Beantwoording vragen over HFP door GGD Rotterdam

advertisement
> Retouradres Postbus 1 3720 BA Bilthoven
GGD Rotterdam
dhr.
A. van Leeuwenhoeklaan 9
3721 MA Bilthoven
Postbus 1
3720 BA Bilthoven
www.rivm.nl
KvK Utrecht 30276683
T
F 030 274 29 71
[email protected]
Behandeld door
FdJ
Datum
Betreft
31 maart 2016
Beantwoording vragen OZHZ over HFP
T xxxx
email
Achtergrond
Chemieconcern Chemours in Dordrecht heeft gevraagd om een verruiming van hun
vergunning tot uitstoot van HFP (hexafluorpropeen, casnr. 116-15-4, EU nr. 204-1274). De omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) heeft een ontwerpbeschikking
gepubliceerd, waarin zij deze verruiming toe willen staan. Hier zijn zienswijzen op
gekomen vanuit de gemeenten Sliedrecht en Dordrecht. De OZHZ heeft hier een
antwoord op geformuleerd en heeft de GGD in Rotterdam gevraagd of dit antwoord
te verifiëren. GGD Rotterdam vraagt het RIVM om ondersteuning bij deze verificatie.
Onderstaand worden de vragen van OZHZ aan GGD Rotterdam beantwoord.
Vragen en antwoorden
Vraag 1:
Eerder hebben jullie i.s.m. het RIVM geadviseerd om als normen voor HFP te hanteren 34 mg/m³ als 15 minuten gemiddelde norm en 30 µg/m³ als jaargemiddelde
norm. Zijn dit naar de huidige stand van zaken nog steeds te hanteren normen?
Antwoord:
In het REACH-dossier zitten voor wat betreft gegevens over humane toxicologie
geen nieuwe data in vergelijking met het TCL-advies door het RIVM uit 2012. Net
zoals in 2012 bevat het REACH-dossier geen data over carcinogeniteit en reproductietoxiciteit. Dit betekent dat de thans beschikbare gegevens niet tot andere normen
zouden leiden dan in 2012.
Vraag 2:
Is er zicht op dat binnen een afzienbare termijn (indicatie: 1 jaar) de inzichten over
HFP wijzigen, met als gevolg dat strengere blootstellingsnormen worden verwacht?
Antwoord:
Er is op dit moment geen voorstel voor wijziging van de geharmoniseerde classificatie aangemeld binnen het Europese CLP proces: geharmoniseerde classificatie. Italië
heeft een zorg over de eigenschappen carcinogeniteit en reproductietoxiciteit gemeld
binnen het Europese REACH proces: stofevaluatie. De zorg voor reproductietoxiciteit
Versie: 01
Status: Concept
Pagina 1 van 3
wordt veroorzaakt door het ontbreken van studies voor dit eindpunt en geeft op zich
dus geen indicatie dat deze stof reproductie toxisch is. De zorg voor carcinogeniteit
is gebaseerd op een structuur overeenkomst met trichlooretheen/trifluoretheen en
tetrachlooretheen/trifluoretheen welke mogelijk carcinogeniteit kunnen veroorzaken
via een genotoxisch mechanisme.
Datum
31 maart 2016
Ons kenmerk
In het RIVM-advies uit 2012 is breder gekeken dan alleen HFP, met name naar het
verwante tetrafluoretheen. De conclusie in dit advies wasdat carcinogeniteitsgegevens ontbreken voor HFP. Tetrafluoretheen induceerde in proefdieren echter tumoren in nieren, lever en in het bloedvormende systeem. Of HFP deze potentie ook
heeft, is onbekend. Naar aanleiding concludeerde het RIVM in 2012 dat op het punt
van de mogelijke carcinogene werking door HFP enige onzekerheid blijft bestaan.
Binnen het Europese REACH proces stofevaluatie zal in eerste instantie worden
gekeken naar de zorgen van Italië met betrekking tot de eindpunten carcinogeniteit
en reproductietoxiciteit van HFP. Mogelijk zal dit leiden tot een vraag aan de industrie om nieuwe informatie aan te leveren over carcinogeniteit en reproductietoxiciteit
van HFP. Dit proces zal zeker enkele jaren in beslag nemen.Als nieuwe informatie
wordt geleverd dan zal worden geëvalueerd of de resultaten aanleiding geven tot
wijziging van de geharmoniseerde classificatie. Wijziging van de geharmoniseerde
classificatie zou de daarop volgende stap zijn en eveneens enkele jaren kunnen
duren.
