Stelselm. Fysiologie - Januari 2007

advertisement
STELSELM. FYSIOLOGIE - JANUARI 2007
OPEN VRAGEN
- Neurogene regulatie van de ademhaling
- Secreties van de dunne darm (spijsverteringshormonen)
- Secretie van de exocriene pancreas bespreken
- Welke factoren beïnvloeden de arteriële bloeddruk ?
- Welke factoren beïnvloeden hartwerking?
- Hoe verloopt het transport van CO2 door het bloed?
- Vertering en absorptie van koolhydraten
- Vertering en absorptie van vetten
- Vertering en absorptie van eiwitten
- Beschrijf de weg van de preurine tot urine
- Bespreek de bouw, functie en werking van de Sertolicellen
- Bespreek de samenstelling van de alveolaire lucht en de factoren die het beïnvloeden.
- Bespreek de Bainbridge reflex
MEERKEUZE VRAGEN
Waar is de absorptie van water het grootst?
In de aanwezigheid van ADH / in de afwezigheid van ADH
a) eerste kronkelbuis
b) lis van Henle
c) tweede kronkelbuis
d) verzamelbuisje
( juiste antwoord is a, want daar gebeurt namelijk 2/3 van de absorptie )
Waardoor is de slagarbeid van het linker ventrikel groter dan dat van het rechter ventrikel?
a)
b) omdat de wand dikker is
c) omdat de preload groter is
d) omdat de afterload groter is
Waar of niet waar?
 de preload is een determinant van het slagvolume
 PSy activatie doet de speekselsecretie met heel belangrijke hoeveelheid dalen
 het slagvolume vermeerdert bij een sterke orthosympathische activatie
Waar/wanneer is het drukverschil het kleinst tussen hart en aorta:
a) Li ventrikel tijdens systole
b) Li ventrikel tijdens diastole
c) Re ventrikel tijdens systole
d) Re ventrikel tijdens diastole
(juiste antwoord: a)
De 2de harttoon wordt veroorzaakt door:
2de Bach. Biomedische Wetenschappen
UGent
Pagina 1 van 7
Stelselm. Fysiologie - Januari 2007
Prof. Vanheel
e) sluiten van aorta -en pulmonale kleppen
f) trillingen
g) vullen van de ventrikels
h) sluiten van de Atrioventriculaire kleppen
i) terugvloei naar grote holle ader
(juiste antwoord: a)
Transport CO2 vnl:
j) Opgelost
k) in carbamino-vorm
l) in carbamine-vorm
m) gebonden op Cl
n) in HCO3
(juiste antwoord: e)
Wat is juist? In de beide nieren loopt per minuut:
o) 120 ml bloed
p) 120 ml plasma
q) 600 ml bloed
r) 600 ml plasma
( juiste antwoord is d)
Wat is het minst belangrijk voor arteriële bloeddruk?
s) parasympatische bezenuwing vaattonus
t) parasympatische bezenuwing hart
u) orthosympatische bezenuwing hart
v) orthosympatische bezenuwing vaattonus
(juiste antwoord is a)
JUIST/FOUT VRAGEN
De peristaltische bewegingen van de darm zijn van myogene aard.
FOUT : pendel-en segmentatiebeweging (menging) myogeen, peristaltiek (voortstuwing) neurogeen (p174)
Gastro-colitische reflex verdwijnt na doorsnijden van n. vagus
FOUT : gastrocoloische reflex : versterkt darmperistaltiek door uitrekking van de maag, prikkel darmwand door
plexussen van auerbach en meissner(intrinsieke) voortgeleid. Na vagotomie geen veranderingen in
darmtransit. (p193)
Chylomicron-resten bevatten vooral triglyceriden
FOUT : chylomicron-resten bestaan alleen uit cholesterol (p193)
De glycogenese gebeurt enkel in de lever
FOUT : ook in skeletspieren
Slikken is een zuivere willekeurige activiteit
FOUT : willekeurige beweging die slikreflex in gang zet (p153)
Speekselklieren secreteren ook bradykinine, een stof die de doorbloeding van de speekselklier
doet toenemen
FOUT : Bij Psy-activatie gaan acinuscellen kalikreïne secreteren waardoor uit bep. eiw bradykinine wordt
afgesplitst die sterke vasodilatator is. (p 157-160)
2de Bach. Biomedische Wetenschappen
UGent
Pagina 2 van 7
Stelselm. Fysiologie - Januari 2007
Prof. Vanheel
Bij toename van de alveolaire ventilatie stijgt de Po2 in de alveolen
FOUT : PaO2 = PlC02 + (VO2/VA)xK , als VA stijgt , dan wordt breuk kleiner en daalt Pa02
(p 115)
Door de aanwezigheid van hemoglobine in de RBC kan in de bloedbaan meer CO2
getransporteerd worden
 (p104)
Epo wordt aangemaakt in de nier
JUIST
Het tubulair plasmadebiet is afhankelijk van de filtratiefractie
