Handig met getallen 4 (HMG4), onderdeel Meetkunde

advertisement
Handig met getallen 4 (HMG4), onderdeel Meetkunde
Erratum Meetkunde
Je vindt hier de correcties voor Handig met getallen 4 (ISBN: 978 94 90681 005). Deze correcties zijn
ook bedoeld voor het Rekenwerkboek 4: Meetkunde van de Hogeschool Thomas More.
Correcties hoofdstuk Meetkunde:
Paragraaf
Bladzijde
Vindplaats
Inleiding
4
Inleiding
4
Inleiding
4
Inleiding
4
1.3
23
1.3
26
1.3
28
1.3
Inhoudsopgave
, onder 1.2
Inhoudsopgave
, onder 1.2
Inhoudsopgave
, onder 1.6.1
Inhoudsopgave
, onder 1.9
Onder
Oplossing,
twee stukken
samen, 2e regel
1e regel
Correctie
‘Tekenen van driehoeken’ moet zijn: Tekenen en
construeren van driehoeken
Driehoeken construeren vervalt.
Transformatie moet zijn: Verschillende
transformaties
Onderverdeeld in:
- Herkennen van vlakke figuren in lichamen (p.88)
- Omstructureren van lichamen (p. 90)
Parallellogram (met dubbel l)
‘driehoek’ moet zijn: vierhoek
Na ‘diagonalen’ invoegen: loodrecht
29
Vierhoek 4,
Eigenschappen,
5e regel
Vierhoek 6b
1.3
29
Onder Figuur b
1.3
29
1.3
31
1.4
34
1.4
35
1.4
35
1.5
37
1.5
42
1e regel onder
de legenda’s
Opgave 3, 1e
regel instructie
Laatste regel
boven figuren
Opgave 2, 1e
regel
Opgave 3, 3e
bolletje
Voorbeeld 1,
Opdracht 1, 2e
regel
Onder 8,
Prisma, 2e
bolletje
Voor ’is 90 graden’ moet het teken voor een hoek
van 900 staan
‘trapezium’ moet zijn: parallellogram
De diagonaal moet in punt A beginnen
‘lengte’ moet zijn: hoogte
‘breedte’ moet zijn: hoogte
Na ‘figuren’ invoegen: van Opgave 1
De ‘L’ is een hoek-teken
Na ‘Figuur 1’, toevoegen: op de volgende pagina.
‘parallellogram’ moet zijn: rechthoek.
1
1.5
1.6
42
49
1.6
49
1.6
49
1.6
49
1.6
49
1.6
Vooraan de regel invoegen: van een scheef prisma
Onder 8,
Prisma, 3e
bolletje
Voorbeeld 3
Voorbeeld 3, 2
regel
Voorbeeld 3,
Figuur a
Voorbeeld 4
zijn de zijkanten parallellogrammen.
Moet zijn: Voorbeeld 4
e
‘lijn l’ moet zijn: lijn L
Achter C’ vervalt de ‘t’
Moet zijn: Voorbeeld 4
‘oriëntering’ moet zijn: oriëntatie
51
Voorbeeld 4,
boven laatste
afbeelding
Opgave 4c
1.6
51
Voorbeeld 5
Moet zijn: Voorbeeld 6
1.6
51
Voor de regel hoort een ‘a’.
1.6
52
Voorbeeld 5,
Opdracht, 2e
regel
Roteren
1.6
52
Puntspiegelen
Voor de regel hoort een ‘c’.
e
‘figuur B’ moet zijn: figuur A
Voor de regel hoort een ‘b’.
1.6
52
1.6
55
Reflectie, 2
regel
Opgave 7
‘Dat’ vervangen door In
1.6
56
Opgave 7
Logo’s nummeren van links naar rechts van 1 tot
en met 16
Moet zijn: Opgave 8
1.7
60
Opgave 3 en 4
De objecten staan aan de Ketelmeerdijk (Dronten)
1.7
63
De ‘b’ vervalt.
1.7
64
Links onderaan
de pagina
Opgave 8c
1.7
70
‘Bovenaanzicht’ moet zijn: Bouwplaat
1.7
74
Opgave 16, de
afbeeldingen
Opgave 21d
1.7
74
Opgave 21e
‘prisma’ moet zijn: andere lichaam
1.7
74
Opgave 21f
‘prisma’ moet zijn: andere lichaam
1.7
74
Opgave 21f
Laatste zin vervalt.
1.8
75
‘te verdiepen’ vervalt.
1.11
94
Reflectie,
laatste regel
Opgave 2a
1.11
94
Opgave 26
‘twee’ vervalt
1.11
98
Toevoegen: Teken op schaal 2 : 1.
