Vitamine K - Trombosestichting Nederland

advertisement
Fotografie: Maarten Laupman
11/ 2012
vitamine
4
6
8
10
12
Nieuw: het Vitamine K
Kookboek
Tromboseonderzoek
in gevaar
Bestuursleden Trombose­
stichting aan het woord
Nieuwe middelen:
de eerste stap is gezet
Start landelijke campagne
Antistollingspas
Voorwoord
Odette Paauwe-Insinger
Voorwoord
Met enige trots presenteren wij in
deze nieuwsbrief de uitgave van
het vitamine K Kookboek dat tot
stand is gekomen door een unieke
samenwerking tussen wetenschappers van de Universiteit Maastricht
en diëtisten van de Universiteit
Wageningen. Uw financiële ondersteuning voor deze uitgave is van
grote waarde. De hulp van uitgeverij Trichis was onmisbaar in de
begeleiding, vormgeving en druk.
Los van de recepten is achter in
het boek een overzicht opgenomen
van de vitamine K-waarden van
een groot aantal veelgebruikte
voedingsmiddelen. Aan patiënten
wordt geadviseerd ‘gevarieerd’ te
eten, maar wat houdt dat precies
in? Het is nadrukkelijk niet de
bedoeling dat u een strak dieet
gaat volgen, want dat is helemaal
niet nodig. Het boek geeft u inzicht
en helpt u om tot een verantwoorde vitamine K-inname per dag te
komen, hetgeen de instelling van
uw antistollingsbehandeling ten
goede kan komen.
het gebied van trombose gevaar.
Hoogleraar Tilman Hackeng van de
Universiteit Maastricht trekt aan
de bel. De Trombosestichting blijft
zich onverminderd inspannen het
onderzoek te blijven steunen en de
voorlichting over trombose te continueren en dat doen wij samen
met u.
Mede namens het bestuur maar
zeker ook namens de wetenschappers wil ik u als donateur van de
stichting dan ook hartelijk bedanken voor uw gulle giften en donaties. Dankzij uw steun hebben wij
dit jaar weer drie projecten financieel kunnen ondersteunen en de
voorlichting over trombose en de
gevolgen daarvan verder kunnen
uitdragen. Speciaal voor diegenen
die met trombose in aanraking zijn
gekomen.
INCASSORONDES
TROMBOSESTICHTING
Steunt u het werk van
de Trombosestichting via
machtiging?
Volgend jaar zullen
de incasso­rondes van
de Trombosestichting
plaatsvinden in de laat
ste
week van de maand.
zorgverzekeraars?”, “Hoe staat het met
de veiligheid van deze medicijnen?” en
“Wanneer komen deze medicijnen in
het vergoedingensysteem?”.
Het bestuur, de medewerkers van het bureau van de
Trombosestichting en ondergetekende wensen u veel leesplezier in
deze laatste nieuwsbrief van 2012.
En natuurlijk wensen wij u en uw
dierbaren een sfeervolle decembermaand en een goede start van
het jaar 2013. Ook in 2013 zullen
wij onverminderd blijven strijden
tegen trombose.
Dank voor uw steun!
Tot slot wordt er aandacht besteed
aan de komst van de nieuwe
antistollingsmedicijnen. Bij het
gebruik van deze nieuwe antistollingsmedicijnen wordt bloedcontrole bij de trombosedienst overbodig. dr. Victor Gerdes geeft antwoord op vragen die ons bereiken,
zoals “Waarom worden deze nieuwe
middelen nog niet vergoed door de
Odette Paauwe-Insinger
Directeur
Trombosestichting Nederland
Redactie
Design & layout
Dobbeweg 1a
O.D.M. Paauwe-Insinger, directeur
Jeroen van der Star, Studio57
Postbus 100
E.V. Wybrands, beleidsmedewerker
2250 AC Voorschoten
K. van Minnen, fondsenwerver
Er is ook minder goed nieuws
in deze nieuwsbrief. Door wijzigingen in subsidiestructuren in
Nederland loopt het onderzoek op
Colofon
T 071-5617717
PSI-Vransen Direct Mail Producties,
F 071-5618008
Redactie-adviesraad
[email protected]
Prof. dr. H. Pannekoek
www.trombosestichting.nl
Prof. dr. A. Sturk
Dr. V.E.A. Gerdes
ING 302030
2
Drukwerk
Nieuwsbrief Trombosestichting Nederland | Editie november 2012
Amsterdam
Niets uit deze uitgave mag, op welke
wijze dan ook, worden verveelvoudigd
zonder voorafgaande toestemming van
Trombosestichting Nederland en andere
auteursrechthebbenden.
Trombosestichting geeft
voorlichting op 50Plus Beurs
Bartho Braat in gesprek
over trombose
Wie begin september afreisde naar de 50Plus Beurs in Utrecht, had kans
Trombosestichting-ambassadeur Bartho Braat te ontmoeten. Samen met
onze andere ambassadeurs stond hij beursbezoekers te woord die bij de
Trombosestichting-kraam stopten voor een praatje.
Onze ambassadeurs Wijnanda Lesterhuis en
Bartho Braat in actie tijdens de 50Plus Beurs.
