Federalisering - historisch onderzoek

advertisement
FEDERALISME
HISTORISCH ONDERZOEK
1. EEN WOORDJE UITLEG
Tijdens het bezoek aan de Democratiefabriek, hebben jullie kunnen vaststellen dat
bepaalde elementen essentieel zijn om tot een democratie te komen. Nu moeten jullie
’één van die elementen verder uitdiepen, namelijk de evolutie van het federalisme.
Concreet gaan jullie een onderzoek voeren op twee niveaus:
Een deel van de groep zal
een onderzoek in
het verleden voeren
met behulp van de documenten
in het museum
Een ander deel van de groep zal
een actualiteitsonderzoek
voeren
over het thema en vragen opstellen.
Samen, maken jullie een overzicht van jullie thema, lopende over
verleden, heden, toekomst.
Het resultaat van jullie onderzoek maken jullie zichtbaar in een
affiche
Een kleine raad: werk ernstig en stel jezelf vragen. Je werk kan er alleen maar rijker van
worden.
2. NU IS HET AAN JULLIE!
Jullie gaan in het BELvue onderzoeken hoe de federalisering in België tot stand kwam van
1830 tot nu.
Jullie onderzoek bestaat uit 4 delen:
1. België is in 1830 een unitaire staat waar al snel de taalproblemen naar voor komen.
2. In deze unitaire staat voelen de Vlamingen zich te kort gedaan en zelfs vernederd.
3. Tijdens de 20ste eeuw klinken de eisen van de Vlamingen steeds luider. In 1963 wordt
de taalgrens vastgelegd.
4. Sinds 1970 is België een federale staat, met voor- en nadelen. Hoe ziet België er in de
toekomst uit?
Antwoord op de vragen die jullie hieronder vinden, om je onderzoek in het museum tot een
goed einde te brengen. Per vraag is er een antwoordblad voorzien.
Respecteer de chronologische volgorde: zo krijgen jullie een mooi beeld van de verschillende
stappen in de federalisering in België.
Het doel van jullie onderzoek is te achterhalen waarom en hoe België van een unitaire
staat naar een federale staat evolueerde.
Wat is volgens jullie een unitaire staat?
..........................................................................
..........................................................................
..........................................................................
..........................................................................
Wat is volgens jullie een federale staat?
..........................................................................
..........................................................................
..........................................................................
..........................................................................
Kennen jullie nog andere federale staten in de wereld? Welke?
..........................................................................
..........................................................................
..........................................................................
..........................................................................
1
Wat komt hierover in jullie samenvatting?
1. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
.....................................................................
................................................................
2. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
.....................................................................
......... ........................................................
Vraag 1: België is in 1830 een unitaire staat waar al snel de
taalproblemen naar voor komen.
Zaal 2 document 128
Al in 1856 zijn er klachten.
Van wie komen ze? Waarover klagen ze? Waarom klagen ze hierover? Welke gelegenheid
gebruiken ze om deze klachten naar voor te brengen?
……………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………
…………………. ………………….………………….………………….………………….……………
Wat komt hierover in jullie samenvatting?
..........................................................................
..........................................................................
..........................................................................
..........................................................................
2
Vraag 2: In deze unitaire staat voelen de Vlamingen zich tekort
gedaan en zelfs vernederd.
In de 19de eeuw wordt er in alle openbare instellingen Frans gesproken: in de
gemeentehuizen, in de scholen, in het leger.
o
Zaal 3 : Over welke periode gaat het hier?.........
Bekijk de affiches en de reclames op document 206.
In welke taal zijn ze opgesteld?...................................................................................
Tot welke sociale klasse richten ze zich?...................................................................
Tot wie richten ze zich zeker niet?..............................................................................
o
Zaal 4 Over welke periode gaat het hier?..........

