Les 11 De Engelse werkwoorden

advertisement
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
1
Lespakket 3
INHOUDSTAFEL
Les 9 Het aaneenschrijven
3
a. Enkele praktische gevallen
5
b. De getallen
7
c. Enkele twijfelgevallen
8
d. Het aaneenschrijven van Engelse woorden.
9
Les 10 De woordtekens
11
a. Het deelteken of trema
11
b. Het koppelteken
13
c. De apostrof of het weglatingsteken
19
d. Het klemtoonteken en het uitspraakteken
23
Les 11 De Engelse werkwoorden
25
Les 12 Herhalingsoefeningen
29
Oplossingen van de oefeningen
34
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
2
AUTEURSRECHTEN
Het cursusmateriaal wordt ter beschikking gesteld onder een licentievorm die gratis
gebruik in een onderwijscontext (non-profit) mogelijk moet maken, zijnde de Creative
Commons-licentie ‘Naamsvermelding – NietCommercieel - GelijkDelen 2.0’.
De licentie bepaalt de voorwaarden voor het gebruik van auteursrechtelijk beschermde
werken. Volgens de licentie mag het lesmateriaal alleen gebruikt worden voor nietcommerciële doeleinden en mits er verwezen wordt naar de Vlaamse overheid. Het
materiaal mag door gebruikers vrij worden aangepast indien de nieuwe lesmaterialen
die zo ontstaan terug onder dezelfde voorwaarden ter beschikking worden gesteld. De
Vlaamse overheid blijft eigenaar van het materiaal.
Belangrijk: bovenstaande samenvatting is enkel ter info, ze beperkt op geen enkele
wijze de voorwaarden die in de volledige licentietekst beschreven worden; zie hiervoor
http://creativecommons.org/licenses/by-nc-sa/2.0/be/legalcode.nl.
Elk verkeerd gebruik van het cursusmateriaal in en buiten Vlaanderen zal bestraft
worden.
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Les 9
Spelling - lespakket 3
3
Het aaneenschrijven
Oefening 3.1 Verbind de woorden die aaneengeschreven dienen te worden.
De oplossing vind je aan het einde van dit pakket.
1.
2.
3.
4.
De te laat komers krijgen een uurtje straf studie.
Die detective roman is een parel, maar hij kost mij wat te veel.
Thomas Mann, voorwaar geen tweede rangsauteur, schreef onder meer “De tover berg”.
Aanvankelijk waren er maar negen honderd inschrijvingen, maar al gauw liep het totale
aantal op tot twee duizend twee honderd vier en veertig.
5. Ze houdt vooral van de donker groene en licht gele tinten.
6. Hij heeft vijf maal geprobeerd, maar mislukte telkens.
7. Ik denk dat we er aan zijn voor de moeite.
8. Hier over zal je binnen kort zeker méér te horen krijgen.
9. Hij is met zijn linker been uit bed gestapt.
10. In haar kamer staan knal gele fauteuils en hangen hel rode gordijnen.
11. Die zelfde tafel kost verder op 200 euro meer.
12. Beide zussen hebben blijkbaar een en het zelfde probleem.
13. Ik lust alles behalve spruitjes.
14. Ik kon ten minste mijn schulden betalen
15. Deze oefening is alles behalve gemakkelijk; het wordt me net niet te veel.
Inderdaad, geen makkelijke oefening. Het aaneenschrijven is een van de moeilijkste kwesties
in onze spelling, te meer (of wordt het: temeer?) er hier een voortdurende evolutie aan de
gang is.
Hier geven we enkele tips, enkele lichtbakens op een soms mistige zee.
Algemene regel
In het Nederlands schrijf je samenstellingen in één woord, aan elkaar dus, ook al zijn er
twee, drie of meer delen.
straf
strafschop
strafschopstip
zuid
zuidpool
zuidpoolgebied
voor
voordeur
voordeurbel
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
vast
gek
laag
hoog
open
+
+
+
+
+
Spelling - lespakket 3
klant
+ kaart
koe
+ ziekte
druk
+ gebied
snelheid + trein
haard
+ blokken
4
vasteklantenkaart
gekkekoeienziekte
lagedrukgebied
hogesnelheidstrein
openhaardblokken
* , ambtsgeheim, boekenrek, driesterrenhotel, derdewereldactivist, grotemensenwerk,
kortetermijnlening, langeafstandsloper, lagelonenland, machinistenvakbond,
oudemannenhuis, slaapwandelen, speelgoedwinkel, tweepersoonskamer,
tweedekansonderwijs, vijfcentstuk
Er zijn ontzettend veel combinatiemogelijkheden:
* zelfstandig naamwoord + zelfstandig naamwoord
boekenkast, huisdeur, vloermat
* bijvoeglijke naamwoord + zelfstandige naamwoord
heteluchtballon, warmwaterkraan
* bijvoeglijke naamwoorden + bijvoeglijk naamwoord
mindervalide, laagactief, grootmoedig
* voornaamwoord + bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord + zelfstandig
naamwoord
onzelieveheersbeestje, onzelievevrouwebedstro
* voornaamwoord + zelfstandig naamwoord
zelfzucht, ik-verhaal
* bijwoord + voorzetsel
achterop, dichtbij
* bijwoord + bijvoeglijk naamwoord
evengoed, zolang
* zelfstandig naamwoord + werkwoordsvorm
dankzij
* voorzetsel + zelfstandig naamwoord
bijvoorbeeld, opgeld, opstand
* voorzetsel + zelfstandig naamwoord + werkwoord
tekeergaan, tenietdoen, tewerkstellen
* zelfstandig naamwoord + werkwoord
dankzeggen, gewichtheffen
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
5
a. Enkele praktische gevallen
* sommige woorden die beginnen met een bijvoeglijk naamwoord als jong(e), oud(e),
groot/grote, hoog, klein(e)
jongelui, jongvolwassene
oudemannenhuis, oudewijvenpraat
grootvorstendom, grotemensenwereld
hoogbegaafd, hoogtechnologisch
kleinhandelaar, kleinkunstenaar, kleinseminarie
* samenstellingen met
gister-, heden-, -morgen, morgenlinker-, rechter-, midden-
gisteravond, hedenavond, zondagmorgen, morgenochtend
linkerkant, rechteroever, middenberm, middenklasse
* samenstellingen met
minimum- en maximum- , half- en -maal
minimumloon, maximumrente
halfluid, halfstok, halfzes, anderhalf, tweeënhalf
eenmaal, tweemaal, achtmaal
maar:
Drie maal drie is negen.
Half Brugge had het gehoord.
* samenstellingen met
-zelf, -zelfde
ikzelf, jijzelf, wijzelf, mezelf, onszelf
dezelfde, hetzelfde, datzelfde, eenzelfde
* Voornaamwoordelijke bijwoorden (samengestelde woorden met daar-, er-, hier-, waar-)
eraan, erop, daarmee, hierin, waaruit
hiertegenover, erbovenop, ertussenuit
Hij wachtte erop.
Hierdoor werd de zaak uitgesteld.
Ik kan daarmee niets aanvangen.
Waarover had ze het?
Let op:
* Bij scheidbare werkwoorden die bestaan uit een voorzetsel en een werkwoord, schrijf je
het voorzetsel zoveel mogelijk aan het werkwoord
doorlopen, instappen, afnemen, uitspoelen
Niet verder rijden dan Gent! Je moet er uitstappen.
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
6
Hij zei dat hij er uitgestapt was. (er = ‘in Gent’)
Ze ging ervan uit dat ik het wist. Ze is ervan uitgegaan dat ik het wist.
maar:
Hij zei dat hij uit de kring gestapt was. = Hij zei dat hij eruit gestapt was.
* Soms lijken combinaties van voorzetsel en werkwoord op een samengesteld werkwoord.
Maar vaak is zo’n voorzetsel geen deel van het werkwoord, maar behoort het tot een
andere woordgroep of is het een afzonderlijk woord.
aankunnen / aan kunnen
Zullen we die drukte aankunnen? (‘opgewassen zijn tegen’)
Zou ze die jurk nog aan kunnen? (verkorting van ‘aan kunnen doen’)
inlopen / in lopen
Hij had zijn schoenen nog niet ingelopen. (‘iets inlopen’)
Hij was het bos in gelopen. Hij zei dat hij het bos in zou lopen.
oplopen / op lopen
De schulden zullen nog hoog oplopen.
Je moet niet zomaar de weg op lopen.
overgaan / over gaan
Zal hij dit jaar kunnen overgaan? (naar de volgende klas)
Zal dat oude vrouwtje de straat over gaan? (‘oversteken’)
uitlaten / uit laten
Ik moet de hond nog uitlaten.
In die warme zaal kan je beter je jas uit laten. (uit = ‘uitgetrokken’)
* Combinaties van terug en terecht met een werkwoord worden bijna altijd als
samenstellingen beschouwd en dus aan elkaar geschreven. Werkwoordelijke uitdrukkingen
die combinaties zijn van in, op, ten en ter met een zelfstandig naamwoord en een
werkwoord, worden niet aan elkaar geschreven, maar de ervan afgeleide elfstandige
naamwoorden wel.
teruggooien, terugvoeren, terugvinden
terechtstellen, terechtkunnen, terechtwijzen
in bezit nemen, de inbezitneming
in ontvangst nemen, de inontvangstneming
in vrijheid stellen, de invrijheidstelling
op pensioen stellen, de oppensioenstelling
ten laste leggen, de tenlastelegging
ter aarde bestellen , de teraardebestelling
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
7
b. De getallen
Schrijf steeds alles aan elkaar tot en met het woord duizend. Daarna volgt een spatie. De
woorden miljoen, miljard, biljoen enzovoort worden steeds los geschreven. Rangtelwoorden
worden op dezelfde manier geschreven.
vijf
vijftien
zevenendertig
honderdzesenzeventig
zevenhonderdachtentachtig
zeventienhonderd
drieëndertigduizend vijfhonderdzesentwintig
zeven miljard achtentwintig miljoen driehonderdzestienduizend vijfennegentig
de derde
een vijfentwintigste
de tweehonderdvijfenzeventigste
de zevenduizend achthonderddertigste
de tien miljoen zeshonderdvierendertigduizend achthonderdnegenentwintigste
Getallen met half worden aan elkaar geschreven.
tweeënhalf, tweeënhalve
drieënhalf, drieënhalve
vierenhalf, vierenhalve
tienenhalf, tienenhalve
vijfentwintigenhalf, vijfentwintigenhalve
zesennegentigenhalf, zesennegentigenhalve
Op officiële documenten (bv. cheques) worden geldbedragen met cijfers na de komma op de
volgende manier geschreven.
zeventienduizend achthonderdzevenentwintig komma dertien euro
zesenzeventig komma tweeëntachtig euro
In breuken schrijven we de teller en de noemer los van elkaar, behalve in een meerledige
samenstelling.
drie vierde van de leerlingen (drie vierde als een geheel, niet als losse delen)
vijf achtsten van de taart (vijf achtsten als vijf losse delen, niet als een geheel)
een tweederdemeerderheid
de driekwartsmaat
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
8
Oefening 3.2 Schrijf de volgende getallen voluit.