JUIST , (600ml/min met filtratiefractie 20%  gem. 120ml/min of 180ml/min)
Het glomulair filtratiedebiet kan bepaald worden door de klaring van inuline te meten
JUIST : GFD = (UxV)/P (p127)
Het glomulair filtratiedebiet heeft dezelfde samenstelling als bloedplasma
FOUT (p127)
Onder invloed van het antidiuretisch hormoon worden de aquaporines in de celmembraan
van de epitheelcellen van de tweede kronkelbuis door middel van endocytose opgenomen en
uit de membraan verwijderd
FOUT : bij ADH stijging  stijging van het aantal AQP2 in membraan van epitheelcellen
De CFTR is een speciaal waterkanaal dat een rol speelt bij het meer sereus maken van de
verschillende exocriene secreten
FOUT : chloorkanaal dat speekselmucus visceuzer maakt , regelt secretie water en NaHCO3 in ductus
Het meeste pepsinogeen, door type 2 kliercellen van de maag gesecreteerd, wordt
afgescheiden tijdens de intestinale fase van de maagsapsecretie
FOUT : tijdens intestinale fase wordt GIP gesecreteerd (p169)
Cholecystokinine activeert de secretie van de endocriene pancreas
FOUT : exocriene pancreas produceert pancreassap en scheid uit in duodenum (p179)
Het mictiecentrum bevindt zich in de sacrale segmenten van het ruggenmerg
JUIST (p140)
Het chymotrypsine breekt de chylomicrons in de darm af tot glycerol, monoglyceriden en
vetzuren
FOUT : helpt bij eiwitvertering (p194)
De Na/K pomp in de basolaterale membraan van het darmepitheel speelt een belangrijke rol
in de absorptie van water en elektrolieten
JUIST (p190)
Het secretine, gesecreteerd door de duodenum mucosa, stimuleert de H+ secretie door de
type III kliercellen van de maagmucosa
FOUT : gastrine(secretine stimuleert HCO3secretie van pancreas in aanwezigheid van H+ionen) (p177)
Toename van het vetgehalte, zuurtegraad of toniciteit van de maaginhoud activeert de
vrijstelling van gastrine dat de maaglediging vertraagt
FOUT : remt de beweging van de maag en de maagsapsecretie af door secretie van GIP (p166)
Het slagvolume van de maag wordt vooral bepaald door de sterkte van de antrumcontracties
en bedraagt in rust ongeveer 70 ml
FOUT (p166)
2de Bach. Biomedische Wetenschappen
UGent
Pagina 3 van 7
Stelselm. Fysiologie - Januari 2007
Prof. Vanheel
Een stof die een klaring heeft kleiner dan deze van inuline moet ter hoogte van de tubuli
gereabsorbeerd worden
JUIST : reabsorptie : GFD > (UxV)P (p129)
Orthosympatische stimulatie veroorzaakt een bronchoconstrictie via vrijstelling van
noradrenaline en B-receptoren
FOUT: Bronchodilatatie (Psy bronchoconstrictie door acetylcholine en muscarinereceptor)
Diffusiecoëfficiënt van CO2 is gelijk aan deze van O2 in longweefsel
FOUT (p95)
Omaprazole blokkeert de histamine receptoren van de zuursecreterende kliercellen in de
maagmucosa
JUIST : antagonist van histamine , dus remming maagsapsecretie (slide maag)
Orthosympatische activatie veroorzaakt een zeer belangrijke toename van de speekselvloed
FOUT : Psy door vasodilatatie van doorbloeding speekselklier
Speekselsecretie wordt vooral bepaald door spijsverteringshormonen en veel minder door
het zenuwstelsel
FOUT : grote speekselklieren geregeld door nerveus mechanisme , continue secretie van kleine
speekselklieren. Reflectoire speekselsecretie bij mechanische prikkeling van mondslijmvlies bij waarneming
van spijzen, of prikkeling van slokdarm bij blijven steken van spijzen. (p160)
Bij orthosympatische stimulatie zal het vrijgestelde acetylcholine de zweetsecretie doen
toenemen
FOUT : Acetylcholine is bij Psy (p248)
Het glucagon, adrenaline en groeihormoon stimuleren de lipogenese
FOUT : deze hormonen staan voor het verhogen van de glucoseconcentratie. Onrechtstreeks door stimulatie
van lipolyse , waardoor conc.VZ in bloed stijgt en er dus minder glucose als energiebron gebruikt wordt.
Rechtstreeks door stimulatie van glycogenolyse in lever zodat er meer glucose aan het bloed wordt
toegevoegd(niet GH , wel glucagon en adrenaline).
