Bloedtransfusie

advertisement
Wanneer u geen bloedtransfusie wilt, zal uw
arts wellicht extra maatregelen moeten treffen
om de risico’s voor uw gezondheid zo klein
mogelijk te houden. In het uiterste geval zal
moeten worden afgezien van de ingreep.
Een transfusie met uw eigen bloed?
In sommige gevallen is het mogelijk een
transfusie met uw eigen bloed (autologe
transfusie) te krijgen. Meestal is dat niet
mogelijk, omdat de noodzaak om bloed te
krijgen plotseling of pas kort tevoren duidelijk
werd, of omdat de gezondheid van de patiënt
het niet toelaat om bloed af te nemen.
Een transfusie met eigen bloed is
alleen mogelijk:
• Als ruim van tevoren duidelijk is wanneer
hoeveel bloed nodig zal zijn, bijvoorbeeld als
over enige tijd een operatie gepland is bij
een verder gezonde patiënt.
• Als de patiënt/donor gezond genoeg is
om binnen enkele weken meerdere malen
(minimaal tweemaal, maximaal viermaal) een
halve liter bloed af te staan.
• Als de behandelend arts instemt met
herhaalde bloedafname en autologe
transfusie. Deze arts vraagt dan aan de
bloedbank om bij de patiënt/donor bloed
voor autologe transfusie af te nemen.
• Als de patiënt/donor bij de keuring op
de bloedbank aan de landelijk hiervoor
geldende keuringseisen voldoet.
De kans bestaat, dat het tijdens de operatie
niet nodig blijkt te zijn het afgenomen bloed
aan de patiënt/donor terug te geven. Het teveel
afgenomen bloed wordt dan vernietigd.
Ook bestaat de kans, dat er meer bloed blijkt
nodig te zijn, dan werd afgenomen. Tenzij
hierover tevoren met de behandelend arts
andere afspraken gemaakt zijn, zal in dat geval
bloed van een bloedbank-donor als aanvulling
op het eigen bloed worden toegediend.
De moderne operatietechnieken maken het
vaak mogelijk een bloedtransfusie te vermijden,
waar die vroeger onvermijdelijk geweest zou
zijn. Zo wordt bijvoorbeeld, als dat mogelijk
is, tijdens de operatie met speciale apparatuur
bloed uit de operatiewond aan de patiënt
teruggegeven. U kunt met uw behandelend arts
overleggen of deze of andere bloedbesparende
methoden voor u toepasbaar zijn.
Meer weten?
In deze folder hebben wij u het een en ander
verteld over bloedtransfusie. Mocht u na het
lezen nog vragen of opmerkingen hebben, leg
deze dan gerust voor aan uw behandelend arts.
Ziekenhuis St Jansdal
Wethouder Jansenlaan 90 - Postbus 138 - 3840 AC Harderwijk
Telefoon 0341 46 39 11 - Internet www.stjansdal.nl
Harderwijk, februari 2013
CAZ A 60.02.13
Uitgave patiëntencommunicatie
Algemeen
Bloedtransfusie
Bloedtransfusie
Hoe veilig is een bloedtransfusie?
Binnenkort zult u een behandeling of ingreep
ondergaan, waarbij er een kans bestaat
dat u bloed toegediend moet krijgen (een
bloedtransfusie). In deze folder zetten wij de
voor- en nadelen van een bloed-transfusie voor
u op een rijtje. Wanneer u nog vragen hebt,
aarzel dan niet om deze aan uw arts voor te
leggen.
Om bloedtransfusies zo veilig mogelijk te
maken, worden de volgende maatregelen
genomen: Alleen gezonde mensen kunnen
bloeddonor worden. Bloeddonors geven hun
bloed op vrijwillige basis. Zij worden hiervoor
niet betaald, betaalde donors zijn als regel
minder veilig.
Waarom een bloedtransfusie?
