kneuzing wortel

advertisement
 kneuzing wortel
>3j door
 apicaal dicht
 tand w grijs + onverwacht abcedatie
 luxatie
 verandeirng richting
 uitgeslagen
1 terugduwen: snel & vochtig
2 later (10d): tandmateriaal weg = wortelkanaal R/
Bewaren
- in melk
- onder tong
Tandfractuur
1 glazuur
 afronden scherpe rand
2 dentine
 pijn bij ademen / koude
3 pulpa
 bloed
4 wortel
 vert: nt te redden
Cracked tooth: barstje glazuur: pijn
Geavulseerde tand
 zoeken
 vochtig houden
 terug plaatsen
- metalen boog & ijzertjes
- blokjes
Fracturen processus alv

grote geneeskracht als 3mm boven tand: benige genezing


occlusie gestoord: als verplaatst
+/- kaak#

Inf mog erin  penicilline: soms augmentine

OZ
o Panor Rx
o Intra-orale opname

R/
o 6wkn fixqatie
o Repositie & spalken
OK #
Lokalisatie & aard
Kind


gn processus alveolaris
groei condylus alveolaris: KB nt zichtbaar op Rx: menicus bij
Ouderen (tandelozen)
 tandverlies


meer stompe kaak
N alv op bovenrand

Osteoporose als tandloos  spierverlies  snel complexe #
Volw
S/

16 tanden OK

N alv  tinteling lip
1. abnl stand: angulatie (occlusie weg)
2. abnl beweeglijkheid
“klapper met tanden”
 pijn
 dubbelslagen
Open beet  symm of asymm  check slijtfacetten
Fractuurzone tandenboog
Achter tandenboog
 pathologische beweeglijkheid & pijn
3. voosheid in V3
4. botcrepitaties
 RX
Als open beet miskent
 vastgroeien zo = probleem eten
Herkend
 lostrekken & juist groeien
 ev geassocieerde weke delen afwijkingen
1. zwelling
2. hemat
3. snijw (v binnen uit)
a.  periost & spierlagen sluiten
4. bijtwonde
a.  kijk na op bevuiling
Klap op jukboog
- neusbloeidng
- oog bl
intra orale tekens
1. mog splijten tanden
 S
 P
 H
2. dr tong bijten
3. avulsie wonde in bovenste omslagplooi
4. bloed in sulcus gingivalis: blauw binnenkant kaak = fractuur
extra orale weke delen
 opstijgende kaak deel
Schotwonde
= verlies weke delen
Lokalisatie OK #
 binnen tanddeel: symfysis
 buiten tanddeel
Locus minoris resistentiae
= aan bocht

lat

subcondylaris: pos anders IC
kin
tand ingesloten  over zone heen #
 altijd 2plaatsen gebroken
 vnl locus minoris resis
1. subcond
2. M3
3. hoek/bocht
 kauwm aanhechting
Op elkaar trekken
geluk
Niet
HK
Kauw
nr boven
Tong
nr centraal
Kind

tandkiemen onder tand
o breuk dento-alvo segment

breuk over melktand nr kiem
ouderen (tandelozen)
 breuk mog bij gapen: +/- spontaan dr osteoporose
volw

veel rigieder
fract binnen gw  hemostase in kapsel
 6wkn stil: fibrose = nt meer beweegbaar: moeten beweeglijkheid houden
R/
Tijdelijke R/
 metaaldraad tss tanden
o onderling verbinden met elastiek/metaal
o fct occlusie maken

tandspalken
o prefab of custom made

IMF: conservatief
o Luchtslang via neus
o Maagsonde via neus
o 2 kaken vastgemaakt & dan openeen

ORIF
o Occlusie herstel met plaatje
o Direct mond open
Subcond #
- 2 wkn vaste fix
- 2wkn strakke elastieken
- 2wkn losse elastieken
-
asymm open beet tggestelde kant
gn bloed in mond
-
mandibula nr boven getrokken
OZ
Hirtz= schedelbasis opname met stralen langs onder
 kaakkop goed zichtbaar: fractuur
 mog terug volledig nl
KB: bijzonder operatief
Kids
= groenhoutscheuren
- genezen goed
- zachte voeding 3wkn
tandeloos
- gn tand voor bevestiging
- prothese in de plaats: metaaldraad vastmaken
- gunning splint: aangepaste operatieve volledige plaatprothese
- NU: plaatfixatie: hoe dunner bot – hoe dikker plaat
Speekselklieren
OZ
KOZ
- anamn
- KOZ
Radiolog OZ
a. Rx
b. CT
c. KST
d. Sialografie  cm speekselklier
e. Scintigrafie
f. Echo
Verder
a. Speeksel OZ
b. FNA
c. Biopsie: incisie – excisie
Bij ev gezwel
 biopt: nu minder
De klassieke opnamen
Steentje opsporen
- aandrang pijn
- ev inf
panoramisch
- stukje vull in wortelgas
- speekselsteen  in ductus buiging
- verkalkte klier
- densificatie bot
Clavicula
 M kwaad speekselklier
CT & MRI
CT
- ruglig
- axiaal – sagittaaal – transv
-
-
RIP in gl sm
o Aflijn?
o Heterogeen?
Erosie bot
MRI
- Zenuwbanen
o Aantasting
o Ingroei RIP
-
RIP uitgebreidheid
Siaolografie
- Lipidol: rad-op
- Urografine
a.
b.
c.
d.
Speekselklierontst
Speekselst lucent
Acini knoppen: sneeuwbeeld
Fibrose speekselgang
 panor & VA
Afzuigen CM via mond
1.
2.
3.
4.
abnl parenchym opacificaties
afwijking kanaaltjes
lacun beelden
calcificaties
Scintigrafie
Dyn OZ
 foto’s herhalen na 15min
 pertechn 99: selectief weg via speekselklier
Echo
- prikken
- nt zelf
Biopt
 na beeld
 incisie – excisie
Aspiratie cytol
FNAB  als nt direct bij kunt
 binnen weefsel aspireren
Dekglaasje – vriescoupe  nr gespec labo
 tumorsoort bep  bep R/
- enkel lob
-
tss kuipend
-
brede wegname
SpeekselOZ
Kwantitatief  24uurs
Kwalitatief
- Na
- K
- Ca
Patho
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
cysten
sialoadenose (dikke klieren)
sialoadenitis
sarcoïdose
Mickulicz
steentjes
Sjögren
xerostomie
sialorrhee
Cysten
Mucocoele
 slijm verstop afvoer


epitheel aflijning
onderlop


soms blauwig
op bijten
 knapt: komt terug
 mo extravasatie
R/: excisie radiair met lip

