ABC OHM Boekje def.

advertisement
ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:02
Pagina 1
Inleiding t o t he t
Hindoeïsme
2005
ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:02
Pagina 2
Colofon
Grafisch verzorging
en opmaak:
Adri Segaar
Logistiek:
René van der Linden
Druk:
Practicum, Hilversum
2
ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:02
Pagina 3
Inhoud
Voorwoord
7
1 Wat is Hindoeïsme?
9
2 Heeft het Hindoeïsme één of meerdere goden?
17
3 Dharma
20
4 Grondbeginselen van de Arya Samaj
Yoga
Wat moet men onder karma verstaan?
Geeft het Hindoeïsme ook wegen aan om de
verlossing te bereiken?
Vertelt het Hindoeïsme hoe men zijn leven kan inrichten?
Schrijft het Hindoeïsme ook dagelijkse plichten
aan de mens voor?
De16 aanbevolen sankaars op een rijtje
Geeft het hindoeïsme een pad aan voor vorming
en opvoeding?
Feesten die onder Hindoes worden gevierd.
24
26
27
37
40
5 Plaats en functie van kunst in het Hindoeïsme
Het AUM-teken
De Virata rupa
De drie-eenheid
Brahma en Sarasvati
Vishnoe en Lakshmi
Shiva en Paarvati
Waar zou de mens het meest voor moeten waken?
45
45
45
47
50
51
53
54
30
31
34
36
6 Hindoe geschriften
56
De Aagams
60
7 De Upanishads
De klassieke epische dichtwerken (Mahakaawya)
De Ramayan
De Mahabharat
De Bhagvad Gita, ‘het lied van de Heer’
Vier belangrijke thema’s in de Bhagvad Gita
De zes Vedische filosofische scholen, Vaidik Darshan.
61
64
64
65
68
69
70
8 OHM of AUM
74
Doelstellingen OHM
76
3
ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:02
Pagina 4
4
ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:02
Pagina 5
Inleiding t o t he t
Hindoeïsme
5
ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:03
Pagina 6
6
ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:03
Pagina 7
Voorwoord
Enkele jaren geleden heeft de OHM een onderzoek onder jongeren laten doen over
hun kennis van het Hindoeïsme. De resultaten hebben ons aan het denken gezet,
omdat uit het onderzoek is gebleken dat veel jongeren onvoldoende of fragmentarische kennis hebben over het Hindoeïsme in het algemeen en ook beperkte kennis van
de eigen achtergrond. Basisconcepten als Karma, Dharma en Moksha zijn bij velen
alleen maar een klank zonder inhoud.
Positief is dat het overgrote deel van de Hindoejongeren trots is op zijn religie en
aangeeft meer te willen weten over de eigen religie en traditie.
Eén van de aanbevelingen in dat onderzoek heeft de OHM met deze ‘Inleiding tot het
Hindoeïsme’ willen invullen: het op een toegankelijke en eigentijdse wijze aanbieden
van informatie over het Hindoeïsme aan vooral jongeren.
Met deze informatie op onze website www.ohmnet.nl willen wij deze doelgroep een
mogelijkheid bieden om iets meer op te steken van hun eigen dharma en sanskritie.
Als promotie willen wij ook de info in een boekvorm uitbrengen in de hoop dat de hier
aangeboden informatie u als lezer ook prikkelt om u verder te verdiepen in de rijke literatuur van uw eigen traditie.
In december zullen wij in een quizprogramma kijken of de doelgroep iets meer kennis
tot zich heeft genomen. Op onze website kunt u ook informatie vinden over speciale
thema’s en natuurlijk ook de tv programma’s bekijken en radio-programma’s beluisteren.
Onze bijzondere dank gaat uit naar Harry Rambaran, iemand die zich al jaren inzet voor
de verspreiding van kennis over het Hindoeïsme. Ook willen wij de vele schrijvers van
de artikelen van OHM-Vani die in dit boekje zijn overgenomen dank zeggen voor hun
bijdrage.
Dank aan Bikram Lalbahadoersing, Moti Marhe en D. Shriemissier en alle anderen van
het OHM team die kritisch hebben meegelezen en ons van nuttige tips en adviezen
hebben voorzien.
Drs. R. Chander
(directeur OHM)
7
ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:03
Pagina 8
8
ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:03
Pagina 9
Wat is het Hindoeïsme?
M
Met de term Hindoeïsme wordt een levensovertuiging
bedoeld. Het is oorspronkelijk uit India afkomstig. In deze
levensbeschouwing doet de mens er alles aan om het uiteindelijke doel, de verlossing uit de kringloop van
dood gaan en geboren worden, te bereiken op basis
van leefregels uit de Vedische traditie. Deze bevrijding
heet Moksha of Mukti. Het Hindoeïsme kan daarom ook
beschouwd worden als een manier van leven, waarbij de
mens op zoek is naar zelfrealisatie.
Een omschrijving van het
Hindoeïsme kan zijn:
Het Hindoeïsme is een verzameling van
levensbeschouwingen, filosofieën, godsdiensten en tradities van mensen die
voor hun zelfrealisatie een manier van
leven kiezen, echter wel met een duidelijke verwijzing naar het gezag van de
Veda’s..
De term Hindoeïsme is in de 18e
eeuw door Europeanen (met name
de Britten) geïntroduceerd voor de
godsdiensten, levensovertuigingen
en religies, die van oudsher op het
Indische sub continent voorkwamen. Wie zich niet specifiek anders
noemde, was een Hindoe.
Hierin mag iedereen op een eigen manier
op zoek gaan naar de waarheid. Men
moet echter bedenken dat de waarheid
van de ene persoon niet de waarheid is
van een ander. Iedereen heeft een eigen
waarheid. Wat de werkelijke waarheid is,
weet niemand. Men kan in de verleiding
komen om te zeggen dat een Hindoe
gelooft in de leer van iemand die ooit het
hindoeïsme heeft gesticht en leeft volgens de aanwijzingen van die stichter.
Maar dat is niet het geval. Het ‘Hindoeïsme’ is namelijk niet door een bepaalde
persoon in een ver verleden gesticht. Het
is in de loop van tientallen eeuwen ontstaan. Heel veel denkers en zieners hebben hun bijdrage geleverd aan de vorming van het Hindoeïsme. Het heeft ook
geen vaste vorm, maar neemt telkens de
vorm aan die zijn belijders, dat zijn de
Hindoes zelf dus, er aan geven. Deze
vorm kan van plaats tot plaats en in de
9
ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:03
Pagina 10
loop van de tijd anders zijn; sterker nog,
de vorm van het geloof kan zelfs gedurende het leven van een zelfde persoon
ook nog veranderen. Hindoes geven
daarom er de voorkeur aan om hun
levensbeschouwing liever met een
manier van leven te omschrijven dan
het een godsdienst te noemen.
We zagen hiervoor al dat de ouderdom
van het Hindoeïsme niet precies bekend
is en nu ook niet meer is na te gaan.
Maar het is wel één van de oudste godsdiensten die men kent. Reeds meer dan
4000 jaar geleden woonde een volk in
het stroomgebied van de rivieren de
Indus en de Sarasvati. Dit volk
had een hoog ontwikkelde
beschaving bereikt. Deze
beschaving staat nu
bekend als de
Harappa en de
Mohenjodaro-cultuur. Het IndusSarasvatigebied
werd ooit
bewoond door
een volk dat als
Ariërs bekend
staat. Van hen
zijn onder andere
de Veda’s afkomstig. De Veda’s
SARASVATI
zijn geschreven
in een oude taal, het
Sanskrit. Zowel de
Veda’s als het Sanskrit hebben grote
invloed gehad op de ontwikkeling van
het Hindoeïsme. In de oudheid al, zoals
door de oude Grieken en de Perzen,
werden de mensen uit het Indusgebied,
hindoes genoemd. Zo is dit volk in
Europa bekend geworden.
In het Hindoeïsme zijn ook invloeden
vanuit de Himalayahoogvlakten, het
Gangesgebied en van de Dravida’s (uit
het Zuiden van het Indische subcontinent) aanwezig. Vele Indiase en Westerse
geleerden zijn over het algemeen van
mening dat de Ariërs een volk van buiten
India zou zijn geweest; misschien wel
een volk uit centraal Azië. Zij zouden tussen 3000 en 1500 jaar voor de christelijke jaartelling via de Khaibarpas
het Indusgebied zijn binnengedrongen en in het nieuwe land de basis hebben gelegd voor de
Vedische beschaving. Maar er zijn
ook veel
wetenschappers die deze
theorie verwerpen of
niet aannemelijk achten.
10 ©ASIANARTRESOURCE.CO.UK
ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:03
Pagina 11
Hoe het ook moge zijn, duidelijk mag zijn
dat het Hindoeïsme een verzamelnaam is
voor een aantal levensgewoonten, denkrichtingen en godsdiensten. Vergelijk dit
met de term ‘bos’. Dit woord staat voor
een groep bomen, struiken, heesters, verschillende dieren en vogels van diverse
pluimage bij elkaar, waarin beken voorkomen waar rivieren doorheen stromen,
met ook daarin tal van soorten vissen en
andere waterdieren. Zo is het ook met
het Hindoeïsme.
Onder Hindoes wordt ‘God’ op veel
manieren voorgesteld en vereerd. Daarin
staat men immers vrij. Iemand kan de
voorkeur hebben voor een
manifestatie/vorm van een bepaalde godheid die hij op zijn manier en in besloten
kring (in eigen huis) vereert.
De eigen geliefde devata heet in de regel
ishtadevata. Een devata die men in de
eigen familie vereert, heet koeldevata en
de godheid die men in een bepaalde
woongemeenschap (een dorp) vereert,
heet graamdevata. Men gelooft ook dat
de godheid (die men vereert) zo nu en
dan – als de tijd daarvoor is aangebroken
in menselijke gedaante verschijnt om de
dharma, zoals liefde, mededogen en
gerechtigheid, bij de mens in de harten te
vestigen en het kwaad te verdrijven. Zo’n
goddelijke verschijning heet avataar.
BANTEAY SREI DEVATA
11 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:03
Pagina 12
Sommige mensen vereren een avataar
(zoals Rama, Hanoeman, Ganesh en
Krishna) als God. Een devata schenkt de
mens (de wereld) iets: warmte, leven,
liefde, genade en de verlossing. De
meeste Hindoes in Nederland vereren
Rama en Krishna als hun ishtadevata.
Daarnaast zijn er ook veel vereerders van
Shiva en van diens avataar Hanoeman en
Ganesh. De verering van Devi (Shakti)
vinden we onder de aanbidders van
Doerga en Lakshmi (met name tijdens
de Doergapoedja en met de
Divaliviering). Al deze vormen van het
hindoeïsme maken deel uit van de
Sanatan Dharam. In Nederland is ook
nog een behoorlijke aanhang van enkele
charismatische goeroe’s (leraren), zoals
van Sri Sathya Sai Baba. Leden van de
ISKCON, meer bekend als de ‘Hare-Rama
Hare Krishna’ beweging, komt men vaak
tegen in de straten van moderne
Westerse steden.
In de tweede helft van de 19e eeuw zijn
in India (toen nog Brits-Indië) enkele
bewegingen ontstaan die het hindoeïsme
een meer maatschappelijk en een politiek
gezicht hebben willen geven. Enkele van
die bewegingen zijn in Nederland ook te
vinden, zoals de Arya Samaj en de
Brahmo Samaj. Het algemene kenmerk
van deze bewegingen is soberheid: zij
kennen geen beelden of afbeeldingen
van God of van een godheid. Ook kennen zij minder godsdienstige rituelen, die
bovendien eenvoudig zijn gehouden.
In 1875 is de Arya Samaj in Bombay opgericht met als doel de integrale
ontwikkeling van mens en maatschappij tot stand te brengen op basis van
de Vedische filosofie. Haar oprichter Moelshankar Tewari, die na inwijding
tot sannyasi de naam kreeg van Swami Dayanand, wees de religieuze beleving van zijn Shaivistische familie van de hand. Tijdens zijn zoektocht naar
de ware kennis zag hij tal van misstanden. In de Britse kolonie heerste
schrijnende armoede en veroorzaakte het rigide kastenstelsel beperkte ontwikkelingsmogelijkheden en rechteloosheid voor grote delen van de bevolking. Vooral vrouwen hadden het zwaar.
12 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:03
Pagina 13
In Nederland zijn onder Hindoes twee
grote stromingen te onderscheiden: de
Sanatan Dharam en de Arya Samaj
(Lees: Aarya Samaadj). Daarnaast zijn er
Hindoes die een bepaalde goeroe (leermeester) of een wijsgeer, dan wel een
bepaalde filosofie volgen. Wie in de hulpverlening bijvoorbeeld een Hindoe ontmoet, doet er het beste aan, tot dat
anderszins duidelijk wordt ervan uit te
gaan dat deze Hindoegelovige behoort
tot de Sanatan Dharam of tot de Arya
Samaj.
A. De Sanatan Dharam, is de meest traditionele vorm van het Hindoeïsme in
Nederland. Zij bevat nog elementen uit
de volksreligie van Noord-India, het
gebied waar de Hindoestaanse immigranten in het Caraïbisch gebied (Suriname,
Guyana, Trinidad) vandaan kwamen.
Beelden van heiligen aan wie dagelijks
geofferd wordt, zijn essentieel in deze traditie. Naast het Vishnoeïsme, komen er
ook vormen van het Shivaïsme voor, de
verering van Shiva.
Een derde groep Hindoes vindt men
onder de vereerders van de vrouwelijke
kracht, Shakti. Zij vereren de godinnen
Doerga, Kali en Lakshmi, die men als
God de Moeder (Mata) of als Devi (De
Moedergodin) aanduidt. Alle drie de stromingen, samen met nog enkele kleinere,
vormen de Sanatan Dharam.
LAKSHMI
13 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:03
Pagina 14
B. De Arya Samaj, was aanvankelijk een
hervormingsbeweging die in 1875 in
India werd opgericht door Swami
Dayanand. De Swami wilde terugkeren
tot wat hij noemde ‘de oorspronkelijke
Vedische leer’. Volgens hem was voor
een aantal godsdienstige praktijken uit
der noemden, nog een aantal kleine
bewegingen en ideologische groepen, die
zich ook laten inspireren door het Vedisch
gedachtegoed. Genoemd mag worden de
Hare-Rama Hare-Krishna beweging, de
Brahmo Samaj, de volgelingen van Sri
Sathya Sai Baba, de Brahma Kumari’s en
SRI SATHYA SAI BABA
2004 © COPYRIGHT SAIBABA.WS. ALL RIGHTS RESERVED
zijn tijd in deze 'gereformeerde' vorm van
Hindoeïsme geen plaats. Behalve in de
godsdienst is deze beweging in India
vooral actief in de politiek en is zij ook
betrokken bij tal van maatschappelijke
projecten. De Arya Samaj houdt zich
tegenwoordig voornamelijk bezig met
godsdienst en cultuur. Naast deze twee
relatief grote groepen ‘Hindostaanse Hindoes’ zijn er in Nederland, zoals we eer-
zij die betrokken zijn bij Yoga en Vedanta
scholen. Deze laatste is een wijsgerige
beweging.
Als het gaat om levensbeschouwelijke
vraagstukken, dan zijn er geen diepgaande meningsverschillen tussen de verschillende tradities. Om enigszins een idee te
kunnen vormen over de twee grote groepen onder Hindoes, de Sanatan Dharam
14 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:04
Pagina 15
en de Arya Samaj, wordt wel eens de
vergelijking gemaakt met de verhouding
tussen het Rooms-Katholicisme en het
Protestantisme. Zo wordt er binnen de
Sanatan Dharam en in de
Rooms_Katholieke kerk gebruik gemaakt
van beelden, terwijl deze gewoonte door
zowel de Arya Samaj als het
Protestantisme wordt afgewezen.
C. In Nederland is er ook nog een groeiende groep Hindoes die niet tot een
bepaalde traditie wil behoren en zich
'neutraal Hindoe' noemt.
DAYANAND
De heer Marcel Pennings, een nieuwe Hindoe, is al ruim zeven jaar
getrouwd met een Hindoestaanse vrouw, Anjani. Ik had een gesprek met
hem. “Toen ik voor het eerst bij de ouders van mijn vrouw thuis kwam,
schrok ik heel erg van de afbeeldingen van de Hindoe-goden, die daar aan
de muur hingen. Ik begreep niet waarom een vrouw met veel armen die op
een tijger zit, vereerd werd als godin. Mijn schoonouders hadden ook een
beeld van een aap die een berg droeg. Ik vroeg aan hen wat dat was. “Dat
is God Hanoeman, “zeiden ze. Tijdens dat bezoek heb ik er nauwelijks meer
over gesproken. Wel keek ik steeds naar de afbeeldingen en vroeg me af
wat ze allemaal betekenden. De volgende dag ben ik naar de bibliotheek
gegaan om boeken over het Hindoeïsme te lenen.”
Vol trots wijst Marcel naar zijn boekenkast. “U kunt wel zien waar mijn interesse nu ligt.” Wanneer ik de titels lees, ontdek ik dat alle boeken over het
hindoeïsme gaan.
15 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:04
Pagina 16
16 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:04
Pagina 17
Heeft het Hindoeïsme één of
meerdere goden?
V
Velen maken zich druk om deze vraag, maar die valt niet
eenvoudig te beantwoorden. Het Hindoeïsme is immers niet
een godsdienst alleen. Het bepaalt het hele levenspatroon
van de mens.
Wanneer men een vraag stelt over het
Hindoeïsme, vergelijkt men deze levensovertuiging met één van de godsdiensten
die gesticht zijn, zoals het Christendom of
het Boeddhisme. Men probeert termen
uit andere tradities te vergelijken met
ideeën uit het Hindoeïsme. De term
’God’ bijvoorbeeld is zo’n voorbeeld.
