De open vensters naar Jeruzalem

advertisement
De open vensters naar Jeruzalem
Ds. C.G. Vreugdenhil – Daniël 6:11
(Biddag)
Zingen:
Lezen:
Zingen:
Zingen:
Zingen:
Psalm 37: 2
Daniël 6: 1-14
Psalm 34: 4, 5, 10
Psalm 33: 5, 10
Psalm 68: 10
Gemeente, de tekst voor de prediking is uit Daniël 6 vers 11:
Toen nu Daniël verstond dat dit schrift getekend was, ging hij in zijn huis (hij nu
had in zijn opperzaal open vensters tegen Jeruzalem aan), en hij knielde drie
tijden ‘s daags op zijn knieën, en hij bad, en deed belijdenis voor zijn God,
ganselijk gelijk hij voor dezen gedaan had.
Het thema van de prediking is: De open vensters naar Jeruzalem.
We letten op drie aandachtspunten:
1. Daniël aan het hof
2. Daniël in zijn huis
3. Daniël in de kuil
1. Daniël aan het hof
Gemeente, op biddag voor gewas en arbeid letten we op een man van gebed, die het
volhoudt in een puur heidense omgeving. Van zijn levensstijl gaat zoveel uit, dat een
heidense koning zegt: ‘Ieder moet beven en sidderen voor de God van Daniël. Hij is de
levende God en Zijn Koninkrijk is tot in eeuwigheid. Hij verlost en redt, Hij doet tekenen
en wonderen.’ Dat zegt Koning Darius van de God van Israël. En dat komt door het
biddende en dienende leven van Daniël.
Wat is het geheim van Daniël? Zijn open vensters naar Jeruzalem, zijn levend geloof in
God, zijn leven naar Gods Woord. Open vensters! Wat heb je daaraan? In de eerste
plaats kun je daardoor naar buiten kijken. In de tweede plaats kunnen anderen, als ze
dat willen, bij u naar binnen kijken. In de derde plaats staat er uitdrukkelijk dat zijn
vensters open waren naar de richting van Jeruzalem. Dat wijst op het contact met God.
Open vensters in Daniëls huis betekent: je hebt oog voor de buitenwereld, anderen
kunnen naar binnen kijken en je diepste geheim ontdekken, je leven is ‘doorzichtig’ tot
op God, en het belangrijkste is toch wel het uitzicht: Jeruzalem, de
geloofsverbondenheid met God en het verlangen om Hem te dienen.
www.prekenweb.nl
1/12
Ds. C.G. Vreugdenhil – De open vensters naar Jeruzalem
Wie was Daniël? Daniël was een jongen van zestien jaar toen hij in een tijd van geestelijk
verval in Babel terechtkwam onder de regering van koning Nebukadnezer. Hij werd
geconfronteerd met veel verleidingen uit de wereld. Hij leefde in een echte
‘babelcultuur’, waar de politiek en de maatschappij antichristelijke trekken vertoonde.
De wereld om hem heen kende de God van Israël niet.
Zijn tijd is volledig vergelijkbaar met onze samenleving, onze regering. Het enige geheim
om staande te blijven was: het gebed tot en het geloof in God.
Ook wij leven in een ‘babelcultuur’. De hele wereld ligt voor ons open. Alles mag en bijna
alles kan. Je hoeft om de zonde in te drinken niet meer naar de bioscoop te gaan, of naar
de disco, je hoeft er zelfs geen tv voor te hebben. Door de mogelijkheden van
bijvoorbeeld internet kun je op je kamertje de meest slechte dingen zien en de meest
wereldse muziek beluisteren.
We leven in een hedonistische samenleving, waar iedereen uit is op vermaak; het iktijdperk, waarin het levensdevies van de mens is: doe wat je lekker vindt, houd alleen
rekening met jezelf, geniet van het leven: eten, drinken en plezier maken, want morgen
sterven wij.
Daniël bleef staande in de babelcultuur van zijn tijd en hij werd door God gezegend. Wat
was zijn geheim? Hoe kon Daniël zo standvastig en waakzaam blijven? Daniël had een
groot geheim, namelijk een opperzaal met open vensters naar Jeruzalem.
Hoe kwam hij zover, in dat vreemde land van Babel, waar juist de verleiding zo groot was
om mee te doen met de massa? Dat geheim lag in de eerste plaats in zijn godsdienstige
opvoeding!
Daniël was opgegroeid in het beloofde land en was daarna, als jongen van een jaar of
zestien, gedeporteerd naar Babel. En daar verandert letterlijk alles: het onderwijs dat hij
kreeg op de universiteit van de Chaldeeën; de maaltijden, zeg maar het varkensvlees dat
ze moesten eten en dat hij weigerde; zelfs zijn naam: Bélsazar. Daniël betekent: mijn God
is Richter. De naam Bélsazar komt van de afgod Bel, een Babylonische god. Maar Daniël
heeft zich niet verontreinigd met de heidense cultuur en afgoderij in Babel. Waarom
niet? Laat ik een paar dingen noemen.