Elke bezoeker aan de 50Plus Beurs
had zo zijn eigen reden om de
kraam van de Trombosestichting
te bezoeken. Sommigen wisten
niets van trombose, en kwamen
daarom bij ons langs om zich te
laten informeren. Anderen bleken een trombosebehandeling te
ondergaan en deelden hun ervaringen daarover met de aanwezige
ambassadeurs.
Ook Bartho Braat maakte deel uit
van de groep ambassadeurs die de
kraam van de Trombosestichting
bemanden. Samen vormen zij een
zeer gemotiveerd team dat zoveel
mogelijk mensen wil voorlichten
over trombose en het werk van de
Trombosestichting. Bijvoorbeeld
over hoe je trombose herkent,
welke maatregelen je zelf kunt
nemen om de kans erop te verkleinen, of over het onderzoek dat de
Trombosestichting steunt.
Eén van de initiatieven van de
Trombosestichting die tijdens de
50Plus Beurs veel aandacht trok
was de Antistollingspas. Iedereen
die bloedverdunners gebruikt kan
bij ons zo’n gratis Antistollingspas
aanvragen (zie ook pagina 12 in
dit blad). Van die mogelijkheid
werd massaal gebruikgemaakt.
Inmiddels hebben wij al deze
mensen kunnen voorzien van een
eigen Antistollingspas.
Naast het geven van voorlichting
boden onze ambassadeurs ook een
luisterend oor aan beursbezoe-
kers die zelf of in hun omgeving
te maken hebben gehad met de
gevolgen van een trombosebeen,
longembolie, hart- of herseninfarct. Niet zelden ontstonden
daardoor ontroerende gesprekken,
waarbij ook ingrijpende ervaringen
werden gedeeld.
Wilt u ook één van onze ambassadeurs spreken? Dat kan op de
eerstvolgende grote beurs waar
de Trombosestichting aanwezig
zal zijn, namelijk de Nationale
Gezondheidsbeurs. Deze beurs
vindt plaats van vrijdag 25 januari
t/m zondag 27 januari 2013 in de
Jaarbeurs in Utrecht. U bent van
harte welkom op de kraam van de
Trombosestichting!
Nieuwsbrief Trombosestichting Nederland | Editie november 2012
3
Gezond en gevarieerd eten voor
trombosedienstpatiënten
Tekst: Esmeralda Wybrands
Foto Leon Schurgers: MUMC, Andrea Beckers
De juiste
portie vitamine K
per dag
Speciaal voor patiënten van de trombosedienst brengt de Trombosestichting
dit najaar het Vitamine K Kookboek uit. Dit informatieve en ‘lekkere’ kookboek
over vitamine K is tot stand gekomen door een unieke samenwerking tussen
onderzoekers van de Universiteit van Maastricht, diëtisten van de Universiteit
van Wageningen, uitgeverij Trichis en de Trombosestichting.
Dr. Leon Schurgers staat nationaal
en internationaal bekend om zijn
kennis van en onderzoek naar
vitamine K. Hij is dan ook nauw
betrokken bij de totstandkoming
van het Vitamine K Kookboek. Aan
hem de vraag wat vitamine K te
maken heeft met de werking van
bloedverdunners.
Schurgers: "Mensen met trombose of een verhoogde kans op
trombose krijgen deze vitamine
K-remmers voorgeschreven. Deze
middelen remmen de werking
van vitamine K in hun lichaam.
Hierdoor kan hun bloed minder
goed stollen en daalt hun risico op
trombose.”
Vitamine K vermijden?
“Vitamine K is een belangrijke
vitamine voor de bloedstolling.
Zonder vitamine K zou ons bloed
niet stollen. Op dit principe is de
werking van een bepaald type
bloedverdunners gebaseerd, de
zogenaamde vitamine K-remmers.
Dit zijn de bloedverdunners waarvoor mensen onder behandeling
staan van de trombosedienst. Je
moet dan denken aan medicijnen
als acenocoumarol en fenprocoumon, ook wel bekend als sintrom
en marcoumar."
4
Maar dat zou dus betekenen dat
trombosedienstpatiënten eigenlijk geen vitamine K mogen binnenkrijgen? Schurgers: “Nee,
dat is een absoluut misverstand!
Vitamine K zit in al onze voeding,
dus je kunt sowieso niet vermijden dat je deze vitamine binnenkrijgt. En het is óók verkeerd om
te denken dat je als trombosedienstpatiënt dan maar een klein
beetje vitamine K per dag mag
binnenkrijgen. Want als je maar
heel weinig vitamine K per dag
inneemt en je eet eens een keer
een maaltijd met veel vitamine
K, krijg je meteen een grote reactie van je lichaam. Je bloedstollingswaarde – de INR-waarde –
schommelt dan hevig. Dat is geen
gunstige situatie. Een te hoge INR
geeft namelijk extra kans op bloedingen, terwijl bij een te lage INR
het tromboserisico toeneemt.”
