Examenvragen Radioisotopen Van Laere

advertisement
Examenvragen Radioisotopen Van Laere
1) bronnen natuurlijke radioactiviteit
2) ionizatiekamer bespreken en vergelijken met dosimeters op gebied van gevoeligheid,
nauwkeurigheid, gebruik in noodsituaties,...
3) Q/V long: principe en waarvoor dient het
Wat zorgt er voor attenuatie van een fotonenbundel in materie? Definieer de lineaire
attenuatiecoefficient, geef weer in functie van fotonenergie en uit welke componenten bestaat het?
Definieer + geef verschil tussen geabs dosis, equivalente dosis, effectieve dosis, en geef de limieten
voor een beroepshalve blootgestelde persoon.
Geef en bespreek kort (uitleg van principe) een voorbeeld van nucleair geneeskundig onderzoek van
het hart.
1. Uitleggen van natuurlijke bronnen van ioniserende straling
2. Ionisatiekamer uitleggen en vergelijken met andere persoonsdosimeters
3. Uitleggen van hoe je deffect in longperfusie en ventilatie kan aanduiden
1. Bespreek kort beta(-)-straling, geef een voorbeeld van een radionuclide en een biomedische
toepassing.
2. Leg het principe uit van thermoluminescentiedosimeter.
3. Leg het principe van SPECT en geef een aantal verschillen met PET.
1)Leg positronverval uit, geef medische toepassing en voorbeeld van atoom.
Bijvraag: Hoe verkrijg je de energie van gammestralen : E=mc^²
2)Leg ionisatiekamer uit, geef drie doelgebieden (ofzoiets) en vergelijk met andere
persoondosimeters (ofzoiets)
3)Geef gammacamera en SPECT en vergelijk deze
Bespreek beta-min straling, geef een nuclide en een biomedische toepassing.
Bespreek thermoluminescentie dosimetrie, vergelijk met andere methodes.
Bespreek botscintigrafie met Tc-bifosfonaten, welk voordeel biedt 3D-SPECT hierbij? Bijvraag:
verklaar waarom dit (niet) kan gebruikt
worden voor evaluatie van botmetastasen bij borstkanker, multiple myeloom, osteomyelitis,
longmetastasen en lage rugpijn.
Verbeke:
Leg het effect van straling op de dunne darm uit aan de hand van het compartimentmodel.
Bespreek metabolisme en toxiciteit van tritium.
Voor wat worden deze radiofarmaca gebruikt? Tc-MAG3, Tc-Macro Aggregaten, NaI-123, Tc-HMPAO
1) Wat zorgt voor attenuatie? Lineaire attenuatiecoefficient; definitie. Welke interacties treden op?
2) Geef definitie en verschil Dosis, Relatieve Dosis, Effectieve dosis. Geef wettelijke limieten voor de
beroepsgroep
3) Noem een voorbeeld + principe van het gebruik van nucleaire geneeskunde toegepast op het hart
1) Leidt transiënte evenwicht af uit de formules en geef voorbeeld.
2) Geef de limietdossisen van België (globaal en gedeeltelijke). Wat is het risico om een fatale kanker
te krijgen bij een jaarlijks gemiddelde natuurlijke bestraling en bij maximale bestraling van
beroepshalve mensen. ( das P(fa)=0,05/Sv x bestraling(mSv) )
3) Geef 3 voorbeelden in de nucleaire geneeskunde voor hersenonderzoeken
- Geef de stabiliteitslijn weer met een grafiek, geef waar er welk soort verval is, geef een voorbeeld
van elk soort verval.
- Leg uit hoe thermoluminescentie werkt, geef nog andere dosimeters en hun toepassingen.
- Geef enkele radionucliden waarmee men de schildklier kan bestuderen.
Bespreek attenuatiecoëfficient. Welke factoren bouwen deze op? Bespreek deze factoren en schets
ze in een grafiek. (relatie energie en attenuatie)
Bespreek geabsorbeerde dosis, equivalente dosis en effectieve dosis. Geef ook de limieten voor
beroepshalve blootgestelde personen.
Bespreek nucleair geneeskundig onderzoek van hat hart in 1 blad. Leg het principe zeker uit.
- Natuurlijke stralingsvormen, geef, bespreek. Zeg ook hoe ze vervallen (alfa...). Vben
- filmdosimeter, bespreek nauwkeurigheid, toepassingen, en vergelijk met andere
persoondosimeters
- Beeldvorming van de hersenen: geef voorbeelden ofzo.
-transient evenwicht; afleiden en voorbeeld
-maximum blootstelling bij de algemene bevolking(globaal en voor de afzonderlijke lichaamsdelen)
-botscintigrafie uitleggen en hoe kan spect het verduidelijken, met als bijvraag kan scintigrafie
worden gebruikt bij (doel en methode); metastasen, lage rugpijn, ontsteking aan een gewricht en nog
2 dingen
1. Gegeven: de vgl van A1 en A2. Leg uit aan de hand van seculair evenwicht. Breng de nodige
vereenvoudigingen aan waar nodig.
2. Wat is de fatale kanker coefficient ? Wat is het risico op kanker bij een eenmalige blootstelling van
5 mSv? Wat is de niet-fatale kankercoefficient?
Bijvraag: Wat is het risico op kanker voor beroepshalve blootgestelde personen? Is de
kankercoefficient voor hen groter of kleiner? antw: kleiner want er worden geen kinderen
meegerekend voor dit beroep en wel voor de gewone coefficient
3. Leg het principe uit van 18FDG PET
Voor welke van onderstaande onderzoeken zou je dit kunnen gebruiken en waarom: ontsteking van
de grote bloedvaten- levertumoren - hersentumoren - longtumoren - infectie van een heupprothese
- Natuurlijke bronnen van radioactiviteit + soort straling met voorbeelden
- Filmdosimetrie uitleggen + vergelijken met andere ( nauwkeurigheid en gebruik ).
- 3 technieken om hersenen te bestuderen.
1. transient evenwicht: ge kreeg zo die formules van A=... en dan moest ge dat toepassen op
transient evenwicht
2. thermoluminiscentiedetector uitleggen
3. 3 voorbeelden van nucleaire geneeskunde voor hersenonderzoeken
1) Leg het principe van Foto-elektrisch effect uit en relateer aan beeldvorming
2) pgen en pfat uitleggen, en de waarde geven voor de gewone bevolking
3) Leg het principe van PET-scan uit en waarvoor wordt 18-FDG best gebruikt: -longtumoren :
tumoren nemen meer glucose op
-hersentumoren : doordat hersenen zoveel glucose gebruiken,
kan je het verschil tsn tumor en nl weefsel
niet zien
-nog iets tumoren
-arthrose
-ontsteking chemotaxis van allerlei cellen die glucose
nodig hebben
1. leg fatale en niet-fatale kankerrisicoccoëfficiënt uit en geef de waarden voor de algemene
bevolking.
2. Leg kort het foto-elektrisch effect uit en zeg waarom het belangrijk is voor radionuclide
beeldvorming.
3. Wat is PET met 18F-FDG uit en zeg of dit onderzoek toepasselijk is op levertumoren, longtumoren,
hersentumoren, heuparthrose en ontsteking grote bloedvaten.
1) Natuurlijke bronnen van straling uitleggen
2) Wettelijke limieten voor bevolking
3) SPECT uitleggen + verschillen met PET

