Kwaliteitscriteria voor onderzoek

advertisement
Management, finance en recht
Oefenen met nieuwe kwaliteitscriteria
door reviewen van plannen van aanpak
Probleemstelling, deelvragen, methodologie
Hogeschool Utrecht
Institute for Business Economics
Health Centre Hoenderdaal Driebergen-Rijsenburg
18 januari 2012
Dr. Daan Andriessen
Lector Intellectual Capital
Hogeschool Inholland
Agenda
1. Wat is onderzoek in de HBO bachelor?
2. Kwaliteitscriteria voor onderzoek
3. Oefenen met nieuwe kwaliteitscriteria
door reviewen van plannen van aanpak
2
Wat is onderzoek in de HBO
bachelor?
3
Formele definitie van onderzoek (1)
‘Onderzoek is een doelbewust en
methodisch zoeken naar nieuwe kennis in
de vorm van antwoorden op tevoren
gestelde vragen volgens een tevoren
opgesteld plan’ (Verschuren, 1994).
4
Formele definitie van onderzoek (2)
Doelbewust: vanuit probleemveld, gericht
op beantwoorden van probleemstelling en
deelvragen
Methodisch: systematisch en volgens
erkende methoden en wetensch. criteria te
werk gaan
Vragen: ‘zonder vragen geen...’
Plan: methodologie en onderzoekplan
(acties, instrumenten, tijd en geld)
5
Onderzoek op HBO bachelor niveau?
Nieuwe kennis= nieuw voor de wereld met
bredere geldigheid dan het individuele
geval
of
Nieuwe kennis= nieuw voor de
opdrachtgever en relevant voor het
individuele geval
HBO Bachelor
6
Oké, maar dat doen
we toch al jaren? Wat
is het verschil met bv.
projectmanagement
en projectonderwijs?
7
De handelingscyclus (Van Strien, 1986)
1. Probleemkluwen
2. Probleemkeuze
3. Diagnose/analyse
4. Plan/ontwerp
5. Ingreep/
implementatie
6. Evaluatie
Strien, P.J. van (1986) Praktijk als wetenschap. Methodologie van het sociaalwetenschappelijk handelen. Assen: Van Gorcum, 1986
De handelingscyclus bij praktijkgerichte
vraagstukken
OP BASIS
VAN
DIAGNOSE
OP BASIS
VAN
ONTWERP
VOORSTEL
VOOR
VOORSTEL
VOOR
IMPLEMENTATIE
OP BASIS
VAN
EVALUATIE
VOORSTEL
VOOR
De onderzoekscyclus
Rapportage
&
Presentatie
Conclusies &
Aanbevelingen
Data analyse
Doelstelling
Probleemstelling
Deelvragen
1e deel literatuurstudie
Onderzoeksplan:
•Methodologie
•Tijdsplanning
Data verzameling
(waaronder nadere
literatuurstudie)
= Plan van Aanpak
Onderzoek in HBO = handelingscyclus
plus onderzoekscyclus (Leen, 2011)
OP BASIS
VAN
DIAGNOSE
OP BASIS
VAN
ONTWERP
VOORSTEL
VOOR
6
5
4
3
1
2
Onderzoekscyclus
IMPLEMENTATIE
VOORSTEL
VOOR
6
5
4
3
EVALUATIE
VOORSTEL
VOOR
6
1
5
4
2
Onderzoekscyclus
OP BASIS
VAN
3
1
2
Onderzoekscyclus
Leen, Jan (2011) Mondelinge communicatie
6
5
4
3
1
2
Onderzoekscyclus
Veel voorkomende combinaties (1)
Hoe kan … verbeterd worden?
(functie: ontwerpen)
OP BASIS
VAN
DIAGNOSE
ONTWERP
VOORSTEL
VOOR
6
5
4
3
1
2
Onderzoekscyclus
Veel voorkomende combinaties (2)
Wat is het effect van …
(functie: evalueren)
IMPLEMENTATIE
OP BASIS
VAN
EVALUATIE
6
5
4
3
1
2
Onderzoekscyclus
Veel voorkomende combinaties (3)
Hoe goed is plan …?
(functie: evalueren)
OP BASIS
VAN
ONTWERP
IMPLEMENTATIE
6
5
4
3
1
2
Onderzoekscyclus
EVALUATIE
Veel voorkomende combinaties (4)
Hoe kan … verbeterd worden en wat zijn
daarvan de effecten?
(functie: ontwerpen & evalueren)
OP BASIS
VAN
OP BASIS
VAN
DIAGNOSE
IMPLEMENTATIE
ONTWERP
VOORSTEL
VOOR
6
5
4
3
1
2
Onderzoekscyclus
EVALUATIE
Kwaliteitscriteria voor onderzoek
16
Kwaliteitscriteria zijn hoeksteen bij
afstuderen
1. Kwaliteitscriteria vertellen student aan welke
eisen het eindproduct moet voldoen -> vooraf
geven en mee laten oefenen
2. Student kan zich dan afvragen: wat moet ik
allemaal doen in het onderzoek om deze
kwaliteit te realiseren?
3. Docent kan criteria als leidraad gebruiken bij de
begeleiding
4. Dezelfde kwaliteitscriteria worden gebruikt bij het
beoordelen van het eindproduct
Goede kwaliteitscriteria voldoen aan 3 eisen
Een kwaliteitscriterium heeft:
• Een object (wat moet kwaliteit hebben? Bv.
probleemstelling of literatuurstudie)
• Een criterium (welke kwaliteit moet het hebben?
Bv. relevant of functioneel)
• Indicatoren (waaraan kan ik zien of er sprake is
van kwaliteit?)
18
19
Kwaliteitscriteria
•Gebaseerd op het wetenschappelijke onderzoek
van Heinze Oost (Oost, 1999; Oost & Markenhof,
2002)
•Aangevuld met criteria voor praktijkgericht
onderzoek (Andriessen & Van Weert 2008)
•Getoetst aan en aangevuld met criteria NVAO
(Rapport van Bevindingen NVAO-Commissie
Onderzoek Hogeschool Inholland, 26 april 2010)
