Fysica

advertisement
Fysica
bacheloropleiding
2012
Inhoud
Welkom3
Waarom studeren aan de Universiteit Antwerpen?
4
De opleiding fysica
6
Fysica, iets voor jou?
8
Studieprogramma10
Opleidingsonderdelen bachelor eerste jaar
15
Opleidingsonderdelen bachelor tweede jaar
20
Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar
28
De masteropleiding
36
Diploma op zak, wat nu?
39
Nuttige info bij de start van je studietraject 41
Studiebegeleiding45
Studeren in het buitenland
47
Hoe bereik je gemakkelijk onze campussen?
48
Infomomenten50
Nuttige contactgegevens
51
| 1
2 |
Welkom
Je hebt de weg naar de Universiteit Antwerpen gevonden. Nu wil je meer informatie over onze universiteit en onze opleidingen. Dit boekje helpt je al een hele
stap vooruit in je keuzeproces.
De Universiteit Antwerpen is een middelgrote universiteit met 15 000 studenten.
Binnen de Associatie Hogescholen & Universiteit Antwerpen werken we nauw
samen met de Plantijn Hogeschool, de Karel de Grote-Hogeschool, de Artesis
Hogeschool Antwerpen en de Hogere Zeevaartschool.
Studeren aan de universiteit is het begin van een nieuwe periode in je leven.
Belangrijk is dat je je goed voelt op de universiteit van je keuze en dat je je binnen
enkele jaren goed voelt met je behaalde diploma. Daarom stelt de Universiteit
Antwerpen alles in het werk om je studietijd aangenaam te maken en de kwaliteit
van de opleiding op topniveau te houden. Onze opleidingen worden geregeld
bijgestuurd en aangepast aan de maatschappelijke evolutie.
‘Leren is leven’ is de slogan van onze universiteit. Niet zomaar een leuze, want
wij maken werk van een goed evenwicht tussen leren en leven. Met ‘kennen’
ben je niets zonder het ‘kunnen’. De link tussen leren en leven is hier voelbaar
aanwezig.
Als je naar een van onze informatiedagen komt, zal je merken dat het prettig
studeren is aan de Universiteit Antwerpen. Zowel onze medewerkers als onze
studenten zullen je er graag over vertellen en kijken alvast uit naar de kennismaking!
Prof. dr. Alain Verschoren
Rector Universiteit Antwerpen
| 3
Waarom studeren aan de Universiteit Antwerpen?
Studentgerichtheid
De Universiteit Antwerpen staat voor studentgerichtheid. Dit betekent bijvoorbeeld dat je zo veel mogelijk les volgt in kleine groepen, wat een vlotte interactie
mogelijk maakt. Dankzij de kleine afstand tussen studenten en docenten kan je
rechtstreeks bij je proffen terecht met eventuele vragen en problemen.
De vlotte communicatie tussen docenten, assistenten en studenten wordt mee
ondersteund door de digitale leeromgeving Blackboard. Dat biedt opnieuw
kansen voor een interactief onderwijssysteem.
Studenten worden uitgenodigd om actief deel te nemen aan het beleid: in
verschillende adviesorganen en raden zijn zij vertegenwoordigd. Tenslotte is de
Universiteit Antwerpen bekend voor haar goede studentenbegeleiding en -ondersteuning, waarbij wordt ingespeeld op de individuele noden van alle studenten.
Innoverende academische opleidingen
De Universiteit Antwerpen biedt innoverende academische opleidingen, die oog
hebben voor theorie én praktijk. De opleidingen zijn stevig verankerd in sterk
wetenschappelijk onderzoek, dat ook internationale faam geniet.
De ‘ivoren’ academische toren werd al lang geleden gesloopt. Academici
hechten veel belang aan een voortdurende uitwisseling met de steeds evoluerende samenleving. Bij je studie aan de Universiteit Antwerpen staat niet het
memoriseren van feitenkennis centraal, maar verwerf je relevante kennis en
vaardigheden die je nodig hebt om beroepsrelevante opdrachten en problemen
op te lossen. De bachelor-masterstructuur schept ruimte voor vernieuwing en
verbetering. Nieuwe opleidingen worden ingevoerd, keuzemogelijkheden binnen
bestaande opleidingen worden verruimd.
Infrastructuur
De Universiteit Antwerpen beschikt over de meest moderne infrastructuur: goed
uitgeruste les- en computerlokalen, laboratoria, bibliotheken en studielandschappen. In alle publieke ruimten zijn er hotspots waar je draadloos kan surfen.
De laatste jaren werd ook op grote schaal geïnvesteerd in nieuwe gebouwen om
het toenemend aantal studenten op te vangen en hen een aangename leeromgeving te bieden.
De studenten van de Universiteit Antwerpen zitten verspreid over vier campussen. De campussen Drie Eiken, Middelheim en Groenenborger liggen aan de
zuidelijke stadsrand, in een groene omgeving. Studeer je op Campus Drie Eiken
4 |
dan kan je volop genieten van de groene oase van Fort VI en de mooie vijvers
rondom de campus. De campussen Middelheim en Groenenborger grenzen aan
het openluchtmuseum Middelheim en aan het Nachtegalenpark. De Stadscampus, met zijn kern van prachtig gerenoveerde zestiende-eeuwse gebouwen,
ligt in hartje Antwerpen.
Vorming
De Universiteit Antwerpen wil niet alleen opleidingen, maar ook een brede
vorming aanbieden: jonge mensen laten opgroeien tot professionelen met een
kritische ingesteldheid, een tolerante en constructieve houding. De Universiteit
Antwerpen kiest resoluut voor pluralisme en verwelkomt diversiteit bij personeel
en studenten, en in haar studieprogramma’s.
Antwerpen
Je kiest natuurlijk ook voor de stad Antwerpen. Studeren is niet alleen met je neus
in de boeken zitten. Wie in Antwerpen komt studeren, kiest voor een studentenstad die meer is dan de universiteit en de hogescholen: het is een bruisende
metropool met een uniek cultuurhistorisch aanbod, een wereldhaven, een overvloed aan cafés en restaurants, clubs, gezellige pleintjes, cultuur, architectuur,
mode, sportinfrastructuur, ... Kort samengevat: een stad waarin Antwerpenaars,
bezoekers en studenten graag wegzinken.
| 5
De opleiding fysica
Wat is fysica?
Natuurkunde of fysica wordt gewoonlijk beschouwd als één van de meest fundamentele exacte natuurwetenschappen. Zij heeft als onderwerp de studie van de
opbouw en het gedrag van de materie en haar fundamentele wetten. De fysica
maakt sterk gebruik van de wiskunde als beschrijvings- en analysemethode. Zij
vormt ook de basis voor andere wetenschappen zoals chemie en biologie.
Zoals in andere wetenschappen kan men in de fysica het accent leggen op de
zuivere wetenschap, dit is het verruimen van de kennis als doel op zich, ofwel
op de toegepaste wetenschap, dit is kennis in functie van een bepaald doel.
Toch geldt voor deze universitaire studierichting dat de opleiding hoofdzakelijk
ge­oriënteerd is op de fundamenteel wetenschappelijke studie.
De studie van de fysica is trouwens geen opleiding tot een beroep zoals arts,
ingenieur, e.d.; ze verschaft veeleer een bepaalde denkwijze. Zij moet leiden tot
een bedrevenheid in herkennen, formuleren en oplossen van diverse problemen.
Waarom fysica studeren?
Je kiest voor fysica als je geïnteresseerd bent in de manier waarop de wereld
rondom ons functioneert en je de mysteries van de natuur wil doorgronden door
experimenteel en theoretisch onderzoek.
De wereld van het allerkleinste, bestudeerd in de deeltjesfysica, tot het allergrootste in de kosmos passioneert je. Je wilt inzicht verwerven in de bizarre
wereld van de kwantumfysica, met zijn talloze toepassingsgebieden, van supergeleiding, nanostructuren, nieuwe materialen, lasers, magnetische resonantie
en beeldvorming. Of misschien ben je geïnteresseerd in de unieke bijdragen die
fysica levert tot het begrijpen van ‘levende’ materie.
Je vertrouwd maken met al deze aspecten van de hedendaagse ontwikkelingen is
het doel van een opleiding in de fysica aan de Universiteit Antwerpen. Daarbij zal
je je technieken en denkmethoden eigen maken die ook buiten het strikte domein
van de fysica sterk naar waarde worden geschat.
De bachelor- en masteropleiding fysica aan onze universiteit steunt op sterk
wetenschappelijk onderzoek van hoog internationaal niveau. Zo kom je,
naarmate je studie vordert, op natuurlijke wijze in aanraking met het hedendaags
speerpuntonderzoek, en kan je misschien je droom realiseren om op jouw beurt,
te gaan bijdragen tot het verleggen van de grenzen van onze kennis.
6 |
Studieopbouw
De drie jaar durende bacheloropleiding volg je op de campus Groenenborger.
Je behaalt een diploma bachelor in de fysica.
Het bachelorprogramma fysica biedt een algemene wetenschappelijke vorming
en een grondige inleiding in de fysica en in de wiskundige basisdisciplines. Het
totaal aantal contacturen bedraagt ongeveer 600 per studiejaar. Zowel theorie
als oefeningen komen aan bod. Oefeningen en toepassingen worden in kleine
groepen doorgenomen om het inzicht in de stof te verhogen. Ook de opleiding tot
experimenteel fysicus vormt een belangrijk onderdeel van het programma. In de
practica word je gaandeweg getraind in het ontwerpen en uitvoeren van fysische
experimenten.
De opleiding bestaat uit een kerngedeelte dat de noodzakelijke grondige
basiskennis van fysica en wiskunde op een conceptuele manier meegeeft, en
een aantal essentiële vaardigheden bijbrengt om deze kennis in de praktijk om
te zetten. In het derde jaar worden vier modules aangeboden (‘vaste stoffysica’,
‘biofysica’, ‘astro- en deeltjesfysica’, ‘theoretische fysica’) waarvan je er minstens
één moet volgen. Op deze wijze kom je in aanraking met één of enkele van de
belangrijke domeinen van de fysica. Daarnaast kan je als student kiezen uit een
aantal vakken die als doel hebben de kijk op fysica en, meer algemeen, op wetenschap te verbreden. Een meerderheid hiervan komt uit verschillende disciplines
van de exacte wetenschappen. Verder zijn er ook enkele meer rekentechnische
vakken met een extra pakket fysica en wiskunde. De keuzevakken mag je ook
vervangen door vakken uit een andere discipline, bijvoorbeeld biochemie, informatica of wiskunde, die je volgt gedurende de drie jaar van de bacheloropleiding
samen met de studenten van deze discipline.
De masteropleiding volg je op de campussen Groenenborger en Drie Eiken.
Je behaalt het diploma master in de fysica. Hier zal men een keuze moeten
maken voor het specifieke gebied van de fysica waarin men zich wil specialiseren.
Het masterprogramma bestaat voor een beperkt gedeelte uit verplichte vakken,
aangevuld met een aantal keuzemodules die de student samenvoegt tot een
pakket. Je kiest een van de drie afstudeerrichtingen: onderwijs, management
of onderzoek. De eerste afstudeerrichting is de optimale voorbereiding voor
een beroep als leraar fysica, terwijl de tweede afstudeerrichting voorbereidt op
een carrière in de privésector. De laatste afstudeerrichting bereidt voor op een
wetenschappelijke loopbaan. Onafhankelijk van de gekozen afstudeerrichting
kies je ook voor één van de volgende oriëntaties: nanofysica, subatomaire fysica,
moleculaire biofysica en medische fysica, theoretische fysica. Een oriëntatie
bestaat uit een aantal verwante vakken die een deelgebied verder uitdiepen.
