Johannes en Lucas.
Daaronder zien we links Laurentius,
verbrand op een rooster, en Paulus, die
bijna altijd links van Christus is afgebeeld.
Rechts zien we de blonde Petrus, vaak
rechts van Christus. Naast hem zit Clemens
met als attribuut een anker. Hij verdronk in
zee, wat zijn attribuut, een anker, verklaart.
De basis bevat tweemaal zes lammeren, die
staan voor de twaalf apostelen. In het
midden vinden we natuurlijk het Lam
Gods. Zij komen links uit Bethlehem
(=OT) en rechts uit Jeruzalem (=NT).
Twaalf witte duiven symboliseren
wederom de twaalf apostelen.
Centraal boven de boog zien we Christus
weergegeven als leraar. Daaronder zien we
het zogenaamde Chiro-teken.
De naam Chiro komt van de Griekse letters
chi (χ) en rho (ρ), wat verwijst naar
Christus Rex (Christus Koning).
Daaronder, direct boven het kruis komt de
hand van God uit de hemel, met de
overwinningskroon.
Via de sacristie in de rechterzijbeuk dalen
we af in de benedenkerk, de oude basiliek.
Ook deze is vernoemd naar de Heilige
Clemens. Clemens was een van de eerste
pausen.
We dalen vervolgens af in de onderste
laag. Onderaan de trap bevinden we ons op
veertien meter diepte onder de grond. We
betreden een met een tongewelf overdekte
kamer, die diende als cultusplaats voor een
oosterse godheid Mithras met een aan deze
godheid gewijd altaar. Een reliëf toont
Mithras die de oerstier slacht, uit wiens
bloed het aardse leven ontstaat.
Tot het einde van de vierde eeuw was deze
Mithrascultus de grootste concurrent van
het christendom.
Scala Santa
De treden van deze Heilige trap zouden
afkomstig zijn uit het paleis van Pontius
Pilatus, die keizerlijk stadhouder was in
Jeruzalem. Jezus zou ze daar beklommen
hebben. Pontius Pilatus, die Jezus eigenlijk
niet wilde veroordelen, werd daartoe door
het volk gedwongen. Hij veroordeeld Jezus
tot de kruisdood, maar nam daar afstand
van door zijn handen in onschuld te
wassen. Volgens de overlevering heeft
Helena, Constantijns moeder, ze naar
Rome gehaald. Het betreft 28 marmeren
treden die later met hout zijn bekleed. Hier
en daar zijn onder glazen plaatjes
bloedsporen te zien van het bloed van
Christus toen hij op de vrijdag voor zijn
dood, nu Goede Vrijdag, de trap beklom.
Tegenwoordig zijn de treden afgedekt en
worden ze door pelgrims op de knieën
beklommen, zoals dat door miljoenen
mensen, waaronder pausen en heiligen,
voor hen gedaan is.
Deze godsdienst was door Romeinse
soldaten vanuit Perzië meegenomen naar
Rome, waar het geloof door de Romeinse
soldatenkeizers begunstigd werd en zelfs
enige tijd staatsgodsdienst is geweest.
San Giovanni in Laterano
Tegen alle verwachtingen in is niet de Sint
Pieter, maar de Sint Jan van Lateranen de
kathedraal van de stad. Deze bisschopskerk
van de paus is de moeder aller kerken.
De enorme bronzen deuren van de
kathedraal sierden ooit de entree van de
Curia op het Forum Romanum. De meest
rechtse deur is de Porta Sancta. Niet ver
van de hoofdingang bevindt zich de Scala
Santa.
Bovenaan de trappen is door tralies het
Sancta Sanctorum, het Heilige der
Heiligen, te zien. Het Heiligdom bevat
enkele bijzondere relikwieën: stukken van
het kruis, een beetje moedermelk van
Maria, een doorn van de doornenkroon,
enkele etensresten van het Laatste
Avondmaal, visgraten van de bijzondere
vermenigvuldiging van de vissen.
Circus Maximus
In een vallei tussen de Palatijn en de
Aventijn liet Julius Caesar het Circus
Maximus aanleggen. Meer dan 200.000
mensen konden in het stadion met een
oppervlakte van 600m. bij 180m. genieten
van paardenrennen, gladiatorengevechten
en zelfs complete veldslagen.