•In handzaam formulier gezet door cluster Finance
Inholland
•Aangepast voor HU IBE
20
NVAO heeft bij ons getoetst op:
1. theoretische vorming / onderbouw
2. overzicht en inzicht, het kunnen plaatsen van
problemen in de context
3. reflectie (incl. zelfreflectie), kritische en
objectiverende ingesteldheid, zin voor nuance
4. creativiteit en/of vermogen tot conceptualisering
5. vermogen om helder te communiceren
6. vermogen om efficiënt en resultaatgericht te
werken
21
22
Onderliggende criteria met indicatoren zijn
beschikbaar
23
1. Inleiding en onderzoeksopzet
A. Probleemstelling en deelvragen zijn
inhoudelijk verankerd, relevant,
afgebakend, precies en functioneel.
B. De gebruikte methodologie is
functioneel, betrouwbaar en relevant
m.b.t. de afzonderlijke deelvragen.
24
Probleemstelling
• “Onderzoek begint met iemand die iets niet weet of
snapt. Die vraag houdt hem bezig, ergert hem,
prikkelt zijn nieuwsgierigheid. (…) De vraag is te
moeilijk om snel even te beantwoorden. (…) Die
moeilijk te beantwoorden vraag wordt de probleemstelling genoemd.” (Oost en Markenhof, 2002)
• Begripsverwarring:
- Probleemstelling = vraagstelling =
onderzoeksvraag = hoofdvraag
- Veldprobleem ≠ probleemstelling
- Doelstelling = einddoel van het onderzoek
- Veldprobleem → doelstelling → probleemstelling →
deelvragen
• Een probleemstelling is een zin met een vraagteken!
Van veldprobleem naar probleemstelling1 (1)
Veldprobleem = het probleem in de
praktijk (vaak gegeven door
opdrachtgever)
Problemen bestaan niet. Een situatie is
pas een probleem als iemand dat ervan
maakt (Vermaak, 2009)
Belangrijke vraag: wie bepaalt dat iets een
probleem is?
Veldprobleem
Kennisprobleem
Probleemstelling
1) Andriessen, D. (2011) Veldprobleem, kennisprobleem, deelvragen, in: Van Aken en
Andriessen, Handboek ontwerpgericht onderzoek, Den Haag: Boom Lemma
26
Van veldprobleem naar probleemstelling (2)
Veldprobleem = een verschil tussen een
bestaande en een gewenste situatie
Dit maakt een diagnose noodzakelijk:
1. Wat is de feitelijke situatie? Wat is de gewenste
situatie? Wat is het gat tussen de feitelijke en de
gewenste situatie?
2. Wat zijn de oorzaken van dit gat?
Veldprobleem
Kennisprobleem
Probleemstelling
27
Van veldprobleem naar probleemstelling (3)
Veldprobleem oplossen vereist:
•Mensen & Middelen
•Tijd & Gelegenheid
•Kennis
Student richt zich alleen op het aanleveren
van (een deel van) de kennis
Kennisprobleem = het gat tussen de
bestaande en de benodigde kennis om het
probleem (deels) op te lossen
Veldprobleem
Kennisprobleem
Probleemstelling
28
Van veldprobleem naar probleemstelling (4)
Kennisprobleem is vaak heel groot
De student moet dus een keuze maken
Probleemstelling = de vraag die het deel
van het kennisgat verwoordt dat in het
onderzoek wordt opgevuld
Vereist:
•Kennis van zaken (literatuurstudie)
•Focus
•Onderhandelen
Veldprobleem
kennis
Kennisprobleem
focus
Probleemstelling
29
Kwaliteitscriteria probleemstelling
Functioneel
Inhoudelijk verankerd
Relevant
Afgebakend
Precies
Een probleemstelling is functioneel
Definiëren
Beschrijven
Vergelijken
Evalueren
Verklaren
Ontwerpen
Bron: Oost & Markenhof, 2002
Een probleemstelling is functioneel (2)
Onderzoeksfunctie
Exploratief
Hypothese toetsend
Definiëren
Tot welke klasse van fenomenen
behoort dit?
Behoort dit fenomeen bij deze
klasse?
Beschrijven
Wat zijn de eigenschappen van X?
Heeft X deze eigenschappen?
Vergelijken
Wat zijn de verschillen tussen X en
Y?
Zijn X en Y verschillend?
Evalueren
Hoe succesvol is deze interventie?
Is deze interventie een succes?
Verklaren
Waarom Y?
Is het waar dat X Y verklaart?
Ontwerpen
Wat draagt bij aan de oplossing van
Z?
Draagt X bij aan de oplossing van
Z?
Bron: Oost & Markenhof, 2002
Probleemstelling bepaalt het soort antwoord
dat je zoekt
Onderzoeksfunctie
Soort antwoord
Definiëren
Indeling (A behoort bij B)
Beschrijven
Beschrijving (A is….)
Vergelijken
Vergelijking (A is op die en die punten anders/
hetzelfde als B)
Evalueren
Oordeel op basis van normen (A is goed/slecht,
effectief/niet effectief, mooi/lelijk etc.)
Verklaren
Verklaring (B wordt veroorzaakt door A)
Ontwerpen
Een oplossing (Als je in situatie A doel B wilt bereiken
moet je C doen)
Reviewen van 2 Plannen van Aanpak
Financiële
prestatiemaatstaven binnen
zorginstellingen
Werkwijze teams
Rechtenopbouw