Hindoes krijgen een andere gevoelswaarde bij het gebruik van de term ‘God’ dan
een Boeddhist of een Christen. Een
Christen bijvoorbeeld kan met de term
‘God’ soms iemand mee bedoelen. Voor
een Hindoe geldt dat niet. Zo is het ook
met de term mono- of polytheïsme:
‘Hoe kan men vele goden vereren als er
slechts één God bestaat?’ vraagt men
zich af. Voor Hindoes zijn dit onbegrijpelijke vragen. Ja, Hindoes geven ‘God’ verschillende namen, maar daarmee heeft
men toch niet verschillende goden gekregen?
Hindoes gebruiken nu eenmaal woorden
uit Westerse talen, omdat zij deel uitmaken van deze samenlevingen, waarin zij
met anderen moeten communiceren. ‘Als
er een God is (zou zijn), dan is Hijzelf de
wereld geworden, ‘vinden Hindoes. Hierboven zagen we dat God ook vrouwelijk
wordt voorgesteld, Devi of God de
Moeder. Deze gedachte over God en de
wereld in het Hindoeïsme is het grootste
Het Hindoeïsme is niet alleen een bepaalde godsdienst. Het wordt meestal
benaderd en behandeld alsof het een godsdienst zou zijn zoals het Christendom dat is. Hindoes zijn echter van mening dat er op deze manier onvoldoende recht wordt gedaan aan hun levensovertuiging. Het Hindoeïsme is
wel een levensovertuiging waarin alle vormen van godsdienstuitingen zijn
te vinden – van natuur- en beeldenverering en mythologieën tot vormen
van monotheïsme en pantheïsme; van het atheïsme, agnosticisme en bhakti (toewijding) tot de allerhoogste vlucht die de menselijke geest kan kennen, de Vedanta. Het vereren van een persoonlijke godheid (ishtadevata) –
dit alles en nog veel meer.
17 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:04
Pagina 18
verschil met andere godsdiensten, die er
wel van uitgaan dat er een God bestaat
die de wereld ooit heeft geschapen, de
mens als maat neemt en hem kan belonen.
Bhagavad Gita, hoofdstuk II, waarin Shri
Krishna aan Arjuna uitlegt dat slechts Hij
bestaat en dat de wereld bestaat dank zij
Hem. Ik ben het verleden, het heden en
de toekomst, beste Arjuna.
In de Veda’s en de Upanishads (Lees:
Oepanishads) onder andere kan men
lezen dat ‘asat’, ‘Het Niets’ besloot te zijn
en dit (heelal) is geworden. In de
Rigveda staat in prachtige symbolische
taal beschreven hoe Het (Tat) zich in
oneindig veel delen verdeelde om de
wereld tot stand te brengen. (zie o.a. de
Purusha Sukta X:90 en de Nasadiya
sukta X:129 van de Rigveda).
Dit idee over God en de wereld komt
terug in andere literatuur, zoals in de
In het voorjaar van 1785 kondigde een Londense boekhandelaar de publicatie aan van een vertaling van een hoogst merkwaardig Sanskrit werk: een
tweegesprek tussen een Indische prins en zijn God. Deze opmerkelijke
publicatie was bedoeld voor een Europese literaire wereld die in die tijd
nauwelijks op de hoogte was van het feit dat India een grote eigen literaire traditie had! Het verschijnen van de Gita werd door sommigen begroet
als een keerpunt in de intellectuele geschiedenis van het Westen, omdat
toen de stroom van Indiase wijsheid voor iedereen toegankelijk werd.
Anderen waren daar niet zo van overtuigd. Zij vonden de bewondering in
termen als 'een meesterwerk van Hindoedenken' en 'hoogtepunt in de
wereldliteratuur' sterk overdreven.
Een extreem voorbeeld daarvan uit de recente geschiedenis is het vermelden waard. J. Robert Oppenheimer, de uitvinder van de atoombom, reciteerde de Gita verzen: 11: 12 en 32, over de manifestatie van het Ene
Veelvoudige, toen hij 16 juli 1945 de flits zag van de ontploffing van de eerste experimentele atoombom in Los Alamos, New Mexico. 'Als er in de
hemel een gelijktijdig ontstane straling zou kunnen zijn van duizend zonnen
dan zou die straling geleken hebben op die van dat de Godheid wiens
wezen zo machtig is '(Gita vers 11: 12).' Ik ben de Tijd, tot wasdom gekomen, de bewerker van de ondergang van de wereld, hier bezig met de
werelden te verzwelgen: zelfs zonder u zullen alle strijders, die tegenover
elkaar staan opgesteld, ophouden te bestaan.' (Gita vers: 11: 32)
18 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:04
‘God’ is voor Hindoes Tat (Dat, Hij). Het
wenste te zijn en is dit. Het bracht
Vaacha, het Woord voort, de Oerklank
‘AUM’. Deze oertrilling is geworden wat
het universum is; er is niets
geworden wat het Hetzelf
niet is geworden.
Datgene wat men
onder ‘God’ wil verstaan is voor de
mens niet voor te
stellen en niet onder
woorden te brengen.
Hindoes zijn vrij om
voor zich zelf wel of
geen voorstellingen van
Pagina 19
‘God’ te maken.
De meeste mensen doen dat wel. Men
komt talrijke voorstellingen tegen in o.a.
wat ‘Hindoeïstische kunst’ heet: in literatuur, bouw en schilderkunst, in zang
en muziek en dergelijke. Waar
God zelf overal en in alles
onmiskenbaar aanwezig
is en zelf de wereld is
geworden, maakt het
niet uit hoe men God
voorstelt, als men maar
beseft dat de eigen
voorstelling slechts één
uit de vele mogelijke is en
nooit absoluut kan zijn.
Velen hebben wel eens gehoord van de beroemde Sanskritspreuk
'tat tvam asi' (Dat ben jij) uit de Upanishads, de bijna drieduizend jaar
oude religieus filosofische dialogen uit India.
De Upanishads geven in een levendige stijl allerlei tijdloze discussies tussen
leraren en hun leerlingen weer over de aard van onze kennis en onze werkelijkheid. Niet alleen handelen zij over de kennis van ons persoonlijke zelf
onze meest intieme binnenwereld, maar ook over onze kennis van alles
wat buiten ons schijnt te bestaan, zoals andere wezens, de dingen, de
natuur, de wereld, het universum, god, goed en kwaad.
'Tat tvam asi' beweert op de meest kernachtige wijze dat er geen wezenlijk
onderscheid is tussen het ware Zelf (Atman) en het Absolute (Brahman).
Atman en Brahman zijn, volgens de Upanishads, identiek. Zij staan voorbij
alle mogelijke scheidingen en tegenstellingen, voorbij de vormen, namen
en welke eigenschappen dan ook. Er is sprake van adwaita, van nondualiteit. Geen enkele tegenstelling of gescheidenheid blijkt dan nog reëel.
Buiten het grenzeloze 'Atman = Brahman' kunnen we ons niets voorstellen.
Alles rust en voltrekt zich hierbinnen, alles wordt erdoor gedragen en doordrongen.
VINOD BHAGWANDIN: TAT TVAM ASI
ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:04
Pagina 20
Dharma
D
Dharma. Als het Hindoeïsme geen geloof is, wat hebben
alle Hindoes dan wél gemeen met elkaar?
Dat wat voor alle Hindoes geldt, heet dharma: dat wat van
de mens maakt, waardoor dat hij mens is (de wezenswet).
In het geloof is men vrij, maar bij het handelen dient men
zich telkens af te vragen: is mijn daad een menselijke daad
of niet?
Het Brahman is evenwel enig en
alleen: de rest in de wereld is een
verandering van het Ene. In de
Atharva Veda (13:5) o.a. lezen
we: ‘Het is één en slechts één,’
‘Alle deva’s zijn één (in Hem)’,
Elders in de Rigveda lezen we:
Het werkelijke is één, de wijzen
noemen het met verschillende
namen.’
Of: ‘Het Heilige is één, het wordt
op verscheidene manieren uitgebeeld of voorgesteld.’
ACHTERGRONDEN VAN HET BHAGAVAD GITA UIT VAN VAN DER
BURG DE BHAGAVAD GITA (1 OKT. 1995).
Je zou dharma ook de plichtenleer kunnen noemen, waarin ook het geloof is
opgenomen. De dharma van de mens is
het geheel van de plichten en gedragscodes die gelden voor ieder individu op
zowel het individuele als op het maatschappelijk terrein, die behoren tot diens
sekse, familie, beroep, levensfase en dergelijke. Volgens de dharma dient de
mens op aarde een werkzaam bestaan te
leiden, mededogend te zijn en bereid tot
zelfopoffering. De regels van dharma zijn
universele waarden. Men kan deze
waarden overal toepassen, wie men ook
mag zijn. Dharma bepaalt ook hoe de
mens dient te handelen.
Hoe iemand dient te handelen is een
moeilijke vraag om een goed antwoord
op te geven. Men moet namelijk op ieder
moment in het leven kiezen: zal ik dit
doen of nalaten en iets anders gaan
doen. Men moet voortdurend keuzes
maken. Het belangrijkste hierbij is dat
men moet proberen niets en niemand
leed te bezorgen: niet in gedachte, niet in
woorden en ook niet in het handelen.
20 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:04
Pagina 21
Dat wil zeggen dat men niet moet liegen,
niemand bestelen, beledigen of pijn
doen of over niemand kwaadspreken.
Het ‘geen leed bezorgen’ geldt niet
alleen voor mensen, maar ook voor planten, dieren en het hele milieu. Men moet
de lucht of het water niet vervuilen; men
moet de planten niet beschadigen of
dieren mishandelen. In het Westen is
deze levenshouding, die op prachtige
wijze door Mahatma Gandhi is uitgedragen bekend geworden als ahimsa of
geweldloosheid.
Voor het gedrag zijn wel richtlijnen gegeven die iemand kunnen helpen om een
goede keus te kunnen maken. Deze
regels heten gezamenlijk ook dharma.
Dharma is dus niet een stel regels die
zeggen wat men wel of niet verplicht is te
doen, maar helpt wel bij het kiezen. In
het leven kan men de aangename weg
(preyamaarga) of de shreyamaarga, (de
juiste weg), bewandelen. De regels van
dharma kunnen bij deze keuze helpen.
Het zijn:
a. Aparigrah: zich niet hechten aan
iets, het leren loslaten.
b. Brahmacharya: ‘niet verspillen’, zich
leren beheersen.
c. Asteya: zich niets toeëigenen wat
van een ander is.
d. Satya: waarachtigheid; het dienen
van de waarheid.
e. Ahimsa: geweldloosheid; geen
leed toebrengen.
Het begrip Dharma neemt een belangrijke plaats in het moderne India en
in het moderne Hindoeïsme in. In het midden van de Indiase vlag staat een
wiel afgebeeld, dat onder andere staat voor de Dharma Chakra, het 'Wiel
van Dharma', dat de boeddhistische koning Ashoka op zijn zuilen met
inscripties liet zetten. In het Boeddhisme is het 'Wiel van Dharma' een symbool voor de verlossingsleer van de Boeddha. In het Hindoeïsme wordt de
term Dharma gebruikt om de eigen religie aan te duiden (HindoeDharma,
SantanaDharma), maar ook om andere religies aan te duiden:
VaidikDharma, KoelDharma, Santana Dharma
Toen India geconfronteerd werd met de aanwezigheid van de Engelsen, had
het begrip Dharma al een groot aantal betekenissen. Het was niet mogelijk
om het te vertalen met een enkel begrip uit de Engelse taal. In de negentiende en twintigste eeuw ontwikkelen Indiase denkers als Vivekananda,
Radhakrishnan en de politiek actieve denker Gandhi steeds meer een universeel Dharmabegrip dat van toepassing is op alle mensen in de wereld
en niet alleen op de drie hoogste standen van de brahmaanse maatschappij in India.
DHARMA WET, LEER EN RELIGIE
21 (6 141998 ; JAN HOUBEN)
ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:04
Pagina 22
Dharma is een lange lijst van deugden en waarden, van geestelijke idealen
en normen. Moeten we dit alles precies zo naar de letter beoefenen, kunnen we ons afvragen. Het lijkt een zware opgaaf. We moeten deze verlanglijst eerder zien als een reeks adviezen, als een reeks wegwijzers. Ze zijn
bedoeld om aan te geven in welke richting ons gedrag zich dient te bewegen. Al deze morele idealen laten ons zien hoe we ons leven eigenlijk zouden moeten inrichten, en aan welke normen en waarden we ons als ideaal
kunnen spiegelen. Liefde tot God en tot al Zijn schepselen, zelfbeheersing,
geen schade aan anderen toebrengen, beteugelen van heftige begeerten,
bescheidenheid: deze lijken zo ongeveer een minimum aan echte Hindoe
morele waarden en normen te bieden.
VICTOR VAN BIJLERT
Grote Hindoe wetgevers, zoals koning Manoe in de oudheid reeds en
Chanakya, een minister van keizer Ashoka, hebben de kenmerken van
dharma laten opstellen.
De tien gedragsregels (dharmalakshan) van koning Manoe zijn:
• dhriti:
geduld en standvastigheid,
• kshama:
vergevingsgezindheid en mededogen,
• dam:
beheersing van de geest (het mentale)
• asteya:
geen hebzucht tonen,
• shauch:
reinheid van lichaam en geest,
• indriya nigrah: beheersing van de zinnen,
• Vidya:
verwerven van kennis,
• dhi:
cultiveren van kennis en wijsheid,
• satya:
doorvorsen van de waarheid,
• akrodh:
niet toornig worden, zelfbeheersing.
22 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:04
Pagina 23
Gosvami Toelsidas noemt ook 10 leefregels voor een (Raam) bhakta,
een toegewijde van Raam:
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
Zoek altijd goed, geestelijk gezelschap op.
Toon belangstelling voor heilige geschriften (en de geschiedenis).
Sta de goeroe altijd ten dienste.
Bezing Raamanaam (Hari naam), de naam van God.
Japa Raamnaam; reciteer (herhaal langdurig) de naam van God.
Beoefen zelfbeheersing en verricht goede daden.
Sabmeñ Raam: zie God in alles en in allen.
Santosh: wees tevreden met wat je hebt en bekritiseer anderen niet.
Wairaagya: leef in eenvoud en in overgave aan Raam.
"Er is geen hogere dharma-grotere weldaad-dan de zorg voor het
welzijn van de ander; en er is geen grotere adharma (misdaad) dan het
kwellen van de ander".
23 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:04
Pagina 24
Grondbeginselen
van de Arya Samaj
S
Svami Dayanand, de grondlegger van de Arya Samaj heeft zich
ook beziggehouden om het gedrag, het handelen, van de mens te
beïnvloeden. Hier volgen de regels die hij heeft nagelaten:
1.
Parmátmá is de oorzaak van alle ware kennis en wetenschap en al datgene
wat men met behulp van kennis en wetenschap bereikt.
2.
Parmátmá is de absolute waarheid (sat), bewust (cit), gelukzalig (anand)
intelligent, zonder oorzaak, almachtig, rechtvaardig, barmhartig, ongeboren,
onsterfelijk, oneindig, onveranderlijk, eeuwig, onvergelijkbaar, de oorzaak en
steun (support) van alles, de heerser van al het bestaande, alomtegenwoordig, alwetend, onbevreesd, rein en de maker van alles in het heelal.
Slechts Hij dient vereerd en aanbeden te worden.
3.
De Veda zijn de boeken van waarheid. Het is de eerste plicht van een ieder
en vooral de Arya om de Veda te lezen en te laten lezen, te luisteren naar de
boodschap van de Veda en die over te dragen.
4.
De mens moet steeds openstaan om de waarheid aan te nemen en
onwaarheid te verwerpen.
5.
Alle daden dienen deugdzaam te zijn d.w.z. de mens dient alles in het leven
overeenkomstig de regels van de dharma te doen en af te wegen wat goed
en wat kwaad is.
6.
Het nastreven van lichamelijke, geestelijke en maatschappelijke vooruitgang
van de gehele wereld is het belangrijkste doel van de Arya Samaj.
7.
Men dient liefdevol en volgens de regels van de dharma met iedereen om
te gaan.
8.
Kennis en wetenschap dienen ontwikkeld en verspreid te worden, terwijl
onkunde en onwetendheid vernietigd moeten worden.
9.
Men mag niet tevreden zijn met slechts eigen vooruitgang maar moet in de
vooruitgang van de totale samenleving zijn eigen vooruitgang zien.
10.
Elkeen moet zich verplicht voelen de regels voor maatschappelijk welzijn na
te leven, terwijl een ieder vrij is in het naleven van de regels voor individueel
welzijn.
24 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:04
Pagina 25
heeft zich
de mens te
aten:
25 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:04
Pagina 26
Yoga
Yoga (het systeem van Patanjali) bestudeert alle aspecten van
de mens als één geheel en leert lichaam en geest te controleren door het beoefenen van meditatie en andere oefeningen.
Het doel van yoga is om de wervelingen in het denken van en
de onrust in de mens te kalmeren. Yoga geeft ook codes aan
voor de beoefening van ethiek en moraal. (yam), gedragsregels. (niyam), lichaamshoudingen (aasana’s); ademhaling (pranayaam), beheersen van de zinnen (pratyahaar), concentratie
(dhaarnaa), meditatie (dhyaan) en het bereiken van de toestand van samaadhi (het bovennatuurlijke bewustzijn).
In al de stelsels en concepten in het Hindoeïsme wordt
getracht het gedrag, het handelen, de karma, van de mens te
beïnvloeden en wel zo dat er geen aanleiding ontstaat voor
onderlinge conflicten, waardoor vrede en gerechtigheid
gehandhaafd blijven. Nooit wordt getracht om de mens een
geloof of godsdienst aan te praten en te bekeren. In het geloof
en de godsdienst wordt iedereen vrijgelaten; dat is pas ware
vrijheid van godsdienst.
26 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:05
Pagina 27
Wat moet men onder karma
verstaan?