Daniël had een bijbelse levensstijl meegekregen in zijn ouderlijk huis. Niet alleen maar
wat losse en lege tradities. Hij zag de waarde in van de waarden die zijn ouders hem
bijbrachten uit Gods Woord. Herken je het? Daniël hoorde bij het volk van Israël, het volk
van God, het volk van Gods verbond. Hij leefde niet wanordelijk zoals zovelen vandaag,
maar hij leefde gedisciplineerd. Iedereen in Babel deed mee, maar hij bleef trouw aan
Gods geboden.
Daniël had ook geleerd om te onderscheiden. Hij doorzag waar het op aankwam in
Babel. Dat andere voedsel leek zo onschuldig, maar Daniël doorzag de achtergrond
ervan: het ging ten diepste om de keus tussen God en de afgoden. Hij wist verschil te
maken tussen hoofd- en bijzaken.
Daniël had ‘nee’ leren zeggen. Nee tegen allerlei zaken die hem aftrokken van God. Hij
was vast in zijn overtuiging. Hij praatte anderen niet klakkeloos na en hij deed ze niet
zomaar na. Hij had een Bijbels besef van normen en waarden en dat was ook echt zijn
www.prekenweb.nl
2/12
Ds. C.G. Vreugdenhil – De open vensters naar Jeruzalem
eigen overtuiging geworden. Niet omdat het nu eenmaal moest. En dan sta je sterk,
jonge vrienden, ouderen. Je moet weten waarom je ‘nee’ zegt.
Daniël had ook 'ja' leren zeggen. Ja tegen ander voedsel, ja tegen God en Zijn geboden.
Hij vertrouwde op God, dat blijkt ook hier wel in Daniël 6, als hij de leeuwenkuil in moet.
God heeft zijn vertouwen niet beschaamd. Dat doet God nooit. Overigens was dat
vertrouwen van Daniel niet vanzelfsprekend. Het kostte hem ook zelfverloochening.
Daniël had ook steun van zijn vrienden: Hananja, Misaël en Azarja. Dat is erg belangrijk.
Ze steunden elkaar in deze moeilijke situatie. Ze vielen samen terug op God en Zijn
Woord. Wat is de invloed van vrienden enorm! Ze kunnen je heentrekken naar de zonde,
maar ze kunnen je ook meenemen naar God. Zoek je vriendenkring toch daar, waar God
wordt gediend.
Daniël wist wat het verbond van God inhield. Hij droeg de besnijdenis als teken van Gods
verbond. Hij mocht in alle omstandigheden terugvallen op de beloften van Gods
verbond. Hij kende die ‘nieuwe gehoorzaamheid’, die bij het verbond hoort, namelijk om
God lief te hebben met je hele hart.
Jij bent gedoopt! God heeft ook naar jou gevraagd. Hij wil dat je Hem dient. Hij wil jouw
God zijn. Als je dat beleven mag, bewaart dat voor zoveel zonden.
Om nog één belangrijke zaak te noemen: Daniël kende een zeer gezegend gebedsleven.
Hij was gewend om dagelijks Gods aangezicht te zoeken en alles met de Heere te
bespreken. Hij ging driemaal per dag in zijn huis naar de opperzaal, die open vensters
had naar Jeruzalem. Daar knielde hij neer en sprak hij met God. Het was voor hem zelfs
zo belangrijk, dat hij ermee doorging toen zijn leven erdoor op het spel kwam te staan.
Daniel stamde uit een oud koninklijk geslacht, namelijk uit het huis van David. Hij was
dus van koninklijken bloede. Door zijn intelligentie en betrouwbaarheid zit hij al snel aan
de top van de politieke ladder. Hij bekleedt een topfunctie aan het hof. En die positie
heeft hij behouden toen het Babylonische rijk plaats maakte voor het Perzische rijk
onder leiding van koning Darius. Daniël is dan al wat ouder, laten we zeggen tegen de
zestig.
Dat Daniël die leidinggevende positie kreeg en hield, was geen kwestie van doorzetten
en carrière maken. Hij had een ander geheim. Zijn geheim bestond niet in
ellebogenwerk, maar in knieënwerk. Herkent u het, gemeente? Daar gaat het toch ook
om op biddag voor gewas en arbeid. Niet ‘zelf doen’, maar ‘God moet het doen’. Daar
bidden we om voor het komende seizoen. Geen ellebogenwerk, maar knieënwerk. We
smeken om Gods zegen, anders is het tevergeefs om vroeg op te staan, te zweten en te
zwoegen, als God Zijn hulp aan 't werk ontzegt.
Ons teksthoofdstuk zegt nog iets moois over dat geheim van Daniël; dat lezen we in vers
4: Toen overtrof deze Daniël die vorsten en die stadhouders, daarom dat een
voortreffelijker geest in hem was; en de koning dacht hem te stellen over het gehele
koninkrijk.
Een voortreffelijker geest was in hem. Zeg maar: de Geest van God, Die de wijsheid
uitdeelt. De Geest van genade en gebed. De Heilige Geest, dat is het geheim van Daniël
www.prekenweb.nl
3/12
Ds. C.G. Vreugdenhil – De open vensters naar Jeruzalem
aan het hof. Zijn hart lag in Jeruzalem, bij God en Zijn dienst. Christus leefde in hem. God
bewaart Daniël niet alleen letterlijk in de leeuwenkuil, maar ook in al die figuurlijke
leeuwenkuilen aan het hof van Babel. Daar gaat satan immers rond als een briesende
leeuw.
