Assessment Kernwaarden – Visie op Zorg

advertisement
Patiënteninformatie
Nierstenen
Inleiding
Nierstenen komen vaak voor, maar geven lang niet altijd klachten. Soms veroorzaken ze hevige
pijnaanvallen. Nader onderzoek is nodig als iemand bij herhaling last heeft van nierstenen.
In deze folder leest u over het ontstaan, de symptomen, de behandeling en het voorkomen van
nierstenen. Nierstenen zijn harde steenachtige massa’s die overal in de urinewegen kunnen
ontstaan en die pijn, afsluiting of infecties kunnen veroorzaken. Nierstenen zijn eigenlijk kleine
brokjes hard geworden afvalstoffen. Er zijn verschillende soorten stenen, onder andere
calciumstenen, urinezuurstenen en cystinestenen.
Oorzaken
Een niersteen is opgebouwd uit een groot aantal kleine kristallen, die gevormd wordt in de
urine.
Urine is over het algemeen verzadigd met stoffen die uitgescheiden moeten worden zoals
afvalstoffen, overtollige zouten en stoffen die giftig zijn voor het lichaam. Nierstenen vormen zich
als afvalstoffen die niet meer oplossen in de urine en daardoor neerslaan, ook wel kristallisatie
genoemd. Deze kristallisatie is mogelijk als er sprake is van zeer geconcentreerde urine en als
de urine veel calcium, urinezuur of oxalaat bevat. Het kristallisatieproces wordt geremd door
stoffen die van nature in urine voorkomen, zoals citraat, eiwitten en suikers. Toch is het
onvermijdelijk dat iedereen zo nu en dan kristallen maakt. Nierstenen worden gevormd wanneer
deze kristallen op de één of andere manier kunnen achterblijven in de nier.
Symptomen
De symptomen van nierstenen zijn afhankelijk van de grootte van de stenen en de plaats waar
de stenen zich bevinden. Kleine stenen geven geen symptomen of klachten. Deze stenen
kunnen soms gewoon worden uitgeplast. Stenen die zich in de blaas bevinden kunnen een pijn
in de onderbuik geven. Kleine calciumstenen kunnen bloed in de urine veroorzaken. Stenen die
voorkomen in de urineleiders of het nierbekken kunnen rugpijn en niersteenkolieken geven. Een
niersteenkoliek is een ondragelijke pijn meestal in de flank, die met tussenpozen optreedt en
uitstraalt naar de buik, soms naar de geslachtsdelen en de binnenkant van het bovenbeen.
Andere symptomen die bij nierstenen kunnen voorkomen zijn misselijkheid en braken; een
opgezwollen buik; rillingen en koorts; frequente urinelozing; bewegingsdrang en een
urineweginfectie.
Onderzoek
Niersteenpatiënten bereiken het ziekenhuis vaak via de spoedeisende hulp, hier wordt als
eerste de koliekpijn bestreden met pijnstillers en daarna volgt verder onderzoek. Er zijn ook
patiënten die na verwijzing door de huisarts bij de uroloog terechtkomen. Er wordt informatie
verkregen over de specifieke leef- en eetgewoonte van de patiënt en of er nog andere medische
problemen zijn die met de klachten in verband kunnen staan zoals bijvoorbeeld chronische
urineweginfecties. Het bloed wordt onderzocht en in de urine wordt gekeken naar de
aanwezigheid van bloed, bacteriën en kleine steenkristallen. Vervolgens wordt de steen in beeld
Patiënteninformatie
gebracht met behulp van een echografie of röntgenfoto. Eventueel kan de arts een CT-scan
(CT-IVP) aanvragen. Op deze röntgenfoto worden de nieren, nierbekkens, urineleiders en de
blaas in beeld gebracht met behulp van contrastmiddel.
Behandeling
Kleine stenen die nauwelijks of geen symptomen, afsluiting of infectie veroorzaken worden bij
voorkeur niet operatief behandeld. De patiënt wordt aangeraden veel te drinken, zodat de steen
spontaan kan worden uitgeplast. Een koliek wordt behandeld met pijnstillers en daarnaast een
spierverslappend medicijn. Voorbeelden hiervan zijn diclofenac en buscopan. De pijn vermindert
en de steen kan los komen. Bij extreme pijn kunnen ook morfineachtige middelen worden
toegediend.
Wanneer de steen te groot is om het lichaam langs natuurlijke weg te verlaten moet een andere
behandeling worden ingesteld, bijvoorbeeld met de niersteenvergruizer. Vanuit de niersteenvergruizer wordt een hoge concentratie schokgolven van buitenaf op de niersteen gericht.
Hierdoor kan de steen uiteen vallen tot gruis. De patiënt plast dit gruis gewoon uit. Deze
behandeling wordt meestal onder plaatselijke verdoving uitgevoerd.
Als er sprake is van grotere, scherpe stenen dan is de niersteenvergruizer minder geschikt.
Deze stenen moeten op een andere wijze verwijderd worden. Afhankelijk van de ligging van de
stenen vinden deze procedures onder algehele verdoving plaats via de plasbuis of via een
andere methode “percutaan”. De arts brengt hierbij door de huid een holle naald in het
nierbekken. Via deze “kijkbuis” voert de arts een flexibele draad op, waarmee de steen kan
worden uitgetrokken of met een boortje kan worden verpulverd. Een enkele keer moeten de
stenen verwijderd worden door een open operatie onder narcose.
