handleiding wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen

advertisement
BESTUURS- EN MANAGEMENT
ONDERSTEUNING
HANDLEIDING WET DWANGSOM
EN BEROEP
BIJ NIET TIJDIG BESLISSEN
afdeling BMO, augustus 2009
Inleiding ................................................................................................................................................... 3
Hoofdstuk 1 Wanneer is sprake van niet tijdig beslissen? ...................................................................... 4
1.1 Primaire fase: de aanvraag ............................................................................................................... 4
1.2 Fase van bezwaar en administratief beroep ..................................................................................... 4
1.3 Opschorten en verdagen ................................................................................................................... 5
Hoofdstuk 2 Wat verandert er wanneer de wet in werking treedt? ......................................................... 7
2.1 Dwangsom bij niet tijdig beslissen..................................................................................................... 7
2.2 Direct beroep bij het niet tijdig nemen van een besluit...................................................................... 8
2.3 Direct beroep én dwangsomregeling................................................................................................. 8
Hoofdstuk 3 De procedure in fasen binnen Hellevoetsluis...................................................................... 9
3.1 Inleiding ............................................................................................................................................. 9
3.2 De ontvangstfase (actie vakafdeling) ................................................................................................ 9
3.3 De opschorting (actie vakafdeling) .................................................................................................... 9
3.4 De ingebrekestelling/dwangsomverzoek (actie BMO en vakafdeling) .............................................. 9
3.5 Afwijzen dwangsomverzoek (actie BMO)........................................................................................ 10
3.6 Toewijzen dwangsomverzoek (actie BMO) ..................................................................................... 10
3.7 Hoogte en betaling van de dwangsom (actie BMO)........................................................................ 10
3.8 Registratie (actie BMO) ................................................................................................................... 10
Hoofdstuk 4 Informatie voor burgers………………………………………………………………………….11
Bijlage 1 Het wetsvoorstel : Wet Dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen................................ 12
Bijlage 2 Standaardbrieven………………………………………………………………………………….15
2
Handleiding Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen
Inleiding
De overheid wil een betrouwbare partner zijn van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties.
In de wet staat dat de overheid dat onder andere moet doen door tijdig te beslissen op een aanvraag.
De aanvrager heeft daar recht op. “Tijdig” betekent: binnen de geldende termijn. Dat kan een
wettelijke of een redelijke termijn zijn. Een beslissing moet zonodig kunnen worden afgedwongen.
Dat is de kern van het voorstel van de Tweede Kamerleden Wolfsen en Luchtenveld tot aanvulling van
de Algemene wet bestuursrecht met doeltreffende rechtsmiddelen tegen niet tijdig beslissen door
bestuursorganen. De Eerste Kamer heeft dit wetsvoorstel op 20 november 2007 aanvaard en treedt
met ingang van 1 oktober 2009 in werking. De reden dat de wet nu pas inwerking treedt, heeft te
maken de aanpassing van de beslistermijnen voor het beslissen op een Wob-verzoek en op bezwaren
krachtens de Algemene wet bestuursrecht.
Vooruitlopend op deze wet heeft het college in haar vergadering van 2 september 2008, naar
aanleiding van de rapportage werkgroep Burgeronderzoek naar klanttevredenheid, ingestemd met de
aanbeveling om de Wet dwangsom bij niet tijdig beslissen als pilot vanaf 1 januari 2009 bij de
afdelingen Sociale Zaken en Bouwen en Ruimte en Milieu in te voeren. De gemeente wil hiermee
vooruitlopend op de Wet dwangsom haar dienstverlening verbeteren. In haar vergadering van 11
december 2008 heeft de raad de Verordening financiële compensatie bij niet tijdig beslissen
vastgesteld.
De pilot geldt momenteel voor een beperkt aantal besluiten, namelijk alleen voor de besluiten op
aanvraag die worden genomen door de afdelingen Sociale Zaken en Bouwen en Ruimte en Milieu. In
de eerste zeven maanden van de pilot heeft de gemeente geen ingebrekestelling ontvangen en geen
dwangsom verbeurd.
Na inwerkingtreding van de wet verandert het volgende:
1. Wanneer de gemeente de beslissing op een aanvraag niet tijdig heeft genomen, dan is het
een dwangsom aan de aanvrager verschuldigd voor elke dag dat de beslissing uitblijft.
Daarvoor gelden bepaalde voorwaarden. Deze dwangsom is nieuw.
2. Ook nieuw is dat de aanvrager niet eerst bezwaar hoeft te maken tegen het uitblijven van een
beslissing. In plaats daarvan kan hij direct in beroep gaan bij de bestuursrechter.
3. Tenslotte worden de gronden waarop de beslistermijn kan worden opgeschort, verruimd.
3
Hoofdstuk 1 Wanneer is sprake van niet tijdig beslissen?
“Niet tijdig beslissen” betekent dat de gemeente bij het nemen van een besluit een beslistermijn heeft
overschreden. Dat kan een wettelijke termijn zijn. Als een wettelijke termijn ontbreekt, dan geldt een
“redelijke termijn”. Wat redelijk is, hangt af van de omstandigheden van het geval.
1.1 Primaire fase: de aanvraag
Onder een aanvraag wordt verstaan een verzoek van een belanghebbende (dit kan ook een derdebelanghebbende zijn) om een besluit te nemen. Dit kan bijvoorbeeld de aanvraag voor een
vergunning, de aanvraag voor een uitkering of een verzoek om informatie op grond van de Wet
openbaarheid bestuur zijn. Maar ook een personeelsbesluit kan een aanvraag zijn, wanneer dit een
besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Dit geldt ook voor een bezwaarschrift dat is
ingediend tegen een besluit van de gemeente. Het verzoek tot het verrichten van een feitelijke
handeling (zoals bijvoorbeeld een verzoek tot het dichten van een gat in het wegdek) is geen
aanvraag.