De positie van Daniël als vertrouweling van de koning was om van te huiveren. Heel die
heidense paleissfeer, was één levensgevaarlijke leeuwenkuil. Verzoekingen slopen om
hem heen om zijn God te verloochenen. Als u hogerop klimt op de ladder van de
maatschappij, als je met ongelovige collega’s te maken krijgt en de verleiding komt om je
maar mee te laten drijven, om mee te doen met de geest van de wereld, naarmate wij
hoger klimmen, stijgt het gevaar dat we ons zullen aanpassen en voegen in de huidige
geest van secularisatie en biddeloosheid, wetteloosheid, normloosheid en
goddeloosheid. Het geweld op school, het ontbreken van de norm van het zesde gebod
in de medische zorg als je arts bent of verpleger, ellebogenwerk op het kantoor,
corruptie in de maatschappij, ja overal.
Zeg maar nooit: ‘Ik blijf wel staande.’ De Bijbel zegt: Wie staat, zie toe dat hij niet valle.
Daniël viel niet maar bleef staande, omdat hij leefde uit die ‘voortreffelijker geest’. De
Geest van Christus, Die Zelf later de vreselijkste aanvechtingen en verzoekingen te
verduren kreeg en staande bleef; bij de verzoeking in de woestijn en toen Hij hing aan
het kruis. Christus, Die gehoorzaamheid geleerd heeft in Zijn lijden.
Daniël las in de Bijbel, hij kende een innig gebedsleven. En in die spanning staat ook ons
leven, gemeente. In het Babel van de wereld is ons kompas Gods Woord, het
gebedsleven, knieënwerk.
Daniël doet goed zijn werk in Babel aan het hof. Met God kan dat. Met de Heere kun je
zelfs in Babel zijn, onder Gods hoede. Door zijn ijver en trouw in zijn werk werd Daniël de
gunsteling van de koning. Toch was zijn eerste zorg dat hij de gunsteling was van God.
God wil de eerste zijn in uw leven, gemeente. Dat kost strijd, gebedsstrijd in een levende
aanhankelijkheid. Dan bent u een smekeling bij God, een bedelaar! Je werkt niet in eigen
kracht. Biddend doe je je werk, op het kantoor, in de stal, in de opvoeding van je
kinderen, in het maken van je kerkgang. Je maakt je klein voor God omdat Hij zo groot is.
Daniël ging drie keer per dag op z’n knieën. Dat is de slagader van het geloofsleven van
een christen. Drie keer per dag een bidstond! Gods aangezicht zoeken voor het leven in
de maatschappij, je gezin, de kerk.
Lees eens mee hoe Daniël bidt. We lezen in Daniël 9 vers 4 tot en met 7: Ik bad dan tot
de HEERE, mijn God, en deed belijdenis, en zeide: Och Heere, Gij grote en verschrikkelijke
God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden
houden. Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld,
en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten. En wij hebben
niet gehoord naar Uw dienstknechten, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze
koningen, onze vorsten en onze vaders, en tot al het volk des lands. Bij U, o Heere, is de
gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te dezen
dage; bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israël, die nabij
en die verre zijn, in al de landen waar Gij ze henengedreven hebt, om hun overtreding,
waarmede zij tegen U overtreden hebben.
www.prekenweb.nl
4/12
Ds. C.G. Vreugdenhil – De open vensters naar Jeruzalem
Daar hebt u een voorbeeld van de lijn en de geest waarin al Daniëls gebeden verliepen.
Zo belijdt hij zijn schuld voor de Heere: ‘Wij hebben gezondigd en goddeloos gehandeld.’
Hij bidt ook om vergeving: ‘O Heere, vergeef, zie ons niet aan in onze ongerechtigheden,
maar in Uw barmhartigheid.’ Hij vertrouwt ook op Gods barmhartigheid.
En als hij nog aan het bidden is, komt het antwoord uit de hemel: de engel Gabriël
verschijnt met de belofte van de Messias, Die de ongerechtigheid zal verzoenen. Dat is
Daniëls geheim. Hij ging niet overstag in die heidense cultuur aan het hof van Darius.
Tot zover ons eerste aandachtspunt: Daniël aan het hof. We letten nu op onze tweede
gedachte:
2. Daniël in zijn huis
Wat is dat voor een huis? Geen plaggenhut of een klein stulpje. Darius heeft zijn
gunsteling het beste van het beste aangeboden. Daniël kon zijn eigen huis kiezen en
laten bouwen. Hij hoefde echt niet overal in te trekken. Dat huis was zijn persoonlijke
keus. Wat zou u kiezen? Toch wel een huis van alle gemakken voorzien! Met centrale dit
en automatische dat. Veel zon, comfort en ruimte. Daniël zegt: ‘Is er een binnenkamer?’
Dat geeft de doorslag! Natuurlijk fijn als je veel zon in huis hebt. Maar als je de Zon der
gerechtigheid in huis hebt, dat is nog veel groter. Als je huis doorstraald mag zijn met het
licht van Gods vriendelijk aangezicht, kun je er jezelf terugtrekken en je koesteren in de
lichtstraal van Gods liefde.
