STUK 650(2016-2017) - De Raad van de Vlaamse

advertisement
STUK 650 (2016-2017) – Nr.1
VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE
DE RAAD
ZITTING 2016-2017
29 NOVEMBER 2016
INTERPELLATIE EN VRAGEN OM UITLEG
Commissie voor Cultuur, Jeugd en Sport
van dinsdag 29 november 2016
INTEGRAAL VERSLAG
Hebben aan de werkzaamheden deelgenomen:
Vaste leden: de heer Jef Van Damme, voorzitter, de heer René Coppens, de heer Stefan
Cornelis, mevrouw Annemie Maes, mevrouw Cieltje Van Achter
Ander lid: de heer Paul Delva
1457
-2INHOUD
1.
Regeling van de werkzaamheden
2.
Interpellatie (R.v.O., art. 62)
-
3.
4.
Interpellatie van mevrouw Cieltje Van Achter tot de heer Pascal Smet, collegelid
bevoegd voor Cultuur, Jeugd, Sport en Stedelijk beleid, met betrekking tot de
invoering van een museumpas
Vragen om uitleg (R.v.O., art. 60)
-
Vraag om uitleg van de heer Paul Delva aan de heer Pascal Smet, collegelid bevoegd
voor Cultuur, Jeugd, Sport en Stedelijk beleid, over een evaluatie van het
Jongerenfonds
-
Vraag om uitleg van mevrouw Annemie Maes aan de heer Pascal Smet, collegelid
bevoegd voor Cultuur, Jeugd, Sport en Stedelijk beleid, betreffende de IMC Cultuur
-
Vraag om uitleg van de heer Paul Delva aan de heer Pascal Smet, collegelid bevoegd
voor Cultuur, Jeugd, Sport en Stedelijk beleid, over het jeugdinterventieteam voor
jeugdinfrastructuur
Regeling van de werkzaamheden
-3-
1.
Regeling van de werkzaamheden
De voorzitter: Wegens ziekte van collegelid Pascal Smet zal collegevoorzitter Guy
Vanhengel de interpellatie en de vragen om uitleg beantwoorden.
2.
Interpellatie (R.v.O., art. 62)
Interpellatie van mevrouw Cieltje Van Achter tot de heer Pascal Smet, collegelid
bevoegd voor Cultuur, Jeugd, Sport en Stedelijk beleid, met betrekking tot de invoering
van een museumpas
Mevrouw Cieltje Van Achter (N-VA): Heel wat musea of tentoonstellingscentra in Brussel
zijn intussen meegestapt in het verhaal van de Paspartoe (Belvue Museum, Bozar, Wiels,
Hallepoortmuseum, Jubelparkmuseum, Muziekinstrumentenmuseum, Stripmuseum en het
MIMA). Veel van deze instellingen afficheren evenwel zelf ook doelgroeptarieven en bieden
museumpassen aan voor bv. de vrienden van het museum. Omdat men in Vlaanderen
momenteel werkt aan een project rond een museumpas, is het dus belangrijk te bekijken of
diezelfde instellingen ook willen meestappen in het verhaal van de museumpas.
In maart 2015 liet Vlaams minister Sven Gatz weten werk te willen maken van een
museumpas. In Nederland bestaat reeds de museumkaart die men kan aankopen voor 59,90
euro per jaar (voor een volwassene, voor jongeren tot en met 18 jaar kost de kaart 32,45 euro).
Deze museumkaart in Nederlands heeft gezorgd voor een enorme toename van het
museumbezoek. Verder werd ook aangetoond dat de 400 Nederlandse musea die de kaart
aanbieden een budgettair voordeel konden voorleggen, o.a. door de stijgende verkoop van
artikelen in de museumshops. Deze idee is vorig jaar door Vlaams minister Sven Gatz dan
ook al voorgelegd geweest aan CultuurNet Vlaanderen omdat het principe van een
museumpas, waarbij je nadenkt over tarieven voor de verschillende musea en inspelend op de
verschillende doelgroepen, quasi overeenstemt met het principe van de Paspartoe of de
UiTPAS.
Naar aanleiding van de bespreking over de museumpas met Vlaams minister Sven Gatz in het
Vlaams Parlement op donderdag 6 oktober 2016, bleek dat CultuurNet een eerste bevraging
had gedaan bij de musea en dat die positief gereageerd hadden op het principe. Ze beaamden
ook dat er synergiëen mogelijk zijn tussen de Paspartoe/UiTPAS en de museumpas. Niet
enkel musea, maar ook erfgoedorganisaties zoals FARO willen meewerken. In de Brusselse
Museumraad denkt men eveneens mee na omdat zij zelf al lang werken met een Brusselse
kaart. En ook aan Waalse zijde zit ‘Musées et société en Wallonie’ mee aan tafel.
Echter over de juiste modaliteiten en de financiering ervan zou er nog veel moeten uitgeklaard
worden. Hoewel toeristen in een stad misschien nog altijd het best gebruik kunnen maken van
lokale en tijdelijke toeristische museumkaarten, is de museumkaart voor de bevolking
wellicht een extra stimulans om vaker een museum binnen te wandelen.
N-VA steunt niet alleen de Paspartoe, maar ook de eventuele invoering van de museumpas.
Hoe staat het collegelid tegenover de museumpas? Is hij dit project in overleg met Vlaams
minister Sven Gatz en de instellingen die reeds zijn meegestapt in de Paspartoe?
-4Hoe staat hij tegenover de principiële interesse van de cultuur- en erfgoedsector aangaande de
uitwerking van dit project?
Hoe ziet hij de museumpas en de Paspartoe samenkomen? Of wil hij beide kaarten toch
afzonderlijk houden?
Op welke manier gaat hij de coördinatie van dit project ondersteunen? Welke financiering zou
aangewend moeten worden? Zou er volgens het collegelid ook een verschil in aankoop
moeten zijn van de museumpas naargelang de doelgroepen? Wenst hij een verschillende
museumkaart voor kinderen, jongeren en volwassen – of ook nog voor andere doelgroepen?