- 32
- 67
- 340
- 862
- 1302
- 83.000
- 520.000
- 777.000
- 3.412.318
- 8.613.432
- 1.651.873.000
- Je houdt slechts 65,5 over.
- 12.340,25 euro
- de 311de dag
- 5/12 van de erfenis was toch nog een slordige 4.500.000 euro.
c. Enkele twijfelgevallen
- Hij kent alles behalve één hoofdstuk.
- Hij spreekt allesbehalve beschaafd.
alles, maar één hoofdstuk niet
geenszins beschaafd
- Zij had het lied even goed gezongen.
- Hij had evengoed schuld als ik.
net zo goed
evenzeer
- Het feest is ten einde.
- Ik deed dit teneinde te voorkomen dat…
afgelopen
om
- Je moet ten minste 100 euro inzetten.
- Ik kan tenminste betalen.
op zijn minst
althans
- Moet ik hier zo lang wachten?
- Ik help je zolang ik kan.
zo een lange tijd
intussen, al die tijd
- Ten slotte kwam ik in Parijs aan.
- Ik was tenslotte uitgenodigd.
tot slot, uiteindelijk
eigenlijk, per slot van rekening
- Onze woorden zijn zo juist weergegeven.
- Ik hoorde zojuist dat…
correct
daarnet
- Ik wist niet dat het zo ver lopen was.
- Zover ik weet, komt hij niet.
lange afstand, dermate ver
in de mate dat
- Hij doet te veel geld op.
- Het teveel wordt teruggegeven.
meer dan nodig
het overschot
- Ik heb nog 1000 euro van hem te goed.
- Dat is mijn tegoed op de bank.
te ontvangen
saldo
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
- Zijn haar is te kort geknipt.
- Ken jij het tekort op de balans?
overdreven kort
negatief saldo
- Hoe ver kan je gaan?
- Je moet weten hoever je gaat.
welke afstand
in welk graad of mate
9
De bovenstaande verbindingen hebben vaak een letterlijke betekenis als ze van elkaar
geschreven zijn.
Hieronder volgt een beperkte opsomming van enkele moeilijke gevallen. Bij twijfel is het
altijd goed om de Woordenlijst op te slaan.
aan elkaar: bijvoorbeeld, dankzij, indertijd, toentertijd, ingeval, tegelijkertijd, tezamen,
tezelfdertijd, uitentreuren, vanboven, zomaar.
los:
bij voorbaat, et cetera, heden ten dage, hoe dan ook, in allerijl, in geval van,
onder meer, op heterdaad, te gelegener tijd, te midden van, ter zake, terzelfder
tijd, tot nog toe, van tevoren, voor zover, zo-even, zo nodig.
Oefening 3.3 Schrijf al dan niet aaneen.
1. Je bent te kort gekomen aan je plichten: zulke te kort komingen kunnen we niet dulden.
2. Heden ochtend hebben we hem ten minste vijf maal ontmoet, maar hij is ons telkens
voorbij gelopen; dat kun je toch alles behalve beleefd noemen.
3. Zo ten minste denken wij erover.
4. Zij reisden in een eerste klas coupé.
5. Hij wil er eens een dagje tussen uit.
6. De leraar moest in grijpen.
7. De film is zo juist begonnen.
8. De productie moest naar de lage lonen landen.
9. Jan verdient even veel als zijn vader.
10. Bestel ik voor jou het zelfde?
d. Het aaneenschrijven van Engelse woorden
* Een samenstelling met Engelse woorden erin die in het Nederlands gebruikelijk is, schrijven
we helemaal aan elkaar, ook als een van de delen een echt Nederlands woord is.
- online, economyclass, uploaden, downloaden, sciencefiction, voicemail, goldrush,
smalltalk, boxershort, girlband, offshore, offshorebedrijf, offset, offsetdruk,
backbencher, backhand, longdrink, longdrinkglas, bigband, bigbandmuziek ...
- (zoals goed nieuws  goednieuwsshow en lange termijn  langetermijngeheugen)
public relations  publicrelationsbureau, human resources 
humanresourcesmanagement, low budget  lowbudgethotel ...
- (koppelteken bij klinkerbotsing, zoals bij Nederlandse woorden) demi-john,
software-uitgever ...
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
10
- (koppelteken bij samenstellingen met initiaalwoorden, losse letters, cijfers of
symbolen, zoals bij Nederlandse woorden) e-mail, pay-tv, cd-rom, cd-rewriter,
dvd-recorder, dvd-speler, xtc-tablet ...
* Een samenkoppeling van Engelse woorden schrijven we met een koppelteken.
- (samenkoppelingen waarin beide delen met elkaar verwisseld zouden kunnen
worden, soms met and of ’n) gin-tonic, Dow-Jones, trainer-coach,
singer-songwriter, kiss-and-ride, cash-and-carry, ups-and-downs, rock-’n-roll ...;
(ook in samenkoppelingen waarmee een samenstelling of afleiding gemaakt wordt)
Dow-Jonesindex, rock-’n-rollen, rock-’n-rollmuziek, roll-on-roll-offboot ...
- maar: (geen koppelteken in reduplicaties en bijna-reduplicaties) gogogirl,
byebye, fiftyfifty, walkietalkie, boogiewoogie ...
- (zoals in het Engels) up-to-date, catch-as-catch-can ...
- (met no of non als linkerdeel) non-profit, no-nonsensepolitiek, no-iron, non-paper,
no-claim, no-claimkorting ...
- (met een Engels voorzetselbijwoord als rechterdeel) lay-out, lay-outman, stand-by,
back-up, back-upbestand, all-inpakket, sit-in ...
- maar toch aan elkaar: pullover, comeback, countdown, breakdown, feedback,
flashback, playback
* De delen van een woordgroep met Engelse woorden schrijven we los.
- (met een bezitsvorm, rangtelwoord of bijvoeglijk naamwoord) collector’s item,
writer’s block, gentlemen’s agreement, first lady, second opinion, compact disc,
intensive care, low budget, big bang, public relations, human resources ...
- (andere woordgroepen die in het Engels los geschreven worden) designer baby, five
o’clock tea, electronic data processing, stiff upper lip, world wide web ...
- (Engelse functiebenamingen van drie of meer delen) chief executive officer,
technical sales assistant, public relations officer, human resources manager ...
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Les 10
a.
Spelling - lespakket 3
11
De woordtekens
Het deelteken of trema
We schrijven een deelteken of trema in afleidingen, ongelede woorden of grondwoorden
(woorden die niet als samenstellingen of afleidingen beschouwd worden), en samengestelde
telwoorden om te voorkomen dat twee opeenvolgende klinkerletters als één klank (klinker of
tweeklank) gelezen kunnen worden. Dat gebeurt uitsluitend bij de volgende veertien
lettercombinaties.
aa
ee
ie
oe
ui
ae
ei
ai
eu
au
oi
uu
oo
ou
* Afleidingen:
- (altijd als er maar twee klinkerletters zijn) beëdigd, cafeïne, cocaïne, egoïsme,
egoïst, farizeïsch, farizeïsme, geëmmer, geëngageerd, geërgerd, geürbaniseerd,
ideële, linguïst, zoöloog ...
- (als er meer dan twee klinkerletters zijn uitsluitend op een e of een i, maar nooit
op een a, een o of een u) bantoeïstiek, beëindigd, farizeeër, feeën, feeëriek,
geëerd, geëuropeaniseerd, ideëel, jeuïg, jezuïet, knieën, moeë, onderzeeër, Pyreneeën, smeuïg, weeïg, zeeën ...
- (maar nooit na een i in een combinatie van meer dan twee klinkerletters)
aaien, artificieel, truien, uien ...
- (maar een koppelteken in afleidingen met achtig) lila-achtig, maffia-achtig ...
- (meervoud van zelfstandige naamwoorden die eindigen op -ie en de klemtoon
hebben op –ie  -ie + ën) melodieën, fantasieën, parodieën, allergieën,
amfibieën, industrieën, biografieën, braderieën, calorieën, epidemieën ...
- (meervoud van zelfstandige naamwoorden die eindigen op -ie en de klemtoon
niet hebben op -ie  -ie + ¨n) poriën, provinciën, oliën, auspiciën, bacteriën,
chemicaliën, ceremoniën, evangeliën, financiën, genitaliën, koloniën, fecaliën ...
* Ongelede woorden (grondwoorden):
- (altijd als er maar twee klinkerletters zijn) biënnale, coëfficiënt, coïncidentie,
coöperatie, coöperatief, continuüm, coördinatie, creëren, druïde, hygiëne, Kaïn,
Oekraïne, Oriënt, patiënt, poëzie, preëminent, reünie, ruïne, ruïneren, tetraëder,
vacuüm ...
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
12
- (als er meer dan twee klinkerletters zijn uitsluitend op een e of een i, maar nooit
op een a, een o of een u) bedoeïen, mozaïek, Oekraïens, naïef ...
