Ptaak 4. - Wikiwijs Maken

advertisement
1
Ptaak 4.
student: Klazien Bijlsma
studentnummer: 307440
NHL e-mailadres: Bijl1208
@student.nhl.nl
opleiding(en): Leraar Gezondheidszorg & Welzijn
traject: Deeltijd.
code TE.ECL.Dt.PP.12 D.Ptaak 4..
toetseenheid
begeleider: Liesbeth Woudstra
examinator(en): Liesbeth Woudstra.
inleverdatum:
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
2
Inleiding.
Dit werkstuk is geschreven in het kader van professionaliseringstaak 4. Bij deze taak
doe ik ervaring op om zelfstandig een onderzoek uit te voeren.
Bij dit praktijkonderzoek kom ik in de gelegenheid om op systematische wijze en
objectieve wijze informatie te verzamelen en te verwerken in dit verslag.
In hoofdstuk 1 beschrijf ik wat de aanleiding is van mijn onderzoek binnen mijn
werkplekleren. Daarnaast worden de onderzoeksdoelen uitgelegd en verantwoord.
In hoofdstuk 2 wordt er een beschrijving gegeven over de doelgroep die ik
onderzoek, helpende zorg & welzijn en niveau 2.
Hoofdstuk 3 bevat de methoden die ik gebruik voor het onderzoek, ik beschrijf welke
ik gebruik en waarom. Tevens staat hier de enquête.
Hoofdstuk 4 bevindt zich de resultaten. Ook de respons van de enquête uit gewerkt
in cirkeldiagram.
Hoofdstuk 5,6,7 schrijf ik mijn conclusie en wat er in de toekomst anders kan als ik
een ander onderzoek ga uitvoeren. Welke stappen hadden anders gekund, en welke
zijn wel effectief geweest.
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
3
Inhoudsopgave
Inleiding. ..................................................................................................................... 2
Inhoudsopgave ........................................................................................................... 3
Hoofdstuk 1. ............................................................................................................... 4
1.1 Onderzoeksdoelen................................................................................................ 4
Hoofdvraag; ............................................................................................................. 4
Deelvraag 1; ............................................................................................................ 5
Deelvraag 2; ............................................................................................................ 5
Hoofdstuk 2 “type” leerling. ....................................................................................... 6
Hoofdstuk 3 Methoden.............................................................................................. 11
3.1 Enquête ........................................................................................................... 13
3.2 Uitwerkingen enquête. ..................................................................................... 13
Hoofdstuk 4 Resultaten ............................................................................................ 14
4.1 Respondentengroep ........................................................................................ 14
4.2 Interpretatie ..................................................................................................... 15
Hoofdstuk 5 Conclusie .............................................................................................. 17
5.3 Wat voor kwaliteiten heb je als docent nodig...... Error! Bookmark not defined.
5.4 Uitwerking hoofdvraag ..................................................................................... 11
Hoofdstuk 6 Conclusie en samenvatting .................................................................. 18
Hoofdstuk 7 discussie ............................................................................................... 23
Nawoord ................................................................................................................... 24
Bibliografie ................................................................................................................ 25
Bijlage ......................................................................... Error! Bookmark not defined.
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
4
Hoofdstuk 1.
Van september 2014 tot en met de voorjaarsvakantie april 2014 heb ik mijn
werkplekleren gedaan binnen de Friese Poort in Sneek, na de voorjaarsvakantie ben
ik hier aangenomen als docent. Waar ik persoonlijk en tevens mijn collega’s
tegenaan lopen is dat het lastig is om goed om te gaan met in het bijzonder niveau 2
leerlingen. In dit verslag zal ik zul je terug lezen welke stappen ik heb genomen om
een beter beeld te krijgen van deze leerlingen en wat de uiteindelijk handreiking
zullen/kunnen zijn.
Ik ervaar het werken met niveau 2 groepen als intensief.
Dit heeft met name te maken met de korte spanningsboog. Een praktijkvoorbeeld
hiervan uit mijn lessen is een volgende; Ik had in mijn les van anatomie een film over
het skelet verwerkt. De film liet zien hoe een skelet beweegt en wat daarvoor nodig
is. De film duurde zo’n 7 minuten, naar mijn mening niet erg lang. Toch waren ze
zomaar afgeleid en konden ze de vragen die over de film gingen niet beantwoorden.
Er ontstaat dan ook veel onrust tijdens de film en zo worden anderen studenten ook
afgeleid. Studenten hebben vaak concentratieproblemen en kunnen aandacht dus
moeilijk vasthouden.
Naast concentratieproblemen is het voor deze groep moeilijk om zich aan afspraken
te houden, de benodigde boeken mee te nemen, motivatie vaak niet groot om naar
school te gaan. Veel studenten overschatten zich zelf, veel verzuim,
privéproblematieken en uiteindelijk voortijdig school verlaten.
Dit is voor mij de aanleiding om een onderzoek te doen naar concentratie/ motivatie
of leerklimaat hoe om te gaan met niveau 2 leerlingen binnen het onderwijs. .
1.1 Onderzoeksdoelen.
Mijn onderzoeksdoelen zijn onder andere tot stand gekomen door verschillende
gesprekken in de teamkamer. Steeds vaker komen collega docenten in de
teamkamer, bijna letterlijk met de handen in hun haar over de gegeven lessen aan
niveau studenten.
De studenten zijn erg onrustig in de lessen, hebben een grote mond. Hierdoor stond
bij mij de aanleiding om hier onderzoek naar te doen. Wie zijn deze leerlingen?
waarom vertonen ze dit gedrag en wat kunnen wij als docenten hier aan doen..
Hoofdvraag;
Op welke manier kun je er als docent gezondheidszorg en welzijn voor zorgen dat de
doelgroep, leerlingen niveau 2, een hogere concentratieboog ontwikkelen?
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
5
Deelvraag 1;
1a.Wat wordt bedoeld met concentratieboog?
1b. Wat zijn de randvoorwaarden voor een prettig leerklimaat?
Deelvraag 2;
2a Hoe sluit ik aan op de leefwereld van deze student?
2b Wat voor kwaliteiten heb je hierbij als docent nodig.
Doelstelling;
Aan het einde van het onderzoek benoem ik minimaal 5 aanbevelingen die gebruikt
kunnen worden door docenten gezondheidszorg en welzijn die de concentratieboog
voor leerlingen niveau 2 zouden kunnen verhogen
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
6
Hoofdstuk 2 Begrippen.
Het onderzoek gaat over studenten op niveau 2, binnen de Friese Poort. Maar wie
zijn deze studenten en welke opleiding volgen ze binnen de Friese Poort.
In dit hoofdstuk staat de doelgroep centraal. Daarnaast worden de begrippen
concentratieboog & randvoorwaarden leerklimaat uitgewerkt.
2.1 Doelgroep
De doelgroep bestaat over het algemeen uit studenten die van het voortgezet
onderwijs komen. De studenten zijn tussen de leeftijd van 16 – 23 jaar. Ze volgen bij
ons op de Friese Poort de helpende zorg en welzijn opleiding. Met deze opleiding
kunnen ze gastouder worden of in de facilitaire dienstverlening werken bij ouder,
kinderen of gehandicaptenzorg. In de gesprekken die ik met de klassen heb gevoerd
bij ons op gezondheidszorg en welzijn, komt sterk naar voren dat de leerlingen of
gastouder willen worden of door willen studeren.