Bespreek kort de natuurlijke bronnen van Radio-activiteit/ioniserende straling. Wat is
Radon, waarom is dit belangrijk voor de stralingsbelasting?
Primordiale radionucliden: zeer grote halfwaardetijd, bij ontstaan zonnestelsel
Radio-actieve reeksen: Thorium, uranium, actinium (seculair evenwicht met dochters)
Uitwendige stralingsbelasting: gamma van 232thorium en 238uranium
= 0,46mSv/jaar (wereld)
Inwendige stralingsbelasting: gasvormig 222radon (en minder 220radon) (van th)
= 1,2mSv/jaar (wereld)
-> Stralingsbelasting longen: radon=edelgas -> geen interactie weefsels
-> dochters als 218pollonium, binden op aerosolen en zetten af op tracheo-bronchiaal
Ander primordiaal radionuclide: 40kalium (isotopische abundantie)
Uniforme verdeling lichaam, inwendige stralingsbelasting, 0,25mSv/jaar
Kosmische straling:
Primair: zware geladen deeltjes, zeer hoge energie, galactische oorsprong, stopt in bovenste lagen
atmosfeer
-> secundair: direct (elektronen) en indirect (neutronen) ioniserende component, beide
componenten verminderen naar aarde toe door attenuatie
Beneden 20km enkel secundaire van belang
Stralingsbelasting: 0,36mSv/jaar (hoger bij bergen, vliegtuigpersoneel)
Kosmogene radionucliden: interacties prim kosmische straling met atmosfeer
-> tritium (3H) en 14C
Tritium als getitrieerd water in watercyclus
14
C als CO2 in fotosynthese-> ingebouwd in planten -> ouderdomsbepaling
Inwendige stralingsbelasting: 0,01mSv/jaar
Som: 1,2mSv radon, 0,4mSv uitwendig radionucliden (bodem, gebouwen), 0,3mSv inwendig (K e.a.),
0,4mSv kosmische straling -> 2,4mSv/jaar

