Kernactiviteiten

advertisement
d_wp_nl_199901.doc
ENERGIE, MILIEU EN
DUURZAME ONTWIKKELING
Programma voor Onderzoek, Technologische ontwikkeling en
Demonstratie onder het vijfde kaderprogramma
Ontwerp-werkprogramma
INHOUD
INLEIDING ........................................................................................................ 1
DEEL A: MILIEU EN DUURZAME ONTWIKKELING....................................... 3
Kernactiviteiten ......................................................................................................................................... 3
Kernactiviteit 1: Duurzaam waterbeheer en waterkwaliteit................................................................... 3
Kernactiviteit 2: Veranderingen op wereldschaal, klimaat en biodiversiteit ....................................... 10
Kernactiviteit 3: Duurzame mariene ecosystemen .............................................................................. 16
Kernactiviteit 4: De stad van morgen en het culturele erfgoed ............................................................ 22
Generieke activiteiten in verband met onderzoek en technologische ontwikkeling .......................... 27
(i)
De bestrijding van belangrijke natuurlijke en technologische risico's ...................................... 27
(ii)
De ontwikkeling van generieke technologieën voor aardobservatie ........................................ 28
(iii)
Sociaal-economische aspecten van milieuverandering uit een oogpunt van duurzame
ontwikkeling ......................................................................................................................................... 31
Steun voor onderzoekinfrastructuur ..................................................................................................... 33
DEEL B: ENERGIE ......................................................................................... 36
Kernactiviteiten ....................................................................................................................................... 36
Kernactiviteit 5: Schonere energiesystemen, met inbegrip van systemen op basis van hernieuwbare
energie 36
Kernactiviteit 6: Economische en efficiënte energie voor een concurrerend Europa .......................... 42
Werkzaamheden voor onderzoek en technologische ontwikkeling van generieke aard ................... 51

Instrumenten voor technology assessment .................................................................................. 51

Methodologie voor de analyse van globale systemen ................................................................. 51
BIJLAGE I .......................................................................................................... I
SELECTIECRITERIA ......................................................................................... I
BIJLAGE II ........................................................................................................ II
COÖRDINATIE EN HORIZONTALE ACTIVITEITEN ....................................... II
BIJLAGE III .................................................................................................... VIII
INDICATIEF TIJDSCHEMA VOOR DE UITVOERING VAN HET
PROGRAMMA ............................................................................................... VIII
BIJLAGE IV ..................................................................................................... IX
UITVOERINGSPROCEDURES ....................................................................... IX
INLEIDING
Om
een
duurzame
ontwikkeling
te
bevorderen,
waarbij
het
concurrentievermogen en de werkgelegenheid worden beschermd, moet
economische ontwikkeling worden losgekoppeld van aantasting van het milieu.
Voorts zijn de meeste in het programma aangegeven problemen
gemeenschappelijk voor alle lidstaten en hebben zij een zowel mondiale als
Europese dimensie.
Het programma “Energie, milieu en duurzame ontwikkeling” is opgezet rond
zes kernactiviteiten, duurzaam waterbeheer en waterkwaliteit; veranderingen
op wereldschaal, klimaat en biodiversiteit; duurzame mariene ecosystemen; de
stad van morgen en het culturele erfgoed; schonere energiesystemen, met
inbegrip van systemen voor hernieuwbare energie; economische en efficiënte
energie voor een concurrerend Europa, en omvat ook generieke activiteiten en
OTO-infrastructuur en -faciliteiten.
Terwijl Onderzoek en Technologische Ontwikkeling (OTO) op het gebied van
milieu en energie nauw samenhangen, hebben beide gebieden ook specifieke
kenmerken en betrokken partijen. Hoewel er gemeenschappelijke kenmerken
zijn, worden beide onderdelen in dit werkprogramma afzonderlijk behandeld,
aangezien het programma via twee sub-programma's ten uitvoer wordt gelegd.
Dit werkprogramma bouwt voort op de ervaring die met name tijdens het vierde
OTO-kaderprogramma is opgedaan, terwijl tegelijkertijd nieuwe bakens worden
uitgezet om een antwoord te bieden op nieuwe of gewijzigde uitdagingen.
Bij de tenuitvoerlegging van alle activiteiten zal de aandacht worden toegespitst
op een innoverende aanpak die is gebaseerd op de twee belangrijkste
middelen waarmee complexe maatschappelijke kwesties kunnen worden
aangepakt: geïntegreerde multidisciplinaire en multisectorale activiteiten
waarbij de betrokken partijen (partnerschappen tussen de particuliere en de
openbare sector en eindgebruikers uit de politieke, industriële en zakenwereld)
zoveel mogelijk worden betrokken, en concentratie op oplossingen voor
strategische problemen, waarbij uitsluitend voorstellen worden ondersteund die
een belangrijk regionaal, Europees of mondiaal belang hebben.
De in het werkprogramma vastgestelde gekwantificeerde doelstellingen zijn
ambitieus en niet gemakkelijk te verwezenlijken. Zij vormen echter een
duidelijke aanwijzing van de sociaal-economische impact die door elk
afzonderlijk voorstel moet worden beoogd. Bij de follow-up en tenuitvoerlegging
op Europese schaal moeten de vastgestelde doelstellingen grotendeels worden
bereikt.
Dit werkprogramma zal zonodig opnieuw worden bekeken en aangepast, met
name ter bepaling van de prioriteiten en de inhoud van de uitnodigingen voor
het indienen van voorstellen voor 2000, die onder de programmabegroting voor
2001 en 2002 vallen.
1
De strategie is:

de in 1999 te publiceren uitnodigingen voor het indienen van voorstellen
zullen betrekking hebben op alle gebieden van het werkprogramma en
voor de geselecteerde projecten wordt 44% van de totale
programmabegroting
voor
OTO-activiteiten
gereserveerd.
Om
begrotingsredenen zullen voor de 1999-uitnodigingen twee eindtermijnen
gelden, een voor de betalingsverplichtingen van 1999 en voor de
betalingsverplichtingen van begin 2000.
-
Voor energie wordt dit uitgevoerd via één uitnodiging in 1999 met twee
eindtermijnen;
-
Voor milieu wordt dit uitgevoerd via twee afzonderlijke uitnodigingen in
1999.

voordat nieuwe uitnodigingen worden gepubliceerd in de tweede helft van
2000 (energie) en in begin 2001 (milieu en duurzame ontwikkeling), wordt
een tussentijdse evaluatie van het programma gemaakt teneinde de
gedetailleerde prioriteiten voor deze uitnodigingen vast te leggen.