De gene die door willen studeren, werken vaak harder door en zijn daarom vaak
sneller klaar in plaats in de 2 jaar die ervoor staat. In een onderzoek van ecbo, komt
sterk naar voren dat deze studenten begrepen willen worden en gewaardeerd.
Niet alleen beoordeeld wordt op patroon gedrag maar dat een docent verder kijkt dan
dat. Ik bedoel hiermee dat deze studenten vaak gedrag vertonen wat veilig voor hun
is. (ecbo.nl)Tijdens een les van aan helpende eerste jaar, was een leerling die altijd
negatief de les in kwam. Ik ben daar niet op ingegaan maar beloonde juist vaak haar
kleine opmerkingen en probeerde haar te stimuleren om mee toe doen. Haar te
wijzen op wat ze allemaal al wist. Ik heb later nog eens gevraagd waarom ze altijd
met die zelfde houding in klas kwam, haar antwoord was dat docenten dat toch al
gewend waren en haar vaak daarom negeerde. Dit was makkelijk vol te houden voor
haar, ze verwachten het toch al… Dit opende mij ogen, doordat ze aangaf het gedrag
wel willen te doorbreken maar wij als docenten het min of meer ook in stand houden.
2.2 Concentratieboog
1a.Wat wordt bedoeld met concentratieboog?
Concentreren graag? Concentratie is een belangrijk competentie om succes te
behalen. (Winkler., 2005) Dit boek geeft in het kort uitleg wat concentreren is, en
waarom het belangrijk is het in het onderwijs. Waarom lukt het de ene keer wel om je
als student te concentreren en wat maakt het soms lastig.
Concentreren blijkt in de loop van de jaren steeds lastiger zijn geworden. (Winkler.,
2005) Onze zintuigen krijgen tegenwoordig veel meer informatie aangeboden dan
vroeger, mp3 speler, televisie telefoon enzovoort.
Dit zie ik ook zeker terug in mijn lessen.
Ze hebben constant de drang om op hun mobiel te kijken en volgen daardoor alles.
Vaak zijn de studenten moe in les, als ik vraag waardoor dat komt, krijg ik vaak als
antwoord dat ze nog tot laat op facebook of de whats app zitten.
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
7
We leven zoals we dat noemen ook in een zapcultuur, je kunt veel kanalen
ontvangen op televisie, daardoor is er altijd wel wat te zien op de tv waardoor ze
weinig tot niet aan hun huiswerk komen. (Brandhof., 2009)
De definitie van concentreren is: de discipline opbrengen om je aandacht te richten
op een gekozen onderwerp. Je laat je niet afleiden door andere zaken om je heen of
gedachten. Je goed kunnen concentreren gaat vaak vanzelf, een voorbeeld hiervan
is als je één van je favoriete filmen ziet. Dan weet je vaak niet wat er om je heem
gebeurt.
Het voorbeeld wat ik gebruik maakt ook mede duidelijk dat je motivatie nodig hebt om
je goed te kunnen concentreren. Daarnaast betekent niet gemotiveerd zijn dat je niet
goed kunt richten op één onderwerp. Je laat dan gemakkelijk andere gedachten toe,
bent snel afgeleid door gebeurtenissen of geluiden. Dit zie ik ook veel terug in mijn
lessen, er hoeft maar 1 student af te dwalen met zijn of haar gedachten en er volgen
meteen meer. Ondanks dat ze eerst hard aan het werk waren. Doordat studenten
snel afgeleid zijn en dus niet bezig zijn met de opdrachten die ze moeten maken, zie
je dit ook terug in hun leerprestaties, deze zullen dan minder worden.
Een excuus voor slechte concentratie is vaak ook wel te vinden, sommige studenten
geven aan dat ze slecht geslapen hebben of dat ze snel afgeleid zijn. Deze zijn dan
ook reëel. Maar er zijn ook redenen die minder reëel zijn, dat is bijvoorbeeld dat je
meer achter facebook zit dan dat je met je huiswerk bezig bent.
Concentratie heeft dus met verschillende facetten te maken, het kan van binnen uit
komen maar ook externe factoren werken eraan mee, zoals eerder in dit verhaal
aangegeven.
2.3 Randvoorwaarden van een prettig leerklimaat
1b. Wat zijn de randvoorwaarden voor een prettig leerklimaat?
In deelvraag 1B wil ik onderzoeken wat een goed leerklimaat is, hiervoor heb ik een
enquête verstuurd in mijn team aan de docenten die met leerlingen niveau 2 werken.
De enquête is terug te vinden in de bijlage.
Daarnaast heb ik gezocht naar literatuur over een positief leerklimaat in het onderwijs
wat is daarvoor nodig en hoe zou dat eruit kunnen zien. (Geerts & van Kralingen,
2012)
Maar allereerst wat verstaan we onder een positief leerklimaat; een positief
leerklimaat is een klimaat dat motiverend is en positieve energie genereert (
voortbrengen).
Dit geldt natuurlijk voor zowel ons als docenten en voor de leerlingen. Als wij als
docent positiviteit uitstralen en geven krijg je dit vaak ook terug. Bijvoorbeeld actief
deelnemen in de les, laat je zien als docent. Beweeg door het lokaal, betrek jezelf bij
de studenten. Een wisselwerking in dit verhaal is van belang, dat je hier van bewust
bent is goed. Tevens maakt dit het werken voor jezelf ook een stuk plezieriger.
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
8
http://positiefleerklimaat.blogspot.nl/p/wat-verstaan-wij-onder-een-positief.html
Naast het onderzoeken van literatuur heb ik ook verschillende gesprekken gevoerd
met de studenten van het onderzoek.
Ik heb hun gevraagd wat ze een prettige omgeving vinden om in te leren. Wat ik in
grote lijnen terug kreeg was dat ze het belangrijk vinden dat de docent goed
voorbereid is. Dat de les vlot start en dat de docent goed aangeeft waar de les over
gaat. Desnoods dit op het bord schrijft zodat ze dit terug lezen. Ook vinden ze de
klassen groot, waardoor ze snel afgeleid zijn. Ze geven zelf aan dat ze snel onrustig
zijn waardoor ze het moeilijk vinden om zich te concentreren.
Positief leerklimaat binnen de Friese Poort;
Leren is een sociaal proces. ( visie Friese Poort) Leren verloopt door het in zich
opnemen van de betekenissen die de sociale omgeving aanreikt. Kennis is namelijk
gedeelde kennis. (friese poort sneek)
In de samenleving draagt iedereen bij aan het tot stand komen en in stand houden
van gedeelde kennis. (friese poort sneek)
Voor met name voor leerlingen op niveau 2 is actief leren van groot belang. Friese
poort draagt dit ook breed uit binnen het gehele onderwijs. Maar men name is het bij
deze leerlingen van belang. Dit komt ook sterk terug in de enquête. Wat is actief
leren en wat heb je daar bij nodig?
