Uploaded by Ellen van Ravesteijn

Samenvatting MEMO 1.1 tm 1.3

advertisement
Hoofdstuk 1 geschiedenis
Eerste 4 tijdvakken:
- De tijd van jagers en boeren
tot 3.000 v.C.
-> prehistorie -> geen schriftelijke bronnen
- De tijd van Grieken en Romeinen
3.000 v.C. tot 500 n.C.
-> Oudheid
- De tijd van de monniken en ridders
500 n.C. tot 1.000 n.C.
-> Vroege Middeleeuwen
- De tijd van steden en staten
1.000-1.500 na n.C.
-> Hoge en Late Middeleeuwen
Geschiedenis:
Vak dat onderzoekt hoe mensen vroeger leefden
Doelen geschiedenis:
- Geeft je een idee over wie je bent, waar je vandaan komt en wat je belangrijk vindt
- Helpt je om de wereld te begrijpen. Conflicten tussen landen hebben altijd te maken met wat er in het verleden is gebeurd. Hoe
mensen ergens over denken heeft ook te maken met de geschiedenis.
- Bij geschiedenis vraag je je af wat waar is
- Bij geschiedenis vraag je je af hoe het komt dat mensen verschillende meningen hebben.
- Bij het bestuderen van geschiedenis praat je veel over wat goed en fout is.
Welke gebeurtenis is het begin van onze jaartelling?
De geboorte van Jezus Christus (het jaar 1)
Bronnen: overblijfselen uit het verleden: voorwerpen, gebouwen, schilderijen, foto’s, oude brieven, dagboeken en kranten.
Geschreven bronnen: een bron met tekst (munten, kranten, brieven, dagboeken)
Ongeschreven bronnen: een bron waar geen tekst op staat ( helmen, mummies, tekeningen, speerpunten)
Archeoloog: iemand die opgravingen doet en ongeschreven bronnen bestudeert.
Geschiedkundige (historicus): onderzoekt geschreven overblijfselen (geschreven bronnen)
Prehistorie (voorgeschiedenis): de tijd voordat de geschiedenis begint. In de prehistorie wat er nog geen schift. Archeologen
moesten het doen met ongeschreven bronnen (werktuigen, tekeningen en andere overblijfselen).
Historie (of geschiedenis): de periode waarin mensen het schrift gebruiken. Hier zijn geschreven bronnen van.
Wat hebben archeologen ontdekt over onze voorouders?
Evolutie
Wat is evolutie?
Veranderen van aap naar mens.
Bestaansmiddel: De manier waarop mensen in leven blijven, zoals landbouw, jagen en verzamelen.
Jagers-verzamelaars: mensen die leven van jacht, visserij en het verzamelen van eetbare planten
Taakverdeling: De manier waarop de werkzaamheden zijn verdeeld, bijvoorbeeld tussen mannen en vrouwen.
Landbouw: Een middel van bestaan, waarbij je leeft van akkerbouw en veeteelt.
Veeteelt: Houden of fokken van beesten als bestaansmiddel om in het levensonderhoud te voorzien.
Akkerbouw: Verbouwen van gewassen, zoals graan.
1.1 Het onstaan van beschavingen
Voordat mensen graan verbouwden en vee hielden hadden ze andere bestaansmiddelen. Welke?
- Verzamelen van bessen, graankorrels en wortels
- Jagen op dieren.
1.2 Jagen en verzamelen in de steentijd
Hoe ontwikkelden voorouders tot nu?
Eerst ging de mens rechtop lopen, kreeg minder haar, kregen ze meer hersenen en werden steeds slimmer.
Hoeveel tijd zit er tussen de eerste en laatste mensensoort?
4 miljoen jaar
De laatste lijkt het mensensoort lijkt het meest op ons. Hoe heet deze?
Homo sapiens. Dat betekent : verstandige mens
Hoe werden de mensen slimmer? Wat kon de homo sapiens wel en zijn aapachtige voorouders niet?
- vuur maken
- hutten bouwen
- sieraden maken
- muziekinstrumenten maken
Hoe weten onderzoekers nu dat onze voorouders er zo uitzagen?
Ze hebben overblijfselen gevonden: schedel, delen van het gebit, botten en zelfs voetafdrukken.
3D technieken op de computer helpen om steeds betere beelden van onze grootouders te maken.
Waar onttonden de eerste mensachtige wezens?
In Afrika, ongeveer 4 miljoen jaar geleden.
Ze leken al aardig op ons, want ze liepen rechtop. Ze waren meer behaard en hadden minder hersenen, ongeveer net zoveel als
een aap.
Hoe kun je zien dat mensen meer hersenen hebben gekregen?
Aan de vorm van de schedel.
Hoe gebruikten ze hun hersenen?
Het bewerken van hout en steen om werktuigen en wapens te maken ging steeds makkelijker.
Met vuistbijlen, speren en pijlen werden het handige jagers. Een grote stap vooruit was de ontdekking hoe je vuur kan maken.
