Inleiding in het Nederlandse Hindoeïsme van Surinaamse Hindoes

advertisement
Inleiding in het Hindoeïsme van de Surinaamse Hindoes in Nederland
Drs. Raj Gainda
Rotterdam
2000
Inleiding in het Hindoeïsme van de Surinaamse Hindoes in Nederland
Het Hindoeïsme heeft zich vanaf 2000 v.Chr. in India ontwikkeld. Het is dus een religie met een heel
lange traditie. Honderd vijftig jaar geleden namen de Indiase gastarbeiders deze godsdienst mee naar
Suriname. Met hun immigratie in Nederland hebben ze uiteraard ook hun religie hier naar toe
geïmporteerd.
Sinds zijn ontstaan heeft het Hindoeïsme zich constant verder ontwikkeld door zelf nieuwe kennis en
modernere inzichten, leefwijzen te genereren. Daarnaast is het zo dat India, van oudsher een heel groot
gebied, sinds 1000 jaar geleden constant geregeerd is door vreemde mogendheden, culturen. Om de
beurt waren het de Skythen, Parthen, Hunnen, Afghanen, Perzen, Turken, Mongolen en recentelijk
westerse mogendheden zoals Portugal en Engeland. Deze lange traditie van overheerst worden door
andere culturen met hun godsdiensten heeft er toe geleid dat de Hindoes een bijzondere vaardigheid,
mentaliteit ontwikkeld hebben in het integreren van vreemde gebruiken, normen en waarden in hun
eigen cultuur en religie. Deze, ik zou haast zeggen aangeboren, competentie heeft ervoor gezorgd dat
de Surinaamse Hindoes bijna moeiteloos hun religie in Nederland kunnen aanpassen aan het
Nederlandse systeem. Dit gebeurt bijna geruisloos, onopvallend en zonder uit de hand gelopen
conflicten. Althans niet op groepsniveau. Op individueel niveau zullen wel zeker knelpunten en
problemen geweest zijn. Maar dat ligt voor de hand.
In Suriname kwamen de Indiase immigranten in aanraking met verschillende toen in Suriname
aanwezige culturen zoals de Indianen, Creolen, Chinezen, Javanen en Joden. En niet te vergeten de
officiële, dominante Nederlandse cultuur. In Suriname hebben de Hindoes zich dus snel en diepgaand
moeten aanpassen aan de nieuwe situatie, aan voor hen erg onbekende culturen. Wie terugkijkt naar de
geschiedenis van de Hindoes in Suriname moet constateren dat hun integratie daar behoorlijk soepel is
verlopen. Zij namen steeds bruikbare elementen uit de vreemde culturen over en wisten hun eigen
identiteit (taal, traditie, godsdienst, kunsten enzovoort) te behouden, verder te verrijken en te
ontwikkelen.
De integratie van de Hindoes in de Nederlandse cultuur was dus reeds in Suriname begonnen en
behoorlijk ver gevorderd. Toen de Hindoes naar Nederland kwamen, in grote getale sinds 1970, vond
hun integratie in de huidige Nederlandse samenleving gewoon soepel verder plaats. De aanpassing
werd gewoon gecontinueerd. Er wonen nu ongeveer 150.000 Surinaamse Hindoes in Nederland. Hun
vermogen om te integreren, de bekendheid met de Nederlandse cultuur en hun positieve houding ten
opzichte van de Nederlanders zorgden ervoor dat de Hindoes als een religieuze groep in Nederland niet
opvielen en nog steeds niet opvallen. Zij trekken niet de aandacht van het volk, vallen in de media niet
op en hebben ook geen bijzondere belangstelling van de overheid: zij zijn geen probleemgroep.
Ik noemde net de houding van de Hindoes tegenover de Nederlanders. Vooral de oudere generatie die
in Suriname opgegroeid is heeft een bijzonder positieve houding tegenover Nederlanders en zijn de
Nederlanders, bewust of onbewust, nog steeds dankbaar dat zij hen vanuit de arme India naar
Suriname, met heel veel mogelijkheden om zich te ontwikkelen, gebracht hebben. Deze dankbaarheid
neemt snel af bij de generatie die hier opgroeit. Dat is niet te wijten, of te danken, aan het Hindoeïsme,
maar is meer een gevolg van de snelle en diepgaande integratie die er plaats vindt.