Actief leren stelt namelijk andere eisen aan de leeromgeving. Namelijk: ruime
lokalen, voldoende leermiddelen. (friese poort sneek)
Er zullen veel verschillende ruimtes nodig zijn, zoals ruimtes voor samenwerkende
groepjes, ruimtes voor individueel werken, experimenteerruimtes, mediatheken,
computerruimtes, ruimtes voor grote groepen en docenten, presentatieruimtes,
simulatieruimtes. Dit is belangrijk omdat er zo goede basisvoorwaarden zijn voor het
geven van onderwijs. Deze middelen zorgen ervoor dat ruimte komt. Is voor werken
aan opdrachten en dergelijke. De leeromgeving zal niet alleen door de school
worden gevormd, maar deelnemers zullen ook op onderzoek uitgaan en andere
omgevingen als leeromgeving gebruiken. Zoals bij iemand thuis, of buiten studeren.
Of denk hierbij aan stageplek.
Rol docent
De rol van de docent is hier ook van groot belang, de docent zorgt er voor dat
deelnemers het zelfstandig leren geleidelijk oefenen en vertrouwd raken met alle
onderdelen van het leerproces en deze zelf leren sturen. Dit ondersteunt tevens het
positieve leerklimaat. Bij de begeleiding verschuift de rol van de docent. De docent
begeleidt de deelnemers eerst intensief. Dit neemt stapsgewijs meer af richting
zelfstandig leren. Maar het blijft van groot belang dat de docent altijd aanwezig is om
hulp te geven aan leerlingen die moeite hebben met een opdracht. Ook dit zie je
terug in de enquête. (Geerts & van Kralingen, 2012)
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
9
2.5 Uitwerking deelvraag 2.
2a Hoe sluit ik aan op de leefwereld van deze student?
Om deze deelvraag te kunnen beantwoorden heb ik mij verdiept in de leefwereld van
deze doelgroep. Met name in de leeftijdscategorie van 16 Tm 18 jaar.
In onze klassen van Helpende zorg en welzijn zitten met name deze leeftijdgroep.
Op de website eenzaam.nl (www.eenzaam.nl, 2010) is er onderzoek gedaan naar
de leefwereld van deze doelgroep. Hierin worden verschillende onderwerpen
besproken en beschreven. Met name hoe de jongeren beïnvloed worden door hun
omgeving in deze tijd en wat ze nodig hebben.
Ik heb hieruit geleerd dat jongeren van deze tijd veel meer invloeden krijgen dan 15
jaar terug. De opkomst van sociale media is behoorlijk toegenomen.
Er zijn veel meer prikkels en meer informatiestromingen voor de jongeren dan
voorheen. De televisie en internet brengt informatie over de hele wereld naar ons
toe. Voorheen kreeg je minder mee wat er gebeurde aan de andere kant van de
wereld.
Velen hebben ook fysiek meer ruimte gekregen: de meeste jongeren hebben thuis
een eigen kamer waar ze huiswerk kunnen maken, de computer gebruiken en hun
vrienden ontvangen. Naast het verruimen van hun leefwereld hebben leerlingen
hebben deze leeftijd ook een grotere rugzak. Ze hebben vaak al veel meegemaakt in
hun jonge leven, bijvoorbeeld een scheiding van de ouders wat vaak een heftige
gebeurtenis is. In 2001 waren er officieel 20.00 scheidingen. De jongeren waar we
het over hebben waren toen rond de leeftijd van 5 jaar. (nederlands jeugd instituut.)
Het meemaken van een scheiding en het opgroeien in een eenoudergezin verhoogt
het risico op het ontwikkelen van emotionele- en gedragsproblemen bij jongeren
aanzienlijk.
De huidige jeugd is de eerste generatie die massaal door middel van internet en
mobieltjes met de wereld kennis maakt, contacten legt en zich vermaakt. De
moderne middelen worden vooral gebruikt om informatie op te zoeken en met elkaar
te communiceren. De mobiele telefoon is misschien wel het belangrijkste middel voor
onderlinge communicatie tussen jongeren. Daarnaast heeft het een bredere functie
als gadget, fototoestel of geluidsdrager. Dit zie ik ook erg terug in mijn klassen. De
mobiel is een belangrijk onderdeel in het leven.
Als ik vraag de mobiel weg te leggen is dat vaak een strijd, ze hebben moeten om
het weg te leggen. Ze zijn constant geprikkeld om de mobiel er constant bij te
pakken, het is een soort drang.
Om hier een balans in te vinden, laat ik de leerlingen af en toe wel opdrachten doen
met de mobiel erbij.
In alle informatie die ik gelezen heb, zijn er ook zorgen uitgesproken. Overgewicht,
ongezonde leefstijl. Een andere onrustbarende trend is dat jongeren sinds de jaren
negentig meer zijn gaan drinken, waardoor schadelijke effecten op de gezondheid
kunnen optreden. Bij jongeren is alcohol drinken op jonge leeftijd heel gewoon en
bovendien drinken ze veel en vaak. Alcohol geeft een grote schade aan jongeren op
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
10
lichamelijk en geestelijk gebied, jongeren hebben vaak niet in de gaten wat voor
invloed dit heeft.
Gedrag speelt hier een grote rol in, dit zie ik ook terug in mijn lessen. Op de
maandag ook wel op andere dagen zijn er grote verhalen over de weekenden. Stoer
doen en meedoen is een voorkomende factor hier in.
Mijn ervaring en ervaringen van mijn collega’s zijn dat de verhalen van de leerlingen
van niveau 2 zijn vaak meer aanwezig dan de leerlingen van de niveau 4. Ook het
laten zien van beeldmateriaal wordt ook vaak gedaan in de klas. Elkaar laten zien
hoe gek ze gedaan hebben in het weekend. Dit zijn allemaal verschillende facetten in
het de leefwereld van de jongeren. Dan specifiek gericht op jongeren van niveau 2.
2b Wat voor kwaliteiten heb je hierbij als docent nodig.
Met kwaliteiten bedoel ik in dit geval hoe kun je het beste omgaan met leerlingen van
niveau 2. Binnen de Friese Poort Sneek, wordt er hard aan gewerkt. Wat hebben we
als docenten nodig aan kwaliteiten en wat kunnen we daarbij leren van elkaar. In de
vorige enquête is daar al het een en ander in terug te lezen. Deze had ik uitgezet
binnen ons team, dus op micro- niveau.
Vervolgens is er een vragenlijst gegaan naar de teams binnen zorg en welzijn.
Met daarin de volgende vragen:
1. Welke advies zou je geven aan collega’s die werken met leerlingen niveau 2?
2. Wat heb je nodig om zo goed mogelijk te kunnen werken met deze doelgroep?
Ik heb bewust gekozen om 2 vragen te stellen. Ten eerste om de drempel zo laag
mogelijk te houden van het invullen. Daarnaast was dit de informatie die ik concreet
nodig heb. Wat heeft een docent binnen de Friese poort nodig aan kwaliteiten?
