Brancherapport Transport en Logistiek

advertisement
Brancherapport
Transport &
Logistiek
Markt, trends, ontwikkelingen
en risico’s
Inhoud
3 De markt
5 Feiten en cijfers
9 Trends, ontwikkelingen en risico’s
9 Markt en regelgeving
Trends & ontwikkelingen
Risico’s
11 Technologie & innovatie
Trends & ontwikkelingen
Risico’s
13 Topsector Logistiek
Trends & ontwikkelingen
14Personeel
Trends & ontwikkelingen
Risico’s
16 Topsector Logsitiek
De Human Capital Agenda (HCA)
17Duurzaamheid
Trends & ontwikkelingen
Risico’s
17 Belangrijke organisaties
18Bron
2
De markt
Figuur 1 laat de verdeling van transport & logistieke
bedrijven zien naar type activiteiten en naar omvang van
het aantal werknemers.
De branche ‘transport & logistiek’ bestaat uit ondernemingen die goederen via weg, rails, water of lucht
vervoeren. Daarnaast behoren laad-, los- en overslagbedrijven en expediteurs tot de branche.
Voorbeelden van bedrijven in de branche zijn:
– ‘Eigen vervoerders’ ofwel bedrijven met slechts één
vergunning om te vervoeren.
– Kleinere ondernemingen die zich meestal uitsluitend
bezighouden met het vervoer van goederen.
– Grotere ondernemingen die naast het vervoeren van
goederen, vaak ook aan logistieke dienstverlening doen.
Dat wil zeggen, adviseren over of ondersteunen bij de
toepassing van nieuwe logistieke concepten.
–– Nederland is één van de belangrijkste transportlanden
in de EU en heeft met de grootste Europese haven en
centrale ligging een belangrijke positie. Op het eerste
transportscorebord van de Europese Commissie begin
2014, staat Nederland op de eerste plek.
–– Het Topsectoren beleid, dat in 2010 is gestart door de
Rijksoverheid, geeft een goede stimulans aan innovatie
en samenwerking binnen de branche.
–– De branche is goed georganiseerd. Veel bedrijven in de
branche zijn lid van een brancheorganisatie.
Fig 1. Aantal bedrijven in transport & logistiek verdeeld over subbranches en werknemersklassen (1 januari 2014)
1 werkz
pers
2 werkz
pers
2-5
werkz
pers
5-10
werkz
pers
10-20
werkz
pers
20-50
werkz
pers
50-100
werkz
pers
> 100
werkz
pers
Totaal
Goederenwegvervoer
5.020
1.470
905
860
710
545
240
160
9.910
Tussenpersonen in vrachtvervoer
1.280
265
245
250
185
160
65
55
2.505
Dienstverlening voor landvervoer
905
175
75
45
30
15
5
5
1.255
Distributiecentra, overige opslag
235
70
45
40
40
35
20
15
500
90
30
15
20
15
35
15
5
225
5
95
40
60
25
5
5
505
740
Koeriers
5.055
25
5
5
5
0
0
75
5.170
Binnenvaart
(vracht- en sleepvaart)
1.180
245
45
20
10
10
0
815
2.325
Zee- en kustvaart (vrachtvaart)
425
45
10
5
5
0
5
165
660
Dienstverlening voor de
scheepvaart
800
115
40
40
35
20
15
500
1.565
80
60
15
5
10
5
5
900
1.080
115
25
20
30
10
20
5
5
230
90
45
30
10
20
5
5
230
435
5
0
0
0
0
0
5
0
10
10
5
5
0
0
0
0
0
20
180
250
45
30
15
5
5
1.255
1.785
15.475
2.920
1.540
1.420
1.115
860
395
4.690
28.415
Over de weg
Subbranches
Opslag in tanks en koelhuizen
Over het water
Transport via pijpleidingen
Spoor & lucht
Weg & water
Laad- en losbedrijven (zeevaart)
Laad- en losbedrijven
(geen zeevaart)
Wegings- en metingsbedrijven
Goederenvervoer per spoor
Goederenvervoer door de lucht
Dienstverlening voor de
luchtvaart
Totaal
Bron: CBS, augustus 2014
3
–– De branche is meer dan gemiddeld gevoelig voor de
stand van de economie en sterk afhankelijk van de
ontwikkelingen van de wereldhandel en export. Sinds
de sterke omzetdaling in 2009 zijn alle branches weer
gegroeid. In 2013 is wel weer een lichte krimp te zien,
maar in het eerste kwartaal van 2014 is weer groei te
zien door de economische groei in de Eurozone vanaf
de zomer 2013 en groei van de internationale
handelsstromen.
–– Wegtransport heeft het grootste aandeel binnen het
goederenvervoer. In het wegtransport is sprake van
sterke concurrentie. De prijzen en de winstgevendheid
staan onder druk. De vraag vanuit de industrie
neemt toe en de vraag vanuit de bouw en non-food
consumentengoederen zullen op termijn ook weer
aantrekken. Wegtransport is sterk afhankelijk van
binnenlandse vraag, goed voor ongeveer 80% van
het transport-volume. Internationaal transport heeft
nog steeds grote concurrentie van Oost-Europese
wegtransporteurs. Er is sprake van een toename van
de schaalgrootte van wegtransportbedrijven.
–– Tussenpersonen in vrachtvervoer worden ook wel
expediteurs genoemd. Zij hebben vaak een regierol
in de vervoersketen en hebben als zodanig een coördinerende rol. Maar deze rol is steeds meer aan het
vervagen. Expediteurs hebben een eigen wagenpark
en doen zelf aan opslag.
–– Opslag kent verschillende deelsegmenten, zoals
tankopslag, koelhuizen, distributiecentra en opslagboxen. Er is sprake van een forse leegstand bij
tankopslag van bulkvloeistoffen. Nederland is een
belangrijk vestigingsland. Het heeft een goede
geografische ligging, met grote havens in Rotterdam en
Amsterdam en het vliegveld Schiphol. De logistieke
infrastructuur is goed en er zijn aantrekkelijke fiscale
faciliteiten. De opslag profiteert van de aantrekkende
wereldhandel en de economische groei in Nederland
en heel Europa.
–– Een aanzienlijk deel van de distributiecentra in
Nederland zijn sinds 2000 verplaatst naar NoordBrabant en Limburg. Het grootste gedeelte (90%)
bestaat uit Europese distributiecentra.
–– Door de explosieve groei van aankopen via het internet
zijn koeriersdiensten sterk gegroeid. Er is sprake van
een grote prijsconcurrentie in deze markt.
