preek 1 pe 1,3-13

advertisement
PREEK 1 PE 1,3-13
R.P. HEIJ
De vraag waarmee ik de preek dus wil beginnen, zoals ik ook al tegen de jongens en meiden
van groep 6 vroeg: waarom moet je eigenlijk geloven? DIA 1
Wat is daar zo belangrijk aan? Ik kan ook vragen: waarom zou je eigenlijk geloven? Waarom
zou je daarvoor kiezen, daar energie in steken?
Want geloven is nog lastig genoeg. Geloven gaat niet vanzelf. Het komt je niet aanwaaien. En
geloof vraagt onderhoud. Iedereen die gelooft merkt dat snel genoeg. Geloof heeft uit
zichzelf de neiging te verslappen. Om naar de rand van je leven te verdwijnen. Denk aan dat
verhaal van Jezus waarin goed zaad wordt overwoekerd door onkruid (Matteüs 13:7, Marcus
4:7). Zo merk je toch ook als gelovige dat het dagelijks leven druk legt op je geloof? Dat is
ook wat de mannen tegen elkaar zeiden op het mannenweekend, waar we spraken over
leven in het ritme van Jezus…ja hoe doe je dat?
Bidden en bijbel lezen, het verdwijnt zomaar in de drukte en zorgen en bezigheden van ons
bestaan, laat staan een moment voor God en mij alleen; stille tijd.
En tegelijk merk ik dat er een groot verlangen is naar een dieper doorwerkend geloof. We
willen merken dat het geloof echt iets uitwerkt in ons leven. Dat het ons verandert. Niets is
erger dan geloof dat jou niet verandert. En vanuit dat verlangen naar een dieper
doorwerkend geloof hebben we ook echt last van blijvende zonden en twijfels die ons parten
spelen. Wat zouden we graag willen dat het geloof diep in ons binnenste doordrong, en daar
alles gaat beheersen, en dat het echt concreet en praktisch wordt in ons leven, en dat het
ons iets doet, en dat het je blij maakt.
Want dat is echt geloof. In 1 Petrus 1, het gedeelte dat we gelezen hebben, zegt God: echt
geloof is blij met de toekomstige erfenis van leven met Mij. DIA 2
Onthoud dat: echt geloof is blij met de toekomstige erfenis van leven met God.
Leven met God na de wederkomst. Echt geloof is daar blij mee. Geloven is een emotie.
‘Verheug u hierover’, zegt Petrus (vers 6). Echt geloof doet iets met je. Maakt iets in je los.
Namelijk blijdschap. En dat blij zijn met wat God je nog gaat geven, is een kenmerk van echt
geloof (zie vers 7).
Maar hoe kom je daaraan? Aan dat echte geloof? Dat geloof dat een blijdschap in je wakker
maakt? Kun je het jezelf geven? Nee, ik denk het niet. Kun je het je kinderen geven? Of je
kleinkinderen? Ik weet dat er maar al teveel ouders zijn die dat zielsgraag zouden willen.
Daar hoor ik zelf ook bij. O, wat zou dat heerlijk zijn als je je kinderen het geloof gewoon kon
geven. Het erin gieten. Maar dat kan niet. De bijbel laat ons zien dat alleen God geloof kan
geven. God werkt het geloof in een mens. En tegelijk benoemt de bijbel ook die andere kant:
je moet je er als mens voor inzetten. In Filippenzen 2:12-13 staat het vlak naast elkaar. DIA 3
Eerst staat er: ‘Blijf u inspannen voor uw redding’, en in het volgende vers: ‘het is God die
zowel het willen als het handelen bij uw teweegbrengt.’ Ik wil graag dat het geloof nog
dieper doordringt in mijn leven. Dat het echt iets is dat in het centrum van mijn leven staat
en alles beheerst.
Ik wil graag die diepe blijdschap hebben in wat God mij wil gaan geven bij Jezus’ wederkomst.
Een blijdschap die iedere dag van mijn leven kleurt. En ik hoop dat u en dat jij dat ook wilt.
Maar, hoe, wat, hoe kom je daaraan?
Ik wil eerst nog iets zeggen over waarom geloof noodzakelijk is. DIA 4
Waarom moet je geloven? Waarom zou je geloven? Is het nodig om te geloven? Ja. Geloof is
noodzakelijk om Gods genade te ontvangen. Boven de preek staat het zinnetje:
onvoorwaardelijke genade vraagt om de voorwaarde van geloof. DIA 5
En in dat zinnetje zit expres die tegenstrijdigheid gestopt. Nou ja, ik denk niet dat het
tegenstrijdig is, ik denk juist dat het de enige mogelijkheid is. Gods genade kent geen
voorwaarden vooraf, maar om in die genade te delen moet je wel geloven.