Het Sanskrit woord karma betekent daad
of handeling. Dit begrip speelt in het Hindoeïsme (en ook in Boeddhisme en jainisme) deen centrale rol. Deze rol is groter dan die van het geloof zelf. Karma is
goed te begrijpen als het idee samen
met het begrip reïncarnatie (wedergeboorte) wordt uitgelegd.
De opvatting dat een miserabel leven nú te wijten is aan vroeger opgebouwde
slechte karma, kan makkelijk leiden tot een soort van apathie, vooral ten opzichte van de medemens. Waarom zou je iemand helpen die door zijn eigen schuld
nu een ellendig leven heeft? Tegen dit soort apathie heeft Mahatma Gandhi zich
fel uitgesproken. Hij vond het onmenselijk en immoreel om de miljoenen armen
in India te beschouwen als mensen die hun karma ondergaan. Religie was volgens hem niet een puur individueel streven naar verlossing, maar vooral ook
verstrengeld met het dagelijks leven, zowel in sociaal, politiek als economisch
opzicht. Het helpen van arme mensen beschouwde hij als een religieuze daad.
Zijn opvattingen over religie baseerde hij op Bhagavad Gita, en vooral op de
betekenis van karma dat daar gegeven wordt, namelijk als onthecht handelen.
27 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:05
Pagina 28
Het Hindoeïsme is doordrongen door het cyclische denken
over het Zijn, het bestaan van de wereld: er is een onderbroken
proces van ontstaan, bestaan en vergaan. Dit proces voltrekt
zich bij alles in het heelal, dus ook de mens. Het leven is eeuwig, maar de vorm waarin en het niveau waarop het zich uit in
de wereld, is
steeds anders.
Na iedere
geboorte volgt
de dood en na
ieder
sterven komt er
een nieuwe
geboorte en
opent voor het
volgende leven
nieuwe mogelijkheden. Het is
deze natuurlijke
wetmatigheid
die het geheel
van de kosmische processen beheerst. Deze kringloop van
geboorte en dood, van wederbelichaming van het atma, heet
reïncarnatie. Het proces gaat door totdat de bevrijding, moksha (mukti) is bereikt. Dan is het atma verlost uit de kringloop
van geboren worden en dood gaan; verlost uit de sansaar!
28 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:05
Pagina 29
Reïncarnatie werd tot voor kort in het Westen vrijwel onmiddellijk geassocieerd met Hindoeïsme en Boeddhisme, de twee belangrijke wereldgodsdiensten die India heeft voortgebracht. De laatste tijd echter duikt de term
reïncarnatie overal op, in tijdschriften, kranten, op radio en tv. Steeds meer
mensen vragen zich af of er een leven na de dood is, of ze misschien al eerder hebben geleefd en of zij nog eens terug zullen komen in een volgend
leven op aarde.
Binnen de officiële christelijke kerken is reïncarnatie altijd afgewezen. Zij die
in reïncarnatie geloofden, werden uit de kerk gestoten of kwamen op de
brandstapel terecht.
In de eerste eeuwen van onze jaartelling was het geloof in reïncarnatie, ook
onder christenen, tamelijk wijd verbreid.
Dichterbij onze tijd, tegen het einde van de negentiende eeuw, kreeg men
in het Westen opnieuw belangstelling voor Hindoeïsme en Boeddhisme. In
die tijd ontstonden in West-Europa verschillende geestelijke stromingen,
waarin de reïncarnatie gedachte een belangrijke plaats innam. Er is ook
onderzoek gedaan naar reïncarnatie. Vanaf de jaren zestig onderzocht de
Amerikaanse prof. Ian Stevenson over de hele wereld tientallen gevallen
van kinderen die spontaan over ervaringen uit een vorig leven vertelden. Hij
onderzocht ook een aantal gevallen van kinderen uit India. Deze jonge kinderen konden zich nog allerlei details, zoals namen en littekens, herinneren
van een leven als kind in een ander gezin, in een andere plaats. Bij het
natrekken van al die gegevens bleken ze in de meeste gevallen juist te zijn.
De kinderen hadden van tevoren geen contact gehad met hun 'vorige'
ouders. Ze waren vrij kort voor hun huidige leven gestorven. Tegenwoordig
is er ook wereldwijd grote wetenschappelijke belangstelling voor mensen
die een BijnaDoodErvaring (BDE) hebben gehad. Hun ervaringen lijken de
reïncarnatiegedachte te bevestigen.
29 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:05
Pagina 30
Geeft het Hindoeïsme ook wegen
aan om de verlossing te bereiken?
Ja, dat wordt zeker gedaan. Traditioneel
worden er vier wegen (maarga’s)
genoemd die naar de verlossing leiden.
Het allerbelangrijkste is echter het karma
van de mens, want het is het karma dat
de mens gevangen houdt in de eeuwige
kringloop van geboren worden en doodgaan. Zolang moksha (de verlossing)
niet is bereikt, zit de mens in een kringloop van geboorte en dood. Dit telkens
in een ander lichaam geboren worden
heet punarjanam of reïncarnatie. Let op:
reïncarnatie is geen doel op zich, maar
een weg om de uiteindelijke verlossing te
verkrijgen.
Sommige Hindoes geloven dat God met
zijn genade (kripa) er een wezenlijke rol
in speelt, maar andere vinden dat bhakti
(de toewijding tot God) naar de verlossing leidt. Een derde groep Hindoes vindt
dat de juiste kennis leidt tot de juiste
daad en toewijding, daarom is het
belangrijk dat men de juiste kennis
(jñana) dient te verkrijgen. Welke weg
men ook volgt de wegen zijn immers
niet gescheiden van elkaar – men bereikt
de verlossing altijd, indien men zich daarop met volle overtuiging toelegt.
30 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:05
Pagina 31
Vertelt het Hindoeïsme hoe men
zijn leven kan inrichten?
Over de manier waarop men het leven
zou kunnen inrichten is al het één en
ander gezegd. Dit thema wordt in twee
onderdelen besproken, namelijk in het
ashramstelsel (chaturashram) en in de
levensdoelen (purushaartha’s). In het
leven streeft men immers naar doelen
die geluk brengen. Aan de hand van
deze doelen richt men het leven in. Het
doel van de mens is niet alleen het verzekeren van geluk hier op aarde, maar
ook het bereiken van de spirituele verlossing mukti of moksha. Het gehele leven
dient afgestemd te zijn op dit uiteindelijk
doel.
Voor een Hindoe bestaat het leven uit
vier perioden, levensfasen.
Niet iedereen maakt alle levensfasen
bewust door; deze indeling beschrijft een
ideaal.
1. In de eerste fase staan opvoeding
en onderwijs centraal. De normen
en waarden van het leven moeten
worden geleerd en ervaren.
De eerste fase van het leven heet
brahmacharya.
2. De tweede levensperiode
grihasthaashram begint met de
huwelijkssluiting. Het huwelijk bij
Hindoes is monogaam. In het
huwelijk wordt de twee-eenheid
van het mannelijke en het
vrouwelijke in God weerspiegeld.
God is, zoals we eerder zagen, voor
de Hindoe zowel mannelijk als
vrouwelijk. Slechts één man en
één vrouw kunnen door naar
elkaar toe te groeien samen een
beeld vormen van deze eenheid in
God. De geestelijke volwassenheid
van de jong gehuwden blijkt ook
uit de zorg voor het gezin en voor
het functioneren van het gezin in
de samenleving.
De
grote
epen
zoals
de
Mahabharat en de Ramayan hebben hun wortels in zaken die
voortkomen uit onenigheden binnen een familie. In de Mahabharat
staat de machtsstrijd centraal tussen twee groepen uit dezelfde
stamboom. In de Ramayan is de
stiefmoeder die uit eigenbelang
handelt en daardoor de rust en
vrede van het hele gezin op het
spel zet. Het individu waarop zij
het gemunt heeft, is Shri Raam.
Grote ruzies en oorlogen zijn
voortgekomen waar het gezin
heeft gefaald.
3. De derde fase in het leven
Vaanaprashta doet zijn intrede,
wanneer de kinderen op eigen
benen zijn gaan staan.
Langzamerhand trekken de ouders
zich terug van hun verantwoordelijkheid voor het gezin, krijgen
daardoor meer tijd en gaan zich
richten op de maatschappelijke en
levensbeschouwelijke vragen van
de samenleving. Hun eigen levenservaring wordt ingezet voor de
gemeenschap waarin zij leven.
31 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:05
familiebanden worden geleidelijk
aan losser, terwijl het besef groeit,
dat een mens zich dienstbaar moet
maken aan het gehéél van de
gemeenschap. Deze dienstbaar
heid is belangeloos en wordt sewa
genoemd en is een belangrijke
factor voor geestelijke groei.
4. Bijna ongemerkt gaat de Hindoe de
vierde fase sannyaasashram in.
Wereldse en familierelaties zijn niet
meer allesbepalend, evenmin als
rijkdom en bezit. De gelovige
probeert vrij van hartstochten te
leven en is zich bewust van de
vergankelijkheid van al het geschapene, ook van het eigen lichaam.
In deze laatste periode richt de
gelovige zich geheel op de ziel, die
hij als onsterfelijk beschouwt. Het
enige verlangen, dat men koestert,
is de uiteindelijke bevrijding uit de
kringloop van geboren worden en
sterven, aangeduid met het woord:
moksha. Meditatie, gebed en
sociaal werk (seva) zijn in deze
levensperiode belangrijke waarden,
gericht op het verkrijgen van
moksha.
Pagina 32
Alle mensen zijn gelijk in wezen: ze hebben dezelfde goddelijke oorsprong en
dezelfde goddelijke bestemming. Maar ze
verschillen onderling heel sterk: geen
twee individuen zijn aan elkaar gelijk,
noch in lichamelijke kenmerken, noch in
geestesontwikkeling. Met dit verschil dient
men rekening te houden bij het opstellen
van een maatschappelijk stelsel. Daar de
mensen in meerdere of mindere mate
één van de drie aspecten van het geestelijk leven gedachte, gevoel en wil vertonen, worden ze ondergebracht in groepen. Eén zo’n beroepsgroep wordt varna
genoemd.
In de tweede levensperiode wordt van
een individu verwacht een beroep uit te
oefenen. Daarmee dient men niet alleen
zichzelf (zijn eigen spirituele groei), het
eigen gezin, maar ook de samenleving.
Iedereen verdient een plek in de maatschappij die het beste past bij het karakter, de ontwikkeling en de vaardigheden
van de persoon. Op grond van deze overweging kennen Hindoes een maatschappelijke ordening van vier persoonlijkheidstypen. (Varna's), namelijk brahmanen,
kshatriya’s, vaishya’s en shudra’s.
Bij brahmanen staat het denkvermogen
centraal en zij voelen zich het meest tot
intellectuele, religieuze en educatieve
bezigheden aangetrokken.
De kshatriya’s laten zich graag leiden
door hun hartstocht en wil en voor hen
vormen macht en recht belangrijke waarden. Zij vormen de bestuurders en
beschermers (leger) van de samenleving.
32 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:05
Pagina 33
Bij de vaishya’s is het gevoelsleven van
belang en zij houden zich bezig met
"productie en distributie" (het voeden en
kleden van de samenleving).
Landbouwers en zakenlui behoren tot
deze categorie.
De shudra’s voelen zich geschikt voor
verzorgende en dienende functies.
Aangezien de maatschappij als één organisatieeenheid moet functioneren, zijn de
vier varna's niet van elkaar afgesloten,
maar zij vormen vier van elkaar afhankelijke beroepsgroepen, die elk een bepaalde functie in het geheel te vervullen hebben. Deze psychologische indeling van
de bevolking geldt slechts voor de tweede levensfase, als men met name bezig
is om artha en kaam te verwezenlijken
(dat wil zeggen het vergaren van rijkdom
en bezit en het krijgen van nageslacht)
voor het instandhouden van de maatschappij. De andere drie levensfasen
kennen geen indeling in varna's.
Dit stelsel van sociale ordening (het kastenstelsel) geldt eigenlijk alleen voor de
periode van grihasthaashram (in de huishoudfase). De andere drie ashrams staan
er buiten. Raam en Krishna bijvoorbeeld
waren kshatriya’s en vele sannyasi’s en
gosvami’s die thans vereerd worden,
waren ook geen brahmanen geweest.
Sprekende voorbeelden hiervan zijn
onder andere Raidas, Kabirdas en
Tulsidas.
33 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:05
Pagina 34
Schrijft het Hindoeïsme ook dagelijkse plichten aan de mens voor?
Ja, het Hindoeïsme is niet alleen een religie, maar het geeft ook leefregels. In het hindoeïsme wordt immers het handelen (karma) van de mens zeer belangrijk geacht en het geeft
daarvoor ook regels. Het schrijft de mens drie groepen van plichten voor: de rinatraya.
Deze plichten vervult men door zijn handelingen (manier van leven) en door zijn verantwoord maatschappelijk gedrag (karma).
1. De eerste groep dagelijkse plichten zijn de brahma en de devayajña. Het zijn de godsdienstige verplichtingen. We voldoen aan deze plichten door de voorgeschreven godsdienstige rituelen en uit te voeren. Veel mensen zijn regelmatig in tempels (mandir) te vinden
die zich inzetten voor brahma en devayagya. Hoewel deze oefeningen gedurende het
gehele leven wordt uitgevoerd, komt het accent daarvan echter wel in de laatste levensfase te liggen, als men sannyasi is geworden. De grihasthi, hij die huishouden heeft, probeert dienstbaar te zijn aan de gehele samenleving, zodat de kwaliteit van het leven van
allen stijgt. Het (belangeloos) dienen van de samenleving (seva) is gelijk aan het dienen
van God.
2. De tweede categorie plichten heten rishirina en pitriyagya. Deze plichten houden in dat
men allen die voorheen hebben geleefd en tot de ontwikkeling en het welzijn van mens
en maatschappij hebben bijgedragen in ere houdt. Deze plichten houden onder andere in
dat we ons bekwamen op diverse gebieden van kennis en wetenschap, de beschikbare
kennis en vaardigheden bewaren, nieuwe vergaren en die doorgeven aan de komende
generatie. Wij moeten onze rishi's (heilige zieners, ontdekkers, onderzoekers, denkers, uitvinders en anderen) in ere houden. De zorg voor jonge mensen en voor ouderen neemt
men vooral in de grihasthaashram, de tweede levensfase op zich, als men de zorg van de
samenleving helpt dragen en de kwaliteit van het bestaan helpt verbeteren.
3. De derde groep plichten zijn de atithiyagya en de balivaisva deva yagya.
De atithiyagya is het verlenen van gastvrijheid aan en de zorg voor gasten. Een gast in de
zin van deze regel is iemand die onaangekondigd bij je aanklopt; iemand die onderdak
(asiel) zoekt bijvoorbeeld. Men kan zelf bepalen hoe en in welke mate men deze plicht
uitvoert. Tenslotte is er nog de balivaisva deva yajña, de zorg voor flora en fauna. Dit is de
plicht om er voor te waken dat het ecologisch evenwicht nergens verstoord wordt, want
daardoor raakt de rita, het evenwicht in de natuur, uit balans, met alle nare gevolgen van
dien.
34 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:06
Pagina 35
35 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:06
Pagina 36
De 16 aanbevolen sankaars op een rijtje:
1.
Garbhadaan,
de conceptie;
2.
Poensavan,
vaststelling van de zwangerschap;
3.
Simantonayan,
controle van de foetus en zorg voor de moeder;
4.
Jaatkaram,
bij de geboorte;
5.
Naamkaran,
de naamgeving;
6.
Annaprashan,
het aanbieden van vast voedsel;
7.
Choerakaram,
het kaalscheren van het hoofdhaar;
8.
Karnavedh,
het doorprikken van de oorlellen;
9.
Oepnayan,
de initiatie;
10.
vedarambh,
het begin van de schoolperiode;
11.
Samavartan,
het beëindigen van de leerperiode;
12.
Vivaah,
het huwelijk;
13.
Grihasth,
intrede in het gezinsleven;
14.
vanaprasth,
zich terugtrekken uit het bedrijfsleven;
15.
Sannyaas,
intrede in het ascetisch leven als wereldburger en
16.
Antyeshti,
crematie (of begrafenis).
36 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:06
Pagina 37
Geeft het Hindoeïsme een pad
aan voor vorming en opvoeding?
Voor vorming en opvoeding hebben ook
Hindoes een pad ontwikkeld, dat sanskaar heet. Dit Sanskrit woord betekent
cultiveren of vormgeven. Sanskaar's zijn
de belangrijkste bakens in het leven van
iemand waarlangs de vorming en de
opvoeding van jonge mensen plaatsvinden en volgens welke zij, eenmaal volwassen geworden, hun leven kunnen
inrichten. Sanskaar’s zijn bedoeld om van
het mensenkind een goed en volwaardig
mens te maken.
Doorgaans wordt er van zestien sanskaar's gesproken, verdeeld in drie prenatale en dertien postnatale. Niet ieder
sanskaar krijgt echter evenveel aandacht.
De begeleiding van jonge kinderen hier
door de verschillende instellingen hebben
heel veel taken van de ouders overgenomen of helpen verlichten, maar hen niet
overbodig gemaakt. Men begrijpe goed
dat de sanskaars zijn opgetekend in lang
vervlogen tijden en dat de begeleiding en
opvoeding van jonge mensen nu anders
plaatsvindt dan toentertijd. Niet dat de
sanskaars op zich zijn veranderd of overbodig geworden, neen, slechts de wijze
van uitvoering wijkt soms af van de oude
voorschriften.
De prenatale sanskaar beginnen met de
conceptie. Deze zijn even belangrijk als
de postnatale, maar bij de meeste ouderen in een taboesfeer geraakt. Het doel
van de deze sanskaar's is om de conceptie zo bewust mogelijk te laten plaatsvinden, op een zo gunstig mogelijk tijdstip.
