Samenvatting van de Daf HaJomi

advertisement
woensdag 20 juli 2005
‫יום רביעי י"ג תמוז תשס"ה‬
Aan de orde van de daf
De voornaamste onderwerpen van de Daf HaJomi – Sjabbat 79
Door Zwi Goldberg, [email protected], www.hoor-israel.org
Een derde verklaring voor het meningsverschil op de vorige daf tussen de Rabbijnen en Rabbi Jehoeda:
Rava zegt: Iedereen is het ermee eens dat een schuldeiser het leningcontract moet laten waarmerken, zelfs als
de schuldenaar toegeeft dat hij het geschreven heeft. Zij verschillen van mening of we een kwitantie uitschrijven
[en de schuldenaar dwingen te betalen wanneer hij toegeeft dat hij het schuldig is en de schuldeiser beweert dat hij het leencontract
verloren heeft]. De Tanna Kamma is van mening dat we een kwitantie uitschrijven [en dan is het leencontract, nadat de lening
afgelost is, waardeloos voor de schuldeiser, want hij mag het niet houden; en de schuldenaar wil het niet gebruiken als kurk voor
een fles, voor het geval dat hij de kwitantie verliest en het leencontract bij de schuldeiser terecht komt]. En Rabbi Jehoeda beweert
dat we geen kwitantie uitschrijven [voor het geval dat de schuldenaar het verliest en de schuldeiser opnieuw kan innen.
De maat voor huid
De maat voor huid waarvoor men strafbaar wordt als men er op Sjabbat mee naar resjoet harabbiem gaat, is de hoeveelheid die
nodig is om er een amulet van te maken. Dezelfde maat voor onbewerkte huid geldt voor gelooide huid. Dit wordt op de volgende
manier geleerd: de maat voor een geweven draad, waarvoor men strafbaar is als met het uitbrengt op Sjabbat, is een lengte van
twee maal de afstand tussen duim en wijsvinger. De maat voor geverfde, gewassen, gekamde of gesponnen wol is hetzelfde. D.w.z.
wie een hoeveelheid wol verft, wast, kamt of spint, die voldoende is om een geweven draad van een lengte tweemaal de spanwijdte
tussen duim en wijsvinger te weven, is ook strafbaar. Dus de maat van de voorbereiding is hetzelfde als die van het eindproduct.
Daaruit leiden we af dat dit ook geldt voor de bereiding van leer, dus onbereide huid of gedeeltelijk bereide huid heeft dezelfde maat
als gelooide huid.
De maat van verf
Verf die nodig is om een beetje wol te verven, mag men niet mee naar buiten nemen op Sjabbat. Dat is de hoeveelheid die
verkopers nodig hebben om een monster wol, die zij aan potentiële klanten laten zien, te verven. Daarentegen is de hoeveelheid
kruiden waarvan men de kleurstof trekt is, veel groter, namelijk voldoende om er een klein kledingstuk mee te verven. De Gemara
legt uit dat de hoeveelheid kruiden die nodig is om het beetje verfstof te bereiden voor dat kleine stukje wol, niet de moeite waard is
om te planten.
De maat voor groentezaad
De maat voor zaad voor groente is volgens de Geleerden iets minder dat een gedroogde vijg. Rabbi Jehoeda ben Beteira zegt vijf
zaadjes [dat is minder]. Iedereen is het ermee eens dat één zaadje niet voldoende is om voor gestraft te worden. Echter, mest die
voldoende is voor een enkele groente-stengel [zoals een prei] is verboden. De Gemara verklaart het verschil: als de plant eenmaal
gegroeid is, vindt men het de moeite waard om hem te verzorgen en te bemesten, zelfs al is het maar een enkele stengel. Maar een
enkel zaadje, dat nog geplant moet worden, is niet te moeite waard om te planten.
Hetzelfde onderscheid wordt gemaakt voor onbereide klei en bereide klei. Als men een hoeveelheid bereide klei heeft, die voldoende
is om een klein gaatje mee dicht te stopppen, dan heeft dat waarde en mag men er niet mee uitgaan naar resjoet harabbiem op
Sjabbat. Maar men gaat een dergelijk kleine hoeveelheid klei niet bereiden, dus de hoeveelheid onbereid klei waarvoor men
strafbaar is, is groter (nl. een reviïet, zoals de Misjna leert).