In de tweede plaats was voor Daniël belangrijk: is er een plaats waar de vensters uitzien
naar Jeruzalem? Het is duidelijk dat Daniël een soort heimwee had in Babel naar
Jeruzalem, naar de dienst van God in de tempel, die inmiddels al vijftig jaar geleden
verwoest was. Open vensters! Dat is heel bijzonder. U moet weten, in het algemeen had
een oosters huis alleen vensters die naar de binnenplaats gericht waren. Met opzet
echter had Daniël de vensters zo laten aanbrengen, dat hij – zoals nu nog de orthodoxe
Joden doen – met het aangezicht biddend naar Jeruzalem gekeerd was.
Daniël had perspectief op de troon der genade. Heimwee naar de Godsstad. Hij had open
vensters naar Jeruzalem. En al lag die stad vele honderden kilometers naar het
zuidwesten, hij richtte zijn aangezicht naar Jeruzalem. Zonder dat kon hij in Babel niet
leven. Zijn hart en oog richtte hij daarheen. Jeruzalem, de stad van God met de dienst
van de verzoening in de offers, dat was het leven van Daniël. Zo alleen hield hij het in
Babel uit. Herkent u het? Dan is alles goed, als u Jeruzalem maar in zicht hebt. Ook al is
het moeilijk om in het dagelijks levensonderhoud de touwtjes aan elkaar te knopen.
Waar werkt u en jij? In Babel? In een zaak waar wereldse muziek aanstaat? Op een
bedrijf waar allerlei aanstootgevende posters aan de muur hangen en waar alleen over
de voetbal gepraat wordt? Kun je daar werken? Ik denk dat dat alleen kan als je net als
Daniël de vensters van je ‘opperkamer’ open hebt naar Jeruzalem, naar God en Zijn
dienst. Het gaat zeker verkeerd als de vensters van ons leven openstaan naar de kant van
de zonde om die binnen te laten. Dan verflauwt het gebed en gaat er geen kracht van uit.
In die opperzaal had Daniël contact met God. Door dat open venster liet hij de vuile lucht
van Babel uit en die van Jeruzalem in. De reine hemellucht van Gods Woord en Geest
www.prekenweb.nl
5/12
Ds. C.G. Vreugdenhil – De open vensters naar Jeruzalem
moet ons doortrekken, gemeente, anders stikken we in de bedorven dampkring van de
zonde. Maar als Gods liefelijk aangezicht ons bestraalt en we onze zonden zien in het
licht van Jezus’ bloed, maakt ons betraande oog van droefheid over de zonde plaats voor
de glimlach van de verzoening met God. Dan komt Jeruzalem opeens heel dichtbij.
Johannes op Padmos zag het nieuwe Jeruzalem al neerdalen van God uit de hemel.
Zoiets zag Daniël ook. Die heerlijke toekomst daalde door zijn open vensters op hem
neer, als hij daar in zijn opperzaal geknield lag voor God.
Zie je hem daar liggen? Hij prijst God om Zijn grootheid. Hij belijdt zijn zonden en die van
zijn volk. Hij vraagt om vergeving en bidt om kracht, opdat hij trouw mag blijven. Hij bidt
voor Babel en zijn koning en vraagt of God Zijn almacht wil tonen. Wie weet bidt hij ook
wel voor die jaloerse vorsten die hem uit de weg willen ruimen. Want Daniël is een
voorbeeld van Christus.
Gemeente, op biddag voor gewas en arbeid komt in de prediking vooral de broodvraag
aan de orde, via onze tekst ingekaderd in de geschiedenis van Daniël: aan het hof, in zijn
huis en in de kuil. En we mogen zien welke lessen daarin voor ons liggen met betrekking
tot ons werk in de wereld, ons gebedsleven en de beproevingen en overwinningen die
God geeft. Vanuit Daniël 6 komen we heel concreet op onze geestelijke levenshouding
die we nodig hebben in de ‘babelcultuur’ waarin we leven, maar ook op alles wat voor
ons natuurlijk bestaan, tot onderhoud van ons tijdelijk leven nodig is.
Kleding, behuizing (al behoeven wij niet te verlangen naar dat grote paleisachtige huis
van Daniël), werkkracht en werkgelegenheid, zegen op de arbeid en over onze
gezondheid, zodat we dagelijks naar ons werk kunnen, dat moeders in het gezin hun
werk kunnen doen, dat de zieken verzorgd mogen worden in het ziekenhuis of thuis, en
onze gehandicapten in instellingen die daarvoor zijn. We bidden voor de kinderen en
onderwijskrachten op school en voor de jongelui in hun beroepskeuze en
huwelijkskeuze. Het gaat om vrede en rust in ons land, opdat we een stil en gerust leven
mogen leiden in alle godzaligheid en eerbaarheid. De Heere wil dat we met al die noden
dagelijks tot Hem komen. Zodat we Hem erkennen als de Levensbron, als de
overvloedige Fontein van alle goed.