Wat denkt het collegelid van een tijdelijke museumkaart voor een kortere periode dan 1 jaar?
Ik ben vooral geïnteresseerd in hoe het collegelid er tegenover staat. Hoe werkt de VGC
hieraan mee, …
Mevrouw Annemie Maes (Groen): Ik sluit me aan bij de zeer interessante interpellatie van
collega Van Achter.
Ik ken het systeem van de museumkaart in Nederland en ben zelf een grote cultuurconsument.
Het Nederlandse systeem is interessant, maar niet altijd even kopieerbaar bij ons omwille van
bv. de andere cultuurpolitiek die ze hebben. Tickets zijn bij hen ook veel duurder dan bij ons.
Als men de museumkaart toch overweegt, vraag ik om dit laagdrempelig te houden. De prijs
kan immers een drempel zijn voor een bepaalde categorie mensen.
De toegang tot Britse overheidsmusea daarentegen is gratis of op bepaalde dagen gratis. Op
deze manier wordt er voor gezorgd dat een bepaalde categorie mensen er ook gebruik van kan
maken.
De heer Paul Delva (CD&V): Het is een interessant onderwerp dat wordt aangekaart en ik
heb het debat erover op Vlaams niveau ook gevolgd. Ik begrijp dat Vlaams minister Sven
Gatz extra tijd heeft gevraagd om het draagvlak van dergelijk project te kunnen inschatten.
Ik vind het in ieder geval een interessante piste, zeker voor onze stad. Onze hoofdstad heeft
in Vlaanderen niet altijd het fantastische imago, maar op cultureel niveau is er een groot
aanbod, een groot museumaanbod. In deze zin zou het een kruisbestuiving of wisselwerking
teweeg kunnen brengen tussen Vlaanderen en Brussel. Misschien zullen er via de museumpas
mensen uit Vlaanderen naar Brussel komen om bv. een museum te bezoeken. Door het
museumbezoek leren ze Brussel beter kennen.
Ik denk dat het niet de bedoeling kan zijn dat er teveel cultuurpassen naast mekaar bestaan.
Het is misschien beter om alles samen te voegen. Dat is niet evident omdat de Paspartoe in
Brussel breder gaat dan alleen maar musea. Het heeft ook betrekking op bibliotheken en
theater. Hoe denkt het collegelid dat beide passen met mekaar te rijmen zijn?
Wordt de VGC vandaag al betrokken bij de verdere ontwikkeling van dit concept? Zijn er al
contacten geweest tussen het kabinet van Vlaams minister Sven Gatz en collegelid Pascal
Smet?
-5Heeft de VGC weet van de manier waarop Brusselse instellingen eventueel al betrokken
werden bij het onderzoek naar de haalbaarheid van het project door CultuurNet Vlaanderen?
CultuurNet Vlaanderen contacteert musea en het zou zeer nuttig zijn als er hier Brusselse
musea bijzitten.
Collegevoorzitter Guy Vanhengel: Het conceptidee dat door CultuurNet Vlaanderen werd
uitgewerkt voor een museumpas, of museumkaart, is gebaseerd op de Nederlandse
museumkaart. Het principe steunt op een museumkaart die wordt aangekocht en die de
aankoper gedurende één jaar toegang zou geven tot de deelnemende musea in Vlaanderen,
Brussel en Wallonië. Als je genoeg musea bezoekt, doe je dus een financieel voordeel.
In principe is dit een waardevol initiatief, op voorwaarde dat men rekening houdt met enkele
belangrijke uitgangspunten:
- efficiënte koppeling van verschillende (kaart)beheerssystemen zodat deelnemende musea
geen 20 verschillende kaartlezers nodig hebben, en dat burgers geen 10 kaarten op zak moeten
hebben als ze aan cultuur willen participeren;
- overleg met alle partners (waaronder de VGC) die nu al culturele spaarpassen en -kaarten
organiseren waarin de museumsector mee is opgenomen;
- een goede verdeelsleutel van inkomsten en uitgaven over de drie gewesten en de
verschillende partners;
- men kiest voor het beste beheerssysteem met integratie van bestaande kaartsystemen;
- een neutrale beheersorganisatie waarin alle partners evenwaardig zijn vertegenwoordigd.
CultuurNet Vlaanderen heeft als initiatiefnemer in de afgelopen jaren hierover overleg
aangeknoopt met de Brusselse Museumraad (BMR) en Musées et Société en Wallonie
(MSW).
Specifiek over dit dossier is er nog geen overleg geweest met Vlaams minister Sven Gatz,
maar uiteraard zijn wij bereid om hierover samen te zitten. Zoals gezegd, in eerste instantie
om de verhouding tot en een mogelijke synergie met de Paspartoe te bespreken.
De museumkaart richt zich uitsluitend en exclusief tot de musea; andere culturele organisaties
zijn niet opgenomen in het concept. CultuurNet Vlaanderen heeft samen met de partners in
2015-2016 infosessies gehouden voor de musea in de drie regio’s. In Vlaanderen en Brussel
reageerden de musea positief. De musea in Wallonië stonden iets sceptischer tegenover het
concept.
Collegelid Pascal Smet zal bij het innemen van zijn standpunt tegenover een museumkaart
rekening houden met deze appreciatie door de Brusselse musea. De Brusselse musea staan
positief tegenover dergelijke ideeën. Denk maar aan de Nocturnes dat uniek is en goed
draaien.
De Paspartoe is een kortingenpas die zich in se richt op het stimuleren van deelname van
kansengroepen aan het vrijetijdsaanbod van culturele organisaties (waaronder musea), sporten jeugdverenigingen in Brussel. De reikwijdte van Paspartoe aan de aanbodzijde is dus veel
groter dan wat een museumkaart beoogt. En Paspartoe heeft als één van de belangrijkste
doelstellingen kansengroepen te stimuleren tot participatie aan het vrije tijdsaanbod in
Brussel.