4
–– De helft van de West-Europese binnenvaartschepen
vaart onder Nederlandse vlag. In de binnenvaart is al
jaren sprake van een overcapaciteit. Het vrachtvolume
in de binnenvaart neemt weer toe als gevolg van een
aantrekkende industriële productie en groei van de
Duitse economie en de sterk stijgende vraag uit
Duitsland naar kolen en erts. Die producten worden
onder meer via de havens van Rotterdam en Amsterdam
geïmporteerd, waarvan 70% tot 80% per binnenvaartschip. Door deze stijging in internationale handel kon
de daling in binnenlandse transportstromen grotendeels worden gecompenseerd. De binnenvaartsector is
sterk op het buitenland gericht: 65% van alle door
Nederlandse binnenvaartschippers vervoerde volumes
betreft grensoverschrijdend transport.
–– De containerisering van de zeevaart, die reeds in de
jaren zestig zijn intrede deed, heeft tot grote veranderingen geleid in de scheepvaart en havenlogistiek, die
aanzienlijke kostendalingen met zich mee hebben
gebracht. Door een sterkere automatisering van de
overslag zijn de kosten voor het laden en lossen van de
goederen aanzienlijk gedaald. Daarnaast heeft de bouw
van steeds grotere containerschepen tot schaaleffecten
geleid. Deze trends hebben ertoe geleid dat het
mondiale vervoer over zee, en met name het containervervoer, in de laatste jaren sterk kon groeien.
–– Het aandeel van het goederenverkeer over het spoor en
door de lucht is klein.
–– Binnen alle branches in de Transport en Logistiek staat
het thema duurzaamheid hoog op de agenda, vaak in
combinatie met kostenbesparing.
Figuur 2. Index omzetontwikkeling bij transport & logistiek bedrijven en het bruto
binnenlands product (BBP)
Bron: CBS, CPB, EIM
140
Index (2010 = 100)
130
120
110
X
X
2013
2014
X
100
90
80
2005
2006
X
2007
2008
2009
2010
2011
2012
Goederenvervoer over de weg
Vervoer over water
Vervoer door de lucht
Opslag, dienstverlening door vervoer
BBP
2015
Prognose
Feiten en cijfers
Figuur
3. Transport
logistiek
(goederenvervoer): ontwikkeling
oprichtingen enzien
opheffingen
–– De
branche
transport &&logistiek
(goederenvervoer)
Figuur 2 laataantal
de omzetontwikkeling
in de transport en
bestaat uit ruim 28.400 bedrijven.
logistiek in de periode 2005-2013 en de verwachting voor
4.000
–– Daarvan
zijn circa 14.265 bedrijven zogenaamde
2014 en 2015, afgezet tegen de economische groei.
zelfstandigen
zonder personeel (zzp’ers). Deze zijn
3.500
3.280
3.295
voornamelijk te vinden onder bedrijven met 1 of 2
De branche is
flink gevoelig geweest voor de economi3.070
2.870
3.000
2.765
werkzame
personen.
sche crisis. De bedrijfsomzetten
zijn daardoor aanzienlijk
2.680
2.635
–– De
bedrijven met 3 tot 10 werkzame personen vormen
gedaald in 2009. Binnen de branche is transport over
2.500
2.325
2.165
2.145 Sinds 2010 is er
2.125
met bijna 3.000 bedrijven
een kleine
groep.
het water in 2009 2.005
het sterkst getroffen.
2.030
1.930
2.000
–– Bijna 6.000 bedrijven in transport & logistiek hebben
weer sprake van groei. In 2013 is er wederom sprake van
101.500
of meer werknemers in dienst.
een omzetdaling bij het goederenvervoer over de weg als
–– Grootzakelijke bedrijven (100 of meer werkzame
gevolg van een krimpende economie. Deze branche is het
1.000
personen) leveren de grootste bijdrage aan de werkmeest afhankelijk van de binnenlandse vraag.
gelegenheid
in de branche met ongeveer 65% van de
500
banen. MKB bedrijven (tot 100 werkzame personen)
De verwachting voor 2014 en 2015 is dat alle branches
–
zijn goed voor circa 35% van de banen.
binnen de transport & logistiek zullen groeien. Voor trans2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
–– De meeste bedrijven in de branche houden zich bezig
port door de lucht wordt de meeste groei verwacht.
met goederenvervoer over deOpheffingen
weg.
–– In 2013 telde de branche circa 3.400
bedrijfsoprichtingen.
–– De gerealiseerde omzet in 2013 bedroeg circa
€ 62,4 miljard.
5
Figuur 3. Transport & logistiek (goederenvervoer): ontwikkeling aantal oprichtingen en opheffingen
4.000
3.500
3.000
3.280
2.680
2.500
3.295
3.070
2.870
2.635
2.125
2.325
2.030
2.000
2.165
2.005
1.930
2.765
2.145
1.500
1.000
500
–
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
Opheffingen
Bron: CBS
Het Nederlandse bedrijfsautopark wordt regelmatig
‘ververst’ met nieuwe bestel- en vrachtauto’s. In 2009 is een
sterke daling van de nieuwverkopen te zien en in 2010 een
beperkte daling.
In de jaren 2011 is weer sprake van een groei, maar in
2012 en 2013 dalen de nieuwverkopen weer.
In de eerste helft van 2014 is een verdere daling te zien.
Figuur 4. Aantal nieuwverkopen bedrijfsauto’s (x 1.000)
100,0
90.0
6,0
80.0
70.0
5,6
7,2
7,4
4,4
60.0
5,7
50.0
3,9
4,2
3,9
40.0
30.0
1,6
1,2
2013 - h1
2014 - h1
20.0
10.0
–
2005
2006
Bestelauto’s
Vrachtauto’s
Bron: CBS
6
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
Figuur 5. Bedrijfskosten naar kostencategorie vergeleken binnen de sector en met het totale bedrijfsleven
Kostencategorie
Weg
Zee
Binnenvaart
Lucht
Dienstverlening
Transport &
logistiek
Totale
bedrijfsleven
Inkoop
31,9%
18,7%
23,1%
3,6%
52,2%
30,7%
68,9%
Personeel
30,4%
17,0%
22,1%
20,9%
22,7%
27,1%
13,9%
Huisvesting & energie
2,8%
0,6%
1,0%
0,6%
6,6%
3,4%
2,5%
Apparatuur & inventaris
0,6%
0,6%
2,7%
0,4%
1,7%
1,0%
0,8%
22,0%
33,9%
23,1%
45,1%
2,2%
19,0%
1,9%
Verkoop
0,6%
2,1%
1,3%
3,6%
0,9%
1,4%
1,7%
Communicatie
0,4%
0,4%
0,6%
0,1%
0,5%
0,4%
0,3%
Overig
5,6%
15,0%
11,8%
21,3%
5,6%
10,1%
7,0%
Afschrijvingen
5,8%
11,9%
14,3%
4,4%
7,7%
6,9%
2,9%
Totaal
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
Vervoersmiddelen
Bron: CBS, 2012
Uit figuur 5 blijkt, dat de drie belangrijkste kostencategorieën inkoop, personeel en vervoersmiddelen
betreffen. Vergeleken met het totale bedrijfsleven zijn
de kosten voor vervoersmiddelen logischerwijs relatief
erg hoog. Binnen de lucht- en zeevaart wordt relatief
het meeste aan vervoersmiddelen uitgegeven.