In het midden liep de ruggengraat, de
spina, een muur versierd met beelden
(344m lang). Twee obelisken tooiden ooit
deze spina. Ze staan nu op het Piazza del
Populo en op het plein voor de Sint-Jan
van Lateranen.
Forum Boarium
Als we beland zijn op de Via del Teatro
Marcello, worden we geconfronteerd met
de twee tempels van het Forum Boarium,
een rechthoekig Ionische en een ronde
Korinthische De rechthoekige is
waarschijnlijk aan Portunus gewijd. De
tweede tempel is een halve eeuw jonger.
Het pannendak rust direct op de zuilen, wat
heel onlogisch is. Waarschijnlijk is de
architraaf verdwenen.
Santa Maria in Aracoeli
Het Capitool bestond ooit uit twee toppen,
die ieder een tempel bevatte, de tempel van
Jupiter en die van Juno. Op deze laatste
plaats verrees in de dertiende-eeuw een
basiliek. In de veertiende-eeuw werden de
antieke traptreden hier heen verplaatst. De
vreemde naam van de kerk heeft te maken
met een legende over keizer Augustus, die
in een visioen Maria had gezien, die hem
haar kind Jezus toonde. Het gevolg was dat
Augustus een ‘ara coeli’, een ‘altaar van de
hemel’ oprichtte.
Monument van Victor Emanuel
Deelnemers moesten zeven keer de spina
ronden, waarbij alles was toegestaan. We
moeten ons wel realiseren, dat het huidige
terrein 9m boven het Romeinse
grondniveau ligt.
Santa Maria in Cosmedin
De meeste toeristen hebben niet zozeer oog
voor de kerk, als wel voor de Bocca della
veritá, ‘de Mond van de Waarheid’. Deze
antieke marmeren fonteinkop of putdeksel
zou de hand van iedere leugenaar afbijten.
Was het Eerste Rome de stad van de
keizers, het Tweede van de pausen, het
Derde Rome was dat van de koning van
een verenigd Italië, Victor Emanuele II,
voorheen koning van Sardinië. Dit
monument staat symbool voor dat Derde
Rome en is bedoeld als verheerlijking van
het Risorgimento, de hereniging van Italië.
Capitolijnse musea
We bereiken het Capitool, één van de
zeven heuvels van Rome, via de
monumentale trap, de Cordonata. We
worden begroet door de tweelingbroers
Castor (links) en Pollux (rechts), zonen van
Leda en Zeus. De oppergod begeerde
Leda, een Spartaanse koningin, en
benaderde haar in de gedaante van een
zwaan. Uit hun samenzijn werden de
zogenaamde Dioscuren (zonen van god)
geboren. De wonderbaarlijke hoofddeksels
die zij dragen, zijn halve schalen van de
zwaneneieren waaruit zij geboren zijn.
We betreden het plein, het Piazza del
Campigdolio, dat evenals de trap gemaakt
is naar een ontwerp van Michelangelo. Dit
trapeziumvormige plein bevat een prachtig
stervormig motief.
Midden op het plein staat het
ruiterstandbeeld. Het huidige beeld is een
kopie.
Als we naar het Senatorenpaleis lopen,
zien we tegen de dubbele trap twee antieke
beelden van riviergoden. Beide riviergoden
houden een hoorn des overvloeds vast, wat
wijst op de rijke watervoorziening van de
betreffende rivieren.
De twee oudste gebouwen vervulden sinds
de vijftiende-eeuw de functie van stadhuis.
Sint Pieter
De Sint Pieter is gebouwd op de plaats
waar volgens de overlevering de apostel
Petrus begraven is.
Petrus was een belangrijke volgeling van
Jezus. Hij wordt beschouwd als eerste paus
en dus als vertegenwoordiger van Christus
op aarde, wat blijkt uit Mattheüs 16:18,19,
waarin Christus tot Petrus zegt: “Ik zeg
jou: jij bent Petrus; op die steenrots zal ik
mijn kerk bouwen….Ik zal je de sleutels
geven van het koninkrijk der hemelen”. In
de beeldende kunst wordt Petrus dan ook
vaak afgebeeld als een oudere man met
sleutels. Volgens de overlevering kwam hij
naar Rome, waar hij uiteindelijk de
marteldood stierf.
