Samenvatting Laagland literatuur

advertisement
Samenvatting Laagland literatuur
Cursus 8 Middeleeuwen:
Hoofdstuk 1 Historie
400-650: overgang van Romeinse rijk naar Middeleeuwen
In de Middeleeuwen was maar een kerk erkend: de rooms-katholieke. Latijn was niet
langer de spreektaal.
De Nederlanden bestonden uit gewesten, nergens werd precies dezelfde taal
gesproken. Gewesten werden bestuurd door een graaf, die plekken stadsrechten
gaf.
De maatschappij was verdeeld in 3 groepen:
1. geestelijkheid (bidden)
Zij waren weer verdeeld in reguliere geestelijkheid (monniken en nonnen) en de
seculiere geestelijkheid (paus, bisschoppen, pastoors).
2. adel en ridders (strijden)
De kern van het leger waren de ridders. Vanaf de 8e eeuw kwam de feodaliteit
op. Dat was een dienstrelatie tussen de mannen en hun heer. Zij kregen een stuk
land, maar dan moesten ze wel paraat staan met hun kennis en wil om te
vechten. Ridders en de adel leefden volgens een eercultuur. Dapperheid en
strijdlust in dienst van een hoger doel waren belangrijk voor de eer. Eerverlies
mocht niet gebeuren.
3. boeren en vissers (werken)
Vanaf de 10e eeuw kwam verstedelijking op, steden waren belangrijk voor de
handel en productie van goederen. Er ontstond een burgerlijke mentaliteit,
waarbij vrede heel belangrijk was. Leergierigheid, redelijkheid en nuttigheid
werden belangrijk.
Tot de 12e eeuw werden dingen geschreven door monniken. Daar kwam
verandering in door de verstedelijking, geschoolde kopiisten schreven teksten over,
die we manuscripten noemen.
Hoofdstuk 2 Cultuur
Theologie en geloof werden boven kennis en filosofie geplaatst.
Het neoplatonisme speelde een belangrijke rol in de kunst: achter alles lag een
diepere of hogere werkelijkheid, alles kon symbool staan voor iets ‘hogers’.
Kunstenaars werkten in opdracht van een mecenas. Ze hoefden niet origineel te
zijn, maar zich wel bewust zijn van de artistieke traditie. Kunst was vooral belerend,
maar kon ook voor vermaak zorgen.
In de 12e eeuw ontstond hoofsheid, wat duidt op de gedragsregels die er aan het
hof golden die bedoeld waren om onderlinge spanningen te voorkomen. De
belangrijkste eigenschap was zelfbeheersing.
In de hoofse liefde moest de man dienstbaar zijn aan de vrouw. In teksten werden
dienstbaarheid en feodale verplichtingen benadrukt.
Hoofdstuk 3 Literatuur
In veel Middeleeuwse teksten is de schrijver onbekend. Veel schrijvers zijn
geinspireerd door Latijse of Franse bronnen, en teksten waren ook niet echt
origineel.
De teksten waren op rijm omdat ze vaker voorgelezen werden, dan gelezen.
Vanaf de 13e eeuw werden ridder romans geschreven, meestal werden ze vertaald
vanuit het Frans. De romans waren eliteliteratuur, literatuur dus voor de adel. Ook
bij de ridderromans waren de functies: educatief zijn en voor ontspanning zorgen.
Er zijn verschillende soorten ridderromans:
- de Oosterse roman
- de ridderroman spelend in Troje
- Karelepiek (over koning Karel de Grote)
Gaat terug op liederen over heldendaden (chanson de geste), meestal waren die
gebaseerd op historische gebeurtenissen. Ook speelde epische concentratie een
rol: historische gebeurtenissen van meedere personen, die werden toegeschreven
aan een persoon.
- Arthurepiek (over koning Arthur en zijn ridders)
Structuur en vaste elementen van de meeste Arthurromans:
- begin van het verhaal: hofdag met pinksteren
- geen precieze aanduidingen van ruimte en tijd
- hoofdpersoon gaat op queeste in de niet-hoofse wereld vol gevaar
- eind van het verhaal: hoofdpersoon is terug van zijn queeste en er wordt feest
gevierd
Hoofse lyriek: liederen over hoofse liefde, waarin het draait om een minaar die zijn
onbereikbare geliefde aanbidt. De minaar is de ‘vazal’, de vrouw de ‘leenheer’. Veel
hoofse liederen beginnen met een Natureingang, de beschrijving van het begin van
het voorjaar met zingende vogeltjes.