Wettelijke termijn
Soms staat in de wet binnen welke termijn de gemeente moet beslissen. Het kan voorkomen dat de
termijn eindigt in het weekend of op een feestdag. In dat geval wordt in beginsel de termijn verlengd
tot de eerstvolgende werkdag.
Redelijke termijn
Als er geen wettelijke termijn is vastgesteld, geldt een redelijke termijn. Wat een redelijke termijn is, is
afhankelijk van de soort beslissing en kan enkele weken of maanden zijn, maar in uitzonderlijke
gevallen zelfs enkele dagen. De gemeente moet in ieder geval binnen 8 weken een beslissing nemen
of, als de gemeente ziet aankomen dat het er niet in slaagt binnen 8 weken te beslissen, aan
aanvrager een redelijke termijn meedelen waarbinnen de beslissing wel zal worden genomen. Die
redelijke termijn is niet vastgesteld op 8 weken en is afhankelijk van de complexiteit van de
besluitvorming en het belang dat de aanvrager heeft bij een snelle beslissing. Op deze manier kan de
gemeente de termijn verlengen.
Een ingebrekestelling wegens niet tijdig beslissen zal bij het ontbreken van een wettelijke termijn dus
in een aantal gevallen mogelijk zijn. Ten eerste zodra de door het bestuur meegedeelde redelijke
termijn is verstreken. Ten tweede zodra acht weken zijn verstreken na ontvangst van de aanvraag
door de gemeente en het bestuur geen mededeling doet.
Een belanghebbende kan de gemeente niet in gebreke stellen als hij de termijn onredelijk vindt. Wel
kan hij in dat geval bezwaar maken tegen de vastgestelde termijn.
1.2 Fase van bezwaar en administratief beroep
Bezwaar
De termijnen die gelden voor de fase van bezwaar zijn aangepast. Ook hier is het mogelijk onder
bepaalde voorwaarden de termijn te verdagen of nog verder te verlengen (op te schorten). In artikel
7:10 van de Awb worden de beslistermijnen van een bezwaarschrift behandeld. Indien gebruik wordt
gemaakt van een adviescommissie dan wordt de beslistermijn verlengd van 10 naar 12 weken. Indien
de 12 weken niet worden gehaald dan kan de beslissing ten hoogste 6 weken worden verdaagd
(voorheen 4 weken). Hierdoor wordt de totale afhandelingstermijn van een bezwaarschrift 18 weken
(voorheen 14 weken).
Administratief beroep
In artikel 7:24 van de Awb worden de beslistermijnen van een beroepschrift in het kader van
administratief beroep behandeld. Indien gebruik wordt gemaakt van een adviescommissie dan wordt
de beslistermijn verlengd van 10 naar 12 weken. Indien de 12 weken niet worden gehaald dan kan de
beslissing ten hoogste 10 weken (voorheen 8 weken) worden verdaagd. Hierdoor wordt de totale
afhandelingstermijn van een beroepschrift 22 weken (voorheen was dit 18 weken).
4
1.3 Opschorten en verdagen
De gemeente kan in bepaalde gevallen een termijn opschorten of verdagen. De nieuwe wet (artikel
4:15 Algemene wet bestuursrecht) biedt meer mogelijkheden om de termijn te verlengen.
De beslistermijn wordt opgeschort (loopt niet door) in de volgende gevallen:
1. als de gemeente de aanvrager vraagt om zijn aanvraag aan te vullen, bijvoorbeeld door meer
informatie te verschaffen. De beslistermijn wordt dan opgeschort op de dag nadat de
gemeente de aanvrager uitnodigt de aanvraag aan te vullen, tot de dag waarop de aanvrager
dat heeft gedaan of de gestelde termijn is verstreken;
2. als de gemeente wacht op informatie uit het buitenland, die onmisbaar is om te kunnen
beslissen. Opschorting begint op de dag nadat de gemeente dit aan de aanvrager heeft
meegedeeld en eindigt als de informatie binnen is. De opschorting eindigt óók als de
informatie na een redelijke termijn nog steeds niet is ontvangen;
3. als de aanvrager schriftelijk instemt met uitstel (dit gold al voor bezwaar en administratief
beroep, maar het geldt voortaan voor alle beschikkingen);
4. als de vertraging de schuld is van de aanvrager. Dat kan bijvoorbeeld zijn omdat de aanvrager
een dag voor afloop van de beslistermijn een dik pak met aanvullende gegevens opstuurt, of
als hij steeds opnieuw vraagt om uitstel van een hoorzitting of om nader onderzoek;
5. als de gemeente door overmacht niet in staat is te beslissen. Er moeten dan wel abnormale
en onvoorziene omstandigheden zijn waarop de gemeente geen invloed heeft, zoals het
volledig afbranden of onder water lopen van het gemeentehuis.
Communicatie over opschorten
• in de bovenstaande gevallen 1, 2 en 3 verneemt de aanvrager altijd dat de beslistermijn is
opgeschort;
• in de gevallen 1 en 3 wordt de aanvrager bovendien ingelicht wanneer de opschorting ten
einde is;
• in geval 4 hoeft de gemeente de aanvrager niet in te lichten;
• in geval 5 moet de gemeente de aanvrager meedelen dat de beslistermijn is opgeschort;
• in de gevallen 2, 4 en 5 moet de gemeente de aanvrager meedelen wanneer de opschorting
afloopt én binnen welke termijn alsnog een beslissing moet worden genomen (de resterende
beslistermijn).
In sommige gevallen kunnen opschorting en verdaging beide plaatsvinden. Ter illustratie volgt een
voorbeeld.
Voorbeeld
Stel, de beslistermijn van beschikking X is zes weken, met de mogelijkheid van verdaging van nog
eens twee weken. Bij ontvangst van de aanvraag wordt geconstateerd dat die onvolledig is. Daarom
biedt de gemeente de aanvrager de mogelijkheid de aanvraag binnen vier weken aan te vullen.