Binnen de logistieke dienstverlening wordt relatief veel
aan apparatuur en inventaris uitgegeven.
7
30.0
1,6
1,2
2013
2014
20.0
10.0
–
2005
2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
Bestelauto’s
Verdiepingscijfers
over de markt
Vrachtauto’s
Figuur 6. Ontwikkeling vervoersprestatie
(op basis van ladingtonkilometers op Nederlands grondgebied)
120
100
80
60
40
20
0
2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012
Railvervoer
Binnenvaart
Pijpleiding
Wegvervoer
Bron:CBS,
CBS, bewerking
voor
Mobiliteitsbeleid
(KiM)
Bron:
bewerkingKennisinstituut
Kennisinstituut
voor
Mobiliteitsbeleid
(KiM)
In 2009 daalden de vervoersvolumes van de binnenvaart,
het spoorvervoer, de luchtvaart en in mindere mate de
zeevaart fors. In 2010 en 2011 groeiden de vervoervolumes in zee- en binnenvaart weer tot boven of op het
niveau van voor de crisis. Voor de andere modaliteiten
was 2012 een mager jaar met uitzondering van het
pijpleidingvervoer. De overslag in de zeehavens nam nog
wel iets toe, maar bij de binnenvaart, het spoorvervoer en
de luchtvaart daalde het vervoervolume. Voor het vijfde
jaar op rij is in 2012 het vervoerd gewicht in het goederenwegvervoer gedaald. De vervoersprestatie (uitgedrukt in
ladingtonkilometers) ligt in 2012 2% onder het niveau van
2007. Deze afname is voor een groot deel toe te schrijven
aan de crisis in de bouw, maar ook aan de teruggelopen
binnenlandse bestedingen. Het aandeel van het goederenwegvervoer is door deze ontwikkelingen de afgelopen
jaren teruggelopen in vergelijking met de andere vervoerswijzen. In de vervoersprestatie op Nederlands grondgebied
nam het aandeel af van een maximum van 50% in 2009
tot 47% in 2012. Het aandeel in de vervoersprestatie op
Nederlands grondgebied van de binnenvaart neemt toe
van 33% in 2009 tot 38% in 2012. De klappen van de crisis
in 2008 en 2009 zijn hard aangekomen in het spoorgoederenvervoer: het vervoervolume lag in 2012 nog ruim
onder het maximumniveau van 2007. Het aandeel van het
spoorgoederenvervoer in de totale ladingtonkilometers op
Nederlands grondgebied is daardoor gedaald van 6% in
2007 naar 5% in 2012.
8
In de wegtransportbranche gaat het in ruim een kwart van
de gevallen (26%) om vervoer van ‘voertuigen, machines
en overige goederen (w.o. stukgoederen, kleding, glas en
andere halffabricaten). Ruwe mineralen en bouwmaterialen nemen 21% voor hun rekening. Voedingsproducten
en veevoeder zijn goed voor 20%. Deze categorie is als
enige gegroeid vergeleken met 2010. Nog eens 10% betreft
vervoer van landbouwproducten en levende dieren.
Chemische producten betreffen 11% van het goederenvervoer over de weg.
Vervoer over water beslaat de zeevaart (circa 69% van het
volume) en de binnenvaart (circa 31% van het volume).
Bij zeevaart is de categorie ‘aardolie en aardolieproducten’
de meest vervoerde lading (40% van het volume), terwijl
dit bij de binnenvaart de categorieën ‘ertsen, turf en andere
delfstoffen’ en ‘cokes en geraffineerde aardolieproducten’
zijn. De categorieën ‘steenkool, bruinkool, ruwe aardolie’ (12%) en ‘chemicaliën, vezels, rubber en splijt- en
kweekstoffen’ (10%) zijn andere veel vervoerde goederencategorieën. Van de landen in de EU vervoert Nederland de
meeste goederen via binnenwateren. Nederland heeft na
Finland en Duitsland het meest uitgebreide vaarwegennet.
Het aandeel van binnenvaart is in Nederland echter ruim
twee keer zo groot als in Duitsland. Binnen de binnenvaart
zijn zeer veel kleine bedrijven actief, zeker in vergelijking
met de zeevaart.
Binnen het vervoer door de lucht is maar een beperkt
aantal bedrijven actief. Het economische belang van deze
activiteiten is echter groot. De meeste van de bedrijven zijn
nabij Schiphol in de provincie Noord-Holland gevestigd.
De subbranche is zeer gevoelig voor economische ontwikkelingen. Reeds in 2008 merkten bedrijven in de branche
aan de eigen omzetten dat de wereldeconomie terugliep.
De luchtvaart draagt voor een belangrijk deel bij aan de
CO2-uitstoot van de transportbranche.
Trends, ontwikkelingen en risico’s
Markt en regelgeving
–– De meest gesloten verzekeringen binnen de branche
zijn motorrijtuigen, brand en vervoerders-/
bedrijfsaansprakelijkheid.
–– Verzekeringen op het gebied van AOV, rechtsbijstand
en aanhangwagen worden ook vaak gesloten.
–– De goederentransportverzekering wordt gesloten
door de opdrachtgever voor het transport (ladingbelanghebbenden) en niet zozeer door de vervoerder.
–– Er zijn meerdere verzekeringen, die specifiek voor de
transport en logistiek van toepassing zijn. De vervoerderaansprakelijkheidsverzekering is een specifieke
verzekering voor vervoerders. Er zijn specifieke AOV’s
op de markt. Voor de binnenvaart sector is er een
binnenvaart casco verzekering en de Protection &
Indemnity (P&I), een aansprakelijkheidsverzekering
voor binnenvaarders. Verschillende brancheorganisaties bieden mantelcontracten voor verzekeringen.
–– Belangrijke trends en ontwikkelingen bieden aanknopingspunten voor een goed advies met betrekking
tot verzekeringsproducten. Die trends en ontwikkelingen en hun uitwerking op bedrijfsrisico’s zijn
hieronder in een aantal thema’s bijeengebracht.
Trends & ontwikkelingen
–– Transportondernemers krijgen steeds vaker te maken
met de gevolgen van criminaliteit. Het diefstalrisico
verplaatst zich van de fabriekshal naar de vrachtauto en
van de fabrikant naar het transportbedrijf. De inschatting van brancheorganisatie TLN van de omvang van
ladingdiefstallen is circa € 350 miljoen euro op jaarbasis. Ook wordt er meer geweld tegen chauffeurs
gesignaleerd. Het stelen van lading komt het meeste
voor in Zuid-Oost Brabant en Limburg. Door veranderingen in de organisatie van de politie naar één
landelijke organisatie en het beëindigen van de
aanstelling van de Officier van Justitie voor transportcriminaliteit, maakt de brancheorganisatie zich zorgen
over de aanpak van transportcriminaliteit.