Nieuwsbrief Trombosestichting Nederland | Editie november 2012
Hoe moeten trombosedienstpatiënten dan wél omgaan met
voeding? Internist prof.dr. Hugo
ten Cate van het Maastricht
Universitair Medisch Centrum:
“In Nederland adviseren we patiënten een normale, gemiddelde
hoeveelheid vitamine K per dag
in te nemen. De trombosedienst
kan dan rekening houden met
deze inname en daarop het advies
baseren over het aantal te slikken
tabletten per dag. Nu is natuurlijk de vraag wat een normale
hoeveelheid vitamine K per dag
is. In principe zeggen we: als je
gevarieerd eet, zal de hoeveelheid
vitamine K die je inneemt niet
extreem schommelen. Maar er
zijn natuurlijk altijd voedingsmiddelen die veel meer of veel minder
vitamine K bevatten dan je zou
denken. En daarom hebben we nu
dus het Vitamine K Kookboek van
de Trombosestichting. Patiënten
raken met dit boek beter geïnformeerd over vitamine K en de
invloed ervan op hun antistollingbehandeling. En als ze dat willen,
kunnen ze met dit boek hier nog
bewuster mee omgaan.”
Vitamine K Kookboek
Het Vitamine K Kookboek staat vol
eenvoudige en gezonde recepten.
"Ieder mens
krijgt vitamine
K binnen"
Diëtisten van de universiteit van
Wageningen hebben precies uitgerekend hoeveel vitamine K elk
gerecht bevat. Ook de voedingswaarde staat erbij (in kilocalorieën) en de hoeveelheid vet en eiwit.
rekend. En natuurlijk hebben we
het boek voorzien van een duidelijke toelichting.
Dankzij hulp van onze
donateurs
Een ander belangrijk onderdeel
van het boek is het overzicht van
de vitamine K-waarden van vierhonderd veelgebruikte voedingsmiddelen. Hoeveel vitamine K
bevat een appel eigenlijk? Of een
stroopwafel, een glas tomatensap of een gehaktbal? U vindt het
terug in het overzicht, dat door
diëtisten en onderzoekers van de
universiteiten van Wageningen en
Maastricht is opgesteld en doorge-
Een speciaal woord van dank richt
de Trombosestichting tot haar
donateurs, Leon Schurgers en Hugo
ten Cate. Dankzij hun bijdragen
en hulp kon de Trombosestichting
deze zomer de ontwikkeling van
het Vitamine K Kookboek starten.
Het resultaat is een informatief
boek met smakelijke recepten en
eenvoudige overzichten, waarmee
gevarieerd en gezond eten voor
trombosedienstpatiënten hopelijk
een stukje eenvoudiger wordt.
Bent u geïnteresseerd in het
Vitamine K Kookboek?
Kijk dan op de receptenkaart die bij
deze nieuwsbrief is bijgesloten. U treft
hier een voorbeeld aan van een heerlijk
gerecht dat past in een verantwoord
voedingspatroon voor trombosedienstpatiënten. Via deze kaart kunt u het
boek ook direct bestellen. Met de aankoop van het Vitamine K Kookboek
steunt u het wetenschappelijk onderzoek naar trombose.
Het Vitamine K Kookboek
paperback, 100 pagina’s, 21 x 21 cm
€ 12,95 incl. BTW, excl. verzendkosten
Uitgeverij Trichis Publishing
ISBN 978-94-90608-46-0
NUR 893
Voor wie?
Het Vitamine K Kookboek is specifiek bedoeld voor mensen die onder behandeling staan
van een trombosedienst. Vitamine K in hun voeding heeft effect op de werking van hun bloedverdunners,
zoals acenocoumarol of fen­pro­coumon. Slikt u bloedverdunners als ascal of aspirine? Vitamine K is nog
steeds belangrijk, maar heeft geen effect op de werking van uw bloedverdunners. Het Vitamine K Kookboek
is dan vooral geschikt als u wilt weten hoe u gezond en gevarieerd kunt koken.
Nieuwsbrief Trombosestichting Nederland | Editie november 2012
5
Hoogleraar Tilman Hackeng en arts Kristien
Winckers over de noodzaak van opleiding
Tekst: Esmeralda Wybrands
Fotografie: MUMC, Appie Derks
“Het trombose­
onderzoek
is in gevaar”
Het gaat niet de goede kant op met het
tromboseonderzoek in Nederland. Het
onderzoek naar bloedstolling in de aderen
dreigt steeds meer een ondergeschoven kindje
te worden binnen het vakgebied van de harten vaatziekten. Hoogleraar Tilman Hackeng
en zijn collega-wetenschappers luiden
daarom de noodklok.
Het gaat de Maastrichtse hoogleraar Biochemie prof.dr. Tilman
Hackeng duidelijk aan het hart.
Nederland neemt van oorsprong
een toppositie in binnen het internationale tromboseonderzoek
en aan die situatie dreigt nu een
eind te komen. De oorzaak? “Hoe
banaal het ook klinkt: het is écht
een kwestie van geld”.
Grote impact
“Het aantal subsidiemogelijkheden
voor onderzoekers is duidelijk aan
het uitdunnen”, licht Hackeng toe.
“Met name de jonge onderzoekers
en artsen vinden steeds minder mogelijkheden om projecten
gefinancierd te krijgen. Dit wordt
onder andere veroorzaakt door het
huidige economische klimaat en
door gewijzigde subsidiestructuren. Ook staat het onderzoek naar
trombose en bloedstolling niet
hoog op de onderzoeksagenda, het
is niet 'trendy' genoeg. In Amerika
wel; daar heeft het hoogste orgaan
dat zich uitspreekt over gezondheidszaken, de Surgeon General,
recent nog de noodzaak voor het
onderzoek naar trombose onderschreven. Terecht wat mij betreft,
want trombose is een belangrijk
6
probleem met een grote impact
voor de mensen die ermee te
maken krijgen. De gemiddelde
leeftijd van patiënten met trombose is 55 jaar. Maar het raakt ook
veel jonge mensen – vrouwen vaak
– die op jonge leeftijd een trombosebeen of een levensgevaarlijke
longembolie krijgen. Door die
trombose staat hun wereld ineens
op zijn kop.”