37 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:06
Pagina 38
De moeder dient in gunstige omstandigheden te verkeren, zodat zij zoveel
mogelijk goed gestemd is en haar aandacht gericht kan houden op de groeiende foetus. De omgeving, maar vooral de
vader, moet ervoor zorgen dat de moeder zich steeds goed en prettig blijft voelen. Zij moet in gedachten gestalte geven
aan grootse idealen en een goede ontwikkeling van het kind nastreven. Op
deze wijze heeft zij onuitwisbare invloed
op het kind dat in haar vorm en gestalte
krijgt. Vooral het gebruik van verdovende
en genotmiddelen is in deze periode uit
den boze. Bij de jongeren is er gelukkig
een zekere mate van bewuste
gezinsplanning te bespeuren. Dit is mede
te danken aan de algemene leef, woon
en werkomstandigheden van deze
samenleving en eveneens aan de medische begeleiding die men hier krijgt.
Tegenwoordig komt hierbij niet altijd een
pandit (priester) aan te pas, die een
naam bepaalt aan de hand van de astrologie. De zesde en de zevende sanskaar
zijn bedoeld om het kind te laten wennen aan de buitenlucht en vast voedsel.
Bij de volgende, de mundan (lees:
moendan), ook churakaram geheten,
wordt het kind kaal geschoren, waarna er
tegenwoordig meestal ook nog een feest
volgt, het eerste feestje voor het kind.
De vierde sanskaar, de jaatkaram, vindt
plaats bij de geboorte van het kind. De
vader behoort bij de geboorte aanwezig
te zijn en het kind als het ware in ontvangst te nemen. Deze houding wordt
ook door de ziekenhuizen en kraamklinieken aanbevolen. Daarna volgt de
naamgeving, de naamkaran.
38 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:06
Pagina 39
Kort daarna worden bij de meisjes de
oorlellen doorgeprikt (karnavedh). De volgende sanskaar is de upanayan (janev),
de initiatie of inwijding. De kinderen krijgen die als zij schoolrijp zijn. Voor hen
begint dan een periode van discipline,
onderricht en vorming, de wedarambh
sanskaar. Aan het einde van de leerperiode volgt de samavartan sanskaar, de
beëindiging van de eerste levensfase.
Deze wordt tegenwoordig
samen met het huwelijk
(de vivaah sanskaar)
gegeven. Vanaf de
samavartan dienen
de ouders de kinderen als hun
gelijke te behandelen. Met het
huwelijk treedt
de persoon in de
tweede levensfase
de grihasthaashram.
Hij sticht een gezin en
helpt de zorg van de samenleving mee te dragen. De pensionering luidt de wanaprashtaashram in, het
begin van de derde levensfase als voorbereiding op de sannyaasashram, de
vierde levensfase. Op een heel enkele
uitzondering na blijven de Hindoes in de
diaspora hun leven lang al te graag in de
tweede, de huishoudfase hangen. Na de
dood volgt de antyeshti sanskaar, de crematie.
Mensen verzamelen tegenwoordig uit
verschillende religiën de elementen die
zij zelf interessant vinden en ontwerpen
hun eigen godsdienstige plechtigheden:
relishopping is het woord daarvoor.
Iedere ouder is trouwens in de eerste
plaats zelf verantwoordelijk voor de
opvoeding van hun kinderen. Wat zij bij
de kinderen niet instoppen, wat zij hen
niet meegeven, mogen zij ook niet verwachten later bij hen terug te vinden. Als
vandaag jonge mensen andere mishandelen, als het geweld op straat
toeneemt, is dat gedrag ooit
bij de kinderen ingestopt,
op welke wijze dan
ook. Laat men daarover eens nadenken. Er is verschil
tussen het verstrekken van voeding en het geven
van een opvoeding.
Bij heel veel Hindoes
leeft nog de gedachte
dat door het laten verrichten van bepaalde rituelen het
kind een goede opvoeding heeft gehad.
Kinderen opvoeden gaat dag en nacht
door. Het begint en eindigt niet met de
keren wanneer de priester het gezin
bezoekt.
De mens is een sociaal wezen, heeft dus
aandacht, begeleiding en verzorging
nodig, vooral als kind. Daarom vinden de
meeste sanskaars zie achter in deze brochure in de eerste levensfase plaats. Het
doel van de sanskaars is erop gericht het
kind een zo goed mogelijke opvoeding
en vorming te geven, zodat het zich zo
39 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:06
Pagina 40
harmonisch mogelijk kan ontwikkelen. De
groei van het kind en het functioneren
van alle zintuigen en organen moet door
de ouders voortdurend in de gaten worden gehouden. De moendansanskaar is
zo'n gelegenheid.
Na de samavartansanskaar, de elfde, acht
men het individu redelijk in staat om zelf
richting en inhoud aan zijn verdere leven
te kunnen geven. Uiteindelijk moet het
kind zelfstandig, als volwassene, de wijde
wereld in kunnen gaan. Als iedere ouder
dit geheim verstaat, krijgen we betere
mensen, dus ook een betere maatschappij, en behoort onderlinge vrede tot onze
mogelijkheden. Ook kunnen wij op deze
wijze problemen als abortus en overbevolking voorkomen.
Feesten die onder Hindoes
worden gevierd.
Vaak wordt de indruk gewekt alsof het
hindoeïsme geen levensvreugde zou kennen en alle wereldse en vreugdevolle
bezigheden afkeurt en alsof Hindoes dit
leven zouden zien als een vorm van lijden waarvan men zo snel mogelijk verlost moet worden. Deze opvatting doet
geen recht aan zowel het Hindoeïsme als
aan Hindoes. Het is wel waar dat het hindoeïsme doortrokken is van het besef
van de vergankelijkheid van het heelal en
van het menselijk bestaan, maar de
meeste mensen, en dus ook Hindoes,
willen een gelukkig en vreugdevol leven
leiden. Men verlangt, zoals iedereen trouwens dat ook doet, naar een goede
gezondheid, een lang leven, nageslacht,
welvaart en welzijn, om tenslotte
moksha, de verlossing, te bereiken. Bijeenkomsten van
Hindoes zijn allesbehalve saai:
dans en muziek is er altijd
en men ontmoet er vreugdevolle mensen. Het
huwelijksritueel bijvoorbeeld laat zien dat men
het leven blijmoedig aanvaardt en het gelukkig en
vreugdevol wil doorbrengen. Wel is het waar dat
niet alle Hindoes dezelfde
feesten vieren. De verscheidenheid van het Hindoeïsme
geeft er ruimte voor. Bestaat er
wel een vrolijker feest van blijmoedige levensaanvaarding en optimisme
40 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:07
Pagina 41
dan het Holifeest? Is het Divalifeest niet
een feest ter ere van Lakshmi, de personificatie van rijkdom, voorspoed en huiselijk geluk? Men wil het leven zonder
gebrek en vreugdevol beleven. Daartoe
vinden er in de gezinnen regelmatig vieringen plaats. Ook deze vieringen hebben
naast ernstige momenten een vrolijk
karakter.
Doorgaans staan er tal van festiviteiten
op een Hindoe kalender vermeld, maar
niet al de feesten worden even groots
gevierd. In januari/februari vieren hindoes Basantpanchami. Hiermee luidt
men de komst van de lente aan. Op de
vijfde dag van de maand maagh wordt
een begin gemaakt met het opbouwen
van de Holika. Dit is een brandstapel die
op de vooravond van het naderende
Holifeest onder grote belangstelling in
brand wordt gestoken. Op een centrale
plein plant men, begeleid door een ritueel, een kasterolieplant (ricinus) in de
grond. Rondom deze plant stapelt men
daarna iedere dag takken, bladeren, hout
en ander brandbaar materiaal. Geen afval
of vuiligheid, huisvuil en dergelijke. De
brandstapel stelt de heks Holika voor, die
het kwaad in de wereld in de mens vertegenwoordigt. In Nederland staan de
gemeenten het om veiligheidsredenen
niet toe dat de brandstapel vijf weken
lang in het openbaar op een pleintje staat
opgesteld. Daarom bouwen hindoes in
Nederland de Holika brandstapel op de
dag van de verbranding zelf op, om in die
vooravond haar te verbranden. Dit gegeven kan in de klas een aanleiding zijn
voor een groepsgesprek over veiligheid
en baldadigheid of criminaliteit en geweld
op straat.
Op de veertiende avond van de donkere
helft (Krishna paksha) van de maand
phagun (februari/maart) wordt Maha
Shivaratri gevierd, een festiviteit ter ere
van god Shiva. De gelovigen vasten op
deze dag en waken de gehele nacht bij
een beeld van Shiva of in een tempel.
Voor de Arya Samaj is dit feest van extra
betekenis, omdat juist in de nacht van
Shivaratri de grondlegger van de Arya
Samaj Swami Dayananda (18241875)
tot het inzicht kwam om de toenmalige
hindoegodsdienst in de Indiase samenleving maatschappelijk te hervormen.
Leden van de Arya Samaj vieren op deze
avond de rishibodh
(de verlichting van de rishi).
In februari/maart vieren Hindoes het
Phagua of het Holifeest, vijf weken na het
planten van de holika. Dit lentefeest is
tevens het nieuwjaarsfeest van Hindoes.
De eerste zonnestralen begroeten de natuur. Wanneer zij ontwaakt uit haar
winterslaap en haar prille schoonheid tentoonstelt, breekt de lente aan. De
mensen strooien fraai gekleurd poeder rond en besprenkelen elkaar met
geparfumeerd water.
Bij de vrolijke Chautaal muziek wordt luidkeels gezongen en enthousiast
gedanst. Het nieuwe jaar wordt zo feestelijk ingeluid.
Het is Phagua, het is Holi…!
41 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:07
Pagina 42
In maart/april wordt de eerste Nauratan
gevierd. Op de elfde dag van de maand
begint het feest en ook het vasten. De
activiteiten duren negen dagen en nachten, waarbij godin Doerga in al haar
negen incarnaties wordt vereerd. In april
viert men Ramnaumi, de geboortedag
van Raam, de incarnatie van god
Vishnoe als de perfecte mens. Raam
werd in de stad Ayodhya aan het hof van
koning Dashrath geboren. Zijn levensverhaal is beschreven in de Ramayan door
de dichter Balmiki en later, in de 16e
eeuw, door Tulsidas in de
Ramcharitmanas. Balmiki schreef in het
Sanskrit, de heilige taal van hindoes, en
Tulsidas in het oudAvadhi, een van de
talen waar het moderne Hindi uit is ontstaan.
Het voorlezen en zingen uit deze werken
staat centraal op deze dag. In april wordt
Hanoeman jayanti gevierd, de geboortedag van Hanoeman, de trouwe volgeling
en helper van Raam uit de Ramayan.
In augustus volgt Raksha Bandhan, een
feest voor broers en zusters onderling.
De zusters zoeken hun broers op en binden een beschermkoord om diens pols.
De broers worden dan geacht een
geschenkje te geven aan de zus en haar
alle bescherming te bieden.
Tijdens de middeleeuwen werd dit
feest een sociaal familiefeest ten
gevolge van het gevaar en de
onzekerheid die de moslims met
zich meebrachten.
Het feest verstevigde de familieband in de Hindoegemeenschap
zonder rekening te houden met
kaste, klasse, sekse en regionale
grenzen.
D e broeder/zusterrelatie werd
hechter en de naam Raksha
Bandhan werd vereenvoudigd tot
Rakhi.
RAKSHABANDHAN
42 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:07
In september volgt de Ganesh chatoerthi, een verering van god Ganesh,
in de media bekend geworden als de
melkdrinkende godheid. In sommige
streken van India is dit feest zeer
populair; in Maharashtra bijvoorbeeld
duurt het feest negen dagen.
In dezelfde maand wordt met veel
muziek, toneel, zang en dans Krishna
Janamashtami gevierd, de verjaardag
van het kindje Krishna.
Krishna wordt gezien als de volledige
incarnatie van god Vishnoe. Hij werd
onder barre omstandigheden geboren
toen zijn ouders gevangen zaten. Dit
feest kan aanleiding zijn om een
schommeltje (als wiegje voor baby
Krishna) in een gevangenis na te bouwen, het lokaal te versieren en het
geboortefeest mee te vieren. Het voorlezen uit de Bhagavad Gita een leerdicht van Shri Krishna staat die dag
centraal op de programma's in de verschillende tempels en bijeenkomsten.
Pagina 43
De verhalen over Shri Krishna werden mij verteld toen ik nog heel
klein was. Ik herinner me dat ik
ervan smulde. Leuker dan alle
andere sprookjes die ik toen hoorde. Het eerste verhaaltje over Shri
Krishna, was dat van zijn geboorte.
Dat zijn oom Kamsa (moeders
broer), die een wrede koning was,
had gehoord dat zijn zusters kind
hem zou straffen voor zijn slechte
daden. Om dat te voorkomen
doodde de wrede koning alle pas
geboren baby’s van zijn zus. Op
wonderlijke wijze werd de baby
Krishna gered. Uiteraard met de
hulp van God, die de bewakers van
de gevangenis, waar Krishna
geboren werd, in slaap liet vallen,
de deuren liet openen en zo de
vader van Krishna de kans gaf zijn
kindje te redden, door te vluchten.
Toen ik als kind meespeelde in een
Krishna Lila toneelstuk en daar de
rol had van gevangenisbewaker, ja
toen viel ik op het moment suprème met alle overtuiging op het
podium in slaap, net zoals het
hoorde.
DHIREN GANGARAM PANDAY
Divali of Dipavali (rij van lichtjes) is het feest van het
licht. Divali is een van de belangrijkste hindoe feesten in en buiten India. De viering van Divali strekt
zich uit over een periode van drie dagen, dat
begint op de 13de dag van de donkere helft
van de Hindoe maand Ashvin tot nieuwe maan
van de maand Kaartik. Het feest wordt meestal gevierd op nieuwe maan van de maand
Kaartik (de corresponderende Gregoriaanse
data vallen op eind oktober.) Divali wordt ook
verwelkomd door winkeliers en handelaren. Voor
hen begint dan het nieuwe financiële jaar.
43 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:07
Pagina 44
In de lichte helft van de maand kwaar
(september/oktober) wordt in sommige
streken de Raamlila gehouden, het 'spel'
van Raam. Het levensverhaal van Shri
Raam, zoon van koning Dashrath en
koningin Kausilya wordt in toneelvorm
uitgebeeld. De opvoeringen worden
meestal in de openlucht gehouden, op
velden, pleinen, plantsoenen en dergelijke, en duurt doorgaans een week.
In Nederland huurt men er
een ruimte voor.
In september/oktober worden samen
met de tweede
Nauratan festiviteiten ook
Pitarpaksh en
Vidjaydashami
gevierd en met
ekadasi (op de
elfde dag van deze
periode) wordt het
vasten beëindigd.
Pitarpaksh is de verering van
voorouders en met Vidjaidashmi viert
men de overwinning het goede op het
kwaad in de wereld, van Shri Raam op
Raavan. Deze vieringen lopen over in
Divali, het lichtfeest van Hindoes. Veel
mensen gaan daarna op bedevaart in
plaatsen langs de Ganges (Vanarasi of
Benares bijvoorbeeld). Men neemt ook
een religieus bad in de Ganges, een
Ganganahaan. In december houdt men
Gita jayanti. Men viert dan het ontstaan
van de Bhagvad Gitá een leerdicht uit de
Mahabharat dat ooit is uitgesproken door
Sri Krishna, de volledige incarnatie van
god Vishnoe.
Feesten en vieringen, evenals de sanskaars, kunnen aanleiding geven om over
het hindoeïsme uit te kunnen wijden.
Met Holi en Divali bijvoorbeeld kan men
woningen, werkplekken en leslokalen versieren en verhalen uit de Hindoe
geschriften voorlezen. Op scholen kunnen leerkrachten met ouders afspreken of zij hapjes en ander
materiaal kunnen bezorgen voor de viering in
de klas. Zang en
tekenlessen lenen
zich heel goed
voor om de holikaverbranding en
de divalilichtjes uit
te kunnen beelden.
Alle religieuze plechtigheden worden
besloten met het zingen
van de aarti (een loflied)
waarna de parsaad wordt uitgedeeld. Deze bestaat uit zoetigheden
zoals: mohanbhog, laddu, seew, panjiri,
gesnipperde kokosnoot, suiker en tulsi en
fruit.
Sanatani's delen na de aarti ook nog de
charnaamrit of panchaamrit uit: een
mengsel van melk, yoghurt, honing, suiker en tulsi bladeren, waarin de beeltenis
van een bepaalde Ishvara (Dewta) is
'gebaad'. Meestal volgt er nog een gezamenlijke maaltijd, waarna men nog een
poosje gezellig onder elkaar doorbrengt.
44 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:07
Pagina 45
Plaats en functie van kunst
in het Hindoeïsme
S
Soms hoort men kunstenaars de godin Sarasvati aanroepen.
Met name oudere zangers doen dat in de regel wanneer zij
beginnen te zingen. Waarom doen zij dat?
Zoals de schepping als het werk van Brahma wordt gezien, zo
staat godin Sarasvati achter de kunsten en de wetenschappen die de mens beoefend. Zij is dan ook de beschermgodin
van kunstenaars. Vandaar dat zij door kunstenaars vereerd
wordt.
Kunst neemt in het Hindoeïsme een zeer
bijzondere plaats in. Zang, dans, toneel,
dichtkunst, beeldhouw, tempelbouw zijn
maar enkele voorbeelden. De mens is
immers als atma (een ‘vonk’ van
Parmatma (God)) ook een creatief
wezen. In zijn devotie (toewijding) en
respect tot God benut de hindoe alle vormen van kunst om die band met zijn
Oerbron te uiten en te bezingen.
In de verschillende vormen van kunst
probeert de kunstenaar het idee van de
eenheid in de verscheidenheid en de
verschillende kosmische processen die
het heelal in stand houden, tot uiting te
brengen. Kunst is een methode om de
geest spiritueel te verheffen en het hart
te vervullen van gelukzaligheid, en zij
biedt de mens de mogelijkheid om daarin het geloof in een hogere macht en
diens werking, de religieuze gevoelens,
tot uitdrukking te brengen. Het Hindoeïs-
me is rijk bezaaid met talloze exemplaren
uit iedere tak van kunst: literatuur, poëzie,
muziek, zang, dans, toneel, beeldhouwkunst, tempelbouw, schilderkunst etc.