Bidden zoals Daniël! Wat denkt u, heeft het nog zin om aan de Heere te vragen om ons
dagelijks levensonderhoud? We hebben toch alles? Als je ziek wordt ga je in de
ziektewet, als je werkloos wordt in de WW, als je arbeidsongeschikt raakt in de WAO en
als je boven de 65 komt krijg je AOW. Er wordt in ons sociaal bestel voor ons gezorgd van
de wieg tot het graf. Waar moeten we dan nog om bidden? Kan God al die uitkeringen
veranderen of verbeteren? Kan Hij onze ministers beïnvloeden? Heeft God ook iets te
vertellen in de Europese Unie?
En wat te zeggen van de voortgaande ontkerkelijking, de ontkerstening en verloedering
van de samenleving: het drugsprobleem, de criminaliteit, het geweld in eigen land,
ministers die Gods wet openlijk verloochenen, abortus, euthanasie, de vrijheid van het
christelijk onderwijs die straks wordt aangetast. Wat denkt u, heeft bidden zin in zo’n
wereld, waarin computers het werk van de mensen overnemen, en de mensen leven
www.prekenweb.nl
6/12
Ds. C.G. Vreugdenhil – De open vensters naar Jeruzalem
voor hun vakantie, het ‘pluk de dag’-principe? Biddag houden in een ‘babelcultuur’, heeft
dat zin?
Wat denkt u, gemeente, zijn we overgeleverd aan de chaos van deze tijd? Staan we
alléén, in deze wereld vol haat en agressie? Is de mens aan zichzelf overgelaten? Hebt u
nooit gedacht: O God, als U er bent, laat het dan eens zien? Biddag houden in zo’n
wereld? Ja, want God regeert! Dat de volken beven. We zijn niet overgeleverd aan het
noodlot. God leidt ons leven. Hij bestuurt de geschiedenis, ook ons persoonlijk leven.
Ons inkomen, onze gezondheid, ons huwelijk, ons vrijgezellenbestaan. God is de God van
de volkeren, van de landbouw en de economie. Hij doet wonderen, tot op de dag van
vandaag, als je het maar wilt zien. Als je ogen maar open zijn! Als je vensters maar open
zijn naar Jeruzalem.
Tot zover ons tweede aandachtspunt: Daniël in zijn huis. Voor we overgaan tot onze
derde gedachte, zingen we eerst Psalm 33 vers 5 en 10:
Geen ding geschiedt er ooit gewisser,
Dan ‘t hoog bevel van ‘s HEEREN mond:
Zijn Godd’lijk’ almacht spreekt, en ‘t is er,
Zijn wil gebiedt, en ‘t wordt terstond.
Schoon de heid’nen samen
List op list beramen,
God verbreekt hun raad;
Schoon de mogendheden
Snood ontwerpen smeden,
Hij belacht haar haat.
Zijn machtig’ arm beschermt de vromen,
En redt hun zielen van de dood;
Hij zal hen nimmer om doen komen
In dure tijd en hongersnood.
In de grootste smarten
Blijven onze harten
In de HEER’ gerust;
‘k Zal Hem nooit vergeten,
Hem mijn Helper heten,
Al mijn hoop en lust.
3. Daniël in de kuil
We lezen vers 17 en 18: Toen beval de koning, en zij brachten Daniël voor, en wierpen
hem in de kuil der leeuwen; en de koning antwoordde en zeide tot Daniël: Uw God, Dien
gij geduriglijk eert, Die verlosse u! En er werd een steen gebracht, en op de mond des
kuils gelegd; en de koning verzegelde dezelve met zijn ring, en met de ring zijner
geweldigen, opdat de wil aangaande Daniël niet zou veranderd worden.
www.prekenweb.nl
7/12
Ds. C.G. Vreugdenhil – De open vensters naar Jeruzalem
Nebukadnezar had Daniël tot onderkoning gemaakt over heel Babel, omdat hij trouwer,
wijzer, voorzichtiger en bekwamer was dan alle andere kandidaten. Hij bekleedde de
hoogst denkbare positie. Darius had hem aangesteld over honderdtwintig stadhouders.
Maar zijn hart lag in Jeruzalem, de stad van zijn Koning en Heere.
Daniël had open vensters naar Jeruzalem. Dat betekent ook dat hij werd gezien,
gesignaleerd door jaloerse spionnen, collega’s. Zij konden het niet uitstaan dat een Jood,
een vreemdeling, zo hoog in aanzien bij de koning stond. Bovendien was deze Jood voor
geen enkele corruptie vatbaar, en dat wilde wat zeggen in de totaal corrupte wereld van
die dagen. Hoe ze ook zoeken – zo lezen we in vers 5 – ze kunnen geen gelegenheid of
misdaad tegen hem vinden. Daniël doet zijn werk getrouw. Toch willen ze hem uit de
weg ruimen. Door afgunst gedreven hebben de vorsten een valstrik gespannen voor de
koning, die daar inloopt. Ze broeden op een plan. Ze zullen Daniël pakken op z’n
gevoeligste plek.
Wat is dat bij u? Uw zaak, uw carrière, een bepaalde titel, je salaris, uw aandelen, uw
gezin? Eigenaardig dat die vijanden heel nauwkeurig hebben gezien wat Daniëls
gevoeligste plek is. Ze zeggen: als we hem willen pakken, moeten we dat doen op het
terrein van de dienst van zijn God. Is dat ook uw gevoeligste plek, de dienst van God, de
eer van God? Bij Daniël wordt de strik listig gespannen. Deze valkuil is een voorproef van
de leeuwenkuil. Niemand mag dertig dagen lang een verzoek doen aan enig god of mens.