Het wordt dus tijd dat Nederland
actie onderneemt om zijn toppositie op het gebied van tromboseonderzoek te handhaven.
Aan Hackeng en zijn collega’s
zal het daarbij niet liggen. “Het
begint natuurlijk bij de nieuwe
generatie wetenschappers en artsen. Zij moeten het belang inzien
van onderzoek naar trombose en
bloedstolling. Mijn collega’s en ik
proberen dit onder andere te bereiken door ze de mogelijkheid te bieden om een opleiding te volgen op
dit vakgebied.”
AIO-cursus
De opleiding waar Hackeng op
doelt is de zogenaamde assistenten-in-opleiding (AIO)-cursus
van de Nederlandse Vereniging
voor Trombose en Hemostase, de
NVTH. Hackeng is voorzitter van
deze vereniging, die in de huidige
vorm sinds 1988 bestaat. De AIOcursus staat open voor alle jonge
onderzoekers en artsen die een
promotietraject volgen op de universiteit. “Als deze AIO’s geïnteresseerd zijn in de problematiek van
trombose en bloedstolling, mogen
zij na een schriftelijke motivatie
Nieuwsbrief Trombosestichting Nederland | Editie november 2012
deelnemen aan de cursus. De
cursus bestaat uit verschillende
onderdelen en is zeer interactief."
Elk jaar organiseert de NVTH
een cursusdeel van de in totaal
vier jaar in beslagnemende AIOopleiding. Er is een cursus ‘trombose in de aderen’, een cursus
‘trombose in de slagaderen’ en een
cursus ‘bloedingen’. De cursusdelen die een AIO op deze manier
volgt beslaan het gehele terrein
van de trombose en bloedstolling.
Dus van hart- en herseninfarcten,
longembolieën en trombosebenen
tot bloedingsziekten als hemofilie.
Kennis vertaald naar
toepassing
Hackeng: “Met de AIO-cursus
maken we de deelnemers zo jong
mogelijk opmerkzaam op de problematiek van trombose en bloedstolling. Ook proberen we hun
academisch denken te bevorderen.
Zo moeten ze elkaar hun onderzoek kunnen uitleggen, nadenken
over mogelijke maatschappelijke
gevolgen van datzelfde onderzoek,
maar ook kritiek op hun project
kunnen geven en ontvangen.
Daardoor leren ze elkaar ook goed
kennen. Dat is belangrijk omdat
de AIO’s vaak heel verschillende
achtergronden hebben. De één is
een echte onderzoeker en puur
bezig met de theorie, terwijl de
ander als arts veel meer met beide
benen in de praktijk staat. Dat zijn
dus twee verschillende werelden,
maar ze zijn absoluut van elkaar
afhankelijk.”
Een jonge
arts over de
AIO-cursus
Die combinatie, theorie en praktijk, is ook kenmerkend voor het
Nederlandse tromboseonderzoek.
Hackeng: “Nederland is traditioneel sterk in het onderzoek waarin
we de theorie omzetten naar de
praktijk. Bijvoorbeeld door de
bevindingen uit het laboratorium
te vertalen naar de behandeling van een patiënt. Door jonge
onderzoekers en artsen bij elkaar
te brengen, bijvoorbeeld in een
cursus, kun je ervoor zorgen dat
Nederland sterk blijft op dit gebied
en je toekomstige ontwikkelingen
op het gebied van trombosebehandeling stimuleert. Maar daarvoor
moet natuurlijk wel geld zijn, en
dat dreigt nu een probleem te worden.”
Meer steun
Door de uitdunning van subsidiemogelijkheden zien tromboseonderzoekers zich gedwongen uit te
wijken naar andere financieringsbronnen. Eén daarvan is de industrie. Hackeng: “Op zich zijn dat
aantrekkelijke beurzen. Ze hebben
alleen als nadeel dat het betrokken onderzoek soms net buiten je
core-business valt. Het draait toch
meer om de toepassing, de economische belangen van het bedrijf,
en dat leidt af van puur theoretisch onderzoek. Ik denk dan ook
oprecht dat we de noodklok voor
het Nederlandse tromboseonderzoek moeten luiden.”
Hackeng pleit daarom voor het
opnieuw op de kaart zetten van
trombose- en stollingsonderzoek.
Deels kan dat door jonge onderzoekers op te leiden, deels ook
door als maatschappij meer geld
beschikbaar te stellen aan het
onderzoek. Hackeng wil dan ook
een lans breken voor de activiteiten van de Trombosestichting.
“De Trombosestichting sponsort
niet alleen onze AIO-cursus met
€ 2000,- per jaar, maar financiert ook projecten op het gebied
van trombose en bloedstolling.
