1. Hoe krijg je meer inzicht in leerlingen met autisme?

advertisement
Autisme
In het onderwijs
Heb geduld: Alles is moeilijk ,
Voor dat ze gemakkelijk worden
Jasmijn ter Meulen
500618227
VWPL 2 / Vakdidactiek
I.O.V. mevr. van Kooten
Inhoudsopgave
INLEIDING
3
1. OPZET VAN HET ONDERZOEK
4
HOOFD EN DEELVRAGEN
§ 1.1 GEGEVENS VAN DE STAGESCHOOL
§ 1.2 PLANNING
§ 1.3 VERWACHTING VANUIT MIJN STAGESCHOOL EN DE HVA
§ 1.4 ONDERZOEKSPOPULATIE
§ 1.5 ONDERZOEKSDATA
4
4
4
5
5
5
2. HOE KRIJG IK MEER INZICHT IN LEERLINGEN MET AUTISME?
5
§ 2.1 WAT IS AUTISME?
§ 2.2 HOE HERKEN JE AUTISTISCHE LEERLINGEN?
§ 2.3 WAT ZIJN DE POSITIEVE EN MINDER POSITIEVE KENMERKEN VAN LEERLINGEN MET AUTISME?
§ 2.4 ONDERZOEKSPOPULATIE LEERSTIJLENTEST EN ENQUÊTE
§ 2.5 UITSLAG VAN DE ENQUÊTE
§ 2.6 WAT VINDEN MIJN LEERLINGEN ( 14-18 JAAR)MET AUTISME LEUK OM TE DOEN?
3. HOE LEREN LEERLINGEN MET AUTISME?
ERROR! BOOKMARK NOT DEFINED.
§ 3.1 UITSLAG VAN DE LEERSTIJLENTEST
§ 3.2 WELKE IDEEËN LEVEN ER BIJ DE MEERDERE DOCENTEN?
4. CONCLUSIES
5
5
6
7
7
8
9
9
9
§ 4.1 ANTWOORDEN OP DE HOOFDVRAGEN
9
§ 4.2 AANBEVELINGEN
9
§ 4.3 HOE ‘ HAAK JE AAN’ BIJ DE KENMERKEN EN INTERESSES VAN DE LEERLINGEN?
10
§ 4.4 WELKE DIDACTISCHE WERKVORMEN ZIJN GESCHIKT VOOR LEERLINGEN MET AUTISME?
10
§ 4.5 WAAR MOET JE ALS DOCENT OPLETTEN BIJ HET GEVEN VAN INSTRUCTIES AAN AUTISTISCHE LEERLINGEN?
11
LITERATUURLIJST
13
BIJLAGEN
14
ENQUÊTE
LEERSTIJLENTEST
14
16
2
Inleiding
De aanleiding van dit verslag is dat ik vanuit mijn studie de opdracht heb gekregen om een
doelgroeponderzoek te houden over de leerlingen van mijn stageschool.
Ik loop stage op Pro Almere. Pro Almere is een praktijkschool en richt zich op leerlingen die
moeite hebben met leren. De leerlingen zijn niet in staat om het regulier middelbaar onderwijs te
volgen. De leerlingen op Pro Almere hebben een intelligentie quotiënt tussen de 60 - 80. Er is
sprake van tenminste 3 jaar leerachterstand, gemeten vanaf groep 8 van de basisschool. Bij een
aantal leerlingen is er sprake van een stoornis zoals: ADHD, ADD, OOD, CD of Autisme.
Dit verslag gaat over de pervasieve ontwikkelingsstoornis : autisme.
Mijn probleemsituatie is dat ik bijwijlen moeite heb om contact te leggen met leerlingen met een
vorm van autisme. Pas als je contact maakt, dan kun je onderwijzen. Van contact wordt een
leerling rustig. In contact voel je je veilig. En pas als je je veilig voelt, kun je leren en jezelf
ontwikkelen.
Door middel van dit onderzoek hoop ik meer inzicht te krijgen in zowel de denkwijze als leerwijze
van autistische leerlingen. Door meer inzicht te hebben in zowel de denkwijze als leerwijze, kan ik
beter inspelen op de wensen en behoeften van leerlingen met autisme.
3
1. Opzet van het onderzoek
Hoofd en deelvragen
Hoofdvraag
Hoe krijg ik meer inzicht in leerlingen met autisme?
Deelvragen
Wat is autisme eigenlijk?
Hoe herken je autisme bij leerlingen ?
Wat zijn de positieve en minder positieve kenmerken van leerlingen met autisme?