Kunst kan ons leiden van het persoonlijke
naar het onpersoonlijke, van het waarneembare naar het onwaarneembare,
van het concrete naar het abstracte, maar
werkt ook wel omgekeerd. In de godsdienstige opvoeding van kinderen en tijdens godsdienstige bijeenkomsten bijvoorbeeld, zijn zowel de visuele als de
auditieve kunstobjecten van essentieel
belang: zang, muziek, dans, beelden en
verhalen uit de literatuur zorgen voor een
optimale vorming in en overdracht van de
levensovertuiging. Wij beperken ons hieronder tot slechts enkele voorbeelden uit
de beeldende kunst uit het Hindoeïsme.
45 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:07
Pagina 46
Het AUM-teken
Reeds in de oude tijd ontstond de gedachte dat er slechts één en dezelfde kracht
achter de werkelijkheid schuil gaat. Het oudste geschrift, de Rigveda, legt in X:90 en
andere sukta’s (lees: soekta’s) ons de oorsprong van het universum en zijn samenstelling uit De oorsprong van de wereld wordt gezien een oertrilling, dat wordt voorgesteld met het AUM-teken. Het AUM duidt
op het grote mysterie van het ontstaan, het bestaan en het
vergaan van de wereld. Het is de scheppende adem (pranawa), waardoor de kosmos is ontstaan, bestaat en zich ontwikkelt. Het AUM is derhalve de meest heilige klank in het hindoeïsme. Het wordt weergegeven door het teken:
De Virata rupa
(lees: Wieraat roep)
De gedachte dat het universum uit het Ene voortkomt, wordt uitgebeeld door middel
van de Vizata roep, het allesomvattend beeld, dat symbool staat voor de gedachte dat
Hetzelf (God) de wereld is
geworden. Schepselen worden
daarbij zoveel mogelijk in één
beeld verenigd. Hiermee
wordt aangegeven dat ook
ieder soort een uitstraling is
van het Ene is, dat als het
Brahman wordt aangeduid.
Kunstenaars hebben getracht
de symboliek van het
Brahman op diverse manieren
uit te beelden. Naderhand is
de drieeenheidsgedachte in
het Hindoeïsme ontstaan;
een gedachte dat symbolisch
wordt weergeven met de
namen: Brahma, Vishnoe en
Shiva. Ook deze namen en
hun betekenissen zijn in diverse kunstvormen objecten
geweest om daar dankbaar
gebruik van te maken.
46 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:07
Pagina 47
De drieëenheid
In de drieeenheidsgedachte in het Hindoeïsme wordt het idee van de evolutionaire en de cyclische gang, de manifestatie van de wereld uitgebeeld. Brahma
staat voor de scheppende krachten in de
natuur, het begin van de evolutie,
Vishnoe voor de bloei en de voedende
krachten in de wereld, dus voor het verloop van de evolutie en Shiva voor de
regenererende krachten die een evolutiecyclus beëindigen, waarna Brahma
opnieuw kan beginnen. Nadat Brahma
het proces van de manifestatie van het
universum in werking heeft gezet, neemt
Vishnoe de zorg dat het proces gaande
blijft, op zich. Hij werkt bovendien onop-
houdelijk voor het welzijn van de wereld
en voor alle wezens. Alles wat geboren is,
zal opgroeien, bloeien en tenslotte vergaan. Voor dit laatste zorgt Shiva; hij
maakt alles geschikt voor de volgende
manifestatie van de wereld. Op deze
wijze vormen Brahma, Vishnoe en Shiva,
een drieëenheid in de wereld der verschijnselen. De krachten van Brahma,
Vishnoe en Shiva hoeft men niet in een
ver verleden of in de toekomst te zoeken.
Hun activiteit is ook dagindaguit in het
klein zichtbaar en in en om ons heen
werkzaam in de natuur. De scheppende
kracht van Brahma is te zien in het ontkiemen van een plant uit een pit of de
geboorte van een kind. De verzorgende
47 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:07
Pagina 48
taak van Vishnoe is te zien in het werk
van de landbouwer die zijn planten verzorgt en besproeit. Of bij de moeder en
vader die hun kind voeden, opvoeden en
grootbrengen. Zonder deze zorg zou er
geen vooruitgang en evolutie zijn. De
mens maakt
ook deel uit van
het Grote Plan
van het kosmish
gebeuren en
heeft daarin dus
ook zijn taakjes.
De activiteit van
Shiva is te zien
aan het vergaan
van rottende
bladeren die als
humus weer als
voedsel dienen
voor de boom
waaronder zij
zijn gevallen. Of
bij de crematie
van een mens
wiens lichaam
tot as wordt teruggebracht. De as die stof
en dus aarde is en de andere elementen
water, lucht vuur en ether komen na de
crematie weer vrij voor nieuwe scheppingen.
48 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:07
Pagina 49
Uit deze voorbeelden is prachtig te zien
dat de mens als atma (ziel) en alles om
ons heen onlosmakelijk verbonden zijn
met wat wij Pormatma (God) noemen.
Voor een lang en gezegend leven zou
men eerder bij Shiva of bij Vishnoe
moeten zijn dan bij Brahma. Voor deze
zijn er daarom weinig erediensten ontwikkeld of tempels gebouwd. Voor de
andere twee daarentegen onnoemelijk
veel, waarin beelden, zang, dans, muziek
en het godsdienstig verhaal niet ontbreken. Shiva is immers de Heer van de
dood en Vishnoe die van de kwaliteit
van het bestaan.
De drie krachtenbundels in de wereld,
gerepresenteerd door Brahma, Vishnoe
en Shiva, worden gezien als potentialen,
als principes, en voorgesteld als mannen.
Wanneer zij echter daadwerkelijk in werking zijn, worden zij voorgesteld als vrouwen, respectievelijk als Sarasvati,
Lakshmi en Paarvati.
Veel Hindoes gebruiken deze zes
genoemde voorstellingen om God aan te
duiden en om zich God voor te stellen.
Zij gebruiken die namen ook om te bidden. Eveneens zijn er in hun naam verschillende godsdiensten ontstaan (de
vorengenoemde Shaiva's, de Vaishnava's
en de Shakta's o.a.). Van en over deze
zes goddelijke voorstellingen bestaan er
dan ook verschillende beelden en verhalen, en zijn er in hun naam eveneens
heel veel liederen, dans en muziek
geschreven. Bij de godsdienstige opvoeding van kinderen en in tempels of tijdens godsdienstige bijeenkomsten, staan
deze kunstuitingen centraal, afhankelijk
van het gekozen object. Het gebed tot
het onzienlijke gaat meestal gepaard met
een offer. Gebed en offer kunnen op zich
verschillend van samenstelling zijn. De
meest voorkomende vormen van gebed
zijn het gesprek en het opzeggen van
bepaalde teksten (mantra's). Veel voorkomende vormen van het offer zijn het
laten horen van muziek, het aanbieden
van bloemen en fruit, zang en dans, geur
en kleur, alles opgedragen aan het
onzichtbare wezen.
Het gesprek vindt meestal thuis bij het
huisaltaar plaats. In dat gesprek richt de
bhakta (de devoot of de gelovige), staand
of zittend voor een van de beelden, zich
persoonlijk tot God en vertelt of vraagt
hij of zij spontaan in eigen woorden wat
hem of haar op het hart ligt. De devoot
eindigt het gesprek doorgaans met het
neerleggen van een bloem, die hij of zij
49 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:07
Pagina 50
gedurende het gesprek in de hand hield,
aan de voeten van het beeld of op een
andere gewijde plek op of bij het altaar.
Een dans, meestal in een tempel voor
een altaar met een beeld van de eerder
genoemde godsvoorstellingen, kan zowel
door een enkeling worden uitgevoerd als
in groepsverband. Muziek, zang en dans
zijn doorgaans van te voren gecomponeerd en spelen als symbool een zeer
belangrijke rol in de Hindoe kunst. De
dans stelt de dynamiek en de onafgebroken veranderingen (de evolutie) in de
wereld voor, de keer en wederkeer der
seizoenen. De kosmos is zonder ophouden in beweging en zingt zijn eigen lied,
weergegeven door het 'AUM' symbool.
Zo is ook de danser Shiva met zijn kosmische dans het symbool voor de kosmische veranderingen, die onlosmakelijk
verbonden zijn met de symboliek van de
voortgang van en in de wereld.
Brahma en Sarasvati
Ten tijde van de oerstaat van het heelal is
iedere substantie in subtiele toestand.
Materie is dan in haar meest elementaire
staat. Deze periode heet de 'Nacht van
Brahma’. Als deze rustperiode ten einde
loopt, verricht Brahma de 'scheppingsdaad' voor de volgende manifestatie van
de wereld. De 'Dag van Brahma', vangt
hiermee aan.
Brahma wordt afgebeeld met vier gezich-
ten die in de vier verschillende richtingen
kijken. Alle beschrijvingen en attributen
die aan deze kosmische figuren worden
toegekend zijn zeer rijk aan symboliek.
Brahma’s werkzame kracht in het universum wordt door Sarasvati voorgesteld.
Zij heeft vier armen en houdt een sitaar,
een krans, een boek en een paneel vast
en zij behoedt de kunsten en de wetenschappen en wordt ook wel de 'Moeder
der openbaringen' genoemd. Sarasvati
wordt doorgaans door kunstenaars (zangers, muzikanten, schrijvers, dichters en
beeldhouwers), studenten en wetenschappers vereerd.
50 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:07
Pagina 51
Vishnoe en Lakshmi
Vishnoe wordt over het algemeen in de
hemel voorgesteld. Hij zit op de veelkoppige Wereldslang (Shesha Naag), die zich
heeft opgerold en op de kosmische oceaan van melk drijft. Vishnoe wordt afgebeeld als 'man', donkerblauw van kleur,
samen met zijn 'gemalin' Lakshmi naast
zich. In deze gedaante heeft Vishnoe vier
armen waarmee hij de oerschelp, de discus, de knots en de lotus vasthoudt. Om
zijn hals heeft hij een snoer van heilige
juwelen hangen en hij heeft een bosje
krullend haar op zijn borst. Als hij door
het wereldruim reist, maakt hij gebruik
van de Garur, een reuzenvogel.
Vishnoe is symbool voor de verzorgende
oerenergie in de wereld. Zijn donkerblauwe huidskleur wil zeggen dat Hij niet
waarneembaar is voor onze zintuigen.
Het juweel om zijn hals staat voor de zielen. De bloemenkrans is de kosmos. De
knots is het intellect en de oerschelp
staat voor de oorsprong der tijden. De
discus geeft de onophoudelijke kringloop
van het leven aan. De Wereldslang
Shesha betekent 'oneindigheid' en staat
voor de eeuwige tijd in het kosmisch
bewustzijn en wijsheid.
51 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:08
Pagina 52
Bij het principe Vishnoe hoort de zorgzame moeder Lakshmi die rijkdom, geluk
en voorspoed brengt. Zij is dan ook zeer
geliefd in de huiselijke kring en wordt
gezien als het Licht. Ook Lakshmi kent
heel veel vereerders. Haar bijzondere verering, de Lakshmipoedja, is wijdverbreid.
Aan haar is zelfs een speciaal feest
gewijd, het Divalifeest, dat eind oktober
begin november wordt gevierd.
Lakshmi wordt doorgaans door
weinig Hindoes dagelijks aanbeden. Eén dag per jaar staat Zij echter zeker centraal: Op Divalidag,
ofwel de dag van Lakshmi. Dan
staat Ze in het middelpunt van
belangstelling van miljoenen hindoes. Er vinden offerrituelen plaats
en de Hindoetempels stromen vol
met mensen die de Devi van welvaart gunstig willen stemmen. Op
de avond van Divali kunt u de hindoe huizen herkennen aan de
lichtjes (diya's) die men voor
Lakshmi heeft aangestoken. De
huizen zijn daags daarvoor grondig schoongemaakt, want op de
dag van Lakshmi komt de
Moedergodin naar de huizen waar
Zij op die dag met devotie is aanbeden. De Hindoes zijn dan klaar
om Haar gaven te ontvangen.
"Moeder Lakshmi, wil Je ervoor
zorgen dat het goed gaat met ons,
dat wij gezond blijven en dat
wij gelukkig en welvarend zijn."
(Eerste
strofe
van
de
Lakshmimantra). Met dergelijke
wensen wordt in menig hindoe
gezin een olielampje (diya) voor
Lakshmi aangestoken. D aarbij
vraagt men Haar vooral om materieel geluk.
VISHNU
52 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:08
Pagina 53
Shiva en Paarvati
Alles wat tijdens de schepping van het
universum tot bestaan komt, zal eens vergaan. Dit laatste is een proces dat belichaamd wordt door Shiva. Hij is het regenererende principe in de wereld en
maakt alles weer geschikt voor Brahma,
die de volgende manifestatie kan doen
aanvangen. Shiva waakt over de wereld
met zijn 'derde oog'. Door middel van
zijn drietand maakt hij de mens attent op
het drievoudige onheil dat hen in
de wereld bedreigt, t.w.: op
het lichamelijk, maatschappelijk en het
geestelijk gebied.
Met zijn trommel
herinnert hij ons
aan het einde
der tijden.
Het karakter van
Shiva is heel
anders dan dat van
Vishnoe of van
Brahma. Hij is steeds aan
het wikken en wegen en verblijft bij voorkeur op de berg Kailaash in
het Himalaya gebergte of in onheilspellende oorden, op slagvelden, begraafplaatsen of kruispunten van wegen. Als
hij door de wereld gaat, draagt hij een
snoer met schedels om zijn hals en
wordt hij vergezeld door geesten en
demonen, slangen en andere dieren. Zijn
lichaam is besmeurd met as. Hij heeft de
tijd in zijn hand, regelt de dood en heerst
eveneens over ziekten, rampen en elk
ander onheil. Als de tijd daar is, zorgt hij
ook voor het einde van de wereld. Shiva
is ook de beschermer van asceten en
yogi's. Hij is zelf de Mahayogi of de
Mahadeva, de grote asceet, en hij bezit
de opperste wijsheid en het hoogste
inzicht (het derde oog). Op de berg
Kailaash zit hij op een tijgervel in diepe
meditatie, zijn lange haren opgerold tot
een haarbol, waarin de maan 'vastzit' en
waaruit de heilige rivier de Ganges 'ontspringt'. Zijn hals is donkerblauw
door het gif van de kosmische oceaan, eens naar
boven komen drijven
na het karnen van
de zee. Om anderen te beschermen heeft Shiva
toen zelf het gif
ingenomen.
Naast hem staat
zijn wapen de
Trishoel, de drietand,
en niet ver van hem
verwijderd staan zijn stier
Nandi, die hij gebruikt als rijdier.
Shiva wordt ook afgebeeld als de
Natraaj, hij die dansend de kosmische
kringloop aangeeft en eveneens het
einde van een wereldtijdperk markeert.
Ook is hij bekend als de grote leraar. In
die hoedanigheid vertrapt hij met één
been een demon, (symbool van onkunde) en houdt hij het andere been
gekruist: bewaar je evenwicht, wees
standvastig. Met de ene hand houdt hij
53 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:08
Pagina 54
een trom vast en met de andere maakt
hij een gebaar: 'wees onbevreesd'. In
deze gedaante wordt Shiva (ook wel
Shankar geheten) in de zuidelijke delen
van India het meest vereerd. Daar wordt
zijn gemalin Paarvati ook wel Minakshi
genoemd.
Van de diensten voor Shiva zijn de lingamdiensten het meest bekend. Een lingam (phallus) is een ovaalvormig
lichaam, meestal van steen en zwart van
kleur, dat de activiteiten van Shiva in de
wereld symboliseert. De Lingam stelt in
het klein symbolisch ook de vorm van de
kosmos voor. De diensten voor Shiva
worden samen met die van Paarvati (de
yoni of ratidiensten) gehouden. Yoni staat
voor het vrouwelijke en rati voor de
scheppingsdaad. Shiva en Paarvati vormen eenheid. Paarvati is de beschermvrouwe van de rechtvaardigheid, Zij heeft
vele karakters, zoals het leven zelf: zachtaardig, waarbij zij gezeten is op een tijger;
zij heet dan Doerga. Maar zij kan ook
grillig en zelfs ongenaakbaar zijn. Dan
heet zij Káli. Zij straft de zondaren en
beschermt de toegewijden. Paarvati
wordt het meest vereerd in de gedaante
van Doerga of als God de Moeder .
Tijdens de pitrapaksha, de vastentijd
(twee keer twee weken per jaar) neemt
de Doergapoedja, de verering van
Doerga, de centrale plaats in.
Ten slotte de vraag: waar zou de
mens het meest voor moeten
waken?
In de eerste plaats zou de mens vooral
op zichzelf moeten letten: mens ken
jezelf! De mens zelf vormt het grootste
gevaar voor zichzelf, voor de medemens
en ook voor de wereld. Zie maar het
grote aantal oorlogen die men uitvecht
en de hoeveelheid wapens die
men bezit. Voor wie zijn deze
wapens bestemd? Worden
zij door de ene mens
niet gebruikt tegen een
andere mens? Het is
de mens die ten strijde trekt en het is
ook de mens die
vrede sluit. Oorlog is
geen natuurramp die
de mens overkomt,
maar een groot onheil
dat de mens zelf over
zich heen roept.
Daarnaast vormen angst,
armoede en onzekerheid vaak
een ernstige belemmering voor de
ontplooiing en ontwikkeling van zowel de
mens als van de samenleving, waardoor
ontwrichting dreigt en conflicten in de
hand worden gewerkt. Daarom wordt in
het Hindoeïsme een leven van eerlijkheid
in denken, oprechtheid, hard werken en
onthecht zijn aangeprezen om zich van
een gelukkig bestaan te verzekeren en
geen last te vormen voor anderen of voor
de samenleving.