34
Doelstelling1

“Voor het realiseren van
prestatiemanagement
binnen zorginstellingen in
de care sector zullen
prestatie-indicatoren
bepaald moeten worden”.
(p.3)

“Het doel van dit onderzoek
is ontdekken of er een
uniforme werkwijze
gehanteerd kan worden
binnen de verschillende
teams van Rechtenopbouw
die verantwoordelijk zijn voor
de processen van
waardeoverdrachten, zodanig
dat ze een team kunnen
worden.” (p.2)
1) NVAO: Wat willen we (laten) bereiken met dit project: onderzoeksdoelen?
35
Functioneel:
Maakt de scriptie duidelijk wat de onderzoeksfunctie van de
probleemstelling is?
Wat is de onderzoeksfunctie in scriptie 1 en 2?

“ Welke financiële
prestatiemaatstaven worden
toegepast binnen
zorginstellingen, hoe zijn de
zij verankerd in de
bedrijfsvoering, zijn de
financiële prestatiemaatstaven toekomstbestendig en welke ruimte
voor verbetering is er op dit
gebied mogelijk?” (p.3)

“Wat zijn de verschillen en
overeenkomsten binnen de
diverse systemen van de
teams Rechtenopbouw in
Locatie A en locatie B en
eventuele welke digitale
systemen kunnen helpen bij
het uniform werken.” (p.2)
Onderzoek in HBO = handelingscyclus
plus onderzoekscyclus (Leen, 2011)
OP BASIS
VAN
DIAGNOSE
OP BASIS
VAN
ONTWERP
VOORSTEL
VOOR
6
5
4
3
1
2
Onderzoekscyclus
IMPLEMENTATIE
VOORSTEL
VOOR
6
5
4
3
EVALUATIE
VOORSTEL
VOOR
6
1
5
4
2
Onderzoekscyclus
OP BASIS
VAN
3
1
2
Onderzoekscyclus
Leen, Jan (2011) Mondelinge communicatie
6
5
4
3
1
2
Onderzoekscyclus
Functioneel bij HU IBE
“Onderzoeksfunctie is ontwerpen/voorschrijven,
d.w.z. de oplossing wordt als een advies voor de te
nemen maatregelen of acties gegeven.”
38
Functioneel: De deelvragen bepalen de
onderzoekstructuur
• De probleemstelling is uitgewerkt in deelvragen
waarvan een deel theoretisch zijn en een deel
empirisch
• De deelvragen zijn volledig, dwz door de deelvragen te
beantwoorden krijg je alle informatie die nodig is voor
het beantwoorden van de probleemstelling
• De logische volgorde klopt
- Vraag 1 gaat vooraf aan vraag 2 als vraag 1 een
antwoord oplevert dat nodig is om vraag 2 te
beantwoorden
• Samen vormen de deelvragen de onderzoeksstructuur
• Met behulp van de deelvragen bepaal je de
onderzoekstrategieën die je gaat gebruiken
Iedere onderzoeksfunctie heeft een eigen
onderzoekstructuur: DEFINIEREN
Beschrijvende deelvragen:
Wat zijn de kenmerken van A?
Wat zijn de kenmerken van de familie of klasse?
Vergelijkende deelvragen:
Wat zijn de overeenkomsten van A en B?
Wat zijn de verschillen tussen A en B?
Iedere onderzoeksfunctie heeft een eigen
onderzoekstructuur: VERGELIJKEN
Beschrijvende deelvragen:
Wat zijn de kenmerken van A?
Wat zijn de kenmerken van B?
Vergelijkende deelvragen:
Wat zijn de overeenkomsten van A en B?
Wat zijn de verschillen tussen A en B?
Iedere onderzoeksfunctie heeft een eigen
onderzoekstructuur: EVALUEREN
Beschrijvende deelvragen:
Wat zijn de kenmerken van A?
Wat zijn de kenmerken van de norm?
Vergelijkende deelvragen:
Wat zijn de overeenkomsten van A en de norm?
Wat zijn de verschillen tussen A en de norm?
IMPLEMENTATIE
OP BASIS
VAN
EVALUATIE
Iedere onderzoeksfunctie heeft een eigen
onderzoekstructuur:ONTWERPEN
ONTWERP
Beschrijvende deelvragen:
Ontwerpende deelvragen:
- Wat zijn de kenmerken van
situatie A?
- Wat zijn de kenmerken van de
norm?
- Welke oplossingen zijn er
bekend?
- Welke eisen stellen we aan de
oplossing?
Vergelijkende deelvragen:
Vergelijkende deelvragen:
- Wat zijn de overeenkomsten
van A en de norm?
- Wat zijn de verschillen tussen