Ranula
 afdichting 1vd grote gangen


tong duwt erop
vezels m mylohyoideus wijken


hals gevuld
benigne
R/
Klein  mesje; hecht binnen aan buiten  vergrote afvoergang
 komt terug
Ranula + gl sl weg  nt terug
In hals = plunging  langs hals gaan = klieruitruiming: behandel vroeg
Cysten grote speekselklieren
= sialocoele
 opstapeling wang
 nt volledige wegname klier
R/
-
zijgangen volledig dicht
RT: daling productie
mond  grote connectie nr coele
Dr messteek  laat nr huid afvoer  later reïmplantatie
-
posttraum
congenitaal
acc parotis  soms daar fout
R/ derivatieve R/
Sialoadenose
Rauch
 gn ontstekings tekens
Opgezette speekselkl
1. bilat
2. recid zwelling
3. nt inflammatoir
4. gn verband met maaltijd
5. hypo- of asialie
6. deel algemene ziekte
bij
A. endocriende AD
a. DM
b. Hyperthyr
c. menopauze
B. dystrofische metabole afwijk
a. avitaminose
b. eiwit-tekort
c. ontw land
d. alc
C. neurogeen lijden
a. psychotropica
b. aHT
D. AIDS
Laat (vroeg: leukoplakie)
Sialadenitis
Bact
 ac purulent


ziek gevoel
klieren

koorts

R/
o Zoek oorz retro-obstructief?
 Stenose
 Fibrose

 Steen
o Veel drinken
o Massage
o AB
o Eindronde stervingsproces
o Vroeger na GI-operatie
Soms fluctuatie  gn ind HK: eerst dempen met AB

Uitz abcedatie

Verwekker
o S aureus
o S viridans
o S hemolyticus
Chron rec parotitis
 opspuiten ductus met I-CM
R/ wegname als freq
- nt bij kids
-
wacht
-
masseer
drink
Virale
Bof?
 omgeving
 Ag? : slechts 1X
 volw: orchitis?  bilat = steriel


parotitis epidemica
2à4j


Incubatie 18-21d
Verwikkel
o Orchitis
o Pancreatitis
o meningitis
koorts


bloed
o gn wbc
o complement bindingsreactie
Andere virale inf
 Coxsackie A
o Recid acute virale parotitis


Echovirus
Mononucleosis EBV


Influenza
CMV
Chron scleroserende sialoadenitis
dD tumor
bestraling  geschrompeld
 dD Küttnerse tumor
Spec
1. TBC
2. syfi
3. actonomycose
a. elke mond
b. na tanddistractie
c. gn pijn geleidelijk
Sialolithiase
Gl sm  5X Ca parotis
 tandsteen achterste
S/
Eten  druk op gl sm  koliek = aandrangpijn  kleine steen loopt vast  spasme
 oedeeem & spierspasme  echt dik  ° sialoadenitis
Subman 90% stenen
Paro 10%
 80% opaak
 50% opaak
R/
1 ostium d Wharton
 massage
 lokale anesth + VC deel  ontspan spier
 krasje
2 achterrand m mylohyoid
Cave N
Inf
3 hilus
 koraalsteen
Shock wave therapy
Endosc R/
=> lithiasis
Xerostomie
- droge mond
-
stinkende geur
tanden rot
gn smaak
1. medicamenteus
 aHT
 sedativa
 spasmalytica

anti-epileptica
 anticholinergica
 antihistaminica
 antidepressiva
2. AD speekselkl
 wegname
3. RT
 Hoofd/hals : >30Gy
4. deshydr
5. AD ZS
 GM
 Parkinson
 (rabies : sialorree)
6. horm
7. psych
Sialorhee
= teveel speelsel
Kids
 teveel aanmaak (rabies)
 nt adequaat wegslikken (T21)
R/
 anti-histaminica


atropine
botox


repositie afvoergang tonsil loge  rechtstreeks in keel
wegnamen klieren : andere nemen over
Sjögren
S/
1. keratotitis sicca
2. xerostomie
3. RA
 AI
Test
1. Schirmer test
2. speekselsecretietest <0,1 ml/min
3.
4.
5.
6.
7.
8.
spleetlamp OZ
lipbiopsie: lymfoïde cellen rond acini
immunolog & rheum OZ
bezinking gestegen
CRP gedaald
AL
a. Thyr
b. Speekselklier
Evolutie & controle
 interstit chron infiltraat
 aftakel tot rolstoel
+ risk lymfoom (MALToma)  jaarlijks check parot
R/ S/
Tumoren in speekselklieren
A. Sialomen
klierwe (zeer gevar)
B. synsialomen vulwe
1. plaveiselcelca
2. speekselkliertumor
a. mond: kwaad
b. op langere termijn
c. grote/acc kl
3. M
a. In goed gecirc plaatsen = tandvleesrand
4. andere tumoren
Voorkomen
Lip
Kl
4/100 000 /j
3/100 000/j


heterogene groep
overleving: minder ernstig
plaveisel  doodt eerste 2j  erna overleven
rest minder
muco epithelioom > adenocystic (pijn) > adenoca
grotere kl  kleinere P kwaad
acc > sublin > sm > par
 bultje onder intact slijmvlies
 classificatie: kwaad – half – nt
Stadiëring & P/
Soorten gezwellen
Goedaardige
Menggezwel
 mesoth


endoth
KB
 …
 zeer traag groeiend
 zonder N uitval
 vervorming gezicht
R/: exacerese
 liefst vroeg: mind risk
- N schade
- Rec
Monomorf adenoom
Wharton tumor cystadenolymfoom
 spons

bilat

man – roker
R/: exacerese met beperkte veiligheidszone
Matig kwaadaardige tumoren
Muco epitheloïd
 wisselende agressie