Verder wordt in de Vedische levensbe-
54 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:08
Pagina 55
schouwing gewaarschuwd tegen het verdringen en het onderdrukken van verlangens, behoeften en het driftleven: de
mens behoort genot en vreugde na te
streven ter bevrediging van zijn behoeften, het een en ander wel in overeenstemming met de dharma. Rijkdom en
plezier zijn waardige levensdoeleinden en
mits in overeenstemming met dharma
verricht, bevorderen zij het proces
van geestelijke ontplooiing en
de geestelijke groei. Een
leven aldus geleid,
bevordert zowel de
vrede als de spirituele groei en voert
de mens uiteindelijk tot moksha.
Het Hindoeïsme
doet recht aan alle
aspecten van het
menselijk leven. Die
aspecten hebben
betrekking op de verschillende kanten van de
menselijke natuur. In de loop
van een lange evolutie is de mens
bewust geworden van zichzelf. In zijn
stoffelijk lichaam ontmoeten geest en
materie elkaar. Hij weet dus dat hij een
schepsel van de "grensstreek" is, met
animale behoeften en spirituele verlangens. Hij weet, dat hij het vermogen
heeft om zijn lagere natuur te transformeren en het diepste in hem tot ontplooiing te brengen, om het zelf te verwerkelijken en de vrijheid te verwerven.
Normen en waarden die in een samenle-
ving gelden, behoren tot uiting te komen
in het gedrag, het handelen van de mensen die de samenleving in kwestie vormen. Uitgangspunt dient te zijn dat geluk,
vrede en gerechtigheid zowel voor de
individuele mens als voor de ganse
samenleving niet anders bereikt wordt
dan op basis van een geestelijke discipline die aan de wereldse activiteiten
vormt en inhoud geeft. Vandaar dat het
hindoeïsme zich toelegt op het beheersen, kanaliseren, veredelen en transformeren (niet onderdrukken!) van verlangens en driften. In dit verband is er dan
ook veel aandacht geschonken aan de
innerlijke vijanden van de mens die constant het menselijk geluk belagen en de
onderlinge vrede in gevaar brengen, tenzij
zij op de juiste wijze onder controle kunnen worden gebracht.
De innerlijke vijanden begeerte, lust,
toorn, hebzucht, hoogmoed, gehechtheid
en afgunst belemmeren zowel de geestelijke groei van de mens als het verwezenlijken van geluk en vrede. Zij verschijnen in het leven in talrijke, wel honderd
‘gedaanten'.
(zie de Mahabharat). In de Bhagavad Gita
3:3637 vraagt Arjoen aan Sri Krishna:
'Maar wat dan drijft de mens aan om
tegen zijn zin zelf kwaad te doen? Welk is
de macht van het kwaad dat hij niet kan
weerstaan ? Sri Krishna antwoordt daarop:
'Herken de stuwkracht in de drift, de
hartstocht van begeerte en toorn die
bezoedelen en verblinden: deze zijn uw
vijanden hier op aarde'.
55 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:08
Pagina 56
Hindoe geschriften
D
De ontstaansgeschiedenis van het Hindoeïsme wordt door
geleerden verdeeld in het Vedische en het epische tijdperk.
De Vedische tijd strekt zich uit van de tijd waarin de Veda's
zijn ontstaan tot het verschijnen van de Mahabharat en het
ontstaan van de Upanishads. Dan begint de epische tijd dat
ook de poeranische periode wordt genoemd. Deze periode
duurt tot ongeveer 850 na Christus, de tijd waarin Shri
Shankara actief is geweest. De tijd daarna mag gerekend
worden tot de periode waarin het huidige hindoeïsme is
gevormd. Die ontwikkeling gaat echter nog steeds door.
Gedurende al die tijd, vooral onder de
bezielende leiding van de bhaktibeweging, is de Hindoeliteratuur ontstaan,
gegroeid, gevormd en verspreid. Zoals
bekend kent het Hindoeïsme geen kerkhoofd, evenmin een kerkhiërarchie. De
geschriften vormen de harde onderlaag
van het geloof waarin leermeesters de
gelovigen begeleiden. De basis van het
hindoeïsme als levensbeschouwing ligt in
de Veda's, die de kern bevatten van de
begrippen (concepten) uit het hindoeïsme en die gaandeweg, zowel bij het individu als in de samenleving, zijn uitgewerkt. Na de Veda’s en de Upanishads
(Lees: Oepanishads) zijn er ook werken
verschenen, zoals de Mahabharat, de
Poerana’s, de Aagams, de Ramayan (Een
andere naam is: Ramcharitmaanas) en tal
van gedichtenbundels van bhaktidichters. De
werken die hebben bijgedragen tot de groei
van de Vedische cultuur en het ontstaan van
het Hindoeïsme zijn hoofdzakelijk:
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8
9.
10.
11.
12.
56 de vier Veda's
de Braahmana's
de Upanishads
de Vedanga's
de OepVeda's
de DarshanShaastra
de Mahabharat met de Bhagvad Gita
de Ramayan
de achttien Poerana's
de vele Vidhi's en Smriti's
de vier Aagam's en
de vele werken uit de bhaktitraditie
ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:08
Pagina 57
De totale literatuur in de Vedische traditie
wordt in twee grote groepen ingedeeld,
te weten de rishikrit granth en de
manoeskrita.
De werken die behoren tot de
rishikrit granth bevat neerslagen van 'schouwingen' en van ‘goddelijke’ openbaringen.
Zij worden daarom
shroeti genoemd: dat
wat uit de bron komt
of dat wat tijdens
diepe meditatie door de
heiligen “gehoord” is. De
Veda’s behoren tot de siroeti.
Deze zijn door rishi's (heiligen en
mahatma’s) generaties lang van leraar op
leerling mondeling doorgegeven. Er zijn
vier Veda’s, namelijk:
a. Rig-Veda. Deze bevat verhandelingen
over deva’s en hun relatie met de
wereld. Ook worden behandeld de oertijd en het ontstaan van het heelal.
Een andere hoofdstuk gaat
over Devi (Shakti) dat later
heeft geleid tot de verering van God als Vrouw
en Moeder in de
Shakta-traditie.
b. Yajur-Veda; geeft uitleg over het uitvoeren
van rituelen.
c. De Saam-Veda bevat voornamelijk gebeden en zangen.
d. De Atharwa Veda bevat filosofische
en spirituele verhandelingen.
Het woord Veda betekent 'kennis'. De
Veda's worden beschouwd als de 'schatkamer' van kennis en zouden zijn geopenbaard aan vier rishi's. De Vedateksten,
de mantra's, dienen luid 'hoorbaar', gereciteerd te worden. Het geluid (de trilling)
van de mantra, die op de juiste wijze
wordt uitgesproken, heeft een gunstige
uitwerking op mens en natuur; op de
gehele kosmos dus. Dit in tegenstelling
tot andere mantra’s zoals een persoonlijk
mantra die men tijdens meditatie in
gedachten moet doen weerklinken, zoals
de bekende mantra So-Ham (Ik ben
Dat).
De indeling van de Vedische teksten in
ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:08
Pagina 58
vier Veda's zou door rishi Vyaas zijn
gemaakt. Hij verdeelde de Veda-mantra's
in drie groepen, te weten: gyaan kaand
(kennis), karmakaand (rituele handeling) en upaasana-kaanda (verering).
De meeste Surinaamse Hindoes beoefenen hun godsdienst ritualistisch en houden zich dus voornamelijk bezig met de
karma-kaand.
De taal van de Veda's is symbolisch en
poëtisch. Achter de woorden zijn diepere
(esoterische) betekenissen verborgen en
kunnen op verschillende manieren en
niveaus worden uitgelegd. Iedere Veda
kent hierdoor zijn aanvullende literatuur,
namelijk: Vedaanga's, Oepveda's,
Braahmana's en Upnishads. Deze werken
behoren tot de smriti's. Om de Vedische
teksten goed te kunnen begrijpen is kennis van aanvullende literatuur noodzakelijk.
De tweede groep van Hindoeliteratuur
smriti, heet ook wel manoeskriet granth:
'waarover is nagedacht'. Dit zijn de verslagen, studies, commentaren en andere
spirituele prestaties van rishi's, die in de
loop van de geschiedenis zijn opgetekend.
Tot deze groep behoren onder andere de
Upanishads, de Aagama's, de
Braahmans's, de Shaastra’s, de Niti's, de
Poerana's, de Itihaas, de Mahabharat en
de Ramayan. De smriti is bedoeld om de
Vedische leer verder uit te werken en
vooral beeldend en toegankelijk te
maken voor veel mensen. Juist deze
groep van werken heeft in de loop der
eeuwen een enorme invloed gehad op
de Hindoe cultuur. Tot op heden laten
Hindoes zich inspireren door zowel de
shroeti’s als de smriti. Tijdens de godsdienstbijeenkomsten, bij de opvoeding
van kinderen en in kunstuitingen zoals:
zang, dans, muziek, toneel, beeldhouwkunst, schilderkunst en in de literatuur,
laat men zich stimuleren en aanmoedigen door de oude werken.
Een bijzondere plaats in de Hindoe literatuur nemen de darshanshaastra (werken over de Vedische filosofie) en de
dharma en nitishaastra's in. Deze boeken bevatten codes en regels die zowel
voor de mens als voor de samenleving
gelden. Voor iemand die één van deze
werken uitkiest om te volgen, is dit ene
werk een compleet geloofsboek, zoveel
stof bevatten deze werken ten aanzien
van mens en maatschappij, over God, de
wereld en de kosmos. Maar de werken
schrijven niemand een verplicht gedrag
voor. Zij geven advies over moraal en
ethiek over dharma, aan de hand waarvan de mens in zijn eigen situatie kan
beslissen en handelen. De boeken van
de legendarische wetgever Manoe, de
Manoesmriti en van Chaanakya, de
Chaanakniti, worden nog vaak door Hindoes aangehaald. Naar tijd en omstandigheden zijn de leefregels uit de boeken
aangepast. Zij hebben dus geen eeuwige
geldigheid, terwijl men dat wel kan stellen
voor de shroeti.
De aanpassing aan nieuwe tijden, situ-
58 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:09
Pagina 59
aties, omstandigheden en inspelen op
nieuwe uitdagingen zonder het opgeven
van de kernwaarden wordt omvat in de
term yoegadharma (de dharma van elk
nieuw tijdperk). Hierin schuilt de kracht
van het overleven van het hindoeïsme
gedurende duizenden jaren, terwijl andere oude beschavingen als de Chinese,
Egyptische, de Griekse en de Romeinse
al lang verdwenen zijn. Het Hindoeïsme
aanvaardt verandering en vergankelijkheid
als basiskenmerken van de natuurlijke
evolutie. Het is de kunst van een cultuur
om hierop op effectieve wijze in te spelen.
Traditioneel nemen de Vidhi’s onder hindoes een voorname plaats in. Deze bevat
voorschriften voor het verrichten van rituelen. Bekend is de Satpad Braahman
Griha Soetra, een handleiding voor het
gezinsleven en de Sanskaar vidhi. Zij
bevatten onder meer regels voor het
dagelijkse leven, het sluiten van huwelijken, het verrichten van sanskaars (sacramenten) en de dagelijkse rituelen. De
rituelen zijn zeer formalistisch en erg
ingewikkeld. Daarom is voor het verrichten van rituelen de hulp van een ingewijde poerohiet (pandit, priester) nodig.
De Sanskaar Vidhi van Swami Dayanand
is thans gezaghebbend voor de Arya
Samaj en geldt als leidraad bij het uitvoeren van hun rituelen.
59 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:09
Pagina 60
De aagams
zijn handboeken voor gebed en devotie. Zij bevatten gebedsteksten (mantra’s) en figuren (yantra's) ter verering
van Ishvara (God). Mantra's zijn kort
geformuleerde, poëtische hymnen met
een specifiek metrum en mystieke
betekenis. Yantra's zijn geometrische
figuren, meestal cirkels, vlakken met
tekens die concentrisch gerangschikt
zijn. Zij hebben eveneens mystieke
betekenis. Beide, zowel de mantra's als
de yantra's, worden gebruikt tijdens de
rituelen en in het gebed.
De Poeraan’s bevatten de oude leringen
opnieuw, maar nu op een beeldende
wijze verteld. Zij bevatten historische en
scheppingsverhalen, anekdoten, legenden, parabels, mythen en ethische vertellingen. Verder vinden we in deze werken
stambomen van koningen, heiligen, rishi's en Devata’s, filosofische en metafysische opstellen en regels voor de verering
van heiligen en van Ishvara. De beschrijvingen van de ideale personen dienen
om nobele gedachten bij de mens aan
te moedigen en de lagere begeerten in
spirituele handelingen te doen veranderen.
Er zijn 18 Poeraan’s waarvan de Bhagvad,
de Vishnoe, de Shiva, de Soerya en de
GarurPoeraan het meest gebruikt worden. Hoewel deze literatuur een veelheid
en een verscheidenheid aan godsdienstige uitingen laat zien, is uiteindelijk iedere
hymne gericht tot het Ene en het Enige
Opperwezen.
Eveneens tot de Poeranische literatuur
behoren de klassieke epische heldendichten Ramayan en de Mahabharat. Dit laatste werk bevat het zeer beroemd geworden en leerrijke filosofisch werk de
Bhagvad Gita, een leergesprek tussen
Arjuna en Shri Krishna. De Poeraan’s in
het algemeen, maar de Ramayan en de
Mahabharat in het bijzonder, vormen
voorbeelden van verfijnde literatuur. Deze
heilige geschriften en in het bijzonder de
Ramayan en de Mahabharat zijn de voornaamste bron van talloze onderwerpen
waardoor schrijvers, dichters, beeldhouwers, schilders, zangers, dansers en ook
andere kunstenaars zich tot op heden
hebben laten inspireren in hun scheppende werkzaamheden. Zo hebben zij
enorm bijgedragen aan de vormgeving
van de Hindoesamenlevingen zoals wij
die nu kennen.
Uit de grote hoeveelheid aan literatuur
van het Hindoeïsme besteden we hierna
enige aandacht aan enkele bijzondere
werken, te weten de Upanishads, de
Mahabharat, de Bhagvad Gita en de
Ramayan.
60 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:09
Pagina 61
De Upanishads
D
Dat de Veda's de bron van het Hindoeïsme vormen, is al
bekend. Reeds eerder is besproken dat het uiteindelijke doel
van de mens is om zich te bevrijden uit de sansaar en het
bereiken van moksha. Van de genoemde wegen in de
Veda’s is de gyaan-maarga, het filosofische gedeelte, het
meest uitgewerkt in de Upanishads. Het zijn dus werken
waarin het resultaat van studies over onderwerpen uit de
Veda’s zijn opgetekend. Veelal draagt een Upanishad de
naam van het woud (aaranyaka) waar de gesprekken en de
bezinning hebben plaatsgevonden.
Er bestaan meer dan 1100 Upanishads.
Ongeveer 250 zijn nog in manuscriptvorm in aashrams aanwezig. Honderd en
acht Upanishads zijn algemeen bekend.
Elf van deze worden als de belangrijkste
beschouwd. Dit zijn de zogeheten
'Ekadasho Upanishads' namelijk: Isha,
Kena, Katha, Prashna, Moendak,
Maandoekya, Aitareya, Chandogya,
Taittiriya, Brihadaaranyak, en
Shvetashvataar.
De IshaUpanishad rekent men tot de
kern van alle andere. Sinds de Vedische
periode hebben rishi's het gezag van de
Upanishads onderstreept. Yajnavalkya,
Maitreya en Gargi zijn slechts enkele
namen uit een scala van illustere geleerden die in deze werken genoemd worden. Onder hen speelden vrouwen een
even belangrijke rol als mannen. Yam, als
de mysterieuze leermeester, en
Nachiketa, als de voorbeeldige leerling,
spreken nog steeds tot de verbeelding
van velen.
Het woord upanishad betekent 'dichtbij
gezeten'. Hiermee worden twee kernzaken aangegeven. Ten eerste de typische
zithouding van de leerling voor de leraar,
waarin de diepzinnige gesprekken plaatsvonden, en ten tweede geeft het aan dat
men voor deze gesprekken bij elkaar
kwam en over de verschillende onderwerpen van gedachten wisselde. De
neerslagen zijn dus niet als een ingeving
van een bepaalde persoon opgeschreven,
maar als het resultaat van overpeinzingen
en studies daarover. Lees als voorbeeld
het gesprek tussen vader Uddaalak en
zijn zoon Shvetaketu.
De zoon was na jarenlange studie huiswaarts gekeerd. Zijn vader was een eenvoudige boer gebleven. “Wat heb je allemaal geleerd, mijn zoon” sprak de vader.
61 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:09
Pagina 62
“O, van alles vader”, antwoordde de zoon.
Hun dialoog vervolgt aldus:
v. Breng mij een vrucht van die waringenboom, mijn kind.
z.
v.
z.
v.
z.
v.
z.
v.
z.
v.
Hier is hij, vader.
Splijt haar open, mijn zoon.
Zij is opengespleten, vader.
Wat zie je van binnen?
Kleine zaadjes, vader.
Breek een daarvan doormidden, mijn zoon.
Ik heb hem opengebroken, vader.
Wat zie je van binnen?
Niets, helemaal niets, vader.
Waarlijk mijn zoon, uit die ijle essentie, die je niet ziet en niets noemt, komt de
immense waringenboom voort. Geloof me, jongen, die onzichtbare en ijle essentie,
de ziel van het hele universum, Dat is de werkelijkheid.