We beginnen ons bezoek op het Sint
Pietersplein, op zon- en feestdagen de
verzamelplaats voor pelgrims om de
pauselijke zegen in ontvangst te kunnen
nemen.
De gevel
Over de breedte van de gevel staat in twee
meterhoge letters te lezen: ‘In Honorem
Principis Apost. – Paulus V Burghesius
Romanus Pont. Max. Anno MDCXII –
Pont. VII’. Dit betekent: Ter ere van de
prins der apostelen – Paulus V Borghese
paus van Rome 1612 – het zevende jaar
van zijn pontificaat.
Bovenop de gevel staan dertien beelden
van leerlingen van Bernini.
Met Kerstmis en Pasen geeft de paus zijn
zegen vanuit een raam in het midden van
de gevel. Vaak zegent de paus de menigte
ook vanuit zijn vertrek in het paleis. Het
betreft het bovenste raam op de hoek van
het gebouw rechts.
Het interieur van de basiliek
Als we de kerk binnengaan worden we
overweldigd door de enorme afmetingen
We wenden ons eerst naar de eerste kapel
rechts, waar de Pietà van Michelangelo
zich in haar overweldigende schoonheid
aan ons opdringt. Michelangelo heeft
Maria gebeeldhouwd in marmer, terwijl zij
haar zoon na de kruisafname op haar
schoot beweent.
de stier, Mattheüs aan de engel en
Johannes aan de adelaar. De tekst betekent:
“U bent Petrus en op deze steenrots zal ik
mijn kerk bouwen en aan u zal ik de
sleutels van het hemelrijk geven”. De
letters zijn 1.29m hoog.
We vertrekken weer richting centrum. In
de buurt van ons hotel bevindt zich een
prachtige kerk.
We keren terug naar het middenschip en
lopen in de richting van het baldakijn.
Rechts tegen de enorme pijler die de
koepel ondersteunt, staat een bronzen
beeld . We zien een bebaarde man, klassiek
gekleed, zwarte mantel en in Romeinse
sandalen. Aan de sleutels in de linkerhand
herkennen we Petrus.
De koepelpijlers
De koepelpijlers zijn met een omtrek van
eenenzeventig meter zo enorm, dat de Dom
van Utrecht, of de toren van Pisa, er
makkelijk in zou passen. De pijlers zijn
genoemd naar de heiligen van wie vijf
meter hoge beelden in de nissen zijn
opgenomen. De pijler rechts vooraan bevat
een beeld van Longinus, de Romeinse
soldaat die de gekruisigde Christus met een
speer in de zij stak.
De pijler links van het altaar bevat een
beeld van Sint-Andreus . In deze SintAndreaspijler werd het hoofd van de
heilige bewaard
Als we met de klok mee naar de volgende
pijler lopen, vinden we daarin het beeld
van de Heilige Veronica , bekend van de
zweetdoek van Veronica, die en afdruk van
het gelaat van Christus bevat. De laatste
pijler bevat een beeld van Sint-Helena , de
moeder van keizer Constantijn. Zij zou
stukken van het kruis van Christus
meegenomen hebben uit Jeruzalem, die in
de pijler bewaard worden.
De koepel
De koepel begint op een hoogte van
zesenveertig meter. In de medaillons, die
een doorsnede hebben van acht meter,
staan de vier evangelisten afgebeeld. We
herkennen Marcus aan de leeuw, Lucas aan
Santa Maria Maggiore
Wie op vijf augustus de Santa Maria
Maggiore binnenloopt, is getuige van een
wonderbaarlijke gebeurtenis. Om half elf
’s morgens dwarrelen witte bloemblaadjes
op de gelovigen neer. Hiermee herdenken
de Romeinen een miraculeuze gebeurtenis
die volgens de overlevering op 5 augustus
352 had plaatsgevonden op de Esquilijnse
heuvel: er was verse sneeuw gevallen,
ondanks de zeer zomerse temperaturen. In
de nacht daaraan voorafgaand was Maria
aan de patriciër Julianus en aan paus
Liberius verschenen in een droom.