Wat kunnen ze met vuur doen?
- Eten maken
- Roofdieren op afstand houden.
- Zich opwarmen
Waarom noemen de tijd van onze vroegste voorouders steentijd?
Omdat steen zo’n belangrijk materiaal was.
- Steen vergaat niet, hout en botten wel
- Pijlpunten, vuistbijlen en speerpunten van steen zijn bewaard gebleven.
Wat is het andere woord voor steentijd?
Prehistorie.
Wanneer ontstond de mensensoort waar wij van afstemmen
200.000 jaar geleden.
Waar leefden jagers – verzamelaars van?
Hun bestaansmiddelen waren jagen en verzamelen. Zij konden zich in koudere streken buiten Afrika redden. Sommige
specialiseerden zich in visvangst andere groepen jaagden op wilde runderen of rendieren. Boten en visgraten waren nuttig om
werktuigen van te maken.
Ze gebruikten dierenhuiden voor tenten, kleding en schoeisel.
Met bladeren, noten, bessen, granen en paddenstoelen vulden zij hun maaltijd aan.
Waarom waren boten en visgraten handig?
Om werktuigen van te maken.
Waar gebruiken ze dierenhuiden voor?
Tenten, kleding en schoeisel
Wat eten ze?
Vis, vlees, bessen, noten, granen en paddenstoelen.
Is bekend wanneer mensen voor het eerst taal gingen gebruiken om te spreken?
Nee
Wat hebben archeologen uit die tijd gevonden?
Tekeningen en schilderingen in grotten, beeldjes en muziekinstrumenten.
Hoe leefden jagers – verzamelaars?
In kleine groepen van 25 tot 40 mensen.
Waarom leefden ze in kleine groepen?
Hoe groter de groep, hoe meer voedsel er nodig was.
Wat was de taakverdeling tussen man en vrouw bij jagers- verzamelaars?
Mannen:
- jagen
Vrouwen:
- bleven in de buurt van het kamp
- vuur aanhouden
- zorgen voor kinderen
- verzamelen van voedsel was taak voor vrouwen en kinderen: bessen, noten, paddestoelen.
Wat was de taakverdeling tussen jongens en meisjes bij jagers- verzamelaars?
Jongens:
- Vuur maken (vuurboog maken, doel: warmte, wilde dieren verjagen, koken)
- Werktuigen maken (vuursteen bewerken, doel: snijden, hakken)
- Bescherming (vuur brandend houden, doel: tegen wilde dieren)
- Vlees (jagen, doel: voldoende eten)
- Wapens (pijl en boog, doel: bruikbaar bij jacht)
Meisjes:
- Vuur maken (vuurboog maken, doel: warmte, wilde dieren verjagen, koken)
- Kleding maken (huiden schoonmaken en vastnaaien, doel: warmte)
- Bescherming (vuur brandend houden, doel: tegen wilde dieren)
- Planten en vruchten (verzamelen, doel: voldoende eten)
Gereedschappen oermensen
- Graafstok: gewei van hert
- Speer, pijl en boog: hout en pees
- Tent: dierenhuid
- Naald, vishaak: visgraat
- Vuistbijl: steen
Waarom trokken jagers-verzamelaars rond?
Ze moesten steeds op zoek naar nieuw voedsel. In de periode dat de mensen in Europa verschenen was het hier veel kouder dan
tegenwoordig. Er waren minder dieren en planten. Dat was een reden waarom mensen voortdurend rondtrokken. Dieren
maakten lange tochten om voedsel te vinden en de jagers gingen achter hen aan.
Verschillen jagers en boeren:
- Jagers trokken rond om aan voedsel te komen. Boeren niet.
- Jagers woonden in tijdelijke kampen. Boeren woonden op vaste plaatsen, dicht bij de akkers
- Jagers verzamelden vruchten en voedsel. Boeren verbouwden voedsel.
- Jagers aten meer vlees. Boeren aten meestal graanproducten.
In sommige delen van de wereld leven nog stammen van jagers en verzamelaars. Waarom bestuderen archeologen
deze stammen?
De stammen leven nog als in de prehistorie. Zo komen ze er dingen over te weten.
Op welke leeftijd hadden kinderen in de prehistorie de meeste kans om aan een ziekte te overlijden?
Op jonge leeftijd, bijv. als baby. Dan zijn ze kwetsbaar. Kinderen van tegenwoordig worden ingeënt tegen DKTP, difterie
en kinkhoest.
Waarom waren honden handig voor jagers?
- om te speuren en pooien te vangen.
Huisdieren konden ze natuurlijk niet houden. Ze ouden konijnen het liefst opeten en ze konden natuurlijk geen kooien en hokken
meenemen.
1.3 Landbouw komt op
Wat is een van de belangrijkste veranderingen in het bestaan van de mensheid?
Landbouw.
Wat is landbouw?
Een middel van bestaan, waarbij je leeft van akkerbouw en veeteelt.
Wanneer gingen mensen voor het eerst aan landbouw doen?
Ongeveer 9.000 jaar v. C.