En waarom dat zo is ontdek je wanneer je weet wat onvoorwaardelijke genade is. DIA 6
Gods genade dat is dat Hij zichzelf geeft. Genade is niet iets, genade is God zelf. DIA 7
In zijn liefde, in zijn trouw, deelt Hij zijn leven met ons. Hij geeft zich, in de relatie met ons.
Genade is relatie. God wil zich aan ons verbinden. Gods genade is zijn verbond. En die relatie
hebben wij niet verdiend. Dat God een relatie met jou wil, daar hoef jij niet eerst iets voor te
doen. DIA 8 Daar hoef jij niet eerst iets voor te presteren.
Kijk maar als er een kind wordt gedoopt God zegt: Ik wil een relatie met jou. Ik wil mijn leven
met je delen. Ik geef je al mijn liefde, al mijn trouw. Dat beloof ik je! Heeft die baby daar iets
voor gedaan? Helemaal niets. Echt helemaal niets. Sterker nog, er was niets in dat kindje
-maar ook niet in mij toen ik 40 jaar geleden gedoopt werd- dat God in dat kindje of mij
aantrok.
Ik ga nu iets zeggen dat misschien best wel lastig is. Dat God ons zijn liefde geeft heeft niets
met ons te maken, maar alles met Hem. God is liefde. Zijn liefde wordt niet opgeroepen door
iets in ons, maar komt helemaal en alleen maar voort uit wie Hij is. Dat wij Gods geliefde
kinderen zijn, rechtvaardig en heilig, is omdat Jezus Gods geliefd kind is, omdat Jezus
rechtvaardig en heilig is. En in zijn persoon, door jouw geloof, ben jij Gods geliefd kind, heilig
en rechtvaardig, waardevol in Gods ogen. De eerste doopvraag voor ouders is niet voor niets:
‘Erkennen jullie dat je zoon/ dochter zondig en schuldig ter wereld is gekomen en daarom
aan allerlei ellende en zelfs aan het eeuwig oordeel onderworpen is, maar dat hij toch in
Christus voor God heilig is?’
Maar als Gods genade is dat Hij zichzelf geeft, dan zie je ook in één klap wat geloof is: geloof
is relatie! DIA 9 Geloof is een relatie hebben met God. Geloof is geen ding, geloof is niet een
overtuiging aanhangen, geloof is niet uitgaan van bepaalde bijbelse waarheden, geloof is
niet instemmen met de leer van de kerk ofzo. Nee! Geloof is een relatie hebben met God.
Leven in verbondenheid met God. DIA 10 God belooft niet iets aan je, Hij belooft zichzelf.
Dan is er maar één reactie mogelijk, dat jij jezelf aan Hem geeft. In die relatie. God wil met
jou omgaan. Wil jij met Hem omgaan? Dat is dan toch de vraag? Dit is zo concreet als wat.
Toen ik dit zag was het voor mij zo duidelijk als glas. Niet dat het gemakkelijk is om in relatie
met God te leven, maar het is voor mij niet meer onduidelijk wat God van mij vraagt. Het is
niet meer vaag wat ‘geloven’ is. Denk eens aan het volgende voorbeeld. Een lieve, fijne
jongen verklaart aan een meisje zijn liefde. Hij zegt: Ik hou van je. Ik wil met je trouwen. Ik
beloof je mijn liefde en trouw voor altijd. DIA 11
Dan kan zij twee dingen doen. Misschien zegt ze: dat wil ik niet. En we zouden allemaal een
beetje ontdaan zijn. En met die jongen meevoelen, en denken: wat een stomme griet.
Wat het meisje ook kan doen is zich in zijn armen werpen. Ze slaat haar armen om zijn nek,
en ze huilt van geluk, en ze kust hem tot ze niet meer kan. Ze straalt van geluk. Zo blij is ze.
Dat is geloof. Intens blij zijn met Gods liefdesverklaring aan jouw adres. Je armen om Gods
nek slaan en huilen van geluk.
Kijk, en nu leven wij in de tijd tussen Gods liefdesverklaring en de daadwerkelijke trouwerij.
De trouwerij dat is de bruiloft van het Lam, wanneer Jezus terugkomt en zijn hemelse
koninkrijk op aarde komt. Het nieuwe Jeruzalem. Dat is de samenleving die door God
gevormd wordt, waarin Hij centraal staat en waarin Hij aanbeden wordt. Die samenleving
die nu al bestaat in de hemel en waar je in de gemeente ook al de trekken van ziet. De
gemeente moet zo’n samenleving zijn. Maar in het koninkrijk van God leef je dus in relatie
met God. Wie nu in geloof sterft gaat niet naar een plaats maar naar een persoon, naar God.