Wat vinden mijn leerlingen ( 14-18 jaar)met autisme leuk om te doen?
Hoofdvraag
Deelvragen
Hoe leren leerlingen met autisme?
Hoe ‘haak je aan’ bij kenmerken en interesses van leerlingen met autisme?
Welke didactische werkvormen zijn geschikt voor leerlingen met autisme?
Waar moet je als docent opletten bij het geven van instructies aan autistische
leerlingen?
De verlegenheidssituatie is dat is bijwijlen moeite heb om contact te leggen met autistische
leerlingen. Ik begrijp de denk/zienswijze niet altijd en dit maakt soms het contact voor mijn gevoel
erg lastig.
Mijn doel van dit onderzoek is dat ik meer inzicht krijg in de denkwijze en leerwijze van autistische
kinderen. Door de leerlingen beter te begrijpen kan ik meer inspelen op de wensen en behoeften
van deze leerlingen.
§ 1.1 Gegevens van de stageschool
Pro Almere, praktijkonderwijs
Koningsbeltstraat 4
1329 AL Almere
Telefoon: 036 - 533 61 94 Floris Harends, contactpersoon
§ 1.2 Planning
Week
Week 1
Activiteit
Theoretisch onderzoek. 
 Informatie zoeken over autisme
 ontwerpen van de leerstijlentest
 ontwerpen van de enquête
 Theoretisch kader schrijven.
Week 2



Enquête afnemen
Leerstijlentest afnemen
In gesprek met docent/orthopedagoog over autisme in het onderwijs
Week 3



Resultaten van de leerstijlentest en enquête verwerken
Conclusies schrijven
Complementeren van het onderzoek
4
§ 1.3 Verwachting vanuit mijn stageschool en de HvA
Vanuit mijn stageschool verwacht ik de medewerking voor het uitvoeren van de enquête en de
leerstijlentest. Ik ben benieuwd naar hoe mijn collega’s van de horeca omgaan met autistische
leerlingen, ik verwacht van mijn collega’s dat zij tijd voor mij hebben om mij te woord te staan over
hun bevindingen. Vanuit de HvA verwacht ik de nodige feedback.
§ 1.4 Onderzoekspopulatie
De onderzoekspopulatie zijn leerlingen van Pro Almere met autisme. De leeftijd is variërend van
14-18 jaar. De leerlingen van Pro Almere hebben een leerachterstand en volgen het
praktijkonderwijs.
§ 1.5 Onderzoeksdata
Zowel vanuit de boeken als vanuit stukken op internet wil ik inzicht krijgen in wat autisme is, hoe
je leerlingen met autisme herkent , wat zijn de wensen en behoeften en hoe kan ik de leerling het
beste begeleiden en lesgeven. Vanuit ervaringsverhalen van mijn collega’s op Pro hoop in meer
inzicht te krijgen in ; hoe docenten het ervaren om les te geven aan autistische leerlingen. Ik hoop
dat de enquête en de leerstijlentest van Kolb resultaten mij inzicht geeft in de wijze waarop
leerlingen leren en wat de interesse zijn. De uitslag van zowel de enquête als de leerstijlentest zal
ik verwerken in cirkeldiagrammen.
Theoretisch Kader
§ 2.1 Wat is autisme?
Uit onderzoek van psycholoog dhr. Kanner( 1943) is autisme is een neurologische stoornis in de
informatieverwerking van de hersenen. Informatie die via de zintuigen binnenkomt wordt bij
mensen met autisme anders verwerkt. Onderzoekers hebben ontdekt dat de hersenonderdelen
die emoties moeten verwerken zich in autistische mensen niet normaal ontwikkelen. Verder
onderzoek heeft uitgewezen dat sommige langeafstandscircuits die verschillende onderdelen van
de hersenen met elkaar verbinden, niet goed functioneren. De een is bijvoorbeeld overgevoelig
voor neonverlichting, de ander wordt ziek van sterke geuren. De een is wellicht meer sociaal en
emotioneel bewogen dan de ander. Het hangt er maar van af welke circuits met elkaar verbinding
maken. De ontwikkelingsstoornis wordt gekenmerkt door een kwalitatieve stoornis in de
communicatie, de sociale omgang en de verbeelding. Ongeveer 70% van de mensen met autisme
heeft ook een verstandelijke handicap.
Autisme komt voor in elk land, in elke etnische groep en in elk milieu. Autisme wordt meestal pas
geconstateerd tegen de tijd dat een kind al wat ouder is. In Nederland heeft ruim 1% van de
bevolking een vorm van autisme, wat neerkomt op 190.00 mensen. Autisme komt over het
algemeen meer voor bij jongens dan bij meisjes.