Het Hindoeïsme is niet één religie, maar een verzameling van een heleboel, zeer verschillende
godsdiensten en diverse stromingen en substromingen die vaak haaks op elkaar staan. Dit is te
begrijpen vanuit de geschiedenis van de Hindoes. Een typische kenmerk van de Hindoes is dat ze
bruikbare elementen uit andere culturen overnemen en tegelijkertijd hun eigen oude elementen
behouden. Er komt van alles in het Hindoeïsme binnen, maar er wordt niets eruit gegooid. Vandaar de
grote diversiteit binnen het Hindoeïsme. Ik noem een voorbeeld. Hoeveel goden heeft het Hindoeïsme?
Het antwoord is heel simpel: ieder getal tussen nul en oneindig is goed. Er zijn stromingen die het
bestaan van God ontkennen, er zijn stromingen die zich niet buigen over de vraag of er een God is of
niet, er zijn stromingen die het bestaan van 1 God aanhangen, er zijn stromingen die meerdere, soms
heel veel goden nodig hebben en er zijn stromingen die ervan uitgaan dat iedereen en alles God is.
Iedereen is uit God ontstaan, bestaat in en uit God en zal uiteindelijk in God opgaan. Om
misverstanden te voorkomen: naast de goden hebben we ook een behoorlijke hoeveelheid godinnen. De
stromingen zijn niet elkaar opvolgend, maar zijn min of meer gelijktijdig ontstaan en hebben zich naast
elkaar vredig verder ontwikkeld. Vandaar de zeer grote diversiteit binnen het Hindoeïsme en vandaar
ook dat de Hindoes heel positief staan tegenover andere religies en levensbeschouwingen. Hindoes
hebben geen kritiek op andere religies en levensovertuigingen, althans we uiten die niet, omdat we
ervan uitgaan dat die andere leefwijzen voor die andere mensen net zo goed en nuttig zijn als onze
leefwijze voor ons is. Vandaar dat de Hindoes in hun hele geschiedenis nooit aan zendingswerk en het
bekeren van anderen gedaan hebben. We nemen bruikbare elementen uit andere culturen over, maar
dringen onze culturele elementen niet aan anderen op. We bevelen ze zelfs niet aan. Dit wil echter niet
zeggen dat we onze verworvenheden niet willen delen met anderen.
De diversiteit binnen het Hindoeïsme vraagt om een zeer specifieke mentaliteit, namelijk het volledig
en onvoorwaardelijk accepteren en waarderen van andere culturen en religies: van alle mensen, zonder
uitzonderingen. Deze mentaliteit heeft geleid tot een motto zoals: eenheid in verscheidenheid. Dit
motto was, mijns inziens, in India noodzakelijk om de boel bij elkaar te houden En het heeft tot nu toe
goed gewerkt. En de huidige Hindoes in Nederland hebben er veel baat bij, denk ik. Wij zien en
erkennen verschillen, maar keuren die niet af. In elk geval niet verbaal.
Hiermee kom ik op een andere, typische competentie of houding van de Hindoes. Wij kunnen
moeiteloos A denken, B zeggen en C doen. Deze discrepantie tussen denken, praten en doen is heel
goed te begrijpen bij een volk dat duizend jaar lang door vreemden geregeerd is geweest. Overigens is
in onze beleving hierbij helemaal geen sprake van liegen of anderen belazeren. Het is meer zoiets als:
“ik bemoei me met mijn eigen zaken” of “waarom zou ik een ander ongelukkig maken door iets te
zeggen wat door de ander als negatief ervaren zal worden?”
De waardering voor de medemens is bij de Hindoes ook gebaseerd op de gedachte dat iedere
medemens een gelijkwaardige goddelijke energie is: dit zeggen we ook tegen onze medemensen. Dit is
ook een reden waarom wij nooit aan actieve, strategische geloofsverspreiding gedaan hebben. In onze
gezaghebbende boeken, en daar hebben we honderden van, staat nergens dat je een Hindoe moet
worden. Of dat je je kinderen tot Hindoes moet opvoeden. In plaats daarvan wordt systematisch
gezegd: “wordt een mens” of wordt een “goed mens”: een extra reden om medemensen en vooral
goede medemensen te accepteren en te waarderen zoals ze zijn. Zij mogen zelf uitmaken hoe ze willen
zijn en wat voor hen goed is en wat hen gelukkig mag maken. Alweer een reden waarom de Hindoes in
Nederland niet opvallen.
