De Grote Oorlog `14-`18

advertisement
WAAR GEBEURD
Oorlog in de Leiestreek (2)
De Grote Oorlog ’14-‘18
België en vooral Vlaanderen is in de loop der geschiedenis steeds een slagveld
geweest. Vooral de 20e eeuw met zijn twee wereldoorlogen heeft diepe sporen
nagelaten in het collectief geheugen, terwijl de materiele schade op heden bijna
onzichtbaar is geworden. Het zijn vooral de vele soldatenkerkhoven en de
monumenten ter herinnering aan de militaire en burgerlijke slachtoffers
die de huidige generaties aan deze vreselijke perioden herinneren.
Willy DENOULET
New British Cemetery te Harelbeke
Gelegen langs de Deerlijksesteenweg voorbij de spoorwegbrug richting Deerlijk op de linker
kant bevindt zich "Harlebeke New British Cemetery", beter gekend onder de naam "’t Engels
kerkhof. Maar hoe "Engels" is "’t Engels kerkhof en is "t Engels kerkhof "wel een kerkhof?
Vooreerst bevat de begraafplaats te Harelbeke Australische, Britse, Canadese , en ZuidAfrikaanse gesneuvelden. Dit zijn meer dan enkel Engelsen.
Ten tweede is een kerkhof steeds rond een kerk gelegen en moeten we hier dus
spreken van een (militaire) begraafplaats. De meeste slachtoffers die bier worden herdacht
zijn gesneuvelden van de "Eerste wereldoorlog". Al snel rijst de vraag hoe het komt dat op
ongeveer 30 km achter de frontlijn (leper Salient-Ploegsteert) een militaire begraafplaats
de Gavergids 2003 / 4
11
werd aangelegd. Vanaf oktober 1914 tot oktober 1918 was Harelbeke onder Duitse bezetting.
(Etappen-gebied).
Na de Britse (9th Scottish Division o.l.v. General Tudor) oversteek van de Leie en de
bevrijding van Harelbeke op zondag 20 oktober 1918 werd opgerukt naar de Schelde. Tijdens
deze oversteek en tussen Leie en Schelde hebben heel wat Britse Imperium soldaten het leven
gelaten. Gezien de snelle vooruitgang van de geallieerde troepen richting oosten werden de
gesneuvelden door de achterkomende makkers ter plaatse begraven.
Aldus lagen de kleine begraafplaatsjes overal verdeeld. Na de Wapenstilstand werden de
graven geconcentreerd in grotere militaire begraafplaatsen. Al te kleine kerkhoven en
begraafplaatsen verdwenen of werden samengevoegd. Oorspronkelijk werden te Harelbeke
enkel gesneuvelden van de periode oktober-november 1918 begraven (blok I tot X). In 1924 25 werd de begraafplaats aangevuld met Britse gesneuvelden afkomstig van o.a. omliggende
Duitse oorlogsbegraafplaatsen (voornamelijk blok XI tot XIX). Dit waren onder meer
slachtoffers van tijdens de Eerste Slag bij leper in oktober - november 1914. De concentrering
gebeurde vanuit 43 verschillende plaatsen.
The Commonwealth War Graves Commission
"Elk oorlogsslachtoffer moet worden herdacht op naam op een individuele grafsteen of op een
gedenksteen. De grafstenen moeten gelijkvormig zijn en er mag geen onderscheid worden
gemaakt naar militaire rang, ras of geloofsovertuiging"
Dit was de basis gedachte die leidde tot de oprichting van "The Common Ware Graves
Commission" (CWGC).