Er zijn verschillende soorten vormen van autisme, de meest voorkomende zijn: klassieke autisme,
stoornis van Asperger en PDD-NOS. Als gevolg van een andere manier van verwerken van
informatie, hebben mensen met autisme moeite met : communicatie, sociale interactie en
voorstellingsvermogen.
§ 2.2 Hoe herken je autistische leerlingen?
Leerlingen met autisme hebben een andere manier van verwerken van informatie. Dit uit zich in
een achterstand met betrekking tot communicatie, sociale interactie, voorstellingsvermogen en
gedrag. Bij leerlingen met autisme zijn tenminste 6 symptomen aanwezig.
Sociale interactie
5




De leerling is niet in staat om passende relaties aan de gaan met klas-leeftijdsgenoten.
Er is een gebrek aan sociale en emotionele wederkerigheid.
Non-verbaal gedrag niet begrijpen
Weinig tot geen inlevingsvermogen in gedachten en bedoelingen van klasgenoten.
Communicatie:
 Autistische leerlingen nemen informatie vaak te letterlijk.
 Leerlingen met autisme hebben problemen met het begrijpen van indirecte non-verbale
communicatie zoals: gezegden, gebaren en gezichtsexpressie.
 Gebrek aan gespreksvaardigheden
 Herhaald taalgebruik
 Gebrek aan spontaniteit
Gedrag:
 Beperkte interesse / interesse in fantasiewerelden
 Hardnekkig vasthouden aan rituelen
 Obsessie voor details
 Herhalende motoriek
Volgens onderzoek van J. Goldberg (1979) gaat autisme veelvuldig gepaard met andere
stoornissen( comorbide) zoals: verstandelijke beperkingen, ADHD, depressie of OCD. Als de
leerlingen niet gediagnostiseerd is op autisme, maar het gedrag toch meerdere van bovenstaande
symptomen bevat is het verstandig om dit kenbaar te maken bij de orthopedagoogschoolpsycholoog. De orthopedagoog of schoolpedagoog kan in gesprek gaan met de leerling om
na te gaan en te diagnosticeren of er inderdaad sprake is van autisme. Niet herkend autisme kan
leiden tot het gevoel van outsider, alsof de leerling op een andere planeet is geboren.
§ 2.3 Wat zijn de positieve en minder positieve kenmerken van leerlingen met autisme?
Alle leerlingen hebben positieve en minder positieve kenmerken, dit is vaak persoonsgebonden
met of zonder stoornis. Leerlingen zijn vaak wel onder te verdelen in een bepaalde groep. De
onderverdeling kan bijv. plaatsvinden op basis van : leeftijd, geslacht, interesse etc. In dit
onderzoek beschrijf ik de kenmerken van leerlingen met autisme. Onderstaande staan de
kenmerken beschreven die kenmerkend zijn voor leerlingen met autisme in de leeftijd tussen de
12-18 jaar.
De positieve kenmerken zijn:
Oog voor detail
Fotografisch geheugen
Objectief, geen vooroordelen
Perfectionistisch
Eigen mening
Berekenend
Leven volgens de regels
Eerlijk, gedreven en wilskrachtig
De wat minder positieve kenmerken zijn:
Problematische omgang met andere personen
Gebrek aan empathie, autistische mensen komen hierdoor soms egoïstisch over.
Toont sociaal ongewenst gedrag/ onverschillig
Motorisch niet sterk
Dwangmatig handelen, veel routine en structuur
Prikkelgevoel voor geur, geluid of licht
6
Moeite om eigen gevoelens te benoemen
Overbeleefd gedrag
§ 2.4 Onderzoekspopulatie leerstijlentest en enquête
Zowel de leerstijlentest als de enquête zal ik afnemen op mijn stageschool Pro Almere. Ik heb de
enquête afgenomen bij 8 leerlingen uit 4 verschillende klassen. Ik zal bij de docenten uit de
horecasector en AVO vakken gaan informeren naar welke leerlingen autisme hebben. Of ik zelf
de leerstijlentest en enquête afneem, of dat een docent dit doet. Is geheel afhankelijk van mijn
stageschool. Ik geef les aan leerlingen in de leeftijd van 14-18 jaar.