Hiermee kom ik op het onderwerp vrijheid. Hindoes kunnen een stroming van het Hindoeïsme
aanhangen die een heleboel zeer gedetailleerde leefregels geeft. Er zijn stromingen die voor je bedacht
hebben hoe je moet slapen, wanneer je moet slapen, hoe je pyjama er uit moet zien, welke kleuren
daarin mogen voorkomen enzovoort. Het hele levensloop is met zeer concrete regels vastgelegd. Aan
de andere kant van het continuüm vind je stromingen die totale vrijheid bepleiten. Iedereen mag, moet
zelf bepalen wat hij of zij zal denken, zeggen en doen. Deze totale vrijheid brengt natuurlijk een
algehele verantwoordelijkheid met zich mee. Als je de vrijheid neemt om te doen wat je wil, ben jij
persoonlijk volledig verantwoordelijk voor je handelingen. Je kan je in dat geval niet beroepen op een
geschrift of op God. In deze stroming, gedachtegang of geest speelt God geen actieve rol. Immers niet
Hij of Zij is in enige mate verantwoordelijk voor jou gedrag, maar dat ben je zelf. Hij speelt dus ook
geen rol en het maakt dan ook niet veel uit of Hij of Zij wel of niet bestaat. Hij of Zij beloont of bestraft
jou niet. Jij bent degene die zichzelf beloont of bestraft. Op iedere actie van jou zal noodzakelijkerwijze
een reactie volgen. Als die reactie niet in dit leven plaats vindt, zal het in een komend leven plaats
vinden. Haast hebben we dus ook niet. We geloven, in meerdere of mindere mate, in de leer van de
wedergeboorte. We worden keer op keer geboren en genieten van onze weldaden die we in het heden
en het verleden opgebouwd hebben of dragen de lasten van onze misdaden die we in dit of vorige
levens gepleegd hebben. Deze leer weerhoudt ons ervan om slechte en verkeerde dingen te doen. Dat
wil niet zeggen dat Hindoes brave burgers zijn die nooit rotzooi uithalen. Nee, Hindoes zijn naast
Hindoes ook gewone mensen. Ons gedrag wordt in de eerste plaats bepaald door ons mens zijn, vader
zijn, werknemer zijn, buurman zijn … en ergens het Hindoe zijn.
Ons Hindoe zijn blijkt vooral uit het vieren van onze religieuze feesten en gedenkdagen en het houden
van onze typische offerdiensten en (overgangs-)rituelen. Ook van deze rituelen hebben we een heleboel
( 16 belangrijke), waarvan er een aantal is dat door velen uitgevoerd wordt. Denk maar aan de
naamgeving bij een baby, het kaalscheren van baby’s als reinigingsritueel, het huwelijksritueel en de
dodenrituelen.
Bij dit soort rituelen hebben we de diensten van onze priesters nodig. In tegenstelling tot vroeger
spelen de priester geen belangrijke rol meer in het (religieuze) leven van de Hindoes. Als de ene
priester ons niet bevalt, dan nemen we gewoon een andere die beter bij ons doen en denken past. Zo
ook de regels, geboden en verboden die vanuit de religie gesteld zijn. Bevalt op enig moment een regel
ons niet, dan schrappen we die regel uit ons leven. Bevalt een stroming ons niet, dan nemen we een
andere stroming aan. Bevalt het Hindoe zijn ons niet, dan nemen we een andere levensovertuiging aan
en als dat op een dag ons ook niet bevalt, dan keren we misschien terug naar het Hindoeïsme. Dit kan
en mag allemaal omdat het Hindoeïsme geen officieel, religieus gezag kent: heeft dat ook nooit gekend.
We hebben niet zo iemand als een katholieke paus met kardinalen en bisschoppen enzovoort. Er is
niemand die het religieuze recht heeft om vast te stellen wat een Hindoe mag of niet mag, moet of niet
moet. India heeft bijvoorbeeld nooit een institutionele priesters opleiding gehad. Men wordt een
Hindoe priester door dat te leren van een deskundige, ervaren priester. Priesters hebben geen extra
bevoegdheden om de gelovigen iets verplicht voor te schrijven. Priesters kunnen geen sancties
toepassen. Uiteraard speelt, net als in iedere samenleving en gemeenschap, de sociale controle wel een
rol en zijn er mensen die de priester zien als een gezaghebber. Ook de zeer beperkte rol van de priester
is te verklaren vanuit de gedachte dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor zijn daden. Er zijn wel
stromingen waar de priester een belangrijkere rol speelt. Bijvoorbeeld stromingen waarbij de priester
een, simpel gezegd, bemiddelende rol speelt tussen de mensen en de goden. Over het algemeen speelt
de priester geen belangrijke rol als het gaat om maatschappelijke kwesties zoals integratie, tolerantie,