A en de norm?
Evalueren
Evalueren
DIAGNOSE
- Wat zijn de overeenkomsten
van de oplossing en de eisen?
- Wat zijn de verschillen tussen
de oplossing en de eisen?
Verklarende deelvragen:
Verklarende deelvragen:
- Wat maakt dat er verschillen
zijn tussen A en de norm?
- Wat maakt dat de oplossing
gaat bijdragen aan het
wegnemen van het probleem?43
De onderzoeksstructuur van 
1.
2.
Is de probleemstelling uitgewerkt in deelvragen waarvan een
deel theoretisch is en een deel empirisch?
Vormen de deelvragen samen een onderzoekstructuur die past
bij de onderzoeksfunctie?
1. Welke rol speelt de financiële functie bij
zorginstellingen?
2. Welke financiële prestatiemaatstaven worden
toegepast binnen zorginstellingen en in hoeverre zijn
zij verankerd in de bedrijfsvoering?
3. Aan welke criteria moeten financiële
prestatiemaatstaven voldoen om toekomstbestendig
te zijn?
4. Welke ruimte voor verbetering is er op het gebied
van financiële maatstaven mogelijk en hoe kan deze
ingevuld worden?
De onderzoeksstructuur van 
1.
2.
Is de probleemstelling uitgewerkt in deelvragen waarvan een
deel theoretisch is en een deel empirisch?
Vormen de deelvragen samen een onderzoekstructuur die past
bij de onderzoeksfunctie?
1. Hoe verloopt het proces van waardeoverdracht momenteel binnen de
verschillende teams?
2. Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen de diverse systemen
die worden gebruikt door deze teams en wat is de beste wijze van
uniformeren van deze systemen (wordt de systeemgelijkstelling of
systeemintegratie gerealiseerd )?
3. Welke systemen zijn er nodig om deze systeemgelijkstelling/integratie
te faciliteren?
4. Wat is de toegevoegde waarde van de eenwording van de
verschillende teams?
5. Wat verandert er concreet aan de te verrichten werkzaamheden en hoe
zullen deze eruit zien?
6. Hoe kijken de medewerkers naar het uniform werken?
Probleemstelling is inhoudelijk verankerd
Uitleg wordt gegeven over:
• Het kennisgebied waarop het onderzoek
betrekking heeft (bv. ondernemerschap, zakelijke
dienstverlening)
• Het thema waar het onderzoek over gaat
(bv. acquisitie bij Private Banking,
solvabiliteitsregelgeving de verzekeringsbranche)
• Hoe het thema aansluit bij de problematiek van
organisatie waarin het onderzoek plaats vindt en
de context (sociaal, maatschappelijk, cultureel,
economisch, internationaal)
PvA 1 en 2?
Een probleemstelling is relevant
Probleemstelling:
- Heeft betrekking op een
problematische situatie in
de beroepspraktijk
- Kan bij beantwoording een
bijdrage leveren aan
oplossing van de
problematische situatie
- Is nog niet beantwoord
- Is geaccepteerd door de
klant
PvA 1 en 2?
Probleemstelling is afgebakend
Aannemelijk wordt gemaakt dat de
probleemstelling een optimaal bereik heeft.
• Vraag moet qua complexiteit op hbo-niveau zijn
• Beantwoorden van de vraag moet voldoende werk
opleveren gedurende de onderzoeksperiode,
rekening houdend met:
• Beschikbaarheid van informatie
• Aantal betrokken stakeholders, afdelingen,
processen
• Beantwoorden van de vraag moet haalbaar zijn in de
onderzoeksperiode gegeven bovenstaande factoren
PvA 1 en 2?
Een probleemstelling is precies
Wat is het domein?
• Waar gaat de vraag over?
Wat zijn de centrale begrippen en zijn ze
goed gedefinieerd?
• Welke begrippen worden gebruikt om iets over het
domein te zeggen?
• Hoe goed gedefinieerd zijn die?
Wat is de eventuele relatie tussen de
centrale begrippen en is die te
onderzoeken?
Een probleemstelling is precies

