FOTO Saddam aansteker of horloges

advertisement
FOTO Saddam aansteker of horloges;
In Sadoon street doet Saddam goede zaken. Ali Muhammed wrijft al in zijn handen
als ie me aan ziet komen. "America? Salaam maleikum', de zakenman verwelkomt me
vrolijk. 'Kopje thee?.
Ali heeft zijn winkel volgestouwd met Saddam parafernalia; horloges, aanstekers,
stickers, klokken, bankbiljetten, postzegels, kaartspelen, munten, sleutelhangers,
buttons, vlaggen, tapijten, en zelfs serviesgoed. Waar een afbeelding van Saddam op
staat gaat voor grof geld de deur uit.
De nieuwste mode op Saddam-horloge gebied is een wanstantelijk, foeilelijk metalen
horloge, met een afbeelding van Saddam met baard erin. Het ding kost al gauw 30
dollar en vindt grif aftrek bij kooplustige Amerikanen en journalisten. Als ik nog maar
net in de winkel van Ali ben stormen er 20 Japanse journalisten binnen en kopen als
een stel losgeslagen moeders op de drie Dwaze Dagen van de Bijenkorf alles wat los
en vast zit. (Er zijn momenteel 400! Japanse journalisten in het land, om de
verrichtingen van de (eerste) 11 Japanse soldaten in Irak te verslaan...). Na 20
minuten lopen ze, opgewonden kakelend, met plasticzakken vol troep naar buiten. Ali
telt zijn geld; 880 dollar! Ali moet lachen want dezelfde aanstekers die Ali voor 10
dollar per stuk verkoopt gaan op straat weg voor minder dan 3 dollar.
Wat maakt het die Jappen uit, dit zijn geen gewone aanstekers, dit zijn souverniers.
Het pronkstuk is een zilverkleurige aansteker in de vorm van een hart. Links staat een
afbeelding van George Bush, rechts die van Saddam Hussein. In het midden een
vliegtuig die licht geeft zodra je de aansteker aansteekt. Dat gebeurt door een metalen
vliegtuig op te klappen, zodat de zippo ontstoken kan worden. Na een seconde krijgt
het vlammetje een groen fluoriserende kleur. Een andere aansteker heeft naast de
afbeelding van Saddam een vliegtuig die drie bommen afwerpt. Zodra deze zippo
opengaat lichten de bommen een voor een op, onderaan ontploffent de bom. Eronder
staat de cryptische tekst; 'Anxiety peace we'.
Horloges zijn te koop vanaf 30 dollar. Toen ik hier in 1998 was kon je originele oude
Saddam horloges kopen voor niet meer dan 10$, voor dit soort horloges moet je nu
minsten 300$ betalen. Ali heeft een gouden Longines voor 600$ in de aanbieding.
Overal waar Saddams hoofd op staat is handel. Zelfs de bankbiljetten die nog maar
een maand geleden uit de roulatie werden genomen worden nu voor het viervoudige
van het oorspronkelijke bedrag verkocht. Een deurmat waarop je je voeten over het
hoofd van Saddam kan afvegen.
Het kaartspel van de Amerikanen waarop Saddam en alle andere meest gezochte
Baathpartijleden staan afgebeeld is ook populair. Een vrouw van een van deze top
krijgsgevangenen wist me te vertellen dat CIA ondervragers haar man dwongen zijn
eigen kaart te ondertekenen, anders mocht ie niet naar het toilet. Een set kaarten
ondertekend door Tarik Aziz, Saddam Hussein en alle anderen, neen, helaas dat heeft
Ali niet te koop. Jammer want het zal later veel geld waard zijn...
FOTO Bremer eet op kantoor.
'Goedenmiddag’, Paul Bremer geeft me een hand.'Goeidemorgen ambassadeur',
antwoord ik. Bremer lacht en vraagt me zijn vergissing te vergeven, het is al een tijd
geleden dat de Ambassadeur van Irak Nederlands sprak. Bremer was een aantal jaren
de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag. In zijn Iraakse villa hangen foto's van
Hollandse bollenvelden.
Ik ben als Newsweek fotograaf enkele dagen 'vlieg op de muur' bij de ambassadeur en
zal hem bij al zijn actieviteiten volgen.
.
Paul Bremer heeft haast, Amerika’s nieuwe Mac Arthur heeft nog maar vijf maanden
tijd om Irak op het juiste spoor te zetten, daarna moeten de Irakezen zelf de schuit
trekken. De nieuwe regering van Irak zal 30 juni al geinstalleerd zijn. In het krappe
kantoor van Bremer is het een gaan en komen. ‘Schema, schema, schema dat is wat ik
wil’, roept Bremer. Hij managed tot nu toe al 1750 projecten. Bremer blijkt een man
met een ongeloofelijke feitenkennis. Of het om de olieindustrie of het
emancipatieproces van vrouwen in irak gaat, Bremer kent alle feiten, data's en
percentages uit het hoofd en corrigeert zijn medewerkers op een vriendelijke manier.
Bremer beslist direkt, zonder enige twijfel. Voor bedragen boven de 100 miljoen
dollar heeft hij toestemming van Washington nodig. Bijna iedere dag is hij aan de
rode telefoon met Gondaleezza Rice in het Witte Huis in overleg. Hij eet van een
plastic bordje naast zijn computer en heeft niet eens tijd het blikje fanta in een glas te
schenken.
Hij is maar net terug van Verenigde Naties waar hij Kofi Anan om hulp heeft
gevraagd om problemen met de Shi’itische leider Sistani op te lossen. Sistani heeft
direkte verkiezingen in juni geeist, maar dat is onmogelijk omdat de kiezers nog niet
geregistreerd zijn. Ondertussen vergaderd bremer met de Kurdische leiders die nog
voor de Iraakse regering geinstalleerd wordt om autonomie in het Noorden vragen.
‘Uitgesloten’, volgens Bremer.
De (tijdelijke) Iraakse minister van Energie komt binnenvallen en vraagt direkt 200
miljoen extra. Als Bremer zegt geen budget te hebben, en hem al 400 miljoen eerder
in het jaar gaf, en de komende Iraakse regering vast een nog krapper buget heeft
antwoord de minister lakoniek. ‘Geef dat geld nou maar, wat maakt jou dat uit’, zegt
hij, Jij gaat toch weg in juni’. Bremer reageert ‘not amused’.
FOTO Bremers Bodyguards; en foto van studenten die hem fotograferen
Bremers' bodyguards zien er stoer en gevaarlijk uit. Het zijn enorme kerels, zwaar
bewapend met machinegeweren, pistolen en messen. Dragen altijd een kogelvrijvest
en in het linkeroor zit een oortelefoon. De hoogste baas van Irak is het meest gewilde
doelwit van terroristen enhet iraakse verzet. Hij wordt daarom nog beter bewaakt dan
de Amerikaanse president Bush, zelfs als de Bremer naar het toilet gaat, 10 meter van
zijn kantoor, wordt hij door 4 man begeleid.
Bij een diploma uitreiking van Iraakse studenten die een uitnodiging krijgen om in
Amerika verder te studeren wordt hij na afloop van de plechtigheid bestormt door
studenten die met hem op de foto willen. Een vrouw van middelbare leeftijd geeft de
ambassadeur een dikke zoen.'Iraqi people love you very much', zegt ze. 'Behalve
diegenen die me proberen te vermoorden', lacht Bremer terug.
FOTO Bremer stapt uit de heli.
Ik vlieg met ambassadeur Bremer mee naar Mosul. Een dag eerder was een Black
Hawk helikopter in de Tigris gestort, maar dat scheint de ambassadeur niet te storen.
Net als gisteren geeft hij zichzelf geen seconde rust. Hij leest en leest documenten,
zelfs als de Black Hawk schuin langs de daken van Baghdad scheert kijkt hij niet op
of om. Bremer heeft haast en gunt zichzelf geen tijd.
We landen op vliegveld Baghdad en stappen over in een militair transport vliegtuig.
In het vrachtruim nemen we plaats op rode netten die als bank dienen. Al twee keer
eerder heeft het Iraaks verzet het afgelopen jaar met een raket een vliegtuig geraakt.
De piloten nemen daarom geen enkel risico en stijgen zo stijl mogelijk op om zo snel
mogelijk hoogte te winnen. We hangen schuin in de netten en onze oren ploppen door
de snel veranderende hoogte steeds dicht. De landing is nog erger, alsof je in de
achtbaan zit duikt het vliegtuig naar de beneden. Zelfs de stoere bodyguards houden
zich angstig vast aan de netten. En Bremer.. die leest vrolijk door.
FOTO Iraakse leger oefent ‘droog’
In Mosul bezoekt Bremer een training van het nieuw te vormen Iraakse leger. Bremer
wordt met geklap en gejoel door de jonge soldaten begroet. Iraakse soldaten (en
politie) worden klaargestoomd om zo snel mogelijk het Amerikaanse leger, waar
mogelijk, te vervangen. Dit heeft de grootste prioriteit. Tot nu toe is Irak uiterst
gevaarlijk er zijn bendes, terroristen en Al Qaida actief. De politie wordt dagelijks
aangevallen en het nieuw te vormen leger gaat langzaam.
De soldaten vinden het fantastisch dat ze zoveel aandacht krijgen. Zo demostreren ze
een inval en hoe ze zich moeten bewaken als zich per auto bewegen. Ze doen alsof ze
een geweer in handen hebben, maar eigenlijk houden ze lucht vast. Van de
wereldkampieoschappen ‘luchtgitaar’ spelen had ik al gehoord, maar het Iraakse
‘luchtpistool’ spelen is nieuw voor me. Ik moet lachen als ik de soldaten fotografeer,
maar ze kijken uiterst serieus terug.
FOTO Mickey Mouse in Irak
Ali heeft bruine tanden en zich zeker al vijf dagen niet gewassen en geschoren. Zijn
paarse jalabya hangt strak over zijn veel te dikke buik en zit vol met smeervlekken.
Ali is pooier in Bagdad, hij runt twee bordelen waar zeven meisjes voor hem werken.
Prostitutie is redelijk geaccepteers in Irak; waar moet een met met zijn behoeftes
anders heen in het Islamitiche land. Uday, Saddams playboy zoon was een notoire
hoerenloper en op studentenfeesten huren de jongens vaak dames in om de boel een
beetje op te vrolijken.
Ik heb een opdracht om prostitutie in Irak te fotograferen, maar Ali vraag 300$ entree,
een bedrag dat mijn fotoredakteur niet waardeerd al krijg ik volgens Ali dan wel een
‘very good show’ te zien. Voor ik zonder foto vertrek kijk ik nog even langs Alis’s
dikke buik naar binnen. Een meisje drinkt een koje thee op een fluweel groene bank.
Niet echt opwindend, tja, het blijft Irak.
Als ik met mijn chauffeur Jamal terugrijdt zien we een Mickey Mouse op de weg
staan. Ik stop de auto en fotografeer de muis. In het Mickey Mouse pak ziet een man
die Mohammed heet, hij werkt voor een kindvriendelijk restaurant en is op straat
neergezet om klanten binnen te lokken.
Als ik in de auto stap schudt jamal zijn hoofd; ‘het wordt steeds gekker in dit land’,
lacht hij, ‘Ali is een pooier en Mohammed is Mickey Mouse’.
FOTO Bomaanslag bij CPA
Ka Boeemmmm. Ik schrik wakker van een enorme knal. Ik loop naar het raam en kijk
of er iets te zien is, ik zie alleen wat duiven verschrikt opvliegen. Voor de zekerheid
kleed ik me aan en pak mijn camera. Jamal heeft de auto al gestart als ik beneden
kom. Mijn collega Mike stapt in en we rijden weg. Mike is net uit Washington
aangekomen. Met zijn ongeschoren kop en ongekamde haren en kogelvrijvest ziet hij
er grappig uit. Ik geef hem een walkie talkie en een sateliettelefoon. Over de radio
horen we dat er een autobom is afgegaan bij de ingang van de Coalition Provision
Authorithy. Er zouden veel doden zijn gevallen. We hebben haast, maar het verkeer is
vanochtend een hel, er is geen doorkomen aan. We staan al een half uur stil op het
Mansour plein, dat is 5 minuten van ons huis. Als er in Baghdad een hoofdweg wordt
afgesloten ligt de halve stad plat. Jamal, de chauffeur besluit een andere route nemen.
Ook deze weg staat vol met auto's, maar mijn chauffeur geeft niet op en rijdt nu over
de stoep langs de file. Wie moet ons in dit land een bekeuring geven?
We zijn eindelijk in de buurt van de bom en stappen uit. We lopen een brede
boulevard af en zien in de verte Amerikaanse soldaten met hun Humvees de weg
blokkeren. De commandant stapt op me af, bekijkt mijn perskaart en wijst aan tot
waar ik mag komen, zowaar een aardige kerel. In de mist voor me staan tientallen
uitgebrande, vernielde autowrakken. Glas en metaal ligt verspreid over de grond.
Soldaten met honden zoeken naar menselijke resten. Alle ruiten van de huizen
rondom ons zijn eruit geslagen. Ik neem de trap omhoog en loop een verdieping op.
Wat een armoede! In kleine kamers wonen hele gezinnen, het is er muf en vies.
Kinderen rapen glas van de vloer een moeder begint te jammeren, ik verwijs haar naar
Mike, de journalist. Ik maak wat foto's, maar er is niet veel te zien. Het gezin links
van de trap vertelt ons dat de zelfmoordenaar een terrorist is van Al Qaida, Irakezen
doen alles voor geld, maar zullen zichzelf nooit opblazen, zegt de man uitgesproken.
Het gezin rechts van de trap heeft een heel andere mening. De man des huizes zegt dat
dit de schuld van de Amerikanen en Joden is. Hij zag zelf dat een helikopter een raket
afvuurde. Ook beweert de man dat veel Amerikaanse helikopterpiloten van Joodse
komaf zijn. Mike slaat zijn aanteking boekje met een zucht dicht. We besluiten naar
het ziekenhuis te rijden.
We komen aan bij het plaatselijke hospitaal, maar niemand laat me binnen. Je moet
tegenwoordig een brief met toestemming van het ministerie van gezondheid bij je
dragen om als pers binnen te mogen. Ik ben verbaasd en vertel de wacht dat ik in zijn
hospitaal al in 1998 fotografeerde en in Juni er voor Unicef werkte. Toevallig loopt de
ziekenhuis directeur voorbij, de man herkent me en laat ons binnen.'Vijf minuten,
omdat jij het bent. Je mag alleen gewonden fotograferen, de doden niet', zegt hij. Ik
wordt een zaal binnengeduwd, er ligt een man met een verband om zijn hoofd in een
bed. Uit beleefdheid maak ik een foto. Maar als ik de gang inloop staat daar een man
in shock. Zijn gezicht, zijn handen en kleren zitten onder rood, geronnen bloed. Hij
heeft een bebloede kaart om zijn nek, hij heet Yassin. Het blijky het bloed van zijn
zoon te zijn. Samen stonden ze in de rij om bij de CPA te gaan werken toen de bom
ontplofte. De man overleefde, maar zijn zoon niet. Het is vreselijk om de man daar te
zien staan, maar ik realiseer me dat het ook een goede foto is. Ik pak mijn camera en
maak enkele opnames.
Dan stormt een Italiaans tv-team naar binnen en beginnen vragen aan de man te
stellen. De ziekenhuis directeur ontploft. 'Mijn ziekenhuis uit, tuig', schreewt hij.
Yassin vlucht een kamer in, ik volg hem. De man gaat verslagen naast een bed zitten,
ik begrijp dat onder de deken het dode lichaam van zijn zoon ligt. Ik maak een foto en
weet dat ie onscherp is. Ik wil een tweede keer op de knop drukken als de ziekenhuis
bewaking binnenstormt. Ik druk snel af. Een man gaat voor me staan en zegt dat ik
weg moet. Ik praat als brugman om deze foto te mogen maken, maar na de Italiaanse
inval wil niemand meer naar me luisteren. Buiten het ziekenhuis bedank ik mijn fijne
Italiaanse collega's voor hun onbeschofte gedrag. Mike en ik zijn allebei vader van
twee kinderen, aangeslagen zitten we in de auto en weten even niet wat we willen
zeggen. Over de radio horen we dat minsten 22 mensen zijn omgekomen. Het was de
grootste zelfmaardaanslag sinds november. Ook in Tikrit en in Basra was een aanslag.
De oorlog in Irak is nog geen jaar oud. Toch is de ellende nu al groter dan 17 jaar
oolrog in Libanon. En dat terwijl de burgeroorlog hier nog niet eens is begonnen.
FOTO olievelden van Kirkuk
We rijden in een kanariegele Caprice naar Kirkuk voor een reportage over de
olievelden. De auto is snel en dat is handig, want deze weg is berucht om zijn
gewapende overvallen.
Maar in een onherbergzame streek op 40 minuten van het dichtbijzijndste gehucht
stopt de motor. De benzine in Irak is erg vuil en soms loopt de benzinepomp van de
motor vast. Mijn collega en ik zijn'not amused' we staan stil op een weg temidden van
een soort maanlandschap. Onze chauffeur vloekt, de vertaler zegt dat we absoluut niet
uit de auto mogen stappen. Er stopt een auto voor ons en drie mannen met baarden
lopen op onze auto af. “Shit’ roept mijn collega. Ook ik zit in spanning, ‘ze zijn
aardig, ze lachen’, zeg ik opgelucht. De mannen kijken onder de motorkap en een
man lopt naar de kofferruimte. Daar rommelt hij wat, de chauffeur start de auto en de
motor loopt weer. We hebben geluk de Caprice heeft een reservebenzinepomp, een
niet overbodige luxe in Irak. Opgelucht halen we adem en vervolgen onze weg naar
Kirkuk.
We hebben een afspraak met een Amerikaanse kolonel, maar hij blijkt niet aanwezig,
we worden doorverwezen naar de Amerikaanse luchtmachtbasis.We vragen bij de
luchtmachtbasis naar de Public Affair officer. Het is steenkoud en moeten bij het
checkpoint op hem wachten De PAO komt opdagen en neemt ons mee op de basis.
Hij is buitengewoon vriendelijk en vraagt ons naar ene Marie te gaan die als
persvertegenwoordiger op de olievelden werkt. We komen aan op de olievelden, er
lopen hier veel wachten met allerlei soorten wapens, maar niemand heeft ooit van
deze Amerikaanse vrouw gehoord. De Irakezen hebben de vreemde gewoonte om niet
'nee' te willen zeggen, dat is onbeleefd. Ook deze mannen willen ons niet vertellen dat
ze geen idee hebben waar deze Marie uithangt en verzinnen stuk voor stuk hun eigen
verhaal. We zijn nu van hot naar her gestuurd en hebben nog steeds niet de vrouw
gevonden. We gaan terug naar de luchtmachtbasis, waar we weer een twintig minuten
in de kou moeten wachten. De PAO van de luchtmachtbasis geeft onze chauffeur
duidelijke aanwijzingen en beloofd de dame in kwestie een mail te sturen.We rijden
nu al een half uur rond op de olievelden, maar ondanks de duidelijke aanwijzingen is
het kantoor van de vrouw niet te vinden. We geven het op en gaan terug naar ons
hotel. Er komt een email binnen, de vrouw beloofd ons te bellen op de
sateliettelefoon. Eindelijk, de dame in kwestie belt ons. Ze heeft ons weinig te
vertellen. Ja zij is inderdaad degene die de pers te woord staat inzake oliezaken, maar
heeft geen enkele bevoegdheid om ons de velden te laten zien. Neen, foto's zijn
uitgesloten, ze beweert dat het verzet anders te weten komt waar de oliepijpleidingen
liggen. Mijn collega lacht haar over de telefoon uit. De doorgewinterde journalist zegt
'Jongedame je kunt in winkels in Kirkuk en Baghdad een plattegrond kopen waar
exact staat vermeld waar die pijpleidingen liggen'. De vrouw reageert verbaasd, maar
wilt van niets weten, geen toestemming.
De volgende dag proberen we nogmaals de kolonel te vinden, maar die komt vandaag
wederom niet opdagen. Een Irakese secretaresse kijkt ons verveeld aan. Wijst ons een
deur; 'Ga daar maar heen' zegt ze. Ene luitenant Lee kijkt ons amper aan vanachter
zijn compouter en vertelt ons contact op te nemen met dezelfde PAO die we een dag
eerder op de luchtmachtbasis hebben gesproken.De beveiligingsmaatschappij die de
beveiliging van de pijpleidingen en olievelden regelt belt ons na 5 dagen eindelijk
terug. Ze willen ons morgenochtend alles laten zien. Eindelijk. In het hotel besluiten
we nogmaals de luchtmachtbasis per mail te vragen voor assistentie, mischien kan
iemand ons begeleiden om vandaag al de olievelden te fotograferen of willen ze ons
meenemen in een helikopter voor een lucht foto. De PAO mailt ons terug dat hij ons
heel graag helpt met alles wat we in Kirkuk willen doen , behalve alles wat met olie te
maken heeft. Als we verder nog vragen hebben waarbij hij ons niet van dienst kan zijn
moeten we hem maar een email sturen! En zo ben ik twee dagen lang van hot naar her
gestuurd, terwijl we dachten al onze afspraken al vanuit Bagdad te hebben geregeld.
De hele dag hang ik verveelt rond in mijn hotelkamer en kijk 4 films, in Kirkuk is
niets te doen, in ons hotel is niets te doen, ze serveren zelfs geen bier.
FOTO Hardrock in baghdad
Ahmed lijkt een beetje op Freddy Mercury, hij draagt een zwart t shirt, zwarte
spijkerbroek en heeft een leren handschoen met afgeknipte vingers aan zijn
linkerhand. In de plaatselijke bingozaal springt hij een meter in de lucht en roept in
een microfoon 'motherfuckerrrrrrrrrr!'. De gitarist leunt achterover en laat zijn gitaar
gieren, de boxen staan op tien. De drummer heeft de mouwen van zijn t shirt
afgeknipt en een zwarte wollen muts opgezet. Hij beukt op de drums in een moordend
tempo.
Vanachter schoolbankjes schudden 20 pubers hun hoofd op de maat van de muziek.
Het zwarte haar staat rechtop van de gel, rode puisten glimmen op als het licht van de
spiegel 'disco' bol hen in het gezicht scheint. Als een van de jongens eindelijk naar
voren springt en 'headbangend' door de ruimte springt sta ik met 4 collega's en een tv
team me te verdringen om het eertse heavy metal concert na de oorlog in Bagdad vast
te leggen.
Het is een bescheiden en zeker moedige poging om een normaal leven in Bagdad op
gang te brengen. Deze heavy metal band heeft, heel slim, ook enkele aankondigingen
in een journalisten hotel opgehangen en vragen per bezoekende journalist 10 dollar
entrée. Zij zijn vanmiddag het levende bewijs dat iedereen 10 minuten in zijn leven
beroemd kan zijn. Ondanks dat de muziek nu niet bepaald fantastisch is, de bingozaal
niet echt een toplocatie, en het publiek slechts 20 jongens zijn, die het gehele concert
braaf in de schoolbankjes blijven zitten. Ondanks dat staan de bandleden twee uur
lang intervieuws af aan diverse journalisten en tv stations. Als het concert is
afgesloten met 'A whole lot of Rosie' van AC/DC sta ik na enkele minuten met
fluitende oren weer op straat. Een kind roept 'Mister, mister, give me money', het
kruispunt is volgelopen met toeternde auto's. Ik knipper met mijn ogen en ben weer
terug in Bagdads’ realiteit van alle dag.
FOTO Vrouw achter prikkeldraad wacht op vrijlating gevangen zoon.
Tijdens het ontbijt hoor ik op BBC world dat de Amerikanen vandaag 500
gevangenen vrijlaten. Ik besluit eerst bij de Abu Ghreib gevangenis poolhoogte te
nemen. Voor de gevangenis wachten honderden familieleden achter prikkedraad de
vrijlating af. Veel familie heeft geen benul waar hun zoon of vader na arrestatie door
de Amerikanen is gebleven en komt hier op de gok. Ik maak wat fotos van de
wachtende meute als uit het niets een Amerikaanse soldaat mijn camera grijpt. 'That’s
mine', zegt hij. Ik ben verbaasd en vraag hem wat ie van plan is. Hij wil mijn camera
afnemen, ik heb de gevangenis gefotografeerd en dat gebouw blijkt plots top secret. Ik
maak hem duidelijk dat ie van me camera moet afblijven en ik bereid ben de fotos te
verwijderen. De soldaat wil de film, maar dat lukt niet met digitale camera;s. Ik laat
hem de foto op het schermpje op de achterwand zien en druk op delete, dat doe ik
tweemaal en zet dan met mijn andere hand de camera uit. 'Kijk alle foto's zijn weg',
zeg ik en ik wijs op het zwarte schermpje.
FOTO Minibusje en de bom
Onderweg naar Sadr City ontploft een bom op nog geen 300 meter van onze auto. De
auto trilt, aan de rechterkant op Palestine road zie ik een witte rookkolom. We rijden
snel naar de plek en ik ben nog geen minuut na de explosie daar. Een militair konvooi
is dan al vertrokken. Op de weg staat een minibusje. De voorruit is gebroken en de
gehele auto zit onder de modder. Naast de weg is een groot gat in de modder
geslagen. Het blijkt om een aanslag met een IED (Improvised Explosive device) te
gaan. Het zijn bommen die het verzet naast de weg leggen en met een
afstandbediening laten ontploffen als een Amerikaans militair convooi langsrijdt.
Gelukkig zijn er geen doden gevallen. De eigenaar van de bus bloedt aan zijn hoofd,
dat is alles. Een wonder want er zijn dagelijks zo’n 40 aanslagen in Irak, waarvan
tientallen met dit soort bommen, waarbij al honderden doden vielen.
FOTO man schilder Saddam met baard
Het is maandag en nog 5 dagen voor de deadline. Ik kan het rustig aan doen. Ik laat
me naar de kunstgalerijen van Bagdad rijden. Je hebt er tientallen en zijn erg grappig.
Tijdens de dictatuur van Saddam waren kunstenaars verplicht portretten van hun
dictator te schilderen. Die tijden zijn voorbij, maar de meeste schilders weten nog niet
met hun nieuw verworven creatieve vrijheid om te gaan. Zo zijn er schilders die nu de
Amerikaanse Adelaar gehuld in de ‘stars and stripes’ vlag schilderen. De
galeriehouder vertelt me dat die dingen heel populair zijn bij Amerikaanse generaals.
Een andere kunstenaar schildert uitsluitend portretten van Amerikaanse soldaten. Ik
vond slechts een creatieveling die het waagde een grauw schilderij te tekenen van
Saddam met baard en zeven ratten op zijn schouders. Maar in het algemeen krijg je in
deze galeries gewoon een kunstboek in je handen gedrukt en kun je kiezen; een Van
Gogh, een Gaugain, een Picasso of een Warhol het maakt niet uit van wie en welk
beroemd schilderij. Voor 70 dollar krijg je gegarandeerd binnen twee weken een
prachtig namaak schilderij van een heel beroemde schilder geschilderd door een heel
onbekende Irakees. Als dat geen kunst is?
FOTO muziekschool Irak
De laatste dag van het oude jaar in Bagdad begint positief. Met een dans en muziek
voorstelling van de balletschool. Net na de oorlog hebben de Ali Baba's (het Iraaks
voor dief) de gehele parketvloer uit de school geroofd. De pianos zijn vernield, onder
een dikke laag stof komt een iel geluid als je op de toetsen druk. Een ruimte is een
beetje opgeknapt, er ligt een groot zeil op de vloer en er hangen slingers en balonnen
aan de muur. Het optreden van de kinderen is een ware happening in Bagdad, zelfs
een minister komt opdagen om het geheel een officieel tintje te geven. De grand finale
is het Bagdad kinderkoor, uit tientallen kelen klinkt het 'Do-re-mi' uit de Sound of
Music.
FOTO lege zaal met BBC feest
De BBC heeft een groot nieuwjaarsfeest georganiseerd. Met mijn collega's van
Newsweek en de Washington Post maken we ons klaar voor vertrek. Dan horen we
geschreeuw op de radio. Er blijkt een bom in Nabil restaurant te zijn afgegaan.
Gewonden worden naar de ziekenhuizen gereden. We luisteren geconcentreerd of er
geen namen van vrienden of bekenden klinken. Nabil is het bekendste restaurant van
Bagdad, veel Westerlingen gaan hier eten. Ik maak me zorgen om mijn collega van
Stern die op 150 meter van het restaurant een huis huurt. Gelukkig belt hij me al snel
op dat hij en zijn vrouw ongedeerd zijn. We pakken onze kogelwerende vesten en
rijden snel naar het restaurant. Er is niet veel te zien. Amerikaanse militairen houden
ons op grote afstand.
We besluiten toch maar naar het BBC feest te gaan. Wat moeten we anders? Het huis
van BBC is afgeschermd met hoge betonnen muren en bewakers. Geen terrorist die
hier doorkomt. Als we het huis binnen lopen blijkt er niemand aanwezig. Grote tafels
met eten staan te verpieteren. Een dj kijkt eenzaam in het rond. We nemen een biertje
uit een ton met ijs en bellen een voor een onze familie op. 'We zijn ongedeerd,
gelukkig nieuwjaar mama', roept de journalist door de hoorn.
FOTO Het verzet van falluja
Mijn chauffeur Jawal rijdt me in zijn oude Oldsmobile naar Falluja. We rijden in een
oude auto en niet in een splinternieuwe BMW of 4 wheel drive, om niet in het zicht te
lopen als 'buitenlander'. Er zijn de laatste maand nogal wat aanslagen op buitenlanders
geweest. Het verzet heeft het jachtseizoen geopend op iedereen die met de
Amerikanen samenwerkt; politieposten, enkele Amerikaanse journalisten, hotels,
contractarbeiders, iedereen kan een doelwit zijn. We vertrekken altijd met volle tank,
in Irak wil je nergens zonder benzine komen te staan, er zijn nog steeds veel 'Ali
Baba's", dieven en rovers actief, zeker de weg naar Falluja en Ramadi is berucht.
Nabij falluja vliegen 2 Black Hawk helikopters van het Amerikaanse leger enkele
minuten lang heel laag boven onze auto, een vlak voor ons, en een vlak achter ons. Je
kunt ze bijna aanraken, ik kan de bommen, granate en mitrailleurs tellen. We
minderen vaart en halen opgelucht adem als de twee gevaarlijke 'bijen' doorvliegen.
Ik bel mijn 'contact persoon' 'Hassan' in Fallujah vanuit de auto. Ik steek de antenne
van de sateliet telefoon door een kier van het raam. Op deze weg stopt niemand, te
gevaarlijk. Hassan brengt me vandaag in contact met het verzet, na een week van
overleg en ondrhandelen is het verzet me eindelijk bereid te ontvangen.
Ik ontmoet 'Hassan' op de afgesproken plaats. Hij stapt in, Hassan moet zijn paspoort
en auto sleutels afgeven, die krijgt hij terug als hij me veilig terug brengt. Of het echt
help weten ik niet, maar het beter dan niets. Hassan geeft in ieder geval braaf de
sleutels van zijn Mercedes af. Ik stap met Hassan in een auto waar twee onbekende
mannen zitten. 'Salaam Maleikum' heren. We rijden weg,.
De man naast me verbergt zijn gezicht in een sjaal. Ik geef hem het laatste magazine
van Stern met daarin een fotospecial over het verzet en de vraag of Irak voor de
Amerikanen het nieuwe Vietnam wordt. Daarin staat ook een foto van het verzet in
Falluja, de man voor me herkent duidelijk wie de gemaskerde mannen op de foto zijn
en begint te lachen. Hij steekt zijn duim omhoog en zegt 'Good, good'. De man naast
me moet nog harder lachen, ook hij steekt ook zijn duim omhoog en roept
'good,good'. Hij heeft een spread voor zich waar 5 supermodellen, oa Tyra Banks met
hele lange benen en slechts gehuld in een string en kanten bh, de laatste lingerie mode
tonen.
De twee mannen stappen uit de auto. Na enkele minuten wuiven ze me een gebouw
in. Ik moet wachten in een koude ruimte. Koran teksten staan op de muur geschreven.
Dan komen drie mannen binnen. Ze slepen ieder een jute zak achter zich aan. Er
zitten granaatwerpers, RPG's, granaten en geweren in. De mannen trekken een bivak
muts over hun hoofd en een bandana met een koran tekst, ook de man die zoeven de
lingerie foto bewonderde. Ze pakken de granten op, schroeven ze aan de raketwerper
vast en staren in de lens. Na vier minuten horen de mannen helikopters. Gespannen
luisteren ze, maar de heli's gaan niet weg. De mannen leggen hun wapens op de grond
en pakken me beet, fouilleren me en doorzoeken mijn fototas. De helikopter komt
weer over vliegen. Dan zetten de verzetstrijders het op een lopen. Ik wordt terug de
auto in geduwd. We rijden voorzichtig, rustig weg. De man naast me is uiterst
nerveus, hij zweet als een otter.
Gelukkig wordt ik keurig terug naar mijn auto gebracht. Hassan krijgt zijn paspoort en
sleutels terug. We rijden terug naar Bagdad. Een kilometer voor de laatste afslag
rijden we vol gas en halen andere auto's gevaarlijk in. Bij de bocht stuiven we de weg
af en kijken of we worden achtervolgt. Dat is het niet het geval en ik kan rustig naar
mijn volgende afspraak; ik moet een embad regelen bij het Amerikaanse leger.
FOTO Auto in de fik
Als op 13 december Saddam eindelijk in Ad Dawr wordt opgepakt is het heel even
feest in Baghdad, maar in tegenstelling tot berichten op tv duurde de pret niet langer
dan een half uur. De mensen gingne al snel over naaar de harde realiteit van alledag.
De gehel avond zie ik berichten op CNN en Fox nieuws dat heel baghdad aan het
feesten is, maar dat is niet waar. De enige mensen die ik op straat zie staan de gehele
dag in een eindeloze rij om benzine te krijgen.