–– Volgens de brancheorganisaties EVO en TLN gebeuren
op provinciale wegen vaak ongelukken omdat de
verkeersveiligheid onder de maat is. Dit brengt
chauffeurs van bestel- en vrachtauto’s in gevaar.
Ook zorgen de ongevallen voor vertragingen, waardoor
bedrijven die hun goederen over deze wegen (laten)
vervoeren schade lijden. Dit blijkt uit onderzoeken van
de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek
Verkeersveiligheid (SWOV) en de ANWB, waaruit blijkt
dat slechts een klein deel van de provinciale wegen aan
de veiligheidsrichtlijnen voldoet. Meer dan de helft van
deze wegen (62%) is niet veilig genoeg.
–– De regelgeving voor ladingzekering in ons land heeft
een paar wijzigingen ondergaan per 1 januari 2014. De
veranderingen zijn vooral bedoeld om de voorschriften
meer te verduidelijken en beter te omschrijven. Een
aantal bekende Europese normen op het gebied van
ladingzekeren zijn in de regelgeving opgenomen. Ook
zijn de voorschriften voor afvallende lading verduidelijkt. Daarnaast zijn er aparte bepalingen gekomen
voor onder andere vastzetsystemen, voertuiggebonden
lading en de stuwage van afneembare bovenbouwen,
containers en meeneemheftrucks.
–– Het ERRU-register is een nieuw register waarin op
Europees niveau overtredingen op het gebied van
wegvervoer worden bijgehouden. Overtredingen op het
gebied van tachograafplicht, rij- en rusttijden, voertuigveiligheid, overbelading, rijbewijs, vervoer gevaarlijke
stoffen en cabotage kunnen leiden tot het innemen van
de vergunning. De NIWO is belast met de uitvoering
hiervan krachtens de Wet wegvervoer goederen (WWG).
9
–– Sinds 1 juli 2013 handhaaft de Inspectie Leefomgeving
en Transport de cabotageregels in Nederland. Voor
buitenlandse vervoerders is het verboden om meer dan
drie ritten op Nederlands grondgebied te verrichten na
binnenkomst in Nederland.
–– Steeds meer wegvervoerders bieden naast het transport
ook diensten op het gebied van logistieke dienstverlening en opslag.
–– De positie van Nederland op de Logistics Performance
Index (LPI) van de Wereldbank is verbeterd van een
vierde plaats in 2010 naar een tweede plaats in 2014.
Met deze index wordt de efficiëntie van logistiek van
landen gemeten. Nederland heeft met name een hoge
score op ‘tijdig afleveren van goederen’ en de
infrastructuur.
–– Binnen het wegvervoer is de branche koeriersdiensten
één van de meest dynamische branches. De explosieve
groei van aankopen via het internet en de opkomst van
grote, Europees breed opererende online retailers, zorgt
voor druk bij logistieke dienstverleners. Zij zien daarin
een grote verschuiving van zendingen per pallet naar
het verzorgen van pakketzendingen voor hun klanten.
–– Er is een trend van het terugschuiven van productielocaties, ook wel ‘nearshoring’ genoemd. Grote
modeketens verleggen bijvoorbeeld hun productie van
Azië naar Europa, bijvoorbeeld naar Turkije of Portugal,
om sneller in te spelen op de consumentenvraag en
meer grip op de kwaliteit te hebben.
–– De EU heeft beperkende maatregelen genomen in het
kader van het optreden van Rusland in Oekraïne. Naast
maatregelen in de financiële sector worden ook enkele
goederenstromen geraakt. Er is een embargo op de
import en export van militaire goederen van en naar
Rusland en in- en uitvoer van goederen die zowel
militair als civiel gebruikt kunnen worden. De uitvoer
van bepaalde energiegerelateerde apparatuur en
technologie naar Rusland zal worden onderworpen aan
een vergunningplicht van de bevoegde autoriteiten in
de lidstaten.
–– De grote vervoersstroom van ruwe grondstoffen naar
Duitsland staat onder druk door de opkomst van groene
energie. Ruim 90% van de ijzererts en kolen die in de
havens van Amsterdam en Rotterdam binnenkomen
wordt over de grens vervoerd.
10
–– De Nederlandse haveninfrastructuur is in 2013 voor het
tweede jaar op rij uitgeroepen tot beste ter wereld en de
Rotterdamse haven is uitgeroepen tot beste ter wereld
in 2013. Met de ontwikkeling van de Maasvlakte 2 is er
1.000 hectare netto bedrijfsterrein direct aan diep
vaarwater bijgekomen, bestemd voor containeroverslag, distributie en chemische industrie. Het
Havenbedrijf in Rotterdam heeft een ambitieus stimuleringsprogramma ontwikkeld voor spoor en binnenvaart.
De belangrijkste pijlers zijn: meer capaciteit voor spoor
en binnenvaart, zowel binnen het havengebied als in
het achterland, optimaliseren van het logistieke proces
waarbij de kwaliteit en betrouwbaarheid van spoor en
binnenvaart verhoogd worden en het stimuleren en
opzetten van een netwerk tussen Rotterdam en intermodale knooppunten in het achterland en vergroten
van de connectiviteit met alle terminals.
–– In de jaren 2006 tot en met 2010 is de Nederlandse
binnenvaartvloot met een groot aantal schepen uitgebreid. In totaal kwamen er in die periode bijna 800
(vooral grotere) schepen bij. Hierdoor is sprake van
overcapaciteit in de branche, met name bij drogeladingvaart en schepen van 110 meter of langer. De overheid
ziet kansen voor de export van binnenvaartschepen
naar Nigeria, Brazilië, Paraguay, India en China om de
overcapaciteit in de binnenvaart aan te pakken.
–– De laatste jaren is het laadvermogen van schepen sterk
gestegen en worden schepen ook steeds efficiënter
ingezet. Vele grote bedrijven langs het water draaien
24 uur per dag en de schepen kunnen vaak op elk
tijdstip geladen en gelost worden.
Risico’s
–– Diefstal van lading is een reëel risico waartegen het
nodige ondernomen kan worden. De vervoerderaansprakelijkheid dekt een deel. Doordat de vervoerder over het
algemeen beperkt aansprakelijk is dient de ladingbelanghebbende de goederen zelf volledig te verzekeren.
–– Verkeersongelukken kunnen leiden tot materiële schade
aan voertuigen en lading. Goede motorrijtuigen- en
aansprakelijkheidsverzekeringen zijn belangrijk.