- (maar nooit na een i in een combinatie van meer dan twee klinkerletters)
copieus, ooievaar, serieus ...
* Telwoorden:
tweeëntwintig, drieëndertig ...
Uit de bovenstaande regels leiden we bovendien af dat:
- bij ea en eo geen trema voorkomt: beademen, beoefenen, geautomatiseerd,
geoordeeld, geout ...
- bij combinaties met meer dan twee klinkerletters andere letters dan de e en de i
geen trema krijgen: geuit ...
- bij de combinaties i+j, e+ij, e+ui en i+i geen trema voorkomt: bijectie,
beijveren, geuit, kopiist, begroeiing, glooiing, kleiig, uitroeiing ...
- De combinaties i+j, e+ij, e+ui en i+i leiden in een samenstelling wél tot
de inlassing van een koppelteken: gummi-jas, vanille-ijs, college-uitstapje,
sproei-installatie ...
We schrijven geen trema in woorden met de Franse en Latijnse uitgangen -ei, -eum, -eus en
-ien(ne).
baccalaurei, extranei, atheneum, museum, baccalaureus, elektricien, lesbienne,
opticien, petroleum ...
We schrijven ten slotte geen trema in woorden met de uitgang -uum als die nog als
authentiek Latijn aangevoeld worden.
perpetuum mobile, per obliquum ...
Bij woordafbreking (op het einde van een regel) vervalt het trema.
beëindigd  be-eindigd, onderzeeër  onderzee-er, mozaïek  moza-iek ...
Oefening 3.4 Schrijf het deelteken waar nodig.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
reeel
geopereerd
ministerieel
Israelier
atheneum
kanoen
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
13
7. voltooiing
8. drieentachtig
9. financien
10. financieren
11. ongeevenaard
12. egoist
13. beambte
14. klasreunie
15. neurien
16. kopieerders
17. efficient
18. varieteiten
19. gearresteerd
20. geensceneerd
Oefening 3.5 Gebruik waar nodig het deelteken.
Er kunnen zinnen voorkomen waarin geen enkele woord aangepast moet worden.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
14.
15.
Hoeveel brachten de geinde belastingen op?
Gister werd het maisdoolfhof feestelijk geopend.
De dietist heeft vader een streng dieet voorgeschreven.
De geallieerden wonnen de lange oorlog.
Zie je die reliefkaart van Belgie?
Geillustreerde tijdschriften lagen er bij de vleet.
Er werden drieendertig mecaniciens aangeworven.
Sommige kunstwerken in dat Oekraiense museum ogen nogal artificieel.
Die dokter heeft veel patienten verloren.
De advocaat zei dat zijn client verslaafd was aan heroine en cocaine.
Wat een buiig weer vandaag!
De ruine was prachtig geillumineerd.
Na de ramp konden heel wat drenkelingen niet meer geidentificeerd worden.
Je moet die motor eens olien.
We zagen een gevarieerd programma.
b. Het koppelteken
* We schrijven een koppelteken in samenstellingen en in afleidingen op -achtig om te
voorkomen dat twee opeenvolgende klinkerletters als één klank (klinker of tweeklank)
gelezen kunnen worden. Dat gebeurt uitsluitend bij de volgende zestien lettercombinaties.
aa
ee
ie
oe
ui
ae
ei
ai
eu
au
oi
uu
oo
ou
Dat zijn dezelfde lettercombinaties
die leiden tot het gebruik van een
trema bij afleidingen, ongelede
woorden en samengestelde
telwoorden.
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
14
en
ij
ii
- astma-aanval, auto-ongeluk, bio-energie, contra-alt, diepzee-expeditie, drie-eenheid, file-ellende, gala-avond, gummi-jas, informatie-uitwisseling, kali-industrie,
kiwi-ijs, koffie-uur, lila-achtig, macro-economie, mede-ingezetene, mee-eter,
milieu-inspectie, mini-jurk, na-apen, neo-expressionisme, netto-opbrengst, parauniversitair, precisie-instrument, radio-omroep, radio-uitzending, stereoinstallatie, stereo-uitzending, studie-uur, toe-eigenen, video-installatie, warmteeenheid, zebra-achtig, zee-engte, zo-even ...
- maar: zoiets
Uit deze regel leiden we bovendien af dat
- bij ao geen trema voorkomt: cameraoog, sodaoplossing ...
- bij ea en eo geen trema voorkomt: lenteavond, olieachtig, politieagent,
fusieoperatie ...
- bij ia, io en iu geen trema voorkomt: miniadvertentie, semioverheidsbedrijf,
antiutopie ...
- bij oa geen trema voorkomt: fotoalbum, fotoautomaat, giroafschrift ...
- bij ua, ue en uo geen trema voorkomt: bureauassistent, bureauegel,
bureauomnibus ...
- bij aj, ej, uj en oj geen trema voorkomt: najaar, studiejaar, radiojongen,
jiujitsu ...
- bij iji (ij+i) geen trema voorkomt: rijinstructeur, partijideoloog ...
- bij combinaties van een klinker met een y geen trema voorkomt: bodyart,
bioyoghurt ...
* Het koppelteken staat na een hele reeks eng-verbonden voorbepalingen:
adjunct-, aspirant-, assistent-, bijna-, chef-, collega-, ex-, interim-, kandidaat-,
leerling-, meester-, niet-, non-, oud-, Sint-, St.-, sint-, stagiair-, substituut adjunct aspirant assistent bijna chef collega ex interim kandidaat leerling meester-
adjunct-chef, adjunct-commissaris, adjunct-directeur ...
aspirant-controleur, aspirant-lid, aspirant-minister ...
assistent-manager, assistent-trainer ...
bijna-doodervaring, bijna-ongeluk, bijna-stilstand ...
chef-dirigent, chef-kok ...
collega-econoom, collega-kunstenaar ...
(alleen in de betekenis ‘voormalig’) ex-aanvoerder, ex-bankier,
ex-bondscoach, ex-krijgsgevangene ...
maar: excentriek, exclamatie, experiment ...
interim-burgemeester, interim-coach, interim-regeling ...
kandidaat-notaris(sen), kandidaat-international(s),
kandidaat-sponsor(s) kandidaat-voorzitter(s) ...
leerling-apotheker, leerling-verpleger ...
meester-kok, meester-schilder, meester-timmerman ...
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
 niet non oud-
 Sint-, St.-, sint stagiair substituut-
Spelling - lespakket 3
15
maar: meesterbrein, meestergast ...
niet-actief, niet-roker, niet-jood(s), niet-werkend, niet-westers ...
non-activiteit, non-alcoholisch, non-interventie ...
(alleen in de betekenis ‘voormalig’) oud-burgemeester, oud-kamerlid,
oud-ploeggenoot ...
maar: oudbakken, oudheid, Oudnederlands, Oudindisch,
Oudrussisch ...
Sint-Nicolaas, Sint-Maarten, St.-Jakobskerk, sint-bernardshond,
sint-janskruid, sint-jakobsschelp ...
stagiair-advocaat, stagiair-leerling ...
substituut-griffier, substituut-officier, substituut-procureur ...
* Het koppelteken staat vóór vier eng-verbonden nabepalingen:
-generaal, -president, -verbaal, -militair
 -generaal
 -president
 -verbaal
 -militair
directeur-generaal, secretaris-generaal ...
minister-president
proces-verbaal
auditeur-militair
* Er staat geen koppelteken na de volgende reeks voorvoegsels en eng-verbonden
voorbepalingen, behalve als dat het gevolg is van een klinkerbotsing (zie hierboven) of als
het tweede deel met een hoofdletter geschreven wordt:
aero, anti, audi, auto, bi, bio, co, contra, de, des, di, duo, elektro, ere, extra, giga,
intra, loco, macro, micro, mini, mono, multi, neo, para, pre, pro, proto, pseudo,
quasi, re, retro, semi, socio, supra, thermo, tri, ultra, vice
Hieronder volgen voorbeelden bij een greep van die voorvoegsels en voorbepalingen.
 anti
 co
 contra
 de
 des
 duo
 ere
 extra
 loco
 macro, micro
antiautoritair, antiastmamiddel, antifeministisch, antiwesters ...
maar: anti-imperialistisch, anti-Amerikaans, anti-Duits,
anti-Iraaks, anti-Joods ...
coassistent(schap), codirecteur, copiloot, copromotor, cosponsor ...
maar: co-educatie, co-ouder(schap) ...
contraoffensief, contrareformatie, contrarevolutionair,
contraspionage ...
maar: contra-alt, contra-indicatie, contra-expertise ...
decriminaliseren, dedramatiseren, deactualiseren ...
maar: de-escaleren ...
desinfecteren, desinformatie, desorganisatie, desoriënteren ...
duobaan, duovoorzitterschap ...
ereambt, erebaan, eredivisie, erelint, erevoorzitter ...
extramuraal, extraordinair, extrapoleren, extraterritoriaal ...
maar: (extra is hier een adjectief) een extra beloning ...
(in de betekenis ‘plaatsvervangend’) locoburgemeester
macrokosmos, macrostructuur, microarchief, microfilm ...
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
 mini
 multi
 neo
 para
 pre
 privé
 pro
 pseudo
 quasi
 semi
 sub
 vice
Spelling - lespakket 3
16
maar: macro-economie, micro-economie, micro-elektronica,
micro-organisme ...
minicrisis, minidecreet, miniformaat, minigolf, minioorlog ...
maar: mini-Europa, mini-enquête, mini-essay, mini-jurk ...
multicultureel, multilateraal ...
maar: multi-etnisch, multi-interpretabel ...
neogotiek, neokolonialisme ...
maar: neo-expressionisme ...
paramedisch, paranoia, parapsychologie ...
maar: para-universitair ...
preadvies, precolumbiaans, precommunistisch, prehistorisch,
premenstrueel, prenataal, preolympisch, prepuberteit,
prerevolutionair ...
maar: pre-embryo, pre-existent, pre-islamitisch, preindustrieel ...
privédetective, privébelang, privéleger ...
maar: (ook é + i is een klinkerbotsing) privé-initiatief,
privé-instelling ...
procommunistisch, prowesters ...
maar: pro-Duits, pro-Engels ...
pseudofilosofisch, pseudowetenschap(pelijk) ...
maar: pseudo-intellectueel
quasiauthentiek, quasidiepzinnig, quasiwetenschappelijk ...
semiautomatisch, semimilitair, semiprof, semiwetenschappelijk ...
subcommissie, subcultuur, subtopper, subtropisch ...
viceadmiraal, vicepremier, vicepresident, vicevoorzitter(schap) ...