’s Avonds schiet een man in het centrum van Baghdad een magazijn van zijn
Kalashnikov leeg in de lucht, waarschijnlijk een verlate vreugde uitbarsting. Een van
zijn kogels komt precies in de lading van een auto terecht, en laat dat nu net drie
enorme olivaten vol benzine zijn. Bestemt voor de illegale handel. De auto ontploft en
iedereen vermoedt een nieuwe zelfmoordaanslag.
FOTO Saddam aansteker of horloges;
In Sadoon street doet Saddam goede zaken. Ali Muhammed wrijft al in zijn handen
als ie me aan ziet komen. "America? Salaam maleikum', de zakenman verwelkomt me
vrolijk. 'Kopje thee?.
Ali heeft zijn winkel volgestouwd met Saddam parafernalia; horloges, aanstekers,
stickers, klokken, bankbiljetten, postzegels, kaartspelen, munten, sleutelhangers,
buttons, vlaggen, tapijten, en zelfs serviesgoed. Waar een afbeelding van Saddam op
staat gaat voor grof geld de deur uit.
De nieuwste mode op Saddam-horloge gebied is een wanstantelijk, foeilelijk metalen
horloge, met een afbeelding van Saddam met baard erin. Het ding kost al gauw 30
dollar en vindt grif aftrek bij kooplustige Amerikanen en journalisten. Als ik nog maar
net in de winkel van Ali ben stormen er 20 Japanse journalisten binnen en kopen als
een stel losgeslagen moeders op de drie Dwaze Dagen van de Bijenkorf alles wat los
en vast zit. (Er zijn momenteel 400! Japanse journalisten in het land, om de
verrichtingen van de (eerste) 11 Japanse soldaten in Irak te verslaan...). Na 20
minuten lopen ze, opgewonden kakelend, met plasticzakken vol troep naar buiten. Ali
telt zijn geld; 880 dollar! Ali moet lachen want dezelfde aanstekers die Ali voor 10
dollar per stuk verkoopt gaan op straat weg voor minder dan 3 dollar.
Wat maakt het die Jappen uit, dit zijn geen gewone aanstekers, dit zijn souverniers.
Het pronkstuk is een zilverkleurige aansteker in de vorm van een hart. Links staat een
afbeelding van George Bush, rechts die van Saddam Hussein. In het midden een
vliegtuig die licht geeft zodra je de aansteker aansteekt. Dat gebeurt door een metalen
vliegtuig op te klappen, zodat de zippo ontstoken kan worden. Na een seconde krijgt
het vlammetje een groen fluoriserende kleur. Een andere aansteker heeft naast de
afbeelding van Saddam een vliegtuig die drie bommen afwerpt. Zodra deze zippo
opengaat lichten de bommen een voor een op, onderaan ontploffent de bom. Eronder
staat de cryptische tekst; 'Anxiety peace we'.
Horloges zijn te koop vanaf 30 dollar. Toen ik hier in 1998 was kon je originele oude
Saddam horloges kopen voor niet meer dan 10$, voor dit soort horloges moet je nu
minsten 300$ betalen. Ali heeft een gouden Longines voor 600$ in de aanbieding.
Overal waar Saddams hoofd op staat is handel. Zelfs de bankbiljetten die nog maar
een maand geleden uit de roulatie werden genomen worden nu voor het viervoudige
van het oorspronkelijke bedrag verkocht. Een deurmat waarop je je voeten over het
hoofd van Saddam kan afvegen.
Het kaartspel van de Amerikanen waarop Saddam en alle andere meest gezochte
Baathpartijleden staan afgebeeld is ook populair. Een vrouw van een van deze top
krijgsgevangenen wist me te vertellen dat CIA ondervragers haar man dwongen zijn
eigen kaart te ondertekenen, anders mocht ie niet naar het toilet. Een set kaarten
ondertekend door Tarik Aziz, Saddam Hussein en alle anderen, neen, helaas dat heeft
Ali niet te koop. Jammer want het zal later veel geld waard zijn...
FOTO Bremer eet op kantoor.
'Goedenmiddag’, Paul Bremer geeft me een hand.'Goeidemorgen ambassadeur',
antwoord ik. Bremer lacht en vraagt me zijn vergissing te vergeven, het is al een tijd
geleden dat de Ambassadeur van Irak Nederlands sprak. Bremer was een aantal jaren
de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag. In zijn Iraakse villa hangen foto's van
Hollandse bollenvelden.
Ik ben als Newsweek fotograaf enkele dagen 'vlieg op de muur' bij de ambassadeur en
zal hem bij al zijn actieviteiten volgen.
.
Paul Bremer heeft haast, Amerika’s nieuwe Mac Arthur heeft nog maar vijf maanden
tijd om Irak op het juiste spoor te zetten, daarna moeten de Irakezen zelf de schuit
trekken. De nieuwe regering van Irak zal 30 juni al geinstalleerd zijn. In het krappe
kantoor van Bremer is het een gaan en komen. ‘Schema, schema, schema dat is wat ik
wil’, roept Bremer. Hij managed tot nu toe al 1750 projecten. Bremer blijkt een man
met een ongeloofelijke feitenkennis. Of het om de olieindustrie of het
emancipatieproces van vrouwen in irak gaat, Bremer kent alle feiten, data's en
percentages uit het hoofd en corrigeert zijn medewerkers op een vriendelijke manier.
Bremer beslist direkt, zonder enige twijfel. Voor bedragen boven de 100 miljoen
dollar heeft hij toestemming van Washington nodig. Bijna iedere dag is hij aan de
rode telefoon met Gondaleezza Rice in het Witte Huis in overleg. Hij eet van een
plastic bordje naast zijn computer en heeft niet eens tijd het blikje fanta in een glas te
schenken.
Hij is maar net terug van Verenigde Naties waar hij Kofi Anan om hulp heeft
gevraagd om problemen met de Shi’itische leider Sistani op te lossen. Sistani heeft
direkte verkiezingen in juni geeist, maar dat is onmogelijk omdat de kiezers nog niet
geregistreerd zijn. Ondertussen vergaderd bremer met de Kurdische leiders die nog
voor de Iraakse regering geinstalleerd wordt om autonomie in het Noorden vragen.
‘Uitgesloten’, volgens Bremer.
De (tijdelijke) Iraakse minister van Energie komt binnenvallen en vraagt direkt 200
miljoen extra. Als Bremer zegt geen budget te hebben, en hem al 400 miljoen eerder
in het jaar gaf, en de komende Iraakse regering vast een nog krapper buget heeft
antwoord de minister lakoniek. ‘Geef dat geld nou maar, wat maakt jou dat uit’, zegt
hij, Jij gaat toch weg in juni’. Bremer reageert ‘not amused’.
FOTO Bremers Bodyguards; en foto van studenten die hem fotograferen
Bremers' bodyguards zien er stoer en gevaarlijk uit. Het zijn enorme kerels, zwaar
bewapend met machinegeweren, pistolen en messen. Dragen altijd een kogelvrijvest
en in het linkeroor zit een oortelefoon. De hoogste baas van Irak is het meest gewilde
doelwit van terroristen enhet iraakse verzet. Hij wordt daarom nog beter bewaakt dan
de Amerikaanse president Bush, zelfs als de Bremer naar het toilet gaat, 10 meter van
zijn kantoor, wordt hij door 4 man begeleid.
Bij een diploma uitreiking van Iraakse studenten die een uitnodiging krijgen om in
Amerika verder te studeren wordt hij na afloop van de plechtigheid bestormt door
studenten die met hem op de foto willen. Een vrouw van middelbare leeftijd geeft de
ambassadeur een dikke zoen.'Iraqi people love you very much', zegt ze. 'Behalve
diegenen die me proberen te vermoorden', lacht Bremer terug.
FOTO Bremer stapt uit de heli.
Ik vlieg met ambassadeur Bremer mee naar Mosul. Een dag eerder was een Black
Hawk helikopter in de Tigris gestort, maar dat scheint de ambassadeur niet te storen.
Net als gisteren geeft hij zichzelf geen seconde rust. Hij leest en leest documenten,
zelfs als de Black Hawk schuin langs de daken van Baghdad scheert kijkt hij niet op
of om. Bremer heeft haast en gunt zichzelf geen tijd.
We landen op vliegveld Baghdad en stappen over in een militair transport vliegtuig.
In het vrachtruim nemen we plaats op rode netten die als bank dienen. Al twee keer
eerder heeft het Iraaks verzet het afgelopen jaar met een raket een vliegtuig geraakt.
De piloten nemen daarom geen enkel risico en stijgen zo stijl mogelijk op om zo snel
mogelijk hoogte te winnen. We hangen schuin in de netten en onze oren ploppen door
de snel veranderende hoogte steeds dicht. De landing is nog erger, alsof je in de
achtbaan zit duikt het vliegtuig naar de beneden. Zelfs de stoere bodyguards houden
zich angstig vast aan de netten. En Bremer.. die leest vrolijk door.
FOTO Iraakse leger oefent ‘droog’
In Mosul bezoekt Bremer een training van het nieuw te vormen Iraakse leger. Bremer
wordt met geklap en gejoel door de jonge soldaten begroet. Iraakse soldaten (en
politie) worden klaargestoomd om zo snel mogelijk het Amerikaanse leger, waar
mogelijk, te vervangen. Dit heeft de grootste prioriteit. Tot nu toe is Irak uiterst
gevaarlijk er zijn bendes, terroristen en Al Qaida actief. De politie wordt dagelijks
aangevallen en het nieuw te vormen leger gaat langzaam.
De soldaten vinden het fantastisch dat ze zoveel aandacht krijgen. Zo demostreren ze
een inval en hoe ze zich moeten bewaken als zich per auto bewegen. Ze doen alsof ze
een geweer in handen hebben, maar eigenlijk houden ze lucht vast. Van de
wereldkampieoschappen ‘luchtgitaar’ spelen had ik al gehoord, maar het Iraakse
‘luchtpistool’ spelen is nieuw voor me. Ik moet lachen als ik de soldaten fotografeer,
maar ze kijken uiterst serieus terug.
FOTO Mickey Mouse in Irak
Ali heeft bruine tanden en zich zeker al vijf dagen niet gewassen en geschoren. Zijn
paarse jalabya hangt strak over zijn veel te dikke buik en zit vol met smeervlekken.
Ali is pooier in Bagdad, hij runt twee bordelen waar zeven meisjes voor hem werken.
Prostitutie is redelijk geaccepteers in Irak; waar moet een met met zijn behoeftes
anders heen in het Islamitiche land. Uday, Saddams playboy zoon was een notoire
hoerenloper en op studentenfeesten huren de jongens vaak dames in om de boel een
beetje op te vrolijken.
Ik heb een opdracht om prostitutie in Irak te fotograferen, maar Ali vraag 300$ entree,
een bedrag dat mijn fotoredakteur niet waardeerd al krijg ik volgens Ali dan wel een
‘very good show’ te zien. Voor ik zonder foto vertrek kijk ik nog even langs Alis’s
dikke buik naar binnen. Een meisje drinkt een koje thee op een fluweel groene bank.
Niet echt opwindend, tja, het blijft Irak.
Als ik met mijn chauffeur Jamal terugrijdt zien we een Mickey Mouse op de weg
staan. Ik stop de auto en fotografeer de muis. In het Mickey Mouse pak ziet een man
die Mohammed heet, hij werkt voor een kindvriendelijk restaurant en is op straat
neergezet om klanten binnen te lokken.
Als ik in de auto stap schudt jamal zijn hoofd; ‘het wordt steeds gekker in dit land’,
lacht hij, ‘Ali is een pooier en Mohammed is Mickey Mouse’.
FOTO Bomaanslag bij CPA
Ka Boeemmmm. Ik schrik wakker van een enorme knal. Ik loop naar het raam en kijk
of er iets te zien is, ik zie alleen wat duiven verschrikt opvliegen. Voor de zekerheid
kleed ik me aan en pak mijn camera. Jamal heeft de auto al gestart als ik beneden
kom. Mijn collega Mike stapt in en we rijden weg. Mike is net uit Washington
aangekomen. Met zijn ongeschoren kop en ongekamde haren en kogelvrijvest ziet hij
er grappig uit. Ik geef hem een walkie talkie en een sateliettelefoon. Over de radio
horen we dat er een autobom is afgegaan bij de ingang van de Coalition Provision
Authorithy. Er zouden veel doden zijn gevallen. We hebben haast, maar het verkeer is
vanochtend een hel, er is geen doorkomen aan. We staan al een half uur stil op het
Mansour plein, dat is 5 minuten van ons huis. Als er in Baghdad een hoofdweg wordt
afgesloten ligt de halve stad plat. Jamal, de chauffeur besluit een andere route nemen.
Ook deze weg staat vol met auto's, maar mijn chauffeur geeft niet op en rijdt nu over
de stoep langs de file. Wie moet ons in dit land een bekeuring geven?
We zijn eindelijk in de buurt van de bom en stappen uit. We lopen een brede
boulevard af en zien in de verte Amerikaanse soldaten met hun Humvees de weg
blokkeren. De commandant stapt op me af, bekijkt mijn perskaart en wijst aan tot
waar ik mag komen, zowaar een aardige kerel. In de mist voor me staan tientallen
uitgebrande, vernielde autowrakken. Glas en metaal ligt verspreid over de grond.
Soldaten met honden zoeken naar menselijke resten. Alle ruiten van de huizen
rondom ons zijn eruit geslagen. Ik neem de trap omhoog en loop een verdieping op.
Wat een armoede! In kleine kamers wonen hele gezinnen, het is er muf en vies.
Kinderen rapen glas van de vloer een moeder begint te jammeren, ik verwijs haar naar
Mike, de journalist. Ik maak wat foto's, maar er is niet veel te zien. Het gezin links
van de trap vertelt ons dat de zelfmoordenaar een terrorist is van Al Qaida, Irakezen
doen alles voor geld, maar zullen zichzelf nooit opblazen, zegt de man uitgesproken.
Het gezin rechts van de trap heeft een heel andere mening. De man des huizes zegt dat
dit de schuld van de Amerikanen en Joden is. Hij zag zelf dat een helikopter een raket
afvuurde. Ook beweert de man dat veel Amerikaanse helikopterpiloten van Joodse
komaf zijn. Mike slaat zijn aanteking boekje met een zucht dicht. We besluiten naar
het ziekenhuis te rijden.
We komen aan bij het plaatselijke hospitaal, maar niemand laat me binnen. Je moet
tegenwoordig een brief met toestemming van het ministerie van gezondheid bij je
dragen om als pers binnen te mogen. Ik ben verbaasd en vertel de wacht dat ik in zijn
hospitaal al in 1998 fotografeerde en in Juni er voor Unicef werkte. Toevallig loopt de
ziekenhuis directeur voorbij, de man herkent me en laat ons binnen.'Vijf minuten,
omdat jij het bent. Je mag alleen gewonden fotograferen, de doden niet', zegt hij. Ik
wordt een zaal binnengeduwd, er ligt een man met een verband om zijn hoofd in een
bed. Uit beleefdheid maak ik een foto. Maar als ik de gang inloop staat daar een man
in shock. Zijn gezicht, zijn handen en kleren zitten onder rood, geronnen bloed. Hij
heeft een bebloede kaart om zijn nek, hij heet Yassin. Het blijky het bloed van zijn
zoon te zijn. Samen stonden ze in de rij om bij de CPA te gaan werken toen de bom
ontplofte. De man overleefde, maar zijn zoon niet. Het is vreselijk om de man daar te
zien staan, maar ik realiseer me dat het ook een goede foto is. Ik pak mijn camera en
maak enkele opnames.
Dan stormt een Italiaans tv-team naar binnen en beginnen vragen aan de man te
stellen. De ziekenhuis directeur ontploft. 'Mijn ziekenhuis uit, tuig', schreewt hij.
Yassin vlucht een kamer in, ik volg hem. De man gaat verslagen naast een bed zitten,
ik begrijp dat onder de deken het dode lichaam van zijn zoon ligt. Ik maak een foto en
weet dat ie onscherp is. Ik wil een tweede keer op de knop drukken als de ziekenhuis
bewaking binnenstormt. Ik druk snel af. Een man gaat voor me staan en zegt dat ik
weg moet. Ik praat als brugman om deze foto te mogen maken, maar na de Italiaanse
inval wil niemand meer naar me luisteren. Buiten het ziekenhuis bedank ik mijn fijne
Italiaanse collega's voor hun onbeschofte gedrag. Mike en ik zijn allebei vader van
twee kinderen, aangeslagen zitten we in de auto en weten even niet wat we willen
zeggen. Over de radio horen we dat minsten 22 mensen zijn omgekomen. Het was de
grootste zelfmaardaanslag sinds november. Ook in Tikrit en in Basra was een aanslag.
De oorlog in Irak is nog geen jaar oud. Toch is de ellende nu al groter dan 17 jaar
oolrog in Libanon. En dat terwijl de burgeroorlog hier nog niet eens is begonnen.
FOTO olievelden van Kirkuk
We rijden in een kanariegele Caprice naar Kirkuk voor een reportage over de
olievelden. De auto is snel en dat is handig, want deze weg is berucht om zijn
gewapende overvallen.
Maar in een onherbergzame streek op 40 minuten van het dichtbijzijndste gehucht
stopt de motor. De benzine in Irak is erg vuil en soms loopt de benzinepomp van de
motor vast. Mijn collega en ik zijn'not amused' we staan stil op een weg temidden van
een soort maanlandschap. Onze chauffeur vloekt, de vertaler zegt dat we absoluut niet
uit de auto mogen stappen. Er stopt een auto voor ons en drie mannen met baarden
lopen op onze auto af. “Shit’ roept mijn collega. Ook ik zit in spanning, ‘ze zijn
aardig, ze lachen’, zeg ik opgelucht. De mannen kijken onder de motorkap en een
man lopt naar de kofferruimte. Daar rommelt hij wat, de chauffeur start de auto en de
motor loopt weer. We hebben geluk de Caprice heeft een reservebenzinepomp, een
niet overbodige luxe in Irak. Opgelucht halen we adem en vervolgen onze weg naar
Kirkuk.
We hebben een afspraak met een Amerikaanse kolonel, maar hij blijkt niet aanwezig,
we worden doorverwezen naar de Amerikaanse luchtmachtbasis.We vragen bij de
luchtmachtbasis naar de Public Affair officer. Het is steenkoud en moeten bij het
checkpoint op hem wachten De PAO komt opdagen en neemt ons mee op de basis.
Hij is buitengewoon vriendelijk en vraagt ons naar ene Marie te gaan die als
persvertegenwoordiger op de olievelden werkt. We komen aan op de olievelden, er
lopen hier veel wachten met allerlei soorten wapens, maar niemand heeft ooit van
deze Amerikaanse vrouw gehoord. De Irakezen hebben de vreemde gewoonte om niet
'nee' te willen zeggen, dat is onbeleefd. Ook deze mannen willen ons niet vertellen dat
ze geen idee hebben waar deze Marie uithangt en verzinnen stuk voor stuk hun eigen
verhaal. We zijn nu van hot naar her gestuurd en hebben nog steeds niet de vrouw
gevonden. We gaan terug naar de luchtmachtbasis, waar we weer een twintig minuten
in de kou moeten wachten. De PAO van de luchtmachtbasis geeft onze chauffeur
duidelijke aanwijzingen en beloofd de dame in kwestie een mail te sturen.We rijden
nu al een half uur rond op de olievelden, maar ondanks de duidelijke aanwijzingen is
het kantoor van de vrouw niet te vinden. We geven het op en gaan terug naar ons
hotel. Er komt een email binnen, de vrouw beloofd ons te bellen op de
sateliettelefoon. Eindelijk, de dame in kwestie belt ons. Ze heeft ons weinig te
vertellen. Ja zij is inderdaad degene die de pers te woord staat inzake oliezaken, maar
heeft geen enkele bevoegdheid om ons de velden te laten zien. Neen, foto's zijn
uitgesloten, ze beweert dat het verzet anders te weten komt waar de oliepijpleidingen
liggen. Mijn collega lacht haar over de telefoon uit. De doorgewinterde journalist zegt
'Jongedame je kunt in winkels in Kirkuk en Baghdad een plattegrond kopen waar
exact staat vermeld waar die pijpleidingen liggen'. De vrouw reageert verbaasd, maar
wilt van niets weten, geen toestemming.
De volgende dag proberen we nogmaals de kolonel te vinden, maar die komt vandaag
wederom niet opdagen. Een Irakese secretaresse kijkt ons verveeld aan. Wijst ons een
deur; 'Ga daar maar heen' zegt ze. Ene luitenant Lee kijkt ons amper aan vanachter
zijn compouter en vertelt ons contact op te nemen met dezelfde PAO die we een dag
eerder op de luchtmachtbasis hebben gesproken.De beveiligingsmaatschappij die de
beveiliging van de pijpleidingen en olievelden regelt belt ons na 5 dagen eindelijk
terug. Ze willen ons morgenochtend alles laten zien. Eindelijk. In het hotel besluiten
we nogmaals de luchtmachtbasis per mail te vragen voor assistentie, mischien kan
iemand ons begeleiden om vandaag al de olievelden te fotograferen of willen ze ons
meenemen in een helikopter voor een lucht foto. De PAO mailt ons terug dat hij ons
heel graag helpt met alles wat we in Kirkuk willen doen , behalve alles wat met olie te
maken heeft. Als we verder nog vragen hebben waarbij hij ons niet van dienst kan zijn
moeten we hem maar een email sturen! En zo ben ik twee dagen lang van hot naar her
gestuurd, terwijl we dachten al onze afspraken al vanuit Bagdad te hebben geregeld.
De hele dag hang ik verveelt rond in mijn hotelkamer en kijk 4 films, in Kirkuk is
niets te doen, in ons hotel is niets te doen, ze serveren zelfs geen bier.
FOTO Hardrock in baghdad
Ahmed lijkt een beetje op Freddy Mercury, hij draagt een zwart t shirt, zwarte
spijkerbroek en heeft een leren handschoen met afgeknipte vingers aan zijn
linkerhand. In de plaatselijke bingozaal springt hij een meter in de lucht en roept in
een microfoon 'motherfuckerrrrrrrrrr!'. De gitarist leunt achterover en laat zijn gitaar
gieren, de boxen staan op tien. De drummer heeft de mouwen van zijn t shirt
afgeknipt en een zwarte wollen muts opgezet. Hij beukt op de drums in een moordend
tempo.
Vanachter schoolbankjes schudden 20 pubers hun hoofd op de maat van de muziek.
Het zwarte haar staat rechtop van de gel, rode puisten glimmen op als het licht van de
spiegel 'disco' bol hen in het gezicht scheint. Als een van de jongens eindelijk naar
voren springt en 'headbangend' door de ruimte springt sta ik met 4 collega's en een tv
team me te verdringen om het eertse heavy metal concert na de oorlog in Bagdad vast
te leggen.
Het is een bescheiden en zeker moedige poging om een normaal leven in Bagdad op
gang te brengen. Deze heavy metal band heeft, heel slim, ook enkele aankondigingen
in een journalisten hotel opgehangen en vragen per bezoekende journalist 10 dollar
entrée. Zij zijn vanmiddag het levende bewijs dat iedereen 10 minuten in zijn leven
beroemd kan zijn. Ondanks dat de muziek nu niet bepaald fantastisch is, de bingozaal
niet echt een toplocatie, en het publiek slechts 20 jongens zijn, die het gehele concert
braaf in de schoolbankjes blijven zitten. Ondanks dat staan de bandleden twee uur
lang intervieuws af aan diverse journalisten en tv stations. Als het concert is
afgesloten met 'A whole lot of Rosie' van AC/DC sta ik na enkele minuten met
fluitende oren weer op straat. Een kind roept 'Mister, mister, give me money', het
kruispunt is volgelopen met toeternde auto's. Ik knipper met mijn ogen en ben weer
terug in Bagdads’ realiteit van alle dag.
FOTO Vrouw achter prikkeldraad wacht op vrijlating gevangen zoon.
Tijdens het ontbijt hoor ik op BBC world dat de Amerikanen vandaag 500
gevangenen vrijlaten. Ik besluit eerst bij de Abu Ghreib gevangenis poolhoogte te
nemen. Voor de gevangenis wachten honderden familieleden achter prikkedraad de
vrijlating af. Veel familie heeft geen benul waar hun zoon of vader na arrestatie door
de Amerikanen is gebleven en komt hier op de gok. Ik maak wat fotos van de
wachtende meute als uit het niets een Amerikaanse soldaat mijn camera grijpt. 'That’s
mine', zegt hij. Ik ben verbaasd en vraag hem wat ie van plan is. Hij wil mijn camera
afnemen, ik heb de gevangenis gefotografeerd en dat gebouw blijkt plots top secret. Ik
maak hem duidelijk dat ie van me camera moet afblijven en ik bereid ben de fotos te
verwijderen. De soldaat wil de film, maar dat lukt niet met digitale camera;s. Ik laat
hem de foto op het schermpje op de achterwand zien en druk op delete, dat doe ik
tweemaal en zet dan met mijn andere hand de camera uit. 'Kijk alle foto's zijn weg',
zeg ik en ik wijs op het zwarte schermpje.
FOTO Minibusje en de bom
Onderweg naar Sadr City ontploft een bom op nog geen 300 meter van onze auto. De
auto trilt, aan de rechterkant op Palestine road zie ik een witte rookkolom. We rijden
snel naar de plek en ik ben nog geen minuut na de explosie daar. Een militair konvooi
is dan al vertrokken. Op de weg staat een minibusje. De voorruit is gebroken en de
gehele auto zit onder de modder. Naast de weg is een groot gat in de modder
geslagen. Het blijkt om een aanslag met een IED (Improvised Explosive device) te
gaan. Het zijn bommen die het verzet naast de weg leggen en met een
afstandbediening laten ontploffen als een Amerikaans militair convooi langsrijdt.
Gelukkig zijn er geen doden gevallen. De eigenaar van de bus bloedt aan zijn hoofd,
dat is alles. Een wonder want er zijn dagelijks zo’n 40 aanslagen in Irak, waarvan
tientallen met dit soort bommen, waarbij al honderden doden vielen.
FOTO man schilder Saddam met baard
Het is maandag en nog 5 dagen voor de deadline. Ik kan het rustig aan doen. Ik laat
me naar de kunstgalerijen van Bagdad rijden. Je hebt er tientallen en zijn erg grappig.
Tijdens de dictatuur van Saddam waren kunstenaars verplicht portretten van hun
dictator te schilderen. Die tijden zijn voorbij, maar de meeste schilders weten nog niet
met hun nieuw verworven creatieve vrijheid om te gaan. Zo zijn er schilders die nu de
Amerikaanse Adelaar gehuld in de ‘stars and stripes’ vlag schilderen. De
galeriehouder vertelt me dat die dingen heel populair zijn bij Amerikaanse generaals.
Een andere kunstenaar schildert uitsluitend portretten van Amerikaanse soldaten. Ik
vond slechts een creatieveling die het waagde een grauw schilderij te tekenen van
Saddam met baard en zeven ratten op zijn schouders. Maar in het algemeen krijg je in
deze galeries gewoon een kunstboek in je handen gedrukt en kun je kiezen; een Van
Gogh, een Gaugain, een Picasso of een Warhol het maakt niet uit van wie en welk
beroemd schilderij. Voor 70 dollar krijg je gegarandeerd binnen twee weken een
prachtig namaak schilderij van een heel beroemde schilder geschilderd door een heel
onbekende Irakees. Als dat geen kunst is?
FOTO muziekschool Irak
De laatste dag van het oude jaar in Bagdad begint positief. Met een dans en muziek
voorstelling van de balletschool. Net na de oorlog hebben de Ali Baba's (het Iraaks
voor dief) de gehele parketvloer uit de school geroofd. De pianos zijn vernield, onder
een dikke laag stof komt een iel geluid als je op de toetsen druk. Een ruimte is een
beetje opgeknapt, er ligt een groot zeil op de vloer en er hangen slingers en balonnen
aan de muur. Het optreden van de kinderen is een ware happening in Bagdad, zelfs
een minister komt opdagen om het geheel een officieel tintje te geven. De grand finale
is het Bagdad kinderkoor, uit tientallen kelen klinkt het 'Do-re-mi' uit de Sound of
Music.
FOTO lege zaal met BBC feest
De BBC heeft een groot nieuwjaarsfeest georganiseerd. Met mijn collega's van
Newsweek en de Washington Post maken we ons klaar voor vertrek. Dan horen we
geschreeuw op de radio. Er blijkt een bom in Nabil restaurant te zijn afgegaan.
Gewonden worden naar de ziekenhuizen gereden. We luisteren geconcentreerd of er
geen namen van vrienden of bekenden klinken. Nabil is het bekendste restaurant van
Bagdad, veel Westerlingen gaan hier eten. Ik maak me zorgen om mijn collega van
Stern die op 150 meter van het restaurant een huis huurt. Gelukkig belt hij me al snel
op dat hij en zijn vrouw ongedeerd zijn. We pakken onze kogelwerende vesten en
rijden snel naar het restaurant. Er is niet veel te zien. Amerikaanse militairen houden
ons op grote afstand.
We besluiten toch maar naar het BBC feest te gaan. Wat moeten we anders? Het huis
van BBC is afgeschermd met hoge betonnen muren en bewakers. Geen terrorist die
hier doorkomt. Als we het huis binnen lopen blijkt er niemand aanwezig. Grote tafels
met eten staan te verpieteren. Een dj kijkt eenzaam in het rond. We nemen een biertje
uit een ton met ijs en bellen een voor een onze familie op. 'We zijn ongedeerd,
gelukkig nieuwjaar mama', roept de journalist door de hoorn.
FOTO Het verzet van falluja
Mijn chauffeur Jawal rijdt me in zijn oude Oldsmobile naar Falluja. We rijden in een
oude auto en niet in een splinternieuwe BMW of 4 wheel drive, om niet in het zicht te
lopen als 'buitenlander'. Er zijn de laatste maand nogal wat aanslagen op buitenlanders
geweest. Het verzet heeft het jachtseizoen geopend op iedereen die met de
Amerikanen samenwerkt; politieposten, enkele Amerikaanse journalisten, hotels,
contractarbeiders, iedereen kan een doelwit zijn. We vertrekken altijd met volle tank,
in Irak wil je nergens zonder benzine komen te staan, er zijn nog steeds veel 'Ali
Baba's", dieven en rovers actief, zeker de weg naar Falluja en Ramadi is berucht.
Nabij falluja vliegen 2 Black Hawk helikopters van het Amerikaanse leger enkele
minuten lang heel laag boven onze auto, een vlak voor ons, en een vlak achter ons. Je
kunt ze bijna aanraken, ik kan de bommen, granate en mitrailleurs tellen. We
minderen vaart en halen opgelucht adem als de twee gevaarlijke 'bijen' doorvliegen.
Ik bel mijn 'contact persoon' 'Hassan' in Fallujah vanuit de auto. Ik steek de antenne
van de sateliet telefoon door een kier van het raam. Op deze weg stopt niemand, te
gevaarlijk. Hassan brengt me vandaag in contact met het verzet, na een week van
overleg en ondrhandelen is het verzet me eindelijk bereid te ontvangen.
Ik ontmoet 'Hassan' op de afgesproken plaats. Hij stapt in, Hassan moet zijn paspoort
en auto sleutels afgeven, die krijgt hij terug als hij me veilig terug brengt. Of het echt
help weten ik niet, maar het beter dan niets. Hassan geeft in ieder geval braaf de
sleutels van zijn Mercedes af. Ik stap met Hassan in een auto waar twee onbekende
mannen zitten. 'Salaam Maleikum' heren. We rijden weg,.
De man naast me verbergt zijn gezicht in een sjaal. Ik geef hem het laatste magazine
van Stern met daarin een fotospecial over het verzet en de vraag of Irak voor de
Amerikanen het nieuwe Vietnam wordt. Daarin staat ook een foto van het verzet in
Falluja, de man voor me herkent duidelijk wie de gemaskerde mannen op de foto zijn
en begint te lachen. Hij steekt zijn duim omhoog en zegt 'Good, good'. De man naast
me moet nog harder lachen, ook hij steekt ook zijn duim omhoog en roept
'good,good'. Hij heeft een spread voor zich waar 5 supermodellen, oa Tyra Banks met
hele lange benen en slechts gehuld in een string en kanten bh, de laatste lingerie mode
tonen.
De twee mannen stappen uit de auto. Na enkele minuten wuiven ze me een gebouw
in. Ik moet wachten in een koude ruimte. Koran teksten staan op de muur geschreven.
Dan komen drie mannen binnen. Ze slepen ieder een jute zak achter zich aan. Er
zitten granaatwerpers, RPG's, granaten en geweren in. De mannen trekken een bivak
muts over hun hoofd en een bandana met een koran tekst, ook de man die zoeven de
lingerie foto bewonderde. Ze pakken de granten op, schroeven ze aan de raketwerper
vast en staren in de lens. Na vier minuten horen de mannen helikopters. Gespannen
luisteren ze, maar de heli's gaan niet weg. De mannen leggen hun wapens op de grond
en pakken me beet, fouilleren me en doorzoeken mijn fototas. De helikopter komt
weer over vliegen. Dan zetten de verzetstrijders het op een lopen. Ik wordt terug de
auto in geduwd. We rijden voorzichtig, rustig weg. De man naast me is uiterst
nerveus, hij zweet als een otter.
Gelukkig wordt ik keurig terug naar mijn auto gebracht. Hassan krijgt zijn paspoort en
sleutels terug. We rijden terug naar Bagdad. Een kilometer voor de laatste afslag
rijden we vol gas en halen andere auto's gevaarlijk in. Bij de bocht stuiven we de weg
af en kijken of we worden achtervolgt. Dat is het niet het geval en ik kan rustig naar
mijn volgende afspraak; ik moet een embad regelen bij het Amerikaanse leger.
FOTO Auto in de fik
Als op 13 december Saddam eindelijk in Ad Dawr wordt opgepakt is het heel even
feest in Baghdad, maar in tegenstelling tot berichten op tv duurde de pret niet langer
dan een half uur. De mensen gingne al snel over naaar de harde realiteit van alledag.
De gehel avond zie ik berichten op CNN en Fox nieuws dat heel baghdad aan het
feesten is, maar dat is niet waar. De enige mensen die ik op straat zie staan de gehele
dag in een eindeloze rij om benzine te krijgen.
