Dia 1

advertisement
Uit de kraan komt water. Water kun je
drinken en je kunt er nog véééél meer
mee
Ik geef de bloemetjes water
Ik doe lekker de ramen wassen met
water. Ze worden lekker schoon
Met water kun je de auto wassen. De
auto is weer schoon
Lekker even mijn gezicht wassen. Nu
ben ik weer fris
Tanden poetsen is heel fijn. Dan krijg
je geen gaatjes. Ik drink een slokje
water en mijn tanden glimmen weer
Lekker soppen in het water met de
dweil !!
Ik spoel het water door de wc
Ik sta heerlijk onder de douche. Ik vind
het lekker om te douchen.
Bij soep koken heb je water nodig
Ik doe de afwas. De afwas wordt
schoon door het water
Ik doe even wat water drinken want ik
had erge dorst
Ik doe water in het koffiezetapparaat
en dan kan de koffie komen
Met water en zeep was ik mijn handen
Met water en wasmiddel maak je
bellenblaas.
En dan kun je grote bellen blazen
Ik vul de waterballon met water.
EINDE
Download
Random flashcards
Rekenen

3 Cards Patricia van Oirschot

Test

2 Cards oauth2_google_0682e24b-4e3a-44be-9bca-59ad7a2e66a4

Create flashcards