§ 2.5 Uitslag van de enquête
Geslacht
leeftijd
Vrouw
25%
14 < 15
25%
18
25%
Man
75%
afkomst
Nederlands
Surinaams
Marokaans
Turks
16 < 17
50%
rustig of drukker
type leerling
Antiliaans
rustig
25%
13%
13%
drukker
37%
12%
Omschrijving in 4 woorden van leerlingen:
Aardig, eerlijk, grappig en shop aholic
Rustig, fantasierijk, handig en koppig
Zelfstandig, ongeduldig, rustig en in mezelf gekeerd
Dromer, doorzetter, rustig en muziekverslaafd
Broers en/of
zussen
vrolijk, lief, uniek en verlegen
mooi, eigenwijs, rustig en snel geïrriteerd
betrouwbaar, koppig, sportief en creatief
eigenaardig, verlegen, eenzaam, ambitieus
Gebruik computer
huiswe
voor:
rk
12%
overige
13%
Nee
25%
Ja
75%
spelletj
es
38%
facebo
ok
37%
7
overig
13%
tennis
13%
voetbal
12%
fitness
12%
Sport
leukste vak op
school
geen
sport
50%
Handva
ardighe
id
25%
Praktij
k
50%
Minder leuk
schoolvak
Praktij
k
13%
Rekene
n
13%
Taal
12%
Rekene
n
25%
Favoriete
muziekstijl
Rock
Pop
Gym
62%
Hip-Hop
Rap
Later willen de leerlingen de volgende beroepen beoefenen:
Dierverzorger
Iets met computers
Kok
3x
Brandweerman
Kassière
§ 2.6 Wat vinden mijn leerlingen ( 14-18 jaar)met autisme leuk om te doen?
Kinderen met autisme hebben vaak een obsessie voor fantasiewerelden of objecten. Ze hebben
moeite om de fantasie wereld van de werkelijke wereld te scheiden. Het schakelen van het ene
activiteit naar het andere activiteit zal moeten gaan volgens een bepaalde routine/ritueel.
Autistische leerlingen hebben ook vaak tics zoals: wapperen met handen of op de tenen lopen.
Autistische leerlingen voelen zich hier prettig en veilig bij.
Uit de gesprekken die ik gevoerd heb met leerlingen en ook uit de enquête blijkt dat veel
leerlingen met autisme interesses hebben in de volgende onderwerpen:
1. computeren
2. tv kijken
3. gamen
4. huisdieren verzorgen
5. muziek luisteren
Wat mij opvalt is dat de leerlingen het vooral prettig vinden om individueel bezig te zijn. Geen van
de ondervraagde leerlingen tussen de 16-18 jaar gaan bijv. in het weekend stappen. De 2 meisjes
die ik geïnterviewd heb vinden het vooral leuk om hun dieren te verzorgen. De jongens zitten
graag achter de Ipad en computer.
8
Een leerling met autisme in de klas vraagt om een aangepaste didactiek. Autistische leerlingen
hebben net iets meer behoefte aan structuur dan de gemiddelde leerling. Het aanbieden van een
spoorboekje kan bijv. structuur bieden. Leerlingen met autisme leren verschillend, er is een grote
diversiteit aan leerstijlen. Er is echter één groot verschil tussen mensen met en zonder autisme:
mensen met autisme zijn niet instaat om gebruik te maken van hun zwakkere zintuigen, dit in
tegenstelling tot mensen zonder autisme. Belangrijk is om als docent je vooral te richten op het
zintuigelijke leren. Belangrijk is ook om de moeilijkheidsgraad aan de passen aan de leerling.
Autistische leerlingen zijn veelal visueel ingesteld. Door lesstof visueel te maken kan de
autistische leerling een plaatje vormen in zijn hoofd.
§ 3.1 Uitslag van de leerstijlentest
De leerstijlentest van Kolb. Is een test om te bekijken welke leerstijl het beste bij de persoon past.
Door inzicht te hebben in de leerstijlen van de leerlingen kan je als docent rekening houden met
hoe je het onderwijs aanbiedt, rekening houdend met de verschillende leerstijlen.
Uit de afgenomen leerstijlentest blijkt dat 3 leerlingen dromers zijn, 2 leerlingen denkers, 2
leerlingen zijn doeners en 1 leerling is een beslisser.
§ 3.2 Welke ideeën leven er bij de meerdere docenten?
Nog invullen.
Conclusies
§ 4.1 Antwoorden op de hoofdvragen
1. Hoe krijg je meer inzicht in leerlingen met autisme?
Het inzicht krijg je door de leerlingen te bestuderen maar ook door autisme te bestuderen.
 Wat is autisme?