Wat is jaloezie toch een duivels iets! Ik hoop dat u en jij daar geen last van hebt, want
het drijft je van God af.
Daniël wordt door de vorsten bespioneerd en betrapt. Natuurlijk had hij het bevel van de
koning gehoord. Hij begrijpt ook direct de bedoeling. Het gaat om hem en zijn positie.
Dertig dagen lang mag hij nu niet bidden. Maar als Daniël niet bidden mag tot God, kan
hij ook niet leven. Welke gelovige kan dat? Zou jij dat kunnen, dertig dagen lang niet
bidden en danken? De koning had net zo goed kunnen zeggen dat hij niet mocht
ademhalen.
Daniël moet kiezen... en hij kiest voor God. Liever met God in de leeuwenkuil dan zonder
God vrij man in Babel. Het leven zonder God is Daniël niets waard, al zou de koning hem
nog zo rijk en machtig maken.
Hij gaat op de gewone tijd naar zijn opperkamer op het dak van zijn huis, zoals hij dat
altijd gedaan heeft. Hij weet wat dat betekent. Deze opgang naar zijn opperzaal betekent
zijn ondergang, de gang naar de dood. En wat doet hij? Raakt hij in paniek? Sluit hij een
compromis: aan Darius iets verzoeken én aan God. Doet hij zijn gordijnen dicht? Nee, we
lezen in vers 11: Toen nu Daniël verstond dat dit schrift getekend was, ging hij in zijn huis
(hij nu had in zijn opperzaal open vensters tegen Jeruzalem aan), en hij knielde drie tijden
‘s daags op zijn knieën, en hij bad, en deed belijdenis voor zijn God, ganselijk gelijk hij
voor dezen gedaan had.
Zijn gebeden gaan gewoon door, zichtbaar voor de loerders, net als voorheen. Dat is het
tweede wonder. Het eerste wonder is: hij wordt bewaard bij de dienst van zijn God aan
het hof. Het tweede wonder is: hij wordt bewaard in zijn huis. Dat is een geloofsdaad van
de eerste orde. Daniël weet van de wet van Meden en Perzen. Maar zijn vrezen van God
is sterker dan zijn vrees voor de duivel.
www.prekenweb.nl
8/12
Ds. C.G. Vreugdenhil – De open vensters naar Jeruzalem
Daniël is een onkreukbaar man. Er valt niets op zijn leven en werk aan te merken. Hij
blijft ook staande in deze beproeving. Hij laat zich niet verleiden om zijn geloof te
verloochenen. Hij schaamt zich niet voor de mensen, maar belijdt zijn geloof in God in
het openbaar. Althans, de mensen kunnen het zien. Hij laat zijn venster naar Jeruzalem
niet dicht metselen, zodat hij in stilte ongemerkt kan bidden. Gewoontegetrouw knielt
hij driemaal per dag neer in zijn gebedskamer voor God.
Wat een goede gewoonte om vaste gebedstijden te hebben. En wat is de gebedshouding
van Daniël eerbiedig: hij knielde op zijn knieën. Je ziet dat de vorm toch ook wel
belangrijk is. Voorover ligt hij voor God op de grond. Dat is een belijdenis van zijn eigen
onwaardigheid. Maar hij bidt in het volle vertrouwen op zijn God, Die machtig is om hem
in de kuil van de leeuwen te bewaren. Dat vertrouwen is niet beschaamd.
De rivalen slaan hun slag. ‘Koning’, zeggen ze, ‘Daniël schendt de wet van de Meden en
Perzen.’ We lezen dat in vers 14 en 15: Toen de koning deze rede hoorde, was hij zeer
bedroefd bij zichzelven, en hij stelde het hart op Daniël om hem te verlossen; ja, tot de
ondergang der zon toe bemoeide hij zich, om hem te redden. Toen kwamen die mannen
met hopen tot de koning, en zij zeiden tot de koning: Weet, o koning, dat der Meden en
der Perzen wet is, dat geen gebod noch ordonnantie, die de koning verordend heeft, mag
veranderd worden.
Vreselijk: een onschuldig mens wordt voor de leeuwen geworpen. Bent u wel eens in de
dierentuin geweest, op voedertijd? Onvoorstelbaar wat je dan ziet: hoe de leeuwen hun
prooi verslinden.
Ze leggen een steen voor de opening van de kuil. Je zou toch tegen de muur opvliegen!
De kuil wordt gesloten en verzegeld. We lezen in vers 18: En er werd een steen gebracht,
en op de mond des kuils gelegd: en de koning verzegelde dezelve met zijn ring.
De koning kan die nacht niet slapen; hij overnachtte nuchter. Dat staat in vers 19 en 20:
Toen ging de koning naar zijn paleis, en overnachtte nuchteren, en liet geen vreugdespel
voor zich brengen; en zijn slaap week verre van hem. Toen stond de koning in de vroege
morgenstond met het licht op, en hij ging met haast henen tot de kuil der leeuwen.