-6De Paspartoe verschilt dusdanig van een museumkaart. In die zin is het alleszins niet
wenselijk om de Paspartoekaart en de achterliggende doelstellingen los te laten, integendeel.
Maar we kunnen wel zoeken naar kwalitatieve technische en inhoudelijke koppelingen van de
museumkaart en de Paspartoe.
Op dit ogenblik is de Brusselse Museumraad één van de gesprekspartners van de
initiatiefnemer CultuurNet Vlaanderen. De VGC ondersteunt de BMR jaarlijks met een
werkingssubsidie van 68.000 euro.
Het businessplan met financieel plan voor een museumkaart is nu nog onderwerp van studie
en overleg. Uitspraken over financiering van een dergelijk initiatief zijn voorbarig.
In de geest van de Paspartoe is de VGC er voorstander van te differentiëren in prijs
naargelang de doelgroep. De aankoopprijs die in Nederland gehanteerd wordt bijvoorbeeld 60 euro - kan al een serieuze drempel betekenen voor een deel van een potentieel
museumpubliek. We moeten een Mattheus-effect proberen te vermijden, zoals we dat bij de
Paspartoe gedaan hebben. Dit element kan worden meegenomen in het onderzoek en overleg
over een eventuele museumkaart in Brussel.
De BMR biedt de Brussels Card nu al met verschillende opties aan. Er zijn Brussels Cards
voor 24, 48 of 72 uur, zodat deze kortingspas meer is gericht op een toeristisch publiek, maar
iedereen kan een Brussels Card aankopen.
Een museum(jaar)kaart zou net meer de bedoeling hebben om het brede publiek over een
langere periode gratis toegang te bieden in een zo groot mogelijk aantal musea in Brussel,
Vlaanderen en Wallonië. Een museumkaart voor een kortere periode gaat wat in tegen dat
principe.
Mevrouw Cieltje van Achter (N-VA): Ik dank de collegevoorzitter voor het antwoord. Het
ligt in de lijn van wat ik er zelf ook van vind. De Paspartoe heeft natuurlijk een andere
ingesteldheid.
Het zou ook te gek zijn om met verschillende passen op zak te lopen. Een koppeling lijkt me
wel nodig. De 2 passen hebben toch wel volgens mij enig synergiepotentieel dat waargemaakt
kan worden.
De terughoudendheid van sommige musea om in de Brusselse Paspartoe te stappen steunt op
het feit dat ze eigenlijk al zelf zoveel kortingssystemen hebben. Op den duur bestaan er zoveel
systemen dat het niet meer haalbaar is voor de musea en dat het te ingewikkeld wordt voor het
personeel om te weten welke kaart welke korting biedt.
Het zou goed zijn als men iedereen meekrijgt om dit op zo een efficiënt en eenvoudig
mogelijke manier te realiseren is.
Ik denk dat het een mooi project is. Het zou leuk zijn als men het kan realiseren. Voor Brussel
zal het zeker goed zijn dat dergelijke kaart bestaat zodat Vlamingen en Walen naar Brussel
komen voor een museumbezoek. Als we zo een kaart zouden kunnen vereenvoudigen zou dat
een goede zaak zijn. Ik kijk alvast uit naar de contacten tussen collegelid Pascal Smet en
Vlaams minister Sven Gatz. Het collegelid wordt vertegenwoordigt door de Brusselse
-7Museumraad en zij zullen dat wel goed doen. Het is in ieder geval een belangrijk dossier en
de VGC heeft er alle baat bij om mee in dit debat te zitten.
De heer Stefan Cornelis (Open Vld): Ik verwijs naar mijn eerdere tussenkomsten over de
integratie met de bibliotheekkaart. Ik denk dat dat veel evidenter is. We zullen dan ook
dezelfde doelgroepen beogen. Met de museumkaart zullen we eerder doelgroepen bereiken
die nu een beroep doen op bv. de Brusselscard.
Dit werd ook opgenomen in de resolutie over de Paspartoe.
Mevrouw Cieltje van Achter (N-VA): De toeristische kaarten die nu al bestaan moet men
apart houden van een museumkaart. Maar er zijn wel verschillende opties mogelijk want er is
bv. ook de 100-dagen kaart.
- Het incident is gesloten.
3.
Vragen om uitleg (R.v.O., art. 60)
Vraag om uitleg van de heer Paul Delva aan de heer Pascal Smet, collegelid bevoegd
voor Cultuur, Jeugd, Sport en Stedelijk beleid, over een evaluatie van het Jongerenfonds
De heer Paul Delva (CD&V): Sinds het najaar van 2015 heeft de Vlaamse
Gemeenschapscommissie een Jongerenfonds onder de naam “à Fonds”. Een fonds door en
voor jongeren die een financieel duwtje in de rug nodig hebben voor hun eigen wijk- of
stadsproject. In de beleidsverklaring lazen we dat het project nu op volle kruissnelheid
gekomen is.
Ik heb samen met een aantal collega’s het project à Fonds van meet af aan goed opgevolgd en
ondersteund. Het is nodig om in Brussel steun te verlenen aan jongeren met een creatief idee,
een innovatieve ingeving en de goesting om er iets mee te doen. De VGC moet hiertoe, naast
financiële middelen, ook voldoende omkadering bieden.
Omdat we met een doelgroep werken die zeer snel verandert en soms ook onvoorspelbaar is,
moeten we à Fonds ook durven bijsturen en evalueren. Collegelid Pascal Smet is dezelfde
mening toegedaan, want hij wou na één jaar werking ook effectief een evaluatie opstarten.
Hoeveel projecten werden er het afgelopen jaar, dus sinds het begin van à Fonds, ingediend?
Om een idee te hebben van het succes van het nieuwe project. Hoeveel werden er daarvan
goedgekeurd? Hoeveel middelen kregen deze projecten?
Collegelid Pascal Smet sprak vorig jaar in zijn antwoord op mijn vraag over het
Jongerenfonds over een evaluatie van het Jongerenfonds na één jaar werking. Ondertussen
zijn we ruim één jaar verder. De evaluatie was voorzien voor oktober 2016. Is de evaluatie
gebeurd? Is ze opgestart of eventueel afgerond? Kunnen er al een aantal lessen uit worden
getrokken?