Hier kwam een reeks aan kwaliteiten/ uitgangspunten bij naar voren;
Adviezen van docenten aan elkaar:
-
Wees duidelijk
Zorg voor goede randvoorwaarden
Zorg voor een duidelijke structuur
Maak verbinding, prettige band opbouwen
Durf over je gevoel te praten, deel je ervaringen en stel je kwetsbaar op als
docent
Geef toe dat jij als docenten ook fouten maakt
Studenten positief benaderen, ze kunnen best wel wat.
Regelmatig teamoverleg noodzakelijk, de lijnen kort houden
Aantal docenten per klas beperken
Duidelijke grenzen aangeven, wees consequent
Zorg bij bepaalde groepen voor assistentie in de klas, bijvoorbeeld bij taal en
rekenen
Geef leerlingen perspectief
Wees flexibel, een starre houding werkt vaak contraproductief
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
11
-
Sluit duidelijk aan op het niveau, het zijn doeners, mijdt voor zover mogelijk
lange monologen.
De opdrachten moeten duidelijk en helder zijn, en moeten qua tijdspanne te
overzien zijn.
Voldoende uren (begeleiding, SLB) toedelen aan niveau 2 groepen
Zorg voor humor, wees niet te serieus, beweeg mee.
Groepsgrootte max. 15 studenten
Studenten niveau 2 zijn gevoelig voor complimenten
Zorg voor een goede sfeer in de klas
Zorg voor een vastaanspreekpunt per klas, het werken aan vertrouwen en
veiligheid zijn basiswaarden voor deze groepen
Wat je geeft, krijg je terug
Koppel de SLB aan de BPV-begeleiding
Zorg dat 1 vak het hele jaar door dezelfde docent wordt gegeven, advies zorg
voor minimale wisselingen, vaste structuur is heel belangrijk.
Help ze te plannen, dat kunnen ze niet zelf. Je moet ze aan de hand nemen.
Contact en vertrouwensband met studenten is noodzakelijk
2.6 Uitwerking hoofdvraag
Op welke manier kun je er als docent gezondheidszorg en welzijn voor zorgen dat de
doelgroep, leerlingen niveau 2, een hogere concentratieboog ontwikkelen?
In de voorgaande deelvragen zijn er al een aantal onderwerpen aan bod gekomen.
Welke kwaliteiten heb je als docent nodig om deze leerlingen te begeleiden? Wat
hebben de leerlingen zelf nodig om de lessen goed te kunnen volgen? Wat zijn de
voorwaarden hiervoor? Al deze onderwerpen zijn uitgebreid beantwoordt en daarbij
zijn er conclusie gevormd en tips gegeven.
In de hoofdvraag wil ik duidelijk hebben hoe je het beste de concentratie kunt
vasthouden van deze doelgroep. We weten nu wat we nodig hebben voor een goede
basis van een les en van een docent ( wat wenselijk is)
NU wil ik een verdieping maken over de concentratie vanuit de leerling zelf.
Hoelang kan deze doelgroep zijn concentratie vasthouden en wat is daarvoor nodig?
Met wat er voor nodig is bedoel ik, welke middelen en hoe richt je een les in?
|Concentratie vermogen van de leerling/ puber
Voor dit onderdeel heb ik literatuur gelezen. Onder andere het boek praktijkgerichte
ontwikkelingspsychologie. (Petra de bil, 2007) (stamm, 2009)
Daarnaast heb ik gezocht op websites, waaronder de site kennislink.nl
Hierop heb ik veel informatie gevonden over de hersenen van een puber. De vraag
leeft heel erg of deze al vergroeid is of niet, of ze überhaupt wel in staat zijn de
dingen te doen die wij volwassenen van hun verwachten.
Puberende hersenen zijn niet goed in staat om zelfstandig te leren, en het onderwijs
doet er goed aan dit inzicht uit de hersenwetenschappen ter harte te nemen. Dat
bepleitten hersenonderzoekers Jelle Jolles en Eveline Crone gisteren voor de
onderzoekscommissie onderwijsvernieuwingen. Voor het ‘nieuwe leren’, waarbij de
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
12
nadruk ligt op het zélf opdoen van kennis, is het scholierenbrein dan ook simpelweg
niet geschikt. Er zijn juist inspirerende leerkrachten nodig. (kennislink .nl, 2013)
Wat mij ook erg opviel is dat leerlingen weinig slaap krijgen. Ze gaan laat op bed, of
zijn juist nog laat in de bezig met hun mobiel. Onderzoek wijst dus ook uit dat
slaapgebrek slecht is voor puberbrein.
Om chaos in je hersenen te voorkomen, wordt in de puberteit de bedrading
omgegooid. Dat vergoot de kans op foutjes, waardoor wetenschappers denken dat
pubers gevoelig zijn om mentale aandoeningen zoals schizofrenie te krijgen. Er is
dan ook onderzoek gaande naar allerlei factoren die de reorganisatie van je brein
kunnen beïnvloeden. Eén zo’n factor is een verstoord slaapritme. (kennislink, 2013)
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
13
Hoofdstuk 3 Methoden.
Voor het onderzoek heb ik als instrument gebruik gemaakt van een enquête. Ik heb
hiervoor gekozen omdat ik hiermee in een korte tijd grote groepen kan aanspreken.
Daarnaast wilde ik graag informatie verzamelen vanuit verschillende perspectieven.
De uitslag van een enquête is een zinvolle ondersteuning van andere gegevens.
Een enquête kan uit verschillende soorten vragen bestaan, ik heb gebruik gemaakt
van open vragen. De docenten waaraan ik de enquête voor leg zijn zeer ervaren en
zo wil ik ze meer ruimte geven in het beantwoorden van de vragen. (Lanen., 2012)
3.1 Enquête
De vragen zijn tot stand gekomen aan de hand van de gesprekken die we zijn
gevoerd in de teamkamer. De concentratie van de studenten was een veel
besproken onderwerp. Ook de randvoorwaarden in de lessen en van ons zelf als
docenten. Wat vraagt het van ons, hoe bereid je een les voor enzovoort.
Ik heb ervoor gekozen om eenmaal te bevragen, in het praktijkboek van (Lanen.,
2012) maak je een keuze tussen eenmaal of vaker. Ik was geïnteresseerd naar de
ervaring die men momenteel heeft. Vandaar de keuze om eenmaal te vragen. Ook is
er keuze bij bevragen, tussen nauwelijks gestructureerd, redelijk gestructureerd en
zeer gestructureerd. (Lanen., 2012)Ik heb nauwelijks gestructureerd, mijn vragen zijn
redelijk open en geven veel ruimte tot invulling. Ik wilde een open antwoord van mijn
collega’s gebaseerd op de vele ervaring die hun al bezitten.
3.2 Uitwerkingen enquête.
Mijn vragen zijn tot stand gekomen door de gesprekken die zijn gevoerd in de
teamkamer. De onderwerpen die in de deelvragen terug komen, zijn ook de
onderwerpen die veel in de teamkamer worden genoemd. Daarnaast was het voor
mij belangrijk dat de mensen die de vragen konden invullen, ruimte kregen om
antwoord te geven. Daar heb ik zoveel mogelijk rekening mee proberen te houden.
Mijn vragen zijn ook open vragen, dit zijn vragen waarbij iemand niet de keuze heeft
uit een aantal vooraf gedefinieerde antwoordmogelijkheden, maar zelf een antwoord
op een vraag formuleert. De antwoorden die gegeven worden, kunnen daardoor heel
divers zijn.