De derde cyclus, die aanvangt na het behalen van het master­diploma, biedt de
mogelijkheid tot verdere specialisatie als doctoraatstudent.
| 7
Fysica, iets voor jou?
Toelatingsvoorwaarden
Om toegelaten te worden tot een universitaire studierichting, moet je beschikken
over een diploma van het hoger secundair onderwijs. Een diploma van het hoger
onderwijs van één cyclus geeft eveneens toegang tot het universitair onderwijs.
Wie het academische bachelordiploma heeft behaald, wordt toegelaten tot de
overeenstemmende masteropleiding(en). Ingevolge het flexibiliseringsdecreet
kunnen ook studenten toegelaten worden die niet aan bovenstaande eisen
voldoen. Op basis van eerder verworven competenties (EVC) of eerder verworven
kwalificaties (EVK) kunnen zij tot de studie toegelaten worden.
Internationale studenten moeten beschikken over een diploma secundair
onderwijs dat ook in het thuisland toegang verleent tot een gelijkwaardige studierichting. Wie niet-Nederlandstalig secundair onderwijs volgde, moet slagen
in een door de Universiteit Antwerpen erkende taaltest Nederlands. Voor meer
informatie in verband met toelatingsvoorwaarden (diploma en taal) en aanvraagprocedure neem je contact op met de International Student Officer (Sonia Brunel,
[email protected]).
Voorkennis
Om in de studie fysica te slagen, moet je in de eerste plaats een sterke
interesse hebben voor wis- en natuurkunde en voor de andere exact-wetenschappelijke vakken die in de opleiding een belangrijke plaats innemen.
Omdat de opleiding fysica een redelijk abstracte en theoretische inslag heeft is
een eerste vereiste dat de fysicastudent beschikt over ruimtelijk inzicht en over
voldoende abstraheringsvermogen. Anderzijds is de fysica ook een experimentele
wetenschap en wordt praktisch inzicht verwacht. Een goed geheugen en logisch
denkvermogen zijn noodzakelijk, o.a. omwille van het opslaan van formules en
concepten (parate kennis). Zoals voor alle universitaire studies is doorzettingsvermogen, wilskracht en werklust een absolute vereiste.
Een behoorlijke wiskundige basiskennis is vereist. Leerlingen uit de wiskundig
sterke afdelingen, namelijk leerlingen die in de laatste twee jaren van het
secundair onderwijs ten minste vijf of zes uren wiskunde per week volgden,
hebben de beste vooropleiding genoten. Omdat de opleiding opteert voor een
verbreding naar andere wetenschappen zullen de leerlingen die minder uren
wiskunde volgden en de sterk praktisch gerichte leerlingen uit de industriële
wetenschappen eveneens hun gading vinden.
8 |
Gaten in je voorkennis? Je kan er iets aan doen!
Vrees je een tekort in je voorkennis voor wiskunde, dan kan je in de maand september speciale overbruggingslessen volgen. In het studieprogramma van het
eerste jaar zijn bovendien een aantal vakken opgenomen die de wiskunde van het
secundair onderwijs herhalen en verder aanvullen.
Gedurende twee weken voorafgaand aan het academiejaar (september) worden
overbruggingslessen wiskunde en studiemethodiek ingericht.
Het overbruggingsonderwijs steunt op drie pijlers: herhaling, remediëren en
kennismaking. In grote lijnen wordt de voorkennis herhaald die nodig is om de
gekozen studierichting goed voorbereid aan te vatten. Voor hen die vaststellen
dat de voorkennis niet op peil is, worden remediëringslessen voorzien.
Ten slotte biedt het overbruggingsonderwijs de gelegenheid om in een ontspannen sfeer kennis te maken met de nieuwe studieomgeving, lesgevers en
medestudenten.
De overbruggingslessen zijn gratis en niet verplicht. Het rooster is zo opgesteld
dat iedere student een eigen lessenpakket kan samenstellen.
Heb je keuzemoeilijkheden?
Misschien heb je nog geen antwoord op al je vragen of twijfel je nog tussen
bepaalde richtingen. Wordt het wiskunde, informatica of misschien toch fysica?
Welke studierichting is meer theoretisch en welke biedt meer toepassingen en is
meer praktisch gericht?
Op de open campusdagen in de maanden maart en april kom je er meer over te
weten. Je kan ook steeds een afspraak maken met één van de medewerkers van
het Studenten Informatie Punt (STIP).
Wil je je keuze eens bespreken met een professor uit de fysica, neem dan
contact op per e-mail met Prof. P. Scheunders ([email protected]), Prof.
J. Naudts ([email protected]) of Prof. W. Malfliet ([email protected]).
| 9
Studieprogramma
Studiepunten
De studieomvang van elke opleiding wordt uitgedrukt in studiepunten (sp.).
Studiepunten geven een goed beeld van de relatieve tijdsbesteding die verwacht wordt voor elk opleidingsonderdeel. Een voltijds academiejaar telt 60
studiepunten. Deze norm werd overgenomen van het Europees ECTS-project
(European Credit Transfer and Accumulation System).
Elk studiepunt komt overeen met een studietijd van 25 tot 30 uren. Hierin zijn het
bijwonen van de hoor- en werk­colleges, de voorbereidingstijd en het studeren
voor de examens vervat.
De totale studietijd voor een voltijds academiejaar varieert tussen 1 500 en 1 800
uren studie. Het aantal studiepunten van een opleidingsonderdeel zegt dus meer
over de hoeveelheid tijd je er uiteindelijk aan zal besteden dan het aantal uren
dat je les hebt.
Collegeroosters
Zoek je een voorbeeld van een collegerooster? Surf dan naar
www.ua.ac.be/collegeroosters. Daar vind je een overzicht van de huidige
collegeroosters.
10 |
De opleiding bestaat uit een kerngedeelte van 135 studiepunten en uit verschillende keuzevakken en enkele uitdiepingsmodules waaruit de student kiest voor
een totaal van 45 studiepunten. Het keuzegedeelte mag men gedeeltelijk vervangen door een minor, die bestaat uit vakken van een andere opleiding (minoren
biochemie, informatica, wiskunde).
Fysica Kern
Wiskundige methoden voor de fysica I
Wiskundige methoden voor de fysica II
Algemene fysica I: kinematica, dynamica, ...
Experimentele fysica I
Fysica van het dagelijks leven
Computerpracticum
Algemene fysica II: thermodynamica, golven, optica, ...
Inleiding analytische mechanica
Inleiding tot de scheikunde
Algemene fysica III: elektromagnetisme
Experimentele fysica II
Sterrenkunde en astrofysica I
Inleiding kwantummechanica
Inleiding groepentheorie
Kansrekening en statistiek
Inleiding relativiteitstheorie & elementaire deeltjes
Inleiding programmeren
Inleiding klassieke veldentheorie
Structuur van de vaste stof
Statistische fysica
Projectpracticum
Experimentele technieken I
Experimentele technieken II
Numerieke methoden
Levensbeschouwing
Principes van de bedrijfseconomie
Bachelorproef (theorie / experiment)
Totaal
sem
1
1
1
1+2
1
1
2
2
2
3
3+4
4
3
3
3
3
4
4
4
5
5+6
5
6
5
5+6
5
6
sp.
9
6
6
6
3
3
9
6
6
6
6
3
6
3
6
3
6
3
6
3
6
3
3
3
3
3
12
138
| 11
In het eerste jaar zijn de keuzemogelijkheden nog beperkt. Als aanvulling van het
verplicht gedeelte van 54 studiepunten kan je kiezen tussen de twee vakken.
Keuze in het eerste jaar
sem.
sp.
2
2
6
6
sem.
sp.
4
3
4
4
4
4
6
3
3
3
3
6
Ecologie
Metrische Ruimten & Differentiaalrekening
In het tweede jaar kies je voor 12 studienpunten uit de volgende lijst:
Keuze in het tweede jaar
Banach- en Hilbertruimten
Biofysica I
Medische fysica
Chemie en samenleving
Electronica
Analytische mechanica
12 |
In het derde jaar volg je minstens 1 van de volgende 4 modules:
Module Vaste Stoffysica
Inleiding vaste stoffysica
Materiaalfysica
sem.
5
6
Totaal
Module Biofysica
Celbiologie en genetica
Biofysica II
9
sem.
5
6
Totaal
Module Astro- en Deeltjesfysica
Subatomaire fysica
Astrofysica II
Totaal
sp.
6
3
9
sem.
5
6
Totaal
Module Theoretische Fysica
Klassieke veldentheorie
Kwantummechanica
sp.
6
3
sp.
6
3
9
sem.
5
6
sp.
6
3
9
| 13
Je bachelorprogramma moet 180 studiepunten bevatten. Indien je nog punten te
kort komt, kan je kiezen uit volgende vakken, uit het gehele programma bachelor
in de fysica, of uit het programma van andere wetenschappelijke opleidingen, dit
voor een totaal van maximaal 18 studiepunten.
Keuze in het derde jaar
Theoretische mechanica
Fundamenten van de kwantummechanica
Beperkte relativiteitstheorie
Programmeren voor fysici
Plasmatechnologie
sem.
sp.
5
5
6
6
6
6
3
6
6
3
* de keuzevakken mag je geheel of gedeeltelijk vervangen door vakken van een andere opleiding
Belangrijk om weten is dat de verschillende onderdelen van het programma sterk
samenhangen en dat elk vak voortbouwt op de kennis aangebracht door andere
vakken. Deze samenhang kan men terugvinden in een tabel, die de volgtijdelijkheidstabel genoemd wordt, en die je terugvindt op de website van het departement. De vakken wiskundige methoden voor de fysica I en II uit het eerste jaar
zijn essentieel voor meer dan de helft van alle vakken uit het tweede en derde jaar
van de opleiding. Daarom is het belangrijk om in het eerste jaar in ieder geval te
slagen voor deze vakken. Wat de keuzevakken aangaat, moet je eerst metrische
ruimten en differentiaalrekening volgen indien je nadien Banach- en Hilbertruimten, en ten slotte in het derde jaar fundamenten van de kwantummechanica,
wilt volgen. Op dezelfde wijze moet je eerst met succes biofysica I afgelegd
hebben voordat je toegelaten wordt tot biofysica II.
14 |
Opleidingsonderdelen bachelor eerste jaar
In deze brochure vind je de inhoud van de opleidingsonderdelen van
de bachelor fyscia.
Op www.ua.ac.be/wetenschappen -> onderwijs -> fysica ->
vakbeschrijvingen staat meer uitgebreide informatie over de beginen eindtermen, inhoud, werk- en evaluatievormen en het noodzakelijk en aanbevolen studiemateriaal.
Wiskundige methoden voor de fysica I
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
functies van één reële veranderlijke en eigenschappen (begrensdheid,
injectie/surjectie/bijectie, continuïteit, limieten);
afleidbaarheid in één reële veranderlijke (met een korte uitstap naar
meerdere veranderlijken) en toepassingen (middelwaardestellingen,
extremum-problemen, functie-onderzoek);
primitiveren (basisintegralen en onbepaalde integratie van de eerste/tweede/
derde soort);
bepaalde integralen (Riemann-integratie) en toepassingen (volumebepaling,
booglengte, manteloppervlakte);
Taylor-polynomen en -reeksen (met toepassingen);
differentiaalvergelijkingen (overzicht van technieken: scheiding der veranderlijken, homogene vergelijkingen, exacte vergelijkingen, integrerende factoren,
lineaire vergelijkingen van de n-de orde, reductie der orde, variatie der parameters, methode der onbepaalde coëfficiënten);
lineaire algebra (vectorruimten, voortbrengend deel, vrij deel, basis en
dimensie);
matrixrekening (structuur, bewerkingen en determinant/trace);
lineaire stelsels in meerdere veranderlijken;
scalair product en vectorproduct;
eigenwaarden/eigenvectoren en diagonalisatie.