Ionisatiekamer, grafiek van I over U uitleggen (spanningsafhankelijkheid van aantal
ionisaties) met drie toepassingsgebieden, proportionele teller, Geiger-muller-teller, andere
persoonsdosimeters (passief en actief, nauwkeurigheid)
Ionisatiekamer:
Gasgevulde (lucht) ruimte, cilindervormige buis met centrale elektrode, potentiaalverschil aanleggen
-> elektrisch veld -> ionen driften naar centrale elektrode en worden gecollecteerd
Integrerende meting bepaalde tijd->condensator met gekende capaciteit->spanning aflezen >hoeveelheid gecollecteerde lading
Meting stralingstempo->weerstand met gekende waarde->sSpanningsval over weerstand >ionisatiestroom->blootstellingstempo
Spanning: enkele honderden volt, stralingsdetectie minder dan 1% interacties, vooral
omgevingsmonitor en dosiscalibrator
Xenon: zwaar edelgas+druk verhogen+lange kamer om efficiëntie te verhogen
Proportionele teller:
Gas als Argon voor signaalversterking (106)
Hogere spanning dan ionisatiekamer: amplificatie->secundaire elektronen vrijgesteld met hoge
snelheid->additionele ionisaties
Registratie individuele events+bepaling energie (adhv grootte stroompuls)
Geiger-Müller-teller:
Gas toegevoegd->sneeuwbaleffect toenemende ionisaties (1010)
Registratie individuele events, pulsgrootte constant (geen energiediscriminatie)
Positieve ionen bewegen trager->ionenwolken->pulserende serie ontladingen
Quencing gas (organisch) verhelpt dit: geeft makkelijk elektronen af zonder additionele ioniserende
straling uit te zenden
Omgevingsmonitor
Grafiek:
Aantal op kathode verzamelde ionen in functie van spanning (alfa en beta deeltjes)
(a) Ionenverlies door recombinatie(b) Verzadigde ionenstroom: ionisatiekamer
(c)
Proportionele teller (d) Begrensde proportionaliteit (onbruikbaar) (e) Geiger-muller teller (f)
Continue ontlading (niet bruikbaar)
Actieve (ionisatiekamer, onderscheid componenten stralingsveld (prop teller), verbetering
controle, alarmsystemen (electronische) ) en passieve (thermoluminescentie, film: integratie
activiteit, periodieke uitlezing) dosimeters
Nauwkeurigheid: halfgeleiders denser-> veel efficiënter dan gassen, hoge energieresolutie;
thermo nauwkeuriger dan film; elektronische ionisatie afgeschermd door intredevenster:
verlies lage energieën
Stralingsdetectie: gasgevulde (ionisatie), scintillatoren (lichtpulsen), halfgeleiders,
filmdosimeters, thermoluminescente kristallen, vast stof detectoren (sporen)