De relatie met God wordt volmaakt, wordt echt. Dat is best moeilijk om je daar wat bij voor
te stellen, maar probeer het toch. Denk aan mensen als Abraham en Mozes die vertrouwelijk
met God mochten omgaan. En dat dan nog eens 1000 keer beter. En de apostel Petrus
noemt die relatie een erfenis. DIA 12
Daar hoor je twee dingen in. Je hoort er die onvoorwaardelijke genade in. Want voor een
erfenis kun je niet werken, die krijg je, onverdiend. En wat je er ook in hoort is dat je het nog
moet krijgen. Petrus zegt: ‘Er wacht u een erfenis.’ De Bijbel in Gewone Taal zegt: het ligt
voor je klaar. En die erfenis -zegt Petrus- is onze redding. Door die erfenis komt het goed met
een mens. Want als die erfenis het leven met God is, de volmaakte en herstelde band met
God, dan geldt: zonder die erfenis ga je verloren. Dan moet je in eeuwigheid zonder God
leven. Maar dat is geen leven. Dat is leven in de koudste kilheid en eenzaamheid en
liefdeloosheid. Want zonder God lukt het ook niet om relaties met mensen voor eeuwig
goed te houden. God redt ons van eenzaamheid en herstelt in ons het mens-zijn in relatie.
Maar ook over die redding zegt Petrus: dat komt nog. Het ligt al wel voor ons klaar. Petrus
schrijft: ‘U ziet de redding tegemoet, die aan het einde van de tijd zeker geopenbaard zal
worden’ (vers 5). Daarom zeg ik: je leeft nu in de tijd tussen Gods liefdesverklaring en de
daadwerkelijke trouwerij. En echt geloof ziet vol blijdschap en verlangen uit naar de dag van
de bruiloft. Echt geloof kan niet wachten tot het zover is. Echt geloof leeft van het uitzien
naar dat moment. Dat is je hoop in al die -soms bange, soms blijde- dagen hier op aarde.
Onthoud: geloof leeft van hoop. DIA 13 Maar dat betekent ook: geloof zonder hoop sterft.
Wat gebeurt er nu met je als je zo gelooft? Wat gebeurt er met je wanneer je -ik lees nu vers
13- al je hoop vestigt op de genade die je zult ontvangen wanneer Jezus terugkomt (vers 13)?
Dus dat je dan echt dichtbij God mag leven. Dat is die genade, die redding. En dicht bij God
leven is heerlijk leven. Alles wat in Hem is zal jou vervullen. Zijn liefde en trouw, zijn
goedheid en heerlijkheid, zijn vrede en rijkdom, zijn leven en onsterfelijkheid. Kijk, als je daar
in dit leven op hoopt verandert je leven. DIA 14
Denk maar eens mee. Als jij gelooft dat je daar alle tijd van de wereld hebt, dan kun je nu
best eens wat uurtjes van je tijd weggeven. Als jij gelooft dat je daar volmaakt gezond zal zijn,
kun je hier ziekte en handicap verdragen. Als je gelooft dat jou daar recht gedaan zal worden,
hoef je hier niet het onderste uit de kan te halen. Als je gelooft dat je daar de wereld zult
bezitten, hoef je hier niet de grenzen krampachtig gesloten te houden en boven op je
rijkdom te gaan zitten. Echt geloof is zo blij met het vooruitzicht van het leven met God, dat
het hier wat kan lijden.
En zo haalt het ook de angel uit de zonde. Denk maar eens mee. Hebzucht, je wilt rijk
worden in het leven nu. Overspel, je wilt bevrediging van je behoeften nu. Jaloersheid,
blijkbaar vertrouw je er niet op dat God je straks meer geeft dan je je ooit kunt voorstellen.
Gemeen doen tegen anderen, misschien ben je van binnen bang dat je niet geaccepteerd
wordt. Maar, vertrouw je dan niet op Gods open armen, vertrouw je er niet op dat God je
straks de meest diepe ervaring geeft van gelukkig mens zijn? Geloof in Gods toekomstige
genade haalt de angel uit de zonde. Het maakt zonde zinloos. Je wint er niks mee dat groter
is dan Gods genade. Zonden voegen niets meer aan je leven toe, als je weet dat alles wat je
met zonden nu kunt bereiken, compleet verbleekt bij wat God je straks zal geven. Aan
rijkdom, aan voldoening en bevrediging, aan relaties, aan liefde. Als je gelooft in Gods
toekomstige, overweldigende genade kun je nu tevreden zijn met minder, kun je nu delen,
kun je nu liefde geven. Ook waar dat heel moeilijk is. Genade is niet de relaxte situatie dat je
zonden steeds maar weer vergeven worden. Genade is dat God de zonden uit je leven
wegbreekt, en je verandert. Vernieuwt.