Tijdens het vorige debat was er sprake van samenwerking of uitwisseling met andere steden
want het project bestond reeds in andere steden. Er ging nagegaan worden of in die andere
steden misschien interessante zaken waren die van toepassing zijn op à Fonds.
-8Ik denk dat het Jongerenfonds in de begroting 2017 onder een ruimere basislocatie valt.
Welke bedragen worden er precies voorzien voor 2017?
Uit de begrotingsdocumenten blijkt dat er nog 23.000 euro zit in het reservefonds. Kan dit
bedrag eventueel worden ingeschreven in het kader van à Fonds?
Mevrouw Cieltje Van Achter (N-VA): Gaat de communicatie rond het Jongerenfonds
geëvalueerd worden? De affiches over à Fonds waren mijn inziens niet zo heel duidelijk.
Mevrouw Annemie Maes (Groen): Collegelid Pascal Smet weet hoe belangrijk Groen en
ikzelf het jongerenbeleid vinden voor Brussel. Ik verwijs naar onze discussienota over de
fuifzalen en ons pleidooi om vrijwilligers te valoriseren, zeker jongeren die zich elke week in
jeugdbewegingen inzetten voor kinderen.
Hoe zit het met de samenwerking met de Franstalige Gemeenschap? Het is de Brusselse
realiteit dat Brusselse jongeren niet graag in één hokje willen geduwd worden. Er zijn
jongeren van gemengde afkomst, waar één van de ouders Nederlandstalig en de ander van een
andere afkomst is, maar het blijven allemaal Brusselse jongeren.
Daarom is het belangrijk dat bij de lancering van dergelijke projecten vanuit de VGC de
Brusselse jongeren voor ogen worden gehouden.
Een ander aspect is de bottum-up benadering. Het is niets voor een tiener of 20-jarige om van
bovenaf pistes voorgeschoteld te krijgen, want dat geeft grote weerzin. Ieder ouder weet hoe
erg pubers of tieners kunnen reageren op zoiets.
In welke mate is de Jeugdraad betrokken bij dit project en hebben zij een advies kunnen
formuleren?
Collegevoorzitter Guy Vanhengel: Sinds de opstart van het Jongerenfonds werden er 38
projectaanvragen ingediend. 15 daarvan werden positief geadviseerd door de jury van het
Jongerenfonds en de administratie.
De 15 goedgekeurde projecten ontvingen allen samen 23.600 euro, wat neerkomt op een
gemiddelde van 1.573 euro per project. De individuele bedragen gaan van 500 euro minimum
tot 2.600 euro maximum. De ondersteuning vanuit het Jongerenfonds betreft niet enkel
financiële, maar ook inhoudelijke ondersteuning en opvolging van jongeren tijdens de
voorbereiding of uitvoering van hun project. Jongeren die bijvoorbeeld een idee hebben maar
niet meteen weten hoe ze aan de slag moeten, worden door de jeugddienst begeleid tijdens het
concretiseren van hun plannen en het opstellen van het aanvraagdossier.
De evaluatie van het Jongerenfonds is tot stand komen vanuit de administratie, maar moet nog
besproken en gevalideerd worden met het bevoegde collegelid.
De evaluatie kwam tot stand komen door input vanuit de administratie en input vanuit de jury
van à Fonds. In de jury zetelen intussen ook jongeren die zelf al projecten hebben uitgevoerd
of ervaring hebben met het begeleiden van projecten door jongeren. Jongeren die zelf
projecten uitvoerden kunnen ook feedback geven over het fonds via het evaluatieformulier.
Zowel de praktische werking en procedures van het Jongerenfonds als het inhoudelijke aspect
-9(vooropgestelde doelstellingen van het fonds, doelgroep van het fonds, gerealiseerde
projecten,…) zullen onder de loep genomen worden. Bedoeling is om begin 2017 de
mogelijke verbeterpunten te implementeren.
De jeugddienst verzamelde reeds input bij de stedelijke jeugddiensten van Antwerpen en
Gent. Hoewel Brussel zijn eigen dynamiek heeft, zullen de bevindingen uit de gesprekken
met andere steden zeker opgenomen worden in de evaluatie.
In 2017 is er 26.000 euro voorzien, niet gebruikte fondsen van voorgaande jaren worden
toegevoegd aan à Fonds.
De communicatie wordt door de jongeren zelf wel gesmaakt. Ze hebben ook geen probleem
om mee te evolueren.
Een samenwerking met de Franse Gemeenschap is hier niet aan de orde.
Het hele project is bottom-up opgevat, inclusief de jury. Het vertrekt vanuit de jongeren zelf.
De Jeugdraad wordt bij alles betrokken.
De heer Paul Delva (CD&V): Het antwoord geeft een goed beeld van de werking van à
Fonds van het afgelopen jaar. Er werden redelijk wat projectaanvragen ingediend.
Ik begrijp dat de evaluatie zo goed als af is, maar nog doorgenomen moet worden met
collegelid Pascal Smet. Het interesseert me wel om daarna te weten hoe de evaluatie is
afgelopen. Ik zal echter moeten wachten op de terugkomst uit ziekteverlof van collegelid
Pascal Smet.
Het is uiteraard prima dat de Jeugdraad overal bij betrokken wordt.
Welke projecten werden er ingediend? Welke werden er goedgekeurd? Graag een overzicht.
Collegevoorzitter Guy Vanhengel: Dit is terug te vinden op de website van à Fonds.
***
Vraag om uitleg van mevrouw Annemie Maes aan de heer Pascal Smet, collegelid
bevoegd voor Cultuur, Jeugd, Sport en Stedelijk beleid, betreffende de IMC Cultuur
Mevrouw Annemie Maes (Groen): Eind juni besliste de federale ministerraad de tax shelter
voor de audiovisuele sector uit te breiden naar de podiumkunsten. Investeringen in theater,
straattheater, circusproducties, opera en recital kunnen, onder bepaalde voorwaarden, een
fiscale vrijstelling krijgen. De federale ministers hopen dat ook de spelers binnen de
gemeenschappen van de nieuwe maatregel gebruik zullen maken.