Wiskundige methoden voor de fysica II
•
•
•
•
•
•
coördinatenstelsels, transformaties;
gevorderde vectorrekening, basis en reciproke basis, metriek, inwendig,
uitwendig en vectorieel product;
gevorderde matrixrekenen, operaties op vectoren;
speciale coördinatenstelsels: bol-, pool- en cilindercoördinaten;
differentiaaloperatoren: gradient, divergentie, rotor, laplaciaan;
orthogonale operaties, rotaties;
| 15
•
•
•
•
•
•
partiële differentiaalvergelijkingen: de klassieke veldproblemen;
methode van scheiden van veranderlijken;
de Fourierreeks;
de Fouriertransformatie;
meervoudige integraties, volume-element;
integraalstellingen.
Algemene fysica I: kinematica, dynamica, warmteleer, gastheorie
De verschillende hoofdstukken zijn:
• kinematica van het massapunt;
• dynamica van een massapunt;
• hydrostatica;
• hydrodynamics;
• warmteleer en warmtetransport;
• kinetische gastheorie.
Algemene fysica II: golven, optica, thermodynamica
•
•
•
•
geometrische optica;
trillingen en golven;
thermodynamica;
thermometrie.
Experimentele fysica I: inleiding en labo
In de inleiding worden numerieke technieken aangebracht en afspraken gemaakt
waarmee de student de eigen meetresultaten kan verwerken en rapporteren.
Hieronder vinden we o.a. verdelingen, lineaire regressie, propagatie en fittingsprocedures. Deze technieken worden tijdens het laboratoriumwerk en de rapportering uitgevoerd via Excel op de computer.
De experimenten beslaan onderwerpen uit de mechanica, thermodynamica,
golffenomenen (diffractie, interferentie), optica en geluid. De student krijgt een
algemene opdracht (bv. bestudeer een mechanisch gedempte harmonische
beweging) en moet dan zelf een opstelling ontwerpen of aanpassen aan zijn/haar
eigen concept van aanpak voor het gestelde probleem.
Fysica van het dagelijks Leven
In dit opleidingsonderdeel wordt een beeld geschetst van het belang van de
fysica voor ons dagelijks leven a.d.h.v. een reeks kenmerkende voorbeelden
gekozen uit een zo breed mogelijk gamma van domeinen van de klassieke en
moderne fysica. Er wordt gemikt op een tijdslot van één lesuur (uitzonderlijk 2
lesuren) per thema, wat een 25 – 30 tal thema’s impliceert (oefeningen worden in
16 |
eerste instantie niet voorzien). Elk thema moet kunnen worden aangebracht op
een conceptuele manier en voortbouwen op bestaande kennis bij leerlingen ASO/
TSO-richtingen wetenschappen. Mogelijke documentatie om als basismateriaal
te gebruiken zijn de ‘Science and the Citizen’ katerns van ‘Scientific American’ of
boeken als ‘The physics of everyday life’ (Louis A. Bloomfield, Univ. of Virginia,
J. Wiley & Sons). Er wordt van de docent ook verwacht om veelvuldig gebruik te
maken van live demo’s en AV (al dan niet digitaal) materiaal.
Enkele voorbeeldjes:
Klassiekers zoals
• kopieertoestel;
• polaroidbril;
• verschillende ‘lampen’: gloeilamp, TL-buis, halogeenlamp, LED, LASER;
maar ook meer ‘esoterische’ dingen als
• nanodeeltjes als kleurmakers in glas;
• fysica voor topsporters (aerodynamica, lichte maar sterke materialen, …);
• radioactiviteit in de geneeskunde.
Computerpracticum
Via een interactief programma van computerlabo’s worden de drie softwarepakketten Maple, Matlab en Latex geïntroduceerd. Aan elk softwarepakket worden
2-3 computerlessen besteed. In de laatste 2-3 lessen voert men een project uit,
waarbij een (toegepast) wiskundig probleem wordt geanalyseerd met behulp van
Maple en Matlab en een verslag, met Latex, wordt geschreven.
Inleiding tot de scheikunde
In een inleidend deel wordt de basiskennis chemie van het secundair onderwijs
opgefrist en aangevuld: elementen en atomen, verbindingen, chemische formules, nomenclatuur, molaire massa en concentratie en chemische reacties.
Vervolgens bespreken we in het deel algemene (of anorganische chemie) de
structuur van atomen en moleculen en het chemisch evenwicht.
In het deel organische chemie worden de chemische en fysische eigenschappen
van de belangrijkste groepen behandeld: alkanen, alcoholen, ethers, amines,
aldehyde en ketonen, carbonzuren en esters. Telkens worden belangrijke ver­
tegenwoordigers in elke groep besproken. Ook de synthetische polymeren krijgen
de nodige aandacht.
In het deel biochemie bespreken we vier belangrijke biomoleculen: de proteïnen,
de koolhydraten, de lipiden en de nucleïnezuren met hun relatie tot biologische
processen.
| 17
Tijdens het verloop van de cursus behandelen we vier spectroscopische
methodes die aansluiten bij de diverse onderdelen. We bekijken de fysische principes en hun praktische toepassing in de chemie:
• x-straalfluorescentie als voorbeeld van een atoomspectroscopie naar aanleiding van de studie van de structuur van atomen.
• Infrarood spectrometrie naar aanleiding van de vorm en vibraties van
moleculen
• Magnetische resonantie en massaspectrometrie als voorbeelden van
methodes om de structuur van organische moleculen te ontrafelen .
Inleiding analytische mechanica
In het onderdeel kinematica worden de fysische begrippen snelheid, versnelling,
massa, massamiddelpunt, traagheidstensor, enz. ingevoerd. Vervolgens wordt de
mechanica behandeld op een systematische en deductieve manier, vertrekkend
van algemene beschouwingen over waarnemen, werkelijkheid, symmetrie en
relativiteit. Uitgaande van het beginsel van minste actie worden de bewegingsvergelijkingen van Euler-Lagrange afgeleid, en van daaruit de behoudswetten.
Ook het formalisme van Hamilton komt aan bod. Verder worden de bewegingsvergelijkingen opgesteld voor stelsels met bindingen en toegepast op de bewegingen van het starre lichaam, het massapunt op een kromme en de slinger. Ook
het twee-deeltjesprobleem wordt uitgewerkt met toepassingen in de planetenbeweging en de botsingstheorie.
Keuzevakken in het eerste jaar
Metrische ruimten en differentiaalrekening
De cursus legt in het eerste hoofdstuk de basis voor de moderne analyse. Dit
omvat begrippen in metrische en genormeerde ruimten zoals convergentie van
rijen en reeksen, continuïteit, compactheid en volledigheid. In de volgende hoofd­
stukken wordt de elementaire analyse (differentiaalrekenen en integraalrekenen)
in eindigdimensionale Euclidische ruimten gezien.
Ecologie
De cursus tracht principes en concepten uit de ecologie aan te brengen, de
samenhang tussen milieu en leven weer te geven, de hiërarchische niveaus
in de ecologie te situeren en vooral diverse milieuproblemen te kaderen en te
verklaren. Verder wordt een inleiding gegeven tot demografische analyse en
simulatiemodellen van natuurlijke populaties. Ten slotte worden een aantal
aspecten van waterverontreining en pollutie besproken, samen met een ééndaagse excursie waarin ook enkele basisprincipes van determineren worden
aangebracht.
18 |
In een eerste deel komen volgende hoofdstukken aan bod:
•
•
•
•
•
•
•
•
•
algemene inleiding tot de ecologie (definities, bereik, disciplines, etc....);
fysisch milieu: energie en klimaat (met uitdieping naar verstoring van
energie­huishouding van de aarde en klimaatwijzigingen);
abiotisch milieu: licht, water, nutriënten (met uitdieping naar verontreiniging
van het milieu);
gemeenschappen: diversiteit, competitie, predatie;
gemeenschappen en landschapsecologie (met uitdieping naar fragmentatie,
oorzaken en gevolgen, o.a. voor populaties);
ecosystemen: productiviteit (met uitdieping naar landbouw);
biogeochemische kringlopen (incl. verstoring door de mens);
global change (oorzaken en vooral gevolgen);
maatschappij en energie (optioneel, energie, economie en ecologie).
In een tweede deel komen volgende onderdelen aan bod, die met diverse
oefeningen geïllustreerd worden:
•
•
•
•
•
•
•
•
populatie-ecologie: definities, concepten en begrippen;
demografie en populatiegroei;
levensgeschiedenissen;
inleiding tot populatiemodellering;
metapopulaties;
waterverontreiniging;
pollutie;
gebruik van biotische index.
| 19
Opleidingsonderdelen bachelor tweede jaar
Algemene fysica III: electromagnetisme
•
•
•
•
•
•
•
electrostatica;
electrische en magnetische velden;
stromen;
diëlektrica;
wisselstroomkringen;
coulombpotentialen;
Maxwell vergelijkingen.
Experimentele fysica II: labo
De eerste reeks experimenten bestaat uit onderwerpen uit het elektromagnetisme (brugschakeling, thermokoppel, diode, wisselstroomkringen, ...) en
belangrijke experimenten van de natuurkunde van de 20ste eeuw (lading van het
elektron, e/m verhouding, elektronendiffractie, radioactiviteit, interferentie, ...).
Ze worden uitgevoerd in sessies van 3 uur en gegroepeerd in 2 blokken waarbij de
student één onderwerp per blok kiest (bv. ‘het elektron’, ‘energieniveaus’, ‘golven
en straling’, etc.) en hierbinnen een reeks experimenten kiest. De uitvoering van
de experimenten laat een grote keuzemogelijkheid aan benaderingen voor de
student.
In het derde blok zal de student een eigen experiment gestuurd m.b.v. Labview
opzetten. Hiervoor is keuze uit een aantal toepassingen zoals harmonische
beweging, diode, stroomkring, ... . De nadruk ligt hier op de aansturing en uitlezing van het experiment, minder op de inhoud van het onderwerp.
In alle gevallen stellen de studenten een experimenteerplan op voor het begin
van de reeks.
Sterrenkunde en astrofysica I
•
•
•
observationele technieken: 7 lessen over waarnemingstechnieken, telescopen en instrumenten;
observationeel project (in samenwerking met Urania): na een inleiding tot
het gebruik van de telescoop ga je per paar verschillende malen waarnemen.
Je analyseert de data en bespreekt de resultaten;
sterstructuur en sterevolutie: 15 uur les over sterren, met oefeningen en
huiswerk.
20 |
Inleiding tot kwantummechanica
A. Inleiding
•
•
•
•
•
de geboorte van de kwantummechanica (stralingswet, foto-elektrisch
effect, …);
deeltje-golf dualiteit;
interpretatie van de golffunctie;
schrödingervergelijking;
positie en impuls.
B. Golfmechanica: een-dimensionale problemen
•
•
•
•
de stationaire Schrödingervergelijking;
potentiaalput: gebonden toestanden;
verstrooiing in 1 dimensie: tunneleffect;
resonanties.
C. Axioma’s van de kwantummechanica
•
•
Hilbertruimte;
operatoren en het meetproces in de kwantummechanica.
