Urologie Prostaatklachten Inleiding We geven u hierbij informatie over prostaatklachten. Deze informatie is bedoeld om u inzicht te geven in de oorzaak van de klachten en de mogelijke behandelingen. De prostaat De prostaat bevindt zich onder de blaas. Het is een klier die vloeistof produceert en normaal de grootte heeft van een walnoot. Deze vloeistof komt samen met het zaad dat in de zaadbal gevormd wordt, tijdens een zaadlozing naar buiten (sperma). De prostaat is met name van belang voor de vruchtbaarheid en heeft weinig te maken met seksualiteit of potentie. Door de prostaat loopt het eerste gedeelte van de plasbuis, zie ook figuur 1. Op de overgang van de prostaat naar de penis bevindt zich de sluitspier die ongewild urineverlies (incontinentie) voorkomt. 1 Klachten De prostaat kan bij het ouder worden aanleiding geven tot klachten. Het kan zijn dat u vaker naar het toilet moet, ook ’s nachts. De straal neemt in kracht af en is soms onderbroken. Het kan even duren voordat de plas op gang komt en soms blijft het nog wat nadruppelen. Sommige mannen hebben het gevoel dat er na het plassen nog urine in de blaas achterblijft of krijgen kort na het plassen weer aandrang. Deze plasklachten komen op oudere leeftijd veelvuldig voor. Op 50-jarige leeftijd heeft ongeveer 30% van de mannen hier last van. Dit loopt op tot 40% bij 60 jaar en 50% bij 70 jaar. Oorzaak De grootte van de prostaat kan vanaf het vijftigste levensjaar toenemen. De mate waarin is voor iedereen verschillend. We noemen dit benigne prostaat-hyperplasie (BPH), goedaardige prostaatvergroting. De vergrote prostaat kan de urineafvoer belemmeren. De blaasspier moet zich dan meer inspannen om de urine naar buiten te krijgen. Lukt dit onvoldoende, dan kan urine in de blaas achterblijven. Dit kan een blaasontsteking veroorzaken. Soms blokkeert de urineafvoer helemaal. Dan moet de blaas met een katheter (slangetje) geleegd worden. In heel enkele gevallen is een prostaatontsteking of prostaatkanker de oorzaak van de klachten. De doorgang van de plasbuis kan op drie manieren worden geblokkeerd. 1. Door de groei van de prostaat raakt de plasbuis vernauwd. 2. Door overgevoeligheid van het spierweefsel van de blaashals en de bekkenbodem gaan deze zich steeds meer samentrekken en onvoldoende ontspannen tijdens het plassen. Het gevolg is dat de plasbuis niet voldoende opent en de urine moeilijker naar buiten komt. 3. Een combinatie van 1 en 2 omdat het spierweefsel van de blaashals geprikkeld raakt door een vergrote prostaat. Onderzoeken Om u de juiste behandeling te kunnen geven, is het nodig om een aantal onderzoeken te doen. De arts gaat onderzoeken wat de oorzaak is van uw klachten. Zijn uw klachten het gevolg van een vergrote prostaat of spelen andere factoren een rol? De volgende onderzoeken kunnen gedaan worden. Soms zijn niet alle onderzoeken nodig. 1. U heeft een gesprek met de arts over uw gezondheid, medicijngebruik en mogelijke andere aandoeningen. 2. U vult een vragenlijst in over uw klachten. 3. De arts voelt aan uw prostaat via de anus. 4. Bloed- en urineonderzoek. 5. U plast op een speciaal toilet, waarbij de kracht van de urinestraal wordt gemeten. Zie UMCG-brochure ‘Urinestraal krachtmeting’. Nadat u heeft geplast wordt met een echo gemeten hoeveel urine in de blaas is achtergebleven. 6. Kijkonderzoek van blaas en plasbuis. Via een dun lichtslangetje dat via de plasbuis in de blaas wordt gebracht, kan de arts blaas, prostaat en plasbuis van binnen bekijken. Zie UMCGbrochure ‘Kijkonderzoek van blaas en plasbuis, cystoscopie’. 7. Echografie van de prostaat. Via een echostaaf die in de anus wordt gebracht, bekijkt de arts de prostaat. Ook wordt het volume van uw prostaat gemeten. Zie UMCG-brochure ‘Echografie van de prostaat’. 8. Urodynamisch onderzoek. De werking van de blaas, de plasbuis en de sluitspier wordt gemeten. Zie UMCG-brochure ‘Blaasfunctieonderzoek bij volwassenen’. 2 Behandeling Hieronder volgt een aantal behandelingen die voor u van toepassing kunnen zijn. Afwachten Zijn uw klachten niet al te hinderlijk, dan is het verantwoord om voorlopig af te wachten. Wanneer uw klachten verergeren, neemt u contact op met de huisarts. Behandeling met medicijnen Er bestaan verschillende medicijnen die worden gebruikt bij klachten van een vergrote prostaat. Medicijnen kunnen de plasklachten verminderen. U moet de medicijnen wel langdurig, soms levenslang, gebruiken. De ene soort heeft een ontspannende werking op de spiervezels van de prostaat en de blaashals. De meeste mannen verdragen deze medicijnen goed. De andere groep medicijnen geeft na verloop van tijd een verkleining van de prostaat. Deze laatste groep medicijnen kan een aantal bijwerkingen hebben: minder zin in seks, afname van de hoeveelheid sperma en verminderde erecties. Tegenwoordig worden ook wel erectie-bevorderende pillen toegepast. Deze zijn ook van invloed op de prostaat en blaashals. Deze medicijnen worden meestal niet vergoed door de zorgverzekeraar. Operatieve behandeling De operatie bij een goedaardige vergroting van de prostaat kan op twee manieren worden gedaan: via de plasbuis of via de buik. Beide operaties kunnen onder algehele narcose of met behulp van een ruggenprik worden uitgevoerd. De eerste methode heet TURP. Deze letters staan voor Trans Urethrale Resectie van de Prostaat. Transurethraal betekent: door de plasbuis. Resectie betekent: weghalen. Bij deze operatie brengt de uroloog een instrument in uw plasbuis. Daarmee kan de uroloog een deel van de prostaat in kleine reepjes weghalen. Zie UMCG-brochure ‘Het verwijderen van een gedeelte van de prostaat via de plasbuis’. Als de prostaat erg vergroot is, dan opereert de uroloog meestal via een snee in uw buik. Deze operatie noemt men een ‘open prostatectomie’. Beide operaties zijn veilig en effectief. Ongeveer 75 tot 80% van de patiënten is tevreden. Er zijn ook nadelen, zoals mogelijk littekenvorming in de plasbuis bij TURP, infectie en een droge zaadlozing. De arts zal u hierover van te voren uitvoerig informeren. Vragen Heeft u na het lezen van deze brochure nog vragen, stelt u ze dan bij het eerstvolgende bezoek aan de arts of de verpleegkundige. U kunt ook telefonisch contact opnemen met een medewerker van de polikliniek Urologie. De polikliniek is te bereiken van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 12.00 uur. Het telefoonnummer is (050) 361 21 67. www.urologie.umcg.nl De (web)site voor informatie over de afdeling Urologie van het UMCG. Patiënteninformatie VLC 766 / januari 2016 3