Vorige maand vond een eerste Interministeriële Conferentie voor Cultuur plaats. Collegelid
Pascal Smet sprak er met andere ministers bevoegd voor cultuur over o.a. deze uitbreiding
van de tax shelter naar de podiumkunsten. Het was ook de eerste IMC Cultuur. De IMC stelt
zich tot doel het cultuurbeleid van de verschillende betrokken overheden te coördineren. De
culturele sector drong hier al langer op aan. Ook wij zijn voorstander van meer dialoog en
- 10 samenwerking over de gemeenschappen heen en zijn daarom heel benieuwd naar de
resultaten van deze eerste IMC.
Wat is het resultaat geweest van deze eerste IMC Cultuur? Er is bijvoorbeeld ook gesproken
over de cultuurcommunicatie in Brussel en een gereglementeerde boekenprijs. Werden er
concrete afspraken gemaakt?
Werd er afgesproken wanneer een volgende IMC Cultuur zou plaatsvinden, m.a.w. zal deze
IMC op regelmatige tijdstippen plaatsvinden zodat de samenwerking tussen de verschillende
overheden verder versterkt kan worden?
Hoe schat het collegelid de uitbreiding van de tax shelter in op Brussels niveau? Heeft u weet
van investeerders die hier in de toekomst gebruik van zullen willen maken?
Collegevoorzitter Guy Vanhengel: De IMC Cultuur kwam voor het eerst bijeen op 30
september 2016. In overeenstemming met de notificatie van het Overlegcomité van 27 mei
2015 wordt deze IMC voorgezeten door de Fédération Wallonie-Bruxelles, de Franse
Gemeenschap. De leden ervan werden ook door het Overlegcomité bepaald. De Vlaamse
Gemeenschapscommissie (VGC) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn op dit moment
geen vaste leden. Minister-president Rudi Vervoort en collegelid Pascal Smet werden door de
voorzitter uitgenodigd voor de punten van de agenda die hen betreft (Culturele communicatie
rond Brussel). Het lijkt wenselijk dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest lid wordt van deze
IMC, gelet op zijn bi-culturele bevoegdheden en gelet op het economisch belang van cultuur
voor het Gewest. Het is aan minister-president Rudi Vervoort om hiervoor de nodige stappen
te zetten. Het lijkt ook goed dat, wanneer het expliciete culturele agendapunten over Brussel
betreft, het in de VGC bevoegde collegelid ook telkens uitgenodigd wordt.
Het betreft een Interministeriële Conferentie en de heer Pascal Smet is een collegelid. De
bevoegdheid cultuur ligt in Vlaanderen bij de minister bevoegd voor Cultuur. Het collegelid
kan wel uitgenodigd worden, maar hij heeft 6 collega’s uit Brussel die in het Vlaams
Parlement zetelen en zij kunnen de bevoegde minister voor Cultuur ondervragen.
De volgende onderwerpen en afspraken kwamen aan bod:
Er worden minstens 2 IMC’s per jaar georganiseerd. Die zullen plaatsvinden in april 2017 en
oktober 2017.
Er werd afgesproken om een bestaande werkgroep over aanvullende en alternatieve
financiering voor de culturele sector uit te breiden met de leden van de IMC. De kabinetten
Gatz en Greoli zullen dit thema voorbereiden voor een volgende IMC.
Vlaams minister Sven Gatz gaf een stand van zaken over de vaste boekenprijs. Vlaanderen
koos voor een systeem dat de prijs van het boek regelt, als ondersteuning van boekhandelaars
tegenover grote retailers. Het geeft hun gedurende 6 maanden de mogelijkheid om maximaal
10% korting toe te kennen. Daarnaast voorziet het decreet een systeem dat reageert op
klachten en de oprichting van een commissie. Deze maatregelen zijn bedoeld om de
diversiteit van het aanbod te garanderen en een daling van het aantal boekhandels tegen te
gaan. De Raad van State gaf een positief advies over het ontwerpdecreet. Tegelijk merkt de
Raad van State ook op dat er maatregelen nodig zijn, ook op andere niveaus, om meer bepaald
de situatie ter zake in Brussel te regelen. De prioriteit voor de minister is het decreet in voege
- 11 te laten treden in het voorjaar 2018, om daarna te kijken naar een regeling voor Brussel. De
regeling voor Brussel zal het voorwerp uitmaken van overleg tussen alle betrokken partijen.
Er werd toelichting gegeven bij de uitbreiding van de tax shelter, gevraagd door de culturele
en creatieve sectoren, waarvoor de minister van Financiën een wetsvoorstel indiende in
december 2015. Deze eerste versie van het wetvoorstel werd voor advies voorgelegd aan
zowel Franstalige als Nederlandstalige culturele operatoren. De tekst is zo grotendeels in
overeenstemming met de wensen van en de opmerkingen vanuit het terrein.
Onder de resterende op te lossen punten, blijft dat het voorgestelde federale model
onderworpen blijft aan de vennootschapsbelasting, terwijl dit model niet overeenkomt met het
model van een meerderheid van de spelers in de podiumkunstensector. Daarom moet men
toch aandachtig zijn voor de eventuele voordelen die kunnen voortkomen uit deze tax shelter,
de dialoog met de sector aanhouden en attent zijn realistische verwachtingen bij de culturele
actoren te creëren. (tax shelter lijkt vooral een vehikel voor de culturele profit sector, als
economische actor -, en minder of niet voor non-profit organisaties, het gros dus van de
culturele sector). Ook festivals vallen vandaag niet onder de uitbreiding van de shelter.