Zij gebood hun een aan haar gewijde
basiliek te bouwen op de plaats waar de
volgende dag sneeuw zou liggen. Ter
herinnering aan dit meteorologische
wonder verrees een nieuwe kerk. Een
prachtig verhaal.
Het houten cassetteplafond van de basiliek
zou versierd zijn met het eerste goud dat
Columbus uit Amerika had meegebracht.
Erg aannemelijk is dit niet. De vloer
bestaat uit geometrische patronen van
kleurige stukjes natuursteen.
Fontanone dell'Acqua Felice
Van de Santa Maria Maggiore wandelen
we naar de Piazza San Bernardo. Op dit
plein treffen we de eerste grote fontein van
Rome, de Fontana dell’Acqua
Felice(1588), die gebouwd is als een soort
vitrine.
De mozaïeken:
Wat deze kerk vooral beroemd maakt, zijn
de prachtige mozaïeken.
De triomfboog:
In een blauwe cirkel staat een lege troon
afgebeeld, symbool voor de verwachte
wederkomst van Christus, geflankeerd
door de apostelen Paulus en Petrus, de
pijlers van de kerk. Vier dieren worden ten
tonele gevoerd die van oudsher symbolisch
zijn voor de vier evangelieschrijvers. Eén
dier leek op een leeuw, een ander op een
stier, een derde had het gezicht als van een
mens en de laatste leek op een adelaar. In
de leeuw herkennen we Marcus, in de stier
Lucas, Mattheüs in de mens en Johannes in
de adelaar. Verder toont de boog episodes
uit het leven van Christus
De apsis en het gewelf:
De huidige apsis dateert van de dertiende
eeuw en is het resultaat van een
verbouwing. Het gewelf beeldt Maria en
Christus samen af gezeten op een
rijkversierde troon. Onder hun voeten
herkennen we een zon en een maan.
In de volksmond staat de fontein bekend
als Fontana del Mosè (Mozesfontein). De
fontein is namelijk het decor van een
enorme Mozesfiguur. Dit beeld wordt
algemeen als mislukt beschouwd. Men
spreekt zelfs van “Il Mosè ridicolo” (de
belachelijke Mozes).
Santa Maria della Vittoria
Schuin tegenover de fontein staat de Santa
Maria della Vittoria. Bij de kerk hoorde
vroeger een klooster. Theresia van Avila is
voor de ontwikkeling van dit klooster
belangrijk geweest. In de bekendste kapel
(de vierde links), de Cornarokapel, is zij
vereeuwigd door Bernini. Aan het tafereel
zit een geschiedenis vast.
Fontana delle Api (Bijenfontein)
Vanaf het plein lopen we de Via Vittorio
Veneto in, waar we op de hoek van de Via
di San Basilio de Fontana delle Api (1644),
de Bijenfontein van Bernini aantreffen.
Ook deze kleine fontein is direct in
verband te brengen met het geslacht van de
Barberini’s: de opdrachtgever was een
paus die tot het geslacht van de Barberini’s
behoorde.
In haar autobiografie beschrijft Theresia,
dat in een visioen een engel aan haar
verscheen. De engel heeft een gouden lans
in de hand met een punt die van vuur lijkt.
Deze wordt verschillende malen in haar
hart gestoten. De intense pijn veroorzaakte
een extatisch gevoel van innige
verbondenheid met God. Hoewel het
lichaam er deel aan heeft, betreft het eerder
een geestelijke pijn, dan een lichamelijke.
Het beeld van Bernini, de extase van de
Heilige Theresia, toont die glimlachende
engel gehuld in een mantel die uit
vlammen lijkt te bestaan en die op het punt
staat het hart van Theresia te doorboren
met zijn pijl.
Fontana del Tritone
We lopen vervolgens naar de Piazza
Barberini, waar we genieten van de aanblik
die Bernini’s Tritonfontein ons biedt. Deze
Fontana del Tritone (1640) toont ons een
triton die gezeten op een schelp, water uit
een schelpenhoorn blaast. Triton is een
zoon van Poseidon, de god van de zee. De
staarten van vier dolfijnen dragen de
schelp.
De fontein toont drinkende bijen en een
bijenkoningin die weg wil vliegen.