’s Avonds schiet een man in het centrum van Baghdad een magazijn van zijn
Kalashnikov leeg in de lucht, waarschijnlijk een verlate vreugde uitbarsting. Een van
zijn kogels komt precies in de lading van een auto terecht, en laat dat nu net drie
enorme olivaten vol benzine zijn. Bestemt voor de illegale handel. De auto ontploft en
iedereen vermoedt een nieuwe zelfmoordaanslag.
FOTO Saddam aansteker of horloges;
In Sadoon street doet Saddam goede zaken. Ali Muhammed wrijft al in zijn handen
als ie me aan ziet komen. "America? Salaam maleikum', de zakenman verwelkomt me
vrolijk. 'Kopje thee?.
Ali heeft zijn winkel volgestouwd met Saddam parafernalia; horloges, aanstekers,
stickers, klokken, bankbiljetten, postzegels, kaartspelen, munten, sleutelhangers,
buttons, vlaggen, tapijten, en zelfs serviesgoed. Waar een afbeelding van Saddam op
staat gaat voor grof geld de deur uit.
De nieuwste mode op Saddam-horloge gebied is een wanstantelijk, foeilelijk metalen
horloge, met een afbeelding van Saddam met baard erin. Het ding kost al gauw 30
dollar en vindt grif aftrek bij kooplustige Amerikanen en journalisten. Als ik nog maar
net in de winkel van Ali ben stormen er 20 Japanse journalisten binnen en kopen als
een stel losgeslagen moeders op de drie Dwaze Dagen van de Bijenkorf alles wat los
en vast zit. (Er zijn momenteel 400! Japanse journalisten in het land, om de
verrichtingen van de (eerste) 11 Japanse soldaten in Irak te verslaan...). Na 20
minuten lopen ze, opgewonden kakelend, met plasticzakken vol troep naar buiten. Ali
telt zijn geld; 880 dollar! Ali moet lachen want dezelfde aanstekers die Ali voor 10
dollar per stuk verkoopt gaan op straat weg voor minder dan 3 dollar.
Wat maakt het die Jappen uit, dit zijn geen gewone aanstekers, dit zijn souverniers.
Het pronkstuk is een zilverkleurige aansteker in de vorm van een hart. Links staat een
afbeelding van George Bush, rechts die van Saddam Hussein. In het midden een
vliegtuig die licht geeft zodra je de aansteker aansteekt. Dat gebeurt door een metalen
vliegtuig op te klappen, zodat de zippo ontstoken kan worden. Na een seconde krijgt
het vlammetje een groen fluoriserende kleur. Een andere aansteker heeft naast de
afbeelding van Saddam een vliegtuig die drie bommen afwerpt. Zodra deze zippo
opengaat lichten de bommen een voor een op, onderaan ontploffent de bom. Eronder
staat de cryptische tekst; 'Anxiety peace we'.
Horloges zijn te koop vanaf 30 dollar. Toen ik hier in 1998 was kon je originele oude
Saddam horloges kopen voor niet meer dan 10$, voor dit soort horloges moet je nu
minsten 300$ betalen. Ali heeft een gouden Longines voor 600$ in de aanbieding.
Overal waar Saddams hoofd op staat is handel. Zelfs de bankbiljetten die nog maar
een maand geleden uit de roulatie werden genomen worden nu voor het viervoudige
van het oorspronkelijke bedrag verkocht. Een deurmat waarop je je voeten over het
hoofd van Saddam kan afvegen.
Het kaartspel van de Amerikanen waarop Saddam en alle andere meest gezochte
Baathpartijleden staan afgebeeld is ook populair. Een vrouw van een van deze top
krijgsgevangenen wist me te vertellen dat CIA ondervragers haar man dwongen zijn
eigen kaart te ondertekenen, anders mocht ie niet naar het toilet. Een set kaarten
ondertekend door Tarik Aziz, Saddam Hussein en alle anderen, neen, helaas dat heeft
Ali niet te koop. Jammer want het zal later veel geld waard zijn...
FOTO Bremer eet op kantoor.
'Goedenmiddag’, Paul Bremer geeft me een hand.'Goeidemorgen ambassadeur',
antwoord ik. Bremer lacht en vraagt me zijn vergissing te vergeven, het is al een tijd
geleden dat de Ambassadeur van Irak Nederlands sprak. Bremer was een aantal jaren
de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag. In zijn Iraakse villa hangen foto's van
Hollandse bollenvelden.
Ik ben als Newsweek fotograaf enkele dagen 'vlieg op de muur' bij de ambassadeur en
zal hem bij al zijn actieviteiten volgen.
.
Paul Bremer heeft haast, Amerika’s nieuwe Mac Arthur heeft nog maar vijf maanden
tijd om Irak op het juiste spoor te zetten, daarna moeten de Irakezen zelf de schuit
trekken. De nieuwe regering van Irak zal 30 juni al geinstalleerd zijn. In het krappe
kantoor van Bremer is het een gaan en komen. ‘Schema, schema, schema dat is wat ik
wil’, roept Bremer. Hij managed tot nu toe al 1750 projecten. Bremer blijkt een man
met een ongeloofelijke feitenkennis. Of het om de olieindustrie of het
emancipatieproces van vrouwen in irak gaat, Bremer kent alle feiten, data's en
percentages uit het hoofd en corrigeert zijn medewerkers op een vriendelijke manier.
Bremer beslist direkt, zonder enige twijfel. Voor bedragen boven de 100 miljoen
dollar heeft hij toestemming van Washington nodig. Bijna iedere dag is hij aan de
rode telefoon met Gondaleezza Rice in het Witte Huis in overleg. Hij eet van een
plastic bordje naast zijn computer en heeft niet eens tijd het blikje fanta in een glas te
schenken.
Hij is maar net terug van Verenigde Naties waar hij Kofi Anan om hulp heeft
gevraagd om problemen met de Shi’itische leider Sistani op te lossen. Sistani heeft
direkte verkiezingen in juni geeist, maar dat is onmogelijk omdat de kiezers nog niet
geregistreerd zijn. Ondertussen vergaderd bremer met de Kurdische leiders die nog
voor de Iraakse regering geinstalleerd wordt om autonomie in het Noorden vragen.
‘Uitgesloten’, volgens Bremer.
De (tijdelijke) Iraakse minister van Energie komt binnenvallen en vraagt direkt 200
miljoen extra. Als Bremer zegt geen budget te hebben, en hem al 400 miljoen eerder
in het jaar gaf, en de komende Iraakse regering vast een nog krapper buget heeft
antwoord de minister lakoniek. ‘Geef dat geld nou maar, wat maakt jou dat uit’, zegt
hij, Jij gaat toch weg in juni’. Bremer reageert ‘not amused’.
FOTO Bremers Bodyguards; en foto van studenten die hem fotograferen
Bremers' bodyguards zien er stoer en gevaarlijk uit. Het zijn enorme kerels, zwaar
bewapend met machinegeweren, pistolen en messen. Dragen altijd een kogelvrijvest
en in het linkeroor zit een oortelefoon. De hoogste baas van Irak is het meest gewilde
doelwit van terroristen enhet iraakse verzet. Hij wordt daarom nog beter bewaakt dan
de Amerikaanse president Bush, zelfs als de Bremer naar het toilet gaat, 10 meter van
zijn kantoor, wordt hij door 4 man begeleid.
Bij een diploma uitreiking van Iraakse studenten die een uitnodiging krijgen om in
Amerika verder te studeren wordt hij na afloop van de plechtigheid bestormt door
studenten die met hem op de foto willen. Een vrouw van middelbare leeftijd geeft de
ambassadeur een dikke zoen.'Iraqi people love you very much', zegt ze. 'Behalve
diegenen die me proberen te vermoorden', lacht Bremer terug.
FOTO Bremer stapt uit de heli.
Ik vlieg met ambassadeur Bremer mee naar Mosul. Een dag eerder was een Black
Hawk helikopter in de Tigris gestort, maar dat scheint de ambassadeur niet te storen.
Net als gisteren geeft hij zichzelf geen seconde rust. Hij leest en leest documenten,
zelfs als de Black Hawk schuin langs de daken van Baghdad scheert kijkt hij niet op
of om. Bremer heeft haast en gunt zichzelf geen tijd.
We landen op vliegveld Baghdad en stappen over in een militair transport vliegtuig.
In het vrachtruim nemen we plaats op rode netten die als bank dienen. Al twee keer
eerder heeft het Iraaks verzet het afgelopen jaar met een raket een vliegtuig geraakt.
De piloten nemen daarom geen enkel risico en stijgen zo stijl mogelijk op om zo snel
mogelijk hoogte te winnen. We hangen schuin in de netten en onze oren ploppen door
de snel veranderende hoogte steeds dicht. De landing is nog erger, alsof je in de
achtbaan zit duikt het vliegtuig naar de beneden. Zelfs de stoere bodyguards houden
zich angstig vast aan de netten. En Bremer.. die leest vrolijk door.
FOTO Iraakse leger oefent ‘droog’
In Mosul bezoekt Bremer een training van het nieuw te vormen Iraakse leger. Bremer
wordt met geklap en gejoel door de jonge soldaten begroet. Iraakse soldaten (en
politie) worden klaargestoomd om zo snel mogelijk het Amerikaanse leger, waar
mogelijk, te vervangen. Dit heeft de grootste prioriteit. Tot nu toe is Irak uiterst
gevaarlijk er zijn bendes, terroristen en Al Qaida actief. De politie wordt dagelijks
aangevallen en het nieuw te vormen leger gaat langzaam.
De soldaten vinden het fantastisch dat ze zoveel aandacht krijgen. Zo demostreren ze
een inval en hoe ze zich moeten bewaken als zich per auto bewegen. Ze doen alsof ze
een geweer in handen hebben, maar eigenlijk houden ze lucht vast. Van de
wereldkampieoschappen ‘luchtgitaar’ spelen had ik al gehoord, maar het Iraakse
‘luchtpistool’ spelen is nieuw voor me. Ik moet lachen als ik de soldaten fotografeer,
maar ze kijken uiterst serieus terug.
FOTO Mickey Mouse in Irak
Ali heeft bruine tanden en zich zeker al vijf dagen niet gewassen en geschoren. Zijn
paarse jalabya hangt strak over zijn veel te dikke buik en zit vol met smeervlekken.
Ali is pooier in Bagdad, hij runt twee bordelen waar zeven meisjes voor hem werken.
Prostitutie is redelijk geaccepteers in Irak; waar moet een met met zijn behoeftes
anders heen in het Islamitiche land. Uday, Saddams playboy zoon was een notoire
hoerenloper en op studentenfeesten huren de jongens vaak dames in om de boel een
beetje op te vrolijken.
Ik heb een opdracht om prostitutie in Irak te fotograferen, maar Ali vraag 300$ entree,
een bedrag dat mijn fotoredakteur niet waardeerd al krijg ik volgens Ali dan wel een
‘very good show’ te zien. Voor ik zonder foto vertrek kijk ik nog even langs Alis’s
dikke buik naar binnen. Een meisje drinkt een koje thee op een fluweel groene bank.
Niet echt opwindend, tja, het blijft Irak.
Als ik met mijn chauffeur Jamal terugrijdt zien we een Mickey Mouse op de weg
staan. Ik stop de auto en fotografeer de muis. In het Mickey Mouse pak ziet een man
die Mohammed heet, hij werkt voor een kindvriendelijk restaurant en is op straat
neergezet om klanten binnen te lokken.
Als ik in de auto stap schudt jamal zijn hoofd; ‘het wordt steeds gekker in dit land’,
lacht hij, ‘Ali is een pooier en Mohammed is Mickey Mouse’.
FOTO Bomaanslag bij CPA
Ka Boeemmmm. Ik schrik wakker van een enorme knal. Ik loop naar het raam en kijk
of er iets te zien is, ik zie alleen wat duiven verschrikt opvliegen. Voor de zekerheid
kleed ik me aan en pak mijn camera. Jamal heeft de auto al gestart als ik beneden
kom. Mijn collega Mike stapt in en we rijden weg. Mike is net uit Washington
aangekomen. Met zijn ongeschoren kop en ongekamde haren en kogelvrijvest ziet hij
er grappig uit. Ik geef hem een walkie talkie en een sateliettelefoon. Over de radio
horen we dat er een autobom is afgegaan bij de ingang van de Coalition Provision
Authorithy. Er zouden veel doden zijn gevallen. We hebben haast, maar het verkeer is
vanochtend een hel, er is geen doorkomen aan. We staan al een half uur stil op het
Mansour plein, dat is 5 minuten van ons huis. Als er in Baghdad een hoofdweg wordt
afgesloten ligt de halve stad plat. Jamal, de chauffeur besluit een andere route nemen.
Ook deze weg staat vol met auto's, maar mijn chauffeur geeft niet op en rijdt nu over
de stoep langs de file. Wie moet ons in dit land een bekeuring geven?
We zijn eindelijk in de buurt van de bom en stappen uit. We lopen een brede
boulevard af en zien in de verte Amerikaanse soldaten met hun Humvees de weg
blokkeren. De commandant stapt op me af, bekijkt mijn perskaart en wijst aan tot
waar ik mag komen, zowaar een aardige kerel. In de mist voor me staan tientallen
uitgebrande, vernielde autowrakken. Glas en metaal ligt verspreid over de grond.
Soldaten met honden zoeken naar menselijke resten. Alle ruiten van de huizen
rondom ons zijn eruit geslagen. Ik neem de trap omhoog en loop een verdieping op.
Wat een armoede! In kleine kamers wonen hele gezinnen, het is er muf en vies.
Kinderen rapen glas van de vloer een moeder begint te jammeren, ik verwijs haar naar
Mike, de journalist. Ik maak wat foto's, maar er is niet veel te zien. Het gezin links
van de trap vertelt ons dat de zelfmoordenaar een terrorist is van Al Qaida, Irakezen
doen alles voor geld, maar zullen zichzelf nooit opblazen, zegt de man uitgesproken.
Het gezin rechts van de trap heeft een heel andere mening. De man des huizes zegt dat
dit de schuld van de Amerikanen en Joden is. Hij zag zelf dat een helikopter een raket
afvuurde. Ook beweert de man dat veel Amerikaanse helikopterpiloten van Joodse
komaf zijn. Mike slaat zijn aanteking boekje met een zucht dicht. We besluiten naar
het ziekenhuis te rijden.
We komen aan bij het plaatselijke hospitaal, maar niemand laat me binnen. Je moet
tegenwoordig een brief met toestemming van het ministerie van gezondheid bij je
dragen om als pers binnen te mogen. Ik ben verbaasd en vertel de wacht dat ik in zijn
hospitaal al in 1998 fotografeerde en in Juni er voor Unicef werkte. Toevallig loopt de
ziekenhuis directeur voorbij, de man herkent me en laat ons binnen.'Vijf minuten,
omdat jij het bent. Je mag alleen gewonden fotograferen, de doden niet', zegt hij. Ik
wordt een zaal binnengeduwd, er ligt een man met een verband om zijn hoofd in een
bed. Uit beleefdheid maak ik een foto. Maar als ik de gang inloop staat daar een man
in shock. Zijn gezicht, zijn handen en kleren zitten onder rood, geronnen bloed. Hij
heeft een bebloede kaart om zijn nek, hij heet Yassin. Het blijky het bloed van zijn
zoon te zijn. Samen stonden ze in de rij om bij de CPA te gaan werken toen de bom
ontplofte. De man overleefde, maar zijn zoon niet. Het is vreselijk om de man daar te
zien staan, maar ik realiseer me dat het ook een goede foto is. Ik pak mijn camera en
maak enkele opnames.
Dan stormt een Italiaans tv-team naar binnen en beginnen vragen aan de man te
stellen. De ziekenhuis directeur ontploft. 'Mijn ziekenhuis uit, tuig', schreewt hij.
Yassin vlucht een kamer in, ik volg hem. De man gaat verslagen naast een bed zitten,
ik begrijp dat onder de deken het dode lichaam van zijn zoon ligt. Ik maak een foto en
weet dat ie onscherp is. Ik wil een tweede keer op de knop drukken als de ziekenhuis
bewaking binnenstormt. Ik druk snel af. Een man gaat voor me staan en zegt dat ik
weg moet. Ik praat als brugman om deze foto te mogen maken, maar na de Italiaanse
inval wil niemand meer naar me luisteren. Buiten het ziekenhuis bedank ik mijn fijne
Italiaanse collega's voor hun onbeschofte gedrag. Mike en ik zijn allebei vader van
twee kinderen, aangeslagen zitten we in de auto en weten even niet wat we willen
zeggen. Over de radio horen we dat minsten 22 mensen zijn omgekomen. Het was de
grootste zelfmaardaanslag sinds november. Ook in Tikrit en in Basra was een aanslag.
De oorlog in Irak is nog geen jaar oud. Toch is de ellende nu al groter dan 17 jaar
oolrog in Libanon. En dat terwijl de burgeroorlog hier nog niet eens is begonnen.
FOTO olievelden van Kirkuk
We rijden in een kanariegele Caprice naar Kirkuk voor een reportage over de
olievelden. De auto is snel en dat is handig, want deze weg is berucht om zijn
gewapende overvallen.
Maar in een onherbergzame streek op 40 minuten van het dichtbijzijndste gehucht
stopt de motor. De benzine in Irak is erg vuil en soms loopt de benzinepomp van de
motor vast. Mijn collega en ik zijn'not amused' we staan stil op een weg temidden van
een soort maanlandschap. Onze chauffeur vloekt, de vertaler zegt dat we absoluut niet
uit de auto mogen stappen. Er stopt een auto voor ons en drie mannen met baarden
lopen op onze auto af. “Shit’ roept mijn collega. Ook ik zit in spanning, ‘ze zijn
aardig, ze lachen’, zeg ik opgelucht. De mannen kijken onder de motorkap en een
man lopt naar de kofferruimte. Daar rommelt hij wat, de chauffeur start de auto en de
motor loopt weer. We hebben geluk de Caprice heeft een reservebenzinepomp, een
niet overbodige luxe in Irak. Opgelucht halen we adem en vervolgen onze weg naar
Kirkuk.
We hebben een afspraak met een Amerikaanse kolonel, maar hij blijkt niet aanwezig,
we worden doorverwezen naar de Amerikaanse luchtmachtbasis.We vragen bij de
luchtmachtbasis naar de Public Affair officer. Het is steenkoud en moeten bij het
checkpoint op hem wachten De PAO komt opdagen en neemt ons mee op de basis.
Hij is buitengewoon vriendelijk en vraagt ons naar ene Marie te gaan die als
persvertegenwoordiger op de olievelden werkt. We komen aan op de olievelden, er
lopen hier veel wachten met allerlei soorten wapens, maar niemand heeft ooit van
deze Amerikaanse vrouw gehoord. De Irakezen hebben de vreemde gewoonte om niet
'nee' te willen zeggen, dat is onbeleefd. Ook deze mannen willen ons niet vertellen dat
ze geen idee hebben waar deze Marie uithangt en verzinnen stuk voor stuk hun eigen
verhaal. We zijn nu van hot naar her gestuurd en hebben nog steeds niet de vrouw
gevonden. We gaan terug naar de luchtmachtbasis, waar we weer een twintig minuten
in de kou moeten wachten. De PAO van de luchtmachtbasis geeft onze chauffeur
duidelijke aanwijzingen en beloofd de dame in kwestie een mail te sturen.We rijden
nu al een half uur rond op de olievelden, maar ondanks de duidelijke aanwijzingen is
het kantoor van de vrouw niet te vinden. We geven het op en gaan terug naar ons
hotel. Er komt een email binnen, de vrouw beloofd ons te bellen op de
sateliettelefoon. Eindelijk, de dame in kwestie belt ons. Ze heeft ons weinig te
vertellen. Ja zij is inderdaad degene die de pers te woord staat inzake oliezaken, maar
heeft geen enkele bevoegdheid om ons de velden te laten zien. Neen, foto's zijn
uitgesloten, ze beweert dat het verzet anders te weten komt waar de oliepijpleidingen
liggen. Mijn collega lacht haar over de telefoon uit. De doorgewinterde journalist zegt
'Jongedame je kunt in winkels in Kirkuk en Baghdad een plattegrond kopen waar
exact staat vermeld waar die pijpleidingen liggen'. De vrouw reageert verbaasd, maar
wilt van niets weten, geen toestemming.
De volgende dag proberen we nogmaals de kolonel te vinden, maar die komt vandaag
wederom niet opdagen. Een Irakese secretaresse kijkt ons verveeld aan. Wijst ons een
deur; 'Ga daar maar heen' zegt ze. Ene luitenant Lee kijkt ons amper aan vanachter
zijn compouter en vertelt ons contact op te nemen met dezelfde PAO die we een dag
eerder op de luchtmachtbasis hebben gesproken.De beveiligingsmaatschappij die de
beveiliging van de pijpleidingen en olievelden regelt belt ons na 5 dagen eindelijk
terug. Ze willen ons morgenochtend alles laten zien. Eindelijk. In het hotel besluiten
we nogmaals de luchtmachtbasis per mail te vragen voor assistentie, mischien kan
iemand ons begeleiden om vandaag al de olievelden te fotograferen of willen ze ons
meenemen in een helikopter voor een lucht foto. De PAO mailt ons terug dat hij ons
heel graag helpt met alles wat we in Kirkuk willen doen , behalve alles wat met olie te
maken heeft. Als we verder nog vragen hebben waarbij hij ons niet van dienst kan zijn
moeten we hem maar een email sturen! En zo ben ik twee dagen lang van hot naar her
gestuurd, terwijl we dachten al onze afspraken al vanuit Bagdad te hebben geregeld.
De hele dag hang ik verveelt rond in mijn hotelkamer en kijk 4 films, in Kirkuk is
niets te doen, in ons hotel is niets te doen, ze serveren zelfs geen bier.
FOTO Hardrock in baghdad
Ahmed lijkt een beetje op Freddy Mercury, hij draagt een zwart t shirt, zwarte
spijkerbroek en heeft een leren handschoen met afgeknipte vingers aan zijn
linkerhand. In de plaatselijke bingozaal springt hij een meter in de lucht en roept in
een microfoon 'motherfuckerrrrrrrrrr!'. De gitarist leunt achterover en laat zijn gitaar
gieren, de boxen staan op tien. De drummer heeft de mouwen van zijn t shirt
afgeknipt en een zwarte wollen muts opgezet. Hij beukt op de drums in een moordend
tempo.
Vanachter schoolbankjes schudden 20 pubers hun hoofd op de maat van de muziek.
Het zwarte haar staat rechtop van de gel, rode puisten glimmen op als het licht van de
spiegel 'disco' bol hen in het gezicht scheint. Als een van de jongens eindelijk naar
voren springt en 'headbangend' door de ruimte springt sta ik met 4 collega's en een tv
team me te verdringen om het eertse heavy metal concert na de oorlog in Bagdad vast
te leggen.
Het is een bescheiden en zeker moedige poging om een normaal leven in Bagdad op
gang te brengen. Deze heavy metal band heeft, heel slim, ook enkele aankondigingen
in een journalisten hotel opgehangen en vragen per bezoekende journalist 10 dollar
entrée. Zij zijn vanmiddag het levende bewijs dat iedereen 10 minuten in zijn leven
beroemd kan zijn. Ondanks dat de muziek nu niet bepaald fantastisch is, de bingozaal
niet echt een toplocatie, en het publiek slechts 20 jongens zijn, die het gehele concert
braaf in de schoolbankjes blijven zitten. Ondanks dat staan de bandleden twee uur
lang intervieuws af aan diverse journalisten en tv stations. Als het concert is
afgesloten met 'A whole lot of Rosie' van AC/DC sta ik na enkele minuten met
fluitende oren weer op straat. Een kind roept 'Mister, mister, give me money', het
kruispunt is volgelopen met toeternde auto's. Ik knipper met mijn ogen en ben weer
terug in Bagdads’ realiteit van alle dag.
FOTO Vrouw achter prikkeldraad wacht op vrijlating gevangen zoon.
Tijdens het ontbijt hoor ik op BBC world dat de Amerikanen vandaag 500
gevangenen vrijlaten. Ik besluit eerst bij de Abu Ghreib gevangenis poolhoogte te
nemen. Voor de gevangenis wachten honderden familieleden achter prikkedraad de
vrijlating af. Veel familie heeft geen benul waar hun zoon of vader na arrestatie door
de Amerikanen is gebleven en komt hier op de gok. Ik maak wat fotos van de
wachtende meute als uit het niets een Amerikaanse soldaat mijn camera grijpt. 'That’s
mine', zegt hij. Ik ben verbaasd en vraag hem wat ie van plan is. Hij wil mijn camera
afnemen, ik heb de gevangenis gefotografeerd en dat gebouw blijkt plots top secret. Ik
maak hem duidelijk dat ie van me camera moet afblijven en ik bereid ben de fotos te
verwijderen. De soldaat wil de film, maar dat lukt niet met digitale camera;s. Ik laat
hem de foto op het schermpje op de achterwand zien en druk op delete, dat doe ik
tweemaal en zet dan met mijn andere hand de camera uit. 'Kijk alle foto's zijn weg',
zeg ik en ik wijs op het zwarte schermpje.
FOTO Minibusje en de bom
Onderweg naar Sadr City ontploft een bom op nog geen 300 meter van onze auto. De
auto trilt, aan de rechterkant op Palestine road zie ik een witte rookkolom. We rijden
snel naar de plek en ik ben nog geen minuut na de explosie daar. Een militair konvooi
is dan al vertrokken. Op de weg staat een minibusje. De voorruit is gebroken en de
gehele auto zit onder de modder. Naast de weg is een groot gat in de modder
geslagen. Het blijkt om een aanslag met een IED (Improvised Explosive device) te
gaan. Het zijn bommen die het verzet naast de weg leggen en met een
afstandbediening laten ontploffen als een Amerikaans militair convooi langsrijdt.
Gelukkig zijn er geen doden gevallen. De eigenaar van de bus bloedt aan zijn hoofd,
dat is alles. Een wonder want er zijn dagelijks zo’n 40 aanslagen in Irak, waarvan
tientallen met dit soort bommen, waarbij al honderden doden vielen.
FOTO man schilder Saddam met baard
Het is maandag en nog 5 dagen voor de deadline. Ik kan het rustig aan doen. Ik laat
me naar de kunstgalerijen van Bagdad rijden. Je hebt er tientallen en zijn erg grappig.
Tijdens de dictatuur van Saddam waren kunstenaars verplicht portretten van hun
dictator te schilderen. Die tijden zijn voorbij, maar de meeste schilders weten nog niet
met hun nieuw verworven creatieve vrijheid om te gaan. Zo zijn er schilders die nu de
Amerikaanse Adelaar gehuld in de ‘stars and stripes’ vlag schilderen. De
galeriehouder vertelt me dat die dingen heel populair zijn bij Amerikaanse generaals.
Een andere kunstenaar schildert uitsluitend portretten van Amerikaanse soldaten. Ik
vond slechts een creatieveling die het waagde een grauw schilderij te tekenen van
Saddam met baard en zeven ratten op zijn schouders. Maar in het algemeen krijg je in
deze galeries gewoon een kunstboek in je handen gedrukt en kun je kiezen; een Van
Gogh, een Gaugain, een Picasso of een Warhol het maakt niet uit van wie en welk
beroemd schilderij. Voor 70 dollar krijg je gegarandeerd binnen twee weken een
prachtig namaak schilderij van een heel beroemde schilder geschilderd door een heel
onbekende Irakees. Als dat geen kunst is?
FOTO muziekschool Irak
De laatste dag van het oude jaar in Bagdad begint positief. Met een dans en muziek
voorstelling van de balletschool. Net na de oorlog hebben de Ali Baba's (het Iraaks
voor dief) de gehele parketvloer uit de school geroofd. De pianos zijn vernield, onder
een dikke laag stof komt een iel geluid als je op de toetsen druk. Een ruimte is een
beetje opgeknapt, er ligt een groot zeil op de vloer en er hangen slingers en balonnen
aan de muur. Het optreden van de kinderen is een ware happening in Bagdad, zelfs
een minister komt opdagen om het geheel een officieel tintje te geven. De grand finale
is het Bagdad kinderkoor, uit tientallen kelen klinkt het 'Do-re-mi' uit de Sound of
Music.
FOTO lege zaal met BBC feest
De BBC heeft een groot nieuwjaarsfeest georganiseerd. Met mijn collega's van
Newsweek en de Washington Post maken we ons klaar voor vertrek. Dan horen we
geschreeuw op de radio. Er blijkt een bom in Nabil restaurant te zijn afgegaan.
Gewonden worden naar de ziekenhuizen gereden. We luisteren geconcentreerd of er
geen namen van vrienden of bekenden klinken. Nabil is het bekendste restaurant van
Bagdad, veel Westerlingen gaan hier eten. Ik maak me zorgen om mijn collega van
Stern die op 150 meter van het restaurant een huis huurt. Gelukkig belt hij me al snel
op dat hij en zijn vrouw ongedeerd zijn. We pakken onze kogelwerende vesten en
rijden snel naar het restaurant. Er is niet veel te zien. Amerikaanse militairen houden
ons op grote afstand.
We besluiten toch maar naar het BBC feest te gaan. Wat moeten we anders? Het huis
van BBC is afgeschermd met hoge betonnen muren en bewakers. Geen terrorist die
hier doorkomt. Als we het huis binnen lopen blijkt er niemand aanwezig. Grote tafels
met eten staan te verpieteren. Een dj kijkt eenzaam in het rond. We nemen een biertje
uit een ton met ijs en bellen een voor een onze familie op. 'We zijn ongedeerd,
gelukkig nieuwjaar mama', roept de journalist door de hoorn.
FOTO Het verzet van falluja
Mijn chauffeur Jawal rijdt me in zijn oude Oldsmobile naar Falluja. We rijden in een
oude auto en niet in een splinternieuwe BMW of 4 wheel drive, om niet in het zicht te
lopen als 'buitenlander'. Er zijn de laatste maand nogal wat aanslagen op buitenlanders
geweest. Het verzet heeft het jachtseizoen geopend op iedereen die met de
Amerikanen samenwerkt; politieposten, enkele Amerikaanse journalisten, hotels,
contractarbeiders, iedereen kan een doelwit zijn. We vertrekken altijd met volle tank,
in Irak wil je nergens zonder benzine komen te staan, er zijn nog steeds veel 'Ali
Baba's", dieven en rovers actief, zeker de weg naar Falluja en Ramadi is berucht.
Nabij falluja vliegen 2 Black Hawk helikopters van het Amerikaanse leger enkele
minuten lang heel laag boven onze auto, een vlak voor ons, en een vlak achter ons. Je
kunt ze bijna aanraken, ik kan de bommen, granate en mitrailleurs tellen. We
minderen vaart en halen opgelucht adem als de twee gevaarlijke 'bijen' doorvliegen.
Ik bel mijn 'contact persoon' 'Hassan' in Fallujah vanuit de auto. Ik steek de antenne
van de sateliet telefoon door een kier van het raam. Op deze weg stopt niemand, te
gevaarlijk. Hassan brengt me vandaag in contact met het verzet, na een week van
overleg en ondrhandelen is het verzet me eindelijk bereid te ontvangen.
Ik ontmoet 'Hassan' op de afgesproken plaats. Hij stapt in, Hassan moet zijn paspoort
en auto sleutels afgeven, die krijgt hij terug als hij me veilig terug brengt. Of het echt
help weten ik niet, maar het beter dan niets. Hassan geeft in ieder geval braaf de
sleutels van zijn Mercedes af. Ik stap met Hassan in een auto waar twee onbekende
mannen zitten. 'Salaam Maleikum' heren. We rijden weg,.
De man naast me verbergt zijn gezicht in een sjaal. Ik geef hem het laatste magazine
van Stern met daarin een fotospecial over het verzet en de vraag of Irak voor de
Amerikanen het nieuwe Vietnam wordt. Daarin staat ook een foto van het verzet in
Falluja, de man voor me herkent duidelijk wie de gemaskerde mannen op de foto zijn
en begint te lachen. Hij steekt zijn duim omhoog en zegt 'Good, good'. De man naast
me moet nog harder lachen, ook hij steekt ook zijn duim omhoog en roept
'good,good'. Hij heeft een spread voor zich waar 5 supermodellen, oa Tyra Banks met
hele lange benen en slechts gehuld in een string en kanten bh, de laatste lingerie mode
tonen.
De twee mannen stappen uit de auto. Na enkele minuten wuiven ze me een gebouw
in. Ik moet wachten in een koude ruimte. Koran teksten staan op de muur geschreven.
Dan komen drie mannen binnen. Ze slepen ieder een jute zak achter zich aan. Er
zitten granaatwerpers, RPG's, granaten en geweren in. De mannen trekken een bivak
muts over hun hoofd en een bandana met een koran tekst, ook de man die zoeven de
lingerie foto bewonderde. Ze pakken de granten op, schroeven ze aan de raketwerper
vast en staren in de lens. Na vier minuten horen de mannen helikopters. Gespannen
luisteren ze, maar de heli's gaan niet weg. De mannen leggen hun wapens op de grond
en pakken me beet, fouilleren me en doorzoeken mijn fototas. De helikopter komt
weer over vliegen. Dan zetten de verzetstrijders het op een lopen. Ik wordt terug de
auto in geduwd. We rijden voorzichtig, rustig weg. De man naast me is uiterst
nerveus, hij zweet als een otter.
Gelukkig wordt ik keurig terug naar mijn auto gebracht. Hassan krijgt zijn paspoort en
sleutels terug. We rijden terug naar Bagdad. Een kilometer voor de laatste afslag
rijden we vol gas en halen andere auto's gevaarlijk in. Bij de bocht stuiven we de weg
af en kijken of we worden achtervolgt. Dat is het niet het geval en ik kan rustig naar
mijn volgende afspraak; ik moet een embad regelen bij het Amerikaanse leger.
FOTO Auto in de fik
Als op 13 december Saddam eindelijk in Ad Dawr wordt opgepakt is het heel even
feest in Baghdad, maar in tegenstelling tot berichten op tv duurde de pret niet langer
dan een half uur. De mensen gingne al snel over naaar de harde realiteit van alledag.