D. De harmonische oscillator
E. Het waterstofatoom
•
Voor meer informatie zie: http://www.cmt.uia.ac.be/
In het tweede deel wordt de spin van het elektron ingevoerd, en beschreven in
de bra(c)ketnotatie van Dirac, gevolgd door het Heisenbergbeeld. Dan wordt de
harmonische oscillator herbekeken als inleiding tot tweede kwantisatie. Nadien
worden impulsmomenten en hun samentelling behandeld. Ten slotte worden de
basiselementen van storingsrekening besproken, tijdsafhankelijk en stationair.
Kansrekening en statistiek
•
•
•
•
•
•
•
algemene inleiding : doel van de statistiek;
beschrijvende statistiek : grafische en numerische voorstellingen om
gegevens samen te vatten;
kanstheorie;
univariate kansvariabelen : discrete en continue kansvariabelen, kans­
verdelingen en kansdichtheden, kengetallen;
multivariate kansvariabelen : gezamenlijke kansverdeling, marginale en voorwaardelijke kansverdeling, covariantie, correlatie en variantie;
het schatten van populatieparameters : steekproefgemiddelde, steekproefproportie, steekproefvariantie;
intervalschatters : opstellen van betrouwbaarheidsintervallen;
| 21
•
•
het toetsen van hypothesen : na een algemene inleiding over toetsen worden
de belangrijkste toetsen voor ligging, spreiding en verdeling behandeld, voor
verschillende meetschalen en voor één, twee en meer dan twee populaties;
parameterschatten.
Inleiding relativiteitstheorie en elementaire-deeltjesfysica
Einstein heeft ons geleerd dat ruimte en tijd relatief zijn. Maar hoe zit dat
precies? In deze cursus maken we kennis met de keukengeheimen van ruimte-tijd
meetkunde en bestuderen we de - soms bizarre - gevolgen van Einsteins postulaten. Aan de hand van intrigerende paradoxen leren we op een nieuwe manier
nadenken over ruimte en tijd, massa en energie en oorzaak en gevolg.
In een tweede deel duiken we in de wereld van de elementaire deeltjes. We
bekijken hoe deeltjes versneld worden in reusachtige deeltjesversnellers zoals
de LHC (Large Hadron Collider) en opgespoord worden met hybride detectoren
zoals CMS (Compact Muon Solenoid). We maken kennis met de echt elementaire
deeltjes (quarks en leptonen) en de vier fundamentele krachten. Symmetrie zal
een fundamentele rol blijken te spelen in het standaardmodel van de elementaire-deeltjesfysica. Tenslotte leren we hoe deeltjes zoals het proton samengesteld zijn uit quarks.
Inleiding programmeren
De 8 hoorcolleges van twee uur elk bevatten, in vogelvlucht, een inleiding tot
de interne werking van een computer, de basis syntax en opbouw van een C++
programma en een eerste kennismaking met het schrijven van klassen en het
gebruiken van data structuren uit de Standard Template Library (STL). Je leert
ook tekst en bestanden te manipuleren vanuit hun programma’s. De nadruk ligt
op het toepassen van de aangeleerde vaardigheden bij het oplossen van eenvoudige fysica vraagstukken die op het einde van elke les worden meegegeven
en die verplicht zijn uit te werken in een periode van 1 tot 3 weken, naargelang de
moeilijkheidsgraad.
De practica gaan door in een van de computerklassen en worden begeleid door
de docent. Als programmeeromgeving wordt de gratis versie van Microsoft Visual
studio gebruikt. Hierin zit een elegante tekst editor een goede C++ compiler en
een debugger.Je krijgt dit programma, samen met alle voorbeeldprogramma’s
aangeboden op cd-rom.
Tijdens de praktische oefensessies kan je onder begeleiding van de docent aan de
tussentijdse opdrachten werken en vragen stellen, alsook behandelde voorbeeldprogramma’s uit de theorie cursus uitproberen en aanpassen.
De broncode wordt samen met een kort verslagje, waarin je de werking van het
programma documenteert en de resultaten bespreekt, ingeleverd via blackboard
22 |
en gequoteerd. Tijdens elke oefensessie zal een willekeurig student zijn opdracht
demonstreren en uitleggen aan zijn/haar medestudenten. De opdrachten dragen
bij tot de helft van het examencijfer. Tenslotte wordt een grotere eindopdracht als
examen meegegeven. De beoordeling hiervan gebeurt eveneens op basis van de
correctheid en gebruiksvriendelijkheid van de broncode en de bespreking van de
resultaten.
Inleiding klassieke veldentheorie
•
•
•
•
•
•
opstellen van de klassieke veldvergelijkingen: de potentiaal- , diffusie- en
golfvergelijking;
methode van het scheiden van veranderlijken;
eigenwaarden en eigenfuncties;
fourieranalyse;
Greense functiemethode;
elektromagnetisme : grondslagen, statische velden, EM golven, EM straling,
elektromagnetisme in media.
Inleiding groepentheorie
Permutatie groepen
•
•
•
•
•
•
permutaties;
rubik kubus;
Cayley-tabel;
conjugatie klassen;
alternerende groep;
15-puzzel.
Abstracte groepen
•
•
•
•
•
•
•
vlakke symmetrieen;
groep morfismen;
stelling van Cayley;
quotient groepen;
stelling van Lagrange;
abelse groepen;
isomorfie stelling.
Akties
•
•
•
•
stelling van Cauchy;
Orbittel-stelling;
ruimtelijke symmetrie groepen;
classificatie eindige rotatie groepen.
| 23
Structuur van de vaste stof
Dit vak beoogt de studenten een inleiding te geven tot het beschrijven en bepalen
van de structuur van kristallijne materialen. Achtereenvolgens worden in de
cursus behandeld: de beschrijving van kristallijne stoffen in reële en reciproke
ruimte, geometrische kristalkunde, symmetrie, puntgroepen en roostertypes,
ruimtegroepen, chemische kristalkunde (coördinatie, dichte bolstapeling,
verband straal-structuur,...) en fysische kristalkunde (belang van symmetrie voor
de eigenschappen van een materiaal), matrixkristallografie, groepen­theoretische
kristalkunde. Aansluitend wordt een inleiding tot diffractie (X-stralen, elektronen
en neutronen) gegeven.
Tijdens de oefeningensessies worden de concepten toegepast op materialen die
technologisch interessant zijn, terugkomen in andere cursussen, of behoren tot
de verwachte algemene basiskennis. Er wordt ook een praktische sessie aan de
X-stralendiffractometer en aan de transmissieelektronenmicroscoop voorzien.
Keuzevakken in het tweede jaar
Biofysica I
In deze cursus wordt een inleiding gegeven over de bouwstenen van het leven
(eiwitten, DNA, celstructuren). Vervolgens worden verschillende aspecten van
kinetiek in de biologie (van enzymkinetiek tot populatiekinetiek) mathematisch
beschreven, waarbij ook ingegaan wordt op fysische methoden gebruikt bij
enzymkinetiekbepaling. In een volgend hoofdstuk worden voorbeelden van
de toepassing van kansrekening in de biologie gegeven. Nadien bespreken we
thermo­dynamische aspecten in biologische problemen. In dit hoofdstuk behandelen we thermodynamische begrippen zoals de elektrochemische potentiaal die
sterk aan bod zullen komen in de beschrijving van de biofysica van het neuron
in het volgend hoofdstuk. Dit laatste geeft een ideale overgang naar het laatste
hoofdstuk over biomechanica, waar we zullen zien dat beweging zowel met
macroscopische aspecten als microscopische aspecten samenhangt en de link
gelegd zal worden naar eerdere hoofdstukken...
Medische fysica
Diverse fysiologische processen kunnen beschreven worden aan de hand van
wiskundige modellen. Externe prikkels (geluid, licht, ..) worden door de mens
omgezet in elektrische signalen die via de zenuwen naar het centraal zenuwstelsel gaan voor verdere verwerking en interpretatie. Als voorbeeld hiervan
wordt in de cursus uitgediept hoe het menselijk evenwicht in staat is om voor
een adequate blikstabilisatie te zorgen, waarbij de input bestaat uit hoofdbewegingen en de output compenserende oogbewegingen zijn.
24 |
Aan de hand van differentiaalvergelijkingen kan dit proces erg nauwkeurig
gemodelleerd worden. Naast de theorie worden tevens demonstraties gegeven
aan de studenten, die zelf kunnen ondergaan wat `klinisch’ evenwichtsonderzoek
inhoud. Verder wordt uitgelegd hoe het oor een omvormer is van mechanische
golven naar frequentie gemoduleerde signalen (het gehoor). Naast de biomechanica van bewegen komen ook medische beeldvormingstechnieken aan bod
zoals gebruikt in bv. de radiotherapie.
Chemie en samenleving
In deze cursus proberen we de studenten bewust te maken van de impact van
chemie, en dus van de chemicus, op de samenleving. Heel ons leven is, dag in dag
uit, verweven met chemie. Dit creëert een enorm boeiend pallet aan mogelijk­
heden voor de chemicus, maar verwacht tegelijk van hem of haar een zeker
gevoel van verantwoordelijkheid.
In een eerste deel wordt dieper ingegaan op de grote impact van chemie op ons
leven, waarbij toepassingen van chemie bekeken worden in o.a. de voeding,
de geneeskunde, cosmetica, textiel, kunststoffen, criminologisch onderzoek,
technologische ontwikkelingen, verliefdheid, enz. Hierbij zullen de studenten de
opdracht krijgen om ook zelf opzoekingen te doen, en een toepassing van chemie
uit te leggen aan hun medestudenten.
In een tweede deel bekijken we de chemische aspecten van milieuvervuiling.
Na een inleiding over het verband tussen meteorologie en de concentratie en
verspreiding van luchtpolluenten, worden enkele belangrijke en actuele luchtpolluenten besproken. Telkens worden de natuurlijke en antropogene bronnen, de
mechanismen en interacties, de effecten, de remedies en de trends besproken.
In het laatste gedeelte bekijken we de chemische aspecten van milieuvervuiling.
Enkele belangrijke en actuele luchtpolluenten worden besproken. Telkens
worden de natuurlijke en anthropogene bronnen, de mechanismen en interacties, de effecten, de remedies en de trends besproken, namelijk van: zwavel­
dioxide en verwante stoffen (‘zure regen’), stikstofoxiden, ozon en fotochemische
smog (‘LA smog’), en aerosolen (‘fijn stof’).
Elektronica
•
•
•
•
•
herneming basisprincipes elektriciteitsleer;
studie van netwerken met passieve componenten: Overgangstoestanden,
RL, RC en RLC keten;
werken met het begrip wisselstroom, gebruik van complexe notatie en complexe impedantie;
passieve frequentie filters: bode plot, faseverschuivingen;
het werkingsprincipe van de halfgeleider diode (bipolaire junctie);
| 25
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
het gedrag van de diode in schakelingen: belastingslijn, werkpunt, halve en
volledige gelijkrichting;
speciale diodes (Zener, Schottky, LED, ...);
het werkingsprincipe van de halfgeleider transistor, met in het bijzonder de
MOSFET;
de MOSFET karakteristiek: transconductantie en transresistantie, gelineariseerd model;
het gebruik van de MOSFET in schakelingen: versterkers en schakelaars,
actieve belasting;
frequentie analyse van versterker netwerken;
gebruik van MOSFET als basiscomponent bij digitale poorten;
de operationele versterker (Op-Amp) en haar equivalent circuit;
analyse van de inverterende en niet-inverterende Op-Amp versterker;
het gebruik van de Op-Amp in differentiele versterker en instrumentatie
versterker.