slechte 5j overlev

AI versterf

dD necrotiserende sialometaplasie
ACC = acinic cell tumor

langs zenuwbanen dendrieten uitbreiding


wegname : restanten
15% 20j overleving

PIJN !!!!!
Operatieve R/
 verwijdering
- intracapsulair (goed)
- met capsula
+ halsklieren  mog nn masseter: herstelt vaak vanzelf
 mog verwijdering tand – neusbodem
 prothese
= klachten weg
= controleerbaar op recidieven in randen
 palatum: perfect
 week: nooit echt goed
- moeilijk eten: percut stoma
- spreken
Parotisresectie
 takjes n fac
Vroeg genoeg  z letsels
Facialis parese
 gelaat
 oog
 n auri magnus: doofheid oorlel
Na operatie zwak: dr trekken op nn
= tijdelijk: herstel 100-125d: 1mm/d
Doornemen


ent tss
babysit dr hypoglossus

L-R overkruisen: 1 kant verzwakken om andere te innerveren
Syndroom Frey
 water in mond geeft zweten: nn uiteinde zoeken nieuw target = zwetende talkkliertjes
 titraties testen: Remy stijfsel: paars (zetmeel + jodium)
R/
1.
2.
3.
4.
antichol zalf
deo tg zweten
n auriculotemp weg
prev: iets tss huid & operatievlak
Mucosaafw


rel freq
msl vervelend & goed

stiller & kwaad
Ulceraties vd mondmuc
Rec ulc
Afteuze stomatitis
 tamelijk snel


primair ulcereert
binnen hyperemisch halo


weinig weefselinduratie
vaak solitair

weg zonder litteken: anders iets anders


na 3wkn genezen
AI tg stratum


Gn causale R/
Vaak weg & multiple terug
R/
A. caustisch agens
a. overgaan nr gewone wonde
b. hele zone geëxpollieerd
c. heling op 5d
B. lokaal CS
a. topisch: parels – slijm
te erg:
denk aan andere ziekten
-
reumatoïde
maagzweren
Crohn
Erosie
 AD mondslijmvlies


BM intact (anders ulcus)
Prim: bijt

Sec: AI

Mog eerst bulla: vliesje
o Weg: erosie = sec


Gingiva (ook pala)
Primaire aftose  baby >6Mnd
o <6mnd: bescherming mam
o Slechte ademgeur
o Nt in mucosa
HSV
Geen CS!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!


vaak erg ziek
begin: blister: vocht/bloed  herpes?


BM verbroken = ulcus
Msl HSV1

Nadien: beperkte uiting: koorts blaasjes
o Anticiperen op drbraak: acyclovir
o Cave zalfallergie
Nt-recidiv ulc
Traumatische ulcera
Diepe goot zijkant tandenrij  acrylgebit  zuigsysteem
 slinking kaakhoogte = gebit drukt: druknecrose & ulcera (pressure-sores)
Mog ontwikkeling
- cyste
- adenoom
 terugkomen voor aanpassen gebit: FOTO
Ca
Chron irritatie slijmvlies
 proliferatie  heel ander ulcus
- gn pijn
- palpatoir
= TUMOR
 check halsklieren (1/3 al aangetast)
 centraal necrotisch: stinkt
 randen gebourgeonneerd
R/
AB  surinfectie betert mr letsel blijft groeien
Letsel nt beantwoordt aan R/  biopsie!!! ALARM
 eind: pijn dr ingroei in n
Ca in mondholte
1. epidermoïd ca
a. 5à8% mensen
b. Az 30% maligniteiten
2. speekselkliertumoren
3. M
a. Groeit tot vuist op 2mnd
b. 1 PET  2 biopt
c. Multipele: grootst in pancreas
d. Grote flow rondom tanden & tandvlees
e. M longca: massieve tumor onder tanden
4. plaveiselcellig
a. 92%
5. melanoom
a. slechte P/ in slijmvlies
b. snel evaluerend: 2mnd dood
c. zwarte vlek mand
i. dr boor?: biopt met metaalpartikels
ii. afr: mog getijgerd
iii. oude malaria pillen
6. ameloblastoom
a. zaaien nooit uit
7. mesenchymaal
a.
b.
c.
d.
lymfoom
sarcoom
osteosarcoom
chondrosarcoom (gevaarlijker dan osteo)
Epi


lft: 50à55j
stijgende kans met lft

evolutie
o minder agress bij ouderen



o sneller als nt gerookt
loka
o lat tondrand
o mondvloer
o harde palatum
 waar pijn?
Vormen
o Ulceratief
o Opp spreidend
 Ganse omgeving tekens irritatie  slijmvliesbelasting (roken)
 Coïnc: 1/7
o Exofyt
o Endofyt
o Verruceus
 Papillen nr buiten toe
 Virus
 Minder neiging nr lymfevaten
SB: 4X freq’er: hees z inf/pijn
Dubbel tumoren
 lok OZ
 alg OZ
- mondholte
- tr resp
- tr gi
APO
 uitgaande v epitheel
Excisie biopt
= volledig letsel
 overgang nr nl weefsel er bij in
 dieptegroei > 6mm
= HKU
Oorz
1. tabak
2. alc
3. inf
a.
b.
c.
d.
e.
4. fys
cand
papill
herpes
EBV
syfi
a.
b.
c.
d.
straling
UV
Radio-act str: 20j later
Lokale mech irritaties
i. Scherpe tandranden
ii. Uitneembare prothese
e. mondhygiëne
5. chem
a. asbest
b. nikkel
c. houtstof  adenoca maxilla  via traankanaal
6. def
a. Fe: PLummer Vinson: afteuze letsels die littekens achterlaten: verkankeren
7. huidAD
a. leukoplakie: wit
b. lichen planus erosivus
i. AI
ii. Mond: strak
 rok & alc : synergisch
 beetje alc: goed
Precancereuze letsels
Witte mucosa verkleuringen
Leukoplakie
= witte vlek nt verklaarbaar dr iets anders


spontaan °
al dysplasie in

homogeen – nt homogeen (welv – rood)
Etio
Cfr kanker

nodulair

erythroplakie
gewoon wit
verder
 stop RF
 biopt
Lichen planus
Soriasis


stress gerelateerd
AI

vormen
o reticulair
o circulair
o plaque vorm
o combi


wel pijn
moeilijk dD hyperkeratose

verkankert enkel als erosief
o oudere V
o onrustig
R/: CS

Candididosis
Chron candidiasis
R/
- daktarin
- fluogel?
 chron mog ontaarden
Submucosale fibrose