Helaas kan de stichting door
beperkte middelen maar een
paar van dat soort projecten per
jaar financieren. Het zou daarom
fantastisch zijn als nog meer
Nederlanders zouden besluiten
de Trombosestichting financieel
te ondersteunen. Hun steun zorgt
ervoor dat wij als wetenschappers
het tromboseonderzoek kunnen
voortzetten. Hopelijk komen we
dan eens tot de ultieme oplossing
voor deze ingrijpende ziekte.”
De Trombosestichting sponsort
sinds vele jaren de AIO-cursus
van de Nederlandse Vereniging
voor Trombose en Hemostase
(NVTH). Kristien Winckers is
één van de assistenten-in-opleiding (AIO’s) die deze opleiding
op het gebied van trombose en
bloedstolling heeft gevolgd. Ze
is basisarts, werkt als doseerarts bij de Maastrichtse trombosedienst en draait poli’s op
het hart- en vaatcentrum van
het academisch ziekenhuis in
Maastricht. Na haar promotieonderzoek begint ze daar de
opleiding tot internist.
“Ik heb de AIO-cursus nu drie
keer gevolgd. Het meest fijne
aan deze cursus vond ik dat
alle deelnemende AIO’s onderzoek doen op het stollingsvlak. Iedereen kan dus met je
meedenken over je onderzoek.
Je doet tijdens de cursus dan
ook veel ideeën op. Omdat de
mensen die de cursus volgen
en geven een verschillende
achtergrond hebben – de een is
arts, de ander biochemicus en
weer een ander farmacoloog – is
de lesstof nooit te eenzijdig. Je
leert daardoor veel van elkaar
en soms is het ook een troost
om te zien dat andere AIO’s bij
hun onderzoek tegen dezelfde
problemen aanlopen”, vertelt
Winckers lachend.
Nieuwsbrief Trombosestichting Nederland | Editie november 2012
7
In beeld:
vertrekkend bestuurslid en zijn opvolger
Tekst en beeld:
Esmeralda Wybrands
Waarom zíj zich
inspannen voor de
Trombosestichting
De Trombosestichting heeft een
bestuur dat zich geheel vrijwillig
en met een grote betrokkenheid
inzet voor de doelstellingen
van de stichting. Eén van die
bestuursleden, prof.dr. Hugo ten
Cate, gaf eind 2011 zijn stokje
als bestuurslid door aan dr.
Victor Gerdes. Samen met hen
blikken wij terug én vooruit.
Hoe bent u bij de
Trombosestichting
terechtgekomen?
Hugo ten Cate
Internist in het Maastricht
Universitair Medisch
Centrum
“Victor, veel
geluk met deze
functie!”
8
“Toen ik nog maar net in
Maastricht werkte, in 2004, ben ik
gevraagd bestuurslid te worden
door de toenmalige bestuursvoorzitter Jacques Leenen. Hij kwam
me persoonlijk opzoeken en dat
vond ik bijzonder eervol. Het leek
me goed om iets voor de ‘goede
zaak’ te doen, dus ik nam zijn uitnodiging graag aan.”
Wat staat u het meest
bij van de jaren dat u
bestuurslid was?
“De groei van fondsen ondanks
de recessie vind ik memorabel.
Dat ook in deze periode zoveel
mensen het werk van de stichting
een warm hart toedragen, vind ik
fantastisch. Het toont ook de professionele aanpak en vechtlust
van de Trombosestichting, en dat
geldt voor de medewerkers en het
bestuur. Het is hard nodig sterk
te blijven inzetten op fondsenwerving, omdat het wetenschappelijk onderzoek in Nederland
meer en meer afhankelijk is van
de Trombosestichting. Ook het
geven van goede publieksvoor-
Nieuwsbrief Trombosestichting Nederland | Editie november 2012
lichting – een belangrijke taak die
ik deze jaren met veel plezier heb
gedaan – kan alleen maar met
voldoende financiële middelen.”
Wat is uw boodschap
aan de donateurs van de
Trombosestichting?
“Ik zou hen van harte en vol
overtuiging willen aanmoedigen om te blijven doneren. Uw
inbreng is zo belangrijk in deze
moeilijke tijden. Daar waar in de
politiek wetenschappelijk onderzoek niet meer lijkt te bestaan,
zijn honderden onderzoekers die
dagelijks vernieuwend, klinisch
belangrijk onderzoek doen van
uw bijdrage afhankelijk! We zijn
te klein om een Alpe d’HuZes te
organiseren, dus we moeten het
echt hebben van uw goodwill. Blijf
geven, dan zullen wij laten zien
wat we doen met uw geld. En duidelijk maken dat uw bijdrage echt
het verschil maakt en de kwaliteit van trombosediagnostiek en
behandeling gunstig beïnvloedt.”
Wat vind u ervan dat
Victor Gerdes uw plaats
heeft overgenomen?
“Ik heb Victor geopperd als kandidaat, dus ben ik erg blij dat
hij tot mijn opvolger is gekozen.
Het is een zeer integere, scherpzinnige en vriendelijke collegainternist, die ongetwijfeld een
goede invloed kan uitoefenen op
het hele proces van besturen,
fondsenwerven en voorlichting.
Victor, veel geluk dus met deze
functie!”
Door wie bent u gevraagd
voor deze functie?