1.12
99
Opgave 8, 1e
regel
Cirkel, 4e regel
1.12
100
‘oneindig’ moet zijn: veel
1.12
100
Draaisymmetrisch, 2e alinea
Gestrekte hoek
1.12
100
Gestrekte hoek
Toevoegen: De benen van de hoek liggen in elkaars
verlengde.
Moet zijn: Opgave 8b
‘prisma’ moet zijn: andere lichaam
Toevoegen: (meer antwoorden mogelijk)
‘straal(s) moet zijn: straal(r)
Het ‘>-teken’ moet zijn: van
2
1.12
101
Kruisende
‘/ BH’ vervalt
lijnen, onder de
kubussen
Kubus, 2e regel Invoegen na ‘dus’: gelijk
1.12
101
1.12
102
1.12
102
1.12
102
1.12
102
1.12
102
1.12
103
1.12
104
1.12
104
1.12
104
1.12
104
1.12
105
2.1
106
2.1
106
Startopgave 4,
2e kolom
2.1
106
2.1
107
2.1
107
Startopgave 6,
2e kolom
Boven Opg.1,
1e kolom
Opgave 7, 2e
kolom
Onmogelijke
figuren, laatste
regel
Platonische
lichamen,
laatste regel
Prisma, 1e regel
‘een’ moet zijn: deze
Prisma,
afbeelding
Prisma, 2e regel
Afgebeelde prisma rechtsboven vervalt
Schaal, 1e en 2e
bolletje
Vergroten, 3e
regel, nieuwe
zin
Vergroten, 5e
regel
Vergroten
Verkleinen, 2e
regel
Vlieger, 1e
regel
Startopgave 1,
1e kolom
Toevoegen: op een of meer manieren.
‘gelijk’ moet zijn: congruent
Toevoegen: De zijvlakken van de prisma zijn
rechthoeken.
De ‘à’ vervalt (2x).
Vervangen door: Vermenigvuldig je bij een vlak
figuur de lengte en breedte met 3, dan maak je de
oppervlakte 3 x 3 = 9 keer zo groot.
‘33’ moet zijn: 33
De opsomming moet zijn:
* lengte vergroot je met de factor;
* oppervlakte met de factor in het kwadraat;
* inhoud met de factor tot de 3e macht.
1
Na ‘verkleiningsfactor is’ invoegen:
2
Na ‘staan’ toevoegen: en één van de twee
doormidden gedeeld wordt,
- Voor de 7e regel een ‘b’.
- ‘b’ moet zijn: c
- ‘c’ moet zijn: d
Toevoegen: Bij beide kegels is de afstand van de
top tot de rand gelijk (4 cm). De hoogte van de
cilinders verschilt omdat het grondvlak van één
kegel veel groter is dan dat van de andere.
Als 1e zin invoegen: Vouw uit een A4 een vierkant
Hoek C is 650. Samen zijn de 3 hoeken 1800. Dat is
in elke driehoek zo.
Tekst vervangen door: Deze opgave kun je het
beste met je passer oplossen.
a. Pas vanuit punt A (4, 2) de lengte van de
gegeven zijde af. Kijk welke punten in aanmerking
komen als hoekpunt, bijvoorbeeld: (1,2; 2). Het 3e
hoekpunt is (2, 4).
b. Vanuit punt B (2, -3) kies je als 3e punt (3,5; -0,3.
Het 2e punt is (5, -3).
3
c. Vanuit punt C kun je (0, -1) kiezen, maar er zijn
veel meer mogelijkheden zolang er een stompe
hoek ontstaat. De andere punt is (-4, -1).
d. Vanuit punt D kun je het beste kiezen voor (0, 3).
Het 3e punt is (-4 , 1).
Voorbeeld 3, Opdracht 1:
2.1
108
Boven Opg. 1,
1e kolom
2.1
108
Boven Opg.1,
1e kolom
Voorbeeld 3, Opdracht2:
2.1
108
2.1
108
2.1
108
Na ‘vierkant’ toevoegen: want de diagonalen zijn
even lang.
Toevoegen: want de diagonalen delen de hoeken
middendoor.
Toevoegen: want de eisen van zowel a als b gelden.
2.1
108
2.1
108
2.1
108
2.1
108
2.1
109
Opgave 1a, 1e
kolom
Opgave 1b, 1e
kolom
Opgave 1c, 1e
kolom
Opgave 3, 1e
kolom, 1e regel
Opgave 4a, 2e
kolom
Opgave 1, 2e
kolom
Opgave 1, 2e
kolom, 2e
bolletje
Opgave 3b, 1e
kolom
2.1
109
Voorbeeld 1, 1e
kolom
Moet zijn: De oppervlakte van de vlieger is de helft
van de oppervlakte van de omvattende rechthoek.