thermoluminiscentie dosimeter/filmdosimeter uitlegge en nog andere dosimeters voor
personen geven
Thermoluminescentie: kristal houdt stralingsenergie vast->toevoeging kleine externe energie
(warmte)-> licht uitzenden in proportie
Elektronen valentieband->bestraling->migratie naar conductieband->trap (verboden
energiezone, onzuiverheid in kristal)->stabiel gevangen in energieputje
Warmte->elektron vrij->terugval naar valentieband->licht
Verwarming in oven in donkere ruimte, fotomultiplicator->elektrische puls
Verwarming van 100° stijgend->steeds lichtopbrengst meten->gloeicurve->totale
hoeveelheid geabsorbeerde energie ≈ opp onder curve
Filmdosimeter: relatie exposie en zwarting fotografische film, gekwantificeerd via optische
densiteit (OD=logI0/I)
Verband OD en exposie afh van filmtype, zelfs van batch->calibratiecurve
Zwarting bepaald door geabsorbeerde dosis zilverkorrels->gevoeligheid afh van fotonenergie
en stralingskwaliteit
-> film in houder tussen filters met verschillende attenuatiekarakteristieken (doorlaten hoge
of lage energie) -> schatting energie straling adhv verschillende zwarting op verschillende
plaatsen
Andere voor personen: elektronische (ionisatiekamer)

Bespreek longventillatie/perfusie scintigrafie en daarna toonde hij 2 tekeningen van
longen met gearceerde zone's en moest je zeggen waar er longembool was.
Verdeling tracer in capillair netwerk longen->weergave momentane distributie perfusie
vanuit a. pulmonalis
Daarna inademen radioactief gemerkte C->verdeling in functie van regionale ventilatiefunctie
Toepassing:
Opsporen longembolie (perfusiedefect, bewaarde ventilatie)
Opsporen stoornis longdoorbloeding (pre-operatief)

Hoe kan men de effectiviteit van straling in de praktijk meten? (RBE) Geef de globale en
specifieke limieten voor publiek en beroepshalve blootgestelde personen.
Geef definitie en verschil Dosis, Relatieve Dosis, Effectieve dosis, geabsorbeerde dosis,
equivalente.
Geabsorbeerde dosis: hoeveelheid energie van stralingsveld afgezet in eenheidsmassa
absorberend materiaal: J/kg=Gray (Gy)
Equivalente dosis: houdt rekening met relatieve biologische schade H=wR*D
wR=
stralingskwaliteitsfactor (weergave relatieve biologische effectiviteit, experimenteel)
J/kg=Sievert (Sv)
Relatief biologisch effect: dosis referentiestraling/dosis beschouwde straling
Effectieve dosis: globaal effect niet-homogene dosisdistributie, rekening houdend met
relatieve stralingsgevoeligheid orgaan E=∑ wT*HT met wT= weefselwegingsfactor
Som van alle wT=1, eenheid E: Sv

Effectiviteit in praktijk meten: interne dosimetrie, dosimeters?
Limieten:
Beroepshalve: gemiddeld 20mSv/jaar over periode 5 jaar, 50mSv/jaar, 1Sv hele loopbaan
Beroepshalve (nucleaire geneeskunde en radiologie): 5mSv/jaar
Publiek: 1mSv/jaar
Familieleden en kennissen patiënten: 5mSv
Geef 3 technieken om de hersenen te bestuderen.
SPECT van bloedvoorziening
Lipofiele tracer stapelt zich op in hersenweefsel evenredig met doorbloeding, gefixeerd in
neuronen (wordt polair gemaakt en kan niet meer door bloed-hersenbarrière)
PET van glucosemetabolisme
Gemerkt glucose: opname tracer weerspiegelt glucoseverbruik

SPECT van striatale dopaminesynthese
Tracer bindt dopaminetransporter op dopamine-producerende neuronen->maat aantal dopproducerende neuronen (parkinson)
PET aminozuurmetabolisme tumoren
Gemerkt aminozuur (of analoog)->opname tracer weerspiegelt aminozuurverbruik
(hersentumor overexpressie AZ-transporter)
seculair evenwicht, die twee formules gegeven van A=A(0)... en die lange, die moet je
toepassen op seculair evenwicht, dus volledig afleiden tot je aan het besluit komt van
seculair evenwicht. daarbij nog een voorbeeld geven van moeder en dochter in seculair
evenwicht
A1=A1(0)*e-λ1*t en A2=A1(0)*(λ2/(λ2-λ1))*(e-λ1*t- e-λ2*t) (gegeven)
Vereenvoudigen: T1>>T2 of λ1<< λ2 de verhouding λ2/(λ2-λ1) nadert naar 1 en de eerste
exponent in de vergelijking voor A2 naar 1 (λ1 zeer klein)
A2= A1(0)*(1- e-λ2*t)
Grote t->nadert naar A1(0), beginactiviteit moedermolecule
A2=A1 (grote halfwaardetijd->moeder als constant beschouwd)
Voorbeeld: Germanium-68 en Gallium-68 (generatorsysteem PET)