Wel valt op dat de zelf-classificatie van de stof door de registrant in aanvulling op de
geharmoniseerde classificatie een toevoeging kent met STOT RE 2 (May cause
damage to organs through prolonged or repeated exposure.) en STOT SE 2 (May
cause damage to organs).
Vraag 3:
Chemours stelt dat HFP geen zeer zorgwekkende stof is, maar klasse gO.1. Wij zijn
daarnaast zelf met de werkwijze als beschreven in de "Handreiking identificatie Nederlandse zeer zorgwekkende stoffen" van het RIVM nagegaan of de stof misschien
een zeer zorgwekkende stof is. Voor zover we kunnen overzien is dat niet zo. Is dit
iets waar jullie (GGD) en/of het RIVM ons ook in kunnen adviseren?
We zouden dit gegeven namelijk graag bevestigd zien door een tweede (onafhankelijke) partij.
Antwoord:
Het RIVM heeft voor de beoordeling of HFP als ZZS beschouwd moet worden gebruik gemaakt van de bovengenoemde handreiking. Er is nagegaan of de stof aan
één van de volgende criteria voldoet:
kankerverwekkend (C)
mutageen (M)
giftig voor de voortplanting (R)
persistent, bioaccumulerend en giftig (PBT)
zeer persistent en zeer bioaccumulerend (vPvB)
of van soortgelijke zorg (zoals hormoonverstorende stoffen)
Versie: 01
Status: Concept
Pagina 2 van 3
Hiervoor zijn de volgende Europese wetgeving en verdragen geraadpleegd:
- stoffen in de CLP Verordening (EG) 1272/2008 geclassificeerd als C, M, of R
categorie 1A of 1B
- stoffen op de kandidaatslijst voor REACH Bijlage XIV (bijvoorbeeld
PBT/vPvB)
- gelijkwaardige zorgstoffen in de POP Verordening (EG) 850/2004
- prioritair gevaarlijke stoffen in de Kaderrichtlijn Water 2000/60/EG
- stoffen op de OSPAR lijst voor prioritaire actie
Datum
31 maart 2016
Ons kenmerk
HFP wordt in geen van deze wetten en verdragen op een manier genoemd waaruit
geconcludeerd kan worden dat aan de ZZS criteria voldaan wordt. Ook valt HFP niet
onder een stofgroep die als ZZS aangemerkt wordt. Daarom is HFP op dit moment
geen ZZS.
De indeling van HFP als gO.1 is deels gebaseerd op de fysisch chemische eigenschappen (dampspanning meer dan 10 Pa bij 293,15 K), organische verbinding.
Waarom de stof als gO.1 is ingedeeld is niet meer formeel te achterhalen, maar is
waarschijnlijk gebaseerd op de toxiciteit (MAC waarde < 25 mg/m3).
Een indeling als ZZS stof is dus niet vergelijkbaar met een beoordeling van een gO.1
stof. Ook de consequenties van beide indelingen zijn verschillend.
Vraag 4:
Naast de bovengenoemde door OZHZ geherformuleerde vragen werd er in eerste
instantie ook gevraagd of er iets bekend over persistentie en bioaccumulatie van
HFP.
Antwoord:
In het REACH dossier zit vrijwel geen informatie over persistentie en bioaccumulatie.
Op vrijwel alle punten is er sprake van zgn. data waiving, een claim van de registrant
dat deze data onnodig zijn wegens exposure considerations, of “other considerations”, of is de “study scientifically unjustified”.
Of deze data waiving terecht is, is door ons in het kader van deze vraag niet beoordeeld.
De enige beschikbare waarde is een berekende dissipation half-life in air van 6,2
dagen.
Bij het ontbreken van gegevens is voor het beoordelen van de persistentie is gebruik
gemaakt van het programma Biowin, dat ook wordt voorgeschreven voor de beoordeling van persistentie binnen de ECHA (zie:
http://echa.europa.eu/documents/10162/13632/information requirements r11 en.pdf
).
Hieruit blijkt dat HFP in ieder geval niet snel afbreekt en waarschijnlijk persistent is.
Op basis van de kortketenige structuur van het molecuul is het niet waarschijnlijk dat
de stof bioaccumulereert.
Versie: 01
Status: Concept
Pagina 3 van 3
Download