Fabian Arthur Goulstone Ware, afkomstig van Bristol (UK), was 45 jaar toen hij in
september 1914 in Frankrijk een mobiele Rode Kruis eenheid ging leiden. Algauw werd hij
geconfronteerd met de vele oorlogsslachtoffers. Gezien geen enkele officiële instelling
verantwoordelijk was voor de registratie en onderhoud van de oorlogsgraven, nam Fabian
Ware deze taak op zich. Zijn werk kreeg algauw de erkentelijkheid van het British War Office
(Ministerie van Oorlog).
de Gavergids 2003 / 4
12
In 1915 werd onder zijn leiding the Graves Registration Commission opgericht, welke als een
militaire organisatie fungeerde. Fabian Ware werd hiervoor tot majoor bevorderd. Gezien het
multinationaal aspect van de strijdkrachten - het Britse Imperium strekte tot ver overzees werd in mei 1917 de Imperial War Graves Commission opgericht. Later werd de naam
gewijzigd tot Commonwealth War Graves Commission. Vanaf 1916 werd voor de beplanting
van de begraafplaatsen een beroep gedaan op het advies van de Royal Botanie Garden (Kew).
Bij de heraanleg van de begraafplaatsen (na de oorlog) werd aan vooraanstaande architecten
als H. Baker, E. Lutyens en R. Blomfield de artistieke opdracht inzake inrichting en
uitwerking toevertrouwd.
De grafstenen worden gezaagd uit witte kalksteen afkomstig van de Engelse Zuidkust.
Het "Cross of Sacrifice" (R. Blomfield) en de "Stone of Remembrance" (E. Lutyens) krijgen
een plaats op bijna elke begraafplaats. Tijdens en na WO II, hernam de CWGC haar taak (vb.
begraafplaatsen in Normandië juni-augustus 1944). Vandaag is de CWGC verantwoordelijk
voor het onderhoud van graven en gedenkstenen van 1.694.769 herdachten, verdeeld over 148
verschillende landen.
Begraafplaats te Machelen a/d Leie
Het Frans leger was aanwezig bij alle grote veldslagen in Vlaanderen. Ook tijdens de kalmere
periodes waren Franse soldaten op Belgisch grondgebied. Ongeveer 50.000 fransen stierven
of werden gewond in België. Na de oorlog werden velen gerepatrieerd. Nu rusten nog 11789
Fransen in Vlaamse grond ( 6000 onbekende), verdeeld over 36 begraafplaatsen. (vb Olsene:
44, Petegem a/d Leie: 32, Roeselare: 1022, Lystenhoek: 658,...)
De bevolking van het dorp Machelen moest op bevel van de Duitsers het dorp verlaten
omdat een zware strijd verwacht werd. De spoorweg werd door de Duitsers onklaar gemaakt
en op de boerderijen werden mitrailleursnesten ingericht. De Fransen (6° Franse Leger) die al
heel wat verliezen hadden geleden bij de verovering van Roeselare boden zich aan om de Leie
over te steken. Boerderij na boerderij moesten de Fransen veroveren om het dorp van de
Duitse bezetter te bevrijden. De statie viel na de Franse verovering terug in Duitse handen
waardoor de Fransen de aanval moesten overdoen. Gedurende 12 dagen (19-31 oktober 1918)
werd een hevige strijd geleverd aan de rechter Leie-oever.
Voornamelijk rode polyantharozen sieren de begraafplaats. In het midden staat een
kruis met onderaan een Franse degen en opschrift "A NOS SOLDATS".
de Gavergids 2003 / 4
13
Aan de linker kant van de begraafplaats bevindt zich een groot monument. Een sober en
eenvoudig werk van Margueritte de Bayser-Gratry, omvattende 4 soldaten met midden een
moeder met 3 kinderen. Onderaan het opschrift: "Elle leur apprend qu'ils sont morts pour
nous".
[FOTO 7]
Bijna alle gesneuvelden dateren van na de bevrijding van Roeselare(14/10/18), het tweede
deel van het eindoffensief.
[FOTO 8]
Duitse begraafplaats te Menen
De begraafplaats "Menen Wald" gelegen op de grens Menen-Wevelgem telt 48.049 Duitse
gesneuvelden en niet 47.864 zoals op de ingangsmuur vermeld staat en is hiermee een van de
grootste Duitse begraafplaatsen.