De gehel avond zie ik berichten op CNN en Fox nieuws dat heel baghdad aan het
feesten is, maar dat is niet waar. De enige mensen die ik op straat zie staan de gehele
dag in een eindeloze rij om benzine te krijgen.
’s Avonds schiet een man in het centrum van Baghdad een magazijn van zijn
Kalashnikov leeg in de lucht, waarschijnlijk een verlate vreugde uitbarsting. Een van
zijn kogels komt precies in de lading van een auto terecht, en laat dat nu net drie
enorme olivaten vol benzine zijn. Bestemt voor de illegale handel. De auto ontploft en
iedereen vermoedt een nieuwe zelfmoordaanslag.
FOTO Saddam aansteker of horloges;
In Sadoon street doet Saddam goede zaken. Ali Muhammed wrijft al in zijn handen
als ie me aan ziet komen. "America? Salaam maleikum', de zakenman verwelkomt me
vrolijk. 'Kopje thee?.
Ali heeft zijn winkel volgestouwd met Saddam parafernalia; horloges, aanstekers,
stickers, klokken, bankbiljetten, postzegels, kaartspelen, munten, sleutelhangers,
buttons, vlaggen, tapijten, en zelfs serviesgoed. Waar een afbeelding van Saddam op
staat gaat voor grof geld de deur uit.
De nieuwste mode op Saddam-horloge gebied is een wanstantelijk, foeilelijk metalen
horloge, met een afbeelding van Saddam met baard erin. Het ding kost al gauw 30
dollar en vindt grif aftrek bij kooplustige Amerikanen en journalisten. Als ik nog maar
net in de winkel van Ali ben stormen er 20 Japanse journalisten binnen en kopen als
een stel losgeslagen moeders op de drie Dwaze Dagen van de Bijenkorf alles wat los
en vast zit. (Er zijn momenteel 400! Japanse journalisten in het land, om de
verrichtingen van de (eerste) 11 Japanse soldaten in Irak te verslaan...). Na 20
minuten lopen ze, opgewonden kakelend, met plasticzakken vol troep naar buiten. Ali
telt zijn geld; 880 dollar! Ali moet lachen want dezelfde aanstekers die Ali voor 10
dollar per stuk verkoopt gaan op straat weg voor minder dan 3 dollar.
Wat maakt het die Jappen uit, dit zijn geen gewone aanstekers, dit zijn souverniers.
Het pronkstuk is een zilverkleurige aansteker in de vorm van een hart. Links staat een
afbeelding van George Bush, rechts die van Saddam Hussein. In het midden een
vliegtuig die licht geeft zodra je de aansteker aansteekt. Dat gebeurt door een metalen
vliegtuig op te klappen, zodat de zippo ontstoken kan worden. Na een seconde krijgt
het vlammetje een groen fluoriserende kleur. Een andere aansteker heeft naast de
afbeelding van Saddam een vliegtuig die drie bommen afwerpt. Zodra deze zippo
opengaat lichten de bommen een voor een op, onderaan ontploffent de bom. Eronder
staat de cryptische tekst; 'Anxiety peace we'.
Horloges zijn te koop vanaf 30 dollar. Toen ik hier in 1998 was kon je originele oude
Saddam horloges kopen voor niet meer dan 10$, voor dit soort horloges moet je nu
minsten 300$ betalen. Ali heeft een gouden Longines voor 600$ in de aanbieding.
Overal waar Saddams hoofd op staat is handel. Zelfs de bankbiljetten die nog maar
een maand geleden uit de roulatie werden genomen worden nu voor het viervoudige
van het oorspronkelijke bedrag verkocht. Een deurmat waarop je je voeten over het
hoofd van Saddam kan afvegen.
Het kaartspel van de Amerikanen waarop Saddam en alle andere meest gezochte
Baathpartijleden staan afgebeeld is ook populair. Een vrouw van een van deze top
krijgsgevangenen wist me te vertellen dat CIA ondervragers haar man dwongen zijn
eigen kaart te ondertekenen, anders mocht ie niet naar het toilet. Een set kaarten
ondertekend door Tarik Aziz, Saddam Hussein en alle anderen, neen, helaas dat heeft
Ali niet te koop. Jammer want het zal later veel geld waard zijn...
FOTO Bremer eet op kantoor.
'Goedenmiddag’, Paul Bremer geeft me een hand.'Goeidemorgen ambassadeur',
antwoord ik. Bremer lacht en vraagt me zijn vergissing te vergeven, het is al een tijd
geleden dat de Ambassadeur van Irak Nederlands sprak. Bremer was een aantal jaren
de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag. In zijn Iraakse villa hangen foto's van
Hollandse bollenvelden.
Ik ben als Newsweek fotograaf enkele dagen 'vlieg op de muur' bij de ambassadeur en
zal hem bij al zijn actieviteiten volgen.
.
Paul Bremer heeft haast, Amerika’s nieuwe Mac Arthur heeft nog maar vijf maanden
tijd om Irak op het juiste spoor te zetten, daarna moeten de Irakezen zelf de schuit
trekken. De nieuwe regering van Irak zal 30 juni al geinstalleerd zijn. In het krappe
kantoor van Bremer is het een gaan en komen. ‘Schema, schema, schema dat is wat ik
wil’, roept Bremer. Hij managed tot nu toe al 1750 projecten. Bremer blijkt een man
met een ongeloofelijke feitenkennis. Of het om de olieindustrie of het
emancipatieproces van vrouwen in irak gaat, Bremer kent alle feiten, data's en
percentages uit het hoofd en corrigeert zijn medewerkers op een vriendelijke manier.
Bremer beslist direkt, zonder enige twijfel. Voor bedragen boven de 100 miljoen
dollar heeft hij toestemming van Washington nodig. Bijna iedere dag is hij aan de
rode telefoon met Gondaleezza Rice in het Witte Huis in overleg. Hij eet van een
plastic bordje naast zijn computer en heeft niet eens tijd het blikje fanta in een glas te
schenken.
Hij is maar net terug van Verenigde Naties waar hij Kofi Anan om hulp heeft
gevraagd om problemen met de Shi’itische leider Sistani op te lossen. Sistani heeft
direkte verkiezingen in juni geeist, maar dat is onmogelijk omdat de kiezers nog niet
geregistreerd zijn. Ondertussen vergaderd bremer met de Kurdische leiders die nog
voor de Iraakse regering geinstalleerd wordt om autonomie in het Noorden vragen.
‘Uitgesloten’, volgens Bremer.
De (tijdelijke) Iraakse minister van Energie komt binnenvallen en vraagt direkt 200
miljoen extra. Als Bremer zegt geen budget te hebben, en hem al 400 miljoen eerder
in het jaar gaf, en de komende Iraakse regering vast een nog krapper buget heeft
antwoord de minister lakoniek. ‘Geef dat geld nou maar, wat maakt jou dat uit’, zegt
hij, Jij gaat toch weg in juni’. Bremer reageert ‘not amused’.
FOTO Bremers Bodyguards; en foto van studenten die hem fotograferen
Bremers' bodyguards zien er stoer en gevaarlijk uit. Het zijn enorme kerels, zwaar
bewapend met machinegeweren, pistolen en messen. Dragen altijd een kogelvrijvest
en in het linkeroor zit een oortelefoon. De hoogste baas van Irak is het meest gewilde
doelwit van terroristen enhet iraakse verzet. Hij wordt daarom nog beter bewaakt dan
de Amerikaanse president Bush, zelfs als de Bremer naar het toilet gaat, 10 meter van
zijn kantoor, wordt hij door 4 man begeleid.
Bij een diploma uitreiking van Iraakse studenten die een uitnodiging krijgen om in
Amerika verder te studeren wordt hij na afloop van de plechtigheid bestormt door
studenten die met hem op de foto willen. Een vrouw van middelbare leeftijd geeft de
ambassadeur een dikke zoen.'Iraqi people love you very much', zegt ze. 'Behalve
diegenen die me proberen te vermoorden', lacht Bremer terug.
FOTO Bremer stapt uit de heli.
Ik vlieg met ambassadeur Bremer mee naar Mosul. Een dag eerder was een Black
Hawk helikopter in de Tigris gestort, maar dat scheint de ambassadeur niet te storen.
Net als gisteren geeft hij zichzelf geen seconde rust. Hij leest en leest documenten,
zelfs als de Black Hawk schuin langs de daken van Baghdad scheert kijkt hij niet op
of om. Bremer heeft haast en gunt zichzelf geen tijd.
We landen op vliegveld Baghdad en stappen over in een militair transport vliegtuig.
In het vrachtruim nemen we plaats op rode netten die als bank dienen. Al twee keer
eerder heeft het Iraaks verzet het afgelopen jaar met een raket een vliegtuig geraakt.
De piloten nemen daarom geen enkel risico en stijgen zo stijl mogelijk op om zo snel
mogelijk hoogte te winnen. We hangen schuin in de netten en onze oren ploppen door
de snel veranderende hoogte steeds dicht. De landing is nog erger, alsof je in de
achtbaan zit duikt het vliegtuig naar de beneden. Zelfs de stoere bodyguards houden
zich angstig vast aan de netten. En Bremer.. die leest vrolijk door.
FOTO Iraakse leger oefent ‘droog’
In Mosul bezoekt Bremer een training van het nieuw te vormen Iraakse leger. Bremer
wordt met geklap en gejoel door de jonge soldaten begroet. Iraakse soldaten (en
politie) worden klaargestoomd om zo snel mogelijk het Amerikaanse leger, waar
mogelijk, te vervangen. Dit heeft de grootste prioriteit. Tot nu toe is Irak uiterst
gevaarlijk er zijn bendes, terroristen en Al Qaida actief. De politie wordt dagelijks
aangevallen en het nieuw te vormen leger gaat langzaam.
De soldaten vinden het fantastisch dat ze zoveel aandacht krijgen. Zo demostreren ze
een inval en hoe ze zich moeten bewaken als zich per auto bewegen. Ze doen alsof ze
een geweer in handen hebben, maar eigenlijk houden ze lucht vast. Van de
wereldkampieoschappen ‘luchtgitaar’ spelen had ik al gehoord, maar het Iraakse
‘luchtpistool’ spelen is nieuw voor me. Ik moet lachen als ik de soldaten fotografeer,
maar ze kijken uiterst serieus terug.
FOTO Mickey Mouse in Irak
Ali heeft bruine tanden en zich zeker al vijf dagen niet gewassen en geschoren. Zijn
paarse jalabya hangt strak over zijn veel te dikke buik en zit vol met smeervlekken.
Ali is pooier in Bagdad, hij runt twee bordelen waar zeven meisjes voor hem werken.
Prostitutie is redelijk geaccepteers in Irak; waar moet een met met zijn behoeftes
anders heen in het Islamitiche land. Uday, Saddams playboy zoon was een notoire
hoerenloper en op studentenfeesten huren de jongens vaak dames in om de boel een
beetje op te vrolijken.
Ik heb een opdracht om prostitutie in Irak te fotograferen, maar Ali vraag 300$ entree,
een bedrag dat mijn fotoredakteur niet waardeerd al krijg ik volgens Ali dan wel een
‘very good show’ te zien. Voor ik zonder foto vertrek kijk ik nog even langs Alis’s
dikke buik naar binnen. Een meisje drinkt een koje thee op een fluweel groene bank.
Niet echt opwindend, tja, het blijft Irak.
Als ik met mijn chauffeur Jamal terugrijdt zien we een Mickey Mouse op de weg
staan. Ik stop de auto en fotografeer de muis. In het Mickey Mouse pak ziet een man
die Mohammed heet, hij werkt voor een kindvriendelijk restaurant en is op straat
neergezet om klanten binnen te lokken.
Als ik in de auto stap schudt jamal zijn hoofd; ‘het wordt steeds gekker in dit land’,
lacht hij, ‘Ali is een pooier en Mohammed is Mickey Mouse’.
FOTO Bomaanslag bij CPA
Ka Boeemmmm. Ik schrik wakker van een enorme knal. Ik loop naar het raam en kijk
of er iets te zien is, ik zie alleen wat duiven verschrikt opvliegen. Voor de zekerheid
kleed ik me aan en pak mijn camera. Jamal heeft de auto al gestart als ik beneden
kom. Mijn collega Mike stapt in en we rijden weg. Mike is net uit Washington
aangekomen. Met zijn ongeschoren kop en ongekamde haren en kogelvrijvest ziet hij
er grappig uit. Ik geef hem een walkie talkie en een sateliettelefoon. Over de radio
horen we dat er een autobom is afgegaan bij de ingang van de Coalition Provision
Authorithy. Er zouden veel doden zijn gevallen. We hebben haast, maar het verkeer is
vanochtend een hel, er is geen doorkomen aan. We staan al een half uur stil op het
Mansour plein, dat is 5 minuten van ons huis. Als er in Baghdad een hoofdweg wordt
afgesloten ligt de halve stad plat. Jamal, de chauffeur besluit een andere route nemen.
Ook deze weg staat vol met auto's, maar mijn chauffeur geeft niet op en rijdt nu over
de stoep langs de file. Wie moet ons in dit land een bekeuring geven?
We zijn eindelijk in de buurt van de bom en stappen uit. We lopen een brede
boulevard af en zien in de verte Amerikaanse soldaten met hun Humvees de weg
blokkeren. De commandant stapt op me af, bekijkt mijn perskaart en wijst aan tot
waar ik mag komen, zowaar een aardige kerel. In de mist voor me staan tientallen
uitgebrande, vernielde autowrakken. Glas en metaal ligt verspreid over de grond.
Soldaten met honden zoeken naar menselijke resten. Alle ruiten van de huizen
rondom ons zijn eruit geslagen. Ik neem de trap omhoog en loop een verdieping op.
Wat een armoede! In kleine kamers wonen hele gezinnen, het is er muf en vies.
Kinderen rapen glas van de vloer een moeder begint te jammeren, ik verwijs haar naar
Mike, de journalist. Ik maak wat foto's, maar er is niet veel te zien. Het gezin links
van de trap vertelt ons dat de zelfmoordenaar een terrorist is van Al Qaida, Irakezen
doen alles voor geld, maar zullen zichzelf nooit opblazen, zegt de man uitgesproken.
Het gezin rechts van de trap heeft een heel andere mening. De man des huizes zegt dat
dit de schuld van de Amerikanen en Joden is. Hij zag zelf dat een helikopter een raket
afvuurde. Ook beweert de man dat veel Amerikaanse helikopterpiloten van Joodse
komaf zijn. Mike slaat zijn aanteking boekje met een zucht dicht. We besluiten naar
het ziekenhuis te rijden.
We komen aan bij het plaatselijke hospitaal, maar niemand laat me binnen. Je moet
tegenwoordig een brief met toestemming van het ministerie van gezondheid bij je
dragen om als pers binnen te mogen. Ik ben verbaasd en vertel de wacht dat ik in zijn
hospitaal al in 1998 fotografeerde en in Juni er voor Unicef werkte. Toevallig loopt de
ziekenhuis directeur voorbij, de man herkent me en laat ons binnen.'Vijf minuten,
omdat jij het bent. Je mag alleen gewonden fotograferen, de doden niet', zegt hij. Ik
wordt een zaal binnengeduwd, er ligt een man met een verband om zijn hoofd in een
bed. Uit beleefdheid maak ik een foto. Maar als ik de gang inloop staat daar een man
in shock. Zijn gezicht, zijn handen en kleren zitten onder rood, geronnen bloed. Hij
heeft een bebloede kaart om zijn nek, hij heet Yassin. Het blijky het bloed van zijn
zoon te zijn. Samen stonden ze in de rij om bij de CPA te gaan werken toen de bom
ontplofte. De man overleefde, maar zijn zoon niet. Het is vreselijk om de man daar te
zien staan, maar ik realiseer me dat het ook een goede foto is. Ik pak mijn camera en
maak enkele opnames.
Dan stormt een Italiaans tv-team naar binnen en beginnen vragen aan de man te
stellen. De ziekenhuis directeur ontploft. 'Mijn ziekenhuis uit, tuig', schreewt hij.
Yassin vlucht een kamer in, ik volg hem. De man gaat verslagen naast een bed zitten,
ik begrijp dat onder de deken het dode lichaam van zijn zoon ligt. Ik maak een foto en
weet dat ie onscherp is. Ik wil een tweede keer op de knop drukken als de ziekenhuis
bewaking binnenstormt. Ik druk snel af. Een man gaat voor me staan en zegt dat ik
weg moet. Ik praat als brugman om deze foto te mogen maken, maar na de Italiaanse
inval wil niemand meer naar me luisteren. Buiten het ziekenhuis bedank ik mijn fijne
Italiaanse collega's voor hun onbeschofte gedrag. Mike en ik zijn allebei vader van
twee kinderen, aangeslagen zitten we in de auto en weten even niet wat we willen
zeggen. Over de radio horen we dat minsten 22 mensen zijn omgekomen. Het was de
grootste zelfmaardaanslag sinds november. Ook in Tikrit en in Basra was een aanslag.
De oorlog in Irak is nog geen jaar oud. Toch is de ellende nu al groter dan 17 jaar
oolrog in Libanon. En dat terwijl de burgeroorlog hier nog niet eens is begonnen.
FOTO olievelden van Kirkuk
We rijden in een kanariegele Caprice naar Kirkuk voor een reportage over de
olievelden. De auto is snel en dat is handig, want deze weg is berucht om zijn
gewapende overvallen.
Maar in een onherbergzame streek op 40 minuten van het dichtbijzijndste gehucht
stopt de motor. De benzine in Irak is erg vuil en soms loopt de benzinepomp van de
motor vast. Mijn collega en ik zijn'not amused' we staan stil op een weg temidden van
een soort maanlandschap. Onze chauffeur vloekt, de vertaler zegt dat we absoluut niet
uit de auto mogen stappen. Er stopt een auto voor ons en drie mannen met baarden
lopen op onze auto af. “Shit’ roept mijn collega. Ook ik zit in spanning, ‘ze zijn
aardig, ze lachen’, zeg ik opgelucht. De mannen kijken onder de motorkap en een
man lopt naar de kofferruimte. Daar rommelt hij wat, de chauffeur start de auto en de
motor loopt weer. We hebben geluk de Caprice heeft een reservebenzinepomp, een
niet overbodige luxe in Irak. Opgelucht halen we adem en vervolgen onze weg naar
Kirkuk.
We hebben een afspraak met een Amerikaanse kolonel, maar hij blijkt niet aanwezig,
we worden doorverwezen naar de Amerikaanse luchtmachtbasis.We vragen bij de
luchtmachtbasis naar de Public Affair officer. Het is steenkoud en moeten bij het
checkpoint op hem wachten De PAO komt opdagen en neemt ons mee op de basis.
Hij is buitengewoon vriendelijk en vraagt ons naar ene Marie te gaan die als
persvertegenwoordiger op de olievelden werkt. We komen aan op de olievelden, er
lopen hier veel wachten met allerlei soorten wapens, maar niemand heeft ooit van
deze Amerikaanse vrouw gehoord. De Irakezen hebben de vreemde gewoonte om niet
'nee' te willen zeggen, dat is onbeleefd. Ook deze mannen willen ons niet vertellen dat
ze geen idee hebben waar deze Marie uithangt en verzinnen stuk voor stuk hun eigen
verhaal. We zijn nu van hot naar her gestuurd en hebben nog steeds niet de vrouw
gevonden. We gaan terug naar de luchtmachtbasis, waar we weer een twintig minuten
in de kou moeten wachten. De PAO van de luchtmachtbasis geeft onze chauffeur
duidelijke aanwijzingen en beloofd de dame in kwestie een mail te sturen.We rijden
nu al een half uur rond op de olievelden, maar ondanks de duidelijke aanwijzingen is
het kantoor van de vrouw niet te vinden. We geven het op en gaan terug naar ons
hotel. Er komt een email binnen, de vrouw beloofd ons te bellen op de
sateliettelefoon. Eindelijk, de dame in kwestie belt ons. Ze heeft ons weinig te
vertellen. Ja zij is inderdaad degene die de pers te woord staat inzake oliezaken, maar
heeft geen enkele bevoegdheid om ons de velden te laten zien. Neen, foto's zijn
uitgesloten, ze beweert dat het verzet anders te weten komt waar de oliepijpleidingen
liggen. Mijn collega lacht haar over de telefoon uit. De doorgewinterde journalist zegt
'Jongedame je kunt in winkels in Kirkuk en Baghdad een plattegrond kopen waar
exact staat vermeld waar die pijpleidingen liggen'. De vrouw reageert verbaasd, maar
wilt van niets weten, geen toestemming.
De volgende dag proberen we nogmaals de kolonel te vinden, maar die komt vandaag
wederom niet opdagen. Een Irakese secretaresse kijkt ons verveeld aan. Wijst ons een
deur; 'Ga daar maar heen' zegt ze. Ene luitenant Lee kijkt ons amper aan vanachter
zijn compouter en vertelt ons contact op te nemen met dezelfde PAO die we een dag
eerder op de luchtmachtbasis hebben gesproken.De beveiligingsmaatschappij die de
beveiliging van de pijpleidingen en olievelden regelt belt ons na 5 dagen eindelijk
terug. Ze willen ons morgenochtend alles laten zien. Eindelijk. In het hotel besluiten
we nogmaals de luchtmachtbasis per mail te vragen voor assistentie, mischien kan
iemand ons begeleiden om vandaag al de olievelden te fotograferen of willen ze ons
meenemen in een helikopter voor een lucht foto. De PAO mailt ons terug dat hij ons
heel graag helpt met alles wat we in Kirkuk willen doen , behalve alles wat met olie te
maken heeft. Als we verder nog vragen hebben waarbij hij ons niet van dienst kan zijn
moeten we hem maar een email sturen! En zo ben ik twee dagen lang van hot naar her
gestuurd, terwijl we dachten al onze afspraken al vanuit Bagdad te hebben geregeld.
De hele dag hang ik verveelt rond in mijn hotelkamer en kijk 4 films, in Kirkuk is
niets te doen, in ons hotel is niets te doen, ze serveren zelfs geen bier.
FOTO Hardrock in baghdad
Ahmed lijkt een beetje op Freddy Mercury, hij draagt een zwart t shirt, zwarte
spijkerbroek en heeft een leren handschoen met afgeknipte vingers aan zijn
linkerhand. In de plaatselijke bingozaal springt hij een meter in de lucht en roept in
een microfoon 'motherfuckerrrrrrrrrr!'. De gitarist leunt achterover en laat zijn gitaar
gieren, de boxen staan op tien. De drummer heeft de mouwen van zijn t shirt
afgeknipt en een zwarte wollen muts opgezet. Hij beukt op de drums in een moordend
tempo.
Vanachter schoolbankjes schudden 20 pubers hun hoofd op de maat van de muziek.
Het zwarte haar staat rechtop van de gel, rode puisten glimmen op als het licht van de
spiegel 'disco' bol hen in het gezicht scheint. Als een van de jongens eindelijk naar
voren springt en 'headbangend' door de ruimte springt sta ik met 4 collega's en een tv
team me te verdringen om het eertse heavy metal concert na de oorlog in Bagdad vast
te leggen.
Het is een bescheiden en zeker moedige poging om een normaal leven in Bagdad op
gang te brengen. Deze heavy metal band heeft, heel slim, ook enkele aankondigingen
in een journalisten hotel opgehangen en vragen per bezoekende journalist 10 dollar
entrée. Zij zijn vanmiddag het levende bewijs dat iedereen 10 minuten in zijn leven
beroemd kan zijn. Ondanks dat de muziek nu niet bepaald fantastisch is, de bingozaal
niet echt een toplocatie, en het publiek slechts 20 jongens zijn, die het gehele concert
braaf in de schoolbankjes blijven zitten. Ondanks dat staan de bandleden twee uur
lang intervieuws af aan diverse journalisten en tv stations. Als het concert is
afgesloten met 'A whole lot of Rosie' van AC/DC sta ik na enkele minuten met
fluitende oren weer op straat. Een kind roept 'Mister, mister, give me money', het
kruispunt is volgelopen met toeternde auto's. Ik knipper met mijn ogen en ben weer
terug in Bagdads’ realiteit van alle dag.
FOTO Vrouw achter prikkeldraad wacht op vrijlating gevangen zoon.
Tijdens het ontbijt hoor ik op BBC world dat de Amerikanen vandaag 500
gevangenen vrijlaten. Ik besluit eerst bij de Abu Ghreib gevangenis poolhoogte te
nemen. Voor de gevangenis wachten honderden familieleden achter prikkedraad de
vrijlating af. Veel familie heeft geen benul waar hun zoon of vader na arrestatie door
de Amerikanen is gebleven en komt hier op de gok. Ik maak wat fotos van de
wachtende meute als uit het niets een Amerikaanse soldaat mijn camera grijpt. 'That’s
mine', zegt hij. Ik ben verbaasd en vraag hem wat ie van plan is. Hij wil mijn camera
afnemen, ik heb de gevangenis gefotografeerd en dat gebouw blijkt plots top secret. Ik
maak hem duidelijk dat ie van me camera moet afblijven en ik bereid ben de fotos te
verwijderen. De soldaat wil de film, maar dat lukt niet met digitale camera;s. Ik laat
hem de foto op het schermpje op de achterwand zien en druk op delete, dat doe ik
tweemaal en zet dan met mijn andere hand de camera uit. 'Kijk alle foto's zijn weg',
zeg ik en ik wijs op het zwarte schermpje.
FOTO Minibusje en de bom
Onderweg naar Sadr City ontploft een bom op nog geen 300 meter van onze auto. De
auto trilt, aan de rechterkant op Palestine road zie ik een witte rookkolom. We rijden
snel naar de plek en ik ben nog geen minuut na de explosie daar. Een militair konvooi
is dan al vertrokken. Op de weg staat een minibusje. De voorruit is gebroken en de
gehele auto zit onder de modder. Naast de weg is een groot gat in de modder
geslagen. Het blijkt om een aanslag met een IED (Improvised Explosive device) te
gaan. Het zijn bommen die het verzet naast de weg leggen en met een
afstandbediening laten ontploffen als een Amerikaans militair convooi langsrijdt.
Gelukkig zijn er geen doden gevallen. De eigenaar van de bus bloedt aan zijn hoofd,
dat is alles. Een wonder want er zijn dagelijks zo’n 40 aanslagen in Irak, waarvan
tientallen met dit soort bommen, waarbij al honderden doden vielen.
FOTO man schilder Saddam met baard
Het is maandag en nog 5 dagen voor de deadline. Ik kan het rustig aan doen. Ik laat
me naar de kunstgalerijen van Bagdad rijden. Je hebt er tientallen en zijn erg grappig.
Tijdens de dictatuur van Saddam waren kunstenaars verplicht portretten van hun
dictator te schilderen. Die tijden zijn voorbij, maar de meeste schilders weten nog niet
met hun nieuw verworven creatieve vrijheid om te gaan. Zo zijn er schilders die nu de
Amerikaanse Adelaar gehuld in de ‘stars and stripes’ vlag schilderen. De
galeriehouder vertelt me dat die dingen heel populair zijn bij Amerikaanse generaals.
Een andere kunstenaar schildert uitsluitend portretten van Amerikaanse soldaten. Ik
vond slechts een creatieveling die het waagde een grauw schilderij te tekenen van
Saddam met baard en zeven ratten op zijn schouders. Maar in het algemeen krijg je in
deze galeries gewoon een kunstboek in je handen gedrukt en kun je kiezen; een Van
Gogh, een Gaugain, een Picasso of een Warhol het maakt niet uit van wie en welk
beroemd schilderij. Voor 70 dollar krijg je gegarandeerd binnen twee weken een
prachtig namaak schilderij van een heel beroemde schilder geschilderd door een heel
onbekende Irakees. Als dat geen kunst is?
FOTO muziekschool Irak
De laatste dag van het oude jaar in Bagdad begint positief. Met een dans en muziek
voorstelling van de balletschool. Net na de oorlog hebben de Ali Baba's (het Iraaks
voor dief) de gehele parketvloer uit de school geroofd. De pianos zijn vernield, onder
een dikke laag stof komt een iel geluid als je op de toetsen druk. Een ruimte is een
beetje opgeknapt, er ligt een groot zeil op de vloer en er hangen slingers en balonnen
aan de muur. Het optreden van de kinderen is een ware happening in Bagdad, zelfs
een minister komt opdagen om het geheel een officieel tintje te geven. De grand finale
is het Bagdad kinderkoor, uit tientallen kelen klinkt het 'Do-re-mi' uit de Sound of
Music.
FOTO lege zaal met BBC feest
De BBC heeft een groot nieuwjaarsfeest georganiseerd. Met mijn collega's van
Newsweek en de Washington Post maken we ons klaar voor vertrek. Dan horen we
geschreeuw op de radio. Er blijkt een bom in Nabil restaurant te zijn afgegaan.
Gewonden worden naar de ziekenhuizen gereden. We luisteren geconcentreerd of er
geen namen van vrienden of bekenden klinken. Nabil is het bekendste restaurant van
Bagdad, veel Westerlingen gaan hier eten. Ik maak me zorgen om mijn collega van
Stern die op 150 meter van het restaurant een huis huurt. Gelukkig belt hij me al snel
op dat hij en zijn vrouw ongedeerd zijn. We pakken onze kogelwerende vesten en
rijden snel naar het restaurant. Er is niet veel te zien. Amerikaanse militairen houden
ons op grote afstand.
We besluiten toch maar naar het BBC feest te gaan. Wat moeten we anders? Het huis
van BBC is afgeschermd met hoge betonnen muren en bewakers. Geen terrorist die
hier doorkomt. Als we het huis binnen lopen blijkt er niemand aanwezig. Grote tafels
met eten staan te verpieteren. Een dj kijkt eenzaam in het rond. We nemen een biertje
uit een ton met ijs en bellen een voor een onze familie op. 'We zijn ongedeerd,
gelukkig nieuwjaar mama', roept de journalist door de hoorn.
FOTO Het verzet van falluja
Mijn chauffeur Jawal rijdt me in zijn oude Oldsmobile naar Falluja. We rijden in een
oude auto en niet in een splinternieuwe BMW of 4 wheel drive, om niet in het zicht te
lopen als 'buitenlander'. Er zijn de laatste maand nogal wat aanslagen op buitenlanders
geweest. Het verzet heeft het jachtseizoen geopend op iedereen die met de
Amerikanen samenwerkt; politieposten, enkele Amerikaanse journalisten, hotels,
contractarbeiders, iedereen kan een doelwit zijn. We vertrekken altijd met volle tank,
in Irak wil je nergens zonder benzine komen te staan, er zijn nog steeds veel 'Ali
Baba's", dieven en rovers actief, zeker de weg naar Falluja en Ramadi is berucht.
Nabij falluja vliegen 2 Black Hawk helikopters van het Amerikaanse leger enkele
minuten lang heel laag boven onze auto, een vlak voor ons, en een vlak achter ons. Je
kunt ze bijna aanraken, ik kan de bommen, granate en mitrailleurs tellen. We
minderen vaart en halen opgelucht adem als de twee gevaarlijke 'bijen' doorvliegen.
Ik bel mijn 'contact persoon' 'Hassan' in Fallujah vanuit de auto. Ik steek de antenne
van de sateliet telefoon door een kier van het raam. Op deze weg stopt niemand, te
gevaarlijk. Hassan brengt me vandaag in contact met het verzet, na een week van
overleg en ondrhandelen is het verzet me eindelijk bereid te ontvangen.
Ik ontmoet 'Hassan' op de afgesproken plaats. Hij stapt in, Hassan moet zijn paspoort
en auto sleutels afgeven, die krijgt hij terug als hij me veilig terug brengt. Of het echt
help weten ik niet, maar het beter dan niets. Hassan geeft in ieder geval braaf de
sleutels van zijn Mercedes af. Ik stap met Hassan in een auto waar twee onbekende
mannen zitten. 'Salaam Maleikum' heren. We rijden weg,.
De man naast me verbergt zijn gezicht in een sjaal. Ik geef hem het laatste magazine
van Stern met daarin een fotospecial over het verzet en de vraag of Irak voor de
Amerikanen het nieuwe Vietnam wordt. Daarin staat ook een foto van het verzet in
Falluja, de man voor me herkent duidelijk wie de gemaskerde mannen op de foto zijn
en begint te lachen. Hij steekt zijn duim omhoog en zegt 'Good, good'. De man naast
me moet nog harder lachen, ook hij steekt ook zijn duim omhoog en roept
'good,good'. Hij heeft een spread voor zich waar 5 supermodellen, oa Tyra Banks met
hele lange benen en slechts gehuld in een string en kanten bh, de laatste lingerie mode
tonen.
De twee mannen stappen uit de auto. Na enkele minuten wuiven ze me een gebouw
in. Ik moet wachten in een koude ruimte. Koran teksten staan op de muur geschreven.
Dan komen drie mannen binnen. Ze slepen ieder een jute zak achter zich aan. Er
zitten granaatwerpers, RPG's, granaten en geweren in. De mannen trekken een bivak
muts over hun hoofd en een bandana met een koran tekst, ook de man die zoeven de
lingerie foto bewonderde. Ze pakken de granten op, schroeven ze aan de raketwerper
vast en staren in de lens. Na vier minuten horen de mannen helikopters. Gespannen
luisteren ze, maar de heli's gaan niet weg. De mannen leggen hun wapens op de grond
en pakken me beet, fouilleren me en doorzoeken mijn fototas. De helikopter komt
weer over vliegen. Dan zetten de verzetstrijders het op een lopen. Ik wordt terug de
auto in geduwd. We rijden voorzichtig, rustig weg. De man naast me is uiterst
nerveus, hij zweet als een otter.
Gelukkig wordt ik keurig terug naar mijn auto gebracht. Hassan krijgt zijn paspoort en
sleutels terug. We rijden terug naar Bagdad. Een kilometer voor de laatste afslag
rijden we vol gas en halen andere auto's gevaarlijk in. Bij de bocht stuiven we de weg
af en kijken of we worden achtervolgt. Dat is het niet het geval en ik kan rustig naar
mijn volgende afspraak; ik moet een embad regelen bij het Amerikaanse leger.