India: tabak pruimen
Mond nt knn openen
Stagering & registratie
Anamnese
 vaak weinig relevant

vangen bij consult andere reden


pijn: ZZ
bloedingen uit zone mucosa

ingroei in kauwm: mond trekt scheef


musc
o stram = trismus
o vast = ankyloglossie
foetor ex ore
KOZ
 gezwel: PALPATIE
Opgezette pijnloze halslymfeklier
Klin stadiëring
 beeld
T
Tis
T0
T1
T2
T3
T4
in situ: premaligne dr BM
gn tekenen
<2cm
2à4cm
4à6cm
>6cm of invasie over huid-kaak
Klieraantasting
N0
gn klieren voelen
N1
IL <3cm
N2a 1IL 3à6cm
N2b meerdere IL
N2c BL / CL
N3
IL >6cm
Stage I
T1N0M0
Stage II
T2N0M0
Stage III
T3N0M0
T1N1M0
T2N1M0
T3N1M0
Stage IV
Rest
4/5  binnen 2j dood
P/
Afh
R/
1. stadium
i. vroeger  betere P/
2. lokalisatie
i. onderlip>tong (beweeglijk spreiding)>amandelloge
A. ablatieve R/
a. lokale ablatie: 1cm grens gezond weefsel
b. regionale ablatie: KLIEREN
B. RT / chemo
a. Adjuvant/palliatief
b. Nt levensverlengend
c. Wel + voor S/
d. RT: zeer lokaal
i. Brachy
ii. Tele
Resultaat
 curatie
 palliatie: stadIV
- verlengen
- S/ vermindering
FU
5j lang terug zien
Lagere stad  monoR/
Hogere stad  diR/
Alt ablatie tech: eerst biopsie!!!!
 excisie
 laser: nt te OZ: zeer goed opvolgen
 cryo: necrose opp cellaag
 + reconstructieve/plastische HK
Palatum: prothesie
6mm diep = HKU


msl in continuïteit
hals reconstructie

= lange operaties

Soorten
o Electief: functioneel
o Curatief: conservatief
vervolgR/
bepaalt dr APO
 N+: RT
Herstel letsels: HK
A. huidTx
B. naaien
C. lappen
a. vrije lap
b. spierlap
c. schiereilandflap
D. verschuiving
E. prothese
Harde tandweefsels
Antomie gebit & tanden
Vorming
 w6à7 na conceptie

interferentie met embryonale ontwikkeling  invloed tandontwikkeling

zeer lang eer af

lamina dentalis
o ectodermale orgine
o omringend mesenchym
o wisselwerking
Samenstelling gebit
melkgebit

progr vervangen dr def

20 tanden: 2S 1H 2M

Veel witter v kleur
Doorbraak
 6à8mnd
Timing & volgorde
 bijzonder veel variatie
  mog al aanwezig prenataal
 1j: nt ongerust  check verdere ontwikkeling king
o Oorinplanting
o Haarstructuur
o Hoe doet kind het?
 1,5j z drbraak  drverwijzen
 Afwezig op foto
o Weinig aan te doen
o Deel syndroom?
o Gn prothese: verdere groei nt blokkeren
 Volgorde:
o 2 1e S onder
o 2 1e S boven
o Lat S boven
o
o
o
o
Lat S onder
M1
= fontein
Veel var
Afwijkende drbraak
Con- en neonatale tanden

vaak hypoplastisch

msl vroegtijdig verlies


surnumeraire elementen
als zeer los: wegnemen (aspiratie)
Vertraagde drbraak


rubella in ZS
endocriene st

voedingsdef: VitD
o gewone sojamelk
o adoptie

erfelijke factoren
o raciale verschillend
o T21
Problemen bij drbraak
Klin S/
 “oorz v alles”: excuus lastig kind / te lang wachten voor dokter
1. koorts (nt >38,5)
2. lokale zwelling & roodheid
3. hypersalivatie
 zondebok andere AD
- OM
- LW inf
- Herpetisch gingivostomatitis
Transitie v melk nr def
Volledig melkgebit
 nl: spleetjes tss tanden  anders plaatsgebrek def gebit
Relatie melk-def
Onder melk zitten def kiemen klaar
 gevaar voor definitieve bij


infectie
trauma melk (1/3 kids valt op tand)
 kans op definitieve schade
Start wisselfase
 tss 5 à 6j: vervroegd
 blijvende aandacht voor poetsen
1e def = M


ongeweten
meest gevoelig bederf: vorm – plaats – drbraak
Wisselproces
5à6j tot 12j
 voortdurende wisselen

POETSEN

Regelm nr TA
Problemen
Dubbele rij tanden
 bewegen melk?
Ja: afwachten: wisselen wel
Nee: TA: wegnemen melk
Pericoronitis


vnl M3
1puntje door: bact onder  etter

R/ flapje tandvlees wegnemen
Eruptiehematoom


tandvlees blauw/zwart
= bloeduitstorting kiemzak

Bloeding mogelijk: blaasvorming  dicht bijten  bloed eruit
Persisterende melk
 wegnemen
 veralgemeend

Genet oorz
o Amelogenesis imperfecta
 Afwijking tandglazuur
 Ruwe tanden
o Williams Beuren syndr
 = idiopathische hyperCa syndr

Zware oogleden
 Laag ingeplante oren
 Kleine neus
 Volle lippen
 Kleine tanden
 AD
 systemisch oorz
o pseudopara
o lues
 lokaal
 afwezigheid onderliggende kiem
o nts aangedaan buiten vorm aanpassen
o kleiner v vorm
 malformatie def opvolger
 > 6mnd tss wissel L & R  TA
 uitblijvende doorbraak
 Odontoom = massa uit tandweefsel
 Wortel volledig gevormd: verplaatst nt meer spontaan
 ankylose melkelement

“terug in kaak kruipen”
 Drkomen tanden ernaast  tandrand is gegroeid: melktand is blijven staan : wegnemen
 plaatsgebrek