Dertien dagen later maakt de aanvrager van die mogelijkheid gebruik.
Dan verloopt de procedure als volgt:
1 oktober: indiening aanvraag (einde termijn 1 oktober + 6 weken = 12 november);
4 oktober: bestuursorgaan biedt de gelegenheid aan te vullen;
17 oktober: ontvangst aanvulling;
opschorting beslistermijn: 12 november + 13 dagen = 25 november.
De gemeente heeft tot 25 november de tijd om de oorspronkelijke beslistermijn te verdagen. Als op 25
november geen beschikking is genomen én niet is verdaagd, is in dit voorbeeld sprake van niet tijdig
beslissen. Is wel tijdig verdaagd, dan wordt de beslistermijn met maximaal 2 weken verlengd. De
gemeente heeft dan tot 9 december de tijd om te beslissen. Na 9 december is sprake van niet tijdig
beslissen.
5
Let op!
Soms wordt met geautomatiseerde systemen de voortgang van de behandeling bewaakt of
doorlooptijden gemeten. In dat geval zullen deze systemen moeten worden aangepast aan de nieuwe
opschortingsgronden. Dat geldt ook voor de registratie van ingebrekestellingen en beroepschriften
wegens niet tijdig beslissen en voor de registratie van dwangsommen.
6
Hoofdstuk 2 Wat verandert er wanneer de wet in werking treedt?
2.1 Dwangsom bij niet tijdig beslissen
Vanaf de inwerkingtreding van de Wet dwangsom geldt de dwangsomregeling bij niet tijdig beslissen.
Daarvoor moet aan twee voorwaarden worden voldaan.
1. De gemeente heeft niet tijdig beslist op een aanvraag.
2. De aanvrager heeft de gemeente schriftelijk in gebreke gesteld.
Voorwaarde 1 Niet tijdig beslissen
Zie voor een nadere toelichting Hoofdstuk 1.
Voorwaarde 2 Ingebrekestelling
Dit kan vanaf de eerste dag nadat de gemeente te laat is met beslissen. De wet stelt de eis dat een
ingebrekestelling schriftelijk moet geschieden, verder is zij vormvrij. Dat betekent dat een
ingebrekestelling ook ‘verpakt’ kan zitten in een bezwaarschrift of een klacht die (mede) gericht is op
niet tijdig beslissen door de gemeente. De gemeente heeft voor de ingebrekestelling een standaard
formulier ontwikkeld.
Indien twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling door de gemeente nog geen besluit is
genomen, verbeurt het per dag dat het besluit uitblijft een dwangsom. De maximale looptijd van de
dwangsom is 42 dagen en de dwangsom bedraagt ten hoogste € 1.260,-. De dwangsom bedraagt de
eerste veertien dagen € 20,- per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 30,- per dag en de overige
dagen € 40,- per dag.
De eerste dag waarover de dwangsom verschuldigd is, is de dag waarop twee weken zijn verstreken
na de dag waarop:
a) de beslistermijn is verstreken én
b) de gemeente een schriftelijke ingebrekestelling van de aanvrager heeft ontvangen.
Voorbeeld
Als de ingebrekestelling op maandag is ontvangen, is de eerste dag waarover de dwangsom is
verschuldigd de dinsdag twee weken later.
De gemeente stelt uiterlijk binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd
was, het totaal bedrag aan verbeurde dwangsommen bij beschikking vast. De gemeente gaat uiterlijk
binnen zes weken na de vaststelling over tot betaling aan de aanvrager.
De dwangsomregeling ziet er, van de aanvraag tot de betaling van de dwangsom, als volgt uit:
• de aanvrager dient een aanvraag is;
• de beslistermijn, al dan niet verlengd, verstrijkt zonder beslissing;
• de aanvrager stelt de gemeente in gebreke;
• twee weken verstrijken zonder beslissing;
• de gemeente is een dwangsom verschuldigd voor elke dat de beslissing uitblijft;
• de maximale looptijd van de dwangsom bedraagt 42 dagen;
• de dwangsom bedraagt maximaal € 1.260,-;
• de gemeente stelt binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd
is het totaalbedrag van de verschuldigde dwangsommen bij beschikking vast;
• de gemeente betaalt binnen zes weken na de vaststelling van het totaalbedrag het
verschuldigde bedrag aan de aanvrager.
Let op!
De gemeente tekent de datum van ontvangst van een aanvraag onverwijld aan en stuurt de aanvrager
een bewijs van ontvangst (de ontvangstbevestiging). Deze bepaling en vastlegging van de datum van
ontvangst is van belang voor alle betrokkenen, omdat vanaf die datum verschillende termijnen
beginnen te lopen.
Een ingebrekestelling die te vroeg is verstuurd, is ongeldig. Het is dus niet mogelijk om bij een
aanvraag al een voorwaardelijke ingebrekestelling te voegen. Anders ligt het bij een ingebrekestelling
7
die per abuis een dag te vroeg is ingediend. Deze zou door de gemeente wel als geldig moeten
worden verklaard. De dwangdom is dan twee weken en een dag later verschuldigd.
Voorbeeld
Is de ingebrekestelling op maandag ontvangen en had dat eigenlijk pas dinsdag moeten zijn, dan is de
dwangsom verschuldigd met ingang van de woensdag twee weken later.
2.2 Direct beroep bij het niet tijdig nemen van een besluit
Bij termijnoverschrijding door de gemeente heeft de aanvrager niet alleen recht op een dwangsom
maar ook de mogelijkheid om direct beroep in te stellen bij de rechter. De aanvrager kan vanaf de
eerste dag dat de gemeente te laat is met beslissen de gemeente in gebreke stellen. De enige eis is
dat de ingebrekestelling schriftelijk moet gebeuren. Na de ingebrekestelling heeft de gemeente twee
weken om alsnog te beslissen. Gebeurt dat binnen die twee weken niet, dan kan de aanvrager beroep
instellen bij de rechtbank tegen het niet tijdig beslissen.