FOTO Auto in de fik
Als op 13 december Saddam eindelijk in Ad Dawr wordt opgepakt is het heel even
feest in Baghdad, maar in tegenstelling tot berichten op tv duurde de pret niet langer
dan een half uur. De mensen gingne al snel over naaar de harde realiteit van alledag.
De gehel avond zie ik berichten op CNN en Fox nieuws dat heel baghdad aan het
feesten is, maar dat is niet waar. De enige mensen die ik op straat zie staan de gehele
dag in een eindeloze rij om benzine te krijgen.
’s Avonds schiet een man in het centrum van Baghdad een magazijn van zijn
Kalashnikov leeg in de lucht, waarschijnlijk een verlate vreugde uitbarsting. Een van
zijn kogels komt precies in de lading van een auto terecht, en laat dat nu net drie
enorme olivaten vol benzine zijn. Bestemt voor de illegale handel. De auto ontploft en
iedereen vermoedt een nieuwe zelfmoordaanslag.
FOTO Saddam aansteker of horloges;
In Sadoon street doet Saddam goede zaken. Ali Muhammed wrijft al in zijn handen
als ie me aan ziet komen. "America? Salaam maleikum', de zakenman verwelkomt me
vrolijk. 'Kopje thee?.
Ali heeft zijn winkel volgestouwd met Saddam parafernalia; horloges, aanstekers,
stickers, klokken, bankbiljetten, postzegels, kaartspelen, munten, sleutelhangers,
buttons, vlaggen, tapijten, en zelfs serviesgoed. Waar een afbeelding van Saddam op
staat gaat voor grof geld de deur uit.
De nieuwste mode op Saddam-horloge gebied is een wanstantelijk, foeilelijk metalen
horloge, met een afbeelding van Saddam met baard erin. Het ding kost al gauw 30
dollar en vindt grif aftrek bij kooplustige Amerikanen en journalisten. Als ik nog maar
net in de winkel van Ali ben stormen er 20 Japanse journalisten binnen en kopen als
een stel losgeslagen moeders op de drie Dwaze Dagen van de Bijenkorf alles wat los
en vast zit. (Er zijn momenteel 400! Japanse journalisten in het land, om de
verrichtingen van de (eerste) 11 Japanse soldaten in Irak te verslaan...). Na 20
minuten lopen ze, opgewonden kakelend, met plasticzakken vol troep naar buiten. Ali
telt zijn geld; 880 dollar! Ali moet lachen want dezelfde aanstekers die Ali voor 10
dollar per stuk verkoopt gaan op straat weg voor minder dan 3 dollar.
Wat maakt het die Jappen uit, dit zijn geen gewone aanstekers, dit zijn souverniers.
Het pronkstuk is een zilverkleurige aansteker in de vorm van een hart. Links staat een
afbeelding van George Bush, rechts die van Saddam Hussein. In het midden een
vliegtuig die licht geeft zodra je de aansteker aansteekt. Dat gebeurt door een metalen
vliegtuig op te klappen, zodat de zippo ontstoken kan worden. Na een seconde krijgt
het vlammetje een groen fluoriserende kleur. Een andere aansteker heeft naast de
afbeelding van Saddam een vliegtuig die drie bommen afwerpt. Zodra deze zippo
opengaat lichten de bommen een voor een op, onderaan ontploffent de bom. Eronder
staat de cryptische tekst; 'Anxiety peace we'.
Horloges zijn te koop vanaf 30 dollar. Toen ik hier in 1998 was kon je originele oude
Saddam horloges kopen voor niet meer dan 10$, voor dit soort horloges moet je nu
minsten 300$ betalen. Ali heeft een gouden Longines voor 600$ in de aanbieding.
Overal waar Saddams hoofd op staat is handel. Zelfs de bankbiljetten die nog maar
een maand geleden uit de roulatie werden genomen worden nu voor het viervoudige
van het oorspronkelijke bedrag verkocht. Een deurmat waarop je je voeten over het
hoofd van Saddam kan afvegen.
Het kaartspel van de Amerikanen waarop Saddam en alle andere meest gezochte
Baathpartijleden staan afgebeeld is ook populair. Een vrouw van een van deze top
krijgsgevangenen wist me te vertellen dat CIA ondervragers haar man dwongen zijn
eigen kaart te ondertekenen, anders mocht ie niet naar het toilet. Een set kaarten
ondertekend door Tarik Aziz, Saddam Hussein en alle anderen, neen, helaas dat heeft
Ali niet te koop. Jammer want het zal later veel geld waard zijn...
FOTO Bremer eet op kantoor.
'Goedenmiddag’, Paul Bremer geeft me een hand.'Goeidemorgen ambassadeur',
antwoord ik. Bremer lacht en vraagt me zijn vergissing te vergeven, het is al een tijd
geleden dat de Ambassadeur van Irak Nederlands sprak. Bremer was een aantal jaren
de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag. In zijn Iraakse villa hangen foto's van
Hollandse bollenvelden.
Ik ben als Newsweek fotograaf enkele dagen 'vlieg op de muur' bij de ambassadeur en
zal hem bij al zijn actieviteiten volgen.
.
Paul Bremer heeft haast, Amerika’s nieuwe Mac Arthur heeft nog maar vijf maanden
tijd om Irak op het juiste spoor te zetten, daarna moeten de Irakezen zelf de schuit
trekken. De nieuwe regering van Irak zal 30 juni al geinstalleerd zijn. In het krappe
kantoor van Bremer is het een gaan en komen. ‘Schema, schema, schema dat is wat ik
wil’, roept Bremer. Hij managed tot nu toe al 1750 projecten. Bremer blijkt een man
met een ongeloofelijke feitenkennis. Of het om de olieindustrie of het
emancipatieproces van vrouwen in irak gaat, Bremer kent alle feiten, data's en
percentages uit het hoofd en corrigeert zijn medewerkers op een vriendelijke manier.
Bremer beslist direkt, zonder enige twijfel. Voor bedragen boven de 100 miljoen
dollar heeft hij toestemming van Washington nodig. Bijna iedere dag is hij aan de
rode telefoon met Gondaleezza Rice in het Witte Huis in overleg. Hij eet van een
plastic bordje naast zijn computer en heeft niet eens tijd het blikje fanta in een glas te
schenken.
Hij is maar net terug van Verenigde Naties waar hij Kofi Anan om hulp heeft
gevraagd om problemen met de Shi’itische leider Sistani op te lossen. Sistani heeft
direkte verkiezingen in juni geeist, maar dat is onmogelijk omdat de kiezers nog niet
geregistreerd zijn. Ondertussen vergaderd bremer met de Kurdische leiders die nog
voor de Iraakse regering geinstalleerd wordt om autonomie in het Noorden vragen.
‘Uitgesloten’, volgens Bremer.
De (tijdelijke) Iraakse minister van Energie komt binnenvallen en vraagt direkt 200
miljoen extra. Als Bremer zegt geen budget te hebben, en hem al 400 miljoen eerder
in het jaar gaf, en de komende Iraakse regering vast een nog krapper buget heeft
antwoord de minister lakoniek. ‘Geef dat geld nou maar, wat maakt jou dat uit’, zegt
hij, Jij gaat toch weg in juni’. Bremer reageert ‘not amused’.
FOTO Bremers Bodyguards; en foto van studenten die hem fotograferen
Bremers' bodyguards zien er stoer en gevaarlijk uit. Het zijn enorme kerels, zwaar
bewapend met machinegeweren, pistolen en messen. Dragen altijd een kogelvrijvest
en in het linkeroor zit een oortelefoon. De hoogste baas van Irak is het meest gewilde
doelwit van terroristen enhet iraakse verzet. Hij wordt daarom nog beter bewaakt dan
de Amerikaanse president Bush, zelfs als de Bremer naar het toilet gaat, 10 meter van
zijn kantoor, wordt hij door 4 man begeleid.
Bij een diploma uitreiking van Iraakse studenten die een uitnodiging krijgen om in
Amerika verder te studeren wordt hij na afloop van de plechtigheid bestormt door
studenten die met hem op de foto willen. Een vrouw van middelbare leeftijd geeft de
ambassadeur een dikke zoen.'Iraqi people love you very much', zegt ze. 'Behalve
diegenen die me proberen te vermoorden', lacht Bremer terug.
FOTO Bremer stapt uit de heli.
Ik vlieg met ambassadeur Bremer mee naar Mosul. Een dag eerder was een Black
Hawk helikopter in de Tigris gestort, maar dat scheint de ambassadeur niet te storen.
Net als gisteren geeft hij zichzelf geen seconde rust. Hij leest en leest documenten,
zelfs als de Black Hawk schuin langs de daken van Baghdad scheert kijkt hij niet op
of om. Bremer heeft haast en gunt zichzelf geen tijd.
We landen op vliegveld Baghdad en stappen over in een militair transport vliegtuig.
In het vrachtruim nemen we plaats op rode netten die als bank dienen. Al twee keer
eerder heeft het Iraaks verzet het afgelopen jaar met een raket een vliegtuig geraakt.
De piloten nemen daarom geen enkel risico en stijgen zo stijl mogelijk op om zo snel
mogelijk hoogte te winnen. We hangen schuin in de netten en onze oren ploppen door
de snel veranderende hoogte steeds dicht. De landing is nog erger, alsof je in de
achtbaan zit duikt het vliegtuig naar de beneden. Zelfs de stoere bodyguards houden
zich angstig vast aan de netten. En Bremer.. die leest vrolijk door.
FOTO Iraakse leger oefent ‘droog’
In Mosul bezoekt Bremer een training van het nieuw te vormen Iraakse leger. Bremer
wordt met geklap en gejoel door de jonge soldaten begroet. Iraakse soldaten (en
politie) worden klaargestoomd om zo snel mogelijk het Amerikaanse leger, waar
mogelijk, te vervangen. Dit heeft de grootste prioriteit. Tot nu toe is Irak uiterst
gevaarlijk er zijn bendes, terroristen en Al Qaida actief. De politie wordt dagelijks
aangevallen en het nieuw te vormen leger gaat langzaam.
De soldaten vinden het fantastisch dat ze zoveel aandacht krijgen. Zo demostreren ze
een inval en hoe ze zich moeten bewaken als zich per auto bewegen. Ze doen alsof ze
een geweer in handen hebben, maar eigenlijk houden ze lucht vast. Van de
wereldkampieoschappen ‘luchtgitaar’ spelen had ik al gehoord, maar het Iraakse
‘luchtpistool’ spelen is nieuw voor me. Ik moet lachen als ik de soldaten fotografeer,
maar ze kijken uiterst serieus terug.
FOTO Mickey Mouse in Irak
Ali heeft bruine tanden en zich zeker al vijf dagen niet gewassen en geschoren. Zijn
paarse jalabya hangt strak over zijn veel te dikke buik en zit vol met smeervlekken.
Ali is pooier in Bagdad, hij runt twee bordelen waar zeven meisjes voor hem werken.
Prostitutie is redelijk geaccepteers in Irak; waar moet een met met zijn behoeftes
anders heen in het Islamitiche land. Uday, Saddams playboy zoon was een notoire
hoerenloper en op studentenfeesten huren de jongens vaak dames in om de boel een
beetje op te vrolijken.
Ik heb een opdracht om prostitutie in Irak te fotograferen, maar Ali vraag 300$ entree,
een bedrag dat mijn fotoredakteur niet waardeerd al krijg ik volgens Ali dan wel een
‘very good show’ te zien. Voor ik zonder foto vertrek kijk ik nog even langs Alis’s
dikke buik naar binnen. Een meisje drinkt een koje thee op een fluweel groene bank.
Niet echt opwindend, tja, het blijft Irak.
Als ik met mijn chauffeur Jamal terugrijdt zien we een Mickey Mouse op de weg
staan. Ik stop de auto en fotografeer de muis. In het Mickey Mouse pak ziet een man
die Mohammed heet, hij werkt voor een kindvriendelijk restaurant en is op straat
neergezet om klanten binnen te lokken.
Als ik in de auto stap schudt jamal zijn hoofd; ‘het wordt steeds gekker in dit land’,
lacht hij, ‘Ali is een pooier en Mohammed is Mickey Mouse’.
FOTO Bomaanslag bij CPA
Ka Boeemmmm. Ik schrik wakker van een enorme knal. Ik loop naar het raam en kijk
of er iets te zien is, ik zie alleen wat duiven verschrikt opvliegen. Voor de zekerheid
kleed ik me aan en pak mijn camera. Jamal heeft de auto al gestart als ik beneden
kom. Mijn collega Mike stapt in en we rijden weg. Mike is net uit Washington
aangekomen. Met zijn ongeschoren kop en ongekamde haren en kogelvrijvest ziet hij
er grappig uit. Ik geef hem een walkie talkie en een sateliettelefoon. Over de radio
horen we dat er een autobom is afgegaan bij de ingang van de Coalition Provision
Authorithy. Er zouden veel doden zijn gevallen. We hebben haast, maar het verkeer is
vanochtend een hel, er is geen doorkomen aan. We staan al een half uur stil op het
Mansour plein, dat is 5 minuten van ons huis. Als er in Baghdad een hoofdweg wordt
afgesloten ligt de halve stad plat. Jamal, de chauffeur besluit een andere route nemen.
Ook deze weg staat vol met auto's, maar mijn chauffeur geeft niet op en rijdt nu over
de stoep langs de file. Wie moet ons in dit land een bekeuring geven?
We zijn eindelijk in de buurt van de bom en stappen uit. We lopen een brede
boulevard af en zien in de verte Amerikaanse soldaten met hun Humvees de weg
blokkeren. De commandant stapt op me af, bekijkt mijn perskaart en wijst aan tot
waar ik mag komen, zowaar een aardige kerel. In de mist voor me staan tientallen
uitgebrande, vernielde autowrakken. Glas en metaal ligt verspreid over de grond.
Soldaten met honden zoeken naar menselijke resten. Alle ruiten van de huizen
rondom ons zijn eruit geslagen. Ik neem de trap omhoog en loop een verdieping op.
Wat een armoede! In kleine kamers wonen hele gezinnen, het is er muf en vies.
Kinderen rapen glas van de vloer een moeder begint te jammeren, ik verwijs haar naar
Mike, de journalist. Ik maak wat foto's, maar er is niet veel te zien. Het gezin links
van de trap vertelt ons dat de zelfmoordenaar een terrorist is van Al Qaida, Irakezen
doen alles voor geld, maar zullen zichzelf nooit opblazen, zegt de man uitgesproken.
Het gezin rechts van de trap heeft een heel andere mening. De man des huizes zegt dat
dit de schuld van de Amerikanen en Joden is. Hij zag zelf dat een helikopter een raket
afvuurde. Ook beweert de man dat veel Amerikaanse helikopterpiloten van Joodse
komaf zijn. Mike slaat zijn aanteking boekje met een zucht dicht. We besluiten naar
het ziekenhuis te rijden.
We komen aan bij het plaatselijke hospitaal, maar niemand laat me binnen. Je moet
tegenwoordig een brief met toestemming van het ministerie van gezondheid bij je
dragen om als pers binnen te mogen. Ik ben verbaasd en vertel de wacht dat ik in zijn
hospitaal al in 1998 fotografeerde en in Juni er voor Unicef werkte. Toevallig loopt de
ziekenhuis directeur voorbij, de man herkent me en laat ons binnen.'Vijf minuten,
omdat jij het bent. Je mag alleen gewonden fotograferen, de doden niet', zegt hij. Ik
wordt een zaal binnengeduwd, er ligt een man met een verband om zijn hoofd in een
bed. Uit beleefdheid maak ik een foto. Maar als ik de gang inloop staat daar een man
in shock. Zijn gezicht, zijn handen en kleren zitten onder rood, geronnen bloed. Hij
heeft een bebloede kaart om zijn nek, hij heet Yassin. Het blijky het bloed van zijn
zoon te zijn. Samen stonden ze in de rij om bij de CPA te gaan werken toen de bom
ontplofte. De man overleefde, maar zijn zoon niet. Het is vreselijk om de man daar te
zien staan, maar ik realiseer me dat het ook een goede foto is. Ik pak mijn camera en
maak enkele opnames.
Dan stormt een Italiaans tv-team naar binnen en beginnen vragen aan de man te
stellen. De ziekenhuis directeur ontploft. 'Mijn ziekenhuis uit, tuig', schreewt hij.
Yassin vlucht een kamer in, ik volg hem. De man gaat verslagen naast een bed zitten,
ik begrijp dat onder de deken het dode lichaam van zijn zoon ligt. Ik maak een foto en
weet dat ie onscherp is. Ik wil een tweede keer op de knop drukken als de ziekenhuis
bewaking binnenstormt. Ik druk snel af. Een man gaat voor me staan en zegt dat ik
weg moet. Ik praat als brugman om deze foto te mogen maken, maar na de Italiaanse
inval wil niemand meer naar me luisteren. Buiten het ziekenhuis bedank ik mijn fijne
Italiaanse collega's voor hun onbeschofte gedrag. Mike en ik zijn allebei vader van
twee kinderen, aangeslagen zitten we in de auto en weten even niet wat we willen
zeggen. Over de radio horen we dat minsten 22 mensen zijn omgekomen. Het was de
grootste zelfmaardaanslag sinds november. Ook in Tikrit en in Basra was een aanslag.
De oorlog in Irak is nog geen jaar oud. Toch is de ellende nu al groter dan 17 jaar
oolrog in Libanon. En dat terwijl de burgeroorlog hier nog niet eens is begonnen.
FOTO olievelden van Kirkuk
We rijden in een kanariegele Caprice naar Kirkuk voor een reportage over de
olievelden. De auto is snel en dat is handig, want deze weg is berucht om zijn
gewapende overvallen.
Maar in een onherbergzame streek op 40 minuten van het dichtbijzijndste gehucht
stopt de motor. De benzine in Irak is erg vuil en soms loopt de benzinepomp van de
motor vast. Mijn collega en ik zijn'not amused' we staan stil op een weg temidden van
een soort maanlandschap. Onze chauffeur vloekt, de vertaler zegt dat we absoluut niet
uit de auto mogen stappen. Er stopt een auto voor ons en drie mannen met baarden
lopen op onze auto af. “Shit’ roept mijn collega. Ook ik zit in spanning, ‘ze zijn
aardig, ze lachen’, zeg ik opgelucht. De mannen kijken onder de motorkap en een
man lopt naar de kofferruimte. Daar rommelt hij wat, de chauffeur start de auto en de
motor loopt weer. We hebben geluk de Caprice heeft een reservebenzinepomp, een
niet overbodige luxe in Irak. Opgelucht halen we adem en vervolgen onze weg naar
Kirkuk.
We hebben een afspraak met een Amerikaanse kolonel, maar hij blijkt niet aanwezig,
we worden doorverwezen naar de Amerikaanse luchtmachtbasis.We vragen bij de
luchtmachtbasis naar de Public Affair officer. Het is steenkoud en moeten bij het
checkpoint op hem wachten De PAO komt opdagen en neemt ons mee op de basis.
Hij is buitengewoon vriendelijk en vraagt ons naar ene Marie te gaan die als
persvertegenwoordiger op de olievelden werkt. We komen aan op de olievelden, er
lopen hier veel wachten met allerlei soorten wapens, maar niemand heeft ooit van
deze Amerikaanse vrouw gehoord. De Irakezen hebben de vreemde gewoonte om niet
'nee' te willen zeggen, dat is onbeleefd. Ook deze mannen willen ons niet vertellen dat
ze geen idee hebben waar deze Marie uithangt en verzinnen stuk voor stuk hun eigen
verhaal. We zijn nu van hot naar her gestuurd en hebben nog steeds niet de vrouw
gevonden. We gaan terug naar de luchtmachtbasis, waar we weer een twintig minuten
in de kou moeten wachten. De PAO van de luchtmachtbasis geeft onze chauffeur
duidelijke aanwijzingen en beloofd de dame in kwestie een mail te sturen.We rijden
nu al een half uur rond op de olievelden, maar ondanks de duidelijke aanwijzingen is
het kantoor van de vrouw niet te vinden. We geven het op en gaan terug naar ons
hotel. Er komt een email binnen, de vrouw beloofd ons te bellen op de
sateliettelefoon. Eindelijk, de dame in kwestie belt ons. Ze heeft ons weinig te
vertellen. Ja zij is inderdaad degene die de pers te woord staat inzake oliezaken, maar
heeft geen enkele bevoegdheid om ons de velden te laten zien. Neen, foto's zijn
uitgesloten, ze beweert dat het verzet anders te weten komt waar de oliepijpleidingen
liggen. Mijn collega lacht haar over de telefoon uit. De doorgewinterde journalist zegt
'Jongedame je kunt in winkels in Kirkuk en Baghdad een plattegrond kopen waar
exact staat vermeld waar die pijpleidingen liggen'. De vrouw reageert verbaasd, maar
wilt van niets weten, geen toestemming.
De volgende dag proberen we nogmaals de kolonel te vinden, maar die komt vandaag
wederom niet opdagen. Een Irakese secretaresse kijkt ons verveeld aan. Wijst ons een
deur; 'Ga daar maar heen' zegt ze. Ene luitenant Lee kijkt ons amper aan vanachter
zijn compouter en vertelt ons contact op te nemen met dezelfde PAO die we een dag
eerder op de luchtmachtbasis hebben gesproken.De beveiligingsmaatschappij die de
beveiliging van de pijpleidingen en olievelden regelt belt ons na 5 dagen eindelijk
terug. Ze willen ons morgenochtend alles laten zien. Eindelijk. In het hotel besluiten
we nogmaals de luchtmachtbasis per mail te vragen voor assistentie, mischien kan
iemand ons begeleiden om vandaag al de olievelden te fotograferen of willen ze ons
meenemen in een helikopter voor een lucht foto. De PAO mailt ons terug dat hij ons
heel graag helpt met alles wat we in Kirkuk willen doen , behalve alles wat met olie te
maken heeft. Als we verder nog vragen hebben waarbij hij ons niet van dienst kan zijn
moeten we hem maar een email sturen! En zo ben ik twee dagen lang van hot naar her
gestuurd, terwijl we dachten al onze afspraken al vanuit Bagdad te hebben geregeld.
De hele dag hang ik verveelt rond in mijn hotelkamer en kijk 4 films, in Kirkuk is
niets te doen, in ons hotel is niets te doen, ze serveren zelfs geen bier.
FOTO Hardrock in baghdad
Ahmed lijkt een beetje op Freddy Mercury, hij draagt een zwart t shirt, zwarte
spijkerbroek en heeft een leren handschoen met afgeknipte vingers aan zijn
linkerhand. In de plaatselijke bingozaal springt hij een meter in de lucht en roept in
een microfoon 'motherfuckerrrrrrrrrr!'. De gitarist leunt achterover en laat zijn gitaar
gieren, de boxen staan op tien. De drummer heeft de mouwen van zijn t shirt
afgeknipt en een zwarte wollen muts opgezet. Hij beukt op de drums in een moordend
tempo.
Vanachter schoolbankjes schudden 20 pubers hun hoofd op de maat van de muziek.
Het zwarte haar staat rechtop van de gel, rode puisten glimmen op als het licht van de
spiegel 'disco' bol hen in het gezicht scheint. Als een van de jongens eindelijk naar
voren springt en 'headbangend' door de ruimte springt sta ik met 4 collega's en een tv
team me te verdringen om het eertse heavy metal concert na de oorlog in Bagdad vast
te leggen.
Het is een bescheiden en zeker moedige poging om een normaal leven in Bagdad op
gang te brengen. Deze heavy metal band heeft, heel slim, ook enkele aankondigingen
in een journalisten hotel opgehangen en vragen per bezoekende journalist 10 dollar
entrée. Zij zijn vanmiddag het levende bewijs dat iedereen 10 minuten in zijn leven
beroemd kan zijn. Ondanks dat de muziek nu niet bepaald fantastisch is, de bingozaal
niet echt een toplocatie, en het publiek slechts 20 jongens zijn, die het gehele concert
braaf in de schoolbankjes blijven zitten. Ondanks dat staan de bandleden twee uur
lang intervieuws af aan diverse journalisten en tv stations. Als het concert is
afgesloten met 'A whole lot of Rosie' van AC/DC sta ik na enkele minuten met
fluitende oren weer op straat. Een kind roept 'Mister, mister, give me money', het
kruispunt is volgelopen met toeternde auto's. Ik knipper met mijn ogen en ben weer
terug in Bagdads’ realiteit van alle dag.
FOTO Vrouw achter prikkeldraad wacht op vrijlating gevangen zoon.
Tijdens het ontbijt hoor ik op BBC world dat de Amerikanen vandaag 500
gevangenen vrijlaten. Ik besluit eerst bij de Abu Ghreib gevangenis poolhoogte te
nemen. Voor de gevangenis wachten honderden familieleden achter prikkedraad de
vrijlating af. Veel familie heeft geen benul waar hun zoon of vader na arrestatie door
de Amerikanen is gebleven en komt hier op de gok. Ik maak wat fotos van de
wachtende meute als uit het niets een Amerikaanse soldaat mijn camera grijpt. 'That’s
mine', zegt hij. Ik ben verbaasd en vraag hem wat ie van plan is. Hij wil mijn camera
afnemen, ik heb de gevangenis gefotografeerd en dat gebouw blijkt plots top secret. Ik
maak hem duidelijk dat ie van me camera moet afblijven en ik bereid ben de fotos te
verwijderen. De soldaat wil de film, maar dat lukt niet met digitale camera;s. Ik laat
hem de foto op het schermpje op de achterwand zien en druk op delete, dat doe ik
tweemaal en zet dan met mijn andere hand de camera uit. 'Kijk alle foto's zijn weg',
zeg ik en ik wijs op het zwarte schermpje.
FOTO Minibusje en de bom
Onderweg naar Sadr City ontploft een bom op nog geen 300 meter van onze auto. De
auto trilt, aan de rechterkant op Palestine road zie ik een witte rookkolom. We rijden
snel naar de plek en ik ben nog geen minuut na de explosie daar. Een militair konvooi
is dan al vertrokken. Op de weg staat een minibusje. De voorruit is gebroken en de
gehele auto zit onder de modder. Naast de weg is een groot gat in de modder
geslagen. Het blijkt om een aanslag met een IED (Improvised Explosive device) te
gaan. Het zijn bommen die het verzet naast de weg leggen en met een
afstandbediening laten ontploffen als een Amerikaans militair convooi langsrijdt.
Gelukkig zijn er geen doden gevallen. De eigenaar van de bus bloedt aan zijn hoofd,
dat is alles. Een wonder want er zijn dagelijks zo’n 40 aanslagen in Irak, waarvan
tientallen met dit soort bommen, waarbij al honderden doden vielen.
FOTO man schilder Saddam met baard
Het is maandag en nog 5 dagen voor de deadline. Ik kan het rustig aan doen. Ik laat
me naar de kunstgalerijen van Bagdad rijden. Je hebt er tientallen en zijn erg grappig.
Tijdens de dictatuur van Saddam waren kunstenaars verplicht portretten van hun
dictator te schilderen. Die tijden zijn voorbij, maar de meeste schilders weten nog niet
met hun nieuw verworven creatieve vrijheid om te gaan. Zo zijn er schilders die nu de
Amerikaanse Adelaar gehuld in de ‘stars and stripes’ vlag schilderen. De
galeriehouder vertelt me dat die dingen heel populair zijn bij Amerikaanse generaals.
Een andere kunstenaar schildert uitsluitend portretten van Amerikaanse soldaten. Ik
vond slechts een creatieveling die het waagde een grauw schilderij te tekenen van
Saddam met baard en zeven ratten op zijn schouders. Maar in het algemeen krijg je in
deze galeries gewoon een kunstboek in je handen gedrukt en kun je kiezen; een Van
Gogh, een Gaugain, een Picasso of een Warhol het maakt niet uit van wie en welk
beroemd schilderij. Voor 70 dollar krijg je gegarandeerd binnen twee weken een
prachtig namaak schilderij van een heel beroemde schilder geschilderd door een heel
onbekende Irakees. Als dat geen kunst is?
FOTO muziekschool Irak
De laatste dag van het oude jaar in Bagdad begint positief. Met een dans en muziek
voorstelling van de balletschool. Net na de oorlog hebben de Ali Baba's (het Iraaks
voor dief) de gehele parketvloer uit de school geroofd. De pianos zijn vernield, onder
een dikke laag stof komt een iel geluid als je op de toetsen druk. Een ruimte is een
beetje opgeknapt, er ligt een groot zeil op de vloer en er hangen slingers en balonnen
aan de muur. Het optreden van de kinderen is een ware happening in Bagdad, zelfs
een minister komt opdagen om het geheel een officieel tintje te geven. De grand finale
is het Bagdad kinderkoor, uit tientallen kelen klinkt het 'Do-re-mi' uit de Sound of
Music.
FOTO lege zaal met BBC feest
De BBC heeft een groot nieuwjaarsfeest georganiseerd. Met mijn collega's van
Newsweek en de Washington Post maken we ons klaar voor vertrek. Dan horen we
geschreeuw op de radio. Er blijkt een bom in Nabil restaurant te zijn afgegaan.
Gewonden worden naar de ziekenhuizen gereden. We luisteren geconcentreerd of er
geen namen van vrienden of bekenden klinken. Nabil is het bekendste restaurant van
Bagdad, veel Westerlingen gaan hier eten. Ik maak me zorgen om mijn collega van
Stern die op 150 meter van het restaurant een huis huurt. Gelukkig belt hij me al snel
op dat hij en zijn vrouw ongedeerd zijn. We pakken onze kogelwerende vesten en
rijden snel naar het restaurant. Er is niet veel te zien. Amerikaanse militairen houden
ons op grote afstand.
We besluiten toch maar naar het BBC feest te gaan. Wat moeten we anders? Het huis
van BBC is afgeschermd met hoge betonnen muren en bewakers. Geen terrorist die
hier doorkomt. Als we het huis binnen lopen blijkt er niemand aanwezig. Grote tafels
met eten staan te verpieteren. Een dj kijkt eenzaam in het rond. We nemen een biertje
uit een ton met ijs en bellen een voor een onze familie op. 'We zijn ongedeerd,
gelukkig nieuwjaar mama', roept de journalist door de hoorn.
FOTO Het verzet van falluja
Mijn chauffeur Jawal rijdt me in zijn oude Oldsmobile naar Falluja. We rijden in een
oude auto en niet in een splinternieuwe BMW of 4 wheel drive, om niet in het zicht te
lopen als 'buitenlander'. Er zijn de laatste maand nogal wat aanslagen op buitenlanders
geweest. Het verzet heeft het jachtseizoen geopend op iedereen die met de
Amerikanen samenwerkt; politieposten, enkele Amerikaanse journalisten, hotels,
contractarbeiders, iedereen kan een doelwit zijn. We vertrekken altijd met volle tank,
in Irak wil je nergens zonder benzine komen te staan, er zijn nog steeds veel 'Ali
Baba's", dieven en rovers actief, zeker de weg naar Falluja en Ramadi is berucht.
Nabij falluja vliegen 2 Black Hawk helikopters van het Amerikaanse leger enkele
minuten lang heel laag boven onze auto, een vlak voor ons, en een vlak achter ons. Je
kunt ze bijna aanraken, ik kan de bommen, granate en mitrailleurs tellen. We
minderen vaart en halen opgelucht adem als de twee gevaarlijke 'bijen' doorvliegen.
Ik bel mijn 'contact persoon' 'Hassan' in Fallujah vanuit de auto. Ik steek de antenne
van de sateliet telefoon door een kier van het raam. Op deze weg stopt niemand, te
gevaarlijk. Hassan brengt me vandaag in contact met het verzet, na een week van
overleg en ondrhandelen is het verzet me eindelijk bereid te ontvangen.
Ik ontmoet 'Hassan' op de afgesproken plaats. Hij stapt in, Hassan moet zijn paspoort
en auto sleutels afgeven, die krijgt hij terug als hij me veilig terug brengt. Of het echt
help weten ik niet, maar het beter dan niets. Hassan geeft in ieder geval braaf de
sleutels van zijn Mercedes af. Ik stap met Hassan in een auto waar twee onbekende
mannen zitten. 'Salaam Maleikum' heren. We rijden weg,.
De man naast me verbergt zijn gezicht in een sjaal. Ik geef hem het laatste magazine
van Stern met daarin een fotospecial over het verzet en de vraag of Irak voor de
Amerikanen het nieuwe Vietnam wordt. Daarin staat ook een foto van het verzet in
Falluja, de man voor me herkent duidelijk wie de gemaskerde mannen op de foto zijn
en begint te lachen. Hij steekt zijn duim omhoog en zegt 'Good, good'. De man naast
me moet nog harder lachen, ook hij steekt ook zijn duim omhoog en roept
'good,good'. Hij heeft een spread voor zich waar 5 supermodellen, oa Tyra Banks met
hele lange benen en slechts gehuld in een string en kanten bh, de laatste lingerie mode
tonen.
De twee mannen stappen uit de auto. Na enkele minuten wuiven ze me een gebouw
in. Ik moet wachten in een koude ruimte. Koran teksten staan op de muur geschreven.
Dan komen drie mannen binnen. Ze slepen ieder een jute zak achter zich aan. Er
zitten granaatwerpers, RPG's, granaten en geweren in. De mannen trekken een bivak
muts over hun hoofd en een bandana met een koran tekst, ook de man die zoeven de
lingerie foto bewonderde. Ze pakken de granten op, schroeven ze aan de raketwerper
vast en staren in de lens. Na vier minuten horen de mannen helikopters. Gespannen
luisteren ze, maar de heli's gaan niet weg. De mannen leggen hun wapens op de grond
en pakken me beet, fouilleren me en doorzoeken mijn fototas. De helikopter komt
weer over vliegen. Dan zetten de verzetstrijders het op een lopen. Ik wordt terug de
auto in geduwd. We rijden voorzichtig, rustig weg. De man naast me is uiterst
nerveus, hij zweet als een otter.
Gelukkig wordt ik keurig terug naar mijn auto gebracht. Hassan krijgt zijn paspoort en
sleutels terug. We rijden terug naar Bagdad. Een kilometer voor de laatste afslag
rijden we vol gas en halen andere auto's gevaarlijk in. Bij de bocht stuiven we de weg
af en kijken of we worden achtervolgt. Dat is het niet het geval en ik kan rustig naar
mijn volgende afspraak; ik moet een embad regelen bij het Amerikaanse leger.