Merkwaardig: er wordt niets verteld over Daniël in de kuil, niets over de leeuwen. Dat
zou heel boeiend geweest zijn voor de geschiedschrijver: Daniël omringd door die
grimmige leeuwen, ze ruiken aan Daniël, ze snuffelen aan zijn kleren, maar ze doen hun
bek niet open, ze druipen weer af. Nee, we horen daar niets over. Alleen over de daden
die God verricht. Die God, in Wiens handen Daniël geborgen is.
En God hoort, gemeente, Hij hoort het gebed. Wie bidt, die ontvangt. Al ga je door de
zwaarste wegen, Hij zegt: Doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen (Ps.81:11).
‘Uw God, die u gedurig dient, die verlosse u’, zegt de koning. De Heere is zo machtig,
gemeente. Hij kan u verlossen uit de grootste nood en het grootste gevaar. Kom op deze
biddag met uw persoonlijke nood bij de Heere, met de nood van uw werk en gezin. God
ziet u liggen op de knieën. Open vensters! ‘Op uw noodgeschrei doe Ik grote wonderen.’
Zijn machtig’ arm beschermt de vromen en redt hun zielen van de dood. Hij beschaamt
de valse spionnen en bespot de wetten van de Meden en de Perzen. Hij weet het
grootste onrecht recht te zetten. Hij houdt de muilen van de leeuwen toegesloten. Maar
Hij laat geen bidder staan! Zo is God!
www.prekenweb.nl
9/12
Ds. C.G. Vreugdenhil – De open vensters naar Jeruzalem
Welnu, zodra de lucht zich grijs kleurt en de eerste tekenen van de nieuwe dag zichtbaar
worden, begeeft Darius zich met haastige tred naar de leeuwenkuil. Kennelijk zoekt hij
daar toch nog het onmogelijke. Wonderlijk! Deze heiden kon niet geloven dat de God
van Daniël Zijn dienstknecht zou laten omkomen. En aan de andere kant kon hij ook niet
met zekerheid geloven dat Daniël nog in leven zou zijn.
Lees maar mee hoe het gaat in vers 21: Als hij nu tot de kuil genaderd was, riep hij tot
Daniël met een droeve stem; de koning antwoordde en zeide tot Daniël: O Daniël, gij
knecht des levenden Gods, heeft ook uw God, Dien gij geduriglijk eert, u van de leeuwen
kunnen verlossen?
En dan klinkt het antwoord uit de kuil, zelfs met in achtneming van de hoffelijkheid: Toen
sprak Daniël tot de koning: O koning, leef in eeuwigheid! Mijn God heeft Zijn engel
gezonden, en Hij heeft de muil der leeuwen toegesloten, dat zij mij niet beschadigd
hebben, omdat voor Hem onschuld in mij gevonden is; ook heb ik, o koning, tegen u geen
misdaad gedaan (vers 22-23).
Het wonder is geschied. Mijn God!, zegt Daniël. Darius staat perplex. Direct vaardigt hij
een nieuw bevel uit. De spionnen krijgen hun verdiende loon: ze worden zelf in de
leeuwenkuil geworpen. En de God van Daniël moet geprezen worden: lees maar in vers
27 en 28: Van mij is een bevel gegeven, dat men in de ganse heerschappij mijns
koninkrijks beve en siddere voor het aangezicht van de God van Daniël; want Hij is de
levende God, en bestendig in eeuwigheden, en Zijn koninkrijk is niet verderfelijk, en Zijn
heerschappij is tot het einde toe. Hij verlost en redt, en Hij doet tekenen en wonderen in
de hemel en op de aarde; Die heeft Daniël uit het geweld der leeuwen verlost.
Dat wordt gezegd door een heidense koning! De God van Daniël verlost en redt. Hij
verlost ook u en uw kinderen in de grootste nood! Bidt... en u zal gegeven worden.
Biddag voor gewas en arbeid. God laat geen bidder staan! De God van Daniël verlost en
redt, Hij doet tekenen en wonderen in de hemel en op aarde!
Toch is dat niet genoeg. Darius moet niet alleen weten dat de God van Daniël van de
leeuwen redden kan, maar hij moet geloven dat God van de zonde verlossen kan en wil,
en bevrijden kan van de macht van de duivel. Geloof jij dat? Voor jezelf! En u? Niet
algemeen: God is zo machtig! Maar heel persoonlijk: mijn zonden vergeven om Jezus’
wil, van Wie Daniël hier een voorbeeld is. De Heere Jezus stierf voor de zonde! En Hij is
opgestaan! Daar letten we nog even op aan het slot van de preek.
Gemeente, nu laten wij Darius en Daniël en zijn gemene vijanden voor wat ze zijn. Ik
neem u aan het slot van deze biddagpreek nog even mee naar Eén, Die meerder is dan
Daniël, namelijk Jezus de Christus! Die geleden heeft en gebeden heeft. Uitermate
treffend zijn de sporen in dit zesde hoofdstuk van het boek Daniël, die verwijzen naar de
Heere Jezus Christus. Hoor maar.