Nt genoeg plaats voor # & V
o Involutie kaakstruct dr gesch
 Verandering eten  minder kauwen
 Masseter trekF groter: meer groei
o Langdurige zuiggewoonten afleren: kaak anders te ver nr achter
 Moet gedaan op 2j
o Borstvoeding
 Meer F dr spieren
 Nt zeer langdurig (4à6j)
Erfelijk  voeding & onderhoud
Definitief gebit
32
2S
1H
2P
3M
Nummering & kwadranten
Kwadrant
Klok vanaf R boven
14 definitief
58 melk
Tand
XY
X = kwadrant
Y = nummer vanaf middellijn
Tandvlakken
1. occlusaal/incisaal
2. mesiaal (med)
3. distaal (dors)
4. linguaal/palataal
5. vestibulair/buccal
M1


meest complex
+/- 6j
Anatomie tand
- Glazuur
 nt bezenuwd: gn klachten voor gaatje dr
- Dentine
 gaatje: pijn & warm
- Pulpa
- Cementum  hechtvezels nr bot (parodentaal lig)
- Zenuwstreng/BVn nt uit te houden tandpijn
OZ
Alg aspecten
 NOOIT scherpe sonde
 zolang laag intact: mog herstel natuurlijk
 anders: instorten buitenlaag
Visuo-tactiel OZ
Kijk & VOEL
Aanvullende OZ


Rx
Harde tandweefsels
Afwijkingen in #gebitselementen
Hypodontie
 ontbreken gebitselem


msl 1
“solitaire agenesie”

>6: oligodontie

Anodontie: nts
Solitaire agenesie (<6)
 zelden in melkgebit  50% ook afw in def

vaak symm
o ev reductieverschijnsel: andere kant mini-tandje


asymm: orthodontie
ev onderliggende path

driehk tanden  ectodermale dysplasie (tauro)
Oligodentie (>6)
= partiële anodontie


gn andere lich afwijkingen
esth & fct probl

R/ implantaten op titanium schroeven
Hyperodontie
Nt héél freq
 bovenfrontzone
Mesiodens
 thv middellijn extra aangelegd


foto’s
liefst vroeg weg  orthodon vermijden

surnumair element
Afwijkingen in vorm & V gebitelem
Dens invaginatus
= tand in tand


plooi in glazuur  bact in  abces
komen nt volledig door

roodheid rond
Microdontie
Macrodontie
 extra breed

fusie 2kiemen

1zeer brede tand
Afwijkingen in kleur
Endogene verkleuringen
Formatieve verkleuringen
1. medicatie tijdens tandkiemvorming: groenachtig
2. struct stoornissen
3. fluorosis: te hoge inname
a. via voeding: drinkwater Afr
b. krijtachtig wit & stukjes af
4. tetracycline
a. nt in periode tandvorming
b. bruin-grijs
c. minocycline voor acné: verkleuring alv bot blauw-zwart  drschemeren dr ging
Post-eruptieve endogene verkleuringen
 afblijven als ontstekingsvrij
 verkleuring na trauma
Exogene verkleuringen
= tandplaque kleuring
R/ = tanden poetsen
A. bruin-zwart
a. bij muco: cariës vrij: hoog buffervermogen
B. bruin
a. chloorhexidine
b. na stop mondspoeling
c. nr TA
C. tandbederf
a. wit, dof  zwart
b. zwart: nt meer actief: neemt mineralen op
D. tandsteen
Ontwikkelingsstoornissen tandstructuur
Verschillende redenen mog
Pre-eruptieve en/of formatieve stoornissen
1. fout voorgaande melk
a. melk  inf  gn pijn
b.  abces tandvlees  st onwikkeling def tand MOET behandeld
c. = zwakke plek in tand
2. val
a. 1/3 kids val op tand
b. Ingeduwd op def  leklijke plek op : esth
3. chronologie defecten
a. metabool
i. alle zich ontwikkelde kiemen aangetast
ii. breedte  lengte
iii. hoogte  tijdstip
iv. vb hypoxie geboorte: verkleuring & tandbedrerf
b. hypoCa
c. infectie ziekten : zware mazelen
d. malnutritie: (adoptie)
e. medicatie
i. chemo
ii. fluoride
4. amelogenesis imperfecto hereditaria
a. aangeboren
b. soms tandglazuur volledig afwezig: zenuwvezels nt bedekt  pijn poetsen
c. R/ inpakken met addesieve materialen
Post-eruptieve afwijkingen tandstructuur
 99,9% gaaf
 afh gedrag

tandbederf

trauma

slijt

o natuurlijk
o overdreven gebruik
 knarsen
 ‘wit’ tandpasta: buitenlaag verdwijnt  overdreven schurende pasta
 Bic bijten
Erosie: toekomstig probleem
o Tand w vlak
o Freq gebruik v zuren
 Frisdrank
 Fruitsap (pompoensap)
o Vnl ook spoelbew
o Sterke toename
o Endogene zuren: maagzuur  binnenzijde tanden: weggespoelde tandvlakken
 Anorexie
 Boulemie
 Reflux: achterste M
Tandbederf
Voorkomen
 screen voor KK
Vlaanderen
3j 93% cariësvrij
5j 69% cariësvrij
 1/3 tandbederf
Tandmobiel
<1j na drbraak def reeds 10% bederf
12j: >40% bederf in def
Volw: ?
Evolutie & trends
 Daling


Nu stagnatie & toenamen
80% cariës bij 20% kinderen

Onvoldoende motivatiesF

Polarisatie


Nt nr TA vooraleer probleem: rol K&G en HA
Soc lagere delen: barrière meer dan fin
Zuigflexcariës


cte zoete dranken: z inspanning mam
fopspeen: honing – choco – vitsiroop


aantasting rond
gevolg
o slaapt
o eet slecht
o ambetant op school
Wortelcariës
 oudere pers
o nu: meer eigen tanden bij bejaarden: meer zorg nodig
o speeksel daling:
 GM
 lft
o mindering eigen tandverzorging

stukje wortel bloot  wortelcariës

gn opleiding voor bej helpsters
Impact v cariës
1. ongemak & pijn
a. pijnstiller geraakt er nt goed
2. ontsteking
a. lokaal
b. elders
i. hersenabces
ii. gw prothese
iii. IE
 link nt altijd gemaakt
3. fct beperking
4. inname GM
5. spanning & stress
6. schoolverlet & werkverlet
7. kosten
8. groei & gewichtstoename
9. ontw achterstand
10. slechte nutritionee status
 herstel: catch up 8-10
Etio
Caries RF
 onevenwicht in microbiële samenstelling
TANDPLAQUE