op dezelfde manier wordt in de eerste helft van 2001 een evaluatie gemaakt
van de resultaten van de vorige uitnodigingen teneinde de gedetailleerde
prioriteiten voor de laatste uitnodigingen vast te leggen.
De selectiecriteria voor de tenuitvoerlegging van het programma worden
aangegeven in Bijlage I.1
1
In een evaluatie-handleiding wordt meer in detail gespecificeerd hoe deze criteria zullen
worden toegepast voor alle onder het vijfde kaderprogramma vallende programma's,
alsmede meer bepaald voor de componenten van het programma: Energie, milieu en
duurzame ontwikkeling. Bedoelde handleiding is publiek beschikbaar en kan worden
aangepast naar gelang van de specifieke activiteit of uitnodiging.
2
DEEL A: MILIEU EN DUURZAME ONTWIKKELING
Kernactiviteiten
Kernactiviteit 1: Duurzaam waterbeheer en waterkwaliteit
Doelstellingen en verwachte resultaten
De voortdurend evoluerende economische, maatschappelijke en culturele druk
op de zoetwaterrijkdommen – inclusief verontreiniging en overmatig gebruik –
vormt een bedreiging en veroorzaakt met name toenemende externe kosten en
steeds meer conflicten tussen gebruikers van deze strategische rijkdom voor
de huishoudens en de industriële, landbouw- en levensmiddelenproductie.
Deze druk kan ook de regulerende en regeneratieve functies van ecosystemen
in de watercyclus in het gedrang brengen.
De voornaamste uitdagingen zijn te zorgen voor water van hoge kwaliteit, in
voldoende hoeveelheid en tegen redelijke kosten, en daarbij de verschillende
functionele rollen van ecosystemen te beschermen, en tegelijkertijd de vraag
naar water beter in overeenstemming te brengen met de beschikbaarheid
ervan. De resultaten van deze actie zullen op verschillende gebieden de
tenuitvoerlegging van het EU-beleid voor duurzaam beheer van de
waterrijkdommen
en
voor
normalisering
(normvoorbereidend
en
normalisatieonderzoek) ondersteunen. Teneinde deze doelstellingen te
bereiken, zullen multidisciplinaire onderzoeks- en demonstratie-inspanningen
worden gecombineerd met de inbreng van de belanghebbende partijen en de
eindgebruikers. De volgende actiegebieden zijn essentiële onderdelen van een
geïntegreerd duurzaam waterbeheer.
1.1
Geïntegreerd beheer en duurzaam gebruik van waterreserves op
stroomgebiedschaal
Deze kernactiviteit heeft tot doel de benodigde kennis en technologie op te
bouwen voor een rationele waterhuishouding, de watervoorziening in
overeenstemming te brengen met de vraag en kosteneffectiviteit en
duurzaamheid
te
bewerkstelligen,
de
wetenschappelijke
basis,
beheersinstrumenten en methodologieën te verbeteren om een beter inzicht te
verkrijgen in de werking van aquatische en wetland-ecosystemen en een
geïntegreerd beheer en duurzaam gebruik van water en wetlands op
stroomgebiedschaal mogelijk te maken, binnen de beperkingen van
beschikbaarheid, milieukwaliteit en sociaal-economische kosten en baten.
Hierbij moet ook worden gekeken naar de verschillende functies van
watersystemen, het verband tussen de verschillende vormen van watergebruik,
de beschikbaarheid van water, ruimtelijke ordening, met name wijzigingen van
landgebruik en de interactie van stad en platteland en de sociaal-economische
ontwikkeling2.
2
De wisselwerking tussen processen, verontreiniging en zoetwaterstromen in stroom- of
riviergebieden en de kustzone zal worden bekeken in samenwerking met de kernactiviteit
"Duurzame mariene ecosystemen".
3
Verwachte resultaten: instrumenten en methoden voor een geïntegreerd
waterbeheer op de schaal van stroom- of riviergebieden, waarbij zowel naar
economische en maatschappelijke als naar milieufactoren wordt gekeken en de
waterbeheersystemen worden geïntegreerd; richtsnoeren voor een rationeel
gebruik van de waterreserves en betere waterbeheersystemen; evaluatie van
de
doeltreffendheid
van
de
verschillende
beheersmaatregelen,
beleidsinstrumenten
en
institutionele
mechanismen;
geïntegreerde
informaticasystemen.
OTO-prioriteiten
1.1.1 Strategische planning en geïntegreerde methodologieën en
instrumenten op stroomgebiedschaal. Ontwikkeling van methodologieën en
wetenschappelijke instrumenten voor het geïntegreerd beheer van water op
winnings- of stroomgebiedniveau, waarbij rekening wordt gehouden met de
complexe interactie tussen natuurlijke en door de mens gevormde milieus (e.g.
werking van ecosystemen, landgebruik en wijzigingen van het bodemgebruik,
waterbouwkundige werken en extreme gebeurtenissen, plattelands- en
stadsontwikkeling, wijzigingen in de biodiversiteit, sociaal-economische druk),
de waterhoeveelheid en –kwaliteit en de verschillende vormen van
watergebruik. Kwantificering van de onzekerheden op het gebied van de
prognoses inzake de beschikbaarheid en kwaliteit van water en de waterverontreiniging en het effect daarvan op de werking van aquatische
ecosystemen.
1.1.2 Sociaal-economische aspecten van het duurzaam gebruik van
water. Studie van de sociaal-economische druk en hinderpalen die een
duurzaam gebruik van water belemmeren. Evaluatie van de dynamische
verbanden tussen het beheer van waterreserves en het beleid en de
institutionele regelingen. Een beter inzicht in de perceptie en verwachtingen
van het publiek met betrekking tot water, als milieubron en als economisch
goed. Analyse van de economische en ecologische efficiëntie van
verschillende technologische of beheersopties voor waterbeheer, met inbegrip
van het gevoerde prijsbeleid. Uitwerking van richtsnoeren en indicatoren voor
het duurzaam beheer van water.
1.1.3 Operationele beheersystemen en systemen ter ondersteuning van
de besluitvorming. Ontwikkeling van strategieën, scenario's en invalshoeken
en demonstratie van systemen ter ondersteuning van de besluitvorming voor
een daadwerkelijk geïntegreerd waterbeheer. Validatie en demonstratie van
waterbeheersystemen. Ontwikkeling van mechanismen en ondersteunende
initiatieven om het bewustzijn van het publiek inzake waterproblemen te
verhogen en om beste praktijken uit te werken voor geïntegreerd beheer van
waterreserves, met het oog op ondersteuning van het EU-beleid en de
effectieve overdracht van kennis en ervaring naar de watergebruikers.
1.2
Ecologische kwaliteit van zoetwater-ecosystemen en wetlands
De doelstellingen zijn om, ter ondersteuning van de ontwikkeling van
geïntegreerde waterbeheerpraktijken op stroom- of riviergebiedschaal, een
stevige
wetenschappelijke
grondslag
te
leggen
en
ecologische
kwaliteitsdoelstellingen vast te stellen voor aquatische en wetland4
ecosystemen. Voorts moeten ter ondersteuning van met name de EUwaterkaderrichtlijn geschikte criteria, parameters en kwantitatieve indicatoren
voor het waterbeheer en -beleid worden uitgewerkt.
Verwachte
resultaten:
kwantificering
van
essentiële
biologische,
fysisch/chemisch hydrologische, limnologische en ecologische processen en
parameters, met inbegrip van hun seizoendynamica; verzamelingen van
criteria, parameters en kwantificeerbare indicatoren als grondslag voor
ecologische water- en ecosysteemkwaliteitsdoelstellingen voor het beheer en
het beleid; onderhouds- en saneringsmethoden om de regulerende en
regeneratieve functies van aangetaste ecosystemen te versterken of te
herstellen.
OTO-prioriteiten
1.2.1 Werking van ecosystemen. Ter ondersteuning van de EUwaterkaderrichtlijn moet inzicht worden verkregen in het verband tussen de rol
en de structuur van aquatische en wetland-ecosystemen, teneinde de
natuurlijke variabiliteit te kunnen onderscheiden van de antropogene effecten,
vergelijkende milieukwaliteits-, functionaliteits- en biodiversiteitsindexen en –
indicatoren uit te werken en de indeling van de ecologische toestand te
harmoniseren en tenslotte de respectieve referentie-ecosystemen te
karakteriseren. Verbetering en validatie van de methoden om de regulerende
functies van aangetaste aquatische en wetland-ecosystemen te beschermen of
te herstellen.
1.2.2 Ecologische kwaliteitsdoelstellingen. Uitwerking van kwantificeerbare
doelstellingen voor de ecologische waterkwaliteit en de gezondheid van
ecosystemen, waarbij ook rekening wordt gehouden met sociaal-economische
aspecten, ter ondersteuning van systemen voor toezicht op en bewaking van
de waterkwaliteit, het milieubeleid en een geïntegreerd waterbeheer. Levering
van kwantitatieve en gemakkelijk te meten parameters en indicatoren voor de
ecologische waterkwaliteit en de gezondheid van ecosystemen.
1.3
Behandelings- en zuiveringstechnologieën
De doelstellingen zijn om technologieën te ontwikkelen om verontreiniging van
water te voorkomen, water te behandelen en te zuiveren en het op een
rationele manier te (her)gebruiken (met inbegrip van gesloten circuits), te
zorgen voor de betrouwbaarheid van verzamelings- en distributienetten, de
watervoorziening en de behandeling van afvalwater te verbeteren, de
milieueffecten van afvalwaterzuivering zo gering mogelijk te maken en
eventuele schadelijke effecten op de volksgezondheid te voorkomen.
Verwachte resultaten: een beter waterbeheer, met name in stads- en
voorstadsgebieden,
voor
de
bestaande
watervoorzieningsen
rioleringsstelsels; een geoptimaliseerd ontwerp van nieuwe netwerken; een
kostenefficiënt en veilig lokaal hergebruik van water; innoverende technieken
om vloeibaar en vast afval samen te behandelen; compacte, milieuvriendelijke
en kosteneffectieve behandelingstechnieken voor specifieke effluenten;
verbetering van beheer en behandeling en verkleining van biologisch vast afval
en slurrie.
OTO-prioriteiten
5
1.3.1 Waterbeheer in de stad. Ontwikkeling en demonstratie van
instrumenten om de sociaal-economische eisen voor stedelijke en
voorstedelijke waterbeheersystemen te bepalen en de ligging en werking van
watervoorzienings-, riolerings- en overloopsystemen te evalueren en nieuwe
netwerken te ontwerpen. Evaluatie- en auditingmethoden voor de uitwisseling
van water tussen steden en de waterwinningsgebieden daarvan.
Geavanceerde waterbehandelings- en -zuiveringstechnologieën, gekoppeld
aan "on-line"-kwaliteitscontroletechnieken voor de verwijdering van
scheikundige en biologische verontreinigingen en om te zorgen voor de
voorziening in veilig drinkwater tegen redelijke kosten. Ontwikkeling van
onderhouds- en renovatietechnieken voor installaties en netwerken;
ontwikkeling van technieken om drinkwater te zuiveren van biologische
verontreinigingen en daarbij zo weinig mogelijk ontsmettende bijproducten,
schadelijke chemische verbindingen en biotoxines in het water te brengen.
1.3.2 Behandeling en hergebruik van afvalwater. Ontwikkeling van betere
waterbehandelingstechnieken door procesoptimalisering teneinde de
milieueffecten van waterzuivering te beperken. Ontwikkeling van
kosteneffectieve3 en/of meer specifieke waterbehandelingstechnieken voor de
levering van niet-drinkbaar en industrieel proceswater, zo dicht mogelijk bij de
bron, met kwaliteitsgarantie en efficiëntiecontroletechnieken. Strategieën voor
lokaal, veilig, publiek aanvaard en economisch hergebruik van water. Nieuwe
slurriebehandelingstechnieken voor de valorisatie en verwijdering van
biologisch vast afval met een laag gasvormig en waterig emissieniveau
(inclusief broeikasgassen). Nieuwe technieken voor de vermindering van het
potentieel effect van slurrieresten, inclusief baggerslib uit waterwegen en
havens, alvorens de definitieve verwijdering ervan.
1.4
Preventie van verontreiniging4
De doelstellingen zijn om een alomvattende aanpak te ontwikkelen om de
verontreiniging van water te voorkomen, de verontreiniging van vervuilde
locaties, stortplaatsen en sedimenten te evalueren en te verminderen en uit
landgebruik voortkomende diffuse verontreiniging te voorkomen of terug te
dringen.
Verwachte resultaten: nieuwe in-situ-remediëringstechnieken, gecombineerd
met efficiëntie-controle; richtsnoeren voor goede landgebruik- en
beheermethoden teneinde het risico van diffuse verontreiniging te verminderen.
OTO-prioriteiten
1.4.1 Vermindering van waterverontreiniging ten gevolge van vervuilde
locaties, stortplaatsen en sedimenten. Ontwikkeling van vernieuwende insitu-remediëringstechnologieën voor het schoonmaken van verontreinigde
3
4
Kosteneffectief: een optie is kosteneffectief wanneer de doelstelling wordt bereikt tegen een
zo klein mogelijke kostprijs. Conceptueel en waar mogelijk wordt hierbij niet alleen naar de
particuliere kosten gekeken maar ook naar de externe kosten, zoals de kosten voor het
milieu (het begrip “sociale kosten”).
Verontreiniging: in de context van dit thematisch programma vallen onder ‘verontreiniging’
eveneens chemische, biologische (incl. microbiologische) en fysische (e.g. lawaai, trillingen)
verontreinigingen die eventueel schadelijke effecten kunnen hebben op het milieu en/of de
volksgezondheid.
6
locaties, grondwater en sedimenten, alsmede technieken ter bevordering van
de natuurlijke verzwakking van verontreiniging. Dit moet ook de ontwikkeling
omvatten van gevoelige en robuuste sensoren, met inbegrip van chemischeen biosensoren en biomimetische systemen die on-line kunnen werken en in
real-time vervuilende stoffen en hun effecten kunnen meten, alsmede van
risicobepalingsmethoden en daarmee verband houdende technologieën voor
verschillende types verontreinigde grond, grondwater en oppervlaktewateren.
Snelle bepaling van de toxicologische risico's van verontreinigende stoffen,
inclusief de effecten van verontreinigingsmengsels. Onderzoek naar
verontreinigingstrends
en
toetsing
van
de
doeltreffendheid
van
remediëringsactiviteiten.
1.4.2 Bestrijding
van
diffuse
verontreiniging.
Geïntegreerde
milieuevaluatie van diffuse verontreiniging van grond- en oppervlaktewateren
door bestrijdingsmiddelen, nutriënten, persistente organische chemicaliën en
het gebruik van slib. Ontwikkeling en zo mogelijk in-situ-validatie van
wetenschappelijk verantwoorde grondbeheerpraktijken en van richtsnoeren
voor verantwoord grondgebruik ter voorkoming of vermindering van diffuse
verontreiniging.
1.5
Bewakings-, alarmerings- en meldingssystemen
De doelstelling is om verschillende systemen te ontwikkelen en te valideren die
op verschillende tijds- en ruimteschalen kunnen reageren, met inbegrip van
alarmeringssystemen met directe terugkoppeling naar de verontreinigingsbron,
met het oog op het beheer van zuiveringsinstallaties of ter ondersteuning van
overstromings- of droogtebeheer.
Verwachte resultaten: betere bewakingsstrategieën; betere methoden voor de
meting van waterkwaliteit en –kwantiteit en technieken voor de meting van
verontreinigingsstromen; innoverende instrumenten om bronnen van
verontreiniging te identificeren en karakteriseren; snelle, robuuste en goedkope
sensorsystemen en analytische hulpmiddelen voor de karakterisering van
verontreiniging en de evaluatie van de desbetreffende toxicologische risico's.
Verbeterde instrumenten voor de bewaking van en het toezicht op
verontreiniging en voor de voorspelling van overstromingen en
droogteperiodes.
OTO-prioriteiten
1.5.1 Bewaking van en toezicht op verontreiniging. Ontwikkeling van
doeltreffende programmatuur en meting-, beheers- en toezichtsystemen voor
de bewaking, alarmering en melding, van algemene sensor- en
alarmeringssystemen voor gevaarlijke verontreiniging van bodems, waterlagen
en gevoelige aquatische- en wetland-ecosystemen en van geschikte
gegevensoverbrengingsen
beheersinstrumenten.
Integratie
van
ecotoxicologische gegevens en mobiliteitsmodellen ter voorspelling van het
gedrag van verontreinigende stoffen en met het oog op de invoering van
innoverende alarmeringssystemen.
1.5.2 Betere voorspelling van overstromingen en droogteperiodes.
Verbeterde voorspellings- en alarmeringssystemen voor overstromingen en
droogteperiodes, waarbij verschillende processen worden geïntegreerd en
7
"remote sensing"-gegevens worden gebruikt, in nauwe samenwerking met de
generieke activiteit inzake de bestrijding van risico's en aardobservatie.
1.6
Technologieën voor regulering en beheer van de voorraden en
technologieën voor toepassing in aride en semi-aride gebieden en
gebieden die over het algemeen een watertekort hebben
De doelstelling is om de waterbronnen en aquatische ecosystemen te
beschermen en hun kwaliteit te verbeteren, het waterbeheer in aride gebieden
te verbeteren en watertekorten beter te beheren.
Verwachte resultaten: kosteneffektieve en milieuvriendelijke methodologieën,
technieken en beheersinstrumenten voor het beheer van grond- en
oppervlaktewateren
en
ter
voorkoming
van
watercrises
en
watergebruikconflicten; aangepaste technologieën en evaluatie van de
kosteneffectiviteit
van
alternatieve
watervoorzieningsen
-beschermingstechnieken voor landbouw en industrie; richtsnoeren en criteria
voor het hergebruik van afvalwater op lokale en regionale schaal; instrumenten
en methodologieën om de insijpeling van zout water te voorkomen of te
beperken.
OTO-prioriteiten
1.6.1 Gebruik en beheer van waterbronnen. Evaluatie van de milieueffecten
van droogteperiodes, winning van grondwater, grootschalige watertransfers en
sociaal-economische factoren die de beschikbaarheid van en de vraag naar
water beïnvloeden. Ontwikkeling van criteria om watercrises en
watergebruikconflicten te voorkomen.
1.6.2 Preventie en beperking van de insijpeling van zout water. Beter
begrip van de aanvulling van watervoerende lagen en ondergrondse opslag,
insijpeling van zout water, bepaling van zee-/zoetwateruitwisseling en de
seizoenseffecten daarvan en de interactie van zout water met andere
verontreinigende stoffen.
1.6.3 Instrumenten voor technologische ontwikkeling en beheer.
Geharmoniseerde verzameling, follow-up en analyse van gegevens betreffende
waterbronnen. Kosteneffectieve en milieuvriendelijke methodologieën,
technieken en beheersinstrumenten voor een adequate regulering van gronden oppervlaktewateren. Vergroting van de kennisbasis voor de kunstmatige
aanvulling van watervoerende lagen en het gebruik van alternatieve
waterbronnen (e.g. ontzouting van zeewater). Technologische aanpassing en
kosteneffectiviteit van alternatieve waterwinnings- en -beschermingstechnieken
in landbouw en industrie. Ontwikkeling en toepassing van betere technieken ter
karakterisering van karst-waterlagen.
Prioriteiten voor en inhoud van de eerste uitnodiging tot het indienen van
voorstellen in 1999
1.1.1 Strategische planning en geïntegreerde methodologieën en
instrumenten op stroomgebiedschaal
1.1.2 Sociaal-economische aspecten van het duurzaam gebruik van water
8
1.1.3 Operationele beheersystemen en systemen ter ondersteuning van de
besluitvorming
1.2.1 Werking van ecosystemen
1.2.2 Ecologische kwaliteitsdoelstellingen
1.4.1 Vermindering van waterverontreiniging ten gevolge van vervuilde
locaties, stortplaatsen en sedimenten
1.4.2 Bestrijding van diffuse verontreiniging
Prioriteiten voor en inhoud van de tweede uitnodiging tot het indienen
van voorstellen in 1999 (eindtermijn 2000)
1.1.1 Strategische planning en geïntegreerde methodologieën en
instrumenten op stroomgebiedschaal
1.1.2 Sociaal-economische aspecten van het duurzaam gebruik van water
1.1.3 Operationele beheersystemen en systemen ter ondersteuning van de
besluitvorming
1.3.1 Waterbeheer in de stad
1.3.2 Behandeling en hergebruik van water
1.5.1 Bewaking van en toezicht op verontreiniging
1.5.2 Betere voorspelling van overstromingen en droogteperiodes
1.6.1 Gebruik en beheer van waterbronnen
1.6.2 Preventie en beperking van de insijpeling van zout water
1.6.3 Instrumenten voor technologische ontwikkeling en beheer
9
Kernactiviteit 2:
biodiversiteit
Veranderingen op wereldschaal, klimaat en
Doelstellingen en verwachte resultaten
De doelstelling van deze kernactiviteit is de wetenschappelijke, technologische
en sociaal-economische fundamenten te leggen en de instrumenten te
ontwikkelen die nodig zijn voor de studie van en het inzicht in
klimaatverandering. In de context van duurzame ontwikkeling wordt de
aandacht toegespitst op de mondiale milieuproblemen die potentieel grote
effecten
kunnen
hebben
op
Europa,
zoals
klimaatverandering,
ozonvermindering, verlies aan biodiversiteit, verlies aan habitats en vruchtbaar
land en wijziging van het circulatiesysteem van de oceaan. De voorrang wordt
gegeven aan de problemen die onder internationale verdragen of
overeenkomsten vallen waartoe de Europese Gemeenschap en/of de lidstaten
zijn toegetreden. Met name zal veel aandacht worden besteed aan een
integratie en synthese van de problemen van veranderingen op wereldschaal.
Hierna worden de problemen geschetst en worden de prioritaire
wetenschappelijke doelstellingen nader omschreven. Die doelstellingen zijn:
2.1
De veranderingen op wereldschaal te begrijpen, te ontdekken, te
beoordelen en te voorspellen
Om een onderscheid te kunnen maken tussen natuurlijke en door de mens
veroorzaakte veranderingen en de gevolgen van deze veranderingen goed in
te schatten, is het noodzakelijk ze eerst beter te begrijpen om op die basis de
gevolgen ervan te kunnen evalueren.
Verwachte resultaten: kwantificering van de verandering van de samenstelling
van de atmosfeer; kwantificering en prognose van de ozonvermindering;
kwantificering van de natuurlijke variabiliteit van het klimaat, verbetering van de
voorspelling van regionale klimaatverandering en variabiliteit en plotse
klimaatveranderingen.
OTO-prioriteiten
2.1.1 Wijzigingen in de samenstelling van de atmosfeer, ter ondersteuning
van het Protocol van Kyoto en het Verdrag betreffende grensoverschrijdende
luchtverontreiniging over lange afstand. De doelstelling is de chemische
stoffen die een effect hebben op de luchtkwaliteit en het klimaat beter te
beheersen. Dat vereist een kwantificering van de antropogene en biogene
emissies en van de concentratie van broeikasgassen, ozonprecursoren en
aerosolen; kwantificering van de balansen daarvan, stralingseigenschappen en
prognose van toekomstige trends; relevante fysische en chemische processen;
transport en depositie over lange afstand; interacties van aerosolen met
wolken; ontwikkeling en toepassing van gekoppelde atmosferische chemietransportmodellen.
2.1.2 Vermindering van ozon in de stratosfeer, ter ondersteuning van het
Protocol van Montreal. De doelstelling is de kwantificering en prognose van
de ozonvermindering in de stratosfeer en de toename van de UV-straling op
10
het aardoppervlak. Hierbij wordt de aandacht toegespitst op kwantificering van
de antropogene en natuurlijke emissies van ozonafbrekende stoffen en de
omzetting daarvan; vermindering van de onzekerheden inzake stratosfeertroposfeer-uitwisselingsprocessen en de effecten van vliegtuigemissies;
kwantificering van het ozonverlies in de stratosfeer boven Europa en van de
invloed van polaire en tropische regio's en de bovenste troposfeer; inzicht in de
stratosferische afkoeling en het verband met de troposferische mondiale
temperatuurstijging, alsmede betere kwantificering van de effecten daarvan;
nauwkeurige bepaling van het UV-stralingsveld in de atmosfeer en de
wijzigingen daarvan in de Europese regio.
2.1.3 Voorspelling van en scenario's voor klimaatverandering, ter
ondersteuning van het Wereldklimaatverdrag (UNFCCC). De doelstelling is
om de capaciteit voor seizoensgebonden, meerjaren- en meerdecenniaklimaatveranderingsvoorspellingen te vergroten en de onzekerheden op het
gebied van de regionale klimaatveranderingen te verminderen. Kwantificering
van de effecten van de Noord-Atlantische oscillatie, correlaties over grote
afstand, El Niño (ENSO), arctische invloed en moesson-systemen; levering van
betrouwbaardere voorspellingen van antropogene klimaatveranderingen
gedurende decennia tot een eeuw op Europees niveau; detectie en verklaring
van klimaatverandering; betere verwerking van fysische en biosfeer-processen
(in het bijzonder wolken en aerosolen) in de modellen, forceringsfactoren en
terugkoppelingen, integratie van de modelontwikkeling in Europa om betere
scenario's te verkrijgen voor de evaluatie van de effecten op regionale schaal;
betere kwantificering van het verband tussen klimaatverandering en frequentie
en schaal van extreme gebeurtenissen (e.g. overstromingen, droogte);
uitwerking van scenario's i.v.m. de met klimaatverandering verbonden risico's
voor de volksgezondheid.
2.1.4 Klimaatvariabiliteit en plotse klimaatveranderingen. De doelstelling
is een inzicht te verkrijgen in de grootte van de natuurlijke variabiliteit teneinde
meer duidelijkheid te verkrijgen over het gevaar van snelle veranderingen van
het klimaatsysteem. Beter inzicht in de rol van de oceaan in het
klimaatsysteem, met name thermohaline circulatie, ontstaan van diep water en
het verband met de waterkringloop, polaire processen en wijzigingen van het
zeeniveau; opsporing en kwantificering van veranderingen in de waterkringloop
en de effecten daarvan op en interacties met het circulatiesysteem van de
oceaan, cryosfeer, atmosfeer, geosfeer-biosfeer en natuurlijke rijkdommen;
beter inzicht in de terugkoppelingen tussen bodembedekking, biosfeer en het
klimaatsysteem; consolidatie van de klimaatgegevens met hoge tijdsresolutie
voor de laatste 15.000 jaar, verbetering van het inzicht in de voorbije klimaaten milieuveranderingen (binnen de laatste 250.000 jaren).
2.2
Meer inzicht te verschaffen in de terrestrische (inclusief zoetwater-)
en mariene ecosystemen en hun interacties
De nadruk wordt gelegd op de interacties van de ecosystemen met
landoppervlak en -gebruik, bodems, water, de atmosfeer en de oceanen; de rol
van de biodiversiteit en veranderingen op wereldschaal; de interacties binnen
en tussen de terrestrische, mariene en zoetwater-ecosystemen, de
biogeochemische cyclus, de grootschalige aantasting van het land en de
woestijnvorming.
11
Verwachte resultaten: evaluatie van veranderingen van de ecosystemen en
van hun kwetsbaarheid; kwantificering van de koolstof- en stikstofbalansen;
rationele methoden voor het beschermen van de biodiversiteit.
OTO-prioriteiten
2.2.1 Kwetsbaarheid van ecosystemen, ter ondersteuning van de verdragen
betreffende Klimaatverandering, Woestijnvorming en Biodiversiteit. De
doelstelling is een evaluatie te maken van de kwetsbaarheid van de
voornaamste ecosystemen, van de snelheid en de omvang van wijzigingen in
het gebruik van land en van de gevolgen voor de voornaamste economische
sectoren en natuurlijke rijkdommen. Beoordeling van de snelheid, omvang en
dynamiek van veranderingen in landgebruik en bodembedekking in
verschillende regio's onder variërende druk; beter begrip van de interacties
tussen antropogene effecten en natuurlijke veranderingen in de ecosystemen,
biodiversiteit en veranderingen op wereldschaal; inzicht in de veranderingen op
het gebied van de werking en productiviteit van ecosystemen; bepaling van de
fundamentele processen en interacties die een rol spelen bij de aantasting van
het land en de woestijnvorming; ontwikkeling van scenario's inzake de
kwetsbaarheid van ecosystemen waarin kritische stressfactoren en effecten
zijn verwerkt.
2.2.2 Interacties tussen ecosystemen en de koolstof- en stikstof-cyclus,
ter ondersteuning van het Protocol van Kyoto. De doelstelling is de
kwantificering van biosfeer-bronnen en -putten voor koolstof en stikstof te
verfijnen. Bijdrage van de verschillende terrestrische en mariene ecosystemen
tot de koolstof- en stikstof-cyclus; omschrijving en kwantificering van de rol van
bodems als, hetzij een bron, hetzij een put voor koolstof en stikstof; het effect
van wijzigingen in de koolstof- en stikstof-cyclus op de ecosystemen;
veranderingen van landgebruik en het effect daarvan op de koolstof- en
stikstof-cyclus; bijdragen van sedimenten in de oceaan tot de koolstofkringloop; kwantificering en wereldomspannende integratie van de mariene,
aquatische en terrestrische koolstof- en stikstofbronnen/-putten en
uitwisselingen tussen deze reservoirs.
2.2.3 Evaluatie en bescherming van de biodiversiteit, ter ondersteuning
van het Verdrag inzake de biologische diversiteit en de Europese
biodiversiteitsstrategie. De doelstelling is om criteria, methoden, indicatoren,
alsmede een strategie, vast te stellen die in een context van veranderende
landgebruikpraktijken kunnen bijdragen tot de bescherming van de
biodiversiteit en tot een duurzaam gebruik van biologische rijkdommen. Dit
heeft tot doel biodiversiteitsindicatoren te ontwikkelen; veranderingen in de
biodiversiteit te ontdekken en te begrijpen; methoden te ontwikkelen om
kwalitatief en kwantitatief inzicht te verkrijgen in fundamentele oorzaken,
mechanismen en dynamica van de biodiversiteit in en tussen soorten en
ecosystemen, overleving van soorten in gefragmenteerde habitats, kritische
drempels voor het verlies van biodiversiteit en invasie van vreemde soorten.
2.3
Scenario's en strategieën om op veranderingen op wereldschaal te
reageren
12
De doelstelling is om mondiale en regionale scenario's en strategieën te
ontwikkelen, met inbegrip van tijdschema's, voor de preventie en beperking van
en eventuele aanpassing aan de effecten van veranderingen op wereldschaal
en klimaatverandering, alsmede voor de bescherming van de biodiversiteit in
de context van duurzame ontwikkeling en de EU-verbintenissen uit hoofde van
multilaterale overeenkomsten.
Verwachte resultaten: hanteerbare beheersstrategieën en acties met het oog
op de bestrijding van de negatieve gevolgen van grote wereldwijde problemen,
waarbij rekening wordt gehouden met de economische, technische,
institutionele
en
beleidsmogelijkheden
en
de
maatschappelijke
aanvaardbaarheid en waarbij economische groei wordt losgekoppeld van de
aantasting van het milieu.
OTO-prioriteiten
2.3.1 Beperking van en aanpassing aan veranderingen op wereldschaal.
De doelstellingen zijn om met het oog op aanpassing aan veranderingen op
wereldschaal te zorgen voor oplossingen en strategieën voor het terugdringen
van de emissies en concentraties van broeikasgassen en te zorgen voor opties
voor een efficiënt beheer van de voornaamste economische sectoren en
natuurlijke rijkdommen, alsook om bij te dragen tot de stopzetting van het
gebruik van ozonafbrekende stoffen. De effecten van het beleid en de
maatregelen die in de nasleep van Kyoto is gevoerd, resp. zijn genomen, en
flexibiliteitsmechanismen voor de vermindering van de uitstoot; opties voor het
terugdringen van de emissies ten gevolge van veranderingen in het
landgebruik en voor de versterking van de koolstofputten; verbetering van de
aanpassingscapaciteit met betrekking tot de klimatologische effecten op de
verschillende regio's, economische sectoren en gemeenschappen; opties ter
vervanging van chloor- en broom-verbindingen en evaluatie van de effecten
van de beperking van niet-volledig gereguleerde verbindingen en alternatieve
stoffen (Protocol van Montreal); doeltreffendheid van de tenuitvoerleggings-,
verificatie- en handhavingsmaatregelen voor de Protocols van Kyoto en
Montreal.
2.3.2 Verzoening van het behoud van biodiversiteit met de economische
ontwikkeling, ter ondersteuning van het Verdrag betreffende de biologische
diversiteit en de Europese biodiversiteitstrategie. De doelstelling is om
strategieën te ontwikkelen en toe te passen om het behoud van de
biodiversiteit te verzoenen met andere, eventueel tegenstrijdige menselijke
activiteiten, meer bepaald door de ontwikkeling en beproeving van methoden
voor de waardebepaling van de biodiversiteit, bij te dragen tot de verzoening
van de menselijke activiteit en de economische ontwikkeling met het behoud
van de biodiversiteit en bij te dragen tot de integratie van de begrippen,
kritische drempels en andere elementen, zoals bufferzones en corridors, in de
beheerstrategieën.
2.3.3 Bestrijding van de aantasting van de bodem en de
woestijnvorming. De doelstelling is om te zorgen voor opties voor een
duurzame ontwikkeling van gevoelige gebieden dankzij samenwerking van de
betrokken partijen, waarbij de aandacht wordt toegespitst op: de evaluatie van
de effecten van landbouw, bosbouw, water, prijsgeven van land en
planningsbeleid op de bedreigde regio's; ontwikkeling en evaluatie van de
13
doeltreffendheid van gestandaardiseerde methoden en instrumenten om de
aantasting van het land te beperken en af te zwakken en de strategieën voor
duurzaam landbeheer te verbeteren.
2.3.4 Verenigbaarheid van het EU- en het internationale beleid op
milieugebied en verband met de handel. De doelstelling is om de
beleidsmakers van advies te dienen inzake de interactie tussen specifieke
richtlijnen en verdragen, alsook om de banden tussen overeenkomsten op het
gebied van het milieu en de handel te verbeteren. Afweging van de synergieeffecten en potentiële conflicten tussen de doelstellingen van verschillende
internationale verdragen en het Europese beleid; voorwaarden om de
verenigbaarheid inzake wereldwijde problemen te waarborgen en de
doeltreffendheid van het beleid na te gaan; analyse van de gevolgen van
milieuovereenkomsten voor de handel en evaluatie van de mogelijkheid om
handelsbepalingen te gebruiken om de doeltreffendheid van milieuverdragen te
vergroten; onderzoek naar industriële transformatieprocessen, met specifieke
aandacht voor economische overgangsprocessen in de landen van Midden- en
Oost-Europa.
2.4
De Europese component van de mondiale aardobservatiesystemen
De doelstelling is om de ontwikkeling van de Europese component van de
mondiale observatiesystemen voor het klimaat, terrestrische systemen en de
oceanen te ondersteunen. De doelstelling is om de gaten in de bestaande
observatiecapaciteit aan te geven en ertoe bij te dragen die te dichten teneinde
ervoor te zorgen dat de vereiste geconsolideerde gegevensbanken met
gegevens over lange termijn op een gecoördineerde manier worden
samengesteld en dat de verzamelde gegevens beschikbaar worden gemaakt
om de veranderingen op wereldschaal en de effecten daarvan te voorspellen
en antwoorden te formuleren. Hierbij wordt in de eerste plaats gekeken naar de
eisen en prioriteiten van de gebruikers en naar de mogelijkheid van integratie
met andere onder deze kernactiviteit vallende activiteiten.
Verwachte resultaten: betere exploitatie van bestaande gegevens en
observatiesystemen, ontwikkeling van essentiële nieuwe observatiecapaciteit,
betere positionering van de Europese industrie op de wereldmarkt voor
observatiesystemen.
OTO-prioriteiten
2.4.1 Betere exploitatie van bestaande gegevens en aanpassing van de
bestaande
observatiesystemen. De doelstelling is de bestaande
gegevensbanken en technologieën daadwerkelijk te exploiteren. Dit omvat:
coördinatie van de bestaande observatiefaciliteiten; beter gegevensbeheer en
betere toegang tot de bestaande gegevensbanken; ontwikkeling van
instrumenten en technieken voor de integratie van bestaande gegevens uit
verschillende bronnen voor meervoudig gebruik; ontwerp en tenuitvoerlegging
van innoverende toepassingen waarbij de huidige observatiecapaciteit wordt
gebruikt voor de verzameling van gegevens over nieuwe parameters.
2.4.2 Ontwikkeling van nieuwe observatiecapaciteit voor langdurige
gegevensverzameling. De doelstelling is om de behoefte aan nieuwe
kosteneffectieve observatiesystemen te bepalen en die laatste zonodig te
14
helpen ontwikkelen. Dit kan naar gelang van de noodzaak omvatten:
vastleggen van de eisen en prioriteiten voor en de waarde van informatie;
afweging van de opties voor lange-termijnexploitatie (met inbegrip van
toekomstige financieringsscenario's en, waar mogelijk, partnerschappen tussen
overheid en particuliere sector); ontwikkeling van essentiële elementen voor
zowel in-situ- als "remote sensing"-observatiesystemen.
Prioriteiten voor en inhoud van de eerste uitnodiging tot het indienen van
voorstellen in 1999
2.1.1
2.1.2
2.1.3
2.2.2
2.2.3
2.3.1
2.4.1
Wijzigingen in de samenstelling van de atmosfeer
Vermindering van ozon in de stratosfeer
Voorspelling van en scenario's voor klimaatverandering
Interacties tussen ecosystemen en de koolstof- en stikstof-cyclus
Evaluatie en bescherming van de biodiversiteit
Beperking van en aanpassing aan veranderingen op wereldschaal
Betere exploitatie van bestaande gegevens en aanpassing van de
bestaande observatiesystemen
Prioriteiten voor en inhoud van de tweede uitnodiging tot het indienen
van voorstellen in 1999 (deadline 2000)
2.1.4 Klimaatvariabiliteit en plotse klimaatveranderingen
2.2.1 Kwetsbaarheid van ecosystemen
2.3.2 Verzoening van het behoud van biodiversiteit met de economische
ontwikkeling
2.3.3 Bestrijding van de aantasting van de bodem en de woestijnvorming
2.3.4 Verenigbaarheid van het EU- en het internationale beleid op
milieugebied en verband met de handel
2.4.1 Betere exploitatie van bestaande gegevens en aanpassing van de
bestaande observatiesystemen
2.4.2 Ontwikkeling van nieuwe observatiecapaciteit voor langdurige
gegevensverzameling
15
Kernactiviteit 3: Duurzame mariene ecosystemen
Doelstellingen en verwachte resultaten
Gezien de diversiteit, het belang en het internationale gebruik van de Europese
zeeën is een toegepaste kennisbasis, inclusief betrouwbare evaluatie- en