Santa Maria della Concezione dei
Cappuccini
We vervolgen onze weg en zien rechts
vooraan in de straat de Santa Maria della
Concezione dei Cappuccini.
Deze kerk is gebouwd in opdracht van de
broer van paus Urbanus VIII, Antonio
Barberini, een kapucijner kardinaal. De
Kapucijnermonniken ontlenen hun
Italiaanse naam aan de lange puntige kap,
of cappuccino die deel uit maakt van de
traditionele kledij van deze orde.
In het Italiaans ging cappuccino een andere
betekenis ontwikkelen, "espressokoffie die
met gestoomde melk of room, wordt
gemengd of wordt bedekt" Dit omdat de
kleur van de koffie op de kleur van de
habijt van Kapucijnermonniken leek.
De kardinaal wilde eenvoudig begraven
worden en koos een vloergraf voor de
trappen van het hoofdaltaar. Zijn naam
blijft onvermeld. Wel staat te lezen: ”Hic
iacet pulvis, cinis et nihil”, “Hier ligt stof
en as en niets anders”. Dit grafschrift
vormt een bizarre opmaat naar een
macaber hoogtepunt waaraan deze kerk
zijn bekendheid ontleent: een ondergronds
kerkhof, bestaande uit een vijftal crypten,
versierd met skeletten en skeletonderdelen
van meer dan 4000 gestorven
kloosterlingen. In een dergelijke omgeving
is het opschrift van het graf van de
kardinaal zeer invoelbaar: ‘Wat jij bent,
waren wij. Wat wij zijn, zul jij zijn.’
Sant’Agnese fuori le Mura
De kerk die vandaag op het programma
staat is de Sant’Agnese fuori le Mura
(Heilige Agnes buiten de muren) (di-za
9.00-12.00 en 16.00-18.00). Deze kerk is
volgens een legende gesticht door de
dochter van Constantijn de Grote, nadat zij
van lepra was genezen na een nacht naast
de tombe van Agnes doorgebracht te
hebben. In de zevende eeuw heeft
Honorius I hier een nieuwe kerk gebouwd
boven de catacomben. Hiervoor moest een
deel van de grond afgegraven worden. De
galerij lag oorspronkelijk op straatniveau
De kerk ontleent haar naam aan Agnes, die
in 304 op jeugdige leeftijd is onthoofd op
de plaats waar een andere kerk staat die
naar haar genoemd is, de Sant’Agnese in
Agone , die we later zullen bezoeken. Zij
verzette zich tegen een gedwongen
huwelijk en werd als straf in een bordeel
geplaatst, waar zij naakt tentoongesteld
zou worden, een lot dat hoeren in bordelen
moesten ondergaan. Zij wilde haar
kuisheid en maagdelijkheid echter niet
verliezen en werd veroordeeld tot de
brandstapel en naakt aan het publiek
getoond. Haar haren begonnen echter
razendsnel te groeien en bedekten zo haar
naaktheid. Toen de man met wie zij moest
trouwen haar benaderde, werd hij door de
bliksem getroffen. Men stak het vuur van
de brandstapel aan, maar de vlammen
doofden, waarna men haar doodde met een
zwaardsteek in de hals. Haar ouders
baarden haar lijk op in hun woning aan de
Via Nomentana, op de plek waar zich nu
deze kerk bevindt
Op het plein voor de kerk vinden we een
replica van de grot van Lourdes. In
Lourdes is Maria achttien keer verschenen
aan een eenvoudig, ongeletterd meisje van
veertien, Bernadette Soubirous. Die plek
werd een bedevaartsoord. De Sant’Agnese
heeft een eigen Lourdes-grot, waar kaarsen
gebrand worden voor het Mariabeeld in
een nis.
Op het terrein van de Sant’Agnese staat
ook een kleine ronde kerk. Ook deze kerk
vereren we met een bezoek. We gaan
onder de toren door die deel uitmaakt van
het klooster en volgen de rechte
kiezelstraat. Bij een oranje gebouw gaat
het pad naar rechts en we volgen de weg,
totdat we na ongeveer een kilometer
aankomen bij het doel van deze wandeling,
de Santa Constanza.