Door de segmentatiebewegingen van de maag wordt de menging van de chyme met het
maagsap bevorderd
FOUT : bij de darm
Het braken berust op een sterke contractie van het antrum eventueel geholpen door een
omgekeerde slokdarmperistaltiek
FOUT : relaxatie van maagspieren van cardia en contractie van pyelorus , omgekeerde slokdarmperistaltiek
(p167)
Epitheelcellen van de longalveolen scheiden surfactant af waardoor de uitrekbaarheid van de
longen toeneemt
JUIST
Het slagvolume kan berekend worden door het zuurstofverbruik en het verschil in pO2 tussen
het arterieel en het gemengde veneuze bloed
FOUT : HD = VO2/ (CaO2 - CvO2)
De colloid osmotische druk in het haarvat stijgt progressief naar het einde van de capillair toe
door heropname van water uit het interstitium
FOUT (p63)
2de Bach. Biomedische Wetenschappen
UGent
Pagina 4 van 7
Stelselm. Fysiologie - Januari 2007
Prof. Vanheel
In rechtstaande houding zijn de alveolen aan de basis van de longen meer gecomprimeerd
vanwege de grotere intrapleurale druk waardoor ze minder kunnen geventileerd worden dan
de alveolen in de longtoppen
FOUT (p88)
Lymfe heeft dezelfde ionaire en eiwitsamenstelling als plasma
FOUT : dezelfde samenstelling als interstitiele vloeistof , bloedplasma zonder eiwitten (p69)
Omdat de capillairen de kleinste diameter hebben, leveren ze de voornaamste bijdrage tot de
perifere weerstand
FOUT : arteriolen , weerstandsvaten ; haarvaten , uitwisselingsvaten
De polsdruk is de systolische druk gemeten aan de pols
FOUT : polsdruk is verschil tussen systolische en diastolische druk (p51)
Meer dan de helft van het vocht dat uit de capillairen in de weefsels terechtkomt, keert terug
naar het bloed via de lymfecirculatie
FOUT : vochtverlies uit capillairen opvangen en terugbrengen =3L/d (p63)
De uitwisseling van de meeste stoffen tussen de capillairen en het interstitium gebeurt
voornamelijk via actief transport
FOUT : door diffusie (p62)
Het slagvolume van de rechterventrikel is 6 keer kleiner dan dat van de linkerventrikel
FOUT : slagvolume voor RV en LV allebei 70ml. Maar druktoename van LV is 6x groter dan die van RV
waardoor de arbeid van LV veel groter is dan die van RV. (arbeid= slagvolxGABD) (p25)
Tijdens de ventriculaire systole bereikt de druk in de ventrikel een waarde van 120 mmHg
JUIST : dan wordt de druk van ventrikel = druk van aorta en die kan oplopen tot 120 (fig 4.4.6)
De alveolaire ventilatie wordt bepaald door de ademhalingsfrequentie en het verschil tussen
het getijvolume en het residueel volume
FOUT : Alveolaire ventilatie = (getijdvolume- dode ruimte)x AHfreq (p85)
De functionele residuele capaciteit is het longvolume na een maximale uitademing
FOUT : longvolume na normale uitademing = exp.reservevolume +residueel volume (p83)
Het in de schildklier gesecreteerd calcitonine inhibeert de Ca mobilisatie vanuit het bot
JUIST : calcitonine wordt geproduceerd door parafolliculaire C-cellen van de schildklier als de Ca-conc. stijgt
om calcium vast te leggen in bot. Parathhormoon wordt door bijschildklier gesecreteerd als Ca-conc in bloed
daalt , waardoor osteoclasten het bot gaan resorberen.
ACE inhibitoren verlagen de bloeddruk door de remming van de renine secretie
FOUT :
RAAS (Renine-angiotensine-aldosteronsysteem) :
Angiotensinogeen(lever) ----- angiotensine I ------ angiotensine II
RENINE
ACE
=>Angiotensine II is een stof met een krachtige vaatvernauwende werking. Een ACE-remmer remt de omzetting
van angiotensine I in angiotensine II. Doordat de vorming van angiotensine II wordt geremd, wordt
vaatvernauwing verminderd, en dus wordt de bloeddruk verlaagd.