laagje : bact – bact producten = huls
bepaalde samenstelling:
o gunstig= beschermend
o ongunst = agressieve mo
 contacten bij tanddrbraak (drgave v ouders met tandbederf)
 voorproeven



 fopspeen
eens genesteld: moeilijk kwijt
op zich nt schadelijk als goede voedingsgewoonten = kolonisatieresistentie
min tandhygiëne  onder controle
opgroeien gaaf melkgebit  goede P/
Samenspel:
1. microflora
2. substraat
3. tijd
4. mondmilieu
+
5. omgevingsfact
6. maatschappelijke factoren
 complex – multifactorieel
 interactie
- gedrag
- gen
- omgeving
Klinisch beeld & S/
GraadI
Initiële lesie
 glazuurlaag


voelt nts: doffe witte groeve
perfect reversibel!
GraadII
Onderliggend tandbeen
 gevoelig bij zoet – t°

restauratieve R/ nodig
GraadIII
Plpitis
 zenuw reactie  ontstekingsreactie

PIJN:
o Uitstralend
o Pijnstillers helpen nauwelijk
o Ontzenuwing: kanaal opstoppen met rubberpasta

R/ nodig

Urgenties
GraadIV


2à3wkn III
Periode pijnvrij


Bact aan tandpunt  etter  pijn bij kauwen : dikke kaak: abcedatie
Bact in bloed: risk KK
R/
Vulling stopt cariës nt
= 1e actie
Preventie v tandbederf
Plaque
 MO

Voedingsbestanddelen
Suiker  10à15s in plaque  bact metaboliseren  afval: vnl melkzuur  in plaque daling pH
Speeksel  langzaam neutraliseren  >5,5 stop oplossen
 voldoende tijd tss: mineralen herïngebouwd (TRAAG)
(wacht met poetsen)
Plaquecontrole
 poetsen voor maaltijd
- gn plaque bij suiker (enkel als perfect)
- max fluoride
 cola liefst + maaltijd: buffer + max speeksel
 chocolade: bij maaltijd
Elektr borstel  tandvlak per vlak & tssin opheffen
Voeding
Trigger
= suiker  reeds bij 10%
 afh frequentie
Lactose
= koemelk


Ca – fosfaat – caseïne
Cariostatisch
Sojamelk
 meer acidogeen
Borstvoeding
 meer lactose
 na tanddrbraak: op vraag & ’s nachts: probleem
Preventie
 plaquecontrole
 mech
 chem
 stop groei

nt dagelijks
 hoeveelheid
Poetsen!!
 vanaf 1e melk

2X/d


Efficiënt
o Begeleiding TA
o Hulp kids
Ook tss tanden in

Tong schrapen
 Samenstelling
 S mutant (lactobacilli – actinomyces viscosis)
 hoe vroeger – hoe hoger risico
Voeding
 voldoende rust tss
 max 5X/d
 tijdig beker
 tijdig fopspeen wege
Aanvullende maatregelen
Fluoride
In tandplaque F-ionen  drempel pH verlaagt
- nt via tabletten nodig (bloed  speeksel)
- lokaal: tandpasta – tablet opzuigen/knabbelen)
Parodontologie
 steunweefsels z gebit  vnl middelbare lft
 80% tandverlies
Periodontium
Definitie
5struct
1. gingiva
a. onmidd aan tand
b. gekeratiniseerd
2. alv mucosa
a. interdigatinatie
b. F verdragen
3. proc alv
4. periodontaal lig
5. root cementum
80% ontsteking periodontium
De AD vh parodontium
Plaque-gerelateerde AD
Gingivitis & parodontitis


oedeem
rood


enkel gingiva & marg rand
reversibel dr betere plaque controle

S/ bloedend tandvlees

R/

o gn AB
o betere mondhyg
plaque: 80% bact  mog nestelen epitheel gingiva


gingiva: vervelt 2X/d: nt poetsen (terugtrekken)
supra-gingivale cleaning improved oral hygiene

spoelmiddel: eerst plaque verwijderen


antiseptica:
o hextril: gn effect
o chlorhexidine!!
 Perio-aid
 Corsodyl
  als tandhyg nt kan
Plaque kleuren: verklikker: beoordelen

Vezelige voiding: gn effect
Waar reinigen?
°
 vanuit interdentale rand
 vanuit ruwheden
INTERDENTAL!
Na 36u begin
Na 48u: kleine rand aan gingiva: zichtb na 3à5d
Freq reinigen:
- voor gezond tandvlees  elke 2d
- voor fluor & cariesprev 2X/d
op tong!!!!
Necrotiserende gingivitis
 reuk!


Malaise
Weg resorberen papillen


Pijnlijk tandvlees
Koorts

Lymfeknopen


HIV+: vroeg teken
Zware stress periode

R/
o Ev metronidazole
o Spoelen met O2 water
Parodontitis

Bot aangetast  kruipt weg


Onomkeerbaar
>50J: 30à50%

Tanden w mobiel


Spleetvorming
Nr beneden zakken tand


Onder glazuur – cement grens
Pocket
o Nl 2à3mm
o Put nr buiten

Al GZH:
o Cte bact: kauwen – reinigen
o Inflamm componenten & bact in bloedbaan
 4à6X P MI/CV AD
 Vroegtijdige bevalling
 Laag geboorte gewicht
 DM

Artritis

Meer longinf bij intubatie
Oorz
3factoren
1. vatbare gastheer
2. pathogene bact in mond
3. (goedaardige bact)
1Vatbare gastheer
 minder efficiënt immuunsysteem (genetisch)





roken  zeer moeilijke R/
DM
o Insuline dosis zeer wisselend
GM
o Imm syst
o speeksel
stress
virale inf
 gedaalde efficiëntie neutrofielen/ macrofagen
 gedeeltelijk erfelijk
2.Patho bact in mond
 gram3.Goedaardige
 gram+
Ontsteking rond implanten
= periodontitis
 zelfde etio
Biofilm
 cfr prothesen
Matrix
 slechts 50% penetratie CHX
Beta-latamase producerende cocci
Stand-by: Nt-actief & nt delend (bep AB nt eff)
>550 verschillende soorten
 exchangeDNA ° super resistente subpopulaties
Consequenties
 1000X hogere resistentie dan planktonisce bacteriën
R/