 Wat zijn de positieve en minder positieve kenmerken van leerlingen met autisme
 Wat liggen de interesses van de leerlingen. ( wat vinden mijn leerlingen leuk om te doen)
2. Hoe leren leerlingen met autisme?
Iedere autistische leerling leert anders, net als bij leerlingen zonder autistische stoornis leren de
leerlingen met verschillende leerstijlen. Autistische leerlingen hebben wel meer structuur nodig.
Mensen met autisme zijn niet instaat om gebruik te maken van hun zwakkere zintuigen, dit in
tegenstelling tot mensen zonder autisme. Leerlingen met autisme leren vooral door verschillende
zintuigen te prikkelen ( visueel maken van de lesstof, veel auditief maken en de gewenste
structuur kan aangeboden worden door een spoorboekje, hier tussentijds even op terug komen en
als docent niet te veel afwijken van de lesstof).
§ 4.2 Aanbevelingen
1. Verplicht leerlingen met autisme niet samen te werken als zij dit niet willen.
2. Geef tijdens de instructie duidelijk aan wat de opdracht is, hoelang de leerling hiervoor de tijd
heeft. Geef ook aan wanneer de leerling klaar is en wat hij dan kan doen ( structuur).
3. Maak veel gebruik van media-educatie dit spreekt zowel leerlingen met als zonder autisme aan.
De computer kan de concentratie van de leerlingen bevorderen.
§ 4.3 Hoe ‘haak je aan’ bij de positieve kenmerken en interesses van leerlingen?
9
§ 4.3 Hoe ‘ haak je aan’ bij de kenmerken en interesses van de leerlingen?
Lessen kan je aanbieden d.m.v. digitale media zoals computers, Ipads etc. dit spreekt de
leerlingen aan. Tijdens de lessen kan je veel visueel maken ( tv ) filmpjes kijken. Veel structuur,
weinig lezen, veel herhalen van de lesstof .
§ 4.4 Welke didactische werkvormen zijn geschikt voor leerlingen met autisme?
Een leerling met autisme vraagt om een aangepaste manier van lesgeven. Leerlingen met
autisme hebben nou eenmaal meer structuur nodig dan leerlingen zonder autisme. Qua leerstijl is
elke leerling met autisme verschillend net zoals leerlingen zonder autisme.
Er is echter één groot verschil tussen mensen met en zonder autisme: mensen met autisme zijn
niet instaat om gebruik te maken van hun zwakkere zintuigen, dit in tegenstelling tot mensen
zonder autisme. Belangrijk is om als docent je vooral te richten op het zintuigelijke leren.
Autistische leerlingen zijn veelal visueel ingesteld. Door lesstof visueel te maken kan de
autistische leerling een plaatje vormen in zijn hoofd. Bijv. noteren van het spoorboekje( zorgt ook
voor structuur), posters etc.
Didactische werkvormen gericht om visueel zintuig ( ogen)
1. Het maken van een collage.
 Fotocollage, beeldcollage
2. Cartoons
 cartoonanalyse : leerlingen krijgen cartoons over een bepaald onderwerp te zien. A.d.h.v. de
cartoons krijgen de leerlingen vragen die zij moeten beantwoorden. ( blz. 260)
3. Filmvertoning
Tast heeft ook een positieve uitwerking op autistisch leergedrag. Je kan de leerlingen bijv.
objecten of producten laten betasten en vervolgens laten omschrijven wat zij of hij gevoelt heeft.
De tastzin van autistische kinderen is vaak goed doorontwikkeld.
Didactische werkvorm gericht op tast zintuig ( huid)
4- Zintuigspel - tastspel.
Nadat de leerlingen verschillende beelden hebben gezien over verschillende soorten groenten,
gaan ze het tastspel spelen. De leerlingen worden geblinktdoekt en a.d.h.v. het gevoel ( structuur
en vorm) beschrijven ze welke groenten ze voelen.
Auditief leren is ook een manier die vaak een positieve uitwerking heeft op de opname van de
lesstof bij de leerlingen. Als docent zijnde kan je bepaalde geluiden maken ‘ met betrekking tot het
onderwerp’ om het onderwerp te bekrachtigen. Geluid zorgt voor een aangename manier om te
interacteren.
Didactische werkvorm zintuig gericht op auditief ( oren)
5. Filmpjes laten zien en geluiden tonen die betrekking hebben tot het onderwerp.
Tijdens bijv. een les Nederlands kan je leerlingen muziek laten zoeken met betrekking tot een
bepaald onderwerp. Vervolgens kan je ze de songtekst laten opzoeken en de moeilijke worden
laten uitzoeken.