‘5 cm x 5 cm’ moet zijn: 5 cm bij 5 cm
De ‘=-tekens’ in de verhoudingen vervangen door
een dubbele punt (.
‘zijde 8’ moet zijn: zijde 4.
- 4e regel toevoegen: cm2
- Onder 4e regel toevoegen:
0,5 x 1,4 x 7,5 = 5,25 cm2
Antwoorden vervangen door:
a. afgeknotte piramide
b. vier balken
c. afgeknotte piramide
d. viervlak
(als vlakken even groot zijn: regelmatig viervlak)
e. driehoekig prisma
f. zeshoekig prisma
g. drie cilinders
h. bol in afgeknotte piramide
i. kubus
j. halve bol
k. (zeshoekig) prisma
l. afgeknotte cilinder
m. kubus, bol en cilinders in de stokjes.
4
2.1
109
Boven Opgave
1, 2e kolom
2.1
110
2.1
110
2.1
110
2.1
110
Opgave 4e, 1e
kolom
Voorbeeld 2, 1e
kolom
Voorbeeld 1, 1e
kolom, 3e regel
Onder
‘Voorbeeld 1’,
1e kolom
2.1
110
2.1
111
2.1
111
2.1
112
2.1
112
Voorbeeld 5, 2e
kolom
Opgave 6, 1e
kolom
Opgave 7, 1e
kolom
Opgave 6, 1e
kolom
Opgave 6, 1e
kolom, onder
de afbeelding
Bekende ruimtelijke figuren
1. Kubus:
6 - een vierkant - 12 - 4 - 4 - 4 - 8 - vierkanten
2. Balk:
6 - rechthoek - 12 - 8 - rechthoeken (soms
vierkanten)
3. Parallellepipedum:
Parallellogram
4. Piramide:
driehoeken - grondvlak
5. Cilinder:
cirkel – cirkel
6. Kegel:
cirkel - grondvlak - de cirkel
8. Prisma:
Veelhoek
‘symmetrieas’ vervangen door: symmetrievlak
Is: voorbeeld 1
Moet zijn: Sommige gaan meer malen rond.
Toevoegen:
Voorbeeld 3:
Het punt waar de figuren samenkomen.
Er zijn veel meer van dergelijke punten.
Is: Voorbeeld 6
- a en b samen nemen;
- c t/m e wordt b t/m d.
Toevoegen:
d.
- 2 en 4: 1 verticale symmetrieas
- 5 en 10: symmetrieas van rechtsboven naar
linksonder
- 6 en 8: 3 symmetrieassen, 1 verticaal en 2 (min of
meer) diagonaal
- 7: 9 symmetrieassen (telkens door twee
overstaande hoekpunten)
- 14 en 15: 4 symmetrieassen, 1 verticaal, 1
horizontaal en 2 diagonaal
- 16: oneindig veel, namelijk alle lijnen door het
middelpunt van de cirkels
e.
Logo 7 (-200 of +200)
Direct boven de afbeelding toevoegen:
a en b: Nee, je ziet de grijs gearceerde delen niet.
Toevoegen:
c. Camera 1 naar rechts verplaatsen en in het
verlengde van b hangen. Camera 2 in het verlengde
van c hangen.
5
2.1
112
Opgave 10b, 2e
kolom
2.1
112
2.1
112
2.1
112
2.1
113
2.1
114
2.1
114
Opgave 10c, 2e
kolom
Opgave 10e, 2e
kolom
Opgave 10f, 2e
kolom
Opgave 13a, 1e
kolom
Opgave 2a, 1e
kolom
Opgave 2b, 1e
kolom
2.1
114
2.1
114
2.1
114
2.1
114
2.1
115
Opgave 2c, 1e
kolom
Opgave 2g, 1e
kolom
Opgave 22, 2e
kolom
Opgave 1, 2e
kolom
Opgave 6, 1e
kolom
Vervangen door:
Zo lang mogelijk: houd de stok loodrecht op de
zonnestralen. Zo kort mogelijk: houd de stok in het
verlengde van de zonnestralen.
Laatste zin is: De sinaasappel houd je tussen het
karton en de zon.
‘spring’ moet zijn: springt
Toevoegen: (net als de stok)
‘10m – mijn lengte’ tussen haakjes plaatsen.
Moet zijn: 10 kogels, 24 staven
Nieuwe afbeelding:
Moet zijn: 10 kogels en 33 staven, dus heb je in
totaal 20 bollen en 57 staven.
Toevoegen: er komt een regelmatige 7-hoek
bovenop.
Moet zijn: De eerste en vierde kubus.
Moet zijn: b, c, e, f, h en i
Toevoegen 6c:
6
Download