“De huidige bestuursvoorzitter,
Guus Sturk, belde mij op een ochtend op tijdens mijn spreekuur
in het Slotervaartziekenhuis. Hij
informeerde me over de functie
en polste of ik interesse had. Na
een gesprek hierover met hem en
andere bestuursleden, heb ik met
genoegen besloten zijn uitnodiging
te aanvaarden.”
onaal erkend onderzoek, het publiceren in medische tijdschriften,
het werk in de trombosediensten.
Daarnaast geeft hij ook nog eens
onderwijs op dit gebied en doet
hij bestuurlijk werk. Ook om persoonlijke redenen is het trouwens
een genoegen hem op te volgen.
Hij was een van de promotores
van mijn proefschrift en ik heb als
assistent-in-opleiding jaren met
hem mogen werken.”
Waarom ging u in op zijn
uitnodiging?
Waarom is steun van onze
donateurs zo belangrijk?
“Omdat het ontzettend belangrijk
is dat het onderzoek naar trombose en bloedstolling in Nederland
wordt gesteund en gestimuleerd.
De Trombosestichting is hiervoor
dé instantie. Het heeft een aparte
positie; als onderzoeker kun je
met een subsidieaanvraag over
trombose bij bijna geen ander
fonds terecht. Via deze bestuursfunctie wil ik graag mijn steentje
bijdragen aan het in goede banen
leiden van dit proces. Verder wil ik
mij inspannen voor patiënten met
trombose, niet alleen in de dagelijkse praktijk, maar bijvoorbeeld
ook door bij te dragen aan goede
informatie.”
“Veel mensen realiseren zich pas
dat er nog veel zaken niet goed
bekend zijn rondom trombose, als
ze zelf of in hun omgeving worden
geconfronteerd met deze aandoening. Ze merken bijvoorbeeld dat
er op allerlei vragen geen eenduidig antwoord is te geven. Om deze
vragen te kunnen beantwoorden
is meer onderzoek nodig. Dit kan
zonder ondersteuning van de
Trombosestichting niet worden
uitgevoerd. Uw bijdragen als donateur van de Trombosestichting zijn
daarom zó belangrijk. De waardering van de onderzoekers voor uw
ondersteuning is groot!”
Victor Gerdes
Internist in het
Slotervaart Ziekenhuis
Amsterdam
“Het is een eer
te werken voor
patiënten en
onderzoek”
Wat vindt u ervan dat
u de opvolger bent van
Hugo ten Cate?
“Ik vind het een eer om zijn plaats
te mogen innemen. Hij heeft
veel gedaan voor alle aspecten
van trombose en bloedstolling.
Bijvoorbeeld het behandelen van
patiënten, het doen van internatiNieuwsbrief Trombosestichting Nederland | Editie november 2012
9
Internist Victor Gerdes over de nieuwe klasse
bloedverdunners
Tekst: Esmeralda Wybrands
“Stap één is gezet”
Nieuwe bloedverdunners waarvoor u niet meer naar de trombosedienst
hoeft. Ze zijn er, maar artsen schrijven ze nog niet massaal voor. Hoe kan
dat? En hoe staan dokters tegenover de nieuwe bloedverdunners? Internist
en Trombosestichting-bestuurslid dr. Victor Gerdes vertelt vanuit eigen
praktijkervaring.
Waarom krijgen patiënten
de nieuwe middelen nog
niet vergoed?
“Omdat minister Schippers van
Volksgezondheid hierover nog
geen besluit heeft genomen.
Uiteindelijk is zij degene die beslist
of verzekeraars een nieuw geneesmiddel standaard moeten vergoeden of niet. Voordat de minister
zo’n besluit neemt krijgt ze advies
van de commissie Farmaceutische
Hulp van het CVZ, het College
voor zorgverzekeringen. Ook kan
de minister advies inwinnen bij
de Gezondheidsraad. Dat heeft zij
gedaan voor de nieuwe generatie
bloedverdunners.”
En wat adviseerden
het CVZ en de
Gezondheidsraad?
“Het komt erop neer dat die hebben gezegd dat de nieuwe middelen voor vergoeding in aanmerking
komen. De Gezondheidsraad heeft
de minister bovendien geadviseerd
in Nederland nog een kort onderzoek uit te voeren. Hieruit moet
duidelijk worden of deze nieuwe
bloedverdunners ook in Nederland
een betere kwaliteit van behandeling geven. CVZ heeft zich bij dit
advies aangesloten.”
10
Nederland is hoog. Nu is het dus
de vraag of deze nieuwe middelen
een betere kwaliteit van behandeling geven dan wij nu al hebben.
Dat moet nu worden onderzocht.
Dit advies is ook wel te begrijpen:
de nieuwe middelen zijn namelijk
veel duurder dan de medicijnen
die we nu veel voorschrijven - acenocoumarol en fenprocoumon.
Deze afweging staat vanzelfsprekend los van het feit dat het voor
patiënten heel fijn is dat zij geen
bloed meer hoeven af te staan voor
een controletest. ”
Schrijven artsen de
nieuwe middelen al voor?
“Ja, dat gebeurt al bij de groep
mensen voor wie vergoeding wél is
geregeld, namelijk de patiënten die
een heup- of knieoperatie hebben
ondergaan. Daarnaast worden ze
– mondjesmaat – voorgeschreven
aan de andere groepen patiënten
voor wie de medicijnen zijn geregistreerd. Dit zijn de mensen met
een trombosebeen of longembolie, of met de hartritmestoornis
boezemfibrilleren. Deze patiënten
krijgen de bloedverdunners alleen
dus nog niet vergoed door hun
zorgverzekeraar.”