* Er staat een koppelteken in samenstellingen waarin het eerste deel een groep mensen of
een werkstuk aanduidt, genoemd naar een persoon.
de zaak-Dutroux, de regering-Verhofstadt, de commissie-Pée-Wesselings ...
* Er staat een koppelteken in samenstellingen waarin een woord naar zichzelf verwijst
(zelfnoemfunctie).
ik-roman, het-woord, jij-vorm ...
* Er staat een koppelteken in samenstellingen met een uitheemse woordgroep.
a capella  a-capellakoor
ad hoc  ad-hocbeslissing
haute couture  haute-couturewinkel
* Er staat een koppelteken in samenstellingen met cijfers, initiaalwoorden, symbolen en
letteraanduidingen.
80-jarige, e-mail, meervouds-s, tv-kijken, -teken, tl-buis, T-shirt, IQ-test ...
maar: (met letterwoorden) pincode, aidsvirus, petfles, bommoeder ...
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
17
toch: (letterwoorden met minstens één hoofdletter) Benelux-land,
VUT-regeling, UEFA-beker ...
* Er staat een koppelteken in een samenstelling met een woordgroep die op een symbool,
letter of cijfer eindigt.
Karel I-sigaar, Lodewijk XV-meubel, vitamine B12-kuur ...
* Er staat een koppelteken in samengestelde geografische namen.
- Centraal-Azië, Frans-Vlaanderen, Midden-Amerika, Nieuw-Zeeland, NoordHolland, Noord-Nederland, Oost-Groningen, West-Vlaanderen, ZeeuwsVlaanderen, Zuidoost-Noord-Brabant, Zuidwest-Vlaanderen (= het zuidwesten
van Vlaanderen), Zuid-West-Vlaanderen (= het zuiden van West-Vlaanderen),
Vlaams-Brabant ...
- (met ’s) ’s-Hertogenbosch, ’s-Gravenhage, ’s-Herenelderen, ’s-Gravenvoeren,
’s-Gravenbrakel ...
- Knokke-Heist, Wortegem-Petegem, Zichen-Zussen-Bolder,
Oostenrijk-Hongarije, Heist-op-den-Berg, Herk-de-Stad, Sint-Jan-in-Eremo ...
* Er staat een koppelteken in alle afleidingen van de bovenstaande geografische namen.
Centraal-Aziatisch, Frans-Vlaams, Frans-Vlaming, Midden-Amerikaans, NieuwZeelands, Noord-Atlantisch, Noord-Hollands, Noord-Brabander, Noord-Nederlands, Oost-Groninger, West-Vlaams, West-Vlaming, Zeeuws-Vlaams, ZeeuwsVlaming, Zuid-Nederlands, Vlaams-Brabants ...
* Er staat geen koppelteken in namen van talen met oud, middel, nieuw, standaard, hoog en
plat.
- Nieuwgrieks, Oudindisch, Oudnederlands, Oudrussisch, Middelnederlands,
Standaardnederlands, Platduits, Hoogduits ...
- maar: (wel als er al een spatie of koppelteken staat in het deel na het
voorvoegsel) Oud-West-Vlaams, Plat-New Yorks ...
- maar: (wel na Indo) Indo-Europeaan, Indo-Europees, Indo-Germaans ...
* Er staat een koppelteken in een woordgroep die één begrip vormt.
een kruidje-roer-me-niet, het staakt-het-vuren, het vrouw-zijn, een kant-en-klare
maaltijd, laag-bij-de-gronds, een duivel-doet-al, Onze-Lieve-Vrouw ...
* Er staat een koppelteken in samenstellingen met gelijkwaardige delen.
- Heeswijk-Dinther, journalist-cabaretier, Knokke-Heist, mevrouw T.C.M.
Renkema-Boersma, rood-wit-blauw, hotel-restaurant, politiek-ideologisch,
cultureel-maatschappelijk ...
- (geen koppelteken tussen de gelijkwaardige delen en een volgend deel) woonwerkverkeer, kop-hals-rompboerderij, zwart-witfotografie, neus-keelholte ...
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
18
- (vergelijkbaar met de vorige samenstellingen) doe-het-zelfzaak, glas-inloodramen, kat-en-muisspel, nek-aan-nekrace, heen-en-weerdienst ...
* Er staat geen koppelteken in:
a) drieledige samenstellingen met een meerdelige eigennaam:
(in twee woorden) Blinde Ezelstraat, Eerste Kamerzitting, Heilig Bloedprocessie,
Heilig Hartkliniek, Heilig Landstichting, Middellandse Zeegebied,
Rode Kruispost …
b) drieledige samenstellingen zonder eigennaam:
(aan elkaar) bijzonderebijstandsregeling, centralebankpresident,
centraleverwarmingsinstallatie, collectievelastendruk, grotemensenwereld,
hogesnelheidstrein, kortetermijndenken, lagedrukgebied, lagelonenland,
langeafstandsraket, langetermijnontwikkelingen, langtermijnperspectief,
onroerendgoedmarkt ...
c) drieledige samenstellingen waarvan het eerste deel een telwoord is
(in twee woorden) 11 juliviering, 50 eurobiljet, 24 uurseconomie ...
(aan elkaar) elfjuliviering, vijftigeurobiljet ...
Oefening 3.6 Gebruik waar nodig het koppelteken. Soms moet je woorden aan elkaar
schrijven. Bij twijfel kan je het Groene Boekje of een woordenboek gebruiken.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
14.
15.
16.
17.
18.
19.
20.
Woon je nog altijd in Sint Job in ’t Goor?
Ben je reeds naar Nieuwpoort Strand geweest?
De schout bij nacht en de sergeant majoor logeerden bij mevrouw K. Kindt Daenen.
In de Karel V laan werd een 30 jarige Belgacom agent aangereden.
Het werd uiteindelijk een 2-1 overwinning.
Het West Vlaamse a capella koor dreigt zijn subsidie te verliezen.
Zijn er in het oude mannen huis talrijke twee persoonsbedden?
Daar komt een VRT reporter; in zijn jeugd was hij een kruidje roer me niet.
In het station van Gent Sint Pieters nam ik de trein naar Brussel Centraal.
een anti Amerikaanse journalist
back up programma
een lagere school kind
de minister president van Vlaanderen
blauwe en rode inkt
all round functie
de Belgisch Duitse grens
het + teken
non ferro metalen
full colour uitgave
een laag bij de grondse reactie
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
19
Oefening 3.7 Schrijf aan elkaar of van elkaar of gebruik een koppelteken.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
100 + jarige
computer + expert
half + time
science + fiction
IBM + computer
Amerika + lei
tele + ouder
duo + baan
vastgoed + kantoor
Noord + Afrikaan
11.
12.
13.
14.
15.
16.
17.
18.
19.
20.
olie + aandelen
rechter + oever
Schelde + oever
multi + cultureel
24 + uurs + staking
proces + verbaal
zes + cilinder + motor
na + oorlogs
symfonie-orkest
cultuur + product
Oefening 3.8 Verbeter de onderstaande zinnen.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Hij is doctor in de rechten, zijn broer luitenant generaal en zijn neef chef kok.
De 30 jarige tbc patiënt kreeg die dag eventjes tweeentwintig brieven.
Eenheden van de Anglo Amerikaanse vloot achtervolgden de onderzeeer.
Nabij de St Jakobsmarkt woont een van mijn oud hoogleraren.
Zondag ll ontmoette ik in de Karel V laan het kruidje roer me niet van onze klas.
U weet, mijne heren, dat onze secretaris penningmeester zijn vakantie doorbrengt te
Knokke Heist.
7. Gevaarlijk, zo’n gat te willen boren in zo’n half steens muurtje.
8. Aan de Belgisch Duitse grens verloor mevrouw Janssens Steen een geillustreerd
tijdschrift.
9. Sint Niklaas ligt aan de E 17 auto weg.
10. Er heerste in de streek van Heist op den Berg een hevige epidemie.
c. De apostrof of het weglatingsteken
De apostrof in de meervoudsvorming
* Zelfstandige naamwoorden die eindigen op de enkel geschreven letter
a
e
i
o
u
u
y
uitgesproken als
uitgesproken als
uitgesproken als
uitgesproken als
uitgesproken als
uitgesproken als
uitgesproken als
/aa/
/ee/
/ie/
/oo/
/uu/
/oe/
/ie/
worden in het meervoud geschreven met
worden in het meervoud geschreven met
worden in het meervoud geschreven met
worden in het meervoud geschreven met
worden in het meervoud geschreven met
worden in het meervoud geschreven met
worden in het meervoud geschreven met
agenda, azalea, razzia
ave
ski , taxi
foto, rodeo, radio
reçu, paraplu
agenda’s, azalea’s, razzia’s
ave’s
ski’s, taxi’s
foto’s, rodeo’s, radio’s
reçu’s, paraplu’s
-’s
-’s
-’s
-’s
-’s
-’s
-’s
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
20
tiramisu’s, haiku’s
hobby’s, pony’s
tiramisu, haiku
hobby, pony
De bovenstaande regel wordt dus niet toegepast:
- als de enkel geschreven e niet uitgesproken wordt als /ee/: lentes, zones,
vitamines ...
- als de enkel geschreven e een accent heeft: cafés, patés, canapés ...
- als het woord eindigt op een klinker of tweeklank die weergegeven wordt door
meer dan één klinkerletter: tralies, bureaus, etuis, jockeys, cowboys, displays,
dominees, prostituees, shampoos ...