Voorbeeld
Als de ingebrekestelling maandag verzonden is, kan het beroepschrift op zijn vroegst worden
verstuurd op de dinsdag twee weken later.
De rechtbank behandelt het beroep, zonder zitting, binnen acht weken. Als de rechter een zitting toch
nodig acht, dan vindt de behandeling van het beroep binnen dertien weken plaats. Besluit de
rechtbank dat het beroep gegrond is, dan moet de gemeente alsnog binnen twee weken beslissen.
Let op!
De regeling beroep bij niet tijdig beslissen geldt in alle gevallen waarin de gemeente de beslistermijn
heeft overschreden.
2.3 Direct beroep én dwangsomregeling
Twee weken nadat de gemeente een ingebrekestelling heeft ontvangen, gaat de dwangsom
automatisch lopen.
Twee weken nadat de aanvrager een ingebrekestelling heeft verzonden, kan hij een beroepschrift
tegen het niet tijdig beslissen indienen. Of hij dat doet en zo ja, wanneer, bepaalt degene die beroep
instelt zelf. De grens ligt bij het onredelijk laat instellen van beroep. De rechter bepaalt wat onder
‘onredelijk laat’ moet worden verstaan, dus of de aanvrage op tijd is met het instellen van beroep.
8
Hoofdstuk 3 De procedure in fasen binnen Hellevoetsluis
3.1 Inleiding
Op het moment van inwerkingtreding van de Wet dwangsom (1 oktober 2009) vervalt van rechtswege
onze eigen dwangsomregeling welke met ingang van 1 januari 2008 bij de afdelingen Bouwen en
Ruimte en Milieu en Sociale Zaken is ingevoerd.
Verder is de Wet dwangsom vanaf 1 oktober 2009 van toepassing op alle besluiten. Dit heeft
gevolgen voor alle werkprocessen binnen de gemeente.
Ten eerste dient bij elke aanvraag (of bezwaarschrift) die binnenkomt een ontvangstbevestiging te
worden gestuurd en moet worden geregistreerd wanneer de aanvraag (of bezwaarschrift) binnen is
gekomen.
Ten tweede dient in alle ontvangstbevestigingen te worden opgenomen dat het mogelijk is om bij niet
tijdig beslissen van de gemeente om een dwangsom te verzoeken en direct beroep kan instellen.
Ten derde dient duidelijk te zijn wanneer een beslistermijn kan worden opgeschort en dient het ook
mogelijk te zijn om dit in een geautomatiseerd systeem te verwerken en bij te houden.
3.2 De ontvangstfase (actie vakafdeling)
Als de vakafdeling een aanvraag heeft ontvangen, dient zij de ontvangst hiervan te bevestigen.
Hiervoor kan de vakafdeling gebruik maken van de door BMO opgestelde ontvangstbevestiging (zie
bijlage 2, standaardbrieven). In de ontvangstbevestiging wordt niet alleen de ontvangst van de
aanvraag (zie hiervoor de datumstempel van DIV) bevestigd maar wordt tevens gewezen op de
mogelijkheid tot het opleggen van een dwangsom aan de gemeente. Vanaf het moment van ontvangst
van de aanvraag gaat de afhandelingstermijn lopen. De datum van ontvangst van de aanvraag is van
groot belang.
Let op!
Wat hier voor aanvragen wordt vermeld, geldt ook voor bezwaren en administratieve beroepen.
3.3 De opschorting (actie vakafdeling)
Door diverse omstandigheden kan het mogelijk zijn dat er niet tijdig kan worden beslist op een
aanvraag. De gemeente heeft 1 maal de mogelijkheid om de beslistermijn te verdagen (zie artikel 4:14
Awb). De vakafdeling draagt zelf zorg voor het tijdig herkennen van een opschortingssituatie. Voor
een verdere uitleg over het opschorten, wordt verwezen naar hoofdstuk 1.3.
De vakafdeling bewaakt de afhandelingstermijn van de aanvraag. Een handig hulpmiddel kan hierbij
een signaalfunctie in de software zijn. Het is van belang dat deze functie (indien mogelijk) wordt
geactiveerd in het op de vakafdeling gebruikte computerprogramma waar de aanvragen in worden
afgehandeld.
3.4 De ingebrekestelling/dwangsomverzoek (actie BMO en vakafdeling)
Indien de vakafdeling niet tijdig beslist op een aanvraag kan de gemeente in gebreke worden gesteld.
Deze ingebrekestelling dient schriftelijk te worden ingediend. De afdeling BMO beheert de
ingebrekestellingen. Bij ontvangst van de ingebrekestelling toetst BMO of de ingebrekestelling
ontvankelijk is. BMO brengt de vakafdeling op de hoogte van de ontvangen ingebrekestelling. De
gemeente heeft nu nog twee weken de tijd om te beslissen.
Voor het uitbetalen van de dwangsom heeft de gemeente een bank- of girorekening van de aanvrager
nodig. Heeft de aanvrager dat niet vermeld in de ingebrekestelling dan dient BMO dat op te vragen.
9
Het ontbreken van een bank- of girorekeningnummer in de ingebrekestelling is overigens niet van
belang bij de ontvankelijkheidtoets van de ingebrekestelling.
Let op!
De aanvrager kan twee weken na verzending van de ingebrekestelling direct beroep instellen bij de
rechtbank tegen het niet tijdig beslissen van de gemeente.
3.5 Afwijzen dwangsomverzoek (actie BMO)
De gemeente heeft na ontvangst van de ingebrekestelling nog twee weken om te beslissen. Indien de
vakafdeling binnen deze termijn alsnog een besluit neemt, wordt het verzoek om een dwangsom
afgewezen.
Het verzoek wordt ook afgewezen als sprake is van een van de uitzonderingssituaties van artikel 4:17,
zesde lid Awb. Geen dwangsom is verschuldigd indien:
a. het bestuursorgaan onredelijk laat in gebreke is gesteld,
b. de aanvrager geen belanghebbende is, of
c. de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijke ongegrond is.