In Hebreeën 10:34 tref je hier een bijbels voorbeeld van aan. Ik vind dit belangrijk en daarom
noem ik het. Hebreeën 10:34 zegt: ‘U hebt meegeleefd met de gevangenen onder u, en toen
u van uw bezittingen beroofd werd, hebt u dat in vreugde aanvaard, in de wetenschap dat u
iets beters bezit, een blijvend bezit voor uzelf.’ In Kolossenzen 1 kom je ook zoiets tegen.
Paulus schrijft: ‘Wij hebben gehoord dat u (...) alle heiligen liefhebt, omdat u hoopt op wat in
de hemel voor u gereedligt’ (Kolossenzen 1:4-5). Zie je hoe geloof in toekomstige genade
ertoe leidt dat je nu het goede gaat doen? Zelfs in het leven van Jezus werkte het zo,
Hebreeën 12:2 zegt: ‘denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag, liet hij zich
niet afschrikken door de schande van het kruis.’
Ik hoop dat u en jij hier wel eens iets van gemerkt hebt. Dat je tot je eigen verrassing en
verbazing, en zonder tegenzin, iets goeds deed. Of dat je iets deed wat je best wel wat
kostte. Vraag jezelf eens af: kwam dat misschien voort uit geloof in toekomstige genade? Dat
je ergens diep van binnen beseft dat God je bij Jezus’ wederkomst zo rijk maakt dat je nu wel
wat kan missen? Je hoeft je leven niet krampachtig voor jezelf te houden, en tot op de
bodem voor jezelf te gebruiken, als je weet dat je straks een compleet nieuw leven zult
krijgen. Gods evangelie is ontzettend krachtig. Het biedt tegenwicht tegen de druk die het
dagelijks leven op je geloof legt. Wie elke dag vol vreugde uitziet naar dat moment dat je
echt samen met God mag leven, hij of zij zal merken dat geloven minder moeilijk wordt. De
zonde maakt van geloven een dingetje van mezelf. Dan zeg ik: ik geloof, maar wat is het
moeilijk. Wat geloof ik eigenlijk, en waarom zou ik geloven? Wat levert het me op? Hoe hou
ik het vol? Maar Gods evangelie maakt geloven iets van God en jou samen. Volgens het
evangelie is geloven relatie. Heeft het alles te maken met liefhebben en geliefd worden. Dat
is bevrijdend: geloven doe je nooit alleen. Hoe intenser je relatie met God is, hoe meer je
zult merken, hoe meer je zult zien van zijn kracht in jouw zwakheid. Heer, ik geloof, kom mijn
ongeloof te hulp (Marcus 9:24).
Wat je nu concreet moet doen, is die erfenis van God onderzoeken. DIA 15 Je daarmee laten
vullen. Daarover nadenken. Daarbij stil staan. En zorg ervoor dat je God steeds meer leert
kennen. Geloof leeft van hoop. Hoop op wat God nog gaat geven. Die hoop wordt sterker
wanneer je God meer vertrouwt. Hoe meer je op God vertrouwt, hoe sterker je hoop.
En je gaat meer op God vertrouwen wanneer je Hem beter kent. Dus lees in je bijbel, bid.
Heb stille tijd met God. Dus dat je bidt en leest en daar over nadenkt, en dan weer bidt. Dat
je daar echt de tijd voor neemt, je afzondert, samen bent met God. Dat je met Hem praat als
in een gesprek. Niet een mooi en afgerond gebed, maar open je hart en je gedachten voor
God. Leg voor Hem neer wat in je hart is en laat Hem je hart vullen met zichzelf. En kom naar
de kerk, waar Gods evangelie je wordt aangezegd en waar we Gods evangelie met elkaar
oefenen. Hier oefenen we het mens zijn in relatie. De gemeente van Jezus is daarvoor dé
aangewezen plek.
God herstelt ons mens zijn. God herstelt onze relatie met Hem en onze onderlinge relaties
Dat is het geheim wat de profeten probeerden te achterhalen, dat is het geheim waar
engelen graag in willen doordringen (vers 10-12). Jou is het bekend gemaakt, want het gaat
jou aan. Maar, als jij meer weet dan profeten en engelen, moet jouw geloof dan ook niet
groter zijn? Amen.
Download
Random flashcards
Create flashcards