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
14
Hoofdstuk 4 Resultaten
In dit hoofdstuk werk ik de resultaten uit van de enquête. Dit doe ik aan de hand van
een grafiek.
Ik laat zien hoeveel enquêtes ik heb verstuurd en hoeveel ik heb terug gekregen.
Daarnaast schrijf een samenvatting van de antwoorden.
4.1 Respondentengroep
respons enquéte
verstuurd
ontvangen
Er zijn 25 enquêtes verstuurd, helaas maar 4 terug gekregen. Mijn insteek om een
grote groep in één keer te benaderen heeft niet uit gepakt zoals ik had gedacht.
Ik heb wel navraag gedaan aan mijn collega’s, en die gaven mij terug dat ze veel
enquêtes krijgen en hiervoor eigenlijk geen tijd hebben.
Wat zegt dit over de betrouwbaarheid van mijn onderzoek? Waar ik wel de aandacht
op wil leggen is dat de docenten die wel gereageerd hebben al meer dan 10 jaar met
deze doelgroep werkt en daarvan ook al enkele jaren als slb-er.
dat geeft mij vertrouwen in de antwoorden die ik terug heb gekregen.
Ik had op meer respons gehoopt en dat brengt toch met zich mee dat meer draagvlak
had kunnen hebben.
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
15
4.2 Interpretatie
In dit hoofdstuk omschrijf ik wat er beantwoord is en op welke manier ik dit
interpreteer.
1.Wat vind jij als docent een goede randvoorwaarde om les te geven aan niveau 2
leerlingen, binnen de opleiding helpende zorg en welzijn?
De gekregen antwoorden:
*Niet te grote groep, goed lokaal, goed werkend Multi media.
* Tijd voor aandacht.
* Een klassensamenstelling van ongeveer 12 a 15 leerlingen (maximaal). Goede
praktijklokalen (die ook flexibel in te roosteren zijn).
2.Wat zou de Friese poort moeten faciliteren om deskundig les te geven aan niveau
leerlingen. ( zorg en welzijn) ?
De gekregen antwoorden;
*Orthopedagoog
* Teamcoaching / intervisie. Het gezeur in de pauze in de teamkamer optillen naar
een professioneel niveau.
* Meer uren beschikbaar stellen voor niveau 2 opleidingen. Veel leerlingen op dit
niveau hebben gedragsproblematiek of leerproblematiek dit zou beter gefaciliteerd
moeten worden vooral meer uren voor Studie Loopbaan Begeleiding. Meer ruimte
inroosteren voor deskundigheidsbevordering.
3.Wat zijn mooie kwaliteit aan leerlingen van niveau 2?
gekregen antwoorden:
* Dat de meeste wanneer je ze individueel spreekt allemaal wel willend zijn. Ze
willen de opleiding halen.
* Meestal zeggen ze wat ze denken.
* Ze reageren vaak heel primair……gewoon lekker ‘to the point ‘ althans dat vind ik
een mooie kwaliteit. Ze zijn vaak uitblinkers in de praktijk……een echte doener die
leert d.m.v. het te doen, afkijken etc.
4.Als je les geeft aan leerlingen van niveau 2, wat is het grootste “obstakel: waar je
tegenaan loopt?
Gekregen antwoorden;
* De negatieve houding die ze doorgeven aan de andere van de groep, elkaar
versterken.
* Grote verschillen in mogelijkheden bij de leerlingen. De trend dat leerlingen steeds
meer in de les moeten zitten.
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
16
* Samenstelling van klassen (zeer divers qua niveau). Grote van de klassen. Soms
moeite met gedragsproblematiek.
5. Welke tip zou je andere collega’s mee willen geven voor het werken met
leerlingen niveau 2 ( of nieuwe docenten )
gekregen antwoorden;
*Probeer door negatieve houding heen te prikken en op de positieve punten de
nadruk te leggen ook al zijn ze maar klein.
* Wees vriendelijk en duidelijk. Realiseer je dat veel leerlingen in die klassen
behoorlijk beschadigd zijn. Neem ze dat niet kwalijk vanuit jouw rol als leraar. Blijf in
contact.
* Wees consequent, blijf helder in wat je van hen verlangt, benoem vaak waar
trainingen of lessen goed voor zijn!
2.Wat zou de Friese poort moeten faciliteren om deskundig les te geven aan niveau
leerlingen. ( zorg en welzijn) ?
* orthopedagoog.
* Scholing.
Kleinere klassen.
.
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
17
Hoofdstuk 5 Conclusie
In dit hoofdstuk schrijf ik mijn conclusie, op basis van al mijn bevindingen die ik heb
opgedaan.
Er wordt geschreven dat het belangrijk is dat de groepen niet te groot zijn en dat er
aandacht voor ze is. Het werken van de social media is ook een belangrijk item.
Tevens wordt er aangegeven dat de klassen niet te groot moeten zijn.
Voor mij betekent dit dat nu de groepen te groot zijn, en dit als storend kan werken.
De studenten zijn snel afgeleid zoals ze dit zelf ook al aangaven. Ook werken de
digitale leermiddelen niet altijd voldoende binnen de Friese Poort.
Dit is erg vervelend en kan wederom voor onrust zorgen.
Wat je veelal terug leest is dat leerlingen hoofdzakelijk structuur en duidelijkheid
nodig heeft. Wij als docent hebben hier een grote rol in. Verbinding maken is daarbij
een voorwaarde, vooral om vertrouwen te krijgen. Met verbinding bedoel ik, contact
maken met de studenten. Zorgen dat er een “klik” komt. Hiermee leg je een basis in
je lessen en in je contact.
De grootte van de groepen kan ook problemen geven, als de groepen te groot is
geeft dit onrust en gaat dit ten koste van de begeleiding en zeker van de structuur.
Helaas worden de klassen wel groter en zal er dus in mankracht het een en ander
aangepast moeten worden. De oorzaak hiervan is dat studenten halverwege in het
schooljaar kunnen instromen. Dit is beleid van de Friese Poort.
In ons team werken 2 instructeurs en deze worden ook ingezet in de grote groepen.
Vooral met praktijklessen zie je dit terug, dit wordt ook gedaan in andere welzijns
opleidingen. Het goed voorbereid in de les komen is ook een grootte voorwaarde.
Leerlingen willen actief aan de slag, zodra ze teveel ruimte hebben (
bewegingsvrijheid) is er te vaak de drang om met de telefoons bezig te zijn en met
andere dingen. Prikkels in deze mate moeten dan ook voorkomen worden, zoveel
mogelijk.
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
18
Hoofdstuk 6 Aanbevelingen
Door bovenstaande zijn er enkele tips ontstaan, hoe stel je bijvoorbeeld een goede
vraag, of hoe kun je communiceren met studenten. Ik heb mij hierin verdiept en
verschillende boeken voor gelezen. (Petra de bil, 2007) (Geerts & van Kralingen,
2012)
TIPS;
Hoe stel je een goede vraag aan de leerlingen, hoe breng je de leerstof of de
gevraagde opdrachten duidelijk op hun over.