Het practicum is verplicht voor alle deelnemers aan de cursus en is een aanvulling op de theoretische cursus. Hij omvat een tweewekelijkse sessie van 3u,
waarin een of twee netwerken worden bestudeerd en opgemeten. De studenten
krijgen de voorgaande week een aantal korte vragen mee, die ze verplicht moeten
voorbereiden voor het practicum. De antwoorden op deze vragen worden nagekeken tijdens het practicum.
De opdrachten worden in wisselende teams van twee studenten uitgevoerd, met
een schriftelijk verslag per team. Bij onderlinge discussie of onenigheid bestaat de
mogelijkheid tot het schrijven van een individueel verslag. De verslagen worden
verbeterd en teruggegeven aan de studenten als feedback. De resultaten dragen
bij tot de helft van het behaalde examenresultaat.
Analytische mechanica
In het tweede jaar worden de resultaten die afgeleid werden uit het vak ‘theoretische fysica II’, toegepast op de studie van tal van concrete problemen zoals
stelsels met bindingen, het twee-deeltjesprobleem, trillingen enz.
Vervolgens worden de wetten veralgemeend in de beperkte relativiteits­theorie
van Einstein waarbij de beweging van een geladen deeltje in een elektro­
magnetisch veld in detail wordt behandeld. Tenslotte wordt een inleiding
gegeven tot de kwantummechanica en de niet-lineaire dynamica.
26 |
Banach- en Hilbertruimten
Deze cursus behandelt de basisbegrippen van Banachruimten, de elementaire
theorie van Hilbertruimten, projecties en orthogonaliteit, separabiliteit en
orthogonale basissen van Hilbertruimten, elementaire theorie van de Lebesgue
integraal (in het bijzonder met het oog op L2), Fourierreeksen in L2, puntsgewijze
en uniforme convergentie van Fourierreeksen, algemeenheden over operatoren,
Hermitische operatoren, compacte operatoren en een spectraalstelling voor
compacte Hermitische operatoren.
| 27
Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar
Projectpracticum
Dit practicum (een mengvorm van seminarie en experimenteren) beoogt een
verbinding te leggen tussen de experimentele methoden, laboratorium vaardigheden en het experimentele wetenschappelijk onderzoek.
Een 12-tal projecten worden aangeboden waaruit de student er 5 afwerkt gedurende het academiejaar.
Enkele voorbeelden:
• scanning elektronenmicroscopie;
• chaos in een elektronische schakeling;
• holografie en interferometrische technieken;
• biofysische karakterisatie van globine-eiwitten;
• microgolven;
• radioactiviteit;
• digitale elektronica I en II;
• lage temperaturen;
• fotonica.
Bovendien zullen een aantal experimenten aangeboden worden waarvan de
keuze van de technieken (spectrofotometrie, fluorescentie spectroscopie,
elektronen­paramagnetische resonantie, klassieke en tijdsgeresolveerde
Ramanspectroscopie, flash fotolyse, elektronenmicroscopie...) en de inhoud van
de opdracht worden ingekaderd in het lopende wetenschappelijk onderzoek. In
het begin van het academiejaar zal dit uitvoerig toegelicht worden.
Experimentele technieken I: signaalverwerking, vacuüm,
lage temperaturen
Na basismotivatie en doelstellingen van experimenteel onderzoek in de fysica,
worden eerst een aantal algemene aspecten ervan behandeld zoals de opbouw
van een experiment, bronnen van fouten, behandeling van signalen en verbetering van signaal-ruis-verhouding, verzamelen, overdracht en opslag van
gegevens en hun verwerking. Daarna worden een aantal technieken besproken
die zeer frequent worden toegepast, waaronder vacuüm, lage temperaturen,
en elementen van optica en spectroscopie. De werkingsprincipes worden uit­
gewerkt. Waarom zijn deze experimentele technieken verder nuttig en nodig?
Welke toestellen kunnen hiertoe gebruikt worden en welk zijn de specificaties
waaraan deze voor een gegeven toepassing moeten voldoen?
28 |
Experimentele technieken II: optica en laserspectroscopie
Optische technieken en lasers zijn niet meer weg te denken uit het wetenschappelijk onderzoek en de huidige technologie. De werkingsprincipes, technische
aspecten en mogelijkheden van de meest gebruikte technieken voor de generatie,
manipulatie, selectie (polarisatie, golflengte), en detectie van licht worden eerst
uitgelegd. Vervolgens wordt in meer detail ingegaan op de werking van lasers:
Hoe wordt de golflengte bepaald, hoe worden korte of heel energetische pulsen
gegenereerd, kortom, welke lasers zijn geschikt voor welke doeleinden? De meest
frequent gebruikte optische spectroscopische methoden worden, opnieuw vanuit
een technische/praktische invalshoek, besproken.
Statistische fysica
De cursus begint met een inleiding, waarin Boltzmann statistiek wordt ingevoerd
voor klassieke systemen van onderscheidbare deeltjes. Daarna laten we het
onderscheidbaar karakter van de deeltjes weg, en bespreken we de ensemble
methode van Gibbs. Dit brengt ons naar het derde deelthema, namelijk de studie
van het monoatomair en diatomair gas. Eens dit voltooid, moet de kwantum­
mechanische natuur van de deeltjes nog in rekening gebracht worden. Dit doen
we in het deel over kwantumstatistiek, en het daaropvolgende thema: Bose­
gassen en Fermigassen. Ten slotte vindt er een lezing door een uitgenodigd
gastpreker plaats, indien mogelijk.
Numerieke methoden
De volgende onderwerpen worden behandeld:
• fouten bij numeriek rekenen en floating-pointgetallen;
• oplossen van niet-lineaire vergelijkingen;
• stelsels van lineaire vergelijkingen;
• interpolatie en splines;
• kleinste kwadraten problemen;
• numerieke integratie en differentiatie;
• gewone differentiaalvergelijkingen;
• partiële differentiaalvergelijkingen;
• eigenwaarden en eigenvectoren;
• de tijdsonafhankelijke Schrödingervergelijking.
Tijdens de computerpractica wordt gebruik gemaakt van Matlab.
| 29
Levensbeschouwing
De cursus is opgesplitst in drie onderdelen. Alle studenten volgen verplicht een
inleidende A-module en kiezen vervolgens één module uit de B- en C-reeks.
Alle modules bedragen 10 uur.
A-modules:
A 1: actief pluralisme, what’s in a name;
A 2: wetenschap, levensbeschouwing en zingeving;
A 3: dimensies van levensbeschouwingen;
A 4: kroniek van de westerse levensbeschouwingen.
B-modules:
B1: het Christendom van op afstand bekeken;
B2: De monotheïstische religies;
B3: Westerse en Oosterse levensbeschouwingen;
B4: vrijzinnig humanisme.
C-modules:
C1: levensbeschouwelijke visies op staat, recht en civil society;
C2: levensbeschouwing en natuurwetenschap;
C3: antropologische bouwstenen van levensbeschouwing;
C4: levensbeschouwing en het individu;
C5: de levensbeschouwelijke basis van de Westerse samenleving.
Principes van de bedrijfseconomie
Eerst worden de principes van de algemene en industriële boekhouding
behandeld, gevolgd door de analyse de financiële structuur en financiering
van een onderneming. Vervolgens wordt ingegaan op studie van de kostprijs­
systemen , de budgettereing en kasplanning. De cursus geeft verder inzicht in de
financiële en economische technieken van de investeringen. Daarbij aansluitend
worden de basistechnieken besproken die aangewend worden bij de opvolging en
planning van activiteiten in de uitvoering van een project.
Bachelor proef (theorie/experiment)
Je kiest twee opdrachten, één die voor 8 studiepunten telt, een andere die voor
4 studiepunten telt. Eén van beide is theoretisch, het andere experimenteel. De
opdrachten worden uitgevoerd onder begeleiding in één van de onderzoeksgroepen.
30 |
Kies minstens één van volgende vier modules
Module Vaste Stoffysica
Inleiding tot de vaste stoffysica
•
•
•
•
•
•
•
•
•
kristalstructuur: herhaling basisbegrippen kristallografie;
brillouinzones;
kristalbinding;
inleiding elasticiteitstheorie;
roostertrillingen, fononen;
vrij elektronengas;
energiebanden: Bloch theorema, bandgap, ...;
isolatoren, metalen, halfgeleiders;
supergeleiding.
Materiaalfysica
Bedoeling is de inhoud van de cursus te bespreken SAMEN met de studenten;
afhankelijk van hun interesses. Dit kan door het beperkt aantal studenten.
­Mogelijke onderwerpen zijn bijvoorbeeld: - legeringen en vormgeheugen legeringen - III-V halfgeleiders - nieuwe keramische materialen (inclusief supergeleiders en CMR materialen) - vloeibare kristallen - magnetische materialen
- dunne laag technologie - koolstof nanobuisjes - ... Voor het praktisch gedeelte
zullen de studenten zelf een presentatie voorbereiden over een onderwerp naar
eigen keuze (theoretisch, experimenteel of toegepast).
Module Biofysica
Celbiologie en genetica
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
inleiding (met o.a. ‘biota versus abiota’ en ontstaan van het leven);
moleculen van het leven (eiwitten, suikers, nucleïnezuren, vetten);
universele structuren en functies in de cel (sequentie transcriptie-translatieeiwit modificatie als rode draad, prokaryote (+ overzicht) en eukaryote cellen);
specifieke functies en structuren bij eukaryoten (ademhaling, fotosynthese,
organellen, endomembranen, secretie, verwijzing naar de symbionttheorie);
mobiliteit in de cel en van de cel (cytoskelet en motor-eiwitten);
celcyclus (DNA duplicatie, mitose, meiose);
controle op de celcyclus;
ééncellige organismen (voorbeelden);
signalisatie naar en in de cel;
meercelligheid;
differentiatie;
dedifferentiatie;
weefselvorming in plant en dier (principes van organisatie, geen “histologie”!).
| 31
Biofysica II
De cursus behandelt een aantal ‘hot topics’ uit de moleculaire biofysica, zoals
eiwitopvouwing, biosensoren, bioinformatica, ... Daarbij wordt rond thema’s
gewerkt, waarbij, uitgaande van een centrale vraagstelling (bv. hoe vouwt een
eiwit zich op), teruggegaan wordt naar de theoretische en experimentele basis
nodig om dit probleem te doorgronden.
Module Astro- en Deeltjesfysica
Subatomaire Fysica
1. elementaire deeltjesfysica: fundamentele deeltjes en interacties, symmetrie
en behoudswetten, quarkstruktuur van hadronen, sterke wisselwerking,
zwakke wisselwerking, elektrozwakke unificatie;
2. kernfysica: eigenschappen van kernen, schillenmodel, alfaverval en fissie,
ge­ëxciteerde kernen, kernreacties, kernfissie en kernfusie, radioactiviteit en
leven.
Astrofysica II
De cursus bestaat uit twee delen: een deel les over galaxieën (15 uur), en een
eigen project over een astrofysiche onderwerp naar keuze.
• galaxieën: structuur en evolutie van sterstelsels: structuur van de Melkweg,
elliptische galaxieën, donkere materie, groepen van galaxieën, supermassive
zwarte gaten, gravitatie lenzen. Er is 15 uur les, met oefeningen tijdens de les,
en huiswerk;
• project: kies zelf een onderwerp (bijvoorbeeld planeetvorming, stervorming, astrobiologie, Big Bang, inflatie, cosmology, kosmische achtergrondstraling,...). Vind informatie over dit onderwerp en geef in een 10-15
pagina­lang werkje een overzicht van dit onderwerp, met een korte bespreking
van de huidige staat van onderzoek. Geef hier een voordracht over voor je
medestudenten.