prognosetechnieken, vereist om de effecten van de verschillende activiteiten op
de ecosystemen te begrijpen, bij te dragen tot de bescherming van
ecosystemen tegen verontreiniging en leefbare beheersstrategieën op lange
termijn te ontwikkelen. Naarmate de marktspelers ook diepere wateren gaan
opzoeken, strekt de uitdaging van een op duurzaam gebruik gericht beheer, wat
voordien was beperkt tot de kustzone en het continentaal plat, zich nu ook uit
tot de continentale helling en de abyssale vlakten.
Het doel van deze kernactiviteit is de fundamenten te leggen voor nieuwe
beheersconcepten voor de Europese zeeën, zowel op lokaal als op
zeebekkenniveau, en bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van de relevante
overeenkomsten. Dit zal worden bereikt op drie manieren: via activiteiten met
het oog op een beter begrip en betere modellering en voorspelling van de
werking van mariene systemen en veranderingen door antropogene activiteiten,
zowel in de open zee rond Europa als in de Europese kustzone; door de
ontwikkeling van nieuwe milieuvriendelijke technologieën om het mariene milieu
te onderzoeken, te bewaken en te exploiteren; door een betere voorspelling van
de milieuparameters die een effect hebben op offshore-activiteiten. Sturende
sociaal-economische processen en belangrijke effecten zullen waar nodig
worden bekeken.
De OTO-activiteiten vinden in de eerste plaats in de Europese zeeën plaats,
maar kunnen worden uitgebreid tot andere zeeën wanneer dit noodzakelijk blijkt
om de doelstellingen van deze kernactiviteit te behalen.
3.1. Betere kennis van mariene processen, ecosystemen en interacties.
Het doel is om op basis van nieuwe wetenschappelijke kennis het duurzaam
gebruik van het mariene milieu en de mariene rijkdommen te bevorderen en
daarbij de integriteit en goede werking van de ecosystemen ten volle te
respecteren,
alsook
de
ontwikkeling
van
nieuwe,
geïntegreerde
beheersconcepten te bevorderen.
Verwachte resultaten: prognosecapaciteit voor de natuurlijke variaties in de
werking van ecosystemen; concepten voor een veilig en milieuvriendelijk
gebruik van de zeeboden en de daaronder gelegen rijkdommen;
beheersmodellen voor transportroutes en de effecten van verontreinigende
stoffen, sleutelelementen en nutriënten in mariene milieus.
OTO-prioriteiten
3.1.1. Betere bepaling van de natuurlijke mechanismen in de werking van
ecosystemen. De doelstelling is om prognosecapaciteit te ontwikkelen voor de
variaties in de werking van ecosystemen en structuren op kleine, middelgrote
en grote schaal. Dit kan op termijn bijdragen tot een duurzaam gebruik van
16
mariene rijkdommen (e.g. door de visserij en de aquacultuur)5. De OTOactiviteiten zullen worden gericht op de effecten van fysische forcering,
milieufactoren en interacties aan oceaan-grenzen en interfaces in verband met
de werking en verandering van ecosystemen, op de analyse van het
onderscheid tussen natuurlijke en antropogene variabiliteit, op onderzoek naar
de rol van extreme milieus en hun gemeenschappen (i.e. in arctische en subarctische zeeën, door zuurstofgebrek gekenmerkte semi-ingesloten zeeën, de
diepzee en de diepzeebodem, met inbegrip van hydrothermale bronnen), en op
de analyse van langetermijntrends in de ecosysteem-variabiliteit, meer bepaald
door de integratie van nieuwe modellerings-, retrospectieve-analyse- en
processtudies.
3.1.2. Karakterisering van sediment-systemen met het oog op een
duurzaam beheer en gebruik van het continentaal plat, de continentale
helling, en de diepzeebodem. De doelstelling is de toegang tot en het gebruik
van zeebodemrijkdommen te vergemakkelijken, tegen de achtergrond van
exploratie op steeds grotere diepten. De OTO-prioriteiten zijn: de meting van
oude en hedendaagse sedimentatieprocessen en -sequenties binnen
verschillende tektonische omgevingen, onderzoek naar de stabiliteit van de
continentale helling en aandacht voor een aantal nieuwe onderzoekspunten
(gashydraten, het potentieel van biogene sedimentaire structuren als
indicatoren voor de aanwezigheid van koolwaterstoffen, de ondergrondse
biosfeer van de diepzee en de koppeling daarvan met de geosfeer).
3.1.3. Transportroutes en effecten van verontreinigende stoffen,
sleutelelementen en nutriënten in het mariene milieu. De doelstelling is de
tenuitvoerlegging en verdere ontwikkeling van de communautaire
waterwetgeving te ondersteunen en de uitvoering van de relevante
overeenkomsten inzake de vermindering van de belasting van de zee met
nutriënten en verontreinigende stoffen te bevorderen. De OTO-activiteiten
moeten gericht zijn op het transport (inclusief naar/van de atmosfeer),
kringlopen, koppeling en opslag van koolstof, nutriënten en verontreinigende
stoffen. Er moet ook een evaluatie worden gemaakt van de effecten van
verontreinigende stoffen (met name van synthetische organische microverontreinigende stoffen en nieuwe stoffen), hun opname door organismen,
hun ecotoxicologische effecten en de synergie-effecten van verschillende
verontreinigende stoffen op de ecosystemen.
3.2. Vermindering van de gevolgen van de menselijke activiteit voor de
biodiversiteit en het duurzaam functioneren van mariene ecosystemen en
bevordering van de ontwikkeling van technologieën voor een veilige en
economische, maar duurzame exploitatie van mariene rijkdommen. De
doelstelling is het effect van de menselijke activiteit op de biodiversiteit en de
duurzame werking van mariene ecosystemen te beperken en de technologieën
te ontwikkelen die vereist zijn om een veilige en economische, maar duurzame
exploitatie van mariene rijkbronnen mogelijk te maken, namelijk door de
wetenschappelijke grondslag voor duurzaamheid te versterken.
Verwachte resultaten: strategieën in verband met het teruglopen van de
mariene biodiversiteit; protocols met beste praktijken voor economische
5
Voorstellen inzake de interactie tussen visserij, aquacultuur en het mariene milieu moeten
worden ingediend in het kader van het thematisch programma 1 (Kernactiviteit Duurzame
landbouw, visserij en bosbouw).
17
activiteiten; capaciteit om toekomstige milieucrises te voorspellen; ontwikkeling
van strategieën om een antwoord te bieden op de aantasting van het milieu
door de mens; nieuwe technologieën voor onderzoek inzake mariene
rijkdommen en het milieu, met inbegrip van risico-evaluatie.
OTO-prioriteiten
3.2.1. Omkering van de trend van achteruitgang van de mariene
biodiversiteit. De doelstellingen zijn om voorspellingen mogelijk te maken op
het gebied van de ontwikkeling van de biodiversiteit in mariene ecosystemen
en methoden te ontwikkelen om de achteruitgang van de biodiversiteit tegen te
gaan. De biodiversiteit moet worden bekeken op verschillende ruimtelijke en
tijdsschalen en niveaus van biologische organisatie. OTO-acties moeten
gericht zijn op de vaststelling van de basismechanismen voor veranderingen in
de biodiversiteit, de vaststelling van de potentiële en daadwerkelijke
antropogene effecten, de omschrijving van bio-indicatoren voor de gezondheid
van het milieu, de ontwikkeling van nieuwe retrodictie- en evaluatiemethoden
voor biodiversiteitsveranderingen en de formulering van beheersopties om het
teruglopen van de biodiversiteit in getroffen ecosystemen om te keren.
3.2.2. Vermindering van de effecten van antropogene activiteiten op het
mariene milieu en herstel van aangetaste mariene systemen. De
doelstellingen zijn de antropogene effecten op mariene ecosystemen te
beperken en te voorkomen en de aantasting van mariene systemen tegen te
gaan. Het onderzoek moet worden gericht op de relevante processen,
natuurlijk dan wel antropogeen, waarmee de effecten van door de mens
geïnduceerde veranderingen en de synergieën daarvan, met inbegrip van de
ontwikkeling van schadelijke algensoorten, kunnen worden beheerst en
beperkt, en moet scenario's opleveren voor de sociaal-economische voordelen
die een vermindering van de antropogene effecten kan opleveren.
Een voorafgaande voorwaarde om de aantasting van systemen te kunnen
voorspellen, is dat men beschikt over een studie van de bestaande en
potentiële beschermingsmaatregelen. Het onderzoek zal worden toegespitst op
de omkeerbaarheid van processen, de gevolgen van ongevallen, met inbegrip
van olievlekken, de functionele vervanging van aangetaste systemen en de bij
saneringsmaatregelen geldende tijds- en kostenschalen.
3.2.3. Technologieën voor een veilige, duurzame en economische
exploitatie van mariene rijkdommen. De doelstelling is om de ontwikkeling
van "schone" technologieën voor de exploitatie van oceanen te bevorderen en
het aldus voor de Europese fabrikanten mogelijk te maken om concurrerender
te worden op de groeiende markt voor mariene technologie. Als allereerste
voorwaarde moet men beschikken over middelen om het mariene milieu te
karakteriseren, observeren en bewaken. Daaruit volgen de volgende
prioriteiten: geïntegreerde thematische inkaartbrenging van de Europese zeeën
(inclusief proefprojecten), ontwikkelingen op het gebied van oceanografische
instrumentatie (inclusief systemen voor occasioneel ingezette schepen),
communicatie- en beeldvormingsystemen en diepzeeobservatoria. De nadruk
moet
worden
gelegd
op
efficiëntie,
snelheid,
betrouwbaarheid,
milieuvriendelijkheid en veiligheid. Tegelijkertijd moet er aandacht worden
besteed aan de verbetering van monsterneming en -behandeling (inclusief
18
monsters van boringen in de oceaan), de exploitatie van verspreide
verzamelingen van monsters en de interkalibratie.
Onder dit hoofdstuk valt ook onderzoek ter vergemakkelijking van
biotechnologische toepassingen: opsporen van nieuwe mariene biologische
rijkdommen, verificatie van hun potentieel voor toepassingen en
kweektechnieken op grote schaal voor zeldzame soorten.
3.3. Bewaking en beheer van kustprocessen en de kustlijn. De
doelstelling is om geïntegreerde kustbeheerconcepten6 te ontwikkelen, met
inbegrip van kosten-batenbeoordelingen, ten einde verontreiniging,
overstroming en erosie, met name van kwetsbare kustlijnen, te beperken en
een duurzaam gebruik van rijkdommen te waarborgen.
Verwachte resultaten: instrumenten voor geïntegreerd beheer en concepten
voor het ecosysteem van kustzones; langetermijnvoorspellingen van
veranderingen van de kustlijn; betrouwbare, economische en milieuvriendelijke
kustbeschermingsmaatregelen tegen overstromingen en erosie; daadwerkelijke
bewaking van kust-, continentaal-plat- en hellingszones.
OTO-prioriteiten
3.3.1. Geïntegreerde studies inzake land-oceaaninteractie. De doelstelling
is om de rol van de kustzeeën in de land-oceaaninteractie te evalueren (met
inbegrip van de interacties aan het continentaal plat, de koppeling tussen
kustzones en rivierbekkens en de rol van zoutwaterwetlands). Er is onderzoek
nodig over de regionale en mondiale gevolgen van de menselijke activiteit op
de land-oceaaninteracties via verontreiniging, eutrofiëring, fysieke verstoring en
exploitatie van rijkdommen, en er moet een strategie voor de bewaking, het
beheer en het gebruik van duurzame kustrijkdommen worden uitgewerkt.
Veranderingen van de kustlijn. De doelstelling is om ons vermogen te
verbeteren om morfologische veranderingen op lange termijn en kustevoluties
over termijnen van decennia of langer en voor lange stukken kustlijn te
voorspellen en innoverende beheersconcepten uit te werken. Alle relevante
fysische, bio-geochemische en geo-morfologische processen moeten
tegelijkertijd worden bekeken, waarbij ook moet worden gekeken naar de
maatschappelijk-economische dimensie en de interacties van het kustsysteem
met zijn grenzen (land, lucht, open zee). Speciale aandacht moet worden
besteed aan de problemen van kustinhammen (getijdenbassins, estuaria,
lagunes, rias en lochs).
3.3.3. Bescherming van de kust tegen overstromingen en erosie. De
doelstelling is om de kustbescherming tegen overstromingen en erosie
betrouwbaar, economisch en milieuvriendelijk te maken. Extreme
gebeurtenissen aan de kust moeten beter worden begrepen en hun effect op
verschillende waterbouwkundige werken moet worden nagegaan. De
ontwerpconcepten voor waterbouwkundige werken ter bescherming van kusten
tegen overstromingen moeten verder worden ontwikkeld en daarbij moeten
veiligheidsconcepten en risicoanalysetechnieken worden geïntegreerd en moet
6
Rekening houdend met de doelstellingen en resultaten van het recente INTERREG-initiatief
voor het beheer van kustzones en het EU-demonstratieprogramma voor geïntegreerd
beheer van de kustlijn.
19
ernaar worden gestreefd het milieu zo weinig mogelijk aan te tasten. De rol en
werking van zoute moerassen en moddervlakten als natuurlijke
kustverdedigingsmechanismen en bufferzones tegen verontreiniging moeten
worden nagegaan en methodologieën voor de ontwikkeling en het herstel
daarvan moeten worden uitgewerkt.
3.3.4. Bewaking van kustprocessen. De doelstelling is het voor de
kustbeheerders mogelijk te maken trends in de toestand van het systeem te
ontdekken,
mogelijke
risico's
van
kortetermijngebeurtenissen
en
langetermijnevoluties in te schatten en de duurzaamheid van de aan de gang
zijnde ontwikkeling te beoordelen. Er zullen systemen worden ontwikkeld voor
een daadwerkelijke en duurzame bewaking van de kustzones teneinde een
zicht te krijgen op de toestand van het milieu en de relevantste parameters voor
overstroming, erosie en verontreiniging aan te kunnen geven.
3.4. Operationele voorspelling van de milieueisen voor offshoreactiviteiten. De doelstelling is om een veilige en duurzame offshore-activiteit in
kust, continentaal-plat- en hellingszones mogelijk te maken en de nodige
elementen te ontwikkelen voor een geschikt marien observatiesysteem en
preoperationeel
proef-voorspellingssysteem.
Het
bijeenbrengen
van
compatibele gegevensverzamelingen en de verspreiding van prognoses zullen
worden geoptimaliseerd in overeenstemming met de beste praktijken, als
vastgelegd in de internationale voorschriften en overeenkomsten.
Verwachte resultaten: capaciteit om de toestand van het mariene milieu te
bewaken; voorspelling van de toestand, trends en wijzigingen van mariene
kenmerken (oppervlakte- en onderwaterstromen, golven, algenbloei, enz.) die
een effect hebben op de menselijke activiteit (visserij, navigatie, toerisme,
kustbeheer); mogelijkheid om de daarmee verbonden risico's in te schatten
(e.g. schade aan werkzaamheden of structuren, overstromingen, erosie en
verontreiniging; navigatie, enz.) en om de duurzaamheid van de aan de gang
zijnde ontwikkelingen te beoordelen.
OTO-prioriteiten
De prioriteiten zijn: ontwikkeling en demonstratie van de volledige reeks
activiteiten: geoptimaliseerde selectie van te meten parameters;
geoptimaliseerde en gestandaardiseerde verzameling/behandeling van
gegevens van hoge kwaliteit (zowel in situ als via remote sensing); verwerking
van
die
gegevens
in
modellen
voor
weersvoorspellingen
en
weersvoorspellingen op zeer korte termijn; ontwerp, ontwikkeling, beproeving
en vaststelling van observatiegrenzen van pre-operationele systemen en de
verbinding daarvan met de mondiale systemen; gestandaardiseerde
verspreiding van de resultaten aan gebruikersgroepen, i.e. wetenschappers die
de desbetreffende processen onderzoeken, lokale autoriteiten die
kustbeschermingsmaatregelen plannen, industriëlen en andere spelers.
Prioriteiten voor en inhoud van de eerste uitnodiging tot het indienen van
voorstellen in 1999
3.1.1 Betere bepaling van de natuurlijke mechanismen in de werking van
ecosystemen
20
3.1.2 Karakterisering van sediment-systemen met het oog op een duurzaam
beheer en gebruik van het continentaal plat, de continentale helling en de
diepzeebodem
3.2.1 Omkering van de trend van achteruitgang van de mariene biodiversiteit
3.2.2 Vermindering van de effecten van antropogene activiteiten op het
mariene milieu en herstel van de aangetaste mariene systemen
3.3.1 Geïntegreerde studies inzake land-oceaaninteracties
Prioriteiten voor en inhoud van de tweede uitnodiging tot het indienen van
voorstellen in 1999 (deadline 2000)
3.1.3 Transportroutes
en
effecten
van
verontreinigende
stoffen,
sleutelelementen en nutriënten in het mariene milieu
3.2.3 Technologieën voor een veilige, duurzame en economische exploitatie
van mariene rijkdommen
3.3.2 Veranderingen van de kustlijn
3.3.3 Bescherming van de kust tegen overstromingen en erosie
3.3.4 Bewaking van kustprocessen
3.4
Operationele voorspelling van de milieueisen voor offshore-activiteiten
21
Kernactiviteit 4: De stad van morgen en het culturele erfgoed
Doelstellingen en verwachte resultaten
Overal in Europa wordt men geconfronteerd met de uitdaging om de
leefkwaliteit in de stedelijke gemeenschappen en daarmee verbonden
stedelijke regio’s te verbeteren en het concurrentievermogen van de Europese
steden veilig te stellen, waarbij tegelijkertijd duurzame ontwikkeling in
economisch, architectonisch, ecologisch, maatschappelijk en cultureel opzicht
wordt bevorderd. Steden verschillen wat betreft cultuur, milieusituatie, grootte,
economische structuur, maatschappelijke samenstelling en demografie.
Ondanks deze verschillen staan de steden in alle Europese regio’s voor
gemeenschappelijke uitdagingen, zoals die in verband met luchtkwaliteit,
lawaai, verkeerscongestie, afvalstoffen, economisch concurrentievermogen,
werkgelegenheid, veiligheid, instandhouding van hun aftakelende infrastructuur
en gebouwde omgeving, beperking van de maatschappelijke uitsluiting,
bevordering van duurzame ontwikkeling en versterking van de culturele
identiteit.
Met de hier behandelde kernactiviteit wordt een mix van sociaal-economische,
ecologische en technologische benaderingen beoogd inclusief de ontwikkeling,
integratie en demonstratie7 van technologieën, instrumenten en
methodologieën om tot betere voorspellingen, controles en beoordelingen te
komen en beste praktijken vast te stellen. Het accent wordt gelegd op
benaderingen die de burger en belanghebbende meer inspraak geven in de
stedelijke besluitvorming en ertoe bijdragen dat alle burgers, inclusief die welke
bijzondere behoeften hebben, over betrouwbare, efficiënte en betaalbare
diensten kunnen beschikken. Binnen vier gecorreleerde thema’s die een
geïntegreerd kader bieden worden activiteiten op de volgende gebieden
beoogd:
4.1
Duurzame stadsplanning en rationeel beheer van hulpbronnen.
Doel is om meer inzicht te krijgen in de stedelijke besluitvorming teneinde
duurzame ontwikkeling te ondersteunen. Hierbij komen kijken: analyse- en
bewakingsmethoden en –instrumenten ter beoordeling van markteffecten,
verbetering van het instrumentarium voor stedelijk beleid, regelgeving, prikkels
en economische instrumenten, met speciale aandacht voor de effecten op
omliggende gebieden, vermindering van de ecologische voetafdruk van
stedelijke activiteiten.
Verwachte resultaten: kennisuitbreiding, oplossingen en geïntegreerde beste
praktijken voor duurzame economische ontwikkeling en voor het verbeteren
van de kwaliteit van het stadsleven; beleidsprikkels, instrumenten en beste
praktijken voor duurzaam stadsbeheer inclusief strategieën voor duurzame
afvalbehandeling, -verwijdering en –hergebruik
7
Gezien de beperktheid van de beschikbare middelen ligt de nadruk bij deze kernactiviteit op
de innovatieve planning van demonstraties voortvloeiend uit de integratie van technologieën
en de comparatieve beoordeling van verschillende benaderingen en processen. In sommige
gevallen, zoals bij het culturele erfgoed, moeten pilot-demonstraties gezien worden als
onderdeel van onderzoek en kunnen deze enige steun behoeven.
22
OTO-prioriteiten
4.1.1 Verbetering van het stadsbestuur en de stedelijke besluitvorming.
Doel is om instrumenten en beste praktijken te ontwikkelen voor effectief,
duurzaam stadsbeheer. De complexiteit van steden, hun dynamiek, interacties
en snelle veranderingen vereisen betere en innovatieve instrumenten,
methoden en systemen voor geïntegreerde effectieve stadsplanning en –
beheer alsmede modellen voor inspraak van de burger in het
besluitvormingsproces. Voor de karakterisering van de toestand en
ontwikkeling van steden zijn beleidsrelevante beoordelingen, systeemmodellen,
scenario’s en voorspellingsmethoden vereist.
4.1.2 Verbetering van de kwaliteit van het stadsleven. Doel is om
geoptimaliseerde methodologieën en beste praktijk te ontwikkelen voor het
verbeteren van de leefkwaliteit in stedelijke gebieden met betrekking tot:
maatschappelijke integratie, gezondheid, milieu, stedelijke ecosystemen,
huisvesting, veiligheid en toegang tot diensten en essentiële voorzieningen
(water, land en energie). Belangrijke punten met betrekking tot het milieu zijn:
karakterisering, ontwikkeling van modellen, bewaking en beoordeling van
verontreiniging (inclusief lucht-, lawaai- en trillingsverontreiniging) en de
ontwikkeling van alarmeringssystemen.
4.1.3 Reductie van afvalstoffen en beheer van de levenscyclus ervan. Doel
is om de hoeveelheid, verscheidenheid en het gevaar van te verwijderen vaste
afvalstoffen te verminderen door meer inzicht te verwerven in de levenscyclus
van afvalstromen en strategieën uit te werken voor reductie, hergebruik en
verwerking van afval met een minimaal effect op het milieu en de maatschappij.
4.1.4
Economische
ontwikkeling,
concurrentievermogen
en
werkgelegenheid. Doel is om beste praktijken te ontwikkelen die gericht zijn
op de effectieve integratie van technologieën teneinde de werkgelegenheid
binnen de stedelijke context te verbeteren. Er moet hierbij aandacht worden
besteed aan kritieke stedelijke behoeften, verhoogde mobiliteit en toegang,
verbeterde productiviteit van de hulpbronnen, geavanceerde communicatieinfrastructuur (“digitale steden”), voorziening van geschoold personeel en
effectieve netwerken tussen aanbieders en gebruikers van kennis. Dit behelst
het integreren van nieuwe technologieën in de kunstnijverheid, die deel
uitmaakt van het culturele erfgoed. Evenwichtige regionale ontwikkeling moet
samenwerkingskaders tussen steden met uiteenlopende kenmerken, stedelijke
regio’s alsmede verbonden plattelandsgebieden mogelijk maken. Nieuwe
technologieën moeten tegemoetkomen aan de behoeften van steden, zoals
stedelijke ICT, telewerken, informatietoegang, GIS voor stadsplanning en –
beheer, en interactieve systemen.
4.2 Bescherming, conservering en uitbreiding van het Europese culturele
erfgoed. Doel is de schade vast te stellen en te beoordelen aan zowel het
roerende als het onroerende culturele erfgoed, waarbij het accent vooral wordt
gelegd op oplossingen en beoordeling van de bescherming, conservering,
uitbreiding en toegankelijkheid ervan.
Verwachte resultaten: ontwikkeling van instrumenten om milieuschade aan het
culturele erfgoed beter te voorspellen en voorkomen en om
verontreinigingsdrempelniveaus vast te stellen; vaststelling van beste praktijken
23
voor duurzame bescherming, conservering en beheer van het roerende en
onroerende culturele erfgoed, inclusief de veilige uitwisseling ervan en toegang
ertoe voor de burgers alsmede de integratie ervan in de stedelijke context.
OTO-prioriteiten
4.2.1 Het beter beoordelen van schade aan het culturele erfgoed. Doel is
milieuschade aan het culturele erfgoed beter te voorspellen en te voorkomen
en om verontreinigingsdrempelniveaus vast te stellen. Beoordeling van de
chemische, fysische en biologische effecten van combinaties van
verontreinigende stoffen op het roerende en onroerende culturele erfgoed in
steden, inclusief het effect van deeltjes en gassen zoals O 3, N- en
S-verbindingen en de synergetische effecten ervan in de zin van de
EG-richtlijnen inzake de stedelijke luchtkwaliteit. Beoordeling van de effecten
van het microklimaat en de neerslag van verontreinigende stoffen aan de
binnen- en buitenkant van historische gebouwen, musea, bibliotheken,
galerijen en archieven.
4.2.2 Ontwikkeling van innovatieve conserveringsstrategieën. Doel is om
instrumenten te ontwikkelen voor het duurzame beheer van het culturele
erfgoed. Preventieve conserveringsstrategieën voor culturele bezittingen in
gebouwen en in de open lucht. Vergelijking tussen nieuwe
conserveringsproducten, -methoden en –technologieën en de bestaande
alternatieven. Omkeerbaarheid van behandelingen en het niet-destructieve
karakter ervan. Interactie tussen oude en nieuwe conserveringsmaterialen en
-methoden bij structurele of oppervlakte-ingrepen. Milieureguleringssystemen
(airconditioning, vitrines) alsmede methodologieën voor het ontwerpen van
gebouwen en modellen voor een integratieve bescherming van het culturele
erfgoed. Demonstratie van conserverings- en restauratiestrategieën voor
historische gebouwen. Kosten/baten-, levenscyclus- en milieueffectanalyse ter
toetsing van strategieën voor de bescherming van het culturele erfgoed aan
algemeen aanvaarde normen zoals internationale handvesten (Athene,
Venetië).
4.2.3 Het bevorderen van de integratie van het culturele erfgoed in de
stedelijke omgeving. Doel is instrumenten, methodologieën en modellen te
ontwikkelen ter ondersteuning van de besluitvorming betreffende de duurzame
exploitatie en integratie van het culturele erfgoed in de context van de
stedelijke ontwikkeling, een en ander met het oog op de bescherming,
conservering en toegang ervan. Vaststelling en karakterisering van
technologische en natuurlijke risico's die relevant zijn voor het culturele
erfgoed, aangevuld met risicoinschattings- en beheermethoden en
instrumenten voor schadebeperking, verbetering van de veiligheid van
historische gebouwen, voorwerpen en personen en ontwikkeling van de
wetenschappelijke basis die nodig is voor het vertalen van de bescherming van
het culturele erfgoed in veiligheidsvoorschriften. Toerisme en duurzame
exploitatie en conservering van het culturele erfgoed, inclusief de bescherming
ervan tegen vandalisme en ongeregeldheden. Beoordeling en beperking van
risico’s in verband met het gebruik van anti-fraudevoorzieningen en het
transporteren van het culturele erfgoed.
24
4.3
Ontwikkeling en demonstratie van technologieën voor veilige,
zuinige, schone, effectieve en duurzame bewaring, herstel, renovatie,
constructie, ontmanteling en sloop van de gebouwde omgeving, met
name voor grote groepen gebouwen. Doel is het verbeteren van de
leefkwaliteit; het bevorderen van de kosteneffectiviteit, betaalbaarheid en
duurzaamheid in alle fasen van het bouwproces; het optimaliseren van het
gebruik van hulpbronnen (inclusief water, materialen, energie en land), het
minimaliseren van de productie van verontreinigende stoffen (inclusief afval,
lawaai en stof); en het verbeteren van het comfort, de toegankelijkheid en de
veiligheid van de gebouwde omgeving, inclusief het minimaliseren van de
potentiële effecten van grote rampen.
Verwachte resultaten: definitie, specificatie en realisatie van een duurzame
gebouwde omgeving en verbetering van de kwaliteit van grote groepen
stedelijke gebouwen; strategieën voor het saneren en opnieuw gebruiken van
land.
OTO-prioriteiten
4.3.1 Stadskern- en stadsbuurtenvernieuwing. Doel is een duurzame
gebouwde omgeving tot stand te brengen via het oplossen van specifieke
uitdagingen die elders niet aan bod komen en het integreren van activiteiten
waarmee beoogd wordt naar de onderstaande gekwantificeerde doelstellingen
toe te werken en verder bij te dragen tot de vernieuwing door het bevorderen
van maatschappelijke integratie, en het vaststellen van indicatoren voor
problemen in verband met gezondheid en comfort in gebouwen, en
toegankelijkheid in relatie tot de gebouwde omgeving; ruimtelijke ordening om
de totale vraag naar vervoer te minimaliseren; en beoordeling en beperking van
risico’s in verband met door mens en natuur veroorzaakte rampen. Op basis
van een systeembenadering moeten een aantal nieuwe, binnen of buiten deze
kernactiviteit ontwikkelde, oplossingen “op basis van de beste praktijk” worden
geïntegreerd, gedemonstreerd en beoordeeld. De activiteiten moeten gericht
zijn op het bevorderen van de realisatie vóór 2010 van zoveel mogelijk van de
volgende doelstellingen: beperking (>20%) van het primaire energieverbruik
van nieuwe en bestaande stadsgebouwen; beperking (>25%) van het
waterverbruik in gebouwen; beperking (>10%) van het gebruik van primaire
grondstoffen en recyclage van 90% van het bouwafval; beperking (>20%) van
de levenscycluskosten (op basis van de “beste praktijk”) van het bouwproces;
beperking van de kosten (>20%) van de sanering van verontreinigde terreinen
en de ontwikkeling of het hergebruik van de ondergrond en andere
grondwerkzaamheden; vermindering (>25%) van ongevallen op bouwplaatsen
en verbetering van de leefkwaliteit, productiviteit en gebruikerstoegankelijkheid.
4.4
Vergelijkende studie en kosteneffectieve toepassing van
strategieën voor duurzame vervoersystemen in een stedelijke omgeving
Doel is het radicaal terugdringen van vervuiling en congestie in de steden en
tegelijk de zorg voor toegankelijkheid en mobiliteit, door het voeren van een
strategisch beleid voor ruimtelijke ordening dat gunstig is voor de ontwikkeling
van alternatieven voor de eigen auto en een strategische aanpak met
betrekking tot het gebruik van nieuwe technologieën voor stedelijk vervoer die
compatibel zijn met het vervoersysteem in zijn totaliteit.
Verwachte resultaten: beleidsprikkels, essentiële planningsinstrumenten,
beoordelingsmethodologieën en beste praktijken die gericht zijn op het
25
beperken van het individuele voertuigverkeer en het aanmoedigen van het
gebruik van collectieve en andere duurzame vervoervormen; beoordeling en
demonstratie van de wijze waarop nieuwe en geïntegreerde technologieën voor
stedelijk vervoer de mobiliteit, toegankelijkheid en leefkwaliteit kunnen
verbeteren.
OTO-prioriteiten
4.4.1 Strategische benaderingen en methodologieën voor stadsplanning
met betrekking tot duurzaam stedelijk vervoer. Doel is om
planningsinstrumenten, beoordelingsmethodologieën en beste praktijken te
ontwikkelen die gericht zijn op het beheren van de toekomstige vervoervraag
via geïntegreerde ruimtelijke ordening en vervoerplanning, het beperken van
het individuele gemotoriseerde voertuigverkeer en het stimuleren van het
gebruik van collectieve en andere duurzame vervoerwijzen. Het op duurzame
wijze uitvoeren van een geoptimaliseerd stadsplanningsbeleid vereist
indicatoren, scenario's en modellen om de stedelijke ruimtebestemming en
vervoerpatronen te beschrijven en optimaliseren; analyse van de institutionele,
juridische en financiële barrières voor het optimaliseren van de planning;
ontwikkeling en beoordeling van de stedelijke infrastructuur ter bevordering van
het gebruik van niet-gemotoriseerde vervoerwijzen.
4.4.2 Vergelijkende beoordeling en demonstratie van nieuwe
vervoertechnologieën en daarmee samenhangende infrastructuur.
Verbeterde conceptsimulatie en beoordeling van stedelijke vervoer- en
verkeersmiddelen in een stadsspecifieke context; ontwikkeling van modellen,
simulatie en kosten-batenanalyse met betrekking tot vervoer- en
verkeerssystemen en beoordeling, levenscyclusanalyse, nichebeheer
ondersteund door prototypetests, demonstratie en validatie; demonstratie op
ware grootte en beoordeling van stadsvervoerconcepten alsmede het
aanreiken van concepten voor gebruikersvriendelijke nieuwe voertuigen voor
personen- of vrachtvervoer; verbeterde compatibiliteit tussen vervoer en
stedelijke infrastructuur
Prioriteiten voor de eerste uitnodiging tot het indienen van voorstellen in
1999
4.1.1 Verbetering van het stadsbestuur en de stedelijke besluitvorming
4.2.2 Ontwikkeling van innovatieve conserveringsstrategieën (Alleen
netwerken en gecoördineerde werkzaamheden)
4.3.1 Stadskern- en stadsbuurtenvernieuwing
4.4.1 Strategische benaderingen en methodologieën voor stadsplanning met
betrekking tot duurzaam stedelijk vervoer
Prioriteiten voor de tweede uitnodiging tot het indienen van voorstellen in
1999 (uiterste termijn 2000)
Alle gebieden van het werkprogramma die hierboven niet worden vermeld plus:
4.3.1 Stadskern- en stadsbuurtenvernieuwing
4.2.2 Ontwikkeling van innovatieve conserveringsstrategieën
26
Generieke activiteiten in verband met onderzoek en technologische
ontwikkeling
(i) De bestrijding van belangrijke natuurlijke en technologische risico's
I. Doelstelling
Doel is om, door meer inzicht in de processen, mechanismen en
gebeurtenissen die natuurlijke en technologische risico's veroorzaken,
technologieën en methoden (bv. informatiebeheer) te ontwikkelen voor
milieueffectrapportage, risicovoorspelling, -preventie, -beoordeling en
schadebeperking. Ondersteuning van verbeterde besluitvormingssystemen,
inclusief beoordelings- en valideringsinstrumenten voor risicoinschatting en
noodgevallenbeheer. Schadebeperkingsstrategieën als inbreng in EU-beleid en
de desbetreffende richtlijnen.
I.1. Natuurlijke risico's
OTO-prioriteiten
I.1.1.
Seismische risico's
Vaststelling en karakterisering van gebieden met hoge seismische risico's;
ontwikkeling van technologieën en modellen om met aardbevingen verband
houdende parameters en verschijnselen te observeren, analyseren en
monitoren; opsporing en analyse van factoren die de kans op natuurrampen
vergroten; ontwikkeling van verbeterde methoden, modellen en instrumenten
inzake risicogevoeligheid en risicobeoordeling.
Verbeterde methoden en technologieën ter beoordeling van aan
terreinspecifieke effecten toe te schrijven lokale variaties in de beweging van
de ondergrond voor bouwtoepassingen; scenario's voor de fase vóór een ramp;
uitwisseling van gegevens en gemeenschappelijk gebruik van bestaande
testlocaties, inclusief testlocaties van regionale grootte; ontwikkeling van
innovatieve methoden en technologieën om rampen te bestrijden en de
gevolgen ervan te beperken; verbetering van de aardbevingsbestendigheid van
historische, bestaande en nieuwe gebouwen.
I.1.2. Overstromingen en hydrogeologische risico's: geïntegreerde
studies van de incidentie van extreme overstromingen; koppeling van
meteorologische
en
hydrologische
voorspellingen
en
daarmee
samenhangende klimatologische forcering; risico's van catastrofale breuken
van kunstmatige waterbeheersingsconstructies; installaties voor afvalbeheer;
mechanismen van aardverschuivingen en catastrofale lawines.
I.1.3. Vulcanische risico's: Kwantitatieve beoordeling van magmaeigenschappen en -processen en van de voorwaarden van magmaaccumulatie. Ontwikkeling en implementatie van computeromgevingen en
-codes, integratie van gegevens van multi-sensornetwerken voor permanente
bewaking en door ruimteplatformen.
27
I.1.4. Bosbranden: Interacties tussen met brand verband houdende
bosbouwaspecten, brandstofbeheertechnieken en weilandbeheer; sociaaleconomische aspecten van bosbranden; kwantitatieve beoordeling van
brandincidentie, -hevigheid, -preventie-efficiëntie en het herstellingsvermogen
van het ecosysteem.
De generieke activiteiten worden via continu openstaande uitnodigingen
uitgevoerd8.
In 1999 wordt de voorkeur gegeven aan voorstellen met betrekking tot :
Seismische risico's (I.1.1.)
Overstromingen en hydrologische risico's (I.1.2.)
I.2. Technologische risico's
OTO-prioriteiten
I.2.1. Inzicht
in
processen.
Mechanismen,
verschijnselen
gebeurtenissen die leiden tot technologische risico's welke voortvloeien
technologische ontwikkelingen met als doel de risiconiveaus beter
kwantificeren en de operationele veiligheid van kunstmatige constructies
industriële installaties te verbeteren.
en
uit
te
en
I.2.2. Risicobeoordeling en -voorspelling. Ontwikkeling van innovatieve
benaderingen voor risicobeoordelings- en -voorspellingstechnologieën.
Aspecten van de integratie van risico's in begrensde ruimten of resulterend uit
vervoersystemen; informatie- en alarmeringssystemen; interacties tussen
technologische risico's en stadsstructuren, leef-/werkpatronen.
I.2.3. Risicobeperking en -beheer. De ontwikkeling van technologieën en
praktijken met een laag risico, laag milieueffect, risicobeperking, geïntegreerde
besluitvormingsondersteuningssystemen
en
informatieen
noodgevallenbeheer.
De generieke activiteiten worden via continu openstaande uitnodigingen
uitgevoerd9.
In 1999 wordt de voorkeur gegeven aan voorstellen met betrekking tot:
‘Inzicht in processen’ (I.2.1).
(ii) De ontwikkeling van generieke technologieën voor aardobservatie
Doelstellingen
Doel
van
deze
activiteit
is
de
Europese
capaciteit
voor
aardobservatietechnologieën uit te breiden om ons milieu te monitoren, te
8
9
Zie de indicatieve "roadmaps" in bijlage 3.
Zie de indicatieve "roadmaps" in bijlage 3.
28
begrijpen en te beschermen, een markt voor nieuwe operationele producten en
diensten te ontwikkelen en derhalve duurzame Europese potentie te
bevorderen op het gebied van operationele diensten voor het monitoren van de
aarde vanuit de ruimte. Deze activiteit dient te worden uitgevoerd in
overeenstemming met de doelstellingen van het Centrum voor observatie van
de aarde10. Mogelijkheden voor de exploitatie van AO zijn ook te vinden bij
andere gerelateerde kern en generieke activiteiten.