Transient evenwicht, me formulekes gegeven, en toepassing
A2=A1(0)*(λ2/(λ2-λ1))*(e-λ1*t- e-λ2*t) (gegeven)
T1>T2 of λ1< λ2 dus e-λ2*t nadert naar nul
A2/A1= λ2/(λ2-λ1) of T1/(T1-T2) (steeds groter dan 1)
-> paradox: dochteractiviteit iets groter, maar parallel verval
Voorbeeld: 99Mo en 99mTc (66u en 6u)
Telkens Tc wordt weggenomen (elutie) wordt het weer aangemaakt tot een
maximum=activiteit Mo (ziekenhuis: leveren Mo ipv Tc 1 keer per week)
F-FDG kort de werking (pathofysiologische opname) en klinisch gebruik geven, en dan
zeggen of het gepast is of niet en wrm of wrm niet voor onderzoek/PET van:
-hersentumor (niet altijd) gebruiken zoveel glucose dat het verschil met tumor niet altijd te
zien is, liever C-methionine
-longtumor (zeer geschikt) tumoren nemen meer glucose op
-levertumor (niet altijd)
-ontsteking van grote bloedvaten (geschikt) chemotaxis van cellen die glucose nodig hebben
-heuparthrose (totaal niet)
Werking: FDG (fluodeoxyglucose, positronemissie) opgenomen als glucose, wordt
gefosforyleerd tot FDG-6-DP->kan niet uit cel, kan niet verder worden gemetaboliseerd
Na radioactief verval->wordt glucose-6-fosfaat en krijgt hydroxylgroep 2’->gemetaboliseerd
als normaal glucose->non-radioactieve eindproducten
Bespreek kort beta(-)-straling, geef een voorbeeld van een radionuclide en een
biomedische toepassing.
Protonendeficiënt: neutron->proton, elektron (β--deeltje) en antineutrino
Energie gedeeld door elektron en antineutrino. Massagetal hetzelfde, element verandert.
Deeltjes uitgezonden met continu energiespectrum (gem=Emax/3)