FOTO Auto in de fik
Als op 13 december Saddam eindelijk in Ad Dawr wordt opgepakt is het heel even
feest in Baghdad, maar in tegenstelling tot berichten op tv duurde de pret niet langer
dan een half uur. De mensen gingne al snel over naaar de harde realiteit van alledag.
De gehel avond zie ik berichten op CNN en Fox nieuws dat heel baghdad aan het
feesten is, maar dat is niet waar. De enige mensen die ik op straat zie staan de gehele
dag in een eindeloze rij om benzine te krijgen.
’s Avonds schiet een man in het centrum van Baghdad een magazijn van zijn
Kalashnikov leeg in de lucht, waarschijnlijk een verlate vreugde uitbarsting. Een van
zijn kogels komt precies in de lading van een auto terecht, en laat dat nu net drie
enorme olivaten vol benzine zijn. Bestemt voor de illegale handel. De auto ontploft en
iedereen vermoedt een nieuwe zelfmoordaanslag.
Foto transmissie vanuit oorlogsgebieden.
Met de oorlog in Irak is ook het journaille in een definitieve nieuwe technische fase
van verslaggeving gekomen. Waar je in de ‘oude’ tijd als fotograaf afreisde met een
paar camera’s en een berg filmpjes, is de uitrusting tegenwoordig spectaculair
veranderd. Mijn foto uitrusting weegt tegenwoordig zwaarder dan mijn normale
bagage. Ik ben volledig aangewezen op mijn laptop computer, digitale camera’s en
satelliettelefoons. Er bestaan 2 soorten satelliettelefoons en als fotograaf heb je beide
nodig. De eerste is een ‘normale’ handset satelliettelefoon voor de gesprekken met
redaktie of familie. De tweede is een ‘data’ satelliettelefoon die op hoge snelheid mijn
foto’s doorseint naar de redakties. De telefoon heeft de snelheid van een ISDN-lijn en
foto’s worden verzonden over internet of met Fetch, een programma waarmee je
bestanden van de ene naar de andere computer kan overzetten. De camera’s zijn
digitaal, waardoor je geen film meer nodig hebt. Je schiet een geheugenkaartje vol en
download die kaart op je laptop. Daar wordt de foto in photoshop bewerkt en
vervolgens per satelliet naar de redaktie verzonden. Bij een belangrijk evenement in
Irak kan een redaktie tegenwoordig al binnen 5 minuten over fotomateriaal
beschikken. Het gebruik van satelliettelefoons is vaak wel irritant. Je moet de antenne
op de satelliet richten voor ontvangst, in je hotelkamer kun je dus niet gebeld worden.
De ‘data’ satelliettelefoon stond in Bagdad dagenlang op het dak van mijn hotel in de
verzengende hitte te koken, waardoor hij regelmatig uitviel. Een uitkomst was het
ding in een tentje te zetten met een ventilator ernaast. In mei waren er regelmatig
zandstormen, ook toen werd de verbinding om de haverklap verbroken.
Naast fotograaf moet je tegenwoordig dus ook computergenie en technicus zijn. Ik
geef drie voorbeelden. In februari 1998 zond ik voor het eerst mijn foto’s met een
computer door. Het was tijdens het bezoek van de Paus aan Fidel Castro in Cuba. Ik
had voor vertrek me laten vertellen ...\
Voorbeeld Iran electriciteit in modem
Voorbeeld kabel vergeten newsweek.
Unicef in Irak
Unicef werkt al 30 jaar in Irak, ook tijdens de oorlog heeft het Iraakse personeel,
ondanks alle gevaar gewoon doorgewerkt. Begin mei, enkele weken na de oorlog
klop ik bij het Unicef-kantoor in Bagdad aan. De Nederlander Carel de Rooy heeft er
de leiding en wil me graag helpen met mijn werk. Een medewerker brengt me naar
scholen die vol liggen met munitie of bewoond zijn door vluchtelingen en laat zien
wat een verwoestende uitwerking oorlog heeft op kinderen. Overal worden we
allerhartelijkst ontvangen, de mensen weten dat Unicef zich ondanks het risico van de
oorlog blijft inzetten voor hun kinderen. Carel vraagt me mee te reizen naar Koerdisch
Irak. Unicef baas Carol Bellemy bezoekt het gebied en zodoende kan ik gratis en
veilig met het Unicef-konvooi meereizen. Organisaties als Unicef werken altijd met
‘veiligheidsadviseurs’. Dit zijn vaak voormalige SAS commando’s die op de
veiligheid van de organisatie moeten toezien. Onze man is een beer van een kerel en
ziet de reis niet bepaald zitten. We moeten langs een aantal dorpen waar Saddam
getrouwen en plunderaars nog steeds actief zijn. We vertrekken in vier luxe jeeps. Het
VN wagenpark was na de oorlog gestolen en om verwarring te voorkomen is besloten
om de nieuwe, echte VN auto’s blauw met oranje letters te spuiten.
Om onze veiligheid te garanderen is besloten op zeer hoge snelheid naar het Noorden
te reizen. Als het konvooi door een bende zou worden beschoten dan is de kans op
een ‘hit’ zeer gering, althans dat zegt de theorie. We rijden rond de 160 kilometer per
uur, de 4 wagens hebben minder dan 50 meter afstand van elkaar. Als de voorste auto
een obstakel ziet en plots moet remmen, zet hij zijn knipperlichten aan, zodat de
achterliggende auto’s weten wanneer er geremd moet worden. Het is een
dollemansrit, totale gekte, de wegen zijn smal, tegenliggers halen op de meest
gevaarlijke manier in en dan steken er ook nog kinderen en ezelskarren op hun dooie
gemak over. Ik besluit mijn walkman op te zetten, in slaap te vallen en vooral niet
naar buiten te kijken.
Als we na 3 dagen Bellemy op het vliegveld in Erbil hebben afgezet en terug racen
naar Bagdad gebeurt het. Een vrachtauto keert op een nauw stuk weg en ons konvooi
komt met 140 km per uur aanvliegen. De voorste auto zet zijn knipperlichten te laat
aan. Ik zit in de derde auto en zie dat dit helemaal fout gaat. Mijn chauffeur kan
remmen wat ie wil, maar dat redt hij nooit. In een fractie van een seconde moet hij
beslissen om op een paar voetgangers in te rijden, op de vrachtauto te knallen of de
berm in te schieten, hij kiest voor het laatste. Maar de berm is geen berm, er is juist op
dit punt een hoogteverschil van anderhalve meter en de auto vliegt door de lucht en
komt keihard op de zijkant neer en schuift zo nog honderd meter door. We liggen in
een enorme stofwolk en het is plots doodstil. Een chauffeur van een andere auto, komt
aangerend. ‘Mijn vriend, mijn vriend is dood’, schreeuwt hij. Ik ben tussen de
voorstoel en de achterbank gedoken en test mijn ledematen een voor een. Wonder
boven wonder doet alles het nog. Ik zoek mijn schoenen in het stof, trek ze aan en
wordt dan uit de auto getrokken. De chauffeur heeft een ontwrichte schouder en is in
een shock. Ik sla de veiligheidsadviseur op de schouder, ‘Goed idee joh, dat konvooi
op topsnelheid’. Hij zegt dat het hem spijt, maar is er van overtuigd dat dit de veiligste
manier van reizen is. Carel de Rooy blijkt een echte leider.
Hij regelt het verkeer, verzorgt de chauffeur en trekt zelf het hardste mee om de auto
weer op zijn wielen te krijgen.
SAMIR
In een verlaten hoek van het bedompte restaurant van het ‘Al-Hamra’hotel in Bagdad
zit een oude pianist. Hij draagt een zwarte bril en rookt continu sigaretten. Zijn lange,
vette haar is in een paardenstaart samengebonden. Marie veert op, het is Samir, de
beroemdste concertpianist van Irak. Marie heeft Samir al 13 jaar niet meer gezien, het
Iraakse ministerie van Informatie had de Amerikaanse oorlogscorrespondente het land
geweigerd. Ze neemt de kleine man in haar armen; ‘Samir, hoe gaat het met je?’,
vraagt ze. ‘Niet zo goed’ mompelt Samir somber,’ Marie schrikt, is bang dat zijn
familie is vermoord in de oorlog. ‘Nee dat is het niet’, mompelt de pianist, ‘Iemand in
het restaurant vroeg me vanavond “Feelings” te spelen. Dat doet zo’n pijn, ik speelde
voor grote orkesten Bach en Beethoven, ik studeer al 40 jaar iedere dag 6 uur achter
mijn piano en nu zit ik hier in dit bedompte restaurant en vragen ze me “feelings” te
spelen!’
We moeten allemaal lachen. Speciaal voor Marie componeert de charmeur Samir die
avond een partitude/partituur. (Twee dagen later brengt hij de uitgeschreven partituur
naar haar kamerdeur. Onderaan het stuk staat geschreven;”All copyrights for Marie
Colvine, after my death”) Daaarna schuift hij aan en drinkt gulzig uit de meegebrachte
fles whiskey.
Samir is zichtbaar verrast met het bezoek en krabbelt na iedere slok alcohol meer en
meer uit zijn depressie. Hij vertelt honderd uit, over de vele vrouwen die hij bemind
heeft, maar hem enkel ellende bezorgden. ‘Waarschijnlijk is mijn vrouw de enige die
Irak ontvluchtte voor een andere man dan Saddam’, vertelt hij met een valse snik in
zijn stem. Hij heeft haar en de kinderen nooit meer gezien. Samir woont nu in een
leeg huis. Er staat alleen nog een bed en een vleugel. De situatie in Irak is nog steeds
bijzonder onveilig, dus slaapt Samir met een kalashnikov onder zijn kussen. Laatst
hoorde hij iemand ’s nachts aan zijn deur morrelen. Slaapdronken pakte hij zijn
geweer en schoot in de lucht, maar vergat de veiligheidspal op enkel schots te zetten.
In een enorme salvo vlogen er wel twintig kogels door zijn dak, het is te hopen dat het
voorlopig niet gaat regenen. De volgende ochtend vond Samir nog wel twee schoenen
voor zijn deur. Op de foto wil hij niet, bang voor represailles van Saddam getrouwen
die hem soms bellen en met de dood bedreigen, nadat hij in een intervieuw luchtig
had opgemerkt dat het wel wat ontspannender pianospelen is nu Saddam is opgekrast.
De volgende ochtend staat Samir met een kater en grauw gezicht onder zijn eeuwige
zonnebril op mijn kamerdeur te bonken. Zenuwachtig vertelt hij me dat de digitale
klok in zijn auto knippert, wat betekent dat iemand de accu van zijn auto moet hebben
losgetrokken om er een bom in te leggen. Ik bel Marie en Marie belt de
veiligheidsadviseur van de BBC voor goede raad. Juist op dat moment raced een
Duitse journalist met kogelvrijvest aan door de lobby. “Verenigde Naties
hoofdkwartier, bom, gogogo!’ schreewt hij en weg zijn we. We laten Samir in zijn
eenzaamheid ontredderd achter.
Het dildo paleis aan de Tigris
‘I hate dildo palace! Een twintigjarige Amerikaanse soldaat is net terug van patrouille
en smijt zijn helm de kamer in. Het kevlar met woestijncamouflage stuitert over de
marmeren vloer. ‘Shit, weer geen elektriciteit en airconditioning’. Als hij zijn
kogelvrij vest uittrekt blijkt zijn soldatenpak drijfnat van het zweet. Hij stinkt en ook
zijn maten ruiken niet bepaald fris. Geen wonder want het is hoogzomer in Irak. De
temperatuur ligt rond de 58 graden celcius en je sokken zwemmen je schoenen uit.
Toch leek het zo mooi voor de mannen van de 4de Brigade toen ze dit majestueuze
paleis van de vermoorde zoon van Saddam innamen. Want Uday, de sadistische
playboy heeft het er vast wel naar z'n zin gehad. Het paleis ligt op een hoge rots
boven de rivier de Tirgris en werd, zo beweert de tuinman, als bordeel gebruikt.
Voormalige bedienden weten te vertellen dat Uday soms een vliegtuig vol hoeren
vanuit Rusland charterde. Het moet er een dolle boel geweest zijn. Onder hoge
kandelaren in marmeren zalen staan grote hemelbedden waar de Amerikaanse
soldaten bij hun intrek tientallen dildo’s vonden. Maar ‘Dildo paleis’, zoals de
soldaten Uday's liefdesnest noemen, heeft veel van zijn glans verloren nu de hoeren
plaats moesten maken voor honderden soldaten.
Er is al wekenlang slechts sporadisch elektriciteit, waardoor de airconditioner niet
werkt en het er snik- en snikheet is. De toiletten hebben dan wel gouden kranen en
marmeren baden, maar ruiken naar verzuurde urine en aangekoekte stront omdat er
ook geen stromend water is. In het overdekte zwembad ligt een dikke laag bruin
woestijnstof en geen druppel water. De soldaten die overdag in de hitte achter
‘terroristen’ en Saddam Hussein jagen, komen dodelijk vermoeid terug. Zij hebben
vaak geen energie meer over om zich in de rivier te baden. Sommigen nemen niet
eens de moeite de smerige sokken uit te trekken en vallen in de broeiende hitte direct
op de brits in slaap.
Ik ben met enkele collega’s ‘embedded’. Dat houd in dat ik dien te leven als, en met
de soldaten. Ik ben hier de enige fotograaf, er zijn ook tv ploegen van CNN, NBC en
CBS. Ik heb het al niet best (ik slaap in een rumoerig trappengat naast een smerig
toilet), maar met mijn collega’s van CNN krijg ik medelijden. Zij zenden vooral ’s
nachts live uit vanwege het tijdsverschil met Amerika. Zij doen die stand-ups in de
tuin van het paleis, naast de rivier. Daarom staan hun bedden buiten, waar ’s nacht
een hete wind waait die het best te vergelijken is met een hete föhn die constant in je
gezicht blaast. Ieder uur moeten de cameraman, de anchor, de producer en de
technicus opstaan en komen amper aan slaap toe. Ze zitten onder de muggenbulten en
worden gek van de jeuk. Vooral de hoogblonde producer uit Noorwegen krijgt erg
veel aandacht van de soldaten. Die komen verdacht vaak vragen of ze op haar
satelliettelefoon even naar de VS mogen bellen. Maar ze is te moe om ook maar een
beetje aardig te zijn, ze heeft sowieso een bloedhekel aan de schietgrage Amerikanen.
Teleurgesteld druipen ze af naar hun stinkende kamer. Een soldaat komt er iedere
nacht op zijn gitaar spelen. Hij heeft een stem als Curt Cobain. Om van hem af te
komen maakt CNN een item over hem; de zingende grunge soldaat. De Noorse
producer kan er wel om lachen; ‘Overdag jaagt ie met een enorm machinegeweer op
het Iraakse verzet en ’s avonds zingt ie over de liefde en vrede. Ik heb hem ‘come as
you are’ van Nirvana laten zingen. In het refrein zingt ie dan ‘No, I swear I don’t have
a gun’. Leuk bij de beelden die we van hem hebben als ie op terroristenjacht is.’
De frustratie en verveling in het paleis is enorm. Uit een uitgelekt geheim rapport
blijkt dat al tientallen Amerikaanse soldaten in Irak zelfmoord pleegden. Zelfs de
brigade- commandant is verveeld en schiet soms vanaf het bordes, boven de rivier met
zijn jachtgeweer op eenden. Waar Uday zich ooit met rondborstige dames uit de
Oekraine vermaakte betrap ik nu 18-jarige soldaten, die ik eerder die dag nog keihard
tegen de Irakezen zag optreden bij een arrestatie, als ze naar een dvd kijken. Ze willen
eerst niet laten zien welke film, maar als ik aandring blijkt het Harry Potter deel 2 te
zijn.
De veiligheidsvergadering
Nadat een zelfmoordenaar een cementwagen bij het hoofdkwartier van de Verenigde
Naties in Bagdad opblies en daarbij 24 VN medewerkers vermoordde werd het
duidelijk dat ook journalisten in Irak doelwit kunnen zijn van een aanslag.Het hotel
waar ik verblijf is tot dan toe niet bewaakt, auto’s worden voor de deur geparkeerd.
Enkele dagen na de bomaanslag besluiten journalisten, hoteldirektie en enkele
veiligheids adviseur een vergadering te beleggen. De journalisten dreigen met
opstappen als het hotel niet alle wegen rondom het hotel blokkeerd met barricades,
zodat auto’s het hotel niet meer kunnen naderen. Maar de hoteldirektie geeft geen
krimp. ‘Nee, onzin we doen het niet, ons hotel is het veiligste van de stad’. Juist dan
horen we onder ons raam een luid kabaal.
Voor de ingang van het hotel staan 300 schreeuwende mannen met lange zwarte
baarden te duwen. Ze dragen vlaggen en afbeeldingen van een geestelijk leider.
Schreeuwende Arabieren met een lange baard: dat moeten volgens de Amerikanen
terroristen zijn. Uit het niets zijn drie Amerikaanse soldaten opgedoken, met
getrokken pistool staan ze voor de woedende menigte. Het blijken geen terroristen,
maar Koerden te zijn. Met vijf bussen zijn ze vanuit het Noorden naar Bagdad
afgereisd. Op het dak van iedere bus ligt een lijkkist met een dode man. Die dag
hebben Amerikaanse soldaten vijf burgers in hun stad vermoord. ‘Waar was je nou?’,
schreeuwt een man naar me als ik foto’s maak. ‘Jij bent een slechte fotograaf, je had
foto’s moeten maken toen de Amerikanen mijn broer doodschoten’. De man kalmeert
en verdwijnt huilend in de menigte. Na nog geen half uur zijn de mannen bedaard en
verdwijnen rouwend in de nacht, op naar het volgende hotel met journalisten om hun
verhaal te vertellen.
De hoteleigenaar is plots overtuigd van zijn ongelijk. De volgende dag is het hotel
onbereikbaar, de straten zijn afgezet met betonnen blokken en het hotel heeft enkele
bewakers met grote geweren voor de deur gepost. Enkele weken later besteld een
Amerikaanse televisie zender voor 8000 dollar betonnen wanden die om het hotel
worden geplaatst. Tegen die tijd staan op iedere hoek 2 bewakers, gewapend met een
kalashnikov.
VX gas, dodelijk.
‘Noem mij maar Tom’, zegt ‘Tom’. In het donker van de hotelgang zie ik een lang
gestalte voor me staan. De man spreekt bekakt Engels en wilt mijn collega Marie en
mij spreken op een plaats waar we niet worden afgeluisterd. In mijn kamer verteld hij
ons een ‘zakenman’ te zijn. Bij het uitbreken van de oorlog is hij met een enorme
buidel geld naar Irak vertrokken om gestolen museumstukken op te sporen en op te
kopen, maar dat is niet alles. Tom is ook op zoek naar Saddam Hussein en massa
vernietigingswapens. Ik schiet in de lach, ik had eerder van deze ‘treasure hunters’
gehoord, maar er nooit een ontmoet. Het zijn gelukzoekers die een enorm risico
nemen door contacten met de Iraakse mafia te leggen om o.a. kunstschatten op te
kopen. Zo blijkt Tom een ‘gouden Jezus’op het spoor te zijn. Het is een uiterst
kostbaar kunstvoorwerp dat ooit door Iraakse troepen uit een Museum in Kuwait is
gestolen. Er zou een beloning van een miljoen dollar op staan.
Maar daar heeft Tom me niet voor nodig, hij vraagt me foto’s te maken van een buisje
met VX-gas. VX is een van de meest dodelijke massavernietigingswapens. Na
maanden van onderhandlen met ‘allemaal oplichters’, zoals Tom ze noemt, heeft hij
nu eindelijk beet. Een voormalig Iraakse luchtmacht piloot heeft Tom 19 flacons met
VX gas beloofd. Morgen geeft de piloot Tom een van de buisjes om hem te testen.
Als het daadwerkelijk om VX gas gaat dan betaald Tom de piloot een miljoen dollar,
‘want Tony (Blair) is in problemen en deze ontdekking zal hem toch minstens 15
miljoen waard zijn’ beweert Tom zonder een spier te vertrekken. Mijn rol is het
fotograferen van het buisje en, bij echtheid van het gas, met Marie ruchtbaarheid te
geven aan deze ontdekking van Tom. Marie moet Tom aan contacten helpen om het
gas zo snel mogelijk op echtheid te laten testen. We stemmen toe in ruil voor de
primeur. Marie beschikt over goede contacten in het Britse lagerhuis en heeft
zodoende toegang tot de geheime dienst. MI 5,de Britse geheime dients, blijkt 2
specialisten in dienst te hebben die binnen 12 uur op het vliegveld van Bagdad het gas
kunnen testen.
De volgende avond komt een bloednerveuze Tom mijn kamer binnen. Uit zijn
borstzak haalt hij een pakje sigaretten met twee uiterst verdacht uitziende flacons, het
VX gas. ‘This is it!’, spreekt Tom opgewonden. Op internet heb ik ondertussen
gelezen dat slechts enkele druppels VX een hele wijk kan omleggen. Ik pak de
buisjes dan ook uiterst voorzichtig beet als ik ze fotografeer. Tom zegt dat ik niet zo
voorzichtig hoef te doen. ‘De buisjes zijn van onbreekbaar glas, al sla je er met een
hamer op dan breken ze nog niet. Daar is een onsteking en een lading springstof, als
bij een granaat voor nodig’. Ik laat Tom lekker kletsen en doe toch maar heel
voorzichtig. Tom heeft andere redenen om nerveus te zijn. Als hij de flacon niet
ongedeerd bij de piloot en zijn maffiabende terug brengt moet hij 65.000 Britse Pond
betalen. Van Marie krijgt hij te horen dat de geheime dienst het flesje zal breken om
de inhoud te kunnen onderzoeken. Tom haalt zijn schouders op en neemt het risico.
‘Als het echt VX gas is krijg ik mijn deel toch wel’, zegt hij optimistisch.
Twee dagen later krijgen we de uitslag. Helaas, het is geen VX gas, maar een
testflacon die in een chloorfabriek wordt gebruikt. ‘Daar gaat mijn wereldprimeur’
zeg ik verslagen, ‘En jij, Tom, hebt zojuist 65.000 pond verloren’, zegt Marie
sarcastisch. Tom staart ons roerloos aan. Na een minuut hervind de ‘zakenman’
zichzelf. ‘Jammer’, zegt hij, ‘maar Geert heb jij morgen tijd om een 800 jaar oude
Joodse Torahrol te fotograferen. Het ding is miljoenen waard’.
Enkele dagen later zie ik Tom 1.000 dollar aan een Irakees betalen als aanbetaling
voor de Torahrol (ook ditmaal zit hij ernaast, na onderzoek zal blijken dat het wel een
oude Torahrol betreft, maar niet diegene waar de Joodse wereld naar op zoek is, en
dus veel minder waard). Ik vraag hem hoe hij het heeft afgehandeld met de piloot van
het VX gas. Tom vertelt me dat hij zijn assistent er naar toe heeft gestuurd. ‘Hij heeft
de piloot vertelt dat ie op kan rotten. Bloody hell, die vent verkocht ons nepgas. Hij
kan fluiten naar zijn centen. Mijn assistent geeft hem 10 dagen om met het echte VX
gas op de proppen te komen. Als hij dat niet doet dan volgen er represailles, want
iedereen weet hem te vinden, omdat ik een zendertje in zijn tuin heb verstopt. Die
vent begon te trillen en heeft nooit meer naar zijn geld gevraagd. Dat van dat
zendertje was pure bluf!’
Tekst en foto’s Geert van Kesteren
Tomatenketchup op de tafel van Saddam.
Bagdad, 11 mei 2003.
Kapelaan Kolonel Frank Wismers’ stem galmt door de marmeren zaal; “Wees
gezegend op alle plaatsen in alle tijden” . Soldaten zingen psalmen en prevelen zacht
een gebed. Tot zover niets ongewoons, ware het niet dat Kapelaan Wismers’ mis
wordt opgedragen in de “Jeruzalem” zaal van een enorm paleizen complex van de
voormalige Irakese dictator Saddam Hussein in Bagdad. De Jeruzalemzaal vormt het
hart van dit complex, hier leidde Saddam met ijzeren hand. De inwoners van Bagdad
noemen de zaal de “intimidatie” kamer. Koning Saddam zat hier temidden van het
marmer op zijn troon en liet zijn onderdanen via een met goud en zilver afgezette deur
in het noorden van de zaal binnenkomen. Saddam zelf besliste of de bewuste Generaal
of Minister met een medaille of executie werd beloond. Het slachtoffer wist bij
binnenkomst niet of hij beloond of gedood zou worden. Sommigen zouden al van
angst zijn gestorven aan een hartaanval voor ze de lange weg over het marmer naar
Saddam hadden afgelegd. Het was Saddams manier om totale loyaliteit bij zijn
vertrouwelingen af te dwingen.
“Saddams’ ego was enorm”, zegt Kapelaan Wismer,”Overal in het paleis staat zijn
naam, alleen al in deze zaal op meer dan drieduizend tegeltjes.” Op een kleurige
plafond schildering staat de Al Asq moskee in Jeruzalem afgebeeld, omringd door
acht paarden. Het symboliseert het paard dat Mohammed naar de hemel bracht en
weer terug. Waarom Saddam acht paarden nodig achtte blijft onduidelijk, al zeggen
de Irakese vertalers die voor de Amerikanen werken dat de zondige Saddam minsten
acht paarden nodig heeft om naar de hemel af te kunnen reizen. Tegenover de
intimidatiekamer ligt de Internationale Conferentie kamer. Hier werden vergaderingen
gehouden met thema’s als “strijd tegen het Internationale Zionisme”. Nu eten
honderden mariniers, geheim agenten en Ghurka’s hun diner aan een enorme, met
ivoor ingelegde, mahoniehouten vergadertafel. Waar vroeger de president van Irak de
vergadering voorzat, staat nu een tafel vol tomatenketchup, geflankeerd door enorme
coca cola koelkasten.
“Dit hier is surreëel, het is als in een film, maar toch is het echt.” Majoor Andersen
moet er om lachen en kijkt verbaasd om zich heen. Zijn bed staat in een enorme
marmeren balzaal. De majoor met de looks van acteur George Cloony heeft het
paleis afgestruind naar bruikbare voorwerpen. Een klassieke, blauw fluwelen stoel
staat naast zijn bed , kasten een een kapstok zijn uit een magazijn weggesleept. “Het
meest tevreden ben ik met mijn $15.000 speaker set die ik in een vergaderzaal vond”.
Andersen pakt een cd, opent een lade van een hypermoderne cd installatie. Even later
schalmt Pink Floyd snoeihard door de enorme marmeren zaal. Luitenant Tracy moet
lachen, de slanke negerin is net terug van het joggen en in een strak, bezweet broekje
doet ze op de maat van de muziek haar push ups. Gespierde mariniers kijken
geamuseerd, op de maat knikkend, toe. Het is inderdaad surreëel, wat nog maar acht
weken geleden onmogelijk leek is nu de waarheid. De Amerikaanse strijdkrachten
hebben hun hoofdkwartier opgeslagen in het mooiste en belangrijkste paleis van
Saddam Hussein.
Het Saddam paleis in Bagdad is niet zomaar een paleis. Het is een complex van
veertien paleizen met enorme tuinen en wegen met stoplichten. Er staat een
Olympisch zwembad, waar zijn Saddams’ sadistische zoon Uday zijn
martelpraktijken hield. Alle andere paleizen zijn vernield door ‘Daisy Cutters” en
“Bunker busters”, maar het belangrijkste paleis staat fier ongeschonden in de tuinen
overeind. Over smaak valt te twisten, maar dat dit paleis honderden miljoenen euro’s
heeft gekost is zeker. In alle gangen, kamers of toiletten is marmer; roze en groen
waren Saddams’ favoriete kleuren. Op de toiletten zijn de kranen, toiletpapierhouders
en doorspoelknoppen verguld met goud. In kamers pronker kitscherige banken van
fluweel en vergulde leuningen, kandelaren hangen over het gehele paleis, meubelen
zijn van mahonie en ingelegd met ivoor.
In de tuinen van het paleis joggen ’s avonds soldaten in korte broek. Ze worden
aangestaard door vier, metershoge stenen Saddam hoofden die op de daken van het
paleis staan. Saddam meende een directe reïncarnatie van Nebuchadnezzar, de grote
veroveraar van het Midden Oosten (Is dit zo???) te zijn. Uiteraard leek niet Saddam
op Nebuchadnezzar, nee, Nebuchadnezzar leek op Saddam. De enige gelijkenis met
Nebuchadnezzar is de helm die Saddam op zijn stenen hoofd draagt. De vissen in de
vijver zwemmen er niet meer, een donkere soldaat uit Philidelphia vertelt met
fonkelende ogen dat hij het legerrantsoen zo zat was, dat hij een handgranaat in de
vijver gooide. Dikke forellen en karpers kwamen een voor een bovendrijven en de
manschappen aten die avond voor het eerst sinds weken weer vis.
Over het doden van onschuldige burgers en het ontbreken van een “smoking gun”,
massavernietiging wapens praat geen enkele soldaat, ze zijn blij dat de oorlog over is.
Meestal is hun motto simpel en eenvoudig; Saddam was slecht, wij zijn goed en dat is
in ieder geval beter dan het was. Kapelaan Kolonel Frank Wismers weet er ook geen
raad mee, maar herinnert de soldaten wel aan het feit dat het vandaag moederdag
is.Bezorgd vraagt hij de soldaten of ze wel naar huis gemaild of gebeld hebben. In de
tuin knipt Majoor Andersen de rozen bij.” Na al dat moorden, mag ik toch wel iets
van leven aan Irak teruggeven”, zegt hij. De majoor lacht alsof hij zo uit een
hollywood film is gestapt.
Deze tekst is geschreven uit mijn aantekningen en dient uiteraard uitsluitend als
hulpmiddel voor een tekst bij mijn foto’s. Ik hoop en neem aan dat het van dienst kan
zijn, groeten Geert.
Scholen in Irak
Duizenden kisten vol munitie staan op het schoolplein van de El Nasr school in
Bagdad. Onder vervallen basketbalpalen liggen de kogels verspreid over het
schoolplein. De klaslokalen zijn onbruikbaar, kisten vol munitie staan er. Abu
Mohammed is de concierge van de school en houdt zijn handen mismoedig in de
lucht.”No school, only bomb!’, zucht hij in gebrekkig engels. Hij had de Irakezen
nog zo gewaarschuwd de school niet als munitieopslagplaats te gebruiken, te
gevaarlijk, maar het leger luisterde niet. In een tuin achter de school had het Iraakse
leger raketten verstopt, er woede een hevige strijd met de Amerikanen, de palmbomen
schoten als raketten in de lucht toen de Amerikaanse bommen vielen. Abu
Mohammed heeft er zelf tientallen lichaamsdelen in een bomkrater begraven. Voor
kinderen is deze school nog lang niet veilig.Het is de grootste school in deze wijk en
vele honderden kinderen zullen hun examen moeten missen en dus een jaar doubleren
Het Amerikaanse leger is even komen kijken en heeft vervolgens alle munitie laten
liggen. Een Iraaks kind doet voor wat zij hem leerden. Hij pakt een kogel, verwijderd
met enkele klappen de kogel van de huls en giet het buskruit op de grond, een lucifer
doet de rest.
De Medina el Muddun school is inmiddels open. Voor Mirriam Ali (8) is het de eerste
schooldag. Miriam speelde in haar toen een kogel haar slaap schampte. Ze overleefde
de aanslag ternauwernood en vandaag zit ze trots voorin de klas met een enorme
pleister op haar voorhoofd. Het is nog even wennen. Bij aanvang van de dag staan de
kinderen in een rij en zingen een lied over het grote, sterke Irak. Enkele leerlingen
vergissen zich en roepen “Lang leve onze leider Saddam”, gegiebel stijgt op uit de
groep. Een lerares legt uit dat de kinderen nu moeten roepen “Lang leve Irak en haar
volk”. Een dag voor aanvang van de school hebben de lararessen alle Saddam posters
en leuzen uit de school verwijderd. Nog maar enkele weken geleden waren ze
verplicht de kinderen te onderrichten in de 51 bevelen van Saddam, iedere dag.
Leuzen als ‘een kleine steen kan een grote ruit breken” of “ breng degene die je
veracht niet dichtbij”. Dhan Ghani vertelt dat ze verplicht was de kinderen te leren
dat Saddam een groot leider was, terwijl Saddam haar echtgenoot liet excecuteren.
De school heeft geen electriciteit, bij 50 graden doen de fans het niet, er is geen
stromend water en de leraren worden niet betaald. Het ministerie van onderwijs is
leeggeplunderd en afgebrand en de VS hebben nog geen aanstalten gemaakt een
nieuw ministerie op te zetten. Veel leerlingen komen nog niet naar school, de ouders
vinden het nog te onveilig voor hun kinderen, er wordt nog steeds geplunderd in
Bagdad, er gaan verhalen de rondte dat jonge meisjes werden ontvoerd en misbruikt.
Een controlerende politie macht is niet aanwezig en het aantal rondslingerende niet
geexplodeerde munitie en mijnen zijn ontelbaar.
Ook voor Ban Karim (12) is het de eerste schooldag. Ze zit een rolstoel, ze raakte
verlamt tijdens de oorlog. Tijdens een bombardement sloeg ze op de vlucht en viel.
Abdel Amir is pas 7 , maar weet dat de VS al zijn problemen kan oplossen met 1 druk
op de knop. “Amerika lost al onze problemen op. Alle portretten van Saddam zijn in
de stad verwijderd. De Amerikaanse soldaten zeggen dat we niet meer bang voor
Saddam hoeven te zijn. Ik ben wel bang voor alle munutie in de straat, de juf vertelde
me dat ik mijn handen kwijtraak als ik het opraap”. Abdel heeft thuis problemen bij
het maken van zijn huiswerk. Het riool is overgelopen en van de stank wordt hij
misselijk. Zijn broertjes en zusjes hebben diarree.