Zoals de valse getuigen tegen Daniël opstonden, zo stonden ze ook op tegen Christus. En
zij vonden niets tegen Hem. Denk ook aan de leugen en laster, zoals tegen Daniël. Ze
pakken Hem op Zijn gevoelige plek: Zijn godsdienst. Ze pakken ook Jezus op Zijn
belijdenis dat Hij de Zoon van God is.
www.prekenweb.nl
10/12
Ds. C.G. Vreugdenhil – De open vensters naar Jeruzalem
En zoals Daniël voor de leeuwen werd geworpen, zoveel temeer Jezus. Eerst aan de
kruispaal, toen in een grafkuil, ten prooi – ogenschijnlijk voorgoed en onverbiddelijk –
aan de macht van de dood. En zoals Daniëls kuil werd afgesloten met een verzegelde
steen, zo ook de grafkuil van Christus.
Ziet u hier in dit Daniëlboek niet de profetenvinger van het Oude Testament, die
heenwijst naar het nieuwe verbond? Hoor, meer dan Daniël is hier. Want toen Daniël als
het ware uit de doden opstond, toen liet hij – zelf ongeschonden – ook die leeuwen
ongeschonden achter.
Maar zo was dat niet bij Christus. Deze in de dodenkuil begraven Borg en Koning liet de
macht van de dood geschonden en gehavend achter. Op Hem rust immers die
voortreffelijke Geest niet met mate. En het is deze eeuwige Geest, waardoor Hij Zich
heeft opgeofferd aan het kruishout en waardoor Hij is opgestaan uit de dood. Deze zeer
gewenste Man roept nu allen die Hem liefhebben toe: ‘Houd moed, vrees niet voor
degenen die uw lichaam kunnen doden en daarna niets meer. Vrees slechts de Vader en
de Zoon en de Heilige Geest, Die redt en verlost van de eeuwige dood.’
Gemeente, buig toch voor deze God, drie maal ‘s daags en meer. En als u soms een
moeilijk seizoen tegemoet gaat, als u door het water moet gaan, dan zegt Hij: ‘Ik zal bij u
zijn.’ En als u door de leeuwenkuil moet gaan, dan belooft deze God in Christus bij u te
zijn. Hij stuurt Zijn engel, of Hij komt Zelf! Zijn Naam is Jezus, dat is: Zaligmaker. Hoorder
van het gebed en Redder in alle nood. Laat u niet verlammen door welke vrees dan ook,
voor een economische teruggang of voor nog meer terreuracties, voor
arbeidsongeschiktheid of ziektenood. Zeker, de tijd is ernstig, maar de vrees mag niet het
laatste woord hebben. Er is er maar Eén aan Wie het laatste woord is: dat is aan Hem,
Die ook het eerste woord heeft.
Al zou u door wat voor leeuwen ook verslonden worden, dan zegt de Heere: ‘Niemand
zal Mijn schapen uit Mijn hand rukken. Toen Ik stierf bent ook u gestorven. En wat u nu
leeft, dat leeft u door Mij.’
Gemeente, jonge mensen, wat zijn we straatarm en zonder hoop en houvast, als we
Christus niet kennen. Buiten Hem wacht ons iets veel ergers dan een leeuwenkuil: de
eeuwige ondergang. En daarin heeft God geen lust. Hierin heeft Hij lust, dat u zich
bekeert. Dat u zult leven in Hem, Die is dood geweest en leeft tot in alle eeuwigheid.
Jezus was als het Lam in de muil en in het ingewand van de leeuw van de dood. En voor
Hem bleef de muil niet gesloten. Integendeel, Hij werd verbrijzeld. En Hij is uit die
dodenkuil opgestaan. Het Lam bleek de Leeuw te zijn. De Leeuw uit Juda’s stam heeft
alle leeuwen van Babel verslagen achtergelaten in het graf.
In deze oude geschiedenis klinkt ons het paasevangelie toe. Vrees niet voor wolven en
voor leeuwen, gij klein kuddeke, want uw gebed is niet vergeefs. En uw hoop zal niet
ijdel zijn. Uw verlangen wordt vervuld. En uw ballingschap is ten einde. Uw open venster
is verbonden met het hart van Christus, dat voor u klopt in de hemel.
www.prekenweb.nl
11/12
Ds. C.G. Vreugdenhil – De open vensters naar Jeruzalem
Het is waar wat Darius zegt: ‘De HEERE verlost en redt en doet wonderen in de hemel en
op de aarde.’ En Hij zal weldra al Zijn Daniëls redden, al die bidders en bedelaars. En dan
wordt het eeuwig dankdag. Dat zal waar en zeker zijn.
Amen.
Slotzang: Psalm 68:10
Geloofd zij God met diepst ontzag!
Hij overlaadt ons, dag aan dag,
Met Zijne gunstbewijzen.
Die God is onze zaligheid;
Wie zou die hoogste Majesteit
Dan niet met eerbied prijzen?
Die God is ons een God van heil;
Hij schenkt, uit goedheid, zonder peil,
Ons ‘t eeuwig, zalig leven;
Hij kan, en wil, en zal in nood,
Zelfs bij het naad’ren van de dood,
Volkomen uitkomst geven.
Deze preek is eerder gepubliceerd in de prekenserie ‘Een zaaier ging uit…’ (deel 25)
www.prekenweb.nl
12/12
Download