Cursus 9 Zestiende en zeventiende eeuw:
Hoofdstuk 1 Historie
De Hervorming:
Ontstond in Rooms-katholieke kerk. De mensen waren ontevreden, ze wilden ruimte
voor eigen geloofs inzichten en kerkdiensten in de volkstaal in plaats van Latijn.
Maarten Luther verzette zich tegen kerkelijke misstanden zoals de aflaathandel. Hij
spijkerde 95 stellingen aan de kerkdeur met daarin kritiek. Johannes Calvijn werd
grondlegger van het Calvinisme. Allebei benadrukten ze het belang van hard
werken, ijver, spaarzaamheid en plichtbetrachting. De opvattingen van deze twee
hervormers konden snel verspreid worden door middel van drukpers.
De Republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden:
Karel V was heer van de Nederlanden en Spanje, hij regeerde door middel van
absolutistische centralisatiepolitiek. Filips II volgde zijn vader op. De calvinisten
verzetten zich tegen de geloofs vervolging. Willem van Oranje werd leider van verzet
tegen Filips II. Alva werd naar de Nederlanden gestuurd voor het bestrijden van
ketterij en voor het doorvoeren van het absolutisme. De Tachtigjarige Oorlog volgde.
De Nederlanden viel uiteen in een onafhankelijke republiek in het noorden, de
republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden en een zuidelijk deel dat in Spaanse
handen bleef. Toen de Vrede van Munster was getekend en de oorlog voorbij was,
was er een tegenstelling in de politiek. Johan van Oldenbarnevelt wilde vrede met
Spanje terwijl Maurits juist de oorlog wilde voortzetten. De contraremonstranten
(aanhangers van Maurits) accepteerden de predesinatieleer van Calvijn maar de
remonstranten (aanhangers van Van Oldenbarnevelt) niet. De remonstrantse leer
werd veroordeeld. De synode besloot dat er een vertaling van de bijbel in het
Nederlands moest worden gemaakt, de Statenbijbel.
Hoofdstuk 2 Cultuur
Vanaf de 14e eeuw gingen de geleerden steeds meer nadenken over de mens zelf,
het humanisme werd gevormd. Het theocentrische, op God gerichte, beeld werd
vervangen door een antropocentrisch, op mens gericht, beeld. De mens verschilde
van het dier door zijn vermogen tot spreken (grammatica, retorica) en ethiek.
Erasmus was een bekende Humanist hij had een afkeer van kerkelijke rituelen en
gebruikte klassieke literatuur als leidraad voor de studie van bijvoorbeeld de Bijbel.
Hij pleitte voor gematigdheid, gewetensvrijheid, vrede en tolerantie.
De Renaissance was een poging de klassieke oudheid te doen herleven in cultuur,
kunst en literatuur. Florence was een belangrijk centrum voor de Renaissance.
P.C. Hooft, een van de belangrijkste dichters uit de Republiek verbleef in Florence
voor de literatuur en kunst. Er werden gebouwen met klassieke vormen gebouwd
zoals Colosseum. Ook werd Vitruvius gemaakt met symmetrie en proportie. Lineaire
perspectief werd toegepast in schilderkunst. De mythologie werd ook herontdekt. In
de kunst werden verhalen van klassieke goden verwerkt. De inhoud werd ook
belangrijk gevonden.
Enige klassieke literaire genres waren epos, komedie en tragedie. Klassieke
Romeinse schrijvers werden nagevolgd en bestudeerd. Hun werken werden
vertaald, translatia, nagebootst, imitatio en uiteindelijke wilde men de klassieken
overtreffen, aemulatio.
Renaissance literatuur is bedoeld voor geschoold, elitair publiek dat verwijzingen
naar en spelen met klassieke bronnen kon volgen en waarderen. Literatuur moest
belerend en diepzinnig zijn, vol mythologische toespelingen, taalspel,
woordspelingen en dubbelzinnigheden.
Het classicisme ontwikkelde zich uit de Renaissance. Het streefde naar een
geïdealiseerde weergave van de werkelijkheid. Het paste bij regenten, rijke en
machtige burgers of stadsbestuurders en vorsten. In Amsterdam werd ‘Nil volentibus
arduum’ opgericht. Dit was een genootschap voor het classicistishce toneel.