- als het woord niet op een klinkerletter eindigt: bordeauxs, de Anciauxs,
pince-nezs, diners, depots ...
* Letters.
a’s, b’s, c’s, d’s, e’s ..., s’en, t’s ..., x’en, y’s, z’s
* Afkortingen, cijfers, initiaalwoorden.
abc’s, a.u.b.’s, cd’s, lp’s, pv’s, tv’s, WK’s, 9’s ...
De apostrof in verkleinwoorden
* Zelfstandige naamwoorden die eindigen op de enkel geschreven letter
u
y
uitgesproken als
uitgesproken als
/oe/
/ie/
worden geschreven met
worden geschreven met
-u’tje
-y’tje
tiramisu’tje, haiku’tje
hobby’tje, pony’tje
tiramisu, haiku
hobby, pony
De bovenstaande regel wordt niet toegepast:
- als het woord eindigt op een klinker of tweeklank die weergegeven wordt door
meer dan één klinkerletter: jockeytje, cowboytje, displaytje ...
* Letters.
a’tje, b’tje, c’tje …, s’je, t’tje, x’je, y’tje, z’je
* Afkortingen, cijfers, initiaalwoorden.
abc’tje, a.u.b.’tje, A4’tje, cd’tje, lp’tje, tv’tje, cv’tje, wc’tje, 9’tje, 6’je ...
* Als het verkleinwoord aan het einde van de regel afgebroken wordt, dan wordt de apostrof
vervangen door het afbreekteken.
tiramisu’tje
tiramisu-tje
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
hobby’tje
A4’tje
wc’tje
Spelling - lespakket 3
21
hobby-tje
A4-tje
wc-tje
De apostrof in bezitsvormen (genitiefvormen)
* Zelfstandige naamwoorden die eindigen op de enkel geschreven letter
a
e
i
o
u
u
y
uitgesproken als
uitgesproken als
uitgesproken als
uitgesproken als
uitgesproken als
uitgesproken als
uitgesproken als
/aa/
/ee/
/ie/
/oo/
/uu/
/oe/
/ie/
opa, Ria, Bea
Antigone
Fifi
Otto, Leo
Manu
Peru
baby, Eddy
worden geschreven met
worden geschreven met
worden geschreven met
worden geschreven met
worden geschreven met
worden geschreven met
worden geschreven met
-’s
-’s
-’s
-’s
-’s
-’s
-’s
opa’s boek, Ria’s auto, Bea’s rok
Antigone’s broer
Fifi’s hok
Otto’s fiets, Leo’s tafel
Manu’s schoen
Peru’s inwoners
baby’s kleertjes, Eddy’s kleren
* Zelfstandige naamwoorden die eindigen op een sisklank, krijgen alleen maar een apostrof
achter de naam.
Alex
Bush
Inez
Maurice
Mulisch
Smits
Strausz
Strijbosch
Alex’ buren
Bush’ presidentschap
Inez’ fiets
Maurice’ broer
Mulisch’ boek
Smits’ gelijk
Strausz’ voorouders
Strijbosch’ huis
* Zelfstandige naamwoorden die eindigen op een s die niet gehoord wordt in de grondvorm,
maar wel in de bezitsvorm, krijgen alleen maar een apostrof achter de naam.
Alexandre Dumas
Carpentras
Alesandre Dumas’ meesterwerk
Carpentras’ bevolking
De bovenstaande regels worden niet toegepast:
- als er een accent of een trema staat op de e: Aimés antwoord, Belgiës
standpunt ...
- als de e dubbel geschreven is: Guinees havensteden ...
- als de e niet als /ee/ uitgesproken wordt: Annettes vraag, Hannelores fiets ...
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
22
- als het woord eindigt op een klinker of tweeklank die weergegeven wordt door
meer dan één klinkerletter: Kinseys onderzoek, Eric Suys werk ...
- als het woord niet op een klinkerletter en ook niet op een sisklank eindigt:
Rogers bezoek, Jans stoel, Deprezs voorstel, Anciauxs plan, Dutrouxs misdaad,
Malrauxs werk, Bordeauxs inwoners ...
De apostrof in afleidingen
* Afleidingen van initiaalwoorden, in cijfers geschreven getallen, cijfer- en
lettercombinaties, cijfer- en tekencombinaties krijgen een apostrof.
- VRT’er, N-VA’er, 65+’er, hij sms’t, we sms’en, we sms’ten, tv’loos, A4’tje,
een 68’er ...
- maar: (een koppelteken in afleidingen met -achtig, -dom, -heid en -schap)
cao-achtig, CD&V-achtig ...
- maar: (een koppelteken in afleidingen met voorvoegsels) al dat ge-sms, ze
hebben ge-sms’t, ze hebben ge-e-maild ...
De apostrof in weglatingen
* De plaats waar een letter of verschillende letters in een woord weggelaten worden, wordt
opgevuld met een apostrof.
- (om plaatsnamen verkort weer te geven) A’dam, A’foort, A’pen ...
- (in plaatsnamen met oorspronkelijk des) ’s-Gravenhage, ’s-Herenelderen,
’s-Hertogenbosch, ’s-Gravenvoeren, ’s-Gravenbrakel ...
- (in tijdsbepalingen met oorspronkelijk des) ’s nachts, ’s ochtends, ’s middags,
’s avonds, ’s morgens ...
- (in weergave van spreektaal) d’r, ’m, m’n, z’n, ’n, ’t ...
- zo’n
- (in poëtische taal, ter wille van het metrum) onnavolgb’re, wegnev’len ...
Oefening 3.9 Vul in met het weglatingsteken, indien nodig.
1.
2.
3.
4.
Je kent toch Danny...... weerzin tegen verre reizen!
Hebben abonnee..... nu iets aan een z… vernieuwde uitgave? (zo een: verkort)
Je lijmt ze beter met een cd....tje.
Heeft ze wel ooit op ski… gestaan? Neem Hilde… verhalen toch maar met een korreltje
zout.
5. Aimé..... antwoord had niets te maken met Marnix..... vraag!
6. Wat hebben Dali...... etsen nu te maken met Watteau...... schilderijen?
7. Jan Wolkers… roman “Turks Fruit” werd jaren geleden reeds verfilmd.
8. Zelfs in zijn nieuwe bundel essay..... gebruikt hij verschillende literaire bronnen.
9. Karel komt het best in stemming voor Gezelle..... poëzie als hij op de achtergrond een van
Beethoven..... latere strijkkwartetten hoort.
10. In die familie zijn er drie Sofie….
11. Zij wist nog niet wat ze voor papa… verjaardag zou kopen.
12. Eskimo… hebben verschillende procedé… om hun iglo…. te bouwen.
13. Stijn Streuvels… werken worden in alle milieu… gelezen.
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
23
14. Mijn jongste zus moest vandaag baby… papje klaarmaken.
15. Tijdens die safari zagen we veel kangoeroe... en hyena... .
d. Het klemtoonteken en het uitspraakteken
* Het klemtoonteken mag gebruikt worden om aan te geven dat we op een bepaald woord
de nadruk willen leggen. Het klemtoonteken is ΄. Het komt steeds op een klinker te liggen.
Als een klinker of tweeklank met twee of meer letters geschreven wordt, dan krijgen alleen
de eerste twee klinkerletters een klemtoonteken. Alleen bij ij kunnen we volstaan met íj,
omdat de fonts die de klassieke tekstverwerkingsprogramma’s gebruiken niet over een j
met een accent erop beschikken.
Dat is dé oplossing voor ons probleem.
Dat kán toch niet.
Vóór de middag moet je klaar zijn.
Ik wist niet dat het zó erg was.
Er is een verschil tussen voorkómen en vóórkomen.
Zoiets moet je gewoon dóén.
Nee, dat is een níéuwe stropdas.
Je blíjft gewoon opletten.
* Het uitspraakteken gebruiken we om aan te geven hoe een enkele of dubbele e
uitgesproken moet worden. Het uitspraakteken is ΄ of `. Zo kan een uitgesproken worden
met een doffe e (als onbepaald lidwoord) of met de /ee/ van bv. steen (als een telwoord).
Als er geen verwarring mogelijk is, schrijven we een. Als er wel verwarring mogelijk is,
schrijven we één. Als een e als /è/ uitgesproken moet worden, schrijven we è.
Hèhè, was dat even rennen!
Hé, kom eens hier jij!
Er is één oplossing voor dat probleem.
Je moet niet zo blèren.
maar (geen verwarring mogelijk):
Hij is een van de besten.
Dat is een van de mogelijkheden.
Het is bestemd voor eenmalig gebruik.
Hij woont in een eenkamerflat.
* We schrijven nooit een klemtoonteken of een uitspraakteken op een hoofdletter.
Eén oplossing is er maar voor dat probleem.
* De Woordenlijst vermeldt niet of we bij het beklemtoonde het een klemtoonteken of een
uitspraakteken gebruiken. Voor beide mogelijkheden is wel wat te zeggen. Als we de
klemtoon leggen op het, dan verandert de uitspraak van de klinker en zeggen we /hèt/.
Aangezien het toch hoofdzakelijk de bedoeling is de klemtoon aan te geven, lijkt de keuze
voor de spelling hét de meest logische keuze te zijn.
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
24
Dat is je van hét!
Lees jij ook 65+, hét maandblad voor de gepensioneerde?
Het gebruik van accenttekens in Franse woorden is al behandeld in lespakket 1, les 4, a
(Accenten in van oorsprong Franse woorden).
Oefening 3.10Plaats een accent, indien mogelijk.
1. Dat is een van de mooiste beschrijvingen die ik ooit gehoord heb.
2. Wat zit hij daar toch weer te bleren.
3. Voor het einde van de week moet je een oplossing hebben.
4. Daar geldt eenrichtingsverkeer.
5. Hehe, wat een opluchting!
6. Dat is de manier om met elkaar overeen te komen.
7. Dat is het middel tegen jeuk.
8. Een keer maar heb ik dat geprobeerd.
9. Voorkomen is beter dan genezen.
10. Dat vind ik nu echt je van het.
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
25
Les 11 De Engelse werkwoorden
Oefening 3.11Schrijf het werkwoord in de correcte vorm, zoals in het voorbeeld.