Reuk en smaak is ook een belangrijk onderdeel van het zintuigelijke leren. Door leerlingen dingen
te laten proeven of te ruiken kunnen zij het project/ lesstof beter onthouden/ herinneren.
10
Didactische vorm gericht op verschillende zintuigelijke waarnemingen :Visueel, reuk, tast
en smaak.
Voor een horecapraktijkles zou ik als docent bijv. een proeverij kunnen organiseren bijv. over
kruiden. D.m.v. een proeverij bereik je veel zintuigen.
Visueel  Wat zie je?
Reuk Waar ruikt het kruid naar? Komt het je bekend voor? In bijv. een bepaald gerecht?
Tast Wat voel je? Wat voor structuur heeft kruid?
Smaak  Wat proef je? Zout, zuur, bitter, zoet. Blijft de smaak lang in je mond of juist kort?
§ 4.5 Waar moet je als docent opletten bij het geven van instructies aan autistische
leerlingen?
Als docent is het belangrijk om structuur aan de bieden in de les. Maak voorafgaande aan de les
een spoorboekje, dag planning etc. Kom tijdens de les even terug op het spoorboekje en geef
duidelijk aan welke opdrachten de leerling gaat maken, hoelang de leerling hiervoor de tijd heeft
en aangeven wanneer de leerling klaar is biedt ook structuur. Belangrijk is om de
moeilijkheidsgraad aan te passen op de individuele leerling. Zorg voor een gestructureerde
instructie en een voorspelbare manier van lesgeven.
Belangrijk is om concrete termen te gebruiken tijdens de instructie, vooral niet te abstract. Maak
als docent geen gebruik van spreekwoorden, dit begrijpen leerling met autisme niet, ze nemen dit
te letterlijk. Bijv. ik zie door het bomen het boos niet meer ( ‘’juf waar zijn de bomen dan’’).
Zorg dat de autistische leerling een vaste plek heeft in de klas. Zet de leerling niet naast ‘drukke
leerlingen’ en liever ook niet bij een raam of in een hoek. Autistische leerlingen zijn snel afgeleid.
Breng de instructie stapsgewijs, in kleine stapjes. Herhaal veel. Media-educatie slaat goed aan bij
autistische leerlingen. De computer kan de concentratie bevorderen, als docent zijnde kan je
hierop inspelen door bijv. instructies digitaal aan te leveren.
Als docent kan je gebruik maken van het drie-fasen-model. Fase 1: De aanleertafel, één op één
begeleiding, individuele aangepaste situatie. Fase 2: De zelfstandig leer/werktafel, ‘oefenfase’ in
een aangepaste maar zelfstandige situatie en fase 3 is : de reële context, de aangeleerde
vaardigheden worden zelfstandig toegepast in de werkelijke levensechte situaties.
Het 3 fasen model
Fase 1: De aanleertafel
Er wordt een nieuwe vaardigheid aangeleerd in een aangepaste situatie. Het voordeel van een
aanleertafel is dat een leerling met autisme in een prikkelarme omgeving leert, aangepaste
communicatie op het desbetreffende begripsniveau en een constante begeleiding.
Prikkelarme omgevingen zijn voor leerlingen met autisme fijn om te leren. Leerlingen met autisme
zijn bij het minste en geringste afgeleid. Als docent zijnde is het ook belangrijk dat je de nodige
hulp en interactie beperkt, wees als docent niet te verbaal. Om de concentratie van de leerling te
verbeteren is het gunstig om het leeractiviteit zittend aan een tafel uit te voeren. Ga tijdens de
instructie niet naast te leerling zitten maar tegenover de leerling, hierdoor kan je de leerling beter
observeren en is het gemakkelijker om hulp te bieden. Naast de persoon zitten verhoogt de
waarde van aanwezigheid, dit zorgt ook weer voor een extra prikkel. Tijdens de aangepaste
communicatie geef je als docent aan wat je van de leerling verwacht, hoelang het activiteit duurt (
werkschema) , hoe je een bepaald activiteit het juist uitvoert en wat er tegenover staat.
11
Fase 2: De zelfstandig leer/werktafel
Nadat de leerling fase 1 heeft volbracht aan de aanleertafel is het belangrijk om de leerling aan te
leren om het in een andere context te zien. De zelfstandig leer tafel is een oefentafel voor
aangeleerde activiteiten. De leerling krijgt niet meer de constante begeleiding maar gaat
zelfstandig aan het werk. De zelfstandig leer tafel dient om vaardigheden te oefenen. Fase 2
heeft ook als doel dat leerlingen in staat zijn om een bepaalde tijd alleen bezig te zijn, dit is ook
belangrijk voor de vrijetijdssituatie, de leerling kan zichzelf vermaken. Aan het einde van de
sessie kan je als docent een evaluatiemoment inlassen om het werk te controleren en om
feedback te geven.