1.Stel korte precieze en zakelijke vragen: leerproces ondersteunen, aandacht van LL
richten op onderwerp
2.Geef bij belangrijke vragen een korte inleiding als opstapje. Context van vraag
moet voor LL helder zijn. Bijvoorbeeld ter ondersteuning de opdrachten op het bord
schrijven, of ze zelf laten herhalen wat ze kunnen gaan doen.
3.Soms is een combinatie van vragen nodig. Soms sturend naar controle vraag even
voorkennis weer aanspreken
Het stellen van een goede vraag is een vorm van een gesprekstechniek. In het boek
zijn er stelregels voor het stellen van vragen. De zijn opgesteld door; (Brophy en
Good)
*Richt de vraag op het onderwerp niet op de LL als persoon
*Wacht op antwoord, tenzij LL in verwarring of verlegenheid is gebracht
*Zelf antwoord geven als LL het niet weet en klas ook antwoord schuldig blijft.
*Geen antwoord? Nogmaals uitleggen van onderwerp
*Laat blijken dat je goede antwoorden waardeert
*Stel vervolg vragen om LL naar conclusie te leiden.
Dit zijn enkele tips in het vragen stellen. Ik heb hiervoor gekozen omdat leerlingen in
mijn klassen hier erg gevoelig voor zijn. Een voorbeeld hiervan is dat een keer een
opdracht uitlegde die achteraf te lang was, waardoor ze niet meer oplette. Ik vond dit
erg vervelend en onbeleefd. Toen ik informeerde naar hun gedrag, zeiden ze letterlijk
het duurt veel te lang mevrouw dat volg ik echt niet meer hoor!
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
19
Dit opende mijn ogen en in het vervolg leg ik de opdracht kort en bondig uit en schrijf
ik het ter ondersteuning uit op het bord zodat ze het later nogmaals na kunnen lezen.
Een ander belangrijk onderdeel wat uit de enquête naar voren komt is communicatie.
Ter ondersteuning heb ik hiervoor gebruik gemaakt van de roos van Leary.
Het gaat hierbij over orde houden door communicatie en klassenmanagement. Hoe
doe je dit? En welke methodes kun je daardoor gebruiken. Daarnaast zijn er nog
andere factoren belangrijk in het orde houden, prettige en veilige leeromgeving
creëren. In de eerst instantie kun je orde krijgen dan wel als je;
1.op de juiste manier communiceert.
2.Op verstandige wijze met conflicten omgaat.
3.Je klassenmanagement op orde is, consequent zijn, duidelijk zijn en evenwichtig
reageren, zijn de basis van klassenmanagement.
De Roos van Leary maakt relatiewensen op betrekkingsniveau inzichtelijk, dat kan je
een voorsprong geven op leerlingen. Je kunt dan immers je gedrag afstemmen op
hun relatiewensen;
Bij relatiewensen gaat het in feite om 2 vragen;
1) wie is de baas ( boven-onder)
2) met elkaar of tegen elkaar ( samen-tegen)
Communicatie op orde: de roos van Leary (door Timothy)
Als je beide vragen in een assenkruis tegen elkaar afzet, kun je elkaar..
relatiewensen ergens binnen dit assenkruis plaatsen. Leary heeft het assenkruis
verder verfijnd en verdeeld in 8 partjes ( zie het bovenstaande figuur). Elk partje staat
voor een bepaalde relatiewens. Deze relatiewens is veel in de communicatie
zichtbaar, zowel verbaal als non-verbaal.
Als je stage loopt is het goed je hier bewust van te zijn. Je eigen houding/gedrag kan
ook ander gedrag oproepen. Je bent je hier toch niet altijd bewust van, het is goed
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
20
om deze afbeelding er zo nu en dan eens er bij te pakken. Het maakt je weer bewust
van de omgang die je met de leerlingen wilt en kunt hebben.
Elke gedrag roept namelijk een reactie op. Daardoor staat de interactie die je hebt
met leerlingen ( met iedereen ) eigenlijk aan de basis van de communicatie.
(Geerts & van Kralingen, 2012)
Aanbevelingen hoofdvraag;
Op welke manier kun je er als docent gezondheidszorg en welzijn voor zorgen dat de
doelgroep, leerlingen niveau 2, een hogere concentratieboog ontwikkelen
Wat leert mij al deze gegevens? Het zegt mij dat leerlingen veel prikkels hebben in
hun omgeving waardoor ze dus slaapgebrek kunnen krijgen, Dit brengt dan weer met
zich mee dat ze zich slecht kunnen concentreren. Daarnaast zijn de hersenen
zodanig nog niet ver genoeg ontwikkeld om aan alle verwachtingen te voldoen. Dit
moet langzaam “getraind” worden. Gedrag en handelingen leer je aan dat wordt op
een gegeven moment een automatische.
Maar wat betekent nu eigenlijk letterlijk concentratie? Concentratie geeft aan hoe
lang en hoe intensief iemand zijn aandacht op iets kan vestigen. Bij concentratie
wordt een relatie gelegd tussen de aandacht en de leerstof. De leerling wil bepaalde
leerstof tot zich nemen en daarvoor moet het wel zijn aandacht op die leerstof richten
en vasthouden tot het die leerstof in zich opgenomen heeft. (opdc)
Naast nadat ik nu weet wat een jongere nodig heeft om zich te concentreren en of
hij/zij daar toe in staat is, wil ik nu een koppeling maken naar het onderwijs. In dit
geval niveau 2 leerlingen binnen de Friese Poort Helpende zorg & welzijn.
Enkele tips om een les goed te beginnen en de concentratie meteen op te pakken is
de les efficiënt te beginnen. Weet van te voren goed wat voor soort les je geeft en
hoe je dat gaan doen.
Tips/ bevindingen; (Petra de bil, 2007) (nederlands jeugd instituut.)
Maak een keuze in leergestuurde of docent gestuurde lessen;
Bij leerling-gestuurde werkvormen zijn studenten zelfstandig aan het werk. Bij
docentgestuurde werkvormen geeft de docent instructie en structureert de les.
Naast deze 2 werkvormen word er een verdieping gemaakt, dan wel in categorieën.
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
21
* instructie geven.
* vragen stellen.
* verhalen vertellen.
* samenwerkingsvormen.
* begeleiden bij grote projecten.
Voordat je deze werkvormen gaat toepassen, is het belangrijk te weten wat een
werkvorm effectief maakt.
* Een-op-een contact meest effectief:
* Leerstof word op het juiste niveau aangeboden
* Leerstof kan te complex zijn of te makkelijk, in beide gevallen haken LL-en af.
* De leerling kan het nut van de lesstof ervaren.
* De leerling wordt individueel aanspreekbaar gemaakt.
* De docent doorgrond de structuur en de denkstappen van de leerstof.
* Het leren en denken van de leerling is zichtbaar
* Verkeerde kennis kan tijdig ontdekt worden.
De bovenstaande punten zijn van belang als je kijkt waarom een werkvorm effectief
kan zijn. Dit is van belang om te weten als je lesstof aanbied. Hiermee voorkom je
dat de concentratie te snel weer afzakt.
