Hoofdstuk 20: Melissa Lievens

advertisement
Density-Dependent Processes
Van
Glenn R. Carroll
&
Michael T. Hannan
Grootste ontdekking
• Empirische regelmatigheid  demografische transitie
• Eigenlijk  overgang pre-industrieel naar industrieel
• Ondergaan transitie : bevolkingsgroei gaat van laag naar hoog en
dan weer naar laag
• Sommige gaan snel door de transitie, andere ervaren vertragingen.
• Chesnais: De natuur van de demografische omwenteling is
geëvolueerd in een bijna identieke manier van land tot land
Collectieve demografie
• Speciek patroon van density dependence
• Gedocumenteerd in tal van georganiseerde
populaties in verschillende landen
• Onderwerp theoretische debat 
voornaamste uitkomst : het dichtheidsmodel
van legitimatie en competitie
Dichtheidsmodel
• Veranderingen gebeuren door selectieve
vervanging
• Poneert 2 algemene krachten:
» Sociale legitimatie
» Diffuse concurrentie
• Beide krachten zijn gebonden aan
organisatiedichtheid.
Corporate Density Dependence
• Oprichtingscijfers maximum, sterftecijfers minimum
 bevolkingsgroei extreem groot
• Grote diversiteit in sterkte van het effect
• Grote belofte voor een collectieve demografie
De theorie van density dependence evolutie
• Goed sociaal onderzoek  theoretisch kader nodig
• Wat bevat de theorie van density dependence
evolutie
• Spelen de speciale kenmerken van de bevolking en hun
geschiedenis een dominante rol of gaat men kleine
variaties op het normale patroon uitwerken?
Legitimatie
• Wat betekend het voor een “georganiseerde
vorm” om gelegitimeerd te zijn?
• Coercive isomorphism(1) en constitutieve
legitimatie (taken-for-granted)(2)
Constitutieve legitimatie
• Voorbeeld automobielsector
• Algemeen: Constitutieve legitimatie
verhoogt als de dichtheid daalt en
bereikt zijn plafond wanneer er hoge
niveau’s van dichtheid zijn
Constitutieve legitimatie
• Bij extreme rariteiten van een organisatie 
problemen met Constitutieve legitimatie
• Legitimatie beantwoordt aan de variaties in
de dichtheid, maar het heeft een plafond.
• Constitutieve legitimatie heeft ook een
verbinding met organisatorische mortaliteit
Concurrentie
• Diffuse concurrentie  actoren hoeven niet
met elkaars acties rekening te houden of
zelfs niet bewust zijn van hun bestaan.
• Zowel gestructureerde als diffuse
concurrentie belangrijk voor het begrijpen
van de overlevingskansen van organisaties.
Concurrentie
• In populatie met N organisaties  als N
lineair stijgt  aantal mogelijke
concurrerende relaties geometrisch
meestijgen
• Analisten: intensive concurrerende druk
binnen organisatorische bevolking drukt
de oprichtingscijfers in.
Concurrentie
• De oprichtingscijfers van organisaties is
omgekeerd evenredig aan de intensiteit
van de competitie binnen de populatie
• Als de concurrentie reeds intens is, dan
verhoogt de verdere groei van de
mortaliteitcijfers
Enige Kritiek
• (1) Het sociale legitimatie proces
» Volstead Act.
• (2) De dichtheidsvariabele zelf
• (3)Diffuse concurrentie
Kwalitatief bewijs
• Bestuderen van de geschiedenis van
organisatorische populaties???
• De acties tijdens de oorsprongperiodes
van de industrieën lijken typisch en
voelen voor sociologen aan zoals de
acties van sociale bewegingen.
Kwalitatief bewijs
“een weloverwogen collectieve inspanning om
verandering, in om het even welke richting en
op om het even welke mogelijke manier te
bevorderen … de bewegingsverplichting van
verandering en de raison d'etre van een
organisatie worden opgericht op de bewuste
wil, de normatieve verplichting aan de
doelstellingen of geloven van de beweging, en
de actieve participatie namens aanhangers of
leden.”
Kwalitatief bewijs
• Originele periodes van de industrieën
lijken op sociale bewegingen omdat:
• Ze de uitdagingen van bestaande bedrijven en
industrieën vertegenwoordigen
• Ze zijn bevolkt met individuen en organisaties
toegewijd aan oorzaken,levensstijlen en visies
van een betere toekomst voor allen
Download