Dus er komt nog meer
onderzoek?
Hoe vergaat het de
mensen die de nieuwe
middelen gebruiken?
“Klopt. Kijk, de nieuwe middelen
zijn al onderzocht in een grote
Europese studie. De resultaten van
deze studie zijn zeer positief. Maar
de landen in Europa kennen geen
netwerk van trombosediensten,
zoals wij dat hebben in Nederland.
De kwaliteit van de behandeling in
“Zelf heb ik nog maar een handjevol patiënten die één van de
nieuwe bloedverdunners gebruikt.
Zij vinden ze echt fijn. Ze werken
goed, maar ze zijn vooral gemakkelijker in gebruik. Zo hoeven
deze patiënten geen bloed meer
af te staan voor een stollingstest.
Nieuwsbrief Trombosestichting Nederland | Editie november 2012
Bovendien werken de medicijnen
direct: ze werken meteen als je
begint en stoppen direct als je ze
niet meer slikt.”
Zijn er ook nadelen?
“Een aspect waarop de
Gezondheidsraad vooral nadruk
heeft gelegd is de veiligheid. Daar
zijn nog vragen over. Bijvoorbeeld
wat je als ziekenhuis doet als een
patiënt op een nieuwe bloedverdunner een grote bloeding krijgt.
De nieuwe middelen kennen
net als de ‘klassieke’ vitamine
K-remmers een bloedingsrisico. Bij
de vitamine K-remmers verminderen de bloedingen sterk of stoppen
door het toedienen van vitamine
K. Een dergelijk middel is voor de
nieuwe middelen nog niet voorhanden.”
Wat doen jullie dan nu
bij een bloeding met de
nieuwe middelen?
In de praktijk beschik je als dokter
toch echt wel over middelen om
een bloeding te stoppen. Je kunt
bijvoorbeeld bloed- of stollingsproducten toedienen. Die zijn alleen
erg duur en het nadeel is dat er
nog geen waterdicht protocol is.
Hierdoor kun je als arts minder op
je routine varen. Op dit moment
is een stuurgroep daarom hard
aan het werk om zo’n protocol
te ontwikkelen. Dit protocol zal
vermoedelijk einde van dit jaar
klaar zijn. Dit is overigens ook
één van de aanbevelingen van de
Gezondheidsraad.”
Hoe werken de
nieuwe bloed­ver­
dunners?
Bij ieder mens moet het bloed kunnen
stollen. Want zonder stolling zouden we
bij verwondingen dood kunnen bloeden.
Om een stolsel te kunnen maken heeft
het bloed een aantal stollingseiwitten
nodig, die elkaar allemaal beïnvloeden.
Deze stollingseiwitten - factoren - hebben
allemaal nummers gekregen (vaak in
Romeinse cijfers) en namen. Zo heeft
iedereen stollingsfactor X (‘tien’) nodig
om een stolsel te kunnen maken. Op dit
principe is de werking van de nieuwe
bloedverdunners gebaseerd. Want als
je een stollingsfactor gaat remmen, dan
kan het bloed minder snel een stolsel
aanmaken. En dat is gunstig voor de
mensen die te snel zo’n stolsel (trombose)
aanmaken. Nieuwe bloedverdunners
zorgen ervoor dat bij deze mensen één
bepaalde stollingsfactor wordt geremd. Zo
remmen pillen als rivaroxaban en apixaban
stollingsfactor X. De bloedverdunner
dabigatran remt stollingsfactor II
(trombine) en verlaagt daarmee ook de
kans op trombose.
De klassieke bloedverdunners – de
vitamine K-remmers zoals acenocoumarol
en fenprocoumon– remmen niet één, maar
vier verschillende stollingsfactoren. Dit
doen ze door de werking van vitamine
K te remmen. Hierdoor kan de lever
vier stollingsfactoren niet meer in een
actieve vorm aanmaken. Het nadeel
van het remmen van vitamine K is dat
deze vitamine ook in ons voedsel zit
(zie ook pagina 4). Eet u de ene dag veel
meer vitamine K dan de andere dag, dan
wisselt dus de werking van de vitamine
K-remmers. Bovendien is de werking
van deze medicijnen afhankelijk van
andere invloeden op de lever, zoals
van andere geneesmiddelen (vitamine
K-remmers werken immers via de lever).
Dit is de reden dat deze medicijnen
wisselend werken. En daarom moet
de trombosedienst het bloed van deze
patiënten met enige regelmaat controleren
en eventueel de dosis vitamine K-remmers
aanpassen.
Heeft de Gezondheidsraad
nog andere aanbevelingen
gedaan?
“Ja, bijvoorbeeld wat we moeten
doen met de mensen die niet
geheel voldoen aan het ideale
patiëntenprofiel zoals dat in de
studies is gebruikt. Hoe werken de
middelen bijvoorbeeld bij ouderen
of bij nierpatiënten? Mogen die ze
überhaupt wel krijgen? Wat zijn de
langetermijneffecten van de nieuwe bloedverdunners? Patiënten en
artsen vinden het ook niet altijd
fijn dat er geen laboratoriumcontrole voorhanden is waarmee je de
mate van ontstolling kan meten,
zoals wij dat nu wel kennen met
de INR-bepaling.“
Maar gaat het besluit over
vergoeding van de nieuwe
middelen niet gewoon om
geld?