Fase 3: De reëel context
Na fase twee waarbij de leerling heeft kunnen ‘oefenen’ gaat het er ook om dat de leerling het
aangeleerde werkelijk kan toepassen in de reële context. In deze fase voert de leerling het
activiteit uit, zonder individuele begeleiding en prikkelarme omgeving.
Bij het driefasen model is het belangrijkste dat je als docent individualiseert. Denk na of de stof
haalbaar is voor de leerling en denk er ook over na hoe je de stof gaat aanbieden. Voor elk
persoon met autisme is de concrete toepassing anders.
12
Literatuurlijst
- Personen Wout van den Schootbrugge, Docent Pro Almere
Anke Nieuwenhuizen, Orthopedagoog Pro Almere
- Internet
klimaatbuffers.kennisnet.nl/.../Leerstijlentest_v1.31.pdf
http://nl.wikipedia.org/wiki/Autisme
www.autisme.nl
www.leraar24.nl/video/3307
http://www.neuroimmunedr.com/present1/index.htm
- Literatuur
Peeters, T (2003) Autisme Medisch & Educatief, Antwerpen: Opleidingscentrum
Autisme
Delfos, M(2008) Autisme op school deel 2, Esch: Uitgeverij Quirijn
Degrieck, S ( 2001) Denk & Doe , Berchem: Uitgeverij EPO
Shore, S & Rastelli, L (2009) Autisme voor Dummies, Amsterdam: Pearson
Education Benelux bv
13
Bijlagen
Enquête
Vragen
Antwoorden
Personalia
1
Ben je een jongen of meisje?
☐
☐
Jongen
Meisje
2
Hoe oud ben je?
☐
☐
☐
14 < 15
16 < 17
18
3
Wat is je afkomst?
4
Omschrijf jezelf eens in 4
woorden.
5
Ben je een rustig of juist een wat ☐
drukker type?
☐
rustig
drukker
6
Heb je broers en/of zussen?
Interesses &
Hobby’s
7
8
☐
☐
o
o
o
o
o
Als je op de computer zit, wat
doe je dan vooral?
Doe je aan sport? Zo ja welke?
Ja
Nee
☐
☐
Nee
Ja
o
o
o
o
o
9
Wat zou je later willen worden?
10
Wat vind je het leukste
Informatie
Huiswerk
Skypen
You tube
Spelletjes
Fitness
Voetbal
Hockey
Tennis
Anders, namelijk…………………………..
o Handvaardigheid
14
schoolvak op school?
11
Welk schoolvak vind je minder
leuk.
12
Wat is je favoriete muziekstijl?
o Rekenen
o Taal
o Praktijk
o Gym
o Handvaardigheid
o Rekenen
o Taal
o Praktijk
o Gym
o Rock
o Pop
o Hiphop
o Rap
o Hardcore
o Blues en Jazz
o Klassiek
Anders, namelijk:
15
Leerstijlentest
Naam:
Klas:
Datum
Instructie.
De test bestaat uit 9 vragen.
Er zijn 9 vragen. Vraag 1: ‘’ Jij wilt leren koken. Hoe pak je dat aan? Je
hebt keuze uit 4 antwoorden. Het antwoord dat het beste bij jou past geef
je 4 punten. Het antwoord dat het minst bij je past krijgt 1 punt. De
andere antwoorden krijgen 2 of 3 punten. Elk antwoord krijgt dus 1,2,3 of
4 punten. Per vraag kan je maar 1x 1,2,3 of 4 gebruiken. Je kan dus niet
hetzelfde cijfer plaatsen bij verschillende antwoorden. De punten die je
geeft schrijf je in de grijze vakjes links naast de vragen.
1
2
Kolom A
Kolom B
Jij wilt leren koken. Hoe pak je dat aan?
Kolom C
Kolom D
Ik probeer gewoon wat
uit.
Ik bekijk eerst
een kookboek
waarin staat hoe
ik moet koken
Ik vraag iemand
om me te laten
zien hoe het moet
en dan probeer ik
het na te doen.
Ik lees eerst de
gebruiksaanwijzing.
Ik probeer
meteen uit hoe
alles werkt.
Ik kijk eerst waar ik
het werkstuk voor
kan gebruiken.
Ik begin meteen
te werken.