Wat is het domein?
• Financiële prestatiemaatstaven bij zorginstellingen
Wat zijn de centrale begrippen en zijn ze goed
gedefinieerd?
• verankerd in de bedrijfsvoering,
• toekomstbestendig
• ruimte voor verbetering
Wat is de eventuele relatie tussen de
centrale begrippen en is die te
onderzoeken?
• zijn de FP’s verankerd in de bedrijfsvoering en
toekomstbestendig en is er ruimte voor verbetering
Een probleemstelling is precies

Wat is het domein?
• de diverse systemen van de teams
Rechtenopbouw in Locatie A en locatie B
Wat zijn de centrale begrippen en zijn ze goed
gedefinieerd?
• systemen
• teams rechtenopbouw
• digitale systemen
• uniform werken
Wat is de eventuele relatie tussen de centrale
begrippen en is die te onderzoeken?
• Zijn er verschillen en kunnen digitale systemen
helpen bij het uniform werken
Kwaliteitscriteria methodologie
Functioneel
Betrouwbaar
Methodologie: functioneel
Functioneel
•Er is sprake van een sluitende onderzoeksopzet
waarin de stappen systematisch leiden naar het
beoogde antwoord
De deelvragen bepalen de
onderzoekstructuur en vormen
basis voor methodologie
Bv. Wat is de gemiddelde lengte van deze
groep?
Theoretische deelvragen:
- Wat is lengte?
- Wat is de eenheid van lengte?
- Hoe kan lengte betrouwbaar worden
gemeten?
- Hoe bereken je een gemiddelde?
Empirische deelvragen:
- Hoeveel mensen zitten er in de groep?
- Hoe lang is ieder lid van de groep?
Methodologie
• literatuuronderzoek
•Tellen
•Meten met meetlat
Functioneel: Onderzoeksplan
Probleemstelling
Deelvraag
Deelvraag 1
Deelvraag 2
Deelvraag n
PvA 1 en 2?
Methode van
dataverzameling
Methode van
data analyse
Bronnen
Functioneel: Onderzoeksplan
Methode
van data
analyse
Bronnen