Trachea , bronchi , bronchioli en alveoli zijn beschermd tegen inklapping door aanwezigheid
van kraakbeen in de wand
FOUT : hebben niet allemaal kraakbeen in hun wand
Tijdens ventriculaire systole is de druk in linkerventrikel en aorta bijna gelijk aan nul
FOUT : sterke druktoename tot 120mmHg
2de Bach. Biomedische Wetenschappen
UGent
Pagina 5 van 7
Stelselm. Fysiologie - Januari 2007
Prof. Vanheel
Tijdens ventriculaire diastole wordt al het bloed uit de ventrikels geejecteerd
FOUT : tijdens ventriculaire systole wordt bij de uitstotingsfase het bloed uit ventrikels geduwd , tijdens
diastole gebeurt de vulling van de ventrikels
Tijdens isometrische contractie is het totale slagvolume uitgestoten
FOUT : Geen volume uitgestoten , pas wanneer de druk van ventrikel even groot wordt als deze van aorta en
de aortaklep opent
Pre-capillaire sfincters worden vooral door invloeden van het orthosympatisch en
parasympatische zenuwstelsel gecontroleerd
FOUT : thv haarvatennetwerk , uitwisselingsvaten
Mineralocorticoide is een levensnoodzakelijk hormoon
JUIST : door Na+ en waterverlies circulatoire shock , en door K+opstapeling hartritmestoornissen (p221)
Door middel van creatineklaring kan je CFT meten
FOUT
Galzouten zijn afbraakproducten van hemoglobine
FOUT : galpigmenten (vnl.bilirubine) (p183)
Orexigene factoren wekken eetlust op door activatie maagsapsecretie
FOUT :activatie van hongercentrum
Stimulatie van strekreceptoren in de wand van de atria leidt tot een reflectoire toename van
het TPD in de nier.
FOUT
Niet-steroidale anti-inflammatie drugs (NSAIDs) remmen het FLA2 en daardoor de afsplitsing
van arachidonzuur uit membraanfosfolipiden.
? : NSAID behoort tot corticosteroiden
Na een rustige ademhaling bedraagt de druk in de slokdarm ongeveer 2mmHg.
? : Transmurale druk in rust 2mmHg , over ganse lengte 0mmHg
Vetcellen stellen onder bepaalde omstandigheden het hormoon leptine vrij.
JUIST : bij controle van het lichaamsgewicht (prikkels op lange termijn), inhibitie op hongercentrum ,
stimulatie verzadigingscentrum
Het 1,25-(OH)2-vit D is een inactieve metaboliet van het vitamine die ter hoogte van de nier
gefiltreerd en uitgescheiden wordt.
?
Bepaalde hypothalamus neuronen stellen het FSH-releasing hormone vrij.
JUIST
Bij afkoelen van het lichaam stijgt de hartindex.
FOUT : daalt hartindex
Histamine is een anticoide dat een belangrijke rol speelt in de homeostase.
FOUT
Het urease in de lever synthetiseert ureum.
FOUT : urease hydrolyseert ureum tot koolstofdioxide en ammoniak
Door het tegenstroom uitwisselingsmechanisme stijgt de temperatuur in het niermerg.
FOUT
2de Bach. Biomedische Wetenschappen
UGent
Pagina 6 van 7
Stelselm. Fysiologie - Januari 2007
Prof. Vanheel
Het aldosteron stimuleert de incorporatie van EnaC in de plasmamembraan van de
epitheelcellen van de verzamelbuisjes van de nier.
JUIST
Het secretieproduct van type V kliercel in de maagmucosa zal de werking van gastrine op de
pariëtale cellen van de maag faciliteren.
JUIST : werking van gastrine en acetylcholine op cellen II en II faciliteren
Het in de voeding opgenomen haem-Fe wordt rechtstreeks in de darmcel opgenomen.
FOUT : haemgroep wordt door reductie van zouten door H+ionen inmaagsap en verting van het Fe2+ion, die
geabsorbeerd wordt door actief mechansme door apoferritine(die opname wordt gecontroleerd door
ertythropoëtine)
Het galactose en fructose uit het darmlumen bereiken het intestinaal capillair bloed door
passieve diffusie.
FOUT : fructose via aselectieve carrier
In rusttoestand na een normale uitademing is de intrapulmonale druk licht negatief, zodat de
longen geëxpandeerd gehouden worden.
FOUT : intrapleurale druk zorgt daarvoor
Aldosteron beinvloedt Na+ reabsorptie in de nier en werkt dan als een natuurlijk
lichaamseigen diureticum.
 FOUT : antidiureticum(diureticum is bij inhibitie van Nareabs) : De nieren houden de
elektrolytenconcentraties in het lichaam constant waardoor de hoeveelheid zout in de urine
kan variëren. Aldosteron zorgt voor meer terugresorptie van water en natrium door
activatie van natriumkanalen aan de apicale celmembraan in de distale tubuli. Een Na/KATPase pompt aan de basolaterale zijde van de cel dan het natrium uit de cel en het water
volgt deze beweging. Deze antidiuretische werking doet het bloedvolume vergroten en de
bloeddruk stijgen.
Viagra inhibeert de afbraak van cGMP in de gladde spiercel van running van het PDE
(fosfodiësterase).
JUIST
2de Bach. Biomedische Wetenschappen
UGent
Pagina 7 van 7
Download