Hoofdstuk 3 Literatuur
De individuele auteur werd steeds belangrijker in de 16e en 17e eeuw. Ze waren niet
meer anoniem maar hun naam stond erbij. Er was een geleidelijke verandering van
traditionele rederijkersliteratuur naar meer geleerde en humanistische
Renaissanceliteratuur in de volkstaal. Schrijvers, zoals P.C. Hooft, Samuel Coster
en Joost van den Vondel, zagen zichzelf als volksopvoeders en opinievormers. Ze
waren kritisch maar nooit revolutionair. Ze verdedigden christelijke en humanistische
levensidealen en benadrukten universele waarheden. Sommige schrijvers schreven
meer voor vrienden dan voor iedereen maar sommige zoals Jacob Cats schreef voor
de grote lezerskring met eenvoudig taalgebruik, pakkende verhalen en leerzame
onderwerpen.
De Nederlandse Renaissanceliteratuur functioneerde als geleerd spel met literaire
voorbeelden, bronnen, traditie en conventies. Het werk van P.C. Hooft was
diepzinnig, raadselachtig, dubbelzinnig vol mythologische verwijzingen en
woordspel. Petrarkisme was vooral in liefdesgedichten en liederen:
- de liefde moest onvervuld blijven
- de minnaar bewonderde en beminde maar zijn liefde bleef onbeantwoord
- de liefde is pijn en genot, de verliefde minnaar is vrij en gevangen.
Het petrerkisme was een literair spel en voor dichters een uitging eigen variaties en
accenten aan te brengen.
Emblematiek:
Een embleem is een afbeelding van een algemene waarheid of les. Een embleem
had een drieledige vorm. een motto (opschrift), pictura(afbeelding) en een
subscriptio (bijschrift of uitleg). Het bijschrift verleende aan motto en pictura een
diepere betekenis. De emblematiek paste in raadselachtigheid van de
Renaissanceliteratuur. Er werd verwezen naar mythologie, geschiedenis, maar ook
alledaagse gebeurtenissen of onderwerpen.
Bij didactische verhalen gaat het om de spannende of ontroerende verhalen
gecombineerd met morele lessen en algemene waarheden. Jacob Cats was
populair. Hij schreef over de rechten, taken en plichten van de huwelijkspartners.
Liederen en liedboeken:
Veel teksten waren bedoeld om gezongen te worden. Liederen werden verzameld in
liedboeken, die waren gemakkelijk mee te nemen. Later kwamen er luxeren
liedboeken met een thema, de (petrarkistische) liefde, voor een specifieke
doelgroep: de jeugd.
Er werden vaak nieuwe teksten bij al bestaande melodieën geschreven, dit heet
contrafactuur. Een bekende schrijven was Bredero. Onderwerpen waren boertige
liederen en werden ook in de kunst gebruikt door bijvoorbeeld Jan Steen.
Sonnet:
P.C. Hooft is een van de belangrijkste sonnet schrijvers. Het is in de 13e eeuw in
Italië ontstaan en werd de Renaissancedichtvorm. Een sonnet bestaat uit 14
regels: 4-4-3-3.
Vondel begon als schrijven van treurspelen. Zijn bekendste tragedie is Gysbreght
van Aemstel. Kenmerkend voor de Renaissancecultuur van imitatio zijn tal van
parallellen tussen de tekst van Vondel en zijn brontekst Vergilius.
Hij streefde naar treurspel gebaseerd op Aristoelische tragedie.
Lucifer is een treurspel door Vondel. Lucifer wordt aanvoerder van opstandige
engelen.
Cursus 10 Achttiende eeuw:
Hoofdstuk 1 Historie
De 18e eeuw is de eeuw van de revoluties. In 1776 werden de Verenigden Staten
onafhankelijk gevonden van Engeland en in 1789 startte de Franse revolutie met de
bestorming van de Bastille. Tot die tijd werd Frankrijk absolutistisch (de burgers
hadden geen invloed op het bestuur) geregeerd.
Tijdens de revolutie waren er twee partijen in Frankrijk: de Jacobijnen (die de
dictatuur der gelijkheid predikten) tegen de Girondijnen. De revolutie eindigde toen
Napoleon de macht greep.