“Nee, ik denk dat zo’n uitspraak
te eenzijdig is. Natuurlijk spelen
kosten absoluut mee. Stel dat je
iedereen van de klassieke middelen op de nieuwe bloedverdunners over zou zetten, dan zou dat
de maatschappij – zoals het er nu
naar uitziet – ruim vierhonderd
miljoen euro per jaar extra kosten.
Zoiets vind je uiteindelijk toch
terug in de verzekeringspremie die
iedereen betaalt. Maar behalve het
geld is er dus ook nog een aantal
vragen, waardoor nog niet bekend
is of en wanneer verzekeraars ze
standaard gaan vergoeden.”
Kunt u voorspellen
wanneer dat zal
gebeuren?
“We moeten dat rustig afwachten. Het is nu aan de minister om
daar een uitspraak over te doen.
Mogelijk worden de nieuwe middelen in de loop van 2013 vergoed.
Eigenlijk moet je het zo zien: stap
één is gezet, maar nu moeten we
onderzoeken voor wie de nieuwe
middelen geschikt zijn. Misschien
kan op termijn de helft van de huidige trombosedienstpatiënten over
op de middelen, misschien ook
meer. Maar hoe het ook zal uitpakken: het lijkt erop dat we er een
nieuwe klasse van bloedverdunners bij hebben. Dat vergroot ons
arsenaal aan behandelmethoden
en dat is voor iedereen – patiënt en
arts – verheugend.”
Nieuwsbrief Trombosestichting Nederland | Editie november 2012
11
aanvraagformulier
Antistollingspas
Antistollingspas
De Trombosestichting is een landelijke campagne
gestart rond de Antistollingspas. Vanaf eind augustus
kunnen nu ook bloedverdunnergebruikers die niet onder
behandeling staan van een trombosedienst een gratis
Antistollingspas bij ons aanvragen.
Voorletter(s)
■ Dhr ■ Mevr
Tussenvoegsel(s)
Met steun van onze donateurs en door een
subsidie van de Landelijke Vereniging van
Crematoria kon de Trombosestichting deze
zomer aan alle huisartsvestigingen en apotheken in Nederland een informatieset rond de
Antistollingspas versturen. De informatieset
bestond uit een poster en honderd aanvraagformulieren voor de Antistollingspas.
Achternaam
Nieuw op dit aanvraagformulier is dat u ook
bloedverdunners als acetylsalicylzuur, clopidogrel of carbasalaatcalcium kunt opgeven.
Voor deze bloedverdunners is controle van de
trombosedienst niet
noodzakelijk. Het is
echter wel van belang
dat ook gebruikers van
dit type bloedverdunners hun behandelaars
op de hoogte kunnen
brengen van hun behandeling. Daarom verstrekt de Trombosestichting vanaf deze zomer
ook een gratis Antistollingspas aan deze
groep patiënten.
E-mailadres*
De Antistollingspas heeft als doel de veiligheid van het gebruik van bloedverdunners te
verhogen. Wij adviseren de Antistollingspas
altijd bij u te dragen en te laten zien aan dokters, tandartsen, pedicures, apothekers, maar
ook bij de drogist. Voor hen is het namelijk
erg belangrijk om te weten dat u bloedverdunners gebruikt (voor uw behandeling of bij het
verstrekken van medicijnen).
Gebruikt u bloedverdunners?
Stuur dan het formulier hiernaast volledig
ingevuld naar de Trombosestichting of
vraag de Antistollingspas aan via
www.trombosestichting.nl.
Onvolledig ingevulde formulieren nemen wij
niet in behandeling. S.v.p. in blokletters invullen
en geen pasfoto meesturen. Alleen gebruikers van
bloedverdunners ontvangen een Antistollingspas.
De levertijd is circa 6 weken.
12
Ja
stuur mij de Antistollingspas van
de Trombosestichting Nederland
Nieuwsbrief Trombosestichting Nederland | Editie november 2012
StraatHuisnummer
Postcode
Plaats
Geboortedatum
Telefoonnummer*
Wie kan in Nederland gebeld worden bij ongelukken?
Vul hier het telefoonnummer in.
—
Uw bloedverdunner(s)
■ acetylsalicylzuur
■ clopidogrel
■ fenprocoumon
■ acenocoumarol
■ carbasalaatcalcium
Ik gebruik een andere bloedverdunner, namelijk:
Uw behandelaar
Naam huisarts
Telefoon huisarts
—
Plaats trombosedienst
(alleen indien u wordt behandeld door een trombosedienst)
Wat is uw patiëntnummer bij de trombosedienst?*
Extra gegevens*
Ruimte voor aanvullende informatie. Deze tekst wordt ook op de
Antistollingspas afgedrukt. (Maximaal 40 tekens.)
Wilt u de nieuwsbrief van de Trombosestichting automatisch ontvangen?
■ Ja ■ Nee
Stuur dit ingevulde formulier in een envelop naar:
Trombosestichting Nederland, Antwoordnummer
10099, 2250 VB Voorschoten
Een postzegel mag, maar hoeft niet.
* niet verplicht
Download