BMO verzorgt de schriftelijke afwijzing van het verzoek. Het afwijzen van het verzoek is tevens een
besluit en staat dus open voor bezwaar en beroep.
3.6 Toewijzen dwangsomverzoek (actie BMO)
Lukt het de vakafdeling niet om binnen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling een
beslissing te nemen of is er geen sprake van een van de uitzonderingssituaties dan wordt het verzoek
e
toegewezen. Op de 15 dag na ontvangst van de ingebrekestelling wordt voor de eerste keer een
dwangsom verbeurd.
3.7 Hoogte en betaling van de dwangsom (actie BMO)
De hoogte van de dwangsom is afhankelijk van het aantal dagen dat de gemeente in gebreke is, voor
ten hoogste 42 dagen. De hoogte van de dwangsom is begrensd tot een maximum van € 1.260,-.
BMO berekent, nadat zij van de vakafdeling een kopie van de beslissing op de aanvraag heeft
ontvangen, de hoogte van de dwangsom. In de beschikking inzake de toekenning van de dwangsom
wordt dit bedrag opgenomen. Indien de aanvraag betrekking had op een beschikking waar leges voor
verschuldigd zijn dan wordt het bedrag van de dwangsom in mindering gebracht op de te betalen
leges. Is er geen sprake van verrekening dan wordt het bedrag op de bank- of girorekening van de
aanvrager gestort. BMO zal hiertoe de financiële administratie opdracht geven. Waarbij de financiële
consequenties ten laste van de vakafdeling die in gebreke is gebleven, worden gebracht.
3.8 Registratie (actie BMO)
BMO registreert het aantal ontvangen ingebrekestellingen. Ook de afhandelingstermijn van de
ingebrekestelling wordt door BMO bijgehouden.
10
Hoofdstuk 4 Informatie voor burgers
Het is belangrijk dat burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties goed en volledig
geïnformeerd worden over de wijze waarop een dwangsomverzoek kan worden ingediend. Die
informatietaak ligt zowel bij de vakafdeling als bij BMO. De vakafdeling dient actief te informeren. Dit
vindt onder meer plaats via de informatie in de ontvangstbevestiging. Vervolgens heeft BMO de taak
informatie te verschaffen over de wijze waarop een dwangsomverzoek kan worden ingediend en de
verdere afhandeling van het dwangsomverzoek.
Via de internetsite wordt door de gemeente vanaf 1 oktober 2009 nadere informatie verstrekt over de
Wet dwangsom. Tevens wordt daar informatie opgenomen over hoe een dwangsomverzoek kan
worden ingediend. Voor een goede herkenning van een dwangsomverzoek wordt aan de website
tevens een digitaal standaardformulier toegevoegd.
11
Bijlage 1 Het wetsvoorstel : Wet Dwangsom bij niet tijdig beslissen
De Algemene wet bestuursrecht wordt als volgt gewijzigd:
Het opschrift van afdeling 4.1.3 komt te luiden:
AFDELING 4.1.3 BESLISTERMIJN EN DWANGSOM BIJ NIET TIJDIG
BESLISSEN
Na het opschrift van afdeling 4.1.3 wordt ingevoegd:
§ 4.1.3.1 Beslistermijn
In artikel 4:13, tweede lid, wordt «kennisgeving» vervangen door: mededeling.
Artikel 4:14, derde lid, komt te luiden:
3. Indien, bij het ontbreken van een bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn, een beschikking niet
binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het bestuursorgaan dit binnen deze termijn aan de
aanvrager mede en noemt het daarbij een redelijke termijn binnen welke de beschikking wel tegemoet
kan worden gezien.
Artikel 4:15 komt te luiden:
Artikel 4:15
1. De termijn voor het geven van een beschikking wordt opgeschort met ingang van de dag na die
waarop het bestuursorgaan:
a. de aanvrager krachtens artikel 4:5 uitnodigt de aanvraag aan te vullen, tot de dag waarop de
aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken, of
b. de aanvrager mededeelt dat voor de beschikking op de aanvraag redelijkerwijs noodzakelijke
informatie aan een buitenlandse instantie is gevraagd, tot de dag waarop deze informatie is ontvangen
of verder uitstel niet meer redelijk is,
2. De termijn voor het geven van een beschikking wordt voorts opgeschort:
a. gedurende de termijn waarvoor de aanvrager schriftelijk met uitstel heeft ingestemd,
b. zolang de vertraging aan de aanvrager kan worden toegerekend, of
c. zolang het bestuursorgaan door overmacht niet in staat is een beschikking te geven.
3. In geval van overmacht deelt het bestuursorgaan zo spoedig mogelijk aan de aanvrager mede dat
de beslistermijn is opgeschort, alsmede binnen welke termijn de beschikking wel tegemoet kan
worden gezien.
4. Indien de opschorting eindigt, doet het bestuursorgaan daarvan in de gevallen, bedoeld in het
eerste lid, onderdeel b, of het tweede lid, onderdelen b en c, zo spoedig mogelijk mededeling aan de
aanvrager, onder vermelding van de termijn binnen welke de beschikking alsnog moet worden
gegeven.
Na paragraaf 4.1.3.1 (nieuw) wordt een paragraaf
§ 4.1.3.2 Dwangsom bij niet tijdig beslissen
Artikel 4:16
Deze paragraaf is van toepassing indien dit bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het
bestuursorgaan is bepaald.
Artikel 4:17
1. Indien een beschikking op aanvraag niet tijdig wordt gegeven,
verbeurt het bestuursorgaan aan de aanvrager een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is,
doch voor ten hoogste 42 dagen. De Algemene termijnenwet is op laatstgenoemde termijn niet van
toepassing.
2. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 20 per dag, de daaropvolgende veertien dagen
€ 30 per dag en de overige dagen € 40 per dag.