Nt allen gekend
Nt allen gevoelig voor zelfde AB  AB nooit 1e keuze

Doorsturen nr tandHKge

hele mond scalen: plaque verwijderend

doel: terug vastkleven tandvlees  stop zetten inf proces


mondspoelmiddel: geraakt nt in diepte pocket
scaling rootplanning: pocketdiepte/2 +1

parodontale scaling
 gingiva veel bleker & oedeem weg  tandvlees nr apicaal
 bot herstelt
Periodontale chirurg
= wegsnijden pocket
- incisie tss gezond & ontstoken tandvlees
- worteld perfect reinigen
- tandvlees sluiten
- verband
Optimale plaque controle
Interdentaal
1X/d
 floss

driehoek

ID borsteltjes
Tandenborstel
 2X/d
 Elektr
o Weinig beter tenzij pt handigheid zelf nt heeft
 gewone

one-tuff
 nt te agressief
 nt vlak na eten
Waterpick verwijdert bact nt
Tond


zeer ruw opp
ook reinigen: tongbeslag  slechte adem

tongschraper
Andere vakdomeinen
- ademgeur
- implantaten
- esthetisch
Het ca vd mondholte
 msl ontaarding slijmvlies: hoge turnover
RF


alc
roken
lar tumoren  4X freq’er
R/

minder pijn

fct probleem: trismus

ablatie

RT
o Tele
 50Gy Loco-regionaal
 16Gy Lokaal
 Stralingsbron verschuift
o Brachy
 Lok>regionaal
 Alg narcose
 Onder tongbodem

Draadjes invoeren: pt geïsoleerd
 Hogere dosissen lokaal
 Ook bescherming kaak
o Bijwerkingen & verwikk
 Radiodermitis





 rode vervellende huid
Radiomucitis


Moeilijk slikken
Verzweren

R/ slikverzachters
Trismus
Xerostomie


>300rad
Verzuurt


Verandering flora
Nt meer anti-cariogeen

Smaakverlies

o
o
o
o
o
o
o
o

o
o
chemo
Pt mog allergisch aan straling
Gevoeligheid afh
o Pt
o tumor
Vrije tandenrij zakt: tandenwortel bloot: cariës  pulpanecrose
 abcedering  trekken  bot kan dr RT nt meer helen 
pijn  mot-eating = ORN: osteoradionecrose
 O2 therapie voor extractie & opt tandhygiën
HK na RT: moeilijk
RT na HK: korter ZH
Aquaplast masker: positie installeren op tafel
Lft: 20j later is R/ zelf carcinogeen
Type tumor
5à 10min/d
postR/ depressie
selectief tumor bestralen ipv concentrisch
 vgl uitbreiding & drainiage
 fct speekselklieren houden
huidreacties
radioprotectoren: tanden beschermen dr loodschild
o S/ tijdelijk onderdrukken

o Neoadjuvant MTX
o Lijkt weg  mr altijd rec na 7à8wkn
o Presterilisatie voor operatie
o Paliatief
o Hoe agressiever  hoe beter reagerend
fotodynamische therapie
o medicatie met tumorseeker functie
o gevoelig aan laserlicht
FU
belangrijk
 j1,2  1X/2mnd
Oz

j3,4,5  1X/4mnd
-
lokaal
regionaal
algemeen
technisch
multidisciplinair
recidief: msl 1e 6mnd (2j)
 indien nt curatie  later tumor: ‘nieuwe’ tumor


M
Recid in lokaal
 Recid in regio
= field cancer
 kanker is doorbraak in voorbeschikt veld (roken & drinken)
Palliatieve R/
 HK


RT
Chemo: systemisch
Radiologische opklaringen in de kaak?
 weke delen verwikkelingen
Circulaire laesie
 chron abces: check vitaliteit tanden

cyste


osteolystische M
prim tumor in bot

odontogene tumor
Cysten
 expansie  necrose tand  surinfectie
 Folliculaire cyste


>90% dr afgestorven N(?)
Weinig S/


Traag
Convergentie tss kronen welving
 epitheel wand (anders pseudo cyste)
- dentogeen (meerl)
- visceraal
epitheelresting vh epitheel gelaatswelving  moesten sterven mr deden dit nt
sosms cystisch  fistelvorming
 opspuiten met methyleenblauw
Resten Malasez: Hertwig schede
Resten Serrez: tandlijst
KB cysten
Dentogene
Fissuren


tss procc max & tandenboog: veel tandanomalie
epitheel binnen  cysten

middellijk

mandibulaire middelling
verwikkelings cysten
ontwikkelingscytsen
primordiaal  nt aan tand verbonden
weze cyste: ooit tand?
Radiculaire cyste: achterblijven  trager gaan groeien
Parodontale cyste: over verloop v jaren groter w
Sinus max  afgelijnd : lamina dura: tenzij hyperthyroïdie
Radiculaire cyste kid
 moeilijk dD groeicyste
Cyste groter  botverzwakking : breuk
-
monoloculair
multiloculair
BK
 cyste : rond/hart
 weg minste weerstand: uitbreiding nr

buccaal


palatinaal
nasaal

sinusaal
enterische oliën  tot slijmvlies door
cyste uitbereiding nr sinus maxillaris
S/

apicale zwelling z ontstekingstekenen


blauwe verkleuring
divergentie tss tanden

cysten

mucocoele
dD
R/
 OK
- enucleatie & primaire sluiting
- enucleatie & tamponade
- marsupilisatie
1. kleine ingreep
2. gn schade
- luikje weg  P weg  V reductie
1. moeilijk in BK
- tand betrokken:
-
-
1. weg
2. trachten te houden
MOET omgevende weefsels R/
1. cave:
 kaakkiemen
 zenuw
tandHK R/
1. insnede buccaal
2. cystewand uitnemen
3. apex weggeboord
4. gecementeerd in onderste deel
5. =apexresectie + endodontie + kroonherstel
6. – tand w brozer
7. wanneer?: tand steunpunt voor dure brug
 folliculaire cyste
- rond kroonzak: breuk  tand breekt door
- kroonzak: mog majeure afmetingen
baby
- Epstein
- Bohn
 H nr boven gedrongen
 veel bij M3
Kids
 Epstein parels: resten Serres
 gn tanden; soms neonataal tandjes
R/!! want bijten in
Nasopalatiene cyste
= lichte vorm schisis
 tanden uit elkaar
 nt grauw
Keratocyste
 ° in epitheel v viscerale of ? oorsprong
- veel hogere turnover: snellere & grotere destructie
- mog dochtercyste
-
cfr menggezwel – ameloblastomen
Pseudo-cysten
 aneurysmale botcyste
SBC: simple bone cyst
 interne bloeding cap: oplossen bot
 R/ ingaan
ABC
 high/low flox art-ven connectie
 steal syndr
 thrill in kaak
 zichtbaar in wisselgebit: dan hyperemisch (5à6j)
 nt zomaar M extractie
 kaakfract: mog fataal
Cystische tumoren
 chondrosarcoom