Preventiemaatregelen zoals bijvoorbeeld een dodehoekspiegel kunnen het risico op verkeersongelukken
verlagen. Ook aanvullende diensten voor chauffeurs,
zoals rijlessen, kunnen daarbij helpen.
–– Toenemende wet- en regelgeving, zoals op het
gebied van ladingzekerheid, heeft invloed op de
vervoerderaansprakelijkheid verzekering. De vervoerderaansprakelijkheid is voor een deel vastgelegd in
wet- en regelgeving en wordt voor een deel bepaald
door de vervoerscondities oftewel de afspraken met de
opdrachtgever. Het soort vervoer bepaalt de juiste
verzekering, zoals bijvoorbeeld bij koel-/vriesvervoer en
bij tankvervoer. Ook kunnen aan de transport casco en
chauffeursgerelateerde verzekeringen, zoals ongevallen
en WEGAM, zwaardere eisen worden gesteld.
–– Bij het verlenen van logistieke diensten in aanvulling op
het transport kunnen nieuwe aansprakelijkheidsrisico’s
ontstaan, zoals logistieke diensten aansprakelijkheid,
opslagaansprakelijkheid of douanerechten. Een risicoanalyse moet bepalen of aanvullende verzekeringen
nodig zijn.
–– Niet alle bestelautoverzekeringen geven dekking voor
de beroepsgroep koeriers.
–– Gezien toename van de capaciteit en omloopsnelheid
van de binnenvaartschepen is het van belang de
binnenvaart casco en de Protection & Indemnity (P&I)
dekking goed te blijven evalueren. Een P&I-verzekering
kan naast, dekking voor dood of lichamelijk letsel van
bemanning en derden, waterverontreiniging en schade
aan de lading ook vergoeding geven voor vertraging
door stremming van het vaarwater. Daarnaast kunnen
met een doorvoerdekking de extra kosten voor doorvervoer van de lading bij het niet kunnen afmaken van de
reis, gedekt worden.
Technologie & innovatie
Trends & ontwikkelingen
–– De Topsector Logistiek valt onder het Topsectoren
beleid van de overheid. In deze Topsectoren werken
overheid, bedrijfsleven, universiteiten en onderzoekscentra samen aan kennis en innovatie. De afspraken
hierover zijn vastgelegd in zogeheten innovatiecontracten, waarbij de samenwerking tussen het
bedrijfsleven, wetenschappelijke instellingen, regio’s en
overheid belangrijk is (zie verdiepingsbox).
–– Naast multimodaal transport (gebruik van meerdere
modaliteiten, bijvoorbeeld deels over spoor, deels over
de weg), intermodaal transport (multimodaal met
gebruik van standaard laadeenheid, zoals een (maritieme) container) en co-modaal (unimodaal en
multimodaal/intermodaal naast elkaar) transport komt
synchromodaal transport vaker voor. Bij synchromodaal
transport is kenmerkend dat elke keer een afweging
gemaakt wordt door of voor een verlader wat de meest
wenselijke manier van vervoer is en welke modaliteiten
daarbij worden ingezet.
–– 3D-printen gaat invloed hebben op de vervoerssector.
Het biedt de mogelijkheid om on-demand op locatie te
produceren, resulterend in lagere voorraden en kortere
vervoersafstanden. 3D-printen is nog in het beginstadium, maar de technische ontwikkelingen gaan snel.
–– De deelsector logistieke dienstverlening kan profiteren
van een versterkte aandacht voor value added logistics,
uitbesteding van warehousing activiteiten en e-fulfilment. Logistieke dienstverleners leveren de diensten
terwijl het voorraadrisico bij de opdrachtgever
(de webwinkel) blijft liggen. Voor e-commerce is
e-fulfilment (e-warehousing, e-services, distributie)
een kritische succesfactor en daar kunnen logistieke
dienstverleners met een goed concept van profiteren.
–– Door innovatie van standaard, uitwisselbare laadeenheden en het loskoppelen van de laad- en losoperaties
(gekoppeld aan de verwerking van goederen stroomafwaarts in de keten met bijvoorbeeld duwbakken,
lichtere flatracks en mobiele silo’s) en de inzet van
dynamische transportmanagement systemen kunnen
transporteurs hun vaar- en voertuigen 7 dagen per
week, 24 uur per dag inzetten, wat kan leiden tot
aanzienlijk kleinere transportvloten.
11
–– De infrastructuur wordt met intelligente transportsystemen en verkeersmanagementsystemen
(vehicle-to-infrastructure communication) steeds
slimmer en zal de veilige, en duurzame, afhandeling
van vaar- en voertuigen gaan regelen.
–– Over circa 10 jaar kunnen er zelfsturende onbemande
vrachtwagens op de snelwegen en speciale doelgroepstroken rijden. Verschillende producenten van
vrachtauto’s zijn hiermee bezig.
–– In steden zullen vaarwegen en tram/light rail infrastructuur ook gebruikt worden voor de stedelijke
distributie.
–– Softwareagenten, of Intelligent Agents (IA), zijn kleine
software-programma’s die zelfstandig opdrachten
uitvoeren en die daarbij beslissingen nemen door te
onderhandelen met andere softwareagenten. Naast
efficiënter administreren en organiseren kunnen straks
ook menselijke onderhandelingsprocessen worden
gemodelleerd met softwareagenten, vooral als snel
reageren belangrijker is dan het nemen van de optimale
(maar, vaak te late) beslissing. Door integratie van
steeds kleinere RFID-tags en softwareagenten is het in
de toekomst mogelijk dat pallets, bakken en dozen zelf
hun weg door het logistieke netwerk zoeken en zelf
conveyors, sorters, kranen en robots aansturen om
verplaatst te worden naar de juiste locatie.
–– In de binnenvaart heeft de tankvaart heeft met het oog
op de uitfasering van de enkelwandige vloot in 2018 in
nieuwe dubbelwandige tankers geïnvesteerd. Veel
enkelwanders zullen vanwege de hoge keuringskosten
vroegtijdig naar de sloop gebracht zullen worden.
–– Nederlandse binnenvaartschippers hebben de
modernste en milieuvriendelijkste vloot ter wereld.
Daar is in de afgelopen jaren fors in geïnvesteerd.
12
Risico’s
–– Innovaties, technologische veranderingen en nieuwe
business modellen, zoals onder meer benoemd in de
Topsectoren uitvoeringsagenda, kunnen ervoor zorgen
dat de (dekkingen van) huidige verzekeringen tekortschieten. Analyse moet uitwijzen welke nieuwe risico’s
er zijn ontstaan die (nog) niet zijn afgedekt. Dit kan
leiden tot meer uitgebreide of zelfs nieuwe (aanvullende) verzekeringsbehoeften.
–– Bij het gebruikmaken van combinaties van transportmodaliteiten, zoals bij synchromodaal transport,
kunnen de risico’s veranderen. Een goede analyse van
de risico’s en verzekeringsopties is hierbij van belang.