3. De eerste dag waarover de dwangsom verschuldigd is, is de dag waarop twee weken zijn
verstreken na de dag waarop de termijn voor het geven van de beschikking is verstreken en het
bestuursorgaan van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen.
12
4. Indien de aanvraag elektronisch kon worden gedaan, is artikel 4:3a van overeenkomstige
toepassing op de ingebrekestelling.
5. Beroep tegen het niet tijdig geven van de beschikking schort de dwangsom niet op.
6. Geen dwangsom is verschuldigd indien:
a. het bestuursorgaan onredelijk laat in gebreke is gesteld,
b. de aanvrager geen belanghebbende is, of
c. de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is.
7. Indien er meer dan één aanvrager is, is de dwangsom aan ieder van de aanvragers voor een gelijk
deel verschuldigd.
8. De in het tweede lid genoemde bedragen kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden
gewijzigd voorzover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft.
Artikel 4:18
1. Het bestuursorgaan stelt de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vast
binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd was.
2. De betaling geschiedt binnen zes weken nadat de beschikking op de voorgeschreven wijze is
bekendgemaakt.
Artikel 4:19
1. Het bezwaar, beroep of hoger beroep tegen de beschikking op de aanvraag heeft mede betrekking
op een beschikking tot vaststelling van de hoogte van de dwangsom, voorzover de belanghebbende
deze beschikking betwist.
2. De administratieve rechter kan de beslissing op het beroep of hoger beroep inzake de beschikking
tot vaststelling van de hoogte van de dwangsom echter verwijzen naar een ander orgaan, indien
behandeling door dit orgaan gewenst is.
3. In beroep of hoger beroep legt de belanghebbende zo mogelijk een afschrift over van de
beschikking die hij betwist.
4. Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een verzoek om
voorlopige voorziening.
Artikel 4:20
Het bestuursorgaan kan onverschuldigd betaalde dwangsommen terugvorderen voor zover na de dag
waarop de beschikking, bedoeld in artikel 4:18, eerste lid, is vastgesteld, nog geen vijf jaren zijn
verstreken.
Artikel 7:1, eerste lid, komt te luiden:
1. Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een administratieve rechter in te stellen, dient
alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken, tenzij:
a. het besluit in bezwaar of in administratief beroep is genomen,
b. het besluit aan goedkeuring is onderworpen,
c. het besluit een goedkeuring of een weigering daarvan inhoudt,
d. het besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4, of
e. tegen het besluit beroep openstaat met toepassing van afdeling 8.2.4a.
In de artikelen 7:14 en 7:27 wordt «hoofdstuk 4» telkens vervangen door: hoofdstuk 4, met
uitzondering van artikel 4:14, eerste lid, artikel 4:15 en paragraaf 4.1.3.2, .
Na artikel 7:14 wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 7:14a
Indien door een ander dan de aanvrager bezwaar is gemaakt tegen een besluit op aanvraag, wordt de
aanvrager voor de toepassing van paragraaf 4.1.3.2 gelijkgesteld met de indiener van het
bezwaarschrift.
Na artikel 7:27 wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 7:27a
Indien het beroep tegen een besluit op aanvraag is ingesteld door een ander dan de aanvrager, wordt
de aanvrager voor de toepassing van paragraaf 4.1.3.2 gelijkgesteld met degene die het beroep heeft
ingesteld.
13
Na afdeling 8.2.4 wordt een nieuwe afdeling ingevoegd, luidende:
AFDELING 8.2.4A BEROEP BIJ NIET TIJDIG BESLISSEN
Artikel 8:55a
1. Deze afdeling is van toepassing indien:
a. de wettelijke beslistermijn is overschreden en het bestuursorgaan geen mededeling heeft gedaan
als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid;
b. bij het ontbreken van een wettelijke beslistermijn de termijn van acht weken, bedoeld in artikel 4:13,
tweede lid, is overschreden en het bestuursorgaan geen mededeling heeft gedaan als bedoeld in
artikel 4:14, derde lid; of
c. het bestuursorgaan niet tijdig beslist op bezwaar of in administratief beroep en geen mededeling
heeft gedaan als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid.
2. Deze afdeling is voorts van toepassing indien paragraaf 4.1.3.2 van toepassing is.
Artikel 8:55b
1. Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, doet de rechtbank binnen
acht weken nadat het beroepschrift is ontvangen en aan de vereisten van artikel 6:5 is voldaan,
uitspraak met toepassing van artikel 8:54, tenzij de rechtbank een onderzoek ter zitting nodig acht.
2. Indien de rechtbank een onderzoek ter zitting nodig acht, deelt zij dit zo spoedig mogelijk aan
partijen mede.
3. Indien de rechtbank een onderzoek ter zitting nodig acht, behandelt zij het beroep zo mogelijk met
toepassing van artikel 8:52. In dat geval doet de rechtbank zo mogelijk binnen dertien weken
uitspraak.
Artikel 8:55c
Indien het beroep gegrond is, stelt de rechtbank desgevraagd tevens de hoogte van de ingevolge
artikel 4:17 verbeurde dwangsom vast.
Artikel 8:55d
1. Indien het beroep gegrond is en nog geen besluit is bekendgemaakt, bepaalt de rechtbank dat het
bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een
besluit bekendmaakt.
2. De rechtbank verbindt aan haar uitspraak een nadere dwangsom voor iedere dag dat het
bestuursorgaan in gebreke blijft de uitspraak na te leven.
3. In bijzondere gevallen of indien de naleving van andere wettelijke voorschriften daartoe noopt, kan
de rechtbank een andere termijn bepalen of een andere voorziening treffen.
Artikel 8:55e
1. Indien tegen de met toepassing van artikel 8:54 gedane uitspraak verzet wordt gedaan, beslist de
rechtbank daarover binnen zes weken.