Directe instructie:
Als docent grote invloed op de uitvoering. (presenteren, oefenen, toepassen)
* Aandacht LL richten op lesdoelen door aansluiten op voorkennis
* Informatie geven en waar nodig toelichten
* Controleren of begrippen en vaardigheden overgekomen zijn.
* Instructie geven zodat LL aan de slag kunnen.
* Onder begeleiding oefenen
* Zelfstandig oefenen
* Samen de kernbegrippen nieuwe lesstof doornemen.
Duidelijk onderscheiden van de 7 fasen hierboven genoemd.
Wat?
Wat moeten de LL doen?
Hoe?
Hoe moet de LL dat aanpakken?
Hulp?
Bij wie kan de LL hulp krijgen?
Tijd?
Tot hoe laat heeft de LL de tijd?
Resultaat?
Wat doet de LL met het resultaat?
Klaar?
Wat gaat de LL doen als hij klaar is?
LL moeten de instructie overnemen (dus eerste begrijpen)
* LL schrijft op wat de instructie is, bedenkt zelf hoe hij dit gaat uitvoeren.
* LL andere LL laten uitleggen (verbaliseren van de opdracht)
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
22
* Aantal oude uitwerkingen laten zien, als voorbeeld voor eigen uitwerking
* LL opdracht op bord laten schrijven, anderen laten controleren
Al deze facetten zijn erg belangrijk om van te voren vast te stelen. Binnen ons team
Helpende zorg en welzijn zijn wij ook van menig dat je dit van te voren goed moet af
stemmen.
Leerlingen moeten duidelijk richtlijnen hebben, daarin heb je als docent een zeer
belangrijke rol. Door een keuze te maken hoe je een les indeelt is al 75 % van een
efficiënte les. Je kunt leerlingen meteen aan het wek zetten en dit geeft structuur.
Door er voor te kiezen om ze actief in te zetten wat al eerder genoemd is maak je ze
mede ook verantwoordelijk voor hun leerproces.
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
23
Hoofdstuk 7 discussie
Tijdens het onderzoek ben ik verschillende obstakels tegen gekomen. Maar ook vele
reflecties kunnen maken op de keuzes die ik heb gemaakt tijdens mijn onderzoek.
Als ik kijk naar reflecteren kies ik om terug te kijken op mijn onderzoek, kies ik voor
individuele ontwikkeling.
Daarbij kijk ik naar mijn nieuwe inzichten en kennis die ik heb opgedaan tijdens dit
onderzoek. Tevens wil ik op lichten wat er wel en niet betrouwbaar is aan mijn
onderzoek.
Allereerst is er geen grote respons gekomen op de enquête. Dit zorgt ervoor dat mijn
onderzoek op dat gebied minder betrouwbaar is. Er zijn veel docenten in mijn team,
en heb er 25 verstuurd. Ik heb er 4 terug gekregen. Wel blijft er voorop staan, dat de
docenten die ze ingevuld hebben veel ervaring in het werk hebben en met deze
studenten. Wel ben ik gekomen tot veel tips en tops, dit heeft mijn ook veel
individuele kennis en inzichten gebracht.
Ik heb een beter beeld gekregen van de leefwereld, hersens ontwikkeling van de
puber/ student.
Vooruit kijken ;
Elk onderzoek leidt weer tot nieuwe vragen/ onderzoek. Voor mij nu in de praktijk,
heb ik besloten om een interne scholing gaan doen. Om alle kennis die ik heb
opgedaan verder in de praktijk te brengen, ik heb hier sterk te behoefte aan.
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
24
Nawoord
Het schrijven van dit verslag was een zeer zinvolle opdracht, ik heb een betere kijk
gekregen op de leerlingen van zorg en welzijn niveau 2. Het ontstaan van dit
verslag, ging moeizaam. Hier zijn verschillende redenen voor. In dit proces heb ik dit
los gelaten, en ben ik verder gegaan en ben ik gekomen tot dit verslag.
De moeilijkheid zit voor mij in de structuur aanbrengen in het verslag, hoe bouw je
een onderzoek op. Welke stappen neem je eerst en wat volgt er dan..
Langzamerhand kwam ik hier steeds beter uit, onder ander door hulp van andere. Ik
ben in staat om anderen mensen hulp te vragen. Dit vind ik een belangrijk onderdeel
van mijn ontwikkeling.
Ook het verwerken van feedback in mijn verslag is hier ook bij van beklang, ik heb dit
goed gedaan.
Als ik nu kijk naar mijn onderzoek, heb ik een volwaardig verslag gemaakt wat ik ga
delen met mijn collega’s . Ik ben van mening dat dit zeer waardevol is in het
onderwijs.
Groeten Klazien.
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
25
Bibliografie
www.eenzaam.nl. (2010). Opgeroepen op april 24 april, 2014, van eenzaam .nl:
http://www.eenzaam.nl/sites/eenzaam/files/onze_jeugd_van_tegenwoordig.pdf
kennislink. (2013, november maandag). Opgeroepen op april 21, 2014, van
http://www.kennislink.nl/publicaties/slaapgebrek-slecht-voor-puberbrein
kennislink .nl. (2013, november maandag). Opgeroepen op april 21 april, 2014, van
kennislink: http://www.kennislink.nl/publicaties/puberbrein
ecbo.nl. (sd). Opgeroepen op mei 9 mei 2014, 2014, van
http://www.ecbo.nl/ECBO/downloads/publicaties/ecbo%2012140%20Met%20inzet%20geduld%20en%20maatwerk.pdf
friese poort sneek. (sd). Opgehaald van friese poort sneek :
http://www.rocfriesepoort.nl/7286/sneek/
Geerts, W., & van Kralingen, R. (2012). Handboek voor Leraren. Bussum: Uitgeverij
Coutinho.
nederlands jeugd instituut. (sd). Opgeroepen op april 25 april , 2014, van nederlands
jeugd instituut.: http://www.nji.nl/Scheiding-Achtergronden-Cijfers
opdc. (sd). Opgeroepen op maart 21, 2014, van opdc west drenthe: http://www.opdczodrenthe.nl/concentratie.htm
Petra de bil, P. B. (2007). Praktikgerichte ontwikkelinspsychologie. HNB|Nelissen .
stamm, R. K. (2009). kleine ontwikkelingpsychologie III. Bohn Stafleu van Loghum .
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
26
Bijlage
Enquête,
Beste Collega’s,
Voor mijn eindverslag ben ik bezig om informatie te verzamelen omtrent leerlingen
van helpende zorg en welzijn, niveau 2.
Wat ik in kaart wil brengen is wat ze nodig hebben binnen onze opleiding om deze
zorgvuldig en goed af te ronden.
Nu weet ik dat de Friese poort hier druk mee bezig is en ik heb hier al veel
aangehad. Echter is dit op meso niveau, en ik wil nog een vertaalslag maken naar
micro niveau. Dat is in dit verhaal het team van Helpende zorg en welzijn.
Nu was mijn vraag of jullie enquête voor mij in willen vullen.
Terugkoppeling hiervan vind later plaats, nadat ik alles in kaart heb gebracht.
Bedankt voor jullie medewerking.