–– De toename van het gebruik van software zorgt ervoor
dat het bedrijfsproces hiervan in toenemende mate
afhankelijk wordt. Verzekeringen op het gebied van
computer en elektronica, bedrijfsschade, reconstructie
en extra kosten kunnen de risico’s op schade afdekken.
–– Goed risicomanagement op het gebied van internet
security risico’s wordt steeds belangrijker. Inmiddels
zijn specifieke cybercriminaliteit verzekeringen op de
markt voor de risico’s van diefstal van gegevens via het
internet.
Topsector Logistiek
In 2010 startte het Kabinet met het Topsectoren beleid.
Het kabinet wil Topsectoren waarin Nederland wereldwijd
uitblinkt, nog sterker maken. Logistiek is één van de negen
Topsectoren. Het topteam startte als vierman/vrouwschap,
maar is al snel opgegaan in het reeds bestaande
Strategisch Platform Logistiek (SPL). In 2011 is de
Actieagenda gepresenteerd. Hierin is de ambitie neergezet
dat Nederland in 2020 een internationale toppositie
heeft:
1in de afwikkeling van goederenstromen,
2als ketenregisseur van (inter)nationale logistieke
activiteiten, en
3als land met een aantrekkelijk innovatie- en
vestigingsklimaat voor het verladende en logistieke
bedrijfsleven.
Om deze ambitie te realiseren is in 2012 een deel van de
Actieagenda uitgewerkt in roadmaps, als leidraad voor
onderzoek en innovatie. Deze roadmaps zijn de volgende:
1 Neutraal Logistiek Informatie Platform (NLIP)
In het NLIP wisselen overheden en bedrijven niet
alleen logistieke data uit, zoals soort en hoeveelheid goederen, bestemming, verwachte en werkelijke
aankomsttijd, maar ook informatie over filevorming
op de weg, het water en het spoor en gegevens over
vrijgave van goederen of inspectieresultaten. Dit moet
een open ICT platform worden. Het succes kan nog
groter worden het NLIP gecombineerd wordt met
synchromodaliteit.
2 Synchromodaliteit
Multimodaal vervoer waarbij de verlader de beschikbare vervoersmiddelen naast elkaar inzet, of de
beslissing over de inzet van de vervoersmiddelen aan
een dienstverlener overlaat. Die kiest, binnen afgesproken grenzen, welk vervoersmiddel voor welk
traject gebruikt wordt. Ruim 900.000 containers zijn
synchromodaal vervoerd, waarbij meer dan 85.000
TEU extra is verplaatst van de weg naar andere modaliteiten. Zeerederijen, zeehaventerminals, barge
operators (bedrijf dat een container binnenvaartschip
inhuurt), binnenvaartterminals en verladers, maar
ook MKB bedrijven, worden gestimuleerd om hun
transport synchromodaal uit te voeren.
3 Douane
Het vergemakkelijken van internationale handel door
de regeldruk te verminderen is één van de belangrijkste redenen voor bedrijven om juist Nederland als
toegangspoort naar Europa te gebruiken. Het succes
van de handelsfacilitatie in Nederland is gebaseerd op
een unieke samenwerking tussen de inspectiediensten
(douane) en het bedrijfsleven. De Topsector Logistiek
wil deze handelsfacilitatie nog verder ontwikkelen
om zo de positie als toegangspoort naar Europa uit
te bouwen. Dat wordt gedaan door vernieuwende
toezichtsconcepten te ontwikkelen en door procedures
te vereenvoudigen en te stroomlijnen.
4 Cross Chain Control Centers (4C)
In 4C’s worden informatiestromen slim gekoppeld
aan goederenstromen. Het zijn regiecentra waarin de
modernste technologie, geavanceerde softwareconcepten en supply chain professionals samenkomen.
Door gegevens tussen verschillende logistieke
ketens uit te wisselen, kunnen in een 4C transporten
ketenoverstijgend georganiseerd worden. Door grotere
volumes zijn er bijvoorbeeld meer mogelijkheden
om spoor en binnenvaart in te zetten als alternatief
voor wegvervoer. Ook kan de beladingsgraad van
voer- en vaartuigen beter benut worden. In 2020 moet
Nederland beschikken over vijftien 4C’s.
5 Servicelogistiek,
De term Service Logistiek wordt gebruikt voor de
logistieke regie vanaf de ‘after-sales service’ van een
product tot aan het einde van de levenscyclus. Het
gaat over alle logistieke activiteiten die nodig zijn om
apparaten, machines en systemen gedurende hun hele
levenscyclus – tot en met hergebruik – optimaal te
laten functioneren. Bedrijven leveren steeds vaker een
serviceconcept in plaats van een product. Veel gebruikers zijn bijvoorbeeld geen eigenaar meer van een
kopieerapparaat, maar betalen per kopie. Ook de regie
van het onderhoud van kapitaalintensieve systemen
als vliegtuigen, medische apparatuur en hoogwaardige
productiemachines behoort tot de Service Logistiek.
13
6 Supply Chain Finance,
Financiering en leverbetrouwbaarheid zijn twee grote
punten van aandacht onder ondernemers in de logistieke sector. Supply Chain Finance is een instrument
om middels meer ketensamenwerking financiering
van de toegevoegde waarde in de keten te realiseren.
In de logistieke keten wordt stukje bij beetje waarde
toegevoegd aan een product. Die vermeerderde waarde
wordt steeds tussentijds verzilverd, namelijk wanneer
de volgende schakel in de keten ervoor betaalt. Hierbij
zitten de toe-leveranciers soms maanden op betaling te
wachten.
In totaal zit er in Nederland rond de twintig miljard
euro aan werkkapitaalvast door nog niet betaalde
facturen. Hier helpt Supply Chain Finance. Een bekend
voorbeeld is Vendor Managed Inventory, waarbij de
leverancier de voorraad van de klant beheert. Dat
neemt veel werk uit handen bij de bestellende partij,
maar ook bij de orderentry van de leverancier.
Personeel
Trends & ontwikkelingen
–– De beschikking over genoeg logistieke professionals is
een belangrijke voorwaarde om de ambities van de
Topsector Logistiek waar te maken. Daarom is een
Human Capital Agenda (HCA) opgesteld door onderwijsinstellingen, het bedrijfsleven en sociale partners
(zie verdiepingsbox). In een aantal branches en
beroepen is het personeelsbestand sterk vergrijsd
waardoor een grote vraag naar personeel ontstaat.
Dit speelt het sterkst in het beroepsgoederenvervoer
en de binnenvaart.
–– Werkgevers in verschillende branches stellen steeds
hogere kwalificatie-eisen. De kansen voor laagopgeleiden zijn daardoor beperkt. Dit is bijvoorbeeld
merkbaar in de deelsector haven, op- en overslag.