2. Artikel 8:55, tweede lid, is niet van toepassing.
3. Indien het verzet gegrond is, beslist de rechtbank zo spoedig mogelijk op het beroep.
14
Bijlage 2 Standaardbrieven
Ontvangstbevestiging
Geachte heer, mevrouw,
Wij hebben uw aanvraag
ontvangen. Uw aanvraag wordt behandeld door de persoon/afdeling
en is geregistreerd onder nummer
.
U krijgt binnenkort verder bericht over de behandeling van uw aanvraag. Wij moeten uw aanvraag
binnen de wettelijke termijn behandelen. Wij mogen die termijn eenmaal verlengen.
Als de beslissing niet op tijd wordt genomen, kunt u een dwangsom vragen voor elke dag dat de
aanvraag te laat wordt behandeld. U kunt tevens direct beroep instellen bij de rechtbank tegen het niet
tijdig nemen van een beslissing. In de bijlage leest u daarover meer. U kunt daar ook de
mogelijkheden voor verlenging en opschorting vinden.
Mocht u nog vragen hebben dan kunt u contact opnemen met
330
.
, via telefoonnummer 0181-
Met vriendelijke groet,
burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis,
namens dezen,
hoofd van de afdeling
,
.
15
Bijlage bij ontvangstbevestiging
Uitleg Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen
Vanaf 1 oktober 2009 is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen in werking getreden. Dit
houdt in dat u een dwangsom kunt opleggen wanneer de gemeente tijdig op uw aanvraag of
bezwaarschrift beslist. Dat kan bijvoorbeeld een aanvraag voor een bouwvergunning, een drank- en
horecavergunning of een subsidie zijn.
Welke voordelen heeft de wet voor u?
Is de wettelijke of redelijke termijn verstreken en heeft de gemeente niet op uw aanvraag of
bezwaarschrift beslist dan kunt u de gemeente een brief sturen waarin u vraagt om een dwangsom.
Hiermee stelt u de gemeente “in gebreke”. De gemeente heeft dan nog twee weken de tijd om alsnog
een beslissing te nemen. Gebeurt dat niet, dan verbindt de nieuwe wet daaraan twee gevolgen:
1. De dwangsom begint automatisch te lopen
Als u de gemeente in gebreke heeft gesteld en twee weken daarna is er nog geen beslissing,
dan heeft u recht op een dwangsom voor elke dag dat de beslistermijn overschreden wordt.
De dwangsom loopt ten hoogste 42 dagen en bedraagt maximaal € 1.260,-.
2. U kunt direct beroep instellen
Als u de gemeente in gebreke heeft gesteld en twee weken daarna is er nog geen beslissing,
dan kunt u bovendien meteen beroep instellen bij de bestuursrechter. U hoeft dus niet meer
eerst bezwaar te maken tegen het uitblijven van een beslissing. Verklaart de rechtbank het
beroep gegrond, dan is de gemeente verplicht om alsnog binnen twee weken te beslissen.
Wat is ‘tijdig’ en welke termijnen gelden er?
De wet bepaalt binnen welke termijn wij een beslissing op uw aanvraag of bezwaarschrift moeten
nemen. Als er geen wettelijke termijn is, geldt een ‘redelijke’ termijn. Wat redelijk is, hangt af van de
soort beslissing.
Wij kunnen de beslistermijn één keer verlengen. Als wij de termijn verlengen, geven wij ook meteen
aan wat de nieuwe beslistermijn wordt. In sommige situaties kunnen wij de beslissing nog verder
uitstellen. Bijvoorbeeld als de gemeente meer informatie van u nodig heeft om een goede beslissing te
nemen. Of als u instemt met verder uitstel. Maar ook in geval van overmacht, bijvoorbeeld als het
gemeentehuis is afgebrand.
Hoe lang kunt u een dwangsom vragen?
De dwangsom is een middel om te zorgen dat de gemeente op tijd een beslissing neemt. Dit werkt
vooral als u tijdig aan de bel trekt. Tot zes weken na het aflopen van de beslistermijn kunt u verzoeken
om de dwangsom op te leggen.
Meer informatie
Op onze internetsite vindt u meer informatie over de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen.
16
Verlengen beslistermijn op grond van artikel 4:14 Awb
Geachte heer, mevrouw,
Wij willen u informeren over de behandeling van uw aanvraag, geregistreerd onder nummer
. In
beginsel moeten wij binnen de wettelijke termijn een beslissing over uw aanvraag nemen. Het lukt ons
niet binnen deze termijn tot een beslissing te komen. Op grond van artikel 4:14 van de Algemene wet
bestuursrecht mogen wij deze termijn eenmaal verlengen. Voor [datum nieuwe termijn] kunt u van ons
een beslissing verwachten.
Als u dan nog geen beslissing hebt gekregen, kunt u ons een brief sturen waarin u ons meedeelt dat
wij te laat zijn. Als wij dan nog niet binnen twee weken een beslissing hebben genomen, moeten wij u
een dwangsom betalen voor elke dag dat wij te laat zijn. U hoeft daar zelf niets voor te doen. U kunt
tevens direct beroep instellen bij de rechtbank tegen het niet tijdig nemen van een beslissing. Voor
meer informatie verwijzen wij u naar de ontvangstbevestiging.
Uw aanvraag is in behandeling bij
330
.
. Voor vragen kunt u hem/haar bellen op nummer 0181-
Met vriendelijke groet,
burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis,
namens dezen,
hoofd van de afdeling
,
.
17
Opschorten beslistermijn
Geachte heer, mevrouw,
Wij willen u informeren over de behandeling van uw aanvraag, geregistreerd onder nummer
. In
beginsel moeten wij binnen de wettelijke termijn een beslissing over uw aanvraag nemen. Wij schorten
deze termijn om de volgende reden op.
1.
Wij hebben nog niet alle informatie van u gekregen die nodig is om een zorgvuldige beslissing te
nemen. Op grond van de Verordening dwangsom bij niet tijdig beslissen mogen wij de beslistermijn
verlengen met de tijd die nodig is om aanvullende informatie van u te krijgen.