abortus, zelfdoding en dergelijke. Iedereen moet maar zelf zijn of haar standpunt innemen als het gaat
om dit soort kwesties. Er zijn Hindoes die dat niet kunnen, die hebben dan wel wat aan de mening van
een priester. Of aan de vele religieuze boeken die we tot onze beschikking hebben. Wel is het zo dat
onze religieuze boeken geen enkel uitsluitsel kunnen bieden. Wat in het ene boek verboden is, is in een
ander boek toegestaan. En iedereen mag zelf kiezen met welk boek hij of zij de eigen mening wil
onderbouwen. Wel moet ik gelijk erbij zeggen dat de kennis van de Surinaamse Hindoes in Nederland
wat betreft hun religie zeer beperkt, oppervlakkig en fragmentarisch is. Wat ze weten hebben ze hier en
daar tijdens tempeldiensten uit de betogen van de priesters opgepikt. Diepgaande filosofische betogen
en debatten over onderwerpen uit de religie zal je dan ook niet veel tegenkomen. Wel is er een toename
bij de jongeren te merken van het verschijnsel dat ze over het Hindoeïsme in het Nederlands lezen en
het daarover hebben. Maar ook dat blijft zeer beperkt en oppervlakkig en vindt marginaal plaats. Deze
hernieuwde belangstelling, vooral bij geschoolde jongeren, zal ervoor zorgen dat het Hindoeïsme in
Nederland verder verrijkt wordt en een Nederlands Hindoeïsme zal doen ontstaan. Deze verrijking
wordt verder gestimuleerd door de positieve houding die Nederlanders al heel lang tegenover het
Indiase Hindoeïsme hebben. De grote vrijheid die een Hindoe in Nederland heeft om een eigen
persoonlijke religie en godsdienst te ontwikkelen en te belijden zorgt ervoor dat er op religieus gebied
geen grote religieuze of gewetensproblemen ontstaan.
Gemengde huwelijken bij voorbeeld worden door het Hindoeïsme niet verboden of geboden. Beter
gezegd: in sommige boeken wordt een gemengd huwelijk (vooral tussen kasten) verboden, in andere
boeken is dat geen probleem, terwijl in andere boeken vanwege hun voordelen gemengde huwelijken
sterk aanbevolen worden.
Traditioneel zijn het de priesters die als hoeders van de godsdiensten en bemiddelaars tussen de goden
en de mensen vertellen wie, wanneer, wat en hoe iets moet doen. Maar zoals eerder gezegd: het gezag
van de priester neemt af en hij wordt al niet meer als een autoriteit op theologisch gebied gezien.
Jongeren die belangstelling hebben voor het Hindoeïsme lezen Nederlandse boeken over het
Hindoeïsme en vinden, volgens mij zeer passend bij de geest en traditie van het Hindoeïsme, zichzelf
een autoriteit.
Over het algemeen zijn de Surinaamse Hindoes behoorlijk gezagsgetrouw. Het gezag van de overheid
wordt aanvaard. Overheidsacties en –beleid worden door de Hindoes vanuit het Hindoeïsme niet
argwanend gevolgd. In Suriname werd koningin (Wilhelmina) nog als een moeder geëerd.
Over de positie van de vrouwen binnen het Nederlandse Hindoeïsme is niet veel met zekerheid te
zeggen. Zoals uit mijn betoog mag blijken is ons Hindoeïsme flink aan het veranderen. Niet iedere
persoon verandert in dezelfde mate in dezelfde richting. Ik denk dat de positie van individuele vrouwen
binnen gezinnen op een continuüm geplaatst kan worden met aan de ene kant nogal traditionele
gezinnen waarin vrouwen niet veel te vertellen hebben, en aan de andere kant gezinnen waarin
vrouwen alles te vertellen hebben. Wel opvallend is dat in Nederland de Hindoe gezinnen van
bevelshuishouding overgaan naar overleghuishoudens. Zo’n overgang kan wel wat tijd in beslag
nemen. Zelf denk ik dat de positie van de Hindoe vrouwen in Nederland niet zo zeer door hun
Hindoeïsme bepaald wordt maar meer door factoren zoals: economie, familietraditie, sociale status,
genoten onderwijs, arbeidspositie et cetera. De rol en positie die vrouwen vanuit het Indiase
Hindoeïsme toebedeeld krijgen is rijk geschakeerd. Verschillende boeken geven verschillende regels.
Laten we verder niet vergeten dat vrouwen eigenlijk door de hele geschiedenis heen overal een min of
meer ondergeschikte rol gespeeld hebben. Zelf heb ik niet het idee dat er nu binnen de Hindoe
gemeenschap in Nederland gesproken kan worden van bewuste, systematische onderdrukking van de
vrouwen. Volgens mij is in Suriname al een verbetering van de positie van de vrouwen in gang
gekomen: niet zozeer veroorzaakt door het Hindoeïsme, maar door de sociaal economische situatie en
het volgen van onderwijs. Dat proces gaat in Nederland versneld door.
Download