Ieder jaar ontvangen zo’n 250.000 patiënten
bloedtransfusies. Het betreft onder andere
slachtoffers van ongevallen en patiënten die een
(grote) operatie ondergaan. Ook patiënten die
voor kanker of leukemie worden behandeld
en mensen met bepaalde (aangeboren) bloedafwijkingen behoren tot deze 250.000 patiënten.
Gelukkig zijn er in Nederland ook 600.000
bloeddonors die vaak meerdere keren per jaar
bloed afstaan.
Bloedtransfusies worden door uw arts
voorgeschreven als dat voor de behandeling
noodzakelijk is. Uw arts doet dit echter niet
zonder uw toestemming (tenzij er sprake is
van een acute situatie). Om u te helpen tot een
weloverwogen keuze te komen, zal uw arts u
vooraf duidelijk inlichten over:
• de reden van de bloedtransfusie;
• de risico’s die aan de transfusie verbonden
zijn;
• de risico’s die ontstaan wanneer u niet
instemt met een bloedtransfusie;
• eventuele alternatieven voor de bloedtransfusie.
Al het donorbloed wordt getest op de
aanwezigheid van:
• Twee soorten geelzuchtvirussen (hepatitis B
en C)
• De geslachtsziekte syfilis
• Een virus dat een ruggenmergziekte en
leukemie kan veroorzaken (HTLV)
• Het humaan immuundeficiëntievirus (HIV)
dat AIDS kan veroorzaken.
Wanneer bij de bloedtests blijkt dat het
donorbloed besmet zou kunnen zijn, wordt
het natuurlijk niet voor transfusies gebruikt.
Niettemin blijft er een zeer kleine kans bestaan
op besmetting door de bloed-transfusie, dit
ondanks het toepassen van moderne tests.
Bijvoorbeeld indien een bloeddonor kort
geleden werd besmet, kan de aanwezigheid
van de ziekteverwekker nog niet worden
opgespoord. De kans hierop is klein en
ongeveer 1 op de tweehonderd duizend tot een
miljoen transfusies. Ook is het mogelijk dat de
hoeveelheid ziekteverwekker in het bloed zo
gering is, dat het niet kan worden aangetoond
met een bloedtest. Tevens kan het gebeuren dat
er ziekteverwekkers in het bloed zitten, waar
niet op getest wordt dan wel die we nog niet
kennen.
Het is heel belangrijk dat het bloed dat iemand
toegediend krijgt bij hem of haar ‘past’. Daarom
wordt, indien mogelijk, op twee verschillende
momenten bloed bij u afgenomen om uw
bloedgroep en Rhesusfactor met zekerheid vast
te stellen.
Sommige mensen hebben afweerstoffen tegen
andermans bloedcellen in hun bloed. Het kan
dan langer duren voordat er passend bloed
(“geschikte bloedgroep”) wordt gevonden. Ook
dit wordt zo mogelijk vooraf onderzocht. Ten
slotte moet de verpleegkundige vlak voordat u
een bloedtransfusie krijgt nogmaals controleren
of het bloed van de donor inderdaad voor u is
bestemd.
Bijwerkingen van de bloedtransfusie
De ontvanger van de bloedtransfusie kan
reageren op het toegediende bloed. Zo’n reactie
is herkenbaar aan koorts, rillingen, galbulten,
jeuk of een rode huid. Dit kan met medicijnen
worden behandeld. Soms vormen ontvangers
van bloedtransfusies afweerstoffen tegen
andermans bloedcellen. Het ziekenhuis geeft u
in dergelijke gevallen een bloedgroepenkaartje
mee. Dit moet u bij vervolgtransfusies altijd aan
uw arts tonen.
Kan ik een bloedtransfusie
weigeren?
Ja, dat kunt u. Bedenk daarbij wel dat er soms
weinig alternatieven zijn voor een bloedtransfusie. Sommige operaties of behandelingen
kunnen niet worden uitgevoerd zonder
bloedtransfusie. Bespreek uw twijfels ten
aanzien van de bloedtransfusie tijdig met de arts
die u behandelt.
Download