Deelvraag
Methode van
dataverzameling
“Welke rol speelt de financiële
functie bij zorginstellingen?”
• semigestructureerd
interview
• desk research
• controller, zorgmanagers
en teamleiders bij 2
instellingen
• Aantal publicaties
“Welke financiële
• semiprestatiemaatstaven worden
gestructureerd
toegepast binnen
interview
zorginstellingen en in hoeverre • desk research
zijn zij adequaat toegerust in
de bedrijfsvoering?”
• controller, zorgmanagers
en teamleiders bij 2
instellingen
• Aantal publicaties
“Aan welke criteria moeten
financiële prestatiemaatstaven
voldoen om
toekomstbestendig te zijn?”
• semigestructureerd
interview
• desk research
• controller, zorgmanagers
en teamleiders bij 2
instellingen
• Aantal publicaties
“Welke ruimte is er voor
verbetering op het gebied van
financiële maatstaven en hoe
kan deze ingevuld worden?”
• semigestructureerd
interview
• desk research
• controller, zorgmanagers
en teamleiders bij 2
instellingen
• Aantal publicaties
Methodologie: functioneel

1. De werking van de verschillende systemen die gebruikt
worden voor waardeoverdrachten bestuderen en extra
informatie opvragen bij de medewerkers;
2. Door systeembenadering de werking van de diverse
systemen vergelijken en onderzoek doen naar het beste
systeem in verband met doelmatigheid en doelgerichtheid;
3. Onderzoeken naar de rollen van applicatie 1 en systemen
2 en 3;
4. Toetsen en beoordeling van het uniform maken van de
systemen door de voor- en nadelen hiervan te bepalen en
tegen elkaar op te wegen;
5. De stappen van de geüniformeerde werkwijze vaststellen;
6. Kwalitatieve interviews houden met de medewerkers
evenals het managementteam.
Methodologie: Betrouwbaar
Betrouwbaar
• Betrouwbaarheid is een kenmerk van een
methode:
- Betrouwbaar wil zeggen dat bij herhaling min of
meer de zelfde gegevens worden gevonden.
• Validiteit is een kenmerk van een conclusie of
andere uitspraak
- Valide wil zeggen dat de uitspraak voldoende
recht doet aan de werkelijkheid
Betrouwbaar
Werkwijze:
•Waarborgen inbouwen zodat de resultaten van het
onderzoek niet afhangen van toevallige
omstandigheden
Bv. Zorg voor vaste methoden voor dataverzameling
en –analyse
- Gespreksprotocol
- Standaard vragenlijst (bij voorkeur bestaande
vragenlijst)
- Goede steekproeftrekking
- Analyseschema
Betrouwbaar ?
Methode
van data
analyse
Bronnen

Deelvraag
Methode van
dataverzameling
“Welke rol speelt de financiële
functie bij zorginstellingen?”
• semigestructureerd
interview
• desk research
• controller, zorgmanagers
en teamleiders bij 2
instellingen
• Aantal publicaties
“Welke financiële
• semiprestatiemaatstaven worden
gestructureerd
toegepast binnen
interview
zorginstellingen en in hoeverre • desk research
zijn zij adequaat toegerust in
de bedrijfsvoering?”
• controller, zorgmanagers
en teamleiders bij 2
instellingen
• Aantal publicaties
“Aan welke criteria moeten
financiële prestatiemaatstaven
voldoen om
toekomstbestendig te zijn?”
• semigestructureerd
interview
• desk research
• controller, zorgmanagers
en teamleiders bij 2
instellingen
• Aantal publicaties
“Welke ruimte is er voor
verbetering op het gebied van
financiële maatstaven en hoe
kan deze ingevuld worden?”
• semigestructureerd
interview
• desk research
• controller, zorgmanagers
en teamleiders bij 2
instellingen
• Aantal publicaties
Betrouwbaar?

1. De werking van de verschillende systemen die gebruikt
worden voor waardeoverdrachten bestuderen en extra
informatie opvragen bij de medewerkers;
2. Door systeembenadering de werking van de diverse
systemen vergelijken en onderzoek doen naar het beste
systeem in verband met doelmatigheid en doelgerichtheid;
3. Onderzoeken naar de rollen van applicatie 1 en systemen
2 en 3;
4. Toetsen en beoordeling van het uniform maken van de
systemen door de voor- en nadelen hiervan te bepalen en
tegen elkaar op te wegen;
5. De stappen van de geüniformeerde werkwijze vaststellen;
6. Kwalitatieve interviews houden met de medewerkers
evenals het managementteam.
Voor meer infromatie:
[email protected]
62
Download