De Nederlander Carel de Rooy geeft leiding aan Unicef Irak en heeft de
toegankelijkheid voor alle kinderen tot scholen als hoogste prioriteit gesteld. Maar
voordat dat mogelijk is moet er nog veel gebeuren. Irak is vooralsnog onveilig,
munutie ligt in de straten, veel scholen zijn gekraakt, vernield, leeggeroofd of
volgestopt met munitie. Salarissen worden nog steeds niet betaald en een ministerie
van onderwijs bestaat niet eens, laat staan dat er een budget is voor onderwijs.
In de armoedige wijk Saddam city leeft Abbas Saddam Shaghaty met zijn gezin op
het toilet van een school. Abbas is pas 34 jaar oud, maar ziet eruit als een man van 50.
Zijn linkeroor is half afgesneden en zijn lichaam vertoont gruwelijke wonden van de
martelingen die hij gedurende 4 maande gevangenschap onder ging. Het half
afgesneden oor was een teken dat Abbas nooit werk zou krijgen zolang Saddam aan
de macht is. Maar nu de Aerikanen het gezag in Irak hebben overgenomen lijkt zijn
leven voorals nog er slechter op te worden. Zijn huis werd vernield tijdens de oorlog
en nu slaapt hij met zijn zwangere vrouw, 3 dachters en zijn moeder naast het toilet
van de school. Electriciteit en stromend water is er niet, en niet alleen in de school
maar in de gehele wijk waar 2 miljoen mensen in armoede leven. Abbas en zijn gezin
kunnen ’s nachts amper slapen, muskieten houden hen wakker. Het gezicht van de
baby is rood opgezwollen van de beten. “Mijn meel is bijna op, als het op is bereid ik
me voor om te sterven”, zegt Abbas. Carel de Rooy van Unicef is positiever; “Zover
kunnen we het toch niet laten komen. Dit zijn problemen die we snel moeten
oplossen. Van de Japanse regering mag ik in Saddam City tientallen scholen bouwen.
Dit geeft veel werk en inkjomen aan de mensen en de kinderen hoop op een beter
toekomst. Als we allemaal de handen in elkaar slaan, dan kunnen we situatie omzetten
in iets positiefs”.
Ms Carol Bellamy, UNICEF Executive director visited Iraq from sat 17 May- May
20.
She took the oppertunity to thank the National Staff that continued their work during
the war. They did an outstanding job and UNICEF is proud of their work. Ms.
Bellamy took the opportunity to to have a first time personal loook at the situation for
children in Iraq. To meet OHRA and put forward UNICEF’s vison and developments
on the social sectors in Iraq.
UNICEF’s priority is to get all children back to school, so they can do their exams
and not miss a school year. To provide a sence of stability and normality after this
war. To keep children of the streets where a high number of UXO’s are. To teach at
schools about the dangers of UXO’s and to reach those children that suffer from
trauma.
“Als ik Irak verlaat, laat ik alleen land achter”, dreigde Saddam Hussein ooit. Dat is
hem aardig gelukt als je kijkt naar het leven van de twee miljoen, overwegend
Shi’iten, in de wijk Saddam City van Bagdad. “Dit is geen leven, dit hier is
overleven,” zegt de 34 jarige Abbas Saddam Shaghaty. Abbas woont met zijn moeder,
zwangere vrouw en vier dochtertjes op het toilet van een lagere school. Hij laat een
zak meel zien die bijna leeg is, “Als die leeg is dan sterven we”. De verdrijving van
Saddam heeft Abbas en zijn gezin voorlopig meer kwaad dan goed gedaan. “Sinds de
Amerikanen Irak bezetten hebben we geen gas, elektriciteit en water meer” . Vuilnis
wordt al weken niet meer opgehaald, riolen raken verstopt, een groene drab ligt er te
rotten. in de zon Over de gehele wijk hebben honderden inwoners dysenterie
gekregen. Muskieten zwermen bij de toiletten in Abbas kamer rond en houden zijn
gezin ’s nachts wakker, het gezicht van de baby is rood opgezwollen van de beten.
De wijk is momenteel wetteloos en kent geen gezag. Politie is er niet, de
overheidstructuur is verdwenen en in deze achtergestelde wijk is het Amerikaanse
leger nergens te bekennen. Het zijn de geestelijke Shi’itische leiders die hier het gezag
over nemen en tolereren andere organisaties mondjesmaat. De hospitaals en
opslagplaatsen voor medicijnen worden bewaakt door gewapende Islamitische
milities. Maar het zijn ook deze milities die vaak bepalen wie de hulpgoederen
krijgen. Zo heeft de Islamitische Service Association een hele kliniek opgezet van
gestolen goederen in de wijk Hariyah. Geestelijken riepen in moskeen de mensen op
om gestolen goederen in te leveren bij de moskee. Deze goederen zouden uitsluitend
ten goede van de bevolking gebruikt mogen worden, zo bepaalde de geestelijke
Shi’itische leider in Najaf. Zo is het mogelijk dat dokter Imad Kasim in zes weken tijd
een goed lopende kliniek uit de grond heeft gestampt. De administratie wordt op een
computer van de “National Grain Company” bijgehouden, medicijnen komen
rechtsreeks uit andere hospitaals of opslagplaatsen en de drie peperdure microscopen
die in het laboratorium staan opgesteld heeft de dokter zelf op de “markt” gekocht,
althans dat beweert hij. De kliniek kreeg bij de opening op 24 april 37 patiënten.
Gisteren waren dat 732 patiënten, ook in deze wijk is dysenterie uitgebroken.
Ontwikkeling organisaties zijn ‘not amused’ met het feit dat de gezondheids zorg in
handen is van de plaatselijke milities, maar ze kunnen er momenteel weinig tegen
doen. Een ministerie van gezondheidszorg is er nog niet en de Verenigde Staten heeft
nog weinig tot geen actie ondernomen om de gezondheidszorg in Irak te verbeteren.
Ondertussen zit de bevolking op de blaren. In Saddam City heeft de bevolking al
weken geen toegang tot schoon water, daarom heeft Unicef de zorg voor
watervoorziening op zich genomen, maar dat ging niet zonder horten of stoten. Het
eerste vervoer stopte bij een moskee. De lokale bevolking was dolblij met het schone
water, maar hun geluk sloeg snel om in woede. De plaatselijk Mullah zag deze
interventie van zijn zojuist opgebouwde macht niet zitten en liet via de speakers van
de moskee de bevolking weten dat het water giftig was. Binnen enkele minuten had
een woedende menigte zich rond de watertruck verzameld. Het Unicef personeel bleef
kalm en dronk, voor de ogen van hysterische mannen en vrouwen, het water op.
Hierdoor keerde de rust en het vertrouwen in de VN organisatie terug. Er kwam een
lang gesprek met de mullahs, die aanvankelijk weigerde dat de trucks het Unicef
symbool droegen, maar stemde uiteindelijk toch toe in de waterdistributie. Nu
vetrekken er dagelijks tientallen watertrucks naar Saddam City.
Aan Abbas en zijn gezin gaat al dit politiek gekonkel voorbij. Abbas heeft weinig
geluk gekend in zijn leven, hij werd zwaar gemarteld na zijn desertie van het Irakese
leger. Zijn tanden werden uit zijn mond geslagen, tenen en vingers werden gebroken
en over zijn hele lichaam zijn littekens van elektrocutieschokken te zien. Een stuk van
zijn linkeroor is afgesneden ten teken dat hij een verrader van het regime was.,
zodoende kreeg hij nooit werk.Maar vandaag heeft hij geluk gehad, hij mocht iemand
helpen met het opruimen van vuil en kon twee handen vol tuinbonen kopen. Zijn
vrouw kookt ze op een houtvuurtje voor de school toiletten. Abbas schud zijn hoofd
en zegt; “Ons land heeft de meeste olie ter wereld, we zouden schatrijk moeten zijn,
maar tot nu toe heeft al die olie me alleen maar ongeluk gebracht”. De andere
inwoners in zijn wijk zijn het wachten beu. Zij eisen van de Amerikanen een direkte
verbetering in hun levenssituatie, als die er niet binnen een maand is dreigen ze met
een opstand. De vertegenwoordiger van Unicef in Irak, de Nederlander Karel de Rooy
is stellig; “De VS moet snel actie ondernemen, anders wordt het hier een zooitje.
Ondertussen vullen wij de gaten, maar dat is eigenlijk niet ons werk, Amerika wilde
deze invasie en niet de Verenigde Naties. Unicef is hier om de kinderen van Irak een
goede toekomst te geven en daar hebben we een stabiele regering als partner bij
nodig. Door de armoede en de onveilige situatie gaat nog maar dertig procent van de
kinderen naar school. Er is veel werk aan de winkel, momenteel moeten we roeien
met de riemen die we hebben.”
Het is voor organisaties als Unicef bijzonder moeilijk om directe hulp te bieden. Toch
doen ze wat mogelijk is. Iedere dag vertrekken tientallen watertankers naar deze wijk.
Temperaturen in Bagdad lopen op tot ver boven de veertig graden en de bevolking
van Adam City moet het zonder schoon water stellen.
Tekst en foto’s Geert van Kesteren
Tomatenketchup op de tafel van Saddam.
Bagdad, 11 mei 2003.
Kapelaan Kolonel Frank Wismers’ stem galmt door de marmeren zaal; “Wees
gezegend op alle plaatsen in alle tijden” . Soldaten zingen psalmen en prevelen zacht
een gebed. Tot zover niets ongewoons, ware het niet dat Kapelaan Wismers’ mis
wordt opgedragen in de “Jeruzalem” zaal van een enorm paleizen complex van de
voormalige Irakese dictator Saddam Hussein in Bagdad. De Jeruzalemzaal vormt het
hart van dit complex, hier leidde Saddam met ijzeren hand. De inwoners van Bagdad
noemen de zaal de “intimidatie” kamer. Koning Saddam zat hier temidden van het
marmer op zijn troon en liet zijn onderdanen via een met goud en zilver afgezette deur
in het noorden van de zaal binnenkomen. Saddam zelf besliste of de bewuste Generaal
of Minister met een medaille of executie werd beloond. Het slachtoffer wist bij
binnenkomst niet of hij beloond of gedood zou worden. Sommigen zouden al van
angst zijn gestorven aan een hartaanval voor ze de lange weg over het marmer naar
Saddam hadden afgelegd. Het was Saddams manier om totale loyaliteit bij zijn
vertrouwelingen af te dwingen.
“Saddams’ ego was enorm”, zegt Kapelaan Wismer,”Overal in het paleis staat zijn
naam, alleen al in deze zaal op meer dan drieduizend tegeltjes.” Op een kleurige
plafond schildering staat de Al Asq moskee in Jeruzalem afgebeeld, omringd door
acht paarden. Het symboliseert het paard dat Mohammed naar de hemel bracht en
weer terug. Waarom Saddam acht paarden nodig achtte blijft onduidelijk, al zeggen
de Irakese vertalers die voor de Amerikanen werken dat de zondige Saddam minsten
acht paarden nodig heeft om naar de hemel af te kunnen reizen. Tegenover de
intimidatiekamer ligt de Internationale Conferentie kamer. Hier werden vergaderingen
gehouden met thema’s als “strijd tegen het Internationale Zionisme”. Nu eten
honderden mariniers, geheim agenten en Ghurka’s hun diner aan een enorme, met
ivoor ingelegde, mahoniehouten vergadertafel. Waar vroeger de president van Irak de
vergadering voorzat, staat nu een tafel vol tomatenketchup, geflankeerd door enorme
coca cola koelkasten.
“Dit hier is surreëel, het is als in een film, maar toch is het echt.” Majoor Andersen
moet er om lachen en kijkt verbaasd om zich heen. Zijn bed staat in een enorme
marmeren balzaal. De majoor met de looks van acteur George Cloony heeft het
paleis afgestruind naar bruikbare voorwerpen. Een klassieke, blauw fluwelen stoel
staat naast zijn bed , kasten een een kapstok zijn uit een magazijn weggesleept. “Het
meest tevreden ben ik met mijn $15.000 speaker set die ik in een vergaderzaal vond”.
Andersen pakt een cd, opent een lade van een hypermoderne cd installatie. Even later
schalmt Pink Floyd snoeihard door de enorme marmeren zaal. Luitenant Tracy moet
lachen, de slanke negerin is net terug van het joggen en in een strak, bezweet broekje
doet ze op de maat van de muziek haar push ups. Gespierde mariniers kijken
geamuseerd, op de maat knikkend, toe. Het is inderdaad surreëel, wat nog maar acht
weken geleden onmogelijk leek is nu de waarheid. De Amerikaanse strijdkrachten
hebben hun hoofdkwartier opgeslagen in het mooiste en belangrijkste paleis van
Saddam Hussein.
Het Saddam paleis in Bagdad is niet zomaar een paleis. Het is een complex van
veertien paleizen met enorme tuinen en wegen met stoplichten. Er staat een
Olympisch zwembad, waar zijn Saddams’ sadistische zoon Uday zijn
martelpraktijken hield. Alle andere paleizen zijn vernield door ‘Daisy Cutters” en
“Bunker busters”, maar het belangrijkste paleis staat fier ongeschonden in de tuinen
overeind. Over smaak valt te twisten, maar dat dit paleis honderden miljoenen euro’s
heeft gekost is zeker. In alle gangen, kamers of toiletten is marmer; roze en groen
waren Saddams’ favoriete kleuren. Op de toiletten zijn de kranen, toiletpapierhouders
en doorspoelknoppen verguld met goud. In kamers pronker kitscherige banken van
fluweel en vergulde leuningen, kandelaren hangen over het gehele paleis, meubelen
zijn van mahonie en ingelegd met ivoor.
In de tuinen van het paleis joggen ’s avonds soldaten in korte broek. Ze worden
aangestaard door vier, metershoge stenen Saddam hoofden die op de daken van het
paleis staan. Saddam meende een directe reïncarnatie van Nebuchadnezzar, de grote
veroveraar van het Midden Oosten (Is dit zo???) te zijn. Uiteraard leek niet Saddam
op Nebuchadnezzar, nee, Nebuchadnezzar leek op Saddam. De enige gelijkenis met
Nebuchadnezzar is de helm die Saddam op zijn stenen hoofd draagt. De vissen in de
vijver zwemmen er niet meer, een donkere soldaat uit Philidelphia vertelt met
fonkelende ogen dat hij het legerrantsoen zo zat was, dat hij een handgranaat in de
vijver gooide. Dikke forellen en karpers kwamen een voor een bovendrijven en de
manschappen aten die avond voor het eerst sinds weken weer vis.
Over het doden van onschuldige burgers en het ontbreken van een “smoking gun”,
massavernietiging wapens praat geen enkele soldaat, ze zijn blij dat de oorlog over is.
Meestal is hun motto simpel en eenvoudig; Saddam was slecht, wij zijn goed en dat is
in ieder geval beter dan het was. Kapelaan Kolonel Frank Wismers weet er ook geen
raad mee, maar herinnert de soldaten wel aan het feit dat het vandaag moederdag
is.Bezorgd vraagt hij de soldaten of ze wel naar huis gemaild of gebeld hebben. In de
tuin knipt Majoor Andersen de rozen bij.” Na al dat moorden, mag ik toch wel iets
van leven aan Irak teruggeven”, zegt hij. De majoor lacht alsof hij zo uit een
hollywood film is gestapt.
©Geert van Kesteren 11 mei 2003.
Geert van Kesteren.
Saddam is gevangen, de massavernietigingswapens zijn onvindbaar. Eindelijk tijd om
de hearts en minds van de Irakese bevolking te winnen.
De realiteit is anders. De Amerikaanse soldaten treden keihard op tegen de Irakezen.
‘Ik snijd je persoonlijk de strot af.'
‘Meekomen jij!, stomme lul!' Een Amerikaanse soldaat pakt de magere Irakees
hardhandig bij zijn jalabya en duwt hem een Bradley pantservoertuig binnen. Na een
helse rit van een uur steekt de Irakees zijn hoofd door een geopend bovenluik en wijst
de soldaten de weg. ‘Links, rechts, rechts, links...'.
Als de colonne gevechtsvoertuigen tot stilstand komt springen de soldaten nerveus
naar buiten en nemen hun posities in. Een halve maan schijnt licht over een zandweg
die kronkelend door een moeras naar beneden loopt. Aan het eind ligt een boerderij,
verscholen in de mist. Het is een ideale plaats voor een aanval van het verzet. Captain
Brown bereidt zich voor op het ergste, en stuift op de informant af. 'Als dit een
hinderlaag is en ik overleef het, dan zweer ik dat ik je persoonlijk je de strot afsnijd',
sist hij de trillende man toe.
Jerry Springers
Kapitein Todd Brown en zijn mannen van het Eerste Bataljon van de Achtste
Infanterie hebben al eerder met dit bijltje gehakt. Geoefende soldaten weten dat deze
informanten niet erg betrouwbaar zijn. Het zijn gedetineerden die hun huid proberen
te redden, en vaak wijzen zij het huis aan van degene aan wie ze op school de grootste
hekel hadden. Brown noemt daarom deze razzia's de ‘Jerry Springers' - naar de
presentator die zoveel pesterij in zijn shows doet.
Brown en zijn soldaten van het Eerste Bataljon van de Achtste Infanterie hebben de
patrouille van gisternacht nog vers in het geheugen. Vanaf een kerkhof werden ze in
een donkere straat met twee RPG's (rocket-propelled grenades) beschoten. De
soldaten deden het in hun broek en vluchtten een gebouw in dat een moskee bleek te
zijn.
Ook is de eenheid aangeslagen door het overlijden van soldaat Eric Paliwoda, ‘Big
Man', die ‘s ochtends werd gedood door een mortiergranaat. Big Man vocht tijdens de
oorlog met het bataljon mee, maar was tijdelijk bij een andere eenheid gestationeerd.
Hij had een enorm lichaam en een zacht karakter. Hij werd alom gerespecteerd.
Ondanks de angst voor een nieuwe hinderlaag besluit Brown toch de bad guy op te
pakken. Met ingehouden adem en wapens in de aanslag sluipen de soldaten aan
weerszijden van de weg naar de boerderij. In het groene licht van het nachtvizier
wordt met één oog iedere beweging in struik en boom nauwkeurig waargenomen. De
informant moet voorop in de vuurlinie meelopen, zo deelt hij het risico met de
soldaten. Als vanuit verschillende richtingen honden aan slaan, besluiten de soldaten
de laatste 200 meter sprintend af te leggen.
Nachtjapon
Luitenant Jayson Hays trapt de stalen voordeur open en stormt samen met vijftien
andere soldaten de boerderij binnen. ‘Down, down down!', schreeuwt Hays, gooit een
dikke vijftiger tegen een muur en duwt hem op de grond. Hays draagt bruin suède
handschoenen. Hij heeft een vinger aan de trekker van zijn M16 machinegeweer en
zet de loop in de nek van de verbouwereerde boer. Andere soldaten bestormen de
overige kamers en sleuren de daar gevonden mannen naar de woonkamer. Vrouwen
en kinderen staren in hun nachtjapon met angst en verbijstering naar de
zwaarbewapende mannen die hun nachtrust zo gruwelijk verstoren. Kasten en lades
worden opengetrokken. Hays vindt een Kalashnikov achter een kast waar de tv op
staat.
Maar een geweer maakt deze familie nog niet tot verzetsstrijders, ieder huishouden in
Irak heeft volgens een verordening van de tijdelijke coalitieregering het recht op een
wapen. ‘Vraag hem of hij Abu Karam is', zegt Brown tegen de Irakese vertaler die een
zwarte bivakmuts draagt om herkenning te voorkomen - heulen met de Amerikaanse
vijand wordt in Irak genadeloos afgestraft.
Als de boer antwoordt dat Abu Karam 4 kilometer verderop woont wordt hij tot zijn
verbazing direct gearresteerd. ‘Hij weet waar we die terrorist kunnen vinden, arresteer
hem!' De man, een Arabische sjaal om zijn hoofd, wordt gedwongen voor de ogen
van zijn vrouw en kinderen op zijn buik te liggen en wordt met plastic strips geboeid.
Als zijn zoon wordt ondervraagd wil hij iets zeggen. Een soldaat rent op hem af en
grijpt hem bij zijn kladden. ‘Shut the fuck up, klootzak.' De man wordt zijn eigen huis
uitgegooid. In de tuin duikt de soldaat bovenop hem en geeft hem twee harde klappen.
In een andere kamer is soldaat D. aan een ondervraging begonnen. ‘D. is gek, maar je
hebt ‘m wel nodig', zullen de andere soldaten later zeggen. ‘Ik haat het waneer hij dat
moet doen.' D. weet altijd waar geweren of explosieven te vinden zijn en hij slaagt er
meestal in belangrijke informatie uit terroristen te persen.
Dumb ass
Soldaat D. staat met zijn pistool in de hand gebogen over een man die angstig opkijkt.
‘Zo', zegt D. ‘Jij bent dus Fedayeen, een terrorist! Waar zijn de RPGs? Waar? Dumb
ass! Je denkt zeker dat ik mijn pistool niet gebruik.' D zwaait met zijn pistool voor het
gezicht van de man. Het is duidelijk dat die geen woord Engels verstaat, maar de
dreiging van D. begrijpt hij maar al te goed. Hij houdt zijn handen in de lucht en zegt
‘Najaf, Najaf', duidend op de Shiitische religieuze stad ten zuiden van Bagdad waar
hij blijkbaar vandaan komt. ‘O, jij bent een terrorist uit Iran!' zegt D., die geen benul
heeft van Najaf.
Het is de andere soldaten intussen duidelijk dat dit niet het huis van de gezochte
terrorist is. Hier zijn geen wapens en verzetstrijders verborgen, hier wonen boeren,
vrouwen en hun kinderen.
De Amerikanen vertrekken, zonder excuses. Ze zijn kwaad op de informant. Soldaat
D. pakt hem bij zijn schouder en loopt voor de andere soldaten uit in het donker een
knollenveld in. D. vloekt en tiert, tweemaal stompt hij hem hard in het gezicht. Dan
pakt D. de trillende Irakees bij zijn oor en draait het zo'n zes tellen keihard om. De
informant huilt met een hoge jammerlijke klank, als een wolf in de nacht.
Betonnen loods
Dit was maar een van de tientallen razzia's die dagelijks door verschillende units in
regio's rond steden als Tikrit, Falluja, Baghdad, Mosul en Samarra worden uitgevoerd.
Captain Brown zegt vanaf juli niets anders te hebben gedaan. Patrouilles en razzia's.
Al 10 maanden lang riskeren deze soldaten dag in dag uit hun leven.
Hun werkomstandigheden staan op gespannen voet met de arbowet. De basis in
Samarra is een betonnen loods, omringd door stinkende modder. Tientallen
veldbedden staan er naast elkaar. Om de warmte in de koude winternachten enigszins
binnen te houden is er landbouwplastic op twee meter hoogte gespannen. De vloer is
smerig en stoffig. Maandenlang leefde het bataljon op MREs, Meals Ready to Eat, het
legervoedsel in de bruine zakken.
Zure pis
Nu is er een kok die voor hen hamburgers en kipnuggets bakt. Er zijn douches en
toiletten geplaatst, maar de soldaten urineren in een pvc buis die diep in de grond is
geslagen. Er hangt een rioollucht en overal stinkt het naar zure pis. Er is hier bijna
niets te doen, vandaag is de dag begonnen met het gezamenlijk kijken naar een
pornofilm. Met het geluid op tien keken 20 soldaten met de handen in de zakken
gefascineerd naar het scherm (als de acteur zich ontlaadt over de borsten en het
gezicht van de vrouw, klappen en juichen de soldaten).
Anderen bekeken Black Hawk Down, de verfilming van de mislukte Amerikaanse
militaire interventie in Somalië. Verder werd er geslapen, darts gespeeld, de wapens
werden schoongemaakt en sommigen trainden met gewichten in een krachthonk
De soldaten vinden dit de beste plek waar ze gedurende 10 maanden verbleven. Maar
ze voelen zich wel ondergewaardeerd, terwijl ze toch iedere dag hun leven riskeren.
‘Bush heeft ons nog nooit met een kalkoen bezocht, klagen ze. Toch is de moraal
goed, misschien komt het door de wetenschap dat de Fourth Infantry Division eind
April wordt afgelost. ‘De nieuwe lichting zal een Samarra aantreffen zonder
terroristen', zeggen ze trots. ‘Ik doe dit voor mijn vaderland', zegt een soldaat. ‘Als ik
thuis kom zal Amerika trots op me zijn.'
De volgende avond zit hij alweer in de Bradley. Als het rupsvoertuig zich in
beweging zet is de herrie onbeschrijfelijk. Tandwielen knarsen, rupsbanden ratelen,
stof komt van alle kanten de nauwe cabine binnen. Het is alsof de soldaten in een auto
zonder velgen over een grindpad rijden. Een soldaat is zijn oordoppen kwijt en slaapt
met twee vingers in zijn oren. Het is er aardedonker, als sardientjes in blik laten deze
soldaten zich dag in dag uit rondrijden. Tot het gepantserde luik opengaat ‘Clearrrr!’
Het is middernacht en tot hun verrasing staan de soldaten midden in het centrum van
Samarra. Een groen, fluoruserend buisje markeert een deur. Soldaten trappen de deur
in. ‘Every body down!’, schreeuwen ze. Een nieuwe nacht met de Bravo 1/8ste is
aangebroken, vannacht is ‘Jerry Springer night’. Captain Brown is er vannacht niet
bij, hij moet getuigen voor de krijgsraad, drie soldaten zouden hebben gedeserteerd.
Eigenlijk waren ze dronken en deden ze aan joy rijden. Eerste Luitenant Tumlinson
heeft vannacht de leiding.
De nacht begint in een hotel waar buitenlands geld, een baretta machinepistool, een
afstandbediening (vaak gebruikt voor geimproviseerde bommen langs de weg), enkele
kalashnikovs en een obscure brief van de ‘militaire vleugel van de VANGUARD(ik
weet wat het is, maar kan geen nederlands woord verzinnen..G) van het Islamitishc
verzet. De brief is gericht aan de troepen van de kruisvaarders en bezweert hen te
verdelgen als bij een sprinkhanenplaag. Vijf theekopjes staan half uitgedronken op de
keukentafel, maar slechts twee mannen worden aangetroffen. De terroristen krijgen
een label met gegevens strak op het hoofd geplakt. Als later het tape van het hoofd
wordt gerukt gaan de haren vanzenf mee. Als de soldaten het hotel met de
aangetroffen wapens en documenten verlaten is het of er een wervelwind door het
hotel heeft gewaait. Deuren kasten, laden, en bedden zijn omgegooid of gebroken, de
vloeren liggen bezaait met kledingstukken, foto’s, pannen en schoenen.
Een van de arrestanten is de hotelmanager, een beer van een vent, zo’n 30 jaar oud.
Toch zit hij buiten, geboeid en geknield bij een muurtje te huilen. Een soldaat port
zijn geweer af en toe in zijn rug. De arrestant is maar wat bereid om het huis van de
hoteleigenaar aan te wijzen.
In het huis van de hoteleigenaar staan al gauw vier mannen geboeid en in hun
onderbroek naar de verrichtingen van de Amerikanen te kijken. De zoon, een joch van
zestien jaar, met posters van Britney Spears op zijn kamer, licht klappertandend van
angst op de vloer. De jongen kreeg een laars in zijn rug toen hij geboeid werd, zijn
oom kreeg de laars op zijn hoofd. Hij kijkt toe hoe zijn vader door de mangel wordt
gehaald als een soldaat de slaapkamer van zijn moeder betreed. De soldaat komt met
de computer in zijn handen naar buiten. ‘Bewijsmateriaal’, zegt hij. Buiten slaat een
soldaat een ruit uit de gezinsauto en trekt de luchtkap uit de moter, achteloos gooien
ze het ding in de tuin. Soldaat D. Pakt iets van de jongen af, hij vraagt het drie keer
terug. Soldaat D. Wilt niet zeggen wat het is. ‘Dat wilt ie vast heel graag terug
hebben’, zegt D. ‘Nou dan moet ie eerst maars vertellen waar de RPG’s liggen’. In
zijn doodsangst verlinkt de jongen ondertussen een familielid. ‘Ik arresteer meestal
alle volwassen mannen’ zegt Luitenant Tumlinson, ‘Je weet maar nooit of er een
terrorist bij zit’. Ook deze vier mannen worden geblinddoekt en afgevoerd. In het huis
van het familielid blijkt niets te vinden. Dat wil zeggen; zes kleine kinderen slapen er,
een moeder huilt als de vader des huizes met een geweer op hem gericht machteloos
op de grond toekijkt hoe zijn huis overhoop wordt gehaald. De soldaten verlaten het
huis zonder een woord te zeggen, excuses kennen ze blijkbaar niet.
Het is nu vijf uur in de ochtend, de soldaten willen voor zonsopkomst terug zijn op de
bases. De zes arrestanten schuifelen met blinddoek en handboeien om naar de
Bradley waarmee ze naar een geimproviseerde gevangenis worden gebracht. Een van
de gearresteerde mannen uit het hotel bloedt heftig uit zijn neus en mond. ‘Hij
stuikelde’, zeggen de soldaten. Er was blijkbaar niemand in de buurt om hem op te
vangen. Van enige medeleven is in zeker geen sprake. Zo op het oog heeft de man
zijn neus gebroken en is hij ook een tand kwijt. Ondanks de hevige pijn moet de man
gehurkt en strak geboeid in de krappe ruimte van de Bradley zitten. De
peletonverpleger ‘Doc’ heeft weliswaar een verband om zijn hoofd gelegd, maar
steekt verder geen hand uit. Als de man wordt afgevoerd zegt een soldaat, ‘Zo,
Feyadeen klootzak, nu lach je niet meer.’
In de vrieskou zitten de zes gevangenen gehurkt en geboeid bij de met prikkeldraad
afgezette ingang van de gevangenis op de basis. Drie mannen zijn op blote voeten en
dragen slechts hun pyama. De gevangenis is een stoffige, kale, lege opslagplaats. Op
een betonnen vloer zitten zo’n honderd mannen. Sommigen hebben een matras. De
schuifdeuren staan wagenweid open, het is er steenkoud. Toch zei de Amerikaanse
Minister van Defensie David Rumsfeld op een Pentagon pressbriefing van 16
december jongstleden dat de gevangenen ‘erg, erg goed' behandeld worden.
De soldaten van Captain Brown hebben alles al gezien, Saddam Fedayeen, Baath
loyalisten, bommen langs de weg, mortier- en RPG-aanvallen en intensieve
vuurgevechten met het Irakese verzet. Hun eigen levensomstandigheden zijn
erbarmelijk. Voor hen is overleven de eerste prioriteit. Als groep zijn zo zo dicht naar
elkaar toegegroeid dat excessen amper nog worden bestraft.‘Wat kan ons verder
overkomen, zeggen sommigen. ‘Ons voor straf naar Irak sturen?'
Toch dacht het Pentagon dat het verzet na de arrestatie van Saddam Hussein in Ad
Dawr (op slechts 20 kilometer van Samarra) op 13 december zou verminderen.
George W. Bush noemde dit in zijn laatste State of the Union de ‘laatste
stuiptrekkingen van de supporters van Saddam'. Maar hier in Samarra, waar captain
Brown en zijn eenheid het vuile werk voor de president opknappen blijkt daar niets
van. ‘Het is de tribale regel van vijf', zegt Brown. Het zijn ‘bloodline attacks'. Als je
een Arabier iets aandoet, dan moeten vijf leden uit zijn bloedlijn wraak nemen. Het
verzet in de steden van de Soennitische driehoek spreidt zich dus uit als een virus over
broers, ooms, zonen en neven. Wij zijn ervan overtuigd dat 90% van de bevolking het
gewapende verzet steunt.' Toen Captain Brown net in Irak aankwam heeft hij
Arabisch en de cultuur van Samarra bestudeerd. Zijn soldaten beschuldigen hem van
teveel sympathie voor de bevolking, maar nu hij al 10 maanden door het Irakese
verzet belaagd wordt en enkele van zijn mannen heeft verloren, is Brown zijn
culturele interesse verloren. Het winnen van hearts is voor hem al lang niet meer een
prioriteit. Hij is al lang blij als hij iets van de minds van de burgers van Samarra kan
winnen, maar dat kan volgens de 29-jarige triatleet uitsluitend door intimidatie
lukken. Of zoals Brown het zelf zegt: 'Samarrans will never like you, so they must
fear you'.
Geert van Kesteren is fotograaf. Hij maakt als ‘embedded reporter’ het Amerikaanse
optreden in Irak mee.
De Britse Midden Oosten journalist Robert Fisk vroeg zich enkele weken gelden nog
in het “Volkskrant” magazine af of we ons wel voldoende afvragen hoe het komt dat
Amerika zich zo gehaat heeft gemaakt in het Midden Oosten. Hij noemde de
duizenden doden als gevolg van de Israelische invasie in Libanon en het Palestijnse
conflict. En het overlijden van een half miljoen Irakese kinderen als gevolg van de
sancties tegen Saddam Hussein. “Vraag een Arabier hoe hij reageert op twintig-,
dertigduizend onschuldige doden en hij of zij zal antwoorden, zoals fatsoenlijke
mensen betaamt, dat het een onvoorstelbare misdaad is”. Rond het slagveld van de
Golf oorlog ligt nog altijd de dood op de loer. Munitie gemaakt met verarmt uranium
heeft een enorm gebied radio aktief besmet. Amerika versus Irak. President George
Bush spreekt over “Good guys” versus “bad guys”. Maar zo simpel ligt dat nu ook
weer niet. Een verslag.
Dr. Mohamad al-Ani probeert nu al een kwartier enkele schroefjes van de sterk
verouderde gijgerteller op zijn plaats te krijgen. De Amerikaanse jeep waarin hij zit
springt alle kanten op en zo ook de schroefjes in zijn handen. De doktor is directeur
van het Centrum voor Stralingbescherming van het Iraakse Ministerie van
Gezondheid. De gijgerteller stamt uit de jaren zeventig en is gemaaktt bij de Britse
firma “Nuclear Enterprises”. Dr. Mohamad zou graag een vernieuwde versie hebben,
“maar sancties tegen Irak verhinderen de invoer van zo’n ding”, verzucht de grijze
vijftiger. De wagen rijdt door een eindeloos dorre woestijn in het zuiden van Irak.