Het inbrengen van wetenschappelijke resultaten in nieuwe of
bestaande toepassingen. Om het nut van aardobservatie te verbeteren,
moet het wetenschappelijke inzicht in de inhoud van het signaal voorbij
empirische relaties en indices tot de onderliggende processen worden
uitgebreid. Het nuttige deel van het signaal moet worden geïsoleerd uit ruis
bevattende tijdreeksen. De biogeofysische parameters dienen uit het
signaal te worden gerecupereerd. Innovatieve laboratoriummethoden en
algorithmen moeten in werking worden gesteld om aardobseratie als
informatiebron voor een groter aantal toepassingen geschikt te maken en
om het gebruik ervan in bestaande toepassingen te verbeteren.

Het verbeteren van de exploitatie van aardobservatie: Geïntegreerde
totaaloplossingen teneinde aan de informatie-eisen tegemoet te komen die
voortspruiten uit het beleid van de EU. De activiteiten moeten zich richten
op de operationele behoeften van de overheden van de lidstaten (en in
voorkomend geval de directoraten-generaal van de Commissie) en andere
lichamen waarvan de eisen de industrie kunnen stimuleren om
ruimteapparatuur aan te bieden. De volgende thematische gebieden
hebben prioriteit: ruimtelijke ordening en regionale ontwikkeling;
hulpbronnenbeheer; milieuconvenanten; en milieuindicatoren.
Het accent ligt op "pilootprojecten" waarbij beoogd wordt om
kosteneffectieve operationele systemen te ontwikkelen en te demonstreren
met medewerking van de klanten (eindgebruikers) van het begin tot het
einde van de levenscyclus. In het kader van de activiteiten of
projectclusters kan facultatief ook: eisen- of haalbaarheidsonderzoek
worden verricht om vast te stellen op welke wijze met diensten, opdrachten
of onderdelen van opdrachten (waarbij het internationale ruimtestation
mogelijk een rol vervult) aan de behoeften van de klant kan worden
voldaan; worden nagegaan in hoeverre de eisen van de klant kunnen
worden bevredigd met behulp van informatie die afkomstig is uit bestaande
of geplande Europese systemen of uit gegevensarchieven; een groep van
potentiële klanten worden opgeleid en getraind om gegevens en informatie
van aardobservatie, in voorkomend geval geïntegreerd in andere
technologieën,
zoals
remote
sensing
vanuit
een
vliegtuig,
telecommunicatie, navigatie en geografische informatiesystemen, beter te
benutten.
10
De CAO-activiteiten van het vierde kaderprogramma waren een combinatie van zowel eigen
OTO (GCO) als OTO-werkzaamheden onder contract (werkzaamheden voor gezamenlijke
rekening). Volledige informatie is te vinden op het adres http://www.ceo.org/. De
doelstellingen van de onderhavige generieke AO-activiteit sporen met de vroegere
werkzaamheden.
29
In het kader van andere pilotprojecten dienen innovatieve oplossingen op
basis van aardobservatie te worden aangereikt om informatiebehoeften te
bevredigen op andere terreinen die strategisch of commercieel van belang
zijn. Doel is om de efficiëntie en kosteneffectiviteit van publieke en private
organisaties op te voeren door diensten aan te bieden; het
concurrentievermogen van de waarde toevoegende industrie te verbeteren;
robuuste preoperationele diensten te ontwikkelen als hulpmiddel bij het
leveren van nieuwe oplossingen voor praktische problemen.

Het creëren van gunstige voorwaarden voor het ontwikkelen van de
markt. Vastgesteld moet worden welke obstakels in de regelgeving of het
overheidsbeleid in de weg liggen van de ontwikkeling van duurzame
diensten op basis van aardobservatie en er dient te worden onderzocht op
welke wijze deze obstakels uit de weg kunnen worden geruimd. Er moeten
innovatieve ideeën worden ontwikkeld en verkend om de particuliere en
openbare financiering van operationele diensten te stimuleren. Het
gegevensbeleid van de Europese aanbieders moet coherenter worden
gemaakt en er dient een Europees archiveringsbeleid, - mechanisme en praktijk op lange termijn te worden ontwikkeld. Internationale samenwerking
is essentieel, inclusief deelname aan activiteiten die verband houden met
het CEOS (Committee on Earth Observation Satellites). De toepassingen
van aardobservatie moeten worden bevorderd om deze begrijpelijker en
gebruikelijker te maken.
De generieke activiteiten worden via continu openstaande uitnodigingen
uitgevoerd11.
In 1999 wordt de voorkeur gegeven aan voorstellen met betrekking tot :
Het gebruiken van wetenschappelijke resultaten in nieuwe of bestaande
toepassingen.
Het creëren van gunstige voorwaarden voor het ontwikkelen van de markt.
11
Zie de indicatieve "roadmaps" in bijlage 3.
30
(iii) Sociaal-economische aspecten van
oogpunt van duurzame ontwikkeling
milieuverandering
uit
een
Doelstellingen
Doel is de wetenschappelijke basis te verbeteren voor de integratie van
overwegingen inzake milieuduurzaamheid in de sociaal-economische
ontwikkeling, het sectorale beleid en de activiteiten. Bijzondere aandacht wordt
besteed aan de beleidsterreinen op EU-niveau en de brede sociaaleconomische doelstellingen van het vijfde kaderprogramma.
 Bepalen van de kritieke verbanden tussen sociaal-economische
ontwikkeling en milieuverandering. Doel is die causale verbanden en
factoren op te sporen en te beoordelen die van het hoogste belang zijn en
kunnen worden beïnvloed, inclusief hun relatieve belang en
variatiepatronen binnen de EU, waarbij men zich concentreert op een of
meer van de onderstaande punten:

Beoordeling van de gevolgen voor het milieu van sociaal-economische
drijvende krachten zoals attitudes; instellingen; technologische ontwikkeling
en innovatie; economische, structurele en demografische veranderingen;
enz.

Vaststelling en beoordeling van de invloed van milieuveranderingen op de
maatschappij en de economie; het aanpassingsvermogen; de distributieve
kenmerken tussen regio's, generaties, maatschappelijke groepen, enz.

Vaststelling van barrières alsmede stimuli voor de uitvoering van beleid
inzake duurzame ontwikkeling (bv. conflicten tussen beleidsdoelstellingen;
publieke acceptatie en ethische kwesties; maatschappelijke voorlichting).
 Instrumenten en methodologieën
duurzaamheid in het beleid
voor
het
integreren
van
Er bestaat nu een groot aantal instrumenten en methodologieën om de
beleidsvorming en -implementatie te ondersteunen. Deze moeten worden
gevalideerd en verder ontwikkeld met het oog op efficiëntie-, effectiviteits-, en
billijkheidscriteria, waarbij het accent gelegd wordt op instrumenten en
methoden die gebruikt worden voor de beoordeling van de sociaaleconomische en milieu-effecten van beleid, technologische opties,
economische
instrumenten,
regelgeving,
informatie-instrumenten;
geïntegreerde milieubeoordelingen; instrumenten en procedures voor
ruimtelijke ordening; methoden en procedures voor samenwerkings- en
inspraakbeheer. Onderzoek kan ook optimale combinaties van instrumenten en
methoden tot ontwikkeling brengen (instrumentenmix).
 Belangrijke paden voor de overgang naar duurzaamheid. De
totstandbrenging van duurzame ontwikkeling houdt in dat men beide
bovenstaande elementen, namelijk kennis enerzijds en instrumenten en
methodologieën anderzijds, combineert en zich bezighoudt met het
ontwerpen en testen van:
31

Milieuefficiëntiestrategieën inclusief zowel consumptie als productie;
gaande van het niveau van het individuele huishouden tot dat van de
consumentenmarkten; van het niveau van de onderneming tot dat van
de industrie- en dienstenbranches en hun onderlinge afhankelijkheid.

Duurzame regionale ontwikkelingsstrategieën, waarbij het accent
vooral op de beleidseisen op EU-niveau wordt gelegd.
De generieke activiteiten worden via continu openstaande uitnodigingen
uitgevoerd12.
In 1999 wordt de voorkeur gegeven aan voorstellen met betrekking tot :

Bepalen van kritieke verbanden: beoordeling van de gevolgen voor het
milieu van sociaal-economische drijvende krachten.

Instrumenten en methodologieën: voor de beoordeling van de sociaaleconomische en milieu-impact van beleid, technologische opties,
economische instrumenten, verordeningen; geïntegreerde
milieubeoordelingen.
12
Zie de indicatieve "roadmaps" in bijlage 3.
32
Steun voor onderzoekinfrastructuur
Doelstellingen en strategie
Betekenisvol en beloftevol onderzoek op het gebied van milieu en duurzame
ontwikkeling vereist doorgaans de beschikbaarheid van en toegang tot
complexe verzamelingen gegevens en modellen en speciale en kostbare
instrumentatie alsmede de bundeling van verspreid liggende hulpbronnen. Het
succes van het Europese onderzoek en het vermogen ervan om aan de
behoeften van de wetenschap en de maatschappij in strategische sectoren
zoals veranderingen van het aardsysteem, klimaat en biodiversiteit,
oceaanbeheer en natuurlijke risico's tegemoet te komen, hangen af van de
integratie en de kritische massa van de onderzoekinfrastructuur , welke die van
onze meest directe concurrenten minstens moet evenaren
Steun voor onderzoekinfrastructuur dient gericht te zijn op: het stimuleren van
het transnationale gebruik van bestaande publieke of private
voorzieningen voor de verzorging van kritieke behoeften teneinde de
exploitatie ervan verder te bevorderen (onder voorkoming van onnodig dubbel
werk) en het aanpakken van nieuwe prioritaire behoeften.
Prioritaire gebieden
De steun van de Gemeenschap beoogt een effectiever gebruik van de
Europese onderzoekinfrastructuur en een verbetering van de samenhang van
de Europese onderzoekstructuur op de volgende gebieden:
 Voorzieningen voor onderzoek op het gebied van veranderingen van
het aardsysteem, klimaat en biodiversiteit: supercomputersystemen voor
de ontwikkeling van klimaat- en aardsysteemmodellen met een hoge
resolutie die simulaties op mondiale en regionale schaal mogelijk maken;
archiveringsfaciliteiten voor simulatie- en observatiegegevens (zowel
paleoklimatologische als recente gegevens); steun voor een Europese
taxonomie ter nakoming van de verbintenissen die de EU in het kader van
het Biodiversiteitsverdrag heeft aangegaan, een en ander toegespitst op de
samenvoeging van bestaande verzamelingen, normalisatie en de
ontwikkeling van expertsystemen; faciliteiten voor het observeren van
atmosferische verbindingen en eigenschappen, in het verleden en nu, om
processen en de natuurlijke variabiliteit van de atmosfeer, van het oppervlak
tot de stratosfeer, inzichtelijk te maken en te kwantificeren, grondstations en
vliegtuigen, inclusief simuleringsruimten.
 Voorzieningen voor marien onderzoek: het leveren van de nodige
logistiek voor onderzoek betreffende het duurzame beheer van het mariene
milieu en de mariene hulpbronnen via steun voor onderzoekschepen
inclusief boorschepen, schepen met ijsversterking, mariene databases en
verzamelingen, bassins voor tests op grote schaal, centra voor operationele
voorspellingen van de toestand van de oceaan, alsook meet-, observatie- en
monitoringsystemen.
33
 Voorzieningen voor onderzoek op het gebied van natuurlijke risico's:
steun voor netwerken en kleinere installaties voor het verkrijgen en
verspreiden van aarbevingsgegevens voor ontwikkelings- en testdoeleinden
alsmede toepassing in aardbevingsbestendige bouwwerken, meetnetwerken
voor buitengewone gebeurtenissen (bv. overstromingen en vloedgolven) en
netwerken, databases en model- en testontwikkeling voor stormen,
aardverschuivingen, vulkaanuitbarstingen en bosbranden.
Te ondersteunen activiteiten
Teneinde de Europese toegevoegde waarde en de optimalisering van de
vereiste inspanningen op het gebied van milieu en duurzame ontwikkeling te
versterken, is de steun van de Gemeenschap gericht op:
 Transnationale coördinatie: 1) beschikbaarstelling van een gegeven
infrastructuur aan Europese onderzoekers via projecten die een hoge
Europese toegevoegde waarde demonstreren (waarbij een groot aantal
landen betrokken is) en voor hun succes van het gebruik van deze gegeven
infrastructuur afhankelijk zijn en 2) verbetering van de bestaande faciliteiten
via OTO-projecten om het gebruik ervan te vergemakkelijken (zodat deze
een Europese dimensie krijgen), prioritair state-of-the-art-onderzoek mogelijk
te maken en voor breder Europees gebruik te zorgen.
 Aanvulling van nationale of multinationale initiatieven: opsporing van
leemten in de Europese onderzoekinfrastructuur als antwoord op nieuwe
prioritaire behoeften en medewerking aan nieuwe infrastructuren in de
voorontwerpfase.
 Het werken in een netwerksysteem: het d.m.v. een netwerk verbinden van
onderzoekers- en gebruikersgroepen: samenwerking en coördinatie tussen
bestaande
faciliteiten,
onderzoekers,
eindgebruikers,
industriëlen,
ontwerpers en producenten van faciliteiten, om het infrastructuurgebruik te
optimaliseren, onnodig dubbel werk te vermijden en aan een bredere groep
onderzoekers toegang te bieden.