Alle gesneuvelden zijn geïdentificeerd. Het is het grootste van de vier WO I begraafplaatsen
in West-Vlaanderen.
-
Langemark : 44.304 gesneuvelden waaronder veel onbekenden.
Vladslo: 25.644 Duitse soldaten
Hooglede: 8.247 gesneuvelden
Ontstaan van "Menen Wald":
-
van oktober 1914 tot oktober 1918 was Menen een Duitse garnizoenstad.
Alle nodige infrastructuren om een leger te onderhouden waren aanwezig, dus ook
veldhospitalen (Sint-Aloïsius college).
Doden werden oorspronkelijk begraven op gemeentelijke begraafplaats van Menen.
de Gavergids 2003 / 4
14
Tussen de grafstenen rijzen bier en daar kleine kruisen uit de grond. Deze zijn gehouwen uit
lavasteen. Op de begraafplaats vinden we vnl. eik, kastanje en ligustrum.
Midden de begraafplaats staat een achthoekige herdenkingskapel (mausoleum)
(byzantijns) met boven de toegangsdeur een bazuinblazende engel. In de kapel zien we een
gewelfde ruimte die in het midden wordt gedragen door een zuil met onder aan 4 leeuwen.
Panden afgescheiden door pilasters.
Pand 2: JHS Christusteken, kruis met vissen en druiventrossen, 4 duiven en type palmboom.
Pand 3 en 7: raam met goudkleurige mozaïek omranding, schrijn in metaal met namen en
overlijdensdata van de doden. Pand 4: Christusteken en stad Jeruzalem met 4 engelen.
Pand 5: Christus aan het Kruis;
Pand 6: Christusteken onder de vorm van een ster omringd door 4 evangelisten (tetramorf:
leeuw: Markus, engel: Mattheus, stier: Lucas, adelaar: Johannes).
Pand 8: Lam Gods, korenaren, wijnkelk, alfa-omega (begin-einde). Opvallend zijn de 4
verschillende bomen die terug te vinden zijn op de even panden. Deze zouden verwijzen naar
de seizoenen.
Architect Robert Tischler bouwde in 1957-58 de bezoekers ruimte en de kapel (eveneens
Langemark en Vladslo).
De begraafplaats moest sober zijn en de herinnering van wat er gebeurt was levendig houden.
Het onderhoud moest beperkt zijn en kunnen worden uitgevoerd door lokale vrijwilligers
(gras afrijden, snoeien van struiken,...). De uniformiteit in architectuur (bij Britten: zelfde
grafzerken,- bij fransen: centraal de vlaggenmast,...) was niet belangrijk. Zo vinden we op
andere begraafplaatsen andere kruisen (vb Lommel, Frankrijk, Duitsland, Polen)
de Gavergids 2003 / 4
15
Onderhoud van begraafplaats gebeurt door Belgische firma in opdracht van de Volksbund. De
financiering berust op giften en lidgelden van de Volksbund.
[FOTO 13]
[…] een evidentie om hierbij een handje toe te steken. Reeds in augustus 1914 vormden
vrijwillige Newfoundlanders een eerste lichting soldaten die, enerzijds gedreven door
patriottisme en anderzijds zoekend naar Europees avontuur, verscheept werden naar GrootBrittannië.
Vele rekruten waren te jong om aan dit avontuur deel te nemen en logen om hun
leeftijd. De eerste vijfhonderd Newfoundland soldaten mochten op 3 oktober 1914 inschepen
naar Groot Brittannië waar ze werden opgeleid in trainingskampen. Deze onafhankelijke
groep soldaten wilde zich niet laten opslorpen door de reeds eerder overgekomen Canadese
eenheden die in de buurt hun tenten hadden opgeslagen. Na een intensieve training en een
forse aangroei van het troepenbestand werden de Newfoundlanders verscheept naar het
Oosten. Ze werden er ingezet tegen de Turken in Gallipoli om de doortocht door de
Dardanellen te vrijwaren. Dit was de immers de enige doortocht naar Rusland (september
1915 tot januari 1916).