Voorbeeld:
coachen
coachte
gecoacht
1. rugbyen
2. faxen
3. lunchen
4. dealen
5. showen
6. piercen
7. timen
8. baseballen
9. carpoolen
10. updaten
Zoals je ziet, komen er in het Nederlands heel wat Engelse werkwoorden voor uit de wereld
van de muziek, de informatica, de sport, de mode, de geneeskunde, het bedrijfsleven e.a. Ze
worden als zwakke werkwoorden beschouwd en zijn dus regelmatig.
We maken hieronder gebruik van het begrip stam. De stam van een werkwoord is dat wat je
hoort als je de infinitief (bv. nemen) uitspreekt zonder de uitgang -en (bv. neem). Het is dus
van belang te achterhalen op welke klank de stam eindigt. Daarom is het fout om de eerste
persoon enkelvoud van een werkwoord als de stam van dat werkwoord te beschouwen. Bij
nemen vallen stam en eerste persoon enkelvoud toevallig wel samen, maar dat is niet zo bij
bv. leven. De stam is leev en niet leef. Zeker ook bij de werkwoorden van Engelse oorsprong
is het belangrijk om de stam correct te bepalen. De stam van bv. timen is time met als laatste
klank de [m].
1.
Als de stam van het werkwoord eindigt op een klinker, krijgt de onvoltooid verleden tijd
-de en het voltooid deelwoord -d.
rugbyen
bingoën
hockeyen
sprayen
:
:
:
:
ik rugby
ik bingo
ik hockey
ik spray
ik rugbyde
ik bingode
ik hockeyde
ik sprayde
ik heb gerugbyd
ik heb gebingood
ik heb gehockeyd
ik heb gesprayd
Het werkwoord shampooën is een speciaal geval. In alle vormen van dat werkwoord moet de
grondvorm van het zelfstandig naamwoord, shampoo (met twee o’s), bewaard blijven. De
dubbele o mag dus in geen enkele vorm van shampooën in een open lettergreep verenkeld
worden.
shampooën : ik shampoo
ik shampoode
ik heb geshampood
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
26
2. Als de stam van het werkwoord eindigt op een stemloze medeklinker, krijgt de
onvoltooid verleden tijd -te(n) en het voltooid deelwoord -t. Die stemloze medeklinkers zijn
de medeklinkers die je hoort in ’t kofschip ([t], [k], [f], [s], [], [p]) én de medeklinker [].
[] is de medeklinker die je hoort op het einde van lach en [] is de medeklinker die je hoort
op het einde van finish en lunch.
checken
:
surfen
:
mixen
:
editen
:
brainwashen :
crossen
:
3.
ik heb gecheckt
ik heb gesurft
ik heb gemixt
ik heb geëdit
ik heb gebrainwasht
ik heb gecrost
:
:
:
:
:
:
ik blow
ik e-mail
ik deal
ik cover
ik sponsor
ik upload
ik blowde
ik e-mailde
ik dealde
ik coverde
ik sponsorde
ik uploadde
ik heb geblowd
ik heb ge-ë-maild
ik heb gedeald
ik heb gecoverd
ik heb gesponsord
ik heb geüpload
In de Engelse spelling geeft een -e soms de uitspraak aan van de voorafgaande
(mede)klinker. Deze uitspraak-e moet dus altijd op het einde van de stam geschreven
worden.
barbecueën
deleten
faken
freelancen
racen
recyclen
saven
tapen
5.
ik checkte
ik surfte
ik mixte
ik editte
ik brainwashte
ik croste
Als de stam van een werkwoord niet eindigt op een medeklinker uit ’t kofschip of op
[],krijgt de onvoltooid verleden tijd -de(n) en het voltooid deelwoord -d.
blowen
e-mailen
dealen
coveren
sponsoren
uploaden
4.
ik check
ik surf
ik mix
ik edit
ik brainwash
ik cros
:
:
:
:
:
:
:
:
ik barbecue
ik delete
ik fake
ik freelance
ik race
ik recycle
ik save
ik tape
ik barbecuede
ik deletete
ik fakete
ik freelancete
ik racete
ik recyclede
ik savede
ik tapete
ik heb gebarbecued
ik heb gedeletet
ik heb gefaket
ik heb gefreelancet
ik heb geracet
ik heb gerecycled
ik heb gesaved
ik heb getapet
Sommige Engelse werkwoorden met uitspraak-e en een geschreven o in de stam worden
in het Nederlands met [o] uitgesproken. Bij die werkwoorden wordt de uitspraak-e niet in
de stam opgenomen en in een gesloten lettergreep wordt oo geschreven.
choken
dopen
promoten
scoren
:
:
:
:
ik chook
ik doop
ik promoot
ik scoor
ik chookte
ik doopte
ik promootte
ik scoorde
ik heb gechookt
ik heb gedoopt
ik heb gepromoot
ik heb gescoord
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
6.
Spelling - lespakket 3
27
In de Engelse spelling geeft een verdubbeling van een medeklinker soms ook de uitspraak
van de voorafgaande klinker aan. De dubbele medeklinker verdwijnt als de klank is
vernederlandst of ook in het Nederlands voorkomt. De dubbele medeklinker blijft in de
Nederlandse spelling behouden als de klinker in het Nederlands op z’n Engels
uitgesproken wordt.
Nederlandse uitspraak en dus enkele medeklinker:
basketballen : ik basketbal
ik basketbalde
crossen
: ik cros
ik croste
grillen
: ik gril
ik grilde
tossen
: ik tos
ik toste
volleyballen : ik volleybal
ik volleybalde
yellen
: ik yel
ik yelde
ik heb gebasketbald
ik heb gecrost
ik heb gegrild
ik heb getost
ik heb gevolleybald
ik heb geyeld
niet-Nederlandse uitspraak en dus dubbele medeklinker:
baseballen : ik baseball
ik baseballde
ik heb gebaseballd
callen
: ik call
ik callde
ik heb gecalld
paintballen : ik paintball
ik paintballde
ik heb gepaintballd
passen
: ik pass
ik passte
ik heb gepasst
7.
Soms is het onduidelijk of de klank voorafgaand aan -en tot ’t kofschip (en []) behoort.
Sommige taalgebruikers spreken in leasen een [s] uit, andere een [z]. In briefen en golfen
zeggen sommigen een [f], anderen een [v]. In zulke gevallen zijn zowel vervoegingen
met -te en -t als vervoegingen met -de en -d mogelijk. Let ook op de uitspraak-e in
sommige van deze werkwoorden.
bridgen
briefen
cruisen
golfen
housen
leasen
:
:
:
:
:
:
ik bridge
ik brief
ik cruise
ik golf
ik house
ik lease
ik bridgete / bridgede
ik briefte / briefde
ik cruisete / cruisede
ik golfte / golfde
ik housete / housede
ik leasete / leasede
ik heb gebridget / gebridged
ik heb gebrieft / gebriefd
ik heb gecruiset / gecruised
ik heb gegolft / gegolfd
ik heb gehouset / gehoused
ik heb geleaset / geleased
Oefening 3.12Schrijf de werkwoorden in de correcte vorm.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
Hij heeft zijn haar met een nieuw extract (shampooën).
Ik (korfballen) liever dan dat ik (basketballen).
Denk eraan dat je dit bestand (saven) als je de computer uitschakelt.
We (surfen) verleden week meer dan vier uur.
De voetbalbond (lobbyen) al jaren.
Op die vakbeurs (promoten) zij gisteren haar producten als geen ander.
De leraar had zijn les niet goed (timen).
Verleden donderdag (skateboarden) er enkele jongens op het nieuw aangelegde voetpad.
Als ik tien minuten (squashen) heb, ben ik bekaf.
Is deze uiteenzetting voldoende (lay-outen)?
Vorige eeuw (cricketen) de meeste Engelse scholieren.
De renners hebben gisteren de hele etappe (freewheelen).
freewheelen: fiets laten lopen zonder veel te trappen, op zijn gemak nemen.
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
13.
14.
15.
16.
17.
18.
19.
20.
Spelling - lespakket 3
28
Mijn computer was weer maar eens (crashen).
Terwijl we de bestanden (downloaden), keken we tv.
Hij heeft per ongeluk al zijn teksten (deleten).
Dat bedrijf wordt niet goed (managen).
De nieuwe collectie wordt pas volgende week (showen).
Alle binnenlandse vluchten werden onmiddellijk (cancelen).
Toen zij enkele minuten (speechen) had, kreeg zij de hele zaal op haar hand.
Die overval was perfect (timen).
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
29
Les 12 Herhalingsoefeningen
Tot slot krijg je enkele herhalingsoefeningen op de verschillende lessen uit de module
“Spelling”: eerst enkele oefeningen per les en vervolgens enkele cumulatieve, gemengde
oefeningen. De sleutel van alle oefeningen vind je aan het eind van dit pakket.
Ter afronding: een taak in verband met de complete module “Spelling”; de oplossing hiervan
( en van de andere taken van pakket 5) sturen we je op nadat je de taak aan je mentor hebt
bezorgd. Dan krijg je ook een eindevaluatie.
Oefening 3.13Splits in lettergrepen.
1. signaleren
2. meestal
3. kinderachtig
4. koningen
5. geadopteerd
6. sergeant
7. watersnood
8. mayonaise
9. asociale
10. bacteriën
Oefening 3.14Vul de juiste klinkers, tweeklanken en medeklinkers in.
Waarom neemt de t…p…ste zo weinig in…tiat…ven? (i - ie - y)
Ik ben een vlugge insl…per, maar hel…s een tr…ge ontw…ker. ( a - aa)
Die abonn…s woonden in een f…riek huis. (e - ee - eë - eeë)
R…khalzend op de p…lers van de brug zag het m…sje uit naar de pr…suitr…king.