Verbetering van de compatibiliteit en verbinding tussen verspreid
liggende faciliteiten in Europa: ontwikkeling van monitoring/verwerkingsnetwerken met compatibele stations en totstandbrenging van
elektronische koppelingen. Verbetering van de compatibiliteit van
archiveringssystemen en de toegankelijkheid van database- en
gegevensverzamelingen.
Implementatie en coördinatie
Teneinde deze activiteit, die de andere activiteiten ondersteunt, vroeg genoeg
te laten starten, wachten wij vanaf de eerste uitnodiging voorstellen met
betrekking tot de bovenstaande prioriteitsgebieden in.
De steun voor onderzoekinfrastructuur krachtens dit specifieke programma
wordt in principe toegekend voor toepassingsgerichte onderzoekactiviteiten en
geïmplementeerd via de projecten voor onderzoek en technologische
ontwikkeling, gecoördineerde werkzaamheden/netwerken en begeleidende
34
maatregelen van het programma Energie, milieu en duurzame ontwikkeling. De
meeste activiteiten van het programma Menselijk potentieel dienen
daarentegen ter ondersteuning van onderzoekinfrastructuren via de regeling
Transnationale toegang tot belangrijke infrastructuren. Via deze regeling wordt
steun van de Gemeenschap toegekend aan geselecteerde infrastructuurexploitanten, die op hun beurt gratis toegang tot hun infrastructuren bieden aan
transnationale gebruikers. In principe komt een infrastructuur die in aanmerking
komt voor bepaalde vormen van steun uit dit programma niet in aanmerking
voor soortgelijke vormen van steun uit het programma Menselijk potentieel.
35
DEEL B: ENERGIE
Kernactiviteiten
Kernactiviteit 5: Schonere energiesystemen, met inbegrip van systemen
op basis van hernieuwbare energie
Doelstellingen en te leveren prestaties
De minimalisering van de milieueffecten van een rendabele energieproductie
en een zuinig energiegebruik in Europa, levert een bijdrage tot het behoud van
het ecosysteem via emissiebeperking op lokaal en mondiaal niveau en
vergroting van het aandeel van nieuwe en hernieuwbare energiebronnen in het
energiesysteem. Door de hieraan gerelateerde sociaal-economische effecten
krijgt de Europese industrie bovendien betere mogelijkheden om te
concurreren op de wereldmarkten, en wordt zowel de werkgelegenheid als de
sociale cohesie met minder begunstigde regio’s bevorderd.
De doelstellingen van Kyoto, die voor de EU neerkomen op een reductie van
de emissies van broeikasgassen met 8% (wat overeenkomt met + 600 miljoen
ton CO2-equivalent per jaar) tussen 2008 en 2012 (ten opzichte van het niveau
van1990) vormen de drijfveer voor de ontwikkeling van technologieën,
innovatie en aanverwante maatregelen. Een andere stimulans is de resolutie
van de Raad inzake hernieuwbare energie van mei 199813, waarin de
verdubbeling van het aandeel van hernieuwbare energiebronnen in de
energiebalans van de EU - van de huidige 6 % tot 12 % in het jaar 2010 – als
uitgangspunt wordt genomen voor de intensivering van de inspanningen, zowel
op communautair als op nationaal niveau (dit laatste met het oog op de
uiteenlopende omstandigheden in de lidstaten).
5.1. Grootschalige productie van elektriciteit en/of warmte met
verminderde CO2-emissies uit steenkool, biomassa en andere
brandstoffen, onder meer via warmte- en energiewinning. Doelstelling is de
terugdringing van mondiale en lokale milieueffecten - in combinatie met
kostenbeperking - van de productie van elektriciteit en/of warmte op grote
schaal, bij nieuwe en vernieuwde installaties, op basis van vaste, gasvormige
of vloeibare brandstoffen – fossiele brandstoffen, biomassa of afvalstoffen en
combinaties daarvan.
OTO-prioriteiten:
verbranding
en
andere
thermochemische
omzettingsprocessen (bijv. vergassing, pyrolyse); opwekking van elektriciteit
en/of warmte met gereduceerde CO2-emissies uit steenkool, biomassa,
afvalstoffen en andere brandstoffen; verbetering van het rendement van
gasturbines; warmtekrachtkoppeling.
Op te lossen problemen en verwachte resultaten
5.1.1. Schonere brandstoffen door vervanging en behandeling.
Doelstelling is de vermindering van CO2-emissies met meer dan 20% op
13
Hierna “het Witboek” genoemd.
36
korte14 tot middellange termijn, door het gebruik van CO2-neutrale of
minder
koolstofintensieve brandstoffen en door behandeling van
brandstoffen voorafgaand aan thermochemische conversie. Dit moet
een bijdrage leveren tot de verwezenlijking van de in het Witboek
geformuleerde doelstelling dat in het jaar 2010 in 6Mtoe aan
biomassa-brandstoffen in centrales met gecombineerde verbranding
wordt gebruikt.
5.1.2 Efficiëntere omzettingsprocessen of –cycli, met inbegrip van een
hoger verbrandingsrendement. De doelstellingen voor de verbetering
van energie-efficiëntie op korte (en langere) termijn bij de
elektriciteitsproductie uit vaste brandstoffen liggen boven de 3 (5)
procentpunten. De initiële investeringskosten moeten worden
teruggebracht met > 10 (20)%, met een betrouwbaarheid van 95%
(97%). Doelstelling is de vermindering van verontreinigende emissies in
het verbrandingsproces. Een lange-termijn doelstelling voor
Nox-reductie is de beperking van de omzetting van brandstofgebonden
stikstof tot onder 5% voor steenkool.
5.1.3. Energie-efficiëntere gasturbines. De doelstellingen voor de efficiëntie
van energieomzetting zijn >60% (middellange termijn) en >65% (lange
termijn) van de onderste verbrandingswaarde voor gecombineerde cycli
of andere geavanceerde gasturbinecycli, boven 50%
voor open
systemen (geavanceerde gasturbines), boven 35% voor kleine
gasturbines, met laag onderhoud voor >90% beschikbaarheid en 95%
betrouwbaarheid (op jaarbasis) voor de korte en middellange termijn, en
97% betrouwbaarheid voor de lange termijn. Tevens wordt gestreefd
naar de mogelijkheid van het gebruik van brandstoffen met een
calorische onderwaarde van <25% van die van aardgas, waarvan het
emissieniveau onder 20ppmv (NOx) ligt, op middellange en lange
termijn.
5.1.4. Optimalisering van WKK-systemen. Doelstelling is de optimalisering
van de totale efficiëntie, door terugdringing van de specifieke
investerings- en exploitatiekosten met >20% op korte termijn. Op
langere termijn wordt gestreefd naar een gemiddelde CO2-reductie bij
WKK van 0,6 kg/kWh in vergelijking met gescheiden productie van
elektriciteit en warmte. Een verdere doelstelling op korte en middellange
termijn geldt voor op omzetting van biomassa gebaseerde systemen
boven 40kW, met hoge betrouwbaarheid en beschikbaarheid, en een
hoge elektriciteit/warmteverhouding en elektrisch rendement (>20% voor
klein tot middelgroot, >40 % boven 35 MWe).
5.2. Ontwikkeling en demonstratie, mede met het oog op
gedecentraliseerde productie, van de voornaamste nieuwe en
hernieuwbare energiebronnen, in het bijzonder van biomassa,
brandstofcellen, windenergie en zonneenergie. Bij hernieuwbare
energiebronnen en brandstofcelsytemen wordt gestreefd naar verwezenlijking
van de veelbelovende mogelijkheden van al dan niet met het net verbonden
installaties (stationair en mobiel) die elektriciteit produceren, met of zonder
bruikbare warmte, waarbij duidelijk minder verontreinigende emissies
plaatsvinden dan bij de gevestigde technologieën.
14
Doelstellingen op korte termijn impliceren dat de resultaten binnen vijf jaar op de markt
worden gebracht; bij doelstellingen op middellange termijn bedraagt deze periode 5 tot
10 jaar en bij doelstellingen op lange termijn meer dan 10 jaar.
37
OTO-prioriteiten: brandstofcellen voor stationaire en mobiele installaties;
schone omzetting en rendabel gebruik van biomassa in de context van warmteen elektriciteitsopwekkingssystemen; windenergie, met installaties op land en
in zee; zonne-energietechnologieën, zowel fotovoltaïsche als thermische
systemen; andere mogelijkheden op het gebied van hernieuwbare energie die
een belangrijke bijdrage kunnen leveren tot de algehele doestellingen van het
programma.
Op te lossen problemen en verwachte resultaten
5.2.1. Biomassaomzettingssystemen (inclusief afval).
De kostendoelstellingen zijn 1500 €/kWe en 0,05 €/kWh voor kosten van
investeringen en elektriciteitsproductie. Voor middellange- en
langetermijnsystemen wordt gestreefd naar gebruik van meerdere
brandstoffen met lage emissies en rendementen >35% voor stoomcycli
en >45 % voor IGCC (gecombineerde cyclus met geïntegreerde
kolenvergassing). Hierdoor moet de doelstelling van 26Mtoe in
WKK-installaties voor het jaar 2010 gemakkelijker kunnen worden
gehaald.
5.2.2. Optimalisering van windenergie. Doelstelling is het opheffen van
belemmeringen voor de volledige exploitatie van windenergie op land,
en het stimuleren van de exploitatie van windenergie op zee, met, op
korte termijn, windturbines met een grote capaciteit en verbeterde
prestaties, duurzaamheid, beschikbaarheid en betrouwbaarheid, en met
minder milieueffecten. De doelstelling op korte/middellange (lange)
termijn voor de installatiekosten is <0,7 (<0,5) k€/kW en voor de
productiekosten <0,045 (<0,035) €/kWh, zodat de doelstelling van het
Witboek, namelijk 40GW geïnstalleerd vermogen, kan worden bereikt in
het jaar 2010.
5.2.3. Rendabele fotovoltaïsche systemen. Voor fotovoltaïsche systemen
die geschikt zijn voor massaproductie, zijn de kostendoelstellingen 7
€/Wp and 3 €/Wp voor de korte respectievelijk middellange termijn. Voor
de lange termijn wordt gestreefd naar systeemkosten van <1 €/Wp en
het helpen bereiken van de doelstelling van het Witboek, te weten
3GWp capaciteit in 2010.
5.2.4. Concentrerende systemen voor thermische zonne-energie. Voor
concentrerende systemen voor thermische zonne-energie, zijn de
totale-kostendoelstellingen op korte tot middellange termijn 2500 €/kWe
voor een installatie en daarnaast voor elektriciteitsproductie in een
hybride installatie 0,08 €/kWh met een jaarlijkse bijdrage van zonneenergie van ten minste 50%. Voor de langere termijn wordt gestreefd
naar halvering van de kosten, tot het niveau van 0,04 €/kWh.
5.2.5 Andere hernieuwbare energiebronnen kunnen in aanmerking worden
genomen wanneer dat gerechtvaardigd is op grond van hun
mogelijkheden om een substantiële bijdrage te leveren aan de
programmadoelstellingen, rekening houdend met hun potentiële
economische, ecologische en sociale effecten. Deze technologieën
moeten een belangrijke bijdrage leveren tot vergroting van het aandeel
van hernieuwbare energiebronnen in de Europese energiebalans, en
electriciteit en/of warmte kunnen produceren tegen een kostprijs van
maximaal 0,15 €/kWh respectievelijk 0,05 €/kWh.
38
5.2.6. Efficiënte, betrouwbare en rendabele brandstofcelsystemen. Voor
de korte termijn liggen de doelstellingen onder 9.000 €/kW en boven een
levensduur van 10.000 uur voor stationaire installaties (MW-grootte en
lange levensduur), en op 1.000 €/kW respectievelijk 1.000 uur voor
mobiele installaties (kW-grootte en een kortere levensduur vereist).
Voor de langere termijn zijn die doelstellingen 1000 €/kW en >40.000
uur voor stationaire installaties, en 100 €/kW en 10.000 uur voor
mobiele installaties.
5.3. Integratie van
nieuwe en hernieuwbare energiebronnen in
energiesystemen. De doelstelling is het oplossen van problemen, inclusief de
maatschappelijke aanvaardbaarheid, in verband met de integratie van nieuwe
energiebronnen in het energiesysteem, met aandacht voor verbeterde
milieucompatibiliteit en –veiligheid, geconcentreerd op oplossingen met een
grote kans op succes.
OTO-prioriteiten: oplossen van de technische problemen in verband met de
integratie van hernieuwbare energiebronnen in energienetten en processen;
hybride
systemen,
combineren
van
verschillende
hernieuwbare
energiebronnen of hernieuwbare energiebronnen en conventionele systemen;
vergroting van de aanvaardbaarheid van hernieuwbare energiebronnen,
bijvoorbeeld door beperking van visuele of geluidshinder; identificeren van
niet-technische belemmeringen voor de integratie van hernieuwbare
energiebronnen en opheffing daarvan.
Op te lossen problemen en verwachte resultaten
5.3.1 Integratie van hernieuwbare energiebronnen in het net en autonome
systemen. Doelstelling is de oplossing van technische problemen in
verband met de koppelingen aan het net en aan autonome systemen.
Hierbij wordt gestreefd naar rentabiliteit en een systeembeschikbaarheid
van meer dan 95%.
5.3.2 Hybride systemen. Doelstelling is de ontwikkeling van systemen die
gebruik maken van de synergie tussen verschillende hernieuwbare
energiebronnen of tussen hernieuwbare energiebronnen en
conventionele systemen. Hierbij moet worden gestreefd naar hybride
systemen die voor meer dan de helft van het aantal bedrijfsuren/jaren
energie leveren op basis van hernieuwbare bronnen, naar rentabiliteit
van het systeem en naar beperking van de totale elektriciteitskosten tot
een niveau dat maximaal 35% boven de plaatselijke elektriciteitskosten
ligt.
5.3.3
Verbetering van de aanvaardbaarheid van hernieuwbare
energiebronnen. Om de in het Witboek geformuleerde doelstelling van
12% hernieuwbare energiebronnen in EU in het jaar 2010 gemakkelijker
te verwezenlijken, moet worden gewerkt aan een aantal problemen
zoals geluidshinder, visuele hinder, milieuproblemen en andere,
niet-technische belemmeringen. Voor een of meerdere van deze
problemen moeten oplossingen worden gedemonstreerd die algemeen
toepasbaar zijn. Verder moet het inzicht in de beschikbaarheid van
hernieuwbare energiebronnen op Europese schaal worden verbeterd.
39
5.4. Rendabele technologieën voor het afzwakken van milieueffecten bij
energieproductie. De doelstelling op korte termijn is een efficiëntere
verbranding. Op langere termijn zijn het afvangen en vastleggen van CO 2
opties die verder moeten worden onderzocht, inclusief het gebruik hiervan bij
methaan uit koolwaterstofvoorraden en steenkoollagen, zodat een netto
reductie van het broeikasgaspotentieel kan worden bereikt. Verontreinigende
emissies, met name NOx, SOx en stof, moeten worden verminderd door
rookgasbehandeling.
OTO-prioriteiten: emissiebestrijdingstechnologieën voor elektriciteitscentrales
(bijv. voor het terugdringen van de emissies van CO2, SOx, NOx en andere
verontreinigende stoffen); reiniging van hete gassen; een en ander gerelateerd
aan een wetenschappelijke benadering van de elementaire fenomenen.
Op te lossen problemen en verwachte resultaten
5.4.1. Reductie van emissies die schadelijk zijn voor het plaatselijke en
mondiale milieu. Voor verontreinigende emissies wordt gestreefd naar
verbetering van de efficiëntie van de huidige NOx-reductie- (<25ppm
voor aardgas, <50ppm voor vloeibare en <100ppm voor vaste
brandstoffen) en ontzwavelingsprocessen (> 95% retentie), met
gelijktijdige terugbrenging van het energieverbruik bij deze processen.
Stofopvang en vermindering van de hoeveelheid onverbrande
koolwaterstoffen in rookgassen is eveneens noodzakelijk. Verder
moeten de mogelijkheden voor CO2-scheiding en -opvang worden
onderzocht.
Prioriteiten en inhoud van de oproep tot het indienen van voorstellen in
1999
Eerste termijn
5.1.1. Schonere brandstoffen door vervanging en behandeling.
5.1.2. Efficiëntere conversieprocessen of –cycli, met inbegrip van een hoger
verbrandingsrendement.
5.2.1. Biomassaomzettingssystemen (inclusief afval).
5.2.2. Optimalisering van windenergie.
5.2.3. Rendabele fotovoltaïsche systemen.
5.2.4. Concentrerende systemen voor thermische zonne-energie.
5.2.5. Andere hernieuwbare energiebronnen.
5.2.6. Efficiënte, betrouwbare en rendabele brandstofcelsystemen.
5.3.1 Integratie van hernieuwbare energiebronnen in het net en autonome
systemen.
5.3.2 Hybride systemen.
5.3.3 Verbetering
van
de
aanvaardbaarheid
van
hernieuwbare
energiebronnen.
5.4.1. Reductie van emissies die schadelijk zijn voor het plaatselijke en
mondiale milieu
40
Tweede termijn
5.1.3. Energie-efficiëntere gasturbines.
5.1.4. Optimalisering van WKK-systemen.
41
Kernactiviteit 6:
Economische
concurrerend Europa
en
efficiënte
energie
voor
een
Doelstellingen en verwachte resultaten
Een betrouwbare, schone, efficiënte, veilige en rendabele energievoorziening
en dienstverlening ten behoeve van de burgers, is van essentieel belang voor
het goed functioneren van de maatschappij, het concurrentievermogen van de
industrie in Europa en op de wereldmarkten en de kwaliteit van het plaatselijke
en het mondiale milieu. Efficiënte eindproduct-technologieën zullen een
doorslaggevende rol spelen bij de verwezenlijking van de doelstellingen van
Kyoto met betrekking tot de emissies van broeikasgassen. Verwacht wordt dat
met behulp van deze technologieën op korte termijn minstens 60% van de
totale emissiereductie kan worden gerealiseerd, en op lange termijn 30%.
Een efficiënter energiegebruik, met technologieën die een substantiële
vermindering van de totale kosten en de energie-intensiteit mogelijk maken, is
een noodzaak. De EU-strategie voor energie-efficiëntie voor de komende tien
jaar, moet geconcentreerd zijn op de volledige verwezenlijking van het
belangrijke economisch potentieel voor energie-efficiëntie in de EU, dat voor
het jaar 2010 wordt geschat op circa 18% van het energieverbruik in 1995.
OTO en innovatie moeten binnen deze strategie een rol spelen. De volgende
doelstellingen zijn er dan ook op gericht om in alle fasen van de energiecyclus productie, distributie en eindverbruik – de efficiëntie te verbeteren en de kosten
omlaag te brengen.
6.1. Technologieën voor een rationeel en efficiënt eindgebruik van
energie. Hier is het doel een belangrijke stap te maken in de richting van een
duurzaam energiesysteem, door een substantiële verlaging van de
energie-intensiteit aan de vraagzijde, en door een veel efficiënter
energiegebruik. De nadruk ligt op gebieden waar de grootste bijdragen aan een
duurzaam energiegebruik kunnen worden geleverd. Voor de gebouwde
omgeving wordt gestreefd naar een energiebesparing van 30 % in 2010 en
50% op langere termijn. Daarbij moet het aandeel van hernieuwbare energie in
de huishoudelijke en de commerciële sector worden verdubbeld, tot zo’n 12 %
van het totale verbruik in deze sectoren. Op transportgebied wordt op
middellange termijn gestreefd naar een energiebesparing in de orde van 5 tot
10%, en op langere termijn (horizon 2020), naar een geaggregeerde
CO2-reductie van 25%. Voor industriële processen wordt gestreefd naar het
leggen van een basis voor de vermindering van de energie-intensiteit (>20% op
korte en >30% op langere termijn).
OTO-prioriteiten: speciale nadruk wordt gelegd op transsectoriële
technologieën, zoals procescontrole, en een geïntegreerde benadering van de
verbetering van de energie-efficiëntie in de gebouwde omgeving, vervoer en
industrie, inclusief de landbouw; verlichting, ruimteverwarming en -koeling en
de integratie van hernieuwbare energiebronnen in gebouwen; verbeterde
energie- en milieuprestaties van voertuigen en bijbehorende infrastructuur, met
inbegrip van brandstoffen, energieopslag, omzetting, verbranding en transport;
vermindering van de energie-intensiteit van industriële processen, waarbij het
accent zal worden gelegd op procesintegratie, scheiding en drogen.
42
Op te lossen problemen en verwachte resultaten
6.1.1. Ruimtelijke integratie. Doel op korte en middellange termijn is de
ontwikkeling van instrumenten voor stedelijke ontwikkeling waarmee
architecten, planners en bouwers beoordelingen kunnen maken en het
energiegebruik kunnen optimaliseren voor gebouwgeïntegreerde
energieoplossingen; en op langere termijn een bioklimatologisch
stadsplanningshulpmiddel voor planners en andere beroepsgroepen die
met stedelijke vraagstukken te maken hebben.
6.1.2. Duurzame gebouwen. Doel op korte en middellange termijn is de
vermindering van warmteverliezen met 25% door aanpassingen en met
30% in nieuwe bouwprojecten in vergelijking met standaard- en lokale
bouwpraktijken. In het geval van geavanceerde beglazing en ramen een
totaal warmtegeleidingsvermogen van 0,5 W/m 2K op korte termijn en 0,2
W/m2K op lange termijn.
6.1.3. Efficiënte
ruimteverwarming,
koeling,
ventilatie,
verlichtingssystemen en huishoudelijke apparaten en integratie van
hernieuwbare energie in gebouwen. Het doel op korte en middellange
termijn is de terugdringing van CO2-emissies met 25% door
aanpassingen en 35-50% voor nieuwe gebouwen, afhankelijk van de
plaatselijke omstandigheden, inclusief de integratie van efficiënte
hernieuwbare-energietechnologieën en opwekking/distributie van
warmte (op de schaal van gebouwen en districten). Passieve en actieve
koelsystemen moeten bijdragen tot vermindering van het piekverbruik in
grote commerciële gebouwen. In seizoenbelastingsprofielen voor koeling
moeten pieken van meer dan 50% boven de gemiddelde waarde worden
voorkomen. Voor verlichting en gebruik van daglicht moeten
energiebesparingen ten minste 40 % bedragen door aanpassingen en
50% in nieuwe gebouwen en gebouwencomplexen. Voor generieke
componenten en huishoudelijke apparaten wordt op lange termijn
gestreefd naar <50% energieverbruik in vergelijking met de beste
technologie van dit moment. Het doel voor energiebeheersystemen in
gebouwen is een vermindering van het energiegebruik met 7% in 2010,
waarbij moet worden ingespeeld op de behoeften van de gebruikers en
klimaatveranderingen.
6.1.4. Optimalisering van de verbranding in het vervoer, met schonere
koolwaterstoffen en alternatieve brandstoffen. Doel is een verdere
rendementsverbetering bij piekbelasting (bijv. 45% Otto, 55% Diesel) en
deelbelasting, specifiek vermogen (bijv. 3kW/kg Otto, 2kW/kg Diesel) en
koppel, die verder gaat dan de "EURO IV"-targets voor emissies en
deeltjes, alsmede geluidsemissiereductie, ongeacht of koolwaterstoffen
dan wel alternatieve brandstoffen worden gebruikt. Verder wordt
gestreefd naar procesefficiëntie voor de productie van intrinsiek
schonere koolwaterstoffen en alternatieve brandstoffen, inclusief
waterstof.
6.1.5 Hybride en elektrische aandrijvingen en installaties voor
energieopslag en -omzetting. Om alternatieve aandrijfsystemen
concurrerend te maken, moeten ambitieuze doelstellingen in termen van
prestaties, levensduur en kosten worden gehaald, vastgesteld en
gevalideerd door middel van testvoertuigen en prototypen. Hierbij gaat
het
onder
andere
om
batterijen,
brandstofcellen,
brandstofbehandelingsapparatuur, en andere energieopslag- en
-omzettingsinstallaties en hybride systemen, gericht op een totaal “well
43
to wheel”-aandrijvingsrendement van 35% voor de standaard Europese
rijcyclus.
6.1.6. Demonstratie van innoverende openbare en particuliere
vervoermiddelen. Doel is de demonstratie en vergelijkende beoordeling
van energie-efficiëntie, emissies, haalbaarheid, betrouwbaarheid,
veiligheid, operabiliteit en besparingen van voertuigen met alternatieve
aandrijving (bijv. bussen, twee- en driewielers, passagiersvoertuigen,
vrachtwagens, lichte en snelle personenvervoersystemen) en vaste
infrastructuur (bijv. brandstofbevoorradingssystemen). In alle gevallen
wordt gestreefd naar substantiële energiebesparingen, met inbegrip van
warmteterugwinning, in samenhang met mobiliteitsverbetering. Een
aanvullende doelstelling is de opstelling van rationele indicatoren bij
kostenefficiënte,
energierendement
en
schonere
ontwikkelingsmethoden
voor
voertuigaandrijving,
inclusief
de
ontwikkeling van zeer nauwkeurige voertuig/emissiesimulaties en
procedures voor levensduurbeoordeling, veiligheidsproeven op de
testbank en in de praktijk. Hierbij zullen maatregelen en technologieën
worden gedemonstreerd waarmee een geaggregeerde lange termijn
doelstelling kan worden gerealiseerd van 50% reductie van
CO2-emissies per passagier-kilometer en per lading-kilometer en >90%
reductie van schadelijke emissies.
6.1.7. Efficiënte transsectoriële technologieën en beter beheerde
industriële processen. Doel op korte en middellange termijn zijn
energie-intensiteitsbesparingen in de industrie, met inbegrip van de
landbouw, door gebruik van de meest kosteneffectieve en
energie-efficiente technologieën in de gehele industriële sector, om op
langere termijn te komen tot een besparing van 20%, waarbij rekening
moet worden gehouden met de milieuproblematiek. Dit omvat de
ontwikkeling en demonstratie van milieu vriendelijkere processen en
procescontroletechnologieën die gericht zijn op een verbetering van de
energieefficiëntie van industriële processen met 10% voor het jaar 2010
en met 30% op lange termijn. Voor koudeopwekking en koeltechniek is
de doelstelling op korte en middellange termijn de integratie van koeling
met de productie van electriciteit en proceswarmte, zonder gebruik te
maken van CFK’s en met een totale energiebesparing van ten minste
15%.
6.2. Technologieën voor het transport en de distributie van energie. De
doelstelling voor elektriciteit is de verbetering en waarborging van de kwaliteit,
betrouwbaarheid en kostenefficiëntie van de stroomvoorziening, afgestemd op
de behoeften van de gebruiker. Dit moet worden geplaatst tegen de
achtergrond
van
een
geliberaliseerde
markt
waar
aanvullende
OTO-investeringen onder zeer zware druk staan. Preventie van
broeikasgassen en terugdringing van milieueffecten zijn de belangrijkste
doelstellingen, naast het rendabeler en veiliger maken van transport- en
voorzieningssystemen voor aardgas en vloeibare brandstof.
OTO-prioriteiten: intelligente energietransport- en -distributiesystemen;
Transport over grote afstand van gas en elektriciteit; geoptimaliseerde
netbeheer- en -controlesystemen; optimale systeemefficiëntie voor elektriciteit,
gas en districtverwarming en koelsystemen; supergeleiding.
Op te lossen problemen en verwachte resultaten
44
6.2.1. Waarborgen
van
een
betrouwbare
en
stabiele
elektriciteitsvoorziening en verhoging van de netefficiëntie. Doel is
te zorgen voor spannings- en frequentiestabiliteit op het net en voor een
economisch
en
ecologisch
geoptimaliseerde
mix
voor
energieopwekking, door middel van een flexibeler beheer van de
elektriciteitsaanvoer. Op de korte termijn wordt gestreefd naar snellere
en continue beheersing van het elektriciteitsverbruik en bescherming
tegen overbelasting, terwijl op langere termijn gestreefd wordt naar
foutstroombegrenzers met <1ms responsietijd en <1s hersteltijd, waarbij
de stromen worden beperkt tot circa 25% van de ongelimiteerde
kortsluitstromen. Voor de efficiëntie van het elektriciteitsnet wordt
gestreefd naar beperking van de ohmse transportverliezen tot 2 à 4%
van het verbruik. De huidige doorvoercapaciteit moet op korte termijn
met 20% en op langere termijn met 100% worden vergroot, zodat met
name verbeteringen mogelijk zijn in gebieden waar ecologische of
civieltechnische beperkingen bestaan.
6.2.2. Koppeling en “load shaping”. Doel een verhoging van de jaarlijkse
gebruiksfactor van de productiecapaciteit, van circa 45% op dit moment
tot 65% in 2010, met een betere benutting van de opslagcapaciteit. Op
korte termijn wordt gestreefd naar een verbeterde dagvraagbeheersing.
Op langere termijn wordt gestreefd naar verbetering van de efficiëntie in
elektriciteitsopslagsystemen
voor
load
shaping
van
het
energieopwekkingssysteem in piekuren en om minder efficiënte
stroomopwekking in periodes van sterk toe- of afnemende belasting te
vermijden.
6.2.3. Efficiënter en veiliger transport van gas. Doel is de maximalisering
van snelheid, kostenefficiëntie en betrouwbaarheid van het
aardgastransport (inclusief LNG) en andere brandstoffen, zoals
waterstof ,met 30%, zonder dat de operationele veiligheid in gevaar
komt, teneinde de noodzaak van verdere investeringen te verkleinen.
Verder wordt gestreefd naar beperking van kosten (>30% op korte
termijn) en milieuhinder van nieuw aangelegde pijpleidingen.
6.2.4. Rendabele distributie van verwarming en koeling. Doel is het
beschikbaar maken van nieuwe concepten voor systemen met
verbeterde bewakingscapaciteit. Doel op korte en middellange termijn is
de beperking van systeemonderhoudskosten met >30% en
installatiekosten met >50%.
Op langere termijn moet de
systeemcapaciteit met >50% toenemen en moeten de warmte- en
waterverliezen met >30% omlaag worden gebracht.
6.3. Technologieën voor energieopslag, zowel op macro- als op
microniveau. Doel is de energiekwaliteit te waarborgen en de lokale
belastingsfactoren te optimaliseren voor met het net verbonden locaties en
autonome locaties. Op midden/microniveau bieden schone voertuigaandrijving,
autonome en in serie geproduceerde draagbare installaties, mogelijkheden
voor spin off naar toepassingen die het energiesysteem vergaand kunnen
beïnvloeden. Voor gasopslag moet worden gestreefd naar een hogere
rentabiliteit, een betere operationele efficiëntie en waarborging van de
veiligheid.
45
OTO-prioriteiten: betrouwbare en rendabele energieopslagtechnologieën,
onder andere voor vloeibaar aardgas en vloeibaar petroleumgas, H 2,
geavanceerde batterijen, zowel macro als micro, voor stationaire en mobiele
toepassingen.
Op te lossen problemen en verwachte resultaten
6.3.1. Optimalisering van de energiekwaliteit door middel van
energieopslag voor autonome hernieuwbare en hybride systemen
en transport.
Doel is het realiseren van substantiële
energiebesparingen en het vermijden van de uitbreiding van de
conventionele netinfrastructuur. De controle op lading/ontlading moet
worden geoptimaliseerd, met verdubbeling van de levensduur van
opslagmedia, tot 15 jaar voor de meest geavanceerde systemen. Voor
stationaire opslag, zoals bij hernieuwbare systemen, wordt gestreefd
naar een rendabele frequentiestabiliteit en langere overbruggingstijden
per geïnstalleerde capaciteit; voor systemen met volledige ontlading
wordt gestreefd naar >1500 cycli en een substantiële toename van de
ingangs/uitgangs-efficiency. Geïntegreerde storingsveilige vermogenselektronica met laag onderhoud moet 30% minder kosten. Voor transport
zijn de doelen op korte (en middellange) termijn een energiedichtheid
van >150Wh/kg (200Wh/kg), een specifiek vermogen van >350W/kg
(450W/kg) met een capaciteit van >600 cycli (1500) en een
ontladingsintensiteit van 80% over 5 (10) jaar.
6.3.2. Stabiliteitsgerelateerde elektriciteitsopslag. Doel is te beantwoorden
aan de hoge industriële eisen met betrekking tot een hoogwaardige
elektriciteitsvoorziening,
en stroomstoringen en spanningsuitval te
beperken, zelfs in het millisecondenbereik. electriciteitsomzettings- en
controlesystemen (inclusief frequentiecontrole) moeten >30% goedkoper
worden. Om te voorzien in tijdelijke opslagbehoeften in verband met de
elekticiteitsproductie bij piekbelasting (10 tot 100 MW, 100-1000
cycli/jaar, kosten installatie <100 €/kWh), verminderen van
verontreiniging
en
verhogen
van
de
efficiëntie
van
de
elektriciteitsproductie bij piekbelasting.
6.3.3. Intermitterende energieopslag, inclusief warmte- en koudeopslag.
Doel is de verhoging van het capaciteitsgebruik en het scheppen van de
voorwaarden voor een grotere penetratie van hernieuwbare
energiebronnen in het Europese energiesysteem.
6.3.4. Veiligere, lichtere en energie-efficiëntere gasopslag. Doel is een
rendabele vloeibaarmaking, gebruiksgemak en harmonisatie van
normen, met name voor mobiele toepassingen, ondergrondse opslag
van aardgas en LPG- en LNG-opslag, gericht op een rendabele dekking
van de behoefte bij maximale belasting in netten. Op lange termijn wordt
gestreefd naar lichte en veilige oplossingen voor waterstofopslag, die
kunnen worden gebruikt bij temperaturen in de buurt van de
omgevingstemperatuur.
6.3.5. Betrouwbare micro-opslag met hoge capaciteit. Doel is een zeer
betrouwbare, lichte, goedkope en compacte energieopslag met hoge
capaciteit, met name voor draagbare toepassingen en toepassingen
waarvan belangrijke energiebesparingen kunnen worden verwacht.
46
6.4. Grotere efficiëntie bij de exploratie, winning en productie van
koolwaterstoffen. Doel is het mogelijk maken van een efficiëntere identificatie
van koolwaterstofvoorraden over de gehele wereld en met name in de EU, en
optimalisering van de winning daarvan, beperking van kosten en milieueffecten
van de productie, door middel van technologieën die op de mondiale markten
beter kunnen concurreren en bijdragen tot de gezondheid en de veiligheid.
OTO-prioriteiten: verbeterde instrumenten voor karakterisering en beheer van
koolwaterstofreservoirs;
exploratieen
productietechnologieën
voor
koolwaterstoffen, met name geschikt voor moeilijk bereikbare onderzeese
locaties; gereduceerde milieueffecten en verbeterde winningstechnieken voor
koolwaterstoffen, inclusief technieken die op een ruimer gebied kunnen worden
gebruikt,
bijvoorbeeld voor geothermische energie; winning van
koolwaterstoffen uit steenkoollagen.
Op te lossen problemen en verwachte resultaten
6.4.1. Rendabele en efficiëntere exploratie en productie van
koolwaterstoffen. Doel is een bijdrage te leveren tot de verhoging van
het commerciële succes van proefboringen, van de huidige 20% tot circa
40% voor het jaar 2010. De periode voorafgaand aan de eerste winning
moet worden teruggebracht van het huidige gemiddelde van 3 jaar tot
minder dan twee jaar. De exploratie- en ontwikkelingskosten moeten
voor het jaar 2010 gemiddeld met 30% worden teruggebracht. Met de
verbetering van de karakterisering en het beheer van reservoirs wordt
ernaar gestreefd de typische winningspercentages uit reservoirs de
komende 10 jaar met tien procentpunten te verbeteren. De omzetting
gas-vloeistof is van bijzonder belang voor een rendabele exploitatie van
reservoirs en maximalisering van de winning. Een ander doel is het
onderzoek naar winningstechnieken die op een ruimer gebied bruikbaar
zijn (bijv. voor geothermische energie) en de winning van
koolwaterstoffen uit steenkoollagen.
6.4.2. Diepzee, marginale velden en nieuwe gebieden, inclusief het
arctische gebied. Doel is te voldoen aan de technische en milieueisen
in verband met boor- en productiemethoden, anker- en meertechnieken,
technologieën met en zonder stijgbuis, nieuwe op afstand bedienbare
voertuigen en apparatuur voor inspectie, onderhoud en reparatie, die
geschikt zijn voor gebruik op grote diepte (500-3000m).
6.4.3. Verminderde milieueffecten en verbeterde veiligheid bij exploratie
en productie. Doelis een efficiëntere en schonere offshore productie en
onderzeese behandeling; dit omvat de terugdringing van accidentele of
doelbewuste lozingen van olie en andere verontreinigingen met een
factor 5 op middellange termijn. Verder wordt gestreefd naar een
schoner, veiliger en doelmatiger verwijdering en/of hergebruik van
bestaande offshore installaties, met nieuwe structuren die gericht zijn op
100% hergebruik/verwijdering, en boorplatforms met geringe
milieueffecten en een beperkte ecologische belasting.
6.5. Grotere efficiëntie van nieuwe en hernieuwbare energiebronnen.
Doelstelling is de verdere verbetering van ontwerp en prestaties van de
afzonderlijke componenten in hernieuwbare energiesystemen die bijdragen tot
de totale systeemefficiëntie en rentabiliteit, in relatie tot de
kosten van
fabricage, installatie, exploitatie, onderhoud en einde van de levensduur.
OTO-prioriteiten: exploitatie van biomassa en beheer van afvalstoffen als
brandstofbron; verbetering van de efficiëntie van fotovoltaïsche cellen en
47
windturbines; beperking van de productiekosten
technologieën (bijv. turbineschoepen, PV-modules).
van
hernieuwbare
Op te lossen problemen en verwachte resultaten
6.5.1. Rendabele componenten voor windturbines. Doel is de verhoging
van energieopvang, duurzaamheid, en operationele levensduur, met
verlaging van het eigen energiegebruik van windturbines en de
productiekosten en het gewicht van de onderdelen; dit omvat specifieke
problemen in verband met de locatie (bijv. offshore). Een betere
prognose van de prestaties gedurende de levensduur en beperking van
de kosten van energieopwekking en exploitatie en onderhoud zijn
eveneens noodzakelijk; kostendoelstelling op lange termijn is de
verlaging van de totale productiekosten van energie tot 0,035 €/kWh.
6.5.2. Rendabele componenten voor fotovoltaïsche modules en
concentrerende zonnecollectoren. Doel is de vertaling van resultaten
van laboratoriumonderzoek in betaalbare en duurzame fotovoltaïsche
modules, waarbij gestreefd wordt naar <1,0 €/Wp voor 2010. Voor de
langere termijn moeten er voor zeer goedkope PV-cellen < 0,5 €/Wp
nieuwe
fotovoltaïsche
technologieën
en
bijbehorende
fabricageprocédés voor massaproductie van cellen en modules worden
ontwikkeld, met inbegrip van een doelmatig systeemevenwicht. Doel
voor concentrerende zonnecollectoren is de halvering van de
opwekkingskosten, tot 0,04 €/kWh; ook zullen er mogelijkheden voor het
gebruik van zonnewarmte bij chemische procédés worden onderzocht.
6.5.3. Rendabele componenten voor biomassa en afval. Doel is de
verbetering van de systemen, de behandeling van biomassa en afval
voor het gebruik als brandstof, met inbegrip van traditionele bosbouw en
bosbouw in korte omloop en andere gewassen, met inbegrip van
productie en gebruik van gasvormige en vloeibare biobrandstoffen, in
combinatie met efficiëntere componenten voor afvalscheidingssystemen.
6.5.4. Andere hernieuwbare energiebronnen. Doel is de verlaging van de
totale energieproductiekosten en de verhoging van de efficiëntie van de
componenten, met inbegrip van het ontwerp, de prestaties en de
rentabiliteit van essentiële componenten, in overeenstemming met de in
punt 5.2.5. geformuleerde doelstellingen en beperkingen.
6.6. Het
opstellen van scenario’s inzake vraag en aanbod in
economie-/milieu-/energie-systemen en de interactie daartussen, evenals
de analyse van de kosteneffectiviteit (gebaseerd op de hele economische
levensduur) en de efficiëntie van alle energiebronnen. Doel is strategieën
te ontwikkelen voor de productie en het gebruik van energie, voor de invoering
van nieuwe energietechnologieën en voor beleidsontwikkeling. Daarin moeten
de behoeften en het gedrag van de verbruikers tot uiting komen en rekening
worden gehouden met menselijke, natuurlijke, economische en geografische
hulpbronnen die van invloed zijn op het gebied van de energie. De
economische instrumenten waarmee deze strategieën haalbaar en rendabel
kunnen worden gemaakt, moeten worden gespecificeerd.
OTO-prioriteiten: scenarioanalyse op lange en korte termijn, op mondiaal,
communautair en regionaal niveau, van vraag en aanbod tegen de achtergrond
van de economische ontwikkelingen, sociale en milieubehoeften; opstellen van
modellen en analyse van beleidseffecten; algehele beoordeling van
48
energiemarkten en de effecten van technologie, waarin rekening wordt
gehouden met het functioneren van geliberaliseerde energiemarkten.
Op te lossen problemen en verwachte resultaten
6.6.1. Anticiperen op technologische veranderingen. Doel is de
ontwikkeling van scenario’s voor de korte, middellange en lange termijn,
met behulp van bestaande instrumenten, teneinde het potentieel van
verschillende nieuwe en verbeterde energietechnologieën voor
energieaanbod en -vraag in Europa, op nationaal niveau en wereldwijd
te analyseren.
6.6.2. Prospectief onderzoek en analyse van beleidseffecten. Doel is het
analyseren, met behulp van bestaande instrumenten, van de effecten en
gevolgen van verschillende strategieën, op basis van maatregelen en
beleid ten aanzien van OTO, energieheffingen, doorberekening van de
externe kosten, verhandelbare vergunningen en andere mechanismen in
het kader van de uitvoering van Kyoto enz.,
op de Europese
energievoorziening en energiebehoefte, de economie en het milieu. Dit
moet gericht zijn op het vinden van nieuwe wegen voor de verbetering
van de duurzaamheid, het concurrentievermogen van de Europese
industrie en de werkgelegenheid.
6.6.3. Marktveranderingen en integratie van technologie.
Voor
marktveranderingen is het doel de beoordeling van het gedrag van
energiemarkten en de effecten van factoren als liberalisering,
deregulering en open toegang tot energietransportnetten, op het
marktaandeel
van
verschillende
energietechnologieën.
Wat
technologie-integratie betreft moet deze beoordeling tevens korte- en
middellangetermijnstrategieën omvatten ten aanzien van de invoering
van nieuwe en verbeterde energietechnologieën, niet-technische
belemmeringen, de identificatie van geografische niche-markten waar
een onbenut potentieel bestaat, etc...
Prioriteiten en inhoud van de uitnodiging tot het indienen van voorstellen
1999
Eerste termijn
6.1.1. Ruimtelijke integratie.
6.1.2. Duurzame gebouwen.
6.1.3. Efficiënte ruimteverwarming, koeling, ventilatie, verlichtingssystemen en
huishoudelijke apparaten en integratie van hernieuwbare energie in
gebouwen.
6.1.5 Hybride en elektrische aandrijvingen en installaties voor energieopslag
en -omzetting.
6.1.6. Demonstratie
van
innoverende
openbare
en
particuliere
vervoermiddelen.
6.1.7. Efficiënte transsectoriële technologieën en beter beheerde industriële
processen.
6.3.3. Intermitterende energieopslag, inclusief warmte- en koudeopslag..
49
6.4.3. Verminderde milieueffecten en verbeterde veiligheid bij exploratie en
productie.
6.5.1. Rendabele componenten voor windturbines.
6.5.2. Rendabele
componenten
voor
fotovoltaïsche
concentrerende zonnecollectoren.
6.5.3. Rendabele componenten voor biomassa en afval.
6.5.4. Andere hernieuwbare energiebronnen
modules
en
6.6.1. Anticiperen op technologische veranderingen.
6.6.2. Prospectief onderzoek en analyse van beleidseffecten.
6.6.3. Marktveranderingen en integratie van technologie.
Tweede termijn
6.1.4. Optimalisering van de verbranding in het vervoer, met schonere
koolwaterstoffen en alternatieve brandstoffen.
6.2.1. Waarborgen van een betrouwbare en stabiele elektriciteitsvoorziening
en verhoging van de netefficiëntie
6.2.2. Koppeling en “load shaping”
6.2.3. Efficiënter en veiliger transport van gas
6.2.4. Rendabele distributie van verwarming en koeling
6.3.1. Optimalisering van de energiekwaliteit door middel van energieopslag
voor autonome hernieuwbare en hybride systemen en transport
6.3.2. Stabiliteitsgerelateerde elektriciteitsopslag
6.3.4. Veiligere, lichtere en energie-efficiëntere gasopslag
6.3.5. Betrouwbare micro-opslag met hoge capaciteit
6.4.1. Rendabele en efficiëntere exploratie en productie van koolwaterstoffen
6.4.2. Diepzee, marginale velden en nieuwe gebieden, inclusief het arctische
gebied
50
Werkzaamheden voor onderzoek en technologische ontwikkeling van
generieke aard
Sociaal-economische aspecten van energie in het perspectief van
duurzame ontwikkeling (effecten op maatschappij, economie en
werkgelegenheid).
Doel is de ontwikkeling van instrumenten voor de beoordeling en monitoring
van de sociaal-economische effecten van energietechnologieën, -systemen en
–diensten, op basis van een “technology assessment”-benadering op
projectniveau, in combinatie met een “global systems”-analyse; deze
werkzaamheden zijn nauw verbonden aan de werkzaamheden in het kader van
punt 6.6 in kernactiviteit 6.
OTO-prioriteiten: voor technology assessment – de sociale dimensie (bijv.
gedrag,aanvaarding), de innovatie-dimensie, met inbegrip van “command and
control” maatregelen en het effect daarvan op ander beleid, de beoordeling van
de externe kosten en de doorberekening daarvan en, ten slotte, de
vergelijkende beoordeling; voor systeemanalyse – het begrip van de relatie
tussen energie, milieu, technologieën en economische groei, waarbij rekening
wordt gehouden met maatschappelijke waarden en natuurlijke en menselijke
hulpbronnen.
 Instrumenten voor technology assessment
1.1. Aanvaardbaarheid en keuzes. Doel is: instrumenten ontwikkelen (bijv.
modellen) voor het analyseren van de mogelijke sociaal-economische effecten
van projecten of clusters van projecten die in het kader van de kernactiviteiten
worden
uitgevoerd;
geharmoniseerde methodes specificeren
voor
vergelijkende beoordeling en aggregatie (dienend als input voor een macrosectorieel rekenmodel), met het oog op de ontwikkeling van
besluitvormingsondersteunende systemen, waarin rekening wordt gehouden
met aanvaarding door de gebruiker.
1.2. Innovatie. Doel is de ontwikkeling van instrumenten voor de beoordeling
van de effecten van instrumenten zoals het OTO-beleid, belastingwetgeving,
risicokapitaal, normen, etc. , op de voortgang van de technologische innovatie,
marktpenetratie van nieuwe en verbeterde energietechnologieën en het geheel
van economische activiteiten; ontwikkeling van een methode voor de globale
beoordeling van innovatiebeleid, met name in relatie tot sectoriële
economische/milieu/energie-modellen.
1.3. Externe kosten. Doel is het opnemen van nieuwe ontwikkelingenop het
gebied van de berekening van de externe kosten; in het bijzonder in relatie tot
energie en transport (bijv. kosten in verband met gezondheid, schade aan
gebouwen, etc. als gevolg van emissies van verontreinigende stoffen, global
warming, enz.)
 Methodologie voor de analyse van globale systemen
2.1. Kader voor economische/milieu/energie-modellen. Doel is de
ontwikkeling van een kader voor de evaluatie van de effecten van OTO-beleid
51
op het concurrentievermogen en de werkgelegenheid (voor de EU en ander
regio`s in de wereld), tevens dienend ter ondersteuning van de evaluatie van
wegen naar duurzame ontwikkeling op lange termijn.
2.2. Bundeling van het potentieel voor technologie-implementatie. Doel
is de ontwikkeling van instrumenten en databases voor de opstelling van
sectoriële strategieën in de EU en andere regio`s in de wereld, waardoor de
invoering van nieuwe en geavanceerde energietechnologieën wordt
geoptimaliseerd.
Prioriteiten en inhoud van de uitnodiging tot het indienen van voorstellen
in 1999
Permanente open uitnodiging.
52
Bijlagen
Bijlage I
Selectiecriteria
Bijlage II
Coördinatie en horizontale activiteiten
Bijlage III
Indicatief tijdschema voor de uitvoering van het programma
Bijlage IV
Procedures voor de tenuitvoerlegging
53
Bijlage I
SELECTIECRITERIA
OTO-activiteiten moeten worden geselecteerd op grond van criteria die overeenstemmen met de algemene doelstellingen van het programma. Deze
criteria, waaraan alle onderzoekactiviteiten binnen dit programma moeten voldoen, zijn opgesteld aan de hand van de selectiecriteria voor het vijfde
kaderprogramma. Zij zijn gegroepeerd in vijf categorieën:
Adequaatheid van de middelen
Kwaliteit van het partnerschap
Middelen,
partnerschap en
beheer
Kwaliteit van beheer en
projectaanpak
Bijdrage tot de technologische
vooruitgang van Europa en
verspreidingstrategieën voor de
resultaten
Strategisch effect en potentieel
voor verbetering van het
concurrentievermogen
Bijdrage tot de groei (nut en
verscheidenheid van toepassingen
en kwaliteit van
exploitatieplannen)
Bijdrage tot het behoud en/of de
verbetering van het milieu en het
gebruik/de bijdrage van natuurlijke
hulpbronnen
Bijdrage tot het verbeteren van de
werkgelegenheid en het gebruik
en de ontwikkeling van
bekwaamheden
Bijdrage tot het verbeteren van de
kwaliteit van het bestaan en
gezondheid en veiligheid
Bijdrage tot de tenuitvoerlegging of
ontwikkeling van EUbeleidsterreinen of aanpak van
problemen in verband met
normalisatie en regelgeving
Toegevoegde waarde van het
consortium voor Europa
Bijdrage tot de oplossing van
problemen op Europees niveau
(de Europese dimensie)
Adequaatheid van de gekozen
aanpak, methodologie en
werkplan om de doelstellingen te
bereiken
Innoverend karakter
Wetenschappelijke en
technologische kwaliteit en
bijdrage tot de doelstellingen van
het programma of de kernactiviteit
Wetenschappelijke/
Toegevoegde waarde voor Bijdrage tot de maatschappelijke Economische ontwikkeling en
technologische kwaliteit de Gemeenschap en bijdrage
doelstellingen van de
W&T-vooruitzichten
en innovatie
tot EU-beleid
Gemeenschap
Naar gelang van de behoeften en de soorten activiteiten kan aan deze verschillende categorieën selectiecriteria of aan verschillende criteria binnen
een categorie een ander gewicht worden gegeven. Bijzonderheden hierover worden gegeven in het beoordelingshandboek of de uitnodiging tot het
indienen van voorstellen.
Met deze criteria moet tevens rekening worden gehouden bij de uitvoering van de onderzoekactiviteiten teneinde over de gehele linie een uitmuntend
en samenhangend niveau te bereiken. Zij zullen worden gebruikt om de activiteiten te beoordelen en effecten te kwantificeren zodat informatie wordt
verkregen die een tijdige en adequate reactie van het programmabeheer mogelijk maakt. De beoordeling van de potentiële effecten van nieuwe
kennis, technologieën, producten, procédés of materialen die dank zij de OTO-werkzaamheden zijn verkregen, vormt een permanente activiteit in het
kader van dit programma, waardoor een effectieve uitvoering van het besluit van de Raad wordt verzekerd.
i
Bijlage II
COÖRDINATIE EN HORIZONTALE ACTIVITEITEN
Waar nodig zal binnen en tussen kernactiviteiten en generieke werkzaamheden
in dit en andere programma's met inbegrip van de werkzaamheden van het
Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek en nationale programma's15,
worden gezorgd voor integratie en coördinatie van de werkzaamheden. Er
zullen mechanismen zijn om de industrie, de onderzoekwereld, de openbare
sector en de eindgebruikers in staat te stellen samen te werken aan de
oplossing van deze gemeenschappelijke uitdagingen en strategische
problemen.
Het belangrijkste coördinerende lichaam voor de werkzaamheden en
onderwerpen die uit dit programma voortvloeien, wordt gevormd door de
betrokken ad hoc-groepen waarin alle diensten van de Commissie die zich met
beleid en onderzoek op dit gebied bezighouden, vertegenwoordigd zijn. Op
kaderprogrammaniveau zal worden gezorgd voor coördinatie van alle
werkzaamheden.
De coördinatie binnen het programma en met andere thematische
programma's kan op één of meer van de volgende manieren plaatsvinden;
gecoördineerde uitnodigingen tot het indienen van voorstellen, met in
voorkomend geval gezamenlijke uitnodigingen; coördinatie tijdens de
beoordelings- en selectieprocedure met in voorkomend geval gezamenlijke
beoordeling en uitwisseling van voorstellen; gecoördineerde uitvoering en
benutting van de resultaten van projecten, onder meer door middel van
projectclusters; gezamenlijke beheersstructuren (b.v. voor maatregelen voor
het MKB) en specifieke coördinatie van activiteiten in verband met de
toepassing van "ruimtetechnologie" en voor mariene ecosystemen.
Coördinatie met andere thematische programma's
Er zullen nauwe contacten zijn tussen activiteiten in dit programma en in de
andere thematische programma's, met name kernactiviteiten in de
programma's "kwaliteit van het bestaan en beheer van de biologische
hulpbronnen" (milieu en gezondheid, duurzame landbouw, visserij en bosbouw
en
geïntegreerde
ontwikkeling
van
plattelandsgebieden),
"gebruikersvriendelijke informatiemaatschappij" (systemen en diensten voor de
burger) en "concurrerende en duurzame groei" (innovatieve producten,
procédés en organisatie, duurzame mobiliteit en intermodaliteit, landvervoeren mariene technologieën, en nieuwe perspectieven voor de luchtvaart).
Voor het indienen van voorstellen gelden de volgende algemene principes:
15
Zie bijlage IV voor de toegang die de lidstaten hebben tot de bij de werkzaamheden in
dit programma verkregen resultaten, om hun beleid te bepalen.
ii
 welke problemen worden er opgelost? De voorstellen moeten betrekking
hebben op de in het werkprogramma beschreven doelstellingen en
prioriteiten en worden ingediend voor de kernactiviteit en het programma
waarmee zij het meest samenhangen. Zo valt epidemiologisch onderzoek in
verband met milieu- en klimaatveranderingen onder het programma
kwaliteit van het bestaan en het beheer van de biologische hulpbronnen,
terwijl de gevolgen van de veranderingen op wereldschaal worden
onderzocht in de kernactiviteit veranderingen op wereldschaal, klimaat en
biodiversiteit van het programma energie, milieu en duurzame ontwikkeling.
 wordt er gewerkt aan technologieën? Voorstellen voor de ontwikkeling van
een nieuwe technologie moeten worden ingediend voor financiële steun uit
het programma dat het meest rechtstreeks betrekking heeft op die
technologie; voorstellen voor het gebruik of de integratie van technologie in
OTO-werkzaamheden om de doelstellingen van dit programma te bereiken
moeten worden ingediend voor "energie, milieu en duurzame ontwikkeling".
Coördinatie met horizontale activiteiten