Waar leefden de eerste boeren?
In Noord- Afrika en het Midden-Oosten.
Waarom werden jagers-verzamelaars daar boer?
In die gebieden werden jagen en verzamelen steeds moeilijker. Het leverde niet meer genoeg voedsel op.
Vee houden en zelf gewassen verbouwen gaven meer zekerheid.
Waarom veeteelt
In het Midden-Oosten kwamen veel wilde diersoorten voor die zich goed lieten temmen, zoals runderen, schapen, geiten en
varkens. Dat was belangrijk want de opbrengst van de jacht liep terug.
Hoe weet men dat?
Archeologen hebben hutten met opslagkuilen opgegraven, waarin resten van aardewerk, graan, wortels en fruit lagen. In
aardewerken potten bewaarden de eersten boeren melk en vlees.
In de Sahara woestijn zijn oude rotstekeningen gevonden, waarop te zien is dat mensen runderen hielden. Dat wijst er op dat
deze mensen aan veeteelt deden.
Waarom waren honden handig voor landbouwers?
- bewaakten het vee
- hielden dieven die de oogst wilden stelen op afstand.
Werd vee alleen gehouden om het vlees?
Nee, ook voor de melk. Er zijn veel prehistorische afbeeldingen gevonden van runderen met volle uiers. Bij opgravingen vonden
archeologen potscherven waar sporen van melk op zaten.
Waarom bleven boeren op dezelfde plaats?
- Om prooi te vangen moest men vaak grote afstanden afleggen en steeds verhuizen.
- Voor boeren die vee hielden en aan akkerbouw deden was dat niet handig. Zij moesten hun akkers bewerken en hun vee
beschermen tegen rovers en dieren.
Wat is oorzaak
Waardoor iets gebeurt
Wat is gevolg
Wat er gebeurt
Oorzaken landbouw. Waarom jagers- verzamelaars toch op een vaste plaats gingen wonen om boer te worden. Boeren
moesten nl. veel harder werken.
- Klimaatverandering: Ongeveer 10.000 jaar v. C. werd het warmer en droger in Noord- Afrika en het Midden-Oosten. Door vee te
houden en granen te verbouwen was er meer kans op voedsel dan bij jagen.
- De bevolking groeide, waardoor er meer voedsel nodig was.
- Mensen leerden steeds meer over de natuur. Ze begrepen hoe je granen, bonen en andere eetbare planten moet verbouwen.
- In het fokken van runderen, schapen en pluimvee werd men ook beter.
Gevolgen landbouw:
- Er ontstonden dorpen waar mensen stevige huizen bouwden voor hun gezinnen. Daar waren de leefomstandigheden veiliger
om kinderen te krijgen.
- Bevolking groeide sneller (bevolkingsgroei)
- Later ontstonden steden
Hoe verspreidde de landbouw?
Van 8.500 – 3000 v. C. verspreidde de landbouw van Midden-Oosten naar Egypte.
Wanneer eerste boeren in Nederland?
5.000 jaar geleden / rond 3.000 v.C. (verspreiding ging heel langzaam)
Nadelen boer zijn (landbouw):
- Harder werken
- besmettelijke veeziekten konden overslaan op mensen (mensen leefden met veestapel samen onder 1 dak)
- Oogst kan mislukken
Voordelen boer zijn (landbouw):
- Door vee te houden en granen te verbouwen was er meer kans op voedsel dan bij jagen. Meer zekerheid.
- Vaste woonplaats veiliger voor kinderen/ stevigere huizen
- Voedsel kan langer bewaard worden
- Het bezit van land en vee geeft aanzien.
Niet alle jagers-verzamelaars werden boer. Waarom niet?
- Boeren hadden het erg druk met hun akkers en vee
- Sommige jagers-verzamelaars hadden genoeg eten.
Overgang naar landbouw ging in stappen. Welke?
- vaste woonplaats
- bevolkingsgroei
- akkerbouw
Voorbeelden akkerbouw
graan, bonen
Voorbeelden veeteelt
geiten, runderen, pluimvee
Waarom heb je voor landbouw water nodig?
- Vee moet drinken
- Akkers moeten bevloeid worden.
Welke dieren werden als eerste getemd? Voor wie was het belangrijk en waarom?
1.4
Irrigatielandbouw: Landbouw waarbij met kanalen en andere waterwerken de akkers bevloeid worden.
Handel: kopen en verkopen van allerlei goederen.
Nijverheid: Het (handmatig) maken van producten of onderdelen daarvan met behulp van grondstoffen (hout, koper).
Hiërogliefenschrift: Schrift dat de Egyptenaren vanaf ongeveer 3100 v.C. gebruikten. Het schrift betstaat uit tekeningen, die elk
een woord of klank uitbeelden.
Download
Random flashcards
fff

2 Cards Rick Jimenez

Test

2 Cards oauth2_google_0682e24b-4e3a-44be-9bca-59ad7a2e66a4

Create flashcards