Penetratiediepte afhankelijk van energie, maar altijd klein: geen beeldvorming
Soms dochterkern geëxciteerd->gammastralen->beeldvorming (maar hoge stralingsbelasting
van beta-deeltjes).
Beter voor radionuclidentherapie: schildklieraandoeningen (131I)
Voorbeeld: 99Mo->99mTc (na 6u isomere transitie, gammastralen)
Toepassing: in vitro onderzoek DNA-synthese (radiogemerkt thymidine)>vloeistofscintillatiemeting of autoradiografie
Leg het principe van SPECT en geef een aantal verschillen met PET, gammacamera.
SPECT:
Drie-dimensionele beeldvorming dmv multipele projecties van een gammacamera.
Analytische reconstructie: 1 snede->terugprojecties voor alle projecties
>reconstructie emissieactiviteit object (fourier-transformatie)
Beelden worden gefilterd van ruis->gefilterde terugprojectie.
Iteratieve methoden: oplossen systeem lineaire vergelijkingen (vgl van elke projectie)
-> verbeterde beeldkwaliteit (beter contrast)
Beelddegradatie:
Attenuatie: minder fotonen gedetecteerd van diepere organen (absorptie)
Corrigeren met attenuatiemap of lichaam homogeen attenuerend veronderstellen
Verstrooiing: Compton-verstrooiing: vals-positieven->minder contrast
Corrigeren: meerdere energievensters opnemen
Partieel volume effecten: objectgrootte rond resolutie->activiteit lijkt meer verspreid
Corrigeren: vergelijken met info hoge resolutie (MRI, CT)
PET:
Coïncidentiedetectie: positronen zorgen voor 2 fotonen met 180° verschil->ringvormige
detector
Enkel coïncident gedetecteerde fotonen beschouwd in berekening plaats van
activiteitsherkomst->elektronische collimatie
Detector met hoge dichtheid om 511keV fotonen tegen te houden en korte scintillatietijd
voor coïncidentie bv bismut germanaat
Gevoeligheid per invallende straal 16 tot 20 keer hoger dan SPECT (hogere detectieefficiëntie en elektronische collimatie)
Meestal meervoudige ring, patiënt gaat hier stapsgewijs door voor total body.
Twee-dimensionale mode: hoge Z septa tussen detectieringen: minder verstrooide events
gedetecteerd
Drie-dimensionale mode: gevoeliger maar meer verstrooide fotonen: random coïncidenties
Combinatie met CT->structuur en functie bekijken, sensitief (PET) en specifiek (CT)
Ruimtelijke resolutie: dracht uitgezonden positron (2 tot 20mm) en 180°
-> resolutie 1,5 tot 3mm
Breedte op halve hoogte: ook invloed detectorelementen -> 4-6mm
Correctiefactoren:
Attenuatiecorrectie mbv transmissiebeeld roterende staaf of puntbron met bv germanium 68
Correctie verstrooide en willekeurige detectie
Partieel-volume effect minder uitgesproken dan SPECT (hogere ruimtelijke resolutie)
Gammacamera:
Kristal: dikker->efficiënter
Fotomultiplicator: tientallen in een camera
Camera ziet een enkel foton op bep tijdstip->positie in vlak bepalen adhv Anger-logica. Tellen
verschillende PMT opgeteld en positie foton berekend.
Intrinsieke ruimtelijke resolutie: 3-4mm door statistische fluctuaties PMT en Poisson ruis en
meervoudige verstrooiingen in kristal. Lagere energie->minder elektronen per scintillatie>hogere statistische fluctuaties->lagere resolutie
Collimatie: fotonen ongewilde richting tegenhouden
Septa tussen collimator smalle dikte (detectoroppervlak minder maskeren)->hoge dichtheid
nodig
Nadeel: fotonenflux gereduceerd->minder gevoeligheid
Extrinsieke ruimtelijke resolutie: collimatorresolutie: breedte op halve hoogte
Resolutie neemt toe met afstand tot detector, verschillende collimatoren geven
verschillende resolutie (afwegen gevoeligheid en resolutie)
Parallel-hole, pinhole, fanbeam

Leg positronverval uit, geef medische toepassing en voorbeeld van atoom. Bijvraag: Hoe
verkrijg je de energie van gammastralen: E=mc²
Neutronendeficiënt->proton wordt neutron, positron (beta-plus) en neutrino
Massagetal zelfde, element verandert.
Deeltjes continu spectrum
Annihilatiestraling: positron kan niet in rust in materie->kin E afgegeven
>combineert met elektron->massa wordt energie 2 511keV gammastralen 180°
Kan enkel bij minimum overschot energie (exces) van 1022keV, rest energie ook mee met
positron.
Dochter soms nog teveel energie->andere emissies
Nuclide: 15O naar 15N
Toepassing: PET


Bespreek botscintigrafie met Tc-bifosfonaten, welk voordeel biedt 3D-SPECT hierbij?
Bijvraag: verklaar waarom dit (niet) kan gebruikt
worden voor evaluatie van botmetastasen bij borstkanker, multiple myeloom,
osteomyelitis, longmetastasen en lage rugpijn.
Gebruikt voor skeletpathologie (stress en occulte fracturen). Intraveneus.
Normaal homogene tracerverdeling in botmassa (neerslag in hydroxyapatietmatrix, toont
osteoblastische activiteit)
Warme zone->osteoblastische reactie op botlaesie, maligne nieuwvorming, verhoogde
doorbloeding (osteoma)
Koude zone->osteolytisch letsel, osteolytische metastase, infarct
-> vroeg opsporen letsels, gevoeliger dan RX; aard afwijking: radiologisch onderzoek nodig
voor specifieke diagnose
Bevloeiing nagaan-> tracerinjectie onder gammacamera
Voordeel 3D: occulte fracturen
Lage rugpijn-> facetartrose
Borstkanker, myeloom->veel voorkomend metastasen in bot
Longmetastasen->minder voorkomend in bot
Multiple myeloom->ander verborgen?
Wat zorgt voor attenuatie? Lineaire attenuatiecoefficient; definitie. Welke interacties
treden op?
Individuele interacties van fotonen met het medium (foto-elektrisch effect, compton
verstrooiing, paarvorming)->vermindering intensiteit bundel.
Attenuatiecoëfficiënt μ=-δI/δx*1/I met I=intensiteit (invallende fotonen) en x=dikte laag