Internationale samenwerking op OTO-gebied
De mogelijkheden tot internationale samenwerking in het kader van dit
programma vormen een aanvulling op het horizontale programma "bevestiging
van de internationale rol van het communautaire onderzoek". Hieraan kan
worden deelgenomen door entiteiten uit derde landen buiten de EU en
geassocieerde staten en internationale organisaties op basis van de "regels
voor deelneming" die zijn vastgesteld bij het besluit ingevolge artikel 130 J van
het Verdrag. Voorts voorziet het programma "bevestiging van de internationale
rol van het communautaire onderzoek" in de financiering van beurzen voor
jonge wetenschappers uit ontwikkelingslanden (waaronder landen met
economie in opkomst en mediterrane partnerlanden) om hen in staat te stellen
gedurende maximaal zes maanden in Europa aan projecten deel te nemen.
Wereldwijde internationale samenwerking wordt aangemoedigd voor
OTO-activiteiten
die
betrekking
hebben
op
grensoverschrijdende
milieukwesties, de milieueffecten van energiebeleid en onderlinge verbanden
bij de energievoorziening. Veel kwesties kunnen alleen in een ruimere
internationale context doeltreffend worden aangepakt, met name als het gaat
om grote geo-economische uitdagingen. In deze gevallen verschaft
samenwerking met derde landen, internationale organisaties en internationale
initiatieven, zoals EUREKA en COST, of met andere toepasselijke Europese
instrumenten, (b.v. PHARE, TACIS en MEDA en het Energiekaderprogramma)
de onderzoekwerkzaamheden van de EU toegevoegde waarde. De nadruk zal
liggen op activiteiten van gemeenschappelijk belang en op synergie met
andere internationale programma's en initiatieven (b.v. internationaal geosfeerbiosfeerprogramma, wereldprogramma voor klimaatonderzoek, het programma
voor oceaanboringen en het Internationaal Energieagentschap).
- ENRICH (Europees netwerk voor onderzoek van Veranderingen op
Wereldschaal)
ENRICH is een instrument om de samenwerking op Europees en wereldniveau
te verbeteren, de vooraanstaande wetenschappelijke positie van de EU te
bevorderen en informatie- en technologieoverdracht te verbeteren. De nadruk
ligt op uitdagingen en problemen die betrekking hebben op of beïnvloed
iii
worden door veranderingen op wereldschaal, bijvoorbeeld omschakelingen in
de industrie, energie en milieu, veranderingen in het bodemgebruik, veiligheid
voor het milieu, gezondheidsaspecten en duurzaam beheer van natuurlijke
hulpbronnen, waardoor een aanvulling wordt geleverd op de in het programma
beschreven prioriteiten. Deze strategische doelstelling zal worden bereikt door:

kennis op de betrokken gebieden te verspreiden en te benutten, met
bijzondere nadruk op de waarde van onderzoekinvesteringen voor
Europees
beleid,
samenleving
en
de
economische
activiteit
(technologie-ontwikkeling, marktmogelijkheden en beleidsvorming);

bevordering van de wetenschappelijke deelname en vooraanstaande positie
van de EU in de wereld op de betrokken gebieden, met name door het
opzetten van onderzoeknetwerken en de gezamenlijke ontwikkeling van
capaciteit door Europese onderzoekers en de ruimere internationale
onderzoekwereld te verbeteren en te vergemakkelijken;

te zorgen voor een centraal platform voor Europese samenwerking met
vergelijkbare intergouvernementele internationale initiatieven zoals het
Inter-American Institute (IAI) en het Asia-Pacific Network (APN).
ENRICH zal steun verlenen aan bijkomende katalyserende activiteiten en
ondersteunende initiatieven. In aanmerking komende projecten kunnen
betrekking hebben op voorspellingen en oorzaken van veranderingen,
effectbeoordelingen, of sociaal-economische en technologische mogelijkheden
voor de beperking en preventie van en aanpassing aan veranderingen op
wereldschaal.
In
alle
activiteiten
moeten
operationele
samenwerkingsverbanden en netwerken tussen de EU en derde landen
worden ontwikkeld om integrerende en interdisciplinaire benaderingen,
analyses en modellering te bevorderen.
- OPET (Organisations for the Promotion of Energy Technologies)
OPET is een netwerk van organisaties die zijn belast met het verspreiden en
exploiteren van nieuwe energieoplossingen op de betrokken markten binnen en
buiten de EU. Dit wordt bereikt door de uitwisseling van informatie over de
prestaties, voordelen en toepassing van nieuwe en verbeterde
energietechnologie die dank zij het OTO is verkregen. Met deze activiteiten die
voortvloeien uit en een aanvulling vormen op de onderzoek-, ontwikkelings- en
demonstratieactiviteiten, wordt bijgedragen aan duurzame ontwikkeling doordat
de energieverbruiker directe economische en milieuvoordelen worden geboden
en het concurrentievermogen van de industrie rechtstreeks wordt verbeterd.
Tevens worden kennis en kunde op zodanige wijze vergroot dat de EU beter in
staat wordt gesteld om op gebied van de energietechnologie van morgen een
leidinggevende positie te veroveren.
Centraal in OPET staat een gerichte reeks acties die zijn gegroepeerd op basis
van (1) specifieke technologieclusters, (2) eindgebruikersectoren en (3)
geografisch bereik. Om dit te bereiken werken de leden van het netwerk nauw
samen met de meest uiteenlopende deelnemers aan de markt - industrie,
nutsbedrijven, financiers, gebruikersgroepen, de openbare sector - om hen te
helpen bij de besluitvorming over de toepassing van nieuwe, schone en
efficiënte energietechnologie.
iv
De strategische rol van OPET moet worden bereikt door:
- de werkelijke behoeften van de marktdeelnemers vast te stellen teneinde
hen aan te moedigen schone en efficiënte energietechnologie te gebruiken
bij hun dagelijkse bedrijfsactiviteiten;
- het uitvoeren van resultaatgeoriënteerde taken met welomschreven
doelstellingen waarmee op een zo kosteneffectief mogelijke wijze wordt
beantwoord aan reële behoeften en het volgen van de effecten van die
taken door gebruik te maken van geschikte prestatie-indicatoren;
- maatregelen te treffen om successen zo snel mogelijk op zo ruim mogelijke
schaal te verspreiden;
- te fungeren als centraal platform voor Europese samenwerking met
soortgelijke intergouvernementele initiatieven of iniatieven van internationale
organisaties in de gehele wereld.
 Innovatie en het MKB
Innovatie: In het programma "Energie, milieu en duurzame ontwikkeling" zal
extra nadruk worden gelegd op de verspreiding, overdracht, toepassing en/of
benutting van OTO-resultaten die tot innovatie leiden. Daarom zullen
werkzaamheden in het programma onder andere worden gecoördineerd met
het programma "Bevorderen van innovatie en stimuleren van deelneming van
het MKB" om de overdracht en benutting van resultaten van het
communautaire OTO te bevorderen, onder andere naar voorlichtingscentra en
andere ondersteunende netwerken, informatie te verschaffen over resultaten
van communautair OTO, met name via CORDIS en andere elektronische
informatiediensten, te helpen bij het ontwikkelen van managementinstrumenten
om de exploitatie van resultaten van communautair OTO door de consortia die
de OTO-activiteiten uitvoeren te bevorderen en het verdere gebruik van
OTO-resultaten te volgen met geschikte instrumenten zoals het
technologie-implementatieplan en technologieaudits, en te helpen bij de
beoordeling van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het netwerk voor
technologieoverdracht, van gezamenlijke acties van verschillende thematische
programma's en het horizontale programma.
In het kader van "energie, milieu en duurzame ontwikkeling" zal innovatie
worden aangemoedigd, met name door betere en efficiëntere verspreiding en
benutting van onderzoekresultaten waarbij deze beter toegankelijk en
gemakkelijker te begrijpen worden gemaakt voor alle potentiële gebruikers
waaronder het MKB en beleidsvormers. Innovatie maakt deel uit van alle
belangrijke stappen van de levenscyclus van het project.
Maatregelen voor het MKB: In dit programma worden speciale maatregelen
getroffen om de deelneming van het MKB aan OTO- en
demonstratieactiviteiten te vergemakkelijken en te stimuleren. Deze
maatregelen betreffen gezamenlijk onderzoek en premies voor verkennende
werkzaamheden. De maatregelen die deelneming van het MKB aan OTO
moeten stimuleren en vergemakkelijken zijn gekoppeld aan projecten die
veelbelovend zijn wat betreft innovatie en betrekking hebben op eender welk
onderwerp dat binnen de algemene doelstellingen van dit programma past. Met
het oog op de transparantie voor de begunstigden gelden voor de uitvoering
v
van de specifieke maatregelen voor het MKB de algemene regels die zijn
vastgesteld in het horizontale programma "innovatie en deelneming van het
MKB". Deze regels omvatten gemeenschappelijke contractuele bepalingen en
beoordeling van voorstellen, één speciaal punt voor de indiening van
voorstellen voor specifieke maatregelen voor het MKB, gemeenschappelijke
criteria voor in aanmerking komende voorstellen en voor wetenschappelijke en
technologische beoordeling; gemeenschappelijke juridische en financiële
voorwaarden en geharmoniseerde en snelle feedback naar de indieners.
Nadere gegevens over de specifieke maatregelen voor het MKB zijn
beschreven in het werkprogramma van het horizontale programma "Innovatie
en deelneming van het MKB".

Verhoging van het menselijk onderzoekpotentieel en verdieping van
de fundamentele kennis op sociaal-economisch gebied
Marie Curie-beurzen: Ervoor zorgen dat er een goed gekwalificeerde
wetenschappelijke gemeenschap is, onder meer door ondersteuning van
geavanceerde opleidingscursussen en workshops, en het verbeteren van het
menselijk potentieel blijft een belangrijke plaats innemen. De Marie
Curie-opleidingsbeurzen zijn gedefinieerd in het kader van het horizontale
programma "Verhoging van het menselijk onderzoekpotentieel en verdieping
van de fundamentele kennis op sociaal-economisch gebied". In het programma
"Energie, milieu en duurzame ontwikkeling" worden de volgende soorten
Marie Curie-beurzen
beschikbaar
gesteld:
individuele
beurzen,
terugkeerbeurzen, beurzen voor ervaren onderzoekers, beurzen voor opleiding
bij het bedrijfsleven, beurzen voor opleiding in minder welvarende regio's en
beurzen voor verblijven van promovendi in Marie Curie-opleidingscentra.
Voor de toepassing van de Marie Curie-beurzen gelden de algemene regels
die zijn vastgesteld in het horizontale programma "Verhoging van het menselijk
onderzoekpotentieel en verdieping van de fundamentele kennis op
sociaal-economisch gebied" om ervoor te zorgen dat de hoge kwaliteit en het
prestige van de beurzen gehandhaafd blijven. Deze regels omvatten een
gemeenschappelijke definitie van de Marie Curie-beurzen, één centraal punt
voor het indienen van alle voorstellen voor Marie Curie-beurzen,
gemeenschappelijke criteria om in aanmerking te komen en voor de
beoordeling, gemeenschappelijke juridische en financiële bepalingen en een
geharmoniseerde feedback naar de aanvragers en monitoring van de bursalen.
Onderzoekinfrastructuren: Steun voor onderzoekinfrastructuren wordt
verstrekt door de thematische programma's en door het horizontale programma
"Verhoging van het menselijk onderzoekpotentieel en verdieping van de
fundamentele kennis op sociaal-economisch gebied". In het kader van dit
horizontale programma moet regelmatig een "kaart" worden opgesteld en
gepubliceerd die voor alle klassen onderzoekinfrastructuren aangeeft bij welk
specifiek programma c.q. welke specifieke programma's steun kan worden
aangevraagd.
Voorstellen voor "betere toegang tot de onderzoekinfrastructuur" en voor
"samenwerkingsnetwerken en OTO-projecten op het gebied van
onderzoekinfrastructuren" op prioritaire gebieden die niet zijn vermeld in de
paragrafen over onderzoekinfrastructuren in dit werkprogramma, moeten
worden ingediend voor het horizontale programma "verhoging van het
menselijk onderzoekpotentieel en verdieping van de fundamentele kennis op
vi
sociaal-economisch gebied". Nadere gegevens over deze ondersteunende
maatregelen zijn beschreven in het werkprogramma van het horizontale
programma.
Sociaal-economisch onderzoek: Sociaal-economisch onderzoek kan zowel
uit de thematische programma's als uit de kernactiviteit "verdieping van de
fundamentele kennis op sociaal-economisch gebied" van het horizontale
programma "verhoging van het menselijk onderzoekpotentieel en verdieping
van de fundamentele kennis op sociaal-economisch gebied" worden
gefinancierd. Overeenkomstig de filosofie van het vijfde kaderprogramma
maakt sociaal-economisch onderzoek deel uit van de thematische
programma's
als
integrerend
onderdeel
van
de
technologische
onderzoekactiviteiten. In het horizontale programma zullen specifieke
maatregelen worden getroffen voor de coördinatie van het sociaal-economisch
onderzoek dat in het onderhavige programma wordt uitgevoerd. In het kader
van het horizontale programma zal jaarlijks een verslag worden opgesteld over
het sociaal-economisch onderzoek in het vijfde kaderprogramma.
vii
Bijlage III
INDICATIEF TIJDSCHEMA VOOR DE UITVOERING
VAN HET PROGRAMMA
Een indicatie van de thema's die aan bod komen in de uitnodigingen tot het
indienen van voorstellen, het tijdschema en de begrotingstoewijzing wordt
gegeven in de onderstaande "road maps". Naar alle waarschijnlijk zal de "road
map" in de tweede helft van het programma worden bijgesteld. Wat de
begeleidende maatregelen betreft is het mogelijk dat er specifieke
uitnodigingen tot het indienen van voorstellen van welomschreven
doelstellingen worden gepubliceerd, bijvoorbeeld voor verspreidingsactiviteiten,
uitwisseling van gegevens en netwerken.
De uitvoeringsprocedures zijn beschreven in bijlage IV.
viii
BIJLAGE IV
UITVOERINGSPROCEDURES
Uitnodigingen tot het indienen van voorstellen: De OTO-activiteiten worden
voornamelijk uitgevoerd door middel van uitnodigingen tot het indienen voor
voorstellen16. Bij de uitnodiging tot het indienen van voorstellen kan, met name
voor beleidsondersteunend onderzoek, ondersteunende documentatie worden
verstrekt .