(ei - ij)
5. Ik was verb…wereerd over dat fr…duleuze bankroet. (ou - au)
6. Ik weet graag hoe het thuis r…lt en z…lt. (ei - ij)
7. Weggebruikers willen niet gete…oriseerd worden door snelheidmania…en.
8. De regi…eur hield een warm pleidooi voor die bri…ante acteur die de rol van een
precie…e co…i…aris moest vertolken.
9. In het postkantoor waren maar drie loke…en open. Voor mij stond iemand met een stapel
pape…a…en maar de ki…e…orige postbea…e dronk rustig zijn ca…u…ino.
10. Op de gebombardeerde wegen patroui…eren soldaten in ca…ouflagepak ; het zijn zeker
geen luiwa…e…en.
1.
2.
3.
4.
Oefening 3.15Duid de juiste meervoudsvorm aan.
1. parodieën
2. plateau’s
3. comités
parodiën
plateaus
comité’s
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
4. directeur-generaals
5. holds-up
6. centra
7. provinciën
8. idylles
9. etuis
10. eigenaars-bewoners
11. financieën
12. haviken
13. paraplu’s
14. pizzas
15. scènes
directeuren-generaal
hold-ups
centra’s
provincieën
idylle’s
etui’s
eigenaar-bewoners
financiën
havikken
parapluus
pizza’s
scène’s
30
Oefening 3.16Stip het juist gespelde verkleinwoord aan.
1. harinkje
2. tv-tje
3. sherrytje
4. probleempje
5. plumeautje
6. bijtje
7. fee’tje
8. bladje
9. dia’tje
10. comité’tje
11. bloedvatje
12. zolderingetje
13. okapi’tje
14. dinertje
15. leerlingetje
haringetje
tv’tje
sherry’tje
probleemtje
plumeau’tje
bij’tje
feetje
blaadje
diaatje
comiteetje
bloedvaatje
zolderinkje
okapietje
dineetje
leerlingje
Oefening 3.17Schrijf met een hoofdletter waar nodig.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
vandaag lopen in gent weer heel wat japanse toeristen rond.
in het westen grenst belgië aan de noordzee.
met kerstdag is hij altijd in duitsland.
in het noorden is het sfeervoller tijdens de kerstdagen.
kan je me zeggen of de nobelprijswinnaar joods-christelijk is?
op de zuidpool eet men weinig edammerkaas en drinkt men geen sherry.
in bourgondië, een streek in frankrijk, bezochten wij veel romaanse kerkjes.
de indianen van de dominicaanse republiek waren niet blij met het nieuwe colombusstandbeeld.
9. begin juni worden de leerlingen ondervraagd over de renaissance, de balkanoorlog en de
olympische spelen.
10. turnhout ligt in antwerpen en torhout in west-vlaanderen.
11. ingrid baeyens bereikte in 1992 de top van de mount everest, de hoogste berg ter wereld.
12. in de franse mars-fabriek in straatsburg worden iedere dag tonnen chocolade
geproduceerd.
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
31
13. karel de grote was een frankische koning en karel de vijfde was een middeleeuwse keizer.
14. na de champagne en de bordeaux kwam er cognac op tafel en rookten we havanna’s.
15. de minister van buitenlandse zaken vertrekt met pinksteren naar zuid-amerika en blijft er
de hele pinkstervakantie.
Oefening 3.18Welk woord is correct gespeld? (oefening op de tussenletters -(e)n- en -s-)
1. goedenavond
2. klassenleraar
3. secondenwijzer
4. aktetas
5. geboortendatum
6. eenheidmunt
7. vastgoedsector
8. bevrijdingstrijd
9. groentesoep
10. biggekruid
11. blindestok
12. kruidekoek
13. muggezifter
14. staatschuld
15. volkstam
goedeavond
klasseleraar
secondewijzer
aktentas
geboortedatum
eenheidsmunt
vastgoedssector
bevrijdingsstrijd
groentensoep
biggenkruid
blindenstok
kruidenkoek
muggenzifter
staatsschuld
volksstam
Oefening 3.19Schrijf een koppelteken of een deelteken indien nodig.
1. Volgens die beroemde mode ontwerper kan je die A lijn jas niet combineren met een
sportieve V hals trui.
2. Mijn zus bruist ’s morgens van ideeen en is zeer intuitief.
3. Wegens gebrek aan hygiene dreigen epidemieen uit te breken in Zuid Nepal.
4. Je mag een reele verbetering verwachten bij de stap voor stap methode.
5. De 40 jarige coordinator verliet na twee en een half uur heen en weer gepraat het lokaal en
ging vervolgens naar zijn privé kantoor.
6. In het neo renaissance bureau van mijn ex vrouw hangt een 14de eeuws beeld uit Midden
Amerika.
7. Op zijn drie en dertigste werd zijn cd tje opgenomen in de tv studio.
8. Volgens die neo romanticus zijn de macro economische voorspellingen goed.
9. Die geeerde tv commentator gebruikte zijn gsm apparaat tijdens die non stop vlucht.
10. In deze s bocht nabij de Sint Baafs kerk zijn al veel auto ongevallen gebeurd
Oefening 3.20Duid de juist gespelde vorm aan.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
dinertje
Daens leven
Petra’s vriend
Gezelles gedichten
flippoos
de abonnees
Sabines babytje
dineetje
Daens’ leven
Petras vriend
Gezelle’s gedichten
flippo’s
abonnee’s
Sabines baby’tje
abonnés
Sabine’s baby’tje
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
8. een A4-tje
9. een menu’tje
10. een replaytje
32
een A4’tje
een menuutje
een replay’tje
een A-4’tje
een menu-tje
een replay-tje
Oefening 3.21Moeilijke tekens
1.
Plaats waar nodig een trema.
gecreeerd
Hengeloer
officiele
buiig
besproeiing
ruine
* extraneus
linguistiek
gekopieerd
opticien
officieel
mozaiek
vacuum
concierge
cocaine
poeet
extraneus: iemand die examen aflegt aan een school of universiteit zonder de betrokken
inrichting als gewoon leerling of student bezocht te hebben.
2.
Trema of liggend streepje?
ge eerd
zee engte
3.
toe eigenen
na apen
macro economie
lila achtig
Met of zonder accent (accent aigu, accent grave of accent circonflexe)?
debacle
zone
* crepe
scene
4.
twee en twintig
auto ongeluk
enquete
controle
creme
etage
ragout
genant
au serieux
resume
crepe:
- licht zijden weefsel
- pannenkoekje, flensje
beta:
Griekse letter
Een toemaatje
a. omelet
b. boeddha
getatoeëerd
d. wenkbrauw
e. astma
pate
depot
* beta
iets en depot geven
Welk woord is fout gespeld?
adellijk
aartsschelm
debacle
* facsimile
* smeuig
feuilleton
causeriën
faliekant
ensceneren
budgettair
porselein
konijnenvel
minitieus
gewaagste
postuum
woordvoerdster
tezamen.
afvloeiing
consciëntieus
cliëntèle
facsimile: - reproductie
smeuig:
- dik vloeibaar, bijvoorbeeld van soep
- vol plastische, pittige uitdrukkingen
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
33
Oefening 3.22Duid het juist gespelde werkwoord aan.
1. ik remixde
2. hij hockeyde
3. zij swingde
4. ik heb gebrunchd
5. zij heeft ingezoomd
6. het is gedownload
7. facelifte
8. gewindsurft
9. barbecude
10. geresearcht
ik remixte
hij hockeyte
zij swingte
ik heb gebruncht
zij heeft ingezoomt
het is gedownloat
faceliftte
gewindsurfd
barbecuede
geresearchd
facelifde
gewinsurfed
barbecuete
geresearchet
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
34
Oplossingen van de oefeningen
Oefening 3.1
1. telaatkomers - strafstudie
2. detectiveroman
3. tweederangsauteur - toverberg
4. negenhonderd - algauw - tweeduizend - tweehonderdvierenveertig
5. donkergroene - lichtgele
6. vijfmaal
7. eraan
8. hierover - binnenkort
9. linkerbeen
10. knalgele - helrode
11. diezelfde - verderop
12. hetzelfde
13.
14. tenminste
15. allesbehalve
Oefening 3.2
-
32
67
340
862
1302
83.000
520.000
777.000
3.412.318
8.613.432
1.651.873.000
- 65,5
- 12.340,25 euro
- de 311de dag
- 5/12
- 4.500.000
tweeëndertig
zevenenzestig
driehonderdveertig
achthonderdtweeënzestig
dertienhonderdentwee
drieëntachtigduizend
vijfhonderdtwintigduizend
zevenhonderdzevenenzeventigduizend
drie miljoen vierhonderdentwaalfduizend driehonderdachttien
acht miljoen zeshonderddertienduizend vierhonderdtweeëndertig
een miljard zeshonderdeenenvijftig miljoen
achthonderddrieënzeventigduizend
vijfenzestigeneenhalf
twaalfduizend driehonderdveertig komma vijfentwintig euro
(bv. op een cheque)
driehonderdelfde
vijf twaalfde
vierenhalf miljoen
vier miljoen vijfhonderdduizend
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
35
Oefening 3.3
1. te kort gekomen, tekortkomingen
2. hedenochtend, ten minste,vijfmaal, voorbijgelopen, allesbehalve
3. tenminste
4. eersteklascoupé
5. tussenuit
6. ingrijpen
7. zojuist
8. lagenlonenlanden
9. evenveel
10. hetzelfde
Oefening 3.4
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
14.
15.
16.
17.
18.
19.
20.
reëel
geopereerd
ministerieel
Israëliër
atheneum
kanoën
voltooiing
drieëntachtig
financiën
financieren
ongeëvenaard
egoïst
beambte
klasreünie
neuriën
kopieerders
efficiënt
variëteiten
gearresteerd
geënsceneerd
Oefening 3.5
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
Hoeveel brachten de geïnde belastingen op?
Gister werd het maïsdoolhof feestelijk geopend.
De diëtist heeft vader een streng dieet voorgeschreven.
De geallieerden wonnen de lange oorlog.
Zie je de reliëfkaart van België?
Geïllustreerde tijdschriften lagen er bij de vleet.
Er werden drieëndertig mecaniciens aangeworven.