Is constante factor voor een bepaald weefsel, afhankelijk van energie invallende bundel. Is
probabiliteit dat foton verdwijnt voor die laagdikte
Attenuatiecoëfficiënt voor bepaalde chemische samenstelling recht evenredig met
massadichtheid->differentiële attenuatie basis CT
Noem een voorbeeld + principe van het gebruik van nucleaire geneeskunde toegepast op
het hart
Perfusiescintigrafie myocard met Tc-99m MIBI
K-analoog->maat perfusie. Meten bij inspanning en rust->defecten vergelijken
Myocardnecrose vs ischemisch bedreigd
Wat is het risico om een fatale kanker te krijgen bij een jaarlijks gemiddelde natuurlijke
bestraling en bij maximale bestraling van beroepshalve mensen. Risico niet-fatale kanker
Fatale kankerrisico-coëfficiënt: pfat=5*10-5 mSv-1 = 0,05mSv-1 = som risicofactoren voor alle
weefsels en organen
Berekenen gemiddeld levenslang risico voor kanker en leukemie door gekende hoeveelheid
lage dosis stralingsblootstelling: pfat*effectieve dosis in mSv
Jaarlijks gemiddelde natuurlijke bestraling=2,4mSv/jaar->0,12
Maximale beroepshalve straling: 50mSv/jaar->2,5
Loss of Life Expectancy: contextuele info
1 jaar per Sv bij hoge dosis en dosistempo, minder dan 0,5 jaar per Sv bij diagnostische
procedures
Beroep: 3-4mSv/jaar tijdens professioneel leven, jaarlijks risico 1,2/10000; totaal 5/1000 en
25 dagen
Pgen=risico genetische afwijkingen tgv straling (niet-fataal)=1*10-5mSv-1=0,01mSv-1

Leg het principe van Foto-elektrisch effect uit en relateer aan beeldvorming
Energie foton volledig naar orbitaalelektron->foton weg, elektron uit atoom->ionisatie
Elektron dicht bij kern->karakteristieke X-straling
(voldoende lage energie om niet te interfereren met ingezonden X- of gammastraling)
Biologische effecten: foto-elektron als direct ioniserend deeltje
Kans op effect sterk Z-afhankelijk->zware metalen goede afscherming X-en gammastraling

Geef de stabiliteitslijn weer met een grafiek, geef waar er welk soort verval is, geef een
voorbeeld van elk soort verval.
Verhouding N/Z neemt toe wanneer Z toeneemt (N op x-as)
Boven grafiek: neutrondeficiënt (betaplus, electroncapture, alfa)
Onder grafiek: protondeficiënt (betamin)
Betaplus (positronverval): 11,6C->11,5B
Betamin (elektronverval): 90,39Y->90,40Zr
Electroncapture: 51,24Cr->51,23V
Alfa: 238, 92U->234,90Th

Leg uit hoe thermoluminescentie werkt, geef nog andere dosimeters en hun toepassingen.

Geef enkele radionucliden waarmee men de schildklier kan bestuderen.
99m
TcO4-, 123I, 201Tl, intraveneus
Joodhonger of trapping fenomeen->hyper/hypocaptatie
Hyper: hyperfunctie globaal of focaal, verminderde joodpool, dyshormogenese
Hypo: hypofunctie, toegenomen joodpool, suppressie schildklieractiviteit T3 en T4
Koude nodulus: koud voor Tc, warm voor Tl->cellulariteit met kans maligniteit (evolutief
letsel)
Download