Dat ben jij ook: ‘Tat-twam-asi’
De zoon vervolgt: Vertel mij meer van deze zaken, vader.
v. Goed mijn zoon, breng mij dat zout en die pot met water.
z. Hier zijn die, vader.
v. Goed, strooi het zout in het water.
z. (De zoon doet dat en roert in het water) Het is gedaan vader.
v. Geef mij nu het zout terug, wat ik je net gaf.
z. (De zoon kijkt in het water en zegt) Ik kan het niet vinden vader het is opgelost.
v. Proef het water van deze kant. (De zoon doet dat). Hoe proeft het?
z. Zout, vader.
v. Proef het water van de andere kant.
z. (De zoon doet het en zegt). Zout vader.
v. Proef het water van het midden.
z. (De zoon doet het en roept) Allemaal zout vader.
v. Kijk nog eens goed en vertel of je het zout kan vinden.
z. (Kijkt nog eens en zegt) Ik kan het zout niet zien vader, ik zie alleen water.
v. Op dezelfde manier, mijn zoon, kun je de ziel, het atman, niet zien. Maar Het is als
de ijle essentie die het hele universum doordrenkt en doordringt, Dat is de
Werkelijkheid. Dat is de waarheid. Dat ben jij, mijn zoon: Tat-twam-asi”.
62 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:09
Pagina 63
De Upanishads vertellen in duidelijke taal
dat het universum met al haar verschijningsvormen een emanatie is van het
Absolute. Dat mysterie heeft zelf geen
vorm en naam, is boven tijd en ruimte
verheven en is niet door de menselijke
geest te vatten. Het wordt ook Brahman
genoemd en meestal met AUM aangeduid.
Naarmate de tijd verstreek namen de
rituelen, onder leiding van de priesters,
een steeds belangrijkere plaats in.
Verschijnselen in de natuur zoals water,
vuur en wind werden aanbeden. Om
deze gunstig te stemmen, en ten behoeve van persoonlijke verlangens als: een
lang leven, nageslacht en rijkdom, werden offerplechtigheden ingevoerd, die al
gauw de gehele samenleving beheersten.
De rishi’s van de Upanishads waaronder
Pipalaad en Shaunak, verwierpen deze
praktijken (Mundak Upn. I,2:810.). Zij
herstelden de belangrijkheid van het
geloof in het Brahman zelf en zochten
verder naar het wezen ervan. Als resultaat
van hun doorvorsingen kwamen zij tot de
slotsom dat er niets buiten het Brahman
is en dat het Atma daarmee identiek is.
De vier onderstaande, beroemd geworden, mahavaakya's (verheven kernspreuken) getuigen onmiskenbaar van de
grootheid van deze rishi's.
1. Tat twam asi: een uitspraak uit de
Chandogya Upn. (VII:8-16), die ook in
de Katha Upanishad door Yam voor de
jonge Nachiketa, die op zoek is naar
het geheim achter de wereld der verschijnselen, wordt aangehaald. Hij
brengt tot uiting dat gij en Dat (Tat)
identiek zijn en dat er dus geen wezenlijk verschil bestaat tussen het Atma en
het Brahman (zie dialoog Uddaalak en
Svetaketu).
2. Pragyaanam Brahma: komt uit de
Aitareya Upanishad en zegt: 'kennis is
Brahma'. Kennis is boven tijd en plaats
verheven, is niet gebonden aan een
persoon of een periode. Zij is oneindig,
gelijk het Brahman.
3. Ayam atma Brahma: haalt de
Mandukya aan, waarin opnieuw wordt
verklaard dat ‘Ik ben het Atma’ in
wezen hetzelfde is als het Brahman; ik
ben dus niet het lichaam.
4. Aham Brahm asmi: een citaat uit
de Brihadaaranyak Upanishad. Deze
spreuk is voor de gelouterde monist
(advaita) die, in diepe meditatie, in
gelukzaligheid verzonken, ootmoedig
uitspreekt: 'Ik ben het Brahman'.
63 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:09
Pagina 64
De klassieke epische dichtwerken (mahakaavya)
De twee klassieken, de Ramayan en de
Mahabharat zijn de oudste heldendichten (epen) in de bhakti traditie. Zij zetten
de principes van het Hindoeïsme uiteen
en verhalen hoe de levensdoelen in
praktijk zijn te brengen. Zij leggen niemand een gedrag op, maar proberen het
menselijk handelen te belichten met een
krachtige oproep om in voorkomende
gevallen op vergelijkbare wijze te handelen. Bovendien klinken raadgevingen over
goed en kwaad in de epen door. De
levensloop van personen van goddelijke
afkomst en van hen die vastbesloten het
rechte pad bewandelen, getuigen van het
welslagen – geluk en voorspoed - op
aarde. Voorwaarde hiervoor is, dat men
de goede waarden in het leven juist toepast. De meeste vertellingen (katha's)
zijn heel eenvoudig gehouden en overzichtelijk gemaakt, zodat zelfs een kind ze
gemakkelijk kan begrijpen.
visie te geven op tal van onderwerpen en
problemen, waarmee de mens in het
dagelijkse leven te maken krijgt. Aan de
hand van deze katha's kan men in voorkomende gevallen op vergelijkbare wijze
handelen. Evenzo heeft de wijze
Vaalmiki getracht in de Ramayan, in
zeven hoofdstukken, de wezenskenmerken van het Hindoeïsme door te geven.
Raam, de ideale mens, de zevende incarnatie van god Vishnoe, is de hoofdpersoon uit de Ramayan.
De Ramayan
De Ramayan is wellicht de enige vertelling waarin het is gelukt om het goddelijke te beschrijven met menselijke kenmerken. God (Ishvara) wordt voorgesteld als
een ideaal persoon, poeroeshottmama.
Het toont aan hoe de mens God kan
realiseren door zijn plichten (dharma) te
blijven doen: als vriend, dienaar, echtgeno(o)t(e), of als bloedverwant. De
Ramayan beschrijft helder en levendig
Toch is er uitleg bij nodig om tot de diepere essentie van het verhaal door te
kunnen dringen. Met name de Bhagvad
Gitav bevat zowel het wezenlijke van het
Hindoeïsme en de filosofie van de
Oepanishads, alsmede een verbinding
tussen de drie hoofdwegen die leiden tot
moksha, de verlossing: de bhakti-, gyaanen de karma-maarga. Geen wonder dat
de Bhagvad Gita de kroon van de hindoeliteratuur wordt genoemd.
Maharishi Vyaas moeni, die de
Mahabharat aanvangt, heeft getracht een
64 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:09
Pagina 65
dat, hoewel aangetrokken door de
beslommeringen van het dagelijkse
leven, liefde en rechtvaardigheid ons zullen voeren tot het beoogde levensdoel.
Het verhaal speelt zich af in het vorstendom Koshala, waarvan Ajodhya de hoofdplaats was. Daar regeerde eens de
dynastie der Raghuvansha's. Een van hun
nazaten was koning Dasrath. Deze had
drie vrouwen en vier zonen. Raam was
de oudste zoon en ook voorbestemd
om koning van Koshala te worden.
Toen Raam na zijn leerperiode en
getrouwd was met Sita tot koning
gekroond moest worden, verliet hij, door
toedoen van zijn stiefmoeder Kaikeyi, het
paleis en trok voor veertien jaren het
woud in. Hij werd op deze tocht vergezeld door zijn gemalin Sita en zijn jongere broer Lakshman. Gesteund door vele
anderen, vooral later door zijn getrouwe
Hanoemaan, bestreed hij vele vormen
van onrecht en kwam onderdrukten te
hulp.
Raavan, de koning van Lanka, staat in de
Ramayan voor alles wat met onrecht, willekeur, hoogmoed en onderdrukking te
maken heeft. Hij ontvoert Sita naar zijn
eiland en laar haar daar bewaken. Het
lukt Hanoeman om de verblijfplaats van
Sita te achterhalen. Dan ontbrandt de
strijd tussen Raam en Raavan. Dit
gevecht staat symbool voor de eeuwige
strijd tussen goed en kwaad. Raam wint
de strijd met de hulp van onder meer
Lakshman, Hanoemaan en Viebhieshan,
een broer van Raavan. Hij sticht op Lanka
een staat van vrede en rechtvaardigheid
en kroont Viebhieshan tot koning op het
eiland. Ondertussen zijn de veertien jaren
van ballingschap voorbij en keren zij terug
naar Ajodhya. De onderdanen vieren hun
terugkomst. Dit heuglijk feit wordt nog
steeds als Divali gevierd naast andere verklaringen van dit lichtfeest.
De Ramayan wordt momenteel in grote
delen van de Hindoe samenleving
beschouwd als een geloofsboek en Raam
wordt vereerd als een incarnatie van
Vishnu. Daarnaast inspireert het boek al
eeuwen de geest van talloze kunstenaars,
zoals schilders, beeldhouwers, dichters,
zangers en schrijvers. Een Hindoe samenleving is niet voor te stellen zonder de
ereplaats van de Ramayan.
De Mahabharat
De Mahabharat is het langst bekende
epos ooit geschreven. Het bevat ongeveer 90.000 vierregelige strofen. Zij
beschrijft – evenals de Ramayan dat het
leven zelf op aarde eigenlijk één groot
gevecht (tussen goed en kwaad, een
devaasur sangraam) is en hoe een rechtvaardig gestreden strijd altijd tot de overwinning leidt.
De inhoud van dit dichtwerk is een verslag van het rijk Bharat, (zoals India al
sedert de klassieke tijd wordt genoemd)
en van de nazaten van de legendarische
koning Bharat uit de stad Hastinaapoer
(de huidige Delhi). Een van hen was
koning Shaantanoe, eerst getrouwd met
Gangadevi. Zij hadden een zoon die later
Bhishma werd genoemd. Shaantanoe
trouwde voor een tweede keer, dan met
65 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:09
Pagina 66
Satyavati. Zij hadden drie kleinzonen:
Drhietraashtra, Pandoe en Viedoer. De
kinderen van Dhrietrashtra en hun bondgenoten werden de Kaurava’s genoemd
en die van Pandoe, de Pandawa’s.
Beide groepen bestreden elkaar om de
troon van Hastinaapoer. In deze strijd
speelt de welbekende Shri Krishna een
zeer belangrijke en bemiddelende rol. De
strijd betekende de ondergang van de
Doeryodhan, de oudste zoon van
Drhietraashtra zwaait ondertussen de
scepter in het rijk. Zijn vader was immers
blind. Hij weet door list, corruptie en politieke manipulaties zijn macht en invloed
in het rijk stevig te vestigen en zich te
verzekeren van de steun der naburige
staten. In het woud worden de vijf
Pandoekinderen geboren, waarna Pandoe
zelf komt te overlijden. De kinderen wor-
dynastie van de Chandravanshi’s en
tevens van koning Bharat, vandaar dat
het werk 'Mahabharat' heet.
den door de aldaar wonende sadhoe’s
en sants, (asceten) grootgebracht. Na
verloop van tijd komen zij naar het paleis
en eisen de troon van hun vader op.
Doeryodhana beraamde daarop keer op
keer listen om te voorkomen dat hij de
macht over het rijk kwijt zou raken. Op
listige wijze heeft hij nog getracht de
Paandava’s door brandstichting van het
leven te beroven. Uit lijfsbehoud vluchten
de Pandoe’s – samen met hun moeder
Koentie uit Hastinaapoer. Na vele
omzwervingen trouwden de Pandoe prinsen met Draupadie, een prinses uit een
naburige staat.
Daarna kregen de Pandava’s, mede door
Later regeerde een van zijn nazaten
Shantanu in Hastinapoera en na hem
werd zijn kleinzoon Pandoe tot koning
van Hastinaapoer gekroond, omdat zijn
oudste broer Drhietraashtra blind was. De
jonge koning verliet echter het paleis om,
vergezeld van zijn twee gemalinnen
Koentie en Maadrie, in het woud een
leven te lijden van boetedoening, yoga
en meditatie. Hij hoopte op deze manier
gelouterd en gezuiverd te worden van
een vloek die op hem rustte.
66 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:09
Pagina 67
toedoen van hun oom Viedoer, een stuk
oerwoud, dat zij zo mooi wisten in te
richten als de hemel zelf. Zij geven de
stad dan ook de naam Indraprashth,
'waar Indra pleegt te vertoeven'.
Vervolgens groeide hun invloed zo snel,
dat Yoedhiesthier, de oudste van de
Pandava’s, tot keizer van Bhaarat wordt
aangewezen.
De Kaurava’s bleven echter plannen
beramen om de Pandava’s dwars te zitten. In een dobbelspel, georganiseerd
door hun oom Shakoenie, verliest
Yoedhiesthier zijn rijk en moet hij samen
met zijn broers: Arjoen, Bhiem, Nakoel
en Sahadev en hun echtgenote
Draupadie, twaalf jaren onherkenbaar
buiten het land verblijven. Pas daarna
zou over een verzoening gesproken kunnen worden.
Na hun ballingschap waren de Pandava’s
evenwel niet welkom. De rivaliteit tussen
de beide takken van familie liep zo hoog
op dat een onderlinge gewapende strijd
onvermijdelijk was. Alle pogingen van
Shri Krishna en Viedoer tot verzoening en
om de strijd alsnog te voorkomen liepen
stuk op de onverzoenlijke houding van
o.a. Doeryodhan, Doessaashan, Karan en
de andere Kaurva’s.
Tenslotte vond de strijd toch plaats en
duurde achttien dagen. De strijd was zo
alomvattend en bloedig dat haast alle
verantwoordelijke gezagsdragers ook tal
van geleerden en deskundigen sneuvelden waardoor veel kennis en kunde verloren gingen. Er wordt zelfs beweerd dat
India (Bhaarat) nooit meer helemaal van
de gevolgen van deze strijd is hersteld.
Aan het begin van deze strijd wordt
Arjoen, de boogschutter en de eerste
aanvoerder van de Pandava’s, door vertwijfeling overvallen. Hij legt zijn wapens
neer en weigert te strijden. Hierna wordt
hij langdurig en diepgaand door Shri
Krishna toegesproken. Een neerslag van
dit leergesprek is terug te vinden in de
Bhagvad Gita.
De Mahabharat heeft verschillende 'vertellers' gekend, waaronder Vyaas en
Naarad muni. In de loop der eeuwen is
het epos uitgegroeid tot z'n huidige
omvang. Het geeft een beeld van hoe de
toenmalige samenleving ethisch, politiek,
sociaal en moreel was geordend. Ook zijn
daarin het godsdienstig handelen en het
filosofische denken van weleer goed verwerkt. De invloed van dit werk op de hindoe samenleving is zo groot, dat het door
velen als de vijfde Veda wordt gezien.
67 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:10
Pagina 68
De Bhagvad Gita, ‘het lied van de
Heer’
De Bhagvad Gita, kortweg Gita genoemd,
is het meest verspreide boek uit het hindoeïsme. Het is een in versvorm geschreven ethischefilosofische beschouwing en
maakt deel uit van de Mahabharat. De
Gita, met 700 verzen verdeeld over 18
hoofdstukken, komt voor in het zesde
hoofdstuk van de Mahabharat. Centraal
in de Gita staat de vraag hoe de mens
onthecht dient te handelen om een rustpunt in het leven te vinden en te bewaren
Betekenis van de Bhagvad Gita
Je staat op een tweesprong in het leven.
Je moet een belangrijke keuze maken:
wat moet ik doen, vraag je wel eens
jezelf af. Het is de vraag die Arjoen stelt
en die wordt beantwoordt door Shri
Krishna. Shri Krishna de achtste incarnatie
van God Vishnoe wordt door veel hindoes als God gezien. Het gesprek tussen
Arjoen en Shri Krishna in het Bhagavad
Gita maakt de voortdurende tweestrijd in
de mens het dilemma van het kiezen
bespreekbaar. Voortdurend moeten wij
kiezen, maar wij zijn niet altijd in staat de
juiste keus te maken. Meestal kiezen we
dan uit twee de minst kwade; althans in
onze eigen visie. Het gesprek tussen
Arjoen Shri Krishna kan daarbij helpen.
Het Gita dan ook voor uiteenlopende filosofische strekkingen en dilemma’s
geraadpleegd en door miljoenen mensen
dagelijks gebruikt voor bezinning, meditatie en om zich er door te laten inspireren.
De ideeën uit en van de Upanishads. zijn
niet in een stel consistente termen geformuleerd, maar liefst in zes systemen die
handelen tussen het rationalischdualistische van Nyaay, Saankhya en Yoga tot
het monistische systeem van de Vedanta.
Het belang van de Bhagvad Gita ligt hierin dat het een synthese tot stand brengt
tussen de verschillende filosofische stromingen en een overgang vormt naar de
verschillende godsdienstige systemen in
het klassieke Hindoeïsme en met name
de bhakti daarin verheft tot de belangrijkste weg voor het bereiken van de verlossing. In tegenstelling tot het onpersoonlijke Brahman uit de Upanishad is God
‘Bhagvad’ in de Bhagvad Gita een persoonlijke die met zijn genade (kripa) zijn
toegewijde de verlossing kan schenken.
De leer van de wedergeboorte wordt duidelijk onderschreven en eveneens van
die van de incarnaties of nederdalingen
(avataar) van God, telkens om de morele
orde en het gezag van dharma te herstellen, zodra die door immoraliteit en verdorvenheid wordt bedreigd. De mens
dient zich aan dharma te houden, want
het is de dharma die hem naar de bevrijding leidt. Men moet zijn plichten nakomen zonder de vruchten die eruit voortkomen te begeren: daden verricht uit
begeerte, binden de doener juist aan de
kringloop van het leven, de sansaar.
68 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:10
Pagina 69
Vier belangrijke thema’s in de
Bhagvad-Gita
1. De onsterfelijkheid van hetzelf,
het atman. Slechts het goddelijke zelf
is de enige realiteit achter de verschijnselen in de wereld: ‘Weet dat Ik het
ben die handelt en aan wie alle offers
worden opgedragen’. Het Zelf is niet
geboren en sterft niet, het is van alle
tijden. Het is dit argument dat Shri
Krishna gebruikt om Arjoen over zijn
twijfel heen te helpen.