Sommige kunstwerken in dat Oekraïense museum ogen nogal artificieel.
Die dokter heeft veel patiënten verloren.
De advocaat zei dat zijn cliënt verslaafd was aan heroïne en cocaïne.
Wat een buiig weer vandaag!
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
12.
13.
14.
15.
Spelling - lespakket 3
36
De ruïne was prachtig geïllumineerd.
Na de ramp konden heel wat drenkelingen niet meer geïdentificeerd worden.
Je moet die motor eens oliën.
We zagen een gevarieerd programma.
Oefening 3.6
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
14.
15.
16.
17.
18.
19.
20.
Sint-Job-in-’t-Goor
Nieuwpoort-Strand
schout-bij-nacht; sergeant-majoor; mevrouw K. Kindt-Daenen
Karel V-laan; een 30-jarige Belgacom-agent
een 2-1-overwinning
West-Vlaamse; a-capellakoor
oudemannenhuis; tweepersoonsbedden
een VRT-reporter; een kruidje-roer-me-niet
Gent-Sint-Pieters; Brussel-Centraal
een anti-Amerikaanse journalist
back-upprogramma
een lagereschoolkind
de minister-president van Vlaanderen
blauwe en rode inkt
allround functie
de Belgisch-Duitse grens
het +-teken
non-ferrometalen
full-colouruitgave
een laag-bij-de-grondse reactie
Oefening 3.7
1. 100-jarige
2. computerexpert
3. halftime
4. sciencefiction
5. IBM-computer
6. Amerikalei
7. teleouder
8. duobaan
9. vastgoedkantoor
10. Noord-Afrikaan
11.
12.
13.
14.
15.
16.
17.
18.
19.
20.
olieaandelen
rechteroever
Scheldeoever
multicultureel
24-uursstaking
proces-verbaal
zescilindermotor
naoorlogs
symfonieorkest
cultuurproduct
Oefening 3.8
1.
2.
3.
4.
5.
Hij is doctor in de rechten, zijn broer luitenant-generaal en zijn neef chef-kok.
De 30-jarige tbc-patiënt kreeg die dag eventjes tweeëntwintig brieven.
Eenheden van de Anglo-Amerikaanse vloot achtervolgden de onderzeeër.
Nabij de St.-Jakobsmarkt woont een van mijn oud-hoogleraren.
Zondag ll. ontmoette ik in de Karel V-laan het kruidje-roer-me-niet van onze klas.
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
37
6.
U weet, mijne heren, dat onze secretaris-penningmeester zijn vakantie doorbrengt te
Knokke-Heist.
7. Gevaarlijk, zo’n gat te willen boren in zo’n halfsteensmuurtje.
8. Aan de Belgisch-Duitse grens verloor mevrouw Janssens-Steen een geïllustreerd
tijdschrift.
9. Sint-Niklaas ligt aan de E17-autoweg.
10. Er heerste in de streek van Heist-op-den-Berg een hevige epidemie.
Oefening 3.9
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
Danny’s
abonnees, zo’n
cd’tje.
ski’s, Hildes
Aimés, Marnix’
Dali’s, Watteaus
Jan Wolkers’
essays
9.
10.
11.
12.
13.
14.
15.
Gezelles, Beethovens.
Sofies
papa’s
Eskimo’s, procedés, iglo’s
Streuvels’, milieus
baby’s
kangoeroes, hyena’s.
Oefening 3.10
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
Dat is een van de mooiste beschrijvingen die ik ooit gehoord heb.
Wat zit hij daar toch weer te blèren.
Vóór het einde van de week moet je een oplossing hebben.
Daar geldt eenrichtingsverkeer.
Hèhè, wat een opluchting!
Dat is dé manier om met elkaar overeen te komen.
Dat is hét middel tegen jeuk.
Eén keer maar heb ik dat geprobeerd.
Voorkómen is beter dan genezen.
Dat vind ik nu echt je van hét.
In de bovenstaande oplossing zijn alleen de tekens gezet die voor de hand liggen. Uiteraard
kunnen naar believen ook andere woorden beklemtoond worden, maar dat kan elke
taalgebruiker alleen voor zichzelf bepalen.
Oefening 3.11
rugbyen
faxen
lunchen
dealen
showen
piercen
timen
baseballen
carpoolen
updaten
rugbyde
faxte
lunchte
dealde
showde
piercete
timede
baseballde
carpoolde
updatete
gerugbyd
gefaxt
geluncht
gedeald
geshowd
gepiercet
getimed
gebaseballd
gecarpoold
geüpdatet
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
38
Oefening 3.12
1. geshampood.
2. korfbal, basketbal.
3. savet.
4. surften.
5. lobbyt.
6. promootte.
7. getimed.
8. skateboardden.
9. gesquasht.
10. gelay-out.
11. cricketten
12. gefreewheeld.
13. gecrasht.
14. downloadden.
15. gedeletet.
16. gemanaged.
17. geshowd.
18. gecanceld.
19. gespeecht.
20. getimed.
Oefening 3.13
1. sig-na-le-ren
2. meest-al
3. kin-der-ach-tig
4. ko-nin-gen
5. ge-adop-teerd
6. ser-geant
7. wa-ters-nood
8. ma-yo-nai-se
9. aso-ci-a-le
10. bac-te-ri-en
Oefening 3.14
1. typiste - initiatieven
2. inslaper - helaas - trage - ontwaker
3. abonnees - feeëriek
4. reikhalzend - pijlers - meisje – prijsuitreiking
5. verbouwereerd - frauduleuze
6. reilt – zeilt
7. geterroriseerd - snelheidmaniakken
8. regisseur - briljante – precieze - commissaris
9. loketten - paperassen - kittelorige - postbeambte - cappuccino
10. patrouilleren - camouflagepak - luiwammesen
Oefening 3.15
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
parodieën
plateaus
comités
directeuren-generaal
hold-ups
centra
provinciën
idylles
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
39
9. etuis
10. eigenaars-bewoners
11. financiën
12. haviken
13. paraplu’s
14. pizza’s
15. scènes
Oefening 3.16
1. harinkje
2. tv’tje
3. sherry’tje
4. probleempje
5. plumeautje
6. bijtje
7. feetje
8. blaadje
9. diaatje
10. comiteetje
11. bloedvaatje
12. zolderingetje
13. okapietje
14. dinertje
15. leerlingetje
Oefening 3.17
1.
2.
3.
4.
Vandaag - Gent - Japanse
In - België – Noordzee
Met - Kerstdag – Duitsland
In – Noorden (met een hoofdletter als een specifieke streek of een specifiek land bedoeld
is, bv. Nederland)
5. Kan – Nobelprijswinnaar
6. Op
7. In - Bourgondië - Frankrijk
8. De - Dominicaanse Republiek – Colombus-standbeeld.
9. Begin – Olympische Spelen.
10. Turnhout - Antwerpen - Torhout - West-Vlaanderen
11. Ingrid - Baeyens - Mount Everest
12. In - Franse - Mars-fabriek – Straatsburg
13. Karel de Grote - Frankische - Karel de Vijfde
14. Na
15. De – Buitenlandse Zaken - Pinksteren - Zuid-Amerika
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
40
Oefening 3.18
1. goedenavond
2. klassenleraar
3. secondewijzer
4. aktetas
5. geboortedatum
6. eenheidsmunt
7. vastgoedsector
8. bevrijdingsstrijd
9. groentesoep
10. biggenkruid
11. blindenstok
12. kruidenkoek
13. muggenzifter
14. staatsschuld
15. volksstam
Oefening 3.19
1. modeontwerper - A-lijnjas - V-halstrui
2. ideeën - intuïtief
3. hygiëne - epidemieën - Zuid-Nepal
4. reële - stap-voor-stapmethode
5. 40-jarige - coördinator - tweeëneenhalf - heen-en-weergepraat - privékantoor.
6. neorenaissancebureau - ex-vrouw - 14de-eeuws - Midden-Amerika.
7. drieëndertigste - cd’tje - tv-studio
8. neoromanticus - macro-economische
9. geëerde - tv-commentator - gsm-apparaat - non-stopvlucht
10. s-bocht - Sint-Baafskerk - auto-ongevallen
Oefening 3.20
1. dinertje
2. Daens’ leven
3. Petra’s vriend
4. Gezelles gedichten
5. flippo’s
6. de abonnees
7. Sabines baby’tje
8. een A4’tje
9. een menuutje
10. een replaytje
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Nederlands in vogelvlucht
Spelling - lespakket 3
41
Oefening 3.21
1.
Plaats waar nodig een trema.
gecreëerd
Hengeloër
officiële
buiig
2.
besproeiing
ruïne
extraneus
linguïstiek
toe-eigenen
na-apen
tweeëntwintig
auto-ongeluk
macro-economie
lila-achtig
Met of zonder accent (accent aigu, accent grave of accent circonflexe)?
debacle
zone
crêpe
scène
4.
vacuüm
conciërge
cocaïne
poëet
Trema of liggend streepje?
geëerd
zee-engte
3.
gekopieerd
opticien
officieel
mozaïek
enquête
controle
crème
etage
Een toemaatje
a. omelet
b. boeddha
c. getatoeëerd
d. wenkbrauw
e. astma
ragout
gênant
au sérieux
resumé
paté
depot
bèta
iets en dépôt geven
Welk woord is fout gespeld?
adellijk
aartsschelm
debacle
facsimile
smeuïg
feuilleton
causerieën
faliekant
ensceneren
budgettair
porselein
konijnenvel
minutieus
gewaagdste
postuum
woordvoerster
tezamen.
afvloeiing
consciëntieus
clientèle
Oefening 3.22
1. ik remixte
2. hij hockeyde
3. zij swingde
4. ik heb gebruncht
5. zij heeft ingezoomd
6. het is gedownload
7. faceliftte
8. gewindsurft
9. barbecuede
10. geresearcht
uitgave: augustus 2006
© Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Download
Random flashcards
fff

2 Cards Rick Jimenez

mij droom land

4 Cards Lisandro Kurasaki DLuffy

Create flashcards