De onherbergzame streken rond de Dardanellen was voor de Britse legers (Britten,
Newfoundlanders, Australiërs en Nieuw Zeelanders) een ware marteling. Algauw hield men
dit front voor bekeken en na een stille aftocht verlieten de Britse legers Gallipoli.
Na een rust- en opleidingsperiode in Egypte kwamen de Newfoundlanders aan in
Frankrijk, net op tijd om te worden ingezet tijdens de slag aan de Somme (juli 1916).
[FOTO 14]
Hier werd het 1e Royal Newfoundland Regiment ingelijfd bij de 29th British Division. De
slag aan de Somme staat bekend als een der bloedigste perioden uit de eerste wereldoorlog.
de Gavergids 2003 / 4
16
De kariboe in het Beaumont-Hamel Memorial Park helpt de herinnering levendig houden aan
deze voor de Britten "slag der slagen".
Vanaf dan begint het regiment aan een nomaden bestaan. Eind juli 1916 vinden we de
Newfoundlanders in de streek rond leper. Vanaf begin oktober 1916 tot half juni 1917 pogen
ze opnieuw de Duitse linies te doorbreken tijdens verschillende veldslagen in de Somme
streek. Terug naar het Ieperse tot half oktober 1917, lang genoeg om de 30 Slag van leper te
proeven. Tot eind januari 1918 krijgen ze weer Franse grond te verdedigen in Artesië en het
Noorden. We vinden de Newfoundlanders terug in de grensstreek tijdens het Duitse lente
offensief (maart-april 1918). Het 1e Royal Newfoundland Regiment bevindt zich net voor
leper als het geallieerd eindoffensief wordt ingezet op 28 september 1918. Vanaf hier, nu
ingelijfd in de 9th British Division (Scottish Division), verlaten zij de loopgaven en drijven de
Duitse legers naar het oosten. Via Polygone bos (Beselare), Ledegem en St Katherine Kuurne
bereiken de Newfoundlanders de Leie te Bavikhove waar ze tijdens de nacht van 19 op 20
oktober 1918 de oversteek wagen. De Duitsers doen er alles aan om deze overtocht te
verhinderen, maar te vergeefs. Na enkele minuten staan de Newfoundlanders aan de rechter
Leie oever ter hoogte van de (toenmalige) kerk van Beveren-Leie.
Deerlijk-centrum werd snel bevrijd, St-Lodewijk werd door de Duitsers met gas
beschoten. Na een heldhaftige nacht aan het station te Vichte op 20- 21 oktober 1918 voeren
de Newfoundlanders hun laatste aanvallen uit bij Ingooigem op 26 oktober 1918. Vanaf dan
worden ze uit de aanvalslijn teruggetrokken en gaan ze uitrusten te Bavikhove en Gullegem.
Op 5 november 1918 wordt de Scottish Division te Harelbeke door de Belgische
koning geëerd. Op 11 november 1918, de dag dat de kanonnen zwegen, verblijven de
Newfounlanders te Kuurne. Drie dagen later vertrekken ze naar Duitsland om er deel uit te
maken van het bezettingsleger (wacht aan de Rijn). Pas op 1 juni 1919 keerden ze terug naar
de plaats waar hun avontuur was begonnen, ... St John in Newfoundland.
Vele soldaten lieten het leven tijdens deze oorlog. Hun graven vinden we terug op de
vele kerkhoven die de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk en Vlaanderen heeft nagelaten. Stille
getuigen van een wreed verleden. Harelbeke, Ingooigem en Vichte verdelen de rustplaats van
14 Newfoundlanders.
de Gavergids 2003 / 4
17
Download