Op initiatief van (en uitgewerkt door) collegelid Pascal Smet en van Vlaams minister Sven
Gatz, zijn het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Federatie Wallonië-Brussel, de Vlaamse
Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie en de Vlaamse Gemeenschapscommissie
en visit.brussels overeengekomen om de samenwerking te intensifiëren voor de promotie van
het culturele aanbod in de Brusselse regio. We willen een gezamenlijke culturele
communicatiestrategie ontwikkelen, in nauw overleg met de Brusselse culturele sector
(Brussels Kunstenoverleg en Reseau des Arts). Ik kan de nota, indien gewenst, toevoegen aan
het verslag.
Minister-president Rudi Vervoort meldde aan de IMC dat Brussel kandidaat is voor de titel
van culturele hoofdstad van Europa in 2030.
Mevrouw Annemie Maes (Groen): Dank u voor het uitgebreide antwoord.
Maakt de federale overheid geen deel uit van IMC?
Collegevoorzitter Guy Vanhengel: Staatssecretaris Elke Sleurs en minister Didier Reynders
zetelen er in voor de federale overheid.
Mevrouw Annemie Maes (Groen): Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de VCG zitten er
niet in?
Collegevoorzitter Guy Vanhengel: Neen, dat zijn geen vaste leden.
Mevrouw Annemie Maes (Groen): Als ik het goed begrepen heb, moet minister-president
Rudi Vervoort het initiatief nemen om hen als vast lid te introduceren.
Ik ben verbaasd dat men het decreet over de boekenprijs in het voorjaar 2018 in werking wil
laten treden. Daarna zou er pas een regeling voor Brussel volgen. Dat is toch wel verrassend.
Dat zal misschien de doodsteek zijn voor de enkele Nederlandstalige boekenhandels in
Brussel. Ik zal hierover een aparte interpellatie indienen.
- 12 Collegevoorzitter Guy Vanhengel: Ik denk dat onze Brusselse collega's in het Vlaams
Parlement hiervoor aandacht moeten vragen.
Mevrouw Annemie Maes (Groen): Ik kan moeilijk inschatten wat het voor de
Nederlandstalige Brusselse boekenhandels zal geven. Het kan zijn dat het niet zo dramatisch
is. Maar op het eerste zicht, lijkt het me geen goede zaak dat Brussel pas achteraf wordt
geregeld. De boekenhandels hebben het al moeilijk, dus ik zou het spijtig vinden mochten ze
het nog moeilijker krijgen.
***
Vraag om uitleg van de heer Paul Delva aan de heer Pascal Smet, collegelid bevoegd voor
Cultuur, Jeugd, Sport en Stedelijk beleid, over het jeugdinterventieteam voor
jeugdinfrastructuur
De heer Paul Delva (CD&V): Onlangs hadden we in de Raad van de VGC een zeer
interessante hoorzitting over de capaciteitsplanning van de Brusselse onderwijsnetten. In de
marge, maar niet onbelangrijk, vestigen alle sprekers de aandacht op de absolute meerwaarde
van FIX. FIX zorgt ervoor dat vele schoolgebouwen en klasinfrastructuur opgelapt wordt,
zodat de aanwezige onderwijscapaciteit gewaarborgd kan blijven.
Dit als inleiding om het sprongetje te maken naar het ‘jeugdinterventieteam’, een gelijkaardig
initiatief voor het onderhoud van jeugdinfrastructuur. In het Jeugdbeleidsplan van 2011-2015
werd als doelstelling geformuleerd ‘een instrument te ontwikkelen om de
infrastructuursituatie van jeugdwerkinitiatieven continu te kunnen opvolgen’. In 2014 werd
dit resultaat bekomen: ‘het onderzoek naar de opstart van een jeugdinterventieteam werd
afgerond’.
Vorig jaar tijdens de begrotingsbesprekingen leerden we dat er voor 50.000 euro ingeschreven
werd voor de ‘realisatie van het jeugdinterventieteam’. Tijdens de bespreking werd duidelijk
dat de werking van FIX voornamelijk uitgebreid zou worden met de mogelijkheid om naast
scholen ook jeugdinfrastructuur te renoveren. Het jeugdinterventieteam zit dus, zoals ik het
heb begrepen, eigenlijk vervat in de werking van FIX.
Hoeveel dossiers met betrekking tot jeugdinfrastructuur behandelde FIX het afgelopen jaar?
Welke renovaties werden er dit jaar uitgevoerd of welke zijn nog in uitvoering?
Is het voorziene budget toereikend? De eerdere vraag was of dit hetzelfde zal blijven in de
nieuwe begroting? Ik heb reeds in de nieuwe begrotingsdocumenten gezien dat er een stijging
is van 50.000 euro naar 78.000 euro.
Welke jeugdinfrastructuur komt hiervoor in aanmerking? Kunnen alle jeugdorganisaties
hierop beroep doen? Hoe kunnen ze bij FIX terechtkomen? Op de website van FIX staat niets
te lezen over de mogelijkheden van renovatie voor jeugdinfrastructuur. Het zou toch
interessant zijn dit te vermelden.
Zal, in een – nabije – toekomst de werking blijven ressorteren onder FIX, of bekijkt men of er
toch een afzonderlijke dienst zou kunnen worden opgestart? Hoogstwaarschijnlijk is dat niet
- 13 nodig en is het misschien een heel goed idee om de diensten van FIX, die goed functioneren,
te blijven gebruiken voor jeugdinfrastructuur.
Op welke manier wordt de infrastructuursituatie van jeugdwerkinitiatieven momenteel
continu gemonitord? Er is al veel werk afgelegd, maar nog veel lokalen moeten opgefrist
worden.
Collegevoorzitter Guy Vanhengel: Collega Pascal Smet zegt dat iedereen wel weet dat
jeugdinfrastructuur hem nauw aan het hart ligt, van mij ook natuurlijk. Vandaag staan er heel
wat projecten al dan niet letterlijk in de steigers. We openden dit jaar al de nieuwe lokalen van
de Chiro en Jeugdhuis Alleman in Oudergem, eind dit jaar openen we Jeugdhuis De Branding
en een stedenbouwkundige vergunning voor Chiro Jijiepeke werd vorige week afgeleverd.