Hogere kwalificatie-eisen hebben niet alleen betrekking
op technische competenties, maar bijvoorbeeld ook op
talenkennis (binnenvaart) of sociale vaardigheden
(touringcarvervoer). Dit maakt dat verschillende
branches in de sector behoefte hebben aan beter
opgeleide schoolverlaters, met name vanuit de hogere
mbo-niveaus.
–– Het ziekteverzuim in de branche is gedaald van 4,3%
in 2011 tot 3,7% in 2013. Een reden hiervan kan zijn,
dat werknemers gelukkig zijn met het hebben van een
baan en zich daardoor minder snel ziek melden. Bij het
aantrekken van de economie de komende jaren kan dit
percentage weer stijgen. Een andere reden voor het
dalende verzuim is een veranderende verzuimaanpak
bij bedrijven door de invoering van de Wet Verbetering
Poortwachter, de WIA wetgeving en de Wet BeZaVa
(Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid). Hierdoor ontstaat er steeds meer focus op het
beperken van verzuim, c.q. herstel bevorderende
maatregelen. Ook geven werknemers en werkgevers
aan dat ‘gezond de eindstreep halen’ als een gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt gezien.
14
–– De meest voorkomende arbeidsrisico’s in de sector
transport en logistiek zijn ‘fysieke belasting’ en
‘verkeersveiligheid’. Verder worden valgevaar en het
werken onder hoge werkdruk vaak genoemd. Een
belangrijke verklaring voor verzuim wordt gevonden in
de BMI-waarde van de werknemers. Werknemers met
obesitas (BMI > 30) zijn in de praktijk significant vaker
langdurig ziek dan werknemers met een goede
BMI-waarde (18 – 25). Het valt ook op dat werknemers
een toename zien in geweld en agressie. Een groot deel
van de werknemers vertelt dit niet aan de leidinggevende. Verder wordt er een toename waar-genomen van
het aanrijdgevaar in de loods of op het buitenterrein.
–– Ongeveer 21% van de werknemers heeft een flexibele
arbeidsrelatie. Dit is meer dan gemiddeld in Nederland
(19%). De verwachting is dat dit aandeel de komende
jaren zal toenemen. Een aanzienlijk deel van de transportsector heeft te maken met seizoensinvloeden.
Een flexibele schil van arbeidskrachten kan hiervoor
een oplossing bieden.
–– Het aantal zzp’ers is tussen 2005 en 2013 toegenomen
met maar liefst 35%. Bij het wegtransport zijn dit de
zogenaamde ‘eigen rijders’.
–– Ondernemers zijn wettelijk verplicht om een risico
Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) uit te voeren.
–– Er is een algemeen verbindend verklaarde CAO voor
het beroepsgoederenvervoer over de weg en de
verhuur van mobiele kranen en een CAO voor de
binnenscheepvaart. Voor de laatste is een verzoek
ingediend om de overeengekomen bepalingen algemeen verbindend te verklaren. Er is een verplichtgesteld
bedrijfstakpensioenfonds Vervoer voor de sectoren
goederenvervoer, verhuur van mobiele kranen en
binnenbeurtvaart.
–– Het relatief grote aandeel van flexwerkers zorgt ervoor,
dat de Wet BeZaVa (Wet beperking ziekteverzuim en
arbeidsongeschiktheid) grote impact kan hebben op de
kosten. Een goed advies over eigenrisicodragerschap
mogelijkheden voor de Ziektewet-flex en WGA is
belangrijk.
–– Voor zzp’ers is het risico op verlies van inkomen bij
arbeidsongeschiktheid en het risico op een pensioengat
groot. Een specifiek aanbod voor zzp’ers kan toegevoegde waarde leveren. Daarbij valt te denken aan
producten op het gebied van (beroeps)aansprakelijkheid, arbeidsongeschiktheid en (bancaire) lijfrente.
Risico’s
–– Het toenemend aantal eisen dat aan werknemers wordt
gesteld in combinatie met specifieke arbeidsrisico’s en
een verbetering van de economie, kan leiden tot
toename van ziekteverzuim en in ernstige gevallen zelfs
tot arbeidsongeschiktheid. Preventie, re-integratie en
goede ziekteverzuim- AOV en WIA-verzekeringen zijn
belangrijk in de branche.
–– Medewerkers in de transport en logistiek zijn continu
onderweg en kunnen daardoor te maken krijgen met
een ongeval. Dit kan letselschade aan de inzittenden
van de zowel de eigen als andere voertuigen veroorzaken. Een goede analyse van alle personele risico’s
onderweg dient aan te geven welke preventiemaatregelen de risico’s kunnen beperken en welke en
verzekeringen deze eventueel afdekken. Goede
ongevallen inzittenden, rechtsbijstand en WEGAM
verzekeringen voor alle werknemers, zowel vaste
krachten als uitzendkrachten, oproepkrachten,
stagiaires en vrijwilligers, kunnen hierbij een rol spelen.
Daarnaast is kan een goede aansprakelijkheidverzekering die dekt tegen aansprakelijk gesteld
worden door werknemers belangrijk zijn.
15
Topsector Logsitiek
De Human Capital Agenda (HCA)
De Human Capital Agenda (HCA) wordt aangestuurd door
de Human Capital Tafel, waarin onderwijsveld, bedrijfsleven en sociale partners breed vertegenwoordigd zijn.
De beschikking over genoeg logistieke professionals is een
belangrijke voorwaarde om de ambities van de Topsector
Logistiek waar te maken. Daarom is een Human Capital
Agenda (HCA) opgesteld die berust op drie pijlers:
1Bevorderen van de instroom van leerlingen in
logistieke opleidingen
De afgelopen jaren is de beeldvorming rond logistiek al
verbeterd dankzij de landelijke imagocampagne van de
stichting ‘Nederland is Logistiek’. Onderwijsinstellingen
profileren hun logistieke opleidingen nadrukkelijker en
er wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van excellent
en ‘state of the art’ onderwijs. Er is een Kennisakkoord
HBO en een Kennisakkoord MBO afgesloten, waarin
scholen en logistieke partijen samenwerken om de
band tussen onderwijs en bedrijven te versterken.
Vooral op hbo en wo-niveau is al een duidelijke
toename van de instroom zichtbaar. De HCA streeft
ernaar dat tussen 2010 en 2020 de uitstroom van goedgeschoolde logistieke professionals van de opleidingen
naar de sector met de helft is toegenomen.
2 E
en optimale wisselwerking tussen onderwijs en
werkveld
De sector heeft kwalitatief hoogstaande werknemers
nodig. Professionals die van de opleidingen instromen
in de logistieke sector moeten een grondige en actuele
kennis hebben van de innovatiethema’s. Een sleutelrol
is weggelegd voor de Kennis Distributie Centra (KDC).