Wij kunnen uw aanvraag nog niet behandelen, omdat wij nog [omschrijving van informatie] van u
willen weten. Wij geven u de gelegenheid om [deze informatie] binnen twee weken na dagtekening
van deze brief schriftelijk aan ons mee te delen. Wij wijzen u erop dat wij uw aanvraag niet in
behandeling kunnen nemen, als u [deze informatie] niet binnen twee weken aan ons toestuurt.
2.
Wij hebben advies gevraagd aan [externe adviseur] om een zorgvuldige beslissing over uw aanvraag
te nemen.
3.
U hebt ingestemd met verlenging van de beslistermijn in uw brief van/in het telefoongesprek van
[datum].
Wij zullen de behandeling van uw aanvraag weer voortzetten nadat [reden hervatting beslissing].
4.
Er is sprake van overmacht. reden overmacht
Uw aanvraag is in behandeling bij naam. Voor vragen kunt u hem/haar bellen op nummer 0181330
. U ontvangt bericht van ons, als de behandeling van uw aanvraag weer wordt voortgezet.
Met vriendelijke groet,
burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis,
namens dezen,
hoofd van de afdeling
,
.
18
Beëindigen opschorting beslistermijn
Geachte heer, mevrouw,
Wij willen u opnieuw informeren over de behandeling van uw aanvraag, geregistreerd onder nummer
. Wij schreven u eerder dat wij de beslistermijn hebben verlengd, omdat [reden opschorting]. Op
[datum] hebben wij [reden beeindiging opschorting]. Dat betekent dat wij uiterlijk [nieuwe datum] een
beslissing moeten nemen over uw aanvraag.
Als u dan nog geen beslissing hebt gekregen, kunt u ons een brief sturen waarin u ons meedeelt dat
wij te laat zijn. Als wij dan nog niet binnen twee weken een beslissing hebben genomen, moeten wij u
een dwangsom betalen voor elke dag dat wij te laat zijn. U hoeft daar zelf niets voor te doen. U kunt
tevens direct beroep instellen bij de rechtbank tegen het niet tijdig nemen van een beslissing. Voor
meer informatie verwijzen wij u naar de ontvangstbevestiging van uw aanvraag.
Uw aanvraag is in behandeling bij naam. Voor vragen kunt u hem/haar bellen op nummer 0181330
.
Met vriendelijke groet,
burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis,
namens dezen,
hoofd van de afdeling
,
.
19
Ontvangstbevestiging ingebrekestelling
Geachte heer, mevrouw,
Wij hebben uw brief ontvangen, waarin u ons meedeelt dat wij te laat zijn met de beslissing over uw
Aanvraag/ bezwaarschrift. Wij zullen proberen zo snel mogelijk alsnog een beslissing te nemen. Als
dat over twee weken nog niet is gelukt, moeten wij u een dwangsom betalen voor elke dag dat wij te
laat zijn. U ontvangt daarover van ons bericht. U kunt dan tevens direct beroep instellen bij de
rechtbank tegen het niet tijdig nemen van een beslissing.
Wij vragen u om ons het nummer van uw bank- of girorekening aan te geven. Mochten wij u een
dwangsom moeten betalen, dan kunnen wij dat bedrag snel uitbetalen.
Uw aanvraag is in behandeling bij mevrouw mr.
0181-330
.
. Voor vragen kunt u haar bellen op nummer
Hoogachtend,
burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis,
namens dezen,
hoofd van de afdeling Bestuursondersteuning,
mevrouw mr. S.J.A. Bronsveld.
20
Beslissing toekenning dwangsom
Geachte heer, mevrouw,
In deze brief willen wij u graag informeren over de dwangsom die u ons hebt opgelegd. U hebt ons in
uw brief van datum meegedeeld dat wij de termijn hebben overschreden waarbinnen u een beslissing
van ons had moeten krijgen. Wij hebben op datum die beslissing alsnog genomen.
1.
Dit betekent dat wij u geen dwangsom hoeven te betalen, omdat wij binnen twee weken na uw
herinnering alsnog een beslissing hebben genomen. Volgens de Verordening dwangsom bij niet tijdig
beslissen hoeven wij dan geen dwangsom te betalen, ook al zijn wij eigenlijk te laat met het nemen
van een beslissing.
2.
Dit betekent dat wij u een dwangsom moeten betalen van aantal dagen x bedrag in totaal € totaal. [Wij
verrekenen dit bedrag met de leges die u nog moet betalen. Daarom betalen wij u een bedrag van €
[bedrag] uit.] Dit zal zo snel mogelijk op uw bank- of girorekeningnummer
worden gestort. Voor
de vertraging bieden wij u onze excuses aan. [Wij vragen u om het nummer van uw bank- of
girorekening aan te geven, zodat wij de dwangsom kunnen uitbetalen.]
Uw brief is in behandeling bij mevrouw mr.
330
.
. Voor vragen kunt u haar bellen op nummer 0181-
Bezwaarclausule
Belanghebbenden kunnen tegen dit besluit een bezwaarschrift indienen. Een bezwaarschrift dient te
zijn ondertekend en tenminste te bevatten: de naam en het adres van de indiener, de dagtekening,
een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht. Het bezwaarschrift dient
gemotiveerd te zijn en dient te worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders
binnen 6 weken na de verzenddatum van dit besluit. Wij verzoeken een kopie van dit besluit mee te
zenden met het bezwaarschrift en in de rechterbovenhoek van uw bezwaarschrift te vermelden: ‘AWBbezwaarschrift’.
Een bezwaarschrift dient te worden gericht aan het college van burgemeester en wethouders van
Hellevoetsluis, Postbus 13, 3220 AA te Hellevoetsluis.
Hoogachtend,
burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis,
namens dezen,
hoofd van de afdeling Bestuursondersteuning,
mevrouw mr. S.J.A. Bronsveld.
21
Download