2.. Handelen en niethandelen.
Relativeer je handelen. Alleen de handeling dient jou te interesseren, niet de
gehechtheid er aan. Als je weet dat
jezelf niet handelt, dan ben je ook niet
gehecht aan de gevolgen ervan.
3. De verlossing, het bereiken van
moksha: de bevrijding uit de kringloop
van geboren worden en dood gaan,
wordt bereikt door medeogen, ahimsa
en onthechting.
4. Bhakti, devotie aan Shri Krishna,
de hoogste goddelijke persoonlijkheid, een incarnatie van God Vishnu:
‘Wie Mij in alles ziet en het al in Mij,
voor die persoon ben ik de verlosser’.
69 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:10
Pagina 70
De zes Vedische filosofische
scholen, Vaidik Darshan.
De zes denkscholen die als
Vedisch worden gezien zijn:
De Vedische leer uit de Veda’s, de
Braahmana's, de Upanishads en het
levenswerk van vele rishi's en moenie’s,
zowel van humanistische, theïstische als
van atheïstische huize, maar ook van de
sceptici en de materialisten, dragen nog
steeds bij tot de vormgeving van het Hindoeïsme, dat aan iedere vorm van kennis
en ervaring de vrijheid biedt om zijn
waarde te bepalen. Hiermee geeft het
Hindoeïsme ruimte en respect aan de
verscheidenheid van het menselijk denken en handelen. Dit heeft gemaakt dat
het Hindoeïsme een samenbundeling is
geworden van vele godsdiensten en
levensovertuigingen. Hierdoor is het tot
volwassenheid gegroeid en durft het zijn
eigen leerstellingen ter discussie te stellen. Dit zoeken heeft in de loop der eeuwen geleid tot vele denkrichtingen binnen het Hindoeïsme. Enkele daarvan zijn
uitgegroeid tot zelfstandige geestelijke
stromingen en godsdiensten.
Van de negen nog springlevende denkrichtingen worden er zes als Vedisch
beschouwd, de rest als aVedisch. Deze
indeling komt eigenlijk wat vreemd over,
omdat ook de nietVedische richtingen
evengoed hun oorsprong in de Veda's
menen te vinden. De indeling in 'theïstisch' en 'atheïstisch', die ook wel
gebruikt wordt, past beter. We zullen proberen beide denkstromingen in vogelvlucht te belichten.
1. De Nyaay-darshan is een school
die haar leer heeft gegrondvest op logica en de kenleer (hoe kan men iets
kennen), waarin de plaats van een
scheppende God niet wordt bevestigd
of ontkend. De weg naar moksha kan
gevonden worden door helder en
logisch te denken.
2. De Vaisheshika-darshan komt uit
de tijd van de Upanishads en heeft
dezelfde werkwijze als de Nyaay. Zij
legt echter meer de nadruk op fysica.
Volgens deze school zou de wereld zijn
opgebouwd uit atomen en niet-atomaire substanties: tijd, ruimte, ziel en
geest. Hierdoor heeft ieder element
zijn individuele geaardheid en eigenschappen. Deze elementen, geaardheden en andere eigenschappen zijn
eeuwig en ten tijde van de planetaire
oplossing (pralay) gescheiden van
elkaar aanwezig zijn. Bij de aanvang van
de Dag van Brahma – het begin van
de volgende ronde in de kosmische
evolutie wordt gebruik gemaakt van het
(oude) materiaal om een nieuwe cyclus
in gang te zetten. De verlossing kan
worden bereikt als men in staat is de
samenhang tussen de atomen en de
nietatomaire substanties te doorgronden. De Vaisheshika school maakt wel
onderscheid tussen materie en geest
en is dus dualistisch. De grondlegger
van deze atomentheorie is Pakoedha
Katyayana, die ook taalgeleerde en
70 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:10
Pagina 71
geneeskundige was. De oude atoomtheorie van de Vaisheshika komt op het
volgende neer. Het universum wordt
gekenmerkt door vijf
oerelementen:aarde, water, lucht, vuur
en ether. Zij worden voorgesteld op
grond van hun fysische kenmerken die
zintuiglijk waarneembaar zijn, t.w.: aarde
door het ruiken, lucht door het voelen,
vuur door het zien, water door de
smaak en ether door het gehoor. De
oerelementen zijn weer opgebouwd uit
atomen (anoe’s). Deze zijn identiek
aan elkaar en eeuwig. De verschillende
geaardheden in de wereld ontstaan
door de manier waarop de verschillende atomen zich samenvoegen. De
Vaisheshika school leert dat losse atomen zijn te vergelijken met denkbeeldige punten, die de ruimte vullen. Er
bestaat dus geen 'lege' ruimte. Een
enkel atoom heeft geen kwaliteit,
slechts het vermogen dat hem in staat
stelt met andere atomen samen te
gaan. Door deze 'samghat kalpa'
(samenvoeging) ontstaan voorwerpen.
Ieder voorwerp bevat een of meer van
de vijf oerelementen en de kenmerken
zijn afhankelijk van de mate waarin
deze in de stof werkzaam zijn. Zo bevat
bijvoorbeeld de stof 'was' de geaardheden van aarde, water en vuur, want het
ruikt, het heeft smaak en het is te zien.
Een andere theorie die nu nog, vooral
in boeddhistische kringen, veel aanhang
vindt, zegt dat in ieder atoom tijd en
ruimte een rol spelen, dus dat de atomen niet eeuwig zijn. Een atoom
bestaat alleen gedurende een bepaalde
tijd, als er ook ruimte voor is. Als een
atoom tot bestaan komt, verdwijnt hij
ogenblikkelijk en wordt opgevolgd door
een ander, dat veroorzaakt wordt door
de verdwijning van het eerste. Deze
theorie is daarom interessant, omdat
het doet denken aan de Rigveda (X-90)
waarin o.a. is te lezen dat de wereld tot
bestaan komt, nadat Poeroesh zich
opoffert (of wordt geofferd).
Dus door het 'verdwijnen' van het ene,
komt het andere tot bestaan. Deze
gedachte geeft aanleiding tot ethische
gedragsvorming.
71 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:10
Pagina 72
3. De Samkhya-darshan stamt uit de
Vedische periode. Samkhya betekent:
de som, het totaal of getal. Deze darshan is het oudst bekende systeem en
wordt in de Bhagvad Gita samen met
de Yoga-darhsan verder uitgewerkt.
Deze darshan handelt in zijn kosmologie en metafysica over de betrekkingen
tussen prakriti en poeroesh (materie
en geest). Haar invloed is binnen het
Hindoedenken zeer groot. Zij kent
evenwel geen plaats toe aan een
schepper. De wereld bestaat uit vijfentwintig substanties, tattva's genaamd
en komt niet tot bestaan door een
handeling van een opperwezen.
Creativiteit is inherent aan de natuur
(prakriti) waarin de drie goena's: sattva,
rajas, en tamas werkzaam zijn. Door de
evolutie ontstaat mahat (de intelligentie) en daaruit ontstaan ahankaar (het
ego), chitta (het bewustzijn) en buddhi
(de rede). Uit deze vijf tattva's worden
de vijf elementaire vermogens
gevormd. Zij worden de tanmaantra's
genoemd: gezichtsvermogen, gehoor,
smaak, gevoel en spraak. De tanmaantra's vormen op hun beurt de vijf
mahabhoeta's, de vijf oerelementen:
aarde , water, ether, lucht en vuur. Dan
komen de vijf kenvermogens, de
gyaanindriya's en ook de vijf handelingsorganen, de karmaindriya's (zie
5:04). Uit het zelfbewustzijn komt tenslotte de ‘man’ voort (het denkorgaan
of denkvermogen). Hij dient als een
schakel tussen de zinnen, de zintuigen
en de buitenwereld. Tenslotte is er nog
de poeroesh, de geest, die als de vijfentwintigste tattva troont op en in prakriti. Hij is het eeuwige atma, ook wel
Poeroesh genoemd. Het is niet werkzaam en is slechts de toeschouwer bij
de activiteiten van prakriti (Mandukya
Upn.III:2.). Poeroesh en prakriti (geest
en materie) zijn niet afhankelijk van
elkaar, maar voor het bestaan in de
uiterlijke wereld maakt de ene gebruik
van de andere. Als poeroesh echter
betrokken raakt bij prakriti en hij zich
ermee veréénzelvigt, begint de 'lijdensweg'. Hij kan zich echter weer bevrijden
(onthechten) door het onderling verschil te ontdekken.
4. Yoga-darshan is uiteengezet in de
yoga-soetra van Patanjali. Hij volgt de
theorie van de Samkhya, maar laat naar
behoefte van de persoon Ishwar –God
- (een voor gebed en meditatie) toe.
De Yoga-darshan handelt over de
bewuste onderwerping van het lichaam
aan de geest. Door oefeningen kalmeren de grillen in het denken, waardoor
de geest zich kan onthechten van het
lichaam en zich kan verenigen met het
kosmische. De Yogadarshan geeft daarvoor een achtvoudig pad aan (Yogadarshan II:29).
72 ABC OHM Boekje def.
a.
b.
c.
d.
e.
f.
g.
h.
21-07-2005
09:10
Pagina 73
Yam: dit is een levenshouding
waarbij men zich moet oefenen in
zelfbeheersing, geweldloosheid,
waarachtigheid en kuisheid, en
het berokkenen van leed, stelen,
begeerte en zelfzucht moet
worden afgeleerd.
Niyam: het naleven van de regels
van moraal en ethiek met de
nadruk op reinheid van lichaam
en geest, het betrachten van
tevredenheid, soberheid,
volharding en devotie.
Asan: de juiste lichaamshouding
aankweken.
Pranayaam: het beoefenen van
de juiste wijze van ademhalen.
Pratyahaar: het beteugelen van
alle zinnen en begeerten.
Dharana: concentratie
Dhyaan: meditatie
Samadhi: contemplatie
Er zijn verschillende methoden ontwikkeld om yoga oefeningen te
doen. Veel toegepast worden o.a. de
mantrayoga, de hatha-yoga en de
laya-yoga. Wat gebeuren moet is,
dat de verschillende energiecentra in
ons lichaam (chakra's) geactiveerd
worden, waardoor de mens bijzondere krachten en vermogens kan
ontwikkelen. Hierdoor komt hij op
vele gebieden tot grote prestaties.
5. Mimaamsa-darshan, gesticht door
Jaimini e.a. rond de tweede eeuw
v.Chr.. Zij komt eigenlijk uit de praktijk waarin het offerritueel een centrale en zelfs een beklemmende rol
speelde en aan de Veda's alle gezag
werd toegekend. De Mimaams handelt over de methoden der rituelen.
Later gaat zij over in de Vedaanta en
wordt daarom ook de Purva
Mimaams genoemd.
6. De Vedaanta darshan is ontwikkeld uit de Upanishads en de
Brahma-sutra in de eerste eeuw v.
Chr.. Van de zes genoemde filosofische scholen is zij de meest invloedrijke onder de wat meer gevorderde
zoekers. Zij gaat uit van kennis van
en denken over hetzelfde, op verschillende niveaus, afhankelijk van
de vorderingen op het pad van de
evolutie. Voor het dagelijkse leven is
het vaak voldoende te geloven in
een god die de wereld schept, waarmee de evolutionaire tocht van ieder
wezen begint. Maar op hoger niveau
is het nodig te weten dat de wereld
niet reëel is en van voorbijgaande
aard (maya). Het ware huist in ieder
wezen. Het enige wat echt is noemt
zij het Brahman en in de wezens is
dit het atma. Tenslotte moet het
besef doorbreken dat deze twee
identiek zijn en dan kan met recht
gezegd worden 'Aham Brahm asmi',
Ik ben gelijk het Brahman.
73 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:10
Pagina 74
OHM of AUM
V
Vele kijkers, liusteraars en internetters vragen zich af wat
het OHM-Logo nu eigenlijk betekent. Ieder OHM-programma begint immers met dit logo. Het is een interessant logo en opgebouwd uit een Aum-teken, een lotusbloem en een wiel.
De afkorting OHM staat voor
“Stichting Organisatie voor Hindoe Media”.
Het bestuur van OHM koos deze afkorting
omdat deze afkorting omdat deze klinkt als
“AUM”.
Dit woord is een klank die in de heilige hindoe-geschriften, de Veda’s, voorkomt.
Volgens het hindoeïsme is “AUM” een klank
die vanuit de schepping naklinkt en bij elke
creatieve daad betrokken is.
De drie letters symboliseren de drie aspecten
van God. De “A” staat voor Brahma. Hij is de
schepper van het heelal en de creatieve
kracht. De “U “ staat voor Vishnoe, de
instandhouder van het heelal. De “M” staat
voor Shiva. Hij is de ontbinder van het heelal
en geeft opnieuw de aanzet tot schepping.
“AUM” geeft ook de drie tijden aan te weten
verleden, heden, toekomst. Tijden waarin het
Brahman altijd aanwezig zal zijn.
Naast deze interpretaties kent het Aum-teken
nog een groot aantal andere betekenissen.
Maar het voert te ver daar nu op in te gaan.
74 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:10
Pagina 75
Het wiel of Dharma-Chakra staat in dit
logo voor het wiel van de onveranderlijke
wet. Dit is eveneens de cyclus van het
geboorte en dood.
Ook geeft dit wiel het proces aan van de
eeuwig durende beweging van de schepping. Voor een omroep dus een wel zeer
toepasselijk symbool.
De lotusbloem in het OHM-Logo is het
symbool van harmonieuze geestelijke
ontwikkeling, omdat deze mooie bloem
vanuit de duistere diepten van een vijver
omhoog groeit naar het licht. Zoals de
bloem niet zonder water kan, zo kan de
mens iet zonder zijn omgeving. Hij zal
alles wat op zijn weg komt moeten doorleven en kan dan pas uitgroeien tot volmaaktheid.
De lotusbloem wordt niet nat, ondanks
het feit dat het in water staat. Zo leeft de
mens in een zonnige wereld zonder dat
hij hierdoor verdorven hoeft te raken. Het
bloeien van de lotus staat gelijk met het
ontwaken van de geestelijke energie centra(de chakra’s) en maakt de mogelijk
om de volmaaktheid te bereiken.
75 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:10
Pagina 76
De stichting OHM neemt een bijzondere plaats in binnen het Nederlandse
omroepbestel. Zij komt voort uit de
sterk gedifferentieerde en veelkleurige
Hindoegemeenschap, die in
Nederland ongeveer 200.000 personen telt. Een gemeenschap die groeit
door de toegenomen belangstelling
voor spiritualiteit. Zij maakt televisieen radioprogramma's voor Hindoes en
het algemene publiek.
Mission statement
Op 10 februari 1993 kreeg de OHM
voor het eerste een zendmachtiging. In
haar statuten formuleerde het bestuur
de volgende doelstellingen:
Het verzorgen van radio- en televisie-uitzendingen ten behoeve van genootschappen op geestelijke grondslag
(Hindoes), door de op grond van art. 39f
van de Mediawet verkregen zendtijd. De
uitzendingen zullen gericht worden op
alle categorieën luisteraars en kijkers, om
hen vertrouwd bekend en vertrouwd te
maken met het Hindoeïsme. De uitzendingen hebben tot doel bij te dragen
aan integratie van de Hindoecultuur in
de Nederlandse samenleving en zodoende bijdragen tot een stabiele maatschappij.
76 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:10
Pagina 77
Het bevorderen van samenwerking en dialoog tussen verschillende religieuze groeperingen.
OHM brengt programma’s die geïnspireerd zijn door de Hindoefilosofie en de
klassieke geschriften, zoals de Veda’s, de
Upanishaden, Brahmanas, de
Ramayana, de Mahabharata, waarvan
de Bhagavad Gita een onderdeel vormt.
Sinds enkele jaren is OHM ook actief op
het internet. Behalve met deze (corporate) website (OHMNET.NL) heeft OHM
ook een jongerensite:
OHM Youth Plaza (www.oyp.nl
<http://www.oyp.nl/> ). Ook op het
mobiele telefoonplatform Imode is OHM
actief (www.ohm-imode.nl).
Programmablad
Uitgangspunt is respect voor alle leven.
Het handelen (karma) van de mens en
het moreel juiste gedrag (dharma) ten
opzichte van anderen is gericht op
bevrijding uit de cyclus van wedergeboorte. Respect voor het leven komt tot
uiting in de idealen: tolerantie, vredelievendheid, het nastreven van kennis en
geweldloosheid (ahimsa).
Nederland biedt aan vele groeperingen
een thuis. Als het samenleven louter
gebaseerd is op acceptatie van het
anderszijn en wederzijdse integratie ontbreekt, komt de multiculturele samenleving slechts gebrekkig tot ontplooiing en
ontstaat een voedingsbodem voor extreme uitingen. De OHM zet zich in om het
fundament van de multiculturele samenleving te versterken door de communicatie tussen Hindoes en andere groepen
meer kans te geven.
OHM geeft als promotie-activiteit een
kwartaalblad uit. Dit unieke blad heeft de
naam "OHM-Vani" meegekregen. Daarin
vindt u artikelen over de OHM-radio en
–televisieprogramma’s en informatie
over de Hindoe gemeenschap in
Nederland. Het blad bestaat langer dan
negen jaar en heeft meer dan 5000
abonnees. Het wordt niet alleen gelezen
door Hindoes, maar ook door een grote
groep andere geïnteresseerden.
OHM is op werkdagen bereikbaar:
Koninginneweg 8
1217 KX Hilversum
Tel. 035-626 09 20
Fax 035-628 08 43
E-mail:[email protected]
77 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:10
Pagina 78
78 ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:10
Pagina 79
ABC OHM Boekje def.
21-07-2005
09:10
Stichting Organisatie voor Hindoe Media
Koninginneweg 8
1217 KX Hilversum
Tel. 035-626 09 20
Fax 035-628 08 43
E-mail:[email protected]
Internet: www.ohmnet.nl
Pagina 80
Download