Jij krijgt een nieuwe smart Phone. Wat doe je?
Je bedenkt eerst wat je
ermee wilt gaan doen.
3
Je wilt eerst precies
weten wat de smart
Phone allemaal kan en
vervolgens denk je na
over wat je er allemaal
mee kan doen.
Je moet een werkstuk maken over groenten. Wat doe je?
Ik denk eerst erover na
wat de bedoeling is en
hoe ik het werkstuk ga
aanpakken ( plan van
aanpak)
4
Ik kijk
eerst
goed hoe
een
ander
kookt.
Ik lees eerst de
opdracht goed door en
ga dan bedenken wat ik
allemaal in het
werkstuk zou kunnen
verwerken.
Je hoort een spannend verhaal, je moet het straks navertellen. Wat doe je?
Ik vertel alsof ik het
verhaal zelf
meegemaakt heb en
alsof het net gebeurd
is.
Ik vind het verhaal
geweldig en wil het zelf
ook meteen doen.
Ik wil eerst weten of
het verhaal wel
klopt.
Ik vertel het
verhaal precies
zo, zoals het mij
ook verteld is.
16
5
Je gaat op vakantie en mag kiezen uit 2 landen. Wat doe je?
Ik bedenk mij wat je
allemaal in de landen
kan doen. Ik vind het
lastig om te kiezen.
6
Ik wil eerst weten welke
messen er in het
messenset zitten. Welk
messenset het beste is
en wat de kosten zijn.
Ik wil direct weten hoe
de messen snijden. .
Ik kijk welke
messenset het
meest geschikt
voor mij is.
Ik probeer de leerstof in
het boek echt te
begrijpen.
Ik schrijf de
belangrijkste punten
op.
Ik leer omdat
het moet.
Je kan een leuk baantje krijgen in een restaurant. Wat doe je ?
Ik probeer te bedenken
hoe het voor mij zal zijn
om dat werk te doen.
9
Ik kijk wat voor
mij het meest
interessant is. Ik
kan makkelijk
keuzes maken.
Je krijgt een toets over koken, wat doe je?
Ik leer alleen wat ik
voor de toets moet
leren.
8
Ik haal boekjes over
de twee landen. Na
het lezen van de
boekjes maak ik een
keuze.
Je mag een messenset uitkiezen. wat doe je?
Ik denk na waar ik
allemaal het messenset
voor wil gaan gebruiken
en wat ik er voor plezier
aan zal hebben.
7
Ik denk er niet zolang
over na. Je moet er
gewoon het beste van
maken.
Ik wil eerst weten hoe
hoog de fooien zijn, wat
ik ga verdienen en hoe
hard ik moet werken.
Ik wil eerst precies
weten wat ik allemaal
voor taken krijg en
hoe het bedrijf werkt.
Ik begin gewoon
met werken en
ik zie wel of ik
het leuk vind.
Je mag zelf kiezen hoe je les krijgt in koken. Wat doe je ?
Ik wil graag dat de
leraar dingen voordoet
en verteld.
Ik wil graag
werkstukken maken
over producten die in
de keuken gebruikt
worden.
Ik wil duidelijke
stapsgewijze
opdrachten krijgen.
Ik wil graag
weten waarom
ik bepaalde
opdrachten
moet doen.
17
Kolom A
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
Totaal
Score
Kolom B
Kolom C
0
Kolom D
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Voelen
Bekijken
Denken
Neem uit de test ( vragen) de kolommen over.
De getallen van 1 t/m 9 staan voor de vragen
die jij beantwoord hebt. De kolommen A, B, C
en D zijn de keuze antwoorden( de
antwoorden die jij kon kiezen op de vragen).
Ondernemen
Neem uit de test ( vragen)
de kolommen over. De
getallen van 1 t/m 9 staan
voor de vragen die jij
beantwoord hebt. De
kolommen A, B, C en D zijn
de keuze antwoorden( de
antwoorden die jij kon
kiezen op de vragen).
Heb je bij vraag 1: 4
punten ingevuld bij kolom
b vul dan bij bovenstaande
tabel bij 1 kolom B 4
punten in. Vul ook kolom
A, C en D in. In sommige
kolommen staat een O.
Deze mag je gewoon laten
staan. De overige vakjes
vul je dus in.
Heb je bij vraag 1: 4 punten ingevuld bij
kolom b vul dan bij bovenstaande tabel bij 1
kolom B 4 punten in. Vul ook kolom A, C en D
in. In sommige kolommen staat een O. Deze
mag je gewoon laten staan. De overige vakjes
vul je dus in.
18
19
Download