Uitnodigingen tot het indienen van voorstellen met vaste
sluitingsdatum (periodieke uitnodigingen). Naar aanleiding hiervan
kunnen voorstellen worden ingediend die aansluiten bij de verschillende
paragrafen van het werkprogramma waarin de prioriteiten voor de
uitnodigingen tot het indienen van voorstellen worden aangegeven die in
het Publicatieblad nader zullen worden uiteengezet en zijn opgenomen in
het indicatieve tijdschema voor de uitvoering van het programma. Deze
hebben doorgaans betrekking op OTO-projecten, gecoördineerde
werkzaamheden en verwante netwerkactiviteiten.
 Permanente uitnodigingen tot het indienen van voorstellen. Deze
worden bij de aanvang van het programma gepubliceerd voor maatregelen
voor technologiestimulering voor het MKB, opleidingsmaatregelen en
begeleidende maatregelen en blijven van kracht tot het laatste jaar van het
programma met periodieke beoordelingen (2 à 3 per jaar).
 Speciale uitnodigingen tot het indienen van voorstellen. Deze worden
doorgaans periodiek gepubliceerd en zijn beperkt tot een aantal zeer
specifieke onderwerpen en/of activiteiten. Bij de uitnodigingen wordt
ondersteunende documentatie verstrekt. Tevens kan de Commissie een
oproep publiceren aan geïnteresseerden om suggesties te doen voor
activiteiten die in de uitnodigingen tot het indienen van voorstellen moeten
worden opgenomen (blijk van belangstelling).
 Aanbestedingen. Begeleidende maatregelen die betrekking hebben op
dienstverlening aan de Commissie (studies, gebruik van externe
deskundigen, enz.) worden uitgevoerd door middel van specifieke
aanbestedingen die naar behoefte worden georganiseerd.
Modaliteiten: De OTO-activiteiten17 omvatten twee hoofdcategorieën: (1)
werkzaamheden voor gezamenlijke rekening (fundamenteel onderzoek,
industrieel onderzoek en demonstratie, met inbegrip van technologiestimulering
voor het MKB18 en onderzoekinfrastructuren). (2) coördinatieactiviteiten (met
inbegrip van gecoördineerde werkzaamheden en thematische netwerken).
16
17
18
Voor steun voor begeleidende maatregelen ter ondersteuning van de uitvoering van
het programma kunnen te allen tijde spontane aanvragen worden ingediend.
M.i.v. prenormatieve en normbegeleidende activiteiten die betrekking hebben op het
programma energie, milieu en duurzame ontwikkeling.
Voor nadere informatie zie het informatiepakket en het werkprogramma voor het
horizontale programma "bevorderen van innovatie en stimuleren van deelneming van
het MKB".
ix
Hiervoor wordt ook steun verleend in het kader van twee andere maatregelen;
(3) "Marie Curie"-opleidingsbeurzen19 en (4) begeleidende maatregelen20.
De begeleidende maatregelen worden uitgevoerd overeenkomstig bijlage III
van de programmabeschikking. Zij dragen bij tot de effectieve uitvoering, tot de
actualisering van het werkprogramma en tot de voorbereiding van toekomstige
activiteiten. Zij omvatten activiteiten om informatie en ondersteuning te
verschaffen en ter bevordering van de verspreiding, exploitatie, overdracht en
toepassing van OTO-resultaten met inbegrip van de uitwisseling van informatie
en gegevens ten behoeve van alle gebruikers, met name beleidsvormers en
ondernemingen. Zij omvatten activiteiten voor het volgen van het programma,
de beoordeling van de effecten van OTO en specifieke opleidingsactiviteiten,
zoals geavanceerde cursussen, studies en het gebruik van externe
deskundigen, waaronder het opzetten van panels voor de beoordeling en het
volgen van de projecten en groepen van deskundigen. Zij omvatten tevens
ondersteuning van wetenschappelijke en technische bijeenkomsten en
conferenties en evenementen ter bevordering van innovatie (b.v.
investeringsfora), publicaties, websites, enz.. Zij kunnen ook ondersteunende
activiteiten of gezamenlijke studies omvatten die bijdragen aan iniatieven van
openbaar of strategisch belang. Zij worden ten uitvoer gelegd door middel van
subsidies en contracten voor deskundigen, diensten en specifieke
"begeleidende maatregelen".
Kennis voor beleidsvorming: Resultaten en informatie van OTO-activiteiten
en in dit programma zullen normaliter relevant zijn voor beleidsvorming. In de
"regels voor deelneming en verspreiding" ingevolge artikel 130J van het
Verdrag zijn voorschriften opgenomen voor het beschikbaar stellen van deze
resultaten en informatie aan de lidstaten en geassocieerde staten onder
speciale voorwaarden, waaronder de bepaling dat contractanten om hun
gewettigde belangen te beschermen niet verplicht zijn informatie bekend te
maken.
Financiële participatie in onderzoekschepen, offshore platforms en
vliegende platforms
Wat de OTO-projecten, demonstratieprojecten en geïntegreerde projecten van
dit programma betreft, komen de kosten van het gebruik van
onderzoekschepen, offshore platforms en vliegende platforms voor financiële
steun in aanmerking. Binnen de projectbegroting mag de bijdrage van de
Gemeenschap in deze kosten evenwel niet meer bedragen dan 25% van de
totale bijdrage van de Gemeenschap in de projectkosten of 500.000 euro. Alle
verzoeken om hogere financiële steun voor deze platforms moeten worden
ingediend in het kader van de uitnodiging tot het indienen van voorstellen voor
"ondersteuning voor onderzoekinfrastructuren".
19
20
Voor nadere informatie zie het informatiepakket en het werkprogramma voor het
horizontale programma "verhoging van het menselijk onderzoekpotentieel en
verdieping van de fundamentele kennis op sociaal-economisch gebied".
Deze verschillende soorten activiteiten en het niveau van de steun zijn beschreven in
bijlage III van de beschikking inzake het programma.
x
TYPE ACTIVITEIT
(1)
Indicatieve
begroting(2)
voor 1999
in miljoen Euro
Roadmap 1999
MILIEU en DUURZAME ONTWIKKELING
Bekendmaking van de
uitnodiging in PB. (3)
16/3
15/10
16/11
1999
1999
1999
Uiterste termijnen vor het
indienen van voorstellen
15/6/
17/1
15/2
1999
2000
2000
2.4 De Europese component van de mondiale
aardobservatiesystemen
3. Duurzame mariene ecosystemen
3.1. Betere kennis van mariene processen,
ecosystemen en interacties
3.2. Vermindering van de gevolgen van de
menselijke activiteit voor de biodiversiteit en
het duurzaam functioneren van mariene
ecosystemen en bevordering van de
ontwikkeling van technologieën voor een
veilige en economische, maar duurzame
exploitatie van mariene rijkdommen
3.3. Bewaking en beheer van kustprocessen
en de kustlijn
4. De stad van morgen en het culturele
erfgoed
3.4. Operationele voorspelling van de
milieueisen voor offshore-activiteiten.
4.1 Duurzame stadsplanning en rationeel
beheer van hulpbronnen
4.2. Bescherming, conservering en uitbreiding
van het Europese culturele erfgoed
4.3 Ontwikkeling en demonstratie van
technologieën voor veilige, zuinige, schone,
effectieve en duurzame bewarking, herstel,
renovatie, constructie, ontmanteling en sloop
van de gebouwde omgeving, met name voor
grote groepen gebouwen
4.4 Vergelijkende studie en kosteneffectieve
toepassing van strategieën voor duurzame
vervoersystemen in een stedelijke omgeving
62.5 - 66.7
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
3.3.1 Geïntegreerde studies inzake land-oceaaninteractie
3.3.2 Veranderingen van de kustlijn
3.3.3 Bescherming van de kust tegen overstromingen en erosie
3.3.4 Bewaking van kustprocessen
X
4.1.1 Verbetering van het Stadbestuur en de stedelijke besluitvorming
4.1.2 Verbetering van de kwaliteit van het stadsleven
4.1.3 Reductie van afvalstoffen en beheer van de levenscyclus ervan
4.1.4 Economische ontwikkeling, concurrentievermogen en werkgelegenheid
4.2.1 Het beter beoordelen van schade aan het culturele erfgoed
4.2.2 Ontwikkeling van innovatieve conserveringsstrategieën
4.2.3 Het bevorderen van de integratie van het culturele erfgoed in de stedelijke
omgeving
4.3.1 Stadskern- en stadsbuurtenvernieuwing
X
X
X
4.4.1 Strategische benaderingen en methodologieën voor stadsplanning met
betrekking tot duurzaam stedelijk vervoer
4.4.2 Vergelijkende beoordeling en demonstratie van nieuwe
vervoertechnologieën en daarmee samenhangende infrastructuur
GENERIEKE ACTIVITEITEN IN VERBAND MET ONDERZOEK EN TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELING
STEUN VOOR ONDERZOEKINFRASTRUCTUUR (5)
X
12.5 16.7
8.3 10.4
(4)
X
BEGELEIDENDE MAATREGELEN
Alle kernactiviteiten en generieke activiteiten
Totaal
Geavanceerde opleidingscursussen
( )(6)
208
X
208
Begroting
1999
ENRICH - zie begeleidende maatregelen in de indicatieve roadmap 2000 - 2002.
2.2 Meer inzicht te verschaffen in de
terrestrische (inclusief zoetwater-) en mariene
ecosystemen en hun interacties
2.3 Scenario's en strategieën om op
veranderingen op wereldschaal te reageren
2.1.1 Wijzigingen in de samenstelling van de atmosfeer
2.1.2 Vermindering van ozon in de stratosfeer
2.1.3 Voorspelling van en scenario's voor klimaatverandering
2.1.4 Klimaatvariabiliteit en plotselinge klimaatveranderingen
2.2.1 Kwetsbaarheid van ecosystemen
2.2.2 Interacties tussen ecosystemen en de koolstof- en stikstofcyclus
2.2.3 Evaluatie en bescherming van de biodiversiteit
2.3.1 Beperking van en aanpassing aan veranderingen op wereldschaal
2.3.2 Verzoening van het behoud van biodivesiteit met de economische
ontwikkeling
2.3.3 Bestrijding van de aantasting van de bodem en de woestijnvorming
2.3.4 Verenigbaarheid van het EU- en het internationale beleid op milieugebied
en verband met de handel
2.4.1 Betere exploitatie van bestaande gegevens en aanpassing van de
observatiesystemen
2.4.2 Ontwikkeling van nieuwe observatiecapaciteit voor langdurige
gegevensverzameling
3.1.1 Betere bepaling van de natuurlijke mechanismen in de werking van
ecosystemen
3.1.2. Karakterisering van sedimentsystemen met het oog op een duurzaam
beheer en gebruik van het continentaaal plat, de continentale helling, en de
diepzeebodem
3.1.3 Transportroutes en effecten van verontreinigende stoffen, sleutelelementen
en nutriënten in het mariene milieu
3.2.1 Omkering van de trend van achteruitgang van de mariene biodiversiteit
3.2.2 Vermindering van de effecten van antropogene activiteiten op het mariene
milieu en herstel van aangetaste mariene systemen
3.2.3 Technologieën voor een veilige, duurzame en economische exploitatie van
mariene rijkdommen
X
X
Voor prioriteiten en inhoud van de uitnodiging zie de indicatieve roadmap 2000 - 2002.
1.5 Bewakings-, alarmerings- en
meldingssystemen
1.6 Technologieën voor regulering en beheer
van de voorraden en technologieën voor
toepassing in aride en semi-aride gebieden en
gebieden die over het algemeen een
watertekort hebben
2.1 De veranderingen op wereldschaal te
begrijpen, te ontdekken, te beoordelen en te
voorspellen
X
X
70.8 - 75
1.4 Preventie en verontreiniging
X
27.1 - 31.3
1.2 Ecologische kwaliteit van zoetwaterecosystemen en wetlands
1.3 Behandelings- en zuiveringstechnologieën
1.1.1 Strategische planning en geïntegreerde methodologieën en instrumenten
op stroomgebiedschaal
1.1.2 Sociaal-economische aspecten van het duurzaam gebruik van water
1.1.3 Operationele beheersystemen en systemen ter ondersteuning van de
besluitvorming
1.2.1 Werking van ecosystemen
1.2.2 Ecologiche kwaliteitsdoelstellingen
1.3.1 Waterbeheer in de stad
1.3.2 Behandeling en hergebruik van afvalwater
1.4.1 Vermindering van waterverontreiniging ten gevolge van vervuilde locaties,
stortplaatsen en sedimenten
1.4.2 Bestrijding van diffuse verontreiniging
1.5.1 Bewaking van en toezicht op verontreiniging
1.5.2 Betere voorspelling van overstromingen en droogteperiodes
1.6.1 Gebruik en beheer van waterbronnen
1.6.2 Preventie en beperking van de insijpeling van zout water
1.6.3 Instrumenten voor technologische ontwikkeling en beheer
16.7 - 18.8
2. Veranderingen op wereldschaal,
klimaat en biodiversiteit
1. Duurzaam waterbeheer en waterkwaliteit
KERNACTIVITEITEN (2)
1.1 Geïntegreerd beheer en duurzaam gebruik
van waterreserves op stroomgebiedschaal
(1)
Voornamelijk uit te voeren via OTO-projecten, demonstratieprojecten, gecombineerde OTO/demonstratieprojecten, thematische netwerken en gecoördineerde werkzaamheden,.
(2)
Deze begrotingsmiddelen omvatten activiteiten in verband met kleine en middelgrote ondernemingen,
opleiding en begeleidende maatregelen. De Europese Commissie behoudt zich het recht voor de voor elke
uitnodiging beschikbare begrotingsmiddelen niet volledig toe te wijzen. De indicatieve begroting is
afhankelijk van de ontvangst van voorstellen van voldoende kwaliteit om in aanmerking te komen voor
financiering ter verwezenlijking van de doelstellingen van het programma. De bevoegde directeur-generaal
kan in een dergelijk geval nieuwe uitnodigingen voor ongebruikte middelen bekendmaken.
(3)
De bevoegde directeur-generaal kan de voor de uitnodigingen vastgestelde data één maand vervroegen of
verlaten. In dat geval wordt op de datum die oorspronkelijk voor de uitnodiging was vastgesteld in het
Publicatieblad een bericht bekendgemaakt waarin de potentiële indieners van een voorstel van de wijziging
op de hoogte worden gesteld.
(4)
Tot 30.04.2002 permanent open uitnodigingen - voor afsluitdata zie indicatieve roadmap voor de
permanent open uitnodigingen.
(5)
De uitnodiging van 1999 heeft betrekking op de begroting voor 1999 en 2000 (bij benadering 44% van de
begroting 1999 - 2002 voor onderzoekinfrastructuur),
Opgenomen in de begrotingsmiddelen voor de open uitnodigingen.
(6)
1
TYPE ACTIVITEIT
(1)
Indicatieve
begroting per
activiteit voor
1999 in miljoen
EURO (2)
Roadmap 1999
NIET-NUCLEAIRE ENERGIE
Termijnen voor de indiening
van voorstellen (3)
Eerste
termijn(4)
Tweede
termijn(4)
15/6/1999
4/10/1999
6. Economische en efficiënte energie voor een concurrerend Europa
5. Schonere energiesystemen, met inbegrip van
systemen op basis van hernieuwbare energie
Kernactiviteiten
5.1. Grootschalige productie van elektriciteit
en/of warmte met verminderde CO2-emissies
uit steenkool, biomassa en andere
brandstoffen, onder meer via warmte- en
energiewinning
5.2. Ontwikkeling en demonstratie, mede met
het oog op gedecentraliseerde productie, van
de voornaamste nieuwe en hernieuwbare
energiebronnen, in het bijzonder van
biomassa, brandstofcel, windenergie en
zonnewarmte
5.3. Integratie van nieuwe en hernieuwbare
energiebronnen in energiesystemen
5.4. Rendabele technologieën voor het
afzwakken van milieueffecten bij
energieproductie
6.1. Technologieën voor een rationeel en
efficiënt eindgebruik van energie
6.2. Technologieën voor het transport en de
distributie van energie
6.3. Technologieën voor energieopslag, zowel
op macro- als op microniveau
6.4. Grotere efficiëntie bij de exploratie,
winning en productie van koolwaterstoffen
6.5. Grotere efficiëntie van nieuwe en
hernieuwbare energiebronnen.
6.6. De opstelling van scenario’s inzake vraag
en aanbod in economie-/milieu-/energiesystemen en de interactie daartussen, evenals
de analyse van de kosteneffectiviteit
(gebaseerd op de hele economische
levensduur) en de efficiëntie van alle
energiebronnen
5.1.1. Schonere brandstoffen door vervanging en behandeling
5.1.2. Efficiëntere omzettingsprocessen of –cycli, met inbegrip van een hoger
verbrandingsrendement
5.1.3 Energie-efficiëntere gasturbines.
5.1.4. Optimalisering van WKK-systemen
5.2.1. Biomassaomzettingssystemen (inclusief afval)
X
X
5.2.2. Optimalisering van windenergie
5.2.3. Rendabele fotovoltaïsche systemen
5.2.4. Concentrerende systemen voor thermische zonne-energie
5.2.5. Andere hernieuwbare energiebronnen
5.2.6. Efficiënte, betrouwbare en rendabele brandstofcelsystemen
5.3.1 Integratie van hernieuwbare energiebronnen in het net en autonome
systemen
5.3.2. Hybride systemen
5.3.3. Verbetering van de aanvaardbaarheid van hernieuwbare energiebronnen
5.4.1. Reductie van emissies die schadelijk zijn voor het plaatselijke en mondiale
milieu
X
X
X
X
X
X
6.1.1. Ruimtelijke integratie
6.1.2. Duurzame gebouwen
6.1.3. Efficiënte ruimteverwarming, koeling, ventilatie, verlichtingssystemen en
huishoudelijke apparaten en integratie van hernieuwbare energie in gebouwen
6.1.4. Optimalisering van de verbranding in het vervoer, met schonere
koolwaterstoffen en alternatieve brandstoffen
6.1.5. Hybride en elektrische aandrijvingen en installaties voor energieopslag en
–omzetting
6.1.6. Demonstratie van innoverende openbare en particuliere vervoermiddelen
6.1.7 Efficiënte transsectoriële technologieën en beter beheerde industriële
processen
6.2.1. Waarborgen van een betrouwbare en stabiele elektriciteitsvoorziening en
verhoging van de netefficiëntie
6.2.2. Koppeling en “load shaping”
6.2.3. Efficiënter en veiliger transport van gas
6.2.4. Rendabele distributie van verwarming en koeling
6.3.1. Optimalisering van de energiekwaliteit door middel van energieopslag voor
autonome hernieuwbare en hybride systemen en transport
6.3.2. Stabiliteitsgerelateerde elektriciteitsopslag
6.3.3. Intermitterende energieopslag, inclusief warmte- en koudeopslag
6.3.4. Veiligere, lichtere en energie-efficiëntere gasopslag
6.3.5. Betrouwbare micro-opslag met hoge capaciteit
6.4.1. Rendabele en efficiëntere exploratie en productie van koolwaterstoffen
6.4.2. Diepzee, marginale velden en nieuwe gebieden, inclusief het arctische
gebied
6.4.3. Verminderde milieueffecten en verbeterde veiligheid bij exploratie en
productie
6.5.1. Rendabele componenten voor windturbines
6.5.2. Rendabele componenten voor fotovoltaïsche modules en concentrerende
zonnecollectoren
6.5.3. Rendabele componenten voor biomassa en afval
6.5.4. Andere hernieuwbare energiebronnen
6.6.1. Anticiperen op technologische veranderingen.
X
X
X
95.4
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
109.1
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
6.6.2. Prospectief onderzoek en analyse van beleidseffecten.
X
6.6.3. Marktveranderingen en integratie van technologie
X
GENERIEKE ACTIVITEITEN IN VERBAND MET ONDERZOEK EN TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELING
3.3
207.8
Totaal
Permanente open
uitnodiging
207.8
220
Begroting
1999 in
miljoen
EURO
Begroting
2000 in
miljoen
EURO (5)
(1)
Moet worden uitgevoerd via OTO-projecten, demonstratieprojecten, gecombineerde OTO/demonstratieprojecten, thematische
netwerken en coördinatiewerkzaamheden.
(2)
Deze begrotingen omvatten activiteiten ten behoeve van het MKB, opleidingen en begeleidende maatregelen.
De Europese Commissie behoudt zich het recht voor niet alle beschikbare middelen voor iedere uitnodiging vast te leggen. De
indicatieve begroting is afhankelijk van de ontvangen voorstellen, die met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen
van het programma voldoende kwaliteit moeten hebben om voor financiering in aanmerking te komen. De bevoegde directeurgeneraal kan in voorkomend geval besluiten een nieuwe uitnodiging te publiceren voor de niet gebruikte middelen.
(3)
De bevoegde directeur-generaal kan de datums van de uitnodigingen met een maand vervroegen of uitstellen. In een dergelijk
geval zullen potentiële indieners daarvan op de hoogte worden gebracht door een bericht in het Publicatieblad op de
aanvankelijk geplande datum van de uitnodiging.
(4
) Op basis van deze uitnodiging moeten de beschikbare middelen voor 1999 en 2000 kunnen worden vastgelegd (circa 44% van
de totale begroting van het programma voor alle activiteiten).
(5)
De toewijzing voor 2000 is afhankelijk van de goedkeuring van de financiële vooruitzichten.
2
TYPE ACTIVITEIT
(1)
Indicative
budget (2)
2000 - 2002
in million Euro
Indicatieve Roadmap 2000 - 2002
MILIEU en DUURZAME ONTWIKKELING
Deadlines for submitting
proposals (3)
Jan
2000
Apr
2001
Jan
2002
2.4 De Europese component van de mondiale
aardobservatiesystemen
4. De stad van morgen en het culturele
erfgoed
3. Duurzame mariene ecosystemen
3.1. Betere kennis van mariene processen,
ecosystemen en interacties
3.2. Vermindering van de gevolgen van de
menselijke activiteit voor de biodiversiteit en
het duurzaam functioneren van mariene
ecosystemen en bevordering van de
ontwikkeling van technologieën voor een
veilige en economische, maar duurzame
exploitatie van mariene rijkdommen
3.3. Bewaking en beheer van kustprocessen
en de kustlijn
3.4. Operationele voorspelling van de
milieueisen voor offshore-activiteiten
4.1 Duurzame stadsplanning en rationeel
beheer van hulpbronnen
4.2. Bescherming, conservering en uitbreiding
van het Europese culturele erfgoed
4.3 Ontwikkeling en demonstratie van
technologieën voor veilige, zuinige, schone,
effectieve en duurzame bewarking, herstel,
renovatie, constructie, ontmanteling en sloop
van de gebouwde omgeving, met name voor
grote groepen gebouwen
4.4 Vergelijkende studie en kosteneffectieve
toepassing van strategieën voor duurzame
vervoersystemen in een stedelijke omgeving
X
X
X
X
X
1.6.2 Preventie en beperking van de insijpeling van zout water
X
1.6.3 Instrumenten voor technologische ontwikkeling en beheer
2.1.1 Wijzigingen in de samenstelling van de atmosfeer
2.1.2 Vermindering van ozon in de stratosfeer
2.1.3 Voorspelling van en scenario's voor klimaatverandering
2.1.4 Klimaatvariabiliteit en plotselinge klimaatveranderingen
2.2.1 Kwetsbaarheid van ecosystemen
2.2.2 Interacties tussen ecosystemen en de koolstof- en stikstofcyclus
2.2.3 Evaluatie en bescherming van de biodiversitei
2.3.1 Beperking van en aanpassing aan veranderingen op wereldschaal
2.3.2 Verzoening van het behoud van biodivesiteit met de economische
ontwikkeling
2.3.3 Bestrijding van de aantasting van de bodem en de woestijnvorming
2.3.4 Verenigbaarheid van het EU- en het internationale beleid op milieugebied
en verband met de handel
2.4.1 Betere exploitatie van bestaande gegevens en aanpassing van de
observatiesystemen
2.4.2 Ontwikkeling van nieuwe observatiecapaciteit voor langdurige
gegevensverzameling
3.1.1 Betere bepaling van de natuurlijke mechanismen in de werking van
ecosystemen
3.1.2. Karakterisering van sedimentsystemen met het oog op een duurzaam
beheer en gebruik van het continentaaal plat, de continentale helling, en de
diepzeebodem
3.1.3 Transportroutes en effecten van verontreinigende stoffen, sleutelelementen
en nutriënten in het mariene milieu
3.2.1 Omkering van de trend van achteruitgang van de mariene biodiversitei
3.2.2 Vermindering van de effecten van antropogene activiteiten op het mariene
milieu en herstel van aangetaste mariene systemen
3.2.3 Technologieën voor een veilige, duurzame en economische exploitatie van
mariene rijkdommen
X
X
X
X
X
STEUN VOOR ONDERZOEKINFRASTRUCTUUR (*****)
X
X
X
X
X
4.4.1 Strategische benaderingen en methodologieën voor stadsplanning met
betrekking tot duurzaam stedelijk vervoer
4.4.2 Vergelijkende beoordeling en demonstratie van nieuwe
vervoertechnologieën en daarmee samenhangende infrastructuur
GENERIEKE ACTIVITEITEN IN VERBAND MET ONDERZOEK EN TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELING
X
X
X
3.3.1 Geïntegreerde studies inzake land-oceaaninteractie
3.3.2 Veranderingen van de kustlijn
3.3.3 Bescherming van de kust tegen overstromingen en erosie
3.3.4 Bewaking van kustprocessen
4.1.1 Verbetering van het Stadsbestuur en de stedelijke besluitvorming
4.1.2 Verbetering van de kwaliteit van het stadsleven
4.1.3 Reductie van afvalstoffen en beheer van de levenscyclus ervan
4.1.4 Economische ontwikkeling, concurrentievermogen en werkgelegenheid
4.2.1 Het beter beoordelen van schade aan het culturele erfgoed
4.2.2 Ontwikkeling van innovatieve conserveringsstrategieën
4.2.3 Het bevorderen van de integratie van het culturele erfgoed in de stedelijke
omgeving
4.3.1 Stadskern- en stadsbuurtenvernieuwing
X
X
X
X
X
X
X
X
X
94.6 98.8
54.1 56.2
De inhoud van de uitnodigingen hangt af van de herziening en actualisering van het werkprogramma en het resultaat van de vorige
uitnodigingen.
2.2 Meer inzicht te verschaffen in de
terrestrische (inclusief zoetwater-) en mariene
ecosystemen en hun interacties
2.3 Scenario's en strategieën om op
veranderingen op wereldschaal te reageren
X
X
De inhoud van de uitnodigingen hangt af van de herziening en actualisering van het werkprogramma en het resultaat van de vorige
uitnodigingen.
1.5 Bewakings-, alarmerings- en
meldingssystemen
1.6 Technologieën voor regulering en beheer
van de voorraden en technologieën voor
toepassing in aride en semi-aride gebieden en
gebieden die over het algemeen een
watertekort hebben
2.1 De veranderingen op wereldschaal te
begrijpen, te ontdekken, te beoordelen en te
voorspellen
1.1.3 Operationele beheersystemen en systemen ter ondersteuning van de
besluitvorming
1.2.1 Werking van ecosystemen
1.2.2 Ecologiche kwaliteitsdoelstellingen
1.3.1 Waterbeheer in de stad
1.3.2 Behandeling en hergebruik van afvalwater
1.4.1 Vermindering van waterverontreiniging ten gevolge van vervuilde locaties,
stortplaatsen en sedimenten
1.4.2 Bestrijding van diffuse verontreiniging
1.5.1 Bewaking van en toezicht op verontreiniging
1.5.2 Betere voorspelling van overstromingen en droogteperiodes
1.6.1 Gebruik en beheer van waterbronnen
170.8 - 175
1.4 Preventie en verontreiniging
X
206.4 - 210.6
1.2 Ecologische kwaliteit van zoetwaterecosystemen en wetlands
1.3 Behandelings- en zuiveringstechnologieën
1.1.1 Strategische planning en geïntegreerde methodologieën en instrumenten
op stroomgebiedschaal
1.1.2 Sociaal-economische aspecten van het duurzaam gebruik van water
127.7 - 131.9
1.1 Geïntegreerd beheer en duurzaam gebruik
van waterreserves op stroomgebiedschaal
140.2 - 142.3
2. Veranderingen op wereldschaal,
klimaat en biodiversiteit
1. Duurzaam waterbeheer en waterkwaliteit
Key-actions (2)
(4)
Jan
2001
BEGELEIDENDE MAATREGELEN
Geavanceerde opleidingscursussen
( ) (6)
ENRICH
( ) (6)
Alle kernactiviteiten en generieke activiteiten
Maart
2000
Feb
2000
233
Totaal
Begroting
2000
3
Maart
2001
Apr
2001
273
Begroting
2001
Maart
2002
298
Begroting
2002
(1)
Voornamelijk uit te voeren via OTO-projecten, demonstratieprojecten, gecombineerde OTO/demonstratieprojecten, thematische netwerken en gecoördineerde werkzaamheden,
(2
Deze begrotingsmiddelen omvatten activiteiten in verband met kleine en middelgrote ondernemingen,
opleiding en begeleidende maatregelen. De Europese Commissie behoudt zich het recht voor de voor elke
uitnodiging beschikbare begrotingsmiddelen niet volledig toe te wijzen. De indicatieve begroting is
afhankelijk van de ontvangst van voorstellen van voldoende kwaliteit om in aanmerking te komen voor
financiering ter verwezenlijking van de doelstellingen van het programma. De bevoegde directeur-generaal
kan in een dergelijk geval nieuwe uitnodigingen voor ongebruikte middelen bekendmaken.
(3
De bevoegde directeur-generaal kan de voor de uitnodigingen vastgestelde data één maand vervroegen of
verlaten. In dat geval wordt op de datum die oorspronkelijk voor de uitnodiging was vastgesteld in het
Publicatieblad een bericht bekendgemaakt waarin de potentiële indieners van een voorstel van de wijziging
op de hoogte worden gesteld.
(4)
Tot 30.04.2002 permanent open uitnodigingen - voor afsluitdata zie de indicatieve roadmap voor de
permanent open uitnodigingen.
(5)
De uitnodiging van 2000 heeft betrekking op de begroting voor 2001 en 2002 (bij benadering 56% van de
begroting 1999 - 2002 voor onderzoekinfrastructuur).
(6)
Opgenomen in de begrotingsmiddelen voor de open uitnodigingen
)
)
4
TYPE ACTIVITEIT
Indicative
budget(2)
available for
2000 - 2002 in
million EURO (2)
Indicatieve Roadmap 2000 - 2002
NIET-NUCLEAIRE ENERGIE
(1)
Deadlines for submitting proposals
Tweede
uitnodiging
Derde
uitnodiging
(3)
(3)
Sept 2000
2002
Sept 2001
5.4. Rendabele technologieën voor het
afzwakken van milieueffecten bij
energieproductie
6.1. Technologieën voor een rationeel en
efficiënt eindgebruik van energie
6.2. Technologieën voor het transport en de
distributie van energie
6.3. Technologieën voor energieopslag, zowel
op macro- als op microniveau
6.4. Grotere efficiëntie bij de exploratie,
winning en productie van koolwaterstoffen
6.5. Grotere efficiëntie van nieuwe en
hernieuwbare energiebronnen.
6.6. De opstelling van scenario’s inzake vraag
en aanbod in economie-/milieu-/energiesystemen en de interactie daartussen, evenals
de analyse van de kosteneffectiviteit
(gebaseerd op de hele economische
levensduur) en de efficiëntie van alle
energiebronnen
5.2.2. Optimalisering van windenergie
5.2.3. Rendabele fotovoltaïsche systemen
5.2.4. Concentrerende systemen voor thermische zonne-energie
5.2.5. Andere hernieuwbare energiebronnen
5.2.6. Efficiënte, betrouwbare en rendabele brandstofcelsystemen
5.3.1 Integratie van hernieuwbare energiebronnen in het net en autonome
systemen
5.3.2. Hybride systemen
5.3.3. Verbetering van de aanvaardbaarheid van hernieuwbare
energiebronnen
5.4.1. Reductie van emissies die schadelijk zijn voor het plaatselijke en
mondiale milieu
6.1.1. Ruimtelijke integratie
6.1.2. Duurzame gebouwen
6.1.3. Efficiënte ruimteverwarming, koeling, ventilatie, verlichtingssystemen
en huishoudelijke apparaten en integratie van hernieuwbare energie in
gebouwen
6.1.4. Optimalisering van de verbranding in het vervoer, met schonere
koolwaterstoffen en alternatieve brandstoffen
6.1.5. Hybride en elektrische aandrijvingen en installaties voor
energieopslag en –omzetting
6.1.6. Demonstratie van innoverende openbare en particuliere
vervoermiddelen
6.1.7 Efficiënte transsectoriële technologieën en beter beheerde industriële
processen
6.2.1. Waarborgen van een betrouwbare en stabiele
elektriciteitsvoorziening en verhoging van de netefficiëntie
6.2.2. Koppeling en “load shaping”
6.2.3. Efficiënter en veiliger transport van gas
6.2.4. Rendabele distributie van verwarming en koeling
6.3.1. Optimalisering van de energiekwaliteit door middel van energieopslag
voor autonome hernieuwbare en hybride systemen en transport
6.3.2. Stabiliteitsgerelateerde elektriciteitsopslag
6.3.3. Intermitterende energieopslag, inclusief warmte- en koudeopslag
6.3.4. Veiligere, lichtere en energie-efficiëntere gasopslag
6.3.5. Betrouwbare micro-opslag met hoge capaciteit
6.4.1. Rendabele en efficiëntere exploratie en productie van
koolwaterstoffen
6.4.2. Diepzee, marginale velden en nieuwe gebieden, inclusief het
arctische gebied
6.4.3. Verminderde milieueffecten en verbeterde veiligheid bij exploratie en
productie
6.5.1. Rendabele componenten voor windturbines
6.5.2. Rendabele componenten voor fotovoltaïsche modules en
concentrerende zonnecollectoren
6.5.3. Rendabele componenten voor biomassa en afval
6.5.4. Andere hernieuwbare energiebronnen
6.6.1. Anticiperen op technologische veranderingen.
352,8
109.1
6.6.2. Prospectief onderzoek en analyse van beleidseffecten.
6.6.3. Marktveranderingen en integratie van technologie
GENERIEKE ACTIVITEITEN IN VERBAND MET ONDERZOEK EN TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELING
11,3
766,5
Totaal
260
286
Begroting
2001 (4)
Begroting
2002 (4)
(1)
Moet worden uitgevoerd via OTO-projecten, demonstratieprojecten, gecombineerde OTO/demonstratieprojecten, thematische
netwerken en coördinatiewerkzaamheden.
Indicatieve begroting in miljoen €. Deze begrotingen omvatten activiteiten ten behoeve van het MKB, opleidingen en
begeleidende maatregelen. De Europese Commissie behoudt zich het recht voor niet alle beschikbare middelen voor iedere
uitnodiging vast te leggen. De indicatieve begroting is afhankelijk van de ontvangen voorstellen, die met het oof op de
verwezenlijking van de doelstellingen van het programma voldoende kwaliteit moeten hebben om voor financiering in aanmerking
te komen.
(2)
(3)
De bevoegde directeur-generaal kan de datums van de uitnodigingen met een maand vervroegen of uitstellen. In een dergelijk
geval zullen potentiële indieners daarvan op de hoogte worden gebracht door een bericht in het Publicatieblad op de aanvankelijk
geplande datum van de uitnoding.
(4)
De toewijzing voor 2000 is afhankelijk van de goedkeuring van de financiële vooruitzichten.
5
Geen uitnodiging
5.3. Integratie van nieuwe en hernieuwbare
energiebronnen in energiesystemen
5.1.1. Schonere brandstoffen door vervanging en behandeling
5.1.2. Efficiëntere omzettingsprocessen of –cycli, met inbegrip van een
hoger verbrandingsrendement
5.1.3 Energie-efficiëntere gasturbines.
5.1.4. Optimalisering van WKK-systemen
5.2.1. Biomassaomzettingssystemen (inclusief afval)
De inhoud van de uitnodigingen is afhankelijk van de herziening en bijwerking van het werkprogramma en de resultaten van
eerdere uitnodigingen.
5.1. Grootschalige productie van elektriciteit
en/of warmte met verminderde CO2-emissies
uit steenkool, biomassa en andere
brandstoffen, onder meer via warmte- en
energiewinning
5.2. Ontwikkeling en demonstratie, mede met
het oog op gedecentraliseerde productie, van
de voornaamste nieuwe en hernieuwbare
energiebronnen, in het bijzonder van
biomassa, brandstofcel, windenergie en
zonnewarmte
De inhoud van de uitnodigingen is afhankelijk van de herziening en bijwerking van het werkprogramma en de resultaten
van eerdere uitnodigingen.
6. Economische en efficiënte energie voor een concurrerend Europa
5. Schonere energiesystemen, met inbegrip van
systemen op basis van hernieuwbare energie
Kernactiviteiten
INDICATIEVE ROADMAP 1999 - 2002
ENERGIE, MILIEU en DUURZAME ONTWIKKELING
Permanente open uitnodiging
Percentage van beschikbare
begroting (1)
1999
Type Activiteit
Generieke OTO-activiteiten
(3)
Percentage
1999 - 2002
Zie andere roadmaps voor de beschikbare
begroting
De voorstellen worden in groepen
beoordeeld, volgens de volgende
sluitingsdatums (2)
15/6/1999
17/1/2000
16/4/2001
30/4/2002
Maatregelen voor het MKB
14/4/1999, 15/9/1999
12/1/2000, 26/4/2000, 13/9/2000
17/1/2001, 18/4/2001
Toelagen voor de verkennende fase
Maximaal 4.5 %
Maximaal 4.5
%
Onderzoek in samenwerkingsverband
15/9/1999
12/1/2000, 26/4/2000, 13/9/2000
17/1/2001, 18/4/2001, 19/9/2001
16/1/2002, 17/4/2002
Opleiding
Individuele beurzen
Maximaal 2 %
Maximaal 2 %
Gastbeurzen
2/6/1999 (4) 8/9/1999 (5)
22/3/2000
21/3/2001
20/3/2002
Begeleidende maatregelen (6)
Studies,
Uitwisseling van informatie,
Wetenschappelijke en technische
bijeenkomsten,
Verspreiding,
Exploitatie- en communicatieactiviteiten,
Maatregelen voor informatieverstrekking en
bijstandsverlening aan onderzoekspelers
Maximaal 4 % (7)(8)
Maximaal 4 %
(7)(8)
15/6/1999 (9)
15/2/2000
15/2/2001 (9)
15/2/2002
(1)
Percentage van de totale beschikbare begroting voor alle activiteiten.
(2)
De bevoegde directeur-generaal kan de aanvankelijk geplande datums van de uitnodigingen of de indieningstermijnen met
een maand vervroegen of uitstellen.
(3)
Zie de voorkeuren voor 1999 in het werkprogramma.
(4)
Uitgezonderd Marie Curieontwikkelingsbeurzen en verblijven aan Marie Curieopleidingscentra.
(5)
Alleen Marie Curie ontwikkelingsbeurzen en verblijven aan Marie Curieopleidingscentra.
(6)
Conferenties, workshops en seminars worden behandeld als “spontane” subsidieaanvragen overeenkomstig bijlage IV van
dit werkprogramma (voetnoot 16).
(7)
Voor het sub-programma op het gebied van energie is dit maximaal 6%.
(8)
Inclusief geavanceerde opleidingen, ENRICH en OPET.
(9
Voor OPET gelden alleen de eerste en de laatste termijn.
6
Download