Module Theoretische Fysica
Klassieke Veldentheorie
Het eerste deel gaat over de klassieke veldproblemen, zijnde het golfprobleem,
het diffusieprobleem en het potentiaalprobleem. De cursus behandelt de theorie
om deze problemen op te lossen en de uitwerking ervan. De volgende elementen
komen aan bod:
• de vergelijkingen van de klassieke veldentheorie : potentialen, diffusie-verschijnselen, golftheorie;
• de methode van het scheiden van veranderlijken;
32 |
•
•
het Sturm-Liouville eigenwaardeprobleem, de Fourieranalyse en het ont­
wikkelen in eigenfuncties;
de veldvergelijking met puntbronnen, de inhomogene vergelijkingen en de
Greense functiemethode.
Het tweede deel behandelt het klassieke electromagnetisme. Hierbij worden de
Maxwell-vergelijkingen aangepakt, en opgelost als specifiek voorbeeld van een
klassiek veldprobleem. De volgende elementen komen aan bod:
• grondslagen van electromagnetisme;
• statische velden;
• electromagnetische golven;
• electromagnetische straling;
• elektromagnetisme in media.
Kwantummechanica
In een eerste deel gaan we symmetrie als uitgangspunt voor de kwantum­
mechanica nemen, en bekijken hoe een klassieke theorie gekwantiseerd kan
worden. In dit deel komen Lie groepen aan bod, generatoren, representaties,
rotaties, commutatierelaties.
In het tweede deel onderzoeken we magnetisme en spin. De onderwerpen die
in dit deel aan bod komen zijn: de kwantummechanica van geladen deeltjes in
het elektromagnetisch veld; ijk-invariantie; spin; combinatie van spins of draai­
momenten, rotatie en spin.
Vul je programma aan tot een totaal van 180 studiepunten bereikt is.
Hiervoor dienen de keuzevakken. Je mag ook kiezen uit alle onderdelen van het programma. Tot 18 studiepunten mag je kiezen uit de
programma’s van andere opleidingen.
In het derde deel ten slotte wordt een inleiding gegeven over de padintegraal­
beschrijving van de kwantummechanica.
Keuzevakken in het derde jaar
Fundamenten van de kwantummechanica
i. Basisaxioma’s van de kwantummechanica, bewegingsvergelijkingen van
Schroedinger, van Heisenberg, eigenwaardeproblemen, verstrooiings­theorie.
ii. Discreet en continu spectrum, de stelling van Kato, kwantum-tunneling.
iii. Tweede kwantisatie, bosonen en fermionen, het formalisme van scheppingsen vernietigingsoperatoren.
| 33
Programmeren voor fysici
De cursus behandelt het werken met het Linux operating system en het schrijven
van shell scripts en Makefiles die nodig zijn voor het werken op computerclusters. De basiskennis van C++ wordt uitgebreid met polymorfisme, templates
en exception handling. Een aantal software ontwerp patronen zullen worden
bekeken. We bekijken in groter detail de functionaliteit van de Standard Template Library en leren om ook andere externe bibliotheken te installeren en te
gebruiken, zoals Boost, GNU scientific library etc. Uiteindelijk bekijken we het
probleem van run time type informatie en een elegante oplossing die door het
RooT pakket wordt verzorgd.
Tijdens de practica zullen we gezamenlijk werken aan het ontwerp en de
implementatie van een klassikaal programmeerproject. Hierbij zullen (groepjes)
studenten, na afspraak, de verantwoordelijkheid nemen over het implementeren
en testen van een evenredig deel van het project en hiervoor in groep beoordeeld
worden.
Plasmatechnologie
Plasma is de vierde aggregatietoestand van materie, naast gas, vloeistof en vaste
stof. Een plasma is een (geheel of gedeeltelijk) geïoniseerd gas. Het bestaat dus
naast neutrale atomen of moleculen, ook uit ionen en elektronen, alsook uit
geëxciteerde deeltjes, fotonen, en radicalen. Meer dan 99% van het zichtbare
heelal is in plasmatoestand (bv. de zon, sterren, nebulae, zonnecorona,…). Naast
deze natuurlijke plasma’s worden plasma’s ook opgewekt door de mens, nl.
voor fusie-onderzoek, en ook voor vele industriële toepassingen.In dit keuzevak
wordt de student allereerst vertrouwd gemaakt met plasma in al zijn facetten en
bestaansvormen (natuurlijke astro-plasma’s, fusie-plasma’s, gasontladingen).
Ook de vele toepassingen van plasma’s (o.a., materiaaltechnologie, micro-elektronica, lampen, lasers, plasma-TV’s, analytische chemie, milieu- en biotechnologische toepassingen,…) worden toegelicht.
Vervolgens wordt dieper ingegaan op de speciale fysica en chemie van plasma’s
(met speciale aandacht voor gasontladingen), o.a. hoe wordt het plasma
opgewekt in de verschillende vormen van gasontladingen, elektrische eigenschappen van plasma’s, soorten deeltjes in het plasma en hun botsingen,
transport van deeltjes in plasma, chemische reacties in het plasma,… Ook de
manier waarop deze fysica en chemie kan beschreven worden aan de hand van
computer­simulaties enerzijds en plasmadiagnostiek anderzijds, komt aan bod.
Tenslotte krijgen de studenten de opdracht om een paper te schrijven over een
toepassing van plasmatechnologie, gebaseerd op wetenschappelijke publicaties
(keuze onderwerp in overleg tussen student en docent).
34 |
Theoretische mechanica
De basis van de mechanica van een ‘afgesloten stelsel’ massapunten werd in het
eerste jaar gelegd, maar om realistische problemen te kunnen oplossen moeten
we de beperking tot afgesloten stelsels opheffen en en naast massapunten ook
materiele lichamen met eindige afmetingen kunnen beschrijven.
Verder zien we dat er naast het eerder bestudeerde “Lagrange formalisme” nog
andere manieren zijn om bewegingsvergelijkingen te formuleren, en we bestu­
deren i.h.b het formalisme van Hamilton dat nuttig is voor een latere studie van
de quantummechanica.
Tenslotte leggen we ook de basis voor de klassieke veldentheorie die later
­gebruikt zal worden bij de studie van de Relativiteitstheorie.
Beperkte relativiteitstheorie
Vertrekkend vanuit de experimentele vaststelling dat de snelheid van het licht
in vacuum een universele constante is, stellen we vast dat het klassieke onderscheid tussen ‘tijd’ en ‘plaats’ moet verworpen worden en dat fysische feno­
menen in principe moeten beschreven worden in een 4-dimensionale ‘tijd-positie’
ruimte waarvan de meetkundige structuur gebaseerd is op de zgn. ‘Minkowski
metriek’ in plaats van de klassieke Euclidische metriek.
Vervolgens onderzoeken we welke gevolgen dit heeft voor het beschrijven van
‘beweging’ (kinematica) en van de verandering van beweging onder invloed van
krachten (dynamica). Bij wijze van illustratie wordt dit alles dan toegepast op systemen van geladen deeltjes en het electromagnetisch veld.
| 35
De masteropleiding
De tweejarige masteropleiding stelt zich tot doel de student een meer diepgaande vorming aan te bieden in de methoden van de fysica. Zij sluit aan op
het bachelorprogramma waarin een brede basisopleiding wordt geboden in de
diverse diciplines van de fysica, met mogelijkheid tot verbreding naar wiskunde,
biochemie of informatica (zie hiervoor).
Binnen de masteropleiding zal men zich geleidelijk aan toespitsen op belangrijke deelgebieden. Deze specialisaties zijn nauw gerelateerd aan de specifieke
expertise opgebouwd aan het departement fysica van de Universiteit Antwerpen
inzake onderzoek. De Universiteit Antwerpen heeft een historisch gegroeide
sterke basis in vaste stoffysica, of meer algemeen fysica van de gecondenseerde
materie, zowel in het experimenteel als theoretisch onderzoek. Ook experimentele deeltjesfysica is een vast gegeven in het onderzoek van dit departement.
Tenslotte is er sinds enkele jaren een belangrijke ontwikkeling naar biofysica
en biomedische fysica. Binnen deze specialisaties wordt nauwe samenwerking
voorzien met andere departementen binnen de Universiteit Antwerpen, alsook
interuniversitaire samenwerking met de collega-universiteiten KULeuven,
UGent, UHasselt en VUB.
De grote krijtlijnen van het Masterprogramma zijn de volgende:
Elke student kiest één van volgende opties:
• optie onderwijs (30 sp vaste module);
• optie management (30 sp vaste module);
• optie onderzoek : deze bestaat uit een aantal modules waarvan één module
verplicht te kiezen: momenteel zijn dit: nanofysica - subatomaire fysica medische fysica en moleculaire biofysica - theoretische fysica.
De masteropleiding fysica wordt ingedeeld in vier virtuele semesters van
ieder 30 studiepunten. Deze semesters zijn virtueel in de zin dat ieder van deze
semesters in de praktijk gespreid wordt over meerdere semesters.
Sp.
Verplichte vakken
Thesis
Onderzoeksmodules
Keuzemodule
36 |
30
30
30
30
Verplichte vakken
Gevorderde kwantummechanica
Atoom- en molecuulstructuur
Symmetrie in de fysica
Wiskundige methoden in theoretische fysica
Statistische en wiskundige natuurkunde
Th.
30
30
30
30
30
Pr.
30
30
30
30
30
Sp.
6
6
6
6
6
Studenten die kiezen voor de optie onderwijs of de optie ondernemerschap
volgen de fysica-opleiding voor slechts 90 studiepunten. Om die reden wordt
voor hen de hoeveelheid verplichte vakken teruggeschroefd tot 18 studie­punten.
Elke student volgt minstens één module (18 sp) van de onderzoeksmodules,
maakt aansluitend bij deze module een masterproef (30 sp), en neemt deel aan
het onderdeel mobiliteit (12 sp). De studenten uit de optie onderwijs worden
vrijgesteld van de mobiliteitsverplichting.
De mobiliteit wordt bij voorkeur gepland in het begin van het tweede master­jaar
(semester III), en kan bestaan uit het volgen van vakken aan andere instellingen,
het doen van een stage of van wetenschappelijke experimenten in een bedrijf, of
een wetenschappelijke instelling, of een andere universiteit. Een stage duurt minstens 6 weken. Nadien wordt een eindverslag opgesteld, dat door de stageverantwoordelijke beoordeeld wordt.
De masterproef is een afstudeerwerk aan de grens van de huidige stand van
de wetenschap. Het omvat een begeleid maar zelfstandig uit te voeren onderzoeksproject, de verwerking van de resultaten en de rapportering in de vorm van
een eindwerk. De student krijgt hiervoor de gelegenheid zich voor een aantal
maanden te integreren in een onderzoeksgroep en te partici­peren in het daar
lopende onderzoek, inclusief seminaries, werkbesprekingen, studie­werk, en de
uitvoering van specifieke experimenten en/of berekeningen.
| 37
38 |
Diploma op zak, wat nu?
Onderwijs
Een aantal fysici kiest voor het beroep van leraar in het middelbaar onderwijs.
Ter voorbereiding volg je tijdens de masteropleiding de module onderwijs (30
studiepunten).