Preventie
De kans op niersteenvorming is kleiner naarmate de urine meer water en minder afvalstoffen
bevat. Het voorkomen van nieuwe nierstenen is gemakkelijker wanneer de samenstelling van de
nierstenen bekend is. Een vermindering van de hoeveelheid stof in de urine die verantwoordelijk
is voor de vorming van de stenen helpt nieuwe stenen voorkomen. De meeste nierstenen
bestaan hoofdzakelijk uit calciumzouten. In eerste instantie bestaat het behandelingsplan om
herhaaldelijke steenvorming te voorkomen uit dieetadviezen. Medicijnen worden over het
algemeen pas voorgeschreven wanneer dieetadviezen niet het gewenste effect opleveren.
Andere vormen van steenlijden, zoals infectiestenen, urinezuurstenen en cystinestenen vragen
om een specifieke aanpak.
Voeding
De invloed van voeding op de vorming van stenen is minder groot dan men altijd gedacht heeft.
Een strenge calciumbeperking, zoals die vroeger werd voorgeschreven, is niet nodig. Het kan
zelfs de klachten verergeren. Een normale hoeveelheid calcium uit melkproducten en kaas kan
dus gebruikt blijven worden. Wel is het belangrijk veel te drinken en de hoeveelheid oxaalzuur
en dierlijk eiwit beperkt te houden. Onderstaande adviezen geven aan hoe dit in de praktijk kan
worden gebracht.
Patiënteninformatie
Algemene drink- en voedingsadviezen
Voeding en calcium(oxalaat)stenen
Drinken
 Veel drinken, tussen de 2,5 en 3 liter per dag verdeeld over de hele dag.
Liefst ook ’s morgens vroeg, 's avonds laat en gedurende de nacht zodat u
de periode dat u niets drinkt zo kort mogelijk houdt.
 Geschikte dranken zijn: (mineraal)water, kruidenthee, vruchtenthee
(maximaal ½ tot 1 liter per dag vanwege de grote hoeveelheid oxaalzuur wat
de steenvorming bevordert), koffie, limonade, (light) frisdrank (behalve cola,
dit kan bij overmatig gebruik de uitscheiding van calcium stimuleren),
melkproducten (maximaal 3 glazen per dag).
Beperk de het gebruik van vruchtensap en frisdrank.
Wees matig met alcohol. Gebruik niet meer dan 1 tot 2 glazen alcoholische
dranken per dag en drink niet iedere dag.
Extra aandacht voor veel drinken bij warm weer of in warmere klimaten.
Dierlijk eiwit
 Dierlijk eiwit wordt geleverd door vlees, vleeswaren, vis, kip, ei, melk en
melkproducten en kaas.
 Geadviseerd wordt; 1 à 2 plakjes vleeswaren en 1 portie vlees (100 gram
rauw, 75 gram bereid) per dag.
 Voor zuivelproducten geldt; niet te veel maar ook niet te weinig.
3 tot 4 melkproducten (melk en/of zuiveltoetjes) of kaas (per plakje)
per dag.
Zout
 Wees matig met het gebruik van keukenzout.
 Dit houdt in:
voeg geen zout toe bij de bereiding van de warme maaltijd.
beperk zoutrijke producten zoals bouillon(tabletten), soep, ketjap,
kruidenmixen, sauzen uit pakjes, pizza, chips en andere zoute snacks, gezouten
noten, kant-en-klaarproducten, zoute haring, drop etc.
Oxalaat
Vitamine C
 Beperk de consumptie van;
Spinazie, rabarber, bietjes, snijbiet, chocolade (en andere
producten die cacao bevatten), (lang getrokken) thee, abrikozen,
kiwi’s, vijgen, sojaproducten, kidneybonen, hazelnoten, pinda’s,
amandelen, tahini, sezamzaad, carobepoeder, selderij, peterselie.
Het is aan te raden om producten die rijk zijn aan oxalaat samen te gebruiken
met een product rijk aan calcium (bv scheutje melk in de thee of een beker melk bij
een maaltijd die oxalaat bevat).
 Voorkom een megadosis vitamine C door het gebruik van
voedingssupplementen (vitaminepillen). Wanneer u 2 stuks fruit en 200
gram groente per dag eet, krijgt u voldoende vitamine C binnen.
Patiënteninformatie
Wanneer bekend is om welke soort nierstenen het bij u gaat en deze niet de bovenstaande
betreft, dan kunnen er wellicht nog specifieke voedingsadviezen worden gegeven gericht op de
stoffen die de nierstenen veroorzaken. Hiervoor kunt u contact opnemen met uw specialist en zo
nodig een verwijzing vragen voor de diëtist. Uiteraard kunt u dit ook een verwijzing vragen voor
de diëtist, wanneer het niet goed lukt de adviezen op te volgen of wanneer u vragen hebt met
betrekking tot uw voeding en het gegeven advies.
Tot slot
Een folder als deze biedt alleen algemene informatie. Persoonlijke medische vragen kunt u aan
uw arts stellen. Mocht u over de bovenstaande informatie nog vragen hebben, dan kunt u
contact opnemen met de polikliniek Urologie via telefoonnummer: (079) 346 28 60.
Wij stellen uw mening vanzelfsprekend zeer op prijs. Heeft u opmerkingen of suggesties over
deze informatie of over de behandeling, laat dit ons dan weten via bovenstaand telefoonnummer
of via [email protected]
Download