In Nederland was er ook spanning, er stonden drie partijen tegenover elkaar.
- de Oranjepartij (de stadhouder en aanhang)
- de regenten (waren tegen de stadhouder maar wilden zelf de macht)
- de patriotten (waren tegen de stadhouder en de regenten en wilden macht voor de
burgers)
In deze tijd kende de Nederlanden een regentenheerschappij. De regenten waren
‘anders’ omdat zij cultureel naar de Fransen neigden. De burgers bekritiseerden de
verfransing.
Aan het eind van de 18e eeuw liepen de Nederlanden achter op economisch gebied.
De industriele revolutie begon in Engeland, en kwam niet zo goed op in de
Nederlanden.
Hoofdstuk 2 Cultuur
In de 18e eeuw werden het vermogen om zelf te denken en individualiteit belangrijk.
Kennis begon volgens de filosoof Kant met de zintuigelijke waarnemingen
(ervaringen), het verstand (rede, ratio) was nodig om daar algemene kennis van te
maken. Volgens Kant zaten er grenzen aan menselijk kennis, en kunnen mensen
dus geen uitspraken doen over God of de ziel.
De Verlichting was een emancipatiebeweging tijdens de 18e eeuw. De basis
daarvan was het kritisch denken, ieder mens moest voor zichzelf leren denken.
Onderwijs, het verspreiden van kennis, techniek en wetenschap werden belangrijk.
De trias politica werd ‘uitgevonden’ waarbij de macht werd verdeeld in een
uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht.
Literatuur was vaak in briefvorm en satire was veelvoorkomend.
Kunst moest begrijpelijk zijn in deze eeuw, de kunstenaar was de opvoeder en
meningsvormer van het publiek. Kunst was vaak kritiserend en met minder
symboliek.
Hoewel het classicisme in de 17e is begonnen, is het doorgegaan in de 18e.
Kunstenaars moesten duidelijkheid scheppen met hun kunst en mythologische
scenes maakten plaats voor historische gebeurtenissen.
Hoofdstuk 3 Literatuur
Schrijvers kwamen uit alle lagen van de bevolking. Ze waren de meningsvormers en
opvoeders van het publiek. Ook steeds meer vrouwen begonnen een rol te spelen in
de literatuur.
Tijdens de Verlichting waren opvoeding en onderwijs belangrijk. Kinderen mochten
meer kind zijn en niet meer mini-volwassenen. Er werden dus ook speciale teksten
voor kinderen geschreven. In die teksten verwoordt het kind zelf de moraal; studieijver, oprechtheid en gehoorzaamheid zijn belangrijk.
Tabula rasa: in de Verlichting werd een kind gezien als een ‘ongeschreven blad’ in
tegenstelling tot daarvoor, wanneer er nog in de erfzonde (‘sinds’ Adam en Eva niet
naar God luisterden en uit de hemel werden gezet, worden alle mensen geboren
met zonden) werd geloofd. Doordat het kind dus nog onbeschreven was, was een
goede opvoeding erg belangrijk want dat bepaalde of het kind ‘slecht’ of ‘goed’ was.
Reisverhalen waren ook erg populair, in deze verhalen gaat het over een imaginaire
reis naar een denkbeeldig land. Het was erg populair omdat het gebruikt kon worden
om kritiek te geven op de eigen maatschappij. Door de situatie in het denkbeeldige
land te beschrijven, konden schrijvers de situatie in eigen land kritiseren.
De romans in de 18e begonnen echt een volwaardig genre te worden. In deze
romans ging het vooral om de innerlijke ontwikkeling van de hoofdpersoon, wat ook
wel begrijpelijk is in een eeuw waarin mensen over zichzelf begonnen na te denken.
Zedenromans (romans die toonden wat goed en slecht gedrag was) werden vaak in
briefvorm geschreven. Op die manier leken de verhalen echter en werd er meer
spanning opgebouwd wanneer bijvoorbeeld de inhoud van twee brieven niet
overeenkwam.
‘Sara Burgerhart’ is een zedenroman die duidelijk moest maken dat een vrouw zich
niet te veel met vermaak bezig moest houden, maar meer moest focussen op het
huwelijk.
In ‘Sara Burgerhart’ hebben de karakters programmanamen, hun (achter)naam
maakt duidelijk welk karakter ze hebben.
Download