Klaf voor Tora-rollen, tefillien en mezoezot
Tora-rollen, tefillien en mezoezot worden geschreven op klaf – perkament. Dit is de bewerkte huid van een kosjer dier. Wanneer,
nadat het dier geslacht is, zijn huid gestroopt wordt, heeft dat twee kanten: de buitenkant, die wij ook zien als het dier nog leeft, en
de binnenkant, die tegen het vlees van het dier ligt en zijn organen beschermt. De huid bestaat uit verschillende lagen en bij de
bereiding scheidt men die lagen van elkaar, zodat men twee gescheiden vellen leer krijgt. Van de buitenste laag maakt men het klaf
en de binnenste laag noemt men de doechsoestos [een uit het Grieks afgeleid woord]. De tefillien schrijft men op het klaf, de
mezoezot op de doechsoestos. Maar het perkament voor een Sefer Tora wordt niet in tweeën gedeeld en dat noemt men gwiel.
De huid ondergaat drie bewerkingen: eerst wordt het gezouten, dan geweekt in water met meel en tenslotte wordt het bewerkt met
galnoten. Ieder stadium van bewerking heeft een naam: matsa is het onbewerkte stadium. Chipa is alleen bewerkt met zout. Diftera
is het stadium, waarin de huid met zout en met meel en water bewerkt is, maar nog niet met galnoten.
De minimum hoeveelheid voor matsa is dat wat genoeg is om een kwart litra [het kleinste gewicht dat gebruikt werd in Poembedita]
in te wikkelen.
De minimum hoeveelheid voor chipa is dat wat nodig is om een amulet te maken, zoals de Misjna leert.
De minimum hoeveelheid voor diftera is dat wat nodig is om een get [echtscheidingsacte] op te schrijven.
De minimum maat van kleren voor toemat midras
Een Misjna in traktaat Keliem (27:2) leert dat de minimum maat voor o.a. leer dat midras toema kan aannemen, is vijf bij vijf
tefachiem [wanneer een zav, zavva of nidda daarop gaat zitten, wordt het tamee en dan kan het de toema ook overbrengen op
andere voorwerpen en op mensen. Als het kleiner is dan dit, kan het geen midras toema aannemen, maar wel kan het toema
aannemen door aanraking, zolang als het groter is dan drie bij drie duimbreedtes]. En een Baraita leert dat diezelfde maten die
gelden voor toema ook gelden voor het uitbrengen naar resjoet harabbiem op Sjabbat. Dat is meer dan wat onze Misjna zegt. De
Gemara verklaart, dat dit een andere soort leer betreft, dat gebruikt wordt voor de bekleding van meubelen.
Daf 79b
Onze Misjna zegt dat de minimale hoeveelheid klaf waarvoor men schuldig wordt, groot genoeg moet zijn om het Sjema voor
woensdag 20 juli 2005
‫יום רביעי י"ג תמוז תשס"ה‬
tefillien op te schrijven. Een Baraita leert dat een stuk doechsoestos groot genoeg moet zijn om er een mezoeza op te kunnen
schrijven. Een traditie van Mosjé, overgeleverd van Sinaï leert, dat tefillien geschreven moeten worden op de binnenkant van het
perkament, dat tegen het vlees van het dier gezeten heeft, terwijl mezoezot op de buitenkant van de doechsoestos geschreven
moeten worden. Als de tefillien op de doechsoestos zijn geschreven of op de buitenkant van het perkament, zijn ze ongeldig [zie ook
Sj.A.O.Ch. 32:7]. Mezoezot die echter van mindere heiligheid zijn dan tefillien mogen wel ook op perkament geschreven worden.
Tefillien mogen ook niet geschreven worden op gviel.
Tora en mezoeza
Een Baraita leert dat het verboden is om de afdeling die op een mezoeza geschreven staat, uit een versleten Sefer Tora te knippen,
om dat als mezoeza te gebruiken, want dat is een omlaaghalen van de heiligheid van de Tora-rol. [Dit is verbazingwekkend, want de
beide afdelingen van een mezoeza (Devariem 6:4-9 en 11:13-21) staan ver uitelkaar, dus hoe kan men daarvan één mezoeza
maken? Tosafot zegt dat soms de eerste afdeling onderaan op de klaf geschreven staat en dan kan men op de open ruimte
daaronder de tweede afdeling schrijven, en soms staat de tweede afdeling bovenaan en dan kan men de eerste afdeling daarboven
schrijven. Maar ook dat is verbazingwekkend, want in onze Sifrei Tora komt dat nimmer voor! Rasji suggereert een andere
oplossing: men kan een mezoeza maken van twee aparte afdelingen van Tora.]
Een Baraita leert: een mezoeza die geschreven is op papier, perkament of stof is ontgeldig, maar Rabbi Meïr schreef het op
perkament.
Download