1. Wat vind jij als docent een goede randvoorwaarde om les te geven aan
niveau 2 leerlingen, binnen de opleiding helpende zorg en welzijn?
2. Wat zou de Friese poort moeten faciliteren om deskundig les te geven
aan niveau 2 leerlingen. ( zorg en welzijn) ?
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
27
3. Wat is een mooie kwaliteit aan leerlingen van niveau 2?
4. Als je les geeft aan leerlingen van niveau 2, wat is het grootste
“obstakel: waar je tegenaan loopt?
5. Welke tip zou je andere collega’s mee willen geven voor het werken met
leerlingen niveau 2 ( of nieuwe docenten )
Bedankt! Groeten Klazien Bijlsma
Enquête,
Beste Collega’s,
Voor mijn eindverslag ben ik bezig om informatie te verzamelen omtrent leerlingen
van helpende zorg en welzijn, niveau 2.
Wat ik in kaart wil brengen is wat ze nodig hebben binnen onze opleiding om deze
zorgvuldig en goed af te ronden.
Nu weet ik dat de Friese poort hier druk mee bezig is en ik heb hier al veel
aangehad. Echter is dit op meso niveau, en ik wil nog een vertaalslag maken naar
micro niveau. Dat is in dit verhaal het team van Helpende zorg en welzijn.
Nu was mijn vraag of jullie enquête voor mij in willen vullen.
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
28
Terugkoppeling hiervan vind later plaats, nadat ik alles in kaart heb gebracht.
Bedankt voor jullie medewerking.
1. Wat vind jij als docent een goede randvoorwaarde om les te geven aan
niveau 2 leerlingen, binnen de opleiding helpende zorg en welzijn?
Niet te grote groep, goed lokaal, goed werkend Multi media
2. Wat zou de Friese poort moeten faciliteren om deskundig les te geven
aan niveau 2 leerlingen. ( zorg en welzijn) ?
orthopedagoog
3. Wat is een mooie kwaliteit aan leerlingen van niveau 2?
Dat de meeste wanneer je ze individueel spreek allemaal wel willend zijn. Ze willen
de opleiding halen.
4. Als je les geeft aan leerlingen van niveau 2, wat is het grootste
“obstakel: waar je tegenaan loopt?
De negatieve houding die ze doorgeven aan de andere van de groep, elkaar
versterken.
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
29
5. Welke tip zou je andere collega’s mee willen geven voor het werken met
leerlingen niveau 2 ( of nieuwe docenten )
Probeer door negatieve houding heen te prikken en op de positieve punten de
nadruk te leggen ook al zijn ze maar klein.
Bedankt! Groeten Klazien Bijlsma
Enquête,
Beste Collega’s,
Voor mijn eindverslag ben ik bezig om informatie te verzamelen omtrent leerlingen
van helpende zorg en welzijn, niveau 2.
Wat ik in kaart wil brengen is wat ze nodig hebben binnen onze opleiding om deze
zorgvuldig en goed af te ronden.
Nu weet ik dat de Friese poort hier druk mee bezig is en ik heb hier al veel
aangehad. Echter is dit op meso niveau, en ik wil nog een vertaalslag maken naar
micro niveau. Dat is in dit verhaal het team van Helpende zorg en welzijn.
Nu was mijn vraag of jullie enquête voor mij in willen vullen.
Terugkoppeling hiervan vind later plaats, nadat ik alles in kaart heb gebracht.
Bedankt voor jullie medewerking.
1. Wat vind jij als docent een goede randvoorwaarde om les te geven aan
niveau 2 leerlingen, binnen de opleiding helpende zorg en welzijn?
Tijd voor aandacht
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
30
2. Wat zou de Friese poort moeten faciliteren om deskundig les te geven
aan niveau 2 leerlingen. ( zorg en welzijn) ?
Teamcoaching / intervisie. Het gezeur in de pauze in de teamkamer optillen naar een
professioneel niveau.
3. Wat is een mooie kwaliteit aan leerlingen van niveau 2?
Meestal zeggen ze wat ze denken.
4. Als je les geeft aan leerlingen van niveau 2, wat is het grootste
“obstakel: waar je tegenaan loopt?
Grote verschillen in mogelijkheden bij de leerlingen. De trend dat leerlingen steeds
meer in de les moeten zitten.
5. Welke tip zou je andere collega’s mee willen geven voor het werken met
leerlingen niveau 2 ( of nieuwe docenten )
Wees vriendelijk en duidelijk. Realiseer je dat veel leerlingen in die klassen behoorlijk
beschadigd zijn. Neem ze dat niet kwalijk vanuit jouw rol als leraar. Blijf in contact.
Bedankt! Groeten Klazien Bijlsma
Enquête,
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
31
Beste Collega’s,
Voor mijn eindverslag ben ik bezig om informatie te verzamelen omtrent leerlingen
van helpende zorg en welzijn, niveau 2.
Wat ik in kaart wil brengen is wat ze nodig hebben binnen onze opleiding om deze
zorgvuldig en goed af te ronden.
Nu weet ik dat de Friese poort hier druk mee bezig is en ik heb hier al veel
aangehad. Echter is dit op meso niveau, en ik wil nog een vertaalslag maken naar
micro niveau. Dat is in dit verhaal het team van Helpende zorg en welzijn.
Nu was mijn vraag of jullie enquête voor mij in willen vullen.
Terugkoppeling hiervan vind later plaats, nadat ik alles in kaart heb gebracht.
Bedankt voor jullie medewerking.
1. Wat vind jij als docent een goede randvoorwaarde om les te geven aan
niveau 2 leerlingen, binnen de opleiding helpende zorg en welzijn?
Een klassensamenstelling van ongeveer 12 a 15 leerlingen (maximaal). Goede
praktijklokalen (die ook flexibel in te roosteren zijn).
2. Wat zou de Friese poort moeten faciliteren om deskundig les te geven
aan niveau 2 leerlingen. ( zorg en welzijn) ?
.Meer uren beschikbaar stellen voor niveau 2 opleidingen. Veel leerlingen op dit
niveau hebben gedragsproblematiek of leerproblematiek dit zou beter gefaciliteerd
moeten worden vooral meer uren voor Studie Loopbaan Begeleiding. Meer ruimte
inroosteren voor deskundigheidsbevording.
3. Wat is een mooie kwaliteit aan leerlingen van niveau 2?
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
32
Ze reageren vaak heel primair……gewoon lekker ‘to the point ‘ althans dat vind ik
een mooie kwaliteit. Ze zijn vaak uitblinkers in de praktijk……een echte doener die
leert d.m.v. het te doen, afkijken etc.
4. Als je les geeft aan leerlingen van niveau 2, wat is het grootste
“obstakel: waar je tegenaan loopt?
Samenstelling van klassen (zeer divers qua niveau). Grote van de klassen. Soms
moeite met gedragproblematiek.
5. Welke tip zou je andere collega’s mee willen geven voor het werken met
leerlingen niveau 2 ( of nieuwe docenten )
Wees consequent, blijf helder in wat je van hen verlangt, benoem vaak waar
trainingen of lessen goed voor zijn!
Bedankt! Groeten Klazien Bijlsma
ptaak 4 door Klazien Bijlsma
Download