Een KDC is een regionaal samenwerkingsverband voor
kennis (mbo, hbo en wo) en innovatie, gecoördineerd
door de hogeschool in de regio. Deze centra zorgen
voor een continue wisselwerking tussen werkveld en
onderwijs. Inmiddels zijn er zes KDC’s verdeeld over
het land. De hogescholen kiezen voor een regionale
specialisatie. De Hogeschool Rotterdam denkt aan
profilering richting haven en bouwkundig gerelateerde
logistiek, Amsterdam aan mainport logistiek. Venlo
richt zich op douane logistiek, Breda op ketenregie,
Nijmegen op zorglogistiek en Zwolle op de Supply
Chain Finance. De KDC’s zijn onderling verbonden en
vormen één landelijk Centre of Expertise met een
digitaal kennisloket.
16
3Het behouden van werknemers voor de logistiek
door sociale innovatie van de sector.
Werkgevers in de logistiek moeten hun werknemers
meer nog dan in het verleden gaan boeien, binden en
behouden. Om logistieke medewerkers aan te trekken
en te behouden, zijn verbeteringen van arbeidsomstandigheden, randvoorwaarden en loopbaanperspectieven
noodzakelijk. De HCA probeert werkgevers in de logistiek te motiveren en te enthousiasmeren voor sociale
innovatie, onder meer door hen workshops en instrumenten aan te bieden.
Duurzaamheid
Trends & ontwikkelingen
–– De transportsector is een van de grootste gebruikers van
fossiele brandstof. In het SER Energieakkoord is
afgesproken dat de transportsector in het jaar 2050 de
uitstoot van CO2 met 60% moet hebben gereduceerd
ten opzichte van 1990. Innovaties die hiervoor nodig
zijn liggen op het gebied van zuinige vrachtauto’s,
laadinfrastructuur en diensten voor elektrisch vervoer,
elektrische, hybride en waterstofbussen en distributievoertuigen, of LNG in vrachtwagens en schepen.
Luchtvaart en zeevaart vallen niet onder de
klimaatdoelstelling.
–– De gemeente Amsterdam werkt samen in het Europees
project FREVUE (FReight Electric Vehicles in Urban
Europe), een project om elektrisch vrachtvervoer door
de stad te stimuleren. Er gaan 20 nieuwe elektrische
vrachtwagens door de stad rijden. Het project gaat
ervoor zorgen dat bedrijven gesubsidieerde elektrische
voertuigen en oplaadpunten aanschaffen.
–– Lange Zware Vrachtvoertuigen (LZV’s) met een lengte
van maximaal 25,25 meter kunnen een aanzienlijke
afname van CO2-uitstoot per eenheid lading realiseren
van 25%. De lange en zware trucks moeten aan meer
eisen te voldoen dan standaardcombinaties. De besparing op de integrale kosten voor de ondernemer kan
zelfs 35% zijn.
–– De EU stelt € 12 miljard beschikbaar in de periode 2014
tot 2020 om duurzaam transport in Europa te stimuleren. Het bedrag is onder andere bedoeld voor schone
brandstof en oplaadpunten. Met de zogenaamde
Trans-European Network Transport (TEN-T) subsidies
wil de Europese Unie het vervoersnetwerk op een
duurzame wijze verbeteren. De subsidie is onder andere
bedoeld voor de ontwikkeling van schonere brandstof
voor de scheepvaart (LNG), de aanleg van een
netwerk van oplaadpunten voor elektrisch vervoer of
de verbetering van verkeersgeleidingssystemen.
–– De toenemende verstelijking heeft invloed op de
fijnmazige, stipt-op-tijd en veilige bevoorrading van
steeds kleinere eenheden in steden (consumenten,
winkels, small-office-home-office en horeca), maar
ook een negatief effect op de duurzaamheid in die
steden (door onder meer fijn stof en onveiligheid).
–– In 2012 is Green Freight Europe (GFE) gestart.
Het is een onafhankelijk, Europees programma voor
duurzaam goederenvervoer, op initiatief van een
groot aantal internationaal opererende bedrijven.
De doelstelling is om te komen tot een uniforme CO 2
logistieke footprint.
–– Lean and Green is een stimuleringsprogramma voor
transportbedrijven en overheid dat wordt uitgevoerd
door Connekt. Het stimuleert organisaties om te
groeien naar een hoger duurzaamheidniveau door
maatregelen te nemen die niet alleen kostenbesparingen opleveren, maar gelijktijdig milieubelasting
reduceren.
–– Elke twee jaar wordt de ADR wetgeving voor het
transport van gevaarlijke stoffen over de weg binnen
Europa aangescherpt.
Risico’s
–– Bedrijfsauto’s die op nieuwe brandstoffen rijden, zoals
elektrisch, hybride of biobrandstoffen en LNG, en
langere bedrijfsauto’s (LZV’s) brengen nieuwe risico’s
met zich mee. Analyse moet uitwijzen welke nieuwe
risico’s er zijn ontstaan die (nog) niet zijn afgedekt.
Dit kan leiden tot meer uitgebreide of zelfs nieuwe
(aanvullende) verzekeringsbehoeften.
–– Een goede dekking voor het vervoeren van gevaarlijke
stoffen en een goede milieu aansprakelijkheidverzekering vormen de eerste stap om beter aan
duurzaamheidcriteria te voldoen.
Belangrijke organisaties
–– Bureau Voorlichting Binnenvaart
–– EVO. Ondernemersorganisatie voor Logistiek en
Transport. Mantelcontracten op het gebied van verzekeringen voor brand, aansprakelijkheid voor bedrijven,
bedrijfsschade, goederentransport, rechtsbijstand,
heftrucks, voertuigen, zorg, ziekteverzuim, AOV,
krediet, ongevallen en schadeverzekering werknemers.
–– Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV)
–– De Nederlandse Vereniging voor Expeditie en Logistiek
(FENEX). Mantelcontract voor goederentransportverzekering voor ladingbelanghebbenden.
–– Transport en Logistiek Nederland (TLN). TLN en
verzekeraar TVM werken nauw samen op het gebied
van verkeersveiligheid en criminaliteitspreventie.
Mantelcontract voor ziekteverzuimverzekeringen.
17
Bron
De in dit brancherapport gebruikte informatie is gebaseerd
op openbaar beschikbare gegevens zoals van het Centraal
Bureau voor de Statistiek (CBS), Kamer van Koophandel
(KvK), Economisch Instituut Midden- en Kleinbedrijf
(EIM), UWV en brancheorganisaties.
Meer informatie?
Wilt u meer weten over het Brancherapport
Transport en Logistiek? Neem dan contact op met ons.
Wij gaan graag met u in gesprek.
Delta Lloyd
Spaklerweg 4
A 12.2.06-0914
1096 BA Amsterdam
www.deltalloyd.nl
Aan deze brochure kunnen geen rechten worden ontleend.
Download