Onderzoek
Het wetenschappelijk onderzoek trekt een groot aantal afgestudeerden aan, die
na het behalen van een doctoraat bijvoorbeeld een docentenloopbaan aan de
universiteit of aan een industriële hogeschool kunnen starten of zeer gegeerd zijn
in het bedrijfsleven. Door de sterke wisselwerking met andere wetenschappen
(wiskunde, scheikunde, biologie, geologie, geneeskunde) zijn heel wat natuurkundigen werkzaam in disciplines als de wiskundige natuurkunde, de fysische
scheikunde, de materiaalkunde, de biofysica, de geofysica en de medische fysica.
Privésector
De financiële wereld doet meer en meer beroep op natuurkundigen ten einde de
steeds complexer wordende taken tot een goed einde te brengen.
Ook in andere sectoren van de industrie, in de informaticasector en in
informatica­diensten van bedrijven en van de overheid vinden fysici werk.
Ter voorbereiding kan je tijdens de masteropleiding de module management (30
studiepunten) volgen.
Het ontwikkelen van lasers en microprocessoren in ruimtevaart en elektronica;
holografie en beeldvorming; kwaliteitscontrole gesteund op optica en vastestoffysica, zijn enkele voorbeelden waarbij natuurkundigen grote inbreng hebben in
de beroepswereld.
Ook voor commerciële en beheersfuncties komen natuurkundigen in aanmerking
omwille van hun polyvalente opleiding.
Besluit
De fysicarichting biedt dus heel wat nieuwe, soms ook onverwachte afzetmogelijkheden. Bovendien is de studierichting fysica een richting die door weinig
studenten wordt gevolgd, zodat er jaarlijks slechts een klein aantal fysici op de
arbeidsmarkt komen. Niet te verwonderen dus dat er in deze richtingen bijna
geen werkloosheid bestaat. Het fysicadiploma is nog altijd één van de meest
toekomstzekere universitaire diploma’s.
| 39
Alumna Nancy Vermeulen leidde Belgische missie naar Marshabitat
Als kind al wist Nancy dat ze iets met ruimtevaart wilde doen. Ze koos daarom
voor de opleiding Fysica aan de Universiteit Antwerpen met als optie Astrofysica.
“Ik wilde mijn eindwerk over sterrenkunde maken. Dat was de reden waarom ik Fysica
koos. De Universiteit Antwerpen is een degelijke universiteit, ik heb er graag gestudeerd.”
“Ik was altijd hard aan het werk en had geen tijd voor feesten en fuiven. Ik volgde toen
al een opleiding zweefvliegen, want ik zou piloot worden. Ik heb voor DHL vluchten in
Europa, Afrika en het Midden-Oosten gedaan. Een speciale opdracht waren de vluchten
van Bahrein naar Bagdad, die DHL uitvoerde in opdracht van het Amerikaanse leger.
Vanuit de lucht zagen we verwoeste gebouwen en rookpluimen. Ik ben uiteindelijk
gestopt met vliegen.
Toen mijn pilotenopleiding afbetaald was, heb ik DHL verlaten om me te kunnen wijden
aan andere uitdagende projecten. Momenteel werk ik deeltijds als wetenschapster bij
het KMI en deeltijds als vlieginstructrice bij BAFA. Verder zie ik een grote uitdaging in de
commerciële ruimtevaart.”
Afgestudeerd: Fysica, 1997
Foto: Vincent Jauniaux
40 |
Nuttige info bij de start van je studietraject
Hoe verlopen de lessen?
Voor de meeste opleidingsonderdelen worden hoorcolleges georganiseerd. Je
volgt in groep een uiteenzetting van de docent, al dan niet ondersteund door
audiovisueel materiaal. Voor bepaalde opleidingsonderdelen zijn er ook werkcolleges, waar de leerstof uit de hoorcolleges in kleinere groepen wordt uitgediept
en ingeoefend.
Als universiteitsstudent leer je zelfstandig, kritisch en probleemoplossend
denken. Je bepaalt zelf je studietempo en bereidt tussentijdse evaluatie­
momenten voor. Zo krijg je de nodige bagage en ontwikkel je de nodige creativiteit om een grote diversiteit aan problemen te behandelen. Dit is de reden
waarom het bedrijfsleven voor de invulling van hogere functies de voorkeur geeft
aan universitairen.
De digitale leeromgeving Blackboard speelt in deze context een grote rol.
Opdrachten worden via dit medium doorgegeven en interactief verwerkt, en je
kan docenten te allen tijde om feedback vragen.
Het contact met professoren en assistenten is even intens als met je leerkrachten
in het secundair onderwijs. Je wordt allerminst aan je lot overgelaten. Wanneer je
zelf het initiatief neemt om hulp te zoeken, zijn deze mensen bereid een antwoord of oplossing te formuleren voor je vragen of problemen.
Studieprogramma en creditbewijzen
Het academiejaar is opgedeeld in twee semesters. Aan het eind van elk semester
leg je examens af van de opleidingsonderdelen die op dat moment afgewerkt
zijn. De examens van het eerste en het tweede semester vormen samen de eerste
zittijd. Als je niet voor alle opleidingsonderdelen een creditbewijs hebt behaald
in de eerste zittijd, krijg je nog een kans tijdens de tweede zittijd op het einde van
augustus en in het begin van september.
Door de flexibilisering in het hoger onderwijs bestaan er geen studiejaren meer.
Wel worden modeltrajecten voorgesteld. Als je voor een modeltraject kiest, rond
je een bacheloropleiding (180 studiepunten) af in 3 jaar tijd: 60 studiepunten per
jaar.
Om te slagen voor het examen van een opleidingsonderdeel moet je ten minste
10 op 20 behalen. Als dat lukt krijg je een creditbewijs: een erkenning van het feit
dat je de studiepunten verbonden aan dat opleidingsonderdeel verworven hebt.
Je slaagt voor een opleiding als je creditbewijzen behaalt voor alle opleidingsonderdelen van de opleiding. Indien je niet alle creditbewijzen van je studieprogramma behaalt, kan je (soms) toch verder met je studie. Je komt dan in een
| 41
geïndividualiseerd traject terecht. Je traject moet dan goedgekeurd worden door
je faculteit. Bovendien werden voorwaarden vastgelegd die de volgorde waarin
je kan inschrijven voor opleidingsonderdelen bepalen. Dit noemt men volgtijdelijkheid.
Dankzij de nieuwe bachelor-masterstructuur en het flexibiliseringssysteem heb
je als student meer keuzemogelijkheden gekregen om je studieprogramma in
te vullen. In elke faculteit adviseren studietrajectbegeleiders je over de samenstelling van je programma en over de aangeboden keuzemogelijkheden.
Het is belangrijk voldoende vooruitgang te boeken in je studietraject en in een
redelijke tijd je diploma te behalen. Daarom heeft de Universiteit Antwerpen een
systeem van studievoortgangbewaking en -begeleiding opgezet: de faculteit zal
je studieprestaties volgen en kan je bindende voorwaarden opleggen wanneer je
niet de helft van de studiepunten van het goedgekeurde studieprogramma hebt
behaald.
Het volledige onderwijs- en examenreglement vind je terug op
www.ua.ac.be/OER.
Leerkrediet
Het leerkrediet werd in het leven geroepen om je te stimuleren om een doordachte studiekeuze te maken. Het is een maatstaf voor studiesucces en studievoortgang en kan gevolgen hebben voor jouw recht op verder studeren en jouw
sociale statuut als student. Daarom is het belangrijk om doordacht te kiezen, je in
te zetten voor je studie en ook administratief tijdig met alles in orde te zijn. Meer
informatie vind je ook op www.ua.ac.be/studiepunten.
Hoe werkt het leerkrediet?
Elke student krijgt 140 studiepunten bij zijn eerste inschrijving aan de universiteit. Voor elk opleidingsonderdeel waarvoor je inschrijft wordt je leerkrediet
verminderd met de overeenkomstige studiepunten. Enkel wanneer je slaagt voor
dat opleidingsonderdeel, komen die studiepunten er terug bij. Studiepunten
waarvoor je gedelibereerd wordt, dit wil zeggen geslaagd verklaard hoewel je er
geen creditbewijs voor behaalde, komen niet terug bij je leerkrediet. Dit kan in je
nadeel zijn wanneer je een bijkomende master wil behalen.
Voor wie?
Het leerkrediet is van toepassing op alle studenten die zich inschrijven met een
diplomacontract voor een bachelor- of masteropleiding en voor alle inschrijvingen met een creditcontract.
42 |
Verkeerde keuze gemaakt?
Indien je voor de eerste keer in het hoger onderwijs in Vlaanderen voor een
bacheloropleiding bent ingeschreven en je van opleiding wenst te veranderen,
voorzien de overheid en de universiteit maatregelen om het verlies van leerkrediet te beperken. Deze zijn afhankelijk van de data van uit- en inschrijving.
Informeer je tijdig.
Bonus van 60 studiepunten
De overgang van secundair naar hoger onderwijs loopt niet altijd even vlot.
Daarom heeft de overheid een maatregel ingebouwd om hieraan tegemoet
komen. Zo krijg je de eerste 60 studiepunten die je verwerft dubbel terug.
Opleiding afgewerkt?
Na het behalen van je bachelordiploma, behoud je je leerkrediet. Als je een masterdiploma behaalt, wordt het startkapitaal van 140 studiepunten van je saldo
afgetrokken. Als je studietraject perfect is verlopen, heb je nog 60 studiepunten
over.
Onvoldoende leerkrediet?
Als je geen of een negatief leerkrediet hebt, mag de universiteit je inschrijving
weigeren. Als je onvoldoende studiepunten hebt voor de opleiding of het programma waarvoor je wilt inschrijven, kan de universiteit je inschrijving beperken
tot het aantal studiepunten waarover je nog beschikt. Aan de Universiteit
Antwerpen wordt géén verhoogd inschrijvingsgeld gevraagd. Je hebt wel van de
betrokken faculteit de toelating tot inschrijven nodig en deze zal in de meeste
gevallen je studieprogramma beperken.
Het aantal studiepunten dat je opneemt via je inschrijving en het aantal studiepunten waarvoor je credits behaalt via de examens is dus belangrijk.
Ombudsdienst
Er is een ombudsdienst voor de bacheloropleiding, en één voor de masteropleiding. Deze functie wordt waargenomen door een assistent die je kan contacteren wanneer er zich een probleem voordoet. Hij/zij is aanwezig op alle
beleidsvergaderingen van de opleiding en ook op de deliberaties van de examens
en heeft als opdracht om de belangen van de student te verdedigen. De Faculteit
Wetenschappen organiseert ook 1 of 2 maal per jaar een gesprek met iedere klas
om te polsen naar de tevredenheid van de studenten. Hierbij zijn enkel de studenten aanwezig, de ombudspersoon, en de administrator van de faculteit, zodat
openhartig kan gepraat worden over al wat met de opleiding te maken heeft.
| 43
De centrale ombudspersoon is prof. Patrick Cras. Hij treedt op als bemiddelaar bij
geschillen tussen studenten en personeelsleden die het niveau van de faculteit
overschrijden. De contactgegevens van de centrale ombudspersoon kan je ook
terugvinden op Blackboard.
44 |
Studiebegeleiding
Overgang van het secundair onderwijs naar de universiteit
Aan de universiteit ben je meer dan ooit verantwoordelijk voor jezelf. De manier
waarop je studeert en het academiejaar indeelt moet je aanpassen aan je persoonlijk studeervermogen. Deze vaardigheid onder de knie krijgen is voor een
‘eerstejaarsstudent’ niet altijd eenvoudig. Je wordt immers tegelijkertijd geconfronteerd met een aanzienlijke hoeveelheid leerstof en met een examensysteem
waar je geen ervaring mee hebt. De medewerkers van het netwerk Studieloopbaanbegeleiding kunnen je helpen. Bij hen kan je het hele academiejaar terecht
voor studiebegeleiding.