slechter dan osteosarcoom in kaak
 ameloblastoom
 binnenkant dentale kap


kan verschillende gezichten hebben
veel in Afr
 myeloplax tumor
 kanker komt dr huid
-
gn M
lokaal zeer vernietigend
R/ volledige wegname (z klieren of M)
Conservatief als ver v lichaam
Agressief & ruim als dicht
Ameloblastoom
 klein : direct resectie
Odontoom
 1kroonzak meerdere tandjes
 amorf blok
1. glazuur
2. dentine
3. cementum
4. pulpa elementen
5. tandfollikel
Occlusie – kaakgw
Nl occlusie
 alle tanden contact
Malocclusie
 open beet: duimzuigen
Skeletale open beet
 nt goed mee leven
Occlusie = statische verhouding tss boven & onderboog
Articulatie
 kauw: OK bol segment
 OK zweeft:


free-way space: ademen
slikken& kauwen: enkel dan raken tanden

regressie
o tanden knarsen: dr glazuur & dentine tot tandvlees
o klemmen
Normocclusie
 boventanden voor
 ondertanden smaller
Pijler occlusie
= Mboven = centrale drager
 articuleert op onder M
=H
S boven  overjet & overbite
Schaarbeet
Dekbeet
 diepte beet afh genen
Habituele occlusie
 belang!!!!
Max occlusie
 meest nr achter OK
 occlusale rehabitaie


let op voor natuurlijkhe positie
anders kaakklem  pijn syndroom

geforceerd in centrale positie: OK nr achter
 kaakgw


discus articularis
sterk bezenuwd
 sterk bevloeid
 kaak forceren: verlenging band
Discus nr achter: click  slikken terug op z’n plaats
Kaakluxatie: vastzitten
 repositie in druk


analgetica
sedatie pt: spontaan op plaats
Openen mond
1. rotatie
2. translatie
 lat bewegen: vulling stuk bijten
Temporo-mandibular pain and disfct: wsl even freq als tandpijn
Blockage discus
 meer

opspannen bilat: °relatieve onderP: vacuum  mog discus achter kaakkop
Desynchronisatie tss L&R
 kine


antiflog
stemplaatjes

artroscopie: HK  jaar erna: andere kant overbelast
doel = pt pijnvrij
- 4à6mm lat bew
- 35mm interincisaal bew: M> V (3vingers)
Malocclusie
Angle
- Ant-post
1. OK meer nr voor/achter
- Dwars
- Vert
Kaakmalrelatoe: alle richtingen
I
tandverhoudingen nl: 1knobbel nr achter
II
vogelgezicht: OK te klein
1 adenoïd facies: minder occlusale groei (Ndl)
 long facies: in utero bep
 gevaar val fronttand
 afbijten 7mm: kaakGW overbelasting
 in paradontium bijten : tandvlees bloot: droog: gingivitis
 tanden uiteen
 hals kin afstand kort
2 onderlippen op BK
 shortfacies: enorme kauw F
 diepbeet: ondertanden bijten fronttanden stuk
Habsburgers: OK nr voor (centenbak)
 OK te grppt: msl asymm
 distant face (soepbord)
 Aziatisch
 hazenlip schizis: BK smal & nr achter
 acromegaal: druk chiasma optica: sella turcica vergroot & ingevreten
Hoofdpijn & hemianopsie
III
 afgietsel maken
 CT
Orthognatissche correctie
 dento-ossseuze myocutane lap
OZ
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Hoe
-
groei
familie
gipsmodel
foto’s
seriële Rc
3D verhoudingen
BK los
OK los
Beide
Afwijking
- tong
- lippen
 natuurlijke compensatie
 correctie: compensatie ongedaan maken  orthodontie voor operatie
Std ingrepen
A. basisosteotomie
a. tanddragend deel les
b. even neuropraxie
B. Le Fort osteotomie I
a. Vanuit mond
b. Downfracture (met duim)
c. Verticular maxillar excess reduction
d. Skeletale open beet: BK los: M omhoog & S nr beneden (clock)
C. Quadranjulaire osteotomie
a. Hogere vormen
b. schisis
D. Le Fort osteotomie III
a. BK los in 1blok
b. Uitliggende ogen
c. Bot bijgezet
 orthodontische voorbereiding: 2j
 chir is terugbetaald
 psych welgevoel
 tand trekken: ev voor verdere R/
 advies chir!!!!
KIJK VOORAF!!! Chir of orthodontisch!
Dentogene infecties
Beeld mog
- dikke kaak
- leukemie.
- Pijn
- Trismus
- Slechte geur
- Beperkte mond opening
R/
-
Zwelling buccale plooi
-
AB
-
1. voor abces
2. goede penetratie
Pijnstiller
Rx!!!!  mooi verticaal?
Laten doorkomen/anders weg
M3 wegname
 narcose: in 1X
 plaatselijk: in 2X



vnl gramheterogene kolonie
o nt 1AB (nt echt nodig)
HK!!!!! Behandeling
Evacuatie pus!!!!  dreiging drbraak in loges
Infectie


lokaal
regionaal

algemeen
o klepafwijking: penicilling
o 1u voor extractie 2g amoxicilline (clindamycine/cefalosporine (als gn
angiooedeem)
o ZH : 30min voor ingreep IV
 Endoscopie

Alle ingrepen met bloed in mond
Tandabces
 weg minste R
- onder periost  onder epitheel
- periodentaal: tandHK
 manifestatie etter
 neus


lip
furonkel


vestibulaire omslagplooi
lip

paranasaal


in loges
tongflegmone


hersenen: direct ZH: tromboflebitis
gezwollen oogleden

lichaam in
sepsis – intoxicatie
 resp verdringing
o intubatie
o drainage
o hyperbare O2
Download