Daarnaast werden er de afgelopen jaren verschillende renovatie- en nieuwbouwdossiers
opgestart. Toch blijft vanuit de sector een zeer sterke vraag naar een team dat snel en accuraat
problemen in jeugdinfrastructuur oplost, maar dat ook overzicht bewaart over de
infrastructuren en preventief structurele werken uitvoert of voorziet.
De voorbije jaren werd daarvoor voorbereidend werk gedaan. In samenwerking met Tracé
gebeurde in 2013 een vooronderzoek waarbij verschillende organisaties gecontacteerd en
bevraagd werden (JES, Manus, Groep Intro en FIX, toen nog Schoolinterventieteam). Het
voorstel van FIX beantwoordde het meest aan de noden, o.a. door de diversiteit in de aard van
uit te voeren werken en de aanwezige expertise op het vlak van bv. veiligheid en
duurzaamheid. FIX zijn orderboekje is bijzonder goed gevuld. Ze zijn immens populair in het
onderwijsveld.
De Beleidsnota 2014-2019 Cultuur, Jeugd en Sport vermeldt: “Samen met JHOB
(=Jeugdhuizen Ondersteuning Brussel) en D’Broej onderzoeken we of voor het
gebouwenbeheer een gemeenschappelijke “syndic” kan worden aangesteld en een
“interventieteam” kan worden opgestart.” Deze doelstelling wordt ook vooropgesteld in het
Strategisch Meerjarenplan Cultuur, Jeugd en Sport 2016-2020.
In uitvoering van de beleidsnota en het strategisch meerjarenplan, werd op het College van 28
januari 2016 een startsubsidie van 32.000 euro toegekend aan vzw FIX met als doel om in
2016 de noden van de jeugdwerkinfrastructuur in kaart te brengen en een
monitoringsinstrument op te zetten. Met de subsidie kon vzw FIX gedurende een periode van
6 maand een projectleider aanstellen. Deze periode ging van start op 1 juli 2016 en zou
moeten afgerond worden eind december.
Binnen deze periode bezoekt vzw FIX in samenspraak met de Vlaamse
Gemeenschapscommissie maximaal de Brusselse jeugdinfrastructuur. Op basis van deze
bezoeken wordt een inschatting gemaakt van de actuele situatie en de noden die leven bij
jeugdorganisaties.
Daarnaast dient deze startperiode voor vzw FIX en VGC ook om een voorstel uit te werken
voor de invulling van het kader, voor het uitwerken van een gediversifieerd tariefstelsel voor
de jeugdorganisaties en voor een structureel begrotingsvoorstel voor de komende jaren.
Belangrijke bijkomende elementen hierbij zijn o.a. de wachttijden, de afstemming met
Onderwijs en de kostenstructuur.
- 14 Betrachting is om vanaf 2017 tot een samenwerking te komen.
Op dit moment gebeuren er dus nog geen interventies door vzw FIX. Ingrepen in
jeugdinfrastructuur gebeurt nog via subsidies. De dienstverlening blijft dezelfde als de
voorgaande jaren. Ondertussen werken we verder aan het onderzoek naar haalbaarheid van
een aansluitend implementatie van een jeugdinterventieteam.
De heer Paul Delva (CD&V): Ik probeer te begrijpen hoe het in mekaar zit. Is het toch nog
de bedoeling dat er een apart jeugdinterventieteam wordt opgestart?
Collegevoorzitter Guy Vanhengel: We bekijken het.
Wat mij persoonlijk betreft, kan het jeugdinterventieteam een andere rol spelen dan het
schoolinterventieteam. Dit schoolinterventieteam is er gekomen omdat men ontdekte dat een
paar doelstellingen konden worden gecombineerd. Doelstelling 1 was: hoe halen we jongeren,
die echt geen enkele kans hebben op de arbeidsmarkt en te laag geschoold zijn, in een circuit
waar ze iets leren waarmee ze nadien wel toegang kunnen krijgen tot de arbeidsmarkt. Op
basis hiervan is FIX ontstaan.
De scholen kopen het materiaal en de jongeren komen de werken uitvoeren. Het is een mooi
voorbeeld van de doorstroming van de jongeren naar de arbeidsmarkt.
Onlangs werd er een gebouw aangekocht voor FIX.
Voor het jeugdinterventieteam in jeugdhuizen is het volgens mij interessant dat jongeren van
de jeugdhuizen, mits professionele begeleiding, zelf klusjes leren opknappen. Ik heb zo leren
schilderen vroeger.
4. Regeling van de werkzaamheden
Commissievoorzitter Jef Van Damme: De heer Dominique TIAN, 1ier adjoint à la Marie,
en de heer Richard MIRON, adjoint aux sports de la ville de Marseille, nodigen de
Commissie voor Cultuur, Jeugd en Sport uit voor een studiebezoek aan Marseille in het kader
van 'Marseille, Europese sporthoofdstad 2017.
In dit bijzondere jaar voor Marseille wordt de focus niet enkel gelegd op diverse
(semi)professionele ploegsporten, maar ook op kleinschalige recreatieve, familiale
evenementen. Er gaat bijzondere aandacht naar de doelgroepen : jongeren, senioren, mensen
met een beperking,…
De diensten zullen de nodige stappen ondernemen om dit studiebezoek te organiseren, nadat
het project werd besproken in het Uitgebreid Bureau.
_______________
- 15 BIJLAGE
Canvas voor overleg Cultuurcommunicatie Brussel
24 juni 2016
Genodigden:
 Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in de persoon van de Minister-President R.
Vervoort
 visit.brussels in de persoon van L. Onkelinx voorzitter en F. Lelon ondervoorzitter
 Franse Gemeenschap Cultuur in de persoon van minister A. Greoli
 COCOF Cultuur in de persoon van Collegelid F. Laanan
 VGC Cultuur in de persoon van Collegelid P. Smet
 Vlaamse Gemeenschap Cultuur in de persoon van minister S. Gatz
Context en vraagstelling :
- De opdracht Smet/Gatz aan Cultuurnet Vlaanderen in functie van een stroomlijning
van de Nederlandstalige partners. Dit leidde tot het voorstel “Brussels Open Agenda”,
waarbij het voorstel om de databanken van visit.brussels én Cultuurnet uitwisselbaar
te maken.