Studentenbegeleiding
De Dienst voor Studieadvies en Studentenbegeleiding is er om je te helpen vanaf
het moment dat je je voor het eerst inschrijft tot op het moment waarop je je
diploma in handen krijgt. Zowel individuele begeleiding als groepstrainingen
behoren tot de mogelijkheden.
•
•
•
•
•
Onze medewerkers staan voor je klaar met informatie en advies over studeren in het hoger onderwijs. Ze beantwoorden je vragen over de opleidingen, het onderwijs- en examenreglement, het leerkrediet enzovoort. Met
specifieke vragen, bijvoorbeeld over je individuele studieprogramma of over
vrijstellingen, kan je terecht bij de studietrajectbegeleider van je faculteit.
Een studiekeuze maken is makkelijker gezegd dan gedaan. Samen met een
studentenbegeleider kan je aan de hand van gesprekken meer zicht krijgen
op je persoonlijkheid, capaciteiten en interesses en de opleidingen die daarbij
passen, al dan niet in het kader van heroriëntering. Oefeningen uit het
werkboek ‘Kijk op Kiezen: stappenplan voor studie- en beroepskeuze’ kunnen
je hierbij helpen.
Een studentenbegeleider kan je ook begeleiden in het aanscherpen van je
studievaardigheden (hoe verwerk je grote hoeveelheden leerstof, hoe maak
je een schema, hoe maak je goede notities, …) en het maken van realistische
studieplanningen om je uitstelgedrag tegen te gaan.
Ook wanneer je geconfronteerd wordt met persoonlijke problemen die je
studies belemmeren (faalangst, rouwverwerking, relatieproblemen, …) kan je
terecht bij een studentenbegeleider die samen met jou nagaat welke hulp je
het best kan gebruiken.
Als student met een functiebeperking kan je bijzondere faciliteiten aanvragen voor onderwijs en/of examens, indien je beschikt over een geldig
attest. Je kan je aanvraag indienen via www.ua.ac.be/functiebeperking. Het
is belangrijk dit tijdig te doen! Meer informatie vind je in de folder ‘Studeren
met een functiebeperking’.
| 45
•
•
•
•
Studenten die sport of kunst beoefenen op een hoog niveau kunnen
eveneens bijzondere faciliteiten aanvragen voor onderwijs en/of examens.
Aanvragen van topsporters worden beoordeeld door de Sportcommissie, die
van de kunstbeoefenaars door de Commissie Cultuur. Meer informatie vind je
op www.ua.ac.be/sportenkunst of in de folder ‘Studeren met een topsport- of
kunstbeoefening’.
Wie geen diploma secundair onderwijs bezit en minimum 25 jaar is, kan met
onze hulp toch een aanvraag tot inschrijving indienen.
We kunnen je ook helpen in je zoektocht naar jobs die passen bij je persoonlijkheid, capaciteiten en interesses, en geven zelfs nuttige sollicitatietips. Ook
als je wil verder studeren, kan je bij ons terecht voor informatie.
Wil je eerder verworven competenties (EVC) laten erkennen? Contacteer dan
de EVC-coördinator voor informatie, een adviesgesprek en het opstarten van
de procedure. Meer informatie vind je op www.ua.ac.be/evc.
Je kan op elke campus bij een studentenbegeleider terecht. Informatie
en afspraken verlopen steeds via het Studenten Informatie Punt (STIP):
T +32 3 265 48 72, [email protected]. Neem ook een kijkje op de website:
www.ua.ac.be/studentenbegeleiding.
Studietrajectbegeleiding
Voor specifieke vragen over je individuele studieprogramma, vrijstellingen en
andere kan je terecht bij de studietrajectbegeleider van je faculteit. Zijn of haar
contactgegevens vind je op www.ua.ac.be/contactpersonenslb.
Vakspecifieke begeleiding
Met vragen over of problemen met één van je cursussen kan je steeds terecht bij
de professor die deze cursus doceert of bij zijn of haar assistent. Gewoon even
langslopen of een e-mail schrijven: je zal merken dat je snel geholpen wordt.
Voor bepaalde opleidingsonderdelen worden extra groepssessies georganiseerd, om de besproken theorie uit hoorcolleges toe te lichten en in oefeningen
toe te passen. Bij deze sessies is vooral de wisselwerking tussen studenten en
begeleider belangrijk: je kan hulp vragen waar je vastloopt, je begeleider houdt
rekening met de gekende knelpunten van de cursus en je krijgt nuttige tips voor
de studie van de leerstof.
Taalbegeleiding: academisch Nederlands
Op het ‘Monitoraat op maat’ kan je terecht voor gratis ‘Taalondersteuning
Academisch Nederlands’. Tijdens individuele sessies helpen taaldocenten je met
je taalvragen. Voor specifieke taalbehoeften worden er contactmomenten in
kleine groep georganiseerd. Eigen werkstukken en studiemateriaal kunnen dan
besproken worden. Meer informatie vind je op www.ua.ac.be/monitoraatopmaat.
46 |
Studeren in het buitenland
De Universiteit Antwerpen neemt actief deel aan de Europese uitwisselingsprogramma’s zoals Erasmus. Elk jaar studeert een aanzienlijk grote groep studenten
één semester aan een buitenlandse universiteit.
In het kader van het Erasmus-programma heeft de Universiteit Antwerpen
samenwerkingsakkoorden gesloten met heel wat universiteiten in West- en Centraal Europa. Maar de Universiteit Antwerpen kijkt verder dan Europa.
Op bilaterale basis (buiten het kader van Erasmus) werden wereldwijd uitwisselingsprogramma’s uitgewerkt.
In het kader van internationale ontwikkelingssamenwerking kan je met een beurs
een aantal maanden in een ontwikkelingsland studeren. Je studieperiode aan
één van de buitenlandse partneruniversiteiten wordt erkend als onderdeel van je
studie aan de Universiteit Antwerpen.
Meer info: www.ua.ac.be/dis (Dienst Internationale Samenwerking)
Zowel de bachelor- als masteropleiding laten je toe om een deel van je opleiding
in het buitenland uit te voeren via uitwisselingsprogramma’s. Je wordt uiteraard
in je keuze begeleid waar het gaat over specifieke vakken, onderzoeksstages of
onderzoek voor de masterproef. Ook als je in België blijft maak je kennis met de
internationale dimensie van de wetenschap via buitenlandse gastdocenten en
wetenschappelijke literatuur. Je raakt vertrouwd met het Engels als taal van de
wetenschap, in het eerste jaar eerder bescheiden en passief, later ook actief.
| 47
Hoe bereik je gemakkelijk onze campussen?
Op www.ua.ac.be/route kan je de wegbeschrijving naar onze campussen
terugvinden.
ZWIJNDRECHT
ZWIJNDR
CHT
Met de fiets
Onze campussen zijn gemakkelijk te bereiken met de fiets. Meer en meer
studenten kiezen voor dit transportmiddel. Je kan je op deze manier immers snel
verplaatsen. Op elke campus staan verschillende fietsparkings ter
beschikking van de studenten.
Met de bus of de tram
Voor informatie over dienstregelingen en algemene inlichtingen kan je bellen
naar De Lijn Info: 070 220 200. Voor informatie over abonnementen kan je in
Antwerpen terecht op: +32 3 218 14 11.
De website van De Lijn beschikt over een routeplanner die voor jou je reis van
deur tot deur met bus, tram en/of trein uitstippelt: www.delijn.be.
Met de trein
Voor informatie over reiswegen, dienstregelingen en vertrek- en aankomsttijden
kan je terecht op www.b-rail.be.
Met de auto
Alle campussen beschikken over ruime parkings, behalve de Stadscampus. Wens
je toch in de buurt van de Stadscampus te parkeren, volg dan de blauwe parkeerroute ‘Meir Universiteit’. Parkeren in Antwerpen is echter niet gratis! Meer
informatie op www.parkereninantwerpen.be.
Waar situeert zich jouw campus?
De opleiding fysica wordt georganiseerd op de Campus Groenenborger, Groenenborgerlaan 171, 2020 Antwerpen en op Campus Drie
Eiken, Universiteitsplein 1, 2610 Wilrijk.
48 |
Burrcht
Bu
Merkksem
Mer
Eilandje
Park Spoor Noord
Dam
MAS
Campus Paardenmarkt
Stadscampus
Roosevelt
plaats
Linkeroeever
Stadscentrum
Borg
Bor
gerhout
Centraal
Station
ANTWERPEN
ANTWER
Zuid
Zurenbor
nborg
nbor
g
Berch
cheem
Kiel
Nachtegalen
chtegalen
park
Campus Middelheim
Middelheim
museum
Hobokken
Hobo
Campus Groenenborger
MOR
MO
RTSEL
Campus Don Bosco Hoboken
Wilrijk
Campus Drie Eiken
HO
EDEGEM
M
| 49
Infomomenten
Studie-informatiedagen
De studentenbegeleiders en medewerkers van de Universiteit Antwerpen nemen
jaarlijks deel aan de netoverschrijdende studie-informatiedagen (SID-in’s). Deze
worden per provincie georganiseerd op initiatief van het Ministerie van Onderwijs
van de Vlaamse Gemeenschap en de Centra voor Leerlingen­begeleiding.
Open lesdagen
Tijdens de krokusvakantie van het secundair onderwijs organiseert de
Universiteit Antwerpen open lesdagen. Tijdens de open lesdagen kan je twee
soorten lessen volgen: de meelooplessen en de proeflessen. In de meelooplessen
sluit je je aan bij de studenten van de bachelor eerste jaar, terwijl de proeflessen
speciaal ingericht worden voor leerlingen van het secundair onderwijs. Meer
informatie en inschrijven via www.ua.ac.be/openlesdagen.
Open campusdagen
Op 17 maart en 28 april 2012 organiseert de Universiteit Antwerpen open campusdagen voor leerlingen van het secundair onderwijs. Naast een algemene en
een opleidingsspecifieke infosessie kan je aan de infostanden cursussen inkijken
en een aantal brochures verkrijgen. Je krijgt de gelegenheid om vragen te stellen
en ook een persoonlijk gesprek is mogelijk. Vooraf inschrijven is niet nodig. Meer
informatie vind je op www.ua.ac.be/opencampusdagen.
Infomarkt
Twijfel je in september nog over je studiekeuze, of wil je graag bevestiging van je
keuze? Dan kan je terecht op de infomarkt op 5 september. Bachelor-, schakel-,
master- en master-na-masterprogramma’s komen aan bod, alsook flexibel
studeren en avondonderwijs. Aan de infostanden kan je cursussen inkijken,
brochures verkrijgen en bijkomende vragen stellen aan de medewerkers van de
opleidingen en de studentenbegeleiders. Vooraf inschrijven is niet nodig.
Meer informatie vind je op www.ua.ac.be/infodagen.
50 |
Nuttige contactgegevens
Faculteit Wetenschappen
Campus Groenenborger
Groenenborgerlaan 171, Gebouw T
2020 Antwerpen
T+ 32 3 265 33 07
[email protected]
Departement Fysica
Campus Groenenborger
Groenenborgerlaan 171, Gebouw U
2020 Antwerpen
T +32 3 265 33 14
T +32 3 265 34 39
Campus Drie Eiken
Universiteitsplein 1, Gebouw N
2610 Wilrijk (Antwerpen)
T +32 3 265 24 41
Studietrajectbegeleider
Pieter Caris
Lokaal G.T. 204
T +32 3 265 32 20
| 51
52 |
| 53
54 |
| 55
56 |
Download