Affiche Zwarte Broeders
De Vlamingen vergelijken hun situatie met “hun zwarte broeders” in Congo.
Leg uit waarom ze zich vergelijken met de zwarten in Congo (land dat pas
gekoloniseerd was door Leopold II)
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………….................
3

Document 331
Wat is de belangrijkste eis van de Vlamingen?
………………………………………………………………………………………………

Document 335
Lees aandachtig het pamflet met Coecke en Goethals en de Franse officier. Welke
discriminatie wordt hier aangeklaagd?
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………
o
Zaal 5 Tijdens WO I is de Vlaamse beweging verdeeld: er zijn de activisten en de
Frontisten

Document 407- Document 409
Leg de verschillen tussen beide groepen uit
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
Wat komt hierover in jullie samenvatting?
..........................................................................
..........................................................................
..........................................................................
..........................................................................
4
Vraag 3: Tijdens de 20ste eeuw klinken de eisen van de Vlamingen
steeds luider. In 1963 wordt de taalgrens vastgelegd.
Zaal 8 Over welke periode gaat het hier?....................
o
Documenten 928/930
Waarover gaan deze betogingen?
……………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………
o
Document 929: een verkiezingsaffiche van de Volksunie: deze partij bestaat
niet meer zij is uiteengevallen in de NVA- (tot jan 2010 ook SLP- ex-Spirit) en
het Vlaams Belang.
Welke eis wordt hier naar voor gebracht?
…………………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………………
Welke Vlaamse partijen hebben nog steeds die eis?
…………………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………………..
Wat komt hierover in jullie samenvatting?
..........................................................................
..........................................................................
..........................................................................
..........................................................................
5
Vraag 4: Sinds 1970 is België een federale staat, met voor- en
nadelen.
Zaal 9
Tegen een muur van deze zaal toont een kaart de federalisering van België. De bijhorende
tekst geeft uitleg.
Deze federalisering gebeurde in verschillende etappes.
Leg in eigen woorden de verschillende etappes uit van de grondwetshervormingen die geleid
hebben tot de federalisering van België.
De federale staat (=. . . . . . . . . . . . . . . . . .) is bevoegd voor:
...........................................................................
De gemeenschappen (=. . . . . . . . . .. . . . . . . . ./. . . . . . . . . . . . . . . . . ./. . . . . . . . . . . . .. . . . )
zijn bevoegd voor : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
.........................................................................
De regio’s (= . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ./. . . . . . . . . . . . . . . . . . ./. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . )
zijn bevoegd voor: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
.........................................................................
De voordelen van een federale staat zijn: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
...........................................................................
De nadelen van een federale staat zijn: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
...........................................................................
Wat zeggen jullie hierover in jullie samenvatting ?
.............................................................................
.............................................................................
..........................
..........................
..........................
..........................
..........................
..........................
..........................
. . . . . . . . . . . ……………………..
6
3. HET MAKEN VAN DE AFFICHE.

Kom samen met de actualiteitsgroep.

De actualiteitsgroep stelt de voorbereide vragen aan de historische groep.

De historische groep vertelt hun samenvattingen aan de actualiteitsgroep.

Samen beslissen jullie welke elementen er op jullie affiche komen.
- ……………………..
-………………………
- ……………………...

7
- ……………………….
- ……………………….
- ……………………….
- ………………………
- ……………………….
- ……………………….
Het maken van de affiche
-
Bekijk de grootte van de affiche (vraag aan de verantwoordelijke van de groep)
-
Maak eerst een kladversie van de affiche.

8
-
Denk aan de kijkers: ze moeten er iets uit leren! Uit jullie affiche moeten ze
kunnen afleiden hoe het federalisme geëvolueerd is vanaf 1830 tot nu.
-
Werk met blikvangers: wat is volgens jullie het belangrijkste, valt het meest op
in jullie affiche.
Voorstellen van de affiche
-
Beslis wat jullie zullen vertellen tijdens de voorstelling. (gebruik daarvoor het
kader op de volgende pagina).
-
Duid één of meer woordvoerders aan.
-
Leg aan de klas uit hoe jullie je onderzoek gevoerd hebben en wat jullie
conclusies zijn aan de hand van de affiche.
-
Vraag aan de medeleerlingen wat hun mening is over het federalisme: nodig?
Zinvol of niet? Waarom?
-
Als er de mogelijkheid zou zijn om een vervolg op deze taak te maken, wat
zouden jullie dan verder willen uitdiepen?
Kladversie van jullie affiche
9
Presentatie van de affiche
Uitgewerkt thema
10
Commentaar
Download
Random flashcards
fff

2 Cards Rick Jimenez

Create flashcards