-
Met dit voorstel komen we op het terrein van de twee kernopdrachten die ook
visit.brussels van de BHR kreeg.
-
De Fédération Wallonie-Bruxelles en de COCOF zijn op het vlak van de promotie van
het culturele aanbod van Franstalige partners evenzeer actief. Culture.be is het
officieel portaal voor het cultureel aanbod van de Fédération Wallonie-Bruxelles. Het
cultureel aanbod van Wallonië en Brussel wordt ingebracht in de database van
agenda.be (beheerd door visit.brussels). Vandaar worden de data verspreid en
gepubliceerd via andere platformen zoals bijvoorbeeld de culturele agenda van
Culture.be. Bovendien is er de vzw PointCulture die ook de rol van platform opneemt
voor cultuur en kunsten van verschillende disciplines via fysieke contactpunten in
meerdere steden in Wallonië en Brussel.
-
De vraag die zich stel: dient het terrein hier strikt afgebakend te worden of kunnen de
ambities van de gemeenschappen en het gewest samengaan? Dit zou kunnen door:
o Een erkenning door de gemeenschappen van de opdracht van visit.brussels op
vlak van cultuurcommunicatie. Het is aan visit.brussels om de regie te voeren
in de communicatie van culturele activiteiten die het gewest, de
gemeenschappen, de federale overheid en de gemeenschapscommissies in
Brussel mogelijk maken
o Een erkenning door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dat ook de
gemeenschappen en gemeenschapscommissies een belangrijke rol te spelen
hebben in het meertalig communiceren van culturele activiteiten in Brussel
o Een gezamenlijk traject van de betrokken overheden om te komen tot een stuk
gedeeld beleid op het vlak van cultuurcommunicatie in Brussel
-
De vraag op het politiek overleg is dus tweeledig:
- 16  Kunnen er concrete afspraken gemaakt over de uitwisseling van data tussen
visit.brussels en de Nederlandstalige en Franstalige actoren rond
cultuurcommunicatie?
 Kunnen de 5 aangesproken overheden een gemeenschappelijk traject afleggen in
functie van de gemeenschappelijke Brusselse (twee/drietalige)
communicatieproducten van morgen?
Principes te bespreken/aanvaarden door de ministers op 24/6:
1. De regie van een gemeenschappelijke cultuurcommunicatie in Brussel ligt bij
visit.brussels voor wat betreft:



Het uitbouwen en ontsluiten van de centrale databank voor alle
potentiële cultuurcommunicatieproducten (apidata.brussels)
De samenwerking tussen de Gemeenschappen en de
Gemeenschapscommissies op het vlak van mogelijke nieuwe
initiatieven rond cultuurcommunicatie in Brussel
De algemene promotie van Brussel als cultuurstad.
2. De Gemeenschappen kunnen in alle autonomie een eigen cultuurcommunicatie
voeren. Dit betekent extra promotie van het cultuuraanbod in Brussel.
3. De data van visit.brussels zijn zonder reserve beschikbaar voor Cultuurnet,
voor Culture.be, voor PointCulture en voor andere publieke actoren die actief
zijn op het vlak van cultuurcommunicatie (in het gestandaardiseerd formaat
‘CitySDK’) met als doel:




Het voeden van de promotiedragers van Culture.be, PointCulture en
andere publieke actoren die actief zijn op het vlak van
cultuurcommunicatie.
Het voeden van de promotiedragers van de Vlaams Brusselse Media,
Muntpunt, Cultuurnet en andere publieke actoren die actief zijn op het
vlak van cultuurcommunicatie.
Het voeden van de databank van visit.brussels zelf via het fijnmazig
netwerk van culturele centra, gemeenschapscentra, huizen van culturen,
bibliotheken, verenigingen…
Het promoten van alle culturele aanbod in Brussel, ongeacht de taal, in
Vlaanderen via de dragers van Cultuurnet en in Wallonië via de dragers
van Culture.be en PointCulture. (winwin voor Brussel)
4. De overheden onderzoeken samen de opportuniteit en de mogelijkheden van
gemeenschappelijke Brusselse, meertalige communicatieproducten waarbij
visit.brussels een centrale rol speelt
Verdere praktische uitrol
Voorstel om de vergadering te concluderen
1. Cultuurnet sluit een conventie met visit.brussels voor beschikbaarheid van alle
data, met het oog op:
- 17 
Het voeden van de opvolger van agenda/BDW als cultuurmagazine
(digitaal en op papier), en van de promotiedragers van Muntpunt
 Het voeden van de databank van visit.brussels zelf via het fijnmazig
Nederlandstalige netwerk van gemeenschapscentra, bibliotheken,
verenigingen…
 Het promoten van alle culturele aanbod in Brussel, ongeacht de taal, in
Vlaanderen via de dragers van Cultuurnet zelf
2. De vzw PointCulture sluit een conventie met visit.brussels voor
beschikbaarheid van alle data, met het oog op:
 Het voeden van hun website en promotiedragers
 Het voeden van de databank van visit.brussels zelf via het fijnmazig
Franstalig netwerk van culturele centra, huizen van culturen,
bibliotheken, verenigingen…
 Het promoten van alle culturele aanbod in Brussel, ongeacht de taal, in
Wallonië via de dragers van PointCulture zelf.
3. Voor het uitrollen van een gemeenschappelijke cultuurcommunicatie-strategie
wordt een opdracht uitgevoerd door visit.brussels, BKO en RAB waarbij de
conclusies van het onderzoek van Cultuurnet meegenomen worden en ingebed
in een ruimer Brussels verhaal. Visit.brussels/BKO/RAB leggen een voorstel
voor tegen het najaar 2016, met daarin een draaiboek, timing, en zo mogelijk
begroting, op basis waarvan de ministers terug bijeenkomen (november 2016)
Download