Santa Constanza
Het verhaal gaat, dat prinses Constantia,
dochter van de Romeinse keizer
Constantijn de Grote op voorspraak van
Agnes genezen zou zijn van scrofulose: ze
kreeg zweren over haar hele lichaam.
Hoewel een heiden, smeekte ze de hulp
van de heilige Agnes af. Nadat zij een
nacht had doorgebracht op het graf van de
Heilige Agnes, waren haar zweren
verdwenen. Zij liet zich daarop tot christen
dopen en vroeg haar vader een basiliek te
bouwen die aan Agnes gewijd zou moeten
worden. Ook eiste ze een mausoleum voor
zichzelf naast die basiliek. Een mausoleum
is een gebouw om het lichaam van een
overledene in te bewaren.
Het grafmonument is cirkelrond, met een
lage, gewelfde ring rond de omtrek. Twaalf
paar zuilen staan in een kring rond een
hoge cilindervormige ruimte, die wordt
afgesloten door een halfrond koepeldak.
De omgang is overdekt met prachtige
mozaïeken.
In het midden, recht tegenover de deur,
staat in een nis een rode sarcofaag, de
sarcofaag van Constantia. Dit is echter een
gipsen kopie, want het origineel staat in de
Vaticaanse Musea.
In de zeventiende-eeuw woonde en werkte
een groep Nederlandse schilders in Rome,
schilders die elkaars gezelschap zochten en
zich lieten inspireren door de pracht en
praal van Rome. In 1623 richtten zij een
genootschap op en noemden zich de
‘Bentveughels’ (bentvogels) noemde. Een
‘bent’ (bende) is een club van schilders. Zij
konden zich overgeven aan enorme
drinkgelagen, bacchanalen. Voor
aankomende leden golden
inwijdingsrituelen. Zo werd een aspirant
lid ingehuldigd door een hele nacht te
drinken, waarna de ‘dopeling’ natuurlijk
het gelag mocht betalen. In de vroege
ochtend sloop men dan de Santa Constanza
binnen om eer te brengen aan Bacchus, de
god van de wijn. Dergelijke braspartijen
waren zo berucht, dat Clemens XI het
genootschap in 1720 verbood. Hun namen
zijn nog te zien, gekrast in het pleisterwerk
van de nis, wellicht als een laatste
handeling van het inwijdingsritueel.
Zuil van Trajanus
Aan de overkant van de Via dei Fori
Imperiali verheft zich één der
hoogtepunten van de Oud-Romeinse kunst:
de Zuil van Trajanus. De zuil is versierd
met een doorlopend om de schacht
gewonden fries, dat de geschiedenis van
Trajanus’ veldtocht tegen de Daciërs laat
zien. Op de fries staan ongeveer 2.500
figuren afgebeeld.
Catacomben van San Callisto
De Via Appia Antica was een belangrijke
doorgangsroute in het Romeinse Rijk. De
weg werd al aangelegd in 312 v. Chr. en
was zo belangrijk dat ze de Koningin der
Wegen werd genoemd. Het was de weg
van de begrafenisstoeten en van de
triomftochten. Veel Romeinen lieten hun
graftomben bouwen langs deze weg. Toen
de eerste christenen in de eerste eeuw hun
doden wilden begraven, mocht dit niet
binnen de stadsmuren. Daarom werden er
langs de Via Appia catacomben uitgehakt,
die in loop van de tijd uitgroeiden tot grote
en diepe ondergrondse dodensteden. De
Via Appia Antica bestaat nog steeds en is
sinds 1996 een groot archeologisch park.
De weg trekt veel toeristen, bijvoorbeeld
op zondag als de weg is gesloten voor
autoverkeer, met name voor de
catacomben. We bezoeken de Catacomben
van San Callisto. Een gids geeft een
rondleiding door het bizarre onderaardse
doolhof met overal nissen waarin de lijken
werden gelegd. Er liggen hier vooral
graven van martelaren uit de 2e en 3e
eeuw. De nissen werden oorspronkelijk
afgesloten met een marmeren plaat met
fresco's waarvan nog slechts wat delen te
zien zijn. Er zijn ook de graven van een
aantal van de eerste pausen en de crypte
van Santa Cecilia.
Download