Hier ligt het slagveld van “Operation Desert Storm”, waar duizenden Irakezen de
dood vonden tijdens de Golfoorlog. Een militair verboden zone, waar pottenkijkers
niet gewenst zijn. Maar na een intervieuw met Uday Hussein, zoon van Saddam
wordt voor het Duits magazine “Der Stern” een uitzondering gemaakt. Dr. Mohamad
was dan ook niet de enige die dit team “begeleidde”. Verslaggevers worden in Irak
bijzonder streng op hun gaan en staan gecontroleerd. Vooral in het Shi’itische Zuiden,
dat na de Golfoorlog in opstand kwam tegen het gehaate regime van Saddam, maar
bloedig werd neergeslagen. Voor iedere foto en intervieuw moet toestemming worden
gevraagd, telefoons worden afgeluisterd. Medewerkers van het Ministerie van
Informatie wijken nooit van hun zijde. Wie zich kritisch tegen Saddam en zijn familie
uitlaat kan volgens een nieuwe wet de tong worden afgesneden.
Behalve de Docter, de “begeleiders” en enkele sodaten is ook de 54-jarige Generaal
Majoor Abdul Wahad Jaboury van de partij. De Generaal is verbindings officier
tussen Bagdad en de VN troepen die aan de grens met Kuwait zijn gestationeerd. Ook
is hij militair bevelhebber over deze woestijn en stralings deskundige. Hij kent ieder
mijnen- veld, ieder tank kerkhof en welke pantserdivisie waar en met wat in 1991 zijn
beschoten. Temidden van het woestijn zand lijkt een oliepomp station in brand te
staan, zwarte wolken spuiten de blauwe hemel in. Volgens het VN handels embargo
mag Irak uitsluitend, een beperkte hoeveelheid, ruwe olie exporteren. “Daarom
verbranden we het gas”, is het nuchtere commentaar. Generaal Jaboury laat de wagens
enkele uren later stoppen bij het oliepomp station Kharaneg, een paar kilometer
verwijderd van de grens met Kuwait.. De doctor, de generaal en hun gasten trekken
spierwitte beschermingklkeren aan, zetten een stofmasker op en doen plastic zakken
over hun schoenen en tapen die vast aan de broekspijpen. Soldaten staan op wacht in
een kapotgeschoten poorthuisje. De drie, waarvan een blootvoets met een fluitketel in
zijn hand, staren de maanmannetjes verbaasd aan, herkennen dan de generaal en
springen in de houding. “Die mogen hier niet langer dan 3 maanden blijven, het is
gevaarlijk hier. Radioactieve straling” , zegt de Generaal nauwelijks verstaanbaar
vanonder zijn stofmasker. Tussen gebombardeerde gebouwen, kapotgeschoten
leidingen, pompen en autowrakken liggen sigarengrote projetielen, ieder zo’n 4 kilo
zwaar. De geiegerteller slaat hier ver over zijn hoogste bereik uit. “De Amerikanen
hebben hier munitie gebruikt verrijkt met verarmd unranium (depleted uranium,
DU)”, zegt de Generaal. “Conventionele wapens waren ook effectief geweest, hier is
niets gepantserd. Hier werkten burgers.” Even verderop staan in de Noordsector van
het olieveld Rumaila zo’n 60 stuks Russische T-55 en T-72 tanks te verroesten in de
woestenij. De Generaal en Doctor geven uitleg naast een wrak. In de geschutskoepel
van de tank is een inslag krater zichtbaar ter grootte van ongeveer zeven centimeter.
Omdat Uranium dichter is dan alle andere conventionele materialen, doordringt zo’n
projectiel gepantsert staal als boter. Verarmd Uran-238 is een afvalproduct dat bij het
maken van atoomenergie vrijkomt. De atoomindustrie stelt dit radioactief afval gratis
ter beschikking aan de wapenindustrie. Die verwerken het in mijnen, granaten en
munitie. “In vele tanks hebben we alleen nog maar de as van onze Iraakse martelaren
gevonden. Na een DU inslag onstaat een brand met een temparatuur van 3000
graden.”, zegt Genraal Jaboury. Hij loopt om de geschutskoepel en toont een zelfde
krater aan de andere zijde. “Hier kwam ie er weer uit, twee keer door 8 centimeter
gepantserd staal.” Doctor al-Ani mompelt; “danger, danger”. De geigerteller ratelt.
In een dode zijarm van de Saddam rivier nummer 3 liggen honderden verroeste tanks,
ziekenwagens, jeeps en ander militair materieel. Het zijn relikwieen van wraak. De
voertuigen behoorden tot een 7 kilometer lange kolone die zich terugtrok naar
Bagdad. De troepen van de Amerikaanse Generaal Barry McCaffrey hadden
gedurende de gehele oorlog weinig te doen gehad. Maar op 2 maart 1991 , 2 dagen na
het staakt het vuren, besloot de Generaal dat het tijd werd voor actie. De gehele
colone werd vermorzeld door de high tech wapens van de Amerikanen, ook hier werd
DU gebruikt. Ooggetuigen spraken van het schieten op “sitting ducks”. Later hebben
Amerikaanse officieren toegegeven dat de terugtrekkende Iraqis dat ook
daadwerkelijk deden en er geen sprake van bedrog was. Generaal Jaboury is stellig:
“Een oorlogsmisdaad”. Documenten van het Amerikaanse leger tonen aan dat er
tijdens de Golf oorlog in 1991 voor het eerst munitie met verarmt uranium werd
gebruikt. Het gaat om 944.000 DU-30 milimeter projectielen die in Irak en Kuweit
zijn afgevuurd. Evenals 14.000 DU-groot kaliber granaten. De Britten zouden minder
dan 100 DU-projectielen hebben afgevuurd. In totaal goed voor 315 ton Uranium. Na
het einde van de Golgoorlog bleef het metaal, met een radio actieve straling ter
grootte van zes Hisosjima bommen, achter in de Irakese woestijn. Houdbaarheid: 4,5
miljard jaar.
De gevolgen voor de bevolking en militairen die sinds 1991 in het oorlogsgebied
verbleven zijn desastreus. “Leukemie, deformaties bij pasgeborenen en kanker zijn
de gevolgen van dit sluipend gif. Babies komen ter wereld met misvormingen die in
geen enkel medisch vakboek voorkomen. Het aantal patienten met tumoren rond de
stad Basra is verzesvoudigd.” Doctor Sami al-Aaraji van het Ministerie van
Volksgezondheid is stellig over de oorzaak; “Radioaktieve straling, veroorzaakt door
verarmd uranium.” Nadem is pas 6 jaar en woont in het grensstadje Safwan in het
uiterste zuiden van Irak. Zijn vader, Hassan Mohsen was infanterie sergeant in het
Iraakse leger tijdens de Golfoorlog. Zijn zoon kreeg de eerste rode uitslag toen ie pas
9 maanden oud was. Nu zit het schichtige kind het liefs verborgen achter de hijab van
zijn grootmoeder. Zijn gezicht en gehele lichaam zit onder de zwarte zweren, hier en
daar sijpelt bloed. Nadem krabt in zijn slaap en vaak overdag. De jeuk moet
gekmakend zijn. Als hij gewassen wordt gilt Nadem het uit van de pijn. Nadem wil
graag leren lezen, net als zijn broers, maar hij is bijna blind. Zijn vader heeft geen
geld voor de aanschaf van een bril. Laat staan voor een bezoek aan het hospitaal, waar
je zonder betalen van bakshis (smeergeld) geen dokter te zien krijgt. De 12-jarige
Mohammed heeft meer geluk, hij krijgt wekelijks een gratis behandeling bij het VN
hospitaal nabij de havenstad Umm-Qasr. Het hospitaal is opgezet voor VN-personeel
dat tussen de Irakese-Kuweiti grens is gestattioneerd. “Veel is hier niet te doen”, zegt
de Duitse arts Helga Schubert, “Dus helpen we ook Irakese landmijn slachtoffers en
zieken zoals Mohammed.” Het lichaam van Mohammed is gruwelijk verminkt met
vleesroze exceemuitslag ter grote van een hand, het begon toen hij 8 jaar was. Aan
welke ziekte Mohammed leidt weten de VN-artsen niet, ze staan voor een raadsel.
VN-arts Helga Schubert; “We vermoeden dat zijn ziekte in verband staat met het
gebruik van verarmd uranium, zeker weten doen we het niet, maar we kunnen niets
anders verzinnen”.
Jawal Ali, 55 is onkoloog in het Saddam Hussein hospitaal van Basra. Het hospitaal is
straatarm en staat nagenoeg leeg, patienten zijn er genoeg, maar aan medische
aparatuur en medicijnen is een enorm tekort. Het personeel geeft daar de sancties de
schuld van. De Verenigde Naties kaatst de bal terug naar Saddam Hussein. Zo geeft
het in 1997 afgesloten“voedsel voor olie” programma Irak de mogelijkheid om ruwe
olie te exporteren in ruil voor voedsel, medicijnen, reserve onderdelen voor de
industrie en meer. Maar Saddam zou het programma met een jaar vertraagd hebben.
Waterpompen en medicijnen met een tegenwaarde van 275 miljoen dollar zouden
maanden lang ongebruikt in opslag loodsen hebben gestaan. Hoge VN diplomaten
verdenken Saddam meer geinteresseerd te zijn om propaganda te maken over de
miserabele toestand van zijn bevolking, dan er daadwerkelijk iets aan te willen doen.
.Doktor Ali heeft de herkomst achterhaald van 1336 kankerpatienten. De meeste
patienten kwamen uit een agrarisch gebied ten westen van de stad, in Noord-Rumaila,
langs de snelweg richting Kuweit. Het strijdtoneel van de Golfoorlog, waar DU werd
gebruikt Tussen augustus en oktober 2000 zijn in deze regio 10 babies doof geboren,
8 met een waterhoofd en zes met misvormde ledematen, -op een aantal van 1800.
Deformaties bij pasgeborenen zijn normaliter een zeldzaamheid. Het komt slecht 1 op
10.000 keer voor. Kinderarts Jenan Hussein legt een gele A4 ringband op tafel. Daarin
staan de foto’s en namen van alle babies die met misvormingen in het Basra hospitaal
zijn geboren. Babies zonder ogen, oren of genitialien. Babies met enorme hoofden en
soms is het niets meer dan een klomp vlees.
Het Amerikaans ministerie van defensie vindt het gebruik van DU in munitie; “zonder
onmiddelijk gevaar” en “zeer, zeer zwak radioaktief”. Een verband tussen DU en
kanker of deformaties is volgens hen nooit bewezen. “Dit effectieve wapen kent geen
gevaar voor de volksgezondheid”, meent Pentagon woordvoerder Steve Campbell.
Toch lieten de Amerikanen direkt na de Golfoorlog hun eigen tanks, inzoverre die met
eigen munitie waren bestookt, direkt naar een atoomafval verwerkingsbedrijf in
Barnwell, South Carolina brengen. Tijdens de Kosovo oorlog kregen Britse militairen
de strikte opdracht om doelen die met DU geraakt waren uitsluitend met
beschermingskleding aan te benaderen. Bij Amerikaanse Golfveteranen zijn dezelfde
ziekte symptonen geconstateerd als in Irak. Ook hier worden kinderen met
misvormingen geboren. Toch wil het Pentagon er zich van af doen met de verklaring
dat deze ziektes voortkomen “uit inentingen tegen biologische wapens”. Ramsey
Clark, VS staats aanklager; “90.000 Amerikaanse veteranen zijn ziek. DU is hoofd
verdachte nummer een. En de uitwerking op het Iraakse volk moet nog velen malen
groter zijn.”
“De bevolking in en rond de stad Basra leeft al 20 jaar in een oorlogsfront”, zegt
generaal Jaboury. “Eerst in de oorlog tegen Iran, toen de Golfoorlog en nu met de
gevolgen van DU”. Maar de bevolking van Basra heeft om meerdere redenen het erg
slecht. Ten eerste is er het regide regime van Saddam Hussein die werkelijk niets voor
zijn bevolking lijkt te doen en vooral niet voor de Shi’itische bevoling in het zuiden.
Zij kwamen na de Golfoorlog, aangemoedigd door de VS, in opstand tegen de
dictator. Aangezien de Shi’iten op steun van de VS rekenden, maar die niet kreeg
werd die op stand bloedig neergeslagen. Maar ook de gevolgen van bijna 11 jaar
sancties heeft van het land met de op een na grootste oliereserve ter wereld een
bedelstaat gemaakt. “Degene die we wilden straffen met de sancties zitten nog steeds
stevig in het zadel, terwijl de bevolking van het paard is gevallen”, beschrijft Hans
Graf von Sponeck de effecten van de boycot op Irak. Von Sponeck trad vorig jaar
februari uit protest tegen het handelsembargo af als VN-coordinator voor humanitaire
hulp. Uiteraard kent Von Sponeck het terreur van de Saddam clan, maar hij is van
mening dat een embargo dan ook die clan moet treffen en niet een relatief onschuldige
bevolking. Westerse diplomaten en Unicef menen dat een half miljoen kinderen aan
de gevolgen van deze sancties zijn overleden. Nu de strijdt tegen het terrorisme is
begonnen verklaarde President Bush onlangs; “who is not with us, is against us”. Een
stelling die de bevolking van Zuid Irak al eerder door zijn vader, Bush sr., op een niet
mis te verstane wijze is duidelijk gemaakt.
Door de gebroken ramen van Bagdads’ oudste Joodse school waait een schrale wind.
Stof dwarrelt neer op boeken die al tientallen jaren niet zijn geopend. Op de begane
grond houdt het Joods Iraaks Committee kantoor. De 68-jarige Naji Diwanya is
president. Hij zit er een uurtje per week aan een buro vol kogelgaten van een aanval
van een Palestijnse terrorist in 2000. Duiven vliegen door het klas lokaal, de oude
boeken, vaak in het Hebreews en Arabisch geschreven zitten onder een dikke laag stof
en duivenstront. De heer Diwanya heeft er niet veel te doen. Nog geen halve eeuw
geleden bestond de bevolking van Bagdad voor meer dan een kwart uit Joden, maar
de gemeenschap is verjaagd. Nu leven er nog 26 joden in Baghdad. Het zijn vooral
oude alleen staande mannen zonder familie.
Emad Levy is een uitzondering. Emad is ‘pas’ 38 jaar en wordt binnen de
gemeenschap als ‘jong’ betiteld. Hij is geboren en getogen in Baghdad, maar ziet daar
geen toekomst voor hem weggelegd. Er is geen enkele Joodse vrouw die Emad hier
kan trouwen Een Joods kind is er al heel lang niet meer geboren. Levy’s 82-jarige
vader kon in juli, met 5 andere bejaarde Iraakse Joden, met een in het geheim
geregelde charter van Baghdad International naar Ben Gurion luchthaven vluchtten.
‘Ik zal hem volgen’, verzucht Levy. Eerst zal hij zijn huis en andere waardevolle
bezittingen, die hij niet mee kan nemen, verkopen. Blijkbaar hebben de Joden van
Bagdad zich er bij neergelegd dat hun gemeenschap eerdaags geheel uit Irak is
verdwenen.
‘Wij leven hier al meer dan 2.600 jaar, nog voor de tijd van Nebuchadnezzar’, zegt
rabijn Levi. De gemeenschap leefde duizenden jaren in hoop, wanhoop, voorspoed en
armoede. Irak was ooit het centrum/de oorsprong van de Joodse cultuur, leerschool
en prophecy Het Joodse leven in Irak heeft de identiteit van de Joden gevormd.
Mesopotanie, het land tussen de rivieren Euphratis en Tigris, werd ooit beschouwd als
het paradijs???. Abraham, vader van de Joden, werd rond 2.000 voor Christus in Ur
geboren. In 597 VC veroverde Koning Nebuchadnezzar Judea en bracht de Joden als
slaven naar Babylon, om er zijn beroemde hangende tuinen te laten bouwen. Ezra the
Scribe? is in Basra begraven. Daniel of lion’s den fame heeft een tombe in Mosul, net
als Jonah die door een walvis was ingeslikt. Tijdens de Babylonische gevangenschap
schreef de profeet Ezekiel dat deze gevangenschap in zijn ogen de eerste van een
reeks rampen was die het zondige Joodse volk door God was opgelecht. Dit wordt
vertelt in Psalm 137: ‘By the rivers of Babylon, there we sat down, yea, we wept
when we remember Zion’.
Hoe zwaarder de Joden het hadden, des te creatiever ze werden. De Iraakse Joden
richtten de eerste Torah academies op en zo werd over een periode van 300 jaar de
Babylonische Talmud geschreven, een compilatie van Joodse wetten en gezag.
Ezekiel is in een van de eerste Iraakse synagoges in Kifil, 150 km ten zuiden van
Bagdad, begraven. De synagoge is al bijna 2.600 jaar oud, maar zijn lichaam ligt nu
in een tombe die er 950 jaar geleden omheen werd gebouwd. Ezekiel’s schrift staat
zowel in de Koran, de Bijbel en de Torah , daarom is deze plaats ook heilig voor
Moslims. De Moslims die hier vandaag bidden negeren beleefd de oude Herbreewse
teksten en inscripties die onder de gebladerde verf nog steeds te zien is.
Vervolging, periodieke progroms en systematische discriminatie, de Joden van Irak
doorstonden het allemaal.
Toen de Britten Bagdad tijdens de Eerste Wereldoorlog
bezette had de Joodse gemeenschap de handel stevig in
handen.. Toen de eerste ministerraad van Irak in 1932
werd gevormd was een Jood minister van Handel, wat
niet meer dan logisch was. 50% van de Kamer van
Koophandel bestond uit Joden.. De Joodse gemeenschap
woonde in grote huizen met meerdere verdiepingen.
Maar die voorspoed is nu voorgoed voorbij. Jaren van
anti-Semitisme, maatschappelijke onrust, oorlogen en de
mogelijkheid om naar Israel te emigreren heeft de totale
Joodse bevolking van Bagdad van de kaart geveegd. De
eerste tekenen van grote problemen bleek in 1941 nadat
een pro-Nazi coup, gesteunt door de Duitse ambassade
honderden Joden het leven kostte. Het stichtten van de
Staat Israel bracht de Joden van Bagdad in grote
problemen toen lokale Moslims wraak namen voor de
Palestijnen en enkele honderdduizenden Joden op de
vlucht sloegen. De eerste emigranten vluchtten in kleine
groepjes de grens over, maar uiteindelijk zou de
Israelische regering een luchtbrug opzetten. Na de
Zesdaagse oorlog wereden veel leden van de
gemeenschap opgepakt en beschuldigd als ‘Zionistische
spionnen’. Ze werden op de pleinen van Bagdad
opgehangen. Meer Joden sloegen op de vlucht. Tijdens
het bewind van Saddam werden de Joden voor politieke
spelletjes gebruikt. Zo moesten Joden zich eens per
maand melden en in officiele regerings papieren stond bij
‘afkomst’ steevast ‘vieze Joden’ vermeld. Ook werden
buitenlanders met een Israelisch visa in hun paspoort niet
tot Irak toegelaten. Of die houding met de verdrijving
van Saddam gaat veranderen valt te betwijfelen.
‘De Iraki’s zijn erg kwaad op ons’, zegt rabijn Levi. ‘De
mensen hier vergelijken de Amerikaanse bezetting met
die van de Israelische bezetting van Palestina. Ze willen
geen tweede Palestina worden.’ De synagoge van
Bagdad houdt Levy sinds het uitbreken van de oorlog
stevig op slot. ‘Een aanslag is hier zo gepleegd’, oppert
de rabijn. Rabijn Levi doet zijn gebeden nu in de
woonkamer van zijn sombere, vervallen huis. Op de
afgebladerde verf hangen foto’s van voorouders of
familie die nu ver weg woont. Foto’s die een rijk en
voorspoedig leven verraden. Maar de foto’s zijn
vergeeld, het zijn de laatste getuigenissen van de Joodse
gemeenschap in irak. Als zijn gast vertrekt draait rabijn
levi de vier sloten in het hoge hek langzaam in het slot.
Waarom zou hij haast hebben?
wo 18-02-04
1700
Ik ben terug bij de Amerikaanse eenheid van Captain Todd Brown. Ook gisteravond
bestormde hij met zijn mannen enkele huizen en wederom werden enkele vermeende
‘terroristen’ opgepakt. Weer vielen er enkele klappen, maar nu werd er in
tegenstelling tot eerdere dagen wel door de meerderen ingegrepen. ‘Als Newsweek
hier niet was had ik je afgetuigd’, riep een soldaat naar een man die een kleine raket in
zijn slaapkamerkast had verborgen. ‘Please sir’, riep een ander me toe,’maak nu even
geen foto’s want ik ga deze vent een klap verkopen’.
Nu loop ik met twintig soldaten door een boerengehucht en het lijkt alsof ik plotseling
met een voorbeeldige unit van het Amerikaanse leger op pad ben. Tientallen kinderen
omringen Captain Brown, die hen als de rattenvanger van Hamelen om zich heen
verzamelt en hen pennen en snoep geeft. Inwoners komen nieuwschierig kijken naar
de optocht, oudere mannen jagen de kinderen weg van de soldaten. Ondertussen
probeert de Captain of enkele kinderen hem een adres willen geven van een man die
hij al lang zoekt, maar de kinderen spelen alsof ze het allemaal niet begrijpen; ‘Geef
me een pen, geef me geld’, is het zeurende antwoord.
2000
Terug op de basis vraag ik de mannen wat ze van het artikel vonden dat Newsweek
enkele weken terug over hun publiceerde. We waren behoorlijk kritisch en lieten niet
onvermeld dat de unit soms een rake klap uitdeelt of een oor omdraait. De soldaten
blijken uiterst in hun nopjes met deze aandacht. ‘Als ik in de States ben kan ik zeggen
dat ik van de Bravo 1/8 ben’, zegt soldaat Hayes.’De unit die in Newsweek stond’.’Ja
kan mij het schelen wat jullie schrijven’ , zegt een ander,’mijn laars stond in
Newsweek, ik ben beroemd man!’ (op een van mijn foto’s krimt een joch van 15 jaar
van de pijn als een soldaat zijn laars hard op zijn rug zet). Captain Brown vond het
artikel eerlijk en prima, maar kreeg een flinke uitbrander van zijn meerderen in Tikrit.
De hoge heren daar vielen over de woorden ‘Shut the fuck up’ en over het feit dat
Brown beweert de hearts en minds van de Irakezen alleen met angst kan winnen.
Toch heeft het artikel wel degelijk effect, tenminste zolang ik met de unit optrekt. Er
wordt nu, in tegenstelling tot eerdere razzia’s waarbij ik aanwezig was, wel een rode
lijn getrokken. Slaan wordt na enkele klappen niet meer getoloreerd, een vrouw wiens
man al een week eerder werd gearresteerd en nu onterecht ’s nachts van haar bed
gelicht is, wordt vertelt de volgende dag naar de basis te komen om een
schadevergoeding voor de vernielde deur op te halen. En de optocht die ik ‘s middags
kreeg voorgeschoteld was ronduit pathetisch.
Toch is Brown er niet helemaal gerust op, als ik vertrek zegt hij twijfelend; ‘Je moet
gewoon beschrijven wat we doen, we hebben immers niets fout gedaan. Toch??’
21-02-04
1100
na vier dagen op de smerige Amerikaanse legerbasis ben ik weer terug in mijn hotel.
Opgelucht stap ik onder de douche, na het scheren open ik mijn koffer en stop alle
naar zweet stinkende kleren in de ‘waszak’ van het hotel. Mijn camera’s computer,
tassen, schoenen, alles zit onder het stof. Na een ‘embed’ met het leger voelt het alsof
je door een wringer bent gehaald. Ik ben aan ontspanning toe, maar in Bagdad is geen
klap te doen. Ik zit op het balkon even in de zon, het zwembad is nog veel te koud en
bestel een biertje. Na een half uur verveel ik me al dood en besluit mijn foto’s te
editen. Eerst van de digitale camera downloaden naar de computer, ondertussen de
accu’s van de camera, sateliettelefoon, en gsm opladen. Dan de camera, lenzen
telefoons, computer afstoffen en alle tassen uitwassen.
Het editen van een serie is een tijdrovend karwij. Alle goede beelden worden met
fotoshop bewerkt en krijgen een zeer uitgebreid bijschrift, zodat iedereen excact het
hoe en waarom van de foto kent.
2200
Uiteindelijk hou ik een edit van 120 foto’s van de Samarra unit over. Op mijn balkon
klap ik de satelietzender open en maak een verbinding met mijn computer en de
sateliet, binnen 30 seconden zit je op het internet. Het maakt niet uit waar je bent,
midden in een woestijn of op zee. In Bagdad zijn de internetlijnen ongelooflijk traag
en zeer onbetrouwbaar, omdat de stroom nog regelmatig uitvalt. Met een
satelietzender ben je verzekerd van een snelle (ISDN kwaliteit) en betrouwbare lijn.
Het programma ftp koppelt mijn comoputer aan die van Stern in Hamburg. Ik zie
precies wat er deze week in het nieuws stond; de meest gezonden foto’s komen uit
Haiti en Thailand. Met een druk op de knop zend ik in ruim een uur 50 foto’s over.
Ook haal ik mijn email en het laatste nieuws op van het internet. Tja, en na een uur
kan ik me weer verder vervelen. Het is te hopen dat de Amerikanen volgende keer
Cuba of Brazilie bezetten, veel leuker dan Irak...
Paul Bremer heeft haast.
'Goedenmiddag’, Paul Bremer geeft me een hand.'Goeidemorgen ambassadeur',
antwoord ik. Bremer lacht en vraagt me zijn vergissing te vergeven, het is al een tijd
geleden dat de Ambassadeur van Irak Nederlands sprak. Paul Bremer heeft haast,
Amerika’s nieuwe Mac Arthur heeft nog maar vier maanden tijd om Irak op het juiste
spoor te zetten, daarna moeten de Irakezen zelf de schuit trekken. De nieuwe regering
van Irak zal 30 juni al geinstalleerd zijn.
Ik ben als Newsweek fotograaf enkele dagen 'vlieg op de muur' bij de
ambassadeur en zal hem bij al zijn actieviteiten volgen.
Bremer was een aantal jaren de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag. In zijn
villa hangen foto's van Hollandse bollenvelden.
In het krappe kantoor van Bremer is het een gaan en komen van adviseurs,
ministers en generaals. ‘Schema, schema, schema dat is wat ik wil’, roept
Bremer. Hij managed tot nu toe al 1750 projecten. Maar het gaat hem allemaal
veel te langzaam. Het aanzien van Amerika en Bush staat en valt immers bij
het wel of niet slagen van Bremers missie in Irak. ‘Hij is een President,
Generaal en GEO ineen’, zegt zijn adviseur Dan Senor. Maar met het
verstrijken van de maanden is de missie van Washington om van Irak een
democratie te maken in moeilijk vaarwater gekomen. Het Iraaks verzet en de
zelfmoordaanslagen razen door het land en de etnische groeperingen zijn vaak
hopeloos verdeeld over de te varen koers. ‘Mislukkingen zijn geen optie’,
zegt de ambassadeur vol vertrouwen, maar of dat geheel de realiteit is vraag
ik me af.
Bremer blijkt een man met een ongeloofelijke feitenkennis. Of het om de
olieindustrie of het emancipatieproces van vrouwen in irak gaat, Bremer kent
alle feiten, data's en percentages uit het hoofd en corrigeert zijn
medewerkers op een vriendelijke manier. Bremer beslist direkt, zonder enige
twijfel. Hij heeft een budget van 18.6 miljard dollar ( de rest van de 87
miljard is voor het leger) tot zijn beschikking. Voor bedragen boven de 100
miljoen dollar heeft hij toestemming van Washington nodig. Bijna iedere dag
is hij aan de rode telefoon met Gondaleezza Rice in het Witte Huis in
overleg. Na enkele dagen krijg ik de indruk dat bremer een soort
‘dokter’Irak is. Iedereen die hem spreekt heeft een probleem en vraagt het
de ambassadeur op te lossen wat tot een hilarisch tafereel lijdt als
Hij is maar net terug van Verenigde Naties waar hij Kofi Anan om hulp heeft
gevraagd om problemen met de Shi’itische leider Sistani op te lossen.
Sistani heeft direkte verkiezingen in juni geeist, maar dat is onmogelijk
omdat de kiezers nog niet geregistreerd zijn. Ondertussen vergaderd bremer
met de Kurdische leiders die nog voor de Iraakse regering geinstalleerd
wordt om autonomie in het Noorden vragen. ‘Uitgesloten’, volgens Bremer.
Foto 2 Bremers Bodyguards;
Bremers' bodyguards zien er stoer en gevaarlijk uit. Het zijn enorme kerels,
zwaar bewapend met kogelvrijvest in het linkeroor zit een oortelefoon. De
hoogste baas van Irak heeft een van de gevaarlijkste banen in de wereld en
wordt door een zeer gespecialiseerd team bewaakt, zelfs als de Bremer naar
het toilet gaat, 10 meter van zijn kantoor, wordt hij door 4 man begeleid.
Terwijl de kogelwerende auto naar een volgende afspraak scheurt neemt Bremer
de laatste documenten door, telefoneert en overlegt met zijn naaste
medewerker, ik zit achterin. We gaan naar een diploma uitreiking van Iraakse
studenten die een uitnodiging krijgen om in Amerika verder te studeren. Na
afloop van de plechtigheid stormen de studenten op Bremer af; iedereen wil
met hem op de foto. Een vrouw van middelbare leeftijd geeft de ambassadeur
een dikke zoen.'Iraqi people love you very much', zegt ze. 'Behalve diegenen
die me proberen te vermoorden', lacht bremer terug.
Dinsdag 27 januari 2004
0800 Ik vlieg met ambassadeur Bremer mee naar Mosul. Een dag eerder was een
Black Hawk heli in de Tigris gestort, maar dat scheint de ambassadeur die
wordt getipt de volgende niet te storen. Net als gisteren geeft hij
zichzelf geen seconde rust. Hij leest en leest in documenten, zelfs als de
Black Hawk schuin langs de daken van Baghdad scheert kijkt hij niet op of
om.
0830 We landen op vliegveld baghdad en stappen over in een militair
transport vliegtuig. In het vrachtruim nemen we plaats op rode netten die
als bank dienen. Al twee keer eerder heeft het Iraaks verzet het afgelopen
jaar met succes met een raket een vliegtuig geraakt. De piloten nemen daarom
geen enkel risico en stijgen zo stijl mogelijk op om zo snel mogelijk hoogte
te winnen. We hangen schuin in de netten en onze oren ploppen door de snel
veranderende hoogte steeds dicht. Bremer leest vrolijk in zijn stukken door.
Als we gewenste hoogte hebben bereikt haalt iedereen opgelucht adem, ook de
gestaalde bodyguards..
1030 in Mosul zijn we wederom in een helikopter overgestapt. We bezoeken een
training van het nieuw te vormen Iraakse leger. Bremer wordt met geklap en
gejoel door de jonge soldaten begroet. Iraakse soldaten (en politie) worden
klaargestoomd om zo snel mogelijk het Amerikaanse leger, waar mogelijk, te
vervangen. De politietaken om criminaliteit te bestrijden en het oprollen
van terrorisme door het leger dient zsm door
irsch een week van nabij mag voolgen.
Donderdag 11 maart 1130
Ik kom aan op een legerbasis in Karbala. Een Thiase soldaat houdt de wacht, naast
hem een Thai, met gouden zonnebril in burgerkleding. In zijn briekriem een pistool.
Het duurt een halfuur voordat een Humvee van het Amerikaanse leger me komt
ophalen, dus dood ik de tijd om het geimproviseerde stalletje met markt waar voor de
basis te bewonderen. Er is van alles te koop; parfums met obscure namen als
seduction en lust, een speelgoedkameel dat een Arabisch liedje zingt, condooms,
Saddam horloges en de nieuwste films op dvd voor slechts 2$ het stuk.
Op de basis wordt ik voorgesteld aan Captain Trri Dorn, haar tweede Lt is Mary
Curuso. Het zijn vrouwen die leiding geven aan 100 soldaten, Militaire Politie. In dit
peleton werken zo’n 25 vrouwen, velen van hen zijn onderscheinden met ‘Bronze
Stars’ en ‘Purple Hearths’. De dames vechten gewoon mee. In Iraq is de frontlinie
overal. Hier kunnen de vrouwen niet achter de linies werken zoals bijvoorbeeld in
Vietnam wat de rol van de vrouwen in het Amerikaanse leger veranderde.
1800
Ik ontmoet Melany, een 20 jarig meisje dat eerst een ‘gunner’ was, en nu een Humvee
bestuurt. ‘Ik was een chearleader’, zegt Melany,’en mijn favoriete kleur is roze. Mijn
moeder is een patriot, ze heeft in de huiskamer een Amerikaanse vlag van
kerstlampjes hangen. Toen ik van school werd gestuurd kon ik achter de kassa
werken, maar mijn moeder zei dat ik ook soldaat kan worden. Nou toen heb ik dat
maar gedaan. Ik weet nog goed dat de drillinstructeur schreeuwde ‘tien push ups’ en
ik dacht, ‘Yek, dan worden mijn nagels vies. Toen ik voor het eerst mijn wapen moest
schoonmaken en ik er vet op moest smeren zei ik nog ‘Ieuw, da’s smerig. Maar ik ben
wel veranderd, al slaap ik nog steeds in een roze pyama en draag ik roze badslippers, I
love guns. Hoe groter hoe beter! Als het aan mij lag draag ik de hele dag een pistool
en een M16.’ Maleny maakt met haar vingers een pistool en schiet een denkbeeldige
kogel door de lucht. “Bang’, roept ze. De voormalige cheerleader in camouflage
kleren stopt de vinger in haar getuite mond en zegt ; ‘Oeps, sorry you’re dead’, en
giebelt.
Download